Han Kang Ik leg de avond in een la recensie en informatie boek met gedichten van de Zuid-Koreaanse schrijfster en Nobelprijswinnaar. Op 3 december 2025 verschijnt bij Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar voor het eerst een Nederlandse vertaling van gedichten van Han Kang. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.
Han Kang Ik leg de avond in een la recensie
Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Ik leg de avond in een la, de dichtbundel van Han Kang, de schrijfster uit Zuid-Korea en Nobelprijswinnaar, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
- “Deze gedichten (…) verbeelden een onvertaalbare Koreaanse ziel die het metafysische en het intieme met elkaar vermengt.” (Le Monde)
Recensie van Tim Donker
De mens denkt. De mens schrijft. De mens denkt en schrijft over haast wel alles. Zo kon mijn oog laatst vallen (ja het viel) op een artikel in nY over het neokoloniale geweld dat schuil gaat achter de keuzes die vertalers maken (god dat blad wordt met elk nummer woker en woker, ja woker nog dan woke en sowieso veel te woke naar mijn zin). Er zou, zo vermelden de schrijvers, in Amerika oproer zijn ontstaan over de Engelse vertaling van Han Kangs roman De vegetariër. Het Koreaanse origineel was eenvoudig en afgemeten; de Engelse vertaling (veel te) bloemrijk. Ik zou even een middagje moeten peinzen om te bedenken hoe er kolonialistische motieven aan ten grondslag kunnen liggen om het kale naar het bombastische te transformeren maar de mens denkt en de mens schrijft en de denkende mens denkt over de schrijvende mens en schrijft daar dan weer over, en als auteurs prijzen winnen en potten breken, valt er alleen nog maar meer over te denken en meer over te schrijven en zal ook een slechte vertaling méér moeten zijn dan zomaar een slechte vertaling.
Maar nobelprijs of geen nobelprijs, Han Kang vloog de langste tijd onderdoor mijn radar en Ik leg de avond in een la is feitelijk mijn eerste kennismaking met haar werk. En ophef of geen ophef, ik wist niet meteen wat te denken van de gedichten in deze bundel.
Misschien juist omdat het poëzie is, en omdat Kang is begonnen als dichter, en deze Ik leg de avond in een la er dus al vóór alle ophef was. Gedichten van bijna dertien jaar oud, het origineel kwam uit in 2013, er was van een De Vegetariër nog geen sprake, en Han Kang was gewoon maar iemand die dichtte en dacht in Korea, en een bundel bijeen pende die ze Seorab-e jeonyeog-eul neoheo dueodda noemde en misschien is dat ook wel mojer, en minder gezwollen dan Ik leg de avond in een la, wie weet.
Kang opent met een voorwoord. In de vorm van een gedicht. “Sommige avonden waren doorzichtig. / (Zoals de dageraad soms is.)”, en zulke avonden zijn er, toch?, in de lente vaak, of aan het begin van de zomer, maar ook een winteravond kan zo zijn (als nu bijvoorbeeld een reiziger), een mens zit, een mens leest, een mens denkt, een mens denkt ja, ja denkt een mens, ja Han Kang, inderdaad, sommige avonden zijn doorzichtig, en waarder nog, dat, door het in de verleden tijd te zetten, kijk terug naar je kindertijd, toen waren bijna alle avonden doorzichtig, niet?, of in retrospekt toch, sommige avonden waren doorzichtig, hoe waar en wat zeg je dat mooi Han Kang, denkt de mens die zit, de zittende denkende lezende drinkende mens.
Maar dan gaat dat slechts vierregelige voorwoordgedicht verder: “In het midden van de vlam / lag een ronde verlatenheid.”, en dan weet de zittende denkende lezende drinkende mens niet meer zo goed wat hij peinzen moet. Is het midden van een vlam rond of spits?, de zittende denkende lezende drinkende mens weet het niet direkt, heeft ook geen vlam voor handen, kijkt om zich heen om te zien of er iets is dat hij in de fik kan steken, proefondervindelijk lezen, er is niks dat hij in de fik kan steken. Hoe zit het ook alweer met vuur en hitte, en geel en rood, en wat is ook alweer het heetst, was het midden niet het koelst?, waarom heb ik ook mijn exacte vakken al meteen in drie mavo laten vallen?, hete gassen, zuurstof, verbranding, is het midden van een vlam alleen en de rest van de vlam een eenheid, was er ook niet iets met blauw?, kan vlam hier staan voor menselijke samenstellingen, de mens in het midden op zijn eentje, allen errond samen?, of is dit pure poëzie, poëzie om de poëzie, poëzie die alleen maar mooi wil zijn, geaaid wil worden, ik wil de rock ’n roll ajen, wie schreef dat ookalweer, Jose Maria Sanz zong het maar hij schreef het niet.
Het triviale. Het spirituele. Waaraan raakt deze poëzie? Kang kijkt naar de damp die opstijgt van een kommetje rijst en dat jaagt bij haar gedachten aan over vergankelijkheid. Dat lijkt wat obligaat maar dan eindigt het gedicht met een laconiek: “Ik at mijn rijst”. (en dus: ik at mijn zware gedachten op? ik stapte over mijn kontemplasie heen? ik richtte me op mijn direkte noden?). Prozaïsche poëzie?
