Categoriearchief: Nederlandse dichters

Tjitske Jansen – Iedereen moet ergens zijn

Tjitske Jansen Iedereen moet ergens zijn recensie en informatie bundel met nieuwe gedichten. Op 9 maart 2021 verschijnt bij Uitgeverij Querido de nieuwe dichtbundel van Tjitske Jansen.

Tjitske Jansen Iedereen moet ergens zijn recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op de pagina de recensie en waardering vinden van de dichtbundel Iedereen moet ergens zijn. Het boek is geschreven door Tjitske Jansen. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van dit nieuwe boek van de Nederlandse dichteres Tjitske Jansen.

Tjitske Jansen Iedereen moet ergens zijn Recensie

Iedereen moet ergens zijn

  • Schrijfster: Tjitske Jansen (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 9 maart 2021
  • Omvang: 104 pagina’s
  • Uitgave: Gebonden Boek

Flaptekst boek met nieuwe gedichten van Tjitske Jansen

Het moment dat een kind opeens weet: ik besta. Weinigen weten de taal te vinden om die ervaring op te schrijven; Tjitske Jansen kan dat. Kraakhelder: ‘Als elfjarige kwam ik op een middag de trap af en wist ik dat ik er was en er niet meer zomaar niet kon zijn. Ik bestond. Daar had ik zelf niet zoveel over te zeggen.’ Zoals uit de titel zowel vervreemding als aanvaarding spreekt, zo is de ‘ik’ even ontredderd als wijs, even verward als begripvol.

Die ‘ik’ is een kind dat zich vragen stelt. Over opgroeien, over haar lichaam, over God, over pleegouders, over de fietsenmaker, over zekerheden van anderen, over de tijd. ‘Ik was bijna tien. Dat was snel gegaan. Ik was dus eigenlijk al bijna twintig, dertig, veertig, vijftig, zestig, zeventig, tachtig.’ Zo dreigend kan het besef van de eindigheid zijn. Zo onontkoombaar kun je dat opschrijven.

Tjitske Jansen (1971) combineert in wat ze schrijft als vanzelf poëzie, proza en theater. Al vanaf haar vroegste bundels, de bestsellers Het moest maar eens gaan sneeuwen en Koerikoeloem, treedt ze veel op en geeft ze met grote inzet les over schrijven, poëzie en performance aan middelbare scholieren. Haar werk werd genomineerd voor De Bronzen Uil en bekroond met de Anna Bijns Prijs.

Bijpassende boeken en informatie

Antoine de Kom – Demerararamen

Antoine de Kom Demerararamen recensie en informatie nieuwe bundel met gedichten. Op 16 februari 2021 verschijnt bij Uitgeverij Querido de nieuwe bundel van de Nederlandse dichter van Surinaamse afkomst Antoine de Kom en kleinzoon van Anton de Kom.

Antoine de Kom Demerararamen recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van de bundel met gedichten Demerararamen. Het boek is geschreven door Antoine de Kom. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de nieuwe gedichtenbundel van de Nederlandse dichter van Surinaamse afkomst Antoine de Kom.

Antoine de Kom Demerararamen Recensie

Demerararamen

  • Schrijver: Antoine de Kom (Nederland)
  • Soort boek: gedichten
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 16 februari 2021
  • Omvang: 88 pagina’s
  • Uitgave: Paperback 

Flaptekst van de nieuwe gedichten van Antoine de Kom

Ooit stond een deel van Demerara samen met Suriname onder Nederlands bewind. Demerararamen zijn de ramen die de zon weren terwijl de verkoelende passaatwind toch vrij spel heeft. Houten louvreramen zijn het, die hellend als een dakraam een kijk op onze wereld bieden die deze nieuwe bundel van Antoine de Kom maakt tot wat hij is: gedichten die al wat wreed, kwaad en ellendig was laten warrelen in de koele hitte van hun schaduw.

‘onder diep onrecht / gebeuren grootse – ken je de menigte van slaven / en eindelijk hebben we het duivels / oor dat in ons sloop met was van recht en waarheid / dichtgeplakt. zeg maar niets meer. waak. / waak tegen de virale macht.’

Antoine de Kom Informatie

Antoine de Kom, geboren op 13 augustus 1956 in Den Haag, is psychiater, schrijver en dichter. Hij is een kleinzoon van de Surinaamse antikolonialist, nationalist en verzetsstrijder Anton de Kom. Hij debuteerde met de dichtbundel Tropen. Daarna volgden nog vier dichtbundels. In 2021 publiceerde hij Het misdadige brein. Over het kwaad in onszelf. Zijn Ritmisch zonder string werd bekroond met de VSB Poëzieprijs.

Bijpassende boeken en informatie

Marjoleine de Vos – Hoe verschillig

Marjoleine de Vos Hoe verschillig Recensie en informatie bundel met nieuwe gedichten. Op 25 februari 2021 verschijnt bij Uitgeverij Van Oorschot de nieuwe bundel van de Nederlandse dichteres Marjoleine de Vos.

Marjoleine de Vos Hoe verschillig recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op de pagina de recensie en waardering vinden van de gedichtenbundel Hoe verschillig. Het boek is geschreven door Marjoleine de Vos. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de nieuwe bundel met poëzie van de Nederlandse dichteres Marjoleine de Vos.

