Tag archieven: Nederlandse dichteressen

Froukje van der Ploeg – Soms blijft iets

Froukje van der Ploeg Soms blijft iets recensie en informatie van de inhoud van de nieuwe dichtbundel. Op 11 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij Querido het boek met nieuwe gedichten van de Nederlandse dichteres Froukje van der Ploeg. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Froukje van der Ploeg Soms blijft iets recensie

  • “Ze weet wat ze ziet, ze ziet wat mensen beweegt, ze luistert naar ze en ze schrijft het op.” (Marijke Schermer)
  • “Een zeldzame combinatie van diepzinnigheid en toegankelijkheid, humor en ernst.” (Roos van Rijswijk)

Recensie van Tim Donker

Niet alle dichtbundels bereiken mij. Ik ben geen groot publiek. Ik zou de kust willen zijn. De kust waar alle poëzie aanspoelt. Maar ook de kust ben ik niet. Anders had ik het wel geweten. Als ik die kust was, of een groot publiek. Dan had ik geweten van Froukje van der Ploeg. Die maar één jaar jonger is dan ik wat er geen zaken mee heeft maar me toch opviel. In 2006 debuteerde ze met de dichtbundel Kater. Sindsdien publiceerde ze nog drie dichtbundels die, en nu sieteer ik het achterplat, “een groot publiek bereikten“. Lap. Daar heb je het. Een groot publiek bereikten die bundels dus wel. Maar mij bereikten ze niet.

En weer wens ik een groot publiek te zijn, en niet mij (mijzelf wens ik vaak niet te zijn). Want dan was Van Der Ploegs poëzie al veel eerder aangespoeld op mijn kust. Dan had ik al veel eerder haar woorden op mijn lijf, haar zinnen in mijn hoofd gehad. Die zinnen als spartelvisjes. Die woorden die de scheuren zijn waardoorheen het licht valt.

Bijvoorbeeld hoe een gedicht als En toen plotseling begint:

Heel kort geleden, zo kort geleden
dat het eigenlijk nu is, was er eens
in een land hier zo dichtbij
dat het eigenlijk hier is een wezen
dat zo op jou leek dat jij het bent

Een begin dat kan tellen, dat zo bloedmooi is dat het een gedicht op zichzelf is en je al bijna niet meer verder durft te lezen want misschien heb je hiermee je portie schoonheid al wel gehad voor deze dag, zulke dingen moet je doseren, teveel pracht slaat misschien wel om in het tegendeel, weet jij veel, maar je leest toch verder en het brengt je in verwarring, maar het is het goede soort verwarring, je weet niet of je een modern sprookje leest, of een oermythe over een wezen dat zichzelf tot het zijnde slaat door het niets te nietsen. Of is het een advies aan de lezer om hoog genoeg te vliegen opdat je vleugels zullen verbranden. Een lichaam te hebben dat op tijd in slaap valt, en niet pas tien minuten voor de wekker gaat. Of nog weer anders wellicht.

Dat kleeft aan deze poëzie. De veelkantigheid. Het onophoudelijk uit zijn voegen barsten. Dat spreken met al die tongen.

Van Der Ploeg instrueert de lezer over de perfecte wraak. Iemand steeds opnieuw die schooldag laten herbeleven van toen je dat tentamen Duits had waarvoor je niet had geleerd. Maak Nabokov onbegrijpelijk voor hem. Laat al zijn bier naar zuurkool smaken. Zulke wraak is zoet, zeg nou zelf, en dan tien jaar later om het te vieren een dagje naar zee. Neem een frietje. Rij weer naar huis.

Maar evengoed toont ze de poëzie van een inbraak. Een agente die weten wil of het huis altijd zo’n rotzooi is, en ja dit wel zo’n beetje de standaardsituatie ja, wanneer het gebeurd is weet je niet precies want je kent de werktijden van inbrekers niet. De humor in dingen die eigenlijk helemaal niet grappig zijn. Ook dat is een constante.

Of de dood. Of het leven. Punk is dood, en wij leven nog. In ieder geval leven we nog. Anderen zijn dood. Wie is er weg, wat is er weg in Autoriteit, wat kun je, leef je nog, weet je hoeveel knoflook in soep gaat, hangt dat niet af van welke soep het is godverdomme (in knoflooksoep al iets meer dan in erwtensoep vermoed ik), en hoe kun je weten wat er weg moet, wat echt dood is, een dichter is dood omdat hij oud was en rookte en leefde, een vriend is dood omdat hij jong is en de dood iets is om mee te spelen, maar denk je dat het einde der tijden gekomen is?

Of wat is. Wat was. De nostalgie. De hang naar. Dagen dat we niet waren waar onze ouders dachten dat we waren (dachten onze ouders? waren we ergens?). Of. Wat niet is wat het had moeten zijn. Wat niet geaccepteerd, niet volgens normen is. Omdat we ziek zijn. Omdat we dood gaan. Omdat we anders zijn. Altijd weer dat leven, en altijd weer druk met andere plannen. Of waar het heen moest. Toen je nog dacht dat je kon sturen. Pindakaas of kunstacademie. Toen je nog dacht dat het ene lor uitmaakte. Of zoals in één van die geweldige brieven die de dichter aan Imke schrijft: “Denk je dat onze tien jaar jongere ik / gelukkig is met hoe we zijn?” Imke en de dichter zijn in ieder geval geen zwervers geworden. Als kind wenste ik zwerver te worden. Zoals David Banner. Dat leek me mooi. Van stad naar stad, een eeuwige reis, altijd onderweg, een soort levenslange vakantie. Maar net als Van Der Ploeg ben ik toch geen zwerver geworden. Zou mijn vijfenveertig jaar jongere ik daar gelukkig mee zijn? Of met wat ik wel geworden ben? Of mijn dertig twintig tien jaar jongere ik? Altijd weer een pijnlijke vraag. Je bent nooit wat je ooit dacht te zullen zijn. En je kunt altijd weer meer verkloten in tien jaar dan je ooit voor mogelijk had gehouden.

Of alles wat ook zou kunnen zijn, in realiteiten anders dan de dagdagelijkse, misschien ontmoet je wel iemand omdat een spin met klompen over de muur van je slaapkamer loopt.

De gedichten in Soms blijft iets zijn grappig, melankoliek, verontrustend, surrealisties, schurend, verwarrend en ongekend prachtig – en meer dan eens dat allemaal tegelijk. Alle registers open zetten zonder dat het ook maar een moment gaat irriteren – daar moet je iets voor kunnen. Dan moet je een dichter zijn die van poëzie gemaakt is. Froukje van der Ploeg is zo’n dichter.

