The Dream Life of Larry Rios
- Auteur: Alex Z. Salinas (Verenigde Staten)
- Soort boek: Amerikaanse roman
- Uitgever: FlowerSong Press
- Verschenen: 23 oktober 2025
- Omvang: 318 pagina’s
- Uitgave: paperback
- Prijs: $ 18.95
- Boek bestellen >
Alex Z. Salinas The Dream Life of Larry Rios reviews en recensies
Als er in de media een boekbespreking, recensie of review verschijnt van The Dream Life of Larry Rios, de roman van Alex Z. Salinas, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
Recensie van Tim Donker
Welke Raster was het? t Ging over oulipo. Ouvroir de Littérature Potentielle. Daar een heel nummer over, waar is dat nummer, en waar heb ik dat indexnummer gelaten waarin ik kon zien waar elk nummer ookalweer over ging? Geheugen, spreek. Als het spreekt, zegt het dat ze oulipo vertaald hadden als wemoli – Werkplaats Mogelijke Literatuur. Dus zeg. Het potentieel werd mogelijk. Vraagt u denkt u zegt u, wat is het verschil (of misschien vraagt en zegt en denkt u niets, en leest u dit gewoon, of u leest niets, u staat daar in de hoek van de keuken en schenkt uzelf nog een kopje koffie in en dat is uw goed recht). Wel. Het verschil is. En het verschil is dit: de potentie is er al, het moet alleen nog verwezenlijkt worden. Het potente barst van (latent) leven. Het mogelijke daarentegen kan alleen bestaan door haar niet-bestaan want bestaan heft het mogelijke van de mogelijkheid op. Slechts door er niet te zijn, is het mogelijke mogelijk (niet voor niets zong Blixa Bargeld ooit, toen hij nog goed was, of, naja, al bijna niet meer: Nur was nicht ist, ist möglich) (met klem zong hij dat) (en de klem was klemmelijk want zodra iets is, is het niet lange mogelijk maar gewoon onderdeel van het zijnde) (dat we aantreffen) (als geworpen -) (ofnee, hou maar op). Ge peinst dit verschil tussen mogelijk en potentieel misschien als haarkloverij maar er zit, zeker ten aanzien van oulipo, iets essentieels in. Het gaat over het verkennen van de volledige potentie die literatuur heeft, en over dat wat verdampt van zodra het ontstaat. Of: sommige dingen zijn interessanter als ze buiten bereik blijven. In potentie is alles grenzeloos, wat beoefend wordt, heeft kennelijk nood aan bakens. Is dat niet juist hoe het oulipo verging? De eindeloze potentie van literatuur verkennen door zichzelf, soms zinnige maar veel vaker nog totaal onzinnige, grenzen te stellen (denk daar eens over na: alleen door zich te begrenzen kan men trachten te raken aan grenzeloosheid, wat zegt dat over de condition humaine?). Schrijf een godeganzelijke roman zonder ook maar één keer de e te gebruiken. Knap hoor dat je dat driehonderd pagina’s ofzo volhoudt maar schreef je een (lezenswaard) boek of voltooide je een complexe puzzel? En dat is dan het verschil, mensen, tussen potentie en mogelijkheid: de potentie is eindeloos, prachtig, opwindend en levenskrachtig – de tot bestaan gebrachte mogelijkheid is een ingevulde puzzel.
Waarmee maar gezegd wil zijn dat schrijvers er beter aan doen zichzelf geen grenzen te stellen.
