Tag archieven: Engelse dichter

Laurie Eaves – Metal Gear Sonnets

Laurie Eaves Metal Gear Sonnets recensie, review en informatie over de inhoud van de dichtbundel van de Engelse dichter. Op 28 februari 2026 verschijnt bij Broken Sleep Books, het boek met gedichten van de Laurie Eaves, de schrijfster uit Engeland. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Laurie Eaves Metal Gear Sonnets

Metal Gear Sonnets

  • Auteur: Laurie Eaves (Engeland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Broken Sleep Books
  • Verschijnt: 28 februari 2026
  • Omvang: 132 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 17,99
  • Boek bestellen >

Laurie Eaves Metal Gear Sonnets recensie van Tim Donker

Aanvankelijk begreep ik alleen “sonnets”. Sonnetten. Metal gear liet zich pas later ontsleutelen. Dat dit dus gaat over een computerspel, Metal Gear Solid geheten, dat in zijn klassiekste vorm teruggaat als ver als 1987, maar vanaf 1998 vorm kreeg als een blijkbaar veelgespeelde reeks voor Playstationgebruikers. Hum. Ja. Sonnetten en computerspellen, daar heb je in één adem twee zaken waar ik weinig tot niets mee heb.

Maar.

Eerst de sonnetten dan misschien. In zijn nawoord (de “endcredits”, maar daar kom ik nog over te spreken) (hou je paarden) heeft Eaves het over “lettergrepen tellen” dus allicht zijn het technisch gezien allemaal sonnetten (wat een soms wat merkwaardige zinsbouw of woordkeuze zou verklaren) maar de gedichten in Metal Gear Sonnets zien er zeker niet uit als traditionele sonnetten. De vorm wijkt zelfs zodanig af van welke traditie dan ook dat je af en toe kunt spreken van visuele poëzie. Wervelend overheen twee pagina’s, dwars op de bladzij geplaatst, kolommen, spiraalvormig, een omgekeerde driehoek, gedichten die voornamelijk uit leestekens lijken te bestaan; bij een eerste doorbladeren alleen al laat Metal Gear Sonnets mijn bloed sneller stromen. Iemand die zoiets mufs als de sonnetvorm zozeer naar zijn hand kan zetten dat er iets geheel nieuws ontstaat, verdient mijn volledige aandacht.

Zelfs al gaat het dan om een computerspel.

Mijn zoon, toch een “gamer”, zoals dat geloof ik heet, is daar trouwens niet een goed Nederlands ekwievalent voor, computerspelletjesspeler lijkt niet eenzelfde lading te dekken, kende Metal Gear Solid niet, misschien niet verbazingwekkend want hij heeft geen Playstation, maar toch, hij kijkt ook vaak youtubevideo’s over computerspellen, dus, dacht ik, misschien heeft hij er ooit van gehoord, maar dat had hij niet, ik zei het is een reeks het bestaat al vanaf 1998, dan is het alweer ouderwets zei hij, ik zei dat het recentste deel vorig jaar nog is uitgekomen maar dat maakte niets uit: Metal Gear Solid was al ouderwets verklaard, vreemd hoe oud ik me voel op zulke momenten want computerspellen zijn voor mij per definitie al hypermodern (en dan een flits van inzicht: zou het daarom zijn dat Eaves voor zo’n oeroude dichtvorm gekozen heeft?), toen Nuclear Assault in 1986 kwam met hun Game Over-elpee had ik slechts de vage associatie dat het iets was wat in beeld verscheen als je af was bij een computerspelletje (maar Nuclear Assault gebruikte het op een veel apocalyptischere manier)(en hoe raak mijn lijntje naar Nuclear Assault is, zal later nog blijken), misschien kan iets op een hypermoderne manier ouderwets zijn, en misschien dat Eaves daarom, en misschien zegt dit iets, en misschien gaat het wel, of misschien gaat het niet.

Kun je uiteindelijk niets anders doen dan toch maar beginnen met lezen.

