Categorie archieven: Gedichten

Gershwin Bonevacia – Brio

Gershwin Bonevacia Brio recensie, review en informatie over de inhoud van het boek met gedichten van de Nederlandse dichter. Op 12 januari 2027 verschijnt bij Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar de nieuwe dichtbundel van Gershwin Bonevacia. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Gershwin Bonevacia Brio recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van de dichtbundel Brio, het boek van de Rotterdamse dichter Gershwin Bonevacia, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Gershwin Bonevacia is een taalkunstenaar van het hoogste niveau. Hij verdient de Gouden Ganzenveer vanwege zijn opvallend fijngevoelige taalgebruik waarmee hij teruggrijpt op wat ons kwetsbaar maakt.” (Juryrapport Gouden Ganzenveer)

Gershwin Bonevacia Brio

Brio

  • Auteur: Gershwin Bonevacia (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Nijgh & Van Ditmar
  • Verschijnt: 12 januari 2027
  • Omvang: 96 pagina’s
  • Afmetingen: 13,5 x 21,5 cm
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 20,00
  • Boek bestellen >

Flaptekst van de dichtbundel van Gershwin Bonevacia

In Brio – lef, en in de taal van zijn grootmoeders: nog zoveel meer – volg je één lichaam dat twee werelden in zich draagt en geen van beide volledig kan loslaten. Gershwin Bonevacia schrijft over dat onvermogen, niet als zwakte, maar als de precieze plek waar poëzie begint.

In Brio onderzoekt hij wat je meeneemt als je vertrekt, en wat er overblijft. Wat er weggespoeld wordt en wat blijft liggen tot je weer terugkeert, hardnekkig en glinsterend in het licht.

Onder dit alles draagt Brio een stil verlangen naar Curaçao, naar de voorouders, naar de taal die overleefde wat haar had moeten doven en naar alles wat Curaçaos is en ergens in hem klopt, onverminderd.

Gershwin Bonevacia is op 19 mei 1992 geboren in Rotterdam. Hij is dichter, schrijver, muzikant en podcast- en theatermaker. Van 2019 tot 2022 was hij stadsdichter van Amsterdam. Van hem verschenen eerder Ik heb een fiets gekocht (2017), Toen ik klein was, was ik niet bang (2021) en De stad is ook van mij (2024). In het najaar van 2026 verschijnt zijn debuutalbum Omhoog.

Bijpassende boeken

Benzokarim – Ons gaan allemaal

Benzokarim Ons gaan allemaal recensie, review en informatie over de inhoud van de dichtbundels van de stadsdichter van Rotterdam. Op 20 mei 2025 verschijnt bij Uitgeverij Thomas Rap het boek met gedichten van Benzokarim, de Rotterdamse dichter. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Benzokarim Ons gaan allemaal recensie van Tim Donker

Je kunt haast alles wel.

Je kunt op een donderdagmiddag, de laatste donderdag van de zomervakantie, met je zoon in een boekhandel staan.

Eindelijk sta je daar weer eens. In een boekhandel. Een hele echte boekhandel. Waar ze boeken verkopen. Kasten vol.

Daar kun je staan.

Op de poëzieafdeling. Je wil wel andere afdelingen nog, maar je wil het geduld van je zoon niet al te erg op de proef stellen. Dus laat je filosofie links, laat je engelstalige poëzie links, laat je engelstalig proza links, laat je meer kasten dan je lief is links en beperk je je tot poëzie. Nederlandse poëzie.

Dat kan zomaar gebeuren. Op een donderdagmiddag. De laatste donderdag van de zomervakantie. Jij en je zoon.

Je trekt boeken uit de kast. Een beetje lukraak. Eigenlijk zou je ze het liefste nog één voor één tot je echt alle boeken uit de poëziekast aan een grondig onderzoek onderworpen hebt, zelfs de uitgaves van dichters waar je niks mee hebt, zelfs uitgaves die je thuis al in je eigen kast hebt staan. Om gewoon. Om het weten, om het tasten, om het voelen, om het zien. Maar je wilt het geduld van je zoon niet al te erg op de proef stellen en naast elk boek één voor één bekijken weet je niet echt een strategie, dus je trekt lukraak maar wat boeken uit de kast.

