Tag archieven: Nederlandse Schrijfster

Lotta Blokker – IJsvogel

Lotta Blokker IJsvogel recensie en informatie over de inhoud van de eerste roman van de Nederlandse schrijfster en beeldhouwer. Op 29 oktober 2024 verschijnt bij Uitgeverij Querido de debuutroman van Lotta Blokker. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Lotta Blokker IJsvogel recensie van Tim Donker

Indringend, is dat het woord? Of is het ontwapenend en warm en overweldigend en liefdevol en zacht en aanraakbaar? Hoe de blik te heten, hoe de glimlach, hoe het hoofd en hoe het gekanteld is, hoe het haar hoe de hand hoe de pols. En wie kan ik zeggen dat gebeld heeft?

Ik heb nog geen woord gelezen in IJsvogel. Voorwaar. Geen woord zeg ik u. Ik zit met de voorste zijflap (de voorflap?) uitgevouwen stoelgenageld stil in de hoek van de kamer waar het meubel staat waarin ik mijn lezen doe. Het is de foto, die me bevriest in de tijd. De auteursfoto. Lotta Blokker blijft geen moment stil in die foto zitten, het is de mooiste foto ooit van een mens gemaakt, het is een foto die een mens doet voelen of de schrijfster tegenover je zit, aanwezig in de ruimte.

Iemand die zo mooi op foto’s staat moet wel mooi schrijven denk ik. Dat moet. Dat moet. Dat moet. Iemand die al dat hele kleine rechthoekje foto uitspatten weet, hoe moet dat gaan als zij die persoonlijkheid vrijelijk uitsmeert over een kleine tweehonderd bladzijden? Dat kan toch niet anders dan weeral een allermooiste boek allertijden worden?

Dacht ik.
Dacht ik toch.
Dacht ik allemaal.

En in eerste word ik bepaaldelijk niet teleurgesteld. Een persoon wordt wakker op ergens een strand, niet wetende hoe hij (zij?) daar gekomen is. Gaan slapen in het eigen bed, en dan dat ontwaken in het zand. Geen bed, geen nachtkast, geen idee. Alleen maar zand, en meeuwen, en zee, en later, lopen. Omdat er ergens wel mensen zullen zijn, en er vandaaruit wel een terugkeer naar het gekende mogelijk zal zijn.

De eigenlijke roman moet dan nog beginnen maar in mij woedt reeds de honger naar meer. Dan doe je iets goed.

IJsvogel bestaat uit drie delen. Vanuit zijn huis, doorheen het met spiegelfolie beplakte raam, filmt een man stiekem een moeder en haar jonge dochtertje die elke dag komen spelen op het pleintje tegenover zijn woning; hij gaat op onderzoek uit wanneer ze na een door hem maar half waargenomen dramaties moment niet meer verschijnen. Een vader vol met droefnis en vragen zoekt naar antwoorden omtrent de dood van zijn tienerzoon. En een beeldhouwster en een in een bronsgieterij werkzame, getrouwde man dansen de gekende aantrekken/afstoten-dans met elkaar op het ritme van verlangen, vrees, lust en liefde.

Ja de liefde mensen, de liefde.

De hartstochtelijke liefde
De verboden liefde.
En natuurlijk ook: de onmogelijke liefde.

Kan men uit het dikke hout van gefnuikte liefdes een rechte roman timmeren?

Nee. Ja. Misschien. Ik weet het niet.

Er kan veel gezegd worden over liefdes waar barsten in groeien. Is niet elk verlangen per definitie onvervulbaar? Zodra het vervuld wordt, immers, houdt het op een verlangen te zijn. Een liefde waar je niks (meer) mee kan, is dierhalve misschien ook wel de puurste vorm van liefde. Ze bestaat alleen, als liefde op zich, staat niet onder invloed van dagdagelijksheden – de tijd heeft er geen vat op. Zo ga je zeggen, zo ga je spreken over deze en over andere gedachten hierover, en kun je uitkomen op een gloedvol essay, een muzikale dichtbundel, een somber memoir, een dystopiese toekomstroman.

Of je schrijft een boek over de onvermoede gezichten die liefde dragen kan. Kan een mens houden van een moeder en een dochter die hem nog nooit hebben gezien en die hij zelf alleen via de lens doorheen spiegelfolie waargenomen heeft? Blokker maakt dit bizarre gegeven geloofwaardig. Kun je ooit de eindeloze diepte voelen van de pijn van een vader die zijn zoon om hem onbekende redenen ten grave heeft moeten dragen? Blokker onderneemt een overtuigende poging. En als de schrijfster zeggen wil dat liefde nooit echt tot blijvende bloei kan komen, heeft ze me al half en half in haar hoek.

