Tag archieven: Lászlo Krasznahorkai

Lászlo Krasznahorkai – Afscheid van Zsömle

Lászlo Krasznahorkai Afscheid van Zsömle recensie, review en informatie nieuwe roman van de Hongaarse Nobelprijswinnaar. Op 9 juni 2026 verschijnt bij Uitgeverij Wereldbibliotheek de Nederlandse vertaling van Zsömle odavan, de roman geschreven door Lászlo Krasznahorkai, de uit Hongarije afkomstige schrijver. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Lászlo Krasznahorkai Afscheid van Zsömle recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Afscheid van Zsömle, de roman van Lászlo Krasznahorkai, de Hongaarse winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur in 2025, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

En ja zeggen. En ja zeggen en knikken en op het boek tikken, dit boek, Afscheid van Zsömle van László Krasznahorkai, en dit is er weer zo één zeggen, en ja zeggen, en knikken, en tikken op dit boek. Want daar zit je, jij, t besprekerken, aan tafel, achter laptop, en hier heb je er weer zo één, weer dat soort boek, een boek met zoveel lagen, hoeveel, je weet het niet, je telt de lagen nooit, en je weet ook niet zo goed hoe je het nu moet aanpakken, wat je erover moet zeggen, hierover, over dit boek, over Afscheid van Zsömle van László Krasznahorkai, dat weer zo’n meerlagig boek is, en je wil recht doen aan iedere laag. Misschien kun je beginnen, denk je, met de meest elementaire laag. Want in de allerkaalste essentie is Afscheid van Zsömle misschien gewoon maar het verhaal van een alleenstaande oude man. József Kada, 91 jaar, gepensioneerd elektricien. Zijn vrouw is er niet meer, allang niet meer, zijn dochter heeft het contact verbroken, zijn kleinkinderen ziet hij nooit, hij heeft alleen maar zijn hond, Zsömle. En Zsömle is ook al erg oud, en Zsömle gaat dood, en wordt vervangen door een nieuwe hond die ook Zsömle als naam krijgt. Want Kada’s honden hebben altijd Zsömle geheten, en zo moet dat zijn want zo is het goed. Dit is het verhaal dat je tragisch kunt noemen, of treurig, of schrijnend misschien; het is het verhaal van alle mensen. Je hebt een dat leven, en dan, vanaf een bepaalde leeftijd gaan je dingen ontvallen. Je gaat met pensioen, en daar gaat dan je arbeidzame leven. Je was getrouwd, en degene met wie je je leven deelde gaat dood. Je had kinderen maar die verhuizen, of emigreren, of je spreekt ze om andere redenen nog maar zelden of misschien zelfs wel nooit meer. Dingen hadden nut, er was een bepaalde zin, en dan ineens is het er allemaal niet meer. Treurig misschien ja, maar hoe gaan dingen. Zoals ze gaan, hoor ik u antwoorden, en dan spreekt gij recht en niet krom.

En zitten, en denken, en ja zeggen, en mompelen dat een boek, elk boek, het meest eenvoudige zelfs nog wel, altijd meer is dan zijn allerkaalste essentie, anders zou het immers niet de allerkaalste essentie zijn (een boek heeft wel een kop en ook een staart maar een boek is nooit een paard), dan was het gewoon gans het boek. Misschien is het de leeftijd, misschien is het zijn wat teruggetrokken bestaan, misschien een bepaald gemis. Misschien is Jószef Kada gewoon wat wereldvreemd. Of misschien is er toch nog iets anders aan de hand. Maar hoe het ook zij, de man heeft zich in zijn hoofd gehaald dat hij in directe lijn afstamt van Bela IV en als zodanig ook een nazaat te zijn van Dzjengis Khan. Van koninklijke bloede dus, deze Kada, en gezien de deplorabele staat waarin Hongarije heden ten dage verkeert, is het misschien eens tijd dat het land terugkeert naar de monarchie. Met Jószef Kada op de troon. Hij zou in zijn rijke verleden al ooit eens, weliswaar min of meer symbolisch, gekroond zijn. In het diepste geheim. Maar geheimen zijn zo diep nog niet of ze komen uit. Er heeft zich rond Kada een groepje vertrouwelingen geschaard die weten van zijn geheime erfopvolging, en zijn droom delen. Avond aan avond komen ze samen in het huis van Kada. En Kada maar praten. Over alles dat was, eenmaal. Hij heeft “Sjimmie Karter” nog gesproken, hij heeft gezwommen in de Béga met Johnny Weismüller, toen ze nog jongens waren (en het water was nog proper en hun voeten stonden nog waterpas). Een stormachtige relatie met een actrice, ja dat was er ook nog. En hij is een oorlogsheld, hij heeft tallozen gered, het land verdedigd, hij heeft de dapperste daden verricht. Hij kreeg een medaille van de koningin (misschien in een droom, zijn laarzen waren erg schoon). In deze laag komt een flink stuk Hongaarse historie langs: Miklos Horty, de Habsburgers, de Árpád-dynastie, Stefanus I, en Bela IV natuurlijk, als gezegd, en Dzjengis Khan. En sprekend over geschiedenis, spreekt een mens over het heden. Je kunt het niet over Hongarije hebben zonder Viktor Orbán te noemen. Of Tamás Sulyok. Of. Orbán wordt genoemd ja (het moge duidelijk zijn dat dit boek geschreven is voor mei dit jaar). Er is ook sprake van een “voorzitter”, en een “walrussnor”. Machsthebber(s?) in hedendaags Hongarije. Of daarmee op Sulyok gedoeld wordt, is mij niet helemaal duidelijk. Hij heeft immers wel een snor maar toch nauwelijks een imposante. En Orbán heeft in het geheel geen snor. Maar een mens kan Afscheid van Zsömle misschien ook opvatten als een uitnodiging om zijn kennis over Hongarije een beetje bij te spijkeren. Wel is duidelijk dat de personages in dit boek, Kada en zijn “volgelingen” niet bijzonder tevreden zijn met hoe Hongarije er in deze tijd voor staat. Maatschappijkritiek ja, maar dit boek is meer dan een louter politieke roman.