Froukje van der Ploeg Soms blijft iets

Soms blijft iets

  • Auteur: Froukje van der Ploeg (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 11 juni 2025
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek met nieuwe gedichten van Froukje van der Ploeg

Een godin zaait verwarring op aarde, een vrouw kijkt opgerold de tijd weg en huizen doen huizen na.

In haar nieuwe bundel trekt Froukje van der Ploeg lering uit alles wat beklijft. Met humor en zonder schroom onderzoekt ze het ongemak, de verandering en het welbehagen van lichamen, noteert ze de levensverhalen van andere mensen en toont ze hoe een spin die met klompen over de slaapkamermuur loopt grote gevolgen kan hebben. In brieven aan Imke en op weg naar huis, door het park, maakt ze de balans op.

Froukje van der Ploeg is geboren in 1974. Zr debuteerde in 2006 met de dichtbundel Kater. Sindsdien publiceerde ze nog drie dichtbundels, die een groot publiek bereikten, Zover (2013), Dit is hoe het ging (2016), Nachtvangst (2020). Ze ontving de Hollands Maandblad Poëziebeurs en werd genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs. Regelmatig wordt haar werk in literaire tijdschriften en in bloemlezingen gepubliceerd, en treedt ze op festivals op.

Bijpassende boeken en informatie

Shira Wolfe – Jugoslovenska Kinoteka

Shira Wolfe Jugoslovenska Kinoteka recensie, review en informatie over het boek met gedichten. Op 30 januari 2025 verschijnt bij The New Menard Press het boek met gedichten van de Nederlands-Amerikaanse schrijfster Shira Wolf. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Shira Wolfe Jugoslovenska Kinoteka recensie van Tim Donker

Reizen in. Scenes. Belgrado. Landschappen. Steden. Wat je ziet. Wat te zien is. Zulke scenes. In poëzie. Wat is. Wat zijn kan. Een droom kan een scene zijn. Een droom van piraten, en de plank lopen, en talloze spotvogels die eruit zien alsof ze van papier gevouwen zijn. Of. Dansen. Wijn drinken. Met zijn drieën op een bed. Zij en hij en jij. Dichtbij. Koppel in een bed en een groen flitslicht. Of. Praten over filosofie en liefde en ruimtevaart. Helder. Sterrennacht. De grootsheid. Kosmos. Rijden. Koffie bij een benzinestation. Monumenten van pijn. Muziek wacht op je bij de grens. Je komt iemand tegen in de ondergrondse punkbeweging. Je zou graag. Misschien. Deel van een jeugdbeweging zijn jij. De bergen, de zee & meneer Robot in een hoek van de bar. Dit alles tweetalig. Dus ook. Gospodin Robot. Denk je aan Karel Čapek. Denk je aan arbeid. Denk je aan Rossums universele. Denk je aan Tsjechië. Landen denken. De filosofie van de ruimte. Of. Dode zwanen in bevroren rivieren kunnen een scene zijn. Of. Een zeeman die haiku’s schrijft. Italjeniese roodwijn uit de ijskast. En steden, en steeds weer Belgrado. Of ook. Een kakkerlak die ze Zaza noemt, vanwege een Nederlands kinderboek (schrijft ze) (en te weten) (en we weten) (en je weet Puk van de Petteflat nog wel en je weet juffrouw Heijligers nog wel en je weet het klaslokaal nog wel en het einde van de schooldag en hoe er dan voorgelezen werd uit Puk van de Petteflat) (en het was de eerste klas, en je was zes jaar oud, en je weet het licht nog wel) (en iets daarvan maakte in je de liefde wakker voor het boek) (maar dan was al eerder misschien) (en iets daarvan maakte in je de liefde wakker voor lezen) (maar dat was al eerder misschien) (en iets daarvan maakte in je de liefde wakker voor het woord) (maar dat was al eerder misschien) (of ook echt pas veel later nog) (en iets daarvan maakte in je de liefde wakker voor dat joch met zijn pet en zijn kraanwagentje en al die dieren, en luisteren, en luisteren, en luisteren). Misschien ook. Tijden denken. En dat alles tweetalig. Dat heet dat bubašvabi jednog dečačića iz jedne holandske knjige en dat vind je mooi. Talen denken. Denken aan hoe Google knjige vertaalt met gewoon boek en niet kinderboek en denk je misschien zou. Het begrip kinderboek niet bestaan in het Servisch. Kinderboeken denken talen denken landen denken werkelijkheden denken. De werkelijkheid en datgene wat de werkelijkheid representeert. Hyperrealiteit. Simulacrum. Terug naar het hondenhok. Mensen in een grot. Of. Zwemmen naar kleine kerkjes gebouwd op een eiland. Het was heet we bleven in het water. De derde kop koffie op de eerste regendag. Met Sasho en Posho nergens zijn, behalve weg. Waar te zijn. Wat te zijn. Altijd degene willen zijn die je in de ogen van de ander bent. Kopie zonder origineel. En altijd weg, en wegger nog. Van A naar B te gaan. Van B naar C te gaan. Van C naar D te gaan. Blauwe bloemen kunnen een scene zijn. Een verlaten dorp kan een scene zijn. Een oude vrouw een oude man en een grazend paard. Het kan. Een scene zijn. Of zeventig euro moeten betalen voor een fles Brunello. Of. Gesprekken over. Moet Bukowksi verbannen worden van universiteiten omdat hij misogyn was? De lege eenzijdige universiteiten van de bozen en de bangen, en alle balans naar één kant weer. En te denken was hij wel misogyn was hij niet eenvoudiger misantroop misschien en de weinigen die nog deugden in zijn wereld waren bijna allemaal vrouw. Je kunt dromen. Moeders van de zon. Een verhaal van deze wereld. In de late namiddag. En alles, en steeds, en verder nog. Fluisteringen in de bomen. Doet. In de uitkijk op de loer voor een vertrek. Onder de duim en over de maan. Eerst de koffie. Plaatsbepaling. De lucht in de ochtend. Het delirium is weliswaar geweken. Een broer en een zus uit Parijs, en iemand speelt fluit. Want altijd iets te doen. Niemand kan het echt iets schelen als je niet naar het feestje gaat. Kortegolf nachten. Dingen die in je hand passen. En altijd de volgende keer, en altijd wat nog komen gaat. Hoop is een ding met veren. Tot hier weet wanneer. In poëzie of in stilte. Standbeelden kunnen scenes zijn. Gevallen engelen. Gevallen soldaten. Acht moeders. Vandaag geen vogels gezien. En al deze scenes glanzen van schoonheid. En al deze scenes nemen van weemoed aan een diepere tint van koffie. Dan bedoel ik de koffie van het poeder, de koffie voordat het de drank is. Verlangen, gemis, ochtend, koffie (en muziek) (klonk bijvoorbeeld bij Jugoslovenska Kinoteka: Miri van Bassekou Kouyate & Ngoni Ba, een seedee die ik nu, ineens, veel beter vond dan voorheen) (of ooit tevoren) (hoe dingen elkaar onophoudelijk kleuren) (niets altijd dezelfde tint heeft) (& twee keer in dezelfde rivier) (in mistig licht, en mijn weemoed grensde aan droefnis maar het was de goede droefnis de moje droefnis de droefnis die fijn is om te voelen). In al deze scenes. Scenes van vriendschap. Scenes van liefde. Scenes van dansen. Scenes van drinken. Scenes van lopen. Scenes van sneeuw. Scenes van leven. Hoe voelbaar. Voor iedereen. Die in leven is. Een boek als een schittering, een glans, te zien, heel even, en dan weer weg. Maar je hebt het gezien. Je hebt het in handen gehouden. De kracht is dat Wolfe het niet onopgemerkt voorbij liet gaan.