Helaas worden er veel te veel bladzijden vuil gemaakt aan de oninteressantste pijler van IJsvogel: meer dan de helft beslaat die affaire die nooit echt een affaire wordt. Lieke en Vincent. Niet alleen is hun verhaal niet echt boeiend, het zijn ook nog eens de meest bloedeloze karakters van deze roman. Lieke, de beeldhouwster, neemt het ruimste vertellersstandpunt in. Dat het volgens Blokkers intentie is dat ik die Lieke een ongelooflijke trezebees vind, waag ik te betwijfelen. Maar ik vind het wel. Want Lieke praat uitsluitend in nietszeggende platitudes, ze vindt het ongelooflijk grappig als iemands haar in de fik staat, en ze beleeft haar liefde voor Vincent op de puberaalst mogelijke manier. Als ze zich plotsklaps uitkleedt tijdens een gesprek met hem dat weliswaar op een hotelkamer plaatsvindt maar verder op geen enkele manier erotiserend is, is ze niet alleen gekwetst als Vincent niet op deze “subtiele” verleidingspoging ingaat (dat zou nog enigszins te begrijpen zijn); het ontkiemt in haar ook een verschrikkelijke haat die maakt dat ze Vincent bijkans dood wenst. Ook de wijze waarop ze het object van haar liefde waarneemt, is ronduit afgezaagd. Natuurlijk heeft Vincent brede schouders en stevige billen jajaja, het zal ook eens een schriel gastje zijn of een verslonsde vijftiger met een bierbuik. Verdermeer voldoet Vincent zo overduidelijk aan de eisen van de “ideale man” dat het bijna parodiërend overkomt. Sportief? Ja natuurlijk. Zelfverzekerd? Ja natuurlijk. Krachtige persoonlijkheid? Ja natuurlijk. Attent? Ja natuurlijk. Evenwichtig & open & eerlijk? Ja natuurlijk. Moet ik lachen moet ik treuren moet ik Lieke kunnen begrijpen? Dat laatste maakt Blokker me echt wel heel erg moeilijk want zelfs Liekes sexuele verlangens hebben iets potsierlijks: “Ze wil hem aandachtig pijpen totdat ze wordt beloond met zijn sperma, dat ze niet vluchtig door zal slikken om ervan af te zijn, maar over haar tong zal laten rollen als een ervaren wijnproever.” Wat moet hieruit spreken, Blokker? Passie, lust, geilheid? Ik voel niks dan humor. Hoe goed zijn sex en humor te combineren, ik nie weet nie, ik in ieder geval nooit moest lach nie zo hard nie tot ik er een stijve van kreeg nie, maar om deze pijppassage moest ik toch wel even lachen, een vluchtige grijns toen ik in bad lag en dit las (hee dus ik was alvast bloot blokker) en me geheel momenteelderlijk afvroeg hoe een niet-ervaren wijnproever sperma over zijn tong zou laten rollen (en dan zwijg ik nog maar even over dat “aandachtig” pijpen en dat “beloond” worden met sperma).

Of de stemmen in Liekes hoofd. De stemmen die haar aan- of juist afraden toe te geven aan haar gevoelens. Blokker (of Lieke?) vergelijkt die stemmen met een debat in de twede kamer. Dat vond ik een nogal truttige vergelijking, maar als er later nog een keer wordt teruggegrepen naar deze vergelijking wordt truttigheid pijnlijk.

Enige verlichting biedt een perspectiefwisseling. Blokker draagt Liekes vertellerschap over aan Vincent, en almeteens relativeert dat zijn perfectie. Helaas is daarvoor klaarblijkelijk per se een andere flauwiteit nodig: die van de echtgenote die exact en tot na de komma weet wat er in haar echtgenoot omgaat waar de echtgenoot nog niet het flauwste benul heeft van het gevoelsleven van zijn echtgenote (want ware empathie is het monopolie van vrouwen). In ieder geval blijkt die rukker van een Vincent niet altijd zo perfect te zijn als hij volgens Lieke is, en daarmee biedt Blokker een welkome relativering die al een eerste vraag opwerpt over hoe liefde werkt, en dat brengt me terug.

Terug tot waar dit boek volgens mij over gaat.

Want.

Er is waar het boek over gaat. Of waar je denkt waar het boek over gaat. En er is hoe het gebracht wordt. En er is hoe al die dingen met elkaar, of tegen elkaar in werken.

Veel van IJsvogel, zeker in het eerste deel, wordt via terugblikken medegedeeld. Dat is. Dat heet. Iedere gedachtegang, ieder gevoel, iedere bevinding (van Lieke over Vincent van Vincent over Lieke) wordt “gestaafd” dan wel “verduidelijkt” door terug te grijpen naar iets wat eerder gebeurde. Dit teruggrijpen naar allerlei gebeurtenissen die voor de hedenlijn plaatsvonden, gebeurt zó maniakaal dat de lezer af en toe kwijt is waar hij zich ook alweer in dat heden bevond. Bewust gezaaide verwarring of gemakzuchtige schrijverij? Ik twijfel. Luister, ik sprak ooit die vent, het ging over een ander boek, en ik had het over de moeite die ik had met het boek. De meeste verhaalfiguren waren me uitermate onsympathiek, maar ik had het idee dat de schrijver ze niet nadrukkelijk onsympathiek had willen neerzetten. Mijn gesprekspartner was de stellige mening toegedaan dat wanneer personages vervelend overkwamen bij de lezer, dit zeker zo gewild moest zijn. Langs deze lijnen zou de overdaad van herinneringen in IJsvogel niet alleen maar een gemakzuchtige literaire ingreep zijn om de lezer in korte tijd van de voorgeschiedenis op de hoogte te brengen maar evenzeer een verwarringveroorzakend stijlmiddel. Ik waag het echter te denken dat die verwarring een positief bij-effekt is van Blokkers ongerijpte schrijfstijl.