Eén van die boeken is Toen ik klein was, was ik niet bang. Van de jou volslagen onbekende Gershwin Bonevacia. Je bladert door. Je leest wat. Hier en daar. Je zoon zit. Op zo’n krukje waarvan er gelukkig altijd veel staan in boekhandels. Je oog valt op een gedicht dat In de speeltuin heet. Het is maar kort, en je denkt dat je zoon het wel zou kunnen waarderen dus je leest het voor. En hij vindt het goed. Hij vindt het geweldig. Hij rukt de bundel uit je handen en herleest In de speeltuin, en bladert doorheen en leest enkele andere gedichten. Hardop. Het komt erop neer dat hij je die hele bundel aan het voorlezen is. Tussendoor zegt hij af en toe Pap dit boek moet je kopen, sowieso. Toen ik klein was, was ik niet bang was nog maar de eerste bundel die je uit de kast had gerukt. Je was nog maar bij de b. Dus nu ben je lukraak dichtbundels uit de kast aan het trekken, om ze te bekijken en hier en daar wat te lezen terwijl iemand een andere dichtbundel hardop aan je staat voor te lezen.

Ja je kan hem vragen te stoppen. Maar hee. Je moje lieve wijze stoere puberende dertienjarige zoon interesseert zich voor een dichtbundel. Dan rem je niets af.

Ook stuit je op Ons gaan allemaal. Benzokarim. Ook hem kende je niet. Hoe zit dat, met al die dichters die je niet kent? Hoe kun je al die dichters niet kennen? Je bent poëzieliefhebber, voor schreeuwen uit luid. Iemand noemde je zelfs een keer poëzierecensent. Ergens op internet was dat. Lang geleden, in de dagen dat je je eigen naam nog wel eens googlede. Poëzierecensent Tim Donker stond dan ergens bij één van de hits die het opleverde. Op den duur schaamde je daar een beetje voor. Wat had je gedaan om iemand, wie dan ook, het idee te geven dat je poëzierecensent was, of überhaupt wat dan ook. Misschien stopte je daarom je eigen naam te googelen. Het werd een beetje ongemakkelijk.

Je ging naar huis met Gershwin Bonevacia en Benzokarim. En nog twee dichters die je nu eens toevallig wel kende (van één bundel kon je zelfs niet met honderd procent zekerheid zeggen of je hem niet al had maar het was lastig je te concentreren terwijl je zoon het één na het andere gedicht in je oor duwde). Je ging naar huis met dichtbundels die niet vanzelf op je recenseertafel terecht waren gekomen. Je ging naar huis met het vermoeden dat er veel meer dichtbundels niet dan wel vanzelf op je recenseertafel terechtkomen.

Je exemplaar van Ons gaan allemaal is dan nog van de twede oplage. De eerste oplage verscheen in 2025. De twede in 2026. Je zult wel weer de laatste zijn die het opmerkt. En een wijle vraag je af hoe vaak dichtbundels een twede en verdere oplage krijgen. En hoe groot is eigenlijk een gemiddelde oplage van een gemiddelde dichtbundel, hoe snel is dat uitverkocht, en aan welke mensen, welke mensen kopen poëzie, welke mensen lezen poëzie, iedereen heeft toch altijd de bakkes vol over die zogenoemde ontlezing, en poëzie dan, poëzie wordt al helemaal niet meer gelezen. Zo vertellen mensen je. Maar de mensen vertellen zoveel. Maar toch, dat dit een twede oplage krijgt, een dichtbundel als deze, het deed je toch één wenkbrauw optrekken.

Een dichtbundel als deze je zegt?

Ja. Met die taal. Met deze taal. Met de taal van Benzokarim.

De taal gaat hier aan spaanders. De taal krijgt een flink pak slaag. De taal wordt verbouwd, geminnekoosd, gestreeld, geslagen, tot het uiterste gedreven. Totdat het zingt. Totdat dat houterige Nederlands van ons aan alle kanten zingt.

Naja ons Nederlands is niet echt houterig natuurlijk. Ik hou van ons Nederlands. En Benzokarim denk ik ook. Het zal daarom zijn ook, dat hij de mogelijkheden van de taal ziet die anderen gewoonweg onbenut laten. De ruimte van het spreken. Schrijven. Dichten. Welk idioom het ook eist.

