Verbruikt licht roman van Lara Pawson

Lara Pawson – Verbruikt licht

Lara Pawson Verbruikt licht recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Engelse schrijfster. Op 12 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van de roman Spent Light van de uit Engeland afkomstige schrijfster Lara Pawson. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Lara Pawson Verbruikt licht recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Verbruikt licht, de roman van Lara Pawson, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Verbruikt licht is wild, gedurfd schrijven in combinatie met volkomen helder denken, en hoewel verontrustend is het ook komisch, op een bevredigend duistere en absurde manier.” (The Guardian)
  • “Soms afstotend, vaak verleidelijk, altijd resonerend en dwingend.” (The Irish Times)
  • “Lara Pawsons manier van schrijven is briljant, zenuwslopend en schokkend levendig.” (Times Literary Supplement)

Recensie van Tim Donker

Oftewel: hoe misleidend woorden kunnen zijn

Toen ik een jaar of zeventien was, ging ik veel om met een jongen die ik kende van de HAVO. Patrick heette hij, en hij was echt wel mijn allerbeste vriend en misschien zelfs wel de enige vriend die ik ooit gehad heb. Na schooltijd ging we dingen doen. Dat was nieuw voor mij. Om na schooltijd met wie dan ook wat dan ook te gaan doen. We gingen naar de stad om wat rond te hangen. Of we gingen naar mijn huis. Om wat rond te hangen. Of we gingen naar zijn huis. Om wat rond te hangen. Het was één van die keren, en we waren bij hem, en het was vrijdag. We hadden op ons rug op de vloer van zijn kamer gelegen, om naar muziek te luisteren en om wat slap in de rondte te ouwehoeren; gesprekken die zomaar ineens een uiterst filosofische wending konden nemen want we waren zeventien en we waren goed in slap ouwehoeren maar we vroegen ons ook van alles af. We lagen daar. We praatten. We luisterden. We zeiden. En ineens was het laat, dat wil zeggen dat het ineens etenstijd was en dan moest ik dat hele eind terug over die lange lange lange boschdijk en misschien was mijn moeder niet eens thuis, of elders, misschien was mijn vader, misschien waren mijn zussen. Het was vrijdag. De zussen van Patrick. En zijn moeder. Ze vroegen of ik wilde blijven eten, en ik zat, en ik vroeg me af, achja, blijven eten, daar, dan was ik in ieder geval langer bij Patrick en dat was goed want ik hield van Patrick, hij was mijn vriend. Op vrijdag, echter, was het in dat gezin de gewoonte om het avondeten te betrekken bij de plaatselijke snackbar. Ik wist dat niet. Ik kende dat niet. Wij kwamen nooit bij de snackbar, in ieder geval niet om er ons avondeten te halen. Soms, prijze mijn gezegende moeder, kwam zij, mijn moeder, op het idee, veelal in vakanties of tijdens weekenden, in ieder geval op avonden dat niemand vroeg naar bed hoefde, later in de avond op het idee om een zakje friet te gaan halen, dan hadden we al gegeten, dan was de avond al gevorderd, dan hadden we allemaal nog wel ergens zin in, sommige mensen zouden