Tag archieven: totalitarisme

George Orwell – De leeuw en de eenhoorn

George Orwell De leeuw en de eenhoorn recensie en informatie boek uit 1941 over de verdediging van de democratie tegen het fascisme. Op 20 februari 2026 verschijnt de Nederlandse vertaling van het essay The Lion and the Unicorn, Socialism and the English Genius, geschreven door George Orwell. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

George Orwell De leeuw en de eenhoorn recensies

  • Veroordeeld als een propagandistische poging om links-Brits te betrekken bij de oorlogsinspanning en vanwege de onjuiste voorspelling dat de oorlog niet gewonnen kon worden zonder een socialistische revolutie in Groot-Brittannië. Toch kan het ook worden gelezen als Orwells grootste poging om de waarden te definiëren van het democratisch socialisme waar hij zich van 1936 tot aan zijn dood aan hield.” (University of Notre Dame, 1985)

George Orwell De leeuw en de eenhoorn

De leeuw en de eenhoorn

Zolang de democratie bestaat, verkeert het totalitarisme in levensgevaar

  • Auteur: George Orwell (Engeland)
  • Soort boek: politiek essay
  • Origineel: The Lion and the Unicorn (1941)
  • Nederlandse vertaling: Thomas Heij
  • Uitgever: Boom Uitgevers
  • Reeks: Kleine Klassieken
  • Verschijnt: 20 februari 2026
  • Omvang: 96 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 14,90
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van het boek van George Orwell uit 1941

Hoe verdedigen we onze democratie tegen het fascisme? Daarover schreef George Orwell in 1941, op het moment dat de Engelse steden zwaar werden gebombardeerd door de nazi’s. Met oorlog terug op het Europese continent en opflakkerend fascisme worstelen ook wij tegenwoordig met die vraag. Orwells antwoord: niet met pacifisme of conservatisme. En zeker niet door te blijven handelen met de vijand. Wel met patriottisme en socialisme. Maar hoe precies? Wat is fascisme eigenlijk? En kun je hartstochtelijk van je land houden zonder een nare nationalist te zijn?

In De leeuw en de eenhoorn verbindt Orwell op weergaloze wijze grote politiek-filosofische vragen met kleine alledaagse dingen als de Britse liefde voor bloemen, voetbal en postzegels verzamelen. Een kritische en tegelijk tedere analyse van zijn land, met memorabele oneliners. Dit filosofische kleinood is uiterst actueel door alle debatten over nationale identiteit.

Bijpassende boeken en informatie

Claude Lefort – Democratie & totalitarisme

Claude Lefort Democratie & totalitarisme recensie, review en informatie boek uit 1981 van de Franse filosoof. Op 11 november 2024 verschijnt bij Uitgeverij Boom de Nederlandse vertaling van L’Invention démocratique, geschreven door Claude Lefort. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Claude Lefort Democratie & totalitarisme recensie van Tim Donker

Het is koud. En het schemert al. En daar sta ik mijn post te sorteren, en achter mijn rug doet een collega hetzelfde met zijn post. En hoe het zo gekomen is, weet ik niet meer, maar we zijn, al sorterende, verwikkeld geraakt in een politieke discussie. Meer in het bijzonder een discussie over democratie. En als ik opmerk dat de scheidslijn tussen democratie en totalitarisme beangstigend dun is, zegt hij Daar zullen mensen die in echt onderdrukkende regimes leven heel anders over denken. En ik ben verbaasd, want het punt van mijn opmerking was niet dat democratie in zichzelf reeds dictatoriale trekjes heeft (al zou je dat best hard kunnen maken) maar veeleer dat een democratische staatsvorm in bepaalde omstandigheden kan overgaan in een totalitair systeem. Bestaan er immers niet genoeg voorbeelden van democratisch gekozen dictators? Maar dan heeft mijn collega zijn post bij elkaar en rest er nog een groet en sta ik alleen in het depot. En ik had Lefort nog wel willen noemen.

De scheiding van de machten, zo stelt Lefort, maakt dat in een waarachtige democratie de macht, de wet en het weten steeds onbepaald is; elke keer opnieuw vastgesteld moet worden. Er is geen onbediscussieerrbare, van God gegeven Almachtige en Alwetende leider meer die het volk vertelt wat het moet denken. Van deze onbepaaldheid is de hele maatschappij doortrokken en in zekere zin is onzekerheid dus de basis van de democratie. Onder bepaalde omstandigheden kan de onzekerheid echter te groot worden. Tijdens ernstige economische malaise, bij grote (natuur)rampen, (dreigende) oorlog, terrorisme, of, zeg, een griepvirusje, ontstaat er bij het volk behoefte aan duidelijkheid. Orde. Geen verdeeldheid meer, iedereen verenigd onder eenzelfde gedachte, eenzelfde mening. Een sterke leider. Dan is de tijd rijp om een democratie over te laten gaan in een totalitair regime.

In een democratische staat is geen enkele macht nog aan een lichaam verbonden (God is dood en de egocraat ook), de macht is een lege plaats die slechts tijdelijk door stervelingen wordt bezet. Van geen enkele wet zijn de formuleringen onaanvechtbaar; alles moet steeds opnieuw ter discussie gesteld (mogen) worden – zoiets als een “permanente coronawet” is dus al per definitie ondemocratisch.

Zo bezien kunnen democratieën dus ook sluipenderwijs totalitair worden. De oproep van Rutte tijdens de coronacrisis om vooral niet “die eigenwijze Nederlander” te zijn was een ondemocratische, feitelijk totalitaire oproep. Verdeeldheid is een kenmerk van de democratie; wanneer de overheid eist om vooral geen andere mening te hebben dan anderen, begint het eng te worden. Totalitarisme vaart wel bij een duidelijk vijandsbeeld; weten wie de goeden en wie de slechten zijn. Vernietiging van het recht op recht; als bepaalde keuzes bepaalde gevolgen hebben, hoeft het klaarblijkelijk geen verbazing te wekken als binnen een bepaald tijdsgewricht sommigen rechtelozer zijn dan anderen (bijvoorbeeld ongevaccineerden). Er is sprake van het Ene, Ware volk dat pluriformiteit slechts tot bepaalde hoogte toestaat (zoals Woke lief is voor iedereen behalve voor iedereen die niet Woke is). Als het “ware” discours alle macht krijgt, is de macht niet langer een lege (“vacante”) plek en is het totalitarisme -hoe ongemerkt ook- geïnstalleerd.

Dit zijn misschien niet bijzonder opmerkelijke gedachten, maar het verfrissende van Lefort is dat hij vanuit zijn marxistische achtergrond scherp het dictatoriale van communistische staatsvormen in ziet. Meermaals benadrukt hij “de blinde vlek” die links heeft voor het totalitarisme. Veelal wordt “verrechtsing” als problematisch gezien en worden vooral mensen als Thierry Baudet of Donald Trump gekarikaturiseerd. Het Ene Ware volk met zijn duidelijke vijanden; een welhaast calimeroësk Wij Zijn Goed En Zij Zijn Slecht (En Toch Is Het Helemaal Niet Eerlijk), maar linksom is het evenzeer goed mogelijk om in de onderdrukkende val te trappen. Inzake corona, woke of klimaatdebat is zeker niet iedereen in linkse kringen vrij om te zeggen wat hij denkt. De uitholling van democratische waarden is niet, zoals vaak gedacht lijkt te worden, alleen een rechtse hobby – ter linkerzijde loert het gevaar eveneens, en nog onzichtbaarder ook omdat links vaak opgetuigd wordt met weldenkendheid, objectiviteit, wetenschappelijke aanspraken en (slechts ogenschijnlijke) tolerantie (en rechts zou in deze visie alleen opereren vanuit onderbuikgevoelens en populisme).

