Metal Gear Sonnets
- Auteur: Laurie Eaves (Engeland)
- Soort boek: gedichten, poëzie
- Taal: Engels
- Uitgever: Broken Sleep Books
- Verschijnt: 28 februari 2026
- Omvang: 132 pagina’s
- Uitgave: paperback
- Prijs: € 17,99
- Boek bestellen >
Laurie Eaves Metal Gear Sonnets recensie van Tim Donker
Aanvankelijk begreep ik alleen “sonnets”. Sonnetten. Metal gear liet zich pas later ontsleutelen. Dat dit dus gaat over een computerspel, Metal Gear Solid geheten, dat in zijn klassiekste vorm teruggaat als ver als 1987, maar vanaf 1998 vorm kreeg als een blijkbaar veelgespeelde reeks voor Playstationgebruikers. Hum. Ja. Sonnetten en computerspellen, daar heb je in één adem twee zaken waar ik weinig tot niets mee heb.
Maar.
Eerst de sonnetten dan misschien. In zijn nawoord (de “endcredits”, maar daar kom ik nog over te spreken) (hou je paarden) heeft Eaves het over “lettergrepen tellen” dus allicht zijn het technisch gezien allemaal sonnetten (wat een soms wat merkwaardige zinsbouw of woordkeuze zou verklaren) maar de gedichten in Metal Gear Sonnets zien er zeker niet uit als traditionele sonnetten. De vorm wijkt zelfs zodanig af van welke traditie dan ook dat je af en toe kunt spreken van visuele poëzie. Wervelend overheen twee pagina’s, dwars op de bladzij geplaatst, kolommen, spiraalvormig, een omgekeerde driehoek, gedichten die voornamelijk uit leestekens lijken te bestaan; bij een eerste doorbladeren alleen al laat Metal Gear Sonnets mijn bloed sneller stromen. Iemand die zoiets mufs als de sonnetvorm zozeer naar zijn hand kan zetten dat er iets geheel nieuws ontstaat, verdient mijn volledige aandacht.
Zelfs al gaat het dan om een computerspel.
Mijn zoon, toch een “gamer”, zoals dat geloof ik heet, is daar trouwens niet een goed Nederlands ekwievalent voor, computerspelletjesspeler lijkt niet eenzelfde lading te dekken, kende Metal Gear Solid niet, misschien niet verbazingwekkend want hij heeft geen Playstation, maar toch, hij kijkt ook vaak youtubevideo’s over computerspellen, dus, dacht ik, misschien heeft hij er ooit van gehoord, maar dat had hij niet, ik zei het is een reeks het bestaat al vanaf 1998, dan is het alweer ouderwets zei hij, ik zei dat het recentste deel vorig jaar nog is uitgekomen maar dat maakte niets uit: Metal Gear Solid was al ouderwets verklaard, vreemd hoe oud ik me voel op zulke momenten want computerspellen zijn voor mij per definitie al hypermodern (en dan een flits van inzicht: zou het daarom zijn dat Eaves voor zo’n oeroude dichtvorm gekozen heeft?), toen Nuclear Assault in 1986 kwam met hun Game Over-elpee had ik slechts de vage associatie dat het iets was wat in beeld verscheen als je af was bij een computerspelletje (maar Nuclear Assault gebruikte het op een veel apocalyptischere manier)(en hoe raak mijn lijntje naar Nuclear Assault is, zal later nog blijken), misschien kan iets op een hypermoderne manier ouderwets zijn, en misschien dat Eaves daarom, en misschien zegt dit iets, en misschien gaat het wel, of misschien gaat het niet.
Kun je uiteindelijk niets anders doen dan toch maar beginnen met lezen.
(een lichte huiver wel, dat die schone vormgeving misschien door de inhoud toch nog om zeep geholpen zou worden) (soms maakt meer informatie dingen alleen maar kapot) (en misschien dat Eaves daarom, en misschien zegt dit iets, en misschien gaat het wel, en misschien gaat het niet)
Het verhaal is waarlijk hollywoodiaans. Een kerncentrale in Alaska wordt bezet door terroristen, er zijn gijzelaars, er wordt gedreigd een atoombom af te schieten op Amerika, een speciale eenheid, FOXHOUND geheten, moet dat voorkomen, de terroristen onschadelijk maken, de gijzelaars bevrijden. Maar zoals dat gaat, er zijn verborgen agenda’s, er is een mol met een extra opdracht, misschien komend van de president zelve, misschien zou het beter zijn als FOXHOUND dit ook niet overleeft. Zoiets, denk ik, ik heb niet zo’n goed brein voor diergelijke plots, ze vervelen me, en interessanter is dan ook wat Eaves met die gegevens doet.
