Mattias Desmet – De psychologie van het totalitarisme

Mattias Desmet De psychologie van het totalitarisme recensie en informatie over de inhoud van het boek. Op 15 februari 2022 verschijnt bij uitgeverij Pelckmans nieuwe boek van de Vlaamse professor klinische psychologie en schrijver Mattias Desmet.

Mattias Desmet De psychologie van het totalitarisme recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van De psychologie van het totalitarisme. Het boek is geschreven door Mattias De smet. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van dit nieuwe boek van de Vlaamse professor klinische psychologie en schrijver Mattias Desmet.

Recensie van Tim Donker

Noem een groep, en ik sta er buiten. Dat begon al vroeg. Ik kreeg voor het eerst met groepen te maken toen ik als kleuterken in de schoelje moest gaan varen. Vanaf toen tot aan mijn afstuderen (meer dan twintig jaar later) heb ik altijd min of meer aan de zijlijn gestaan van alle klassen waar ik ooit in gezeten heb. Ik ben in dit land geboren maar ik heb me nooit volledig “Nederlander” gevoeld, althans niet zodanig dat ik op koninginnedag / koningsdag in een oranje shirt naar de vrijmarkt ga of juich als het Nederlands voetbalelftal een doelpunt scoort (of überhaupt maar naar de wedstrijd wil kijken als dat elftal in een EK of WK moet uitkomen) of op feestjes graag in een blokje kaas of een schijfje leverworst bijt of ontroerd raak als ik een grote groep mensen het volkslied hoor zingen of vind dat dit “mijn land” is waar bepaalde anderen niet zouden mogen komen. Ik ben een man maar ik ga niet op zondagmiddag mountainbiken met mijn maten, ik sta niet in kroegen Heineken te hijsen en sterke verhalen over vrouwen te vertellen, ik hou niet van voetbal en ik kijk niet naar actiefilms. Zelfs onder diegenen waarmede ik minstens één passie deel: literatuur, of filosofie, of muziek – ben ik altijd weer die zeikerd die er net weer een andere mening op na houdt. Omdat ik het altijd -min of meer gedwongen- van buitenaf heb moeten observeren, heeft groepsvorming me van jongs af aan gefascineerd. Toen ik in 1995 de derde druk van Massa en macht van Elias Canetti in een boekhandel in Eindhoven zag liggen, wist ik dan ook maar één ding zeker. Dat boek moet ik hebben. Ik kreeg het van mijn vader, die naast me stond toen ik het boek zag, oppakte en doorbladerde. Ik kreeg het boek van mijn vader, die iets liefs schreef op het schutblad. Ik kreeg het boek van mijn vader, die er ook nog een wijsheid in krabbelde die ik toen niet geheel bevatte: “the feeling that one can never fulfill the demands of conscience is our common fate”.

Als de woorden die mijn vader me meegaf, ook Massa en macht bevatte ik niet ganselijk. Feitelijk stelde het boek me een weinig teleur. Misschien was ik er te jong voor, misschien las ik het te gretig, misschien doorzag ik de nazistische tendensen van massa’s toen nog niet volledig. Ik weet het niet. Grote delen ervan vond ik verschrikkelijk saai, dat herinner ik me nog wel. Misschien zou ik het eens moeten herlezen maar wie heeft er tijd om boeken te herlezen bij al het schoons & interessants dat er verder nog is, en komt, en komen gaat?