Shira Wolfe Jugoslovenska Kinoteka

Jugoslovenska Kinoteka

  • Auteur: Shira Wolfe (Nederland, Verenigde Staten)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels, Servisch
  • Servische vertaling: Marko Mladenović
  • Uitgever: The New Menard Press
  • Verschijnt: 30 januari 2025
  • Prijs: € 24,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Shira Wolfe

In Jugoslovenska Kinoteka, Shira Wolfe’s cinematic poetry reads like scenes from a movie, describing a period of her life spent in Belgrade and traversing the Balkans – from Sarajevo to the Bay of Kotor, from Stara Planina to Mount Avala. Most of all, it is an ode to the Belgrade of her past and the relationships she formed there, constellating around that city and continuously reappearing elsewhere in encounters fuelled by synchronicity. In her world, cities become smells; statues can be read; and the boundaries between art and life, between self and other, are always blurred.

Jugoslovenska Kinoteka is published as a bilingual edition in English and Serbian. The Serbian translation is a collaborative effort by Shira Wolfe and Marko Mladenović.

Shira Wolfe is a Dutch-American writer, poet and translator from Amsterdam. After completing her masters in International Performance Research, with a project about Palestinian poet Mahmoud Darwish, she lived in Belgrade on and off between 2016 and 2021. She is the author of the self-published poetry trilogy Wider Than the Sky (2021), Wider Wings (2022) and Fallen Angel (2023), and contributed to the anthology Vreselijk verlangen. Een verzameling smachtende Mammoetjes (HetMoet Publishing, 2023). Shira leads poetry and writing workshops for asylum seekers in the Netherlands through the organisation De Vrolijkheid, and frequently collaborates with The Mystifiers, a socially engaged music collective. She is also a translator for the publication series Archival Textures.

Bijpassende boeken en informatie

Bertram Mourits – Die pen laat mij zwieren

Bertram Mourits Die pen laat mij zwieren recensie en informatie boek met poëzie in handschriften van bekende Nederlandstalige dichters. Op 22 april 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Harmonie de bundel met ruim honderd gedichten, geschreven met ganzenveer of vulpen door Nederlandse dichters, samengesteld door Betram Mourits. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de samensteller en over de uitgave.

Bertram Mourits Die pen laat mij zwieren recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Die pen laat mij zwieren, samengesteld door Bertram Mourits, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Bertram Mourits Die pen laat mijn zwieren

Die pen laat mij zwieren

Poëzie in handschriften

  • Samensteller: Bertram Mourits (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Harmonie
  • Verschijnt: 22 april 2024
  • Omvang: 256 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 29,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek met Nederlandse gedichten in handschriften

Wanneer de dichter een pen in de hand heeft, kan poëzie overal ontstaan. Maar niet alleen die poëzie is de moeite waard, het handschrift waarin het is geschreven is net zo goed vaak ook een
kunstwerk op zich.

P.C. Hooft schreef zijn liefdesgedichten bijvoorbeeld in zijn beheerste ‘zetletter’ met royale beginkapitalen in een ‘rijmkladboek’. J.H. Leopold schreef zijn zwierige naar rechts hangende woorden op de achterkant van een briefje van de ‘cricket- en voetbalclub Vitesse’. En M. Vasalis gebruikte een receptbriefje voor haar even leesbare als achteloze handschrift.

Die mijn pen laat zwieren bevat ruim honderd gedichten die geschreven zijn door de bekendste Nederlandstalige dichters, met ganzenveer of vulpen, potlood of ballpoint. Soms zie je de schrijver denken op papier, soms is alleen de eindversie bewaard gebleven.

Bertram Mourits is geboren in 1969. Hij is hoofd collecties van het Literatuurmuseum in Den Haag. Hij promoveerde op de poëzie van de Zestigers en schrijft over literatuur in diverse media.

Bijpassende boeken en informatie

Gillis Dorleijn & Wiljan van den Akker – Een nieuw geluid

Gillis Dorleijn & Wiljan van den Akker Een nieuw geluid recensie en informatie boek over de geboorte van de moderne poëzie in Nederland 1900-1940. Op 18 april 2025 verschijnt bij uitgeverij Prometheus het boek van Gillis Dorleijn en Wiljan van den Akker over de moderne Nederlandse poëzie van 1900 tot 1940. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Gillis Dorleijn & Wiljan van den Akker Een nieuw geluid recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van het boek Een nieuw geluid, de geboorte van de moderne poëzie in Nederland 1900-1940, geschreven door Gillis Dorleijn en Wiljan van den Akker, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Gillis Dorleijn & Wiljan van den Akker Een nieuw geluid

Een nieuw geluid

De geboorte van de moderne poëzie in Nederland 1900-1940

  • Auteurs: Gillis Dorleijn, Wiljan van den Akker (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 18 april 2025
  • Omvang: 1264 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 75,00
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over de geboorte van de moderne poëzie in Nederland

Van Kloos, Gorter en Henriette Roland Holst, via A. Roland Holst, Bloem en Nijhoff tot Marsman, Engelman en Vasalis

Rond 1900 ontstaat een nieuwe poëzie en vooral een nieuw idee van poëzie. Dan komt de Beweging van Tachtig in de mode en spannen dichters, critici en essayisten zich in zich de moderne dichtprincipes eigen te maken en naar hun hand te zetten. Uitgevers, publiekstijdschriften en het literatuuronderwijs zijn drukdoende die nieuwe creaties en opvattingen te verspreiden. Zo ontstaat er een eigen literaire ruimte waarin de moderne poëzie bloeit en groeit, begeleid door talrijke, vaak felle debatten: over autonomie tegenover engagement, de (on)mogelijkheid van socialistische of christelijke poëzie, de wens eeuwige artistieke waarden te behouden en tegelijk radicaal te vernieuwen.