Antipathie, inderdaad. Ook hier. En ook hier niet beoogd, lijkt mij. Hoe kan het anders dat Lieke doorheen de ogen van de zwaar verliefde Vincent me nog erger gaat tegenstaan dan ze daarvoor al deed? Zijn liefde zou haar toch juist een engelken gelijk laten zweven? En kom me niet aan met het argument dat Vincent niets met die liefde kan aanvangen en hij haar daarom onbewust een wat lelijker mens maakt om de frustratie die het oplevert alvast wat te temperen; diergelijke kouwe grond gepsikologizeer is hier niet aan de orde. Want wellicht lajen Vincents gevoelens voor Lieke pas goed op als hij haar ziet optreden in een talkshow. Het gesprek gaat over een lompe museumdirekteur die zijn autoriteit met harde hand kracht bij zet, daarbij links en rechts mensen om niks ontslaand waardoor hij uiteindelijk in diverse media in een zeer negatief daglicht is komen te staan. Lieke kent deze museumdirekteur persoonlijk en draagt hem een warm hart toe; ze wil de camera gebruiken om een lans voor hem te breken. Om te illustreren hoezeer zijn werkwijze in dienst staat van het museum en erop gericht is het beste uit zichzelf en uit zijn medewerkers te halen, begint Lieke over haar lievelingsfilm; een rolprent van je tiepiese diktatoriale Stanley Kubrick-achtige regisseur die met zijn aan het bizarre grenzende veeleisendheid zijn akteurs -en vooral zijn aktrises- tot wanhoop drijft. In een bepaalde scene eiste de regisseur van een aktrise dat ze het snot van het gezicht van haar tegenspeelster likte, wat zij begrijpelijkerwijs vreselijk had gevonden. Volgens Lieke moest die aktrise niet zeiken, snot likken levert immers een prachtscene op voor een memorabele film. De presentatriese  vraagt Lieke: “Dus jij had haar snot gelikt?”, waarop Lieke reageert met: “Ik zou de stront van haar reet hebben gelikt. Alles voor de kunst.”

En het begon nog wel goed. In deze doorgewookte tijden staat op ieder vermoeden van temperament een levenslange straf. Onder de noemer “grensoverschrijdend gedrag” moet een ieder die niet braaf, zedig, lief, beleefd en voornaam is maar voor eeuwig in duistere kerkers verdwijnen om nooit meer gezien te hoeven worden. Dat hiermee het ene regime gewoonweg voor het ander ingeruild wordt ontgaat de wokers blijkbaar; enig tegengeluid is daarom af en toe niet ongewenst. Maar een klootzak mag je wel een klootzak noemen, en kunst -met of zonder hoofdletter- hoeft geen ekskuus te zijn om alles maar te laten gebeuren.

Anders dan Vincent vind ik Liekes laatstgesieteerde uitspraak niet gewaagd, of opwindend, of vurig, of van innemende directheid. Ik vind het bot en dom en daarenboven van een bijna lachwekkende obligaatheid. Ik wil er nog overheen stappen dat film volgens mij eerder met goedkoop divertissement dan met kunst te maken heeft, ik weet heel goed dat dit maar mijn hoogstpersoonlijke mening is; de term “kunst” verwijst naar een afbakenbare categorie en is geen kwaliteitszegel. Als iets stompzinnig, voorspelbaar of oppervlakkig is, houdt het niet daarom op “kunst” te zijn; er bestaat ook slechte kunst. Maar film is in ieder geval een kunstvorm waarbij het “materiaal” waarover de maker beschikt bestaat uit mensen. De regisseur heeft niet het gemak dat schrijvers of schilders hebben. Inkt en verf hebben geen gevoel. Je kan afgrijselijke dingen schilderen of schrijven; de inkt en de verf zullen niet klagen. Maar mensen hebben grenzen en alle recht om die aan te geven. Een regisseur kan wel van alles willen, het zijn de akteurs en aktrises die het moeten uitvoeren en daarbij hoeven ze zichzelf niet kwijt te raken alleen maar omdat de regisseur de film zo en niet anders voor ogen heeft. Dat kunst lijden betekent en offers eist is zo’n ontzettend afgezaagd standpunt dat het al bijna niet meer voor spot vatbaar is, maar dat zulke offers in het oerhollandse, uit de klei getrokken platbrein klaarblijkelijk steeds weer neerkomen op stront, is bedroevend. Hoe moet ik dit zien door Vincents ogen? Moet ik nu snappen hoe iemand gesjarmeerd kan zijn door die vrijgevochten dame die daar op televisie praat over poep op haar tong? Wat heeft Blokker willen bereiken met deze scene? Dat ik alleen maar minder begrip krijg over Vincents liefde voor Lieke omdat ik haar steeds afstotelijker ga vinden kan toch niet de bedoeling zijn geweest?