Maar ergens, in de eerste of de tweede paragraaf, werd gesproken over de haast waarmee mensen zich reppen om “daar te zijn waar de meesten zijn”, en die woorden zijn me altijd bijgebleven. Het ging bij Canetti om een letterlijke, fysieke beweging maar in figuurlijke zin lijkt die haast er ook altijd te zijn. Hoe bliksemsnel de hiërarchie in schoolklassen zich vormde, hoe rap iedereen (waarvan de meesten hoogstwaarschijnlijk nauwelijks enige historische onderlegdheid gehad zullen hebben) wist dat de Oekraïners te beklagen waren en Poetin het vleesgeworden kwaad, hoe vlug na uitkomen van die-of-die cd de muzieksnobvrienden op Facebook al wisten dat het een klassieker ging worden, hoe weinig tijd al dat zo-verschrikkelijk-met-elkaar-eens-zijn iedere keer weer blijkt te kosten! Alle mensen zijn de mensen die sneller een mening hebben dan hun schaduw, en het is toevallig steeds weer exact dezelfde mening als die van diegene naast hen, en die daarnaast, en die daarnaast. En wie na langer nadenkt tot een andere mening komt, valt reeds buiten de boot.

De laatste jaren zijn deze meningen dan ook nog eens geglobaliseerd: wie nu een andere mening heeft, heeft geen enkel toevluchtsoord meer, hij valt buiten de globe. Ik suisde niet Charlie, ik vond niet dat de aanslagen op het WTC een dergelijke “war on terrorism” rechtvaardigde en shit, op het eind van zijn ambtstermijn dacht ik ook al een beetje gematigder over Donald Trump.

Moet ik nog even doorgaan?

Ja, ik ga nog even de laatste lezers wegjagen. Dus.

Ik vind dat het gevaar van COVID-19 schromelijk overschat wordt, dat de “maatregelen” disproportioneel zijn en zelfs erger dan de kwaal, dat vaccins niet perse het grote redmiddel zijn, dat alternatieve stemmen gecensureerd worden en ik denk ook niet dat de overheid “ons alleen maar het leven wilde redden”, zoals die druiloor van een Lubach meende.

Niet alle wetenschappers spreken met één tong, niet alle artsen het eens zijn met het overheidsbeleid, en cijfers kunnen op meer dan één manier geïnterpreteerd worden.

Maar de wereld dacht daar anders over, niet?

Keith Richards vatte het in al zijn domheid nog redelijk goed samen toen hij zei dat “we” van COVID-19 zouden kunnen afkomen als we “just” zouden “do” wat “the doctor tells us”. En hij heeft nog het excuus dat hij zijn brein finaal aan gort gesnoven heeft, maar dit was een mening die door honderdduizenden, door miljoenen, door miljarden gedeeld werd! Alsof je ooit van virussen kunt afkomen, en alsof er maar één dokter was in de hele wereld en die dokter zei Laat u nou maar gewoon vaccineren, das voorlopig maar het beste advies!

De algemene mening was -natuurlijk weer eens- lekker simpel en overzichtelijk: corona is hyperbesmettelijk, levensgevaarlijk, dodelijk ook voor kerngezonde mensen, de vaccins zijn de enige weg uit het brandende braambos. iedereen moet hetzelfde doen en hetzelfde denken want dat is sociaal

En dus stemde iedereen in met maatregelen waar geen mens eerder ooit mee ingestemd zou hebben, liet iedereen zich inspuiten met een experimenteel serum waarvan de effecten op langere termijn kan op zijn zachtst gezegd nog onzeker zijn, ging iedereen akkoord met een samenleving waarin andersdenkenden geen leven meer hadden. Want dat zijn de wappies, die moet je bespotten, bespugen, negeren en buiten sluiten.

Dit leefde ook onder weldenkende, kritische, menslievende, tolerante mensen. Mensen van wie je misschien een tegengeluid zou verwachten. Journalisten, filosofen, cabaretiers. Maar iedereen sprak de spraak, en liep het loopje.

