Tag archieven: boekrecensie

Arnold Carmiggelt & Marieke Keur – Hoe een classicus nazispion werd

Arnold Carmiggelt & Marieke Keur Hoe een classicus nazispion werd recensie, review en informatie boek over Lambertus Elferink. Op 18 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Walburg Pers het boek van Arnold Carmiggelt en Marieke Keur het boek over Lambertus Elferink, de Nederlandse classicus die nazispion werd. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Arnold Carmiggelt & Marieke Keur Hoe een classicus nazispion werd recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Hoe een classicus nazispion werd, De omzwervingen van Elferink, geschreven door Arnold Carmiggelt en Marieke Keur, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Schier oneindig en onuitputtelijk lijkt het soms, de hoeveelheid boeken die jaarlijks verschijnt en waarin verhalen uit en de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog centraal staat. Teveel? Voor de echt geïnteresseerden in in de Oorlog zal dat meestal wel meevallen. Boeit de periode je wel maar hoef je er niet alles van te weten, kan het soms lastig kiezen zijn wat te lezen en wat niet.

Hoe een classicus nazispion werd, is voor beider soorten lezers een nieuw boek. Waarom? Het boek belicht zowel de persoonlijke geschiedenis van iemand die fout was in de oorlog, classicus Lambertus Elferink, maar schets ook de geopolitieke  ontwikkelingen en de verbondenheid van de Afrikaners in Zuid-Afrika met Duitsland en Nederland.

Lambertus Elferink ontwikkelde al voor de oorlog sympathie voor het nationaalsocialistische gedachtengoed en liet zich overhalen om spionagewerk te gaan doen voor de Duitsers in Zuid-Afrika. En met name op dit werk gaan de auteurs Arnold Carmiggelt en Marieke Keur dieper in. Echter tijdens het vooronderzoek dat ze deden voor dit boek, bleken er nogal wat lacunes te zijn die ze niet helemaal gedicht kregen.

Daarom kozen de auteurs ervoor om deze gaten te dichten met verhalen over hoe zij denken hoe het leven en de avonturen van Lambertus Elferink gegaan zouden kunnen zijn. Een gewaagde keuze uiteraard. Maar wel een die het boek spannender maakt. Als je je aan dit laatste gegeven niet stoort dan is Hoe een classicus nazispion werd de moeite van het lezen zeker waard. Onze redactie waardeert het boek met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Arnold Carmiggelt & Marieke Keur Hoe een classicus nazispion werd

Hoe een classicus nazispion werd

De omzwervingen van Elferink

  • Auteurs: Arnold Carmiggelt, Marieke Keur (Nederland)
  • Soort boek: oorlogsgeschiedenis, portret
  • Uitgever: Walburg Pers
  • Verschijnt: 18 maart 2026
  • Omvang: 352 pagina’s
  • Afmetingen: 15,6 x 23,4 cm
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 29,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek van Arnold Carmiggelt en Marieke Keur over nazispion Lambertus Elferink

In de roerige twintigste eeuw leidt Lambertus Elferink (1910-1992) een avontuurlijk leven. Als student in het benarde vooroorlogse Amsterdam en het zinderende Berlijn van Hitler wordt hij omringd door verleidingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkt hij als Duits spion in Zuid-Afrika en Lissabon, tot de Britse geheime dienst hem in 1943 in de val lokt.

Na de bevrijding raakt hij in de Scheveningse gevangenis bevriend met de Joodse Friedrich Weinreb, die ook een besmet oorlogsverleden heeft. In 1949 keert Elferink geruisloos terug in de samenleving als leraar klassieke talen in Den Haag. Langzaam begint de lokroep van radicaal-rechts opnieuw te klinken.

Met een combinatie van gedegen historisch onderzoek en fictieve scènes onderzoekt dit boek het leven van een eigenzinnige classicus met een geheim. Een verontrustende parallel met de actualiteit dringt zich op.

Arnold Carmiggelt studeerde geschiedenis en culturele prehistorie aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2019 promoveerde hij op een biografie van de archeoloog Assien Bohmers, getiteld Geheimzinnigheid is zijn fort. Vanaf 2009 is hij hoofd van Archeologie Rotterdam (BOOR).

Marieke Keur studeerde Engelse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en Durham University. Als redacteur en tekstschrijver heeft zij gewerkt in de politiek, zorg en ICT.

Bijpassende boeken

Ben Maarleveld en Loek Dekker – Nederblues

Ben Maarleveld en Loek Dekker Nederblues recensie, review en informatie boek over Cuby + Blizzards, Bintangs, Livin’ Blues, Brainbox, Oscar Benton Blues Band, Barrelhouse, Flavium en Magic Frankie. Op 16 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Noordboek – Van Gorcum het boek van Ben Maarleveld en Loek Dekker over de bluesmuziek in Nederland. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Ben Maarleveld en Loek Dekker recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Nederblues, Iconen van de Nederlandse bluesmuziek, Cuby + Blizzards, Bintangs, Livin’ Blues, Brainbox, Oscar Benton Blues Band, Barrelhouse, Flavium, Magic Frankie, geschreven door Ben Maarleveld en Loek Dekker, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Dat Nederland aan het einde van de jaren zestig en in de jaren zeventig een aantal succesvolle en populaire bluesrockbands rijk was, zal voor de wat ouder muziekliefhebber wellicht bekend zijn. Maar hoe succesvol deze bands waren, wat de drijfveren waren en wat er van deze succesvolle muzikanten in hun leven terecht is gekomen heeft veelal te weinig aandacht gekregen.

Gelukkig wordt die lacune nu ingevuld met het boek Nederblues dat geschreven is door Loek Dekker en Ben van Maarleveld. Voor hun boek hebben ze flink wat onderzoek gedaan, muzikanten, bandleden en andere betrokkenen opgespoord en uitgebreid met hen gesproken.

Voor dit boek hebben ze acht lange biografische portretten geschreven van de acht belangrijkste en meest succesvolle Nederlandse bluesrock acts. Zeer rijk geïllustreerd, goed gedocumenteerd en prima geschreven biedt het boek een uitstekend overzicht van de belangrijkste Nederlandse bluesrockbands en -muzikanten. En wat goed is, dat er zowel voor de kenner als de lezer die deze Nederlandse muziekscene wil ontdekken er veel te genieten valt. Applaus voor Loek Dekker en Ben van Maarleveld die met dit boek een mooie ode brengen aan de Nederlandse bluesrock en de bijzondere muzikanten die hieruit voortgekomen zijn. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Ben Maarleveld en Loek Dekker Nederblues

Nederblues

Met de iconische bands Cuby + Blizzards, Bintangs, Livin’ Blues, Brainbox, Oscar Benton Blues Band, Barrelhouse, Flavium, Magic Frankie

  • Auteurs: Ben Maarleveld, Loek Dekker (Nederland)
  • Soort boek: muziekboek
  • Uitgever: Noordboek – Van Gorcum
  • Verschijnt: 16 maart 2026
  • Omvang: 306 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 29,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek over de bluesmuziek in Nederland

Vanaf 1965 bloeide de Nederblues op, met bands als Cuby + Blizzards, Bintangs, Livin’ Blues, Brainbox, Oscar Benton Blues Band. Dit boek beschrijft de opkomst van de Nederblues en biedt een helder overzicht van de muziek uit deze tijd. Ook Barrelhouse (met zangeres Tineke Schoemaker en de gebroeders Laporte op gitaar), Flavium en Magic Frankie, allen toegelaten tot de Dutch Blues Hall of Fame, krijgen een prominente plek. De leden van de belangrijkste bands komen aan het woord en het boek sluit af met de stand van de Nederblues anno nu.

Auteurs Loek Dekker en Ben Maarleveld beschrijven beeldend, overzichtelijk en chronologisch het ontstaan en de vaak onstuimige carrière van de acht meest toonaangevende Nederblues bands.

Ben Maarleveld is geboren in 1957. Hij is van jongs af aan besmet met het blues- en rockvirus. Bands als The Who, Ten Years After, Jimi Hendrix, maar ook Brainbox, Livin’ Blues en Cuby + Blizzards klonken op zijn jongenskamer al hard door de speakers. De interesse werd breder door o.a. Pink Floyd en Jethro Tull, maar de blues kwam steeds weer terug. Nu voert dit genre de boventoon in zijn collectie lp’s en cd’s. Sinds meerdere jaren is hij lid van de jury van de voorselectie van de Dutch Blues Challenge, jaarlijks georganiseerd door de Dutch Blues Foundation. Het samen met Loek Dekker geschreven Nederblues is zijn eerste boek.

Loek Dekker is geboren in 1957. Hij is historicus en schreef inmiddels vier muziekbiografieën. In de reeks Rockklassiekers Livin’ Blues, bluesrock met internationale allure (2016) en Crosby, Stills, Nash & Young, de Woodstock-generatie (2019), waarna in 2021 bij Uitgeverij Van Gorcum The Who, de ultieme rockband uitkwam en in 2024 gevolgd door Eagles, Amerika’s populairste rockband. De eerste werd door Robert Haagsma lovend besproken in het gerenommeerde Nederlandse muziekblad Lust for Life. Flip Vuijsje gaf het boek drie sterren in de boekenbijlage van de Volkskrant en oordeelde in hetzelfde dagblad over The Who als een ‘verhelderend boek, geschreven op een toon, die tegelijk onderkoeld én onderhoudend is’. Crosby, Stills, Nash & Young betitelde Lust for Life redacteur Dominique van der Geld als een van de betere afleveringen uit de reeks Rockklassiekers. En Eagles werd positief ontvangen door onder meer Felix Meurders op Radio 5.

Bijpassende boeken

Mehdi Belhaj Kacem – God, techniek en alwetendheid

Mehdi Belhaj Kacem God, techniek en alwetendheid recensie, review en informatie boek met een essay over het kwaad. Op 12 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Ten Have de Nederlandse vertaling van het essay van de Frans-Tunisische filosoof Mehdi Belhaj Kacem. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Mehdi Belhaj Kacem God, techniek en alwetendheid recensie van Tim Donker

Kan een filosofie een muziekstuk zijn?, ja kan, is, wordt gedaan, hier.

Of.

Misschien zit het achterplat, als altijd, daar ook wel voor iets tussen.

“[G]oddelijke eigenschappen [worden] in ons tijdperk belichaamd [..] door de technowetenschap.”, staat daar, op dat achterplat, en: “[T]echnologie, […] ooit begonnen als hulpmiddel, [heeft] de rol van God [..] overgenomen.” Wel. De idee dat wetenschap tegenwoordig een religieuze status heeft, en dat de verlichting dus met een zekere verblinding gepaard is gegaan, kwam ik eerder al tegen bij figuren als Mattias Desmet en René ten Bos en ik vind het een prikkelende gedachte. Er niet ganzelijk nevens ook. Dus ik verheugde me al. Op een flinke portie feyerabendiaanse relativering de kritiekloze wijze waarop de geseculariseerde mens “het laatste woord” altoos weer in de mond van de wetenschap wenst te leggen. Kacem trekt wel een parallel tussen religie en wetenschap en opteert ook voor een radicaal en algeheel atheïsme (dus ook een “ontgoddelijkte” wetenschap), maar niet helemaal op de manier die ik in gedachten had toen ik me lezend zette. En hij komt ook via omtrekkende bewegingen daar waar ik niet dacht dat hij heen zou gaan.

