Categoriearchief: Poëzie

Vrouwkje Tuinman – Lijfrente

Vrouwkje Tuinman Lijfrente recensie en informatie over de bundel met nieuwe gedichten. Op 12 september 2019 verscheen bij Uitgeverij Cossee de nieuwe poëziebundel van Vrouwkje Tuinman.

Vrouwkje Tuinman Lijfrente Recensie en Informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van Lijfrente, het boek met nieuwe gedichten van Vrouwkje Tuinman. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van deze gedichtenbundel; van de Nederlandse dichteres Vrouwkje Tuinman.

Vrouwkje Tuinman Lijfrente Recensie

Lijfrente

  • Schrijfster: Vrouwkje Tuinman (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Uitgeverij Cossee
  • Verschenen: 12 september 2019
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Uitgave: Paperback

Flaptekst van de gedichtenbundel

‘Ik zou heel graag eens over iets anders schrijven dan de dood, en was dat ook aan het doen. Toen werd mijn partner ziek, en overleed hij. Nu is er, meer dan ooit, geen ander onderwerp. In Lijfrente beschrijf ik de liefde tot – maar ook nadat – de dood ons scheidde. De fysieke intimiteit die steeds verder overschaduwd wordt door zorg, en uiteindelijk door rouw. De levensfase die de meeste mensen, ook ik, pas veel verderop voor zichzelf bedacht hebben.’ Lijfrente is een direct verslag van het eerste jaar na een verlies.

Tuinman schrijft over rouw die bij iedere nieuwe ronde weer totaal anders is. Over wat blijft, nadat iemand gestorven is. En over de pogingen om een overleden geliefde zo veel mogelijk te laten bestaan en tegelijkertijd zelf te blijven voortbestaan. Door te dichten houdt ze hem halsstarrig in beweging. De gedichten zijn net zo kwetsbaar als hun onderwerp.

Bijpassende Boeken en Informatie

Huub Beurskens – Gedurig nader Recensie

Huub Beurskens Gedurig nader recensie en informatie over de inhoud van deze gedichtenbundel. In 2018 verscheen bij Uitgeverij Koppernik deze nieuwe poëziebundel van Huub Beurksens.

Huub Beurskens Gedurig nader Recensie

En dan een Oja. Een oja voor Huub Beurskens. Want oja Huub & oja Beurskens & oja hoe zat dat ook alweer? Ik krijg er almeteens een hoog Raster-gevoel bij, bij die Huub, bij die Beurskens maar of dat een verloren gelopen dan wel een terecht gevoel is weet ik niet.

(witregel wegens opstaan en naar de boekenkast lopen)

Aha. Hier. Zie. Volgens de in 2009 verschenen Raster 1972 – 2008 index (feitelijk Raster 125): Beurskens, Huub: 13 bijdrages; de eerste in Raster 5, de laatste in Raster 105. Voor zover ik nagaan kan, is hij nooit onderdeel geweest van de redactie (zo zat het wel in mijn hoofd. waarom weigert de werkelijkheid keer na keer zich aan te passen aan hoe ze in mijn hoofd zit?). En dertien bijdrages is ook niet overdreven veel. Waarom dan. Waarom dan zegt mijn hoofd. Waarom dan zegt mijn hoofd ogenblikkelijk Oja Raster van zodra mijn ogen de naam Huub Beurskens ontwaren? Waren zijn bijdrages aan Raster dan heel memorabel misschien, moet ik het in die hoek kan zoeken? Moet ik dan echt met die vreselijke chaos die al mijn overheen het huis verspreide zesentwintig boekenkasten zijn (losse stapels en volgepropte bananendozen niet meegerekend) dertien verschillende Rasters zien te vinden om te zien welke tekst me deze onverbrekelijke BeurskensRaster connectie heeft opgeleverd? Ja. Ik moet maar. Misschien. En ik ben boos op mijn brein en zuchtend slof ik naar de thermos om me nog maar eens een kop koffie in te schenken.

(witregel wegens zuchtend naar de thermos sloffen)

En lap. Daar heb je het al. In mijn benedenboekenkasten loopt de Rasterverzameling niet verder dan nummer zestien (en dan volgen nog, for some reason, nummer 49 en nummer 119 – ik zei je toch dat mijn boekenverzameling chaos is?). Maar in nummer 5 moest Beurskens staan, en in nummer 11 ook en ha!, die heb ik dan toch maar alvast hier. Beide nummers zijn uit de tijd dat Raster in dat smalle, hoge formaat verscheen en dat is als u het mij vraagt (u vraagt het mij niet) de interessantste tijd uit de Raster-historie, tezamen misschien, met de hoogste nummers (100+). Eerste Beurskens-bijdrage: Raster 5: het vertalen en inleiden van enkele gedichten van Gottfried Benn, wat zonder twijfel een geniale dichter is. En de titel van Beurskens’ inleiding is fantastisch: Wie de rondedans kent gaat het lab in. Vandaar dan die las? Vanwege een fantastisch getitelde inleiding op een geniale dichter? Kan zijn. Maar kan nog heel wat beter helemaal niet zijn.

Raster 11 dan, Raster 11. Raster 11? Raster 11! Maar dat is het! Hoe kon ik het vergeten? Raster 11 is mijn lievelingsRaster of all time! Het is die Raster over / van / met de Wiener Gruppe (mijn lievelingsgruppe of all time!). Ik bedoel Artmann! Wiener! Rühm! En vooral: Bayer!!! Dit is de Raster die ik van voor naar achter gespeld heb, en van achter naar voor en daarna weer terug. Jean Paul stond er ook in owja, en Leo Pleysier wiens teksten altijd weer mijn ogen strelen. En! En!! En!!! Sandor Weöres. O. Heel veel beter dan Sandor Weöres wordt het van je leven niet, laat me je dat vertellen.