(een lichte huiver wel, dat die schone vormgeving misschien door de inhoud toch nog om zeep geholpen zou worden) (soms maakt meer informatie dingen alleen maar kapot) (en misschien dat Eaves daarom, en misschien zegt dit iets, en misschien gaat het wel, en misschien gaat het niet)

Het verhaal is waarlijk hollywoodiaans. Een kerncentrale in Alaska wordt bezet door terroristen, er zijn gijzelaars, er wordt gedreigd een atoombom af te schieten op Amerika, een speciale eenheid, FOXHOUND geheten, moet dat voorkomen, de terroristen onschadelijk maken, de gijzelaars bevrijden. Maar zoals dat gaat, er zijn verborgen agenda’s, er is een mol met een extra opdracht, misschien komend van de president zelve, misschien zou het beter zijn als FOXHOUND dit ook niet overleeft. Zoiets, denk ik, ik heb niet zo’n goed brein voor diergelijke plots, ze vervelen me, en interessanter is dan ook wat Eaves met die gegevens doet.

Hij brengt de personages uit het spel tot leven met persoonlijke geschiedenissen, herinneringen, overwegingen, gedachtegangen, angsten, twijfels. Die haalt Eaves niet allemaal uit Metal Gear Solid; hij sampelt er ook de nodige boeken doorheen – fictie zo goed als beschouwelijk. En meer nog. Een flard uit het BBC-nieuws over Tsjernobyl. Een lemma uit de Encyclopedia Brittanica over de waarschijnlijk door Amerika ontworpen en waarschijnlijk tegen Iran gerichte computerworm Stuxnet. Liedteksten. Andere computerspellen. Nieuwsfeiten. Het is duidelijk dat hier meer op het spel staat dan een computerspel alleen (niet grappig bedoeld). Eaves noemt Metal Gear Sonnets in zijn eerder genoemde “end credits” wel (een beetje al te) bescheiden “fanfictie”, maar Metal Gear Sonnets is duidelijk niet zonder politieke, sociologische en misschien zelfs wel (kunst)filosofische implicaties, aangezien het zich onophoudelijk wendt naar “de echte wereld” zoals het achterplat dat noemt. Uw echte wereld evenzeer: “boss Psycho Mantis” spreekt op enig moment de lezer als poëzieliefhebber toe, noemt daarbij een heel scala aan interessante poëzieuitgeverijen (een opsomming waarin Broken Sleep uiteraard niet ontbreekt). Pagina’s later is er een vraag naar wat werkelijker is: een volledig zelfgemaakte hamburger (je verbouwde zelf het graan, je maalde zelf het meel, je bakte zelf het broodje, het vlees kwam van een koe die je zelf met de hand gevoerd hebt vanaf dat ze een kalfje was) of een kleffe, slappe, lauwe Big Mac van “Maccy D’s” (zoals de “Master Miller” die deze vraag voorlegt aan een “jij” (de lezer of iemand buiten beeld?) de welbekende fastfoodketen noemt) – een vraag die verder gaat dan vlees alleen, en ook nog wel verder dan de dierenrechten die er door de in de “endcredits” genoemde People for the Ethical Treatment of Animals (PETA) aan verbonden worden.

Natuurlijk gaat dit ook om oorlog, macht, nucleaire dreiging (niet voor niets wordt het nawoord gevolgd door een opsomming van enkele ontwikkelingen op nucleair gebied sedert Otto Hahn, Lisa Meitner en Fritz Strassman in 1938 kernsplijting ontdekten). Mij viel echter nog een andere laag op.

Laat ons trager stappen nu.

Metal Gear Sonnets is een fictioneel werk. Geïnspireerd op een computerspel. Een ander fictioneel werk. Daarnaast put het rijkelijk uit andere bronnen. Veelal eveneens fictie. Maar er zijn continu lijnen naar de werkelijkheid. Is het denkbaar dat Eaves ook vragen wil stellen over de wederzijdse beïnvloeding van fictie en werkelijkheid? Wat geeft wat vorm? Makers van fictie putten hun inspiratie doorgaans uit dingen die werkelijk bestaan, hoe surrealistisch of absurdistisch het eindresultaat vervolgens ook mag zijn. Maar druipt fictie op haar beurt niet weer door naar de ons omringende werkelijkheid?

Trager nog.

Deze vraag kwam voor het eerst in mijn hoofd op toen in 1999 stage liep bij het blad Roodkoper. Tijdens zomaar een redactievergadering zat hoofdredacteur Huub O. zich op te winden over mensen die het milieu verpestten door voor hele kleine stukjes de auto te pakken. “En weet je waardoor dat komt?” vroeg hij. Het leek ons, toehoorders, een retorische vraag dus wij, we zwegen. “Door Goede Tijden Slechte Tijden. Daar zien ze personages de auto pakken om alleen maar even naar de bakker te gaan en zo krijgen ze het idee dat dat allemaal maar normaal is!”