Ik ben hier vrienden door kwijtgeraakt. Of minstens één. Want dan kun je honderd keer een aantal van mijn recensies hebben verzameld in een inderdaad bloedmooi boek, dan kun je honderd keer zeggen dat je “fan” bent van mijn schrijfsels, dan kun je een prachtige vrouw hebben en het boek met mijn recensies erin Omdat er post is noemen; als je vindt dat het helemaal in orde is dat ongevaccineerden worden geweigerd in restaurants omdat “bepaalde keuzes bepaalde gevolgen hebben en dat is altijd al zo geweest”, dan ben je vanaf nu tot in lengte van dagen niet meer welkom in mijn huis (en sorry die Tom Waits bootleg gaat dus ook aan je neus voorbij) en dan ben ik maar één millimeter verwijderd van een lucifer, en van alle exemplaren die ik van Omdat er post is  nog in mijn werkkamer heb liggen naar mijn tuinkachel brengen, overgieten met benzine, en wel, ja, die lucifer dus…

Hoe kan er wereldwijd zo’n kortzichtige, zo’n schadelijke, maar toch zo’n eensgezinde mening zijn ontstaan over een virus? Dit is toch niet het eerste virus dat de wereld ooit zag? Mensen kregen eerder griep, en griep kon altijd al dodelijk zijn. Hoe kon angst toch de enige raadgever worden?

Mattias Desmet waagt zich in het briljante De psychologie van totalitarisme aan een verklaring. Desmet is een held. Een mens die ondanks de stormen die het deed ontketenen, waarachtig wilde blijven spreken. Als we ooit in een of andere utopische dan wel dystopische toekomst nog in vrijheid zullen leven, dan zal het te danken zijn aan mensen als Mattias Desmet. Want niet alleen analyseert Desmet wat er achter het huidig naar totalitarisme neigend regime zit – hij tracht ook aan te geven hoe we deze kogel nog kunnen ontwijken (al vind ik het boek op dat punt wel iets minder overtuigend maar daar kom ik nog over te spreken) (misschien) (het voelt alsof dit de recensie gaat zijn die nooit afkomt) (of die, in ieder geval, als hij afkomt, nooit zal zeggen wat ik wilde zeggen) (al wat ik tot nog toe heb gezegd heb ik al niet gezegd zoals ik het wilde zeggen) (waarom moest ik dat zeggen, bijvoorbeeld, hoger, van die groepen, dan gaan de mensen toch denken, dan zullen de mensen toch denken, de mensen zullen denken).

Het begint.

Het begint bij de Verlichting. Ja dat kan. Dan heb je die nog druilerige druiloor die op oudjaar 2021 de televisie mocht komen vervuilen met die liefdeloze, normatieve, stompzinnige en haatzaaiende conference van hem. Ik bedoel dat ventje dat zei dat het niet de dood van God kon zijn, want God had in heel zijn leven nog geen rol van betekenis gespeeld. Alweer is het beeld lekker overzichtelijk (en totaal megalomaan): wat in mijn leven van geen tel geweest is, kan in de wereldgeschiedenis niet belangrijk zijn. Want de geschiedenis begint met mijn geboorte ofzo?

De mens heeft zich in ieder geval toch ooit onder de heerschappij van een God uitgewurmd. De God die bepaalde wat een mens weten, en denken kon. De God die de mens passief maakte omdat Hij hem liet denken dat hij alles te nemen had zoals het kwam, en er zelf geen invloed op uit kon oefenen. Figuren als Galilei, Copernicus en Newton echter, durfden verder te kijken dan Gods neus lang was en durfden naar beste eer en geweten waarachtig te spreken. Te zoeken niet naar dogma’s maar naar waarheden. En gelijk Nietzsche zei: “De waarheid doet pijn omdat ze een geloof vernietigt – niet als zodanig.”

Op zeker moment zal er genoeg geloof vernietigt zijn, ja, en toen was er alleen nog maar wetenschap midst een onttoverde wereld. En dat was het moment waarop wetenschap doorsloeg in haar tegendeel. Ging het er aanvankelijk nog om vooroordelen aan de kant te schuiven en openheid van geest te creëren (durven denken buiten religieuze dogma’s om); door een verabsolutering van het wetenschappelijk denken, is de mens net een beetje te sterk gaan geloven in de mogelijkheid van een “Theorie van het Al”. “De” wetenschap gaat alles oplossen, alles door hebben, alles vinden, alles inzien. Het is daar waar wetenschap eenvoudigweg de nieuwe God is geworden; klaarblijkelijk hebben we toch altijd “iets” nodig waar we blindelings in kunnen geloven (zodat we ons eigen brein het grootste gedeelte van de dag in de standby-stand kunnen zetten). In de woorden van Erich Voegelin: “Science has become an idol that will magically cure the evils of existence and transform the nature of man”.