Dit doet Krasznahorkai goed. Hij laat het oordeel over Kada’s afkomst open. Ik weet niet hoe dat met u gaat als u een boek leest, ik ben er nooit bij als u zit te lezen plus daarbij als ik er wel bij was, hoe zou ik kunnen weten wat er op dat moment in uw hoofd gebeurt?, maar ik, bij boeken als deze, weet me op een zwabberend pad gestuurd. Er zijn momenten waarop ik denk dat Jószef Kada een beetje gek is, in eenzaamheid en wereldvreemdheid bevangen door een fantasie die met hem op de loop is gegaan. En soms geven andere verhaalfiguren mij hierin gelijk. Er zijn ook momenten waarop ik denk dat het zo maar waar zou kunnen zijn, misschien niet alles wat hij beweert te hebben meegemaakt, maar een belangrijk deel ervan misschien toch wel. En soms lijken bepaalde gebeurtenissen, of uitlatingen van (andere of dezelfde) verhaalfiguren dit ook te steunen. Daarbij komt Kada voor het overige ook niet totaal waanzinnig over. Integendeel. Intelligent en belezen zijn predicaten die hem goed passen. Al heeft hij ook een beetje een melodramatische natuur. En vandaar ook. Steeds twijfel. Het zou kunnen zijn dat het kan zijn maar het zou ook kunnen zijn dat het niet kan zijn, en dat is prettig in een boek.

Twijfels ook over de mensen die voorgeven hem te geloven, en hem steunen in zijn droom in de nabije toekomst koning van Hongarije te worden. Onder hen bevinden zich allicht een paar revolutionairen. Misschien geloven zij Kada, misschien ook niet, en misschien maakt het hun niks uit. Is Kada gewoon maar een pion in de staatsgreep die hun doel is. Een mafkees als afleiding, of aanjager. Maar er zijn er duidelijk ook die geloven in de monarchie als beste staatsvorm. En drijfhout is er ook. Of. Hoe zeg je dat. Dolende zielen. Zoekenden. Figuren die behoefte hebben aan een patriarch, aan zin, richting, doel (een zo’n stuk drijfhout is een wat jongere man met de naam László Krasznahorkai) (een poging van de schrijver om zichzelf een bijrolletje te geven?) (misschien, en als zo dan ontbreekt het hem niet aan zelfspot wat de László Krasznahorkai is een wat sneue figuur (een “gezette” sneue figuur), een gemankeerde muzikant, docent op een school waar hij niet geliefd is, noch bij de leerlingen, noch bij de collega’s; en zelf haat hij deze baan ook) (er bestaat trouwens ook echt een musicus met de naam László Krasznahorkai maar het is nog onwaarschijnlijker dat deze daarmee bedoeld wordt, want die Krasznahorkai maakt, overigens niet onredelijke, darkwave) (misschien is László Krasznahorkai als naam in Hongarije zoiets als bij ons Jan Janssen ofzo). In deze laag is Afscheid van Zsömle erg intrigerend want het zegt iets over menselijke verhoudingen, en wel bijna op het niveau van een sociologische studie. Mensen kunnen elkaars reddingsboei zijn, of elkaars gebruiksvoorwerp (in zekere zin is een reddingsboei ook maar een gebruiksvoorwerp). En mensen hebben vrijwel altijd een ideaal nodig. Iets om voor te vechten, voor te leven, en desnoods voor te sterven. Iets dat hun eigen leven overstijgt, en naar een hoger plan tilt. Dat kan liefde zijn, of kunst, of een of andere religie. Een politiek ideaal. Iets dat meer is, in ieder geval, dan louter de mens zelf.

Maar.

Meer?

Ja, meer nog, altijd meer, hou uw paarden (wat is dat met paarden in deze bespreking?).

Ook hier regeert de taal. De taal regeert altijd. Het is het materiaal waarvan literatuur gemaakt is en Krasznahrokai beheerst zijn materiaal tot in de puntjes. De hoofdstukken, elk van een pagina of twintig gemiddeld, bestaan steeds uit één zin. Een lange, hele lange zin, vol met komma’s, zinnen die vloeien, woorden die blijven komen. Een bewustzijnsstroom, zou je haast zeggen, haha zegt men, dat is niet hoe een bewustzijnsstroom werkt, hoe werkt een bewustzijnsstroom dan, nou dat je over straat loopt en een idee hebt en dat inspreekt en dat later uitwerkt, o dank u wel men, dat heb ik nooit geweten, maar hoe ook, hier is het duidelijk meer dan dat. Het is niet alleen maar een aaneenschakeling van wat zich in het hoofd van Jószef Kada bevindt. Gedachten. Ideeën. Overtuigingen. Het zijn ook de gesprekken, het is ook de actie, en daarenboven – een enkele keer, niet bijzonder vaak maar ook niet helemaal nooit, wisselt het perspectief naar een ander verhaalfiguur. Het is dus een gedachten-, dialogen-, waarnemingen- en gebeurtenissenstroom, en dat gaat door en door, door niets gescheiden dan door de eerder genoemde komma’s, zodat het niet altijd volledig duidelijk is wat gedacht of gezegd wordt, wat er gebeurt, wat werkelijkheid is en wat fantasie. En tijd om er over na te denken krijg je niet, want de woorden denderen wel door. Weeral als, ge begrijpt het inmiddels, het leven zelve: dat dendert ook altijd maar door. En die parallel krijgt nog meer lading. Want Afscheid van Zsömle bevat, noodzakelijkerwijs, veel herhaling. Zeker gedurende de eerste hoofdstukken is het voornamelijk Kada in zijn keuken, met zijn vazallen. En Kada is iemand die graag zijn, al of niet sterke, verhalen meerdere keren vertelt, en ook de handelingen zijn veelal repetitief: de manier waarop hij koffie zet, of hoe er, later op de avond, overgeschakeld wordt op een mandfles wijn. Altijd diezelfde, bijna rituele, handelingen. De sleur en routine die het heden is; alle schoonheid, actie en liefde is altijd in het voorbije te vinden. Tot er ineens wel wat gebeurt. En dan gebeurt het zo snel, en schrijft Krasznahorkai het zo razend op, dat de lezer (deze lezer tenminste) niet zeker weet of het zo allemaal écht plaatsvindt, of dat het alleen maar een droom, of voor mijn part een delirium van Kada is (temeer daar de gebeurtenissen aanvangen met iets wat een aantal bladzijden daarvoor nog daadwerkelijk een droom leek, een droom (?) (of vooruitwijzing?) die later tot in detail herhaald wordt), maar ineens is alles anders. Ook in deze laag spreekt Afscheid van Zsömle met vele tongen. Naar mijn mening rekent Krasznahorkai hier toch wel definitief af met het vooroordeel dat “postmoderne” literatuur (zoals dat dan geloof ik zo onbeholpen genoemd wordt) louter vorm is: door de hoofdstukken steeds in één lange, golvende, borrelende, gulpende, bulderende zin op te schrijven, zit de schrijver het leven hier zeer dicht op de huid: nu eens de ritmiek van de -bijna verstikkende- herhaling, dan geschept worden door een trein en niet meer weten wat u nu overkomt. Daar komt bij dat het een zeer hallucinante leeservaring bewerkstelligt. Laat u meevoeren door de woordenstroom, drijf, golf, meander mee op de woorden en kom pas weer bij zinnen in een totaal andere hoek van de kamer als alle 253 bladzijden gelezen zijn.

