Agustín Fernández Mallo Moeder atoomhart recensie, review en informatie over de inhoud van de roman van de Spaanse schrijver. Op 4 juni 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van de roman Madre de corazón atómico, geschreven door Agustín Fernández Mallo, de schrijver uit Spanje. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.
Agustín Fernández Mallo Moeder atoomhart recensies en reviews
Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Moeder atoomhart, de roman van Agustín Fernández Mallo, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
- “Moeder atoomhart is een roman in de vorm van een memoir waarin de auteur zich zijn overleden vader herinnert, met wie hij een band onderhield die even diepgaand als afstandelijk was.” (El Cultural)
- “Fernández Mallo ontroert met kalmte, precisie, nieuwsgierigheid en een diepgaand inzicht in het leven en de dood van zijn vader. Een prachtig boek.” (El Pais)
- “Met zijn unieke stijl transformeert Fernández Mallo deze reflectie op verlies in een literair werk dat genres overstijgt. Hij integreert wetenschap, emotie en filosofie en nodigt ons uit verder te kijken dan wat voor de hand ligt en beter te begrijpen wie we zijn.” (Articulo 14)
Recensie van Tim Donker
De allusie is in ieder geval duidelijk. Ook zonder Helga Stentzel, toch? In de vertaling meer nog zelfs. Want ja. Hart lijkt nu eenmaal meer dan corazón op heart. En atom en atoom zijn meer aan elkaar verwant dan atom en atómico. En moeder – of acht, laat maar. Madre. Mother. U snapt. En dan dat huishoudelijk surrealisme (slechts eventjes dwaalde mijn geest af naar het huiskameronweer). Dus is het gek dat ik dacht. Dat ik oei dacht of hum dacht of hee dacht of gaaf dacht. Atom Heart Mother is naar mijn mening de allerbeste plaat die Pink Floyd ooit maakte. Als je in je hele leven maar één plaat van Pink Floyd koopt, koop dan Atom Heart Mother. En oké. Als je er twee koopt, koop dan Wish You Were Here en Atom Heart Mother. En oké. Als je er drie koopt, koop dan Ummagumma, Wish You Were Here en Atom Heart Mother. En oké. Als je er vier koopt, koop dan A Saucerful Of Secrets, Ummagumma, Wish You Were Here en Atom Heart Mother. Maar dat is het dan wel zo’n beetje. Al bevat The Wall best een paar hele moje liedjes. Toch. De plaat als geheel is mij een pakje te gezwollen. Zeker naar het eind toe. Dus oei of hum of hee of gaaf omdat ik eventjes, heel eventjes, in de veronderstelling was dat Mallo, een goede schrijver uit het door mij zeer hooggeachte Spanje, iets gedaan had met de allerbeste plaat van Pink Floyd. Als motief ofzo, of hoe heet dat allemaal. Dat kan hee en gaaf en fijn zijn maar ook hum of oei. Wiebren Rijkeboer maakte voor mij hoogstpersoonlijk We All, Us Three, Will Ride van Palace kapot door het in zijn debuutroman Road te gebruiken als begeleidingsmuziek bij een scene over een pseudo-incestueus triootje (iedereen kent wel filmmuziek, maar hoe over boekmuziek?). Nu kan ik nooit meer naar dat liedje luisteren zonder aan incest te denken. Wat niet meteen de prettigste associatie is. Nota bene een liedje op Viva Last Blues, één van Will Oldhams schoonste plaatjes. Al is dat ook weer niet zo erg. Oldham maakte in de eerste vijf jaar van zijn karjere vele allerschoonste plaatjes. Vanaf There’s No-One What Will Take Care of You tot en met I See A Darkness is alles ronduit prachtig. En ook daarna nog wel. Een afentoeë meer dan redelijke oprisping. Die Hear The Children Sing die als laat als 2024 nog uitkwam, kunt gij probleemloos aanschaffen. Net als Ode Music of Seafarers Music of Get On Jolly of. Naja. Te zeggen dat het oeuvre van Oldham wel een stootje hebben kan dus. Toch zie ik moje platen niet graag bekrast door perverse fantasieën van schrijvers.
