Tag archieven: Nederlandse Schrijfster

Judith Koelemeijer – De redding

Judith Koelemeijer De redding recensie en informatie nieuw boek van de Nederlandse schrijfster en journalist. Op 28 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij Atlas Contact het nieuwe boek van Judith Koelemeijer. Hier lees je informatie over de inhoud van het non-fictie boek, de schrijfster en over de uitgave.

Judith Koelemeijer De redding recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van De redding, het nieuwe boek van Judith Koelemeijer, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Judith Koelemeijer De redding

De redding

  • Auteur: Judith Koelemeijer (Nederland)
  • Soort boek: literaire non-fictie
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 28 februari 2025
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 18,99 / € 13,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Judith Koelemeijer

Een troostrijk verhaal over lot, kwetsbaarheid en de ultieme vraag: wat zou jij doen voor een medemens?

Op een koude winteravond belandt de zeventigjarige Leah met haar auto in de Haarlemse Leidsevaart. Hoewel de kade al snel vol mensen staat, doet niemand iets. Tot grote frustratie van de jonge studente Mirjam, die wanhopig zoekt naar een manier om redding te bieden. Ze kan toch niet voor haar ogen iemand laten verdrinken?

Jaren later kijken de twee vrouwen terug op Leahs ’tewaterlating’ – een gebeurtenis die hun beider levens voorgoed veranderde. De redding is een waargebeurd, troostrijk verhaal over lot, toeval en kwetsbaarheid, over redden en gered worden en over de ultieme vraag: wat zou jij doen voor een mens in nood?

Bijpassende boeken en informatie

Anke Scheeren – Blauw of de kleur van blijdschap

Anke Scheeren Blauw of de kleur van blijdschap recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Nederlandse roman. Op 27 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster Anke Scheeren. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Anke Scheeren Blauw of de kleur van blijdschap recensie van Tim Donker

Te zeggen of te zwijgen (waarover men niet spreken kan daarover moet men zwijgen) (maar ik moet spreken ook als ik zwijgen moet) dat ik niet eens wist dat ze een boekenpagina hadden. Ik associeer Nieuwe Revu voornamelijk met waargebeurde misdaad, met spanning, met sensatie, met lang leve de lol en nimmer eindigt het feestje; kortom een soort papieren versie van SBS6. Maar wat blijkt. Niet alleen hebben ze een boekenpagina, ze menen ook nog criteria op te mogen stellen waaraan een besprekerken die naam waardig zou moeten voldoen. Zeggen ze, zegt Nieuwe Revu naar aanleiding van De mooiste dagen zijn het ergst van Anke Scheeren: “Wie het talent van Anke niet ziet, is het vak van literatuurcriticus niet waard.” (want zo hecht zijn ze daar met Scheeren dat ze Anke mogen zeggen) (& literatuurcriticus, jaja, ik wist niet dat het een vak was) (ook niet dat het een proeve van bekwaamheid vereiste, de ballotage, herken het talent en u is waardig) (ge moet talent kunnen herkennen als ge het ziet). Wel. Ja. Dus. Noem dit besprekerken maar onwaardig dan want in eerste kon ik het talent toch niet daar voor het oprapen zien liggen. Er wordt geopend met een scene die zich afspeelt in het kantoortje van de baas, wat ik qua opening toch wel aan de zwakke kant vind, noem het gerust een beetje afgezaagd; ergens vraag iemand zich af hoeveel lichtjaren iets “geleden” is, lichtjaar gebruiken om naar duur te verwijzen in plaats van afstand, ook dat vind ik zwak; Scheeren gebruikt, ook al niet sterk, heel erg veel, zo heel erg ongelooflijk veel pagina’s om ons lezers in te peperen dat hoofdpersoon Egbert een kleurloze, saje, geremde sufbubbel is, en eenmaal in Mongolië treedt Egbert in een ger allerlei ongeschreven regeltjes met voeten en dat. Ja dat. Dat vond ik meer iets voor een strip. Het Donald Duck-achtige personage (misschien hemzelf wel) die in een of ander “exotisch” oord ver van huis in de eenvoudige hut van de pure leden van een al even puur natuurvolk iets onvergeeflijks doet (het eten weigeren, of niet helemaal op eten, of juist wel helemaal op eten, of eten met de pet op, of iemand een hand geven, of juist geen hand geven, of niet voldoende eer betonen aan een afgodsbeeld, zoiets) en dan zomaar ineens van geëerde en welkome gast  verandert in opgejaagde paria. Het volgens Nieuwe Revu voor de ware criticus zo goed te herkennen talent lag in de ogen van dit besprekerken een weinig bedolven onder net één flauwiteit teveel.

Want Mongolië dus. Ja. Egbert is data-analist, het had weeral niet nietszeggender gekund, en wordt door zijn baas naar Mongolië gestuurd om de bevolking warm te krijgen voor de plaatsing van een aantal windmolens. De Nederlandse windmolens waarin zijn bedrijf grossiert hebben vooral leegte en wind nodig, en dat is er allebei genoeg in Mongolië. Het is onduidelijk waarom baas Harrold de niet bepaald avontuurlijk aangelegde, niet bepaald initiatiefrijke, niet bepaald doortastende Egbert op deze missie stuurt. Startpunt is Ulaanbaatar, waar op voorhand een onderkomen verzorgd zal zijn, maar daarna moet Egbert het achterland in, in de Mongoolse leegte op zoek naar een geschikte plek voor de windmolens en de bezwaren van eventueel aanwezige nomaden weg zien te nemen. Er zullen knopen moeten doorgehakt, er zal daadkrachtig opgetreden moeten worden, er zal gekampeerd moeten worden, het zal afzien zijn; allemaal dingen waartoe de lezer dankzij Scheerens overdadige aanwijzingen niet toe in staat acht. Met samengeknepen billen en gekromde tenen op de leesstoel want je ziet het al van verre aankomen: dit gaat mis, dit gaat helemaal mis, Egbert gaat falen zoals niemand ooit gefaald heeft, of, wat ook kan, kleurloos als hij is zal hij geheel worden ingevuld door de overweldigende ongereptheid van Mongolië en zijn vroegere bestaan almeteens verruilen voor een ascetisch leven in een ger ergens in het midden van niets. En ja natuurlijk wordt hij overvallen, natuurlijk wordt hij beroofd, natuurlijk rijzen er misverstanden, natuurlijk is hij als de nitwit die hij is te slecht voorbereid op alles dat op zijn pad komt. Je kunt het allemaal zien aankomen, en hee, dan komt het ook nog ook.