Niet dat het daarna afgelopen is. Krasznahorkai geeft genoeg om eindeloos te herkauwen. Niemand zal ontkennen dat Orbán Hongarije naar de verdommenis hielp. Maar welke staatsvorm is beter? Wat Kada voor ogen stond was evengoed een dictatuur, ergens laat hij zich ontvallen niets te moeten weten van democratie; en in een monarchie moet een koning volgens hem meer zijn dan een louter symbolisch figuur. Het zet een mens denkend over staatsvormen en hun voor- en nadelen. En of er überhaupt veel verschil is. Is een democratie niet evenzeer een dictatuur? De macht aan de massa. Maar de massa is doorgaans niet al te intelligent. Is dan een dictatuur met aan het hoofd een intelligente, integere, goedwillende figuur niet veel beter? Maar ach. Intelligente, integere en goedwillende figuren verlangen niet naar zoveel macht. Om een hele natie onder de duim te willen houden, moet je per definitie al zwaar gestoord zijn. Door wat wil u geleid worden? Door domheid of door gekte? Bakoenin oordeelde staat als dictatuur, en niet zonder reden lijkt mij. Het verschil bestaat in een fictie. Misschien zou je zelfs zo ver kunnen gaan om in Afscheid van Zsömle een kritiek op de rechtsstaat te lezen. Ofwel: hoe krom is recht. Onder ander gesternte had Kada wel degelijk koning kunnen zijn, nu staat hij onder verdenking. In het ene vereert, in het andere beschimpt. Het juridische systeem is ook een fictie, al lees ik er bij Vaihinger niet veel over terug. Een fictie die tijdsafhankelijk is. Wat in de ene tijd goede en bewonderingswaardige eigenschappen zijn: eigenzinnigheid, zelfstandig na kunnen denken, een kritische geest hebben, maken u in andere (corona-)tijden tot een staatsgevaarlijke gek, een asociaal wezen, een achterlijke “wappie”. Maar dan legt uw besprekerken Krsznahorkai allicht bedoelingen op die hij nooit gehad heeft. Al is dat net het kenmerk van goede literatuur: dat heeft altijd veel meer bedoelingen dat het heeft.

Kun je er nog meer over zeggen dan dat? Dat het prachtig is. En dat u het lezen moet. Dat. En alles wat ik hierboven gezegd heb.

Lászlo Krasznahorkai Afscheid van Zsömle

Afscheid van Zsömle

  • Auteur: Lászlo Krasznahorkai (Hongarije)
  • Soort boek: Hongaarse roman
  • Origineel: Zsömle odavan (2024)
  • Nederlandse vertaling: Mari Alfoldy
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschijnt: 9 juni 2026
  • Omvang: 255 pagina’s
  • Afmetingen: 13,7 x 21,1 x 2 cm
  • Gewicht: 330 gram
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 26,99 / € 11,99
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de Lászlo Krasznahorkai roman

De nieuwe roman van Nobelprijswinnaar László Krasznahorkai.

Over de onontkoombare krachten van verval, macht, totalitarisme, chaos en de zoektocht naar betekenis in een desolate wereld

In een afgelegen dorp in Noord-Hongarije leidt de 91-jarige gepensioneerde elektricien Józsi Kada een stil, schijnbaar betekenisloos bestaan, vergezeld door zijn hond Zsömle. In eindeloze brieven aan machthebbers ontvouwt hij een overtuiging die even verheven als wankel is: hij is, als directe afstammeling van Béla IV en Dzjengis Khan, de rechtmatige erfgenaam van de Hongaarse troon, en ziet het als zijn plicht een moreel uitgehold vaderland te redden.

Wanneer zijn geheim uitlekt, stroomt het dorp vol volgelingen, gedreven door nostalgie, wanhoop en nationalistische droombeelden. Józsi’s geest schommelt tussen verheffing en verval; zijn hond sterft en wordt vervangen, zoals ook ideologieën worden doorgegeven. Wat volgt is geen restauratie, maar ontwrichting.

László Krasznahorkai is geboren op 5 januari 1954 in Gyula, Hongarije. Hij is een van de belangrijkste Hongaarse schrijvers. In 2025 werd hem de Nobelprijs voor Literatuur toegekend voor‘een meeslepend en visionair oeuvre dat, te midden van apocalyptische terreur, de kracht van kunst bevestigt’, aldus de jury.

Bijpassende boeken en informatie

Lászlo Krasznahorkai

Lászlo Krasznahorkai romans en boeken van de Hongaarse schrijver en winnaar Nobelprijs voor de Literatuur 2025. Welke romans en ander e boeken heeft Lászlo Krasznahorkai geschreven? Waar en wanneer is hij geboren? Wat is de reden dat hij de Nobelprijs voor de Literatuur toegekend heeft gekregen.

László Krasznahorkai Honaarse schrijver winnaar Nobelprijs voor de Literatuur 2025De Hongaars schrijver Lászlo Krasznahorkai ontvangt de Nobelprijs voor de Literatuur 2025

Op donderdag 9 oktober 2025 om 13.00 uur is bekendgemaakt dat Lászlo Krasznahorkai de winnaar is van de Nobelprijs voor de Literatuur. Hij ontvangt de prijs “voor zijn meeslepende en visionaire oeuvre dat, te midden van apocalyptische terreur, de kracht van kunst opnieuw bevestigt” zo heeft het Nobelprijscomité bekend gemaakt. Hij is na Imre Kertész die de eer in 2002 te beurt viel de tweede auteur uit Hongarije die de meest prestigieuze literaire prijs ter wereld in ontvangt mag nemen.

Welke romans heeft Lászlo Krasznahorkai geschreven?

Romanschrijver Lászlo Krasznahorkai is geboren op 5 januari 1954 in Gyula, Hongarije. Hij is een zeer gewaardeerd en gelauwerd auteur die al veel belangrijke literaire prijzen heeft mogen ontvangeb. Inmiddels heeft hij zo’n tien romans geschreven waarvan een aantal in Nederlandse vertaling is verschenen.

