Categorie archieven: Vlaamse dichter

Luuk Gruwez – Morren tegen de sterren

Luuk Gruwez Morren tegen de sterren recensie en informatie over de inhoud van de bundel met gedichten van de Vlaamse schrijver. Op 5 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij De Arbeiderspers de nieuwe bundel van Lukk Gruwez, de dichter uit Vlaanderen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Luuk Gruwez Morren tegen de sterren recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Morren tegen de sterren, de nieuwe dichtbundel van Luuk Gruwez, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Luuk Gruwez Morren tegen de sterren

Morren tegen de sterren

  • Auteur: Luuk Gruwez (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 5 maart 2026
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst van de dichtbundel van Luuk Gruwez

Nieuwe poëzie van een van onze meest gebloemleesde
dichters.

Luuk Gruwez is en blijft een dichter van de nietige mens. Vol erbarmen geeft hij die een stem in het lucide besef dat zijn verweer beperkt effect sorteert: schrijven is – hoe mooi ook – niet meer dan morren tegen de sterren. En toch blijft Gruwez zich bedienen van de sensuele en sonore verzen die zijn vroegere werk kenmerken. Hij wil herstellen, retoucheren wat is stukgegaan. Maar de wereld brengt alleen nog maar ‘rare jaren’ voort. Tot frustratie van de dichter: ‘Eens is ons beloofd voor eeuwig en een dag voor elkaar te zijn verwekt.’ Quod non. ‘Wij zijn te ver verwijderd van ons begin.’

Luuk Gruwez is geboren op 9 augustus 1953 in Kortrijk, West-Vlaanderen. Hij is schrijver en essayist maar allereerst dichter (en dat al ruim een halve eeuw). Zijn laatste dichtbundel Balts verscheen in 2023. Morren tegen de sterren is zijn veertiende bundel.

Bijpassende boeken en informatie

David Huyghe – Olifantenvleugels

David Huyghe Olifantenvleugels recensie, review en informatie over de inhoud van de dichtbundel van de Vlaamse dichter. Op 21 januari 2026 verschijnt bij Pelckmans Uitgevers het nieuwe boek van David Huyghe. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

David Huyghe Olifantenvleugels recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Olifantenvluegels, het nieuwe boek van dichter David Huyghe, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Het begint nog voor het nachtlampje, dat het begint nog voor het nachtlampje, alles begint voor het nachtlampje. Misschien is het een proloog, wie weet. Een spreken voor de beurt. Het gebeuren vooraleer er iets gebeurd is. Hoe ook. Huyghe spreekt en Huyghe zegt (over olifanten gaat het): “Ieder mens zit zonder het te weten op een olifant die hem van zijn geboorte naar zijn dood voert. De olifant kan over de maan springen. Zo groot is hij. Dat weet ik van Otto Blauw.”

En je denkt Is dit poëzie?
En je denkt is dit mystiek?
En je denkt is dit filosofie?
En je denkt wie is Otto Blauw?

Otto Blauw, mensen, is de man die dingen weet. Hij weet dingen die niemand weet. Bijvoorbeeld dat we altijd zwemmen in poëzie zoals vissen in water. We realiseren het ons alleen niet, zoals vissen zich het water niet realiseren. Maar eens je het ziet wil je het grijpen en daarom ontwerpen Otto Blauw en de ikfiguur (die misschien niet geheel toevallig David blijkt te heten) een hightech duikbril en een lichtgevoelig vlindernet om, gezeten op de rug van de olifant waarop zij hun leven hebben uit te zitten, op poëziejacht te kunnen gaan. Maarja. Kun je kijken. Poëzie is naar haar aard ongrijpbaar, daar hadden ze eerder aan moeten denken. Niettemin: ze kunnen nog altijd vliegtuigjes vouwen van hun ontwerpschetsen. Is het bedenksel niet altijd beter dan de uiteindelijk vorm?

Dat is de stand van zaken als het boek eigenlijk nog moet beginnen.

In Olifantenvleugels worden mystiek, poëzie, surrealisme, filosofie, bedachtzaamheid en koortsdromen verweven tot iets geheel nieuws. Je zou het een prozastrip kunnen noemen, ik weet niet, nergens in dit boek worden illustraties gebruikt en toch heeft het iets van een strip. Er is een woordelijke referentie aan Kuifje en de geheimzinnige ster; en er is iets over wassalon Soeki dat me deed denken aan Nero, de strip, die ik bijna volmaakt incompleet heb ergens op zolder, enkele jaren geleden nog veel gelezen met mijn zoon, was er niet ooit een wassalon Soeki, kwam dat niet ooit voor, is een strip zonder plaatjes mogelijk, is er iets aan het gevoel strip dat je zou kunnen transponeren naar literatuur, hier heb je je laagbrauw gepresenteerd als hoogbrauw & is dat mogelijk?

Mogelijk of niet, ik hecht eraan Olifantenvleugels te benaderen als roman. Want wat je anderzijds als Joost Oomen-achtige aanstelleritis zou kunnen zien, krijgt binnen de idee van een roman juist het karakter van een smaakmaker; een bindmiddel. Of zeg. Het verschil tussen Joost Oomen en Cabaret Voltaire. Wat, de band? Nee de literaire beweging natuurlijk truttemie.

Wat zeggen wil. Huyghens paart dadaïstische beelden aan filosofieën die niet eens zo heel bizar zijn als je er in de juiste gemoedstoestand over nadenkt. Dus er zijn olifanten die geen thee willen drinken in het kleine appartement van de ikfiguur (David?) op de Israëllei; ze willen ook geen rode wijn want ze drinken alleen maar koffie, zwart, en zonder suiker. En er is een park dat kan praten maar vooral erg goed is in luisteren. En je kunt de maan wassen in bad maar dan wel met een PH-neutrale zeep. En er is een vrouw die in een aquarium tussen de waterplanten doodgemoedereerd piano zit te spelen.

Is wat je zien kunt.

En.

Dat we slechts tandwieltjes van een regenwolk zijn. Dat we alles kunnen waarnemen maar niet onszelf. Dat ons bewustzijn een wondermiddel is. Dat dromerigheid de essentie van elk levend wezen is (pak aan Spinoza!). Dat tijd uit plakken bestaat. Dat een verwaarloosde tuin in betere staat verkeert dan een verzorgde. Dat alle verandering slechts illusoir is.

Is wat je denken kunt.

Zijn het de dingen die Otto Blauw zegt terwijl hij met zijn gele regenjas en zijn gele regenlaarzen en -om een of andere onduidelijke reden- een vishengel in één hand naar de drajende trommel van een wasmachine in -ja- wassalon Soeki staart? Wie weet. Hij, Blauw, neigt wel eens tot nihilisme. Allicht had hij Nietzsche op zijn nachtkastje liggen. De ikfiguur trekt uit de idee van Blauw over de totale leegte echter een opmerkelijk positieve konkluzie: als het niks alomtegenwoordig is, is elk moment dus allesomvattend. Ook dat moment van hem en Otto Blauw in wassalon Soeki.

Maar het kan ook zijn dat Otto Blauw is verzonnen als het mannetje in de maan door de moeder van de ikfiguur.

En juist dat heengaan, en dan weer terugkomen.
En juist die samenhang die er geen is.
En juist deze roman die allicht bedoelde een poëziebundel te zijn.
Juist daarom.

Juist omdat je gegooid wil worden. Niet van gedicht naar gedicht maar van sensatie naar sensatie. Dat het misschien juist daarom is dat dit beter werkt als je het in je hoofd een roman maakt.

Met als allerwonderschoonste stukje misschien wel: “Ik mag stil zijn. Ik mag onbereikbaar zijn. Ik mag mislukken. Ik mag onzeker zijn. Ik mag lang stil zijn. Ik mag lang onbereikbaar zijn. Ik mag vaak mislukken. Ik mag de hele tijd onzeker zijn. Mag ik een wolk willen zijn? Een wolk met een mening? Mag ik als wolk mij mening uiten? Moet het? Moet ik écht mijn mening uiten? Ik wil nooit meer moeten. Alleen nog mogen. En op je wachten. Ik wil lang op je wachten. Te lang? Veel te lang. Mag ik er nooit meer willen zijn? Ik mag het niet weten. Dus mag ik dromen. Als wolk mag, nee moet ik dromen. Toch?”; iets dat me deed denken aan die fameuze uitspraak van Beckett en aan Light Boxes van Shane Jones en aan Vladimir Majakovski en ja ook aan Joost Oomens.