Maar het probleem is: er is niet zoiets als “de” wetenschap. Net zoals “de” dokter van Keith Richards er niet is. Er is niet één hele wijze man met een witte jas aan, een professor Barabas, die alles weet en alles doorgrondt. Ik dacht dat Feyerabend het al duidelijk genoeg had gemaakt. En dat was nog ver voor 2005. Het jaar van de zogeheten replicatiecrisis. Er kwam aan het licht dat zich onder de oprechte, integere, waarheidslievende witjasmannen ook regelrechte fraudeurs bevonden die maar wat bij elkaar verzonnen en logen en waar nodig “artefacten” namaakten. Het noopte tot een dieper onderzoek en daaruit kwam dat de fraudeurs niet het grootste probleem waren omdat ze een relatieve zeldzaamheid waren. Erger was dat een zeer grote meerderheid van onderzoekers zich bereid verklaarden om hun onderzoeksresultaten aan te passen aan (maatschappelijk) gewenste uitslagen, en een veelheid aan onderzoeken bovendien wemelde van reken- en andere fouten. Wetenschappers zijn ook mensen, mensen met belangen, mensen met verborgen agenda’s, mensen die fouten maken of hun stiel willens nillens verloochenen als de wind uit een andere hoek is gaan waaien.

Wetenschap is als een godheid net even veel (of even weinig) waard als de God die het verbannen wilde. “Blind vertrouwen in de overheid is nooit een goed idee” zei een vriend van mij ergens in het voorjaar van 2020; ik zou daaraan willen toevoegen: “Blind vertrouwen in wetenschap is ook geen goed idee”. Werner Heisenberg had zijn onzekerheidsprincipe en Niels Bohr zei: “When it comes to atoms, language can only be used as poetry.” Wat zeggen wil dat de grootste wetenschappers al langer de grenzen van het wetenschappelijk kennen onderkenden.

Gedurende de pandemie die volgens Giorgio Agamben niet eens een pandemie heten mocht, werd goed duidelijk hoe feilbaar en corrumpeerbaar wetenschap feitelijk is. Desmet beschrijft dat haarfijn in de inleiding van zijn boek:

“Virologen-experts werden opgeroepen als de varken van Orwell -de slimste dieren van de boerderij- om de onbetrouwbare mensen-politici te vervangen. Zij zouden de dierenboerderij met correcte -wetenschappelijke- informatie leiden in tijden van pest. Maar ze bleken nogal wat gewone, menselijke tekortkomingen te vertonen. Ze maakten in hun statistieken en grafieken zelfs fouten die ‘gewone mensen’ niet snel zouden maken. Het ging zelfs zover dat ze op een bepaald moment álle doden als coronadoden telden, ook de mensen die pakweg aan een hartaanval waren gestorven. En ze hielden zich niet altijd aan hun woord. Ze beloofden dat de poorten naar het Rijk der Vrijheid zich zouden openen na twee dosissen van het vaccin, maar toen het zover was, veranderde er helemaal niets en kwamen ze met de noodzaak van een derde dosis aandraven. En net als de varkens van Orwell veranderden ze ’s nachts soms ongemerkt de regels. Eerst moesten de dieren de maatregelen volgen omdat het aantal zieken de capaciteit van de gezondheidszorg niet mocht overschrijden (flatten the curve). Maar op een dag werden ze wakker en stond in witte letters op de muren gekalkt dat de maatregelen verlengd werden omdat het virus moest worden uitgeroeid (crush the curve). De regels veranderden op den duur zo vaak dat enkel de varkens ze nog leken te kennen.”

