Tag archieven: Nederlandse filosoof

Arthur Eaton – De analyticus

Arthur Eaton De analyticus recensie en informatie boek van de filosoof en psycholoog over levensvragen en antwoorden. Op 21 oktober 2025 verschijnt het boek van Arthur Eaton, de filosoof en psycholoog. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Arthur Eaton De analyticus recensie

  • “Eaton schrijft soepel en kiest voor originele invalshoeken.
    Daarbij zijn de essays nergens zwaar, omdat Eaton steeds zijn eigen ervaringen en die van patiënten erbij betrekt.” (Trouw over Waar ik ophoud)

Arthur Eaton De analyticus

De analyticus

Levensvragen en antwoorden

  • Auteur: Arthur Eaton
  • Soort boek: filosofieboek, levenskunstboek
  • Uitgever: Nijgh & Van Ditmar
  • Verschijnt: 21 oktober 2025
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 20,00
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Arthur Eaton

‘Help, mijn zoon verdwijnt in een computerspel’, ‘Wat doet iemand uit je dagelijks leven in godsnaam in je romantische dromen?’ en ‘Hoe ga ik om met de vluchtigheid van het bestaan?’

Welkom in de papieren spreekkamer – met levensvragen die lezers aan ‘De analyticus’, Arthur Eaton, stelden in De Groene Amsterdammer. De antwoorden zijn geen pasklare adviezen, eerder losse, associatieve overwegingen. Geen voorschriften dus, en zeker geen quick fixes, wel een uitnodiging: om te twijfelen, te denken, te dromen. Wat je in handen hebt, is iets zeldzaams: een psychoanalytische antiadviescolumn, waarin de vraag altijd belangrijker is dan het antwoord.

Arthur Eaton is geboren in 1988. Hij is filosoof en psycholoog. Hij studeerde in Amsterdam en Londen, en is gepromoveerd in psychoanalyse aan University College London. Hij schrijft essays en kritieken voor onder andere NRC en De Groene Amsterdammer. Hij
is verbonden aan de Belgische School voor Jungiaanse Psychoanalyse en voert zelfstandige psychoanalytische praktijk in Amsterdam. Zijn boek Waar ik ophoud verscheen in 2023.

Bijpassende boeken

Victor Gijsbers – Oneindigheid

Victor Gijsbers Oneindigheid recensie en informatie boek en filosofische gids van de Nederlandse filosoof. Op  30 september 2025 verschijnt bij Boom Uitgevers het nieuwe boek van Victor Gijsbers. Hier lees je informatie over de inhoud van het filosofieboek, de auteur en over de uitgave.

Victor Gijsbers Oneindigheid recensie van Tim Donker

Of dat de bel gaat, en dat Boele voor de deur staat, die je kollega is uit een ander gebied maar die nu hier loopt, in jouw straat, jouw hoogsteigen straat, die niet de vorige straat is, waar hij trouwens ook gelopen heeft, hij volgt je spoor terug, nee heen, de nieuwe straat met een watertje en een bruggetje erover, wie was het weer die zo graag een bruggetje voor de deur zou hebben, het was geloof ik zomaar iemand, iemand op straat, niet deze straat, de straat waar je nu woont, de straat met het watertje en het bruggetje, de straat waar Boele nu staat met een pakje in zijn hand, het is voor jou, waarom belt hij daarvoor aan, het is niet zoon heel erg groot pakje, het had met gemak door de brievenbus gepast, misschien wil hij even een praatje maken, maar als je dan een praatje begint loopt hij al snel weer verder, hij heeft ook post voor de buren, en voor de buren van de buren, misschien was het geen goed praatje, denk je, het ging over politiek, iets met een zaag, dat vond hij niet goed, je gaat terug, naar de keuken, je was al aan het koken, zou hij hebben gezien dat je daar de hele tijd met een bol knoflook in je hand gestaan hebt?, en later, als het pruttelt, dit moet goed pruttelen, dit moet lang pruttelen, denk je, later dus, tijdens het pruttelen, open je dat pakje dat veel kleiner was dan je gedacht had.

Victor Gijsbers komt af met een boek over de oneindigheid en ik had het veel lijviger verwacht ja. Ik dacht dat gaat vast hardkaft zijn, en minimaal achthonderd pagina’s ofzo, de oneindigheid is groot maar boeken moeten ergens eindigen. Gijsbers al na 238 pagina’s. Ja. Ik weet. Die specificaties kun je allemaal zien als je een boek bestelt maar het ding is, filosofie bestel ik bijna altijd in een opwelling. Literatuur niet. Of een roman of een dichtbundel dik of dun is kan me soms net dat essentiële vertellen dat me over de streep trekt of erachter houdt, dan is ook schrijfstijl van belang, dan doe ik mijn voorwerk, grondig, niet altijd grondig genoeg, maar grondiger steeds, doch dit kwam langs in de nieuwsbrief van Boom Filosofie, en via een linkje las ik een stukje uit de inleiding en dat ging over kinderen en een keukentafel. Hoe er niet een uiterste getal is tot waar een mens kan tellen omdat je bij elk getal weer een getal kan optellen om tot bij het volgende getal te komen. Dat vond ik mooi. Als mens. Als vader. Mijn mooie lieve grappige wijze tienjarige dochter had die week net wat filosofie voorgeschoteld gekregen op school, een vraag was geweest of nergens ergens is (of nergens misschien), ik was in die stemming, in die stemming van kinderen, keukentafel en filosofie, en ik bestelde dus, een boek dat dunner uitpakte dat ik vantevoren bedacht had.

Gijsbers kwam als student natuurkunde met filosofie in aanraking; zodus hoeft het geen verwondering te wekken dat hij (ook) een wiskundig licht over de oneindigheid laat schijnen. Misschien ben ik bezig aan de volstrekt tegengestelde beweging. Ik liet de exacte vakken zo snel mogelijk vallen, kwam al de allereerste les wiskunde in het allereerste jaar op de mavo niet goed mee; natuurkunde en scheikunde kwamen achterop als nog grotere verschikkingen, het moest alles het raam uit, en wel zo snel mogelijk, ik hield, denk ik, teveel van nadenken, waardoor ik niks kon met vakken die voor het grootste gedeelte bestonden uit aannemen, aannemen dat het zo is, met deze getallen, deze natuurwetten, deze samenstellingen van deze vloeistoffen, maar eigenlijk was ik ook al geen echte alfa want aan rijen woordjes leren had ik om dezelfde reden een al even grote hekel terwijl mijn taalbegrip doorgaans goed in orde was, zoals keer na keer bij luistertoetsen en tekstverklaring wel bleek. Maar toen ik later in filosofie geïnteresseerd raakte, begonnen de hardere wetenschappen me al wat meer te trekken. Als iets wat ook een venster op de wereld kan zijn. Of verdere (filosofische) overpeinzing behoeft.