Afscheid van Zsömle

  • Auteur: Lászlo Krasznahorkai (Hongarije)
  • Lászlo Krasznahorkai Afscheid van Zsömle recensieSoort boek: Hongaarse roman
  • Origineel: Zsömle odavan (2024)
  • Nederlandse vertaling: Mari Alfoldy
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschijnt: 9 juni 2026
  • Omvang: 255 pagina’s
  • Afmetingen: 13,7 x 21,1 x 2 cm
  • Gewicht: 330 gram
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 26,99 / € 11,99
  • Roman bestellen >
  • Inhoud roman: Over de onontkoombare krachten van verval, macht, totalitarisme, chaos en de zoektocht naar betekenis in een desolate wereld In een afgelegen dorp in Noord-Hongarije leidt de 91-jarige gepensioneerde elektricien Józsi Kada een stil, schijnbaar betekenisloos bestaan, vergezeld door zijn hond Zsömle. In eindeloze brieven aan machthebbers ontvouwt hij een overtuiging die even verheven als wankel is: hij is, als directe afstammeling van Béla IV en Dzjengis Khan, de rechtmatige erfgenaam van de Hongaarse troon, en ziet het als zijn plicht een moreel uitgehold vaderland te redden…lees verder >

Lászlo Krasznahorkai HERSCHT07769 recensieHERSCHT07769

  • Auteur: Lászlo Krasznahorkai (Hongarije)
  • Soort boek: Hongaarse roman
  • Origineel: HERSCHT07769 (2021)
  • Nederlandse vertaling: Mari Alfoldy
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschijnt: 23 november 2023
  • Omvang: 400 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 34,99 / € 14,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris
  • Inhoud roman: In een stadje ergens in het oosten van Duitsland, met de omineuze naam Kana, strijken neonazi’s neer. De inwoners bekijken hen met angst en argwaan. Alleen Florian Herscht denkt iedereen te vriend te kunnen houden. Hij is een behulpzame bodybuilder die bang is voor tatoeages en gelooft dat het einde der tijden nabij is. Om iedereen te waarschuwen voor de naderende catastrofe, schrijft hij brieven aan de Duitse bondskanselier Angela Merkel, , met als retouradres HERSCHT07769…lees verder >

Lászlo Krasznahorkai Baron Wenckheim keert terug recensieBaron Wenckheim keert terug

  • Schrijver: Lászlo Krasznahorkai (Hongarije)
  • Soort boek: Hongaarse roman
  • Origineel: Báró Wenckheim hazatér (2016)
  • Nederlandse vertaling: Mari Alföldy
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschenen: 3 september 2019
  • Omvang: 496 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 32,99 / € 14,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris
  • Inhoud roman: In een kleine Hongaarse stad verspreidt zich het gerucht dat Béla Wenckheim, een rijke aristocraat, uit Argentinië terugkeert. Steeds meer mensen rekenen erop dat hij veel geld meebrengt, waardoor de stad weer tot bloei zal komen. Hij wordt dan ook feestelijk onthaald. Maar als de baron door een reeks tragikomische misverstanden onverwacht overlijdt, komt de gedesillusioneerde bevolking in opstand…recensie lezen >

Meer boeken en romans van Lászlo Krasznahorkai

Bijpassende boeken en informatie

Afbeelding bovenzijde: CC BY-SA 4.0

Lászlo Krasznahorkai – HERSCHT07769

Lászlo Krasznahorkai HERSCHT07769. Op 23 november 2023 verschijnt bij uitgeverij Wereldbibliotheek de Nederlandse vertaling van de roman van de Hongaarse schrijver Lászlo Krasznahorkai. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman en de uitgave. Daarnaast is er aandacht voor de boekbesprekingen en recensie van HERSCHT07769 van Lászlo Krasznahorkai.

Lászlo Krasznahorkai HERSCHT07769

Lászlo Krasznahorkai is op 5 januari 1954 geboren in het Hongaarse stadje Gyula. Als afstammeling van Joodse ouders en groeide op in een middenklasse gezin studeerde hij rechten.

Zijn debuutroman Sátántangó verscheen in 1985 werd in het Nederlands vertaald als Satanstango. Daarna schreef nog zo’n zevental romans, verhalenbundels non-fictie boeken waarvan een aantal in het Nederlands is vertaald.

Lászlo Krasznahorkai HERSCHT07769 recensie

  • “Het is lang geleden dat ik zo dol ben geworden op een hoofdrolspeler als Florian Herscht. Helaas kun je nooit stoppen met lezen in dit boek.” (Ingo Schulze)
  • “Dat László Krasznahorkai de Nobelprijs nog niet heeft gekregen is slechts een kwestie van tijd.” (De Standaard der Letteren)

Lászlo Krasznahorkai HERSCHT07769.

HERSCHT07769

  • Auteur: Lászlo Krasznahorkai (Hongarije)
  • Soort boek: Hongaarse roman
  • Origineel: HERSCHT07769 (2021)
  • Nederlandse vertaling: Mari Alfoldy
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschijnt: 23 november 2023
  • Omvang: 400 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 34,99 / € 14,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Lászlo Krasznahorkai

In een stadje ergens in het oosten van Duitsland, met de omineuze naam Kana, strijken neonazi’s neer. De inwoners bekijken hen met angst en argwaan. Alleen Florian Herscht denkt iedereen te vriend te kunnen houden. Hij is een behulpzame bodybuilder die bang is voor tatoeages en gelooft dat het einde der tijden nabij is. Om iedereen te waarschuwen voor de naderende catastrofe, schrijft hij brieven aan de Duitse bondskanselier Angela Merkel, met als retouradres HERSCHT07769, die onbeantwoord blijven. Maar zijn onschuld maakt hem helderziend, want plotseling verschijnen er wolven aan de oostelijke rand van het bos. Is de apocalyps echt aanstaande?

László Krasznahorkai sleurt de lezer mee in een maelstroom van verbeelding, melancholie, humor en ondoorgrondelijk sarcasme. Het resultaat: een onheilspellende roman die anderhalf jaar na verschijnen profetisch genoemd kan worden.

László Krasznahorkai is geboren op 5 januari 1954 in Gyula, Hongarije. Op 9 oktober 2025 is bekendgemaakt dat aan de Hongaarse schrijver de Nobelprijs voor de Literatuur is toegekend.

Bijpassende boeken

Olivier Guez – Grand Tour Europa

Olivier Guez Grand Tour Europa recensie en informatie boek met verhalen over Europa van auteurs uit alle landen van de Europese Unie. Op 23 augustus 2023 verschijnt bij uitgeverij Meulenhoff het boek met essays en verhalen over Europa, samengesteld door Olivier Guez.