Of. Verder. “Lente is lente // adem is adem // ziel is ziel.” Wat dan ook weer zoiets is. Konkrete dingen zoals lente en adem zijn gewoon wat ze zijn, maar ziel? Kun je überhaupt wel stellen dat ziel “is”. Ergens in de pijnappelklier misschien? (ha!). Stelt Kang het banale gelijk aan het metafysische of andersom? Je weet het niet. Ik weet het niet. De zittende denkende lezende drinkende mens weet het niet.
Wel. Misschien. De plekken waar je poëzie kunt zien liggen, de meesten stappen daar gewoon overheen. Wanneer dacht jij voor het laatst aan Mark Rothko? Kang schrijft: “Al is het overbodig om toe te lichten / er bestaat geen enkel verband tussen Mark Rothko en mij // Hij werd geboren op 25 september 1903 / en stierf op 25 februari 1970 / Ik werd geboren op 27 november 1970 / en ben nog in leven / En toch / komen de negen maanden / die zijn dood en mijn geboorte van elkaar scheiden / nu en dan bij me op // Een paar dagen voor of na / de vroege ochtend waarop hij in het keukentje van zijn atelier / zijn polsen doorsneed / bedreven mijn ouders de liefde / en niet veel later / vormde een stipje leven zich / in de warmte van een baarmoeder / aan het einde van die winter, zijn lichaam nog intact / op een begraafplaats in New York”; hoe jouw geboorte een zwangerschapsduur verwijderd is van de dood van een (naar ik aanneem) bewonderd kunstenaar, hoe daar allicht, als je erover nadenkt, iets van poëzie in te zien is, ik zie dat wel, maar ik zag het pas nadat Kang het me aanwees.
Leven en dood maken vaak hun opwachting in haar gedichten.
Alle doden die je kunt sterven: “Geen zorgen / ik heb negen levens / misschien wel negentien of negenennegentig”, en dus: “Zodra ik mijn ogen open na mijn achtennegentigste dood / zal ik mijn rug, gekromd als een foetus, hol maken / en me weer laten vallen” – en dat in een gedicht dat Circusvrouw heet en dat opent met een halfnaakte vrouw die, omwikkeld met een rode doek, zwevend in de lucht hangt. Geen zorgen dus, want de dood is maar een circusact? En wie dood is (en let wel: “het [is] fijn om dood te zijn / zo stralend, zo gewichtloos / als dons”) kan nog te maken krijgen met de kleinste probleempjes: dat je, bijvoorbeeld, niet in staat bent om een moje blauwe kiezelsteen op te rapen uit een beekje. Omdat je dood bent, weet je wel.
En je denkt. Zittend en lezend en drinkend denk je het wel. Langzaamaan in de smiezen te krijgen. Kang is hier om ons te laten zien dat het surreële veel dagdagelijkser is dan wij denken, en, omgekeerd, dat het dagdagelijkse zoveel surreëels bevat waaraan wij ziende blind voorbij lopen.
Of toch niet?
Een gedicht bestaat uit maar twee regels: “Een jonge vogel vloog voorbij / Mijn tranen waren nog niet droog”. Dat is geen surrealisme. Dat is ook geen dagdagelijksheid. Is het -slik- natuurpoëzie dan wat er hier de klok slaat? Toch is ook hier een zekere ontregelende mafheid niet veraf: de titel van dit hele korte gedicht is: Dertig mei tweeduizendvijf, de zee van Jeju half in de lentezon. De schubben van de wind overladen min huid met zout en ik denk: vanaf nu is het leven een cadeau
:
en:
jajaja. zout op mijn huid jajaja. benoîte groult. jajaja. het leven is een cadau. jajaja. je moet het niet verspillen. jajaja. maar wat kun je doen dat niet “het verspillen” is? jajaja. (can’t you even have coffee anymore?!). maar ik dacht aan dat singeltje dat ik had toen ik een jaar of vijftien zestien was, het singeltje van twee seconden. op de a-kant stond you suffer van napalm death. totale speelduur 0:01. de b-kant had electro hippies met mega armegeddon death part 2. totale speelduur: eveneens 0:01. en ooit zag ik napalm death you suffer live brengen, en de zanger was langer bezig om het lied aan te kondigen dan de band bezig was om het te spelen. waarmee ik maar wil zeggen: ik weet niet of ik deze pseudo-haiku van Kang goed vind en ik weet ook niet of ik die wat melodramatische titel wel smaken kan, maar de idee van een gedicht dat vele malen korter is dan de titel die het draagt vind ik alvast fantasties.
Dus wat het is. En weet de zittende denkende lezende drinkende mens het al? Zijn het kontemplasies over leven dood tijd zijn, zijn het metafiese vragen of dagdromerijen of slaapwandelingen? Is het gemijmer, de stilte die de storm vooruit gaat, een kiezelsteen die je maar niet kunt oppakken, een wolk in een broek? Of toch gewoon maar dikke brol?