En al die kliesjees, waren die de bedoeling? Het is waarschijnlijk een onmogelijkheid om 188 bladzijden vol te schijven en niet al eens een keer een platgetreden paadje in te slaan. Niemand kan afgesleten termen geheel en al vermijden. Kijk even een paar regels terug om je ervan te vergewissen dat ik het zoëven  nog over een “rolprent” had, ik zeg maar wat (of “vergewissen”, ik zeg maar wat) (of “ik zeg maar wat”, ik zeg maar wat). Maar bij Blokker stroomt het kliesjees, de een al afschuwelijker dan de ander. Lachspieren. Linea recta. Gespot (in de zin van “gezien”, dus niet dat er met iets gelachen is, vind ik dat zoon afgrijselijk lelijk woord). De stoute schoenen aantrekken (ja jezus ik verzin dit niet, dat staat er gewoon echt). Een bovenlijf dat “gezegend” is met borsthaar. Ogen die over een interieur “glijden”. Een kastanjebruine haardos. Aanstalten maken. Een rijkelijk gevulde fruitschaal. Gefocust. Aanstormend talent. Een “beeldschone vrouw met perfect geföhnde haren en zorgvuldig aangebrachte make-up” die “de eer heeft” zich te “nestelen” in Vincents okselhaar. Een fotogenieke ijdeltuit. Mak als een lammetje. Moment suprême. Iemand een opsteker geven. Een kleur die “matcht”. Jongensachtige ruigheid. Cancelcultuur. Het nieuws halen. Aanschuiven bij een talkshow. Er naturel uitzien. Kneiterhard. Ergens over sparren. Stinkend jaloers zijn. Gunfactor. Showen. Spruit (en dan niet de groente, maar iemands kind). Ergens op hinten. Rijtuig (als synoniem voor auto). Gepaste afstand. Ergens voor gaan. Een romig lichaam. Content (nee niet bedoeld als “tevreden”). Een pro.

Of dat het woord pik me veel te vaak voor komt, nogal eens voorafgegaan door het bijvoeglijk naamwoord “harde”.

Of. “De inhoud van de lades gaan ook mee.” De inhoud gaan. Had een redacteur daar nu niet iets aan kunnen doen?

Dat zwakke taalgebruik. Dat amateuristiese schrijven. De lelijkheid, zelfs. Die druipt. Die van de bladzijden druipt, uit het boek, een vies plasje vormend op mijn broek (ja hee vanmorgen schoon aangetrokken zeg!). En dan toch.

Toch?

Ja toch. Toch is er een en dan toch.

Want ik blijf lezen. Toch blijf je lezen? Ja toch blijf ik lezen, met die vieze vlek op mijn broek. En de koffie koud in mijn kop. Want toch is er een en dan toch.

Er is iets. Er is iets achter dit. Er schemert wat doorheen dit zeikverhaal over die stomme Lieke en die stomme Vincent. Iets van liefde, ja uiteraard iets van liefde, en hoe liefde dan maar kruipt waar het niet gaan kan, ja natuurlijk iets van hoe liefde kruipt waar het niet gaan kan. Meer nog. Dat iemand maar tegen je aan staat te mekkeren terwijl je naar een hele moje seedee probeert te luisteren. Iets als dat. Alsof de schrijfster zichzelf overstemt. Ja zoiets.

Hoeveel mojer kan het klinken als de muziek vrij mag komen.

In de twede pijler van de roman zingt er een tragischer liefde. Erik wordt verpletterd door verdriet. Zijn tienerzoon Thijs is onder onduidelijke omstandigheden overleden; we komen het ook niet te weten, Erik niet en de lezer niet, al krijgt het vermoeden dat het om zelfmoord gaat wel steeds meer grond. Blokker slaat op deze pagina een veel ingetogener, verstilder toon aan en gaat van lieverlee ook fraksies minder kliesjeematig schrijven. Thijs verschijnt in Eriks herinneringen als een zachtmoedige, intelligente, enigszins eenzame jongen en Erik was er voor hem, zijn hele korte leven, als alleenstaande, toegewijde vader die graag dingen beter had gedaan (wat we allemaal willen en waar we zolang onze kinderen nog in leven zijn gelukkig ook nog genoeg kansen toe krijgen) – verrek deze verhaalfiguren mag ik zowaar. En anders dan in het dichtgesmeerde liekevincentdeel, zorgen blanco plekken hier voor de nodige ademruimte. Blokker laat te raden over, maakt de lezer een lotgenoot van Erik. Op het einde zijn er nog altijd vragen, en dat maakt Eriks verdriet des te voelbaarder. En de sporen die je terugvoeren naar het vorige deel van de roman, kleine dingen, voorwerpen, een boek, een flits, iets waarover je eerder las, je zou er bijna overheen gelezen hebben, hoe geweldig is ook dat.