Hoe autonoom ook, de poëzie en de literaire wereld zijn continu onderhevig aan gebeurtenissen en ideeën uit de buitenwereld: de Eerste Wereldoorlog, de dreiging van een volgende, in de maatschappij circulerende visies op gender, ras en seksuele geaardheid.

Een nieuw geluid volgt de spectaculaire geboorte van de moderne poëzie in Nederland van dichtbij en levert een verrassende manier van (literatuur)geschiedschrijving.

Wiljan van den Akker is geboren op 22 december 1954 in Oss, Noord-Brabant. Hij studeerde Nederlands aan de Universiteit Utrecht. Hij promoveerde in 1985 op een proefschrift over M. Nijhoff. In 1986 werd hij uitgenodigd de leerstoel moderne Nederlandse letterkunde aan de UU te bekleden. Hij verrichtte diverse bestuurlijke taken, ook buiten de UU. Sinds 2006 publiceert hij ook fictie: twee dichtbundels (de eerste kreeg de C. Buddingh’-prijs), korte verhalen, een roman (met Esther Jansma) en vertalingen van poëzie van Charles Simic en samen met Esther Jansma werk van Mark Strand.

Gillis Dorleijn is geboren in 1951. Hij was hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde te Groningen. Hij publiceerde over poëzie (onder meer Leopold, Nijhoff, Faverey), poëzie en muziek (Lucebert en jazz), literatuuropvattingen in institutionele context (samen met Kees van Rees, met wie hij een gelijknamig NWO-programma leidde) en over de functie van literatuur (samen met Dirk De Geest en Pieter Verstraeten). Hij stelde edities samen (Nijhoff, Du Perron) en was voorts coauteur van een veelgebruikt handboek, Literair mechaniek. Naast zijn academisch werk was hij lid van jury’s en besturen in de literaire wereld.

Bijpassende informatie

Eva Gerlach – Vlieg zegt de vloer

Eva Gerlach Vlieg zegt de vloer recensie en informatie boek met nieuwe gedichten voor lezers vanaf 12 jaar. Op 11 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Querido de nieuwe dichtbundel van Eva Gerlach. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Eva Gerlach Vlieg zegt de vloer recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Vlieg zegt de vloer, het nieuwe boek met poëzie voor jongeren van Eva Gerlach, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Eva Gerlach Vlieg zegt de vloer

Vlieg! zegt de vloer

  • Auteur: Eva Gerlach (Nederland)
  • Illustraties: Trui Chielens
  • Soort boek: gedichten, jeugdpoëzie (12+ jaar)
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 11 maart 2025
  • Omvang: 72 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 18,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek met poëzie voor jongeren van Eva Gerlach

Opgroeien gaat niet zonder slag of stoot. Gescheiden ouders en stieffamilie, verdriet, eenzaamheid en angst, maar ook troost, vriendschap en eerste liefde: Vlieg! zegt de vloer volgt het pad naar volwassenheid in indringende en ontroerende gedichten.

Het tienermeisje dat in deze bundel centraal staat is keihard voor zichzelf en anderen, maar ook gevoelig en fantasierijk. Ondanks alle twijfels en wanhoop vindt ze haar plek in de wereld en komt langzaam het besef van wat echt belangrijk is: durven vliegen!

Bijpassende boeken en informatie

Esther Jansma – We moeten ‘misschien’ blijven denken

Esther Jansma We moeten ‘misschien’ blijven denken recensie en informatie van de laatste dichtbundel van de op 23 januari 2025 overleden Nederlandse dichteres. Op 15 november 2025 verschijnt bij uitgeverij Prometheus het boek met nieuwe gedichten van Esther Jansma. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Esther Jansma We moeten ‘misschien’ blijven denken recensie van Tim Donker

Dat de dingen gaan zoals ze gaan
Dat de dingen gaan
Dat dingen gaan zoals ze misschien helemaal niet gaan

En hier is hoe de dingen gaan.

Je doet iets, en het loopt op niets uit, en je doet het nog eens, en weer wordt het niks. Maar er is een verlangen, je blijft doen wat je doet, ooit wordt het iets, ooit wordt het warmer dan vandaag, subtropisch wellicht, ooit zal het wiegen, mogelijkerwijs alleen maar in je hoofd, noem het hoop, zeg dat dat voorlopig genoeg is.

Niet alleen de dingen gaan.

Een vader en een moeder kunnen gaan, uit elkaar dat is, dan zijn er voor jou ineens twee plekken waar je heen kunt, dan kun je doen alsof het huis van de vader het amstelhotel is, en dat jij dan een prinses was, zou dat niet een plan kunnen zijn, want je moet plannen blijven maken, ook de plannen moeten gaan, hoe meer plannen je maakt hoe vrolijker je wordt.

En duiven gaan, en slapeloosheid gaat, en zwajen met je benen als je op de rand van je bed zit gaat, dingen zien, het waarnemen gaat, dingen denken, gedachten gaan, Wat past er veel in zoon hoofd denken gaat, en weten dat ook met die gedachte het hoofd nog niet vol is. Dus is er altijd het Hoofd dat dingen zegt en denkt. En als er een Hoofd is kan er ook een Romanticus zijn, en iemand die ouder is dan jij en van dat ouder zijn een karakter boetseert, noem je Oud. Dan kan er een trialoog gaan, een trialoog tussen Hoofd en Romanticus en Oud.

Zoals het beweegt in We moeten ‘misschien’ blijven denken, zette Jansma me ook nogal eens op het verkeerde been. Er waren gedichten die ik al bijna voor kinderversjes hield. Eitjes die praten met kuikentjes; en er zijn lieve porseleinen poppetjes in een fabriek. De vader en moeder die uit elkaar gingen, en dan hield ik de gesprekken tussen Hoofd en Romanticus en Oud al even voor gesprekken tussen drie kinderen, een avondje alleen thuis, vader in zijn eigen huis alias het amstelhotel en moeder naar het theater, wie weet, de oudste neemt de leiding, zoals dat gaat neemt elk kind zijn vaste rol aan, of die rol hem nu past of niet, dat is hoe de hiërarchie werkt van oudste en middelste en jongste, en zo werden de personages getypologiseerd tot Hoofd, Romanticus en Oud. Waar de gesprekken ineens gaan over chemo, haaruitval en dood, begint het dan te scheuren.