Waarom zou je niet het oneindige wiskundig benaderen, bijvoorbeeld? Is wat Gijsbers doet, in een hoofdstuk, en hiermee biedt hij de mens die maar twee jaar wiskunde heeft gehad, op de mavo dan nog, een verrassend bruikbaar handvat in de filosofie van het oneindige. Kardinaalgetallen, ordinaalgetallen, het was allemaal nieuw voor mij, en het was lang niet zo dor als ik bij aanvang vreesde; die Georg Cantor leek me eigenlijk best een boeiende figuur, Ω, en een symbool voor oneindigheid dat niet op deze computer zit maar het is niet de lemniscaat (die zit er wel op); de verzamelingenleer als droste-effect: hoe je nooit alle verzamelingen in een verzameling kunt stoppen want dan maak je een nieuwe verzameling en heb je dus niet alle verzamelingen in je verzameling. Aardigheidjes. Akkoord. Maar wel boeiende aardigheidjes. Een manier van zien die inderdaad van enige hulp kan zijn bij het filosoferen over oneindigheid met kinderen. Wat ik niet dagelijks doe. Maar ineens kon ik wiskunde gaan zien als iets dat in zichzelf oneindig is, waar ik het altijd als statisch had gezien, misschien kun je zoeven, langs al die getallen, waar nooit een einde aan komt, maar dan haalt Gijsbers in het navolgende hoofdstuk even fijntjes Wittgenstein aan die gezeid haadt dat wiskunde van menselijke makelij is en dat je er niks in kunt vinden dat er niet door mensen is ingestopt en je het dus juist niet moet zien als een eindeloos te exploreren terrein.

Al moet een mens wel iets met het gegeven dat in het oneindige het eindige nooit bereikt kan worden.

Je kunt aannemen dat het universum oneindig is, en daar steekhoudende argumenten voor geven.
Je kunt aannemen dat het universum eindig is, en daar steekhoudende argumenten voor geven,
Je kunt steekhoudende argumenten bedenken voor de (on)eindigheid van de tijd, je kunt het met Zeno eens zijn en menen dat Achilles de schildpad nooit kan inhalen omdat hij daarvoor een oneindige reeks handelingen moet voltooien en het voltooien van een oneindige reeks handelingen is onmogelijk. Je kunt duizelen bij oneindig grote getallen of je kunt Wittgenstein volgen en tot de conclusie komen dat je die duizeling alleen maar jezelf aan doet. Je kunt met Louis Blanqui menen dat een oneindig groot universum dat is samengesteld uit een eindige hoeveelheid stabiele atomen uiteindelijk wel in herhaling moet vallen zodat de kans zeer groot is dat er ergens in dat oneindige universum zich nog meer werelden bevinden zoals deze, met daarop mensen zoals wij, en misschien zelfs wel onze exacte dubbelgangers. Je kunt het met Quentin Smith eens zijn dat al onze handelingen zonder waarde zijn omdat geen enkele individuele handeling iets toevoegt (of afdoet) aan de totale hoeveelheid waarde in een oneindig groot universum, zeker niet als zich er in dat universum meerdere werelden bevinden met daarop mensen zoals wij, handelingen verrichtend zoals wij ze verrichten. Je kunt je daardoor laten verlammen. Je kunt niets doen. Je kunt wel alles willen doen. Wat moet je doen met zoveel oneindigheid, die je ook nog eens op schier oneindig veel manieren kunt benaderen.

Je helemaal in jezelf keren, alles niet groter maken dan je allerzelfste zelf groot is?

Gijsbers meent van niet. Hij haalt de ervaringsmachine van Robert Nozick erbij. Stel je voor dat je je hele leven in een machine zou kunnen slijten. Die machine tovert voor jou persoonlijk een prachtig en succesvol leven tevoorschijn. Je hebt een moje partner, je bent intelligent, je schijft een boek dat goed ontvangen wordt, misschien krijg je nog wel de nobelprijs voor de literatuur, en passant breng je wereldvrede, je bent een gevierd en geliefd mens. Je zou nooit weten dat het maar een virtueel leven is en dat je in werkelijkheid al je jaren in een machine hebt gezeten. Zou je willen? Of zou je niet willen? Nozick meent van niet, en Gijsbers valt hem daarin bij. Het zou immers niet echt zijn, en alles wat niet echt is, heeft geen waarde. Ik vraag me af of deze filosofen gelijk hebben in hun oordeel dat de meeste mensen nee zouden zeggen tegen een leven in de ervaringsmachine. Om te beginnen, leven we in zekere zin allemaal al in een ervaringsmachine. Ik doel hiermee niet op de idee dat we zomaar figuranten zouden kunnen zijn in de droom van een godheid of dat soort debiliteiten, of dat we nooit volledig kunnen uitsluiten dat heel het leven maar een door een demon bewerkstelligde hallucinatie is. Ik bedoel dat er geen ander “echt” is dan het “echt” in onze kop, en dat er geen toegang is voor ons mensen tot de buitenkopse werkelijkheid. Wat “alleen” maar in je kop gebeurt is niet perse onechter dan wat zich ook nog ergens daarbuiten bevindt (als Ding an sich ofzo, weetikveel). Bovendien valt de keuze tussen een “echt” leven vol armoede, uitzichtloze baantjes, eenzaamheid en vernedering (wat dat soort levens bestaat ook, Gijsbers) en een “louter” virtueel leven vol rijkdom, succes, liefde en lof misschien niet per se altijd in het voordeel van dat eerste uit. In een hierop gelijkend gedachte-experiment komt Gijsbers met de idee dat je bespot en uitgelachen wordt door je kollega’s – maar alleen maar achter je rug. Ze vinden je zielig, belachelijk, sneu en steken de draak met je maar ze vinden je zo zielig dat ze je hier nooit iets van laten blijken, en in je gezicht doen ze alleen maar aardig tegen je. Ook dit soort aardigheid zouden mensen afwijzen, meent Gijsbers want diene mens is klaarblijkelijk geobsedeerd door oprechtheid. Tsja. Als je er vlak voor je dood achter zou komen dat al het vriendelijks en moois en liefs dat je ooit op je levensweg ontmoet had allemaal maar nep was, zou dat nogal een schok zijn denk ik. Maar dan bedoel ik alles, ook wat je dacht te betekenen voor geliefden en vrienden en familie. Bepaalde categorieën mensen echter, en dit moge materialistisch klinken maar ik denk dat het zo is, hebben voornamelijk (of misschien zelfs alleen maar) instrumentele waarde voor elkaar. Kollega’s. Buren. Kennissen. Ze hoeven me niet echt te mogen. Als ze doen alsof is dat goed genoeg. Van kollega’s wil ik alleen maar dat ze bereid zouden zijn eens een keer een dienst van me over te nemen. Bij buren wil ik een ei kunnen lenen. En met kennissen een oppervlakkig nikspraatje maken als ik bij de slager op mijn beurt sta te wachten. Dieper dan dat kan de band wel gaan, maar dat hoeft niet. Oprechtheid en echtheid zijn niet altijd van richtinggevende waarde. Zelfs niet als we zoeken naar wat nog telt in het aangezicht van de oneindigheid.

Misschien wordt Gijsbers hier een beetje te prekerig?