Intrigerender nog zijn de regels van Tocqueville die Lefort aanhaalt over de verzorgingsstaat: “Boven [de burgers] torent een immense en bevoogdende macht uit die zich als enige belast met de zorg voor hun genietingen en het toezicht op hun lot. Zij is absoluut, nauwkeurig, regelmatig, vooruitziend en zachtmoedig. Zij zou op het vaderlijk gezag lijken als zij, evenals dat gezag, tot taak zou hebben de mensen voor te bereiden op de volwassenheid, maar zij probeert juist niets anders te doen dan hen onherroepelijk in hun kindertijd vast te houden; zij ziet graag dat burgers genieten, mits zij alleen maar aan hun genietingen denken. Zij werkt met genoegen aan hun geluk, maar wil er de enige vertegenwoordiger en de enige scheidsrechter van zijn; zij biedt hun veiligheid, kent en regelt hun behoeften, vergemakkelijkt hun genoegens, zorgt voor hun voornaamste zaken, staat aan het hoofd van hun nijverheid, regelt hun erfopvolging, verdeelt hun erfenissen; waarom kan zij hun niet volledig de moeite van het denken en de last van het leven besparen?” Lefort lijkt deze woorden enigszins weg te wuiven; neemt de idee dat de (democratische) verzorgingsstaat van meet af aan iets totalitairs heeft met een korreltje zout (doet het ergens zelfs als flagrante nonsens af). En wellicht was Tocqueville niet geheel vrij van aristocratische neigingen; de verzorgingsstaat is er niet voor diegenen die door geld, verstand, gezondheid e.d. al zo bevoorrecht zijn dat ze geen hulp behoeven om hun plan te trekken. Vanuit ivoren torens is het goed praten, kun je denken. Maar het inzicht dat de verzorgingsstaat -hoe prachtig het als idee ook is- in haar uiterste consequentie uitmondt in een naar het totalitaire overhellende bemoeizucht lijkt me niet geheel onjuist. Vervang in de hoger geciteerde regels van Tocqueville het woord “genietingen” voor “angst”, en je hebt een aardig goed plaatje van de situatie waar we in het Nederland van nu in zitten. De staat als patriarch; de overheid als vader of voogd die wel even voor al schrijven hoe een goed volk geacht wordt te denken. Steeds met angst als pressiemiddel, want angstige mensen zijn kneedbare mensen. Krijg het volk bibberend van angst onder de tafel. Stuur ze bijvoorbeeld folders over noodsituaties. En dan zitten ze. Wel met z’n allen onder dezelfde tafel, en bibberend om dezelfde angsten. Oorlog. Rampen. Virussen. Vrees steeds alles. Bovendien keert democratie zich in zijn gelijkheidsideaal af van een klassenmaatschappij en stelt het het volk boven het individu. Maar wat is een volk anders dan een verzameling individuen? Hier doet zich de paradox voor dat het volk zichzelf als meester ziet. Deze paradox zag je weeral onder corona het duidelijkst verwezenlijkt: het welzijn van het volk werd opgeofferd om het welzijn van het volk veilig te stellen. In de democratie is de macht van niemand, en dus heeft zij de aard onzichtbaar te woekeren. Het is zoiets als de kat van Schröderer: het is daar zolang we aannemen dat het er is. Of: zolang iedereen meespeelt. Meningen zijn gelegitimeerd op voorwaarde dat zij over de kracht van het getal beschikken.

Democratie als een systeem waarin het volk het volk onderdrukt? Misschien wat zwaar op de hand, maar het vlak kan gemakkelijk gaan hellen wanneer tijden onzeker lijken. Van het diskwalificeren van afwijkende meningen over, bijvoorbeeld, klimaat kijken we immers al niet meer op. Als zelfs een doorgaans zeer weldenkend mens als Bruno Latour al zonder enige gene kan roepen dat klimaatsceptici geen toegang tot het debat meer zouden mogen hebben, staat er toch echt wel iets op het spel. Of, zoals Lefort zegt: “Wanneer politieke, juridische en intellectuele actoren dikwijls de indruk wekken aan orders te gehoorzamen die worden ingegeven door belangen, groepsdiscipline of het verleiden van de publieke opinie, dan moeten we ons zorgen gaan maken over hun corrumperende invloed.” Dan spreken journalisten, juristen en wetenschappers niet langer vrij maar het woord van diegenen wier brood zij eten. Ook daarvan zijn er inmiddels helaas al genoeg voorbeelden aan te wijzen.

Democratie & totalitarisme is geen nieuw boek (hoe zou het ook, Lefort is in 2010 overleden) maar een door Pol van de Wiel en Bart Verheijen gekozen samenstelling van door Lefort geschreven essays over dit thema. Dat verklaart waarom er soms wat overlap in bepaalde teksten zit, en ook het ontbreken van actualiteit (was bijvoorbeeld erg benieuwd geweest naar Leforts ideeën over het coronabeleid). Ook is Leforts schrijfstijl niet altijd even toegankelijk. Het maakte dat ik het boek af en toe moest wegleggen, een enkele keer zelfs voor weken of maanden (het verscheen in 2024, om u een idee te geven). Maar Democratie & totalitarisme is wel een indringend boek, en belangrijk in de manier waarop het de linkse “blinde vlek” klaar toont. Democratie is langs vele, zeker niet alleen rechtse, wegen vatbaar voor totalitarisme. Als vrijheid ons hoogste goed is -en die mening ben ik wel toegedaan- moeten we op ons hoede zijn. Waar zich de valkuilen bevinden, leert Lefort ons. Op het achterplat zegt filosoof Dirk Verhofstadt dat het werk van Claude Lefort een aanrader is voor alle politici en journalisten. Dat onderschrijf ik, maar ik zou eraan toe willen voegen dat iedere geletterde dit boek zou moeten lezen. Zolang tijden onzeker blijven, loopt de “lege” plek van de macht namelijk voortdurend gevaar ingevuld te worden door een “sterke” leider die ons een kant op gaat sturen waar we helemaal niet heen moeten willen.

Claude Lefort Democratie & totalitarisme

Democratie & totalitarisme

  • Auteur: Claude Lefort (Frankrijk)
  • Soort boek: filosofisch boek
  • Origineel: L’Invention démocratique (1981)
  • Nederlandse vertaling: Bart Verheijen
  • Uitgever: Boom Klassiek
  • Verschijnt: 11 november 2024
  • Omvang: 208 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 25,90
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van het boek van Claude Lefort de filosoof uit Frankrijk

De belangrijkste teksten van Claude Lefort over democratie en totalitarisme bijeengebracht.