dan een zak chips opentrekken maar mijn moeder liet dan friet halen, en dat was aan mijn vader en mij, dan stapten we in de auto, dan reden we dieper het dorp in, daar was een snackbar, daar gingen we heen, die was nog wel open, daar hadden ze nog friet. En dat was het enige waar ik de snackbar van kende: friet. Dus ze vroegen mij, Patrick en zijn familie, wat wil je hebben van de snackbar en ik zei friet wat iets anders kende ik niet. Dat is een beetje weinig, werd er gezegd, daar moet nog wat bij. Maar ik wist niks van snackbarvoedsel, wij kwamen daar nooit, wij kwamen daar zelden, en als we daar kwamen was het alleen maar voor friet, iets anders kende ik niet. Mijn moeder had het wel eens schertsend over “een berenlul”, daar lachten we dan om, dat had iets te maken met dingen die mensen in een snackbar bestelden, dat vonden wij belachelijk, daar lachten wij om, dat was het enige dat ik kon noemen maar dat heette vast niet zo want het was immers maar voor de grap en bezijden of het nu zo heette of niet, erg lekker zou het sowieso niet zijn. Dus ik zat. En ik hakkelde. En zei euh. Het duurde de familie te lang misschien, ze gingen dingen voor me opsommen. Of ik dit wilde of dat wilde of een kroket of een frikadel of een broodje bal en het leek me allemaal niks dus ik begon al te peinzen aan wat allicht het minst smerig zou zijn. Wil je anders een kaassoufflé?, vroegen ze. En ik dacht kaassoufflé? Daar heb ik nog nooit van gehoord. Maar soms, beste mensen, soms kookte mijn vader. Niet vaak, bijna alle dagen nam mijn moeder dat op zich, maar als mijn vader kookte dan maakte hij steevast een aardappelsoufflé met heel veel kaas, ik zie hem nog lopen, hem, mijn vader, vanuit de keuken, met ovenwanten aan zijn handen en daartussen een ovenschaal, die donkerrode ovenschaal met daarin een aardappelsoufflé, hoe ver was die niet omhooggekomen, en o god, dat bruine korstje, en wat ik daaronder wist, een soufflé die zowel romig als zacht als ziltig als bijzonder smaakvol was, misschien was een kaassoufflé dan zoiets: een klein souffléschaaltje met daarin een goed gerezen aardappelsoufflé met heel veel kaas?, ja dat leek mij wel lekker dus ik zei goed dus ik zei ja dus ik zei oké dus ik zei dat ik dat wel wilde, zo’n kaassoufflé, en iemand, was het zijn vader was het zijn moeder waren het zijn zussen, ik herinner het me niet meer, iemand ging naar de snackbar, iemand ging alles halen, en ik verheugde me al op mijn luchtige mijn zoutige mijn smaakvolle mijn romige aardappelsoufflé met extra veel kaas. Maar wat kreeg ik? Wat kreeg ik uiteindelijk op mijn bord, beste mensen? Een oranje zeemleren lap, bijna te taai om door te snijden maar toen me dat gelukt was, het doorsnijden van mijn oranje zeemleren lap, stroomde er een wittige substantie uit waarvan ik in de verste verte niet kon detecteren wat het überhaupt met kaas te maken had. En ik vroeg me af, toen, en ik vraag me af nu: waarom noem je iets dat niets met soufflé en vrij weinig met kaas te maken heeft in godsnaam een kaassoufflé?