Of. Weeral een ander allerwonderschoonste stukje. “Vraag me om samen te gaan, dat doet met altijd goed, alsof het echt is dat we samen door de tuin lopen, als bomen, dat we elkaar nog horen alsof het waait, alsof het waait dat je lacht als ik lach, dat je valt als ik val, in het lange gras door de ruimte naar de tuin op de maan, waar wij elkaar weer zo moeiteloos verliezen in elkaars donker, ik ben daar, ik heb daar in jouw donker getrapt, in een plas, ik herinner me alleen nog de details, als een hand, als een wimper, je teen in het water, dat je begrijpt dat ik je zie en dat jij opzijkijkt, dat het niet zo moeilijk, niet zo makkelijk hoort te zijn, het missen, de koffie, onze kopjes, dat we samen nog, dat we samen nog altijd door de tuin lppen, als bomen naar het bos”; iets dat me deed denken aan de bomen op hun knieën van Will Oldham en vooral aan de tuin in het huis waar ik opgegroeid ben, die achtertuin, het gras, dat kleine boompje in het midden van de tuin waarin altijd, elk jaar opnieuw, het grootste choco-ei verstopt zat met Pasen, en altijd, en elk jaar opnieuw, rende ik, op blote voeten, en dat gras dat kietelde, in niets meer dan een pyjama, want altijd was het warm in die dagen, naar dat boompje in het midden van de tuin om eerder dan mijn zussen bij het grootste choco-ei te zijn.

En zoiets is Olifantenvleugels dus.
Het is het rennen om eerder dan je zussen bij het grootste choco-ei te zijn.
Het is wat je je dacht te herinneren.
Het is melankolie.
Het leven dat kon, het leven dat is.
Of wat zweefde toen je bezig was andere plannen te maken.

David Huyghe Olifantenvleugels

Olifantenvleugels

  • Auteur: David Huyghe (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Pelckmans Uitgevers
  • Verschijnt: 21 januari 2026
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Afmetingen: 17,2 x 20,6 x 1,4 cm
  • Gewicht: 232 gram
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: 22,00 / € 12,99
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst boek met gedichten van David Huyghe

Zoals een kat naar een wolk klauwen.

Lichtblauw miauwen zoals een schaap.

Olifantenvleugels is een ode. Aan kleine dingen. Aan grote dingen. Aan tederheid, kapotte regenwolken en het slurfje van de maan.

Het is de slaapkamer van waaruit de schrijver naar de wereld piept. De tuin waarin hij poëzie als een kat probeert te lokken. De Grote Roze Oceaan waarin hij met plezier nog één keer verdrinkt.

In het universum dat zich ontvouwt, borrelen beelden, betekenissen en associaties op. Samen met geheimzinnige, kleurrijke personages duikt David Huyghe in deze bundel naar woorden die een trilling veroorzaken.

Olifantenvleugels sprankelt en mijmert, aait en ontbloot, ruist en blijft ruisen.

David Huyghe is een Vlaamse woordkunstenaar. Hij behaalde een master Vergelijkende Moderne Letterkunde aan de Universiteit Gent en een master Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Zijn teksten verschenen onder andere in DW B en Kluger Hans. Tijdens zijn deelname aan het Slow Writing Lab legde hij de kiem voor zijn debuutbundel Olifantenvleugels.

Bijpassende boeken

Xavier Roelens – Wildnissen

Xavier Roelens Wildnissen recensie en informatie over de nieuwe dichtbundel van de dichter uit Vlaanderen. Op 20 januari 2026 verschijnt de nieuwe dichtbundel van Xavier Roelens, de Vlaamse dichter. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Xavier Roelens Wildnissen recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Wildnissen, het nieuwe boek met gedichten van Xavier Roelens, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Beelden. Is dat het niet. Hoe in deze tijd het beeld steeds dominant is. Beelden, in onze koppen gegrift. Hun ogenschijnlijke objectiviteit in combinatie met een zekere dramatiek bepaalt in hoge mate wat de massa nu weer denkt, wat de massa nu weer vindt, naar wie de empathie van de massa nu weer uitgaat. Waar beelden knallen, worden woorden verbrijzeld. Je hoeft niet meer te luisteren, je moet alleen nog maar zien. In 2020 las ik in het prachtwerkje De coronastorm van René ten Bos een indringende analyse van een overbekend beeld: “Op een kleine ijsschots, de laatste resten van een gesmolten ijsberg, hangt een ijsbeer. Het dier is bijna groter dan het ijs. Het is een beeld dat op ons netvlies bevriest. Mensen die naar de foto kijken, zien iets dramatisch. Ze zien hoe een dier zich vastklampt aan iets wat er straks niet meer zal zijn. Ze zien wanhoop. Ze zien vergankelijkheid. Ook het dier zal er straks niet meer zijn. Het zal verdrinken in het onmetelijke water waardoor het omringt wordt. In één beeld vangt men het drama van de klimaatopwarming. Dat ijsberen heel goed kunnen zwemmen, sterker nog, dat ze moeiteloos tientallen, zelfs honderden kilometers kunnen afleggen, komt niet meer in de hoofden op. Evenmin beseft men dat er van ijsberen die op een ijsschots hangen werkelijk honderden foto’s gemaakt zijn, niet alleen in tijden van de opwarming, maar ook daarvoor al, toen de wereld nog koel was. We zien een dier dat bezig is met zijn hobby.” En, even later: “Overigens heeft empathie met ijsberen weinig nut. Het zijn gewoon gevaarlijke rotbeesten.” Die ijsbeer dus. Diezelfde. Die ijsbeer die spreken kan en zegt dat wij mensen, dat meest destructieve schepsel dat ooit de aarde bewandelde, druk bezig zijn toe te werken naar de zesde massa-extinctie, dat we de hele planeet naar de wuppe helpen, enkel en alleen om ons eigen gewin, om ons eigen meer en meer en meer, ons eigen nooit genoeg. En wie zal er straks jammerlijk verzuipen? Jawel hoor, die eeuwige verdomde rotijsbeer. Die ijsbeer dus, komt ook in Wildnissen nog even langsgedreven. Het was toen dat ik opkeek en hum dacht. Maar eigenlijk was het al naar het einde toe, toen Roelens me allang voor zich gewonnen had.

Misschien moet ik niet beginnen met het einde in zicht.
Misschien moet ik eerder beginnen.
Misschien moet ik beginnen met een ooit. Toen ik in Antwerpen was.

Antwerpen. Ja. Wanneer was dat? In een periode, een tijd, een ooit, dat ik daar vrij vaak kwam. Toen het millennium nog krakelend vers was. Deze ene keer moet, uiteraard, na 2007 zijn geweest. Maar voor de geboorte van mijn oudste. Voor 2013. Aan het einde van het eerste decennium, of aan het begin van het twede stond ik in De Slegte in Antwerpen. Hoe vaak ik daar gestaan heb. Hoeveel boeken ik daar wel buiten gesleept heb. Een dichtbundel trok mijn aandacht. Er is een spookrijder gesignaleerd. Zo heette het. Des dichters naam, Xavier Roelens, deed een vage bel rinkelen. Misschien opgepikt uit DW B. Zou kunnen. Dat las ik in die dagen nog wel. Er is een spookrijder gesignaleerd oordeelde ik op een opmerkelijke titel. Er zat een zekere pretentieloosheid in die me aansprak. Maar dan kon het met de gedichten natuurlijk ook nog de flauwzinnige kant op, grapjespoëzie, of iets met leuke berichten uit de krant ofzo. Ik bladerde wat. Wat ik zag beviel me. Ik kocht het boek. Las het diezelfde avond nog op de hotelkamer. Ik moet u nu eerlijk bekennen dat ik me op dit moment geen enkel gedicht eruit meer herinner maar het moet schoon veel indruk gemaakt hebben want Roelens werd een huishoudnaam in mijn brein. Later, ergens rond 2012, maar nog altijd, denk ik, voor de geboorte van mijn eerste vond ik in een andere Slegte, ditmaal die in mijn woonplaats, Stormen, olielekken en motetten. Ik weet nog van één gedicht in die bundel. Een lang gedicht. Ik weet dat het me meerdere jaren gekost heeft om dat te lezen. Maar dat kwam omdat ik halfweg in dat gedicht stopte met lezen (misschien was mijn oudste inmiddels geboren?), en om een of andere onnaspeurbare reden niet veel later heel de bundel uit het oog verloor, en het pas bij mijn recentste verhuis weer tegenkwam (en maar doodgemoedereerd verder ging te lezen waar ik blijkens de boekenlegger gebleven was).

Roelens. Ik ben, sja wat ben ik? Een fan? Dat klinkt me te puberaal. Een liefhebber? Te liefdevol. Een volger, misschien. Een voorzichtige volger toch, want Onze kinderjaren ontging mij in weerwil van het interessante uitgangspunt even. Maar Wildnissen plofte gelukkigerwijze weer keurignetjes op mijn recenseertafel. En ik slaakte een aarzelend hoera.

Vanwaar de aarzeling, u vraagt?