Misschien omdat dit “essay” (een kleine 160 pagina’s vind ik een nogal behoorlijk essay) gebaseerd is op een lezing die Kacem in 2016 hield; een lezing die naar de wens van organisator Bertrand Schefer moest gaan over “de subjectiviteit en de ervaring van ieder van ons die beelden bekijkt, maakt of interpreteert” (welja), komt Kacems betoog als een trage dans tot de kern: verschuiving, herhaling, verschuiving, herhaling, verschil (of is het een knipoog naar Deleuze, Kacem?). De woorden ontvouwen zich als de noten van een minimalistisch muziekstuk, met een maximalistisch orgelpunt.

Hij begint met een kantelpunt.

Er moet altijd een kantelpunt zijn. Waarom moet er altijd een kantelpunt zijn? (de idee dat er ooit een kantelpunt geweest zou zijn, staat trouwens wat haaks op wat hij verderop in het boek beweert)

Hij begint met beelden, inderdaad. De Franse revolutie bracht de val van het monarchale christendom. Kunstenaars haalden vanaf dat moment hun inspiratie niet langer uit het goddelijke, maar daarentegen uit het kwaad. Postrevolutionaire kunst wordt, aldus Kacem, gedomineerd door wat hij “traumatiserende” beelden noemt. Dat woord komt nogal eens terug in zijn filosofie en ik moet u zeggen dat ik met Gerbrand Bakker een diep wantrouwen deel tegen dit overmatige gebruik. Trauma. Alles is maar een trauma tegenwoordig. Iedereen is getraumatiseerd. In de filosofie van Mehdi Belhaj Kacem zeker, en dit maakte me aanvankelijk wat sceptisch. Daar kwam bij dat ik er niet geheel zeker van ben dat het kwaad pas na de bestorming van de Bastille in de kunst gekomen is. Ik ben geen kunsthistoricus en ik kan er best naast zitten. Maar toch. Alsof de bijbel ook al niet vol staat van, laat ik het dan ook maar zeggen, “traumatiserende” beelden. Nota bene het oerbeeld van het Christendom. De Mens aan het kruis, dat is toch ook al niet zo’n heel prettig beeld, wel? Maar het zal niet geheel onwaar zijn dat “moderne” kunst wat onbeschaamder is in het tonen van weerzinwekkende beelden. Kacem verbindt dit aan het aristotelische begrip katharsis (Aristoteles! Gaat toch ook alweer wat verder terug dan de Franse revolutie), en stelt en passant dat technologie een democratisering van de katharsis bracht: waren De Goya en De Sade nog enigszins voor de elite; Game of Thrones is voor iedereen. Het kwaad alledaags gemaakt, genormaliseerd zo je wil.

Makenschap. Het bestel.

Misschien is het nu goed om te weten dat Kacem alles dat niet natuurlijk is, technologisch noemt. Dat wat uit de zichzelf voortkomt, is natuurlijk; dat wat door de hand van de mens wordt gemaakt, is technologisch. De mens is dus van meet af aan een technologisch wezen, en hier komt het langzamerhand het cruciale punt. De mens is namelijk het enige dier dat zijn geheugen buiten zichzelf bewaart (schrift, computer), en er is ontzettend veel meer buiten de mens dan in hem. Hier komt ook de idee van “ontologische alzheimer” kijken, al had dit van mij iets steviger in de verf gezet mogen worden. De optelsom van al het weten is God (Spinoza?), lichtelijk gelijk aan de noösfeer die u van Teilhard de Chardin kunt kennen (en anders wel van Llorenç Villalonga). In de onmetelijke hoeveelheid van dit “opgetelde weten”, en alle daaruit voortkomende informatiestromen, ligt de oorzaak van alle pathologieën. Zo bezien maken wetenschap en technologie de mens dus misschien wel eerder zieker dan gezonder. Maar er is meer. En daar komt de verwantschap met religie kijken. Monotheïstische religies hebben een hiernamaals gepostuleerd en dit heeft wetenschappers, uitvinders; zeg voorvechters van de zogeheten “vooruitgang” (ja, progressieven!) verzoend met het vernietigen van het milieu. Misschien niet zozeer omdat er toch een hemel is, en heel die aarde wel verkloot mag worden maar wel omdat er een “daar” is waarnaar gestreefd moet worden, een “anders en beter” dat wel een offer waard is. De Jezus van de wetenschap is dan de cyborg, de menswording van het de gehele mensheid overstijgend superwezen dat techniek heet. Internet van dingen. Internet van lichamen. Biotechnologie. Transhumanisme: waar wetenschappers, net als gelovigen, streven naar onsterfelijkheid. Zo is wetenschap volgens Kacem feitelijk ten diepste religieus. En communistisch bovendien: planetaire communicatie; de planeet getransformeerd tot één gigantisch brein waar iedereen deel aan heeft. De huidige staat der techniek als de verwezenlijking van de communistische droom? Hoe ongerijmd. Hoe geniaal ook. Een alternatieve titel had dan ook God, techniek en onsterfelijkheid kunnen zijn.

In zijn visie op de technoïde mens brengt Kacem uiteindelijk ook zijn meest diepzinnige filosofie in stelling. Die heeft alles te maken met pleonectiek. Hij zegt toe deze filosofie in een komend werk verder uit te werken, maar het voorschot dat hij hier geeft is alvast veelbelovend. In deze analyse verschijnt de mens als een pleonectisch wezen. Dit gaat verder dan hebberigheid alleen; pleonectiek wijst op een buitensporige toe-eigening. Een steen eigent zich niks toe, en “leeft” tweehonderd miljoen jaar. Dieren eigen zich alleen datgene toe dat nodig is om te overleven. De meeste dieren leven individueel bezien dan wel korter dan mensen, maar ze doen ook niks om het voortbestaan van de soort in gevaar te brengen. Mensen eigen zich alles toe. Niet alleen in materiële zin, maar ook in ruimtelijke. De hele aarde is nog niet genoeg, ook het heelal moet gekoloniseerd. Ook het willen weten, het willen kennen is eindeloos. Wetenschap dient dus ook deze pleonectiek (die mij overigens uiterst heideggeriaans aandeed, het deed mij onmiddellijk denken aan Heideggers idee van de mens als “ontverringsmachine”): alles moet in het bezit van de mens komen, verkend zijn door hem, geweten, gemeten, geannexeerd door hem. Dit zal ook zijn ondergang zijn. In de woorden van Kacem: “De meest gigantische […] toe-eigening die ooit op aarde is waargenomen […] resulteert in de meest catastrofale onteigening die ooit is waargenomen”. En dat wordt nog toegejuicht ook! Kacem citeert Stephen Hawking: “Zelfs als de mens zou verdwijnen, zou het feit dat hij zich de meest wetten van het universum heeft toegeëigend een ongekende prestatie blijven. In reactie hierop zegt Kacem, toewerkend naar zijn slotpleidooi: “Ik vind geen troost voor de miljarden wreedheden die sinds we hier verschenen op aarde zijn begaan om tot al deze kennis te komen; kennis die tot overmaat van ramp misschien wel tot niets heeft gediend. Ik kan mezelf er niet toe brengen te denken, zoals de meeste traditionele filosofen, dat dit de ‘prijs was die we moesten betalen’ om op een dag tot iets beters te komen.”, en: “Misschien rest ons […], net zoals aan het einde van een andere magnifieke film over dit onderwerp, Spielbergs A.I. Artificial Intelligence, niets anders dan het downloaden van de beste cognitieve gegevens waarover de mensheid heeft kunnen beschikken, zodat we over een paar miljoen jaar, wanneer de meeste levensvormen van deze planeet zijn verdwenen, een ras van buitenaardse wezens al deze prachtige gegevens kan terugwinnen, om er hopelijk beter gebruik van te maken. Deze tekst, en al mijn werk, zou slechts een kleine bijdrage zijn, een waarschuwend getuigenis voor de fouten die niet herhaald mogen worden – als een soort met een beter geheugen dan wij er ooit toegang toe krijgt.” Een soort met een beter geheugen? Een soort met een beter geheugen? Echt? En gij meent dat, Kacem? Maar als ik de finesse van uw filosofie juist gevat heb, lijkt het mij veeleer toch juist om een minder te gaan? Minder ruimte innemen, minder pleonectiek, minder willen weten, het geheugen minder belasten. Het woord beter wijst namelijk weeral op de jacht voorwaarts, naar dat daar waar alles glanzender, onovertrefbaarder, geweldiger is. En dit daar is toch juist het kwaad van de mens, het kwaad van de techniek, het kwaad van de wetenschap? (het kwaad heeft het kwade gevat, zegt Małgorzata Lebda).

Met God, techniek en alwetendheid weeft Mehdi Belhaj Kacem een belangwekkende filosofie. Draad voor draad. Sommige draden leiden rechtstreeks naar de kern, andere, zoals die over de “traumatiserende beelden” die kunstenaars vanaf de Franse revolutie over de mensheid zijn blijven uitstorten, lijken wat losser van aard. Hopelijk wordt zijn nog te verschijnen hoofdwerk over de pleonectiek ook vertaald.

Ik kende Kacem eerlijk gezegd niet maar hij heeft nog veel meer geschreven. Ook enkele fictiewerken, die blijkens de inleiding van de vertaler, Pieter Lemmens, eveneens zeer lezenswaard zouden moeten zijn. Helaas der helazen lees ik geen Frans. Aan het werk dus, Pieter Lemmens. Na dit essay wil ik meer lezen van Mehdi Belhaj Kacem. Veel meer.

Mehdi Belhaj Kacem God, rechniek en alwetendheid

God, techniek en alwetendheid

Een essay over het kwaad

  • Auteur: Mehdi Belhaj Kacem (Tunesië)
  • Soort boek: filosofisch essay
  • Uitgever: Ten Have
  • Verschijnt: 12 maart 2026
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Afmetingen: 13,5 x 21,5 x 1,4 cm
  • Gewicht: 202 gram
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99 / € 11,99
  • Boek bestellen >

Flaptekst filosofisch boek over het kwaad van Mehdi Belhaj Kacem

De Frans-Tunesische filosoof Mehdi Belhaj Kacem beschikt over een zeldzaam origineel tegengeluid. In dit boek schrijft hij over de rol van technologie in ons leven en in onze maatschappij, met een scherpte en radicaliteit die hem in Frankrijk al tot cultfilosoof maakte.

Deze Nederlandse vertaling introduceert een denker die de erfenis van Derrida en Badiou weet te verbinden met de urgentie van het heden – een onderscheidend werk voor de lezers van Byung-Chul Han en Markus Gabriel.

Mehdi Belhaj Kacem is geboren op 17 april 1973 in Parijs. Hij is een Frans-Tunesische schrijver, filosoof en acteur en is bekend om zijn provocerende, vaak nihilistische essays en zijn breuk met Alain Badiou. Naast fictie publiceerde het meerdere filosofische teksten.

Bijpassende boeken

Haruki Murakami – Jazzportretten

Haruki Murakami Jazzportretten recensie, review en informatie boek van de Japanse schrijver met verhalen over de jazzmuziek. Op 10 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de Nederlandse vertaling van ポ-トレイト・イン・ジャズ / Pōtoreito in jazu, het boek over jazz, geschreven door Haruki Murakami, de schrijver uit Japan. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Haruki Murakami Jazzportretten recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Jazzportrette, het boek van Haruki Murakami over de jazzmuziek, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Wie bekend is met de romans beroemde Japanse schrijver Haruki Marakami weet dat muziek een bijzondere inspiratiebron voor hem is. Zijn werk is misschien wel doordesemd met muziek. En zijn liefde voor jazzmuziek is misschien wel het grootst.

