Mondruimtes & matroesjka's boek van Ton Naaijkens over actuele Duitstalige poëzie

Ton Naaijkens – Mondruimtes & matroesjka’s

Ton Naaijkens Mondruimtes & matroesjka’s recensie, review en informatie boek met en over actuele Duitstalige poëzie. Op 15 december 2025 verschijnt bij M10Boeken het boek van Ton Naaijkens over nieuwe Duitstalige poëzie. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Ton Naaijkens Mondruimtes & matroesjka’s recensie

De zon komt op in het oosten. De poëzie gaat onder in het westen.

Nee. Dat is niet waar. Maar toch. Waarom lijkt de Noordzee hier zo grijs, waarom lijkt de Nederlandse poëzie zo vlak, en waarom worden hier dingen gezegd als gewoon is al gek genoeg? Vanwaar dat wantrouwen tegen alles dat afwijkt van de norm? Waarom is de literatuur in bijna elk land dat niet Nederland heet almeteens een pak of twee avontuurlijker? Zelfs in Duitsland? Ja zelfs in Duitsland natuurlijk in Duitsland vooral misschien wel in Duitsland.

Ton Naaijkens komt met een mooi overzicht van actuele Duitse poëzie. Vierendertig dichters. Waarvan achttien vrouwen en zestien mannen, al zie ik niet zo goed in hoe dat relevant is. Sommige ervan kende ik: Barbara Köhler, Elke Erb, Daniel Falb, Monika Rinck, Ulf Stolterfoht, Paul Celan, Ron Winkler en Friederike Mayröcker ja natuurlijk Friederike Mayröcker zeker Friederike Mayröcker vooral Friederike Mayröcker om eerlijk te zijn zou ik heel dit boek misschien niet eens gekocht hebben als Friederike Mayröcker niet opgenomen zou zijn.

Anderen. Velen. Kende ik niet.

Kun je kennen leren.
Kun je groenkamer van de godin.
Kun je ontmoetingen wel.

Denk aksie.
Denk waar dingen vrij komen.
Waar je ont-moet, niks meer hoeft, daar waar dingen vrij komen, daar gebeurt poëzie.

Daar loopt. Daar gaat.

Ben ik het maar, of lijkt in deze en in alle andere poëzie die niet Nederlands is veel meer beweging te zitten? Of alle andere poëzie gaat, loopt, wordt, waar de Nederlandse poëzie staat, zit, is.

Was wordend ooit. Maar nu niet meer.

Maar dit hier.

Hoe het van de pagina’s spat. Kom daar eens om. Zie dat eens. Lees. Beleef het.

Als dit de aktuele stand van zaken is in de Duitse poëzie, dan is de Duitse poëzie speels, rebels, dadaïstisch, surreëel, anarchistisch, hermetisch, duister, wild, eigenzinnig, losbandig en post-post-post-watdanook. Hier wordt gespeeld met klank, met ritme, met taal, met lagen, met betekenis, met muziek, met woorden, met beelden, met alles waarmee poëzie tot spreken nee tot schreeuwen nee tot zingen nee tot zeggingskracht komt.

Het ruist in je oor.
Het is het oceaangroen, en het vuur.
De pauzetekens van de nacht.
Het paginaglimpje van de growzosnel.
Al wat stuk voor stuk smelt op je tong.
De kers waar je van houdt.
De nacht voor nacht in palintrope harmonie.
Hoe het firmament ferm is (het is gewis).
Het knagen en in elkaar draaien.
De ademende ondergang.
Een drieogige raaf en één lange klinker.
Een leren tas die jouw leven was.
De stad die de mond ruimte is.
De as in het centrum die nog warm is.
De plakken gember de muskaatbouillon de 20×20 cm grote stoeptegels.
Vertaalbaarheid, helder als glas.
En honende honingprotocollen.
Of elke willekeurige bestaande taal.
Je handen suiker geven.
Een vluchtige mondholte propvol op dit spitsuur.
Het zet wat stuk is gelezen over.
Wat hemels is de wereld zo o wielen op wielerspoor.
Linguïstiek die niet droog is maar vochtig (een broek kan alleen in het Duits dood zijn).
Een uit spellingswoordenboeken uit de ramsj in elkaar geflanst hutje.
Algoritme dna broeikas.
Amper drie kilometer van het paradijs.
Het tikken van de aardappels in de provisiekamer.
De springstofzetter die schreeuwt om een idioom.
De roerloze boom die valt uit de tijd.
De geluiden op welke plek van je lichaam (het kloppen van de verwarming).
De vogel de mens de zee.
Het vliegen in een twaalfzitskano.
Kuit. Schieten. Overschot. Overloop.
Het klokkenspel van de peren dat alarm slaat.
Een kleine bonte homp donkerte.
De broodvissen die zeggen stofwisselende namen.
Stoplichten tussen a en b.
Nachtschadegewassen.
Een uitgestoten sleutel.
Het niet meer op zoek naar de orgonvrucht der wijzen.
De grote breuk. De tijd die omhoogkomt.

Dat dit het is. Dat alles en dit het is. Dat veel meer nog dan dit het is. Ik kan je niet zeggen wat het is. Veel meer dan dit en dan dit alles nog is wat het is.