Hum. Ja. Dat is. Engagement kleefde altijd al aan Roelens, en dat was goed. En stormen, olielekken en motetten was toch ook “ecologisch geïnspireerd” als dat dan geloof ik heet. Maar inmiddels zijn we verder, inmiddels zijn we ouder, inmiddels zijn we later, en nu kan ik als ik een zin lees als “In een wereld die op een klimaatramp afstevent, koos Xavier Roelens toch voor zelfgemaakte kinderen.”, waarmee het achterplat (altijd weer dat vermaledijde achterplat) opent, niet anders dan een welgemeende diepe zucht slaken.

De ecocide de klimaatrampen de milieucrisis & al die boeken erover: de klimaatromans, de dystopische romans, de ecopoëzie, de deugboeken jajaja, ik weet het wel, we gaan ten onder & de aarde eraan, het is vijf voor twaalf of twee voor twaalf of een voor twaalf, weet ik veel, er gaan dagen voorbij dat ik niet op de doemsdagklok kijk, ik weet het wel, ik ken het verhaal al zo lang, en het is juist daarom dat ik me afvraag wat je er nog aan toe denkt te voegen. Luister. Laat ons niet op verkeerde voet beginnen, of beginnen, dit mag misschien al niet meer als het begin van deze bespreking gelden (al heb ik nog met geen woord gerept over het boek waar het eigenlijk over gaat), laat ons niet op verkeerde voet verder gaan: ik geloof in het antropoceen. Het lijkt me evident dat het blijvende gevolgen zal hebben wanneer er een diersoort ontstaat die zich specialiseert in de eigen en andere soorten afmaken, in gifstoffen lozen, in alles aan de bodem onttrekken wat er maar in die bodem te vinden is; dat dat schade toebrengt, lijkt mij geen al te ver gezochte aanname. Ik zou ook geheel voor een totale afschaffing van al het vliegverkeer zijn. Alles mag wel minder. Alles moet wel minder. Je hoeft niet naar Japan. Ik vind het decadent om te menen dat alles maar binnen bereik moet zijn, dat je overal maar naartoe moet kunnen. Als je er niet heen kunt lopen, hoef je er helemaal niet heen te gaan. Of, laten we zeggen fietsen. Of okee, treinen. Je hoeft niet naar Japan en je hoeft niet naar de maan en je hoeft ook niet de allernieuwste smartphone. Minder is goed. Dat klatst niets dan mijn bijval. Maar misschien is niet alles het gevolg van menselijk toedoen. Het woord klimaatverandering valt mij te vaak in elk gemiddeld kaffeegesprek. Als er heel veel sneeuw valt in januari dan is dat toch echt wel klimaatverandering, als het droog is in januari dan is dat klimaatverandering, als het erg mild is voor de tijd van het jaar is dat klimaatverandering maar als het heel erg koud is ook. Dat er teveel regen valt, en dat de rivieren buiten hun oevers zullen treden. Of we zitten straks weer met een droogteprobleem want het heeft nog niet geregend. Elk weertype, elk natuurfenomeen, de bloemen, de bijen, dat ze er niet zijn of dat ze er wel zijn, elk teveel, elk te weinig. Klimaatverandering. Kun je echt zien dat De Natuur In De War Is he. Ja. Die praat. Zulke praat. Het milieu is allang het milieu niet meer. Het milieu is een inkomstenbron. Voeg u in het koor der jeremiëerders, dat verkoopt wel, want deugers willen deugers lezen, en de meeste lezers zijn deugers. Het milieu is een goedgedaansticker van de juf. Wij zijn goed. En iedereen met een zelfs maar lichtelijk afwijkende mening is slecht. En toch is het helemaal niet eerlijk, onee.

Dat is waarom mijn hoera aarzelde. Omdat ik eventjes geen zin meer heb in calimeroboeken.

Maar in korrel 1 tot en met 1.21 gaat Wildnissen eenvoudigweg over verlangens. De dingen die je kunt verlangen. Dat opa en dat tante nog wat langer zouden blijven leven, bijvoorbeeld. Dat kan een verlangen zijn. Dat de biefstuk wat meer doorbakken mag. Dat je een Porsche op baterijen kon hebben om tegen de muren van je peperkoeken huisje op te rijden. Dat het lievevrouwenbedstro overal mag groeien, maar liever niet hier. Dat zijn dingen. Zoiets zou je kunnen verlangen. En verlangens mogen ter diskussie gesteld. Dit is voorwaar niet slecht. Dit is zelfs erg goed.

In iets wat je een lopend gedicht zou kunnen noemen -zij het hier en daar onderbroken door kruisende gedachten- stapt Roelens langzaamaan voort. De wat vreemd aandoende nummering ontleent hij naar eigen zeggen aan de Tractatus logica-philosophicus van Ludwig Wittgenstein. Dat moge wat pretentieus lijken, en verrek, dat is het ook. Maar Roelens is in de eerste plaats een dichter, geen filosoof. En het goede ding is, het hele goede ding is dat hij de poëzie laat prevaleren. De poëzie gaat voor op de gedachte, en op de boodschap. Voor de poëzieliefhebber blijven de boeken van Xavier Roelens een heerlijke rit.

Wat klinkt die laatste zin dom.

Wel. Een onvergetelijke reis? Achnee, hou het dan maar bij die heerlijke rit van u.

Ja, de wijze waarop de mens met zijn planeet omspringt, ligt geregeld op de rooster. En ja, die onvermijdelijke ijsbeer vaart maar weer eens langs op dat ijsschotsje van hem (Roelens leest heel erg veel maar Ten Bos heeft hij klaarblijkelijk niet gelezen) (schandalig zoiets). Maar vaker ligt zijn vergrootglas op het meer, het steeds weer meer, de veelheid van de dingen, de oneindigheid van alles wat er is en wat nog steeds niet genoeg is. De vrolijke supermarkt met de vrolijke producten, zoals hij dat ergens noemt. Roelens racet er doorheen. Hij ziet van alles, en wijst ernaar. En ondertussen wordt hij vader, en ondertussen leert hij dingen doen (ondertussen leert hij leren) (hij droomde dat hij op zijn werk was).

Er is sprake van tekstfuga’s en van cycli en jajaja dat zal allemaal wel. Ik hecht eraan Wildnissen te lezen als één lang, lopend gedicht. Opgebouwd uit, zo je wil, korrels. Korrels die over u heen gaan, in uw kleren blijven zitten, in uw oren, in uw haar: zo ken ik Roelens: hij laat altijd wel iets achter.

We verlangen dingen. Misschien. En wat we verlangen, wat we willen laat sporen na. Misschien. We wilden iemands ouder zijn, we wilden zijn waar we niet waren, we wilden wat we nog niet hadden. Laat het. Lees het. Onderga het.

Korrel 7 kent verder geen subnummering meer, het is maar die ene grote korrel zeven en hij is misschien wel het schoonst. Een abecedarium van dingen & verschijnselen. De aardpeer. De bedwants. Chantage. Dialect. Empathie. Alles al geprobeerd. Het deed me denken aan het prachtige Alfabet van Inger Christensen (in Denenmarken al sedert 1981 te lees maar in 2002 in Nederlandse vertaling verschenen bij Meulenhoff; onlangs, echter, heruitgegeven door het altijd fijne Koppernik & waarom bereikte dat mijn recenseertafel nooit?) (schandalig zoiets). Christensen bouwde haar boek niet naar voorbeeld van Wittgenstein maar volgens de Fibonacci-nummers (waarom moeten sommige poëten toch altijd weer zonodig laten merken dat ze niet van de straat zijn?) (ja ons bent best heel slimme jongens en meisjes hoor ons hebt al es un boekje of twee gelezen vergis u niet in ons) (langs de andere kant zijn dichters die met nadruk de straat opzoeken; “street credibility” (heet dat zo?) willen niet minder vervelend) en dat moge pretentieus lijken (en verrek dat is het ook!); Alfabet is één van de allerbeste poëzieboeken allertijden. Abrikozenbomen bestaan, bramen bestaan, citroenbomen bestaan, duiven bestaan, de eland bestaat; Christensen ontfermde zich in een kleine zeventig pagina’s over alles wat bestaat (en wat bedroevend kan zijn, of juist wondermooi); Roelens doet dit op het eind van zijn fraje bundel nog eens dunnetjes over en beziet wat er zoal reeds geprobeerd is. Hij zit Christensen daarmee in genialiteit ei zo na op de hielen.

Roelens overdondert.
Roelens fluistert.
Roelens schreeuwt.
Roelens zet stil.

Misschien hier of daar een “ongemakkelijke waarheid”.  En een pleidooi voor “wildnissen”; dat wat er ook zonder ons is (& ik dacht aan de ongecontroleerd groeiende liefde waar Callahan het over had kort voor hij voorgoed volkomen ruk werd). Maar vooral woekerende poëzie. Van verstillende pracht. Is poëzie al geprobeerd, Roelens? Want als ergens, dan hier.