Marjoleine de Vos Hoe verschillig Recensie

Hoe verschillig

  • Schrijfster: Marjoleine de Vos (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Van Oorschot
  • Verschijnt: 25 februari 2021
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Uitgave: Paperback 

Flaptekst van de bundel met nieuwe gedichten van Marjoleine de Vos

Helena, Eurydike, Odysseus – figuren uit de klassieke mythologie treden vaak op in de poëzie van De Vos, ook in Hoe verschillig. Ze kan eraan laten zien hoe eeuwig de verhalen en de gevoelens zijn die we hebben, ook of juist als bij Odysseus thuis Miles Davis uit de speakers klinkt. Maar er is meer dan figuren en beelden alleen: er is liefde en twijfel, er is rouw en er is het ongrijpbare leven. Dichten is voor De Vos ‘denken met het hart’, zoals ze dat ook in essays als het succesvolle Je keek te ver doet. In rimpeling Pas in een plas weerspiegeld zie je hoe vertakt het simpelste bestaan, hoe elke spriet zijn raadsels heeft als water hem vertoont. Het diep is lang zo nuchter niet als wij het splintert licht en blinkt de lucht als ik met fiets en tas, een hoofd vol wind en wat nog moet, vergeet de hemel in zijn oppervlak te zien. In kalmte glanst het helderst riet en denkt ons, kent ons niet.

Bijpassende boeken en informatie

Jeroen van Rooij – Het gesprek / Dierengebeden en buitengebieden

Jeroen van Rooij Het gesprek Dierengebeden en buitengebieden recensie en informatie nieuwe gedichten. In november 2020 verschijnen twee nieuwe bundels van de Nederlandse dichter Jeroen van Rooij.

Jeroen van Rooij Het gesprek / Dierengebeden en buitengebieden

Recensie van Tim Donker

Zomaar een dag in een wereld die nog niet nog gekker geworden was: ik breng mijn kinderen naar school want dat had Maffe Mark toen nog niet verboden. Begin december. Mijn zoon bij mij achterop. Want dat wisselen ze af. Op zijn gymdagen zit mijn zoon achterop. De andere dagen mijn dochter. Het is maandag, een gymdag, mijn zoon zit er. Ik open mijn mond en als steeds weet ik niet wat eruit zal komen als ik zeg: “Er was een gast. Een onderwatergast die de zee beheerste. Hij werd gedood door tien miljoen pond slijk uit New York en New Jersey. Deze aap is gaan hemelen.” Mijn zoon, mijn prachtige zevenjarige zoon, zegt niet pappa wat zit je maf te lullen. Nee hij zegt: Dat moet Poseidon zijn geweest! En we spreken verder over mythen, over hoe de dagen aan hun namen komen, over religie, over tijd, over dood – dat alles in die amper tien minuten die het duurt om naar de school te fietsen (mijn dochter, mijn prachtige vijfjarige dochter, fietst een paar meter voor ons en zingt sinterklaasliedjes). Op de terugweg bedenk ik me hoe woorden geboorte geven aan andere woorden en dat dat is waarom ik zoveel hou van taal. Het moet die dag geweest zijn waarop ik begon lezen in twee boeken van Jeroen van Rooij die onlangs uitkwamen bij het balanseer.

Boeken, ik zeg. Want een pasklare term voor deze twee werken heb ik niet direct. dierengebeden en buitengebieden lijkt nog enigszins op zoiets als een “dichtbundel” maar je zou het net zo goed een konseptalbum kunnen noemen. En het gesprek zou van alles kunnen zijn. Ik weet het niet. Er kleven geen stickers op de boeken, en er is geen achterplat. En ik stuur een berichtje naar de man die de boeken aanvroeg en aan mij gaf en die op het bovenste verdiep van ergens een flat woont en ik schrijf, ik vraag: Zat er een bio bij die boeken van het balanseer? En hij stuurt terug, hij schrijft Nee, helaas, zegt hij, hij zegt: Je zou eens kunnen kijken op de website. En ik leg mijn telefoon, mijn splinternieuwe telefoon, op de secretaire (en later kon ik hem niet meer vinden omdat hij bedolven was geraakt onder kladjes, schrijfsels, aantekeningen, invallen, ideeën, overpeinzingen, bio’s (van andere boeken), nog eens bio’s (van seedees), kindertekeningen, vodjes en onleesbare notities) en ik denk Ja dat is een goed idee. Dat ga ik doen, denk ik, ik ga op de website kijken. En pas als ik de laptop aangezet heb en een blauwachtig scherm me zijn licht in mijn gezicht spuwt, valt mijn franc. Geen achterplat!, denk ik. Verdomme, geen achterplat! Hoe en zee!

Geen achterplat.

Geen achterplat. Dus: geen foto. O wat fijn. Niet hoeven peinzen Wat heeft die zeikerd een vervelend kapsel. Of: waarom kijkt hij zo aanstellerig de camera in (met duistere blik, want dat is interessant). Of: welke gek trekt nu in jezusnaam zo’n achter bloesje aan? Maar ook: geen hysterische persstemmen. Geen “de literaire sensatie van het jaar” of “dit is poëzie die ertoe doet.” Geen (half)bekende Nederlander die iets positiefs te murmelen had over dit boek, geen u of v van krant w of x die y of z zei. Geen personalia. Geen geboortejaar, niet de stad waar Jeroen van Rooij werkt, geen “Jeroen van Rooij trad op van Pisa tot Parijs”, niet de obligate opsomming van alle literaire bladen waarin hij publiceerde. Een heerlijke, fantastische, weldadige leegte. Vooral: geen zinnetjes die me op voorhand al vertellen hoe ik dit straks al lezende moet gaan duiden. Waar het over gaat. Wat het “eigenlijk” “is”. Geen “het gesprek is een ode aan de liefde” of “het gesprek legt het onvermogen tot werkelijke communicatie bloot” of “In dierengebeden en buitengebieden worden de noden van onze tijd op rake wijs naar voren gebracht” of braak jij er nu even iets onzinnigs uit. O! Hoe heerlijk! Eindelijk een uitgeverij die het begrijpt! Eindelijk boeken die de lezer helemaal zelf mag lezen!