Hij doorzoekt zelfgerichtheid nog wat verder. De miljonair op zijn jacht, bijvoorbeeld. Dat noemt Gijsbers obsceen. Omdat het bestaat “in een wereld waarin andere mensen geen schoon drinkwater, medicijnen of menstruatieproducten kunnen betalen” (het laatste lid in die opsomming vond ik een opvallende). In zichzelf een rake observatie, maar hoeveel rijkdom is precies obsceen wanneer je weet dat er ook mensen zijn die op een bankje in het park moeten slapen? Een kollega van mij vindt het onethisch om in een heel groot huis te wonen in tijden van woningnood. Wanneer is je huis te groot? Wanneer heb je teveel? Een jacht is klaarblijkelijk teveel ten overstaan van de armoede die ook in deze wereld bestaat. Om de hand in eigen boezem te steken: ik heb heel erg veel, echt wel heel erg veel, boeken. Goed, een deel ervan werd me ongevraagd op mijn recenseertafel geworpen, maar een niet onaanzienlijk deel kocht en bestelde ik zelf. Ten aanzien van mijn cd-verzameling is het nog erger: slechts een verwaarloosbaar klein deel kwam voort uit mijn roemruchte verleden als marginaal muziekrecensentje en al die zovele, zo heel erg veel vele andere cd’s kocht ik allemaal helemaal zelf. Is dat net zo obsceen als dat jacht? Wanneer moet je beschaamd zijn om wat je hebt? Gijsbers laat die vraag onbeantwoord. Maar duidelijk is wel dat hij de mensen hun besloten wereldje uit wil hebben.

Alles veil hebben voor je land dan? Nationalisme blijkt ook afkeurenswaardig. Ik weet niet of het wenselijk is om je politieke mening naar voren te brengen in een filosofisch werk, en zeker niet als het zo’n obligate mening is, maar iets over Gijsbers overpeinzingen ten aanzien van nationalisme wil ik wel kwijt. Volgens hem leidt nationalisme per definitie tot een soort van obscurantisme omdat nationalisten niet willen horen dat onze rijkdom gedeeltelijk is gebaseerd op een slavernijverleden. Je bent niet alleen maar een nationalist, je bent een extreem domme nationalist (voor zover al geen pleonasme) als je denkt dat de wereld voorbij je landsgrenzen ophoudt te bestaan. Zouden nationalisten al het kwaad dat hun land een ander land heeft aangedaan nu werkelijk ontkennen? Of zouden nationalisten sociaal-darwinisten zijn (dat zou me niet verbazen), en menen dat sommige naties andere naties mogen uitbuiten, dat het volstrekt in orde is met de wetten der natuur als de zogenaamd “moedige”, “avontuurlijke”, “ondernemende”, schepen bouwende volkeren parasiteren op andere? Het lijkt me een denkfout dat wie iets of iemand lief heeft de ogen sluit voor de slechte eigenschappen daarvan. Ik kan het geklier van mijn eigen kinderen in elk geval veel beter hebben dat het geklier van andere kinderen. Ik meen serieus dat mijn kinderen leuker, grappiger en intelligenter klieren dan alle andere kinderen.

Maar bij familie mag het ook niet stoppen van Gijsbers. Hij wijst de lezers in de richting van de potentiële oneindigheid. Er zijn altijd meer mensen te spreken, meer verhalen te horen, meer boeken te lezen, meer dingen te leren, meer zaken te ontdekken.

Diene mens zijn moeder schijnt over zijn hoofdstuk over het eeuwige leven gezegd te hebben dat dat duidelijk geschreven is door iemand die nog jong is. Hoewel Gijsbers maar negen jaar jonger is dan ik, komt gans zijn boek een beetje op mij over als “geschreven door iemand die nog jong is”. Zijn pleidooi tegen nihilisme, en voor “potentiële oneindigheid”, duiden niet alleen op een bevoorrechte, zeg “zeven vinkjes”-, positie (hier is duidelijk iemand aan het woord die schrijft, en leest, en intelligent is en goed in staat tot reflectie, omgeven wordt door academici of in ieder geval wat men “intellectuelen” pleegt te noemen; iemand die zich niet dag na dag hoeft af te beulen in één of andere fabriek en bij thuiskomst te moe is voor iets anders dan de maaltijd en wat SBS6 voor het bed alweer lonkt) maar ook op een bepaalde “jongheid van geest”. Ofwel: waartoe Gijsbers aan het einde op lijkt te roepen, werkt vooral voor wie nog niet blasé is (het leven brengt ons allemaal daar, vroeger of later) (hoewel, mijn opa is na zijn pensioen bij de Nederlandse Spoorwegen nog Russisch gaan studeren). Want dat de “potentiële oneindigheid” niet alleen kan enthousiasmeren maar evengoed een verlammende werking kan hebben, ontdekte ik reeds in de puberteit. Ik was in die dagen een metaalhoofd, als je dat zo kan zeggen. Toen ik als achtjarige in het bruiner dan bruine café waar mijn tante werkte de liveversie van Lola van The Kinks hoorde, was ik voor de rest van mijn leven (dacht ik toen) verkocht voor rock. Harde rock. Steeds hardere rock. Tot ik op mijn vijftiende of zestiende grindcore ontdekte. De elpee From enslavement to obliteration van Napalm Death leek me de allerextreemste elpee te zijn ooit gemaakt, en die moest ik hebben. En even later had ik hem. En ik was trots. Ik had hem. De hardste, bizarste, idiootste plaat die maar bestond. De zanger leek op een gekooid dier, de gitaren bruisten onophoudelijk uit de speakers en de drummer brak alle snelheidsrecords. En dat stond gewoon in mijn platenverzameling. Op mijn kamer. Dat had ik, dat luisterde ik, dat was in mijn bezit. Tot een klasgenoot een paar weken later naar me toe kwam met op zijn walkman een bandje met daarop wat liedjes van Sore Throat. In de Aardschok besproken als de band die Napalm Death liet klinken als een huisorkestje. Dat moest ik horen, vond die klasgenoot, en of ik wilde of niet: hij liet het me horen. En inderdaad. Het was nog net een tikje gestoorder, een tikje heftiger, een tikje extremer dan From enslavement to obliteration. Allicht dacht ik er toen niet in die termen over na, maar ik denk dat dit mijn eerste gewaarwording van de potentiële oneindigheid moet zijn geweest. Er was helemaal geen allerextreemste plaat ooit gemaakt, en die zou er ook nooit zijn. Het kon altijd wel nóg een tandje extremer. Was dit geworden van mijn liefde voor (rock)muziek? Een jacht naar de ultiem extreme plaat, een jacht die nooit zou eindigen? Daar en dan, op het schoolplein, hield ik op een metaalhoofd te zijn. Van lieverlee omarmde ik elke muziekstijl, iets wat ik nog steeds doe. Waarmee gezegd wil zijn dat het potentieel oneindige ook een eindigende uitwerking kan hebben (maar wat enerzijds eindigt, opent anderzijds nieuwe deuren dus).

En daar komt nog iets bij. In het geval van bovengenoemde extreme platen zijn de verschillen tussen de ene allerextreemste plaat en de volgende nog-net-iets-extremere plaat miniem. Bij Sore Throat, b’voorbeeld, viel eigenlijk vooral de zang op die iets gestoorder leek te zijn dan bij Napalm Death. Maar hoe anders is dat bij het leven met de potentiële oneindigheid zoals Gijsbers dat voorstelt? Ja, er zijn altijd meer mensen te ontmoeten, meer boeken te lezen, meer dingen te zien, er is altijd meer kennis te verwerven, er is altijd een volgende grens tot waar je verstaanshorizon kan worden opgeschoven. Maar de verschillen tussen wat je al kende en wat er nog bij komt, worden wel steeds kleiner totdat het “altijd nog meer” niet meer is dan oude wijn in nieuwe zakken. Tot een bepaalde leeftijd kan het potentieel oneindige erg inspireren, maar er kan ook een moment komen waarop je je schouders zult ophalen bij de gedachte aan alles wat er nog te ontdekken, te kennenleren, te vernemen, te zien valt.