In Democratie en totalitarisme zijn de invloedrijkste opstellen van de Franse denker Claude Lefort samengebracht. Lefort laat overtuigend zien dat de kwetsbaarheid van de democratie juist ook haar kracht is. Voor democratie is essentieel dat de macht als ‘lege plaats’ verschijnt. Zij mag slechts tijdelijk bezet zijn, anders dreigt het gevaar van totalitarisme. In de huidige geopolitieke constellatie is het denken van Lefort relevanter dan ooit.

Claude Lefort is geboren op 21 april 1924 in Parijs. Hij was een Franse politiek filosoof, vooral bekend om zijn inzichten over de democratie. Hij gaf les aan onder meer de Sorbonne en de École des hautes études en sciences sociales, waar hij was verbonden aan het Centre de recherches politiques Raymond Aron. Op 3 oktober 2010 overleed Claude Lefort in Parijs.

Bijpassende boeken

Minxin Pei – The Broken China Dream

Minxin Pei The Broken China Dream review, recensie en informatie boek over hoe hervorming het totalitarisme nieuw leven inblies. Op 2 december 2025 verschijnt bij Princeton University Press het boek over de Chinees-Amerikaanse politicoloog Minxin Pei over het opkomend totalitarisme in China onder Xi Jinping. Er is geen Nederlandse vertaling van het boek verschenen.

Minxin Pei The Broken China Dream review en recensie

  • “Minxin Pei has authored yet another major statement about China’s post-Mao trajectory. His provocative and lucid analysis of China’s political evolution after Tiananmen concludes with a fascinating account of the rise of Xi Jinping. It will focus discussions of China’s recent past and likely futures for some years to come.” (Andrew G. Walder, Stanford University)
  • “In this outstanding book, today’s leading analyst of modern China reveals why it has been so easy for Xi Jinping to reinstate a totalitarian system. Minxin Pei shows how an unreformed party-state stood behind the economic miracle and how, in the absence of constraining legal or political institutions, Xi Jinping has found it easy to reimpose rule by fear. Anybody interested in modern China should read this book.” (Martin Wolf, chief economics commentator at the Financial Times)

Minxin Pei The Broken China Dream

The Broken China Dream

How Reform Revived Totalitarianism

  • Auteur: Minxin Pei (Verenigde Staten)
  • Soort boek: Chinese politiek
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Princeton University Press
  • Verschijnt: 2 december 2025
  • Omvang: 324 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: $ 29,95
  • Boek bestellen bij: Amazon / Bol / Libris

Flaptekst van boek over opkomend totalitarisme in China

A provocative book that demystifies China’s great democratic leap backward under Xi Jinping, revealing why the country’s embrace of capitalism has given rise to hard authoritarianism, mass surveillance, and one-man rule instead of democracy as many in the West had hoped.

When China embarked on its transformative journey of modernization in 1979, many believed the country’s turn toward capitalism would put its totalitarian past to rest and mark the birth of a democratic, open society. Instead, China reverted to a neo-totalitarian state, one backed by one of the fastest-growing, most formidable economies on earth. The Broken China Dream pulls back the curtain on the regime of strongman Xi Jinping, revealing why the reforms of the post-Mao era have been reversed on nearly every front—and why the world failed to see it coming.

Exposing the truth behind China’s economic ascendency after the Cultural Revolution, Minxin Pei shows how, following Mao’s death in 1976, Deng Xiaoping strategically deployed the tools of capitalism to preserve the Chinese Communist Party. Deng kept intact the institutional foundations of totalitarianism even as he unleashed private entrepreneurship and courted foreign investment, giving China’s one-party state control of a vast repressive apparatus and the most critical sectors of the economy. Only a fragile balance of power among dueling factions prevented the rise of a totalitarian leader in the two decades after the Tiananmen crackdown in 1989—but this temporary equilibrium collapsed.

Essential to understanding today’s China, this meticulously researched book is a sobering account of why the country’s reformers and institutions could not stop a shrewd and ruthless politician like Xi from resurrecting dormant totalitarian practices that, for the foreseeable future, have spelled the end of the dream of a free and prosperous China.

Bijpassende boeken

Laurence Rees – In de geest van de nazi’s

Laurence Rees In de geest van de nazi’s recensie en informatie over de inhoud van het boek met 12 waarschuwingen uit de geschiedenis. Op 9 oktober 2025 verschijnt bij Uitgeverij Ambo | Anthos de Nederlandse vertaling van The Nazi Mind, het boek van de Britse historicus Laurence Rees over de opkomst en uiteindelijke
ondergang van de nazi’s. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Laurence Rees In de geest van de nazi’s recensie

  • “Rees wil zijn lezers expliciet waarschuwen dat alles een stuk fragieler is dan we geneigd zijn te denken.” (Bas Heijne, NRC ●●●●)
  • De wereldberoemde historicus Laurence Rees schetst een verleden dat tegelijkertijd een griezelig waarschuwend verhaal is voor onze toekomst als we niet voorzichtig zijn.” (Anthony Scaramucci)

Laurence Rees In de geest van de nazi's

In de geest van de nazi’s

12 waarschuwingen uit de geschiedenis

  • Auteur: Laurence Rees (Engeland)
  • Soort boek: oorlogsgeschiedenis
  • Origineel: The Nazi Mind (2025)
  • Nederlandse vertaling: Catalien en Willem van Paassen
  • Uitgever: Ambo | Anthos
  • Verschijnt: 9 oktober 2025
  • Omvang: 488 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 34,99 / € 18,99
  • Boek bestellen bij: Boekwereld / Bol / Libris

Flaptekst van het boek van Laurence Rees over de gevaren van het nazisme

Hoe konden de nazi’s hun misdaden begaan? Waarom tolereerden gewone burgers de uitroeiing van de Joden? In In de geest van de nazi’s combineert Laurence Rees indringende beschrijvingen
van de geschiedenis met nieuwe inzichten uit de (gedrags)psychologie om enkele van de meest verbijsterende vraagstukken over de Tweede Wereldoorlog te ontleden.

Rees baseert zich op niet eerder gepubliceerde getuigenissen van voormalige nazi’s en gewone burgers. Hij volgt de opkomst en uiteindelijke ondergang van de nazi’s door de lens van ‘twaalf waarschuwingen’, waaronder het verspreiden van complottheorieën, ‘wij-zij’-denken, uitbuiten van racisme en gebruik van religie om legitimiteit te verschaffen aan het autoritaire staatsapparaat.

Laurence Rees is geboren in 1957. Hij was directeur van BBC History Programmes. Hij maakte verschillende bekroonde documentaires over de Tweede Wereldoorlog. Zijn documentaire The Nazis: A Warning from History werd bekroond met onder andere een BAFTA en een International Documentary Award. Voor Auschwitz: The Nazis & the Final Solution ontving hij in 2006 de History Book of the Year Award. Van Rees verschenen in vertaling eerder Een tijd van duisternis en Achter gesloten deuren. In Het charisma van Adolf Hitler gaat Laurence Rees in op het thema dat vele historici genegeerd hebben: Hitlers karakter en persoonlijkheid.