Olivier Guez Grand Tour Europa recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van Grand Tour Europa, Een zelfportret van Europa door hedendaagse schrijvers. Het boek is samengesteld door Olivier Guez. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van het nieuwe boek met essays en verhalen van auteurs uit elk land van de Europese Unie.

Grand Tour Europa

Een zelfportret van Europa door hedendaagse schrijvers

  • Auteurs: Diverse Europese auteurs
  • Samensteller: Olivier Guez (Frankrijk)
  • Voorwoord: Caroline de Gruyter
  • Soort boek: verhalen, non-fictie
  • Uitgever: Meulenhoff
  • Verschijnt: 23 augustus 2023
  • Omvang: 446 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 29,99 / € 19,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Schrijfsters en schrijvers van de verhalen en essays

  • Tiit Aleksejev (Estland)
  • Fernando Aramburu (Spanje)
  • Jan Brokken (Nederland)
  • Stavras Christodoulou (Cyprus)
  • Jens Christian Grøndahl (Denemarken)
  • Michal Hvorecky (Slowakije)
  • Jānis Joņevs (Letland)
  • Lidia Jorge (Portugal)
  • Kapka Kassabova (Bulgarije)
  • Daniel Kehlmann (Duitsland)
  • Marylis de Kerangal (Frankrijk)
  • Lászlo Krasznahorkai (Hongarije)
  • Björn Larsson (Zweden)
  • Norman Manea (Roemenië)
  • Immanuel Mifsud (Malta)
  • Sofi Oksanen (Finland)
  • Jean Portante (Luxemburg)
  • Rosella Postorino (Italië)
  • Olja Savičević (Kroatië)
  • Ersi Sotiropoulos (Griekenland)
  • Lize Spit (België)
  • Brina Svit (Slovenië)
  • Colm Tóibín (Ierland)
  • Kateřina Tučková (Tsjechië)
  • Agata Tuszynska (Polen)
  • Tomas Venclova (Letland)

Flaptekst van het boek met verhalen uit Europa

Europa is onze geschiedenis én onze toekomst. Zevenentwintig literaire auteurs – één per lidstaat – geven hun visie op ‘hun’ Europa. In niet eerder gepubliceerde verhalen, essays en reportages verstrengelen herinneringen, opvattingen en ideeën zich tot een portret van de Europese Unie. De bijdragen in deze bundel laten zien hoe sterk de landen van de EU met elkaar verbonden zijn, maar ook hoe kwetsbaar Europa is.

De titel Grand Tour Europa verwijst naar de rondreis door Europa die welgestelde jongeren in de achttiende en negentiende eeuw moesten maken om hun horizon te verbreden. Deze Grand Tour levert een uniek panorama van de hedendaagse Europese literatuur, een zelfportret van het continent door zijn beste auteurs.

Bijpassende boeken en informatie

Lászlo Krasznahorkai – Baron Wenckheim keert terug Recensie

Lászlo Krasznahorkai Baron Wenckheim keert terug recensie van Tim Donker van deze Hongaarse roman.

Lászlo Krasznahorkai Baron Wenckheim keert terug recensie

En zit ik. En kijk. Uit het raam bijvoorbeeld. En denken (straks de gordijnen sluiten). En denken (dat het Satie was die gezeid haadt dat ervaring een vorm van verlamming is, en niet Kierkegaard zoals ik gister nog de buurman trachtte diets te maken). En denken (aan morgen denken). En denken (aan gisteren denken). En denken (aan groenteman en wat zullen we vanavond eten denken). En denken (is het mogelijk om onbevooroordeeld een boek te lezen?). Denken, en soms denk je dan ineens iets dat je tussen de haakjes vandaan wilt halen, dat je nader wil denken, dat je beter wil denken, dat je geheel momenteelderlijk meer aandacht waard acht dat een korte gedachteflits tussen vele andere.

Is het mogelijk om onbevooroordeeld een boek te lezen? Het is mogelijk dat het mogelijk is, maar het is ook heel goed mogelijk dat het niet mogelijk is. Bijvoorbeeld als je een schrijver kent. En je hem niks vindt, of juist alles. Of je las niets ván de schrijver maar des te meer óver hem. Of je buurman, die onvermijdelijke buurman (maar na uw nakende verhuis gaat hij wel uit uw recensies verdwijnen, let maar op) zei er al eens iets over. En anders heb je altijd dat stomme achterplat nog.

Van László Krasznahorkai las ik een kortverhaal, ooit. In Terras. Dat moet geweest zijn in de dagen dat mijn laatst zeven geworden zoon nog een baby was. Enkele dingen van dat kortverhaal zijn me bijgebleven. Dat het De Laatste Boot heette, bijvoorbeeld. En dat het in de wij-vorm geschreven was. De wij-vorm komt niet heel vaak voor en zo’n veelkoppige (of toch: meerkoppige) hoofdpersoon intrigeert altijd weer vanwege zijn mysterieuze onbepaaldheid. Dat het, dat dat kortverhaal kbedoel, een sfeer van fatalisme in zich droeg, van laatste dagen, van einde of misschien zelfs voorbij daar, voorbij het einde. Dat ik er desondanks een paar keer om moest lachen. De laatste zin. Die herinner ik me ook nog. “Dat daar was Hongarije”. Zo luidde die zin. Ik uitte die zin soms nog wel eens hardop. Gewoon zomaar. Zonder aanleiding. Dan stond ik op zolder, dan zocht ik naar iets dat ik niet vond, en dan zei ik in het licht van een kaal peertje “Dat daar was Hongarije”. Niet omdat het ergens op sloeg, maar omdat me het een zin leek die men af en toe moest uiten.

En óver Krasznahorkai las ik ook. Misschien was dat later, misschien was dat vroeger, ik nie weet nie, en wat maakt het uit ommers, wie keek er op zijn almanack, wie nam nota? In nY las ik iets over hem dat me denkend zette. Het ging over Satanstango. Het zette me denkend. Dat ik Satanstango eens moest gaan lezen gaan, was wat ik dacht. Ik weet niet meer waarom ik dat dacht, hoe het schrijven was dat ik dacht dat ik dat moest gaan lezen gaan. Ik heb het uiteindelijk nooit gelezen. Zo gaat dat met gedachten. Die komen op, en die gaan weer weg en vaker wel dan niet blijven ze zonder gevolg.