Ik voelde dat ik ging lachen dus ik beet op mijn lip.

Het leek me een beetje veel eer voor een soapserie. Die ik bovendien vrij goed kende want ik heb, het is inmiddels lang geleden dus ik durf het nu wel toe te geven, die serie tamelijk lang, misschien wel twintig jaar, gevolgd. Toen ik op de HAVO zat begon het als camp. We keken het allemaal, staken er de draak mee, deden des anderendaags, overacterend, hele stukken na. Daarna werd het gewoonte. God ik ben een zuiger voor gewoontes. Als iets bij mij een gewoonte wordt, ben ik eraan. Dan kan ik er nog maar heel moeilijk mee stoppen. Dat deed ik uiteindelijk wel, een jaar of vijftien geleden, maar in die tijd keek ik nog en ik kon me niet herinneren dat één personage ooit in de auto naar de bakker was gegaan (er ging sowieso nooit iemand naar de bakker) (autoscenes kwamen trouwens ook bijna niet voor). Omdat ik het zo’n simplistische zienswijze vond, vertelde ik het, lachend, die avond aan mijn nicht, met wie ik toevallig uit eten ging. Zij moest ook lachen, en zo zaten we even, beide lachend, aan tafel. Toen zei mijn nicht: “Het is juist precies andersom. Zulke series zijn volledig gemodelleerd naar de werkelijkheid van de massa.” Mij verging het lachen toen, ik zweeg, ik wist ook nog zo net niet of dat wel waar was namelijk.

Vormen werken van fictie onze werkelijkheid of is het andersom?Allicht is het wederzijds.

Hoewel Eaves in zijn endcredits nergens een film noemt (een musical, Chicago, en een televisieserie, Dad’s Army, komen er nog het dichtst bij), geeft de hele plot van Metal Gear Solid (en dus Metal Gear Sonnets) (ja je kunt dit ook als een roman-in-verzen beschouwen) een sterk hollywoodiaans gevoel. Je kunt de ferme stoere personages, waarachtige Rambo’s, zo voor je zien. Helikoptercrashes. Een bom. Soldaten met raketwerpers. Metal Gear (Solid/Sonnets) heeft het allemaal. Film.

Film is pure manipulatie.

Dit boek bevat ook stukken over genetische manipulatie.

Misschien is een gemiddelde overheid tegenwoordig ook niet vies van wat hollywoodiaanse manipulatie?

Wacht, vooraleer u een complotdenker in mij gaat zien. Of erger nog: een wappie (maar een iegelijk die die laatste uitdrukking louter pejoratief gebruikt, verzoek ik nu onmiddellijk te stoppen met lezen). Beer met mij.

Trager stappen nu.

Film is pure manipulatie, ik zei het al, meer nog dan welke kunstvorm dan ook. Heeft u nooit een traantje gelaten bij de Ontroerende Scene in, pak m beet, een disneyfilm? (en om mijn punt te maken noem ik nu maar meteen het ergste van het ergste). Werd u nooit boos, heel erg uit-uw-stoel-opverend boos om het onrecht dat de held in het begin van de film werd aangedaan door de schurken? En gesproken van die schurken, de zogeheten bad guys, die zijn altijd ook zo volkomen slecht in hollywoodfilm, die zouden nog wel zonder een traan te laten een baby kunnen vertrappen. En de anderen, de good guys, ja die zijn zoals we allemaal zouden willen zijn, niet? Die zijn sterk en moedig en vindingrijk en als het erop aan komt nog grappig en sympathiek ook. Die hebben het hart op de juiste plaats (mijn hart staat links, zongen die gasten van Rammstein ooit). En misschien werd u dan ook ooit wel overvallen door zo’n viezig NetGoed-gevoel als de stoere sterke moedige held er, één keer zijn niet te stelpen verdriet overwonnen (kinderen dood, vrouw dood, huis platgebrand, een eventueel aanwezige hond in de vlammen om zien komen), frisch gewassen aan zijn langverwachte wraakneming toekomt. Werd u dan niet door de makers verleid tot affecten die u in politiek of ethisch opzicht feitelijk verwerpelijk zou vinden? Dan kwam dat doordat de wereld door de filmmakers te simpel en overzichtelijk wordt voorgesteld: wat goed is, is alleen maar goed en wat slecht is, is alleen maar slecht. En het slechte is ook werkelijk zo kwaadaardig dat het alleen maar uitgeroeid kan worden, nooit gerehabiliteerd.