De kracht van haar schrijven toont Blokker ook in het laatste deel van IJsvogel. Max filmt alle dagen een moeder en dochter die komen spelen op het pleintje tegenover zijn woning. Hij doet dit stiekem, vanuit zijn huis, achter spiegelfolie. Hele videokassettes vol heeft hij al, bewaard en getiteld. Toch is Max geen perverseling, geen viezerd, geen engerd. Ook geen ziele sukkel. Er zou een tragies verhaal kunnen wonen diep binnenin hem, iets met zijn werk misschien, ook hier werpt Blokker de lezer niet meer dan splinters toe waarmee je dan maar je eigen verhaal over Max moet maken. Wel is duidelijk dat hij een gevoelvolle en warme man is, en hoe ze het doet weet ik niet maar Blokker weet het aannemelijk en invoelbaar te maken dat Max oprecht houdt van het meisje Ella en de moeder waarin een mens zomaar Lieke zou kunnen herkennen (waardoor er aan dat ranzige einde van het eerste deel een best moje wending komt). Goed, ook hier een pik en een afrukscene teveel naar mijn smaak (klaarblijkelijk denkt die Blokker dat mannen bij ieder opwinding zich meteen moeten afrukken, anders houden ze er iets aan over ofzo, en dat een maar vagelijk zichtbare vrouwenborst al genoeg is om hen in die staat te krijgen) maar er is schoonheid genoeg om dat maar voor lief te nemen. Dat je het ziet, de dochter en de moeder, dat je ze ziet, als door een filmlens, je ziet ze geluidloos praten, je ziet ze maar gedeeltelijk, je ziet dat je veel meer niet dan wel ziet, ja dat is schrijven, dat is literatuur. Dat is hoe Blokker klinkt als ze zichzelf niet overstemt.

Het ongezegde is soms veelzeggender dan het gezegde. Ja dat is ook een kliesjee. En dit ook: stilte is sexy. Het boek dicht doen, en nog zoveel niet weten. Daar hou ik van. En wie was nu eigenlijk die vent van in het begin, die wakker werd op dat strand? Er ligt hier nog een heel boek, ongeschreven.

Dat het mooi ging zijn vermoedde ik al, maar ik moest wel door iets heen om het ook echt te vinden. Ga ik mezelf dan voor de laatste keer maar weer eens van een kliesjee bedienen (eentje ontleent aan de beeldhouwkunst dan nog): de schoonheid zit reeds in het boek, je moet alleen de overbodige delen wegkappen. Wel. Als een eventuele volgende roman te lezen is zonder beitel in de hand, zul je van mij geen onvertogen woord meer horen Blokker!

Lotta Blokker IJsvogel

IJsvogel

  • Auteur: Lotta Blokker (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman, debuutroman
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 29 oktober 2024
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol 

Flaptekst van de eerste roman van Lotta Blokker

Lieke en Vincent draaien al jaren om elkaar heen. Lieke durft geen toenadering te zoeken omdat Vincent getrouwd is. Vincent zit vast in een liefdeloos huwelijk en worstelt met zijn ontluikende liefde voor Lieke en zijn wens om een trouwe echtgenoot te zijn.

Erik is een vader in diepe rouw. Hij wordt door een verhuizing gedwongen de kamer van zijn overleden zoon uit te ruimen en vindt in een van zijn leesboeken een foto van zijn favoriete schoolmeester. Het slingert hem terug in de tijd, waarbij hij telkens wordt geconfronteerd met zijn tekortkomingen als vader.

Max begluurt al jaren, vanachter zijn raam, een vrouw en haar dochtertje die dagelijks een bezoek brengen aan het pleintje voor zijn deur. Hij filmt het tweetal. Minutieus vangt hij iedere handeling die ze uitvoeren, met een bijzondere verzameling videocassettes als resultaat.

De levens in IJsvogel zijn op een unieke manier met elkaar vervlochten in deze verfijnde en diepzinnige roman.

Als Lotta Blokker (1980, Amsterdam ) tijdens een middelbareschoolexcursie in het Parijse Musee Rodin het werk van de Franse beeldhouwer Auguste Rodin ziet, voelt dat alsof haar bestemming wordt bepaald. Ze gaat aan de Florence Academy of Art beeldhouwen studeren. Sinds 2006 heeft ze een atelier waar ze figuratieve beelden ontwikkelt. Haar werk is regelmatig te zien in musea in binnen- en buitenland en is opgeno­men in internationale (museum)collecties. IJsvogel is haar eerste boek.

Bijpassende boeken en informatie

Susan Smit – De tweede helft van je leven

Susan Smit De tweede helft van je leven recensie en informatie boek over de kracht en wijsheid van de vrouw. Op 15 oktober 2024 verschijnt bij Uitgeverij Lebowski het nieuwe non-fictie boek van de Nederlandse schrijfster Susan Smit. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Susan Smit De tweede helft van je leven recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van het nieuwe boek van Susan Smit De tweede helft van je leven, De kracht en wijsheid van de vrouw, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Susan Smit De tweede helft van je leven

De tweede helft van je leven

De kracht en wijsheid van de vrouw.