(je kunt zo’n achterplat ook niet lezen, ik hoor u zeggen. maar neen. dat gaat niet neen. ik moet dat lezen he. het is een ziekte. het is een afwijking. ik weet dat het mijn leesplezier keer na keer voor niet eens een klein deel vergalt, maar ik kan het ook niet ongelezen laten. is er een achterplat, is er een bio. dan moet ik lezen, dan moet ik lezen. sommige mensen gaan trager rijden om een ongeluk op de andere weghelft beter te zien, ik lees achterplatten)

Dus ik begon, brandschoon & met niets dan mijzelf & het boek, aan het gesprek.

Ofnee. Dat is niet helemaal waar. Er was ook koffie (was er koffie?), er was een bank, en er was mjoeziek. Op de cd-speler terwijl ik dit las: Quiet City van Pan American & het paste er goed bij. Ook nog op de cd-speler terwijl ik dit las: V van Barn Owl. En het paste er goed bij.

Bij?

Waarbij?

het gesprek iseen poëem. Of is het een overpeinzing? Een gedachtewisseling? Brokstukken? Een interview? Een persiflage op een televisieprogramma? Een semi-religieuze introspectie? Er zijn vragen, zoveel is zeker. Het zijn vragen zoals “Wat vind jij in een kerk?”; “Wie zitten er aan jouw laatste avondmaal?”; “Wanneer mis je God het meest?” en “Wat vind jij van Jezus?”. De vragen komen van de Evangelische Omroep. Want zoveel leegte is er weer niet, dat er geen danklijst zou zijn (is er een danklijst, dan moet ik lezen, dan moet ik lezen). De danklijst dankt de Evangelische Omroep voor de vragen. Dat staat tussen haakjes: (voor de vragen) staat er. Allicht is het gesprek gebaseerd op een televisieprogramma, ik nie weet nie, ik kijk niet zoveel televisie. Het Gesprek klinkt wel als een naam van een EO-programma. Ik zie zo’n EO-maker al zitten en met hele serieuze blik het soort vragen als de hoger geciteerde stellen aan een geloofsgenoot.

Op die laatste bladzijde, die danklijstbladzijde staat ook nog: “Het gesprek is geschreven in de context van het project Besmette Stad van Vlaams-Nederlands Huis deBuren (https://deburen.eu/besmette-stad). Een door Andy Kipple uitgevoerde versie is te vinden op https://deburen.eu/besmette-stad/72/andy-kipple .” maar daarmee wordt het gelukkig niet veel duidelijker – vooral niet omdat Andy Kipple en Jeroen van Rooij volgens mij één en dezelfde zijn. De websites heb ik overigens nooit bezocht.

Goed. Vragen. Maar antwoorden, dat is een heel ander paar mouwen. Er zijn vragen, en er is tekst na de vragen. Achter. Onder. Voorbij de vragen is er tekst. Soms kunnen die teksten onder de vragen nog wel gelden als ongevere antwoorden, schijnbare antwoorden, min of mere antwoorden, of, in een doodenkel geval, als vrij directe antwoorden maar vaker nog lijken de teksten nog maar weinig te maken te hebben met waar het in de vraag om ging. Op de vraag “Wat is ware liefde?” is “Onware liefde bestaat niet / en ware liefde is een gif // dat geliefden splijt, ziek maakt / en doodt.” nog wel een helder (en tamelijk juist) antwoord; “Het kaarsje kost een euro // Het brandt voor het consumentenvertrouwen / de motor van onze welvaart.” geeft een cynische lading aan de vraag “Voor wie brand jij een kaarsje?” maar het is nog wel een antwoord. Echter als er gevraagd wordt “Wat maakt jou gelukkig?” lijkt “Iemand heeft een tijger. / Iemand heeft een emmer. / Iemand heeft een kraanwagen. // Beschrijf de omstandigheden, maar laat op cruciale punten / de (sociale) context achterwege. // Dwing iemand zelf voor context te zorgen. // Ideologie openbaart zich / naast de particuliere omstandigheden / van mijn verschijning. // Iemand eet een maïswafel met Tartex. // Een helikopter komt voorbij. // Iemand strekt de armen uit naar de hemel.” meer op ijlen dan op zoiets als een gericht antwoord formuleren. Bloedmooi ijlen, dat wel. Heel erg bloedmooi ijlen. Als mijn recensies nog titels hadden gehad, zoals terug in de goede oude dagen dan was “Bloedmooi ijlen” een goede kandidaat geweest.

Dit kan (een parodie op) een vraag-en-antwoord spel zijn, of (een persiflage van) een interview, maar evengoed een lange gedachtestroom. Of een combinatie van beide: iemand die zijn peinzerijen soms een bepaalde kant laat opsturen door de televisie die wel aanstaat maar waar hij niet heel geconcentreerd naar zit te kijken (zoals dromen zich soms laten regisseren door de geluiden uit de omgeving van de slapende). Er is, heel het boek doorheen, een zekere coherentie waarneembaar. Melankolie, ziekte, dood, milieu, economie, consumentisme en vogels zijn terugkerende thema’s en er zijn ook enkele verwijzingen naar de covid 19-situatie aan te wijzen. Het is dus denkbaar dat de “antwoorden” (bij gebrek aan een beter woord noem ik de teksten onder de vragen toch maar zo) in ieder geval door één persoon gegeven dan wel opgedacht werden, en het gesprek dus niet dermate “cut-up” is dat de zinnen van overal vandaan bijeen gesprokkeld zijn.