Maar daarmee is niet alles gezegd.

Een talent zie ik al wel bij Scheeren: de (voorspelbare) plot krijgt niet de meeste aandacht. Het is maar een vehikel om Egbert los te krijgen van zijn vertrouwde omgeving en hem -in de leegte, in het niets- volledig op zichzelf aangewezen te laten zijn. Welsprekender dan de plot, dus, is de sfeer van Blauw of de kleur van blijdschap. Misschien is er alsnog niet een heel extreem talent voor nodig om op de steppe sfeer tot zingen te krijgen, dat zullen keelzangen zijn en dat voelt iedereen met een minimum aan voorstellingsvermogen direct al aan. Maar het werkt niettemin, en het is een van de redenen waarom dit boek alle enen bij elkaar opgeteld toch een prettige leeservaring oplevert.

Voor een andere reden moet men alleen maar kijken naar Scheerens professie. Schrijver, en wetenschapper in de psychologie. Egbert mag dan een beetje een lulletje rozenwater zijn, eendimensionaal is hij niet. In leegte en stilte, bij afwezigheid van alles, krijgt hij alle ruimte voor (zelf)reflectie en het zijn de herinneringen, de overpeinzingen, de twijfels en de bewustzijnsstromen die Blauw of de kleur van blijdschap naar mijn idee zijn kracht geven. De lange gedachtegangen over liefde, familie, leven, sterven, karakter (of de afwezigheid daarvan), reizen, baan en determinisme vormen hier de ware vergezichten. In het zijn van het zijnde dat het karakter heeft van het erzijn is elkendeen maar een geworpen zijnde: je hebt het maar te doen met wat je vermag, en de grenzen aan wat je vermag zijn getrokken door wat is aangeboren en door omstandigheden die je voor een groot deel ook zelf nooit voor het kiezen hebt gehad. Je angsten, je beperkingen, je intelligentie, je uiterlijk, alles dat je houdt waar je bent en waaruit geen ontsnappen mogelijk is.

Daar is, bijvoorbeeld, een prachtige peins bij Egbert naar aanleiding van een herinnerd radiobericht over een verongelukte man die “een vrouw en twee kinderen” “achterlaat”: “Het was een vergissing om te denken dat de luisteraars medelijden moesten hebben met de dubbelklapte man tegen de boomstam. Het waren immers de achterblijvers die nog jarenlang moesten werken en hun huur of hypotheek moesten betalen. Zij waren het die week in week uit hun boodschappen deden, in rijen stonden en door de regen fietsten. In een voortdurende variatie op hetzelfde thema moesten de achterblijvers zich aankleden, zich scheren, zich ontlasten, zich druk maken, glimlachen, geruststellen, verhuizen, googlen, ontkennen, veters strikken, afscheidnemen, met vreemden in een lift staan, het nieuws volgen, online afspreken, dezelfde fouten maken, zich belachelijk maken, sleutels zoeken, hun knieën stoten, karakter tonen, hoesten of krabben, wakker liggen, rennen om niet te sterven, stofzuigen, de vaartwasser inruimen, praten over ambities, de waarheid omzeilen, gekwetst worden, kou vatten, klappen voor andermans succes, op vakantie gaan, brood smeren, verbranden, hunkeren, zich vergissen, zich laten koeioneren, zich niet laten kennen, interesse veinzen, voortploeteren tot die ene dag dat ook zij iemand achter zouden laten. De gekte om door te gaan hoefde alleen maar ietsje groter te blijven dan de gekte om er voortijdig mee te kappen.” (waarbij vooral die laatste zin op adembenemend akkurate wijze samenvat wat het betekent om in leven te zijn).

Het is vooral in de bespiegelingen van deze aard dat ik talent herken. Talent om te ontroeren, te verontrusten, onbehaaglijk te maken, aan het denken te zetten. Geen klein talent nee. Dus. Ben ik waardig nu, mag ik blijven? En mag ik nu ook Anke zeggen?

Anke Scheeren Blauw of de kleur van blijdschap

Blauw of de kleur van blijdschap

  • Auteur: Anke Scheeren (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 27 februari 2025
  • Omvang: 232 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,50 / € 12,00
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de tweede roman van Anke Scheeren

‘Wat vind je zo mooi aan Mongolië, Egbert?’
‘Dat het er leeg is.’
‘Wat vind je zo mooi aan de leegte?’
‘Dat er niks is.’
‘Maar dan ben jij er ook niet meer.’
‘ja.

Onverwacht stuurt zijn baas de weinig ambitieuze Egbert Klein op missie naar Mongolië. Hij moet de inwoners van het uitgestrekte land overtuigen van de ongekende duurzame mogelijkheden die de wind en de leegte bieden. In Ulaanbaatar verandert hij noodgedwongen in een avonturier met een rolkoffer.

Baluw of de kleur van blijdschap gaat over verlies en hunkering, over jezelf tegenkomen, juist wanneer je er niet naar op zoek was.

Anke Scheeren is schrijver en onderzoeker. Na haar studie psychologie ontving zij een schrijversbeurs van literair tijdschrift Hollands Maandblad. Ze publiceerde verschillende korte verhalen. In 2009 verscheen haar roman De mooiste dagen zijn het ergst. Het boek werd lovend ontvangen en genomineerd voor de Opzij Literatuurprijs en de Selexyz Debuutprijs.

Bijpassende boeken en informatie

Judith Fanto – Narcis

Judith Fanto Narcis recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe historische roman over Wenen van de Nederlandse schrijfster. Op 25 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Ambo | Anthos de tweede roman van de uit Nederland afkomstige schrijfster Judith Fanto. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Judith Fanto Narcis recensies en informatie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Narcis, de historische roman van Judith Fanto, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “We moeten naar Theodor Fontane uit de negentiende eeuw teruggaan om een vergelijkbaar niveau van vertellen te vinden. Een bijzonder indrukwekkend boek.” (Friesch Dagblad over Viktor)
  • “Debuutroman vol humor, wijsheid en melancholie.” (De Telegraaf over Viktor)

Recensie van de redactie

Als je met je debuutroman succesvol bent en lezers aan je weet te binden dan is een tweede boek een uitdaging. De verwachtingen zijn hoger dan bij een debuut en de teleurstelling ligt dan op de loer. Gelukkig weet Judith Fanto met haar tweede roman Narcis, het niveau van haar eersteling vast te houden.

