Claude Lefort Democratie & totalitarisme recensie, review en informatie boek uit 1981 van de Franse filosoof. Op 11 november 2024 verschijnt bij Uitgeverij Boom de Nederlandse vertaling van L’Invention démocratique, geschreven door Claude Lefort. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.
Claude Lefort Democratie & totalitarisme recensie van Tim Donker
Het is koud. En het schemert al. En daar sta ik mijn post te sorteren, en achter mijn rug doet een collega hetzelfde met zijn post. En hoe het zo gekomen is, weet ik niet meer, maar we zijn, al sorterende, verwikkeld geraakt in een politieke discussie. Meer in het bijzonder een discussie over democratie. En als ik opmerk dat de scheidslijn tussen democratie en totalitarisme beangstigend dun is, zegt hij Daar zullen mensen die in echt onderdrukkende regimes leven heel anders over denken. En ik ben verbaasd, want het punt van mijn opmerking was niet dat democratie in zichzelf reeds dictatoriale trekjes heeft (al zou je dat best hard kunnen maken) maar veeleer dat een democratische staatsvorm in bepaalde omstandigheden kan overgaan in een totalitair systeem. Bestaan er immers niet genoeg voorbeelden van democratisch gekozen dictators? Maar dan heeft mijn collega zijn post bij elkaar en rest er nog een groet en sta ik alleen in het depot. En ik had Lefort nog wel willen noemen.
De scheiding van de machten, zo stelt Lefort, maakt dat in een waarachtige democratie de macht, de wet en het weten steeds onbepaald is; elke keer opnieuw vastgesteld moet worden. Er is geen onbediscussieerrbare, van God gegeven Almachtige en Alwetende leider meer die het volk vertelt wat het moet denken. Van deze onbepaaldheid is de hele maatschappij doortrokken en in zekere zin is onzekerheid dus de basis van de democratie. Onder bepaalde omstandigheden kan de onzekerheid echter te groot worden. Tijdens ernstige economische malaise, bij grote (natuur)rampen, (dreigende) oorlog, terrorisme, of, zeg, een griepvirusje, ontstaat er bij het volk behoefte aan duidelijkheid. Orde. Geen verdeeldheid meer, iedereen verenigd onder eenzelfde gedachte, eenzelfde mening. Een sterke leider. Dan is de tijd rijp om een democratie over te laten gaan in een totalitair regime.
In een democratische staat is geen enkele macht nog aan een lichaam verbonden (God is dood en de egocraat ook), de macht is een lege plaats die slechts tijdelijk door stervelingen wordt bezet. Van geen enkele wet zijn de formuleringen onaanvechtbaar; alles moet steeds opnieuw ter discussie gesteld (mogen) worden – zoiets als een “permanente coronawet” is dus al per definitie ondemocratisch.
Zo bezien kunnen democratieën dus ook sluipenderwijs totalitair worden. De oproep van Rutte tijdens de coronacrisis om vooral niet “die eigenwijze Nederlander” te zijn was een ondemocratische, feitelijk totalitaire oproep. Verdeeldheid is een kenmerk van de democratie; wanneer de overheid eist om vooral geen andere mening te hebben dan anderen, begint het eng te worden. Totalitarisme vaart wel bij een duidelijk vijandsbeeld; weten wie de goeden en wie de slechten zijn. Vernietiging van het recht op recht; als bepaalde keuzes bepaalde gevolgen hebben, hoeft het klaarblijkelijk geen verbazing te wekken als binnen een bepaald tijdsgewricht sommigen rechtelozer zijn dan anderen (bijvoorbeeld ongevaccineerden). Er is sprake van het Ene, Ware volk dat pluriformiteit slechts tot bepaalde hoogte toestaat (zoals Woke lief is voor iedereen behalve voor iedereen die niet Woke is). Als het “ware” discours alle macht krijgt, is de macht niet langer een lege (“vacante”) plek en is het totalitarisme -hoe ongemerkt ook- geïnstalleerd.