Wat er ook is: datumaanduidingen. Het boek begint op 27 april 2020 met “Wat vind jij in een kerk?”, een luttele dertien bladzijden later is het 6 juni 2020 en volgt er op de vraag “Wil jij de eerste of de laatste zijn?” niets meer dan wit. Een dikke twee maanden is wel erg lang voor een gesprek. Is het gesprek dan toch maar dagboekproza? Of dagboekpoëzie? Geven de data de werkelijke schrijfmomenten aan? Soms volgen de data elkaar rap op; zitten er maar één of twee zinnen tussen. Andere keren vlot een halve bladzijde. Dat gaf voedsel aan mijn peins dat de datumaanduidingen een bepaald effect moesten verzorgen. De ontregeling van de tijd. Velen zullen zich herkennen in de bespiegeling dat de tijd door de hysterische coronamaatregelen in 2020 een ander karakter had dan in andere jaren. Verdikking van de tijd enerzijds door alle dagen binnen zitten en te weinig levensveraangenamende activiteiten te kunnen ondernemen, zoals op kaffee gaan, uit eten, in een hotel overnachten in een stad waar je normaal nooit komt, of al eens het privévliegtuig naar Griekenland nemen. Anderzijds was het een jaar zonder duidelijke ijkpunten (daar schreef ik haast: geijkte ijkpunten) waardoor het voorbij leek nog voor het werkelijk beleefd was (nu al december? huh? we hebben nog niet eens de verjaardag van tante Mien gevierd!). Quarantaineleven, quarantainekunst, quarantainezijn: nY vulde er een heel (nogal zwak) nummer mee (wacht eens even, stond Jeroen van Rooij daar in?) (opstaan en zoeken in de papierberg die mijn secretaire is) (nee, Jeroen van Rooij stond daar niet in). Zo kon je er soms een hele dag over doen om één vraag te stellen of meerdere dagen in dezelfde gedachtenkringen rondtollen. Er waren geen dagen meer. Maffe Mark had ook de dag verboden. Een tijdsvacuüm als het nieuwe normaal.

Ook het lezen is een roes. Lijvig kan een mens het gesprek bepaaldelijk niet noemen en toch kreeg ik twee cd’s kwijt in mijn leestijd. Er was zoveel poëzie in deze poëzie. Neem een zin als “De zon scheen in Times New Roman”. Dan moet ik staan. Dan moet ik lopen. Dan moet ik die zin laten nawerken in mijn lijf. Ik moet de zin voelen, ik moet het duren ervan voelen. Dan moet ik lopen. Dan moeten mijn benen bewegen. Dan loop ik, wiegelend, waggelend, een beetje op de maat van de muziek met die zin in mijn lijf. Soms stond ik op, van bank, om te lopen, naar secretaire, om iets op te schrijven. Ook een keer om naar de eettafel te lopen waar mijn koffie stond. Maar die bleek al koud geworden (zegt René: Koude koffie, dat is vergif voor mij).

het gesprek intrigeert, leeft op, zet tot denken, zet tot lopen, laat zich voelen. Het nodigt uit tot herlezen (lees het tien keer en je hebt een korte roman gelezen). Het spreekt, het zegt dat Jezus de uitvinder van de inflatie was (met slechts zeven broden en zeven vissen). Of dat Helena haar camera heeft overgeplakt omdat ze in haar blootje haar haar aan het kleuren is. Het klinkt & soms klinkt het (half) bekend, of als een allusie op iets bekends. Een boek zo polyfoon zal voor elk paar ogen iets anders zijn. Een vraaggesprek; een gedachtenstroom; flardmatige dagboeknotities; zotteklap; een persiflage; cut-up; readymade; samplepoëzie; introspectie; een teder poëem; een essay over angst, verval, hoop, religie en erzijn; een ecologisch manifest; de brokstukken van een gemankeerde samenleving; een oefening in het denken – de beperking zit hier niet in de woorden van de schrijver maar in de hoofden van zijn lezers.

Al evenzeer wordt mijn hoofd bewogen door dierengebeden en buitengebieden. Het is iets dikker dan het gesprek en misschien iets herkenbaarder als “dichtbundel”. Zo hebben de gedichten hier titels, ik noem maar iets, en opener om het leven meandert over het waterbeertje. Een kort gedicht, een van het type dat mensen uit hun hoofd zouden kunnen kennen of voordragen in een cursus poëzie schrijven als de cursisten van de leraar moesten aan de klas laten zien wat hen inspireert.

Maarja, vanaf het tweede gedicht gaat het dan toch alweer min of meer mis. Die tiep maakt voor een dichter toch wel ongehoord lange regels, zeker! Alsof de woorden het blad af willen lopen (en dat willen woorden, mensen, woorden willen altijd het blad af, woorden willen in uw woord komen wonen, woorden willen parasiteren op uw hersenen, woorden willen niet op papier, woorden houden niet van papier).

(ooit, in mijn studentenjaren, maakte ik een blad dat Kraakpen heette. mijn kompaan en ik stonden er eens mee op een beurs voor kleine uitgeverijen-achtige beurs, ik bedoel het was zo’n beetje de niche van de niche, we stonden met een klein clubje idioten, elk achter ons eigen tafeltje, in een klein zaaltje in Perdu. we hadden net het tweede nummer uit, we hadden nog maar twee nummers, en daar stonden we, achter ons tafeltje, met twee nummers voor ons: één min of meer “normaal” nummer met een blauwe voorkant waarop een door mij getekend stoellekee te zien was en een door mij geschreven gedicht (dat Kraakpen heette, een gedicht dat ik al jaren daar voor had geschreven en dat ineens naamgever van een blad was geworden) en een heel maf nummer, dat geen voorkant had of althans niet in gebruikelijke zin: het hoofdverhaal begon al op de voorkant. dat was een middellang verhaal, eerder een soort prozapoëzie eigenlijk, iets dat ik ooit geschreven had en toen maar vier pagina’s lang was maar in de loop der jaren van herschrijven en herschrijven was het inmiddels een bladzijde of tien of vijftien gaan beslaan. het was één lange aaneenschakeling van gedachten, fictie, associaties, herinneringen en gebeurtenissen. er waren geen leestekens, slechts om de zin of paar zinnen een schuine streep. er kwam een oude vrouw bij ons tafeltje staan, ze pakte het maffe nummer op en bladerde er in. ze smeet het weer neder, zeggend: afschuwelijk! zoveel woorden! en ik sloeg met mijn drinkvuist op het tafeltje en bulderde: waar gaat het goddomme heen met de wereld! nu gaan ze in tijdschriften toch zeker ook al woorden afdrukken!)