Of een avond die geruisloos naar binnen spijpelt (en hoeveel van zulke avonden zijn er niet?).
Of gaat alles steeds maar over het leven dat je gebeurt terwijl jij andere plannen maakt?
Of verkent Kang de randen waarlangs poëzie vervluchtigt?
(om het te bewaren voor het verdwijnen kan?)
(als de avond in een la?)
En wat te maken van een gedicht dat Zelfportret. Winter 2000 heet en dat leest als een tragische sage die zich niet direkt lijkt af te spelen in 2000, en ook niet echt in de winter.
Of van de idee dat het aan de overkant van de spiegel winter is, en dat geesten neerstrijken in je ogen en heen en weer wiegen en beginnen te neuriën. Sommige dromen hebben het gewicht van een geweten.
(denkt u: een bezwaard geweten of een zuiver geweten?)
Of van een ineens heel erg fimies beeld, of zou ik zeggen een Heel Erg Filmies Beeld (HEFB, kan dat nog wat worden in deze aan acroniemen verslaafde tijden?) van een dode vogel langs een snelweg ergens in Amerika; iedere keer als er een gigantiese vrachtwagen voorbij dendert wajen zijn vleugels op. Dat zie je voor je, toch? Dat zie je toch zo voor je, lezer? Dat zou het openingsbeeld kunnen zijn van een of andere beklemmende, broeierige, lichtelijk bizarre woestijnfilm (bestaat dat als genre?) met mannen die hoofdzakelijk zwijgen. En met filmmuziek van Calexico.
En gesproken van muziek: een gedeelte van deze bundel las ik met Terre Sacer van Mark Molnar komend uit mijn telefoon (de cd EXO waarop dit straffe werkje te vinden is, moet mijn collectie vooralsnog helaas ontberen) en dat is muziek gelijk een ademhaling (vooropgesteld dat je violijnen zou kunnen ademen); en, zo bedacht ik, bedacht zittende denkende drinkende lezer, zo ook zou deze poëzie kunnen zijn: ademhalingen voor wie avonden kan ademen.
Daarmee bevat Ik leg de avond in een la helaas ook wel wat waaraan je al te gemakkelijk voorbij zou kunnen lezen. Hoe vaak concentreer je je immers op je ademhaling? Hoe vaak zie je een blad dwarrelen in de wind? Hoe vaak herinner je je een droom? Hoeveel avonden gingen voorbij voor je ze in een la kon leggen?
Misschien moet je deze bundel lezen als levensles.
Misschien moet je Ik leg de avond in een la enige tijd in een la leggen om te rijpen.
Dit is poëzie die zich niet onmiddellijk laat kennen. Soms bloedmooi, soms een groot vraagteken. Maar ik ben nu zeker benieuwd geraakt naar haar proza. En misschien ga ik De vegetariër wel in het Engels lezen. Eens zien waar het oproer over gaat.
Ik leg de avond in een la
- Auteur: Han Kang (Zuid-Korea)
- Soort boek: gedichten, poëzie
- Origineel: 서랍에 저녁을 넣어 두었다 (2013)
- Nederlandse vertaling: Mattho Mandersloot
- Uitgever: Nijgh & van Ditmar
- Verschijnt: 3 december 2025
- Omvang: 112 pagina’s
- Uitgave: paperback
- Prijs: € 20,00
- Boek bestellen bij: Bol / Libris
Flaptekst van de Han Kang dichtbundel
Han Kang onthult de volle pracht van haar schrijfstijl in deze dichtbundel, de eerste die in het Nederlands is vertaald. Ze roept de kleur van het einde van de dag op, de kou en de afwezigheid. Ook het lichaam komt aan bod, soms verzwakt, soms waakzaam voor de spiegel. De maan is vreemd, de herinnering aan de doden neemt de huizen over. Tot het licht terugkeert, tot vrouwen en mannen het duister verlaten.
Na het enorme succes van haar romans nodigt Han Kangs poëtische werk ons uit om een nieuw facet van de verbeeldingskracht van deze grote Zuid-Koreaanse schrijfster te ontdekken – een facet dat resoneert met haar verhalende werk. De thema’s en de oneindige verfijning van haar verzen maken Ik leg de avond in een la een essentiële onderdompeling in haar unieke wereld.
Han Kang is geboren op 27 november 1970 in Gwangju, Zuid-Korea. Ze studeerde aan de Yonsei Universiteit in Seoel, Zuid-Korea. Ze won vele nationale en internationale prijzen voor haar werk, waaronder de International Man Booker Prize voor de wereldwijde bestseller De vegetariër. Ook Mensenwerk en Wit werden lovend ontvangen. Momenteel doceert ze creatief schrijven aan het Seoul Institute of the Arts. Haar nieuwe roman Ik zeg geen vaarwel is in 2023 verschenen. In 2024 won ze de Nobelprijs voor de Literatuur ‘voor haar intense poëtische proza dat historische trauma’s onderzoekt en de kwetsbaarheid van het menselijk leven blootlegt’.