Of stel je een personeelsuitje voor, een personeelsuitje op een boot, en de boot zinkt: dat is ook hoe een einde kan gaan.

Daartegenover de oerknal die ging. En dan ontstaan tijdperken. Misschien, ergens, een dictatuur.

Dat is hoe de dingen gaan, hoe ze ontstaan, hoe ze vergaan, en daartussen. Daartussen vliegt het. Vliegt het alle kanten op. Jansma heeft geen deeltjesversneller nodig om de dingen onophoudelijk op elkaar te laten botsen: wat je tegenkomt, ramen openen, liedjes, gapen, antwoord geven, zomaar een eind wegouwehoeren, dzeza’s, teta’s, mu’s, nu’s, aargh, weggaan uit je huis en hoe dat huis dan ophoudt jouw huis te zijn, weggaan uit je lichaam en hoe dat lichaam er dan nog heel even is, weggaan uit het leven, en heel dat leven is er nog, zonder jou, het hele leven blijft en begint.

Want dat is hoe de dingen gaan.
Dat is hoe gedichten gaan.
Dat is hoe een dichtbundel gaat.

Of deze dichtbundel toch. Zacht, teder, ontroerend, klein, groter dan het leven, over alles, over iets, over klein zijn, over de grote gelijkmaker, met humor, met liefde, met licht, met duister. Esther Jansma is er helaas niet meer maar god wat laat zij een rijk en wonderschoon oeuvre na.

Esther Jansma We moeten 'misschien' blijven denken

We moeten ‘misschien’ blijven denken

  • Auteur: Esther Jansma (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 15 november 2024
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 20,00 / € 11,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de laatste dichtbundel van Esther Jansma

In haar elfde en misschien laatste poëziebundel richt Esther Jansma het vizier op de (on)eindigheid van het bestaan. Centraal staat het afscheid nemen van het vanzelfsprekende: gezondheid, toekomst, leven. Dit thema wordt uitgewerkt in een waaier van gedichten die het spectrum bestrijkt van maatschappelijk engagement tot mystiek. De drie spreekstemmen uit haar met de Halewijnprijs bekroonde bundel Picknick op de wenteltrap (1997) leveren door de hele bundel heen in korte, tragikomische dialogen commentaar op wat er gaande is.

Esther Jansma is geboren op 24 december 1958 in Amsterdam. Behalve poëzie publiceerde ze de feministische essaybundel Mag ik Orpheus zijn? (2011). Hiernaast publiceerde ze in samenwerking met Wiljan van den Akker twee bundels met vertalingen van de Amerikaanse dichter Mark Strand (2007 en 2011) en de magisch-realistische roman De Messias (2015).

Voor haar poëzie ontving Jansma onder andere de VSB Poëzieprijs, de Jan Campert-prijs en de Adriaan Roland Holstprijs. Eind vorig jaar werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw voor haar waardevolle bijdrage aan de poëzie en dendrochronologie.

Op 23 januari 2025 overleed Esther Jansma in een hospice in Utrecht en werd 66 jaar oud.

Bijpassende boeken en informatie

Jolanda Kooijmans – Addertje

Jolanda Kooijmans Addertje recensie en informatie boek met nieuwe poëzie van de Nederlandse dichteres. Op 6 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de nieuwe dichtbundel van de uit Nederland afkomstige schrijfster Jolanda Kooijmans. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de dichteres en over de uitgave.

Jolanda Kooijmans Addertje recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Addertje het nieuwe boek met gedichten van Jolanda Kooijmans, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Jolanda Kooijmans Addertje

Addertje

  • Auteur: Jolanda Kooijmans (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 6 maart 2025
  • Omvang: 152 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,50
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van het nieuwe boek van de Nederlandse dichteres Jolanda Kooijmans

In Addertje ontmoeten we het demonische wezen Addertje dat haar moeder zoekt. Het bange meisje Zuuz dat de stem van de duivel heeft gehoord. Haar oudoom Drie die eindeloos op sterven ligt. De kinderen misbruikende priester Bubblebeez die de hel onder zijn toog meedraagt. De eeuwig klagende teinreiziger Constant en de zeldzame watersatan, aan de andere kant van het gangpad, die het op hem gemunt heeft.

Addertje is een wonderlijk lichte, fijnzinnige en diepzinnige dichtbundel over de duivel. De vier verhalende gedichten gaan over het kwaad, over vervreemding, verdraaiing, angst, het verloren lopen in de wereld, het pauzeren van een kritische grens. Het archetype van de duivel wordt opnieuw geboren in een veelheid van vromen en gedaanten en hij is verrassend anders dan je denkt.

Jolanda Kooijman is dichter en beeldend kunstenaar. Haar gedichten verschenen onder andere bij De Revisor, Deus ex machina, Ooteoote en in de bundels De Branie en De aarde. Haar debuutbundel Twee ton verscheen in 2020.

Bijpassende boeken en informatie

  • Nederlandse dichteressen

Anna Enquist – De onderkant

Anna Enquist De onderkant recensie en informatie boek met nieuwe gedichten van de Nederlandse dichteres. Op 28 maart 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers de nieuwe dichtbundel van Anna Enquist. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Anna Enquist De onderkant recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van De onderkant, de nieuwe dichtbundel van Anna Enquist, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Anna Enquist De onderkant

De onderkant

  • Auteur: Anna Enquist (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 28 maart 2025
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Anna Enquist

Ook in haar tiende bundel blijft Anna Enquist optima forma en levensdriftig zichzelf.

Als psychotherapeute en als dichter – van Soldatenliederen (1991) tot en met Berichten van het front (2020) – heeft Anna Enquist steeds achter en onder de dingen gekeken, tegels lichtend van de ziel en vliezen wegtrekkend van de oppervlakkige werkelijkheid, om te verkennen wat er woelt en woedt in de duistere ‘ruimte onder grond en mos’. In deze nieuwe bundel, haar tiende, vervolgt ze die missie met onverminderde passie en vasthoudendheid. Wat daar zoal wordt aangetroffen: een innerlijk toneel van krimp, benauwd geluk, de glimmende hoeven van een sater, een wak in de winter.

Anna Enquist is op 19 juli 1945 geboren in Amsterdam. Ze studeerde piano en psychologie. Ze was lange tijd als docente verbonden aan het Sweelinckconservatorium en werkte in de periode 1988-2000 als psychoanalytica aan een instituut in Amsterdam. Daar deed zij analyses en therapieën en gaf zij cursussen aan verschillende opleidingen. Ze publiceert haar boeken onder pseudoniem. Haar echte naam is Christa Widlund-Broer.