Maar waar zat ik. Oja, omdat dit boek meer dan het gesprek gelijkenissen vertoonde met wat er in boekhandels zoal als “dichtbundels” verkocht wordt (bestaan die nog, boekhandels? of gaat maffe mark die subiet verbieden? niet essentieel, en die boekenwurmen houden ook nog es geen anderhalve meter afstand ook), duurde het wat langer vooraleer ik aan ritmiek, toon, klankkleur, stem gewend was. Werkt dat zo in hoofden, het mijn voorop? Zoiets van Ah! Losse gedichten!, dus dit gedicht gaat over het waterbeertje gaan, en daar gaat het over de liefde gaan, en daar over God, en daar over de net iets te aantrekkelijke buurvrouw van de dichter, hier gaan we lachen gaan en daar huilen of huiveren of roepen Hee! Dat heb ik ook eens meegemaakt! Doch zo gemakkelijk laat Van Rooij zich niet vangen.

Een konseptalbum zei ik al even. Ik zou een mens in ieder geval niet voor idioot uitmaken als hij zou betogen dat dierengebeden en buitengebieden feitelijk één lang gedicht is. Of een kortverhaal. Een novelle. Een pilroman. Ja. Een fragmentarische pilroman, waarom niet. Wat het ene gedicht brengt, wordt in een ander gedicht hernomen. Een thema, een sfeer, een naam. Wie is bijvoorbeeld die Clarice die maar blijft opduiken, is dat een Silence of the Lambs-verwijzing?

Mocht u nu peinzen dat monotonie op de loer ligt in deez hier gedichten, dan peinst u er glansrijk naast. Dat de poëzie zo vol is bij Van Rooij, ik zei het al, en ook hier is het voller nog dan vol, stampensvol, overvol. De taal boventalig. De stem meerstemmig. Zelfs de titels van de gedichten van de afdeling dierengebieden vormen, onder elkaar gezet, een gedicht (zij het een wat B. Zwaal-achtig gedicht):

om het leven
zonder dieren
aan de mensen
door de dieren

De taal zindert, de taal breekt soms; passages van het type “Zoals de das // of de veldmuis (die geen diepte kan inschatten) / en spring van mijn hand.” zijn talrijk bij van Rooij – gebroken zinnen verkeerdelijk aan elkaar gelijmd en ik vind het wondermooi. Ik hou bijna steeds van zijn taal. Ik ben niet zo dol op dingen als “bullet point” of “seksen” (werkwoordelijk gebruikt ik meen, en ook zie ik het liever met een x gespeld) (welke dichter zei weer “ze schreven seks nog met zo’n geile x”?), en “Een ding rekent erop aan het eind van zijn leven verbrand te worden in de crematoria van de vooruitgang” was me een slagje te vet maar dat het stombelt en valt maakt de overige 99.9% alleen maar nog mojer. God wat hou ik van zijn humor in zinnen als: “Een mens schrijft het jaar van de onbezonnen aankoop”, van zijn optimisme in: “Een ding kan niets / maar doet het toch”, van zijn pessimisme in: “Een mens wil vet en suiker / en Ariel Liquitabs, een mens wil dat zijn cruesli kraakt / alsof de aarde iedere ochtend opnieuw / vers voor hem geschapen wordt.”, van de manier waarop hij in één zin alle oeuvres van alle Generatie Nix-schrijvers overbodig maakt: “Toen ik dit schreef / werd ik door niemand gebeld.”, van zijn surrealisme in “Het is december / in het jaar van de natte doos / alweer. Een Ford met een gewei / en een Renault met slagtanden / rijden frontaal op elkaar in, net zo lang / tot ze leegbloeden uit hun wonden. Een zwerm vleermuizen / verandert midden in hun vlucht in ansichtkaarten // en gaat in vlammen op.” of van zijn dada in: “Espresso macchiato, houten vloeren en wasmachines, / vliegen, t-shirts, kamerplanten en schilderijen, / serverparken, drinkbekers en genderneutrale voornamen, / bomen, parkeerplaatsen, fietsen en ganzen / zonsop- en ondergangen, waterfeesten en gazons.” (als ik tot aan mijn dood nog maar vijf zinnen zou mogen lezen, laat het om godswil dan deze zinnen zijn!). En dan heb ik het nog niet eens over zijn lyrische kant gehad.