Het is zo boventalig zo overtalig zo veeltalig omdat het veel meer is dan alleen maar één taal (hoe dit Naaijkens dit heeft kunnen vertalen, de creativiteit die dat gevergd heeft, je moet er wel bewondering voor hebben). Het is veel meer dan Duits bovendien. Een flinke porsie van dit boek bevat de Duitse originelen, en dat leek me eerst nog een beetje overbodig. Maar ik vond me daar waar de taal overkookte, uit de rails liep of uit klauwen ging toch geregeld terug denkend Wat zou daar in het Duits gestaan hebben? En dus spiekend. Bladerend. Kijkend. Niets overbodig achtend.

Een diepe buiging dus, voor m10boeken omdat Mondruimtes en matroesjka’s zo prachtig is uitgegeven. Met harde kaft, leeslint, bijna vijfhonderd pagina’s poëzie, waarvan een flink gedeelte Duits ja maar je gaat dat willen inzien, niet alle gedichten en ook niet regel voor regel nee maar je gaat toch blij zijn met de Duitse versies.

En een even diepe buiging nee een nog diepere buiging voor Ton Naaijkens. Die zocht, verzamelde, vertaalde. Die de prachtigste poëzie blootlegt voor iedereen die geen Duits kan, wil of wenst te lezen (eigenlijk vind ik Duits een hele moje taal, zoveel mojer dan Frans of Italiaans, mojer misschien zelfs wel dan Nederlands of Engels maar toch, allicht vanwege mijn frustraties op de middelbare school, krijg ik hoofdpijn als ik langer dan een kwartier Duits lees). “Misschien had ik Erich Arendt, Rolf Dieter Brinkmann, Nicolas Born, F.C. Delius, Ernst Meister […] [o]f Uwe Kolbe, Franzobel, Dana Ranga, Silke Scheuermann, Wolfgang Hilbe [en] Peter Waterhouse [ook moeten opvoeren]?’, vraagt Naaijkens zich in zijn nawoord af. Ja, Naaijkens, doe. Voer op. Nog een boek als dit. Delius en Hilbe en Meister ken ik toevallig en die zijn geweldig, en al die anderen wil ik graag ontmoeten. Dus. Meer. En nog. En voorts. Dat soort boek is Mondruimtes & matroesjka’s. Het soort boek waarvan je nooit genoeg hebt. En wie met een boek van deze omvang de lezer alsnog met zo’n enorme honger naar meer kan achterlaten, heeft toch echt wel iets goed gedaan.

Recensie van Tim Donker

Ton Naaijkens Mondruimtes & matroesjka's

Mondruimtes & matroesjka’s

Actuele Duitstalige poëzie

  • Auteur: Ton Naaijkens 
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: M10Boeken
  • Verschijnt: 15 december 2025
  • Omvang: 480 pagina’s
  • Afmetingen: 18,6 x 24,9 x 4,8 cm
  • Gewicht: 1075 gram
  • Uitgave: gebonden boek (met leeslint)
  • Prijs: € 39,50
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek van Ton Naaijkens over actuele Duitstalige poëzie

In ‘Mondruimtes & matroesjka’s’ biedt Ton Naaijkens een eigen, actuele blik op de hedendaagse Duitstalige poëzie – niet door erover te vertellen maar door haar via vertaling te tonen. Het gaat om nieuw of recent werk van 34 dichters, achttien vrouwen en zestien mannen, verzameld uit evenzovele bundels die bepalend waren voor hun stem – en voor de poëzie zelf, ook internationaal.
Hun werk wordt niet via een zogenaamd representatieve selectie voorgesteld, maar met een substantieel onderdeel ervan: een cyclus, een lang gedicht of een samenhangende reeks gedichten. Daarover werd met de betrokken dichters wel gecommuniceerd, maar de keuze blijft uiteindelijk subjectief en werd vooral bepaald door voorliefdes en persoonlijke betrokkenheden van Nijhoffprijswinnaar Naaijkens, die zo bovendien een inkijkje biedt in zijn zowat vijftigjarige loopbaan als lezer en vertaler.

Voor de kroon daarop worden hier voor een flink deel ongepubliceerde vertalingen voorgesteld van Marcel Beyer, Nico Bleutge, Yevgeni Breyger, Sonja vom Brocke, Paul Celan, Mara-Daria Cojocaru, Róža Domašcyna, Ulrike Draesner, Elke Erb, Daniel Falb, Karin Fellner, Franziska Füchsl, Durs Grünbein, Thomas Kling, Barbara Köhler, Gregor Laschen, Friederike Mayröcker, Anna Julian Mendlik, Brigitte Oleschinski, Oskar Pastior, Steffen Popp, Monika Rinck, Ulrike Almut Sandig, Lea Schneider, Raoul Schrott, Daniela Seel, Lutz Seiler, Ulf Stolterfoht, Yoko Tawada, Hans Thill, Julia Trompeter, Christoph Wenzel, Ron Winkler en Uljana Wolf.

De bloemlezing bevat bovendien nadere informatie over de dichters van telkens honderd woorden, is tweetalig en voorzien van twee leeslintjes.

Ton Naaijkens is geboren in 1953. Hij is vertaler, essayist en redacteur van Filter, tijdschrift over vertalen en Terras, tijdschrift voor internationale literatuur.

Bijpassende boeken en informatie