De roman vertelt op aangrijpende en boeiende wijze het levensverhaal van Manno, de weesjongen die op tienjarige leeftijd, na het overlijden van zijn moeder, verhuist van Haarlem naar Wenen. Met moeite weet hij een plek te veroveren in het Wenen van de eerste helft van de twintigste eeuw.

Maar als Hitler de macht in Oostenrijk overneemt en de Anschluss een feit is verandert zijn leven drastisch, waarbij de posities die zijn vrienden innemen zijn leven op zijn kop zet. Manno neemt uit zelfbescherming de rol aan van toeschouwer, observeerder maar wordt uiteindelijk, tegen wil en dank, toch een soort van redder in nood.

Dat Judith Fanto zich nadrukkelijk verdiept heeft in het Wenen van het interbellum spreekt uit bijna alles in de roman. Soms lijkt die kennis bijna in de weg te zitten van het verhaal, maar tegelijkertijd wordt je als lezer wel gegrepen door de gebeurtenissen en de dillema’s waarmee de hoofdpersoon geconfronteerd wordt. Al met al is Narcis een geslaagde en boeiende historische roman die door onze redactie gewaardeerd is met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Judith Fanto Narcis

Narcis

  • Auteur: Judith Fanto (Nederland)
  • Soort: Nederlandse historische roman
  • Uitgever: Ambo | Anthos
  • Verschijnt: 25 februari 2025
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99 / € 15,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe historische roman van Judith Fanto

1916. Na de dood van zijn moeder verhuist de tienjarige Manno van Haarlem naar de door oorlog geteisterde wereldstad Wenen. De eisen die zijn nieuwe leven aan hem stelt, drijven hem tot wanhoop, tot hij op een zomerkamp vriendschap sluit met vijf leeftijdsgenoten.

In de decennia die volgen overleeft hun hechte vriendschap de meest uiteenlopende beproevingen. Maar als Hitler aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog Oostenrijk binnenvalt, wordt het maatschappelijke persoonlijk en moet ieder van de vrienden kleur bekennen.

In deze rijke, meeslepende roman over vriendschap etaleert Judith Fanto opnieuw haar wonderschone stijl en historische kennis, die ze combineert met een vlijmscherp psychologisch inzicht. Kun je een ander ooit ten diepste kennen? Vergt werkelijke vriendschap wel absolute openheid? Of is respect voor de geheimen van de ander juist het grondrecht van elke vriend?

Judith Fanto is geboren in 1969 in Delft. Ze is jurist, spreker en schrijver. In 2020 verscheen haar debuutroman Viktor, gebaseerd op de lotgevallen van haar Weense familie. Viktor werd een bestseller en is vertaald in het Duits en het Russisch. Narcis is Fanto’s tweede roman.

Bijpassende boeken en informatie

Frouke Arns – Vonkie

Frouke Arns Vonkie recensie en informatie van de roman over Schotland van de Nederlandse schrijfster. Op 25 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij Ambo | Anthos de nieuwe roman van de uit Nederland afkomstige schrijfster Frouke Arns. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Frouke Arns Vonkie recensie en informatie

  • “Frouke Arns pakt je bij je lurven.” (de Volkskrant)

Frouke Arns Vonkie

Vonkie

  • Auteur: Frouke Arns (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman over Schotland
  • Uitgever: Ambo | Anthos
  • Verschijnt: 25 februari 2025
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst roman over Schotland van Frouke Arns

Vonkie is een sfeervol en diepmenselijk coming-to-terms-with-ageverhaal over zelfontdekking en de moed om opnieuw te beginnen, tegen de achtergrond van een van de indrukwekkendste wandelroutes ter wereld.

Met haar rode krullen en vurige karakter kreeg Fenna als kind de koosnaam Vonkie van haar vader. Ook als ze allang volwassen is blijft ze zijn Vonkie, totdat hij haar op een dag door zijn dementie niet meer herkent. Fenna besluit daarop in een opwelling hun gezamenlijke droom in haar eentje te verwezenlijken: bepakt met een rugzak vol kampeerspullen vertrekt ze naar Schotland om de West Highland Way te lopen. De uitdagende wandelroute van 157 kilometer is precies wat ze nodig heeft nu ze op een kruispunt in haar leven staat.

Fenna’s huwelijk is voorbij, haar dochter leidt haar eigen leven en in haar werk als kunstenaar en galeriehoudster voelt ze zich niet meer gezien. Nu ook haar geliefde vader haar niet meer herkent is het tijd voor bezinning. Terwijl ze het ruige Schotse landschap doorkruist en andere wandelaars ontmoet maakt ze ook een innerlijke reis door haar herinneringen, en met elke wandeletappe komt ze tot nieuwe inzichten en meer acceptatie.

Frouke Arns is geboren in 1964. Ze is dichter, schrijver en redacteur. Haar prozadebuut De gelijktijdigheid der dingen (2021) werd lovend ontvangen, genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs en bekroond met De Bronzen Uil Publieksprijs. Frouke was stadsdichter van Nijmegen.

Bijpassende boeken en informatie

Annemieke Dannenberg – Kleine heilige dingen

Annemieke Dannenberg Kleine heilige dingen recensie en informatie van de inhoud van de debuutroman van de Nederlandse schrijfster. Op 25 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij Lebowski de eerste roman van de uit Nederland afkomstige schrijfster Annemieke Dannenberg. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Annemieke Dannenberg Kleine heilige dingen recensie

  • “Een gevoelig meisje in een gelovige omgeving ervaart God, maar dan anders. Annemieke Dannenberg houdt dit mooie verhaal wijselijk klein, maar wat laat ze haar personage veel ontdekken!” (Franca Treur)
  • “Humor en religie, werkelijkheid en waanzin, liefde en een slang. In Kleine heilige dingen dirigeert Dannenberg schijnbare tegen stellingen tot nieuwe muziek.” (Simone Atangana Bekono)

Recensie van de redactie

Het leven en opgroeien in een orthodox christelijk gezin en omgeving is een onderwerp dat met regelmaat terugkomt in de Nederlandse literatuur. Sterker nog een aantal van de meest gelezen en best verkochte romans draaien om dit thema. En met regelmaat inspireert het auteurs om nieuwe boeken te schrijven. Vaak uit noodzaak, soms uit interesse in het milieu.