Daarbij komt dat de varkens die het hardst spraken, erop uit leken te zijn om collega-wetenschappers die de feiten anders interpreteerden dan zij de mond te snoeren. In Stichting Artsen Covid Collectief heeft zich een groep artsen en medici verzameld die juist grote -en mijns inziens terechte- vraagtekens zet bij het coronabeleid, de vaccins en de permanente coronawet. En over de censuur – want nuancering leek in de jaren 2020 en 2021 uit den boze te zijn; elke stem die niet meezong in het grote paniekkoor moest gedempt worden. Het extreem linkse Demokratischer Widerstand verzamelde 250 alternatieve meningen van wetenschappers, juristen, artsen, medici en virologen over corona die haaks staan op wat de gemiddelde deskundige die wél op televisie kwam doorgaans te vertellen had.

De idee was meestal dit (weeral simpel, weeral overzichtelijk): degenen die het overheidsverhaal “blind” geloofden waren de rationeel denkenden die “de” wetenschap aan hun kant hadden (zoals een man in een flatportiek me ooit voorhield); de critici waren de “wappies”, de idioten, de asocialen, de staatsgevaarlijke gekken die zich louter door onderbuikgevoelens lieten leiden en “de” wetenschap negeerden. Want er is maar één wetenschap, en maar één verhaal, en maar één dokter.

(en die angst dan, die angst waar iedereen in meeging, was dat dan geen onderbuikgevoel soms?)

Maar helaas, ook een wappie kon wetenschappelijk onderlegd zijn.

De nieuwe God, wetenschap, is niet omnipotent, en er is ook niet één wetenschapper, maar toch blijft de neiging bestaan om “de” wetenschap als een monotheïsme te benaderen waardoor het hardst verkondigde verhaal -ondanks de vele gaten daarin- als het enige verhaal wordt aangenomen.

Daarnaast is er nog iets gaande wat Desmet “vrij vlottende angst” noemt: in de onttoverde wereld missen mensen zin, samenhang en saamhorigheid. Gevoelens van onheimelijkheid zijn het gevolg; een gevoel dat zich vrij snel laat vertalen in angst ook al is er misschien niet meteen een voorwerp voor die angst aan te wijzen (niemand heeft ooit mooier over angst en vrees geschreven dan Heidegger). Ja. Mag ik nu ook even mijn eigen leven als meetlat aanwenden?: zo lang ik leef, is er altijd iets te vrezen geweest. Toen ik kind was, was er “de bom”: we wisten niet wanneer maar we wisten wel dat er “iemand” vroeger of later op “de rode knop” ging drukken, en dan zou het gedaan zijn met de mensheid. Later was er zinloos geweld, de algehele verloedering, klimaatverandering, migratie, terrorisme en oja, een virus. Een paniekmaatschappij. Zegt, geloof ik, Agamben.

De angst (soms ongearticuleerd aanwezig, dan weer met een duidelijk voorwerp) en het blinde geloof in al wat maar in cijfers en diagrammen gevat kan worden creëerden een stemming die al goed op totalitarisme begon te lijken. Het was immers geen tijd voor filosofie. Zei Rutte. En wees niet die eigenwijze Nederlander. Zei Rutte. Zei Rutte allemaal. Wat zeggen wilde: er mocht niet gedacht worden, niemand moest zijn brein gebruiken, het verhaal zoals het op televisie werd voorgekauwd moest gedachteloos geslikt worden.