Al een geluk dan misschien dat Moeder Atoomhart vrij weinig te maken heeft met Atom Heart Mother, behalve dan dat Mallo de plaat een keer of drie noemt (onder andere in het mij onbekende verhaal over hoe Floyd aan de titel kwam, een verhaal dat de Atom Heart Mother voor mij gelukkig niet lelijker maakt, maar ook niet mojer) (ik heb iemand gekend die het altijd verdiepend vond om de verhalen achter platen te kennen; diegene vertelde mij ooit es dat met de sauna in Sauna van Mount Eerie de baarmoeder van de vrouw van Phil Elverum wordt bedoeld. die was toen in verwachting van Agathe. die inmiddels elf is; ze verloor haar moeder toen ze één jaar oud was (daarover maakte Elverum ook een plaat, A Crow Looked At Me) (ik zag een paar jaar geleden een aandoenlijk filmpje waarin Elverum ontbijt maakte voor zijn toen nog erg kleine dochter). maar, wat ik zeggen wilde, dat hele sauna-is-baarmoeder idee maakte Sauna voor mij geen cent mojer). Moeder Atoomhart gaat niet eens over Mallo’s moeder. Het gaat over zijn in 2012 overleden vader.
Het meest persoonlijke boek van Agustín Fernández Mallo, zegt de zijflap. Wel. Ja. In zoverre het een stuk minder postmodern (of lees: experimenteel) is dan Nocilla-trilogie, en we, lezend, niet alleen iets komen te weten over zijn vader maar ook over hemzelf. Zo maakte ik uit Moeder Atoomhart op dat Agustín Fernández Mallo veel meer boeken geschreven heeft dan er in het Nederlands vertaald zijn. Wat mij nieuwsgierig maakte. Meer bepaald heeft hij ook enkele dichtbundels geschreven. En die zou ik al helemaal graag naar het Nederlands overgezet zien (aan de slag dus, Adri Boon). En tegelijkertijd is het ook zijn meest universele boek. Zegt ook weer de zijflap. Sja. Iedereen is wel eens iemand ontvallen. Verlies kennen we allemaal. En het is ook niet helemaal onwaar dat Moeder atoomhart “bijna een eeuw aan Spaanse geschiedenis” beschrijft; “de Burgeroorlog, de naoorlogse periode, de terugkeer van de democratie”. Enkele episodes uit het leven van Mallo’s vader, en zijn opa’s en oma’s, spelen tegen de achtergrond van de Burgeroorlog. Of. Naja. Achtergrond is dat niet te noemen. Er moest geregeld weggedoken worden omdat de kogels tussen de nationalisten en de republikeinen in het rond vlogen. Bovendien had geen van beide partijen veel op met de familie van Mallo; om deportatie naar Rusland te voorkomen, vluchtten ze weg voor de één maar moesten ze daarbij de ander eveneens zien te ontlopen. En Franco was nog aan de macht toen Mallo zelve klein was, al had hij indertijd de monarchie alweer ingevoerd. Van leven in een dictatuur lees je in de jeugdherinneringen van Mallo dan ook weinig terug.
Over je ouders kun je van alles vinden. Dat blijkt ook wel, want er komen de laatste jaren opvallend veel ouderboeken terecht op mijn recenseertafel. Odes. Maar afrekeningen evenzeer. Vooral vaders krijgen het te verduren. Ze zijn er niet, ze zijn te dominant, ze zuipen te veel en ze knuffelen te weinig. Ze zijn raar, egoïstisch of ronduit gestoord. Maar wat je ook van je ouders vindt: een irritante eigenschap delen ze allemaal: ze hebben de hebbelijkheid op een gegeven moment dood te gaan. En dat is het moment om de rekening op te maken.