Lang voordat hij als schrijver aan de slag ging, laat staan voor hij wereldfaam kreeg, werkt Murakami in een klein jazzcafé in Tokio. Toen hij hier aan de slag ging, decennia geleden, was zijn kennis van de muziek zo goed als nul. Maar achter de toog nam hij de muziek die hij hoorde gulzig tot zich. En zo ontstond al vrij snel zijn grote liefde voor het genre die tot op de dag van vandaag onafgebroken voortduurt. Dit leidde uiteindelijk tot het schrijver van portretten van door hem gewaardeerde en geliefde jazzmusici.

De portretten schreef hij touwen al ruim twee decennia geleden en zijn nu voor het eerst in Nederlandse vertaling verschenen. Maar dat maakt voor het lezen niets uit. Mocht de muzikant in de tussentijd overleden zijn, dan wordt daar gewag van gemaakt.

Het lezen van de portretten is een groot genoegen, zeker voor liefhebbers van jazz, maar ook voor lezers die het genre nog moeten ontdekken. In korte bondige stukken beschrijft Murakami het leven en de kwaliteiten van de jazzmuzikanten en verrijkt dit met zijn eigen ervaring met de muziek. Bovendien geeft hij aan wat volgens hem de beste plaat is die kunt beluisteren ter illustratie. Wat het boek dat verzorgd is uitgegeven door Atlas Contact verder nog mooi maakt zijn de illustraties die Makoto Wada maakte en die zijn opgenomen in het boek dat door de redactie gewaardeerd is met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Haruki Murakami Jazzportretten

Jazzportretten

  • Auteur: Haruki Murakami (Japan)
  • Soort boek: muziekboek
  • Origineel: ポ-トレイト・イン・ジャズ (1997)
  • Nederlandse vertaling: Luk Van Haute
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 10 maart 2026
  • Omvang: 256 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst boek van Haruki Murakami over jazz

Japanse bestsellerauteur van o.a. Norwegian Wood en De moord op Commendatore over een van zijn grootste passies en inspiratiebronnen: de jazzmuziek.

Voordat hij fulltime schrijver werd was Haruki Murakami jarenlang de uitbater van jazzcafé Peter Cat in Tokio. Het mag dus niet verbazen dat de jazzmuziek een terugkerend motief is in zijn verhalen en romans. Nog meer dan hardlopen is het zijn belangrijkste inspiratiebron. Hij kan als geen ander zelf uitleggen hoe dit precies zit. De lezer van de vijfenvijftig Jazzportretten in deze bundel krijgt het gevoel aan de toog van Peter Cat plaats te nemen, terwijl de eigenaar een drankje inschenkt en op een vertrouwde, innemende manier anekdotes en weetjes opdist over de plaat die op dat moment draait. Meer dan ooit krijg je de indruk naar de échte stem van Murakami te luisteren. Van Chet Baker tot Charlie Parker, van Duke Ellington tot Ella Fitzgerald: hij maakt je deelgenoot van zijn enthousiasme, en stelt en passant de ideale luistergids samen.

Haruki Murakami is geboren op 12 januari 1949 in Kyoto, Japan. schreef onder andere de romans Norwegian Wood, Kafka op het strand, 1q84 en De moord op Commendatore en de verhalenbundels Mannen zonder vrouw en Eerste persoon enkelvoud. Murakami’s werk wordt in meer dan veertig landen uitgegeven en is bekroond met talloze prijzen, waaronder de Welt-Literaturpreis en de Hans Christian Andersen Literatuurprijs. Hij wordt regelmatig getipt als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Zijn roman De stad en zijn onvaste muren verscheen in mei 2024.

Bijpassende boeken en informatie

Ben Brumagne – Het Bomenboek

Ben Brumagne Het Bomenboek recensie, review en informatie boek met verhalen, weetjes en wilde feiten over bomen en hun wereld. Op 11 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Lannoo het nieuwe boek van Ben Brumagne van Forest to Plate over bomen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en de uitgave.

Ben Brumagne Het Bomenboek recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Het Bomenboek, Verhalen, weetjes en wilde feiten over bomen en hun wereld, geschreven door Ben Brumagne, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Er is gelukkig steeds meer aandacht gekomen voor de onmisbare rol die bomen in het ecosysteem en de natuur spelen. Zonder dat velen van ons zich er bewust van zijn speelt een boom en het bos een belangrijke rol bij onze persoonlijke ervaring ervaring van geluk, sterker nog geluksgevoel. Uit recent wetenschappelijk onderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat mensen die vanuit hun woning goed zicht hebben op bomen zicht prettiger voelen dan personen waarbij dit niet het geval is.

Natuurlijk is er een behoorlijk grote variëteit aan bomen met elk hun eigen kenmerken, voordelen en nadelen. Ben Brumange, de voorvechter van biologische ecologische landbouw en succesvol natuurschrijver laat in zijn Bomenboek zien hoe belangrijk de boom voor ons is, wat deze voor ons betekent, hoe je de verschillende soorten kunt onderscheiden en, niet te vergeten, wat bomen ons kunnen opleveren, zowel in de vorm van vruchten, noten, hout.

Bovendien gaat hij zeer uitgebreid in op de bepalende rol die bomen spelen in ecosystemen, mits we deze echt de ruimte geven om tot volle wasdom te komen. Het bomenboek is een echte en betekenisvolle inspiratie voor iedereen die de boom een warm hart toedraagt en meer over te weten wil komen. Het boek is een mooie combinatie van natuurgids, verhalen en nuttige en praktische achtergrondinformatie. Het boek is door onze redactie gewaard met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Ben Brumagne Het Bomenboek

Het Bomenboek

Verhalen, weetjes en wilde feiten over bomen en hun wereld

  • Auteur: Ben Brumagne (België)
  • Soort boek: bomenboek, natuurboek
  • Uitgever: Lannoo
  • Verschijnt: 11 maart 2026
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Afmetingen: 13 x 19,5 cm
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 25,99 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst van het boek van Ben Brumagne over boeken

Bomen zijn levende wezens met een eigen verhaal, karakter en netwerk. In Het bomenboek neemt Ben Brumagne – auteur van de bestsellers Het wildplukboek en Het wildplukboek voor paddenstoelen – je mee op een persoonlijke en poëtische reis vol verwondering. Van kinderlijke klimpartijen tot tochten door oeroude bossen en kennis over geneeskrachtige planten.

Dit boek verbindt herinnering, wetenschap en de lang vergeten band tussen mens en boom. Je ontdekt hoe bomen samenwerken met paddenstoelen, hoe hun schors, bladeren en zaden eeuwenlang gebruikt werden, en hoe ze een cruciale rol spelen in biodiversiteit en klimaat.

Een inspirerend boek vol verhalen, ecologische inzichten en hernieuwde verbinding met de natuur. Voor lezers van Wohlleben en Simard, natuurliefhebbers en denkers.

  • Verhalen, wetenschap en persoonlijke ontdekking in één.
  • Met een overzicht van 24 bomen, hun kenmerken en historische en ecologische achtergrond.
  • Voor liefhebbers van natuur, kruiden, mythes en verborgen verhalen.

Ben Brumagne volgde de opleiding biologische landbouw en is herborist. Hij is oprichter van Forest to plate waarmee hij workshops en reizen rond wildplukken aanbiedt en lezingen geeft.

Bijpassende boeken en informatie

Wouter Godijn – Het offer

Wouter Godijn Het offer recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Nederlandse schrijver. Op 5 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de nieuwe Wouter Godijn roman. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Wouter Godijn Het offer recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Het offer, de roman van Wouder Godijn, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Het offer’ is een gelukzalige tuimeling in de wereld van freejazz en vrije liefde.” (Saskia Pieterze, Trouw)
  • “In wonderlijke taal dwaalt Wouter Godijn door een labyrint van popelende emoties.” (Thomas Verbogt, Het Parool)

Recensie van Tim Donker

Poëzie was mijn eerste liefde.

Ofnee. Dat is niet helemaal waar. Liefde voor poëzie was altijd al ergens, maar sluimerend, latent. Werd pas goed wakker toen ik ver in de twintig was, voor in de dertig misschien zelfs wel. Toen had ik echt al de nodige romans gelezen, en geapprecieerd. Maar voor het werk van Godijn gaat de uitspraak hierboven zeker op.

Wat zijn poëzie. O god, zijn poëzie. Soms vind ik hem de beste dichter van Nederland. (maar soms ook vind ik H.H. ter Balt de beste dichter van Nederland) (of Maarten van der Graaff) (of Micha Hamel) (of Radna Fabias) (of Richard Nobbe) (of Tsead Bruinja) (of Maria van Daalen) (of Kreek Daey Ouwens) (of F. van Dixhoorn) (of Gerrit Krol) (of Astrid Lampe) (of K. Michel) (of Tonnus Oosterhoff) (of K. Schippers) (of B. Zwaal) (of Marwin Vos) (of Martijn den Ouden) (of Hélène Gelens) (of Robin Block) (of Eva Gerlach) (of Bas Kwakman) (of Onno Kosters) (of Anneke Brassinga) (of Peter van Lier) (of Remco Ekkers)

maar zijn proza. Zijn romans. Sja. Wat is daarmee. Ik weet het niet. Ik probeer ze. Keer na keer. Juist omdat ik hem als dichter zo hoog heb zitten. Maar wat. Ja. Nee. Ik weet het niet. Ik kom er niet doorheen. Ik kom er nooit doorheen. Meestal kom ik er niet doorheen. Ik liep vast in De dood van een auteur die een beetje op Wouter Godijn lijkt (ik herinner me niet eens meer waar dat over ging, kwam er niet een oorlog in voor?), ik liep vast in Meneer L en het meisje (het was geloof ik iets met iemand, en die stak een grens over waarachter hij in een soort alice in wonderland-achtige fantastiewereld terecht kwam, en het beloofde, ja, het beloofde veel, en toch kwam ik er niet doorheen) (ik vond het ook wel een beetje obligaat met zoon fantasiewereld waar dan alles kan en alles mogelijk is, klein beetje uitgekauwd, dat weer wel); ik liep geloof ik niet vast in De liefdesmachine, blauw boek toch?, met zo’n Lissabons trammetje op de voorkant, toch?, besprak ik het niet ooit, hier, of daar, of elders maar toch heb ik geen idee meer waar het over ging of wat ik ervan vond, dusja, hoe zit dat met zijn proza & waarom het me nooit zo grijpt zoals zijn poëzie me grijpt?

Maar dan, één dag, landt Het offer op mijn recenseertafel.

Ik begon er met de nodige scepsis aan, dat zal u bij nu begrijpen. Prozagodijn, ik dacht, het vervelende broertje van poëziegodijn. Diep zucht & het begin van een lichte hoofdpijn. Toch. Dit mensken is een besprekerken, en uit loyaliteit aan zijn briljante broer gunde ik prozagodijn maar weder eens een kans.

En.
Het.
Was.
Tegen.
Alle.
Verwachting.
In.
Heel.
Erg.
Goed.

Ja het was godzalmekraken fucking goed! (totdat -) (maar neen, daar kom ik later nog op). Reeds op de eerste bladzijde word ik om mijn oren geslagen met bizarheden (een verband tussen de smaak van gesmolten kaas en de verhalen die de ouders van de ikfiguur vertelden over de experimenten van de nazis op levende slachtoffers, met name op kinderen), en ik hou er wel van als een schrijver je al direct aan de haren trekt, onontkoombaar, geen mededogen, recht in je gezicht.

En eigenlijk gaat het dan niet eens over de tweede wereldoorlog, en kampen, en de holocaust. Of toch wel een beetje misschien. Maar zeker niet geheel.

