Yann Martel Zoon van niemand recensie, review en informatie over de roman van de Canadese schrijver. Op 31 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Prometheus de Nederlandse vertaling van Son of Nobody, de nieuwe roman van Yann Martel, de schrijver uit Canada. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.
Yann Martel Zoon van niemand recensies en reviews
Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Zoon van niemand, de roman van Yann Martel, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
- “Een schitterende ideeënroman… Een krachtige meditatie over leven, dood en de ijdelheid van menselijke verlangens, alles geïllustreerd door een gedicht waar Homerus trots op zou zijn. Een verbluffend fantasierijke herbeleving van een ver verleden.” (Kirkus Reviews)
Recensie van Tim Donker
Dit. Is. Briljant.
Of. Naja. Bijna toch. Zo goed als. Hoe heet dat.
Het begint ermee. Het begint hiermee – dat ik hier vrijwel niets van verwachtte.
Die titel alleen al. De Zoon van Niemand. Goed, El Hijo De Nadie van Loquillo Y Trogloditas is best een mooi liedje en dat Arte Y Ensayo waar dat liedje op staat is niet per se hun allerslechtste seedee en werd El Hijo De Nadie niet, mede, geschreven door Igor Pasqual, en was hij niet, die Pasqual, ook, ooit, aktief in Babylon Chat, een glamrockband uit Asturias, en deed dat niet, die bandnaam, mij denken aan Babylon Fell van Faster Pussycat, een band waarvan ik helemaal lijp was toen ik een jaar of vijftien was, en ligt lag zal liggen Llanera niet in Asturias, en die dingen, en al die dingen, waren die niet goed, misschien wel of misschien niet maar per slot van rekening bleef De Zoon van Niemand een kuttitel.
En dan had het iets te maken met de Trojaanse Oorlog en dus met de Oude Grieken, altijd weer die Oude Grieken, overal weer die Oude Grieken, die mythen, die sagen, ik moest dat bestuderen toen ik één of andere opleiding deed, Griekse mythen en sagen, zo’n prismapocket als ik me niet vergis, het verveelde me alleen maar, ik vond het saai, want elke volgende sage bood slechts meer van hetzelfde, en bovendien was het ook al niet bijzonder pakkend geschreven, en later, toen ik weeral een andere opleiding deed, moest ik weer lezen over Griekse mythen en sagen, het moest een andere verzameling zijn, maar ik heb die prismapocket ik zei maar de prismapocket mocht niet het moest anders & het moest beter maar nog altijd vond ik het saai en nog altijd vond ik al die verhalen meer van hetzelfde en nog altijd vond ik het allemaal niet heel erg pakkend geschreven en het stoorde me, denk ik, dat al die vertelseltjes zo ongekend veel sporen hadden achter gelaten, hoe we, ik, jij, wij allemaal, men, nog steeds sedimenten ervan bleven tegenkomen in wetenschap, in literatuur, in psychologie, in alledaags taalgebruik, waarom het iets was dat klaarblijkelijk nooit overwonnen kon worden.
En dat Margaret Atwood dit zei, en NRC dat, en Vrij Nederland het volgende. Niet over dit boek, maar over het vorige boek dat geschreven werd door deze schrijver. Het leven van Pi. Door mij gemist, ik keek denk ik even de ander kant op, maar klaarblijkelijk is het groots opgepakt want een even rond als goud stickertje op het omslag moet mij er elke keer maar aan herinneren dat de schrijver van Zoon van Niemand ook Life of Pi geschreven heeft, dat moet mij de lezer men klaarblijkelijk enthousiasmeren ofzo.
Mij deed dat het echter niet.
En dan nog het verhaal.
Ja.
Ook dat nog.
Een verhaal.
Een Canadese wetenschapper is gebeten van het virus dat Homerus heet. De Oude Grieken. Hij is iets op het spoor waarop hij promoveren wil, zijn begeleider op de piepkleine, onbekende, marginale, Canadese universiteit waar hij werkzaam is vindt het best, zorg dat je iets te vertellen hebt, zegt hij alleen maar. De Canadees, Harlow Donne, krijgt een beurs voor zijn project want hij moet ervoor naar Oxford want de bibliotheek aldaar zou een schatkamer zijn voor alles dat met de antieke Griekse beschaving te maken heeft.
