Tag archieven: Vlaamse dichter

Ivo van Strijtem – Wereldburgers

Ivo van Strijtem Wereldburgers recensie, review en informatie boek met gedichten van de Vlaamse dichter. Op 25 augustus 2026 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de dichtbundel van Ivo van Strijtem, de dichter uit Vlaanderen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Ivo van Strijtem Wereldburgers recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Wereldburgers, het boek met gedichten van Ivo van Strijtem, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Dan de avond, en dat het niet direkt.

Geen erg, gebeurt wel vaker.

Gebeurt dit wel vaker? Ja. Gebeurt wel vaker, dit. Dat het eerst pas komt met zinnetjes. Want dat eerste gedicht, he. Muze heet het. Niet onaardig nee. Wanneer ik zeg niet onaardig bedoel ik dat het niet rotslecht is. Maar ja. De dichter laat keel rijmen op veel, en wangen op verlangen, en tsja, sowieso: rijm. En dus. Diepe zucht. En doorlezen. Want je kunt nie beoordeel nie een dichtbundel op it’s eerste gedicht nie. Ik wil Wereldburgers meteen weer op de stapel maar dat mag niet van mijzelf. Doorlezen moest ik van mijzelf en zeikerd zei ik tegen mijzelf maar ik las wel door want als ik gesproken heb dan zit er voor mij niets anders op dan te luisteren. Laat ik oren hangen. En lees ik door.

En later was ik dan toch wel blij met mijzelf. Want het was er niet direkt, die avond. Niet bij Wereldburgers. Maar het kwam wel, en het kwam in zinnetjes. Na dat matige openingsgedicht (noem je dat zo?), trekt Uit het hoofd, gedicht nummer twee, wel mijn aandacht via zinnetjes als “Vertoef je graag in een navel zo groot als een zwembad”; “mogelijk is ook dat het liever vat zeg maar zon sneeuw / en regen zeg maar hoe zeg je dat en je niet na tien tellen / gaat geeuwen” en “dan wil je graag dat langs gewone bomen / een doodgewone trein je meevoert of je praat met een geit” – en ja dat zijn moje zinnetjes, dat zijn hele moje zinnetjes, dat zijn voorwaar prachtzinnetjes zeg nou zelf.

Lees ik Uit het hoofd nog eens. Zie ik dat al die zinnetjes die ik zo mooi vond tesaam reeds bijna dat hele gedicht zijn. En misschien weet ik wel niet zo goed wat een zwembad zo groot als een navel te maken heeft met praten met een geit – maar dat maakt niet uit want dit is poëzie en poëzie hoeft niet logies te zijn en je hoeft poëzie zelfs niet per se geheel te volgen om het toch nog mooi te kunnen vinden -; een mens kan toch redelijkerwijs doch weliswaar een beetje schoorvoetend zeggen dat ik Uit het hoofd wél een mooi gedicht vind.

Nu hoef ik mezelf niet te bevelen door te lezen. Nu lees ik Wereldburgers omdat ik graag poëzie lees. Of. Naja. Omdat ik graag goeje poëzie lees.

Dan hoor ik u vragen: wat is goeje poëzie. Ja weetikveel. Alle poëzie die ik goed vind zou ik zeggen. Misschien is een minimale voorwaarde dat het iets eigens heeft, en aan die voorwaarde voldoet Van Strijtem in ruime mate. Dat hij dat zelf ook wel lijkt te weten, is geen bezwaar. Niet alle eigendunk is onverteerbaar. Want dat hij zelf peinst aan een “van Strijtemse School van de Poëzie” is, neem ik aan, niet bloedserieus bedoelt. Hoe die school eruit zou zien, legt hij uit in het gelijknamige gedicht: “Kan het wat minder poëtisch ja? / dank je” & ook sieteert hij met instemming Brendan Kennelly’s adagium “Poetry my Arse”. Ik moest hem opzoeken. Dat zal ik u bekennen. Dat ik hem moest opzoeken, die Brendan Kennelly. Het was een Ierse dichter (was ja, hij is een paar jaar geleden overleden), die inderdaad een bundel op zijn naam heeft gezet met als titel Poetry, my Arse. Klaarblijkelijk pleitte hij voor een minder hoogdravend soort poëzie. Maar ik las online wat van Kennelly’s gedichten en hij bleek het soort poëet dat elke nieuwe regel (dus niet zin!) begint met een hoofdletter, en misschien gruw ik nog meer dan van rijmende gedichten van gedichten waarin elke nieuwe regel begint met een hoofdletter. Dus Kennelly kon wat mij betreft meteen weer van het podium maar hij had me wel de bril aangereikt waardoor ik Van Strijtem kon lezen.

(nee onzin natuurlijk, ik had heeldurtijd gewoon mijn eigen bril op)

Misschien wil zo’n Van Strijtem gewoon wel wat meer spreektaligheid in zijn gedichten. Al weet ik niet. Hoe spreektalig is een morgen met ingetogen warmte, een jij van veertien en een ik van een jaartje ouder samen op een brugje, een adempauze aan de oevers van pas twintig of die zij die het ongelooflijk naar hun zin hebben? Het zijn dingen die toch welhaast te mooi zijn voor gewoon zomaar een gesprek.