Ik hou van hoe het zindert en vonkt en buldert en vuurt en tot stilstand komt en meandert en kabbelt en lispelt en schreeuwt en lacht en huilt en krijst en krast en streelt en zwijgt. Ik hou van de klaarte en de duisternis, de dagdagelijksheid en de vreemdheid, het feit en de fictie. Hoe het lijkt alsof hij de taal niet aktief zoekt doch de taal hem steeds weet te vinden. Alsof de taal Jeroen van Rooij nodig heeft om uitgedrukt te worden zoals de taal graag uitgedrukt wordt. Ik hou van hoe hij pregnant weet te zijn in schijnbare achteloosheid (denk daar even bij na, mensen, denk daar eens drie seconden of tien minuten of u halve leven over na, mensen want het gaat hier om een kunst die vrijwel niemand beheerst – hier is op elke bladzijde een dichter aan het woord die met onnadrukkelijke vanzelfsprekendheid zinnen die bol staan van pracht en van betekenis zomaar uit zijn mouw schudt). Ik hou van hoe ik -nogal vaak eigenlijk- niet precies weet wat hier aan de hand is.

Bijvoorbeeld in de buitengebieden-sieklus. Welke gebieden zijn hier de buitengebieden? Het is er warm, in ieder geval, en er zijn grotten. Mogelijkerwijs is het er oorlog (maar het is overal oorlog nu). Af en toe lijkt het te gaan om misschien letterlijk uitgeschreven film- of journaalbeelden. Beelden die ik me had moeten herinneren misschien, had kunnen herinneren als ik een beter mens was geweest. Dat stuk over Luke Shambrook bijvoorbeeld. Wie is Luke Shambrook? Dat moet bijna iets echts zijn. Een Luke Shambrook verzin je niet. Hoe gemakkelijk, weeral. Gewoon de laptop open, ik hou de laptop alle dagen open. Gewoon gaan zitten en heel gewoon dat stomme google (eigenlijk zou je’t moeten boycotten allemaal: al dat facebook, al dat microsoft, al dat whatsapp, al dat google, je moest het boycotten, je gaat het boycotten, morgen ga je het boycotten). Zo’n naam kun je gewoon heel gewoon doodgewoon intiepen. Tik tik tik. Luke Shambrook. Enter is geloven. Eens zien wat dat oplevert. Weeral had ik het bijna gedaan. Weeral weeral. Weeral deed ik het niet. Het is mojer met alleen deze woorden te zijn. Met de Luke Shambrook die de dichter laat geboren worden in mijn hoofd, die ik baar uit mijn voorhoofd. Als er een echt verhaal is hoef ik het niet te weten (ik heb sowieso al nooit gesnapt waarom “waargebeurd” een boek of een film aantrekkelijker zou moeten maken. Als ik iets wil zien dat waargebeurd is, dan ga ik wel met een stoellekee op de stoep voor mijn huis zitten. Alles wat ik dan zie is allemaal heel echt aan het gebeuren).

Zo mooi als bij Jeroen van Rooij heb ik de poëzie lang niet meer gezien. Ik verbaas me zelfs niet meer over de kracht van het toeval als helemaal op het einde blijkt dat 53°38’57.0”N 18°18’18.0”O geïnspireerd is door de versie van Stara Rzeka van het Nico-liedje My Only Child: Cień chmury nad ukrytym polem, uitgekomen op het Instant Classic-label. Nee, ik kende die Rzeka ook niet maar dat label behoort wel tot één mijner favorietste labels en er speelde zelfs een cd van dat label toen ik delen van dierengebeden en buitengebieden aan het lezen was (Aurora van Alchimia, moest Jeroen van Rooij geïnteresseerd zijn) (& jaja hoor ik u denken, dat is nu weeral de zoveelste seedee waarover gij zit te murmelen daar in dat ding van u dat voor een bespreking moet doorgaan, en gij denkt dat wij dat geloven? maar dan moet u goed begrijpen hoe dat gaat hier bij mij als ik alleen thuis ben: ik ben een kettingluisteraar van de oude stempel: ik steek de ene cd met de andere aan en dat gaat bij mij van jazz naar black metal naar flamenco naar postrock naar maliblues naar noise naar krautrock naar avantgarde naar ambient naar slowcore naar postpunk naar techno naar wave naar folk naar hiphop naar country naar /

Wat kan ik nog zeggen? Ik kan niks meer zeggen. Ik moet zwijgen. Want jullie moeten lezen. Deze twee bloedmoje werken van Jeroen van Rooij. Uw hoofd, uw huis en uw boekenkast zullen er wel bij varen.

Jeroen van Rooij Het gesprek Recensie

Het gesprek

  • Schrijver: Jeroen van Rooij (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Het balanseer
  • Verschijnt: 10 november 2020
  • Omvang: 24 pagina’s
  • Uitgave: Paperback 


Jeroen van Rooij Dierengebeden en buitengebieden Recensie

Dierengebeden en buitengebieden

    • Schrijver: Jeroen van Rooij (Nederland)
    • Soort boek: gedichten, poëzie
    • Uitgever: Het balanseer
    • Verschijnt: 9 november 2020
    • Omvang: 64 pagina’s
    • Uitgave: Paperback

 

Bijpassende boeken en informatie

Rob Schouten – Dit moet dus de werkelijkheid zijn

Rob Schouten Dit moet dus de werkelijkheid zijn recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe dichtbundel. Op 30 maart 2021 verschijnt bij Uitgeverij De Arbeiderspers  de nieuwe bundel met gedichten van de Nederlandse dichter Rob Schouten.

Rob Schouten Dit moet dus de werkelijkheid zijn recensie en informatie

Als de redactie het boek gelezen heeft, kun je op de pagina de recensie en waardering vinden van de dichtbundel Dit moet dus de werkelijkheid zijn. Het boek is geschreven door Rob Schouten. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de nieuwe roman van de Nederlandse dichter en schrijver Rob Schouten.