“Oneindigheid. Een filosofische gids” zal dan ook wel het interessantst zijn voor een wat jonger publiek. Bij mij rees na lezing één vraag: hoe zou Gijsbers dit onderwerp benaderen als hij zestig is, of zeventig? Ik stel een deel twee voor, Gijsbers, door jou te schrijven over twintig jaar jaar. Dat boek zou namelijk wel eens briljant kunnen worden.

Victor Gijsbers Oneindigheid

Oneindigheid

Een filosofische gids

  • Auteur: Victor Gijsbers (Nederland)
  • Soort boek: filosofieboek
  • Uitgever: Boom Uitgevers
  • Verschijnt: 30 september 2025
  • Omvang: 240 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,90 / € 19,90
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van het boek van Victor Gijsbers de Nederlandse filosoof

Prikkelende verkenning van het oneindige – en verder.

Het oneindige is grenzeloos fascinerend. Als eindige wezens zullen we het oneindige nooit volledig kunnen vatten. Toch duikt het onderwerp telkens opnieuw op in de filosofie – we kunnen er kennelijk ook niet aan ontkomen. Filosoof Victor Gijsbers leidt de lezer langs de belangrijkste vragen over het oneindige in de wiskunde, de natuur, de werkelijkheid en het menselijk leven.

Via Aristoteles, Descartes, Nietzsche en Wittgenstein leren we hoe de mens het oneindige heeft proberen te temmen, of juist als God boven zich heeft gesteld. Aan het eind van de reis komen we uit bij Kant, die de eindige mens zag als maatgever van de werkelijkheid – maar een maatgever met een opdracht die hij nooit kan voltooien. Door na te denken over de oneindigheid zien we zowel de meest inspirerende als de meest tragische kant van het menszijn.

Victor Gijsbers is geboren in 1982. Hij studeerde natuurkunde en filosofie in Utrecht en is werkzaam als filosoof aan de universiteit Leiden. Eerder publiceerde hij bij Boom een vertaling van Wittgensteins Tractatus.

Bijpassende boeken

Sabine Wassenberg – Veroordeeld

Sabine Wassenberg Veroordeeld recensie en informatie boek met een filosofisch perspectief op het straffen van jongeren. Op 25 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Ten Have het boek van filosoof Sabine Wassenberg die gaat in gesprek met jongeren die in detentie zaten. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Sabine Wassenberg Veroordeeld recensie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Veroordeel, een filosofisch perspectief op het straffen van jongeren, geschreven door filosoof en schrijfster Sabine Wassenberg, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Sabine Wassenberg Veroordeeld

Veroordeeld

Een filosofisch perspectief op het straffen van jongeren

  • Auteur: Sabine Wassenberg (Nederland)
  • Soort boek: filosofieboek over jeugdcriminaliteit
  • Uitgever: Ten Have
  • Verschijnt: 25 september 2025
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van het boek van Sabine Wassenberg over jeugdcriminaliteit

Belangrijke filosofische verkenning over daderschap, het strafsysteem, vrije wil en het lot.

Wat betekent het om veroordeeld te zijn? Filosoof Sabine Wassenberg gaat in gesprek met jongeren die in detentie zaten over identiteit, straf, vergiffenis en vrije wil. Zijn ze slecht geboren, of werd hun lot bepaald door omstandigheden?

Wassenberg werpt een nieuw en tegendraads licht op hoe we over daderschap en verantwoordelijkheid denken en laat zien waarom het wringt om deze jongeren zo makkelijk af te schrijven. In een tijd waarin harder straffen de norm is, biedt dit boek een broodnodige filosofische reflectie op ons strafsysteem.

Sabine Wassenberg is geboren in 1981. Ze voltooide in 2004 de studie wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam en schreef meerdere filosofische non-fictieboeken voor volwassenen en kinderen. Ook maakte ze voor Filosofie Magazine vier Onwijs Grote Filosofie Doeboeken.

Bijpassende boeken

Elke Wiss – Even tussen mij en mij

Elke Wiss Even tussen mij en mij recensie en informatie boek over hoe je je eigen denken onderzoekt. Op 23 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Ambo | Anthos het nieuwe boek van Elke Wiss, de praktisch filosoof en theatermaker. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Elke Wiss Even tussen mij en mij recensie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Even tussen mij en mij, hoe je je eigen denken onderzoekt, het nieuwste boek van Elke Wiss, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Elke Wiss Even tussen mij en mij

Even tussen mij en mij

Hoe je je eigen denken onderzoekt

  • Auteur: Elke Wiss (Nederland)
  • Soort boek: filosofieboek
  • Uitgever: Ambo | Anthos
  • Verschijnt: 23 september 2025
  • Omvang: 240 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99 / € 16,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe filosofieboek van Elke Wiss

We houden onszelf constant voor de gek: we zitten vol niet-onderzochte vooronderstellingen, verborgen drogredenen en comfortabele denkfouten. Deze ideeën over onszelf en de wereld hebben we nooit onderzocht of bedacht, maar ze bepalen wel veel van ons doen en laten. We denken zelden goed, kritisch of methodisch na over ons eigen denken. Onze zelfreflectie blijft vaak oppervlakkig: want hoe denk je nu verder, en door?

Even tussen mij en mij geeft je praktisch filosofisch gereedschap voor ambachtelijk denkwerk: concrete denktechnieken die je helpen om je gedachten op het scherpst van de snede te onderzoeken. Met persoonlijke verhalen en verrassende voorbeelden laat Elke Wiss zien hoe je helder kunt denken, doordachte keuzes maakt en meer inzicht krijgt in wie je bent en wat je wilt. Praktische filosofie in Wiss’ kenmerkende frisse stijl die we kennen van de bestseller Socrates op sneakers.

Elke Wiss is geboren in 1986 in Utrecht. Ze is theatermaker en praktisch filosoof. Ze schrijft en regisseert voorstellingen en geeft diverse trainingen en workshops in praktische filosofie en de kunst van het vragen stellen. Ook voert Elke socratische gesprekken binnen organisaties en geeft ze individuele filosofische consulten. In maart 2020 verscheen haar eerste boek Socrates op sneakers, waarvan inmiddels meer dan 40.000 exemplaren zijn verkocht.