Maarten is zeventig, en kijkt terug op zijn tijd met jeugdliefde Nicole. Als zulke liefdes zijn, was het groots, overweldigend, onvergetelijk; niets of niemand haalt het bij zo’n vroege liefde. Dat alles is bekend, Godijn is zeker niet de eerste die een boek schrijft over dit thema. Maar anders dan wat het achterplat suggereert, deed Het offer mij niet denken aan Turks fruit of Terug tot Ina Damman. Niet alleen omdat ik beide romans niet gelezen heb (ik zag de film Turks fruit wel, ooit, niet zo’n beste film als u het mij vraagt maar wat maakt het uit u vraagt het mij immers toch niet) (en dan weder, ook hier, een totdat) (totdat?) (todat, ja, al eventjes dan: het einde van Het offer is wel regelrechte Turks fruit) (als boek en film qua structuur een beetje gelijk op gaan dan tenminste). Vooral heeft Godijn zo’n totaal unieke stem dat elke vergelijking sowieso volledig mank gaat. Hij komt af met neologismen, hij onderbreekt zichzelf, levert commentaar op zijn eigen schrijven, aarzelt, stokt, heroverweegt zijn woordkeuze, en alles maakt dat zijn taal leeft, zingt, jubelt, ontstaat en tot wasdom komt waar de lezer bij is, je bent erbij als zijn taal leert lopen, je bent erbij als zijn taal leert fietsen, er is geen schrijver die zijn lezers er zo bij kan betrekken als Godijn. Het is zo totaal. Het is zo maximaal. Het is zo overal. En daardoor zo volledig navoelbaar. Je begrijpt Maarten. Je begrijpt hem helemaal. Want jij, lezer, ongeacht geslacht of geaardheid, jij wordt ook verliefd op Nicole. Tot over je oren. Todat (- maar daar kom ik nog op) (hou je paarden).

Nicole is afkomstig uit een gegoede familie. Maar daar kan zij niks aan doen. Wat meer is, ze is briljant. Humoristisch. Muzikaal (speelt viool!). Geïnteresseerd in filosofie, literatuur, psychologie. Voor alle vakken haalt ze alleen maar negens en achten. Zo slentert ze op haar gemakje door haar middelbare school heen. En daar, op die middelbare school, ontmoet ze Maarten. Er ontspint zich een bijzondere vriendschap tussen de twee; een vriendschap die vanzelf overgaat in een diepe, innige, onverbrekelijke liefde. Alles in die wervelende, bloedwarme taal van Godijn die de lezer ook laat baden in dat licht. Zelfs de sexscenes. O. Dat. Wacht.

Sex is altijd lastig in literatuur. En al helemaal in de Nederlandse literatuur. Het wordt lomp, het wordt ranzig, het wordt liefdeloos. Of het praat, om juist niet in diergelijke valkuilen terecht te komen, er zodanig omheen dat het van bijna lachwekkende truttigheid wordt. Opgewonden word je er in elk geval zelden van. Maar hier, in dit Het offer hier, hier is het van geheel andere abcdefghijk. De sexscenes, en dat zijn er zijn best nog veel of meer toch dan ik vermoed zou hebben bij Godijn (maar waarom vermoed ik niet veel sex bij Godijn?) (weet jij dat?), zijn, hoe tegenstrijdig dat ook mag klinken, haast kinderlijk. Of komisch, op een wat slapstick- dan wel theatervandelach-achtige wijze; het gevoel, bedoel ik, van een toneelstuk waarbij personages om de haverklap op hun billen vallen en dan even versuft en met kolderieke expressie op het gelaat blijven zitten zodat andere personages dan weer over hen struikelen; het soort toneelstuk waarvoor in het theaterboekje termen als “doldwaas” of “knotsgek” gereserveerd worden (maar wat weet ik er eigenlijk van, ik ben nog nooit in mijn leven naar het theater geweest); het soort toneelstuk dat eigenlijk kinderachtig of flauw zou moeten zijn maar alles is zo potsierlijk en zo sterk uitvergroot dat je jezelf niet kan helpen, je moet er toch om lachen. Ofwel zijn ze, nog steeds die sexscenes in Het offer, lichtelijk surrealistisch, alsof ze plaatshebben op een andere planeet of in één of andere verre toekomst. Sja, héét (sorry) word je er bij Godijn ook niet direct van, maar wel warmig, lichtend, zweverig, een klein beetje licht in het hoofd misschien, een heel klein beetje dronken denk ik – en is dat niet net zo goed verwant aan sex? En dat alles, dat – totdat (en. goed. u weet).

Dat kriebelige gevoel, één deur voor geluk, weet Godijn het grootste gedeelte van Het offer vast te houden. Je leest dit boek niet, je zweeft erdoorheen. Ik. Daar. Leviterend. Een paar sentimeter boven mijn leesstoel. Totdat.

Oké. Ja. Nu is er geen ontkomen meer aan.

De liefde tussen Maarten en Nicole begon op de middelbare school. Nicole staat op het punt van studeren, Maarten niet, hij sukkelt een beetje op school, ook daarin is Nicole zijn meerdere, en daar ergens, op dat scharnierpunt naar de volwassenheid, gaan ze voor het eerst alleen op vakantie. Naja, met z’n tweeën dan natuurlijk. Maar zonder ouders. Naar Engeland, naar Denemarken, door Maarten al snel samengetrokken tot het sprookjesland Engelmarken. Het is de zomer van 1974, misschien zegt sommige mensen dat al iets (en als dat zo zou zijn, is dat al erg genoeg waarde lezer!). Voetbal. Een EK of een WK, wat weet ik ervan, voor zover het het Nederlands elftal betreft klaarblijkelijk beheerst door (de gekte rondom) Johan Cruijff. Maarten is al een heel klein beetje verdrietig omdat hij vreest dat hij nu ze op vakantie zijn niet alle wedstrijden meer gaat kunnen zien. Maar dat maakt de lezer, of dat maakte deze lezer toch, nog niet zoveel uit, die Maarten vond je heel het boek doorheen al een beetje een onnozelaar, eigenlijk te suf en te onwetend voor zo’n fantastisch creatuur als Nicole. Echter, overal waar ze komen is het Cruijff voor en na, overal mogen ze binnen, overal moeten ze aanschuiven, overal moeten ze met de lokale bevolking meekijken naar weeral de volgende wedstrijd. En dan het allerergste. Daar. Op bladzijde 169. Ze zegt het. Verdomme, zegt ze dat nou echt? Ja, ze zegt het. Nicole zegt, over Johan Cruijff: “Die man is geniaal.” Zegt ze. Zegt zij. Nicole, dat fantastische creatuur. Verdomme. Ja, verdomme en bam. Want gelijk is mijn verliefdheid aan gruzelementen geslagen. Met nog een bladzijde of zestig, zeventig te gaan. Zit ik. Bam. Weer heel gewoon op de zitting van mijn leesstoel. Niet meer verliefd, niet meer badend in licht, niet meer halfdronken te leviteren. Maar gewoon. Zit ik daar. Een boek te lezen. Loop ik nou zo vlak voor het eind dan toch weer vast bij prozagodijn?

Nee. Niet. Ik blijf lezen. Maar er is wel duidelijk iets veranderd.

Voor mij was het niet waar wat het achterplat zei. Het haalde bij mij niet de herinneringen aan mijn eigen eerste liefde naar boven. Of niet werkelijk toch. Misschien als een geschreven leven – je kunt je een leven schrijven waarin een Dregke en een schrijverken sex hebben op een landgoed waar ze eigenlijk niet mogen komen, of dwalen door een betoverend Engelmarken of liever nog een ongerept Asturias, maar meer dan dat nog nam het me mee na een voor-tijd, een tijd van voor de tijd. Als ik maar even stopte met lezen zag ik mezelf als het peutertje dat ik ooit was. Ik zat in de zitkamer (ja het was een zitkamer dus wat ging ik er anders kunnen doen dan zitten?) van het huis aan de Oudartstraat in Stiphout. Ik speelde met mijn blokken, het licht viel door de ramen (want laat ze praten over klimaatverandering en hoe het vroeger altijd veel kouder was en het de hele winter door vroor, en altijd sneeuw, en altijd schaatsten, en altijd ijspret maar in mijn herinnering heeft mijn hele kindertijd door de zon geschenen, altijd, ook ’s nachts (want ook de nacht is een zon) (Albert Bontridder zei het al), en ik bouwde wegen met mijn blokken, en garages met mijn blokken, en benzinestations met mijn blokken (want die blokken waren eigenlijk alleen maar nodig om nog beter met mijn autootjes te kunnen spelen), en achter me mijn moeder, ik denk dat ze naar me keek, dat ik wist of voelde of dacht dat ze naar me keek. Het bijzondere van die tijd was dat er nog geen tijd was. Er was geen vroeger, en geen later. Er was alleen maar dat wat ik op dat moment aan het doen was. Doch op enig moment dringt zich het besef aan je op dat elk moment voortkomt uit een ander moment en leidt tot een volgend moment, en vanaf dan ben je nooit meer helemaal vrij. Vanaf dat moment weet je wat er onderweg verloren is gegaan (een eerste liefde bijvoorbeeld), en dat er altijd nog iets komen moet, nog iets gedaan moet worden; vanaf het moment dat de tijd zich laat kennen, kom je altijd tijd te kort. En precies dat is wat er gebeurd: ik viel van de on-tijd terug in de al-tijd (waar in dit boek zelfs nog sprake van is, al wordt het niet precies zo gebruikt als ik hier doe). Het gelul kwam binnen. En met het gelul de wereld. En met de wereld de tijd. En dus viel ik terug, want geen gelul is meer gelul dan gelul over voetbal.

Alles wat na pagina 169 kwam, was voor mij een toegift. Misschien ken je dat wel. Het konsert is over, het was een mooi optreden, hele fijne muziek, en het is goed geweest. Maar dat stomme publiek blijft maar we want more scanderen, jezus, straks komen ze echt terug, en je wil gewoon naar huis, nu dat fijne gevoel nog intact is.

En ja hoor ze komen terug.

En dus gaat Nicole naar Groningen, en even later Maarten ook, en Nicole ontwikkelt een bizarre fascinatie die niet echt charmant is maar het maakt me niets meer uit, ik ben niet meer verliefd op haar, en Het offer is gewoon maar een boek, een boek dat geen goed meer kan en dus ook geen kwaad meer, een boek dat niet in de vriezer hoeft (wat?) (nee laat maar dat snapt toch niemand). De sex lijkt vanaf dan ook harder, liefdelozer, ranziger. En dan komt er nog een ziekte bij ook, ja dat is allemaal op en top Turks fruit ja, daar had dat achterplat dan wel weer gelijk in (is het pastiesj, of ode, of doodordinair jatwerk?). En op de valreep ook nog eventjes iets idioots met Maartens ouders, iets wat niet goed past bij hoe je die mensen inmiddels dacht te kennen, misschien had Godijn dat allemaal nodig om een parallel te hebben met dat roddelblad-gelul over Cruijff en zijn huwelijk, misschien was er een offer nodig om het boek Het offer te kunnen noemen, had voor mij niet gehoeven, er hoeft niet altijd thema en ontwikkeling en motief en weetikveel, heel dat literatuurles-gezever meer. Maar het is er, het staat er, het boek gaat nog verder naar die vermaledijde bladzijde 169, zo gaat het wel vaker, er zijn wel meer bijna briljante boeken die vlak voor de eindstreep struikelen en zieltogend heen moeten, waarom eigenlijk, wat is er voor een schrijver toch zo verdomde moeilijk aan het einde van zijn boek, eindes zijn helemaal niet moeilijk, je hoeft alleen maar op te houden met schrijven.