Dagdagelijksheid dan misschien? Misschien gaat Van Strijtem niet in dialoog met politiek, filosofie of de wereldliteratuur, misschien wil hij gewoon dichten over wat hij ziet als hij naar buiten kijkt (of naar binnen, naar de Van Strijtem van vele jaren jonger). Maar weeral weet ik niet. Hoe dagdagelijks is een herder die Florian heet? (hij heeft een frons en een rode neus). Dus denk ik maar: hij zit op vele snijvlakken, die Van Strijtem. Op het snijvlak van spreektaligheid en poëzie, op het snijvlak van de aldag en mystiek, op het snijvlak van de dingen recht onder je neus en de dingen in de hele wereld (de wereld is alles wat het geval is) (de wereld bestaat niet), op het snijvlak van alles nu en alles dat ooit was. Zo is er een twaalfdelig gedicht dat Stille nacht heet en verrek, dat lijkt net het kerstverhaal. Maar keer na keer wordt de jezusvertelling zoals we die kennen onderbroken door beelden, gedachten, uitwaaieringen die op zijn zachtst gezegd wat vreemd aandoen. “Dit vraagt om Bethlehem of om iets navenants waar je / een vuurtje kan stoken want daar brandt de lamp of / beter een ster van een zekere allure een ster die / haar wereld kent daar zal je een pappeke koken // waar ligt Bethlehem op een eiland in de Stille Oceaan / in Timboektoe in de golf van Biskaje op de maan / of in Lubumbashi of even ten oosten van Guangzhou / of verscholen in het Amazonewoud of in Judea // ten zuiden van Jeruzalem of in de Kleemstraat de Varing / of de Pamelse Klein tenzij in een akker of een wei / waar ligt Bethlehem misschien in Maria misschien in Jozef / in een eicel van Maria in een zaadcel van Jozef // in het zand van de weg die we gaan in een sneeuwvlok die / toornige woorden dooft of misschien in het liefdesspel in het ontkleden in het zoenen in de liefde die de honger stilt / want Bethlehem veroorlooft en ontbloot Bethlehem is brood” (en geweldig niet, tsjee, Van Strijtem weet nu zelfs rijm mooi te maken) (hou vast, er komt nog meer); “Waar ligt Bethlehem wie geeft Bethlehem onderdak / is Bethlehem een bed een bad een bakermat / dat denk ik wel ja of een stal een schuur een buur / dat denk ik wel ja of een gelukkig toeval een bruistablet // een zalf voor op een zeer been dat denk ik wel ja / een hand op een koortsig hoofd een aai / een koele slok water op het heetst van de dag / dat denk ik wel ja of iemand die zegt het komt goed // of iemand die zegt zit er maar niet mee of iemand / die zegt laat het daarbij en vergeet het of iemand / die zegt kom we lachen erom de liefde die spreek je / niet tegen ja denk ik dan dat is Bethlehem // de sneeuw van Valerius die op die van Pieter gaat liggen / en een schuur een gehucht omarmt met in de sneeuw / een avondgloed hoe doet hij dat of met erin / een waas van groen voor straks voor het kind // van Maria en van Jozef van Yousra en van Zacharia van Ruth / van Iris en van Jan de sneeuw van Boris in een Sovjetnacht / de sneeuw van Robert in een bos in Massachusetts van / Werner die een sneeuwbrief naar zijn zus in Zweden schrijft.” – en het beneemt me de adem en mijn stem (want ik brul van enthousiasme) en ik vind het allemaal zo ongelooflijk prachtig, en ik ben niet eens, zelfs niet een beetje, religieus (al is dit geen religie misschien, dit is veeleer religiositeit misschien, of gewoon zomaar zwevende gevoelens) (en bij die iemand die zegt kom we lachen erom denk ik aan Suzanne, niemand was mojer dan Suzanne, nooit had ik iemand gezien die zo mooi was als Suzanne, en we waren zeventien misschien, of weet ik het, we zaten op de havo, we waren klasgenoten, ik wilde dat Suzanne meer was dan mijn klasgenoot, ik weet niet eens zeker of ik verliefd op haar was en een relatie wilde, ik wilde denk ik dat we boezemvrienden waren en dat we alles deelden en we elkaar ons hele leven zouden blijven zien, dat is niet gelukt, dat is allemaal niet gelukt, maar ooit, op een keer, zaten we naast elkaar in de kantine, we waren zeventien, of weet ik het, en we waren ons examenjaar zat en de school zat en heel het lerarenteam zat en Suzanne zei Wacht maar, over twee jaar lachen we hierom, en ik weet niet waarom ze twee jaar zei en ik weet niet waarom ik Ja? zei maar wat ik wel weet is dat het me verbijsterde dat Suzanne zelfs een kliesjee mooi en oprecht en troostrijk kon laten klinken), maar gaat het hier überhaupt eigenlijk wel over het kerstverhaal of gaat het over jonge geliefden die de toekomst berekenen en uitkomen bij zes procent (“is die zes procent Bethlehem dat denk ik wel ja / is zes procent voldoende dat denk ik niet nee / maar daar doen we het mee een hulsttak een vogel / van twee keer niets een koolmees een mus een pruts”, of om de vrede die lukt bij de een terwijl bij de ander de mayonaise niet pakt (en Van Strijtem kennende zoals ik het inmiddels denk te kennen vermoed ik maar zo dat mayonaise hier niet eens als beeldspraak geldt), of over sterven en schrijven en veel vijven en zessen, of over alle mensen die geboren zijn in een stal (Tanja bijvoorbeeld, en André, en Michiel, en de moeder van Serge), of over de stampvolle herberg of over de sneeuw in ons warhoofd? Ik weet het niet, maar het blaast me evengoed gansch en geheel omver, deze stille nacht die komt in twaalf delen. En hoe vaak is dat jezusverhaal nu al verteld?, weet jij dat?, loopt dat ergens in de miljoenen keren, weet jij dat?, naja, hou het voorlopig op talloze talloze keren, en hoe kan het iemand dan lukken om een verhaal zo uitgekauwd zo mooi grappig aangrijpend wonderlijk verpletterend muzikaal gloedvol nóg eens te vertellen, weet jij dat? In wat misschien wel het mooiste gedicht van 2026 is. In ieder geval sinds het vorige mooiste gedicht van 2026. En tot het volgende moooiste gedicht van 2026.

In de afdeling Wereldburgers (laat ons noemen: de titelafdeling) krijgen we een serie portretten voorgeschoteld. Van mensen. Allemaal gewoon maar mensen. Mensen die dood zijn. Mensen die de dichter gekend heeft. Al is het maar van horen zeggen. Kleine luiden, prutsers, legendes, beroemdheden (Beyonce komt langs, en Leonid Brezjnev), kleuters, heren, dames, sporters, doodgravers. Mensen aan wie iets tragisch kleeft, mensen die ergens in uitblonken, die verlangden naar het onbereikbare, spoorloos verdwenen, gewoonweg doodongelukkig waren. Hier zingt Van Strijtem een kleiner lied. Innemend. Of hoe noem je dat. Sjarmant. Ontwapenend. Van Strijtem toont zich in deze portretten wat aardser misschien, maar hangt altijd nog met één voet tussen de sterren.

Van grote hoogte ziet men immers alles – de beelden en de gedachten blijven ook bij slotafdeling “En ten slotte nog dit:” in hoge mate intrigerend. Dacht u bijvoorbeeld wel eens aan de dagen die je leven best missen kon (wegens te onnoemenswaardig?) (opraapbaar, misschien weet Dregke dat nog). De dichterlijkheden die niet in je koffie gemengd hoeven te worden. De schaamte aan spaanders. Schemer van gemis. De keuzes en je ruggengraat in een envelop. Een verdriet waar je naam stuntelig in gebeiteld staat. En voort. En verder. En vuts. Over leven en sterven, over rondhangen en een boek lezen, over wat onooglijk is en wat je zomaar boven het hoofd zou kunnen groejen – over dit soort dingen gaan Van Strijtems gedichten. En over andere nog. Zijn poëzie bevindt zich ergens tussen de flitsen van onversneden schoonheid en het uitgestrekte Al.

Weeral een dichter die ik niet kende. Deze Ivo van Strijtem. Zelfs al heeft al best wat titels op zijn naam (ik zou kunnen zeggen dat dat misschien komt omdat het voornamelijk vrij suffe titels zijn maar je kan ook niet beoordelen een dichtbundel op it’s titel). Dus Wereldburgers is voor mij een kennismaking. En een aangename kennismaking ook. Bijzonder aangenaam. Dat had ik op de eerste bladzij nog niet kunnen peinzen. Maar zo gaat dat met poëzie, en het is ook wat ik er zo eindeloos bloedmooi aan vind: het raakt je altijd weer als je er totaal niet op voorbereid bent.

Ivo van Strijtem Wereldburgers

Wereldburgers

  • Auteur: Ivo van Strijtem (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 25 augustus 2026
  • Omvang: 96 pagina’s
  • Afmetingen: 16 x 24 x 1,2 cm
  • Gewicht: 168 gram
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen >

Flaptekst van de dichtbundel van Ivo van Strijtem

De gedichten in Wereldburgers bewegen zich moeiteloos tussen het aardse en het verhevene, tussen klein, tastbaar geluk en een onstilbaar verlangen. In heldere, ritmische verzen ontvouwt zich een wereld die tegelijk rauw en teder is, brutaal en devoot.

Emoties liggen open en scherp op de bladzijde, terwijl het alledaagse zonder schroom naast het sacrale wordt geplaatst. Tussen het banale en het goddelijke ontstaat poëzie die durft te schuren én te troosten – die knielt bij een geboorte onder de sterren, maar even goed de ironie van het bestaan onder ogen ziet.

Tegelijk spreekt uit deze gedichten een open blik op de wereld: de dichter beweegt zich als een wereldburger tussen talen, plaatsen en levens, en zoekt naar wat mensen verbindt voorbij grenzen en verschillen. Woede en zachtheid, verlies en hunkering vloeien samen in beelden die blijven nazinderen.

Ivo van Strijtem is het pseudoniem van Ivo Evenepoel. Hij is geboren op 26 juli 1953 in Strijtem, nu Roosdaal in Vlaams-Brabant. Hij maakt geen geheim van wat hij mooi vindt. Hij introduceerde vele dichters in het Nederlands taalgebied, schreef enthousiasmerende essays (verzameld in ‘Iedereen dichter’), en ook in zijn eigen gedichten krijgen schoonheid en liefde hun rechtmatige plaats. Van hem verschenen onder andere ‘Een rode sjaal‘, ‘Het tegenbezoek‘, ‘De liefde, jazeker en ‘Een kamer met een tafel en schrijfgerei’.

Bijpassende boeken en informatie

Paul Demets – De doodstrompet

Paul Demets De doodstrompet recensie, review en informatie boek met gedichten van de Vlaamse dichter. Op 7 mei 2026 verschijnt bij Uitgeverij De Bezige Bij de nieuwe dichtbundel van Paul Demets. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Paul Demets De doodstrompet recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De doodstrompet, het boek met gedichten van Paul Demets, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Paul Demets De doodstrompet

De doodstrompet

  • Auteur: Paul Demets (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 7 mei 2026
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,99
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst van de Paul Demets dichtbundel

Wat doe je als je met je ogen knippert en een spoedarts zegt dat je hart opnieuw klopt?