De Brontëzusjes konden een broer hebben en het truffelvarken laat een traan; Fernando A. Flores (wie?) trekt, niet geheel onterecht, een parallel tussen Alex Z. Salinas (wat is dat met die tussenletters, van a tot z in dit geval ook nog eens) en Raymond Queneau. Ook Salinas peinst klaarblijkelijk beter te schrijven met een blok aan zijn been. In The dream life of Larry Rios ontrolt zich een verhaal in een hoofdstuk of driehonderd ofzo (sommige hoofdstukjes hebben om onverklaarbare redenen een bisnummertje) – elk bestaande uit precies 101 woorden (ik zeg nu wel precies maar ik ga moeten toegeven dat ik het niet nageteld heb, niet eens één hoofstukje ervan). In die net-iets-meer-dan-driehonderd keer 101 woorden ontvouwt zich, fragmentaries, langzaamaan, gevend, nemend, onthullend en weder herroepend, het leven van Chicano dichter Larry Rios. Hij is iemands vader. Hij is de ex van meerdere iemanden. Hij is, misschien, ook iemands moordenaar, want Salinas begint er hier recht op: “Er was eens een schrijver die zoveel lui had vermoord in zijn verhalen dat hij het idee had gekregen om het zelf eens te proberen.”
Maar een idee is nog geen moord (& hier komt weeral mjoeziek beste mensen, als u daar niet zo goed tegen kan sluit dan uw ogen en open ze pas weer na de volgende witregel: zong Justin Sullivan, niet per se met klem maar wel net zo indringend als die Bargeld van daarstraks, niet: just that i want to kill somebody / doesn’t mean to say that i will); wat mogelijk is, hoeft nog niet te geschieden (was is ist was nicht ist ist…). De lezer leert dan ook niet veel over de moord die Rios gepleegd zou kunnen hebben, wel dat hij zijn vader gedood heeft maar dat neemt de lezer, of deze lezer dan toch, eerder als een overdrachtelijke, zeg freudiaanse vadermoord. Over zoveel andere dingen is Rios een stuk openhartiger. Bijvoorbeeld over zijn literaire aspiraties. Het proza heeft afgedaan voor hem, nu schrijft hij gedichten over de degenslikkende kikker Yuks. Want nu haat Rios mensen, dus schrijft hij poëzie. Rios heeft Wittgenstein gelezen, Rios heeft Proust gelezen, Rios heeft haast alles wel gelezen. Hij is een Chicano dichter, een gescheiden man, een waardeloze vader. “Het leven is goedkoop”, is zijn motto, want 70% ervan, is misleidende reclame. Larry Rios is nog nooit in Hong Kong geweest. Wel praat hij af en toe met een dode schrijver, welke dode schrijver, er zijn er zoveel, met James Baldwin, Larry Rios praat soms met James Baldwin.
(ik had een docent ooit, echtwaar, op die soort van schrijfopleiding die ik deed, hij gaf de module poëzie schrijven, hij dacht de studenten ter wille te zijn door af en toe een rookpauze in te lassen, mij was hij daarmee niet ter wille, ik rookte niet, ik rook niet, ik meestal zitten, om te peinzen, om te zitten, om te kijken, de hemeltergend moje Sandra bleef meestal ook zitten maar ik was te kapot omdat iemand naar Mallorca was gegaan en al mijn recht op liefde met zich mee had genomen dus ik bleef zitten en ik las, die keer was het Een ander land en die docent kwam naar me toe, waarom kwam hij godverdomme nu net naar mij toe, is dat een goed boek vroeg hij, ach het is wat je peinzen kunt van Baldwin ik zei maar die eikel kende James Baldwin niet, ik dacht dat hij een grapje maakte, maar hij maakte geen grapje, hij kende James Baldwin echt niet)
Deze man, deze Larry Rios, aan oulipoëske banden leggen, werkt dat, een chicano dichter extraordinaire, een man die alle kanten uitgaat, in zijn hoofd toch, aan een ketting van honderdenéén woorden per hoofdstuk?
Wel. Misschien werkt het.
Het zou kunnen werken.
Mogelijkerwijs werkt het.