Ook Baron Wenckheim keert terug heeft een achterplat. Dat las ik. Ik las: “In een kleine Hongaarse stad verspreidt zich het gerucht dat Béla Wenckheim, een rijke aristocraat, uit Argentinië terugkeert. Steeds meer mensen rekenen erop dat hij veel geld meebrengt, waardoor de stad weer tot bloei zal komen. Hij wordt dan ook feestelijk onthaald. Maar als de baron door een reeks tragikomische misverstanden onverwacht overlijdt, komt de gedesillusioneerde bevolking in opstand. Er breekt een enorme brand uit in de stad. De enige overlevende is een idioot die uit het gesticht is weggelopen en boven op de watertoren een liedje zit te zingen.”

En ik dacht Dat daar was Hongarije.

En ik dacht, door achterplat, door nY, door kortverhaal maar ook door de niet misse dikte van het boek (496 bladzijden) dat ik een boek ging lezen over een baron, over geld, over ondergang, een boek dat ongetwijfeld zou gaan over veel meer dan waar het over ging: een boek over verdoemenis & einde & wereldbrand & dood; een Grote Europese Roman misschien wel – met ongetwijfeld een of andere boodschap van politieke aard.

Dus nee. Zelfs int geval van een schrijver die ik maar nauwelijks ken. Nee. Het is niet mogelijk onbevooroordeeld een boek te gaan lezen. Maar ik las. En in eerste ging het helemaal niet over een baron, maar over een dirigent. Een niet al te aardige dirigent. Maar goed, het was een vooraf, een “waarschuwing” nog voor de roman begon, dus ik las door, en kwam zo als vanzelf bij iets dat misschien wel het eerste hoofdstuk was. En nog ging het niet over een baron. Nu ging het over een Professor, die zich had teruggetrokken in een provisorische hut in het bos. Hij verschanste zich daar tegen zijn dochter (waar hij nooit naar om had gekeken, of van wier bestaan hij misschien niet eens wist, het werd me niet zo op één twee drie duidelijk) en tegen de pers en tegen allerlei gedoe dat daar buiten gaande was en ik dacht dat mijn sympathie misschien op de hand van die Professor moest zijn maar ik wist het nog niet zo net.

Misschien. Volgende boekdeel (RAM), volgende hoofdstuk (Bleek, veel te bleek), ergens een station, en een elegant geklede heer: HA!, gaat het nu dan toch over een baron gaan?

Wel. Eigenlijk gaat Baron Wenckheim keert terug in zijn geheel niet over baron Wenckheim, of diens terugkeer. Wenckheim heeft er zelfs een vrij minieme rol in. Er is in het eerste deel van het boek inderdaad sprake van een baron Wenckheim die terug zou keren naar dat kleine Hongaarse stadje en voorspoed en welvaart met zich mee zou brengen. Maar meer dan over de feitelijke terugkeer van de feitelijke baron gaat het om alle verwachtingen, alle rumoer, alle geruchten, alle vooronderstellingen, alle gepraat daaromheen. Het eerste deel zou je dierhalve kunnen kenschetsen als een sociaal-politieke versie van Wachten op Godot. Maar ik moest ook herhaaldelijk denken aan De verlossing van Robert Pinget. En omdat het boek niet werkelijk een persoon als hoofdpersoon heeft, maar veeleer een stad of een volk: ge moogt gerust ook John Dos Passos in gedachten nemen. Al vind ik dat Krasznahorkai wel zijn hoed mag afnemen voor Dos Passos maar dat ben ik maar; ik vind dat bijna iedereen zijn hoed moet afnemen voor John Dos Passos.

Maar je kunt verder gaan. Baron Wenckheim keer terug zit propvol, propvol dingen die eigenlijk voornamelijk níet gebeuren. Een ongebeuren dat door het door zichzelf opgehitste volk continu tot gebeuren wordt gemaakt. Een tirannenroman waarin nu eens het volk zelve zijn eigen tiran is? Waarom niet. Ik probeer er nog één: een parodie op het nieuwe testament. Of misschien wel een aanval op elk geloof als zodanig. De menselijke nood aan een Messias, aan een goeroe, aan een held, aan een god. In ieder geval een onuitputtelijk boek. Dat uitput, maar daarover later meer.

De meest eigenlijke gebeurtenis in het boek krijgt het minste aandacht. De baron gaat dood & daarmee verpest ik niks voor mensen die nog gaan lezen gaan want dit staat gewoon te lees op het achterplat. Na de dood van het baron verandert de sfeer van het boek. Van een hoopreligie in een ondergangsreligie, of: van het eerste testament in het Boek der Openbaringen. Ineens gebeuren er dingen, gebeuren er werkelijk dingen: weg zijn de verwachtingen, de vermoedens, het praten over. In plaats daarvan een onophoudelijke reeks plagen en rampen van bijbelse –en soms absurde- proporties. Dit tweede deel vond ik minder sterk. In het suggereren van gebeurtenissen is Krasnahorkai beduidend sterker dan in het werkelijk laten gebeuren van gebeurtenissen. Hoewel ik in het eerste deel ook af en toe moest lachen, of bijna lachen, blijft een verstikkend, vervreemdend, dreigend sfeertje overeind dat het boek zijn kracht meegeeft. In het tweede deel zijn sommige van de plagen die de bevolking overvallen zo absurd dat ik er gelijk een Evil Dead-achtige horrorfilm alleen maar mee lachen kon (zonder nog iets van verstikking, keelsnoering of ontzetting te voelen). Andere scénes hadden dan weer niet misstaan in een boek van Stephen King en zoiets kan nauwelijks als compliment gelden. Het eind doet het boek naar mijn smaak te weinig recht.

Is wat ik dacht, wat ik al lezende dacht, maar dan weer werd ik teruggeworpen op mijn eigen gedacht en vroeg ik me af of ik niet al te vroegtijdig al die dingen had gedacht. Aan het einde van het boek primeert dan ook de vraag wat de ef ik hier nu eigenlijk heb zitten lezen. De Grote Europese Roman? De Grote Hongaarse Roman? De Grote Hongaarse Anti-Roman? Of: De Grote Anti-Hongaarse Roman? (in het tweede deel circuleert een geschrift waarin het Hongaarse volk ongenadig gehekeld wordt). Iets groots alleszins. Iets Dos Passos-achtigs.

