Lászlo Krasznahorkai Afscheid van Zsömle recensie, review en informatie nieuwe roman van de Hongaarse Nobelprijswinnaar. Op 9 juni 2026 verschijnt bij Uitgeverij Wereldbibliotheek de Nederlandse vertaling van Zsömle odavan, de roman geschreven door Lászlo Krasznahorkai, de uit Hongarije afkomstige schrijver. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.
Lászlo Krasznahorkai Afscheid van Zsömle recensies en reviews
Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Afscheid van Zsömle, de roman van Lászlo Krasznahorkai, de Hongaarse winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur in 2025, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
Recensie van Tim Donker
En ja zeggen. En ja zeggen en knikken en op het boek tikken, dit boek, Afscheid van Zsömle van László Krasznahorkai, en dit is er weer zo één zeggen, en ja zeggen, en knikken, en tikken op dit boek. Want daar zit je, jij, t besprekerken, aan tafel, achter laptop, en hier heb je er weer zo één, weer dat soort boek, een boek met zoveel lagen, hoeveel, je weet het niet, je telt de lagen nooit, en je weet ook niet zo goed hoe je het nu moet aanpakken, wat je erover moet zeggen, hierover, over dit boek, over Afscheid van Zsömle van László Krasznahorkai, dat weer zo’n meerlagig boek is, en je wil recht doen aan iedere laag. Misschien kun je beginnen, denk je, met de meest elementaire laag. Want in de allerkaalste essentie is Afscheid van Zsömle misschien gewoon maar het verhaal van een alleenstaande oude man. József Kada, 91 jaar, gepensioneerd elektricien. Zijn vrouw is er niet meer, allang niet meer, zijn dochter heeft het contact verbroken, zijn kleinkinderen ziet hij nooit, hij heeft alleen maar zijn hond, Zsömle. En Zsömle is ook al erg oud, en Zsömle gaat dood, en wordt vervangen door een nieuwe hond die ook Zsömle als naam krijgt. Want Kada’s honden hebben altijd Zsömle geheten, en zo moet dat zijn want zo is het goed. Dit is het verhaal dat je tragisch kunt noemen, of treurig, of schrijnend misschien; het is het verhaal van alle mensen. Je hebt een dat leven, en dan, vanaf een bepaalde leeftijd gaan je dingen ontvallen. Je gaat met pensioen, en daar gaat dan je arbeidzame leven. Je was getrouwd, en degene met wie je je leven deelde gaat dood. Je had kinderen maar die verhuizen, of emigreren, of je spreekt ze om andere redenen nog maar zelden of misschien zelfs wel nooit meer. Dingen hadden nut, er was een bepaalde zin, en dan ineens is het er allemaal niet meer. Treurig misschien ja, maar hoe gaan dingen. Zoals ze gaan, hoor ik u antwoorden, en dan spreekt gij recht en niet krom.
En zitten, en denken, en ja zeggen, en mompelen dat een boek, elk boek, het meest eenvoudige zelfs nog wel, altijd meer is dan zijn allerkaalste essentie, anders zou het immers niet de allerkaalste essentie zijn (een boek heeft wel een kop en ook een staart maar een boek is nooit een paard), dan was het gewoon gans het boek. Misschien is het de leeftijd, misschien is het zijn wat teruggetrokken bestaan, misschien een bepaald gemis. Misschien is Jószef Kada gewoon wat wereldvreemd. Of misschien is er toch nog iets anders aan de hand. Maar hoe het ook zij, de man heeft zich in zijn hoofd gehaald dat hij in directe lijn afstamt van Bela IV en als zodanig ook een nazaat te zijn van Dzjengis Khan. Van koninklijke bloede dus, deze Kada, en gezien de deplorabele staat waarin Hongarije heden ten dage verkeert, is het misschien eens tijd dat het land terugkeert naar de monarchie. Met Jószef Kada op de troon. Hij zou in zijn rijke verleden al ooit eens, weliswaar min of meer symbolisch, gekroond zijn. In het diepste geheim. Maar geheimen zijn zo diep nog niet of ze komen uit. Er heeft zich rond Kada een groepje vertrouwelingen geschaard die weten van zijn geheime erfopvolging, en zijn droom delen. Avond aan avond komen ze samen in het huis van Kada. En Kada maar praten. Over alles dat was, eenmaal. Hij heeft “Sjimmie Karter” nog gesproken, hij heeft gezwommen in de Béga met Johnny Weismüller, toen ze nog jongens waren (en het water was nog proper en hun voeten stonden nog waterpas). Een stormachtige relatie met een actrice, ja dat was er ook nog. En hij is een oorlogsheld, hij heeft tallozen gered, het land verdedigd, hij heeft de dapperste daden verricht. Hij kreeg een medaille van de