Bijpassende boeken

Giuliano da Empoli – Het uur van de wolven

Giuliano da Empoli Het uur van de wolven recensie en informatie over de inhoud van het boek over de gelijktijdige opkomst van autoritairisme en AI. Op 9 mei 2025 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de Nederlandse vertaling van L’heure des prédateurs het nieuwe boek van de in Frankrijk woonachtige Zwitserse journalist en schrijver Giuliano da Empoli. Hier lees je informatie over de inhoud van het essay, de auteur en over de uitgave.

Giuliano da Empoli Het uur van de wolven recensie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Het uur van de wolven, het essay van Giuliano da Empoli over de gelijktijdige opkomst van autoritairisme en AI, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Giuliano da Empoli Het uur van de wolven

Het uur van de wolven

  • Auteur: Giuliano da Empoli (Zwitserland)
  • Soort boek: politiek essay
  • Origineel: L’heure des prédateurs (2025)
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 9 mei 2025
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 18,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over autoritairisme en AI van Giuliano da Empoli

Politicoloog en Kremlinfluisteraar auteur Da Empoli schrijft een onthutsend essay over de gelijktijdige opkomst van autoritairisme en AI – en wat dit voor onze Westerse democratieën betekent. Als senior-adviseur van president Macron – en daarvoor van de Italiaanse premier Renzi – beweegt Giuliano da Empoli zich al jaren in de hoogste echelons van de internationale politiek.

Dit indringende essay neemt de lezer mee op een even boeiende als angstaanjagende reis door de wereld van autocraten en techtycoons. Da Empoli brengt ons naar de schaduwzijde van de macht, waar alleenheersers uit zijn op de maximale hoeveelheid chaos, waar de heren van de technologie al een andere wereld lijken te bewonen, waar ai oncontroleerbaar blijkt te zijn…

Er is geen twijfel mogelijk, het uur van de wolven heeft geslagen. Giuliano da Empoli kijkt Trump, Musk, Meloni, Orbán c.s. in het gezicht, met de helderheid van een Machiavelli en de verlichte visie van een [echte Europeaan].

Giuliano da Empoli is geboren op 27 augustus 1973 in Neuilly-sur-Seine in Frankrijk. Hij is een Italiaans-Zwitserse essayist en de politiek adviseur van onder meer oud-premier Matteo Renzi. Hij is directeur van de Volta-denktank in Milaan en geeft les aan Sciences Po in Parijs. De Kremlinfluisteraar is Da Empoli’s eerste roman en verscheen in oktober 2022.

Bijpassende boeken

Ian Buruma – In de schaduw van het kwaad

Ian Buruma In de schaduw van het kwaad recensie en informatie over de inhoud van het boek over Eichmann in Jeruzalem. Op 20 juni 2023 verschijnt bij uitgeverij Prometheus in de reeks Nieuw licht het boek In de schaduw van het kwaad, geschreven door Ian Buruma.

Ian Buruma In de schaduw van het kwaad recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van In de schaduw van het kwaad, Eichmann in Jeruzalem. Het boek is geschreven door Ian Buruma. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van het nieuwe boek van Ian Buruma.

Ian Buruma In de schaduw van het kwaad recensie

In de schaduw van het kwaad

Eichmann in Jeruzalem

  • Auteur: Ian Buruma (Nederland)
  • Soort boek: non-fictie
  • Uitgever: Prometheus, Nieuw licht
  • Verschijnt: 20 juni 2023
  • Omvang: 96 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 16,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over het kwaad van Ian Buruma

Vanaf het moment dat Ian Buruma als dertienjarige over de veroordeling van de beruchte SS-functionaris Adolf Eichmann las, heeft het kwaad als fenomeen hem niet meer losgelaten. Hoewel het geweld van de Holocaust het ijkpunt is geworden voor ons hedendaagse begrip van het kwade, ziet Buruma dat er nog veel ontbreekt aan onze opvatting van het kwaad. Hij duikt opnieuw in Hannah Arendts analyse van het proces-Eichmann en komt zo via haar ideeën over de banaliteit van het kwaad en over het totalitarisme uit bij het onbarmhartige kwaad zoals we dat in onze tijd aantreffen in vluchtelingencrises, vreemdelingenhaat en complottheorieën.

‘Politieke tegenstanders zijn niet langer mensen met een ander standpunt, of met andere belangen, maar immorele schurken die men het liefst uit de weg zou willen ruimen. Als bange mensen overtuigd zijn dat ze te kampen hebben met boze machten, dan is het hek van de dam, want dan is alles geoorloofd om zich daartegen te verweren.’

Bijpassende boeken en informatie

Mattias Desmet – De psychologie van het totalitarisme

Mattias Desmet De psychologie van het totalitarisme recensie en informatie over de inhoud van het boek. Op 15 februari 2022 verschijnt bij uitgeverij Pelckmans nieuwe boek van de Vlaamse professor klinische psychologie en schrijver Mattias Desmet.

Mattias Desmet De psychologie van het totalitarisme recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van De psychologie van het totalitarisme. Het boek is geschreven door Mattias De smet. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van dit nieuwe boek van de Vlaamse professor klinische psychologie en schrijver Mattias Desmet.

Recensie van Tim Donker

Noem een groep, en ik sta er buiten. Dat begon al vroeg. Ik kreeg voor het eerst met groepen te maken toen ik als kleuterken in de schoelje moest gaan varen. Vanaf toen tot aan mijn afstuderen (meer dan twintig jaar later) heb ik altijd min of meer aan de zijlijn gestaan van alle klassen waar ik ooit in gezeten heb. Ik ben in dit land geboren maar ik heb me nooit volledig “Nederlander” gevoeld, althans niet zodanig dat ik op koninginnedag / koningsdag in een oranje shirt naar de vrijmarkt ga of juich als het Nederlands voetbalelftal een doelpunt scoort (of überhaupt maar naar de wedstrijd wil kijken als dat elftal in een EK of WK moet uitkomen) of op feestjes graag in een blokje kaas of een schijfje leverworst bijt of ontroerd raak als ik een grote groep mensen het volkslied hoor zingen of vind dat dit “mijn land” is waar bepaalde anderen niet zouden mogen komen. Ik ben een man maar ik ga niet op zondagmiddag mountainbiken met mijn maten, ik sta niet in kroegen Heineken te hijsen en sterke verhalen over vrouwen te vertellen, ik hou niet van voetbal en ik kijk niet naar actiefilms. Zelfs onder diegenen waarmede ik minstens één passie deel: literatuur, of filosofie, of muziek – ben ik altijd weer die zeikerd die er net weer een andere mening op na houdt. Omdat ik het altijd -min of meer gedwongen- van buitenaf heb moeten observeren, heeft groepsvorming me van jongs af aan gefascineerd. Toen ik in 1995 de derde druk van Massa en macht van Elias Canetti in een boekhandel in Eindhoven zag liggen, wist ik dan ook maar één ding zeker. Dat boek moet ik hebben. Ik kreeg het van mijn vader, die naast me stond toen ik het boek zag, oppakte en doorbladerde. Ik kreeg het boek van mijn vader, die iets liefs schreef op het schutblad. Ik kreeg het boek van mijn vader, die er ook nog een wijsheid in krabbelde die ik toen niet geheel bevatte: “the feeling that one can never fulfill the demands of conscience is our common fate”.