Misschien zijn we langs gelijkaardige wegen allang ongemerkt een “genetisch gemanipuleerde mens” geworden – is niet het discours zoals overheden ons het voorschotelen altijd overzichtelijk, simpel en duidelijk? Wat slecht is, wat goed, wat er moet gebeuren, welke veer wie gaat moeten laten, welk gedrag acceptabel is en welk gedrag volkomen onacceptabel?

De kans is groot dat het nooit Eaves’ bedoeling is geweest om dit soort vragen aan te zwengelen maar is dat niet het kenmerk van alle waarlijk goede kunst – het gaat altijd kanten op die de maker nooit heeft kunnen voorzien.

Ondanks de sonnetvorm en ondanks het computerspel is Metal Gear Sonnets me een prachtboek gebleken dat vermoedelijk nog lang in me zal blijven nawerken. Zoiets krijgt denk ik alleen een geniaal dichter voor elkaar: op achterstand beginnen om ver vooraan te eindigen.

Flaptekst van de dichtbundel van Laurie Eaves

On Shadow Moses Island, a black-ops mission unfolds again, but this time in fourteen-line bursts. Metal Gear Sonnets replays the iconic 1998 game as a formally inventive sequence that moves through codec calls, boss battles, hostage scenes and end credits, letting lyric tenderness and brutal comedy share the same frame. Laurie Eaves writes with the precision of a speedrunner and the ear of a poet, turning stealth mechanics into meditation, nuclear threat into contemporary dread, and pixel snow into something that can still cut skin.

These poems break and remake the sonnet again and again: concrete text, glitch-speech, footnotes, and sudden turns into the real world (Chornobyl, Stuxnet, Hiroshima) as the book asks what we save, what we repeat, and what we call heroism when the controller is in our hands.

Laurie Eaves is a writer & editor from the village of Yapton. His work has been published by Bad Betty Press, fourteen poems, Fawn Press & Shooter amongst others. He co-hosts the Dead Darlings podcast & hosts / produces Genesis Poetry Slam, Genesis Poetry Workshop, Homebrew Poetry & the Vogon Slam.

Bijpassende boeken en informatie

Peter Ackroyd – Auden

Peter Ackroyd Auden review, recensie en informatie over de biografie van de Brits-Amerikaanse dichter W.H. Auden. Op 1 maart 2025 verschijnt bij Reaction Books de biografie van Wystan Hugh Auden, geschreven door de Engelse schrijver en historicus Peter Ackroyd. Er is geen Nederlandse vertaling van het boek verkrijgbaar.

Peter Ackroyd Auden review en recensie

Als er in de media een boekbespreking, recensie of review verschijnt van Auden, de biografie van de Brits-Amerikaanse dichter, geschreven door Peter Ackroyd, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Peter Ackroyd Auden

Auden

  • Auteur: Peter Ackroyd (Engeland)
  • Soort boek:  biografie van dichter W.H. Auden
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Reaktion Books
  • Verschijnt: 1 maart 2026
  • Omvang: 400 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: £ 25,00
  • Boek bestellen bij: Amazon / Bol

Flaptekst van de W.H. Aden biografie van Peter Ackroyd

Peter Ackroyd’s compelling portrait of W. H. Auden, poet of a restless century.

Of all the English poets born in the twentieth century, Wystan Hugh Auden is by far the most significant. This critical biography explores the evolution of his poetic voice in tandem with his shifting beliefs – Existentialism, Marxism, Freudianism and Anglo-Catholicism – reflecting the intellectual climate of the century. Rooted in English traditions, Auden’s work reveals both public and personal histories, from the Great Depression and Spanish Civil War to his experiences as a gay man navigating repression and later liberation.

The book traces his journeys from Oxford to Berlin, China and America, bringing to life his turbulent era and the inner conflicts of his long relationship with Chester Kallman. This insightful and compelling account by acclaimed historian Peter Ackroyd captures Auden’s genius as both a historical witness and an enduring poetic voice.