(en op een keer zal het nacht geweest zijn, iets van midden in de nacht, zo ergens rondom het holst, en ik ben een heel klein beetje droef, en ik heb een heel klein beetje teveel zwaar Belgisch bier op, en ik besluit om, dronken en triest en midden in de nacht, iemand op te bellen die ik al jaren niet meer gesproken heb (hee, goed idee). En ze zegt dat mijn stem zo zwaar geworden is en zo vaderlijk en zo zonder intimiteit en het word me bijna teveel allemaal maar het is holst genoeg, en ik ben dronken en triest genoeg om toch nog niet meteen mijn telefoon uit te zetten maar in plaats daarvan, haar teksten voor te lezen. Teksten van deze eigenste Sandor Weöres, uit deze eigenste Raster 11, mijn hoogsteigenste lievelingsRaster!)

Maar waar had ik het over?

(witregels wegens bedenken waar ik het over had)

Beurskens dus, Beurskens en Raster. De connectie moet zijn gelegd omdat hij verscheen in mijn lievelingsRaster. Maar wat heb ik indertijd eigenlijk van de gedichten zelve gevonden? Bladzij 68. Ja daar staat hij. Vierde Kwartet, zo heet het. Een vierdelig gedicht. Elk deel krijg een aparte bladzijde toegewezen, zodat de delen zwemmen in het paginawit. Daar hou ik wel van. Als teksten zwemmen mogen. En het is geen slecht gedicht ook, al zou het hier en daar wat slechter mogen rijmen (vanwaar eigenlijk die levensgrote antipathie in mij tegen gedichten op rijm? waar komt dan vandaan? weet u dat, mijnheer de dokter?). Maar ik kan me niet voorstellen dat ik toen ik het voor het eerst las een brul van enthousiasme gelaten heb. Ik kan me niet eens voorstellen dat ik indertijd de naam Beurskens op één van mijn 100 000 “nader te onderzoeken”-kladpapiertjes geschreven heb (witte memootjes, bierviltjes, snoeppapiertjes, bonnetjes, treintickets, van verpakkingen gescheurde stukjes karton, snippers van kranten en folders: mijn huis puilt uit van op papiertjes genoteerde namen – het zijn er veel meer dan ik er ooit verwerken kan).

Dus. Nu. Kwartieren en zweetdruppeltjes later. Weet ik dan het spoor Beurskens – Raster een doodlopend spoor is. Maar mijn hoofd en mijn hart zijn weer rustig en ik kan nu eindelijk, daar, op de bank Gedurig nader gaan lezen. (misschien een goed muziekje erbij, maar welk muziekje, hum, hum)

(witregel wegens goed muziekje uitzoeken)

En ik lees.

En ik lees.

En ik lees.

(witregel wegens lezen)

(nog een witregel wegens lezen)

(en nog een)

Hum. Weet je wat het is? Nee? Ik zal je zeggen wat het is. Eigenlijk staat Gedurig nader voor zoveel dat ik slecht vind in poëzie. Het aanhaken bij alles klassiek, bijvoorbeeld. O, ik weet wel. Zo hoort het in de literatuur, ik zou haast zeggen zo heurt het in de literatuur. Toen ik nog studeerde ging zelfs een hele godeganzelijke module over hoe literatuur en kunst in het algemeen wortelen in het klassieke. Bronnen van onze beschaving, zo heette die module (beschaving! maakten ze een grapje ofzo?). Dus ik weet het wel. Maar ik ken het verhaal al zo lang. Het verhaal van de voeten in de oerklei. Staatsmannen en redenaars; Perikles; Kalias; Fygië; Socrates; Thales (de uitvinder van niet alleen de filosofie maar ook van de selffulfilling prophecy) Kaïn; Nofretete (o, al is die laatste inspiratiebron geweest voor één van de allermooiste jazzplaten allertijden: Nefertiti, The Beautiful One Has Come van The Cecil Taylor Jazz Unit) (en Miles Davis, eenvoudigweg Nefertiti) (maar die laatste vind ik alweer wat minder) (maar toch – vergeving kan ik opbrengen voor Nofretete ja die ik wil ik je nog wel geven, Beurskens), of dat wat de oergrond reeds voorbij is maar altijd nog redelijk klassiek heten mag: W.H Auden; Brecht; Aelbert Cuyp; Johan Verspronck; Goethe; Michelangelo (hier wat elitairderig bij zijn minder bekende achternaam Buonarotti genoemd) – het is alles zo gekend, zo obligaat, zo afgesleten en een beetje gemakzuchtig ook wel. Noem de grote namen en het zingt zichzelf wel tot Echte Literatuur; de “lageren” halen er echt geen Goethe bij hoor! Het is dit soort van “high brow” dat me op mijn twintigste nog imponeren kon, maar me nu al jarenlang voornamelijk vermoeit.

O, en dan die al even onberispelijke muziek! Chopin! Ravel! Liszt! Preludes, sonates, nocturnes! En ik zou zo graag eens lezen van een poëet die het liefste luisterde naar Pharoah Sanders of Sun Ra of Fly Pan Am of My Bloody Valentine of Alice Coltrane (de favoriete artist van mijn vierjarige dochter trouwens) of Katharina Klement of Fredrik Ness Sevendal of Mugstar of The Doomed Bird of Providence of Kammerflimmer Kollektief of Swans of Lisabö of Lustmord of Torturing Nurse of The Wave Pictures of Lead Belly of Spiritual Joy Band of Dictaphone of Black Sabbath of Napalm Death of Terry Riley of Pauline Oliveros of Muslimgauze of Demdike Stare of Albert Ayler of The Art Ensemble Of Rake of Ah Cama-Sotz of Migala of Mirel Wagner of The Black Heart Procession of Wooden Shjips of Fat Freddys Drop of Kjetil D Bransal of Handful Of Dust of naja weet ik veel. Muziek waar al eens een kreukje in mag zitten. Muziek die vies mag worden. Of muziek die allicht te teer en te klein zal blijken te zijn voor de volgende eeuwen. Zulke muziek. Zulke platen. Die je niet in 100 000 andere boeken ook al bent tegen gekomen. Oké, Beurskens heeft het ook over Louis Andriessen en het gedicht dat hij over hem geschreven heeft is niet meteen heel ergerlijk, maar toch: Andriessen is toch nog maar een tegemoetkoming halverwege.