Als de woorden die mijn vader me meegaf, ook Massa en macht bevatte ik niet ganselijk. Feitelijk stelde het boek me een weinig teleur. Misschien was ik er te jong voor, misschien las ik het te gretig, misschien doorzag ik de nazistische tendensen van massa’s toen nog niet volledig. Ik weet het niet. Grote delen ervan vond ik verschrikkelijk saai, dat herinner ik me nog wel. Misschien zou ik het eens moeten herlezen maar wie heeft er tijd om boeken te herlezen bij al het schoons & interessants dat er verder nog is, en komt, en komen gaat?

Maar ergens, in de eerste of de tweede paragraaf, werd gesproken over de haast waarmee mensen zich reppen om “daar te zijn waar de meesten zijn”, en die woorden zijn me altijd bijgebleven. Het ging bij Canetti om een letterlijke, fysieke beweging maar in figuurlijke zin lijkt die haast er ook altijd te zijn. Hoe bliksemsnel de hiërarchie in schoolklassen zich vormde, hoe rap iedereen (waarvan de meesten hoogstwaarschijnlijk nauwelijks enige historische onderlegdheid gehad zullen hebben) wist dat de Oekraïners te beklagen waren en Poetin het vleesgeworden kwaad, hoe vlug na uitkomen van die-of-die cd de muzieksnobvrienden op Facebook al wisten dat het een klassieker ging worden, hoe weinig tijd al dat zo-verschrikkelijk-met-elkaar-eens-zijn iedere keer weer blijkt te kosten! Alle mensen zijn de mensen die sneller een mening hebben dan hun schaduw, en het is toevallig steeds weer exact dezelfde mening als die van diegene naast hen, en die daarnaast, en die daarnaast. En wie na langer nadenkt tot een andere mening komt, valt reeds buiten de boot.

De laatste jaren zijn deze meningen dan ook nog eens geglobaliseerd: wie nu een andere mening heeft, heeft geen enkel toevluchtsoord meer, hij valt buiten de globe. Ik suisde niet Charlie, ik vond niet dat de aanslagen op het WTC een dergelijke “war on terrorism” rechtvaardigden en shit, op het eind van zijn ambtstermijn dacht ik ook al een beetje gematigder over Donald Trump.

Moet ik nog even doorgaan?

Ja, ik ga nog even de laatste lezers wegjagen. Dus.

Ik vind dat het gevaar van COVID-19 schromelijk overschat wordt, dat de “maatregelen” disproportioneel zijn en zelfs erger dan de kwaal, dat vaccins niet perse het grote redmiddel zijn, dat alternatieve stemmen gecensureerd worden en ik denk ook niet dat de overheid “ons alleen maar het leven wilde redden”, zoals die druiloor van een Lubach meende.

Niet alle wetenschappers spreken met één tong, niet alle artsen het eens zijn met het overheidsbeleid, en cijfers kunnen op meer dan één manier geïnterpreteerd worden.

Maar de wereld dacht daar anders over, niet?

Keith Richards vatte het in al zijn domheid nog redelijk goed samen toen hij zei dat “we” van COVID-19 zouden kunnen afkomen als we “just” zouden “do” wat “the doctor tells us”. En hij heeft nog het excuus dat hij zijn brein finaal aan gort gesnoven heeft, maar dit was een mening die door honderdduizenden, door miljoenen, door miljarden gedeeld werd! Alsof je ooit van virussen kunt afkomen, en alsof er maar één dokter was in de hele wereld en die dokter zei Laat u nou maar gewoon vaccineren, das voorlopig maar het beste advies!

De algemene mening was -natuurlijk weer eens- lekker simpel en overzichtelijk: corona is hyperbesmettelijk, levensgevaarlijk, dodelijk ook voor kerngezonde mensen, de vaccins zijn de enige weg uit het brandende braambos. iedereen moet hetzelfde doen en hetzelfde denken want dat is sociaal

En dus stemde iedereen in met maatregelen waar geen mens eerder ooit mee ingestemd zou hebben, liet iedereen zich inspuiten met een experimenteel serum waarvan de effecten op langere termijn kan op zijn zachtst gezegd nog onzeker zijn, ging iedereen akkoord met een samenleving waarin andersdenkenden geen leven meer hadden. Want dat zijn de wappies, die moet je bespotten, bespugen, negeren en buiten sluiten.

Dit leefde ook onder weldenkende, kritische, menslievende, tolerante mensen. Mensen van wie je misschien een tegengeluid zou verwachten. Journalisten, filosofen, cabaretiers. Maar iedereen sprak de spraak, en liep het loopje.

Ik ben hier vrienden door kwijtgeraakt. Of minstens één. Want dan kun je honderd keer een aantal van mijn recensies hebben verzameld in een inderdaad bloedmooi boek, dan kun je honderd keer zeggen dat je “fan” bent van mijn schrijfsels, dan kun je een prachtige vrouw hebben en het boek met mijn recensies erin Omdat er post is noemen; als je vindt dat het helemaal in orde is dat ongevaccineerden worden geweigerd in restaurants omdat “bepaalde keuzes bepaalde gevolgen hebben en dat is altijd al zo geweest”, dan ben je vanaf nu tot in lengte van dagen niet meer welkom in mijn huis (en sorry die Tom Waits bootleg gaat dus ook aan je neus voorbij) en dan ben ik maar één millimeter verwijderd van een lucifer, en van alle exemplaren die ik van Omdat er post is  nog in mijn werkkamer heb liggen naar mijn tuinkachel brengen, overgieten met benzine, en wel, ja, die lucifer dus…

Hoe kan er wereldwijd zo’n kortzichtige, zo’n schadelijke, maar toch zo’n eensgezinde mening zijn ontstaan over een virus? Dit is toch niet het eerste virus dat de wereld ooit zag? Mensen kregen eerder griep, en griep kon altijd al dodelijk zijn. Hoe kon angst toch de enige raadgever worden?

Mattias Desmet waagt zich in het briljante De psychologie van totalitarisme aan een verklaring. Desmet is een held. Een mens die ondanks de stormen die het deed ontketenen, waarachtig wilde blijven spreken. Als we ooit in een of andere utopische dan wel dystopische toekomst nog in vrijheid zullen leven, dan zal het te danken zijn aan mensen als Mattias Desmet. Want niet alleen analyseert Desmet wat er achter het huidig naar totalitarisme neigend regime zit – hij tracht ook aan te geven hoe we deze kogel nog kunnen ontwijken (al vind ik het boek op dat punt wel iets minder overtuigend maar daar kom ik nog over te spreken) (misschien) (het voelt alsof dit de recensie gaat zijn die nooit afkomt) (of die, in ieder geval, als hij afkomt, nooit zal zeggen wat ik wilde zeggen) (al wat ik tot nog toe heb gezegd heb ik al niet gezegd zoals ik het wilde zeggen) (waarom moest ik dat zeggen, bijvoorbeeld, hoger, van die groepen, dan gaan de mensen toch denken, dan zullen de mensen toch denken, de mensen zullen denken).