Rob Schouten Dit moet dus de werkelijkheid zijn Recensie

Dit moet dus de werkelijkheid zijn

  • Schrijver: Rob Schouten (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 30 maart 2021
  • Omvang: 72 pagina’s
  • Uitgave: Paperback 

Flaptekst van de nieuwe bundel met gedichten van Rob Schouten

Veel van Rob Schoutens poëzie speelt zich af in het hoofd van de dichter – of in de kosmos, als dat tenminste iets anders is. Dat is ook het geval in Dit moet dus de werkelijkheid zijn, maar thans kloppen realiteit en actualiteit nadrukkelijk aan de poorten van zijn omwalde vesting. Is het de toegenomen leeftijd van de dichter of de opdringerige aard van de werkelijkheid? Feit is dat klimaat en corona, tattoos en toerisme tot hem doorgedrongen zijn, zozeer zelfs dat ze hem geforceerd hebben tot wanhopige en verknipte liefdesliedjes. Misschien kunnen we daarom voorzichtig spreken van een nieuw geluid.

Bijpassende boeken en informatie

Tsead Bruinja – springtij

Tsead Bruinja springtij recensie en informatie over de inhoud van deze nieuwe gedichtenbundel. Op 10 december 2020 verschijnt bij Uitgeverij Querido het nieuwe boek met gedichten van de Fries-Nederlandse dichter Tsead Bruinja.

Tsead Bruinja springtij recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op de pagina de recensie en waardering vinden van de gedichtenbundel springtij. Het boek is geschreven door Tsead Bruinja. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de nieuwe bundel met gedichten over het leven met tbs van de Friese dichter Tsead Bruinja.

Wat beweegt tbs-patiënten en hoe is hun leven achter de muren van de kliniek?

Wat beweegt tbs-patiënten en hoe is hun leven achter de muren van de kliniek? Niet direct onderwerpen waarvan je verwacht dat deze zich goed lenen voor gedichten. Dat precies wat de Dichter des Vaderlands, Tsead Bruinja heeft getracht te doen. Hij is er zelf wonderwel goed in geslaagd om dit te doen in zijn nieuwe bundel met zoals hij het zelf noemt documentairepoëzie.

Tsead Bruinja springtij Recensie

Op uitnodiging van de Pompestichting heeft Tsead Bruinja gesproken met een aantal tbs-patiënten en een tweetal van hun behandelaars. Anonimiteit moest gewaarborgd worden en Bruinja mocht de gesprekken niet opnemen. Dit zorgde er misschien wel voor dat de dichter gedwongen was om nog beter te luisteren, waar te nemen en de kern van de gesprekken te noteren.

Scherp en indringend beeld van een wereld die voor de meesten van ons een compleet raadsel is

De gedichten zijn een weerslag van deze gesprekken. Het zijn citaten die uit de gesprekken zijn over genomen en door Bruinja tot een geheel zijn gemaakt. Hij laat de tbs-patiënten en hun begeleiders aan het woord waardoor er een mooie directheid in de poëzie is gelegd, zonder enige hoogdravendheid. Door zich te beperken tot de kern van de gesprekken ontstaat er een scherp en indringend beeld van een wereld die voor de meesten van ons een compleet raadsel is, voornamelijk bepaald door vooroordelen. Springtij is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

springtij

gedichten over het leven met tbs

  • Schrijver: Tsead Bruinja (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 10 december 2020
  • Omvang: 40 pagina’s
  • Uitgave: Gebonden Boek
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)

Waardering voor Tsead Bruinja

  • “Hij smijt woorden op papier zoals Karel Appel ooit zijn verf en dan staan er opeens zinnen waar je zelf ook door ontroert bent.” Matthijs van Nieuwkerk

Flaptekst van de nieuwe bundel van Tsead Bruinja

In de zomer van 2020 mocht Tsead Bruinja, als Dichter des Vaderlands, op uitnodiging van de Pompestichting met tbs’ers en hun behandelaars spreken. Dat werden openhartige conversaties over hun jeugd, hun leven in de kliniek en de problemen waar ze tegen aanlopen. Op basis van deze gesprekken schreef Bruinja teksten die hij omschrijft als documentairepoëzie. In springtij komen de mensen die we ter beschikking stellen aan de staat zelf aan het woord, in hun eigen taal. Mensen die een vreselijk delict hebben begaan, maar ook mannen en vrouwen met wie we verlangens, dromen en ambities delen.

Bijpassende boeken en informatie

Willem Thies – Mijn zoon hij zegt

Willem Thies Mijn zoon hij zegt recensie en informatie over de inhoud van de bundel met nieuwe gedichten. Op 18 mei 2021 verschijnt bij Uitgeverij Podium de nieuwe dichtbundel van de Nederlandse dichter Willem Thies.

Willem Thies Mijn zoon hij zegt recensie en informatie

Als de redactie het boek gelezen heeft, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van de dichtbundel Mijn zoon hij zegt.  Het boek is geschreven door Willem Thies. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de bundel met nieuwe gedichten van de Nederlandse dichter Willem Thies.

Willem Thies Mijn zoon hij zegt Recensie

Mijn zoon hij zegt

  • Schrijver: Willem Thies (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Podium
  • Verschijnt: 18 mei 2021
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Uitgave: Paperback
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe bundel met gedichten van Willem Thies

De kracht van de poëzie van Willem Thies schuilt in de betekenisvolle beelden die zijn taal ogenschijnlijk moeiteloos oproept, zonder daar enig woord te veel voor nodig te hebben. In Mijn zoon hij zegt staan zijn meest persoonlijke gedichten tot nu toe, over zijn zoon, over vader-zijn en over de liefde: nieuwe, turbulente liefde, overdonderende en soms verpletterende liefde, liefde in tijden van crisis.

Thies’ gedichten in deze bundel beschrijven ragfijn welke relaties wij allen bewust en onbewust aangaan: persoonlijke relaties tussen geliefden, ex-geliefden, ouder en kind maar ook die tussen mens en natuur, individu en staat. Opstijgend vanuit persoonlijke en autobiografische scènes zoomt hij verder uit.

