De geboorte van de Trooster
- Auteur: Anne van Amstel (Nederland)
- Soort boek: gedichten, poëzie
- Uitgever: Prometheus
- Verschijnt: 13 januari 2026
- Omvang; 96 pagina’s
- Uitgave: paperback
- Prijs: € 21,99
- Boek bestellen >
Anne van Amstel De geboorte van de Trooster recensies en reviews
Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De geboorte van de Trooster, het boek met gedichten van Anne van Amstel, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
- “De jury kan over de poëzie van deze laureaat kort zijn: alles in dit werk wijst naar dat ene simpele woord “waarachtig-werkelijk-overtuigend.” (Juryrapport Hollands Maandblad Schrijversbeurs)
Recensie van Tim Donker
Hoe ver kun je komen op een verkeerd been? Want dat is waar Anne van Amstel me op gezet had. Het verkeerde been. Ik dacht, ik wist niet wat te denken. Ik zag dat omslag, ik las iets over een trooster, ik dacht Dit gaat één of ander halfzacht werkje worden. Ik dacht aan esoterie, aan spiritualiteit, aan astrologie. Ik dacht aan alle dingen vreselijk. Of, al wat beter misschien, het boek van een mysticus, iets occults, zoiets als dat prachtige Year of the Inverted Star waar Matthew Kosinski onlangs mee afkwam. Wat ook nog kon, en weeral wat graadjes erger zou zijn, is zoiets als “literaire fantasy” (want dat, zo heb ik me laten vertellen, schijnt te bestaan).
Dan zou ik nu iets kunnen schrijven als “Ik begon dus met de nodige scepsis aan De geboorte van de trooster”. Maar die zin moet ik net iets te vaak uit het klavier mijner laptop rammen de jongste tijd. Bovendien is er een punt waarop “de nodige scepsis”, want, zeg nu zelf, hoeveel scepsis is precies de nodige scepsis?, een punt dus, waarop “de nodige scepsis” zoiets als weerzin begint te naderen en ik kan u zeggen dat Van Amstel dat punt aanvankelijk griezelig dichtbij leek te zijn.
Ik zeg aanvankelijk.
En ik zeg leek te zijn.
Want.
Ziet u, toen ik, hoeveel jaar geleden nu alweer, voor deze site begon te schrijven, heb ik mezelf een principe gesteld. Stapels boeken landden ineens op mijn recenseertafel. Ik was dat niet gewend. Ik was gewend mijn boeken te kopen. Of te bestellen. Niet zelden vanuit het verre Amerika. In boekhandels blader je boeken door, je leest een hiere of een daare passage; wat ik bestelde probeerde ik ook in te zien, het alles sloot een miskoop nooit uit maar wat ik kocht was te overzien en als ik het echt heel erg goed vond, schreef ik erover op een site elders. Maar de immer aanwassende recenseerstapels bevatten van alles en lang niet alles ervan behoort tot het soort literatuur dat ik doorgaans lees. Dan gaan mensen al snel wauwelen over comfortzones, of ze beginnen over een doos en dat je daarbuiten moet denken (ik zit nooit in een doos als ik denk) (ik zit sowieso vrij zelden in een doos), of weet ik veel wat, naja, wat blijkt is dat je iets waarvan je weinig tot niets verwacht toch heel mooi kunt vinden. Dus moet een besprekerken alles een kans geven, zelfs al sloft het besprekerken met lood in zijn schoenen naar zijn leesstoel, want wat heeft hij nu weer aan zijn recenseertafel gehangen gekregen, wie geeft hem dat nu, wie schrijft dat nu, wie leest dat nu, al die vragen en toch – lezen zal hij lezen doet hij. Al moet ik toegeven dat ik het minimum aantal pagina’s dat ik gelezen moet hebben vooraleer ik een boek een in mijn ogen “eerlijke kans” gegund heb steeds verder teruggeschroefd heb. Het waren er ooit vijftig. Want als de schrijver me in de eerste vijftig pagina’s niet heeft kunnen aanspreken, gaat hij het nooit doen. Misschien kiest een schrijver een wat ongelukkig begin, misschien moet je een stijl nog een beetje aftasten, misschien neemt het een beetje krijgen gewend aan, misschien komt het traag op gang, misschien moet het allerinnemendste personage nog geïntroduceerd worden, misschien behoeft het nog maar twee verhaalwendingen om het interessant te maken maar in vijftig bladzijden moet dat alles toch wel bekeken zijn, niet? (mijn ooitmalig buurman, Sergio, had het over nog veel meer pagina’s, een honderdtal docht mij, of meer nog, ik kan het hem niet meer vragen hij is mijn buurman niet meer hoewel ik het was die wegging maar dat heeft me altijd al vrij veel geleken), naja, met zoveel stapels te gaan nog, het kan ook wel minder dan vijftig bladzijden zijn misschien, wat zou ik me moe worstelen terwijl er verder naar onderen in de stapel nog veel moois ligt te wachten misschien, een bladzijde of dertig of twintig of tien is ook wel genoeg om een gefundeerde mening te vormen nietwaar?