Het begint.

Het begint bij de Verlichting. Ja dat kan. Dan heb je die nog druilerige druiloor die op oudjaar 2021 de televisie mocht komen vervuilen met die liefdeloze, normatieve, stompzinnige en haatzaaiende conference van hem. Ik bedoel dat ventje dat zei dat het niet de dood van God kon zijn, want God had in heel zijn leven nog geen rol van betekenis gespeeld. Alweer is het beeld lekker overzichtelijk (en totaal megalomaan): wat in mijn leven van geen tel geweest is, kan in de wereldgeschiedenis niet belangrijk zijn. Want de geschiedenis begint met mijn geboorte ofzo?

De mens heeft zich in ieder geval toch ooit onder de heerschappij van een God uitgewurmd. De God die bepaalde wat een mens weten, en denken kon. De God die de mens passief maakte omdat Hij hem liet denken dat hij alles te nemen had zoals het kwam, en er zelf geen invloed op uit kon oefenen. Figuren als Galilei, Copernicus en Newton echter, durfden verder te kijken dan Gods neus lang was en durfden naar beste eer en geweten waarachtig te spreken. Te zoeken niet naar dogma’s maar naar waarheden. En gelijk Nietzsche zei: “De waarheid doet pijn omdat ze een geloof vernietigt – niet als zodanig.”

Op zeker moment zal er genoeg geloof vernietigt zijn, ja, en toen was er alleen nog maar wetenschap midst een onttoverde wereld. En dat was het moment waarop wetenschap doorsloeg in haar tegendeel. Ging het er aanvankelijk nog om vooroordelen aan de kant te schuiven en openheid van geest te creëren (durven denken buiten religieuze dogma’s om); door een verabsolutering van het wetenschappelijk denken, is de mens net een beetje te sterk gaan geloven in de mogelijkheid van een “Theorie van het Al”. “De” wetenschap gaat alles oplossen, alles door hebben, alles vinden, alles inzien. Het is daar waar wetenschap eenvoudigweg de nieuwe God is geworden; klaarblijkelijk hebben we toch altijd “iets” nodig waar we blindelings in kunnen geloven (zodat we ons eigen brein het grootste gedeelte van de dag in de standby-stand kunnen zetten). In de woorden van Erich Voegelin: “Science has become an idol that will magically cure the evils of existence and transform the nature of man”.

Maar het probleem is: er is niet zoiets als “de” wetenschap. Net zoals “de” dokter van Keith Richards er niet is. Er is niet één hele wijze man met een witte jas aan, een professor Barabas, die alles weet en alles doorgrondt. Ik dacht dat Feyerabend het al duidelijk genoeg had gemaakt. En dat was nog ver voor 2005. Het jaar van de zogeheten replicatiecrisis. Er kwam aan het licht dat zich onder de oprechte, integere, waarheidslievende witjasmannen ook regelrechte fraudeurs bevonden die maar wat bij elkaar verzonnen en logen en waar nodig “artefacten” namaakten. Het noopte tot een dieper onderzoek en daaruit kwam dat de fraudeurs niet het grootste probleem waren omdat ze een relatieve zeldzaamheid waren. Erger was dat een zeer grote meerderheid van onderzoekers zich bereid verklaarden om hun onderzoeksresultaten aan te passen aan (maatschappelijk) gewenste uitslagen, en een veelheid aan onderzoeken bovendien wemelde van reken- en andere fouten. Wetenschappers zijn ook mensen, mensen met belangen, mensen met verborgen agenda’s, mensen die fouten maken of hun stiel willens nillens verloochenen als de wind uit een andere hoek is gaan waaien.

Wetenschap is als een godheid net even veel (of even weinig) waard als de God die het verbannen wilde. “Blind vertrouwen in de overheid is nooit een goed idee” zei een vriend van mij ergens in het voorjaar van 2020; ik zou daaraan willen toevoegen: “Blind vertrouwen in wetenschap is ook geen goed idee”. Werner Heisenberg had zijn onzekerheidsprincipe en Niels Bohr zei: “When it comes to atoms, language can only be used as poetry.” Wat zeggen wil dat de grootste wetenschappers al langer de grenzen van het wetenschappelijk kennen onderkenden.

Gedurende de pandemie die volgens Giorgio Agamben niet eens een pandemie heten mocht, werd goed duidelijk hoe feilbaar en corrumpeerbaar wetenschap feitelijk is. Desmet beschrijft dat haarfijn in de inleiding van zijn boek:

“Virologen-experts werden opgeroepen als de varken van Orwell -de slimste dieren van de boerderij- om de onbetrouwbare mensen-politici te vervangen. Zij zouden de dierenboerderij met correcte -wetenschappelijke- informatie leiden in tijden van pest. Maar ze bleken nogal wat gewone, menselijke tekortkomingen te vertonen. Ze maakten in hun statistieken en grafieken zelfs fouten die ‘gewone mensen’ niet snel zouden maken. Het ging zelfs zover dat ze op een bepaald moment álle doden als coronadoden telden, ook de mensen die pakweg aan een hartaanval waren gestorven. En ze hielden zich niet altijd aan hun woord. Ze beloofden dat de poorten naar het Rijk der Vrijheid zich zouden openen na twee dosissen van het vaccin, maar toen het zover was, veranderde er helemaal niets en kwamen ze met de noodzaak van een derde dosis aandraven. En net als de varkens van Orwell veranderden ze ’s nachts soms ongemerkt de regels. Eerst moesten de dieren de maatregelen volgen omdat het aantal zieken de capaciteit van de gezondheidszorg niet mocht overschrijden (flatten the curve). Maar op een dag werden ze wakker en stond in witte letters op de muren gekalkt dat de maatregelen verlengd werden omdat het virus moest worden uitgeroeid (crush the curve). De regels veranderden op den duur zo vaak dat enkel de varkens ze nog leken te kennen.”

Daarbij komt dat de varkens die het hardst spraken, erop uit leken te zijn om collega-wetenschappers die de feiten anders interpreteerden dan zij de mond te snoeren. In Stichting Artsen Covid Collectief heeft zich een groep artsen en medici verzameld die juist grote -en mijns inziens terechte- vraagtekens zet bij het coronabeleid, de vaccins en de permanente coronawet. En over de censuur – want nuancering leek in de jaren 2020 en 2021 uit den boze te zijn; elke stem die niet meezong in het grote paniekkoor moest gedempt worden. Het extreem linkse Demokratischer Widerstand verzamelde 250 alternatieve meningen van wetenschappers, juristen, artsen, medici en virologen over corona die haaks staan op wat de gemiddelde deskundige die wél op televisie kwam doorgaans te vertellen had.

De idee was meestal dit (weeral simpel, weeral overzichtelijk): degenen die het overheidsverhaal “blind” geloofden waren de rationeel denkenden die “de” wetenschap aan hun kant hadden (zoals een man in een flatportiek me ooit voorhield); de critici waren de “wappies”, de idioten, de asocialen, de staatsgevaarlijke gekken die zich louter door onderbuikgevoelens lieten leiden en “de” wetenschap negeerden. Want er is maar één wetenschap, en maar één verhaal, en maar één dokter.