In 1988 debuteerde  met enkele gedichten in het literaire tijdschrift Maatstaf. Het meesterstuk, Het geheim, Contrapunt, De verdovers en Want de avond bezorgden haar een breed en internationaal lezerspubliek. Van haar werk zijn miljoenen exemplaren verkocht in Nederland en het buitenland.

Bijpassende boeken en informatie

Judith Herzberg – Kneedwezens

Judith Herzberg Kneedwezens recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe dichtbundel van de Nederlandse dichteres. Op 4 november 2024 verschijnt bij Uitgeverij De Harmonie het boek met nieuwe gedichten van Judith Herzberg. Hier lees je informatie over de inhoud van de dichtbundel, de dichteres en over de uitgave.

Judith Herzberg Kneedwezens recensie van Tim Donker

Poëzie slaagt er als één van de zeer weinige media in onaangeroerde lagen in uw diepste innerlijk aan te boren, maar bij het spreken over poëzie vervalt een mens al te gemakkelijk in herhalingen. Dan belandt Kneedwezens van Judith Herzberg op mijn recenseertafel, en daar ga ik weer. Dan ben ik terug tien, en ik woon weer in de Oudartstraat in Stiphout. Waar het allemaal begon. Mijn oudste zus zat in die dagen in een poëzieclubje. Poessieklup, zo spraken ze dat uit. Dat vond ik aanstellerig. Af en toe liet ze foto’s zien die gemaakt waren op de “poessieklup” en naar die beelden te oordelen uitte de “poëticale beleving” zich nogal eens in verkleedpartijen en andere carnavaleske ongein. Dat vond ik bedenkelijk. Niettemin ging er iets van uit. Iets raars ging ervan uit. Iets van heilige huisjes en het schoppen daartegen ging ervan uit. Iets onaangepasts ging ervan uit. Ja, iets verbodens misschien wel. Dingen die hoorden, dacht ik, als je ermee op wilde houden kind te zijn. Het trok me. Ja het trok me geweldig. En ze deden in hun “poessieklupje” ook nog daadwerkelijk aan poëzie ook, ze lazen het zelfs. Dat moest iets zijn, zulke dunne boekjes die kennelijk rechtstreeks in verbinding stonden met alles dat ver voorbij de gekende, brave, geordende wereld lag. God ja. Dat moest iets zijn. Ik had mijn oudste zus zien zitten met zo’n boekje, gewoon bij ons thuis, in onze allerdagdagelijkste zitkamer, op de bank. Beemdgras heette het. Ik kon me al geen voorstelling maken van het soort gras dat beemdgras zou moeten zijn, zou dat een heel ander soort gras zijn dan dat van ons gazonnetje achter het huis? Ik moest. Ik dacht. Ik wilde. Ik dacht te moeten willen. Ik wilde moeten denken. Als Beemdgras niet in haar handen was, dan lag het op haar kamer, op haar buro, dat had ik zelf gezien toen ik haar een keer kwam halen omdat het eten klaar was. Toen mijn oudste zus op een zaterdag niet thuis was, toen er zelfs niemand thuis was, dacht ik dat Beemdgras eens te kunnen lezen. Ja, u heeft gelijk. Ik had het misschien ook gewoon kunnen vragen aan mijn zus. Maarja. Ik associeerde poëzie met schimmigheid, met volwassenheid, met een prikkelend soort van onbehoorlijkheid, en voor een kind kon daar alleen maar een heimelijke benadering bij passen. Dus ik sloop. Er was niemand thuis, maar ik sloop. Want het moest heimelijk, weet u nog, dus ik moest wel sluipen. En ik sloop, en ik opende de deur van haar kamer, en op mijn tenen ging ik naar haar buro, en toen het lezen. Een beetje kijken een beetje bladeren een beetje lezen. Het bood echter weinig dat een sluipgang rechtvaardigde. Het was niet verboden, of subversief, of anarchisties, of opruiend. Of wat dan ook. Het was verdomme niet eens onbegrijpelijk! Was dit het nu dat mensen aanzette om met maffe hoedjes op en gekke jasjes aan op een foto een zot bakkes te trekken?

Ik denk dat het Bert Keizer was die filosofie vergeleek met een onneembare vesting, die jonge mensen wel aantrok maar vervolgens nauwelijks toegang gaf. Wie met een ongeoefend brein immers een willekeurige filosofische “klassieker” gaat lezen, zal er immers doorgaans bitter weinig van begrijpen. En je wil wel, want je wil vat op de wereld, vat op het bestaan, het interesseert je wat anderen daar zoal over dachten en schreven, maar wie zal je leiden, wie zal je wegwijs maken, hoe kun je ophouden als een blindeman door deze gangen te stommelen? Ik had als kind geprobeerd de onneembaarheid van de  vesting “poëzie” te slechten, maar die Herzberg had me eenvoudigweg de deur uit gegooid. Poëzie bleef me trekken, maar sudderend, diep binnenin, en het zou lang duren vooraleer K. Schippers’ Een leeuwerik boven een weiland me voorgoed omver kegelde: pas op mijn vijfentwintigste, met dit boek op mijn schoot, in een trein van nergens naar ergens, wist poëzie mijn hart helemaal winnen. Totaal. Integraal. Fenomenaal. Het zou oneerlijk zijn te beweren dat deze vijftienjarige vertraging te wijten is aan Judith Herzberg. Toch begon ik niet zonder rancune aan Kneedwezens. Ik had dan wel Jo gelezen, en ook wel goed gevonden, maar Jo was geen poëzie. Zelfs Bijna 90 Hopla’s dat ik ook las, zelfs dit jaar nog, zou ik geen poëzie noemen, geen echte poëzie toch, en bezijden: meer dan “wel aardig” had ik Bijna 90 Hopla’s sowieso niet gevonden. Zodus. En daarom. Dierhalve. Is. Kneedwezens de eerste poëziebundel van Herzberg die ik ging lezen sinds ik zesendertig jaar geleden op grond van een vluchtig doorbladeren van Beemdgras haar ganse poëzie-oeuvre afwees. En waarom een mening zesendertig jaar lang volhouden om hem niet meteen weer te kunnen bevestigen?

Kon ik ook maar minder klaar zijn voor deze omwoeling?

Kon ik.

Kon de oceaan.

Konden de dingen, en hoe die gaan. En ze lopen ziend. Kon ik. Was ik. Wist ik veel mensen.