Xavier Roelens Wildnissen

Wildnissen

Lyrisch-ecologisch tractaat

  • Auteur: Xavier Roelens (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 20 januari 2026
  • Omvang: 120 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe Xavier Roelens dichtbundel

Een dichter kijkt als vader naar een wereld in crisis. Tussen angst en verwondering, wanhoop en hoop, ontstaan gedichten vol bezorgdheid, tederheid en een verlangen naar wildheid.

Wildnissen is de nieuwe, langverwachte dichtbundel van Xavier Roelens. In een wereld die op een klimaatramp afstevent, koos hij er toch voor om vader te worden. Nu ziet hij overal kinderen en voelt hij een zware verantwoordelijkheid. Met moeder de angst aan het stuur wil hij uit de wagen stappen en stilstaan bij alle gevoelens die daarbij komen kijken: van depressie tot vreugde, van verdriet tot ontzetting. De feiten broeien in zijn hoofd. Hij kijkt van zijn zoon naar de presidenten die met oorlogen de overbevolking aanpakken. Hij zit in zijn zetel een lyrisch-ecologisch traktaat te schrijven, een pleidooi voor wildnis en wildnissen, maar gaat uiteindelijk ook liever wandelen.

Xavier Roelens is in 1976 in Rekkem, West-Vlaanderen. Hij zag vele auteurs debuteren als coördinator van SchrijversAcademie, de Vlaamse schrijfopleiding voor gevorderden. Sinds enkele jaren geeft hij zelf les in Ieper en Tielt aan schrijvers in spé. Zelf debuteerde hij, na een korte carrière in het slammilieu, in 2007 met er is een spookrijder gesignaleerd. Zijn ecologisch geïnspireerde bundel Stormen, olielekken, motetten (2012) werd door de jury van de Herman de Coninckprijs tot de vijf beste Vlaamse bundels van dat jaar gerekend. Voor Onze kinderjaren (2018) vroeg hij aan 365 mensen naar hun vroegste herinnering als kind en maakte daar 77 gedichten mee. De bundel werd genomineerd voor de Grote Poëzieprijs 2019. Zijn werk is vertaald in het Engels, Frans, Russisch en Kroatisch.

Bijpassende boeken en informatie

Peter Holvoet-Hanssen – Roodvos

Peter Holvoet-Hanssen Roodvos recensie en informatie over de inhoud van het nieuwe boek van de Vlaamse dichter en troubadour. Op 2 september 2025 verschijnt bij Pelckmans Uitgevers de nieuwe dichtbundel van Peter Holvoet-Hanssen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de dichter en over de uitgave.

Peter Holvoet-Hanssen Roodvos recensie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Roodvos, de dichtbundel van de Peter Holvoet-Hanssen, de uit Vlaanderen afkomstige dichter, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Peter Holvoet-Hanssen Roodvos

Roodvos

  • Auteur: Peter Holvoet-Hanssen (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Pelckmans Uitgevers
  • Verschijnt: 2 september 2025
  • Omvang: 112 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de Peter Holvoet-Hanssen dichtbundel

Niet enkel zijn hier de vosgedichten van Peter Holvoet-Hanssen chronologisch verzameld, aansluitend zindert een nieuwe bundel met ‘roodvos’-klankkleur. De dichter slaat een derde weg in: mannelijk én vrouwelijk, hard én zacht.

Volg het spoor van de vos door het fijne raderwerk van zijn verzen vanaf 1991, wanneer hij een verbond sluit met (jeugd)auteur Noëlla Elpers. Zij is zijn eerste lezer en privé-redactrice.

2025, rekel en moer bewonen nu een kleine vossenburcht met zicht op Antwerpen. De troubadour is kortademig en vermoeid na het smeden van een woordenstroom van de stad tot een vitaal ‘Grootlied’. Hij heeft een punt gezet achter de confronterende reuzenopera Goleman. en kiest resoluut voor de nietsontziende tederheid. Zijn muze waakt over de kwaliteit. Zie hoe zij spits en soms spitant ingrijpt met pen- en aantekeningen. Ontdek hoe het schrijversduo op elkaar inspeelt. Deze vosgedichten knarsen tot op het bot en wieken gezwind in de dreigende onweerslucht.

Peter Holvoet-Hanssen is geboren op 12 april 1960 in Antwerpen. troubadour en voormalig Antwerps stadsdichter. Zijn dichtbundels wonnen tal van prijzen, van de Arkprijs van het Vrije Woord tot de Louis Paul Boonprijs, van de Debuutprijs en het Boek van het Jaar 2024 door de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL), tot de Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap.

Bijpassende boeken en informatie

Tom Van de Voorde – De elementen

Tom Van de Voorde De elementen recensie en informatie nieuwe boek met gedichten van de Vlaamse dichter. Op 18 maart 2025 verschijnt bij uitgeverij Querido de nieuwe dichtbundel van Tom Van de Voorde. Hier lees je informatie over de inhoud van de dichtbundel, de dichter en over de uitgave.

Tom Van de Voorde De elementen recensie en informatie

  • “Op de eerste plaats word ik aangetrokken door het temperament van deze poëzie, de stem in deze gedichten, het onnadrukkelijk vreemde, het subtiele ritme en de timing, het meesterlijke en zeer precieze geklets.” (Alfred Schaffer, De Groene Amsterdammer over over Jouw zwaartekracht mijn veer)

Tom Van de Voorde De elementen

De elementen

  • Auteur: Tom Van de Voorde (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 18 maart 2025
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Tom Van de Voorde

In zijn vijfde dichtbundel gaat Tom Van de Voorde op zoek naar de elementen die het zelf bepalen. Er wordt afscheid genomen, voornemens stranden en herinneringen doven uit of worden juist warm gehouden. Oude geliefden, een fascistische overgrootvader, David Bowie en Johannes Brahms duiken op.

De elementenonderzoekt het leven buiten het oog van de wereld, zelfs buiten het zelfbewustzijn. Een verkenning die voert door vulkanisch landschap, maar evengoed langs de kolommen van de ochtendkrant.

Tom Van de Voorde is geboren in 1974 in België.  Hij debuteerde in 2008 met de dichtbundel Vliesgevels filter, die werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Hij werd genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en bekroond met de driejaarlijkse prijs van de provincie Oost-Vlaanderen. Zijn gedichten zijn in ruim tien talen vertaald. Hij werkt als programmator literatuur bij Bozar in Brussel.

Bijpassende boeken en informatie

Jess De Gruyter – De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt

Jess De Gruyter De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt recensie van Tim Donker en informatie over de inhoud van de dichtbundel. Eind januari 2024 verschijnt bij uitgeverij het Balanseer de nieuwe dichtbundel van de Vlaamse dichter Jess De Gruyter. Hier lees je de recensie van de dichtbundel, informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Jess De Gruyter De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt recensie van Tim Donker

Eén moment in de tijd & op aarde dacht ik dat er een gematriatische reden was dat De Gruyter de gedichten in deze bundel laat aanvangen met het getal elf. Het meestergetal met zijn unieke vibrasies & spirituele signifikansie. Misschien. Mogelijkerwijs. Wellicht. Bijwoorden van twijfel. Want waarschijnlijker is dat deze bundel voortzet wat met bundels als Zometeen gaat deze kogel een hoop rotzooi aanrichten en Als ik je neersteek gorgel je voortreffelijk begonnen is (let op de uiterst gelijke vormgeving van de omslagen). Ik ga tot mijn spijt moeten bekennen dat ik die bundels even gemist heb, ik zou ze best willen lezen, ik zou ze best nog willen vinden, ergens, in het soort van poëzieboekhandeltje dat niet anders kan dan zichzelf als verkleinwoord dragen, het soort van poëzieboekhandeltje dat men sjarmant pleegt te noemen, en waarvan de eigenaar een bijzonder innemend mens is, altijd een kop koffie klaar voor zijn klanten, altijd verhalen, altijd een rake suggestie, misschien een muziekje op de achtergrond dat je na een tijd herkennen zult als een seedee van The Saxophones, zoon soort poëzieboekhandeltje, ik zou er graag andere bundels vinden van De Gruyter, ooit, een keer, maar op dit moment blijven de bundels helaas ongelezen voor me, op Zometeen gaat deze kogel een hoop rotzooi aanrichten ben ik ooit wel eens gestuit, op de titel althans, want titels verzinnen die je niet rap vergeet – daar is De Gruyter alvast een meester in.

De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt is inderdaad als een film waar je middenin valt. Waarmee niet gezegd wil zijn dat je andere bundels gelezen moet hebben om deze te kunnen begrijpen maar wel dat de lezer languit met zijn gezicht voorover middenin de aksie valt. Vuilbekkerij, ongelukken, rampen, tragedies, dood, vernederingen, ellende, sadisme, liquidaties, bombardementen. En hollywood zag dat het goed was.