De geboorte van de trooster krijgt dus in ieder geval mijn aandacht gedurende een pagina of wat, Anne van Amster schreef bovendien Trapezista en dat boek herinner ik mij als lang niet kwaad. Zwijgen dus en lezen nu.
Er is een Parakleta die “met de trage hartslag van een vinvis” “haar baan om de aarde” zwemt; een bladzijde later stelt AvA (waarin men moeiteloos Anne van Amstel herkent) de vraag: “Wat is er geworden van de kinderen die hun juf zagen ontploffen?”. Oké. Ik ben geïntrigeerd. Het lezen is geen werk meer nu, niet langer het principieel halen van een quotum. Het lezen is nu gewoon lezen. AvA heeft me bij de hand genomen en voert me mee.
Hier wordt het verhaal verteld van Elisabeth Dorothea Parr. Ook gekend als Lili. Ook gekend als Parakleta. Ze werd te vondeling gelegd bij een nonnenklooster, bleek al snel een voorlijk kind te zijn. Ze sloeg drie klassen over en werd op Concord High leerlinge van Christa McAuliffe, de lerares die in 1986 aan boord was van de spaceshuttle Challenger die kort na de lancering ontplofte. Het was de bedoeling dat McAuliffe via het project “leraar in de ruimte” kinderen vanuit de ruimte zou onderwijzen en ze op deze manier ook warm zou maken voor ruimtevaart. Zodoende werd er op veel scholen naar de lancering gekeken; massa’s kinderen waren getuige van de ramp. Ik wist dat eerlijk gezegd niet, of als ik het wel wist (ik was twaalf toen dit gebeurde) ben ik het weer vergeten. Maar de ramp met de Challenger was echt, en ruimtevaart bestaat, en nonnen bestaan, en televisie bestaat, en Amerika bestaat, en met al deze elementen smeedt Anne van Amstel, p’don ik bedoel natuurlijk AvA een “poëtische novelle” (welja) die me in beginsel niet direct esoterisch leek. Lili, zoals astronaut Elisabeth Dorothea Parr liefkozend wordt genoemd (evenals haar jammerlijk omgekomen juf meteen een publiekslieveling), heeft tot taak een ISS-module te repareren. Hiervoor moet ze via een mangat het ruimteschip verlaten; al zwevende de reparatiewerkzaamheden uitvoeren. Vanover heel de wereld wordt gekeken hoe Elisabeth uit het ruimteschip komt. Ze spreekt de aarde toe. “I love you all. Don’t ever forget that now.”, zegt ze. Dan gespt ze haar “lifeline” los. En weg zweeft ze. Weg van het ruimteschip. Weg van de aarde. Weg van de mensheid.