koningin (misschien in een droom, zijn laarzen waren erg schoon). In deze laag komt een flink stuk Hongaarse historie langs: Miklos Horty, de Habsburgers, de Árpád-dynastie, Stefanus I, en Bela IV natuurlijk, als gezegd, en Dzjengis Khan. En sprekend over geschiedenis, spreekt een mens over het heden. Je kunt het niet over Hongarije hebben zonder Viktor Orbán te noemen. Of Tamás Sulyok. Of. Orbán wordt genoemd ja (het moge duidelijk zijn dat dit boek geschreven is voor mei dit jaar). Er is ook sprake van een “voorzitter”, en een “walrussnor”. Machsthebber(s?) in hedendaags Hongarije. Of daarmee op Sulyok gedoeld wordt, is mij niet helemaal duidelijk. Hij heeft immers wel een snor maar toch nauwelijks een imposante. En Orbán heeft in het geheel geen snor. Maar een mens kan Afscheid van Zsömle misschien ook opvatten als een uitnodiging om zijn kennis over Hongarije een beetje bij te spijkeren. Wel is duidelijk dat de personages in dit boek, Kada en zijn “volgelingen” niet bijzonder tevreden zijn met hoe Hongarije er in deze tijd voor staat. Maatschappijkritiek ja, maar dit boek is meer dan een louter politieke roman.
Dit doet Krasznahorkai goed. Hij laat het oordeel over Kada’s afkomst open. Ik weet niet hoe dat met u gaat als u een boek leest, ik ben er nooit bij als u zit te lezen plus daarbij als ik er wel bij was, hoe zou ik kunnen weten wat er op dat moment in uw hoofd gebeurt?, maar ik, bij boeken als deze, weet me op een zwabberend pad gestuurd. Er zijn momenten waarop ik denk dat Jószef Kada een beetje gek is, in eenzaamheid en wereldvreemdheid bevangen door een fantasie die met hem op de loop is gegaan. En soms geven andere verhaalfiguren mij hierin gelijk. Er zijn ook momenten waarop ik denk dat het zo maar waar zou kunnen zijn, misschien niet alles wat hij beweert te hebben meegemaakt, maar een belangrijk deel ervan misschien toch wel. En soms lijken bepaalde gebeurtenissen, of uitlatingen van (andere of dezelfde) verhaalfiguren dit ook te steunen. Daarbij komt Kada voor het overige ook niet totaal waanzinnig over. Integendeel. Intelligent en belezen zijn predicaten die hem goed passen. Al heeft hij ook een beetje een melodramatische natuur. En vandaar ook. Steeds twijfel. Het zou kunnen zijn dat het kan zijn maar het zou ook kunnen zijn dat het niet kan zijn, en dat is prettig in een boek.
Twijfels ook over de mensen die voorgeven hem te geloven, en hem steunen in zijn droom in de nabije toekomst koning van Hongarije te worden. Onder hen bevinden zich allicht een paar revolutionairen. Misschien geloven zij Kada, misschien ook niet, en misschien maakt het hun niks uit. Is Kada gewoon maar een pion in de staatsgreep die hun doel is. Een mafkees als afleiding, of aanjager. Maar er zijn er duidelijk ook die geloven in de monarchie als beste staatsvorm. En drijfhout is er ook. Of. Hoe zeg je dat. Dolende zielen. Zoekenden. Figuren die behoefte hebben aan een patriarch, aan zin, richting, doel (een zo’n stuk drijfhout is een wat jongere man met de naam László Krasznahorkai) (een poging van de schrijver om zichzelf een bijrolletje te geven?) (misschien, en als zo dan ontbreekt het hem niet aan zelfspot wat de László Krasznahorkai is een wat sneue figuur (een “gezette” sneue figuur), een gemankeerde muzikant, docent op een school waar hij niet geliefd is, noch bij de leerlingen, noch bij de collega’s; en zelf haat hij deze baan ook) (er bestaat trouwens ook echt een musicus met de naam László Krasznahorkai maar het is nog onwaarschijnlijker dat deze daarmee bedoeld wordt, want die Krasznahorkai maakt, overigens niet onredelijke, darkwave) (misschien is László Krasznahorkai als naam in Hongarije zoiets als bij ons Jan Janssen ofzo). In deze laag is Afscheid van Zsömle erg intrigerend want het zegt iets over menselijke verhoudingen, en wel bijna op het niveau van een sociologische studie. Mensen kunnen elkaars reddingsboei zijn, of elkaars gebruiksvoorwerp (in zekere zin is een reddingsboei ook maar een gebruiksvoorwerp). En mensen hebben vrijwel altijd een ideaal nodig. Iets om voor te vechten, voor te leven, en desnoods voor te sterven. Iets dat hun eigen leven overstijgt, en naar een hoger plan tilt. Dat kan liefde zijn, of kunst, of een of andere religie. Een politiek ideaal. Iets dat meer is, in ieder geval, dan louter de mens zelf.