In Mallo’s geval geen ode, en ook geen afrekening. Gewoon een relatief nuchtere terugblik op een leven dat was. De vader van Mallo was een dierenarts, die vooral een -nogal wetenschappelijke- interesse had in de samenstelling van de ideale dierenvoeding. Aan de Burgeroorlog hield hij in ieder geval een wantrouwen over tegen idealen van welke snit dan ook. Feitelijk geloofde hij nergens in. Hij bekeek de dingen liever met een analytische, beschouwelijke, onderzoekende blik. Een levenshouding die Mallo geadopteerd lijkt te hebben, wat misschien een reden is dat Moeder Atoomhart niet bovenmatig sentimenteel is uitgevallen. Maar tederheid is er beslist, met een warme genegenheid beschrijft Mallo hier de vaderfiguur. Experimenteel of genre-overschrijdend gaat hij dit keer niet te werk, alleen is zijn neiging tot theorievorming onuitroeibaar. Waardoor er soms, naast literatuur, misschien sprake is van zoiets als (filosofisch) essayisme. Zijn beschouwingen zijn soms prikkelend, soms raak. “Zodra de dood zich aandient beginnen we een mythe te maken van wie de dode bij leven was”, ja hoe waar, maar ook een beetje voordehandliggend, en niet veel anders dan hoe Cop Shoot Cop het zong in Everybody loves you when you’re dead. En zei Jacques Esprit, of wie was het, eeuwen terug niet ook al dat “over de doden niets dan goeds” voornamelijk kan gelden omdat de doden ons niet meer in de weg staan, en ons nooit meer teleur zullen stellen? Zodat we ongestoord kunnen blijven terugdenken aan al hun goede eigenschappen? Andere keren vallen zijn neiging om patronen bloot te willen leggen wat hinderlijker uit. Omdat hij dan komt tot theorieën die niks toevoegen, geforceerd aandoen of gewoonweg totaal oninteressant zijn. Dit boek gaat over de vader, want de vader is dood. De moeder niet. Die leeft nog gewoon. Maar toch moet Mallo tot een haast wetenschappelijke verklaring komen waarom hij zijn moeder in Moeder Atoomhart minder frekwent noemt dan zijn vader. Hij haalt er de onzekerheidsrelatie van Heisenberg bij; je kunt niet de status van één van de variabelen kennen zonder deels de andere te vernietigen. Om goed over zijn vader te kunnen schrijven zou hij zijn moeder dus moeten doodzwijgen. Sja. Is het niet gewoon logisch dat het in een memoire méér over de overleden dan over de nog levende ouder gaat? Moest Heisenberg er aan zijn haren bij gesleept worden om daar meer van te maken dan het in mijn ogen hoefde te zijn? Of nog. Dit. Ergens heeft hij het over de laatste keer dat je iemand ziet. Al die laatste keren, en al die iemanden, want het prikkelende is dat hij het daar niet alleen heeft over mensen die overleden zijn maar ook mensen met wie het contact op één of andere manier verloren is gegaan. Van iemand die op sterven ligt kun je vaak nog wel het vermoeden hebben, of de intuïtie dat je hem of haar misschien nooit meer levend zult zien maar bij mensen die op andere manieren uit je leven geraken, beleef je zelden een nadrukkelijke “laatste keer”. Dan kun je pas in een retrospect aanwijzen wanneer en waar je die persoon voor het laatst zag. Mallo schrijft dat “we” geneigd zijn te denken dat we iemand meestal voor het laatst zien in een bed, of in een open veld, of in een bar. Maar dat is, zegt hij, een gemakzuchtige zienswijze die ons opgedrongen wordt door film. In het echte leven zie je iemand meestal voor het laatst bij een deur. Zegt hij. Zegt Mallo. In een passage die toch duidelijk moet laten blijken dat hij er grondiger over nagedacht heeft dan anderen, die niet verder komen dan hun filmische beleving van laatste keren. Hum. Zegti ook nog dat hij er “onderzoek” naar gedaan heeft, bestaande uit een rondvraag onder vrienden en bekenden. Ik ken de wetenschappelijke richtlijnen niet zo goed, ik weet niet hoe groot een rondvraag moet zijn om iets significants te hebben opgeleverd. Honderd mensen? Duizend? Aan meer dan een handjevol zal hij