Schrijfster Annemieke Dannenberg debuteert nu met een boekover dit thema. Kleine heilige dingen is een coming-of-age roman die het opgroeien in een orthodox christelijk gezin koppelt aan opbloeiende lesbische gevoelens en de dillema’s die dit met zich meebrengt.

Op een verdienstelijke wijze weet Dannenberg het thema in haar debuutroman over het voetlicht te krijgen. In een prettige stijl beschrijft ze hoe het is om op te groeien in een één ouder-gezin. De ontwikkeling van de gevoelens van Judith voor een punkmeisje dat ze leert kennen in een snackbar, de worsteling met haar loyaliteit jegens haar moeder, de twijfels over de dogma’s van de kerk, het lukt de schrijver om dit goed over het voetlicht te brengen. Bovendien wordt ook de innerlijke strijd van Judith die soms hallucinant zijn overtuigend beschreven.

Schrijverstalent is duidelijk aanwezig in deze goed geschreven debuutroman die de moeite van het lezen zeker waard is. De roman maakt nieuwsgierig naar de literaire ontwikkeling van Annemieke Dannenberg en naar haar volgende literaire werk. Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Annemieke Dannenberg Kleine heilige dingen

Kleine heilige dingen

  • Auteur: Annemieke Dannenberg (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse debuutroman
  • Uitgever: Lebowski
  • Verschijnt: 25 februari 2025
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 22,99 / € 11,99 / € 12,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de eerste roman Annemieke Dannenberg

Judith woont samen met haar moeder in een flat van de kerk. Ze zit in haar eindexamenjaar en wil graag naar het conservatorium. Op haar cellodocent na, komt Judith alleen maar in contact met strenggelovige mensen: op haar evangelische school, in de kerk of bij de Alpha-cursus. Totdat ze bij de frietboer Dorian ontmoet en haar hele wereld op z’n kop wordt gezet. Deze eerste grote liefde ontketent een strijd tussen intuïtie en het verlangen om bij de gemeenschap te horen. De grens tussen religieuze extase en waanzin wordt flinterdun, terwijl Judith zich haar toekomst probeert voor te stellen.

Annemieke Dannenberg is geboren in 1993. Ze is schrijver en geestelijk verzorger. Ze publiceerde korte verhalen in onder andere De Revisor en op Hard//Hoofd, en trad op diverse podia op. Kleine heilige dingen is haar debuutroman.

Bijpassende boeken

Roxane van Iperen – Eigen planeet eerst

Roxane van Iperen Eigen planeet eerst recensie en informatie boek over waarom onze democratie geen antwoord heeft op het grootste vraagstuk van onze tijd. Op 25 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Thomas Rap het nieuwe non-fictie boek van de Nederlandse schrijfster Roxane van Iperen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Roxane van Iperen Eigen planeet eerst recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van eigen planeet eerst, het nieuwe boek van Roxane van Iperen, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Roxane van Iperen Eigen planeet eerst

Eigen planeet eerst

Waarom onze democratie geen antwoord heeft op het grootste vraagstuk van deze tijd

  • Auteur: Roxane van Iperen (Nederland)
  • Soort boek: politieke non-fictie
  • Uitgever: Thomas Rap
  • Verschijnt: 25 februari 2025
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van het nieuwe boek van Roxane van Iperen

Dit is geen klimaatessay. Wie niet gelooft dat klimaatverandering door de opwarming van de aarde binnen dertig jaar ernstige gevolgen zal hebben, hoeft zich ook niet te verdiepen in de vraag hoe we het tij kunnen keren. Dit essay richt zich op de vraag: is ons systeem wel ingericht om dit probleem te kunnen oplossen?

De democratische rechtsstaat wordt in het Westen gezien als de beste vorm om het welzijn van burgers te waarborgen, maar een antwoord op de grootste dreiging voor die burgers komt nauwelijks van de grond. Hoe komt dat, en: is er een manier om dat, binnen het systeem, te veranderen?

Roxane van Iperen is geboren op 11 juni 1976 in Nijmegen. Ze is de auteur van Schuim der aarde , ’t Hooge Nest, Brieven aan ‘Hooge Nest, De genocidefax (Boekenweekessay 2021), Eigen welzijn eerst en de roman Dat beloof ik. In 2021 verzorgde ze de 4 mei-lezing. Haar werk werd diverse malen bekroond en is inmiddels in 14 talen vertaald.

Bijpassende boeken en informatie

Marjolein Visser – Hou je stil

Marjolein Visser Hou je stil recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Nederlandse roman. Op 18 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Geus de roman van de uit Nederland afkomstige schrijfster Marjolein Visser. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Marjolein Visser Hou je stil recensie en informatie

  • “Hartverscheurend maar nimmer sentimenteel. Een goed afgehechte novelle die je niet licht vergeet.” (NRC ∗∗∗∗ over Restmens)
  • “De Verboden Duinen doet iets wat alleen heel goede boeken doen: het geeft je het gevoel dat je er een vriendschap bij cadeau krijgt.” (Jaap Robben)

Marjolein Visser Hou je stil

Hou je stil

  • Auteur: Marjolein Visser (Nederland)
  • Soort: Nederlandse roman
  • Uitgever: De Geus
  • Verschijnt: 18 februari 2025
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe roman van Marjolein Visser

De teruggetrokken, uit Mexico gevluchte Alex loopt stage op een Nederlandse universiteit en probeert te redden wat er te redden valt. Om te leven moet hij praten, om te overleven juist niet.

Hou je stil is een meeslepende roman over dichte grenzen en grenzeloze moed, over de kracht van taal en het troebele onderscheid tussen daders en slachtoffers.

Alle personages in dit boek zijn verzonnen. De feiten niet.

Marjolein Visser is geboren in 1989. Ze werkte onder meer als psycholoog in opleiding in een traumakliniek voor vluchtelingen, als onderzoeker naar asielbeleid en richtte ‘De Schrijfwerkplaats voor Nieuwkomers’ op. Voor deze roman deed ze drie jaar lang onderzoek in Nederland en Mexico.