Peter Ackroyd is born on 5 October 1949 in London. He is one of Britain’s most respected historians and novelists. His many books include London: The Biography, Hawksmoor,  and the bestselling History of England series. He is also the author of The English Actor and The English Soul, both published by Reaktion.

Bijpassende boeken

Jay Farley – A Cupboard Full of Tomboys

Jay Farley A Cupboard Full of Tomboys review, recensie en informatie boek met gedichten van de non-binaire Engelse filmmaker. Op 28 februari 2025 verschijnt bij Broken Sleep Books de dichtbundel van Jay Farley. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave. Een Nederlandse vertaling van het boek is niet verkrijgbaar.

Jay Farley A Cupboard Full of Tomboys recensie van Tim Donker

  is natuurlijk voorschrift, dacht ik. Is wat voorschrijft. Of beslist. Soeverein is hij die over de noodtoestand beslist. Uitnametoestand. De mens komt voor. Dat kan zomaar het geval zijn. Zij is de velen. De vogel vloog weg, en toen kwam de zon op. Het lied van een ik-persoon die hier aanwezig is. De toekomst is rauw, dan wordt die gekookt in het heden, daarna gebakken op een zacht vuurtje, en mettertijd zullen kaantjes overblijven. Man en vrouw en iets voerden de dingen het woord. Vuilnisbelten meubelboulevards silo’s silo’s zendmasten schapenboeren op wolvenjacht sportclubs autosloperijen postsorteercentra bladblazers pizzabezorgers een aan flarden gescheurde bonusfolder, en voor alles een plek. Voor alles een plek.

Plek is voorschrift. Plek is opbergkast. Opbergkast is staties. Is wat vast ligt. Is wat voorgeschreven is. Voorgeschreven rijrichting. Het gekende. De man. De vrouw. Dominerend. Patriarchaal, zeg je. Wit, zeg je. Binair, zeg je. Dat is hoe de opbergkasten getimmerd zijn. Uit hout zo krom. Zet mensen wezens levenden samen in groepen en dat is hoe dingen zullen groeien. De norm normeert. Dat wat de meesten zijn. Dat waaraan het leeuwendeel zich conformeert. De beugel bedacht door de hardst schreeuwenden. Wat past zullen we tolereren. De rest niet. En toen kwam de zon op. Toen klonk het lied van het wij hier aanwezig. En dan juist uitbreken.

Uitbreken. Daarover gaat deze bundel. De opbergkast te krap en sowieso al niet je plek en daar dan weg willen. Dat gaat niet zonder sporen van braak. Farley legt niet alleen de kast of de samenleving, maar gans de taal open. Waardoor deze gedichten geregeld al eens van de bladzijde springen. Op eerste doorbladeren valt al direkt de woekering aan leestekens op. Dus. Je bladert. Je ziet schuine strepen sneeën maken in zinnen, je ziet vierkante haken zich opblazen, je ziet groterdantekentjes hun pijlen richten op wat erna komt. En je denkt. Hier buldert een woedende taal. Maar de leestekens zijn niet zonder betekenis, al is het niet hun gebruikelijke. Een uitleg aan het begin zegt dat [ ] voor onderdrukking staat, < voor slechter wordend, / voor een klein beetje hoopvol. Bijvoorbeeld. Zegt het, om daarna te zeggen dat je die uitleg beter meteen maar weer vergeet en dat zou ik nog willen beklemtonen: vergeet het maar meteen! Het is mojer zonder deze uitleg, het is mojer om de leestekens je eigen gedachten te laten aanjagen, gedichten zijn geen landkaarten, ze kunnen zonder legenda, ze kunnen op zichzelf staan, ze kunnen vrijelijk verkeren met iedere lezer afzonderlijk, ik prefereer een esthetiese duiding, u prefereert iets anders, Jay Farley neigt naar reis, naar progressieve beweging.

En gesproken van reizen. Een nota bene in Nebraska. Het gedicht somt op: paren van twee woorden, het eerste woord begint met een n en het twede met een b. Neutrale biologie. Neurodivers brein. Nucleaire bom. Nieuw bloed. Nagel bijten. Nihilisties bravoure. Non-binair. Misschien het non-binair als een nota bene, een postscriptum, iets wat met de opbergkast niet vanzelf is gegeven, wat niet domineert, wat niet datgene is waaraan de meesten zich wensen te conformeren. Wat pas goed vorm kan krijgen buiten de kast, wat steeds opnieuw bevochten of afgebakend moet worden, als een achterop komend zijnde in het lijf gezet; schrijvend; herrijzen door woorden.