Misschien een probleem. Donne is getrouwd en heeft een jong dochtertje. Vrouwlief Gail zit er niet op te wachten om haar man een jaar lang kwijt te zijn in het verre Engeland maar Helen, hun dochter, geeft uiteindelijk de doorslag: pappa moet maar gaan. Dus pappa gaat. Het afscheid op het vliegveld is niet allerhartelijkst te noemen (Gail fluistert Harlow in het oor: kom maar niet meer terug), maar pappa Harlow gaat. Om in Engeland een evenmin hartelijke ontvangst mee te maken. De begeleider aldaar, Franklin Cubitt is arrogant, weinig toeschietelijk en daarenboven onder de indruk dat Donne daar is om een analyse te maken van de Griekstalige papyri om inzicht te verwerven over het sociaaleconomische leven van de inwoners van Oxyrhynchus. Misschien wil Donne dat wel, maar inscripties op een potscherf doen hem meer interesseren in het gekrabbel op de achterkanten van die snippertjes papyrus. Hij meent een onbekend epos over de Trojaanse Oorlog op het spoor te zijn: de Psoas. Dan begint hij aan de grootste legpuzzel van zijn leven: snippertje bij snippertje leggend construeert hij beetje bij beetje een alternatieve versie van de Ilias. Waarschijnlijk niet geschreven door Homerus, vol van eigenaardigheden, en op allerlei manieren een totaal nieuw zicht biedend op de antieke Griekse beschaving, en bij uitbreiding misschien wel op de gehele menselijke geschiedenis. Je kunt je Donnes enthousiasme voorstellen. Zelfs ik, met mijn hoger geschetste scepsis, voelde het – dit ging alles omwoelen wat we tot nog toe dachten te weten. De aanleiding van de Trojaanse Oorlog, de hoofdrolspelers ervan, de manier waarop het heeft doorgewerkt in bijvoorbeeld het Christendom – de Psoas kon feitelijk wel eens het begin zijn van een geheel nieuwe geschiedschrijving.
Franklin Cubitt deelt het enthousiasme van Harlow Donne echter niet. Cubitt meent dat Donne daar is om juridische verzoekschriften en financiële overzichten te reconstrueren; dat gekrabbel van een “pseudo-Hormerus” op de achterkanten daarvan is maar bijzaak.
Wie ook weinig enthousiast is, is Gail. Ze was om te beginnen al niet blij dat haar carrière moest lijden onder de promotiewens van haar man; het gaat nu ook nog eens slecht met Helen.
Maar Harlow vertrekt geen spier. Die blijft in Oxford. Beetje bij beetje haalt hij de Psoas onder het stof der eeuwen tevoorschijn. En de lezer leest het met hem mee.
En het werkt.
Krankzinnig genoeg werkt het.
En het werkt op drie manieren.
De eerste manier waarop De Zoon van Niemand werkt, is door de Psoas zelf.