En het werd iets.

En het werd een woord.

En het werd een woord voor een woord dat niets te maken heeft met het woord.

Kaassoufflé. Een woord voor woorden die niet in relatie staan tot het woord waarnaar zij verwijzen. Wanneer woorden je iets heel anders doen verwachten dan wat je uiteindelijk krijgt, want dat doen woorden.

Verbruikt licht. Lara Pawson. Se segt: “…een onthutsende leeservaring waarna u nooit meer op dezelfde manier zult kijken naar een wasmachine, een eekhoorn of een eierwekker.” Dus wat ik dacht. Wat ik dacht dat dit boek zou zijn: een indringende analyse van allerlei dagdagelijksheden, zo overweldigend dat de zienswijze van de schrijver vanzelf de jouwe wordt. Dat je nooit meer naar de dingen kunt kijken zonder te denken aan de manier waarop Lara Pawson naar de dingen kijkt.

Maar zo is het niet.

De associaties van Pawson bij wat dan ook zijn te particulier, te bizar, te idiosyncratisch om ze je eigen te maken. Wat je krijgt. Wat je krijgt is iets wat je niet volgen kan.

Of.

Wel.

Wat je krijgt: een vrouw kijkt naar huishoudelijke apparaten. Een broodrooster. Een pepermolen. Een kookwekker. Een magnetron. Elk voorwerp wakkert van alles aan in haar hoofd. Associaties. Gedachten. Herinneringen. Er is geen verhaal hier, het narratief was al langer een vogel voor de kat. Er is louter de doorgaande bewustzijnsstroom van de hoofdpersoon. Flarden die weer andere flarden wakker roepen. Dingen die ze in de krant las, of in een boek, of op televisie zag, of dingen die ze uit eerste hand weet. Sensatie. Politiek. Film. Nieuws. De inhoud van de gedachten kan sociologisch of historisch van aard zijn. Het kan gaan over architectuur. Kunst. Kolonialisme. Oorlog. Theater. Imperialisme. Het kunnen dingen zijn die ze uit haar eigen leven kent, of dingen die ze alleen maar van horen zeggen heeft. Want een bonte stoet aan kennissen, vrienden, familieleden, buurmannen en mensen die ze ontmoet heeft op haar vele reizen trekt hier voorbij. Ook hun levens, hun verleden, hun herinneringen geraken verweven in de stroom. De vele scenes waaruit deze roman is opgebouwd zijn pijnlijk, schokkend, bizar of soms ook tamelik komies – op een wat absurde manier dan weliswaar (absurd, niet absurdistisch) (absurdistisch is als je het leven als absurd ziet, zei een huisgenoot ooit toen hij, die gast die een blauwe maandag theaterwetenschappen had gestudeerd, en ik, een gast met een grote liefde voor alles dat afwijkt van de norm, het in de keuken van het studentenhuis waar we toen woonden het nogal uitgebreid hadden over absurdisme en wat daaraan zo geweldig was en een andere huisgenoot, die stond te koken, ineens vroeg Wat is absurdisme?).

En er is een lief, die steeds wordt aangesproken maar zelf geen actieve rol lijkt te spelen.

En ik las en ik zat en ik dacht. Is het geen koketterie: ieder klein ding is genoeg om de stroom zijwegen op te sturen, en dan zijwegen van zijwegen, en dan weer zijwegen daarvan. Een witte plek op haar ijskastdeur (waar ooit een obscene prent hing) doet haar denken aan haar inmiddels verkochte platencollectie wat haar doet denken aan een Marokkaanse vriendin wat haar doet denken aan Franco wat haar tot de conclusie laat komen dat het geweld dat door Europeanen binnen Europa gepleegd wordt wortelt in het geweld dat door Europeanen buiten Europa wordt gepleegd (sja, er zijn andere dingen die in mijn kop komen als ik naar de deur van mijn ijskast kijk). En eerder al kwam het via het tikken van haar eierwekker tot geïndustrialiseerde moord, Karl Bischoff, Zyklon Blausäure, doden op “schone” wijze; zonder trauma’s te verwekken bij de daders. Dienen alle artikelen alleen maar om haar kennis te etaleren? Kijk eens wat er alles ronddrijft in mijn hoofd en wat een diepzinnige overpeinzingen worden aangejaagd door de banaalste der banale zaken – als ik een broodrooster zie denk ik niet aan geroosterd brood met dik gezouten roomboter en oude kaas met een kopje koffie daarbij nee als ik een broodrooster zie denk ik aan de CIA. Want niet zelden gaat het over onderdrukking, geweld, marteling, vernedering – soms op een nuchtere, zakelijke, beschrijvende manier maar soms ook bijna verheerlijkend. Want de lompheid en de verhevenheid zijn onlosmakelijk verstrengeld hier.

Dat het een beetje gezocht aandoet. Soms.

Dat ik wegzak, misschien, een beetje, soms.

Kaassoufflé. Dacht ik. Dit boek is een kaassoufflé. Ik heb niet gekregen wat ik op grond van de omschrijving dacht te krijgen.

En dan ineens enkele alinea’s verder ben, en midden in de zoveelste gruwelijke scene zit en ik me afvraag hoe het tot hier gekomen is, ze stond toch gewoon in haar keuken, er was toch niets aan de hand? Met mijn dochter heb ik wel eens dat soort gesprekken. Dan praten we over a en over b en over c, en tegen dat we bij x, y, z zijn, vraagt één van ons: hoe komen we hier nou weer over te spreken? Dan volgen we het spoor van ons gesprek terug, en dan moeten we vaak lachen als we ontdekken welke idioterie tot welke andere idioterie heeft geleid. Maar bij Pawson heb ik er geen zin in, en na verloop van ettelijke pagina’s probeer ik niet eens meer terug te lezen hoe ik nu weer in welke bizarre scene dan ook beland ben. En dan weet ik het. Je moet dit boek niet lezen. Je moet dit boek je laten overkomen.