De lezer wordt gestompt en de lezer wordt geslagen en de lezer vraag zich dingen af. Vijf gedichten, 44 bladzijden, korte regellengtes, soms maar een woord per regel – het is misschien niet eens lezen dat hier als meest akkurate woord in aanmerking komt: De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt is een trein die over je heen dendert. Zijn deze vijf gedichten even zovele vermaningen aan het adres van hollywood of van de entertainmentindustrie als geheel en dan met name het medium televisie? De bundel lijkt de neerslag van een avondje “zappen”: wat filmscenes zouden kunnen zijn, misschien letterlijk, ik weet niet, ik zie bijna nooit een film, ik kijk bijna nooit televisie, wordt afgewisseld met wereldschokkende gebeurtenissen die puur op hun onderhoudende waarde lijkt te worden gewogen: zodat je kunt zeggen dat je erbij was, je zat eerste rang toen de torens vielen, het eerste schot werd gelost, de wereld in vlammen opging.

Misschien steekt De Gruyter draken. Misschien persifleert hij de gemiddelde aksiefilm (model jaren tachtig, ja in mijn puberjaren keek ik nog wel eens een film, u weet, waarin Stallone of Schwarzenegger op zijn eentje de communisten of de moslims eventjes mores leert). Misschien uit hij hier zijn zorgen de afstompende of debiliserende werking van televisie, videospellen, internet. De wereld als schijnvertoning met alles waarvan je last kunt hebben, alles waaraan je kunt lijden, alles waarvoor je allergies kunt zijn, alle ouwewijvenpraatjes, alle broodjes aap, alle klinklare onzin, de halve en hele (on)waarheden, de wilde aannames, de blinde gokken en wat je maar moet geloven.

Of misschien braakt Jess de Gruyter in één moeite alle rotzooi uit die via diverse kanalen bij hem naar binnen is gegoten.

Ziel. Zielenkotsen.

Of de stand van zaken misschien. Dit zijn wij. Dit is wat we zagen, we waren eventjes op deze aardkloot, deze rotzooi hebben we gemaakt, en dan gaan we dood. Dat is alles. Dan zijn het misschien geen vijf gedichten, maar één lang, in vijf hoofdstukken opgedeeld, een dystopies en niet bepaald opbeurend gedicht.

Misschien brengt lezing van de andere bundels me nog op andere gedachten.
Misschien ook zou dat weer teveel van het goede worden.

In De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt spreekt een dichter met een volslagen eigen geluid (ja ik weet dat dat het meest afgezaagde achterplatkliesjee allertijden is maar dit keer is het echt waar oké). Zelden sneed de idee van Graham Harman dat alle kunst feitelijk theater is meer hout: je wordt hier alles waar De Gruyter het over heeft. Aan het eind ben je meer dood dan levend misschien maar je weet dat je iets onvergetelijks hebt meegemaakt.

Jess De Gruyter De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt recensie

De idiot savant die het wonderkind van de baan rijdt

  • Auteur: Jess De Gruyter (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Het Balanseer
  • Verschijnt: 31 januari 2024
  • Omvang: 40 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwste boek van Jess De Gruyter

Derde deel van Jess De Gruyters zinderend epos waarin vetes worden beslecht, tempels vernield, burchten bestormd, jonkvrouwen geschaakt, gangsters ko geslagen, sportwagens perte totale gereden, beloftes verbroken, boeken verbrand, knieschijven verbrijzeld, moeders aanbeden, kroonjuwelen geroofd, staatshoofden geliquideerd, revoluties gefnuikt, principes verkwanseld, terroristen gekweekt.

Bijpassende boeken en informatie

Jan Lauwereyns – Leer van de orchidee

Jan Lauwereyns Leer van de orchidee recensie en informatie boek met een keuze uit het werk 1991-2024 van de Vlaamse dichter. Op 9 januari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik het boek met een keuze uit de gedichten van de uit België afkomstige dichter Jan Lauwereyns. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Jan Lauwereyns Leer van de orchidee Tim Donker recensie

Dat het onherroepelijk verdrijven, dat de dingen gaan, dat paardengelach piano’s naar de oceaan sleurt, dat eerst de koffie, dat langzamer dan men denkt, dat het enige waar, dat het krakelde, dat het zonlicht toen in Dregkes haar en dat ze dat zelf niet wist, dat de gebouwen van glas, dat een lijk wel net zo goed waar dan ook kan composteren, dat de studie van stilte, dat dit niet de enige plek, dat existentialisme, dat altijd weer diezelfde eenden, dat het ook echt overal gevonden kan worden. De woorden. De omschrijvingen. De definities.

Zegt iemand zegt wie zegt Jan Lauwereyns dat “Het schept betekenis in de vorm van de smaak van het geluid van het hart” de kortst mogelijke definitie is van het bijzondere van poëzie. Denk ik hum, een weinig gezocht wel, Lauwereyns (de ongezochte vondst) / (de gezochte onvondst). Altijd weer bijna overal het hart. Waarom geen brein of oog of oor of eender welk lichaamsdeel, en wat is dat met die vorm en smaak en geluid, verduidelijkt het iets of zaait het juist verwarring, ik denk dat laatste, en dan gaat het goed op, voor poëzie int algemeen misschien maar zeker voor die van Jan Lauwereyns.

Want een poëzie, hij, die lichtjes uit het lood slaat. Je loopt. Een straat. Een stad. Je komt binnen op. Een stadswandeling. Het leest, het zegt, het gaat: “Ik had een grootoom die / met pijp en bril en hart / en ziel in een goed boek / in een comfortabele zetel / een verdieping lager viel, negenendertig gedichten geleden. / De schade viel niet mee, / de scherven werden amper opgekeerd. // De herinnering aan de goede lezer / en zijn vliegende bom is nu deze / parking geworden.”,

en je denkt aan, wat heb je gelezen wat je gezien waar ben ik hier getuige van geweest (van de vorm van de smaak van het geluid van het hart misschien?). Het zit ik, het zit daar, het zit daad: “Er zaten ik en nagemaakte wielrenners / in de Ronde van Frankrijk”, bijvoorbeeld, en: “Sommigen hadden vaak / zessen en de Peugeots fietsten met plat- / geslagen schaakborden op hun borsten.”, en dus vliegt het.

Ja het vliegt bij Lauwereyns. Van droom naar wetenschappelijk hyperrealisme, van proza naar poëzie, van de straat naar de hemel, van alles naar terug. Een snuifje oneindigheid erbij om het af te maken. Mooi om dit nu allemaal te hebben, bijeengesprokkeld overheen de tijden. Vanuit verschillende bundels. Waarvan ik sommige, nee alle, nee vele, nee meer dan ik dacht toch nog gemist heb. Zoals Het zwijgen van de dichter, waarin de ikpersoon een ezelin lijkt te zijn. Of een Japans-Amerikaanse vrouw van zevenentwintig jaar. Of dood. Vermoord door de dichter Uwe. Zou kunnen zijn dat het kan zijn maar het zou ook kunnen zijn dat het niet kan zijn. Dat het is. Surrealisme of roadnovel of thriller of politieroman. Of dat überhaupt nog een vraag moet zijn. Nou. Ja. Eentje toch. Misschien had er iets meer informatie bij gemogen over de bundels waaruit deze gedichten komen, zijn zomwijlen hele bundels geïncludeerd misschien, en wat uit welk jaar.

En woensdag was een fijne muziekdag met Diego Cigala, en Wreaths, en Albert Ayler, en Anna Thorvaldsdottir, en Projekt Karpaty Magiczne, en The Microphones, en If Anything Happens To The Cat, en Vera Sola, en b.d. Foxmoor, en Scott Walker, en Circuit des Yeux, en Brother J.T., en Muslimgauze, en Jerusalem In My Heart, en hiss tracts, en Sufjan Stevens, en David Coulter, en Robbie Basho, en My Bloody Valentine, en Kasper van Hoek, en John Zorn, en Yo La Tengo, en Slint, en Maisha,  Alice Coltrane. En al die tijd, al die tijd was Lauwereyns erbij.

Ogen komen veel voor in deze gedichten. Dood komt veel voor in deze gedichten. De blauwe gitaar komt veel voor in deze gedichten. En ook naalden die in hersens worden gestoken. Want zo tesaam valt het oog pas goed op de konseptuele kontinuïteit. Want ook zo de zus, en natuurlijk de orchidee. Het ritme. Het stromen dat soms kabbelt, soms buldert, soms nauw waarneembaar nog, als dingen in de verte, dingen in de mist. De vorm. De smaakt. Het geluid. Het hart.