De hoofdrolspeler van de Psoas is Psoas van Midea – de zoon van niemand. Hij is, in tegenstelling tot wat gebruikelijk is in Griekse tragedies, een eenvoudig man. Hij is aan boord gegaan van het oorlogsschip naar Troje om handel te drijven, niet om te vechten. Want oorlog is een gekende motor van economieën. En zijn verhaal is, tsja, zijn verhaal is boeiend! Hij is niet zelf de verteller, dat is, meent Donne althans te kunnen concluderen, ene Thersites, de bard die jarenlang optrok aan Psoas’ zijde. Psoas ziet oorlog en ellende, hij strijdt met edelen, hij loopt door de straten van Troje, hij wordt toegesproken door niemand minder dan Hades, hij ontmoet Achilles, hij krijgt de waarheid te horen over Helena en Paris (volgens de Psoas zou Helena helemaal niet geschaakt zijn door Paris maar is ze juist zijn wettige echtgenoot en alle verraad en gekonkel zou enkel en alleen aan de Grieken zijn toe te schrijven!), hij wordt overmand door wanhoop, eindigt als ondode in de Hades – “de enige levende persoon in de hel”. Martel herschrijft de Trojaanse Oorlog tot het me wel pakt. De Psoas is ritmisch door de wonderschone herhaling van zinnen en tekstgedeelten, melodieus door de trefzekere woordkeus en meeslepend omdat Martel het verhaal in afgepaste gedeelten aanbiedt. Het is spannend! Het is overweldigend! Het is verbijsterend! Het is mooi! Het zegt dingen over liefde, verdriet, ellende, en oorlog. De Trojaanse Oorlog zou tien jaar geduurd hebben; een tienjarige oorlog om een aanleiding waarvan op het laatst niemand nog het fijne snapt (en die bovendien nog wel eens een leugen geweest zou kunnen zijn). Gedurende deze tien jaar verloederen de Grieken, die al die jaren in een tentenkamp leven, steeds meer. Ze plunderen de lichamen van Trojaanse slachtoffers. Daardoor is er op het laatst eigenlijk nog maar weinig verschil tussen vriend en vijand. Waarom vechten tegen een vijand die je nauwelijks nog als vijand kunt onderscheiden? Wordt daar niet heel kernachtig de gekte van oorlog samengevat – mensen die vechten tegen andere mensen die onder een ander gesternte evengoed vrienden hadden kunnen zijn, om een reden waarvan niemand nog het fijne weet; een reden die zeer waarschijnlijk weinig bijval zou krijgen van diegenen die de voornaamste slachtoffers ervan zijn?
De volgende werkzame laag zit hem in de commentaren van Harlow Donne. Donne duidt, Donne legt uit, Donne verklaart, Donne schetst de achtergronden van antieke beschavingen. Hij pompt daarmee bloed in de Psoas, maar verschaft de lezer ook een uiterst boeiende geschiedenisles. De Zoon van Niemand is leerzaam, beste mensen! Ik ken nu begrippen als illeïsme, aristeia en anasyrma (vooral die laatste is een mooi begrip om een keer tijdens de borrelpraat te laten vallen, vertrouw me). Ik snap heel die Trojaanse Oorlog nu beter dan tijdens mijn opleidingen, en ik zie hoe de Ilias is voorafgegaan aan en doorwerkt in het Christendom. Maar interessanter nog zijn de geschiedkundige, sociologische en filosofische uitweidingen waaraan Donne zich overgeeft. Hij vertelt dat er weinig tot geen bewijs is voor zoiets als de Trojaanse Oorlog (misschien alleen voor de gevolgen ervan), laat staan voor de hoofdrolspelers van die oorlog. Daar veer ik op, want een jaar of twintig geleden wist ik me -weliswaar zeer kortstondig- gegrepen door de historiciteit van Jezus – ook al een eeuwenoude geschiedenis die maar door blijft werken in moderne tijden. Ik bouwde zelfs een bescheiden bibliotheekje op over dit onderwerp. Oké, echt maar zeer, zeer bescheiden: meer dan een titel of vijf zal dat “bibliotheekje” echt niet bevatten. Kon het zijn dat de Tojaanse Oorlog meer is dan een verhaal alleen? En wat maakt dat eigenlijk uit? Zegt Donne: “Het is verleidelijk om in alles wat rationeel klinkt de waarheid te zien en de mythe enkel als verfraaiing te beschouwen. Maar elk geloofssysteem heeft de neiging tot zelfbekrachtiging. Stel een vraag aan een dwaas, een marxist, een gelovige, een verstandig of een verward persoon, en je krijgt waarschijnlijk een dwaas, een marxistisch, een gelovig, een verstandig of een verward antwoord. Om de mythe te begrijpen is een open houding nodig, en onderzoek ernaar moet rekening houden met de aard van de mythe: een verhaal met zowel geloofwaardige als ongeloofwaardige elementen. Je snijdt jezelf in de vingers als je het irrationele met de ratio benadert. Dan zou je de essentie wel eens kunnen missen.”. Of: “[Een] minder rigide insteek is aantrekkelijk omdat die de vage antwoorden van de archeologie en de halve antwoorden van de geschiedenis terzijde schuift en de vrijheid geeft om het oneindige terrein van de literatuur te verkennen, zoals ook het loslaten van de onbevredigende zoektocht naar de historische Jezus de gelovige de vrijheid geeft om de veel belangrijkere Jezus van het geloof te verkennen. Snijd de dunne navelstreng van de Trojaanse Oorlog met de geschiedenis door, en het kind kan vrijuit opgroeien.”