Maar.
Meer?
Ja, meer nog, altijd meer, hou uw paarden (wat is dat met paarden in deze bespreking?).
Ook hier regeert de taal. De taal regeert altijd. Het is het materiaal waarvan literatuur gemaakt is en Krasznahrokai beheerst zijn materiaal tot in de puntjes. De hoofdstukken, elk van een pagina of twintig gemiddeld, bestaan steeds uit één zin. Een lange, hele lange zin, vol met komma’s, zinnen die vloeien, woorden die blijven komen. Een bewustzijnsstroom, zou je haast zeggen, haha zegt men, dat is niet hoe een bewustzijnsstroom werkt, hoe werkt een bewustzijnsstroom dan, nou dat je over straat loopt en een idee hebt en dat inspreekt en dat later uitwerkt, o dank u wel men, dat heb ik nooit geweten, maar hoe ook, hier is het duidelijk meer dan dat. Het is niet alleen maar een aaneenschakeling van wat zich in het hoofd van Jószef Kada bevindt. Gedachten. Ideeën. Overtuigingen. Het zijn ook de gesprekken, het is ook de actie, en daarenboven – een enkele keer, niet bijzonder vaak maar ook niet helemaal nooit, wisselt het perspectief naar een ander verhaalfiguur. Het is dus een gedachten-, dialogen-, waarnemingen- en gebeurtenissenstroom, en dat gaat door en door, door niets gescheiden dan door de eerder genoemde komma’s, zodat het niet altijd volledig duidelijk is wat gedacht of gezegd wordt, wat er gebeurt, wat werkelijkheid is en wat fantasie. En tijd om er over na te denken krijg je niet, want de woorden denderen wel door. Weeral als, ge begrijpt het inmiddels, het leven zelve: dat dendert ook altijd maar door. En die parallel krijgt nog meer lading. Want Afscheid van Zsömle bevat, noodzakelijkerwijs, veel herhaling. Zeker gedurende de eerste hoofdstukken is het voornamelijk Kada in zijn keuken, met zijn vazallen. En Kada is iemand die graag zijn, al of niet sterke, verhalen meerdere keren vertelt, en ook de handelingen zijn veelal repetitief: de manier waarop hij koffie zet, of hoe er, later op de avond, overgeschakeld wordt op een mandfles wijn. Altijd diezelfde, bijna rituele, handelingen. De sleur en routine die het heden is; alle schoonheid, actie en liefde is altijd in het voorbije te vinden. Tot er ineens wel wat gebeurt. En dan gebeurt het zo snel, en schrijft Krasznahorkai het zo razend op, dat de lezer (deze lezer tenminste) niet zeker weet of het zo allemaal écht plaatsvindt, of dat het alleen maar een droom, of voor mijn part een delirium van Kada is (temeer daar de gebeurtenissen aanvangen met iets wat een aantal bladzijden daarvoor nog daadwerkelijk een droom leek, een droom (?) (of vooruitwijzing?) die later tot in detail herhaald wordt), maar ineens is alles anders. Ook in deze laag spreekt Afscheid van Zsömle met vele tongen. Naar mijn mening rekent Krasznahorkai hier toch wel definitief af met het vooroordeel dat “postmoderne” literatuur (zoals dat dan geloof ik zo onbeholpen genoemd wordt) louter vorm is: door de hoofdstukken steeds in één lange, golvende, borrelende, gulpende, bulderende zin op te schrijven, zit de schrijver het leven hier zeer dicht op de huid: nu eens de ritmiek van de -bijna verstikkende- herhaling, dan geschept worden door een trein en niet meer weten wat u nu overkomt. Daar komt bij dat het een zeer hallucinante leeservaring bewerkstelligt. Laat u meevoeren door de woordenstroom, drijf, golf, meander mee op de woorden en kom pas weer bij zinnen in een totaal andere hoek van de kamer als alle 253 bladzijden gelezen zijn.