Misschien ook daarom zien deze gedichten er zelden uit zoals gedichten en doorgaans uitzien. Er is een gedicht in de vorm van het twittervogeltje. Mag je nog twitter zeggen? Ik vond twitter altijd een achterlijke naam, maar ik vind x nog grotesker, en die Elon Musk is een van de engste mensen van onze tijd, en twitter was dan nog wel toepasselijk omdat het refereerde aan gekwetter, aan de geluiden die vogels maken, en vogels maken geluid om hun terrein af te bakenen of om wijfjes mee te lokken of om te waarschuwen voor gevaar en is dat niet waar twitter precies over gaat, over territoriale pisserijen, over hee kijk mij eens even, en over alles wat we niet vertrouwen, hier is mijn stukje wereld en daar mag jij niet komen, hier is mijn vrouwtje en daar mag jij niet aan zitten, en daar is alles wat anders is en dat moet wegblijven, geen wonder dat dat medium de aandacht trok van zoon Elon Musk, bureaucratie waarom Nederland wel wat Elon Musk kan gebruiken brallen die rechtse ballen van Elsevier jajaja, in een dictatuur is geen bureaucratie want bureaucratie is tiepies iets van die halfzachte democratiese tijd waarin er allemaal van die stomme regeltjes bestaan om de mensen te beschermen tegen de totale willekeur van wie het toevallig voor het zeggen heeft gelukkig kunnen we soms nog de noodtoestand uitroepen die minstens voor eventjes een eind kan maken aan al die overbodige mensenrechtenonzin zaai angst en heers daar kan Mark van Ranst van meepraten en die laat medisch contact nog koppen iedereen die zegt dat de maatregelen niet nodig waren moet je tegenspreken jajaja laat de angst regeren laat altijd de angst voorop laat nooit iemand de angst ombuigen dat is nodig dat is twitter dus vandaar dat ik liever twitter zeg en niet x. Farley schrijft zijn twittervogeltje vol met messcherpe oordelen over het non-binaire zijn. Het valt aan. Het wijst af. Het gaat door korte bochten. Het heeft geen ogen. Het heft de vinger. Het zegt. Het weet. Het stelt geen vragen. Het poneert. Het sluit uit. En het sluit op. In opbergkasten. Of ontsnappen aan de opbergkasten betekent dat je andere opbergkasten moet bouwen weet ik niet. Maar dat was de vraag niet. Er waren geen vragen.

Of.

Een gedicht in de vorm van een kruiswoordraadsel. Heel onnokosteriaans. Denk ik. Kon je iets zeggen, over. Op een feestje.

Of.

Gedicht in de vorm van een oneindige loop. Heel anselmberriganiaans. Denk ik. Kom in alleen.

Of.

In de vorm van een Roos. Is meisje. Ik had die Pier Paolo Pasolini beter gemogen als die nooit films had gemaakt.

Of. Treurarbeid of. De slinger van foucault of. Het hoofd van vitus bering of. Het leven van quintus fixlein of. Iedereen moet ergens zijn of. De mandril op de slagboom of. De mens een machine of. Ook de nacht is een zon.

Of.

De woorden de namen als haken als ankers het fixeren vasthouden op plek houden en eruit willen een wereld bouwen en daarom dichter zijn (want alleen in je gedichten kan je wonen?).

Of gewoon de gedichten in de vorm van een antwoord. Een zoektocht. Een leven buiten de opbergkast. Het uitbreken, en wat daarna komt.

Gedichten die je bijna hoort.
Gedichten die je bijna aanraken.
Gedichten waarin je kunt wonen als je niet in een opbergkast wil wonen.

Jay Farley A [Cupboard] Full of Tomboys review by Tim Donker

– is of course prescription, I thought. Is what prescribes. Or decides. Sovereign is he who decides on the state of emergency. State of exception. The human appears. That can just happen to be the case. She is the many. The bird flew away, and then the sun rose. The song of an I-person who is present here. The future is raw, then it gets cooked in the present, then baked on a slow fire, and in time, cracklings will remain. Man and woman and something gave voice to things. Garbage dumps, furniture boulevards, silos, silos, transmission towers, sheep farmers hunting wolves, sports clubs, car wrecking yards, mail sorting centers, leaf blowers, pizza deliverers, a bonus flyer torn to shreds, and for everything a place. For everything a place.