Ook het gedicht Erfgoed, dat zo losweg op Jelle Reumers in 2011 verschenen De Mierenmens geïnspireerd lijkt te zijn, draagt voor mij meer ruis dan goed in zich mee. Het bestaan als een voortdurend vergaan; gemijmer over celvernieuwing; de Marleen en de flat die er niet meer staat; met een anoniem uit Brussel een nacht in Parijs – o het is heel geschikt voor een 20-jarige debutant (die sportscholen frequenteert, hee Beurskens?), maar zoveel jaren, zoveel dichtbundels, zoveel literatuurprijzen later had het gepeins wel iets minder voordehandliggend mogen zijn.

En dan rijmen de gedichten in Gedurig nader ook nog eens veel vaker dan me lief is. Eigenlijk zou dit alles moeten zijn dat ik niks vind. Eigenlijk zou dit een bundel moeten zijn die ik na een bladzijde of tien zuchtend terug bovenop de stapel leg, wel wetend dat het lot van bundels bovenop de stapel is dat ze dra geheel onderop de stapel zijn komen te liggen – vanwaaruit ze het daglicht zelden nog zullen zien.

Maar toch blijf ik lezen en lezen en lezen. Vandaar al die witregels net. Omdat ik maar bleef lezen. Ga maar na: het bekritiseerde gedicht Erfgoed staat al bijna op het einde van de bundel. Dus. Ik zat, en ben blijven zitten & ik las, en ben blijven lezen. Waarom? Omdat de sfeer in de bundel vaak herfstig en verstild is?; omdat het iets van modder en eindeloze wegen heeft (zonder dat het nu noodzakelijkerwijze gaat over modder en eindeloze wegen?); omdat de stemming nadenkend en contemplatief is?

Omdat Figuurcomposite me een beetje ontroert zonder dat ik weet waar die ontroering in zit & ben je dan misschien & toch & in weerwil van eerdere bedenkingen niet gewoon een heel groot dichter? Als je de ontroering ongemerkt binnensmokkelen weet? “Mijn oma…”, zo stamelt het: zijn oma dus dacht na een droom die ze als kind had te zullen sterven op 5 november maar ze stierf uiteindelijk op een zondag in januari (“want de heer [is] een toffe peer”). Drie dagen later werd ze begraven en de ik-figuur miste hierdoor een college. Dat kon rekenen op lomp onbegrip van de docent. Zo zijn docenten immers. Lomp en vol van niets dan onbegrip.

Omdat De vernissage, een anekdotisch en redelijk grappig gedicht dat speelt met de gedachte dat poëzie vooral dáár spreekt waar het geheugen zwijgt; dichters schrijven de witplekken noodgedwongen zwart (postconfessional, anyone?) me een goed deel van de dag aan het denken zette? En ik daar graag ben: in die bedachtzame, rustige, trage stemming?

Omdat De jonge metamorfosist zich in de eerste regel al herpakt en ik dat prachtig vind, schrijvers die zichzelf herpakken en aldus lezers betrekken in hun eigen zoek- en denkproces. Het beschrijft een mooie jeugdherinnering met een trein en een kelder en een vlinder en kinderfilosofische gedachten voortvloeiende daaruit, en het heeft in “Van mijn berg daalde ik af terwijl ik de keldertrap op liep.” één van de mooiste eindzinnen allertijden.

Omdat ik Koppernik één van de sympathiekste uitgeverijen van Nederland vind met een zeer interessant fonds  (maar waar blijft die Beckett, mannen?)  en ik het interessante wil kunnen lezen in al hun uitgaves? Is het hierom, om dit soort dingen dat ik altijd maar bleef doorlezen in Gedurig nader?

Of is het misschien alleen maar omdat de bundel me het gevoel geeft dat het fijn moet zijn, dat het heel erg fijn moet zijn om Huub Beurskens te zijn

Of is het misschien alleen maar omdat de bundel me het gevoel geeft dat het fijn moet zijn, dat het heel erg fijn moet zijn om Huub Beurskens te zijn en ik het prettig vind om even in de schaduw van die fijnheid te staan. Hoe fijn het is. Huub Beurskens te zijn. Met zijn Huub Beurskens-blik en zijn Huub Beurskens-gedacht en zijn Huub Beurskens-leven. Dat altijd al fijn geweest moet zijn, ook toen in de kelder en nog later blijkens Aan de jonge dichter die ik was: “’Waar ging het altijd al om?’ / vroeg mijn leraar Duits ostensief / toen ik van hem wilde weten / welke hedendaagse poëten hij / aanbeval. ‘Geboorte, liefde, dood,’ / antwoordde hij voor mij / en gaf me, hoewel de zon scheen, / iets van Von Goethe te leen. / Mijn lief wachtte in mini-jurk / voor school met haar blauwe Peugeot / en deed me God en Godin / van Vroman cadeau.”

O ik had ook een leraar Duits en hij liet me ook Goethe lezen. Maar de zon scheen niet die dag, en ik had geen lief die een brommer had en me een Vroman cadeau deed. Hell, ik had niet eens een lief zonder brommer of Vroman. Ik had helemaal geen lief, plus daarbij had ze geen mini-jurk. Beurskens wel, en ze deed hem een boek cadeau en als het allemaal al niet om van om te vallen zo mooi is, had ze op de koop toe nog krullen ook (al had ze die krullen allicht alleen maar om ze te laten rijmen (rijm!) met “niet […] in abstracties […] lullen.”). Dit alles was Beurskens al vroeg en overstijgt in al zijn Beurskensheid mijn mijheid van vroeger of van nu bij verre. En naar onze meerderen kijken we stil en vol ontzag.