In De doodstrompet kijkt Paul Demets met een vernieuwde blik naar zijn naaste omgeving en naar de samenleving. Hij staat op, raapt zichzelf bijeen en stapt de wereld in. Hij voert een dissectie uit en treft veel doodsdrift aan, zowel in zichzelf als in de samenleving. En hij laat mens en natuur, verleden, heden en toekomst met elkaar versmelten. Want het schiet niet op met de dood.

Paul Demets is geboren op 30 december 1966 in Dienze, Oost-Vlaanderen. Hij is dichter en poëzierecensent voor onder meer De Standaard. In 1999 debuteerde hij met de dichtbundel De papegaaienziekte , bekroond met de Prijs voor Letterkunde van de Provincie Oost-Vlaanderen. In 2011 verscheen De bloedplek , waarvoor hij de Herman de Coninckprijs ontving. In 2018 volgde De klaverknoop , dat werd bekroond met de Jan Campert-prijs. In 2020 publiceerde hij De hazenklager, dat op de shortlist van De Grote Poëzieprijs stond. De bundel was tevens de Clubkeuze van poëzietijdschrift Awater. Zijn bundel is De bijendans verscheen in 2022. Zijn recente bundel De schaamsoort werd bekroond met De Grote Poëzieprijs.

Bijpassende boeken

Luuk Gruwez – Morren tegen de sterren

Luuk Gruwez Morren tegen de sterren recensie en informatie over de inhoud van de bundel met gedichten van de Vlaamse schrijver. Op 5 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij De Arbeiderspers de nieuwe bundel van Lukk Gruwez, de dichter uit Vlaanderen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Luuk Gruwez Morren tegen de sterren recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Morren tegen de sterren, de nieuwe dichtbundel van Luuk Gruwez, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Luuk Gruwez Morren tegen de sterren

Morren tegen de sterren

  • Auteur: Luuk Gruwez (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 5 maart 2026
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst van de dichtbundel van Luuk Gruwez

Nieuwe poëzie van een van onze meest gebloemleesde
dichters.

Luuk Gruwez is en blijft een dichter van de nietige mens. Vol erbarmen geeft hij die een stem in het lucide besef dat zijn verweer beperkt effect sorteert: schrijven is – hoe mooi ook – niet meer dan morren tegen de sterren. En toch blijft Gruwez zich bedienen van de sensuele en sonore verzen die zijn vroegere werk kenmerken. Hij wil herstellen, retoucheren wat is stukgegaan. Maar de wereld brengt alleen nog maar ‘rare jaren’ voort. Tot frustratie van de dichter: ‘Eens is ons beloofd voor eeuwig en een dag voor elkaar te zijn verwekt.’ Quod non. ‘Wij zijn te ver verwijderd van ons begin.’

Luuk Gruwez is geboren op 9 augustus 1953 in Kortrijk, West-Vlaanderen. Hij is schrijver en essayist maar allereerst dichter (en dat al ruim een halve eeuw). Zijn laatste dichtbundel Balts verscheen in 2023. Morren tegen de sterren is zijn veertiende bundel.

Bijpassende boeken en informatie

David Huyghe – Olifantenvleugels

David Huyghe Olifantenvleugels recensie, review en informatie over de inhoud van de dichtbundel van de Vlaamse dichter. Op 21 januari 2026 verschijnt bij Pelckmans Uitgevers het nieuwe boek van David Huyghe. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

David Huyghe Olifantenvleugels recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Olifantenvluegels, het nieuwe boek van dichter David Huyghe, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Het begint nog voor het nachtlampje, dat het begint nog voor het nachtlampje, alles begint voor het nachtlampje. Misschien is het een proloog, wie weet. Een spreken voor de beurt. Het gebeuren vooraleer er iets gebeurd is. Hoe ook. Huyghe spreekt en Huyghe zegt (over olifanten gaat het): “Ieder mens zit zonder het te weten op een olifant die hem van zijn geboorte naar zijn dood voert. De olifant kan over de maan springen. Zo groot is hij. Dat weet ik van Otto Blauw.”

En je denkt Is dit poëzie?
En je denkt is dit mystiek?
En je denkt is dit filosofie?
En je denkt wie is Otto Blauw?

Otto Blauw, mensen, is de man die dingen weet. Hij weet dingen die niemand weet. Bijvoorbeeld dat we altijd zwemmen in poëzie zoals vissen in water. We realiseren het ons alleen niet, zoals vissen zich het water niet realiseren. Maar eens je het ziet wil je het grijpen en daarom ontwerpen Otto Blauw en de ikfiguur (die misschien niet geheel toevallig David blijkt te heten) een hightech duikbril en een lichtgevoelig vlindernet om, gezeten op de rug van de olifant waarop zij hun leven hebben uit te zitten, op poëziejacht te kunnen gaan. Maarja. Kun je kijken. Poëzie is naar haar aard ongrijpbaar, daar hadden ze eerder aan moeten denken. Niettemin: ze kunnen nog altijd vliegtuigjes vouwen van hun ontwerpschetsen. Is het bedenksel niet altijd beter dan de uiteindelijk vorm?

Dat is de stand van zaken als het boek eigenlijk nog moet beginnen.

In Olifantenvleugels worden mystiek, poëzie, surrealisme, filosofie, bedachtzaamheid en koortsdromen verweven tot iets geheel nieuws. Je zou het een prozastrip kunnen noemen, ik weet niet, nergens in dit boek worden illustraties gebruikt en toch heeft het iets van een strip. Er is een woordelijke referentie aan Kuifje en de geheimzinnige ster; en er is iets over wassalon Soeki dat me deed denken aan Nero, de strip, die ik bijna volmaakt incompleet heb ergens op zolder, enkele jaren geleden nog veel gelezen met mijn zoon, was er niet ooit een wassalon Soeki, kwam dat niet ooit voor, is een strip zonder plaatjes mogelijk, is er iets aan het gevoel strip dat je zou kunnen transponeren naar literatuur, hier heb je je laagbrauw gepresenteerd als hoogbrauw & is dat mogelijk?

Mogelijk of niet, ik hecht eraan Olifantenvleugels te benaderen als roman. Want wat je anderzijds als Joost Oomen-achtige aanstelleritis zou kunnen zien, krijgt binnen de idee van een roman juist het karakter van een smaakmaker; een bindmiddel. Of zeg. Het verschil tussen Joost Oomen en Cabaret Voltaire. Wat, de band? Nee de literaire beweging natuurlijk truttemie.

Wat zeggen wil. Huyghens paart dadaïstische beelden aan filosofieën die niet eens zo heel bizar zijn als je er in de juiste gemoedstoestand over nadenkt. Dus er zijn olifanten die geen thee willen drinken in het kleine appartement van de ikfiguur (David?) op de Israëllei; ze willen ook geen rode wijn want ze drinken alleen maar koffie, zwart, en zonder suiker. En er is een park dat kan praten maar vooral erg goed is in luisteren. En je kunt de maan wassen in bad maar dan wel met een PH-neutrale zeep. En er is een vrouw die in een aquarium tussen de waterplanten doodgemoedereerd piano zit te spelen.

Is wat je zien kunt.

En.

Dat we slechts tandwieltjes van een regenwolk zijn. Dat we alles kunnen waarnemen maar niet onszelf. Dat ons bewustzijn een wondermiddel is. Dat dromerigheid de essentie van elk levend wezen is (pak aan Spinoza!). Dat tijd uit plakken bestaat. Dat een verwaarloosde tuin in betere staat verkeert dan een verzorgde. Dat alle verandering slechts illusoir is.

Is wat je denken kunt.

Zijn het de dingen die Otto Blauw zegt terwijl hij met zijn gele regenjas en zijn gele regenlaarzen en -om een of andere onduidelijke reden- een vishengel in één hand naar de drajende trommel van een wasmachine in -ja- wassalon Soeki staart? Wie weet. Hij, Blauw, neigt wel eens tot nihilisme. Allicht had hij Nietzsche op zijn nachtkastje liggen. De ikfiguur trekt uit de idee van Blauw over de totale leegte echter een opmerkelijk positieve konkluzie: als het niks alomtegenwoordig is, is elk moment dus allesomvattend. Ook dat moment van hem en Otto Blauw in wassalon Soeki.