Bam!
Ja. Bam.
Want daar raakt Martel ook aan Jezus, en de historie, en de dingen die mij ooit interesseerden.
Dat religieuze zaken niet rationeel begrepen dienen te worden, is niks nieuws. We moeten de bijbel niet letterlijk nemen, blablabla, God werk op mysterieuze manieren, blablabla, wetenschap en religie overlappen elkaar niet, blablabla. Dat alles. Zo bekend. Maar dan dit: misschien moet ook de ganse geschiedenis van de mensheid op een niet-wetenschappelijke manier begrepen worden. Misschien maakt het niet zozeer uit welke gebeurtenissen, welke oorlogen, welke tragedies daadwerkelijk gebeurd zijn (of gebeurd zouden kunnen zijn) maar eerder wat het zegt, wat het spreekt over de psyche van de menschheid. Niet of de Trojaanse Oorlog werkelijk gewoed heeft, ooit, maar de idee dat het met al die mensen zoals we die aantreffen best heel aannemelijk is dat er ooit een trojaanse oorlog geweest is. Dat het niet uitmaakt welke geschiedenis was en welke geschiedenis had kunnen zijn zolang er mensen zijn van wie je alles kan verwachten. Een intuïtieve geschiedschrijving is misschien wel werkelijker dan een wetenschappelijk onderbouwde.
Dus daarom bam.
Daarom, dus, stuurt Yann Martel de gedachten van zijn lezers zoveel kanten op.
En dan nog de derde laag.
De derde laag die Zoon van Niemand doet spreken, doet zeggen. Dat.
Het leven van Harlow Donne. De Psoas is alles voor hem. Hij heeft iets ontdekt, denkt dat hij iets ontdekt heeft. Het doet zijn bloed stromen, zijn bestaan voortgaan. Van Canada helemaal naar Engeland. Van zijn gezin naar iets dat onder lagen en lagen stof bedolven ligt. De Psoas. De Psoas. De Psoas. Die ander licht werpen doet. Op de Trojaanse Oorlog, op de Ilias, op de gehele westerse geschiedenis. Dit moet verteld, getoond, gezien worden. Het kost hem zijn gezin, het kost hem zijn dochter, het kost hem uiteindelijk ook zijn carrière (Engeland zegt dit, Canada staat met mond vol tanden, er zit weinig meer op dan Donne voor de leeuwen te werpen). Maar hee. De Psoas, die Psoas, die alleroverweldigende Psoas is daar, aan het verleden ontrukt, vrij om alles te zeggen wat het zegt. Elk leven vraag offers. In mythen en in bijbelverhalen zijn dat doorgaans hele werkelijke offers (en in het leven van Harlow Donne is het offer ook akelig konkreet en ontnuchterend definitief (i think that’s pretty final, zou Basil Fawlty zeggen)), maar doorgaans merken we de offers misschien niet eens op. Hoewel. Ik heb een gast gekend die geen enkele keuze durfde te maken omdat hij bang was om met welke keuze dan ook vooral allerlei andere keuzes niet gemaakt te hebben. Ja. Terwijl we het leven leven dat we leven, leven we voornamelijk ook allerlei levens niet. Dat zijn de offers die we maken. Je had de eerste stapjes van je dochter kunnen meemaken als je niet. Je had dat boek kunnen schrijven als je niet. Je had nu een inwoner van Llanera kunnen zijn als je niet. Elk wel impliceert ook altijd een niet, er is altijd iets dat je geofferd hebt om te zijn waar je nu bent – zelfs als je daar eigenlijk helemaal niet eens wil zijn.