Er is een massa gemaakt met één gedachte. Dit is niet van vandaag, massavorming is zo oud als de mensheid maar vanaf de 19e eeuw won het aan kracht. Al in 1895 meesterlijk beschreven door de socioloog en psycholoog Gustave Le Bon: de individuele ziel wordt volledig overgenomen door de groepsziel; een uniformering die gepaard gaat met een bijna absoluut verlies van het rationeel denkvermogen en het vermogen tot kritische afstandsname, ook bij mensen die in normale omstandigheden uiterst intelligent zijn en in staat tot gefundeerde kritiek. De groep maakt het niet uit wat er gedacht wordt, als het maar sámen gedacht wordt! Daarbij is een zekere mate van ritualisme onmisbaar want solidariteit met het collectief eist offers en dan het liefst zo absurd en zinloos mogelijk – zie de gutmensch dít eens over hebben voor de mensheid! Een mondkapje op terwijl hij alleen in de auto zit! Oma in haar eentje laten sterven in het tehuis omdat ze van een bezoekje wel eens ziek zou kunnen worden! Je laten inspuiten met een experimenteel serum! Allemaal ons steentje bijdragen! Want alleen samen krijgen we corona onder controle!

(over dat serum nog even dit: experimenteren op mensen is de prototypische activiteit van totalitarisme)

Enfin, het banale kwaad waar Arendt over sprak is hiermee een feit. Geen nazisme of stalinisme meer maar een nieuw soort totalitarisme, waarin bureaucraten en technocraten de dienst uitmaken. En wetenschappers, dokters, experts – zou ik daaraan toe willen voegen (only an expert can deal with the problem) (zei Laurie Anderson) (only an expert can see there’s a problem) (zei Laurie Anderson ook). Totalitarisme is een poging om de meerduidigheid van menselijke taal te reduceren tot een eenduidig tekensysteem: alleen de cijfers, de cijfers, de cijfers en de cijfers nog van tel. En hoe bizar het ook is dat je als burger avond aan avond te horen krijgt hoeveel mensen er nu weer dood gegaan zijn deze dag – het is nog bizarrer dat al die doden over eenzelfde kam geschoren worden: ook wie dood was gegaan aan een hartaanval was een covid-dode en ging je dood aan een terminale ziekte maar was je bij binnenkomen in het hospitaal toevallig positief getest op corona? Dan was je een covid-dode.

Angst, eenzijdige uitleg en cijferfetisjisme gaven overheden ruimschoots de gelegenheid de lus steeds verder aan te trekken. Agamben heeft het er over hoe gezondheid niet langer een recht is maar een plicht. Het dunkt mij dat dit niet de meest wenselijke maatschappij is. Het dunkt mij dat het niet goed is als overheden de ruimte krijgen om ons te vertellen wanneer onze kinderen naar school mogen, en wij naar ons werk, wie we wel of niet mogen zien en hoeveel afstand we dan tot die persoon dienen te bewaren, op welk uur we binnenshuis dienen te zijn, dat restaurants en cafés ons medisch dossier mogen lichten en ons desgewenst de toegang weigeren en met welke “gelaatsbedekkende kledij” we een supermarkt in dienen te gaan. Het dunkt me dat het niet goed is als wetenschappers gaan beslissen over vraagstukken die feitelijk politiek, sociologisch of ethisch van aard zijn. Meer nog: het dunkt mij dat we niet het soort burger moeten worden dat dit allemaal meer dan oké vindt. Deze remedie is vele malen erger dan de kwaal. Desmet schetst wel een uitweg maar net daar schiet het boek mijns inziens een beetje tekort. Een collega van mij die het niet perse erg eens was met alle maatregelen zei zich toch aan de meeste ervan te houden omdat hij niet asociaal wilde zijn. Dat versta ik, dat versta ik heel goed. Ook ik zette die maffe mondkap op als ik een supermarkt in ging. Ik moest dagelijks zo’n pand in, ik moest eten kopen voor mijn gezin. Ik had geen zin in discussies met winkelpersoneel, vuile blikken van andere bezoekers of misschien zelfs regelrechte ruzies. Ook al omdat ik niet de hele dag de tijd had om mijn dagelijks brood, bloemkool, aardappels en druiven te halen. Ik ken iemand die zijn mondkapje knipte uit een visnet en als hij daarop aangesproken werd (wat hij natuurlijk hoopte) gesprekken trachtte te genereren door te vragen of het voorgeschreven mondkapje nu werkelijker zoveel beter zou beschermen dan het zijne. Ik zou willen dat ik zulke leeuwenmoed had, maar ik heb het niet. In discussies word ik juist steeds stiller. Ik word stiller omdat mijn brein tijd nodig heeft. Ik heb niet onmiddellijk antwoorden op vragen paraat, ik moet het laten gisten in mijn brein, ik moet denken, ik heb stilte nodig.