Misschien. Zoiets.

Zoiets misschien.

Maar toch. Een écht fantastische dichtbundel kan ik Gedurig nader helaas niet vinden.

Recensie van: Tim Donker

Huub Beurskens Gedurig nader Recensie

Gedurig nader

  • Schrijver: Huub Beurskens (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëziebundel
  • Uitgever: Uitgeverij Koppernik
  • Verschenen: 2018
  • Omvang: 56 pagina’s
  • Uitgave: Paperback

Bijpassende Boeken en Informatie

Eva Gerlach – Oog

Eva Gerlach Oog recensie en informatie over de inhoud van de bundel met nieuwe gedichten. In oktober 2019 verschijnt bij Uitgeverij De Arbeiderspers de nieuwe poëziebundel van Eva Gerlach.

Eva Gerlach Oog Recensie en Informatie

Als de redactie het boek gelezen heeft, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van Oog de nieuwe gedichtenbundel van Eva Gerlach. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de bundel met nieuwe gedichten van Eva Gerlach.

Eva Gerlach Oog Recensie

Oog

  • Schrijfster: Eva Gerlach (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: oktober 2019
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: Paperback
  • Waardering:

Flaptekst van de poëziebundel

Oog bestaat uit negen afdelingen die samen een omgekeerde reeks van Fibonacci vormen. Deze reeks, die Gerlach al sinds haar bundel Dochter (1984) fascineert, is vaak terug te vinden in de natuur: de rangschikking van de zaden in zonnebloemen, een orkaan, de vorm van ons sterrenstelsel… In Oog wordt een orkaanachtige beweging aangejaagd, bekeken vanuit het standpunt van iemand op het vasteland. Steeds toenemend geweld (met ups en downs) piekt tegen het eind van de bundel, abrupt gevolgd door de stilte in het oog – waarna de orkaan zich met volle kracht in omgekeerde richting kan hernemen.

Bijpassende Boeken en Informatie

Joost Zwagerman – Verzamelde gedichten

Joost Zwagerman Verzamelde gedichten informatie over de inhoud van het boek met alle poëzie. Op 21 januari 2020 verschijnt bij Uitgeverij De Arbeiderspers het boek met alle gedichten van Joost Zwagerman.

Joost Zwagerman Verzamelde gedichten Recensie en Informatie

Als de redactie het boek leest, kun je hier de recensie en waardering vinden van de Verzamelde gedichten van Joost Zwagerman. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van het boek met alle gedichten en poëzie van Joost Zwagerman.

Joost Zwagerman Verzamelde gedichten Recensie

Verzamelde gedichten

  • Schrijver: Joost Zwagerman (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 21 januari 2020
  • Omvang: 400 pagina’s
  • Uitgave: Gebonden Boek
  • Waardering:

Flaptekst van het boek

Joost Zwagerman (1963-2015) was romancier, essayist, columnist, maar in de eerste plaats dichter. Verzamelde gedichten omvat al zijn gepubliceerde bundels in één band. Langs de doofpot, De ziekte van jij en Bekentenissen van een pseudomaan benadrukken de vele maskerades en gedaantes van de jonge dichter Zwagerman. Deze bundels fungeerden als poëtisch voorland voor het bejubelde en bekroonde Roeshoofd hemelt. In Voor alles lijkt de levensangst uitzichtloos en wordt de liefde op verkwikkend originele manier bezongen. Zijn laatst voltooide, postuum uitgegeven bundel Wakend over God beschrijft de geloofsstrijd van een naamloos blijvende ik.

Bijpassende Boeken en Informatie

Bart Moeyaert – Helium

Bart Moeyaert Helium recensie en informatie over de inhoud van deze nieuwe bundel met nieuwe gedichten. Op 6 oktober 2019 verschijnt bij Uitgeverij Querdio de nieuwe poëziebundel van de Vlaamse dichter Bart Moeyaert.

Bart Moeyaert Helium Recensie en Informatie

Als de redactie het boek gelezen heeft, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van Helium, de nieuwe poëziebundel van de Vlaamse dichter Bart Moeyaert. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de nieuwe bundel met gedichten van Bart Moeyaert.

Bart Moeyaert Helium Recensie

Helium

  • Schrijver: Bart Moeyaert (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 8 oktober 2019
  • Omvang: 48 pagina’s
  • Uitgave: Gebonden Boek 
  • Waardering:

Flaptekst van de poëziebundel

Wat zou je doen, zei de buurman,
als je morgen in de keukenla
de ware liefde vond? Of om het
minder gek te maken, voor je deur?
Ik zei: meneer, ik zou er in de eerste plaats
zo goed als mogelijk voor zorgen
en ik zou orde scheppen, denk ik.
Alle vorken bij de vorken. En
de drempel zou ik schrobben
voor als het nog een keer gebeurt.

De jeugd, een liefde, de vitaliteit van ouders: alles is vluchtig, alles vervliegt. De tijd is ongrijpbaar – en toch doet Bart Moeyaert een poging hem in taal te vangen. Omdat afscheid nemen ook opnieuw beginnen is, opnieuw beginnen tegen wil en dank soms, maar niettemin: opnieuw beginnen. De gedichten in Helium zijn er de intieme getuigenissen van.

Bijpassende Boeken en Informatie

Frans Pointl – Verzameld werk

Frans Pointl Verzameld werk recensie en informatie over dit boek met alle verhalen en gedichten. Op 24 september 2019 verschijnt bij Uitgeverij Nigh & Van Ditmar het verzameld werk van de Nederlandse verhalenschrijver en dichter Frans Pointl.