Je kunt alles vanaf bladzijde 169 uit dit boek scheuren en dan hou je het beste boek van dit voorjaar over (al zullen er ook van die figuren zijn die vinden dan het wezen van dit boek zich na bladzijde 169 bevindt) (ik moet trouwens ineens denken aan die gasten die hadden opgeroepen om naar de boekhandel te gaan en het begin uit één of ander boek te scheuren, ik ben vergeten welk boek, je moest dat geloof ik ook nog in één bepaalde boekhandel doen, Paagman als ik me niet vergis, hoe zat dat ook alweer?) (weet jij dat?).

Of je kunt je erbij neerleggen dat Godijn met Het offer eindelijk een boek geschreven heeft waarmee hij het geniale van zijn poëzie benadert. Ja benadert, maar niet haalt. Maar toch. Iets schrijven dat bijna net zo goed is als de gedichten van Wouter Godijn, is er iets hogers haalbaar in de literatuur? Hum. Ja. Vast. Maar ik kan het op dit moment echt even niet bedenken.

Wouter Godijn Het offer

Het offer

  • Auteur: Wouter Godijn (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 5 maart 2026
  • Omvang: 208 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 14,99
  • Bestelmogelijkheden roman >

Flaptekst van de nieuwe Wouter Godijn roman

Een hartstochtelijk verhaal over een grote eerste liefde, ontdekkingstochten van lichaam en geest, verlangens en verlies.

Een oude man vertelt het verhaal van zijn grote liefde, een jeugdliefde zo hevig dat zijn hele leven erdoor werd overschaduwd. Wouter Godijn voert ons mee naar de beginjaren van Nicole en Maarten, twee jonge mensen die, belast door de trauma’s van hun ouders, een wereld ontdekken waarin begeerte en tederheid alles overheersen. Maar zullen ze daar kunnen blijven? In fonkelend proza vangt Godijn de fysieke en mentale gewaarwordingen van een eerste, allesverterende liefde, zo precies dat het de herinneringen van de lezer aan de eerste eigen liefde naar boven haalt.

Het offer is een roman die doet denken aan Terug tot Ina Damman en Turks Fruit: een hartstochtelijk verhaal over verlangen en verlies.

Wouter Godijn is op 31 juli 1955 in Amsterdam. Hij schrijft romans en poëzie. Zijn literaire universum is volstrekt uniek en keer op keer verrast hij de lezer. Zijn werk wordt zeer gewaardeerd door pers en lezers, en verschillende romans werden genomineerd voor de grote prijzen. Zijn poëzie werd bekroond met de Jan Campertprijs.

Bijpassende boeken

Lionel Shriver – Gelukszoekers

Lionel Shriver Gelukszoekers recensie, review en informatie over de inhoud van de nieuwe Amerikaanse roman. Op 5 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de Nederlandse vertaling van A Better Life, geschreven door Lionel Shriver, de schrijfster uit de Verenigde Staten. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Lionel Shriver Gelukszoekers recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Gelukszoekers, de roman van Lionel Shriver, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • Een schrijver die ons aanzet tot meer nadenken, dieper graven en meer uitdagen – en die er ook nog eens voor zorgt dat het leuk is.” (Sunday Times)

Recensie van Tim Donker

Die van Nieuwkerk hoorde je er nog wel eens over. Het schuldige pleziertje. Dat gaat dan geloof ik voornamelijk over muziek. Iets waarover je je schuldig voelt omdat je er plezier aan beleeft. Denk aan een liedje dat je mooi vindt ondanks dat het gemaakt is door een artiest die je haat. Een album dat kippenvel over gans je huid zendt terwijl het thuis hoort in een genre dat je niet geacht wordt te waarderen in kringen van muzieksnobs. Mjoeziek die lage instincten aanspreekt, instincten die je overwonnen dacht te hebben. Dat heet dat een schuldig pleziertje. Je vindt het mooi, stiekem, er is plezier in mooi vinden, en daarover voel je je dan schuldig. Ik moet dit niet mooi vinden maar toch.

Als het om literatuur gaat, hoor je al minder over schuldige pleziertjes. Ja, Kees ’t Hart schreef een essayistische ode aan wat men met een denigrerende term wel “damesromannetjes” heet, maar hier moet meer over te zeggen zijn. Natuurlijk kan een literatuurliefhebber zich verliezen in iets wat door mensen die er weet van hebben niet tot literatuur gerekend wordt. Maar zijn er nog andere schuldige pleziertjes?

Misschien.

Een schrijver die je helemaal niks vindt, en dan dat ene boek toch.
Een liefdesgedicht dat veel te erg voor de hand ligt maar dat je desondanks niet zonder tranen in je ogen lezen kunt.
Iets dat meevaart op de zoveelste hype die je verafschuwt en niettemin las je het in één adem uit.
Zulke dingen.

Of.

Gelukszoekers.

Ja.

Dit boek vertegenwoordigt alles waar ik mij verre van wens te houden zover als literatuur gaat.

Die titel alleen al. Gelukszoekers. Iemand zoekt zijn geluk, en dat is de mens inmiddels pejoratief aan het gebruiken. Alsof het iets vreselijks is om te denken dat je in een ander land meer kansen hebt op een goed leven. Alsof het iets vreselijks is om gelukkig te willen zijn. Alsof er niet genoeg mensen zijn geweest die in Canada, Australië, Zuid-Frankrijk, Spanje of, hee Margaret Ann, Portugal (zonder geldig verblijfsrecht, nee?) dachten te vinden wat ze elders vruchteloos gezocht hebben. Alsof je altijd maar achter dat lijntje moet blijven dat anderen voor jou getrokken hebben.

En ook. Een boek met politieke basis, goed, dat kan nog net. Maar boeken over actuele thema’s? Ja. Sorry. Ik weet niet. Maar ik persoonlijk kan geen klimaatroman meer zien, en boeken met zo’n Trump-achtige president mogen van mij ook wel het raam uit. Van die schrijvers die ons, onwetenden, menen te waarschuwen dat we aan de vooravond van een ecologische catastrofe staan of dat er een machthebber is, hier of daar, die bezig is de hele wereld in het verderf te storten, ja, dank u, monneer of mevrouw schrijver, dat hadden we nog niet gezien, dank u om dit onder onze aandacht te brengen, nu weten wat ons te doen staat – in een hoekje kruipen en bang zijn.

Vraagt u het mij? Ik weet het niet, maar als zo dan zou ik u zeggen dat het lichtelijk suspect is om te schrijven over die dingen waar iedereen al de mond van vol heeft. Elk kaffeegesprek loopt ervan over, en bij de koffieautomaat op het werk praten ze over niks anders. Schrijf daarover een boek en het zal gelezen worden. Ja goed. Maar dat kunstje is me toch wat al te koud.

Dus ik hoef nie te lees nie een boek nie over asielzoekers nie.

En dan.

Gooi meer in het mengsel.

Gooi.

Een weinig bijzondere schrijfstijl. Een opbouw die traditioneel heten mag: gewoon ab ovo, heel gewoon, en gewoon lineair, heel gewoon, en dan ook nog, heel gewoon, kleine gebeurtenisjes als eerste die culmineren in, ja hoor. De Gewelddadige Climax. Verhaalfiguren die zo onbeschaamd clichématig zijn dat het welhaast typetjes zijn, nogal plat in ieder geval; ze functioneren duidelijk als (maatschappelijke) archetypen en deze functionaliteit heeft Shriver klaarblijkelijk boven literaire zeggingskracht (of, zo u daar belang aan hecht, zoiets als “geloofwaardigheid”) gesteld.

Gooi het erin, en het mengsel zou ondrinkbaar moeten zijn.

(meng de zeedruif met de wijn. en geef de dichter ook wat. geef de dichter wat, geef de dichter wat)

Zou moeten. Maar is niet.

Nee, ondanks dat het boek minimaal op vijf-nul achterstand begint (ofzo, ik tel de punten nooit), heb ik het min of meer in één ruk uit gelezen (feitelijk moet het een ruk of zes geweest zijn, maar dat klinkt minder goed).

Hoe zit dat dan?, vraagt een mens zich af.

(het besprekerken zit, verslagen, met een boek op schoot, en het einde, oja het einde, weeral helemaal niks, maar dat komt nog, dat komt nog, hij zit daar, de laatste tonen van Der weg der toten sterven weg, hij heeft gelezen, hij heeft gezeten, hij was weeral geen parelduiker, hij wil Dregke niet weer teleurstellen, hij wil niet opnieuw een broer moordenaar, moet hij spreken, moet hij zwijgen, hij zit, hij is een klein en armzalig besprekerken, dus hij zal spreken, het zit immers al in het woord)

Hoe zit dat met boeken als dit. Boeken die zich bijna aan je opdringen. Boeken die je geboeid houden ondanks dat je al hun truukjes doorziet. Oja want dat gooide Shriver ook nog in het mengsel: een beetje sex (niet teveel uiteraard), een beetje liefde, wat intriges, een hollywoodiaanse spanningsopbouw; dit boek leest als een thriller (nog een genre dat doorgaans mijn aandacht hoegenaamd niet heeft).

Je wil er niet over nadenken.

Je wil erover nadenken.

Je denkt – één meesterzet van Shriver is alvast om het verhaal vanuit Nico te vertellen.

Wie is –

Nico?, u vraagt.

Misschien is dit het moment waarop ik wat meer informatie moet gaan geven. Goed. Gloria Bonaventura is een gescheiden moeder van drie volwassen kinderen: Palermo, Vanessa en Nico. De twee zussen Palermo en Vanessa zijn het huis al uit, hebben zoiets gedaan als een glansrijk eigen leven opbouwen. Daar valt misschien nog wel wat op af te dingen: Palermo was hard op weg een wereldberoemd turnster te worden tot een auto-ongeluk die droom definitief aan diggelen sloeg; nu verricht ze administratieve werkzaamheden in het niet overdreven succesvolle bouwbedrijfje van haar man en Vanessa heeft zo’n groot hart dat ze het nooit heel veel verder zal schoppen dan de kinderopvang waar ze werkzaam is – ze mist de zelfzuchtige component die nodig is om “de maatschappelijke ladder” tot de bovenste sport te bestijgen (ja sorry ik wist even geen andere woorden hiervoor). Nico, echter, woont nog bij zijn moeder in de ooit (in gelukkiger tijden, toen de ouders nog samen waren) goedkoop aangeschafte maar door vader geheel vertimmerde villa in hartje New York – een huis dat inmiddels miljoenen waard is. Hij heeft een studie gedaan die hem niet begeesterde: vlak voor hij zijn diploma behaalde wist hij het al: hij wil geen ingenieur worden (dan is u nog ver gekomen, Nico, ik dacht in het eerste halve jaar van mijn studie al Hier Wil Ik Nooit Iets Mee Gaan Doen, en toch, hangend, wurgend, in bijna twee keer de tijd die ervoor stond, naar het diploma toe, ik wilde mijn vader de schande besparen van een ongediplomeerde stamhouder); werkloos slijt hij zijn dagen als zelfbenoemd observator die de uiterste graad van neutraliteit wil bereiken. Daar zal hij het gezien de verdere ontwikkelingen nog moeilijk mee krijgen. Maar dat komt straks. Want neutraal is hij sowieso al niet, Nico is, ehm, nogal, sja, rechts.

Ja, rechts.

En we zitten de hele tijd in zijn hoofd, zijn rechtse hoofd, en dus kun je je verheugen op vermakelijke en niet zelden zeer rake tirades.

Als.