  • Auteur: Susan Smit (Nederland)
  • Soort boek: non-fictie
  • Uitgever: Lebowski
  • Verschijnt: 15 oktober 2024
  • Omvang: 352 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / Luisterboek
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Susan Smit

Vanaf je veertigste stap je in een volgend hoofdstuk. Als het hoogste goed van ouder worden eruit bestaat om je leven te leiden zoals je deed en eruit te blijven zien zoals je eruitzag, dan mis je het hele punt. De transformatie van de overgang wil je ergens naartoe leiden; naar een leven waarin je meer dan ooit jezelf bent, loslaat wat niet meer voor je werkt en de wereld brengt wat je ten diepste te bieden hebt.

Op de drempel van de tweede levenshelft zie je al dat veel vrouwen ophouden met zichzelf wegcijferen, met plooibaar en bescheiden zijn en door iedereen aardig gevonden te willen worden. Ze lijken eindelijk samen te vallen met zichzelf. Een deel ervan heeft te maken met veranderende hormonen – de natuur helpt je – en een ander deel met de jaren die achter je liggen en die jou iets hebben geleerd.

In De tweede helft van je leven nodigt Susan je uit om de weerstand tegen ouder worden te laten varen. Laat je niet wijsmaken dat je minder waard wordt, maar neem je ware vorm aan. Deze nieuwe fase kan er een zijn van vreugde, vervulling en verdieping, als je de vruchten die geplukt kunnen worden niet verwerpt in een poging zo lang mogelijk bloesem te dragen. De tweede helft in een vrouwenleven gaat over oogsten.

Susan Smit is geboren op 24 februari 1974, Leiden. Ze is schrijfster en columniste van Happinez. Ze debuteerde in 2001 met Heks en heeft inmiddels vele boeken op haar naam staan, zoals de bestsellers Gisèle, Tropenbruid en De wijsheid van de heksMet haar roman De heks van Limbrichtwerd ze genomineerd voor de NS Publieksprijs. In het voorjaar van 2024 publiceerde ze Alles wat beweegteen historische roman over Isadora Duncan.

Bijpassende boeken

Bibi Dumon Tak – Rimpeling

Bibi Dumon Tak Rimpeling recensie, review en informatie over de inhoud van het nieuwe novelle van de Nederlandse schrijfster. Op 15 oktober 2024 verschijnt bij Uitgeverij De Geus dehet nieuwe boek van Bibi Dumon Tak. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Bibi Dumon Tak Rimpeling recensie van Fons van Riet

Het leven van Marthe, bijna bespioneerd door de ogen van de lezer, wordt “klein” en liefdevol beschreven door de schrijfster. Het lijkt een inbreuk op haar privacy, haar eigenheid, maar je leert haar ook kennen en daardoor heeft ze bestaan.

Marthe is daardoor niet meer anoniem, terwijl het leek alsof ze dat wilde zijn en blijven, anoniem. De  schrijfster heeft Marthe bestaansrecht gegeven. Aan de hand van haar spullen, haar huis, haar telefoonboekje en ook haar tuin leer je Marthe nà haar dood kennen.

Ze ging dood, omdat ze iets levends wilde redden van het naderend  einde. Dat is haar gelukt, de langpootmug fladdert weg, terwijl Marthe van de trap valt, met haar einde als gevolg. De langpootmug niet bewust van zijn bestaan, leeft maar 14 dagen maximaal. Dus een groot gebaar van Martha voor een kortstondig leven.

Er komen ook geheimen aan het licht, van lang geleden. Een stiekeme liefde en een lichamelijk traumatisch incident, waardoor Marthe wellicht op zichzelf wilde zijn. Door deze novelle, ging ik zelf denken aan velen die zonderling, eenzaam of buiten de maatschappij willen of noodgedwongen moeten leven.

Als ze er niet meer zijn, wie weet van hen dan nog, wie ze waren, welke gedachten en gevoelens zij hadden, wat het leven hen had gegeven of juist ontbeert. Je zou iedereen een novelle gunnen, geschreven door Bibi Dumon Tak.

Ik vind het een heel fijn boek, maar werd er ook een beetje triest van. Maar dat zal voor iedere lezer anders zijn. Erg aan te bevelen, een origineel thema, met respect beschreven, gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Bibi Dumon Tak Rimpeling

Rimpeling

  • Auteur: Bibi Dumon Tak (Nederland)
  • Soort boek: novelle
  • Uitgever: De Geus
  • Verschijnt: 15 oktober 2024
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 15,00 / € 8,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Bibi Dumon Tak

Marthe viel omdat ze het leven van een langpoot­mug wilde redden. Na die dodelijke val blijft haar huis aan de rand van het bos verweesd achter. Alleen de insecten, de muizen en haar spullen wisten wie ze was. Als haar huis wordt opgeruimd krijgen we haar verhaal te horen. Hoe meer spullen er worden aangewezen, hoe completer Marthe wordt. Aan de hand van de stoel, de tafel, de kast en het bed kom je erachter wie Marthe was. Niets bijzonders, zou Marthe er zelf over hebben gezegd.