Place is prescription. Place is storage cabinet. Storage cabinet is static. Is what lies fixed. Is what is prescribed. Prescribed direction of travel. The known. The man. The woman. Dominating. Patriarchal, you say. White, you say. Binary, you say. That’s how the storage cabinets are built. From wood so crooked. Put people beings living things together in groups and that is how things will grow. The norm normalizes. That which most are. That to which the lion’s share conforms. The bracket conceived by the loudest shouters. What fits we will tolerate. The rest not. And then the sun rose. Then sounded the song of the we present here. And then precisely break out.

Breaking out. That’s what this collection is about. The storage cabinet too cramped and anyway not your place and wanting to get away from there. That doesn’t happen without traces of breaking and entering. Farley not only opens the cabinet or society, but the entire language. Which is why these poems regularly leap off the page. On first flipping through, the proliferation of punctuation marks is immediately noticeable. So. You browse. You see slashes making cuts in sentences, you see square brackets inflating themselves, you see greater-than signs aiming their arrows at what comes after. And you think. Here roars an angry language. But the punctuation marks are not without meaning, though not their usual one. An explanation at the beginning says that [ ] stands for oppression, < for worsening, / for a little bit hopeful. For example. It says, only to say afterward that you’d better forget that explanation right away and I would like to emphasize: forget it right away! It’s more beautiful without this explanation, it’s more beautiful to let the punctuation marks drive your own thoughts, poems are not maps, they can do without a legend, they can stand on their own, they can freely associate with each reader individually, I prefer an aesthetic interpretation, you prefer something else, Jay Farley tends towards journey, towards progressive movement.

And speaking of journeys. A nota bene in Nebraska. The poem enumerates: pairs of two words, the first word begins with an n and the second with a b. Neutral biology. Neurodiverse brain. Nuclear bomb. New blood. Nail biting. Nihilistic bravado. Non-binary. Perhaps the non-binary as a nota bene, a postscript, something that is not automatically given with the storage cabinet, what doesn’t dominate, what is not that to which most wish to conform. What can only take proper form outside the cabinet, what must be fought for or demarcated again and again, as a latecomer placed in the body; writing; resurrecting through words.

Perhaps that’s also why these poems rarely look like poems typically look. There is a poem in the shape of the Twitter bird. Can you still say Twitter? I always thought Twitter was a silly name, but I find x even more grotesque, and that Elon Musk is one of the scariest people of our time, and Twitter was at least appropriate because it referred to chirping, to the sounds birds make, and birds make sound to mark their territory or to attract females or to warn of danger and isn’t that exactly what Twitter is about, about territorial pissing contests, about hey look at me, and about everything we don’t trust, here is my piece of world and you may not come there, here is my female and you may not touch her, and there is everything that is different and that must stay away, no wonder that medium attracted the attention of son Elon Musk, bureaucracy why the Netherlands could use some Elon Musk those right-wing balls from Elsevier bellow yesyesyes, in a dictatorship there is no bureaucracy because bureaucracy is typically something from that soft-handed democratic time when all those stupid rules exist to protect people against the total arbitrariness of whoever happens to be in charge fortunately we can sometimes still declare a state of emergency which at least for a moment can put an end to all that superfluous human rights nonsense sow fear and rule there Marc van Ranst can talk about that and medical contact still headlines everyone who says the measures weren’t necessary must be contradicted yesyesyes let fear rule let fear always lead never let anyone bend fear that is necessary that is Twitter so that’s why I prefer to say Twitter and not x. Farley fills his Twitter bird with razor-sharp judgments about being non-binary. It attacks. It rejects. It takes sharp turns. It has no eyes. It raises its finger. It says. It knows. It asks no questions. It posits. It excludes. And it locks up. In storage cabinets. Whether escaping the storage cabinets means you have to build other storage cabinets I don’t know. But that wasn’t the question. There were no questions.

Or.

A poem in the form of a crossword puzzle. Very un-Okosterian. I think. You could say something, about it. At a party.

Or.

Poem in the form of an infinite loop. Very Anselm Berriganian. I think. Come in alone.

Or.

In the form of a Rose. Is girl. I would have liked that Pier Paolo Pasolini better if he had never made films.