Ja ja ja ja Dos Passos, daar is hij weer. Lezende van de baron, en van een gemeenschap en een volk dat het Hongaarse is (dat daar was Hongarije) bekroop me meer en meer het gevoel dat dit boek maar één bouwsteen van een veel groter geheel is – zo lang na de USA-trilogie nu dan eindelijk een waardig Europees antwoord in de vorm van een cyclus die over Hongarije of Europa of voor mijn part de hele wereld zal blijken te gaan. En later, toen het nacht was en ik moe, las ik ergens op dat onmetelijke grote Internet iets dat dat vermoeden bevestigde – Baron Wenckheim keert terug en Satanstango en De melancholie van het verzet en een vooralsnog niet in het Nederlands vertaald werk zouden samen één geheel vormen. Maar dat was laat en ik was moe en later, later nog, kon ik niet goed meer terugvinden waar ik dat gelezen had en begon ik denken dat ik het misschien maar gedroomd had (want ja zo maf droom ik wel, of zo saai zo je wilt).

Of misschien iets dat het lezen zelve ondergraven wil: vanaf het moment dat baron Wenckheim daadwerkelijk terug is, verandert de toon: de dreiging, het gefluister, de ophitserijen zijn weg, de dodelijke ernst van een volk dat zichzelf onomkeerbaar toestuwt naar een totale ondergang maakt plaats voor een idiote reeks voorvalletjes, sitcom-achtige misverstanden, zotterniën en bijna slapstick-achtige situaties; Krasznahorkai trekt in één ruk de angel uit de zorgvuldig opgebouwde ernst – alsof hij de lange neus wil trekken naar de serieusheid waarmee de lezer het werk tot dan toe dacht te moeten betrachten (zegt Zappa (tegen Ivo Nihil dan nog) (God betere het): “I think seriousness itself is something to be laughed at.”). En dan komt die totale ondergang tóch. Alsnog. Dachten we net dat het allemaal toch alleen maar was om mee te lachen, stort de hele klerezooi des te harder voor onze ogen in elkaar. Ja, des te harder ik zeg want de totale ondergang is wel een beetje overdreven in zijn totaliteit: zo potsierlijk, zo bijbels, een straf vanuit Den Hogen, geheel losstaand als het is van ieder menselijk handen. De straffen Gods zijn altijd al overdreven geweest, en onbegrijpelijk dus de idee dat het het volk zelve was dat zich lemmingen gelijk in de afgrond aan het storten was, kan hierbij het raam uit. Het niet-gebeuren leek mij in het eerste deel zo belangrijk; een niet-gebeuren dat zich door verwachtingen, aannames, vooroordelen, gepraat en geroddel tot gebeuren bracht maar dan wel een ander gebeuren dan in eerste instantie voorzien. Zoals door wereldomvattend, even hysterisch als ignorant beleid in deze tot “corana crisis” gebombardeerde tijden eveneens een niet-gebeuren tot een catastrofaal gebeuren wordt gebracht, zij het dat nu angst de motor is en niet hoop zoals in Baron Wenckheim keert terug. De plagen uit het laatste deel staan echter zodanig los van alles wat daaraan vooraf ging dat mijn begrip van dit boek als gaand over een volk dat zichzelf “doodzevert” wel een verkeerd begrip moet zijn (zegt Stevie Wonder: “Some people like to understand you a little bit too damn quickly.”).

Maar het lijkt onwaarschijnlijk dat Krasznahorkai dít boek geschreven zou hebben, als hij alleen maar wilde spelen met de verwachtingen, de interpretaties en het begrip van de lezer; het lijkt ook onwaarschijnlijk dat het hier om louter vingeroefeningen gaat (es kijken of ik net zo goed humoristisch als ernstig schrijven kan!), al treft men in dit boek menig een register aan: filmisch, filosofie, psychologische thriller, drama, vervreemding, absurdisme, eurocrime, dandyïsme, decadentisme, sociaal commentaar, politiek pamflet, een gemankeerde liefdesgeschiedenis. Deze en nog vele andere lezingen van dit boek zijn verdedigbaar en toch is dit geen literaire spierballerij van een schrijver die koste wat het kost zijn kunnen wil tonen en daarom het schier onverenigbare aan elkaar aan het schrijven is. Nee. Het is duidelijk. Baron Wenckheim keert terug moet Iets zijn. En Iets is nooit “zomaar wat”.

Hoe Ietserig dit voor me staat, komt –toegegeven- gedeeltelijk voort uit het feit dat ik dus niet onbevooroordeeld aan Baron Wenckheim keert terug heb kunnen beginnen. Het kortverhaal dat ik las, het stuk in nY en het achterplat – het zei me allemaal: Krasznahorkai is een Groot Schrijver (en Grote Schrijvers zwetsen niet). Maar de idee dat deze 496 pagina’s meer willen zijn dan vrijblijvend vermaak of een intellectualistisch spelletje met de Geoefende Lezer, dank ik toch voornamelijk aan Krasznahorkais schrijfstijl. Deze man vraagt veel van zijn lezers. Nee. Hij eist. Baron Wenckheim keert terug bestaat uit lange, meanderende zinnen die zich veelal herhalen en hernemen, zinnen die drie stappen voorwaarts zetten en dan weer twee terug, zodat aan het begin van de zin niet te voorzien is hoe die –bladzijden verder- zal eindigen. De vele komma’s die men hierbij onderweg tegen komt deden mij aan Claude Simon denken, de merkwaardige, enigszins brokkelige zinsbouw aan De Kalkfabriek van Thomas Bernhard (van een ander meesterwerkje gesproken!). Doorgaans wisselt de focalisator per paragraaf en uiteraard maakt de nieuwe spreker zich niet direct kenbaar zodat de lezer nogal eens ettelijke regels nodig heeft voor hij weet wie er nu weer aan het woord is. Alsof dit een boek is waar je steeds weer opnieuw in moet beginnen; steeds weer opnieuw “even in moet komen” was een aantekening die ik een keer op een voddig kladje schreef. De paragrafen die worden gezien door de ogen van De Professor willen dan ook nog wel eens filosofisch zijn; vrij hard filosofisch eigenlijk. Ik ga niet zeggen dat je filosofie gestudeerd moet hebben om deze passages te begrijpen maar enige affiniteit met dit vakgebied is zeker niet onontbeerlijk. Krasznahorkai vult zijn zinnen paginabreed uit, er wordt weinig gedialogiceerd, er zijn geen witregels, slechts af en toe een inspringing, dus het gaat hier om honderden pagina’s aan massieve tekstblokken; papierverspilling kan men deze schrijver niet verwijten. Eenmaal begonnen aan een paragraaf zit de lezer “vast”, net als, eertijds, bij Eden eden eden van Pierre Guyotat (en ook daar maakten we de ontmenselijking van een volk van nabij mee) (ow, zou Krasznahorkai Guyotat gelezen hebben, peinst gij?).