Frans Pointl Verzameld werk Recensie en Informatie

Als de redactie het boek gelezen heeft, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van het Verzameld werk van de Nederlandse schrijver Frans Pointl. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van dit boek met alle verhalen en gedichten van Frans Pointl.

Frans Pointl Verzameld werk Recensie

Verzameld werk

  • Schrijver: Frans Pointl (Nederland)
  • Soort boek: verhalen, gedichten
  • Uitgever: Nijgh & Van Ditmar
  • Verschijnt: 24 september 2019
  • Omvang: 1088 pagina’s
  • Uitgave: Gebonden Boek / Ebook
  • Waardering:

Flaptekst van het boek

Het bekendste boek van Frans Pointl (1933-2015) is De kip die over de soep vloog. De verhalen van deze ‘everseller’ staan in het geheugen van honderdduizenden lezers gebeiteld. Openhartig schreef Pointl over de moeizame relatie met zijn joodse moeder en het milieu waarin hij opgroeide. De verhalen spelen zich af tijdens de vooroorlogse jaren, tijdens de oorlog en kort daarna. Ze geven een indringend beeld van de toenmalige joodse gemeenschap in Amsterdam.

Later publiceerde Pointl andere verhalen- en dichtbundels, waaronder Rijke mensen hebben moeilijke matenDe hospita’sDe aanrakingDe Heer slaapt met watjes in zijn orenDe laatste kamer en Zonder rampspoed valt er niets te melden. Hierin deed hij verslag van zijn moeilijke omgang met zijn medemens, zoals zijn hospita’s en andere vrouwen. Hij schreef over zijn turbulente leven nadat hij als prozaschrijver was gedebuteerd. Hij noteerde zijn belevenissen als patiënt in het OLVG-ziekenhuis en later in het Sarphatihuis. En dat allemaal in zijn kenmerkende, schijnbaar eenvoudige, stijl. Nu zijn al zijn verhalen en gedichten voor het eerst gebundeld, aangevuld met vroeg, ongepubliceerd werk.

Bijpassende Boeken en Informatie

David de Poel De schrijver die over de soep vloog Frans Pointl BiografieDavid de Poel (Nederland) – De schrijver die over de soep vloog
Soort boek: biografie van Frans Pointl
Uitgever: Nijgh & Van Ditmar
Verschijnt: 24 september 2019
Inhoud boek: Frans Pointl was al 56 toen hij debuteerde met De kip die over de soep vloog. Hij verscheen in Van Dis in de Ijsbreker en stal de harten van heel televisiekijkend Nederland. Zijn boek werd een bestseller en Pointl werd in één klap een BN’er. In deze bijzondere biografie neemt David de Poel ons mee in Pointls leven…lees verder >

Lévi Weemoedt – Gezondheid!

Lévi Weemoedt Gezondheid recensie en informatie over de inhoud van deze nieuwe dichtbundel. Op 29 oktober 2019 verschijnt bij Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar de nieuwe bundel met gedichten van Lévi Weemoedt.

Lévi Weemoedt Gezondheid Recensie en Informatie

Als de redactie het boek gelezen heeft, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van Gezondheid, de nieuwe bundel met gedichten van Lévi Weemoedt. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de nieuwe dichtbundel van Lévi Weemoedt.

Lévi Weemoedt Gezondheid Recensie

Gezondheid!

  • Schrijver: Lévi Weemoedt (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Nijgh & Van Ditmar
  • Verschijnt: 29 oktober 2019
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: Paperback 
  • Waardering:

Flaptekst van de dichtbundel

Mijn hoofdpijn is verdwenen,
mijn borstkas voelt weer schoon.
Korstmos groeit op mijn schenen
sinds ik in Drenthe woon.

Sinds Lévi Weemoedt het treurige Vlaardingen heeft verlaten, lacht het geluk hem toe. Maar de mens kan dan wel een nieuwe omgeving opzoeken, zijn ziel verhuist mee.

Goddank, want ook in de veengebieden en op de Hondsrug blijft de vrolijke wanhoop uit Weemoedts aderen stromen. Wie eenmaal heeft doorgeleerd in het pessimisme komt daar niet zomaar van af.

In deze eerste nieuwe verzenbundel na Met enige vertraging heeft Lévi Weemoedt de oude kluizenaar in zichzelf hervonden. Maar dat kluizenaarschap belemmert hem niet om oog te hebben voor alle gekkigheid van deze tijd – en die belachelijk te maken.

Aan mijn therapeut te horen
zit mijn bril
tussen mijn oren

Bijpassende Boeken en Informatie

Delphine Lecompte – Vrolijke verwoesting

Delphine Lecompte Vrolijke verwoesting recensie en informatie van de bundel met nieuwe gedichten. Op 3 oktober 2019 verschijnt bij Uitgeverij De Bezige Bij de nieuwe poëziebundel van de Vlaamse dichters Delphine Lecompte.

Delphine Lecompte Vrolijke verwoesting Recensie en Informatie

Als de redactie het boek gelezen heeft, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van Vrolijke verwoesting, de bundel met nieuwe gedichten van de Vlaamse dichteres Delphine Lecompte. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de nieuwe poëziebundel van Delphine Lecompte.

Delphine Lecompte Vrolijke verwoesting Recensie

Vrolijke verwoesting

  • Schrijfster: Delphine Lecompte (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 3 oktober 2019
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Uitgave: Paperback
  • Waardering:

Flaptekst van de dichtbundel

In haar nieuwe dichtbundel gaat Delphine Lecompte door waar zegebleven was en tilt ze haar poëzie naar een volgend niveau.Andermaal is haar verbeelding grenzeloos, kijkt ze de waanzinrecht in de ogen en wordt haar bundel bevolkt door tallozewonderlijke figuren, zoals de bedeesde zeepzieder, de mystiekechrysantenkweker en de analfabetische jongenshoer. En ook ditkeer bezitten haar droomachtige gedichten een expressievetaalkracht die zo groot is dat het effect betoverend is: wie éénzin leest zal zich niet meer kunnen losmaken uit dit fantastischeuniversum. Welkom in de wondere wereld van Lecompte.