(en die angst dan, die angst waar iedereen in meeging, was dat dan geen onderbuikgevoel soms?)

Maar helaas, ook een wappie kon wetenschappelijk onderlegd zijn.

De nieuwe God, wetenschap, is niet omnipotent, en er is ook niet één wetenschapper, maar toch blijft de neiging bestaan om “de” wetenschap als een monotheïsme te benaderen waardoor het hardst verkondigde verhaal -ondanks de vele gaten daarin- als het enige verhaal wordt aangenomen.

Daarnaast is er nog iets gaande wat Desmet “vrij vlottende angst” noemt: in de onttoverde wereld missen mensen zin, samenhang en saamhorigheid. Gevoelens van onheimelijkheid zijn het gevolg; een gevoel dat zich vrij snel laat vertalen in angst ook al is er misschien niet meteen een voorwerp voor die angst aan te wijzen (niemand heeft ooit mooier over angst en vrees geschreven dan Heidegger). Ja. Mag ik nu ook even mijn eigen leven als meetlat aanwenden?: zo lang ik leef, is er altijd iets te vrezen geweest. Toen ik kind was, was er “de bom”: we wisten niet wanneer maar we wisten wel dat er “iemand” vroeger of later op “de rode knop” ging drukken, en dan zou het gedaan zijn met de mensheid. Later was er zinloos geweld, de algehele verloedering, klimaatverandering, migratie, terrorisme en oja, een virus. Een paniekmaatschappij. Zegt, geloof ik, Agamben.

De angst (soms ongearticuleerd aanwezig, dan weer met een duidelijk voorwerp) en het blinde geloof in al wat maar in cijfers en diagrammen gevat kan worden creëerden een stemming die al goed op totalitarisme begon te lijken. Het was immers geen tijd voor filosofie. Zei Rutte. En wees niet die eigenwijze Nederlander. Zei Rutte. Zei Rutte allemaal. Wat zeggen wilde: er mocht niet gedacht worden, niemand moest zijn brein gebruiken, het verhaal zoals het op televisie werd voorgekauwd moest gedachteloos geslikt worden.

Er is een massa gemaakt met één gedachte. Dit is niet van vandaag, massavorming is zo oud als de mensheid maar vanaf de 19e eeuw won het aan kracht. Al in 1895 meesterlijk beschreven door de socioloog en psycholoog Gustave Le Bon: de individuele ziel wordt volledig overgenomen door de groepsziel; een uniformering die gepaard gaat met een bijna absoluut verlies van het rationeel denkvermogen en het vermogen tot kritische afstandsname, ook bij mensen die in normale omstandigheden uiterst intelligent zijn en in staat tot gefundeerde kritiek. De groep maakt het niet uit wat er gedacht wordt, als het maar sámen gedacht wordt! Daarbij is een zekere mate van ritualisme onmisbaar want solidariteit met het collectief eist offers en dan het liefst zo absurd en zinloos mogelijk – zie de gutmensch dít eens over hebben voor de mensheid! Een mondkapje op terwijl hij alleen in de auto zit! Oma in haar eentje laten sterven in het tehuis omdat ze van een bezoekje wel eens ziek zou kunnen worden! Je laten inspuiten met een experimenteel serum! Allemaal ons steentje bijdragen! Want alleen samen krijgen we corona onder controle!

(over dat serum nog even dit: experimenteren op mensen is de prototypische activiteit van totalitarisme)

Enfin, het banale kwaad waar Arendt over sprak is hiermee een feit. Geen nazisme of stalinisme meer maar een nieuw soort totalitarisme, waarin bureaucraten en technocraten de dienst uitmaken. En wetenschappers, dokters, experts – zou ik daaraan toe willen voegen (only an expert can deal with the problem) (zei Laurie Anderson) (only an expert can see there’s a problem) (zei Laurie Anderson ook). Totalitarisme is een poging om de meerduidigheid van menselijke taal te reduceren tot een eenduidig tekensysteem: alleen de cijfers, de cijfers, de cijfers en de cijfers nog van tel. En hoe bizar het ook is dat je als burger avond aan avond te horen krijgt hoeveel mensen er nu weer dood gegaan zijn deze dag – het is nog bizarrer dat al die doden over eenzelfde kam geschoren worden: ook wie dood was gegaan aan een hartaanval was een covid-dode en ging je dood aan een terminale ziekte maar was je bij binnenkomen in het hospitaal toevallig positief getest op corona? Dan was je een covid-dode.

Angst, eenzijdige uitleg en cijferfetisjisme gaven overheden ruimschoots de gelegenheid de lus steeds verder aan te trekken. Agamben heeft het er over hoe gezondheid niet langer een recht is maar een plicht. Het dunkt mij dat dit niet de meest wenselijke maatschappij is. Het dunkt mij dat het niet goed is als overheden de ruimte krijgen om ons te vertellen wanneer onze kinderen naar school mogen, en wij naar ons werk, wie we wel of niet mogen zien en hoeveel afstand we dan tot die persoon dienen te bewaren, op welk uur we binnenshuis dienen te zijn, dat restaurants en cafés ons medisch dossier mogen lichten en ons desgewenst de toegang weigeren en met welke “gelaatsbedekkende kledij” we een supermarkt in dienen te gaan. Het dunkt me dat het niet goed is als wetenschappers gaan beslissen over vraagstukken die feitelijk politiek, sociologisch of ethisch van aard zijn. Meer nog: het dunkt mij dat we niet het soort burger moeten worden dat dit allemaal meer dan oké vindt. Deze remedie is vele malen erger dan de kwaal. Desmet schetst wel een uitweg maar net daar schiet het boek mijns inziens een beetje tekort. Een collega van mij die het niet perse erg eens was met alle maatregelen zei zich toch aan de meeste ervan te houden omdat hij niet asociaal wilde zijn. Dat versta ik, dat versta ik heel goed. Ook ik zette die maffe mondkap op als ik een supermarkt in ging. Ik moest dagelijks zo’n pand in, ik moest eten kopen voor mijn gezin. Ik had geen zin in discussies met winkelpersoneel, vuile blikken van andere bezoekers of misschien zelfs regelrechte ruzies. Ook al omdat ik niet de hele dag de tijd had om mijn dagelijks brood, bloemkool, aardappels en druiven te halen. Ik ken iemand die zijn mondkapje knipte uit een visnet en als hij daarop aangesproken werd (wat hij natuurlijk hoopte) gesprekken trachtte te genereren door te vragen of het voorgeschreven mondkapje nu werkelijker zoveel beter zou beschermen dan het zijne. Ik zou willen dat ik zulke leeuwenmoed had, maar ik heb het niet. In discussies word ik juist steeds stiller. Ik word stiller omdat mijn brein tijd nodig heeft. Ik heb niet onmiddellijk antwoorden op vragen paraat, ik moet het laten gisten in mijn brein, ik moet denken, ik heb stilte nodig.