Met fragmentarisme is om te beginnen al weinig mis. De hoofdstukjes vertellen niet per se een lopend verhaal, want het zijn, naar hun aard, brokken. Herinneringen. Beschouwingen. Overpeinzingen. Gebeurtenissen. Anecdotes. Vaker dan eens is het gewoonweg pure poëzie: hoeveel van Salinas zit er in Rios?, want ook hij heeft zich pas onlangs op het proza toegelegd; Salinas pende vier dichtbundels, kwam toen af met een verhalenbundel en laat The Dream Life Of Larry Rios gelden als zijn eerste roman – de poëtiese achtergrond is merkbaar en dat is waarom ik liever dan van hoofdstukken van prozagedichten gewaag: ruim driehonderd prozagedichten. Odes soms. Aan lichaamsdelen bijvoorbeeld. Armen. Knieën. Voeten. Kootjes. Borstbeen. Kuiten.
Of een dichterlijke verkenning van eenzijdige objecten. Misschien is de wind eenzijdig? Misschien is de dood eenzijdig? Misschien is de jazz van John Coltrane eenzijdig? Misschien is het bloed van Christus eenzijdig? Misschien is het genie van Dalí eenzijdig? Misschien is het fantoombeen van St. Anna eenzijdig? Misschien representeert de Möbiusband de niet-euclidische oneindige ruimte?
Of hoe de gaten in Larry Rios’ kennis muziek kunnen maken. Wat hij niet weet. De verschillen in vijf wolkensoorten herkennen (al ging dat misschien over een digitale “cloud” maar dat zijn dan weer de gaten in mijn kennis), de ethiek achter het vervaardigen van farmaceutische producten, en hoe kunnen vliegtuigen eigenlijk vliegen.
Of de dood aan iedereen. Dood aan kampioenen, dood aan verliezers. Dood aan radikalen, parasieten, minnaars, pacifisten, anachronisten, altruïsten, alpinisten, chefs komma’s kannibalen proletariërs hackers deutragonisten ballingen statistici senators filantropen rokkenjagers voorvaderen schoonheidsspecialisten micromanagers generaals samenzweerders apothekers conformisten botanisten wandelaars wezels weerwolven stropers freelancers kraaglozen necrofielen imitators.
Of. Het loutere bestaan, al is het maar in Rios’ hoofd van Señora Schadenfreude – de perfecte vrouw. Een madonna met een parasolletje.
Of gewoon de vele prachtzinnen. Zinnen als “Een jongen wordt een man, wordt iemand anders, terwijl zijn bibliotheek groeit, verschrompelt zijn cognitie”; “Het ergste is al gebeurd, maar het verschrikkelijkste moet nog komen”; “’[W]e ademen zuurstof in, onbelangrijkheid uit.”.
Geef toe: in veel “gewoon” proza kom je dit soort pracht niet zo veelvuldig tegen.
En een ander mooi ding aan de korte hoofdstukken, p’don prozagedichten, is dat Salinas veel te raden overlaat. De moord die er wel of niet was. Het vaderschap. Maar zelfs de naam. Larry Rios blijkt niet de echte naam van de hoofdpersoon; hij noemt zich alleen maar zo. Omdat Larry zijn favoriet was bij the three stooges, en omdat “Rios” precies die exotische klank heeft die past bij zijn modderig-groene ogen (hij is uiteindelijk een Chicano dichter!). Maar Larry Rios was ook de naam die hij op een grafsteen zag toen hij een wat merkwaardig onderonsje had met zijn toenmalige geliefde Tina Sandiego. Een latere ex, maar wel de ex van voor de ex.
Wie hij is.
Wat zijn leven is.
Wat het droomleven is.
(naja dat had iets te maken met wat Larry Rios’ vader (ook een dichter – hij schrijft alexandrijnen over het meisje dat hij (per ongeluk? ook dat wordt niet echt duidelijk) dood heeft geschoten in Vietnam) ooit zei: dertig seconden is alles wat je nodig hebt om alles te weten te komen wat je weten moet over iemand, maar breng een droomleven ermee door en je zult haar nog even slecht kennen als jezelf)
Hoeveel chaos een schrijver kwijt kan in 101 woorden.