Of een bemerking die je stil slaat, en met peins. “Slapend zien we meer dan met de ogen open” schrijft Lauwereyns, en: “Vooral slapend met de snelle oogbewegingen”, waardoor ik zat, een wijle, te peinzen aan dromen, en aan hoe mensen vaak geneigd zijn de realiteit van dromen ondergeschikt te maken aan die van de aldag; het is “maar” een droom, en dit is de grond en daar moeten beide voeten op (al te vaak vliegend ook in dromen), maar misschien wellicht mogelijkerwijs (bijwoorden van twijfel) is het raadzaam om dromen te zien als aparte realiteiten, die naast, of misschien wel boven, de aldagsrealiteit geplaatst kunnen / mogen worden, niet in de zin dat we lering zouden moeten trekken uit onze dromen, of dat we ze beter moeten duiden (en al zeker niet freudiaans), maar omdat ze plekken bevatten waar we ook zijn, waar we ook zien, waar we ook leven, vaak in bezit zijn van een beter zelf, of denk aan terugkerende dromen, toen ik in mijn dertigs was droomde ik geregeld hele steden op, buiten mijn dromen bestonden ze niet maar daarbinnen hadden ze samenhang en logica en consistentie, is dat niet ook een soort bouwen misschien?

En donderdag was een fijne muziekdag met Stars of the Lid, en The Master Musicians of Jajouka, en Deathprod, en Spiral Joy Band, en Volcano the Bear, en Peter Kernel, en Idles, en Wreckmeister Harmonies, en Mika Vainio, en Daniel A.I. U. Higgs, en Wöljager, en Heavy Winged, en Madvillain, en Ellen Fullman, en Deathspell Omega, en Laurie Spiegel, en Mia Doi Todd, en The Sad Bastard Book Club, en Super Numeri, Ah Cama-Sotz, en Murcof, en Sum of R, en Teatteri Moderni Kanuuna, en Don Cherry. En al die tijd, al die tijd was Lauwereyns erbij.

Tijd is niet omkeerbaar, een zandloper wel. Nu is de problematische oorsprong van alles. Haai wist misschien van toeten. Alles vloeit, behalve dat alles vloeit. Slaapkamers met slagroom. J’accuse Ted Hughes. Het bed is een en al geruchtendom. De regel is dat alle levende wezens moeten creperen (niets maal eeuwig is niets), en het punt is punctum alpeh (bizarre ontologie). Alles is de schuld van de perfecte kraanvogel. De beste wijn is de oude. Is verheerlijking van wat voorbij of onbereikbaar is een vorm van pornografie. Doe je mond open. Bega een daad. Stap uit jezelf. Linguïstische theorieën. Verwarring. Twijfel.

Dus. Door ganse universa vliegt het hier, wijst, landt, stipt, loopt, rent, staat stil, gaat dan weer, staat dan weer. Zoveel kanten als het dan opgaat in je kop, en hoe heerlijk dat is. “Verander je ook / maar een beetje hoe je staat / krijg je iets gloednieuws” vond ik heel kschipperiaans (en net als bij K Schippers liggen er bij Lauwereyns in de kleinste snippers werelden besloten), maar bij een rietzanger met een mening of een empathische orchideeënkweker hellen mijn gedachten over naar Dephine Lecompte (maar dan zonder alles wat Delphine Lecompte zo vervelend maakt) (net of ik dit al eens eerder heb gezegd) (in dit of in een ander verband) (?) (zou je zoiets kunnen opzoeken?) (je had behoefte aan iemand die met je meelas). Rekenkunde van de tastzin borrelde ook herhaaldelijk in me omhoog, maar bij Lauwereyns wemelt het van de verwijzingen, sitaten, pseudositaten, halfsitaten, allusies, van naar op, muziek, poëzie, film, ik mis waarschijnlijk meer dan ik vat maar het doet het wel marsjeren onder mijn schedel, hoe dat gaat en hoe mooi dat het is (net of ik dit al eerder heb gezegd) (-)

En dinsdag was een fijne muziekdag met Thomas Ankersmit, en Giacinto Scelsi, en Spooky Attraction From A Distance, en Anarchist Republic of Bzzz, en Art Ensemble of Chicago, en B. Fleischmann, en LaMonte Young, en A Whisper in the Noise, en Ostzonensuppenwürfelmachenkrebs, en Joe McPhee, en Baby Bird, en Wojtek Mazolewski Quintet, en Burmese, en Nordvargr / Prakh, en Botanist, en Glenn Branca, en Brise-Glace, en Swans, en Maurizio Abate, en het fukking licht, en Erdem Helvacioglu . En al die tijd, al die tijd was Lauwereyns erbij.

Hou je Leer van de orchidee in je handen, hou je de hele wereld in je handen. En alles altijd. Misschien geen werkzame definitie van poëzie, maar wel een tamelik exacte omschrijving van deze fantastiese bundelbundeling.

Jan Lauwereyns Leer van de orchidee

Leer van de orchidee

een keuze uit het werk 1991-2024

  • Auteur: Jan Lauwereyns (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 7 januari 2025
  • Omvang: 348 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 27,50
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van het boek met gedichten van Jan Lauwereyns

‘Het schept betekenis in de vorm van de smaak van het geluid van het hart,’ schreef Jan Lauwereyns in zijn gedichtendagessay in 2011. Dat was voor hem de kortst mogelijke definitie van het bijzondere van poëzie. Daarvoor vertrek je noodzakelijkerwijs bij de werkelijkheid – hier en nu, de dingen rondom, al is dat toevallig in Japan of met de blik van een wetenschapper. 

In Leer van de orchidee biedt Jan Lauwereyns een ruime keuze uit zijn werk, van zijn eerste vingeroefeningen in 1991 tot en met een reeks gloednieuwe gedichten uit 2024. De bloemlezing werkt als een lifehack, al is het meer een hulde dan een handleiding, een uitnodiging om ons te laten verbluffen door het leven, door de schoonheid en de trucs van orchideeën. Dat gaat ook via Japan en de wetenschap, via rangaku, 蘭学, ‘westerse studies’, of met een zijsprong via de kanji: ‘orchideeënleer’. Maar het gaat bovenal via de taal en de liefde.

In deze poëzie leeft de vorm, ongebreideld, ongeremd, in sprankelende tanka’s en barokke sonnetten met perfecte hexameters, in verhalende gedichten die op nachtmerries lijken en in lyrische essays die het denken op subtiele muziek zetten. Gebaseerd op tien heel verschillende dichtbundels geeft deze bloemlezing een uniek caleidoscopisch beeld van een oeuvre dat in alle variëteit juist heel coherent blijkt qua thematiek en toewijding aan de smaak van het geluid van het hart.

Jan Lauwereyns (13 mei 1969, Antwerpen) woont en werkt in Fukuoka, Japan, waar hij cognitieve wetenschap en bio-ethiek doceert aan de Universiteit van Kyushu. Hij debuteerde in 1999 met de dichtbundel Nagelaten sonnetten, en publiceerde tot heden tien dichtbundels in het Nederlands, naast romans, essays en academische monografieën. Zijn poëzie werd bekroond met de Hugues C. Pernathprijs en de VSB poëzieprijs, en genomineerd voor de Herman de Coninckprijs, de Cees Buddingh’-prijs, de Karel van de Woestijneprijs en de Paul Snoekprijs.

Bijpassende boeken en informatie

Mark Schaevers – De levens van Claus

Mark Schaevers De levens van Claus recensie en informatie over de inhoud van de Hugo Claus biografie. Op 16 november 2023 verschijnt bij uitgeverij De Bezige Bij de biografie van de Vlaamse schrijver, dichter, toneelschrijver, filmer en kunstenaar Hugo Claus, geschreven door de Belgische biograaf en journalist Mark Schaevers.

Mark Schaevers De levens van Claus recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van De levens van Claus, Biografie van Hugo Claus. Het boek is geschreven door Mark Schaevers. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de het boek over de Belgisch, dichter, schrijver, filmmaker en beeldend kunstenaar Hugo Claus, geschreven door Mark Schaevers.

Mark Schaevers De levens van Claus Hugo Claus biografie recensie

De levens van Claus

  • Auteur: Mark Schaevers (België)
  • Soort boek: biografie
  • Verschijnt: 16 november 2023
  • Omvang: 800 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 49,99 / € 19,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de biografie van Hugo Claus

Biograaf Mark Schaevers realiseerde zich maar al te goed dat hij bij het schrijven over Hugo Claus meerdere levensverhalen had te doorgronden. Schrijver, kunstenaar, filmer: alleskunner Hugo Claus heeft er alles aan gedaan om de mythe van zijn biografie mee vorm te geven. Schaevers’ werkwijze is dezelfde als bij zijn bekroonde boek over Felix Nussbaum. Hij volgt zijn onderwerp op de voet, zonder expliciet te interpreteren. Waar de schrijver dacht: ‘ik ben de baas, hè, van al die Clausen’, geldt dat evenzeer voor de biograaf. Te midden van alle tegenstrijdigheid heeft Schaevers een leven van eenheid kunnen beschrijven, en ook voor wie Claus dacht te kennen zal het totaalbeeld verrassend zijn. De levens van Claus is het resultaat van diepgravend onderzoek, van geduld en sensitiviteit, en een getuigenis van een scherp verstand en literaire verbeelding.