Dit zijn misschien niet bijzonder opmerkelijke gedachten, maar het verfrissende van Lefort is dat hij vanuit zijn marxistische achtergrond scherp het dictatoriale van communistische staatsvormen in ziet. Meermaals benadrukt hij “de blinde vlek” die links heeft voor het totalitarisme. Veelal wordt “verrechtsing” als problematisch gezien en worden vooral mensen als Thierry Baudet of Donald Trump gekarikaturiseerd. Het Ene Ware volk met zijn duidelijke vijanden; een welhaast calimeroësk Wij Zijn Goed En Zij Zijn Slecht (En Toch Is Het Helemaal Niet Eerlijk), maar linksom is het evenzeer goed mogelijk om in de onderdrukkende val te trappen. Inzake corona, woke of klimaatdebat is zeker niet iedereen in linkse kringen vrij om te zeggen wat hij denkt. De uitholling van democratische waarden is niet, zoals vaak gedacht lijkt te worden, alleen een rechtse hobby – ter linkerzijde loert het gevaar eveneens, en nog onzichtbaarder ook omdat links vaak opgetuigd wordt met weldenkendheid, objectiviteit, wetenschappelijke aanspraken en (slechts ogenschijnlijke) tolerantie (en rechts zou in deze visie alleen opereren vanuit onderbuikgevoelens en populisme).
Intrigerender nog zijn de regels van Tocqueville die Lefort aanhaalt over de verzorgingsstaat: “Boven [de burgers] torent een immense en bevoogdende macht uit die zich als enige belast met de zorg voor hun genietingen en het toezicht op hun lot. Zij is absoluut, nauwkeurig, regelmatig, vooruitziend en zachtmoedig. Zij zou op het vaderlijk gezag lijken als zij, evenals dat gezag, tot taak zou hebben de mensen voor te bereiden op de volwassenheid, maar zij probeert juist niets anders te doen dan hen onherroepelijk in hun kindertijd vast te houden; zij ziet graag dat burgers genieten, mits zij alleen maar aan hun genietingen denken. Zij werkt met genoegen aan hun geluk, maar wil er de enige vertegenwoordiger en de enige scheidsrechter van zijn; zij biedt hun veiligheid, kent en regelt hun behoeften, vergemakkelijkt hun genoegens, zorgt voor hun voornaamste zaken, staat aan het hoofd van hun nijverheid, regelt hun erfopvolging, verdeelt hun erfenissen; waarom kan zij hun niet volledig de moeite van het denken en de last van het leven besparen?” Lefort lijkt deze woorden enigszins weg te wuiven; neemt de idee dat de (democratische) verzorgingsstaat van meet af aan iets totalitairs heeft met een korreltje zout (doet het ergens zelfs als flagrante nonsens af). En wellicht was Tocqueville niet geheel vrij van aristocratische neigingen; de verzorgingsstaat is er niet voor diegenen die door geld, verstand, gezondheid e.d. al zo bevoorrecht zijn dat ze geen hulp behoeven om hun plan te trekken. Vanuit ivoren torens is het goed praten, kun je denken. Maar het inzicht dat de verzorgingsstaat -hoe prachtig het als idee ook is- in haar uiterste consequentie uitmondt in een naar het totalitaire overhellende bemoeizucht lijkt me niet geheel onjuist. Vervang in de hoger geciteerde regels van Tocqueville het woord “genietingen” voor “angst”, en je hebt een aardig goed plaatje van de situatie waar we in het Nederland van nu in zitten. De staat als patriarch; de overheid als vader of voogd die wel even voor al schrijven hoe een goed volk geacht wordt te denken. Steeds met angst als pressiemiddel, want angstige mensen zijn kneedbare mensen. Krijg het volk bibberend van angst onder de tafel. Stuur ze bijvoorbeeld folders over noodsituaties. En dan zitten ze. Wel met z’n allen onder dezelfde tafel, en bibberend om dezelfde angsten. Oorlog. Rampen. Virussen. Vrees steeds alles. Bovendien keert democratie zich in zijn gelijkheidsideaal af van een klassenmaatschappij en stelt het het volk boven het individu. Maar wat is een volk anders dan een verzameling individuen? Hier doet zich de paradox voor dat het volk zichzelf als meester ziet. Deze paradox zag je weeral onder corona het duidelijkst verwezenlijkt: het welzijn van het volk werd opgeofferd om het welzijn van het volk veilig te stellen. In de democratie is de macht van niemand, en dus heeft zij de aard onzichtbaar te woekeren. Het is zoiets als de kat van Schröderer: het is daar zolang we aannemen dat het er is. Of: zolang iedereen meespeelt. Meningen zijn gelegitimeerd op voorwaarde dat zij over de kracht van het getal beschikken.