Maar het kan ook zijn dat Otto Blauw is verzonnen als het mannetje in de maan door de moeder van de ikfiguur.

En juist dat heengaan, en dan weer terugkomen.
En juist die samenhang die er geen is.
En juist deze roman die allicht bedoelde een poëziebundel te zijn.
Juist daarom.

Juist omdat je gegooid wil worden. Niet van gedicht naar gedicht maar van sensatie naar sensatie. Dat het misschien juist daarom is dat dit beter werkt als je het in je hoofd een roman maakt.

Met als allerwonderschoonste stukje misschien wel: “Ik mag stil zijn. Ik mag onbereikbaar zijn. Ik mag mislukken. Ik mag onzeker zijn. Ik mag lang stil zijn. Ik mag lang onbereikbaar zijn. Ik mag vaak mislukken. Ik mag de hele tijd onzeker zijn. Mag ik een wolk willen zijn? Een wolk met een mening? Mag ik als wolk mij mening uiten? Moet het? Moet ik écht mijn mening uiten? Ik wil nooit meer moeten. Alleen nog mogen. En op je wachten. Ik wil lang op je wachten. Te lang? Veel te lang. Mag ik er nooit meer willen zijn? Ik mag het niet weten. Dus mag ik dromen. Als wolk mag, nee moet ik dromen. Toch?”; iets dat me deed denken aan die fameuze uitspraak van Beckett en aan Light Boxes van Shane Jones en aan Vladimir Majakovski en ja ook aan Joost Oomens.

Of. Weeral een ander allerwonderschoonste stukje. “Vraag me om samen te gaan, dat doet met altijd goed, alsof het echt is dat we samen door de tuin lopen, als bomen, dat we elkaar nog horen alsof het waait, alsof het waait dat je lacht als ik lach, dat je valt als ik val, in het lange gras door de ruimte naar de tuin op de maan, waar wij elkaar weer zo moeiteloos verliezen in elkaars donker, ik ben daar, ik heb daar in jouw donker getrapt, in een plas, ik herinner me alleen nog de details, als een hand, als een wimper, je teen in het water, dat je begrijpt dat ik je zie en dat jij opzijkijkt, dat het niet zo moeilijk, niet zo makkelijk hoort te zijn, het missen, de koffie, onze kopjes, dat we samen nog, dat we samen nog altijd door de tuin lppen, als bomen naar het bos”; iets dat me deed denken aan de bomen op hun knieën van Will Oldham en vooral aan de tuin in het huis waar ik opgegroeid ben, die achtertuin, het gras, dat kleine boompje in het midden van de tuin waarin altijd, elk jaar opnieuw, het grootste choco-ei verstopt zat met Pasen, en altijd, en elk jaar opnieuw, rende ik, op blote voeten, en dat gras dat kietelde, in niets meer dan een pyjama, want altijd was het warm in die dagen, naar dat boompje in het midden van de tuin om eerder dan mijn zussen bij het grootste choco-ei te zijn.

En zoiets is Olifantenvleugels dus.
Het is het rennen om eerder dan je zussen bij het grootste choco-ei te zijn.
Het is wat je je dacht te herinneren.
Het is melankolie.
Het leven dat kon, het leven dat is.
Of wat zweefde toen je bezig was andere plannen te maken.

David Huyghe Olifantenvleugels

Olifantenvleugels

  • Auteur: David Huyghe (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Pelckmans Uitgevers
  • Verschijnt: 21 januari 2026
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Afmetingen: 17,2 x 20,6 x 1,4 cm
  • Gewicht: 232 gram
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: 22,00 / € 12,99
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst boek met gedichten van David Huyghe

Zoals een kat naar een wolk klauwen.

Lichtblauw miauwen zoals een schaap.

Olifantenvleugels is een ode. Aan kleine dingen. Aan grote dingen. Aan tederheid, kapotte regenwolken en het slurfje van de maan.

Het is de slaapkamer van waaruit de schrijver naar de wereld piept. De tuin waarin hij poëzie als een kat probeert te lokken. De Grote Roze Oceaan waarin hij met plezier nog één keer verdrinkt.

In het universum dat zich ontvouwt, borrelen beelden, betekenissen en associaties op. Samen met geheimzinnige, kleurrijke personages duikt David Huyghe in deze bundel naar woorden die een trilling veroorzaken.

Olifantenvleugels sprankelt en mijmert, aait en ontbloot, ruist en blijft ruisen.

David Huyghe is een Vlaamse woordkunstenaar. Hij behaalde een master Vergelijkende Moderne Letterkunde aan de Universiteit Gent en een master Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Zijn teksten verschenen onder andere in DW B en Kluger Hans. Tijdens zijn deelname aan het Slow Writing Lab legde hij de kiem voor zijn debuutbundel Olifantenvleugels.

Bijpassende boeken

Xavier Roelens – Wildnissen

Xavier Roelens Wildnissen recensie en informatie over de nieuwe dichtbundel van de dichter uit Vlaanderen. Op 20 januari 2026 verschijnt de nieuwe dichtbundel van Xavier Roelens, de Vlaamse dichter. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Xavier Roelens Wildnissen recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Wildnissen, het nieuwe boek met gedichten van Xavier Roelens, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Beelden. Is dat het niet. Hoe in deze tijd het beeld steeds dominant is. Beelden, in onze koppen gegrift. Hun ogenschijnlijke objectiviteit in combinatie met een zekere dramatiek bepaalt in hoge mate wat de massa nu weer denkt, wat de massa nu weer vindt, naar wie de empathie van de massa nu weer uitgaat. Waar beelden knallen, worden woorden verbrijzeld. Je hoeft niet meer te luisteren, je moet alleen nog maar zien. In 2020 las ik in het prachtwerkje De coronastorm van René ten Bos een indringende analyse van een overbekend beeld: “Op een kleine ijsschots, de laatste resten van een gesmolten ijsberg, hangt een ijsbeer. Het dier is bijna groter dan het ijs. Het is een beeld dat op ons netvlies bevriest. Mensen die naar de foto kijken, zien iets dramatisch. Ze zien hoe een dier zich vastklampt aan iets wat er straks niet meer zal zijn. Ze zien wanhoop. Ze zien vergankelijkheid. Ook het dier zal er straks niet meer zijn. Het zal verdrinken in het onmetelijke water waardoor het omringt wordt. In één beeld vangt men het drama van de klimaatopwarming. Dat ijsberen heel goed kunnen zwemmen, sterker nog, dat ze moeiteloos tientallen, zelfs honderden kilometers kunnen afleggen, komt niet meer in de hoofden op. Evenmin beseft men dat er van ijsberen die op een ijsschots hangen werkelijk honderden foto’s gemaakt zijn, niet alleen in tijden van de opwarming, maar ook daarvoor al, toen de wereld nog koel was. We zien een dier dat bezig is met zijn hobby.” En, even later: “Overigens heeft empathie met ijsberen weinig nut. Het zijn gewoon gevaarlijke rotbeesten.” Die ijsbeer dus. Diezelfde. Die ijsbeer die spreken kan en zegt dat wij mensen, dat meest destructieve schepsel dat ooit de aarde bewandelde, druk bezig zijn toe te werken naar de zesde massa-extinctie, dat we de hele planeet naar de wuppe helpen, enkel en alleen om ons eigen gewin, om ons eigen meer en meer en meer, ons eigen nooit genoeg. En wie zal er straks jammerlijk verzuipen? Jawel hoor, die eeuwige verdomde rotijsbeer. Die ijsbeer dus, komt ook in Wildnissen nog even langsgedreven. Het was toen dat ik opkeek en hum dacht. Maar eigenlijk was het al naar het einde toe, toen Roelens me allang voor zich gewonnen had.

Misschien moet ik niet beginnen met het einde in zicht.
Misschien moet ik eerder beginnen.
Misschien moet ik beginnen met een ooit. Toen ik in Antwerpen was.