Or. Grief work or. Foucault’s pendulum or. The head of Vitus Bering or. The life of Quintus Fixlein or. Everyone must be somewhere or. The mandrill on the barrier or. Man a machine or. The night too is a sun.

Or.

The words the names as hooks as anchors the fixing holding keeping in place and wanting to get out build a world and therefore be a poet (because you can only live in your poems?).

Or simply the poems in the form of an answer. A search. A life outside the storage cabinet. The breaking out, and what comes after.

Poems you almost hear. Poems that almost touch you. Poems in which you can live if you don’t want to live in a storage cabinet.

Jay Farley A Cupboard Full of Tomboys

A [Cupboard] Full of Tomboys

  • Auteur: Jay Farley (Engeland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal; Engels
  • Uitgever: Broken Sleep Books
  • Verschijnt: 28 februari 2025
  • Omvang: 56 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: £ 8,99 
  • Boek bestellen bij: Amazon / Bol

Flaptekst van de dichtbundel van John Farley

Through the poetic and raw lens of a neurodiverse filmmaker, A [Cupboard] Full of Tomboys by Jay Farley navigates the intricate intersections of identity, gender, and class. This collection unfolds the journey of an older, working-class non-binary individual. With a cinematic and surreal texture, the poet uses words not only to validate their existence but also to unlock the transformative power of language itself. From the confines of the metaphorical cupboard to the expansive, defiant explorations of a new, queer world, Farley’s poetry challenges binaries, embraces fluidity, and crafts an unflinching celebration of lived authenticity.

Jay Farley is a non-binary, neurodivergent award winning filmmaker and digital artist. Discovering their Non-binary identity in 2022 aged 48 was profound and they found their voice as a performer and poet. Farley subsequently became award winning with ‘I Wish I’d Won the Miners’ Strike’, published in How it Started, Creative Futures Writers’ Award 2022 anthology. They are published in the Queer Icons anthology, SparksHot Poets anthology and illustrated in Woop Woop magazine. Their debut book of poetry A [Cupboard] Full of Tomboys was created under the mentorship of TS.Elliot Award winning Joelle Taylor and published by Broken Sleep Books.

Bijpassende boeken en informatie

Ted Hughes – Kraai

08Ted Hughes Kraai recensie en informatie over de inhoud van boek met gedichten uit 1970. Op 15 oktober 2020 verschijnt bij Uitgever De Bezige Bij de Nederlandse vertaling van Crow: From the Life and the Songs of the Crow, de poëziebundel van de Engelse dichter Ted Hughes.

Ted Hughes Kraai Recensie en Informatie

Als de redactie het boek gelezen heeft, kun je op de pagina de recensie en waardering vinden van Kraai, Uit het leven en de liederen van de kraai. Het boek is geschreven door Ted Hughes. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van het boek met gedichten van de Engelse dichter Ted Hughes.

Ted Hughes Kraai Recensie

Kraai

Uit het leven en de liederen van de kraai

  • Schrijver: Ted Hughes (Engeland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Origineel: Crow: From the Life and the Songs of the Crow (1970)
  • Nederlandse vertaling: Daan Doesborgh
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 15 oktober 2020
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: Gebonden Boek

Flaptekst van het boek van Ted Hughes

Vijftig jaar na het eerste verschijnen van Kraai in Engeland in 1970 leidt de gitzwarte gedichtencyclus nog altijd tot verwoede discussies. Ted Hughes, voormalig Poet Laureate van Groot Brittannië, begon de cyclus in de tweede helft van de jaren zestig, na de suïcide van zijn vrouw Sylvia Plath. Hij voltooide de gedichten in 1969, toen hij voor de tweede keer een partner aan zelfmoord verloor.

De bundel Kraai was een stilistisch experiment waarin Hughes zijn rouw en verdriet probeerde vorm te geven. Het hoofdpersonage Kraai bevindt zich in een landschap dat de ene keer apocalyptisch is, en dan weer rechtstreeks uit Genesis lijkt te komen. God schept de wereld, Adam en Eva bevinden zich in het paradijs, waar achter elke boom een slang op hen wacht. De gedichten sidderen dan ook van angst, woede, geweld en verdriet. Kraai beziet dit alles vanuit het middelpunt met een mengeling van nieuwsgierigheid en een verlangen naar destructie.

Bijpassende boeken en informatie