“De coronalockdowns waren al stom genoeg geweest, ze hadden kleine winkels en restaurants de kop gekost en de straten ontsierd met multiplex en met hangsloten afgesloten rolluiken. Maar boven op al die economische zelfbeschadiging was de stad waar hij geboren was in anderhalf jaar veranderd in een onbekende derdewereldhel.”

Of.

“Veel van de tegen het hotel leunende buitenlanders droegen mondkapjes, hoewel ze in de buitenlucht stonden en de mondkapjesplicht in New York zelfs voor openbare binnenruimtes al ruim anderhalf jaar niet meer gold. Waren de bijgelovige voorbehoedmiddelen een teken van oprechte angst voor ziekte, oprechte bezorgdheid over de verspreiding ervan, verwarring over de huidige voorschriften van het ministerie, of een kruiperig verlangen om te behagen?”

Of.

“Maart was ongewoon warm voor de tijd van het jaar, en daarin zagen onbekenden die bij de plaatselijke pinautomaat stonden te wachten aanleiding om te mopperen over de ‘klimaatcrisis’, aangezien je in de progressieve wereldvisie nu zelfs moedeloos kon worden van mooi weer.”

En meer zulks.

En het gaat er niet om of u dit ook vermakelijk vindt, of raak.

Nee.

Daar gaat het niet om.

Want ik varieer op woorden van Ilja Leonard Pfeiffer (en ja dat is een lul van jewelste ja, dat weet ik ook wel)(maar maakt dat uit?)(lullen snijden soms ook wel hout): “Literatuur moet gevaarlijk zijn of het is geen literatuur.”

En dus is dit Gelukszoekers al meer literatuur dan elke recente of minder recente deugroman. Als literatuur ergens om gaat, dan is het om grenzen op zoeken. Om durven zeggen wat elders niet gezegd kan of mag worden. Om de vrijplaats. Waar alles kan, en alles mogelijk is. Schrijvers, literatuurliefhebbers, academici, intellectuelen, kunstenaars, noem het, zij zijn vaak van linkse signatuur en wat je ter linkerzijde geacht wordt te denken en vooral ook geacht wordt verwerpelijk te vinden, is genoegzaam bekend. We weten wie de goedmensen zijn, we weten aan welke kant we moeten staan in welke oorlog dan ook, we weten waaruit solidariteit geacht wordt te bestaan. Hoe fijn is het daarom om eens al die dingen te lezen die je eigenlijk niet mag zeggen, niet mag denken, niet mag vinden. En Shriver voert het naar mijn gevoelen niet eens ironiserend op – al valt daar misschien ook wel wat op af te dingen. Maar ook dat komt later.

Want eerst.

Ja, waar was ik ookalweer. Oja. Gloria Bonaventura dus. Een activiste. Op een wat verbeten, en niet geheel oprecht overkomende manier. Als al die activisten zijn misschien. Het is niet bijzonder ver gezocht te denken dat Gloria’s activisme een reactie is op het rechtse denken van haar man; zoals de boodschap van de gemiddelde a12-bezetter eerst en vooral is Wij Zijn Beter Dan Zij. En dus neigt haar goedheidssyndroom soms tot in het bizarre (wil je daar iets mee zeggen, Shriver?). Als de burgemeester van New York zijn stadgenoten er op een dag toe oproept om een vluchteling in huis te nemen, aarzelt Gloria dan ook geen seconde. Zussen Vanessa en Palermo steunen hun moeder hier van harte in. Eerstgenoemde is misschien de enige in deze roman die vanuit haar ziel lijkt te spreken. Zij heeft de hele wereld lief, ze wil iedereen redden, ze ziet alleen maar het goede in elke mens. Je kunt van haar als lezer ook geen typetje maken, al lijkt ze ook nergens volledig van vlees en bloed te worden: iemand die zo lief is, heeft niet geleefd. Palermo daarentegen lijkt eerder het NIMBY-type. Iemand die het uit principe goedkeurt om minderheden bij te staan, en dat in dit geval ook makkelijk kan: ze woont niet meer thuis en ondervindt dan ook niet de nadelen van Gloria’s keuze. Niet op de manier van Nico.

Hij is al enige fel tegen het besluit van zijn moeder. Eerst en vooral omdat de vluchteling zijn ruimte in gaat nemen. Hij woont al een tijdje in het souterrain van hun New Yorkse miljoenenpand en moet daar nu uit – terug in zijn oude kinder-/jongenskamer omdat het souterrain vanaf heden het terrein is van de Hondurese Martine.

Die in alles wordt gekenschetst als het stereotype van de Midden-Amerikaanse vrouw. Vanaf dag één laat ze zich zien als vrolijk, extravert, gedienstig, warmbloedig, temperamentvol, sexy – al gelooft Nico van ganser harte dat ze vooral uit berekening in deze rol kruipt. Gloria, Vanessa en Palermo zijn weg van haar. Nico heeft zijn bedenkingen. Bedenkingen die niet minder worden als op enig moment Domingo opduikt. Zogezegd Martines broer, al hebben die twee voor broer en zus wel een aardig intieme verhouding. Domingo is in alles Martines tegendeel. Hij is een lompe, zwijgzame, sexistische, arrogante profiteur. Hij meent recht te hebben op alles wat de Bonaventura’s te bieden hebben. En hij gaat ook niet meer weg uit hun huis.

In het kielzog van “broer” Domingo komt Alonso, een “zakenpartner” van Domingo. Omdat hij spraakzamer en socialer is dan Domingo, en ruimbaan geeft aan een zeker cynisme mag Nico hem in eerste instantie wel – zeer in tegenstelling tot zijn moeder voor wie Alonso niet goed aansluit op haar zelfverkozen wokeïaanse aard. Enige hekken geraken echter pas echt van evenzovele dammen wanneer een verrassingsfeestje voor Gloria’s 63ste verjaardag ontaard in een Midden-Amerikaanse fiesta. Martine had Nico en zijn zussen op het hart gedrukt om Gloria zo lang mogelijk buitenshuis te houden opdat zij alle voorbereidingen voor het feest zou kunnen treffen maar wanneer de vier dan eindelijk thuis komen, treffen ze het huis aan in een complete ravage. Er weerklinkt slechts de vreselijke Punta-muziek die Nico juist verboden had, er wordt gedronken, geschreeuwd, vernield, gelachen en gedanst – maar niet door de genodigde vrienden van Gloria. Die staan angstig in een hoekje te kijken naar een stel gewelddadige, van kop tot teen getatoeëerde, volslagen ongemanierde Midden-Amerikanen die vanuit het niets opgedoken zijn. En ook zij weigeren het huis te verlaten. Sterker nog: wanneer Gloria na een paar dagen met deze overduidelijk criminele elementen geleefd te hebben (Nico en zijn moeder samengedromd in een verre kamer op het eerste verdiep terwijl de nieuwaangekomenen de rest van het huis hebben overgenomen, inklusief moeders auto, creditkaart en keuken, alsmede Nico’s laptop) er eindelijk toe bereid is de politie in te schakelen, blijkt dat het recht hier niets kan uitrichten. De mannen hebben zich immer niet wederrechtelijk toegang verschaft tot het huis. Op de dag dat de politie komt, zitten ze in hun beste pak en met een boek in hun hand aan de keukentafel. En Alonso heeft vervalste huurovereenkomsten voor ze geregeld. Ze weten niet waar Gloria het over heeft, ze zijn doodeerlijke huurders, ze hebben geen kwaad in de zin, ze veroorzaken geen overlast.

Het is niet moeilijk maatschappelijke parallellen te trekken. En daar wordt het zelfs mij een beetje suspect. Het huis van de Bonaventura’s als het land, om het even welk land, dat “overgenomen” wordt door “nieuwkomers”, om het even van welke signatuur. De politie in de rol van een te zwak rechtssysteem dat als het ware misbruik uitnodigt. Palermo als gemakzuchtige NIMBY, en Gloria als verblinde deuger die zo graag goed wil doen dan ze niet eens kan inzien welke kwalijke gevolgen haar goedwillendheid eventueel zou kunnen hebben. De Midden-Amerikanen, vol minachting en kwade intenties. Zelfs Nico, als hoofdfiguur is net iets te voordehandliggend getekend: de werkeloze luiaard die vanaf de zijlijn commentaar heeft op alles wat hij in feite zelf is. Het is dan ook veelzeggend dat in één van de weinige rechtstreekste confrontaties tussen Martine en hem, hij eigenlijk de zwakste argumenten in handen heeft. “’[G]oede landen’ [zijn] [..] het cumulatieve gevolg [..] van jarenlange ijver, sociale samenwerking en innovatie, terwijl ‘slechte landen’ het resultaat [zijn] van tirannie, gebrek aan sociale orde en corruptie, en het vormgeven van een aantrekkelijke plek om te wonen [heeft] intergenerationeel gezien daarom bijzonder weinig te maken [..] met geluk. Dus probe[ren] Martine en haar soortgenoten munt te slaan uit de verworvenheden van een beschaving die niet door hun voorouders [is] opgebouwd; hun poging om een kortere afslag naar welvaart te nemen [is] in feite een vorm van bedrog, bietsen of diefstal.” Is dat niet een al te simplistisch zoethoudertje om niet tegen de status quo in opstand te hoeven komen? Zelfs als dit waar is (en dat staat nog te bezien, wat is immers de kip, wat is het ei; komen tirannie en corruptie niet veeleer voort uit ellende, zijn sommige landen door hun ligging, bodem, klimaat, gebrek aan vruchtbare omstandigheden niet bij voorbaat al in het nadeel?), dan kun je je altijd nog afvragen wat voor gevolgen dit dan op individueel niveau heeft. Moet je maar passief blijven liggen in het bedje dat voorgaande generaties voor jou gespreid hebben? Is elke poging om te kijken of het gras elders allicht een tintje groener kunnen zijn, almeteens een vorm van bietsen? Hoeveel aandeel heeft het individu in de corruptie dan wel de verworvenheden van de beschaving waarin zij toevallig ook maar geworpen zijn? Is dit in een bewuste poging van Shriver om Nico lulkoek in de schoenen te schuiven, met het oog op wat volgen gaat? Nico draagt immers ook bitter weinig bij aan de “verworvenheden” van zijn samenleving, niet die van zijn land (hij heeft immers geen baan), en ook niet die van het huis waarin hij woont (want hij voert geen klap uit). Het lijkt erop dat Shriver gaandeweg het boek steeds meer voor een veilig geen rechts en geen links kiest (maar “recht door zee”,  zoals dat ene mens ooit zei, hoe heet ze ookalweer).

Hoe zwabber het boek ook in politiek of literair opzicht is, het houdt de lezer in de ban. Met doorzichtige technieken misschien. Maar de lezer leest.

De lezer leest tot het eind.

Actie, actie, en dan drama. Jaja. We weten het wel.

En dan het eind. Het godvergeten slappe eind. Het teleurstellende eind. Ik bleef lezen en lezen en lezen en lezen, bijna vierhonderd pagina’s lang in een boek dat ik eigenlijk helemaal niet wilde lezen om tot zo een afzichtelijk, slap, nietszeggend einde te komen.

Want alle ellende met de Midden-Amerikanen en het vreselijke dat het alles tot het gevolg heeft, is niet genoeg. Gloria heeft ook nog een keuze gemaakt die Nico’s hele leven op zijn kop zet. Die echter, alle enen opgeteld, voor Nico toch een positief gevolg zal hebben.

Dat is dus dat einde.