Antwerpen. Ja. Wanneer was dat? In een periode, een tijd, een ooit, dat ik daar vrij vaak kwam. Toen het millennium nog krakelend vers was. Deze ene keer moet, uiteraard, na 2007 zijn geweest. Maar voor de geboorte van mijn oudste. Voor 2013. Aan het einde van het eerste decennium, of aan het begin van het twede stond ik in De Slegte in Antwerpen. Hoe vaak ik daar gestaan heb. Hoeveel boeken ik daar wel buiten gesleept heb. Een dichtbundel trok mijn aandacht. Er is een spookrijder gesignaleerd. Zo heette het. Des dichters naam, Xavier Roelens, deed een vage bel rinkelen. Misschien opgepikt uit DW B. Zou kunnen. Dat las ik in die dagen nog wel. Er is een spookrijder gesignaleerd oordeelde ik op een opmerkelijke titel. Er zat een zekere pretentieloosheid in die me aansprak. Maar dan kon het met de gedichten natuurlijk ook nog de flauwzinnige kant op, grapjespoëzie, of iets met leuke berichten uit de krant ofzo. Ik bladerde wat. Wat ik zag beviel me. Ik kocht het boek. Las het diezelfde avond nog op de hotelkamer. Ik moet u nu eerlijk bekennen dat ik me op dit moment geen enkel gedicht eruit meer herinner maar het moet schoon veel indruk gemaakt hebben want Roelens werd een huishoudnaam in mijn brein. Later, ergens rond 2012, maar nog altijd, denk ik, voor de geboorte van mijn eerste vond ik in een andere Slegte, ditmaal die in mijn woonplaats, Stormen, olielekken en motetten. Ik weet nog van één gedicht in die bundel. Een lang gedicht. Ik weet dat het me meerdere jaren gekost heeft om dat te lezen. Maar dat kwam omdat ik halfweg in dat gedicht stopte met lezen (misschien was mijn oudste inmiddels geboren?), en om een of andere onnaspeurbare reden niet veel later heel de bundel uit het oog verloor, en het pas bij mijn recentste verhuis weer tegenkwam (en maar doodgemoedereerd verder ging te lezen waar ik blijkens de boekenlegger gebleven was).

Roelens. Ik ben, sja wat ben ik? Een fan? Dat klinkt me te puberaal. Een liefhebber? Te liefdevol. Een volger, misschien. Een voorzichtige volger toch, want Onze kinderjaren ontging mij in weerwil van het interessante uitgangspunt even. Maar Wildnissen plofte gelukkigerwijze weer keurignetjes op mijn recenseertafel. En ik slaakte een aarzelend hoera.

Vanwaar de aarzeling, u vraagt?

Hum. Ja. Dat is. Engagement kleefde altijd al aan Roelens, en dat was goed. En stormen, olielekken en motetten was toch ook “ecologisch geïnspireerd” als dat dan geloof ik heet. Maar inmiddels zijn we verder, inmiddels zijn we ouder, inmiddels zijn we later, en nu kan ik als ik een zin lees als “In een wereld die op een klimaatramp afstevent, koos Xavier Roelens toch voor zelfgemaakte kinderen.”, waarmee het achterplat (altijd weer dat vermaledijde achterplat) opent, niet anders dan een welgemeende diepe zucht slaken.

De ecocide de klimaatrampen de milieucrisis & al die boeken erover: de klimaatromans, de dystopische romans, de ecopoëzie, de deugboeken jajaja, ik weet het wel, we gaan ten onder & de aarde eraan, het is vijf voor twaalf of twee voor twaalf of een voor twaalf, weet ik veel, er gaan dagen voorbij dat ik niet op de doemsdagklok kijk, ik weet het wel, ik ken het verhaal al zo lang, en het is juist daarom dat ik me afvraag wat je er nog aan toe denkt te voegen. Luister. Laat ons niet op verkeerde voet beginnen, of beginnen, dit mag misschien al niet meer als het begin van deze bespreking gelden (al heb ik nog met geen woord gerept over het boek waar het eigenlijk over gaat), laat ons niet op verkeerde voet verder gaan: ik geloof in het antropoceen. Het lijkt me evident dat het blijvende gevolgen zal hebben wanneer er een diersoort ontstaat die zich specialiseert in de eigen en andere soorten afmaken, in gifstoffen lozen, in alles aan de bodem onttrekken wat er maar in die bodem te vinden is; dat dat schade toebrengt, lijkt mij geen al te ver gezochte aanname. Ik zou ook geheel voor een totale afschaffing van al het vliegverkeer zijn. Alles mag wel minder. Alles moet wel minder. Je hoeft niet naar Japan. Ik vind het decadent om te menen dat alles maar binnen bereik moet zijn, dat je overal maar naartoe moet kunnen. Als je er niet heen kunt lopen, hoef je er helemaal niet heen te gaan. Of, laten we zeggen fietsen. Of okee, treinen. Je hoeft niet naar Japan en je hoeft niet naar de maan en je hoeft ook niet de allernieuwste smartphone. Minder is goed. Dat klatst niets dan mijn bijval. Maar misschien is niet alles het gevolg van menselijk toedoen. Het woord klimaatverandering valt mij te vaak in elk gemiddeld kaffeegesprek. Als er heel veel sneeuw valt in januari dan is dat toch echt wel klimaatverandering, als het droog is in januari dan is dat klimaatverandering, als het erg mild is voor de tijd van het jaar is dat klimaatverandering maar als het heel erg koud is ook. Dat er teveel regen valt, en dat de rivieren buiten hun oevers zullen treden. Of we zitten straks weer met een droogteprobleem want het heeft nog niet geregend. Elk weertype, elk natuurfenomeen, de bloemen, de bijen, dat ze er niet zijn of dat ze er wel zijn, elk teveel, elk te weinig. Klimaatverandering. Kun je echt zien dat De Natuur In De War Is he. Ja. Die praat. Zulke praat. Het milieu is allang het milieu niet meer. Het milieu is een inkomstenbron. Voeg u in het koor der jeremiëerders, dat verkoopt wel, want deugers willen deugers lezen, en de meeste lezers zijn deugers. Het milieu is een goedgedaansticker van de juf. Wij zijn goed. En iedereen met een zelfs maar lichtelijk afwijkende mening is slecht. En toch is het helemaal niet eerlijk, onee.

Dat is waarom mijn hoera aarzelde. Omdat ik eventjes geen zin meer heb in calimeroboeken.

Maar in korrel 1 tot en met 1.21 gaat Wildnissen eenvoudigweg over verlangens. De dingen die je kunt verlangen. Dat opa en dat tante nog wat langer zouden blijven leven, bijvoorbeeld. Dat kan een verlangen zijn. Dat de biefstuk wat meer doorbakken mag. Dat je een Porsche op baterijen kon hebben om tegen de muren van je peperkoeken huisje op te rijden. Dat het lievevrouwenbedstro overal mag groeien, maar liever niet hier. Dat zijn dingen. Zoiets zou je kunnen verlangen. En verlangens mogen ter diskussie gesteld. Dit is voorwaar niet slecht. Dit is zelfs erg goed.

In iets wat je een lopend gedicht zou kunnen noemen -zij het hier en daar onderbroken door kruisende gedachten- stapt Roelens langzaamaan voort. De wat vreemd aandoende nummering ontleent hij naar eigen zeggen aan de Tractatus logica-philosophicus van Ludwig Wittgenstein. Dat moge wat pretentieus lijken, en verrek, dat is het ook. Maar Roelens is in de eerste plaats een dichter, geen filosoof. En het goede ding is, het hele goede ding is dat hij de poëzie laat prevaleren. De poëzie gaat voor op de gedachte, en op de boodschap. Voor de poëzieliefhebber blijven de boeken van Xavier Roelens een heerlijke rit.

Wat klinkt die laatste zin dom.

Wel. Een onvergetelijke reis? Achnee, hou het dan maar bij die heerlijke rit van u.

Ja, de wijze waarop de mens met zijn planeet omspringt, ligt geregeld op de rooster. En ja, die onvermijdelijke ijsbeer vaart maar weer eens langs op dat ijsschotsje van hem (Roelens leest heel erg veel maar Ten Bos heeft hij klaarblijkelijk niet gelezen) (schandalig zoiets). Maar vaker ligt zijn vergrootglas op het meer, het steeds weer meer, de veelheid van de dingen, de oneindigheid van alles wat er is en wat nog steeds niet genoeg is. De vrolijke supermarkt met de vrolijke producten, zoals hij dat ergens noemt. Roelens racet er doorheen. Hij ziet van alles, en wijst ernaar. En ondertussen wordt hij vader, en ondertussen leert hij dingen doen (ondertussen leert hij leren) (hij droomde dat hij op zijn werk was).