Hij brengt de personages uit het spel tot leven met persoonlijke geschiedenissen, herinneringen, overwegingen, gedachtegangen, angsten, twijfels. Die haalt Eaves niet allemaal uit Metal Gear Solid; hij sampelt er ook de nodige boeken doorheen – fictie zo goed als beschouwelijk. En meer nog. Een flard uit het BBC-nieuws over Tsjernobyl. Een lemma uit de Encyclopedia Brittanica over de waarschijnlijk door Amerika ontworpen en waarschijnlijk tegen Iran gerichte computerworm Stuxnet. Liedteksten. Andere computerspellen. Nieuwsfeiten. Het is duidelijk dat hier meer op het spel staat dan een computerspel alleen (niet grappig bedoeld). Eaves noemt Metal Gear Sonnets in zijn eerder genoemde “end credits” wel (een beetje al te) bescheiden “fanfictie”, maar Metal Gear Sonnets is duidelijk niet zonder politieke, sociologische en misschien zelfs wel (kunst)filosofische implicaties, aangezien het zich onophoudelijk wendt naar “de echte wereld” zoals het achterplat dat noemt. Uw echte wereld evenzeer: “boss Psycho Mantis” spreekt op enig moment de lezer als poëzieliefhebber toe, noemt daarbij een heel scala aan interessante poëzieuitgeverijen (een opsomming waarin Broken Sleep uiteraard niet ontbreekt). Pagina’s later is er een vraag naar wat werkelijker is: een volledig zelfgemaakte hamburger (je verbouwde zelf het graan, je maalde zelf het meel, je bakte zelf het broodje, het vlees kwam van een koe die je zelf met de hand gevoerd hebt vanaf dat ze een kalfje was) of een kleffe, slappe, lauwe Big Mac van “Maccy D’s” (zoals de “Master Miller” die deze vraag voorlegt aan een “jij” (de lezer of iemand buiten beeld?) de welbekende fastfoodketen noemt) – een vraag die verder gaat dan vlees alleen, en ook nog wel verder dan de dierenrechten die er door de in de “endcredits” genoemde People for the Ethical Treatment of Animals (PETA) aan verbonden worden.
Natuurlijk gaat dit ook om oorlog, macht, nucleaire dreiging (niet voor niets wordt het nawoord gevolgd door een opsomming van enkele ontwikkelingen op nucleair gebied sedert Otto Hahn, Lisa Meitner en Fritz Strassman in 1938 kernsplijting ontdekten). Mij viel echter nog een andere laag op.
Laat ons trager stappen nu.
Metal Gear Sonnets is een fictioneel werk. Geïnspireerd op een computerspel. Een ander fictioneel werk. Daarnaast put het rijkelijk uit andere bronnen. Veelal eveneens fictie. Maar er zijn continu lijnen naar de werkelijkheid. Is het denkbaar dat Eaves ook vragen wil stellen over de wederzijdse beïnvloeding van fictie en werkelijkheid? Wat geeft wat vorm? Makers van fictie putten hun inspiratie doorgaans uit dingen die werkelijk bestaan, hoe surrealistisch of absurdistisch het eindresultaat vervolgens ook mag zijn. Maar druipt fictie op haar beurt niet weer door naar de ons omringende werkelijkheid?
Trager nog.
Deze vraag kwam voor het eerst in mijn hoofd op toen in 1999 stage liep bij het blad Roodkoper. Tijdens zomaar een redactievergadering zat hoofdredacteur Huub O. zich op te winden over mensen die het milieu verpestten door voor hele kleine stukjes de auto te pakken. “En weet je waardoor dat komt?” vroeg hij. Het leek ons, toehoorders, een retorische vraag dus wij, we zwegen. “Door Goede Tijden Slechte Tijden. Daar zien ze personages de auto pakken om alleen maar even naar de bakker te gaan en zo krijgen ze het idee dat dat allemaal maar normaal is!”
Ik voelde dat ik ging lachen dus ik beet op mijn lip.
Het leek me een beetje veel eer voor een soapserie. Die ik bovendien vrij goed kende want ik heb, het is inmiddels lang geleden dus ik durf het nu wel toe te geven, die serie tamelijk lang, misschien wel twintig jaar, gevolgd. Toen ik op de HAVO zat begon het als camp. We keken het allemaal, staken er de draak mee, deden des anderendaags, overacterend, hele stukken na. Daarna werd het gewoonte. God ik ben een zuiger voor gewoontes. Als iets bij mij een gewoonte wordt, ben ik eraan. Dan kan ik er nog maar heel moeilijk mee stoppen. Dat deed ik uiteindelijk wel, een jaar of vijftien geleden, maar in die tijd keek ik nog en ik kon me niet herinneren dat één personage ooit in de auto naar de bakker was gegaan (er ging sowieso nooit iemand naar de bakker) (autoscenes kwamen trouwens ook bijna niet voor). Omdat ik het zo’n simplistische zienswijze vond, vertelde ik het, lachend, die avond aan mijn nicht, met wie ik toevallig uit eten ging. Zij moest ook lachen, en zo zaten we even, beide lachend, aan tafel. Toen zei mijn nicht: “Het is juist precies andersom. Zulke series zijn volledig gemodelleerd naar de werkelijkheid van de massa.” Mij verging het lachen toen, ik zweeg, ik wist ook nog zo net niet of dat wel waar was namelijk.