Delphine Lecompte Informatie

  • Geboren op 22 januari 1978
  • Geboorteplaats: Gent, Oost-Vlaanderen, België
  • Nationaliteit: België
  • Discipline: dichteres
  • Werk: gedichten, poëzie
  • Winnares C. Buddigh’-prijs 2010 voor De dieren in mij.
  • Boeken van Delphine Lecompte

Bijpassende Boeken en Informatie

Pieter Boskma – Van de zoon en de zee

Pieter Boskma Van de zoon en de zee recensie en informatie van de nieuwe bundel met gedichten. In oktober 2019 verschijnt de nieuwe gedichtenbundel van de Friese dichter Pieter Boskma.

Pieter Boskma Van de zoon en de zee Recensie en Informatie

Als de redactie het boek gelezen heeft, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van Van de zoon en de zee, de nieuwe poëziebundel van Pieter Boskma. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen van de Friese dichter Pieter Boskma.

Pieter Boskma Van de zoon en de zee Recensie

Van de zoon en de zee

  • Schrijver: Pieter Boksma (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: oktober 2019
  • Omvang; 96 pagina’s
  • Uitgave: Paperback 
  • Waardering:

Flaptekst van de gedichtenbundel

Een kind richt zich vanuit de moederbuik tot de lezer en doetverslag van zijn geboorte en zijn eerste kennismaking met dewereld, als hij nog niet is verward door twijfel en concept. Danneemt de zee het woord en toont haar onstuimigheid en hoogmoed,haar aanzwellende kracht en honger om de mens een leste leren. Het enige waardoor de zee vertederd raakt is het onschuldigekind. Dat geldt ook voor de vader, de derde stem indeze weergaloze bundel. Als ook hij van zich laat horen is debedwelmende cocktail vol spiegelingen en dwarsverbandencompleet.Met Van de zoon en de zeevoegt Pieter Boskma een buitengewoonintrigerende, hallucinerende en ontroerende dichtbundeltoe aan zijn veelgeprezen en rijke oeuvre.

Bijpassende Boeken en Informatie

Rachel Zucker – SoundMachine

Rachel Zucker SoundMachine recensie en informatie over de inhoud van het nieuwe boek van deze Amerikaanse dichteres. Op 3 september 2019 verschijnt de nieuwe bundel van de Amerikaanse dichteres Rachel Zucker.

Rachel Zucker SoundMachine Recensie

Oké. Ik ga je iets zeggen. Soundmachine is geen dichtbundel. Soundmachine is een roman. Ondanks dat het uitkomt bij poëzie-uitgever Wave, en ondanks dat het wél als dichtbundel geafficheerd wordt. Dat is het eerste dat ik je ga zeggen. Het tweede is: Soundmachine is het mooiste boek van 2019. Wereldwijd en onafhankelijk van wat er nog uit zal komen dit jaar. Zo. Dat ga ik je zeggen. Nee. Dat heb ik je net gezegd.

Als het een roman is, dan gaat het ergens over. Zullen de mensen zeggen. Als het een roman is, moet je in je recensies niet teveel verraden over de plot. Zegt iemand. Hij zit in mijn tuin. We drinken koffie. Het is heet. Niet de koffie ofja die ook maar de dag. Het is extreem heet die dag.

Rachel Zucker Soundmachine Recensie en Review

Er is geen plot, denk ik, en het gaat nergens over. Met nergens bedoel ik overal. Soundmachine gaat over alles. Over ouderschap, en liefde, en dood, en onvermogen, en ziekte, en schrijven, en niet-schrijven, en slapeloosheid, en huwelijk, en identiteit, en sex, en literatuur. Over dit alles, en over nog veel meer gaat Soundmachine. Er is zelfs van een zekere ontwikkeling sprake en mede hierom hecht ik eraan het boek als een roman te beschouwen maar het barst uit zijn kaften van de poëzie dus het kan ook best een dichtbundel zijn. Dat soort boek is het, en ik vind het mooi.

En ik zit en ik denk Waarom vind ik het mooi? Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat ik eraan hecht het boek als een roman te beschouwen maar ik als een ander (Wave bijvoorbeeld, of Zucker zelve) zou vol houden dat het een dichtbundel is niet met hem in discussie zou gaan.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat ik eraan hecht het boek als een roman te beschouwen maar ik als een ander zou volhouden dat het een lang, fragmentarisch opgezet essay is misschien met hem in discussie zou gaan.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat één der (teksten? gedichten? hoofdstukken?) “hoofdstukken” (van nu af aan zal ik ze hoofdstukken noemen) de krankzinnig lange en even wrange als grappige titel draagt I can barely stand to go to weddings & dare not drink lest I say to the bride or groom “How terrible to love so much that only the fantasy of the annihilation of humanity is a comfort because preferable to the loss of the one beloved” (een titel die een gedicht van Huub Beurskens in herinnering riep), en dat dat geen moment gaat over bruiloften maar wel, onder andere, over met een groepje van je studenten naar het Louvre gaan of met je kinderen naar L’Orangerie of naar Le Jardin en over schilderijen en draaimolens.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat de “I” en haar kinderen en, zelfs, studenten ineens in Frankrijk zijn zonder dat duidelijk is waarom. Vakantie? Studiereis? Emigratie? En dat het, lezende, eigenlijk niet uitmaakt of zelfs volkomen logisch is.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat ik niet eens zou kunnen zeggen waar de hoofdstukken daarvoor zich dan eigenlijk hadden afgespeeld. New York zou kunnen, landelijk Amerika evenzeer. Of waren we al die tijd al in Parijs? En is “afspelen” wel het goede wordt voor teksten als deze, en is het niet toch een dichtbundel misschien?