Er is sprake van tekstfuga’s en van cycli en jajaja dat zal allemaal wel. Ik hecht eraan Wildnissen te lezen als één lang, lopend gedicht. Opgebouwd uit, zo je wil, korrels. Korrels die over u heen gaan, in uw kleren blijven zitten, in uw oren, in uw haar: zo ken ik Roelens: hij laat altijd wel iets achter.

We verlangen dingen. Misschien. En wat we verlangen, wat we willen laat sporen na. Misschien. We wilden iemands ouder zijn, we wilden zijn waar we niet waren, we wilden wat we nog niet hadden. Laat het. Lees het. Onderga het.

Korrel 7 kent verder geen subnummering meer, het is maar die ene grote korrel zeven en hij is misschien wel het schoonst. Een abecedarium van dingen & verschijnselen. De aardpeer. De bedwants. Chantage. Dialect. Empathie. Alles al geprobeerd. Het deed me denken aan het prachtige Alfabet van Inger Christensen (in Denenmarken al sedert 1981 te lees maar in 2002 in Nederlandse vertaling verschenen bij Meulenhoff; onlangs, echter, heruitgegeven door het altijd fijne Koppernik & waarom bereikte dat mijn recenseertafel nooit?) (schandalig zoiets). Christensen bouwde haar boek niet naar voorbeeld van Wittgenstein maar volgens de Fibonacci-nummers (waarom moeten sommige poëten toch altijd weer zonodig laten merken dat ze niet van de straat zijn?) (ja ons bent best heel slimme jongens en meisjes hoor ons hebt al es un boekje of twee gelezen vergis u niet in ons) (langs de andere kant zijn dichters die met nadruk de straat opzoeken; “street credibility” (heet dat zo?) willen niet minder vervelend) en dat moge pretentieus lijken (en verrek dat is het ook!); Alfabet is één van de allerbeste poëzieboeken allertijden. Abrikozenbomen bestaan, bramen bestaan, citroenbomen bestaan, duiven bestaan, de eland bestaat; Christensen ontfermde zich in een kleine zeventig pagina’s over alles wat bestaat (en wat bedroevend kan zijn, of juist wondermooi); Roelens doet dit op het eind van zijn fraje bundel nog eens dunnetjes over en beziet wat er zoal reeds geprobeerd is. Hij zit Christensen daarmee in genialiteit ei zo na op de hielen.

Roelens overdondert.
Roelens fluistert.
Roelens schreeuwt.
Roelens zet stil.

Misschien hier of daar een “ongemakkelijke waarheid”.  En een pleidooi voor “wildnissen”; dat wat er ook zonder ons is (& ik dacht aan de ongecontroleerd groeiende liefde waar Callahan het over had kort voor hij voorgoed volkomen ruk werd). Maar vooral woekerende poëzie. Van verstillende pracht. Is poëzie al geprobeerd, Roelens? Want als ergens, dan hier.

Xavier Roelens Wildnissen

Wildnissen

Lyrisch-ecologisch tractaat

  • Auteur: Xavier Roelens (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 20 januari 2026
  • Omvang: 120 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe Xavier Roelens dichtbundel

Een dichter kijkt als vader naar een wereld in crisis. Tussen angst en verwondering, wanhoop en hoop, ontstaan gedichten vol bezorgdheid, tederheid en een verlangen naar wildheid.

Wildnissen is de nieuwe, langverwachte dichtbundel van Xavier Roelens. In een wereld die op een klimaatramp afstevent, koos hij er toch voor om vader te worden. Nu ziet hij overal kinderen en voelt hij een zware verantwoordelijkheid. Met moeder de angst aan het stuur wil hij uit de wagen stappen en stilstaan bij alle gevoelens die daarbij komen kijken: van depressie tot vreugde, van verdriet tot ontzetting. De feiten broeien in zijn hoofd. Hij kijkt van zijn zoon naar de presidenten die met oorlogen de overbevolking aanpakken. Hij zit in zijn zetel een lyrisch-ecologisch traktaat te schrijven, een pleidooi voor wildnis en wildnissen, maar gaat uiteindelijk ook liever wandelen.

Xavier Roelens is in 1976 in Rekkem, West-Vlaanderen. Hij zag vele auteurs debuteren als coördinator van SchrijversAcademie, de Vlaamse schrijfopleiding voor gevorderden. Sinds enkele jaren geeft hij zelf les in Ieper en Tielt aan schrijvers in spé. Zelf debuteerde hij, na een korte carrière in het slammilieu, in 2007 met er is een spookrijder gesignaleerd. Zijn ecologisch geïnspireerde bundel Stormen, olielekken, motetten (2012) werd door de jury van de Herman de Coninckprijs tot de vijf beste Vlaamse bundels van dat jaar gerekend. Voor Onze kinderjaren (2018) vroeg hij aan 365 mensen naar hun vroegste herinnering als kind en maakte daar 77 gedichten mee. De bundel werd genomineerd voor de Grote Poëzieprijs 2019. Zijn werk is vertaald in het Engels, Frans, Russisch en Kroatisch.

Bijpassende boeken en informatie

Peter Holvoet-Hanssen – Roodvos

Peter Holvoet-Hanssen Roodvos recensie en informatie over de inhoud van het nieuwe boek van de Vlaamse dichter en troubadour. Op 2 september 2025 verschijnt bij Pelckmans Uitgevers de nieuwe dichtbundel van Peter Holvoet-Hanssen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de dichter en over de uitgave.

Peter Holvoet-Hanssen Roodvos recensie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Roodvos, de dichtbundel van de Peter Holvoet-Hanssen, de uit Vlaanderen afkomstige dichter, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Peter Holvoet-Hanssen Roodvos

Roodvos

  • Auteur: Peter Holvoet-Hanssen (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Pelckmans Uitgevers
  • Verschijnt: 2 september 2025
  • Omvang: 112 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de Peter Holvoet-Hanssen dichtbundel

Niet enkel zijn hier de vosgedichten van Peter Holvoet-Hanssen chronologisch verzameld, aansluitend zindert een nieuwe bundel met ‘roodvos’-klankkleur. De dichter slaat een derde weg in: mannelijk én vrouwelijk, hard én zacht.

Volg het spoor van de vos door het fijne raderwerk van zijn verzen vanaf 1991, wanneer hij een verbond sluit met (jeugd)auteur Noëlla Elpers. Zij is zijn eerste lezer en privé-redactrice.

2025, rekel en moer bewonen nu een kleine vossenburcht met zicht op Antwerpen. De troubadour is kortademig en vermoeid na het smeden van een woordenstroom van de stad tot een vitaal ‘Grootlied’. Hij heeft een punt gezet achter de confronterende reuzenopera Goleman. en kiest resoluut voor de nietsontziende tederheid. Zijn muze waakt over de kwaliteit. Zie hoe zij spits en soms spitant ingrijpt met pen- en aantekeningen. Ontdek hoe het schrijversduo op elkaar inspeelt. Deze vosgedichten knarsen tot op het bot en wieken gezwind in de dreigende onweerslucht.

Peter Holvoet-Hanssen is geboren op 12 april 1960 in Antwerpen. troubadour en voormalig Antwerps stadsdichter. Zijn dichtbundels wonnen tal van prijzen, van de Arkprijs van het Vrije Woord tot de Louis Paul Boonprijs, van de Debuutprijs en het Boek van het Jaar 2024 door de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL), tot de Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap.

Bijpassende boeken en informatie

Tom Van de Voorde – De elementen

Tom Van de Voorde De elementen recensie en informatie nieuwe boek met gedichten van de Vlaamse dichter. Op 18 maart 2025 verschijnt bij uitgeverij Querido de nieuwe dichtbundel van Tom Van de Voorde. Hier lees je informatie over de inhoud van de dichtbundel, de dichter en over de uitgave.