het niet gevraagd hebben, toch? Bovendien is weinig zo bedrieglijk als het geheugen. Suggestibel. Ik weet niet hoe Mallo het aan zijn vrienden en bekenden gevraagd heeft, maar als in zijn vraagstelling al doorgeklonken heeft dat hij meent dat een “laatste keer” vaker bij een deur voorkomt dan in een bed, open veld, of bar dan is het goed mogelijk dat de ondervraagden zich sneller door hun geheugen lieten misleiden om hier bevestigend op te antwoorden. En dan nog. Is zo’n “allerlaate keer bij de deur” juist niet veel filmischer, theatraler, dramatischer? Ik schreef er ooit eens een heel verhaal over, zelfs, gebaseerd op het schilderij Het Onverwachte Antwoord van René Magritte. In dat verhaal had de (inmiddels ex-)vriendin van de hoofdpersoon de deur zo hard en definitief achter zich dichtgeslagen dat er voortaan een vriendinvormig gat zat in de wereld van de hoofdpersoon, een gat waarin alleen zij paste zodat zijn wereld alleen met haar compleet kon zijn. En ik denk. Mijn stervende moeder, mijn stervende vader. Die lagen inderdaad in een bed de laatste keer dat ik hen zag. De zus van mijn moeder, mijn lievelingstante. In één of ander wat sinister tehuis. Het was duidelijk dat ze niet heel lang meer zou leven, maar haar dood kwam toch nog sneller dan verwacht. Zij stond misschien wel in, of dichtbij een deuropening, en wij liepen terug naar de auto, roepend, we zien je snel weer we zien je snel weer. Bij uitbreiding de mensen die zeer waarschijnlijk nog leven, ergens. Een goede vriend van de HAVO. Ik denk dat ik bij hem achter op de fiets zat, rijdend doorheen Eindhoven, ik weet niet meer waarom ik bij hem achterop zat, waar mijn eigen fiets was, misschien weg, misschien in reparatie, misschien gejat. Een vriendin van de hogeschool voor wie ik een zeer grote, aan liefde grenzende, genegenheid voelde. Voor het station van Tilburg denk ik. Verwikkeld in een gesprek dat ik steeds vervelender begon te vinden. De lieftallige Annette, die in de kamer naast de mijne woonde in mijn eerste studentenhuis. Ergens nabij de Dom meen ik mij te herinneren, bij een fietsenrek, we namen afscheid, we kusten elkaar, waarbij ze haar mond een beetje open deed, ik liep weg, snel, keek zelfs niet meer om, omdat ik te verward was van die openmondkus, zowel door de kus zelve als door de gevoelens die het kennelijk in me los maakte. Een andere vriendin, ook van de HAVO. Weer een station, nu dat van Utrecht, ik denk dat ik een ijsje voor haar kocht. Of. Nog. Iemand. Een grote liefde, dat was denk ik op een heuvel in een park. Maar misschien waren het weer andere plekken, en misschien zijn er nog meer mensen te bedenken. Weinig deuren in ieder geval, Mallo. Niettemin storen zijn theorieën mij meestal niet. In het algemeen ook geen slechte eigenschap, me peinst. Om na te denken over de dingen die je meemaakt, er iets uit te willen puren. Wat het zegt over jou, over de mens, over het leven. En hij doet het veelal op zo’n charmante manier dat Moeder Atoomhart in ieder geval nergens taai wordt.
Integendeel. Ik denk dat het omslag goed gekozen is. Ik weet niet of dit werk van Helga Stentzel ook op het origineel te vinden is maar het is alleszins zeer passend. Om te beginnen door de koe natuurlijk. Die verwijst naar Atom Heart Mother, en naar alle koeien in dit boek. Koeien in een veld ergens in Amerika waar Mallo zichzelf zo goed als klem gereden had. Koeien in de laadruimte van een vliegtuig. Mallo’s vader wilde ze vervoeren naar Galicië. Later bleken dat trouwens varkens te zijn. Maar deze “koe” van Stentzel komt uit haar serie “household surrealism”. Het surrealisme, een stroming die velen misschien als “raar” of “moeilijk” zouden beschouwen, teruggebracht naar het huishoudelijke. Een jas en een shirtje aan een waslijn, en het lijkt een zwevende koe. (ze heeft geloof ik ook een brood in de vorm van een broodrooster waaruit twee sneetje omhoog komen). Zo