De meesterverteller Schaevers brengt de lezer dichter bij Claus dan de schrijver zelf ooit heeft toegestaan, en tegelijk is deze biografie een wervelende cultuurgeschiedenis die meer dan een halve eeuw bestrijkt.

Mark Schaevers (1956) werkt als journalist voor het weekblad Humo . Hij debuteerde in 1994 met Atlas . In 2015 verscheen Orgelman , een biografie van de schilder Felix Nussbaum, een door Hitler vernietigd kunstenaar. Het boek werd bekroond met de Gouden Boekenuil 2015 en genomineerd voor de ECI Literatuurprijs 2015. In 2004 presenteerde Schaevers in Groepsportret het beste uit Claus’ interviews en in 2011 stelde hij De wolken. Uit de geheime laden van Hugo Claus samen. In 2018 verscheen Het verdriet staat niet alleen. Een leven in verhalen.

Bijpassende boeken en informatie

Jeroen Messely – Nieuwe zwanenzangen

Jeroen Messely Nieuwe zwanenzangen recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe dichtbundel. Op 20 juni 2023 verschijnt bij uitgeverij Atlas Contact de tweede bundel van de Vlaamse dichter Jeroen Messely.

Jeroen Messely Nieuwe zwanenzangen recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van de dichtbundel Nieuwe zwanenzangen. Het boek is geschreven door Jeroen Messely. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van het nieuwe boek van de Belgische dichter Jeroen Messely.

Jeroen Messely Nieuwe zwanenzangen recensie

Nieuwe zwanenzangen

  • Schrijver: Jeroen Messely (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 20 juni 2023
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van de dichter Jeroen Messely

Jeroen Messely pakt de Duitse romantische traditie en haar demonen aan. Bivakkerend tussen de grandioze bouwprojecten van koning Ludwig II van Beieren onderzoekt hij de toxische combinatie van eigenwaan en zelfgekozen isolement, en toont hij hoe verleidelijk het wordt om problemen radicaal (verkeerd) te behandelen – als er zich ongekende mogelijkheden aandienen. Dat onderzoek levert virtuoze poëzie op, die niet gespeend is van sardonische humor. De dichter spaart immers zichzelf niet. Ook hij blijft een achterkleinkind van de romantiek: hij probeert zich opnieuw los te zingen van klassieke waarden als eenvoud, soberheid en goede smaak. Het maakt dit boek fascinerend als een luchtkasteel en confronterend als een spiegelpaleis.

Jeroen Messely (1978) woont en werkt in Wevelgem. In een vorig leven publiceerde hij op internet een duizendtal omstandige recensies onder het pseudoniem Achille van den Branden. Tegenwoordig schrijft hij voor Poëziekrant. Nieuwe zwanenzangen is zijn tweede bundel gedichten.

Bijpassende boeken en informatie

Jan Lauwereyns – Zombie zoekt zielgeno(o)t

Jan Lauwereyns Zombie zoekt zielgeno(o)t recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe dichtbundel. Op 1 juni 2023 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik het nieuwe boek van de Vlaamse dichter en schrijver Jan Lauwereyns.

Jan Lauwereyns Zombie zoekt zielgeno(o)t recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van de dichtbundel Zombie zoekt zielgeno(o)t. Het boek is geschreven door Jan Lauwereyns. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van het boek met nieuwe gedichten van Jan Lauwereyns.

Recensie van Tim Donker

Een nieuwe Lauwereyns is altijd –

en hier stokt de bespreker.

Een nieuwe Lauwereyns is altijd wat? Is altijd goed? Is altijd genieten? Is altijd interessant?

Hum.

Ja.

Misschien.

Ik weet het niet. Of misschien weet ik dit: een nieuwe Lauwereyns is tijd om te zitten, in leesstoel, met licht, en met stilte. Misschien dat een nieuwe Lauwereyns een bereidheid eist die ik ander boeken niet, of toch minder geef. Misschien dat een nieuwe Lauwereyns me zegt de ogen. Altijd de ogen. Steeds weer de ogen. En lezen.

“Een autopsie wees uit dat ik niet stierf van de crash / maar van het tientallen meters meegesleurd worden / door de andere sportwagen.”

dat is zo’n zinnetje. Het is niet eens het eerste gedicht in Zombie zoekt zielgeno(o)t. Maar het derde. Ik was al aan het lezen toen, ik zat daar al. En dan ineens zo’n zinnetje, het soort zinnetje waarin Lauwereyns grossiert. Het soort zinnetje dat opveren doet, het soort zinnetje dat het denken stopt. Want waarom zou er een autopsie voor nodig zijn om te zien dat iemand stierf door een heel eind meegesleept te zijn over asfalt, hoe kan de ik al dood nog een sprekend ik zijn, en hoezo een andere sportwagen? Je leest en je vraagt, je leest en je vraagt je dingen, zo zijn de gedichten van Jan Lauwereyns.

Het bitterzoete. Eeuwig ondode vitascopen heet de eerste afdeling en het lijken een soort voorstudies te zijn, schetsen zeg je, van leven en dood en alles daartussenin. Je neemt het allergewoonste, je neemt koffie en treinen, koffie in de trein, die gast met dat karretje weetjenogwel, die langs kwam en dan kon je iets kopen en dan kocht je koffie, dan kocht je koffie in de trein want je moest nog, wat je zat daar nog wel minstens driekwartier nog, en koffie dus, en de trein dus, wat kon gewoner zijn?, behalve dat het verbonden wordt met transcedentie en neusvleugels en braken en ineens is koffie en trein geen koffie en trein meer. Of gaat het nog wel over een kopje koffie drinken in de trein, soggens vroeg als je naar je werk gaat of naar je studie, als het zegt, als het vervolgt: “Liefde en wiskunde, / de rest is fictie, / zelfs deze hogesnelheidstong is fictie, // net als de nodige holle functie / voor pijn, pijn, pijn, pijn, // beter bekend als totale devotie.”, en iets hierin maakt dat je denken stopt (iets hierin maakt dat je hart stopt) omdat je de a en de b die daar zo naast elkaar staan te staan zelf niet gepaard zou hebben, zoals, ook, in “Skeletten met een nauw zittend wit pakje aan, / vriendelijke marsmannetjes, dansend hand in hand, ernstig, / kalm, met priesters, ambtenaren, kooplieden.” (en Patricia de Martelaere knikt, en Leo Vroman krabt zijn nek).

Maar je kwam nog rustig binnen.

Je kwam nog rustig binnen in de gekte.
Je kwam binnen en je kon nog even om je heen kijken en je kon nog beginnen met denken.

Even later heet het Ik heb je liever dan bloed, heet het dat Zombie het Nederlands weer bekluift, en een eindeloze stoet dichters wordt daar verhaspeld, gesieteerd, (mis)begrepen, door de gehaktmolen gehaald en weer aan elkaar genaaid, de blauwbilgorgel is er niet kwak of kwezidon; gaat koelte ’s nachts niet langs lelies of rozen maar langs venusslippers (zo meen ik dat ook jij bent); een oe en een oe en een oe, en een da en een demband; een bietebauw wordt er, of getracht op poëtische wijze; de dood is een ontroering en niet zwemmen maar fietsen is losbandig slapen (fietsen is bijna een beetje postuum zijn); een junkieverdriet kan hier ook best een zombieverdriet zijn, eeuwenoud of levenslang of korter of langer misschien; als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd nee grijs is, zelfs mijn poëziekast bleek hier net een maat te klein, net een maat te klein, net een maat te klein, waar is die seedee eigenlijk gebleven, ik wist niet hoe ik het had toen ik hoorde dat het Iris was die zong, uiteindelijk vind je elkaar altijd weer terug zei Laura maar dat wist ik nog zo net niet, dat was nog in Parkwijk toen, dat was toen nog de dag dat ik eraan dacht me toe te leggen op het voltijds vegeteren (en uiteindelijk vergeten te existeren), maar goed, ik zei dus dat zelfs mijn toch niet al te krappe poëziekast net een maat te klein bleek want ik wist die alzoheerlijke zinnen als “zeg me dat het tijd is, zeg me dat ik ziek ben” en “het leven is een zijtak van de dood” en “uit alle macht sleepte hij zich naar het klaslokaal” en “draai in de fitting van // een kapotte student een nieuwe student en je hebt weer donker” niet heel trefzeker plaatsen of spreekt Lauwereyns daar gewoon met eigen tong misschien, het kan, en ah! de namen bovenaan de gedichten geven je wel een indikasie van in welke hoek je het zoeken moet maar daartussen zijn ook namen die ik alleen van naam ken daartussen zijn ook namen die ik int geheel niet ken, een tintje zwavel misschien, druif en duits, hij neigt naar een geuze zei ik tegen niemand in het bijzonder (want ik was alleen thuis toen), de ruimte tussen werelden en daar dan doorheen zwemmen, de ruimte tussen dichters en die dan met woorden dichtmetselen, we kruipen door decennia poëzie in deze afdeling en vele namen vallen, vele namen vallen, namen vallen, namen blijven maar vallen, een gedicht waarboven Tedja-Verhelst-Keizer-Franken-Reints staat, begint met: “Geen materialist, die Schierbeek-Polet-Boskma-Pfeiffer-Kregting, // reutelde Zombie met zijn ketens” en dat vond ik grappig, dat was de dag dat mijn zoon schaakte met zijn rugzak om, onherbergzame hiertijd, de klok neeg ter kimme, dat was de dag dat mijn zoon jeudeboulde met zijn t-shirt aan, oerwoudwaaien des te meer, onweer of min, op de tafels komt hemel de totem in verzet, en het fijne geslacht, dat was de dag dat ik Sunnata op onnodig hoog volume door mijn boxen joeg, landijs kan te nauwelijks in woorden vangen, de woordenvanger vangt hij vangt in zee hij vangt weg van het land, houten barak dicht dan wist je dat het erg was, dat was de dag dat de temperatuur naar onredelijke waarden steeg maar Lauwereyns gaat verder, Lauwereyns gaat verder, Lauwereyns gaat altijd maar verder, en dicht, en schrijft, en zegt: “bij de eerste kortademigheid laten we // de mensen verdwijnen” en ja denk ik en zo is het denk ik en zo gingen die dingen denk ik want ja zeg stel je voor dat we ziek worden stel je een snotvalling voor stel je een land voor waar niemand ooit ziek is stel je het klimaat neutraal voor en op geen tafel nog vlees en alles woke en alles fijn en alle neuzen dezelfde kant op en nergens nog zielgeno(o)t.