Dat klinkt allicht flauw.

Alles moet een ervaring zijn.

Ja.

Ik weet.

Maar toch.

Lees Verbruikt licht zonder het tot achter de komma te willen volgen. Laat de woorden over je heen stromen. En dan zul je het geniale zien. Al die krankzinnige kanten die het opgaat. Hoe het vliegt en raast en fladdert en gaat. Van grote overrompelende schoonheid, van een diepe emotionele zeggingskracht is een vijf pagina’s lange opsomming van alle dingen die de ikpersoon zegt of kan zeggen of wil zeggen tegen haar lief in een telefoongesprek. Daar wordt de lezer mijlenver uit het lood geslagen door ongekende pracht. En je zou willen dat het doorgaat en doorgaat en doorgaat maarja misschien is het hele moje eraan wel dat niet het hele boek die opsomming is.

En dan.

Als het stof is neergeslagen.

Als ik lig, ter huiskamervloer, en het stof is neergeslagen, en me afvraag wat me overkomen is.
Volgens mij staat er dat ze het lief belt, en dat ze al deze dingen zegt.
Vreemd telefoongesprek moet dat geweest zijn. De ander zal nauwelijks aan het woord geweest zijn. En dan weer de vragen. De bedenkingen. Hoe gaat zoiets. Wanneer je heel veel van iemand houdt, en alle dingen die je iemand zeggen wil, omdat alles wat in jou zit ook in de ander moet. Maar wat je zou willen zeggen, en wat je daadwerkelijk zegt zijn verschillende dingen. Want een echt gesprek is iets anders dan een gefantaseerd gesprek, bij een echt gesprek is de ander werkelijk betrokken en die zegt misschien dingen waardoor alles weer andere kanten opgestuurd wordt en je helemaal niet de kans krijgt alles te uiten wat klaarlag voor verzending. Maar het kan ook zijn dan zo’n lief alles welwillend, met liefde aanhoort, alles opzuigen wil, niets zegt omdat hij zijn lief wil laten spreken, omdat hij alles weten wil.

En dan warrelt het stof wederom op.

Dat is hoe Verbruikt licht is. Wij allen zijn uit verbruikt licht opgetrokken. En neergeslagen stof doet ander stof opwajen. Een boek als een storm. Het zal je misschien niet een leven lang bijblijven. Maar gestormd heeft het. En dat is meer dan een kaassoufflé kan, nietwaar.

Lara Pawson Verbruikt licht

Verbruikt licht

  • Auteur: Lara Pawson (Engeland)
  • Soort boek: Engelse roman
  • Origineel: Spent Light (2024)
  • Nederlandse vertaling: Lisette Graswinckel
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 12 juni 2025
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van Lara Pawson

Een vrouw kijkt naar haar broodrooster en plotseling barst de hele wereld open in haar keuken, in al zijn brutaliteit en schoonheid. En ze blijft kijken: de broodrooster wordt geassocieerd met de CIA, de eierwekker met de IRA, haar telefoon met de uitbuiting van Congo – en langzaam dringt het besef door dat we omringd worden door objecten die weliswaar levenloos zijn, maar zeker niet onschuldig.

In een meesterlijke mengeling van fictie, geschiedenis, memoir en liefdesbrief verheft voormalig oorlogscorrespondent Lara Pawson de netwerken van troep die we om ons heen verzameld hebben tot briljant, meedogenloos en extreem grappig proza. Verbruikt licht is een onthutsende leeservaring waarna u nooit meer op dezelfde manier zult kijken naar een wasmachine, een eekhoorn of een eierwekker.

Lara Pawson is geboren in 1968. Ze is schrijver en journalist. Als oorlogsverslaggever reisde ze veel en woonde onder andere in Angola, Ivoorkust, Mali en Ghana – tegenwoordig woont ze weer in Londen, zo dicht mogelijk bij het bos. Ze publiceerde drie boeken en schrijft regelmatig voor The Guardian en Times Literary Supplement.

Bijpassende boeken