Bijpassende boeken en informatie

Steffie van den Oord – Kinderen in oorlogstijd

Steffie van den Oord Kinderen in oorlogstijd recensie en informatie nieuw boek over de Tweede Wereldoorlog. Op 15 april 2025 verschijnt bij uitgeverij Querido het nieuwe boek van de Nederlandse historicus en schrijfster Steffie van den Oord. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Steffie van den Oord Kinderen in oorlogstijd recensie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Kinderen in oorlogstijd, het nieuwe boek over de Tweede Wereldoorlog van Steffie van Oord, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Steffie van den Oord Kinderen in oorlogstijd

Kinderen in oorlogstijd

  • Auteur: Steffie van den Oord (Nederland)
  • Soort boek: oorlogsgeschiedenis
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 15 april 2024
  • Omvang: 240 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 23,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Steffie van den Oord

Ze zagen bommen vallen en sloegen op de vlucht; ze belandden in treinen, in kampen. Mieke en Micha, Ria en Zoni en andere kinderen die nu hoogbejaard zijn hinkelden op de appelplaats van Bergen-Belsen of maakten hun huiswerk terwijl de Japanners in aantocht waren. Ze spuugden naar Duitse soldaten of werden – als NSB-kind – uitgescholden.

Met de veerkracht van een kind overleefden ze; vermagerd bleven ze spelen of namen ze juist de taken van hun ouders over. Wat zagen ze, wat kregen ze mee en wie werden ze?

Hoe werkt een oorlog, zelfs tachtig jaar na dato, door in een mensenleven? Op het nippertje legde Steffie van den Oord deze aangrijpende verhalen vast.

Steffie van den Oord is geboren in 1970. Ze studeerde geschiedenis en werkte voor de VPRO-radio. Haar bestseller Eeuwelingen werd zestien keer herdrukt. Daarnaast publiceerde ze de zeer succesvolle boeken De vrouw met de bijlNieuwe eeuwelingen en de lovend besproken historische romans De gebroeders B. en De vrouwen van Hendrik de Jong. Van Liefde in oorlogstijd werden ruim 20 000 exemplaren verkocht.

Bijpassende boeken en informatie

Emma Laura Schouten – Nachtschade

Emma Laura Schouten Nachtschade recensie en informatie over de eerste roman van de Nederlandse schrijfster. Op 13 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij Van Oorschot de debuutroman van de Nederlandse schrijfster Emma Laura Schouten. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Emma Laura Schouten Nachtschade recensie

Indien er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnen van Nachtschade, de debuutroman van de Nederlandse schrijfster Emma Laura Schouten, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Emma Laura Schouten Nachtschade

Nachtschade

  • Auteur: Emma Laura Schouten (Nederland)
  • Soort boek: debuutroman
  • Uitgever: Van Oorschot
  • Verschijnt: 13 februati 2025
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 22,50 / € 12,50 / € 14,99
  • Boek bestellen bij: Bol Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Emma Laura Schouten

Wanneer iemand haar vraagt hoe het voelt, migraine, tekent de hoofdpersoon uit Nachtschade een grillige spiraal. Taal kent wetmatigheden, grammatica en ordening, iets waar een fysiek proces zich aan onttrekt. Toch waagt Emma Laura Schouten in Nachtschade precies dat: een taal uitvinden voor ontstellende pijn. De hoofdpersoon van Nachtschade leeft in eindeloze cycli van tijd en tussentijd. Wanneer de migraine toeslaat brengt ze de tussentijd door in een schemerruimte, terwijl vormloze monsters door haar schedel slenteren. In de andere tijd probeert ze een leven op te bouwen ondanks de grilligheid van haar eigen lichaam. Als houvast verzamelt ze de stemmen van vrouwen die haar voorgingen in de tussentijd, op zoek naar soelaas, naar een teken, naar magie. Maar die obsessie brengt een crisis teweeg wanneer blijkt dat de zeventiende-eeuwse filosofe Anne Conway zich niet laat vangen in taal.

In het rijke en erudiete Nachtschade verkent Schouten het niemandsland tussen ziek en gezond. Door een kier in haar hoofd daalt de lezer af naar een hallucinante wereld opgebouwd uit kristalheldere vignetten, scherpe observaties, verwondering en verwantschap met vrouwelijke denkers en schrijvers. Een schemerruimte vol wonderen gegevens

Emma Laura Schouten (1994) schrijft essays, proza en poëzie. Ze is docent Nederlands in Amsterdam en werkte eerder als freelance redacteur. Haar werk verscheen onder meer in Kluger Hans, Het Liegend Konijn en op Hard// hoofd. Nachtschade is haar debuutroman.

Bijpassende boeken

Virginia Woolf – Over ziek zijn

Virginia Woolf Over ziek zijn recensie en informatie tekst uit 1926 van de Engelse schrijfster, aangevuld met bijdragen van de auteurs Alexandra Philippa, Babs Gons, Jameisha Prescod, Jan van Mersbergen, Lieke Marsman, Marijn Sikken, Marit Pilage, Maureen Ghazal, Michaël Van Remoortere, Nadia de Vries, Stef Hulskamp en Yasmin Namavar. Op 5 november 2024 verschijnt bij Uitgeverij HetMoet dit boek met essays over ziek zijn. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave. Bovendien is het boek gerecenseerd door een van onze redacteuren.

Virginia Woolf Over ziek zijn recensie van Tim Donker

Er was een paus voor nodig, en iemand die ik niet kende. Maar misschien ook mijn moeder een beetje.

Het begon met een vrouw. Het begint verdorie altijd met een vrouw. Het was zomaar een vrouw, het was een hele speciale vrouw, er waren dingen en gesprekken, het maakte niet zoveel uit dat zij getrouwd was, en ik zo goed als toen (en later echt) (maar bij toen hadden die vrouw en ik allang ruzie en zagen we elkaar nooit meer), ik kon het alleen niet zo goed aanhoren als ze over haar man begon want ik wilde, voor de duur van onze gesprekken dan toch, de enige man in de hele wereld zijn voor haar. Op een dag vertelde ze van een essay, geschreven door haar man. Over de paus. Zo’n mooi essay als hij geschreven had, zei ze, en ik voelde mijn ergernis reeds groeien. Het ging over de paus, er was een paus in die dagen, een paus die ziek was, een paus die langzaamaan aftakelde, maar paus bleef, en als paus zichtbaar, je kon hem zien, op teevee, trillend, bibberend, murmelend, en dat was iets waar om gelachen werd. Niet alleen door de meeste mensen, de meeste mensen lachen om alles, en ook niet alleen door cabaretiers, de meeste cabaretiers zijn dom genoeg om vooral te spotten met dingen waar de meeste mensen om zullen lachen, maar eigenlijk wel door iedereen. Ook ik had me afgevraagd of die man niet beter ophield paus te zijn, misschien had ik er zelfs wel eens een grap in gezien door een vergelijking te trekken tussen een zieke paus en de deplorabele staat van het gristendom. En daar had haar man een essay over geschreven. Ik wilde al wat gaan zeggen. In zijn essay, zo ging de vrouw verder, keerde haar man zich tegen de lachers. De spotters. De haters. Hij zag er juist iets nobels in, iets moois, om zijn aftakeling, zijn ziekte te dragen en te tonen. Zich daar niet voor te schamen maar rechtop (nuja bij wijze van spreken dan) zijn levenseinde tegemoet te gaan. Iedereen gaat dood, iedereen wordt naar het einde toe steeds een beetje verder afgebroken, waarom moet dat verborgen blijven, waarom niet, openlijk, lijden?