Ik word ook altijd maar passiever als het hoge woord eruit was: dat ik niet gevaccineerd ben. Waarom heb je je niet laten vaccineren?, vroeg een man in een flatportiek me Ik vond het niet zo nodig zei ik zachtjes. Het is juist heel erg nodig, zei een man in een flatportiek, en hij begon een verhaal over wat er zou gebeuren als ik iemand zou besmetten die “daar minder goed tegen kan”. Dat vond ik raar. Als iemand “daar” “minder goed tegen kan” en die iemand is het soort iemand dat heilig gelooft in de werkzaamheid van de vaccinaties, dan zou die zich inmiddels wél hebben laten vaccineren, peinst me. En, zoals ook een man in een flatportiek toegaf, ook gevaccineerd kan je “het” nog krijgen maar “je wordt er minder ziek van”. En ook gevaccineerden zijn nog besmettelijk. Dan moet ik dus aannemen dat een man in een flatportiek denkt dat “iemand die daar minder goed tegen kan”, gevaccineerd, “het” kan krijgen van een nog altijd besmettelijke mede-gevaccineerde en dat dat voor “iemand die daar minder goed tegen kan” niet zo erg is want hij krijgt “het” nog wel maar hij “wordt er minder ziek van”. Maar als diezelfde “iemand die daar minder goed tegen kan” datzelfde “het” krijgt van ongevaccineerde (en dus onverantwoordelijke) ikke dan is het wel heel erg en kan hij ondanks de vaccinaties toch nog doodgaan want de vaccinaties beschermen alleen indien het virus wordt overgedragen door een gevaccineerde (ook de vaccins zijn klaarblijkelijk solidair met elkaar)?

Iets anders opmerkelijks in zulke discussies vind ik altijd weer dit: als ik het aandurft om te wijzen op de mogelijke gevaren van de vaccins (een discussie die ik liever wel dan niet uit de weg ga), dan worden alle eventuele (schadelijke of dodelijke) bijwerkingen weggehoond want op zoveel gevaccineerden zou dat altijd maar weer een verwaarloosbare hoeveelheid zijn, uit te drukken in een promille van nul komma niks. Maar die ene “iemand die daar minder goed tegen kan” die door jouw misdadige ongevaccineerdheid het loodje zou leggen telt wél voor vele procenten in hun pro-vaccinatie standpunt!

Maar in zulke gesprekken word ik eerder zwijgzaam dan scherp. En daar ligt dan juist Desmets remedie tegen het totalitarisme: het gesprek blijven aangaan. Pluriformiteit, een veelheid aan meningen, is het tegendeel van totalitarisme, immers. Maar misschien is dat een heel klein beetje gemakkelijk gesproken voor academici als Desmet. Die beschikken vaak over een podium. Krijgen een camera op zich gericht misschien, houden lezingen, schrijven artikels. Voor niet-academici is zo’n podium niet altijd een evidentie en dan blijft toch die vermaledijde supermarkt over om te betreden met je visnet-mondkap. Dan moet je een sterke rug hebben, en veel tijd, en liefst misschien ook alleen je eigen mond te voeden zodat geen anderen de inzet worden van jouw “eigenwijze Nederlander” zijn. Of, in discussies met bekenden, een brein hebben dat in ieder geval sneller werkt dan het mijne. Of niet zo gebukt gaan onder de wil “niet asociaal te zijn”.