Bijpassende boeken

Walter Breukers en Jaap Godrie – Wij zijn geen machines

Walter Breukers en Jaap Godrie Wij zijn geen machines recensie en informatie boek waarin de auteurs op zoek gaan naar een nieuw mensbeeld. Op 11 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Ten Have het boek van de Nederlandse filosofen Walter Breukers en Jaap Godrie. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Walter Breukers en Jaap Godrie Wij zijn geen machines recensie

  • “Breukers en Godrie proberen met hun wonderlijke project, waar kunst en filosofie in elkaar vloeien, niets minder dan ons te bevrijden van ingeroeste mensopvattingen. Dat leidt tot verbluffende resultaten: de mens is een eindeloze improvisatie en de mannetjes van deze soort zijn niet meer dan “kletsende zijtakjes van de evolutie” in een overdonderende materiële, dus moederlijke, wereld.” (René ten Bos)

Walter Breukers en Jaap Godrie Wij zijn geen machines

Wij zijn geen machines

Op zoek naar een nieuw mensbeeld

  • Auteurs: Walter Breukers, Jaap Godrie (Nederland)
  • Soort boek: filosofieboek
  • Uitgever: Ten Have
  • Verschijnt: 11 september 2025
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst boek van Walter Breukers en Jaap Godrie over een nieuw mensbeeld

Wij zijn geen machines, geen algoritmes, geen computers. Toch denken we vaak in zulke beelden over onszelf. Die denkfout heeft gevolgen: we richten onze wereld in alsof die een machine is – efficiënt, voorspelbaar, controleerbaar. Maar dat is niet alleen dodelijk saai, het is ook vernietigend.

In dit boek gaan Walter Breukers en Jaap Godrie op zoek naar een radicaal ander mensbeeld. Hun tocht begint in de wereld van organisaties – broedplaatsen van mechanistisch denken – en voert langs wetenschap, filosofie, kunst en geschiedenis. Zo ontstaat, laag voor laag, een hoopvol en springlevend zelfbeeld. Verwacht geen blauwdruk of kant-en-klare antwoorden, maar een boek vol onverwachte wendingen en inzichten – waarna alles een beetje is veranderd.

Walter Breukers is filosoof en biomedicus en Jaap Godrie is historicus en kunstenaar. Ze werken ruim tien jaar samen en ontwikkelen nieuwe perspectieven op de grote vraagstukken van deze tijd. Voor hun visie op de toekomst van de stad wonnen ze de internationale Post-Fossil City prijs.

Bijpassende boeken

Beroemde filosofen

Beroemde filosofen. Wie zijn de beroemdste filosofen? Met welke boek is de filosoof bekend geworden? Wat zijn de bekendste theorieën of uitspraken van de filosofen? In welke stroming passen de boeken en werken van de filosoof?

Beroemde filosofen

Filosofie en daarmee de filosofen zijn door de eeuwen heen belangrijk geweest voor het begrijpen van de mens, inclusief de gedachten en drijfveren. Een aantal van hen zijn inmiddels is de vergetelheid geraakt maar er zijn ook filosofen die vele eeuwen geleden leefden en werkten en die tot op de dag van vandaag een inspiratiebron zijn hedendaagse denkers en auteurs.

Wie zijn de beroemdste filosofen?

Op deze vraag is nauwelijks een goed en sluitend antwoord te geven. Maar om je toch een idee te geven is op deze pagina een poging ondernomen om een aantal belangrijkste denkers uit de geschiedenis en die tot op de dag van vandaag invloed hebben op te nemen. Links op de pagina verwijzen naar uitgebreide informatie.

Marcus Willaschek Kant recensieImmanuel Kant

Duitse filosoof en schrijver

  • Geboren op 22 april 1724
  • Geboorteplaats: Königsberg, Pruisen (nu Kaliningrad, Rusland)
  • Overleden op: 12 februari 1804
  • Sterfplaats: Königsberg, Pruisen
  • Leeftijd: 79 jaar
  • Doodsoorzaak: Natuurlijke oorzaken, verzwakking door ouderdom
  • Stroming: Verlichting

Søren Kierkegaard Deense filosoof en schrijverSøren Kierkegaard

Deense filosoof, theoloog en schrijver

  • Geboren op 5 mei 1813
  • Geboorteplaats: Kopenhagen, Denemarken
  • Overleden op 11 november 1855
  • Sterfplaats: Kopenhagen, Denemarken
  • Leeftijd: 42 jaar
  • Doodsoorzaak: Vermoedelijk tuberculose of een andere longaandoening
  • Stroming: existentialisme

John Stuart Mill

Engelse filosoof

  • Geboren op 20 mei 1806
  • Geboorteplaats: Londen, Engeland
  • Overleden op 8 mei 1873
  • Sterfplaats: Avignon, Frankrijk
  • Leeftijd: 66 jaar
  • Doodsoorzaak: Huidziekte, mogelijk erysipelas (wondroos)
  • Stroming: utilitarisme

Friedrich Nietzsche

Duitse filosoof en schrijver

  • Geboren op 15 oktober 1844
  • Geboorteplaats: Röcken, Pruisen (nu Duitsland)
  • Overleden op 25 augustus 1900
  • Sterfplaats: Weimar, Duitsland
  • Leeftijd: 55 jaar
  • Doodsoorzaak: Longontsteking na een reeks beroertes, mogelijk gerelateerd aan tertiaire syfilis

Bijpassende boeken en informatie

Afbeelding bovenzijde: Unsplash

Coen Simon – Ik denk dat ik ben

Coen Simon Ik denk dat ik ben recensie en informatie filosofieboek met de meditaties van René Descartes herverteld. Op 27 maart 2025 verschijnt bij uitgeverij Athenaeum, nieuwe filosofieboek van Coen Simon en deel 1 in de reeks De originelen waarin filosofische klassiekers herverteld worden. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Coen Simon Ik denk dat ik ben recensie en informatie

  • “Niemand draagt het juk van de filosofie zo licht als Coen Simon.” (Willem Jan Otten)
  • “Filosoof met een fijne pen en een oorspronkelijke, dwarse blik.” (De Correspondent)
  • “In een bedrieglijk lichtvoetige stijl behandelt hij de ongemakken en eigenaardigheden van het moderne leven.” (Juryrapport Socratesbeker)

Coen Simon Ik denk dat ik ben

Ik denk dat ik ben

De meditaties van René Descartes

  • Auteur: Coen Simon (Nederland)
  • Soort boek: filosofieboek
  • Uitgever: Athenaeum
  • Reeks: De originelen deel 1
  • Verschijnt: 27 maart 2025
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 15,00
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek van Coen Simon over de meditaties van René Descartes

Als een zeventiende-eeuwse Franse denker zich zes dagen lang terugtrekt in een stoel voor de haard en zijn gedachten de vrije loop laat gebeurt er iets wat de geschiedenis van het denken blijvend verandert. Hij doet de beroemdste ‘uitvinding’ van de filosofie: cogito ergo sum – zelfs als ik alles in twijfel trek blijft één zekerheid onbetwijfelbaar overeind, namelijk dat ik ben. De harde zekerheid van deze gedachte vormt al eeuwen een grote aantrekkingskracht, want hoe onbetwistbaar die ook is, hoe dat ‘ik’ eruitziet blijft vooralsnog letterlijk ondenkbaar.

In deze weergaloze hervertelling van Descartes’ retraite neemt Coen Simon de lezer mee naar de diepten van het menselijk verstand. Wat blijft er aan zekerheid over? Kan God eigenlijk wel bestaan? En als hij bestaat heeft hij dan sowieso het beste met mij voor? En wie is de lezer die denkt dit te lezen?