En ik zweeg. Ik had zo graag gewild dat het om een idiote mening zou gaan, om iets wat ik met twee woorden van tafel had kunnen vegen, maar die dag moest ik mijn meerdere in hem erkennen. Hij had de vinger gelegd op een plek die ik niet had willen zien. Ineens dacht ik aan mijn moeder. Van toen we net in Eindhoven woonden, en een nogal vormelijke buurvrouw hadden. Die heel sjiek was of in ieder geval graag het idee had dat ze heel erg sjiek was. Mijn moeder vergeleek haar altijd met een personage uit een Britse comedyserie. Op enig moment werd de buurman ziek. Erg ziek. Alzheimer. Buurvrouw bracht haar man naar een tehuis en keek er niet veel meer naar om. Zei mijn moeder, ik lette niet zo op die dingen, we woonden net in Eindhoven, de grootstad zowaar, toch wel vergeleken bij het dorp waar we vandaan kwamen, en voor het eerst in mijn leven had ik vrienden, ik was niet vaak thuis, ik ging uit, ik ging dingen doen met vrienden, ik was al bijna gelukkig, in ieder geval te zorgeloos om veel met de buren bezig te zijn. Maar mijn moeder wist het wel, wat daar wel gebeurde en wat er niet gebeurde, ze wist dat buurvrouw haar man een beetje aan zijn lot overliet, en ze wist ook waarom. “Die man gaat dood,” zei ze, “en dat is niet sjiek. Je kunt niet sjiek doodgaan.” Het werden gevleugelde woorden bij ons thuis, die nog vaak herhaald werden: “Doodgaan is niet sjiek.”

En aan doodgaan dacht ik, en aan sjiek zijn, en aan lijden, en aftakeling, en ziekte, en waarom we toch zo’n diepgewortelde neiging hebben om ervan weg te kijken, het uit het blikveld te willen hebben, ouderen en zwakken het recht op een podium liever ontzeggen. “Die is daar te oud voor”, “Die is toch veel te ziek”, “Die moet zo langzamerhand eens ophouden”. Zulke uitspraken. Daarover dacht ik na, maar daar was wel een paus voor nodig. En iemand die ik niet kende. En misschien ook mijn moeder een beetje.

Een virus later begon ik nog scherper te zien. Zonder de diskussie over covid opnieuw op scherp te willen zetten, wil ik toch doen opmerken dat één van de dingen die mij verbijsterden dit was: een virus -hoe gevaarlijk of niet, dat wil ik nu even niet aan de orde stellen- is klaarblijkelijk voor bijna iedereen in de hele wereld een supergoede reden om het totalitarisme te installeren. Van de ene op de andere dag leefden we in een dictatuur, en dat was goed want anders werd je misschien ziek. Bedrijven gingen failliet, kinderen liepen grote achterstanden op school op, jongeren pleegden in eenzaamheid zelfmoord, studenten maakten uit onvrede hun studie niet af, ouderen stierven eenzaam en alleen, de overheid vertelde u wanneer u naar uw werk mocht en wanneer u thuis moest blijven, een avondklok werd ingesteld, en alles was goed, alles was helemaal oké, want anders werd je misschien ziek. De gemiddelde mens is dus liever onvrij dan ziek. Dus. Ziekte is niet alleen maar iets dat beter verborgen gehouden wordt, het mag eigenlijk niet eens bestaan. Het is u verboden ziek te worden, het is u verboden dood te gaan.

En, als Woolf stelt in het titelessay, het is u ook verboden erover te praten (ik had een buurvrouw ooit, een andere dan die van die man die alzheimer kreeg overigens, die het niet over kanker had maar over “k”, alsof alleen al het uitspreken van het hele woord onheil kon aanrichten – ik wist eerst niet eens waar ze over had als ze met haar fluisterstem en haar indringende blik begon over kaa)(ik dacht dat ze het over een slang had, of over kaas) (als kinderken zong ik met het titellied van een bekende neerlandse comedyserie al uit volle borst mee: “heb ik suiker, of is het kaas?”) (ik dacht dat dat over een boodschappenlijstje ging ofzo, mijn vader was psycholoog en die werd serieus wel eens gebeld door patiënten met de vraag wat ze die avond moesten eten, ik dacht dat mensen zulke vragen dan misschien ook wel aan hun huisarts zouden stellen) (maar is dit nu de twede keer in korte tijd dat ik over een comedyserie begin?) (wat is er mis met mij?). Volgens Woolf is ziekte nauwelijks een onderwerp in de literatuur. Ik overzie dat niet ganselijk, ik heb in de voorbije jaren toch best wat boeken gelezen die gingen over mensen met kroniese of terminale ziekten, maar ik wil best aannemen dat het in de tijd van Virginia Woolf, of misschien zelfs nog altijd, een ondergewaardeerd onderwerp is waar veel schrijvers zich niet mee bezig willen houden. Dat er een “men” is die zich in zijn algemeenheid krampachtig verhoudt tot ziekte, en zich liever tot grappenmakerij of in het uiterste geval tot dictatuur wendt, is in ieder geval een zeer juiste observatie.