Tom Van de Voorde De elementen recensie en informatie

  • “Op de eerste plaats word ik aangetrokken door het temperament van deze poëzie, de stem in deze gedichten, het onnadrukkelijk vreemde, het subtiele ritme en de timing, het meesterlijke en zeer precieze geklets.” (Alfred Schaffer, De Groene Amsterdammer over over Jouw zwaartekracht mijn veer)

Tom Van de Voorde De elementen

De elementen

  • Auteur: Tom Van de Voorde (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 18 maart 2025
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Tom Van de Voorde

In zijn vijfde dichtbundel gaat Tom Van de Voorde op zoek naar de elementen die het zelf bepalen. Er wordt afscheid genomen, voornemens stranden en herinneringen doven uit of worden juist warm gehouden. Oude geliefden, een fascistische overgrootvader, David Bowie en Johannes Brahms duiken op.

De elementenonderzoekt het leven buiten het oog van de wereld, zelfs buiten het zelfbewustzijn. Een verkenning die voert door vulkanisch landschap, maar evengoed langs de kolommen van de ochtendkrant.

Tom Van de Voorde is geboren in 1974 in België.  Hij debuteerde in 2008 met de dichtbundel Vliesgevels filter, die werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Hij werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en bekroond met de driejaarlijkse prijs van de provincie Oost-Vlaanderen. Zijn gedichten zijn in ruim tien talen vertaald. Hij werkt als programmator literatuur bij Bozar in Brussel.

Bijpassende boeken en informatie

Max Greyson – Dramaturgie van het loslaten

Max Greyson Dramaturgie van het loslaten recensie en informatie nieuw boek met gedichten van de Vlaamse dichter. Op 8 oktober 2024 verschijnt bij Uitgeverij De Arbeiderspers de nieuwe dichtbundel van de uit België afkomstige dichter Max Greyson. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de dichter en over de uitgave.

Max Greyson Dramaturgie van het loslaten recensie en informatie

  • “Bloemrijk schrijft de Belgische dichter Max Greyson over de liefde. Hij vindt mooie, dramatische beelden, al galmt zijn poëzie soms wat veel.” (Trouw)
  • “Een avontuur van taal: het is een spetterende, compromisloze, meedogenloze taal die hier wordt gehanteerd.” (Ilja Leonard Pfeijffer)

Max Greyson Dramaturgie van het loslaten

Dramaturgie van het loslaten

  • Auteur: Max Greyson (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 8 oktober 2024
  • Omvang: 72 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Max Greyson

Dichters zijn pleegouders voor de taal. Deze derde bundel van Max Greyson is – zoals al zijn werk – gedreven door klank, ritme en een onvermoeibaar plezier in het spelen met de taal.

In Dramaturgie van het loslaten wordt de liefde in vijf bedrijven opgespannen, bezongen en losgelaten. De gedichten spelen zich af in theaters, slaapkamers, Europese metropolen en tijdens een vluchtreis van Afghanistan naar België, kortom: in ruimtes van het ware leven waarin de grens tussen mens en tekst vervaagt.

Max Greyson (1988) is een van de vooraanstaande Vlaamse dichters van zijn generatie. Hij publiceerde bij De Arbeiderspers de bundels Waanzin went niet (2016), nominatie Jo Peters Poëzieprijs; en Et alors (2019), Poëzieclubkeuze; en de roman Een waarschijnlijk toeval (2021).

Bijpassende boeken

Jess De Gruyter – De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt

Jess De Gruyter De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt recensie van Tim Donker en informatie over de inhoud van de dichtbundel. Eind januari 2024 verschijnt bij uitgeverij het Balanseer de nieuwe dichtbundel van de Vlaamse dichter Jess De Gruyter. Hier lees je de recensie van de dichtbundel, informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Jess De Gruyter De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt recensie van Tim Donker

Eén moment in de tijd & op aarde dacht ik dat er een gematriatische reden was dat De Gruyter de gedichten in deze bundel laat aanvangen met het getal elf. Het meestergetal met zijn unieke vibrasies & spirituele signifikansie. Misschien. Mogelijkerwijs. Wellicht. Bijwoorden van twijfel. Want waarschijnlijker is dat deze bundel voortzet wat met bundels als Zometeen gaat deze kogel een hoop rotzooi aanrichten en Als ik je neersteek gorgel je voortreffelijk begonnen is (let op de uiterst gelijke vormgeving van de omslagen). Ik ga tot mijn spijt moeten bekennen dat ik die bundels even gemist heb, ik zou ze best willen lezen, ik zou ze best nog willen vinden, ergens, in het soort van poëzieboekhandeltje dat niet anders kan dan zichzelf als verkleinwoord dragen, het soort van poëzieboekhandeltje dat men sjarmant pleegt te noemen, en waarvan de eigenaar een bijzonder innemend mens is, altijd een kop koffie klaar voor zijn klanten, altijd verhalen, altijd een rake suggestie, misschien een muziekje op de achtergrond dat je na een tijd herkennen zult als een seedee van The Saxophones, zoon soort poëzieboekhandeltje, ik zou er graag andere bundels vinden van De Gruyter, ooit, een keer, maar op dit moment blijven de bundels helaas ongelezen voor me, op Zometeen gaat deze kogel een hoop rotzooi aanrichten ben ik ooit wel eens gestuit, op de titel althans, want titels verzinnen die je niet rap vergeet – daar is De Gruyter alvast een meester in.

De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt is inderdaad als een film waar je middenin valt. Waarmee niet gezegd wil zijn dat je andere bundels gelezen moet hebben om deze te kunnen begrijpen maar wel dat de lezer languit met zijn gezicht voorover middenin de aksie valt. Vuilbekkerij, ongelukken, rampen, tragedies, dood, vernederingen, ellende, sadisme, liquidaties, bombardementen. En hollywood zag dat het goed was.

De lezer wordt gestompt en de lezer wordt geslagen en de lezer vraag zich dingen af. Vijf gedichten, 44 bladzijden, korte regellengtes, soms maar een woord per regel – het is misschien niet eens lezen dat hier als meest akkurate woord in aanmerking komt: De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt is een trein die over je heen dendert. Zijn deze vijf gedichten even zovele vermaningen aan het adres van hollywood of van de entertainmentindustrie als geheel en dan met name het medium televisie? De bundel lijkt de neerslag van een avondje “zappen”: wat filmscenes zouden kunnen zijn, misschien letterlijk, ik weet niet, ik zie bijna nooit een film, ik kijk bijna nooit televisie, wordt afgewisseld met wereldschokkende gebeurtenissen die puur op hun onderhoudende waarde lijkt te worden gewogen: zodat je kunt zeggen dat je erbij was, je zat eerste rang toen de torens vielen, het eerste schot werd gelost, de wereld in vlammen opging.

Misschien steekt De Gruyter draken. Misschien persifleert hij de gemiddelde aksiefilm (model jaren tachtig, ja in mijn puberjaren keek ik nog wel eens een film, u weet, waarin Stallone of Schwarzenegger op zijn eentje de communisten of de moslims eventjes mores leert). Misschien uit hij hier zijn zorgen de afstompende of debiliserende werking van televisie, videospellen, internet. De wereld als schijnvertoning met alles waarvan je last kunt hebben, alles waaraan je kunt lijden, alles waarvoor je allergies kunt zijn, alle ouwewijvenpraatjes, alle broodjes aap, alle klinklare onzin, de halve en hele (on)waarheden, de wilde aannames, de blinde gokken en wat je maar moet geloven.

Of misschien braakt Jess de Gruyter in één moeite alle rotzooi uit die via diverse kanalen bij hem naar binnen is gegoten.

Ziel. Zielenkotsen.

Of de stand van zaken misschien. Dit zijn wij. Dit is wat we zagen, we waren eventjes op deze aardkloot, deze rotzooi hebben we gemaakt, en dan gaan we dood. Dat is alles. Dan zijn het misschien geen vijf gedichten, maar één lang, in vijf hoofdstukken opgedeeld, een dystopies en niet bepaald opbeurend gedicht.

Misschien brengt lezing van de andere bundels me nog op andere gedachten.
Misschien ook zou dat weer teveel van het goede worden.