Daarbij ben ik wat somberder dan Desmet. Ik weet niet of het tij nog te keren is. Je ziet het niet alleen in tijd van corona, terrorisme, klimaatverandering of wokeïsme. Het zit hem ook, bijvoorbeeld, in het verbijsterend enthousiasme waarmee elke nieuwe uitvinding –“gadgets” en dergelijke- omarmd wordt en de vorige nieuwe uitvinding -de cd bijvoorbeeld- weer wordt weggehoond. De grote mars voorwaarts naar een totaal gedigitaliseerde maatschappij en een internet of bodies. En wie niet aangesloten is, heeft nergens meer toegang toe.

Een lichtpunt hierin is een boek als De psychologie van totalitarisme. Maar ook Epidemie als politiek. De uitzonderingstoestand als het nieuwe normaal van Giorgio Agamben. Onder deze titel liet de intrigerende uitgeverij Starfish Books een aantal van Agambens blogs, artikels en met hem afgenomen interviews bundelen en vertalen. Er staan zoveel rake dingen in dat ik hier bijkans gans het boek zou kunnen citeren. In plaats daarvan nodig ik u liever uit het zelf te lezen.

Vertwijfeling is mijn deel. Boeken als De psychologie van totalitarisme en Epidemie als politiek zijn van onschatbare waarde in deze tijd. Bakens, voor mij. Voor een ander zouden het oogopeners kunnen zijn, of zeg: een blikverruiming (of minstens een blikomlegging). De kans dat dat soort van ander – zeg een man in een flatportiek of het soort mens dat het helemaal goed vindt om ongevaccineerden hier en daar de toegang te weigeren want “bepaalde keuzes hebben bepaalde gevolgen en dat is altijd al zo geweest” – deze boeken gaat lezen is echter zeer klein. En ik help ook niet mee door mij meteen aan het begin van mijn recensie al te laten kennen als een notoire eenling (zij het niet geheel uit vrije keus) en daarmee voedsel te geven aan de gedachte dat al die wappies niet serieus te nemen asocialen en dwazen zijn.

Maar misschien de scrollers? Die alleen deze zin zullen lezen: lees De psychologie van totalitarisme. Lees het. Om godswil, lees het.


Mattias Desmet De psychologie van het totalitarisme Recensie

De psychologie van het totalitarisme

  • Schrijver: Mattias Desmet (België)
  • Soort boek: non-fictie
  • Uitgever: Pelckmans
  • Verschijnt: 15 februari 2022
  • Omvang: 272 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 30,00
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van het boek over totalitarisme van Mattias Desmet

Het recht op privacy kalft af, (zelf)censuur neemt in snel tempo toe, de gezondheid van het individu wordt meer en meer een staatszaak, het aantal intrusieve acties door veiligheidsdiensten stijgt exponentieel – de laatste decennia vergroot de greep van de overheid op het privéleven van het individu hand over hand. Het door Hannah Arendt opgeroepen dystopische toekomstbeeld dat na de val van het nazisme en het stalinisme er een nieuw soort totalitarisme zou oprijzen, geleid door saaie bureaucraten en technocraten, tekent zich merkwaardig realistisch af aan de maatschappelijke horizon.

Totalitarisme is geen historische toevalligheid. Het is het logische gevolg van een waanachtig geloof in de almacht van het menselijke verstand; het is het symptoom bij uitstek van de Verlichtingstraditie. Dit boek presenteert een glasheldere psychologische analyse van de historische opkomst van totalitarisme en het ermee verbonden fenomeen van massavorming. Het presenteert daarbij een bijwijlen genadeloze maatschappijkritische analyse van fenomenen als de woke cultuur, de Black Lives Matter-beweging en de angstcultuur die tot een hoogtepunt kwam tijdens de coronacrisis.

Mattias Desmet is professor klinische psychologie aan de Universiteit Gent. Hij heeft een psychoanalytische praktijk en is auteur van boeken als The pursuit of objectivity in psychology en Lacan’s logic of subjectivity.

Bijpassende boeken en informatie