Een angst voor ziek(t)en, dus, waar we nodig vanaf moeten; volgens de inleiding lijdt 55% van de bevolking aan één of andere kroniese ziekte, waarom niet meer geschreven, waarom niet meer gesproken. De taal lijkt er al niet goed voor uitgerust te zijn. Woolf stelt dat onze vocabulaire niet rijk genoeg is om de verschillende nuances in onwelbevinden, de kleuringen die pijn aan kan nemen, de totaalervaring van het ziek zijn accuraat te benoemen. “Laat iemand met een ziekte onder de leden aan de dokter zijn hoofdpijn beschrijven en de taal loopt meteen vast.” schrijft ze. De semantiek en pragmatiek van ziekte is eigenlijk een interessant thema waar ik zelf nooit zo over nagedacht heb, daar had Woolf wat mij betreft wel iets langer op door mogen gaan. Elders las ik onlangs hoe de taal ook tekortschiet om geluid te beschrijven; misschien is er een kloof tussen taal en lichamelijke ervaringen? Is daar al ooit eens iemand op gepromoveerd? Hoe ervaar je hoofdpijn? Kun je ooit iets zeggen over andermans hoofdpijn? Is iemand die met hoofdpijn alleen maar met gesloten gordijnen op bed kan liggen een aansteller, of heeft die gewoon een veel heftiger soort hoofdpijn dan degene die met een paracetamolletje achter de kiezen gewoon kan gaan werken? Is het ook hierom dat ziekte een gevoel van eenzaamheid met zich mee kan brengen: ieder is op zijn eigen, ondeelbare, wijze ziek.  “[De mens] kan zich geen moment van het lichaam losmaken”, schrijft Woolf; en dus verdwijnen we, mens zowel als corpus, geheel in “de braaklanden en woestijnen van de ziel die een griepje aan het licht brengt”, waar niemand met ons samen kan zijn. Maar niet alleen de taal zorgt voor afstand. Woolf duidt gezonde mensen als “staanders” aan, en zieken als “liggers”. “De staanders” beschouwen “de liggers” als deserteurs omdat ze opgehouden zijn met het immer voorwaarts, het onophoudelijke bewegen, de gang vooruit. Een zieke kan dus alleen medelijdend of misprijzend benaderd worden door een gezonde medemens, maar nooit geheel gelijkwaardig. “Wie vraagt om kritiek van een zieke of om gezond verstand van de bedlegerigen?” vraagt ze zich af (deed ook, vele jaren later, Will Oldham: “never take the advice from the lips of sick friends”!). Terwijl “de liggers” andere diepten kunnen bereiken dan “de staanders”; ze hebben meer voeling met mystiek; de heerschappij van het intellect is neer, de cognitie moet wijken voor het zintuigelijke, en dus intimideert de status die ideeën (over de bedenkers van die ideeën) hebben niet langer, maar openbaren betekenissen zich directer, lichamelijker. “De slagbomen zijn op”; “de politie heeft geen dienst”; het brein stelt het zonder bewaking, en in het grillige genoegen van zijn in onbruik geraakte verstand heeft de zieke een beter oog voor het ongeziene, meer voeling met poëzie, de beweging van wat doorgaans onbeweeglijk geacht wordt (koortsdromen!). Virginia Woolfs essay, het hoofdessay van deze bundel, is maar een dertiental pagina’s lang maar het is rijk genoeg om in die bescheiden ruimte verschillende onvermoede aspecten van ziek zijn aan de orde te stellen. Taal, psychologie, kunst, sociologie. Bijvoorbeeld. En dan te denken dat het niet eens de mooiste tekst uit Over ziek zijn is!

Het stuk van de aanbiddelijke Nadia de Vries, om te beginnen. Hoe ze de odyssee naar het arbeidsbureau beschrijft, de odyssee naar de bank, naar de kamer, naar de bank, naar de telefoon. De pijn. Hoe een popster in elkaar te slaan. Hoe alles elders is. De dossiers met informatie over haarzelf. Zijn elders. De buitenwereld. Is elders. De hartstochten. Zijn elders. Veel van haar woorden gaan over haar kat, wat me al direct voor haar inneemt. Hoe werkt dat? Ik als kattenmens. Hoe mooi had ik het gevonden als het een hond wat geweest? Maar nu wil ik ineens al haar boeken gaan lezen.

Of. Michaël Van Remoortere. Zijn idee dat het vooral “de waanzinnigen” (& de anderszins “onreguleerbaren”) zijn die duidelijk tonen in welk bedje de maatschappij als geheel feitelijk ziek is, is niet nieuw maar de manier waarop hij dit verbindt met een andere gedachte, namelijk onze door hem als schizoïde ontmaskerde verhouding tot arbeid vond ik uitermate prikkelend. Op briljante wijze brengt hij naar voren hoe wij geneigd zijn arbeid te zien als een plicht, maar ook, en evenzeer, als een soort “zalig” voorrecht. Toen ik een jaar of twintig was, moest ik, in een van mijn eerste bijbaantjes, in de avondlijke, en zomwijlen nachtelijke, uren de jaarbeurs schoonmaken als de bezoekers van een beurs naar huis waren gegaan. Bij grotere beurzen, zoals de vakantiebeurs, was dat een zware en langdurige klus. Ik herinner me hoe we een keer met zijn allen tegen de muur geleund zaten met koffiebekertjes in onze hand – koffiepauze om drie uur in de nacht(!). We hadden hard gewerkt maar er was nog veel meer te doen. Ik zei, meer voor de grap dan om een of andere diskussie waar ik sowieso veel te moe voor was aan te zwengelen, iets over in onze jonge jaren opgesloten zitten in een deprimerend gebouw om te sloven voor een paar lullige centen. Een gozer, niet veel ouder dan ik, stoof op en zei: “Je moet juist blij zijn dat je nog sloven kan! Zoveel mensen zitten zonder werk!”. Ik zweeg, ik was, als gezegd, te moe voor diskussie, maar de uitdrukking “blij zijn om te sloven”, (door mij al gauw verkort tot “blij om slaaf te zijn”)  en het paradoxale ervan, is me altijd bijgebleven, en is er de bron van dat ik me vanaf toen, in de ene periode met al wat meer enthousiasme dan in de andere, ben gaan interesseren voor arbeidsfilosofie. Volgens Van Remoortere hangt dit nauw samen met de eis alles te vereconomiseren; alleen wat iets oplevert, heeft waarde. Zijn schrijfstijl ligt om de hoek bij die van Wouter Kusters: eigenzinnigheid, (zwarte) humor, eruditie en een vlijmscherp waarnemingsvermogen leveren een tekst op die gelezen, overdacht, herlezen en nogmaals overdacht wil, nee moet worden. Over de megalomanie en psychopathie van directeuren van grote bedrijven zegt hij: “De keerzijde van de medaille is dat alle mentale aandoeningen die de productiviteit verhogen niet geproblematiseerd worden. Het narcisme van de gemiddelde CEO die ten koste van anderen beslissingen neemt die het BNP van westerse landen opstuwen, wordt nauwelijks als een maatschappelijk probleem ervaren. De idee dat eender welke woorden uit de monden van clowns die Big Tech regeren serieus genomen worden, lijkt me de ware waanzin van deze tijd.”; dat soort passages wil ik wel uitschreeuwen (en dit deed me dan ook nog geheel momenteelderlijk overpeinzen hoe het zou zijn als we allemaal woonden in een andere, een betere, een rechtvaardigere wereld, waarin het juist die “clowns” zouden zijn die gehospitaliseerd worden en elkendeen die volgens de huidige zienswijze “ziek” genoemd dient te worden, de dienst gaat uitmaken) (waardoor ik ook meteen weer naarstig op zoek ging naar dat boek van Dodie Bellamy When the sick rule the world) (een boek waarvan me eigenlijk alleen haar weerzin tegen fluitende mannen is bijgebleven) (een weerzin die ik deel) (ik kon het boek echter zo gauw niet vinden en ik had nog meer te doen).