Omdat de hele wereld toekijkt, heeft de hele wereld een mening over wat er daar gebeurde. Deskundigen zijn uiteraard niet meer weg te branden van de buis, want only an expert can deal with the problem. Laurie Anderson zei het al. Al snel wordt duidelijk dat Lili zich opzettelijk losmaakte, er kan geen sprake zijn van een ongeluk. Is het zelfmoord of andere waanzin? Deskundigen bemoeien zich, de president van Amerika bemoeit zich, landen nemen stelling, burgers hebben stellige meningen. Er zijn er die in Parakleta, zoals Lili al snel komt te heten, een martelares zien, een ziener, een heilige. Miljonairs zien er de allerultiemste zelfmoord in en zijn bereid grote bedragen neer te tellen voor hun eigen “ruimtesuïcide”. Er zijn er natuurlijk ook die Parr als uitschot zien, een aanstelster die ondenkbaar egocentrisch drama heeft gemaakt en daarmee heel veel belastinggeld verspilde. Er komen duiders. Wat betekende een vlag die ze vasthield? De duif? Vredesduif of iets anders nog? Commercie springt erop in; duiven zijn niet meer aan te slepen. Televisie doet vierentwintig uur per dag verslag van alles wat maar enigszins te maken heeft met Lili. Leeft ze nog? Hoelang kun je eigenlijk overleven, zwevend in de ruimte? Waarom deed ze wat ze deed? Er is rep. Er is roer. De president wil Lili uit haar baan schieten. Massale verontwaardiging, demonstraties, duiven die op alle pleinen in de wereld de lucht ingelaten worden, oproerpolitie die gericht schiet, eerst op duiven, later eenvoudigweg op burgers. Soon there will be shooting at unarmend men, en dat is ook een hele goede seedee.
Hierin is De geboorte van de trooster sterk, heel sterk. Het toont heel duidelijk de drie gangbare manieren waarop er altijd weer gereageerd wordt op internationale gebeurtenissen. Totale onderwerping, devotie, kritiekloos geloof (bijvoorbeeld in het heersende discours, in wetenschap, in overheden, in (een nieuwe) religie); alles op het fanatieke af zodat andersdenkenden of sceptici almeteens als moreel verwerpelijk worden gezien (of “wapppies” voor die materie). Dat is één manier om om te gaan met gebeurtenissen die het gemiddelde voorstellingsvermogen te boven gaan. Een andere heeft te maken met hebzucht. Gewin. Materialisme. Als verklaringen niet meer toereikend zijn, laat de economie het dan maar overnemen. Als je er niets aan kunt veranderen, kun je er altijd nog aan verdienen. Het boek laat zich gedeeltelijk lezen als televisieverslagen; verslagen die veelvuldig worden onderbroken door reclameboodschappen. Ook ellende kan geld genereren (juist ellende misschien zelfs wel). De laatste manier is favoriet bij overheden: repressie. Geweld. Onderdrukking. Alles wat we niet begrijpen, slaan we dood. Wat afwijkt, moet geëlimineerd worden. Wees niet die eigenwijze Nederlander – Rutte zei het al. Het moet in een hokje. En anders moet het maar kapot.
Maar omdat Parakleta ook wijd en zijd vereerd wordt, zegt De geboorte van de trooster ook veel moois over religie. Misschien raakt het via apocriefe en deuterocanonieke boeken (wat wel en niet tot enige bijbel mag horen is iets dat me altijd gefascineerd heeft), hindoeïstische en tantrische geschriften aan theosofie (er moet een oerbron zijn waaraan alle oerbronnen ontspruiten); een gedacht waardoor Yann Martel zich ook al liet inspireren toen hij Zoon van Niemand schreef. Parakleta is echter onmiskenbaar een vrouw, dus AvA zegt vooral veel over thealogie. Waarom zijn zoveel religies zo buitengemeen patriarchaal? Wat heeft het voor betekenis om het goddelijke als vrouwelijk te denken? In één van haar noten (het notenapparaat moet u vooral niet overslaan want het bevat echt heel veel interessants) schrijft Van Amstel: “Allah en Jahweh hebben officieel geen gender, ook de christelijke God niet, maar in praktijk zijn er maar weinig gelovigen die niet spreken van ‘Hij’ en ‘Hem’, een grammaticale vorm die het godsbeeld sterk heeft beïnvloed.” – zou het door religie gekatalyseerde sexisme louter een gevolg van grammatica zijn? En omdat Parakleta naastenliefde en begrip predikt, zegt De geboorte van de trooster natuurlijk ook zo wat over oorlog en vrede, en de agressieve aard van het mensdier.
Al vind ik de passages waarin Parakleta sprekend opgevoerd wordt, niet het sterkst in De geboorte van de trooster.
Sja.
Ik weet niet.