Bijpassende boeken

Regine Dugardyn – Mijn bange ik

Regine Dugardyn Mijn bange ik recensie en informatie boek over over angst en ander psychisch ongemak. Op 27 maart 2025 verschijnt bij uitgeverij Ambo | Anthos het nieuwe boek van de Nederlandse filosofe Regine Dugardyn. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Regine Dugardyn Mijn bange ik recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van mijn bange ik, Hardop denken over angst en ander psychisch ongemak, het nieuwe boek van de Nederlandse filosoof Regine Dugardyn, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Regine Dugardyn Mijn bange ik

Mijn bange ik

Hardop denken over angst en ander psychisch ongemak

  • Auteur: Regine Dugardyn (Nederland)
  • Soort boek: filosofieboek
  • Uitgever: Ambo | Anthos
  • Verschijnt: 27 maart 2025
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99 / € 11,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van filosoof Regine Dagardyn

Bijna dertig procent van de bevolking lijdt volgens het Trimbos-instituut vroeg of laat aan ernstige angstklachten. Regine Dugardyn is een van hen. Sinds haar jeugd kent ze periodes van hevige angst. Regine hoort bij de groep die regelmatig kopje-onder gaat, maar ook weer komt bovendrijven. De afgelopen decennia voelde zij zich – samen met haar lotgenoten – vaak onderwerp van debat.

Al twintig jaar doen psychiaters, psychotherapeuten en filosofen in de media ferme uitspraken over psychische stoornissen. Volgens psychiater Damiaan Denys kunnen mensen geen onderscheid meer maken tussen gewone angst enerzijds en een ziekelijke angststoornis anderzijds. En in haar bestseller De depressie-epidemie noemt filosoof Trudy Dehue antidepressiva prestatiepillen, alsof mensen doping slikken.

In Mijn bange ik laat Regine zien wat die kritiek doet met haar, als patiënt en als filosoof. Ze vraagt zich af wanneer menselijk lijden nog bij het leven hoort en wanneer niet. Is een diagnose uit de DSM zo onzinnig als sommige critici beweren? Slikken we en masse antidepressiva omdat we geen tegenslag meer zouden verdragen? En gaan we inderdaad in therapie in de overtuiging dat het leven maakbaar is?

Regine Dugardyn is geboren in 1960. Ze studeerde filosofie aan de Universiteit Utrecht. Ze werkte achtereenvolgens als journalist, redacteur en uitgever. Sinds 2016 heeft ze haar eigen bedrijf, Socrates & co, een agentschap voor filosofie en ideeën. Eerder publiceerde ze Waarom ik van Simone de Beauvoir houd (2020).

Bijpassende boeken

René ten Bos – Het laatste woord

René ten Bos Het laatste woord recensie en informatie over de inhoud van het nieuwe boek van de Nederlandse filosoof. Op 13 maart 2025 verschijnt bij Boom Uitgevers het nieuwe boek van de voormalig Denker des Vaderlands (2017-2019) René ten Bos. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

René ten Bos Het laatste woord recensie van Tim Donker

Dikke Smurfin waakt over de stad. Dikke Smurfin sluit een restaurant. De mensen die in dat restaurant werkten hadden de onbeschaamdheid vertoond gewoon mensen toe te laten die weigerden zich te laten inspuiten met één of ander onbekend serum waarvan niemand de gevolgen op langere termijn kan voorspellen. Niet iedereen wilde dat spul in zijn lijf, niet iedereen zag er het profijt of de noodzaak van in. Dat kon natuurlijk niet zijn. Dikke Smurfin moest waken over de stad, en iedereen moest hetzelfde denken en hetzelfde doen. Voor filosofie was immers geen plaats, had ons aller potentaatje Rutte gezegd.

Dat laatste was René ten Bos ook ter ore gekomen. “Ik ga een boek schrijven”, dacht hij toen. Zo vertelde hij indertijd bij Café Weltschmerz – zo’n beetje het enige waar ik nog naar keek in die dagen. Dat boek werd De coronastorm. Hoe een virus ons verstand wegvaagde (met name die ondertitel vond ik geweldig); het boek dat, samen met De psychologie van totalitarisme van Mattias Desmet en de verzamelde polemische stukken van Giorgio Agamben die in Nederland bij Starfish Books zijn verschenen als Epidemie als politiek. De uitzonderingstoestand als het nieuwe normaal, het beste was dat ik in die van de gele hond gescheten coronajaren gelezen heb over (de doorsnee reactie op) “de pandemie”. Ten Bos schreef een boek omdat ook in benauwde tijden -of misschien zelfs: juist in benauwde tijden- er plaats moet zijn om te filosoferen. Angst is een slechte raadgever immers, en blinde volgzaamheid is vaker niet dan wel de meest geëigende houding.

Toch zit volgzaamheid diep ingesleten in de mens. Ooit volgde hij God. Verlichting en Nietzsche verklaarden God dood maar daarmee verdween de volgzaamheid niet. Iemand sprak over de verraders van de verlichting, maar de verlichting is niet verraden; de verlichting heeft gewoon nooit werkelijk verlichting gebracht. Als we God niet kunnen gehoorzamen, dan gehoorzamen we maar aan wat men wetenschap heet. Als er maar iets is dat een laatste woord brengen kan, iets waaraan we niet meer hoeven te twijfelen.

Het moet zijn dat René ten Bos zich nog steeds verbaast over al het wrakhout waaraan de uit het Paradijs verdreven mens zich wenst vast te klampen, wat hij heeft met Het laatste woord een boek gepend dat goed aansluit bij wat hij in De coronastorm reeds aanroerde. De mensen en hun zwijgzaamheid. Hun weerzin tegen filosoferen. Of tegen twijfelen. Tegen zoeken. Die grote hang naar zekerheden. Het volgzame. De gehoorzame mens. Een onderwerp waardoor, bijvoorbeeld, Isolde Charim zich laatstelijk ook geprikkeld wist: in 2022 publiceerde zij Die Qualen des Narzissmus. Über freiwillige Unterwerfung (in ’23 bij Athenaeum – Polak & Van Gennep verschenen als Narcisme. Over vrijwillige onderwerping). Ik ga meteen moeten bekennen dat ik dat boek niet gelezen heb, op internet las ik wel het voorwoord en dat vond ik bijzonder intrigerend. Maar een reactor haalde het boek door de gehaktmolen omdat Charim Lacan verkeerd gelezen zou hebben. De reactor wist het allemaal veel beter hoe dat zat met Jacques. Tsja. Dat zal. In een hol hoofd past veel kennis, zeg ik Karl Kraus dan na. In ieder geval lijkt Ten Bos bij bepaalde gedachtegangen, met name tegen het eind van dit boek, veel op Charim te leunen.