Shriver sleept je door heel dat boek heen.
Met al die hollywoodiaanse truukjes. Dit boek leest als een thriller, of zei ik dat al. Je ziet het allemaal voor je. Met al die typische typetjes: Gloria als verbeten activiste, Palermo als de NIMBY, Nico als de rechtse bal die boos is op alles wat hij zelf in essentie is, de Midden-Amerikanen die getatoeëerd en wel overduidelijk als agressief, ongemanierd en mogelijkerwijs crimineel moeten verschijnen, Nico’s vader en zijn vrienden als pre-Trump elementen (dit werd in de Biden-era geschreven); je ziet het allemaal voor je, je ziet het allemaal zo duidelijk voor je, dit kon een veel ween, of een serie op netniks, je ziet het wel; en ze betrekt jou, de lezer erbij, misschien voel je even wat de verhaalfiguren voelen, en dan komt dat slappe einde, dat laffe, gevaarloze einde, dat geen wit zoekt en geen zwart, zo’n laf compromisje inzet waarmee iedereen maar gelukkig moet zijn, wat in essentie zijn we allemaal gelukzoekers, jaja, dat is waar maar ik dacht toch ergens anders heen te gaan.

Niet om iets te lezen waar ik me in politiek opzicht achter zou kunnen scharen. Nee. Ik vind dat iedereen overal mag wonen, dat elk mens mag zoeken naar welk hoekje het dan ook is in deze wereld dat hem of haar het gelukkigst maakt. Martine zocht haar geluk en Nico vond het zijne. Het zal allemaal wel. Maar op het laatst staat hij daar en hij ziet de man die aanleiding heeft gegeven tot zijn moeders dood (oeps nou heb ik het verraden), hij ziet de vrouw die door een laatste opwelling van zijn moeder het huis heeft gekregen dat hij de langste tijd als het zijne heeft beschouwd en hij behoudt zijn flegma? Weinig geloofwaardig gezien het voorgaande, en een verrotte anticlimax voor de lezer bovendien.

Het doet mij afvragen voor wie dit boek is.

In politiek opzicht zal elke linksgeoriënteerde lezer zich alleen maar ergeren aan de beschouwingen van Nico, aan de iets te scherp gesneden archetypen als het om de Midden-Amerikaanse personages gaat, aan de tendentieuze toon die het grootste gedeelte van het boek uitmaakt. Wie wat rechtser van aard is en hoopt eindelijk eens wat te lezen dat meer in overeenstemming is met zijn eigen gedacht, zal zich verraden voelen door het slappe einde dat zonder gêne hengelt naar een middenpositie: geen vis, geen vlees, geen hier, geen daar, iedereen een beetje dit en een beetje dat, we zijn allemaal mensen, we zoeken allemaal naar iets, iedereen heeft wel iets waar een ander beter van kan worden, etcetera.

Wie het los van alles ziet, leest gewoon een spannend en meeslepend boek. Wat sex, wat humor, wat opwinding, wat ontroering. Voor mij een schuldig pleziertje. Voor heel veel andere mensen gewoon alles wat een boek nodig heeft.

Lionel Shriver Gelukszoekers

Gelukszoekers

  • Auteur: Lionel Shriver (Verenigde Staten)
  • Soort boek: Amerikaanse roman
  • Origineel: A Better Life (2026)
  • Nederlandse vertaling: Karina van Santen, Marian van der Ster
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 5 maart 2026
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99
  • Roman bestellen >

Flaptekst nieuwe Lionel Schriver roman

Scherpe satire over het thema migratie van de auteur van Waanzin.

Brooklyn, ca. 2022. Een welgestelde, gescheiden New Yorkse vrouw, moeder van drie volwassen kinderen, besluit om een vluchteling uit Honduras in huis te nemen. De lieve, behulpzame, bloedmooie Martine betrekt het souterrain en maakt zichzelf algauw onmisbaar. Maar de oudste zoon Nico, tevens de verteller (overigens een thuiswonende, werkloze twintiger met zijn eigen opvattingen over ‘de vluchtelingencrisis’), heeft zijn twijfels over Martines afkomst. Die alleen maar groter worden wanneer een vreemde, ietwat norse man bij Martine intrekt, gevolgd door nog een paar landgenoten. Het statige huis in de chique buurt wordt al snel te klein; moeder en zoon komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Een complicerende factor: Nico’s gevoelens voor Martine.

Lionel Shriver is geboren op 18 mei 1957 in Gastonia, North Carolina, Verenigde Staten. Ze schreef onder andere de internationale bestseller We moeten het over Kevin hebben, bekroond met de Orange Prize en in 2012 succesvol verfilmd. Eerder verschenen ook de romans De weg van de meeste weerstand, Tot de dood ons scheidt en de essaybundel Tegendraads. In 2024 verscheen de roman Waanzin.

Bijpassende boeken

Fik Meijer – Thalassa

Fik Meijer Thalassa recensie en informatie boek met historische bespiegelingen rond de Middellandse Zee. Op 27 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Prometheus het nieuwe boek van Fik Meijer, de Nederlandse classicus en historicus. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Fik Meijer Thalassa recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Thalassa, Historische bespiegelingen rond de Middellandse Zee, geschreven door Fik Meijer, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “In een helder, actueel en veelzijdig boek schetst Fik Meijer de geschiedenis van dit grootste eiland in de Middellandse Zee. Zijn grote kennis van de oudheid drukt een stempel op dit boek.” (NRC over De vele gezichten van Sicilië)

Recensie van de redactie

Samen met zijn vrouw had Fik Meijer bedacht om nog een lange reis te maken langs belandrijke oudheidkundige plekken rondom en in de Middellandse Zee die belangrijk waren in zijn carriere als historicus en in zijn leven. Maar een paar dagen voordat ze zouden vertrekken sloeg het noodlot toe. De vrouw van Fik Meijer kreeg een hersenbloeding die haar een paar dagen later fataal werd. Dat de reis niet doorging was dan ook niet meer dan logisch.

Echter na een jaar of wat stimuleerde zijn kinderen hem toch om alsnog de reis te gaan maken. Alhoewel Meijer zich realiseerde dat de reis niet hetzelfde als met zijn vrouw, liet hij zich uiteindelijk tocht overhalen. Hij maakte uiteindelijk een aantal reizen naar locaties in er rond de Middellandse Zee die voor hem persoonlijk belangrijk zijn en ook voor de geschiedenis van de beschavingen van de klassieke oudheid.

Deze reizen leverden een prachtig boek op. Niet alleen is Fik Meijer een begenadigd historische verteller, in dit boek is hij persoonlijker dan ooit. Hij haalt herinneringen op de ervaringen die hij opdeed tijdens zijn vele reizen die hij vanaf zijn twintigste maakte naar allerlei bijzondere plekken aan de Middellandse zee. Enigszins melancholisch stemmend, maar nergens sentimenteel vertelt hij over zijn eigen belevenissen. Dat hij dit bovendien weet te koppelen aan vele bijzondere historische wetenswaardigheden maakt het boek nog beter. En dan klinkt ook nog op een zeer fijne manier de liefde die hij had en heeft voor zijn overleden vrouw op subtiele wijze door.

Aangekondigd als zijn laatste boek, alhoewel hij daar inmiddels zelf gelukkig weer aan twijfelt, Thalassa, zonder twijfel het meest persoonlijke boek van een begenadigd schrijver en historicus en een fijn vakantieboek. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Fik Meijer Thalassa

Thalassa

Historische bespiegelingen rond de Middellandse Zee

  • Auteur: Fik Meijer (Nederland)
  • Soort boek: geschiedenisboek, reisverhalen
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 27 februari 2026
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst van het boek van Fik Meijer over de Middellandse Zee

Door de oude Grieken werd de oergodin Thalassa gezien als de personificatie van de Middellandse Zee. Tallozen zijn bezweken voor haar charmes. De liefde voor haar is een virus dat je nooit meer verlaat.

Al meer dan zestig jaar bestudeert Fik Meijer in, op en langs de Middellandse Zee de geschiedenis van de Grieken en Romeinen. In Thalassa neemt hij de lezer mee op zijn afscheidsreis langs dertig lieux de mémoire, in overgrote meerderheid plaatsen die tot nu toe redelijk onbekend zijn, maar die gezamenlijk wel het bijzondere verhaal over de zee vertellen. Ze variëren van Romeinse wrakken op de zeebodem, die in zijn jeugdige jaren grote indruk op hem maakten, tot plaatsen waar de mechanismen van de oude economie of politiek een gezicht krijgen of oorlogsschepen iets van hun geheimen prijsgeven. Ook probeert Meijer erachter te komen welke rol de zee speelde in het dagelijks leven. Zo toont Thalassa zich in vele gedaanten.

Fik Meijer is geboren op 12 augustus 1942 in Leiden. Hij is een van de bekendste classici en oudhistorici van Nederland, en de auteur van vele boeken over de Griekse en Romeinse oudheid zoals als Keizers sterven niet in bedGladiatorenJezus en de vijfde evangelistDe vele gezichten van Sicilië en Goede tijden, slechte tijden in de antieke wereld.

Bijpassende boeken

David Huyghe – Olifantenvleugels

David Huyghe Olifantenvleugels recensie, review en informatie over de inhoud van de dichtbundel van de Vlaamse dichter. Op 21 januari 2026 verschijnt bij Pelckmans Uitgevers het nieuwe boek van David Huyghe. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

David Huyghe Olifantenvleugels recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Olifantenvluegels, het nieuwe boek van dichter David Huyghe, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Het begint nog voor het nachtlampje, dat het begint nog voor het nachtlampje, alles begint voor het nachtlampje. Misschien is het een proloog, wie weet. Een spreken voor de beurt. Het gebeuren vooraleer er iets gebeurd is. Hoe ook. Huyghe spreekt en Huyghe zegt (over olifanten gaat het): “Ieder mens zit zonder het te weten op een olifant die hem van zijn geboorte naar zijn dood voert. De olifant kan over de maan springen. Zo groot is hij. Dat weet ik van Otto Blauw.”

En je denkt Is dit poëzie?
En je denkt is dit mystiek?
En je denkt is dit filosofie?
En je denkt wie is Otto Blauw?

Otto Blauw, mensen, is de man die dingen weet. Hij weet dingen die niemand weet. Bijvoorbeeld dat we altijd zwemmen in poëzie zoals vissen in water. We realiseren het ons alleen niet, zoals vissen zich het water niet realiseren. Maar eens je het ziet wil je het grijpen en daarom ontwerpen Otto Blauw en de ikfiguur (die misschien niet geheel toevallig David blijkt te heten) een hightech duikbril en een lichtgevoelig vlindernet om, gezeten op de rug van de olifant waarop zij hun leven hebben uit te zitten, op poëziejacht te kunnen gaan. Maarja. Kun je kijken. Poëzie is naar haar aard ongrijpbaar, daar hadden ze eerder aan moeten denken. Niettemin: ze kunnen nog altijd vliegtuigjes vouwen van hun ontwerpschetsen. Is het bedenksel niet altijd beter dan de uiteindelijk vorm?

Dat is de stand van zaken als het boek eigenlijk nog moet beginnen.

In Olifantenvleugels worden mystiek, poëzie, surrealisme, filosofie, bedachtzaamheid en koortsdromen verweven tot iets geheel nieuws. Je zou het een prozastrip kunnen noemen, ik weet niet, nergens in dit boek worden illustraties gebruikt en toch heeft het iets van een strip. Er is een woordelijke referentie aan Kuifje en de geheimzinnige ster; en er is iets over wassalon Soeki dat me deed denken aan Nero, de strip, die ik bijna volmaakt incompleet heb ergens op zolder, enkele jaren geleden nog veel gelezen met mijn zoon, was er niet ooit een wassalon Soeki, kwam dat niet ooit voor, is een strip zonder plaatjes mogelijk, is er iets aan het gevoel strip dat je zou kunnen transponeren naar literatuur, hier heb je je laagbrauw gepresenteerd als hoogbrauw & is dat mogelijk?