Wel, de lezer eindig bij het honderdeneerste woord vaak op een volstrekt andere plek dan waar hij begon. Neem bijvoorbeeld de keer dat Larry Rios zich zit te ergeren over een boekbespreking in The New York Times. Je denkt misschien nu komt het. Nu krijgen we een tirade tegen critici, of misschien wel tegen letterkunde in het algemeen maar ineens is Larry Rios bij Starbucks en slaat hij een niks met literatuur of letterkunde te maken hebbend praatje met een verkoopster. Ik ben hier nu een vaste gast hè?, zegt hij. En de verkoopster: We zijn allemaal wel ergens een vaste gast. Waarop Larry Rios zich bedenkt hoezeer dat klinkt als het B-kantje van een hitje van Rolling Stones. Maar het is een Engelstalig boek, dus stel u Mick Jagger voor die zingt We Are All Regulars Somewhere en ik zweer u, voorwaar ik zeg u, ik zweer u: u zult het hem horen zingen, onze Mick, traag, heupwiegend, zingend We Are All Regulars Somewhere We Are All Regulars Somewhere; van literatuurkritiek via koffie naar niet-bestaande liedjes van Rolling Stones, zo grillig kan het zijn in 101 woorden.
Of neem. De gedeelde sterfdatum van Shakespeare en Cervantes. Wat Rios’ zich daar zoal bij afvraagt en voorstelt. In hoe weinig woorden kan een schrijver een karakter tot leven brengen? Een boom valt in het bos, een latino hoort het – folklore. Een boom valt in het bos, een gringo hoort het – onweerlegbare waarheid. Een boom valt in het bos, een kikker hoort het – stil trauma. Honderd? Leunend tegen je boekenkast, dromend dat je wordt verpletterd door boeken. Drieëntwintig? Alles scheef, alles plat gemaakt door de hielen van de tijd. Zeven? Alles verspreid, alles uitgespuwd door de hielen van de tijd. Het Hopeloze Romantische Redundantie Departement. Tien? 23 april 1616.
Soms werken de honderdenéén woorden echter tegen hem: enkele hoofdstukken / prozagedichten blijven wat hermetisch; iets meer uitleg zou hier en daar best welkom zijn geweest. Maar misschien zit dat ook in Salinas’ onnavolgbare taalgebruik. Bijtertjes voor tanden, “fudge” voor “fuck”, probeert hij lullig te zijn of past dit in de eisen die een schrijver aan de taal moet stellen van zodra hij zichzelf een grens stelt?
Wat maakt het uit? The Dream Life Of Larry Rios is hoe dan ook ee uniek boek. Soms moet een schrijver zich klaarblijkelijk een grens stellen om waarlijk welsprekend te zijn.
Flaptekst van de Alex Z. Salinas debuutroman
Larry Rios, Chicano poet extraordinaire, has a crick in the neck, a bone to pick with literature, a sword-swallowing frog named Yuks on the brain and a murder under his belt, possibly. Then there’s The Snake-Haired Lady, who won’t seem to go away. And don’t get ol’ Larry started on his ex—it’s a sad, funny story narrated in 101-word chapters. Wait. Is “Larry Rios” his real name? Does he know Jeet Kune Do? Is The Dream Life of Larry Rios some highbrow metaphysical caper? Dear reader, yesterday’s in the bag and tomorrow isn’t guaranteed, so just read the book, okay?
Alex Z. Salinas was born in Corpus Christi, Texas, and lives in San Antonio. His fiction and poetry have been nominated for the Pushcart Prize and Best of the Net Anthology. Salinas earned an M.A. in English Literature and Language as a Distinguished Graduate from St. Mary’s University. He is the author of four volumes of poetry and a book of stories. His poetry collections include WARBLES (2019); DREAMT, or The Lingering Phantoms of Equinox (2020); Hispanic Sonnets (2023); and Trash Poems (2023). His short-story collection, City Lights From the Upside Down (2021), was included in the National Book Critics Circle’s Critical Notes. For DREAMT, Salinas received a starred review in Kirkus Reviews.