Kun je de grenzen van de geloofwaardigheid tarten zonder de maatschappijkritische laag aan te tasten? Ja er is metaforiek, er bestaat zoiets als symbolisme. Je kunt ook op indirecte wijze een punt maken. Science fiction, surrealisme en absurdisme kunnen heel goed over een konkrete leefomgeving, en een specifieke tijd gaan. Maar hier wringt het naar mijn gevoel toch een heel klein beetje. Een vrouw die feitelijk allang dood had moeten zijn, spreekt heel de wereld toe. En de hele wereld luistert. En Parakleta lijkt ook te weten wat er op aarde speelt, dus de communicatie werkt beide kanten op. Zoals het een echte God betaamt ja. Maar als God spreekt, luistert lang niet iedereen en zelf lijkt hij af en toe toch ook wel een beetje Oost-Indisch doof (mag deze uitdrukking nog of is dat langzamerhand veel te onwoke geworden?). Het is ook een beetje obligaat, zo’n messias die verkeerd begrepen wordt, een roepende in de woestijn is. Met monologen die mij ook iets te prekerig zijn. Maar misschien kun je een domineesdochter die het evangelie wil vernieuwen het niet euvel duiden af en toe te preken.
Maar er is nog iets, en dat heeft te maken met taal. Zolang Parakleta zwijgend in de ruimte zweeft, is ze voorwerp. Iedereen speculeert, analyseert, vormt meningen, fulmineert op sociale media of dweept ongebreideld met Parakleta. Dat is hoe dingen gaan, en dat is waarom De geboorte van de trooster zo sterk is. Maar kan er een teveel aan taal ontstaan? Zegt Jan Arends niet “Een boom is geen taal. Een getekende boom is taal.” (ja dat zegt Jan Arends wel, in Lunchpauzegedichten zei hij dat en dat weet je allemaal best, Donker, dus stop te vragen naar de bekende weg – uw moeder moest dat vroeger al iets te vaak tegen u zeggen toen gij nog een kinderken waart). Zo ook is Elisabeth Dorothea Parr geen taal, Parakleta is taal. Maar als zij als taal nog begint te spreken, wordt het teveel taal. In plaats van als symbool aan ieders fantasie te appelleren, drukt ze zich woordelijk uit. Daarmee wordt Parakleta als fenomeen gedeeltelijk gedemystificeerd, Wat ze zegt, verschilt daarenboven niet zoveel van wat menig een messias voor haar al zei. Langs de andere kant heeft Van Amstel door deze grenzen van de taal te bewandelen, weliswaar onbedoeld, misschien wel eenvoudigweg nog een laag aan De geboorte van de trooster toevoegd.
Waar een klein boek vol van kan zijn. Waar het van overloopt. Filosofie, religie, politiek, poëzie, wetenschap, feminisme, geschiedenis. Dat. Hoe wonderschoon dat toch is. Dat is literatuur, mensen. Dat kan allemaal met literatuur. Hou allemaal onmiddellijk op met dat kijken naar dat Netflix van jullie. Ga lezen. Te beginnen met De geboorte van de trooster.
Flaptekst van de nieuwe Anne van Amstel dichtbundel
Met de trage hartslag van een vinvis
zwemt Parakleta haar baan om de aarde.
In De geboorte van de Trooster gaan we de kosmos in, vondeling Lily achterna. Ze is een leerling geweest van juf Christa, die omkwam bij de ramp met de spaceshuttle Challenger. Lily zelf wordt ook astronaut, maar wat gebeurt daar voor het oog van de wereld bij het ruimteschip? ‘Mijn God, ze is los!’ Zo wordt ze Parakleta, middelaar, toevlucht, trooster voor de belaagde mens.
Anne van Amstel heeft in haar werk altijd haar betrokkenheid bij de wereld van vandaag laten zien. Maar in dit wonderbaarlijke werk – is het poëzie, proëzie of nog iets anders? – ontpopt ze zich tot apostel. Thealogie vervangt theologie in dit overrompelende, onheilige nieuwe evangelie; een goede boodschap in kwade tijden.
Anne van Amstel is geboren in 1974 in een domineesgezin te Hoogeveen. gezondheidszorgpsycholoog, docent postdoctoraal onderwijs en dichter van vier bundels, van Het oog van de storm (2004) tot en met Trapezista (2022). Ze woont sinds haar studietijd in Amsterdam.