Of. Het geniale, nee GENIALE, het briljante, het voortreffelijke, het prachtige essay Kus kus kus van Stef Hulskamp dat elke kwalificatie voorbij is en waarover ik bijgevolg dan ook maar niks zeg, maar lees het, mensen, lees het, die tekst alleen al rechtvaardigt in ruime mate de aanschaf van dit boek.

Of. Marijn Sikken. Die nog met een andere invalshoek komt. Het kronies zieke kind. Volgens Sikken komt het kroniese zieke kind moeizaam, of misschien zelfs helemaal niet, tot een eigen identiteit omdat dit kind onder continue observatie staat. De mooiste, intelligentste en liefste vrouw die ik ooit gekend heb, zei mij ooit: “Kinderen moeten ook wel eens ongezien kunnen gaan”. Sikken onderschrijft dit, en stelt dat kinderen ongezienheid nodig hebben om eigenheid te ontwikkelen. Maar het kronies zieke kind gaat zelden helemaal ongezien (een ongemakkelijkheid die ik, maar dat is een ander verhaal, pas in mijn volwassen leven heb leren kennen). Het observeren gebeurt dan ook veelal door medici zodat het kind in het zien dan ook keer en keer opnieuw bevestigd wordt in zijn of haar ziek zijn. Ook is er een onbreekbare afhankelijkheid (het kronies zieke kind kan nooit eens woedend het huis uit stormen!), zodat het kind zich misschien gezeglijker opstelt dan het zou willen zijn; het heeft er immers bitter weinig belang bij zijn verzorgers tegen zich in het harnas te jagen. Sikken laat de lezer erover nadenken of “beste bedoelingen” niet ook fnuikend kunnen zijn, een aantasting van autonomie inhouden. Ook ruimer getrokken een tot nadenken stemmend essay dat mij liet reflecteren op mijn eigen vaderschap (van twee “staanders”, zoals Virginia Woolf het zou noemen).

En dan, vrijwel op het eind, doet Lieke Marsman me weer even aan mijn moeder denken. Als ze schrijft hoe ze steeds haar kanker tot onderwerp wil maken. Mijn moeder vertelde me dat ze, toen er borstkanker bij haar was geconstateerd, steeds de aanvechting had om vanuit het niets, zelfs tegen vreemden, over deze diagnose te beginnen. Bij de bushalte, tegen een passant op straat, tegen wachtenden bij de bakker. We lachten erom, schetsten samen situaties waarin het volgens de heersende moraal totaal ongepast zou zijn om te beginnen over borstkanker, we maakten er bijna een soort sketches van. En toch. Waarom slaat het dingen dood om in een nikserig kletspraatje over een ernstige ziekte te beginnen. Ziekte is onderdeel van het leven, stelt Yasmin Namavar. Dus niet iets dat daar angstvallig vandaan gehouden zou moeten worden – als verboden onderwerp en verboden zijnsstaat.

Over ziek zijn is overrompelend mooi, belangwekkend en pijnlijk scherp. Het verdient een plek op vele tafels. De leestafel, de schijftafel, de borreltafel, de kaffeetafel. De tafel waaraan de beleidsmakers zitten. De tafel van de medici, de ouders, de onderwijzers. Het breekt dingen open die hoognodig opengebroken moeten worden. Ik zou het wel willen geven aan die veel te blije eikels die op dit moment voorbij mijn keukenraam lopen met hun domme fluorescerende ijsmutsen op hun lachende koppen, juist omdat ze me in hun voorbijgaan troffen als mensen die menen dat dit thema hen niet aanbelangt. Maar ik geef niks weg, ik heb maar een exemplaar, en dat hou ik lekker zelf.

Virginia Woolf Over ziek zijn

Over ziek zijn

  • Auteur: Virginia Woolf (Engeland)
  • Bijdragen van: Lieke Marsman, Mieke van Zonneveld
  • Origineel: On Being Ill (1926)
  • Nederlandse vertaling: Monique ter Berg
  • Soort boek: non-fictie
  • Uitgever: Uitgeverij HetMoet
  • Verschijnt: 5 november 2024
  • Omvang: 200 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,50 / € 6,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over ziek zijn

In deze bundel vindt u, gecombineerd met bijdragen van drie hedendaagse dichters, de eerste Nederlandse editie van Woolfs On being ill in een vertaling van Monique ter Berg.

Woolf schreef Over ziek zijn terwijl ze weken aan een stuk aan bed gekluisterd was. Lieke Marsman en Mieke van Zonneveld werden op jonge leeftijd getroffen door kanker. Deryn Rees-Jones raakte besmet met het COVID-19 virus. Zij schreef bij deze uitgave een inleidend voorwoord.

Van Zonneveld verwonderde zich over de ‘vlagen van vreugde’ tijdens haar ziekste momenten. Ze vond nieuwe religieuze verdieping. Tien jaar na dato merkt ze dat de normaliteit de twijfel soms weer uitnodigt. ‘Als de dood zich opnieuw aandient, hoop ik dat mijn sceptische alter-ego in een rivier van genade verzuipt,’ schrijft ze.

Net als Woolf constateert Marsman dat ziek zijn de kritische waarneming kan verscherpen: ‘Ziek zijn zet alles op z’n kop, en in de chaos die ontstaat, doemen abstracte beleidsbeslissingen op als in de praktijk gebrachte dictaten die bepalen of de afdeling waarop je ligt wel of niet onderbezet is.’

Woolf vraagt zich in haar essay af of het thema ‘ziekte’ in de literatuur niet net zoveel aandacht zou moeten krijgen als liefde, jaloezie en macht. Over ziek zijn geeft het die aandacht.

Bijpassende boeken