Was het abecedarium dat De coronastorm was een beetje aan de korte kant zodat er op punten naar mijn smaak te weinig kon worden doorgegaan, in Het laatste woord neemt hij er de tijd en de ruimte voor. Omdat ontogenese klaarblijkelijk altijd nog een recapitulatie van fylogenese inhoudt, iets wat me ook trof in Bonnie Honings Publieke dingen (maar daar kom ik een latere keer misschien nog over te spreken), omdat, anders gezegd, de wet van Ernst Haeckel nog altijd ijzersterk blijkt te zijn, op filosofisch niveau toch zeker, begint Ten Bos bij het kind. Geef een kind, een jong kind, een peuter misschien, een potlood en een stuk papier en het gaat gewoon maar wat krassen. Het maalt niet om wat het op papier zet, het tekent niets na, het zet gewoon krassen. Er is alleen maar een dat, zo zegt Ten Bos, en nog geen wat. Artsen, onderwijzers en ouders waken er echter voor dat het kind niet in het dat-stadium blijft steken want elk dat moet op een gegeven moment een wat worden. Het ongevormde moet vorm krijgen. Dat is een juiste observatie en één die niet alleen opgaat voor tekeningen: vanaf de leerplichtige leeftijd, vanaf dus het moment dat een kind onderwijsinstellingen gaat frequenteren, zie je het vrije existeren langzaamaan sterven: het verwerft enige bewustzijn over hoe zijn zijn is, hoe dat zijn overkomt op anderen, hoe het zijn van andere kinderen is, hoe het om allerlei redenen beter is niet al te ver af te wijken van het “algemene” zijn.

In Het laatste woord onderzoekt René ten Bos hoe op verschillende terreinen -politiek, management, zorg- de ongevormdheid tot vorm geslagen wordt, hoe er een laatste woord moet komen dat geen tegenwerping meer duldt, hoe het existeren (als erbuiten staan, van ex en stare of sistere) van een “in onevenwicht” zijn, een louter bestaan, dus een wat een stevig, duidelijk omlijnd wat wordt.

De staat, die Ten Bos heel lefortiaans (ja waarom wordt Claude Lefort eigenlijk nergens in dit boek genoemd?) ziet als een lege ruimte die opgevuld moet worden, gebruikt de wet als iets waar niets boven kan staan, behalve de wet zelve. Hobbes zei “Auctorias, non veritas, facit legem”, oftewel: “Gezag, niet waarheid maakt de wet”. De wet mag alleen door de wet(gever) geïnterpreteerd worden, hoeft daarbij niet te overtuigen alleen maar te poneren, te stellen, te funderen; iets dat Walter Hamacher “Gesetztotalitarismus” noemt. Nog ontluisterender is het inzicht dat de wet hierbij geneigd is iets feitelijks onwettigs als geweld te monopoliseren, iets dat de politie volgens Ten Bos goed zichtbaar maakt door uit naam van veiligheid voortdurend naar rechteloze middelen te grijpen (ook die gedachte zou Bonnie Honing van harte onderschrijven) (ja waarom wordt Bonnie Honing eigenlijk nergens in dit boek genoemd?).

De wet is een duidelijk dat; het verschaft een kader waarbinnen bewogen mag worden. Over dit kader kan niet gediscussieerd worden (en Rutte zag dat het goed was); waar nodig worden de kaders met krasse maatregelen gehandhaafd. De mens, het wettige dier.

Deze structuren konden ontstaan omdat de mens, minstens vanaf Plato, altijd gevoelig is geweest voor dogma’s, wetten, regels en laatste woorden; in den beginne was er het woord; al vanaf het eerste woord is elk weerwoord uitgesloten. Dat is precies naar de zin van elke manager, wat misschien is waarom Ten Bos in het twede en langste deel van Het laatste woord dieper in gaat op “het zachte imperium”, oftewel het management. “Efficiëntie is in het managementtijdperk de nieuwe referent geworden: alles gebeurt in naam van die efficiëntie. Wie eraan twijfelt, is gek. Iedereen wordt geacht zich eraan te onderwerpen. Het gaat om een quasireligieus evangelie. Als de bewakers van de efficiëntie zeggen dat iets bijvoorbeeld om financiële redenen niet kan, dan gebeurt het ook niet. Het gaat om ‘verschrikkelijke nee-zeggers’, die weten dat ‘nee’ altijd veiliger is dan ‘ja’, al was het alleen al omdat bevestiging meer werk met zich meebrengt dan ontkenning. Hoe zacht deze ontkenningsdictatuur ook is, door onszelf op het werk, in de wetenschap of zelfs in het dagelijks bestaan te onderwerpen aan de eisen ervan, werken we allemaal mee aan een nieuw soort feodalisme dat zijn eigen rituelen en liturgieën kent.” schrijft hij; het is deze gezamenlijkheid die het mogelijk maakt restaurants te sluiten uit naam van de volksgezondheid, me peinst, hoe meer het zich sluit, op allerlei nivo’s, hoe onmogelijker het wordt eraan te ontkomen. Hierin precies, wortelt het ontzeggen van rechten. Een verschijnsel dat door Jacques Ellul ook gesignaleerd wordt in propaganda: de neiging het individu ondergeschikt te maken aan het collectief.

Propaganda en massa gaan uiteraard altijd samen. Dezelfde Ellul ziet propaganda namelijk ook als orthopraxie; iets dat, anders dat orthodoxie, gericht is op reflexief handelen. De succesvol gepropagandeerde heeft het gevoel dat hij doet wat hij doet omdat hij het zelf wil (dat zijn de mensen die destijds over de vaccinaties zeiden dat ze “geen seconde getwijfeld” hadden) (had op zijn minst één seconde getwijfeld man) (en liever nog twee). Al het denken moet uitgeschakeld worden, omdat denken nogal eens de hinderlijke neiging heeft handelen te vertragen of zelfs te belemmeren (dan ga je zomaar een seconde twijfelen voordat je eender welk serum waarvan je de samenstelling helemaal niet kent in je lijf wil toelaten). “[M]ensen die geen vlieg kwaad zouden doen [sloten] hun kinderen op zolder [op] wanneer deze met het vermaledijde virus besmet bleken te zijn.” brengt Ten Bos fijntjes naar voren; en inderdaad zag je juist in de coronaperiode hoe mensen die doorgaans kritisch waren ten opzichte van de regering, sommigen zelfs met licht anarchistische neigingen, totaal kritiekloos het door de overheid naar voren gebrachte discours slikten, geheel geloofden in de zin en het nut van elke volgende idiote maatregel en netjes in de pas bleven lopen waar ze zich in andere tijden eerder op een recalcitrantie lieten voorstaan. Er bestaat ook geen “collectief kritische geest: dus het zich aan het collectief ondergeschikt makende individu stoot zijn vermogen tot kritisch oordelen af, met graagte zelfs, want het is prettiger om niet zelf na te hoeven denken maar de door “experts” gepropageerde “feiten” als voedsel op te zuigen. En iedereen die twijfels of kritiek uit, belemmert de constante levering van dit voedsel en wordt daarom als gevaarlijk en ondermijnend beschouwd. Propaganda verschaf de onthechte, geseculariseerde, “slimme” mens zekerheid, een opgaan in de massa waar iedereen dezelfde mening deelt, zodat die dus wel de juiste moet zijn. Zegt Ten Bos: “Als iedereen de persoonlijke mening is toegedaan dat een vaccin de hoofdweg uit de pandemie is of dat de oorlog in Oekraïne begonnen is door Rusland (en in het bijzonder door zijn

autoritaire leider), als daarbij geen enkele twijfel of tegengeluid nog wordt toegestaan, dan is de eigen positie automatisch gelegitimeerd.”