Mogelijk of niet, ik hecht eraan Olifantenvleugels te benaderen als roman. Want wat je anderzijds als Joost Oomen-achtige aanstelleritis zou kunnen zien, krijgt binnen de idee van een roman juist het karakter van een smaakmaker; een bindmiddel. Of zeg. Het verschil tussen Joost Oomen en Cabaret Voltaire. Wat, de band? Nee de literaire beweging natuurlijk truttemie.

Wat zeggen wil. Huyghens paart dadaïstische beelden aan filosofieën die niet eens zo heel bizar zijn als je er in de juiste gemoedstoestand over nadenkt. Dus er zijn olifanten die geen thee willen drinken in het kleine appartement van de ikfiguur (David?) op de Israëllei; ze willen ook geen rode wijn want ze drinken alleen maar koffie, zwart, en zonder suiker. En er is een park dat kan praten maar vooral erg goed is in luisteren. En je kunt de maan wassen in bad maar dan wel met een PH-neutrale zeep. En er is een vrouw die in een aquarium tussen de waterplanten doodgemoedereerd piano zit te spelen.

Is wat je zien kunt.

En.

Dat we slechts tandwieltjes van een regenwolk zijn. Dat we alles kunnen waarnemen maar niet onszelf. Dat ons bewustzijn een wondermiddel is. Dat dromerigheid de essentie van elk levend wezen is (pak aan Spinoza!). Dat tijd uit plakken bestaat. Dat een verwaarloosde tuin in betere staat verkeert dan een verzorgde. Dat alle verandering slechts illusoir is.

Is wat je denken kunt.

Zijn het de dingen die Otto Blauw zegt terwijl hij met zijn gele regenjas en zijn gele regenlaarzen en -om een of andere onduidelijke reden- een vishengel in één hand naar de drajende trommel van een wasmachine in -ja- wassalon Soeki staart? Wie weet. Hij, Blauw, neigt wel eens tot nihilisme. Allicht had hij Nietzsche op zijn nachtkastje liggen. De ikfiguur trekt uit de idee van Blauw over de totale leegte echter een opmerkelijk positieve konkluzie: als het niks alomtegenwoordig is, is elk moment dus allesomvattend. Ook dat moment van hem en Otto Blauw in wassalon Soeki.

Maar het kan ook zijn dat Otto Blauw is verzonnen als het mannetje in de maan door de moeder van de ikfiguur.

En juist dat heengaan, en dan weer terugkomen.
En juist die samenhang die er geen is.
En juist deze roman die allicht bedoelde een poëziebundel te zijn.
Juist daarom.

Juist omdat je gegooid wil worden. Niet van gedicht naar gedicht maar van sensatie naar sensatie. Dat het misschien juist daarom is dat dit beter werkt als je het in je hoofd een roman maakt.

Met als allerwonderschoonste stukje misschien wel: “Ik mag stil zijn. Ik mag onbereikbaar zijn. Ik mag mislukken. Ik mag onzeker zijn. Ik mag lang stil zijn. Ik mag lang onbereikbaar zijn. Ik mag vaak mislukken. Ik mag de hele tijd onzeker zijn. Mag ik een wolk willen zijn? Een wolk met een mening? Mag ik als wolk mij mening uiten? Moet het? Moet ik écht mijn mening uiten? Ik wil nooit meer moeten. Alleen nog mogen. En op je wachten. Ik wil lang op je wachten. Te lang? Veel te lang. Mag ik er nooit meer willen zijn? Ik mag het niet weten. Dus mag ik dromen. Als wolk mag, nee moet ik dromen. Toch?”; iets dat me deed denken aan die fameuze uitspraak van Beckett en aan Light Boxes van Shane Jones en aan Vladimir Majakovski en ja ook aan Joost Oomens.

Of. Weeral een ander allerwonderschoonste stukje. “Vraag me om samen te gaan, dat doet met altijd goed, alsof het echt is dat we samen door de tuin lopen, als bomen, dat we elkaar nog horen alsof het waait, alsof het waait dat je lacht als ik lach, dat je valt als ik val, in het lange gras door de ruimte naar de tuin op de maan, waar wij elkaar weer zo moeiteloos verliezen in elkaars donker, ik ben daar, ik heb daar in jouw donker getrapt, in een plas, ik herinner me alleen nog de details, als een hand, als een wimper, je teen in het water, dat je begrijpt dat ik je zie en dat jij opzijkijkt, dat het niet zo moeilijk, niet zo makkelijk hoort te zijn, het missen, de koffie, onze kopjes, dat we samen nog, dat we samen nog altijd door de tuin lppen, als bomen naar het bos”; iets dat me deed denken aan de bomen op hun knieën van Will Oldham en vooral aan de tuin in het huis waar ik opgegroeid ben, die achtertuin, het gras, dat kleine boompje in het midden van de tuin waarin altijd, elk jaar opnieuw, het grootste choco-ei verstopt zat met Pasen, en altijd, en elk jaar opnieuw, rende ik, op blote voeten, en dat gras dat kietelde, in niets meer dan een pyjama, want altijd was het warm in die dagen, naar dat boompje in het midden van de tuin om eerder dan mijn zussen bij het grootste choco-ei te zijn.

En zoiets is Olifantenvleugels dus.
Het is het rennen om eerder dan je zussen bij het grootste choco-ei te zijn.
Het is wat je je dacht te herinneren.
Het is melankolie.
Het leven dat kon, het leven dat is.
Of wat zweefde toen je bezig was andere plannen te maken.

David Huyghe Olifantenvleugels

Olifantenvleugels

  • Auteur: David Huyghe (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Pelckmans Uitgevers
  • Verschijnt: 21 januari 2026
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Afmetingen: 17,2 x 20,6 x 1,4 cm
  • Gewicht: 232 gram
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: 22,00 / € 12,99
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst boek met gedichten van David Huyghe

Zoals een kat naar een wolk klauwen.

Lichtblauw miauwen zoals een schaap.

Olifantenvleugels is een ode. Aan kleine dingen. Aan grote dingen. Aan tederheid, kapotte regenwolken en het slurfje van de maan.

Het is de slaapkamer van waaruit de schrijver naar de wereld piept. De tuin waarin hij poëzie als een kat probeert te lokken. De Grote Roze Oceaan waarin hij met plezier nog één keer verdrinkt.

In het universum dat zich ontvouwt, borrelen beelden, betekenissen en associaties op. Samen met geheimzinnige, kleurrijke personages duikt David Huyghe in deze bundel naar woorden die een trilling veroorzaken.

Olifantenvleugels sprankelt en mijmert, aait en ontbloot, ruist en blijft ruisen.

David Huyghe is een Vlaamse woordkunstenaar. Hij behaalde een master Vergelijkende Moderne Letterkunde aan de Universiteit Gent en een master Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Zijn teksten verschenen onder andere in DW B en Kluger Hans. Tijdens zijn deelname aan het Slow Writing Lab legde hij de kiem voor zijn debuutbundel Olifantenvleugels.

Bijpassende boeken

Bart Giepmans – Perron Europa

Bart Giepmans Perron Europa recensie, review en informatie boek met onvergetelijke treinreizen over het continent. Op 21 februari 2026 verschijnt bij uitgeverij Fjord het treinreisboek van Bart Giepmans met onvergetelijke treinreizen over het continent. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Bart Giepmans Perron Europa recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Perron Europa, Onvergetelijke treinreizen over het continent, geschreven door Bart Giepmans, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Het maken van lange reizen met de trein neemt gedurende de afgelopen jaren aanzienlijk in populariteit toe. Helemaal weg is de aandacht ervoor natuurlijk niet geweest maar de steeds maar lager wordende prijzen van vliegtickets en de prijzen van treinkaartjes die geen gelijke daling kenden, zorgden op zijn minst voor stagnatie en feitelijk ook wel in een afname.

Maar er is gelukkig weer een tegenovergesteld trend op gang gekomen. Prijzen voor vliegtickets nemen in rap tempo toe als gevolg van de toegenomen brandstofkosten in deze onstabiele wereld en de vervuiling die het vliegverkeer veroorzaakt. Bovendien is het internationale treinreizen door de komst van Interrail in de jaren zeventig van de vorige eeuw een aantal decennia zeer populair geweest. Kinderen van deze generatie interrailers hebben zonder twijfel wel eens enthousiaste verhalen gehoord van hun ouders over hun treinreizen en beginnen daardoor zelf benieuwd te raken.

De toenemende aandacht voor het internationale treinreizen kun je ook aflezen aan het aantal boeken over het onderwerp dat de laatste tijd verschijnt. Perron Europa is hiervan een mooi en inspirerend voorbeeld. Schrijver Bart Giepmans neemt de lezer mee op de boeiende treinreizen die je kunt maken in Europa. Van het uiterste noord van Noorwegen, tot aan het zuidelijkste deel van Spanje, sterker nog, hij neemt je mee tot over de Straat van Gibraltar naar Marokko en van Schotland en Engeland in het uiterste westen tot in het  oosten van Europa in Polen en Slowakije neemt hij je mee op de treinreizen die je kunt maken.

Misschien is het boek net iets te groot en zwaar om in de rugzak mee te nemen, maar het is met alle tips, achtergrondinformatie, en fraaie foto’s een ideaal boek om inspiratie op te doen voor jouw treinreis. En zelfs al ga je niet zelf op stap, Bart Giepmans’ ode aan slow travel in Europa een genot om in te lezen, bladeren en weg te dromen. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Bart Giepmans Perron Europa

Perron Europa

Onvergetelijke treinreizen over het continent

  • Auteur: Bart Giepmans (Nederland)
  • Soort boek: treinreisgids, treinreisverhalen
  • Uitgever: Uitgeverij Fjord
  • Verschijnt: 21 februari 2026
  • Omvang: 272 pagina’s
  • Afmetingen: 18 x 23,5 x 2,8 cm
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 30,00
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek over onvergetelijke treinreizen in Europa

Onderweg uitstappen waar je maar wilt, bijzondere mensen ontmoeten op stations en in restauratierijtuigen, het landschap zien veranderen: de reis is minstens zo belangrijk als de eindbestemming. Ga mee naar de poolcirkel in Lapland, dwars door de Alpen en de Pyreneeën, maak een prachtige railtrip naar Marrakech. Of boemel langs de Rivièra van Nice naar Pisa, ga naar de wildernis van Schotland en het onbekende Wales, of verken de Tatra’s in Slowakije. Elke treinreis, kort of lang, is een avontuur.

Naast verhalen en de eigen foto’s van de treinreizen die speciaal voor dit boek zijn gemaakt, vind je ook veel praktische informatie. Bart Giepmans reist al meer dan 25 jaar per spoor kriskras door Europa. Dit boek bevat zijn mooiste reizen van de afgelopen jaren.

Bart Giepmans is auteur, reisjournalist, fotograaf en fervent treinliefhebber. Hij kreeg op zijn 12e verjaardag van zijn vader een NS-jaarkaart cadeau om Nederland te ontdekken. Na vele reizen en zijn Erasmus-uitwisseling in het Franse Chambéry voelde hij zich meer Europeaan dan ooit. Zijn treincarrière begon als steward voor de Alpen Express van NS. Daarna volgden communicatiebanen bij NS, Deutsche Bahn en Eurail. In 2023 werd Bart uitgeroepen tot Reisjournalist van het Jaar.

Bijpassende boeken