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat het hoofdstuk Hours days years unmoor their orbits zonder enige twijfel een gedicht is en een heel mooi gedicht ook:

Tonight I’m cleaning baby portobellos just for you, my young activist.

I’m wiping the dirty tops with a damp cloth as carefully as I used to rinse raspberries for you to adorn your fingertips before eating each blood-red prize.

Today you look me in the eye & your long, shagged hair hides your smile.

I don’t expect you to remember or understand the many ways I’ve kept you alive or the life my love for you has made me live.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind vanwege het rustige, bezwerende ritme. Dat allereerst visueel is: veel witregels, korte tekstblokjes. Soms zelfs maar één regel lang. De stilte. Het wit. De bedachtzaamheid. Het fragmentarisme. Want het visuele ritme werkt inhoudelijk door. Poëtisch wisselt af met prozaïsch, alledaags met bijzonder. Er zijn rapportages over niks: hoe er niet is gewerkt vandaag, niet is geschreven, niets is gedaan. Er zijn doodnormale praatjes met de kinderen, er is een dagje op het strand. Maar daardoorheen kunnen komen, en soms maar in een paar zinnen: dood, ziekte, depressie; zeer filosofische gedachten over het ik, over schrijven, over literatuur. De wisseling tussen banaliteiten en bijzonderheden is nergens koket, larmoyant of obsceen en door het beheerste ritme doet het heel natuurlijk aan. Een dag waarop je iets ingrijpends meemaakt kan immers eindigen zoals alle dagen altijd al eindigden en zullen eindigen.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat er geen plot is om te verklappen maar zelfs als er een plot was en ik dat verklappen kon dan zou dat nog geen reden zijn om het boek ongelezen te laten want niets is zo goed als Soundmachine zelf lezen, zelfs al heeft iemand je dat hele boek zitten navertellen.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat het niet na te vertellen is.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat Rachel Zucker erin slaagt te schrijven over de effecten van iemands dood op een manier die tegelijk droevig en mooi alsook op een grimmige manier grappig is: “Everyone wonders when everyone else will fall apart. Everyone is relieved at how everyone else is holding up but no one believes this can or even should last, this holding up, which is not to say that anyone wants anyone else not to hold up unless holding up is a kind of falseness that will result in some kind of worse future falling apart in which case perhaps everyone else should go ahead & fall apart before everyone else goes home because everyone is very worried about what will happen when everyone goes home.”; het iedereen, de clichés, het denken van anderen voor anderen: dat alles is aanwezig in deze passage en toch daaronder voelbaar het verdriet, de spanning, de angst.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat er een scéne is waarin de “I” met Alice Notley door Parijs loopt. Met Alice Notley door Parijs. Met ALICE NOTLEY door Parijs, men moest zijn rechterarm veil hebben om met Alice Notley door Parijs te kunnen lopen. Want we hebben het hier wel over de schrijfster van The Descent of Alette – met gemak één van de allerbeste boeken ooit geschreven. En Parijs, o wacht ik heb niks met die stad. Maar goed, er wordt dus gelopen met Alice Notley door een wereldstad en hoe kun je daarover schrijven? Je kunt daar op heel veel verschillende manieren over schrijven. Op een onderdanige manier, of bewonderend, of lyrisch, of juist heel wereldwijs omdat het allemaal niet zo heel veel voorstelt (gewoon een vrouw, gewoon een stad), of op een pocherige hee-kijk-mij-eens-met-Alice-Notley-door-Parijs-lopen manier. En al die manieren zou het lelijk maken. Maar Rachel Zucker trapt in geen van deze valkuilen en ik weet niet hoe ze het doet maar ze schrijft op de enige aanvaardbare manier over met Alice Notley door Parijs lopen: niet vererend en niet alsof het een wandelingetje met eender wie eender waar is, maar met precies de juiste hoeveelheid nadruk.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat er ook een audioproject bij dit boek hoort en ik vind het mooi om dat te weten en die wetenschap maakt Soundmachine op een bepaalde manier rijker maar ik heb het audioproject nog niet gehoord en ik hoef het ook niet perse te horen, maar ik wil het ook niet perse niet horen en dat soort paradoxen ben ik normaal gaan vinden toen ik Soundmachine las en daarom vind ik het boek zo mooi.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat het bijna ondraaglijk open en eerlijk is, bekentenissenliteratuur. Hoewel ik dat niet weet. Niet weten kan. We weten genoeg om te weten dat we de ik in het boek niet moeten vereenzelvigen met de ik van de schrijfster, zelfs al kun je de twee ikken naadloos op elkaar passen.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat het een duidelijk spel speelt met het lyrisch ik: “I” wordt “she”, of nog steeds een “I” maar dan wel een grammaticale derde persoon: I watches, I wonders, I hasn’t told the Husband.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat het heel soms wat zeurderig kan zijn zonder dat dat het boek minder mooi maakt (zoals een zeurdag nog niet betekent dat je een rotleven hebt).