En wat zegt de zoon? Wordt ernaar geluisterd? Hoe moeten we de wereld van nu en haar crises bezien in het licht van de volgende generatie? Mijn zoon hij zegt is een intieme bundel over het persoonlijke en kwetsbare binnen het grootse en overweldigende: ‘Zoek je eigen lichaam in de stoet die voorbijkomt’.

Bijpassende boeken en informatie

Hans Dekkers – Sparagmos

Hans Dekkers Sparagmos recensie en informatie over de inhoud van deze nieuwe gedichtenbundel. Op 2 maart 2021 verschijnt bij Uitgeverij Wereldbibliotheek het nieuwe boek met gedichten van de Nederlandse dichter Hans Dekkers.

Hans Dekkers Sparagmos recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op de pagina de recensie en waardering vinden van de gedichtenbundel Spragmos. Het boek is geschreven door Hans Dekkers. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de nieuwe bundel met gedichten van de Nederlandse dichter Hans Dekkers.

Hans Dekkers Sparagmos Recensie

Sparagmos

  • Schrijver: Hans Dekkers (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschijnt: 2 maart 2021
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: Paperback / Ebook

Flaptekst van de nieuwe gedichtenbundel van Hans Dekkers

Wat is het leven waard als het niet een beetje kapot is? In Sparagmos duikt Hans Dekkers in het Dionysos-ritueel, waarbij het lichaam van een mens of dier in een roes uiteengereten wordt. In zinnenprikkelende gedichten verkent Dekkers een wereld waarin genot niet zonder pijn kan en waarin een heldere kijk op het leven niet kan bestaan zonder het offer en de beneveling. Sparagmos is een bundel vol verscheurdheid en versplintering.

ruk me uiteen, dierbare vriend,
in alle levens die ik ben, in alle personen,
alle plekken en herinneringen,
in alle jaargetijden, in alle woorden
ondanks een gordel van vlees, een gevliesde
omheining
vallen wij uiteen in eenmalige sintels
oplichtend met ieder een eigen gezicht
vuurvliegjes in een bronzen zonsondergang
op een strand in de snerpende zon
de lichamen, perfect en lijdend, volgestouwd
met verleden en toekomst
druipend van onmatige sentimenten
sta ik op, sta ik met ontvangende handen
met mijn buik vol verzinsels
vol fabels, fictie, verdichtsels
splijtend zal de wereld zijn majesteit
ontvouwen

Bijpassende boeken en informatie

Bernke Klein Zandvoort – Veldwerk

Bernke Klein Zandvoort Veldwerk recensie en informatie van de uitgave van de nieuwe bundel met gedichten. Op 17 november 2020 verschijnt bij Uitgeverij Querido de tweede gedichtenbundel van de Nederlandse dichteres Bernke Klein Zandvoort.

Bernke Klein Zandvoort Veldwerk recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van de bundel Veldwerk. Het boek is geschreven door Bernke Klein Zandvoort. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de tweede gedichtenbundel van de Nederlandse dichteres Bernke Klein Zandvoort.

Bernke Klein Zandvoort Veldwerk Recensie

Veldwerk

  • Schrijfster: Bernke Klein Zandvoort (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, debuut
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 17 november 2020
  • Omvang: 60 pagina’s
  • Uitgave: Paperback

Flaptekst van de tweede bundel van Bernke Klein Zandvoort

Bernke Klein Zandvoort verzamelt gegevens over haar waarneming van de wereld. Ze neemt monsters van de blikken tussen mensen, ziet het verleden als iets wat voor ons ligt maar ook als een spookrijder door een gezicht kan trekken, ontleedt de gelaagdheid van haar eigen denken.

Veldwerk bestaat uit lange gedichten en korte gedachten die na blijven klinken. De vraagtekens die Klein Zandvoort plaatst houden haar gezelschap: welke rol spelen we zelf in het scheppen van werkelijkheid?

Bijpassende boeken en informatie

Frans Budé – De tocht

Frans Budé De tocht recensie en informatie over de inhoud van dit lange gedicht over beeldhouwer Auguste Rodin. Op 14 april 2021verschijnt bij Uitgeverij Meulenhoff het nieuwe boek van de Nederlandse dichter Frans Budé.

Frans Budé De tocht recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op de pagina de recensie en waardering vinden van het lange gedicht De tocht. Het boek is geschreven door Frans Budé. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van dit nieuwe boek met een gedicht over de Franse beeldhouwer Auguste Rodin, geschreven door de Limburgse dichter Frans Budé.

Frans Budé De tocht Recensie

De tocht

Een gedicht

  • Schrijver: Frans Budé (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Meulenhoff
  • Verschijnt: 14 april 2021
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Uitgave: Paperback / Ebook

Flaptekst van de nieuwe bundel van Frans Budé

Budé bezingt op beeldende wijze de tocht die het beroemde beeld van Rodin door Europa onderneemt.

Onder de indruk van het sculptuur L’Homme qui marche van Augustus Rodin (1840-1917) is het Frans Budé gelukt om in zijn poëzie dit beeldhouwwerk in beweging te brengen. Met zijn sterke verbeeldingskracht geeft hij het menselijke trekken mee – dromen, verwachtingen, emoties, herinneringen – en laat hij het voor een voetreis, waarbij zowel lands- als tijdgrenzen worden gepasseerd, vertrekken vanuit het Parijse atelier. Het einde van de tocht blijft lange tijd een raadsel. Uiteindelijk blijkt de bestemming in Nederland te liggen.

Bijpassende boeken en informatie