Hoe ook die laag grijpt van Zoon van Niemand ontroert, mooi is, veelzeggend is.
En er is nog een vierde laag.
Martel heeft Zoon van Niemand vormgegeven alsof het een echt antieke overlevering betreft: de bovenste helft van de bladzijde wordt in beslag genomen door de Psoas; in de onderste helft staan, als voetnoten, de commentaren (en het levensverhaal) van Harlow Donne. Omdat Donne ervoor gekozen heeft om de Psoas voor op de verhelderingen van zijn eigen teksten te laten gaan, is nu eens de onderste en dan weer de bovenste helft van de pagina leeg. En ja, dat werkt. Dat werkt als een tierelier. Ook visueel. Dit boek raast, en de lezer raast. Een stukje Psoas kan nog wel even voor het avondeten. De commentaren en persoonlijke wederwaardigheden van Donne kunnen nog wel even. Voor je boodschappen moet gaan doen. De volgende tien, twintig, dertig pagina’s. Kunnen nog wel even. Voor de afwas. Voor je echt echt echt naar bed moet. Steeds maar lezen. Altijd maar lezen. Volgende volgende volgende. Pagina. Stuk. Deel. Hoofdstuk. In minder dan geen tijd jaagt Yann Martel je door dit boek heen.
Met zeggingskracht.
Met verbeelding.
Met vormgeving.
Met inhoud.
Zelden een boek gelezen dat recht weet te doen aan zoveel aspecten van literatuur, van kunst, van leven in het algemeen. Met niet eens zo heel veel overdrijving zou je kunnen zeggen dat Zoon van Niemand een boek over alles is. Met alles als inzet. Alles over alles. Wat nogal veel is als je zoals ik er niks van verwacht had.


Zoon van niemand
- Auteur: Yann Martel (Canada)
- Soort boek: Canadese roman, ideeënroman
- Origineel: Son of Nobody (2026)
- Nederlandse vertaling: Marlies Weyergang, Arwin van der Zwan, Hilje Papma
- Uitgever: Prometheus
- Verschijnt: 31 maart 2026
- Omvang: 352 pagina’s
- Uitgave: paperback / ebook
- Prijs: € 24,99 / € 14,99
- Bestelmogelijkheden roman >
Flaptekst van de nieuwe Yann Martel roman
De langverwachte nieuwe roman van Yann Martel, de auteur van de wereldwijde bestseller Het leven van Pi
Het leven van de Canadese wetenschapper Harlow Donne staat volledig in het teken van Homerus. In de krochten van een beroemde bibliotheek in Oxford ontdekt hij een verloren gegaan epos over de Trojaanse Oorlog: de Psoas. Anders dan de Ilias is dit het verhaal van een gewone Griek die naar Troje trekt om te vechten.
Door zijn toewijding aan de wetenschap verwaarloost Harlow zijn gezin. Terwijl hij de Psoas vertaalt en voorziet van commentaar, beschrijft hij ook zijn eigen leven met vrouw en dochter. Hij wordt geconfronteerd met vragen over ambitie, familie en verantwoordelijkheid in zowel de Griekse Oudheid als in zijn eigen leven.
Zoon van niemand is een fascinerende roman over grote verhalen, over bloed- en huwelijksbanden en de zin en onzin van oorlog. Yann Martel laat zien hoe oude verhalen altijd door blijven zingen.
Yann Martel is op 25 juni 1963 geboren in Salamanca in Spanje. Hij is de bestsellerauteur van Het leven van Pi (2001), waarmee hij onder meer de Man Booker Prize won. Wereldwijd werden er meer dan 12 miljoen exemplaren van verkocht en het stond meer dan een jaar op de bestsellerlijst van The New York Times. Martel woont in Saskatoon, Canada, met zijn vrouw en hun vier kinderen.
Bijpassende boeken en informatie