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat ik maar blijf stuiten op zinnen van dit kaliber: “I almost wrote love cancer Wayne Jackson Arielle 40K Yaddo MacDowell Guggenheim Daniel enraged ashamed exposed torture elitist crazy obnoxious privilege narcissistic libidinous lusty but stopped myself just in time.” en als ik zinnen van dit kaliber lees dan ben ik een heel klein beetje gelukkig.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat het me in afstand toch nabij kan zijn. Schrijft Rachel Zuker: “What I want is a socially acceptable financially viable reason to be away from my children for weeks & weeks & weeks & weeks.” Ik ben nu zes jaar lang vader en ik kan niet één ding bedenken dat ik me ooit meer heb gevoeld dan vader. Ik voel me vader boven man, misschien zelfs wel boven mens (wat het dan ook moge inhouden je “mens” te voelen). Ik ga nooit zonder gemengde gevoelens van huis voor ergens een etentje, een drinkentje, een optredentje. Op het laatste moment ben ik steeds weer in staat om alles af te zeggen omdat ik eigenlijk veel liever zoals elke avond mijn kinderen op bed leg en voor ze lees en voor ze zing, bezigheden die me zoveel dierbaarder zijn dan etentjes of drinkentjes of optredentjes. Als mijn kinderen thuis zijn, wil ik voor ze zorgen en met ze praten en met ze spelen; ik ga niet eens graag in bad als mijn kinderen thuis zijn hoewel in bad gaan één van de dingen is die ik het liefste doe. Geen gedachte, dus, kan verder van me afstaan dan de hoger geciteerde gedachte uit Soundmachine. Maar ik voel me erdoor niet vervreemd van het boek. Ik ben niet geschokt of geërgerd. Het is meer zoals een goede vriend die dan midden in een gesprek iets zegt waarmee je het zo oneens bent als oneens maar zijn kan maar je houd niet op daar te zitten, daar te drinken, daar vrienden te zijn.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat de goede vriend dingen waarmee je het zo oneens als oneens maar zijn ook maar zo weer kan relativeren met andere uitspraken, later op de avond. Ja, het was werkelijk later toen, en het was donker, en mijn glas bevatte een goede port, en op de stereo een plaat van Ah Cama-Sotz, en alles was goed toen ik bij Rachel Zucker las: “Husband is mostly Father. She is Mother only. Woman never. Writer underwater.”, en dan blijkt oneens zo oneens toch niet te zijn.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat het me soms sterk aan het werk van David Markson doet denken.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat het me heel vaak helemaal niet aan het werk van David Markson doet denken.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat het maakte dat ik iets van Olena Kalytiak Davis wilde lezen, en dat werd The Poem She Didn’t Write & Other Poems en ja daar staat inderdaad een gedicht in over kinderen naar school brengen en als U wilt weten waar deze opmerking op slaat, moet U Soundmachine zelf maar lezen, en The Poem She Didn’t Write & Other Poems erachteraan.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat er bijna op het einde van het boek een hoofdstuk is getiteld We cannot make them happy behave passionate patient safe sorry en dat ook dat hoofdstuk een gedicht is, of misschien is “poëem” een beter woord omdat het staat en gaat en is, en het is experimenteel, hypnotiserend, verwarrend, verontrustend hallucinant maar ook ontroerend en eenvoudig wonderschoon.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat ik nog nooit iets als dit gelezen heb.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat ik graag zou hebben dat de hele wereld Soundmachine ging lezen.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat het roman is en dichtbundel en een filosofische onderzoeking maar evenzeer een daad: het lezen van dit boek is een zeer fysieke ervaring. Je keel wordt dichtgesnoerd. Je maag wordt samengedrukt. Je hoofd wordt murw gebeukt. Je hersens worden opgeblazen. Je gevoel voor humor –waar dat dan ook zit- wordt gekieteld. Je lijf wordt verwarmd. Je hart wordt verkild. Je deint en schudt en kolkt en huilt en lacht.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat ik er appjes over stuur aan mijn zus, een persoon waarmee ik normaliter nooit praat over boeken, poëzie, literatuur, recensies of schrijven.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat dit –wat?-; dit “genre-nonconforming prosem” (ah!) intertekstueel en op bachtiniaanse wijze dialogisch is (dialogizität): een letterlijk “schrijven naar”: “Bernadette? You should know who Bernadette is. You? Yeah, you. There is no writing without writing to. Therefore you. Audience, I’m sorry to drag you into this but you’re always awake, that’s the best thing about you. Bernadette Mayer is probably asleep. Charles Bernstein too. I hope Laurel is. And Jenny George.” en ja, lezertjes, ik WEET wie Bernadette Mayer is.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat ik een heel klein beetje droevig was toen ik het uit had. Een beetje zoals aan het eind van –

een relatie?
een vakantie?
een affaire?
een droom?
de straat?

Nah. Misschien zoiets als aan het eind van een ziekzijn. Niet een ernstig ziekzijn. Niet een pijnlijk ziekzijn. Maar een langdurig ziekzijn. En iedereen is gaan spreken tegen je vanuit je ziekzijn en omwille van je ziekzijn. Niet met jou, maar met je ziekzijn spreken ze. En dan op een dag ben je niet meer ziek en je staat daar, tussen de mensen. Je bent niet langer de zieke, je bent nu de ex-zieke. Alsof je hele leven gaat moeten beschouwd worden in relatie tot de zieke die je ooit was.

Zoiets. Maar dan positiever.

Misschien is het zoiets als dit. Als: je luistert naar een cd. De muziek die je hoort is totaal nieuw voor je, iets als dit lijkt in niets op alles wat je ooit eerder gehoord hebt. Het is indringend, het is overweldigend, het is bloedmooi. De muziek blijft bij je, ook als de cd allang afgelopen is. Het blijft in je hoofd, het blijft in je bloed misschien. Dagen. Of weken. En dan op een dag merk je dat de muziek niet meer daar is, dat je gewoon weer bent wie je was voor je die nieuwe cd hoorde.

Zoiets. Maar dan abrupter. Want het boek is uit nu, en het lijkt alsof ik het al jaren in mijn bezit heb.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat het lijkt alsof ik het grootste deel van mijn leven geleefd heb met Soundmachine.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat ik totaal niet kan uitleggen waarom ik Soundmachine zo mooi vind.

Ik denk dat ik Soundmachine zo mooi vind omdat ik Soundmachine zo mooi vind.

Recensie van Tim Donker

SoundMachine

  • Schrijfster: Rachel Zucker (Verenigde Staten)
  • Soort boek: poëzie, proza
  • Uitgever: Wave Books
  • Verschijnt: 3 september 2019
  • Omvang: 272 pagina’s
  • Uitgave: Paperback / Gebonden Boek

Bijpassende Boeken en Informatie