In De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt spreekt een dichter met een volslagen eigen geluid (ja ik weet dat dat het meest afgezaagde achterplatkliesjee allertijden is maar dit keer is het echt waar oké). Zelden sneed de idee van Graham Harman dat alle kunst feitelijk theater is meer hout: je wordt hier alles waar De Gruyter het over heeft. Aan het eind ben je meer dood dan levend misschien maar je weet dat je iets onvergetelijks hebt meegemaakt.

Jess De Gruyter De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt recensie

De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt

  • Auteur: Jess De Gruyter (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Het Balanseer
  • Verschijnt: 31 januari 2024
  • Omvang: 40 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwste boek van Jess De Gruyter

Derde deel van Jess De Gruyters zinderend epos waarin vetes worden beslecht, tempels vernield, burchten bestormd, jonkvrouwen geschaakt, gangsters ko geslagen, sportwagens perte totale gereden, beloftes verbroken, boeken verbrand, knieschijven verbrijzeld, moeders aanbeden, kroonjuwelen geroofd, staatshoofden geliquideerd, revoluties gefnuikt, principes verkwanseld, terroristen gekweekt.

Bijpassende boeken en informatie

Vincent Geyskens – Kuit nog

Vincent Geyskens Kuit nog recensie van Tim Donker en informatie over de inhoud van het nieuwe boek van Vlaamse beeldend kunstenaar en schrijver. Op 13 februari 2024 verschijnt bij uitgeverij Het Balanseer de nieuwe dichtbundel van de Belgische kunstenaar en dichter Vincent Geyskens. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Vincent Geyskens Kuit nog recensie van Tim Donker

Komt binnen. Zegt aan. Vangt ten zingen aan. Kuit nog. Een bijkans dertig bladzijden lang poëem. Sterk ritmies. Muzikaal. Het zicht is slecht en het goed is vuil. Zegt het. Maar zegt. Meer nog. Zegt en zingt bijna dertig bladzijden lang, had ik bijna dertig bladzijden lang al gezegd. Dringt door. Woorden die schimmeren. Woorden die doorheen andere woorden schimmeren. Dringt door. Wolk door zon. In mijn nek. Doorheen raam. Als zonnestraal ook de muziek die buiten het boek klinkt: Hi be no ne. Sawako. Ook zij nu dood. Beeldhouwde geluid. Sawako Kato, nog geen 46. Geloof ik. Dood. Na korte ziekte. Nu op mijn steerjoo. Muziek die verstillen doet. Muziek die dialoog aan gaat. Met boek. Met Geykens. Met Kuit nog. Je hoort het echoën. Je hoort de resonantie. Mannen in het zwad. Kinderen koeten op het ijs. Zwaluwen verpozen in de popels. Dat is hoe Geykens taal uitbouwt. Dat is hoe Geykens muziek maakt van taal. Dat is hoe. Het zingt in mijn handen. Een taal sterk verduimd. Binnenstebuiten gekeerd. Tot gebeeldhouwde muziek gebracht. Vandaar Sawako. Die te mooi en te jong. Maar nu leeft tussen de regels in dit boek in mijn hoofd in mijn kamer in de vensters. De koffie zwijgt een wijle. Geen tijd voor koffie als er zoveel moois gaande is. Hoe vaak dialogiceren boek en seedee. Niet vaak. Of. Niet dagelijks toch. Dit gebeurt. Ik ben erbij als dit gebeurt. Als alles reikt. Naar elkaar. De handen. De bladzijden. De taal. De muziek. De zon. Wat zou Gail Scott dit mooi vinden zeg. Denk ik. (kent Vincent Geykens Gail Scott?) (kent Gail Scott Vincent Geykens?) (reeds boventalig) (nee niet boventallig) (reeds boventalig zou dit denkbaar zijn in alle tagen) (Geykens spreekt in alle talen) (naar het Engels toegezongen zou dit bij Wave Books verschenen kunnen zijn) (kent Vincent Geykens Wave Books?) (kent Wave Books Vincent Geykens?) (kent het balanseer Wave Books?) (kent) (-). Ik ben erbij & het gebeurt nu & het beneemt me de adem. Iemand zegt waar ist werk van. Zeg ik hier ist werk van. Schoonheid. Ver over heuvelen. Wie zei daar dat je in poëzie niet wonen kunt? Vincent Geykens trekt me in. Voor korte of langere wijle. Leef ik in dit. Leef ik in poëem. Zo krachtig dat het woekert. Groeit. Lijkt te ontstaan onder mijn ogen. Wilde taal. Verstaan als in het wild groeiende taal. Wat poëzie vermag. Wat vermag want kan poëzie toch veel. Met iedere bladzijde iedere zin ieder woord. Bewijst Vincent Geykens zijn meesterschap. God is in alle uren, in alle gezichten een licht. Ik dacht aan het gelaat. Levinas. Ik ben pas vrij in het gelaat van de ander. Het betrokken zijn. Het goede leven. De eindigheid. Wie zei daar Willy Coolsaet. Het goede leven. De eindigheid. De onkenbaarheid. Wie zei daar Graham Harman. Wat stukloopt op de realiteit. Niet hier. Het verheft. Kan. In poëem. Van nog geen dertig bladzijden. God is bob. En een herder komt pakt zijn bed op staat op en wandelt met Rigo verder. Neem op uw stethoscoop en wandel. Het gaan. Dat een gaan is door Arcadië door metro- dan wel necropolis door een voor- of door een natijd misschien. Ontstaansgeschiedenis. Apocalyps. Alles daar tussenin. Sensueel fruit. Bomen mensen dieren stenen. Animisme. Laat de draden zingen. Geykens vangt werelden met zijn woorden. Soms bulderend. Luid op. In kaos. Dan weer rustig. Bijna stil. Begin dan krachtig te zwijgen. Een is een erg klein publiek. Je kon de dag rond met dit. Je kon je andere uren voorstellen. Achter deze muren is de nacht totaal. Nou dit is. Wat gebeurt. Er is een figuur in. Haar lichaam. Deel door nul. Misleide hartpulsen, een hamer, zij, en de klok. Niets echt, niets absent. Wel napalm geen pudding wat een begin van ons einde. Een simpele schreeuw op een hoek naar een passant. Dat passeert. Dat marsjeert. Dat loopt. Dat gaat. Ik volg. Ik volg. Ik volg. Duur. Een wijdvertakte schaduw. Als een breeduit vliegend hert. Geesten komen kussen ogen. Alles. In stilstaande wervelwind. Meer dan vanzelfsprekend in regels opduikend. Een krachtig schrijven. Een sterke poëzie. Meer ik besta. Waarvan de dichter de code van het slot had gekraakt. Meer ik besta. De vermenigvuldiging hierin. Tijdelijk maar daarom nog niet minder bestaand. De koffie steenkoud en alleen en vergeten omdat alleen het gebeuren nog telt. Het samengaan. Van zon woorden muziek. Nu. Op dit eigenste moment. Telt. Gedachte voor voedsel. Hoe het stroomt. Is. Ontstaat. Nooit ophoudt te ontstaan. Het huiveringwekkend harde geluid van zuchtende slakken. De traagte. Het paard morst vijgen op het Boecharatapijt, en ook op een enkele languit liggende gast. Kraftpapieren bewegingen. De luister. Het duister. Dit werk. Duister en lucide. Abstrakt en glashelder. Filosofies en beeldrijk. &. De aarde was altijd al een verzonnen verte. &. Gewoon de reis ten einde. En je kamer zal nooit meer hetzelfde zijn.

Vincent Geyskens Kuit nog

Kuit nog

  • Auteur: Vincent Geyskens (België)
  • Soort boek: gedicht
  • Uitgever: Het Balanseer
  • Verschijnt: 13 februari 2024
  • Omvang: 32 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Vincent Geyskens

Middenin wordt halt gehouden en komen verleden, heden en toekomst samengetrokken in spanning te staan.
De eenzaamheid van de plezierige, geritmeerde reis is aangeroerd, de steek van een eeuwig heden bloeit op.
Wat zich heeft ingebeten, wat zowel terneerdrukt als de pijl schiet, laat zich beslaan, in duisternis doorboren,
klaterend in fonkelende stenen. De dood blijft komen, doorheen jaren, figuren, kletsen en verrassingen, een
nimmer nader in verwijdering.

Bijpassende informatie