Een zoeken naar deze legitimatie in het hogere, het zelf overstijgende, is wat de mens altijd gekenmerkt heeft; mythes en goden hebben ooit in deze behoefte voorzien en sedert wat men wel verlichting heet, zijn de bronnen waaraan de massa zich laven kan allicht veeleer wetenschap en kennis. Dit brengt Ten Bos ertoe de maatschappij te kenschetsen als epistemocratie: een samenleving waarin alle macht komt te liggen bij diegenen die pretenderen over de juiste kennis te beschikken (allicht gelardeerd met een snuifje schrik want Hobbes sprak recht en niet krom toen hij zei dat iedereen die de mensen angst kan in boezemen gezag heeft). Zo zagen we in de coronaperiode voortduren epidemiologen, virologen, immunologen en diergelijke aan het woord; vakgebieden waarvan geen zinnig mens daarvoor ooit gehoord had maar nu over alles het laatste woord hadden. De macht die God ooit had, ligt nu bij het weten: via het weten is alles oplosbaar, via het weten is de waarheid toegankelijk en al het andere is onwaar en daarom ronduit gevaarlijk (heel erg ver van ketterverbrandingen hebben we ons vooralsnog niet bewogen). Wetenschap is en blijft echter mensenwerk en daarom te allen tijden gevoelig voor tekortkomingen, fraude, gemakzucht en simplisme. Wetenschap is evenmin de godheid die God zelve ooit was. Er is ook geen militia sine malitia, dat wil zeggen een strijden voor het goede zonder kwaad te doen (aan andersdenkenden); de epistemocratische mens is er echter van overtuigd dat er één duidelijk en aanwijsbaar kwaad is waartegen gestreden moet worden door de goeden die ook strijden uit naam van hen die (nog) niet inzien wat dat goede is. Denk daarbij aan woke, dat heilig overtuigd is van de superioriteit van het eigen gelijk. Of aan wat duurzaamheid is komen te heten; als zelfs iemand als Bruno Latour begon te zeggen dat “klimaatontkenners” geen spreekrecht meer mochten krijgen, is er echt wel iets aan de hand. Of denk. Die afgrijselijke, gluiperige, achterbakse kobold Pannenkoek die vond dat ongevaccineerden best een beetje mochten twijfelen hoor, dat mocht best, zo ruimhartig is die vullak wel, als ze uiteindelijk maar weer op de “goede weg” kwamen.

Vanuit hedendaagse invalshoeken legt Ten Bos eeuwenoude structuren bloot. Via een wat spitsvondige interpretatie van de Narcissusmythe komt hij uiteindelijk uit bij de narcistische wortels in elk mens die maar al te graag deel heeft aan iets onsterfelijks – een gelijk, een waarheid, een weten dat ons allemaal zal overleven.

Hoewel Het laatste woord bij momenten best iets scherper had mogen zijn, verschaft het een moje inleiding in het twijfelen als levenshouding. Dat maakt het boek waarlijk filosofie. Immers gaat filosofie nooit over weten maar altijd over denken. En dat gaat altijd voorbij aan elk laatste woord.

René ten Bos Het laatste woord

Het laatste woord

Twijfelen aan zekerheden

  • Auteur: René ten Bos (Nederland)
  • Soort boek: filosofieboek
  • Uitgever: Boom
  • Verschijnt: 13 maart 2025
  • Omvang: 312 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 29,90 / € 24,90
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van filosoof René ten Bos

Wie met gezag en geloofwaardigheid spreken wil, moet dit namens het hogere kunnen doen. Daarom heeft onze seculiere samenleving alternatieven gevonden voor God: we spreken niet langer in Zijn naam, maar in die van waarheid, rechtvaardigheid, efficiency, gezondheid, veiligheid of duurzaamheid. Dit heeft een nieuwe vorm van dogmatiek de wereld in gebracht, een machtige stem die geen tegenspraak duldt en altijd het laatste woord opeist.

In Het laatste woord legt René ten Bos de institutionele, psychologische en politieke mechanismen bloot die verklaren waarom we zo dogmatisch zijn en blijven. ‘Onderwerping,’ zo signaleert hij, ‘is de prijs die we maar al te graag willen betalen om iemand te worden.’ Tegelijkertijd heeft de samenleving behoefte aan sceptici die zich niets gelegen laten liggen aan leerstelligheid en de bijbehorende waarheidspretenties. Onze instituties hebben juist baat bij de frisse lucht van de twijfel om tot nieuwe inzichten te komen.

René ten Bos is geboren op 9 september 1959 in Hengelo. Hij is hoogleraar filosofie en voormalig Denker des Vaderlands (2017-2019). Van zijn hand verschenen bij Boom onder meer Water (2014, genomineerd voor de ECI Literatuurprijs), Bureaucratie is een inktvis (2015, winnaar Socratesbeker 2016), Dwalen in het antropoceen (2017) en Meteosofie (2021).

Bijpassende boeken

De originelen filosofieboeken van Uitgeverij Athenaeum

De originelen filosofieboeken van Uitgeverij Athenaeum. Welke boeken verschijnen er in de reeks boeken over filosofie van Uitgeverij Athenaeum? Welke schrijver, schrijfster of auteur heeft het boek geschreven? Welk filosofisch onderwerp komt aan bod in de filosofieboeken in de reeks De originelen?

De originelen filosofieboeken van Uitgeverij Athenaeum

Al eeuwenlang wagen telkens nieuwe schrijvers zich aan hervertellingen van sprookjes en mythen. Maar wat gebeurt er als eigentijdse denkers de ideeën van de oude filosofen opnieuw vertellen? In de reeks De originelen kruipen zij in de huid van de grootste denkers uit de geschiedenis van de filosofie. Van hun meesterwerken worden vaak alleen de belangrijkste wapenfeiten herhaald. In De originelen krijgt het oorspronkelijke denkwerk een nieuw leven. Klassieke ideeën van reuzen als Plato, Descartes, Machiavelli, Kant, Nietzsche, Camus, Arendt, Sartre en Beauvoir hervinden hun geest in het lichaam van een nieuwe literaire vertelling. Zo worden originele hoofdwerken in meeslepende essays naar het grote publiek gebracht, en naar het hart van de letteren.

  1. Coen Simon over De meditaties van René Descartes 
  2. Bert Keizer over Traktaat over de menselijke natuur van David Hume
  3. Alicja Gescinska over De tweede sekse van Simone de Beauvoir

Overzicht van filosofieboeken in de reeks De originelen

Het overzicht van De originelen filosofieboeken van Uitgeverij Athenaeum is ingedeeld op datum van verschijnen.

Ik denk dat ik ben

De meditaties van René Descartes

  • Coen Simon Ik denk dat ik ben recensieAuteur: Coen Simon (Nederland)
  • Soort boek: filosofieboek
  • Uitgever: Athenaeum
  • Reeks: De originelen deel 1
  • Verschijnt: 27 maart 2025
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 15,00
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris
  • Inhoud boek: In deze weergaloze hervertelling van Descartes’ retraite neemt Coen Simon de lezer mee naar de diepten van het menselijk verstand. Wat blijft er aan zekerheid over? Kan God eigenlijk wel bestaan? En als hij bestaat heeft hij dan sowieso het beste met mij voor? En wie is de lezer die denkt dit te lezen?…lees verder >

Bijpassende boeken en informatie