ook maakt Moeder Atoomhart het postmodernisme van Agustín Fernández Mallo bijna knus. Geen experimenten meer met wisselende perspectieven of vele kanten opschietende verhaallijnen. Gewoon het verhaal van een vader die er niet meer is. Het is niet moeilijk, niet zwaar, niet larmoyant. Het is, naja, een “fijn” boek. Zoals de kunst van Stentzel gewoon “leuke” kunst is. Wat is leuk een schaap is leuk. Voor sommigen is dat misschien te weinig, voor anderen is dat precies goed. Je kunt je laven aan een familie die goede banden met elkaar lijkt te onderhouden, je kunt lachen om sommige uitspraken van Mallo’s vader (toen Mallo zijn diploma behaalde voor zijn studie natuurkunde, zei zijn vader: “Heel mooi, jongen, je bent nu iets meer dan een analfabeet. Van nu af aan”, je kunt misschien iets opsteken van de wetenschappelijke terzijdes. Een meerwaarde voor mij was dat Moeder Atoomhart zich veelal in Galicië afspeelt, en daar ben ik als kind en later als puber veel geweest (veel goede schrijvers komen opvallend genoeg uit Galicië. of. nah. veel. in ieder geval komt Suso De Toro ook van daar. en. nah. goed. Tiktak van De Toro is in ieder geval een magistraal boek, het eerste boek dat ik ooit las dat me echt verpletterde, reden waarom ik het nooit heb durven herlezen, want ik was voor in de twintig toen ik het las en wat wist ik nu helemaal van literatuur toen als jonge blaag, en naar mijn weten is er nooit een ander boek van De Toro vertaald naar het Nederlands, Galicisch lezen doe ik niet dus of hij echt een goede schrijver is, weet ik niet, is één boek niet een beetje weinig om dat oordeel te vellen?, wel heb ik vaak gedacht dat Mallo De Toro gelezen moet hebben, want Tiktak heeft alles wat Mallo’s Nocilla-trilogie ook heeft (eindeloze perspectiefwisselingen, een hele stoet aan personages, geen verhaal in traditionele zin, etc.) maar De Toro schreef het wel zo’n dertien jaar eerder).
Meest persoonlijke, meest universele. Kun je zeggen. Of ook. Het meest leesbare. Kun je ook zeggen. In ieder geval is er weinig reden om Moeder Atoomhart ongelezen te laten.
Moeder atoomhart
- Auteur: Agustín Fernández Mallo (Spanje)
- Soort boek: Spaanse roman
- Origineel: Madre de corazón atómico (2024)
- Nederlandse vertaling: Adri Boon
- Uitgever: Koppernik
- Verschijnt: 4 juni 2026
- Omvang: 211 pagina’s
- Uitgave: paperback
- Prijs: € 23,50
- Roman bestellen >
Flaptekst van de roman van de Spaanse schrijver Agustín Fernández Mallo
Kort voor de geboorte van Agustín Fernández Mallo in 1967 begon zijn vader, een dierenarts uit een klein stadje in León en een fervent aanhanger van wetenschap en vooruitgang, aan een reis door de Verenigde Staten om, per vliegtuig, twintig koeien naar Galicië te brengen. Bijna een halve eeuw later onderneemt de schrijver op zijn beurt een reis door Amerika, in een poging de voetstappen van zijn vader te volgen voordat die zijn geheugen verliest.
Moeder atoomhart beschrijft bijna een eeuw Spaanse geschiedenis aan de hand van legendes en familieverhalen van gewone mensen die de Burgeroorlog, de naoorlogse periode, de terugkeer van de democratie en de eeuwwisseling meemaakten. Het is het meest persoonlijke en tegelijkertijd meest universele boek van Agustín Fernández Mallo; een verhaal dat de menselijke conditie in al haar facetten behandelt en dat voorstelt de dood niet te zien als het einde van een reis, maar als een begin, als de laatste levensles van een geliefde.
Agustín Fernández Mallo is in 1967 geboren in La Coruña, Spanje en is gediplomeerd fysicus. In 2000 formuleerde hij een theorie over ‘postpoëzie’ die de verbindingen onderzoekt tussen kunst en wetenschap. Zijn Nocilla-trilogie bracht een verschuiving teweeg in de hedendaagse Spaanse literatuur en werd bekroond met Europese Literatuurprijs 2022. Trilogie van de oorlog, dat in 2024 bij Koppernik verscheen, ontving de Premio Biblioteca Breve.