Bijpassende boeken en informatie

Elizabeth Steinz – De kleine Steinz

Elizabeth Steinz De kleine Steinz recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster. Op 17 oktober 2024 verschijnt bij Uitgeverij De Bezige Bij de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster en presentator Elizabeth Steinz. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Elizabeth Steinz De kleine Steinz recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De kleine Steinz, de nieuwe roman van Elizabeth Steinz, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Elizabeth Steinz De kleine Steinz

De kleine Steinz

  • Auteur: Elizabeth Steinz (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 17 oktober 2024
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Elizabeth Steinz

In De kleine Steinz laat hoofdpersonage Elisabeth Steinz zich verleiden door de baldadige woorden van Conrad, ‘een schrijver met enige bekendheid’ die haar groot wil maken. Hij geeft haar het advies om te schrijven over de geboortegrond van haar man, een klein Spaans dorp waar nooit iets gebeurt. Vanaf dat moment mislukt alles.

De kleine Steinz is een messcherpe en humoristische roman over de zin en onzin van het najagen van talent en ambities. Met een perfect gevoel voor timing neemt Elisabeth Steinz de lezer vanaf de eerste pagina mee in een vermakelijk avontuur dat haar bij de grote vragen brengt: hoe verhoudt ze zich als moderne vrouw tot mannen, tot haar eigen ego, tot het schrijverschap en tot ‘het einde der tijden-achtige sfeertje’ in het nieuws.

Elisabeth Steinz (1980), journalist, radiomaker en schrijver. Ze is een van de vaste presentatoren van Met het Oog op Morgen op NPO Radio 1 en maakt en presenteert daarnaast de podcast De Dag . Ze debuteerde in 2013 met de roman En een nacht.

Bijpassende boeken en informatie

Lizette Eijsbouts De Gottschalls

Lizette Eijsbouts De Gottschalls recensie en informatie over de inhoud van het boek met een joodse familiegeschiedenis. Op 1 oktober 2024 verschijnt bij Uitgeverij Murrow het boek over de familie Gottschall, geschreven door Lizette Eijsbouts. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Lizette Eijsbouts De Gottschalls recensie en informatie

  • “Een fascinerende zoektocht. De Gottschalls is anders dan de gebruikelijke boeken over de holocaust. Het is geen tranendal, maar een nauwkeurige journalistieke reconstructie.” (Hans Knoop)

Lizette Eijsbouts De Gottschalls

De Gottschalls

Een familiegeschiedenis, 1700-1950

  • Auteur: Lizette Eijsbouts (Nederland)
  • Soort boek: familiegeschiedenis
  • Uitgever: Murrow
  • Verschijnt: 1 oktober 2024
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek van Lizette Eijsbouts

De Gottschalls vertelt het verhaal van een Joodse familie uit het dorp Klein-Gerau, nabij Frankfurt: middenstanders met een kleine worstfabriek en een winkeltje aan huis. Eeuwenlang geven de Gottschalls kleur aan de dorpsgemeenschap, ze delen lief en leed. Maar als Hitler in 1933 aan de macht komt, verandert hun leven in een nachtmerrie.

De broers Herbert en Arthur Gottschall vluchten naar Amsterdam. Na Rijkskristalnacht in 1938 proberen ook hun ouders naar Nederland te vluchten, maar de overheid houdt gezinshereniging tegen. Tijdens de oorlog weet Arthur met zijn vrouw Josephine naar Jamaica uit te wijken, om vervolgens als rekruut van de Prinses Irenebrigade te strijden voor de bevrijding van het Europese continent.

In De Gottschalls verweeft Lizette Eijsbouts op aangrijpende wijze haar familiegeschiedenis met de geschiedenis van het antisemitisme en nationalisme in Duitsland. Het is een verhaal over uitsluiting en racisme, dat toont wat er met een leven kan gebeuren als je door een politiek bewind als ongewenste vreemdeling wordt gezien.

Bijpassende boeken

Chaja Polak – Het net de duif en de dood

Chaja Polak Het net, de duif en de dood recensie en informatie over de inhoud van het nieuwe boek van de Nederlandse schrijfster. Op 2 oktober 2024 verschijnt bij Uitgeverij Cossee het nieuwe boek van Chaja Polak. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Chaja Polak Het net, de duif en de dood recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Het net, de duif en de dood, het nieuwe boek van Chaja Polak, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Chaja Polak Het net, de duif en de dood

Het net, de duif en de dood

  • Auteur: Chaja Polak (Nederland)
  • Soort boek: verhalen
  • Uitgever: Cossee
  • Verschijnt: 2 oktober 2024
  • Omvang: 112 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Chaja Polak

’s Avonds tijdens het afwassen zingen de zusjes meestal tweestemmig om aan de gespannen sfeer in huis te ontsnappen. Of ze kletsen over de toekomst. Terwijl vader na het eten onderuitgezakt in de leunstoel hangt, zoent moeder met de bovenbuurman in het trap penhuis. Sinds er voor het balkon een net is gespannen om te verhinderen dat de duiven alles onder poepen, kijken de familieleden niet meer door het raam naar buiten. Er is een duif in het net verstrikt geraakt. Aan de eettafel kun je dagenlang het klapwieken horen, voordat de duif het loodje legt.