Wist ik van –

de idee van kneedwezens alleen al. Dat komt uit Leedvermaak, dat is een toneeltekst (als is Rijgdraad) (als is En / of) (& enten eller dacht ik kleinstwijltjen lang) (hallo bert keizer) (of ook Dat het ’s ochtends ochtend wordt) (waarom weet ik niet maar ik las daar in de eerste instantie dat het ’s ochtends taal wordt) (& mooi vond ik dat & goed ook vond ik dat) (want de nacht is beelden) (de nacht is dromen) (en de ochtends geeft ons de taal terug) –

(Maar om terug te komen op die kneedwezens dus. Pien en Riet weten niet wat het is, maar Rivka is er bang voor, kneedwezens van klei, daar wordt zij ’s nachts gillend wakker van (want de nacht is beelden) (en de kneedwezens zijn amorf) (ik werd vroeger akelig van een blikkerende robot uit een poppenserie, Kiki heette die robot, soms kreeg ik dat akelige gevoel ook zonder die poppenserie, zelfs zonder dat de televisie überhaupt aan was, ik voel me zo Kiki zei ik dan & mijn zussen & mijn moeder snapten dan precies om wat voor gevoel het ging) (vandezomer, in het Valencia waar zij tegenwoordig woont, bekende mijn zus, de andere, de jongere, nog aan mij dat zij zich af en toe nog steeds een beetje Kiki kan voelen) – of hoe kneedbaar ons wezen is, zegt iemand, zegt wie, zegt Bourdieu dat de continuïteit van identiteit illusoir is, want we zijn niet wie we waren / )

& van beginnen met de oerfilosofische vraag (de filosofische oervraag?), “wij bestaan / in plaats van niet”, heet het in het openingsgedicht Acht, maar bij filosofen als Leibniz of Wittgenstein heette dat “Waarom bestaat er iets en niet niets?” (en het niets nietst, dat wist Heidegger al) (& hallo bert keizer nog maar weer) (& het bestaan wortelt misschien)

& een halve vogel in een kooi – magritteësk surrealisme misschien (wat hield ik van zijn werk, ooit) (ik was student, ik woonde in de lelijkste flat van west-europa, en ik miste alles en iedereen, ik had alleen muziek nog, ik had alleen schilderkunst nog) (en later) (& toch, nog steeds, als ik op winterochtenden mijn dochter wek en daarna haar gordijn opentrek, moet ik nog wel eens aan een schilderij van René Magritte denken, ik weet de titel niet meer, ik had ooit een boek met zijn werk maar dat heb ik weggedaan na mijn studentendagen, het is dat schilderij waarop het diep in de straat nog nacht is, of in elk geval donker, maar hoog in de lucht al volop dag) of toch weer filosofie: alleen de kant die we zien bestaat voor ons, onvolmaakt waarnemende wezens (mensen in een grot enzo), wat houden wij allemaal maar voor waarheid wat we niet eens goed zien

& de beweringen in Beweringen, genummerd, zodat het iets krijgt van een gedicht van F. van Dixhoorn, wat één van de allerbeste dichters is die we hebben in dit land hier, of ook hoe beweringen tout court, ja, ontbijt in jeruzalem is nooit saai, de taalkunde vibreert tussen zwets en spraak, is, overal, desalniettemin kan een bewering zijn, kunstbloemen kan een bewering zijn, de zoveelste of op de tast, tegenstrijdig kan een bewering zijn, een mij dat niet gezien is is doorgestreept, en dit Beweringen hier kan moeiteloos tot de beste gedichten gerekend worden die ik las dit jaar, dat ik deze genialiteit niet gezocht had achter Herzberg (een toegeven dat, zult u snappen, wat schoorvoetend is)

& al wat is
& al wat weggevaagd hier
& wat valt en dreunt als het valt

(dreunend, dreunend)

(de parabel van het bebouwbare land)

& de strooisels als het zomer is, Zomerstrooisels heet het, en het spreekt het zegt: “je moet wel weten wat voor weer het was die dag // je moet wel weten wat voor weer voorspeld was voor die dag // je moet wel weten wat voor weer het werd die dag // je moet wel weten wat voor weer het toch nog werd die dag // je moet beseffen dat het weer er niet zoveel toe deed die dag // hoezo: je moet? van wie?”, en daar moest ik om lachen, ook deze humor had ik niet gezocht achter Herberg, en het dwingende, en het ritme, je had moeten horen hoe het paste in fucking destruction waarover Jarboe zong, de muziek die uit mijn boxen kwam, hoe het samen ging, ook deze hypnose had ik niet gezocht achter Herzberg

& in het rijk van rijken, waar de ober boos is, of gelovig misschien, iets om je alles van aan te trekken, iets om je niets van aan te trekken, iets waar je niet zou durven te blijven, iets om nooit meer weg durven te gaan, en altijd

(en altijd ten aarzel)

(slechts aarzelend tot aarzelen gekomen)

& iemand die niet goed vertellen kan, aan de groenteman, waar hen was geweest (hen was niet naar de veluwe geweest) (hen was ook niet naar het beletselteken geweest), het gedicht moet zichzelf als het ware ophoesten, ook dit onbeschaamde stotteren had ik niet gezocht achter Herzberg

& welk nu het nu van nu is, een vraag die je je niet dagelijks stelt misschien, het had iets van Toon Tellegen kunnen zijn, is het nuë nu nu of is het een ander nu (in een paar regels een klein traktaat over het nu schrijven) (een samengebald schrijven) (het schrijven tot het uiterste geconcentreerd) (iets om nog eens te lezen) (later misschien) (maar welk later) (later is allang begonnen) (later is nu) (maar welk nu)

& woorden maken taal op maar produceren ook taalergernissen, dat “locaties” een beetje vies is had ik me nooit zo gerealiseerd maar misschien is dat recht ja en niet krom, recreatie wel inderdaad, of heb ik in elk geval nooit gesnapt (wat wordt in het recreëren opnieuw gecreëerd dan?) (iemand maakt een ruimte en de mensen die daar bepaalde aktiviteiten ontplojen maken die ruimte nog een keer?) (even een ruimte dunnetjes over doen) (faal opnieuw. faal beter), zodus weer te denken geven en weer in maar een paar woorden, hoe mooi ik dat vind, en hoe misschien alleen poëzie dat kan, met “iets fris” zie ik dan mijn eigen gedachten weergegeven op papier, want geef toe: dat is raar, toch?, volgens mij is er geen drank zo klef als uitgerekend dat bocht dat door sommige mensen “fris” genoemd wordt (“een frisje” is nog een graadje erger), maar misschien heb ik altijd maar het halve fris geproefd, ik onvolledig waarnemend wezen