Waarmee maar gezegd wil zijn: Baron Wenckheim keert terug is geen boek voor tussendoor. Het paste ook niet echt goed in mijn leesgewoonten. Ik heb slechts zeer zelden de luxe een uur of langer aan één stuk te kunnen lezen. In de tien minuten die na het schrijven en de huishoudelijke taken nog wel eens over willen zijn vooraleer ik de kinderen uit school moet gaan halen, greep ik, het zal u niet verbazen, meestal niet naar dit boek. Ook is het geen wcliteratuur en voor het bad – om een andere favoriete leesplek van me te noemen – was het eveneens een weinig te zwaar, zowel in letterlijke als in figuurlijke zin. Op het soort avonden dat iedereen vroeg genoeg in bed lag om mij nog enige uren te vergunnen tot mijn eigen uiterste bedtijd, bleek ik vaak te moe – of in ieder geval toch, te moe voor dít boek. Hoewel ik Baron Wenckheim keert terug grosso modo een fantastisch boek vond, moest ik iedere keer iets overwinnen om er in verder te lezen. Greep ik op het laatste moment toch liever naar iets lichters. Mwah. Ik weet niet. Markies De Sade ofzo, of De moeilijke dood, of Deleuze, of de bijbel – o haast alles leek me steeds weer verteerbaarder om mijn zuurverwonnen leesminuutjes mee op te vullen dan Baron Wenckheim (ik heb dan ook ruim een half jaar over dit boek gedaan, mensen). Dit is het hem nu juist: Krasznahorkai wil geen minuutjes van je. Hij wil je niet op een bankje op het plein onder het flauwe mom dat je dan de kinderen een beetje in de gaten kunt houden. Hij neemt geen genoegen met een portje in de zetel terwijl je gedachten steeds maar blijven uitgaan naar die dikke envelop die vandaag binnenkwam en wat daar in zou zitten. Krasznahorkai vraagt – nee: eist- meer. Veel meer.

Zegt Rokus Hofstede: “Ik val in deze gedichten als een steen in de vijver.” (geen idee meer waar hij dat zei of over welke gedichten; ik weet alleen nog maar dat ik het hem niet echt navoelde). Wel. Voorwaar. Ik zeg u. Gij zijt de steen. En de baron is de vijver. Maar gij zijt het niet, die in de vijver valt: de vijver valt over u. Telkenmale ge dit boek opendoet stort heel die vijver over u heen. En ge hebt maar te zwemmen.

En om godswil: zwem! Laat u meevoeren. Drijf, vloei, dobber, bulder en verzuip. Golf mee op de cadans van deez hier woorden. Doe het, en doe het goed. En de hallucinante schrijfstijl van Krasznahorkai brengt u in de fabelhafste der trances. Geef de woorden de toewijding die ze verdienen en u zal loskomen van de aarde. Toewijding geven – dat had de eindredacteur beter ook gedaan. Missers als “de echte, die kan allen tante Ibolyka maken” of “de deelnemers […] waren verbluf” horen natuurlijk in geen enkel boek thuis maar hier breekt het – geheel momenteelderlijk weliswaar, maar toch – de trance. En tussendoor ontwaken wil je niet als je je er eindelijk aan overgegeven hebt.

Ook het einde van het boek, het zal u inmiddels niet meer verbazen, vond ik een snuif minder trancewaardig. De gezichtspunten wisselen sneller, er gebeurt teveel, het gebeuren is te grotesk, een enkele passage had zelfs niet misstaan in één van de 100 000 boeken van Stephen King (stephen king stephen king, noemde ik hem al eerder? het voelt alsof ik hem al eerder noemde maar ik heb geen zin om terug te scrollen). Doch misschien zal binnen één of ander Groter Geheel dat nu wat teleurstellende eind zin en betekenis krijgen. En sowieso biedt dit boek al zoveel dat het niet al eens teleurstellend zou mogen zijn: filosofie, trance, hypnose, dreiging, tragiek, duisternis, humor en uitgepuurde schoonheid a la: “waar hij naar links keek, in de richting van Békéscsaba, tevens de richting van de wereld, want die kant op was de wereld, in de ogen van de bewoners van de stad bevond zich de wereld van de onuitputtelijke mogelijkheden links van het stationsgebouw”; zelden las ik een mooiere typering van de grootsheid van het kleinstedelijke denken!

Natuurlijk. Misschien moet je niet onbesuisd beginnen aan Baron Wenckheim keert terug. Misschien moet je een Plan hebben. Ga naar ergens een eiland ofzo. Of een klooster, of een verlaten kasteel. Zorg dat er voedsel is, en drank. En misschien wat muziek ofzo. Maar verder niks. En dan na. En later. Een ander mens zullen zijn. Moest blijken dat het waar is van die cyclus en je wilt het geheel ineens lezen, omdat dat meer gaat zijn dan de som der delen; en elk boek zou geschreven zijn in deze stijl – dan zit je natuurlijk wel minimaal een jaartje of langer vast op dat eiland of in de klooster of kasteel. Maar dit is waar het de literatuur menens is, en daar moet je iets veil voor hebben.

Recensie van Tim Donker

Lászlo Krasznahorkai Baron Wenckheim keert terug Recensie

Baron Wenckheim keert terug

  • Schrijver: Lászlo Krasznahorkai (Hongarije)
  • Soort boek: Hongaarse roman
  • Origineel: Báró Wenckheim hazatér (2016)
  • Nederlandse vertaling: Mari Alföldy
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschenen: 3 september 2019
  • Omvang: 496 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 32,99 / € 14,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de roman van de Hongaarse schrijver Lászlo Krasznahorkai

In een kleine Hongaarse stad verspreidt zich het gerucht dat Béla Wenckheim, een rijke aristocraat, uit Argentinië terugkeert. Steeds meer mensen rekenen erop dat hij veel geld meebrengt, waardoor de stad weer tot bloei zal komen. Hij wordt dan ook feestelijk onthaald. Maar als de baron door een reeks tragikomische misverstanden onverwacht overlijdt, komt de gedesillusioneerde bevolking in opstand.

Er breekt een enorme brand uit in de stad. De enige overlevende is een idioot die uit het gesticht is weggelopen en boven op de watertoren een liedje zit te zingen. Met de ene na de andere krachtige scène leidt Krasznahorkai de lezer door zijn verhaal, even ironisch verteld als zijn eerdere werk maar dit keer veel openlijker humoristisch. De ondergang lokt ons met een grijns.

László Krasznahorkai is geboren op 5 januari 1954 in Gyula, Hongarije. Op 9 oktober 2025 is bekendgemaakt dat aan de Hongaarse schrijver de Nobelprijs voor de Literatuur is toegekend.

Bijpassende boeken en informatie