Een mens kan zeggen dat Benzokarim zijn eigen taal gemaakt heeft. Zoals Pjeroo Roobjee zijn eigen taal heeft. Of C.C. Krijgelmans. Of Louis Paul Boon, tot op zekere hoogte. Of Jean-Marie Berckmans. Dat soort van eigenzinnigheid, dat u het maar weet.

Maar er zit ook iets van een Samuel Beckett in hem. Dat illusieloze. Dat rauwe. Die modder. Dat duister.

Dat kan dan zo klinken: “jij en ik zijn ik en jij de hele tijd / maar ik heb niks meer te verbergen / je kan niet zomaar zijn bezwaar en je wil zijn voorbij / ik doe niet meer alsof ik geen schaamte draag / we hebben gezegd ons vaarwel / we hebben gesproken ons gedachten / wat wil nog meer van dit bestaan”;

;

deze poëmen zingen.

Ze staan schreeuwend te zingen.

Hartverscheurend mooi te zingen.

Misschien is het niet altijd direkt duidelijk waar het over gaat. Maar moet het altijd duidelijk zijn waar het over gaat dan, moet je gedichten wel willen snappen, gedichten zijn geen moppen, je zegt niet ik vat hem niet aan het eind. Moet het altijd ergens over gaan, wat met die thema’s altijd weer, meer iets voor een leraar Nederlands ofzo. Deze gedichten voel je eerder. Je hoort ze. Ik zou bijna zeggen: je ondergaat ze. Maar dat is zo stukgebruikt dat het inmiddels alleen maar stompzinnig klinkt.

Het dendert. Het dendert overheen het grauwe leven in de grootstad.

Of.

Het fluistert. Verstild. Over het missen van een moeder: “papa heeft geen groot bed meer / mama heeft geen bed meer // papa slaapt in klein bed / één persoon klein bed / en elke avond / als papa naar bed / meer rugpijn // hij wil groter bed / ik wil niet dat hij groter bed / ik wil of grote bed papa en mama / of klein bed papa”.

Of.

Het klaagt aan. Het vraagt. Het schreeuwt. Het huilt. Het heeft lief.

Want ook dat bij Benzokarim. Niet alleen maar duister, en modder, en zoeken, en missen, en niet passen in of passen bij. Ook veel heel erg passen bij, horen bij, familie, liefde, banden, betekenisvolle anderen.

Hoe was het geweest als je niet lukraak maar toch één voor één, dan was Benzokarim eerder geweest dan Bonevacia, dan had je zoon misschien wel de gedichten uit Ons gaan allemaal voor staan dragen, daar in die boekhandel, op een donderdagmiddag, de laatste donderdag van de zomervakantie.

Iets in de poëzie van Benzokarim vraagt om declamatie. Want deze gedichten klinken. Zelfs als je ze in stilte leest, dan nog klinken ze. Klinken zoals alleen deze gedichten klinken. Een stem als deze hoor je niet alle dagen. En kan toch zomaar tot je komen. Op een donderdagmiddag. De laatste donderdag van de zomervakantie.

Benzokarim Ons gaan allemaal

Ons gaan allemaal

  • Auteur: Benzokarim (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Thomas Rap
  • Verschijnt: 20 mei 2026
  • Omvang: 88 pagina’s
  • Afmetingen: 16,1 x 21,9 x 0,9 cm
  • Gewicht: 167 gram
  • Uitgave: paperback / luisterboek
  • Prijs: € 22,99 / € 9,99
  • Boek bestellen >

Flaptekst van het boek van Benzokarim de stadsdichter van Rotterdam

Benzokarim bevindt zich op een punt in zijn leven waarin alles nog lijkt te wachten op een definitieve uitkomst. Grote gebeurtenissen moeten nog een plaats krijgen – de dood van zijn moeder, bepaalde familiebanden, de omgeving waarin hij opgroeide en de eenzaamheid die daarmee gepaard ging. Tijdens dit proces doorkruist Benzokarim verschillende werelden – Rotterdam, Zuid-Afrika en Egypte – en begint er een nieuwe taal te ontstaan, een mix van Nederlands, Arabisch, Afrikaans en Engels.

Het resultaat van deze zoektocht is een bundel die bruist van de vitaliteit en de lezer recht in het hart zal raken.

Benzokarim is geboren in 1996. Hij is dichter en performer en sinds 2025 stadsdichter van Rotterdam. Karim heeft een thuis gevonden in zowel het gesproken als het geschreven woord.

Bijpassende boeken en informantie