Niet dat het daarna afgelopen is. Krasznahorkai geeft genoeg om eindeloos te herkauwen. Niemand zal ontkennen dat Orbán Hongarije naar de verdommenis hielp. Maar welke staatsvorm is beter? Wat Kada voor ogen stond was evengoed een dictatuur, ergens laat hij zich ontvallen niets te moeten weten van democratie; en in een monarchie moet een koning volgens hem meer zijn dan een louter symbolisch figuur. Het zet een mens denkend over staatsvormen en hun voor- en nadelen. En of er überhaupt veel verschil is. Is een democratie niet evenzeer een dictatuur? De macht aan de massa. Maar de massa is doorgaans niet al te intelligent. Is dan een dictatuur met aan het hoofd een intelligente, integere, goedwillende figuur niet veel beter? Maar ach. Intelligente, integere en goedwillende figuren verlangen niet naar zoveel macht. Om een hele natie onder de duim te willen houden, moet je per definitie al zwaar gestoord zijn. Door wat wil u geleid worden? Door domheid of door gekte? Bakoenin oordeelde staat als dictatuur, en niet zonder reden lijkt mij. Het verschil bestaat in een fictie. Misschien zou je zelfs zo ver kunnen gaan om in Afscheid van Zsömle een kritiek op de rechtsstaat te lezen. Ofwel: hoe krom is recht. Onder ander gesternte had Kada wel degelijk koning kunnen zijn, nu staat hij onder verdenking. In het ene vereert, in het andere beschimpt. Het juridische systeem is ook een fictie, al lees ik er bij Vaihinger niet veel over terug. Een fictie die tijdsafhankelijk is. Wat in de ene tijd goede en bewonderingswaardige eigenschappen zijn: eigenzinnigheid, zelfstandig na kunnen denken, een kritische geest hebben, maken u in andere (corona-)tijden tot een staatsgevaarlijke gek, een asociaal wezen, een achterlijke “wappie”. Maar dan legt uw besprekerken Krsznahorkai allicht bedoelingen op die hij nooit gehad heeft. Al is dat net het kenmerk van goede literatuur: dat heeft altijd veel meer bedoelingen dat het heeft.
Kun je er nog meer over zeggen dan dat? Dat het prachtig is. En dat u het lezen moet. Dat. En alles wat ik hierboven gezegd heb.
Afscheid van Zsömle
- Auteur: Lászlo Krasznahorkai (Hongarije)
- Soort boek: Hongaarse roman
- Origineel: Zsömle odavan (2024)
- Nederlandse vertaling: Mari Alfoldy
- Uitgever: Wereldbibliotheek
- Verschijnt: 9 juni 2026
- Omvang: 255 pagina’s
- Afmetingen: 13,7 x 21,1 x 2 cm
- Gewicht: 330 gram
- Uitgave: paperback / ebook
- Prijs: € 26,99 / € 11,99
- Roman bestellen >
Flaptekst van de Lászlo Krasznahorkai roman
De nieuwe roman van Nobelprijswinnaar László Krasznahorkai.
Over de onontkoombare krachten van verval, macht, totalitarisme, chaos en de zoektocht naar betekenis in een desolate wereld
In een afgelegen dorp in Noord-Hongarije leidt de 91-jarige gepensioneerde elektricien Józsi Kada een stil, schijnbaar betekenisloos bestaan, vergezeld door zijn hond Zsömle. In eindeloze brieven aan machthebbers ontvouwt hij een overtuiging die even verheven als wankel is: hij is, als directe afstammeling van Béla IV en Dzjengis Khan, de rechtmatige erfgenaam van de Hongaarse troon, en ziet het als zijn plicht een moreel uitgehold vaderland te redden.
Wanneer zijn geheim uitlekt, stroomt het dorp vol volgelingen, gedreven door nostalgie, wanhoop en nationalistische droombeelden. Józsi’s geest schommelt tussen verheffing en verval; zijn hond sterft en wordt vervangen, zoals ook ideologieën worden doorgegeven. Wat volgt is geen restauratie, maar ontwrichting.
László Krasznahorkai is geboren op 5 januari 1954 in Gyula, Hongarije. Hij is een van de belangrijkste Hongaarse schrijvers. In 2025 werd hem de Nobelprijs voor Literatuur toegekend voor‘een meeslepend en visionair oeuvre dat, te midden van apocalyptische terreur, de kracht van kunst bevestigt’, aldus de jury.