(in wezen een wezen)

& wat nog steeds fladdert op Kreta doet me afvragen of het kijken daar even goed is als in Ierland of beter, het fladderen al even fladderig of fladderiger, kleinstwijle doordesemt fladderen mij, ook dit fysieke had ik niet gezocht achter Herzberg

(alzo)
(het schrijven en de woorden)
(en mijn ogen en wat daar achter is)

& een hartenklop later is er een andere dichter die ik ook, zij het niet heel aktief, op afstand gehouden heb, in het Nederlands fladdert I’ve seen a Dying Eye van Emily Dickinson op me af, en zo straf werkt het in Herzbergs vertaling dat ik het orzjieneel opzoek, en ook dat is mooi, zangerig en mystiek, nog een muur geslecht, de schrijfsels als vogels in de lucht of als vissen die in de zee zwemmen, grasbladen, Herzberg ook tussen die 22, misschien had ik eerder moeten weten

misschien had ik eerder moeten weten waartoe haar poëzie in staat is
misschien had ik eerder moeten weten hoe Herzberg de dorst naar poëzie laven kan
misschien had ik eerder moeten weten wat een ontzettend goede dichter Herzberg eigenlijk is

(weet je wat ik ook nooit weet)

(is dat doosje nog ergens?)

Kneedwezens

  • Auteur: Judith Herzberg (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Harmonie
  • Verschijnt: 4 november 2024
  • Omvang: 46 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 21,90
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Judith Herzberg

Mede ter gelegenheid van Judith Herzbergs 90ste verjaardag verschijnt dit najaar een bundel met nieuwe poëzie getiteld Kneedwezens.

Judith Herzberg is een van grootste dichters van ons land. Haar precieze manier van formuleren en haar sterke observatievermogen is veelgeprezen.

Judith Herzberg (4 november 1934, Amsterdam) debuteerde in 1961 met haar eerste gedichten in Vrij Nederland. In 1963 verscheen haar eerste bundel, Zeepost. Hierna volgden onder meer Beemdgras (1968), Strijklicht (1971) en Zoals (1992). En verder bij De Harmonie verscheen onder andere Wat zij wilden schilderen (1996), Soms vaak (2004), Het vrolijkt (2008), Klaagliedjes (2011), Liever brieven  (2013), Vormen van gekte (2018) en Sneller langzaam (2022).

Vanaf het begin van de jaren zeventig volgden toneel- en tv-stukken, filmscripts en teksten voor musicals. Herzberg schreef onder andere het scenario voor Charlotte, een film van Frans Weisz over het leven van de in Auschwitz vermoorde schilderes Charlotte Salomon.

Er bestaat veel waardering voor de poëzie van Herzberg. De bloemlezing Doen en Laten (Rainbow Pocketboeken) behoorde in 1994 tot de honderd beste boeken.

Haar gedichten zijn onder meer in het Duits, Turks en Engels vertaald. In 1988 verscheen bij Oberlin College Press een keuze uit haar poëzie in vertaling onder de titel But what: Selected Poems.

Bijpassende boeken en informatie

Trudy van Wijk – Ellen Warmond biografie Geef niet mee

Trudy van Wijk Ellen Warmond biografie Geef niet mee. Op 10 oktober 2024 verschijnt bij uitgeverij Walburg Pers de biografie van de Nederlandse dichteres Ellen Warmond. Hier lees je uitgebreide informatie over de biografie. Daarnaast is er aandacht voor de boekbespreking en recensie van Geeft niet mee! Biografie van Ellen Warmond, geschreven door Trudy van Wijk.

Trudy van Wijk Ellen Warmond biografie Geef niet mee recensie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van de biografie van Ellen Warmond, geschreven door Trudy van Wijk, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Ellen Warmond informatie

Ellen Warmond, echte naam Pietronella Cornelia van Yperen, werd op 23 september 1930 geboren in Rotterdam. Ze overleed, 80 jaar oud, op 28 juni 2011 in Kijkduin, gemeente Den Haag.

Ze debuteerde in 1953 met de dichtbundel Proeftuin waarvoor ze de Reina Prinsen Geerligsprijs ontving. Ze zou uiteindelijk zo’n 20 dichtbundels schrijven en bovendien de roman Paspoort voor niemandsland in 1961 en twee verhalenbundels Eeuwig duurt het langst in 1961 en Van kwaad tot erger in 1968. In 1987 ontving Ellen Warmond de Anna Bijns Prijs voor haar gehele werk.

Trudy van Wijk Ellen Warmond biografie Geef niet mee

Geef niet mee!

Biografie van Ellen Warmond

  • Auteur: Trudy van Wijk (Nederland)
  • Soort boek: biografie
  • Uitgever: Walburg Pers
  • Verschijnt: 10 oktober 2024
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Trudy van Wijk Ellen Warmond biografie Geef niet mee recensie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van de biografie van Ellen Warmond, geschreven door Trudy van Wijk, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Ellen Warmond informatie

Ellen Warmond, echte naam Pietronella Cornelia van Yperen, werd op 23 september 1930 geboren in Rotterdam. Ze overleed, 80 jaar oud, op 28 juni 2011 in Kijkduin, gemeente Den Haag.

Ze debuteerde in 1953 met de dichtbundel Proeftuin waarvoor ze de Reina Prinsen Geerligsprijs ontving. Ze zou uiteindelijk zo’n 20 dichtbundels schrijven en bovendien de roman Paspoort voor niemandsland in 1961 en twee verhalenbundels Eeuwig duurt het langst in 1961 en Van kwaad tot erger in 1968. In 1987 ontving Ellen Warmond de Anna Bijns Prijs voor haar gehele werk.

Flaptekst van de biografie van dichteres Ellen Warmond

In de naoorlogse jaren was Ellen Warmond (1930-2011) een geliefde dichter. Vanaf haar debuut Proeftuin (1953) wist ze haar soms duistere wereldbeeld te vertolken in toegankelijke en vaak geestige gedichten. Ze was een bijzondere stem in de literaire wereld: ze was behalve terughoudend en introvert, hoogst eigenzinnig. Geef niet mee! vertelt haar levensverhaal. Van een subtiel maar onmiskenbaar – door de oorlog getekende jeugd – in Rotterdam, naar een al snel gekortwiekte carrière als balletdanseres, tot dichter. Een dichter die haar zoektocht naar vriendschap en identiteit herkenbaar vormgaf.

Bijpassende boeken en informatie