(witregel wegens even op adem komen)

Het is niet alles van poëzie gemaakte poëzie, we hebben de sample horen luiden maar we weten niet waar de soundbite hangt, we stombelen verder, we strompelen vuts, gelukkig raken we verder verloren gelopen, gelukkig is er een afdeling verder al meer rust want we kijken om ons heen en het blaakt er van het paginawit, het spreekt, het zegt: “Wat heel eenvoudig is, de liefde / heeft jou nodig, en jij knikt. // Wat heel gek is, het leven / kan niet zonder jou, en vice versa. // Wat heel logisch is, de natuur / werk in golven. Als het donker is, / wordt het licht. // Wat heel mooi is, de zorg / zorgt ervoor.” en dat vond ik mooi (vooral als ik de laatste regels ironies duidt) (duiding is in het oog van de lezer) (ironie is in het hoofd van de zombie) (de zorg die ervoor zorgt) (en het is afzien in de zorg) (maar het is dankbaar in de zorg) (kom en laten we voor onze voordeur gaan staan en klappen voor de zorg) want dan kan het een lief liefdesgedicht zijn misschien of een gedicht over de dingen die toch gaan zoals ze gaan en de dingen die jou nodig hebben om gezien te worden, het is een kier denk ik, het is een kier naar een andere kier, het is een kier die kiert naar wat kiert naar wat kiert naar wat kiert, zegt Lauwereyns: “Ze kermt zachtjes, / de korenbloemblauwe yukata valt open, // ik schrik, // niet van het glorieuze weelderige schaamhaar / dat ik voor het eerst te zien krijg, / maar van de oranje waterval, / de goudvissenwildgroei die eruit stroomt.”; precies zo, denk ik, is zijn poëzie: glorieus als weelderig vrouwenschaamhaar waar goudvissenwildgroei uit stroomt: de opwinding en de verbijstering: wat het is en wat meer nog het zijn kan: de weelderigheid en wat daaruit stroomt: zoals water stroomt: (“Water, water, water, / water, water, // om in te verdrinken”) zegt nee schrijft nee dicht Lauwereyns: “Ik, nu, neem een douche // Ik, nu, ben het lichaam aan het lezen met water / zonder zout” en dat vind ik mooi en dat een “krengetje” (“mijn krengetje” zelfs) zegt dat iets, wat, het maakt niet uit, waar is “emmers vol waar” ook, of anders “beetjes pijn die net genoeg prikkelen”, ja, zulke beetjes, zulke pijn, zulk prikkelen, zulk net genoeg, dat was de dag dat Mia Doi Todd zich onbehoorlijk diep in mijn gehoorgang boorde; Zombie zoekt zielgeno(o)t bevindt zich niet op het hoogtepunt van het Al maar erin (of ernaast) (of eronder): overal beetjes: overal flarden: en alles steeds heel luid: en alles steeds crescendo: en emmers vol taal: en een wolkenflard van louter mogelijkheid.

En zo, taal razend, raastalig, komt Lauwereyns, en hij alleen, weg met alles wat ik doorgaans vreselijk vind: mijn eigen poëziehoofdzonden. Voorwaar ik zeg u: niets is erger dan elke regel beginnen met een hoofdletter ook al is de zin nog niet afgelopen. Lauwereyns doet het. Voorwaar ik zeg u: niets is erger dan poëzie op rijm. Lauwereyns doet het. Lauwereyns doet het en komt ermee weg. Vooral, denk ik, omdat hij zo niet persifleert dan toch wel pastiesjeert (dat rijm van hem is wel een heel erg sinterklazig flauwrijm b’voorbeeld). Of omdat hij de taallandse literatuurkist maar blijft plunderen, met feesten van angst en pijn en symbolen en cimbalen en een scooter gevolgd door een ladida (al moet ons dat misschien niet per se doen denken aan een lady godiva op een scooter). Of omdat het sterven gulzig kan zijn bij Lauwereyns. Of omdat hij zegt: “Je hoort het, hoe hard je ook maar niet verkiest te luisteren” en ook hoe o en hoe ja en hoe ook ik zo vaak hoor terwijl ik niet luisteren verkies en hoe raak dat geformuleerd hier. Of omdat het kotsen vlot kan zijn na vaarwel, de vrijer tot ware liefde wordt veroordeeld, de maan om vragen blinkt (de maan schijnt feller in de metaverse). Of omdat er woorden zijn als wraaktijgers en leerpaarden en levenschap en sterfkunde. Of omdat Miki ook wel Kroniek van de Schoonheid geheten is. Of omdat Sophie spijt veinsde en lachte. Of omdat Miki. Of omdat Sophie. Of omdat de troubadour steeds weer zingt. Of omdat de meester van schaduwen smalend bromt. Of omdat er woorden zijn. Of omdat van toeten noch blazen bundels verzen vallen te snoeien. Of omdat het verlangen net binnen of buiten bereik hangt te bloeien. Of omdat herhaling hier zoals wel elders zijn schoon werk doet te doen. Of omdat een opsomming als “Lafhartig, leeghoofdig, lichtvaardig, loslippig, luchtledig, laattijdig, / Onmachtig, onmondig, onwaardig, onhandig, onzalig, onzijdig” alles sowieso al fijner maakt. Of omdat het meest ondoordachte maar niettemin (of juist daarom) bekendste filosofiese aforisme van alle tijden hier op elegante wijze wordt gewogen en te licht bevonden: “De gedachte begon zich te denken, niet ergo sum, mijn liefje” (is precies ook wat ik dacht bij denken en wel wat denkt zich). Of omdat Zombie zoekt zielgeno(o)t misschien niet de mooiste bundel is die ik dit jaar las maar toch zeker wel de vrolijkste.


Jan Lauwereyns Zombie zoekt zielgeno(o)t recensie

Zombie zoekt zielgeno(o)t

  • Auteur: Jan Lauwereyns (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 1 juni 2023
  • Omvang: 72 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Jan Lauwereyns

Met Zombie zoekt zielgeno(o)t brengt de dichter een onverbloemde hulde aan het Nederlands, ‘Ondergronds, zes voet diep in aarde, regelrechte Zombietaal’. Het doet hem rijmen en klinken als nooit tevoren, compleet onvertaalbaar, naar het toppunt van zijn moedertaal. Het verhaal van een midzomerse infectie blijkt de perfecte gelegenheid om de woorden tot vervoering aan te zetten, om dan zomaar op de bitterzoete waarheid uit te komen: ‘Ik heb je liever dan bloed.’

In een vorig leven als neurofysioloog voerde Jan Lauwereyns allerlei experimenten uit op Japanse apen, terwijl hij zijn geweten suste in het Nederlands. Vandaag heeft hij zelfs medelijden met een stervende pijnboom. Overal ziet hij haarfijne absurditeiten, wat hem soms ook in het Engels en Japans een vreemde nieuwe levenslust geeft. Als werkmier aan de universiteit houdt hij zich des te ijveriger bezig met praktische zorgen voor een minder gruwelijke toekomst. Eerder verschenen van hem bij Koppernik onder meer de romans Iets in ons boog diep en Gehuwde rotsen.

Bijpassende boeken en informatie