Vormen werken van fictie onze werkelijkheid of is het andersom?Allicht is het wederzijds.
Hoewel Eaves in zijn endcredits nergens een film noemt (een musical, Chicago, en een televisieserie, Dad’s Army, komen er nog het dichtst bij), geeft de hele plot van Metal Gear Solid (en dus Metal Gear Sonnets) (ja je kunt dit ook als een roman-in-verzen beschouwen) een sterk hollywoodiaans gevoel. Je kunt de ferme stoere personages, waarachtige Rambo’s, zo voor je zien. Helikoptercrashes. Een bom. Soldaten met raketwerpers. Metal Gear (Solid/Sonnets) heeft het allemaal. Film.
Film is pure manipulatie.
Dit boek bevat ook stukken over genetische manipulatie.
Misschien is een gemiddelde overheid tegenwoordig ook niet vies van wat hollywoodiaanse manipulatie?
Wacht, vooraleer u een complotdenker in mij gaat zien. Of erger nog: een wappie (maar een iegelijk die die laatste uitdrukking louter pejoratief gebruikt, verzoek ik nu onmiddellijk te stoppen met lezen). Beer met mij.
Trager stappen nu.
Film is pure manipulatie, ik zei het al, meer nog dan welke kunstvorm dan ook. Heeft u nooit een traantje gelaten bij de Ontroerende Scene in, pak m beet, een disneyfilm? (en om mijn punt te maken noem ik nu maar meteen het ergste van het ergste). Werd u nooit boos, heel erg uit-uw-stoel-opverend boos om het onrecht dat de held in het begin van de film werd aangedaan door de schurken? En gesproken van die schurken, de zogeheten bad guys, die zijn altijd ook zo volkomen slecht in hollywoodfilm, die zouden nog wel zonder een traan te laten een baby kunnen vertrappen. En de anderen, de good guys, ja die zijn zoals we allemaal zouden willen zijn, niet? Die zijn sterk en moedig en vindingrijk en als het erop aan komt nog grappig en sympathiek ook. Die hebben het hart op de juiste plaats (mijn hart staat links, zongen die gasten van Rammstein ooit). En misschien werd u dan ook ooit wel overvallen door zo’n viezig NetGoed-gevoel als de stoere sterke moedige held er, één keer zijn niet te stelpen verdriet overwonnen (kinderen dood, vrouw dood, huis platgebrand, een eventueel aanwezige hond in de vlammen om zien komen), frisch gewassen aan zijn langverwachte wraakneming toekomt. Werd u dan niet door de makers verleid tot affecten die u in politiek of ethisch opzicht feitelijk verwerpelijk zou vinden? Dan kwam dat doordat de wereld door de filmmakers te simpel en overzichtelijk wordt voorgesteld: wat goed is, is alleen maar goed en wat slecht is, is alleen maar slecht. En het slechte is ook werkelijk zo kwaadaardig dat het alleen maar uitgeroeid kan worden, nooit gerehabiliteerd.
Misschien zijn we langs gelijkaardige wegen allang ongemerkt een “genetisch gemanipuleerde mens” geworden – is niet het discours zoals overheden ons het voorschotelen altijd overzichtelijk, simpel en duidelijk? Wat slecht is, wat goed, wat er moet gebeuren, welke veer wie gaat moeten laten, welk gedrag acceptabel is en welk gedrag volkomen onacceptabel?
De kans is groot dat het nooit Eaves’ bedoeling is geweest om dit soort vragen aan te zwengelen maar is dat niet het kenmerk van alle waarlijk goede kunst – het gaat altijd kanten op die de maker nooit heeft kunnen voorzien.
Ondanks de sonnetvorm en ondanks het computerspel is Metal Gear Sonnets me een prachtboek gebleken dat vermoedelijk nog lang in me zal blijven nawerken. Zoiets krijgt denk ik alleen een geniaal dichter voor elkaar: op achterstand beginnen om ver vooraan te eindigen.
Flaptekst van de dichtbundel van Laurie Eaves
On Shadow Moses Island, a black-ops mission unfolds again, but this time in fourteen-line bursts. Metal Gear Sonnets replays the iconic 1998 game as a formally inventive sequence that moves through codec calls, boss battles, hostage scenes and end credits, letting lyric tenderness and brutal comedy share the same frame. Laurie Eaves writes with the precision of a speedrunner and the ear of a poet, turning stealth mechanics into meditation, nuclear threat into contemporary dread, and pixel snow into something that can still cut skin.
These poems break and remake the sonnet again and again: concrete text, glitch-speech, footnotes, and sudden turns into the real world (Chornobyl, Stuxnet, Hiroshima) as the book asks what we save, what we repeat, and what we call heroism when the controller is in our hands.
Laurie Eaves is a writer & editor from the village of Yapton. His work has been published by Bad Betty Press, fourteen poems, Fawn Press & Shooter amongst others. He co-hosts the Dead Darlings podcast & hosts / produces Genesis Poetry Slam, Genesis Poetry Workshop, Homebrew Poetry & the Vogon Slam.