Democratie als een systeem waarin het volk het volk onderdrukt? Misschien wat zwaar op de hand, maar het vlak kan gemakkelijk gaan hellen wanneer tijden onzeker lijken. Van het diskwalificeren van afwijkende meningen over, bijvoorbeeld, klimaat kijken we immers al niet meer op. Als zelfs een doorgaans zeer weldenkend mens als Bruno Latour al zonder enige gene kan roepen dat klimaatsceptici geen toegang tot het debat meer zouden mogen hebben, staat er toch echt wel iets op het spel. Of, zoals Lefort zegt: “Wanneer politieke, juridische en intellectuele actoren dikwijls de indruk wekken aan orders te gehoorzamen die worden ingegeven door belangen, groepsdiscipline of het verleiden van de publieke opinie, dan moeten we ons zorgen gaan maken over hun corrumperende invloed.” Dan spreken journalisten, juristen en wetenschappers niet langer vrij maar het woord van diegenen wier brood zij eten. Ook daarvan zijn er inmiddels helaas al genoeg voorbeelden aan te wijzen.
Democratie & totalitarisme is geen nieuw boek (hoe zou het ook, Lefort is in 2010 overleden) maar een door Pol van de Wiel en Bart Verheijen gekozen samenstelling van door Lefort geschreven essays over dit thema. Dat verklaart waarom er soms wat overlap in bepaalde teksten zit, en ook het ontbreken van actualiteit (was bijvoorbeeld erg benieuwd geweest naar Leforts ideeën over het coronabeleid). Ook is Leforts schrijfstijl niet altijd even toegankelijk. Het maakte dat ik het boek af en toe moest wegleggen, een enkele keer zelfs voor weken of maanden (het verscheen in 2024, om u een idee te geven). Maar Democratie & totalitarisme is wel een indringend boek, en belangrijk in de manier waarop het de linkse “blinde vlek” klaar toont. Democratie is langs vele, zeker niet alleen rechtse, wegen vatbaar voor totalitarisme. Als vrijheid ons hoogste goed is -en die mening ben ik wel toegedaan- moeten we op ons hoede zijn. Waar zich de valkuilen bevinden, leert Lefort ons. Op het achterplat zegt filosoof Dirk Verhofstadt dat het werk van Claude Lefort een aanrader is voor alle politici en journalisten. Dat onderschrijf ik, maar ik zou eraan toe willen voegen dat iedere geletterde dit boek zou moeten lezen. Zolang tijden onzeker blijven, loopt de “lege” plek van de macht namelijk voortdurend gevaar ingevuld te worden door een “sterke” leider die ons een kant op gaat sturen waar we helemaal niet heen moeten willen.
Democratie & totalitarisme
- Auteur: Claude Lefort (Frankrijk)
- Soort boek: filosofisch boek
- Origineel: L’Invention démocratique (1981)
- Nederlandse vertaling: Bart Verheijen
- Uitgever: Boom Klassiek
- Verschijnt: 11 november 2024
- Omvang: 208 pagina’s
- Uitgave: paperback
- Prijs: € 25,90
- Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris
Flaptekst van het boek van Claude Lefort de filosoof uit Frankrijk
De belangrijkste teksten van Claude Lefort over democratie en totalitarisme bijeengebracht.
In Democratie en totalitarisme zijn de invloedrijkste opstellen van de Franse denker Claude Lefort samengebracht. Lefort laat overtuigend zien dat de kwetsbaarheid van de democratie juist ook haar kracht is. Voor democratie is essentieel dat de macht als ‘lege plaats’ verschijnt. Zij mag slechts tijdelijk bezet zijn, anders dreigt het gevaar van totalitarisme. In de huidige geopolitieke constellatie is het denken van Lefort relevanter dan ooit.
Claude Lefort is geboren op 21 april 1924 in Parijs. Hij was een Franse politiek filosoof, vooral bekend om zijn inzichten over de democratie. Hij gaf les aan onder meer de Sorbonne en de École des hautes études en sciences sociales, waar hij was verbonden aan het Centre de recherches politiques Raymond Aron. Op 3 oktober 2010 overleed Claude Lefort in Parijs.