Ik word ook altijd maar passiever als het hoge woord eruit was: dat ik niet gevaccineerd ben. Waarom heb je je niet laten vaccineren?, vroeg een man in een flatportiek me Ik vond het niet zo nodig zei ik zachtjes. Het is juist heel erg nodig, zei een man in een flatportiek, en hij begon een verhaal over wat er zou gebeuren als ik iemand zou besmetten die “daar minder goed tegen kan”. Dat vond ik raar. Als iemand “daar” “minder goed tegen kan” en die iemand is het soort iemand dat heilig gelooft in de werkzaamheid van de vaccinaties, dan zou die zich inmiddels wél hebben laten vaccineren, peinst me. En, zoals ook een man in een flatportiek toegaf, ook gevaccineerd kan je “het” nog krijgen maar “je wordt er minder ziek van”. En ook gevaccineerden zijn nog besmettelijk. Dan moet ik dus aannemen dat een man in een flatportiek denkt dat “iemand die daar minder goed tegen kan”, gevaccineerd, “het” kan krijgen van een nog altijd besmettelijke mede-gevaccineerde en dat dat voor “iemand die daar minder goed tegen kan” niet zo erg is want hij krijgt “het” nog wel maar hij “wordt er minder ziek van”. Maar als diezelfde “iemand die daar minder goed tegen kan” datzelfde “het” krijgt van ongevaccineerde (en dus onverantwoordelijke) ikke dan is het wel heel erg en kan hij ondanks de vaccinaties toch nog doodgaan want de vaccinaties beschermen alleen indien het virus wordt overgedragen door een gevaccineerde (ook de vaccins zijn klaarblijkelijk solidair met elkaar)?

Iets anders opmerkelijks in zulke discussies vind ik altijd weer dit: als ik het aandurft om te wijzen op de mogelijke gevaren van de vaccins (een discussie die ik liever wel dan niet uit de weg ga), dan worden alle eventuele (schadelijke of dodelijke) bijwerkingen weggehoond want op zoveel gevaccineerden zou dat altijd maar weer een verwaarloosbare hoeveelheid zijn, uit te drukken in een promille van nul komma niks. Maar die ene “iemand die daar minder goed tegen kan” die door jouw misdadige ongevaccineerdheid het loodje zou leggen telt wél voor vele procenten in hun pro-vaccinatie standpunt!

Maar in zulke gesprekken word ik eerder zwijgzaam dan scherp. En daar ligt dan juist Desmets remedie tegen het totalitarisme: het gesprek blijven aangaan. Pluriformiteit, een veelheid aan meningen, is het tegendeel van totalitarisme, immers. Maar misschien is dat een heel klein beetje gemakkelijk gesproken voor academici als Desmet. Die beschikken vaak over een podium. Krijgen een camera op zich gericht misschien, houden lezingen, schrijven artikels. Voor niet-academici is zo’n podium niet altijd een evidentie en dan blijft toch die vermaledijde supermarkt over om te betreden met je visnet-mondkap. Dan moet je een sterke rug hebben, en veel tijd, en liefst misschien ook alleen je eigen mond te voeden zodat geen anderen de inzet worden van jouw “eigenwijze Nederlander” zijn. Of, in discussies met bekenden, een brein hebben dat in ieder geval sneller werkt dan het mijne. Of niet zo gebukt gaan onder de wil “niet asociaal te zijn”.

Daarbij ben ik wat somberder dan Desmet. Ik weet niet of het tij nog te keren is. Je ziet het niet alleen in tijd van corona, terrorisme, klimaatverandering of wokeïsme. Het zit hem ook, bijvoorbeeld, in het verbijsterend enthousiasme waarmee elke nieuwe uitvinding –“gadgets” en dergelijke- omarmd wordt en de vorige nieuwe uitvinding -de cd bijvoorbeeld- weer wordt weggehoond. De grote mars voorwaarts naar een totaal gedigitaliseerde maatschappij en een internet of bodies. En wie niet aangesloten is, heeft nergens meer toegang toe.

Een lichtpunt hierin is een boek als De psychologie van totalitarisme. Maar ook Epidemie als politiek. De uitzonderingstoestand als het nieuwe normaal van Giorgio Agamben. Onder deze titel liet de intrigerende uitgeverij Starfish Books een aantal van Agambens blogs, artikels en met hem afgenomen interviews bundelen en vertalen. Er staan zoveel rake dingen in dat ik hier bijkans gans het boek zou kunnen citeren. In plaats daarvan nodig ik u liever uit het zelf te lezen.

Vertwijfeling is mijn deel. Boeken als De psychologie van totalitarisme en Epidemie als politiek zijn van onschatbare waarde in deze tijd. Bakens, voor mij. Voor een ander zouden het oogopeners kunnen zijn, of zeg: een blikverruiming (of minstens een blikomlegging). De kans dat dat soort van ander – zeg een man in een flatportiek of het soort mens dat het helemaal goed vindt om ongevaccineerden hier en daar de toegang te weigeren want “bepaalde keuzes hebben bepaalde gevolgen en dat is altijd al zo geweest” – deze boeken gaat lezen is echter zeer klein. En ik help ook niet mee door mij meteen aan het begin van mijn recensie al te laten kennen als een notoire eenling (zij het niet geheel uit vrije keus) en daarmee voedsel te geven aan de gedachte dat al die wappies niet serieus te nemen asocialen en dwazen zijn.

Maar misschien de scrollers? Die alleen deze zin zullen lezen: lees De psychologie van totalitarisme. Lees het. Om godswil, lees het.


Mattias Desmet De psychologie van het totalitarisme Recensie

De psychologie van het totalitarisme

  • Schrijver: Mattias Desmet (België)
  • Soort boek: non-fictie
  • Uitgever: Pelckmans
  • Verschijnt: 15 februari 2022
  • Omvang: 272 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 30,00
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van het boek over totalitarisme van Mattias Desmet

Het recht op privacy kalft af, (zelf)censuur neemt in snel tempo toe, de gezondheid van het individu wordt meer en meer een staatszaak, het aantal intrusieve acties door veiligheidsdiensten stijgt exponentieel – de laatste decennia vergroot de greep van de overheid op het privéleven van het individu hand over hand. Het door Hannah Arendt opgeroepen dystopische toekomstbeeld dat na de val van het nazisme en het stalinisme er een nieuw soort totalitarisme zou oprijzen, geleid door saaie bureaucraten en technocraten, tekent zich merkwaardig realistisch af aan de maatschappelijke horizon.

Totalitarisme is geen historische toevalligheid. Het is het logische gevolg van een waanachtig geloof in de almacht van het menselijke verstand; het is het symptoom bij uitstek van de Verlichtingstraditie. Dit boek presenteert een glasheldere psychologische analyse van de historische opkomst van totalitarisme en het ermee verbonden fenomeen van massavorming. Het presenteert daarbij een bijwijlen genadeloze maatschappijkritische analyse van fenomenen als de woke cultuur, de Black Lives Matter-beweging en de angstcultuur die tot een hoogtepunt kwam tijdens de coronacrisis.

Mattias Desmet is professor klinische psychologie aan de Universiteit Gent. Hij heeft een psychoanalytische praktijk en is auteur van boeken als The pursuit of objectivity in psychology en Lacan’s logic of subjectivity.

Bijpassende boeken en informatie