In tien delen vertelt Chaja Polak over mensen die zich op een kantelpunt in hun leven bevinden. Wachtende, eenzame vrouwen, gesloten mannen, kinderen die in hun fantasie proberen te ontsnappen. Net als in haar alom geroemde Brief in de nacht (ver)oordeelt Polak niet, maar laat met begrip en empathie zien wat mensen bezighoudt en voortdrijft. Door haar precieze en sprekende details leren wij de ander van binnenuit kennen en daardoor iets beter te begrijpen.

Chaja Polak is op 5 november 1941 geboren in Den Haag. Ze is kunstenaar en schrijver. Ze publiceerde veelgeprezen romans, verhalen en een dichtbundel. Haar laatste roman Het verdriet van de vrede verscheen in 2023. Haar bestseller-essay Brief in de nacht. Gedachten over Israël en Gaza (2024), waarin ze zoekt naar de nuance en menselijkheid, kreeg veel media-aandacht en is nu in vele talen vertaald.

Bijpassende boeken

Laura Broeckhuysen – Magnetisch middernacht

Laura Broeckhuysen Magnetisch middernacht recensie en informatie over de inhoud van de Nederlandse IJslandse roman. Op 1 oktober 2024 verschijnt bij uitgeverij Querido de nieuwe roman van Laura Broeckhuysen.

Laura Broeckhuysen Magnetisch middernacht recensie van Tim Donker

Stel je voor. Je bent een kind, bijna puber misschien. Je hebt nooit geweten wie je vader is want je moeder voedt je op, en je moeder is ziekelijk, en je moeder kan het niet alleen, en je moeder zoekt een man, altijd zoekt je moeder een man, altijd gaat je moeder samenwonen met een man, steeds een andere man, voor jou een ander misschien in de vaderrol, en al snel maakt je moeder ruzie met de man, maakt je moeder ruzie met iets als een vader, dan gaat ze weer, dan gaat ze verder, neemt jou mee, en zo ga je, heel je jeugdige leven entlang, samen met je moeder van man naar man, en nooit blijf je ergens, en nooit woon je ergens lang genoeg om er gewend te kunnen raken, nooit is het iets als thuis, en nooit iets als een echte vader.

Stel dat het op een dag weer zo ver is. Er is een man met een baard en hij heet Snorri en waarschijnlijk is dat alleen in het Nederlands grappig. Snorri komt jullie halen. Je moeder en jou. Je weet niet waarheen het dit keer gaat maar dat weet je nooit. De toch is lang en gaat door onherbergzame streken. Bergen. IJs. Wind. Het sneeuwt. Het sneeuwt hard. Het sneeuwt zo hard dat heel dat IJslandse landschap zijn diepte verliest en tweedimensionaal lijkt te worden. Je waarschijnlijk wederom maar tijdelijk vader bromzingt aan het stuur: bijna bijna bijna thuis, maar jij weet niet wat bijna is en je kunt je eigenlijk al niks meer voorstellen bij het woordje “thuis”. En als je er dan uiteindelijk inderdaad zijn, blijken jullie helemaal nergens te zijn.

Kan je deze nieuwe woning wel een huis noemen? Het is misschien eerder een bouwseltje. Het ruikt er raar. Alles is oud, en wrak, en niet erg schoon. Het onderkomen is gebouwd op een beek, die stroomt gewoon dwars door de kelder. Dus overal vocht. Overal rotting. Overal schimmels. De nieuwe tijdelijke vader heeft al een kind. Loke. Is het een meisje met een jongensnaam? Of een jongen in een jurk? Vader Snorri verwijst naar Loke met “hij”; moeder, Herdís, die pas later op zal duiken, houdt het op het genderneutrale “hen”. Zelf denk je maar aan Loke als je “sibbeling”.

Dat zijn je nieuwe verwanten.
Dat is je nieuwe thuis.
En dit is je nieuwe omgeving:

“Dorp” is misschien al teveel gezet. Veel meer dan een nederzetting is het niet. Alles is stijf bevroren in de winter, er is nauwelijks iets te eten, en vrijwel niks te doen. Er is een buurman die graag drink, Þor heet hij. Týr is schipper, voor hem moet je oppassen, hij lijkt niet te vertrouwen. Er is een groepje dat vriendelijk lijkt maar het misschien niet is – iedereen noemt ze Niemands vrienden. Er is een meisje dat werd dood gewaand door sommigen maar nog verrassend levend lijkt in de ogen van anderen: een modderstroom zou Iđounn met en huis en familie en al in zee hebben doen belanden maar toch wordt ze steeds gezien op de helling, waar ze schildert, waar ze loopt, waar ze leeft.

Ja stel je dat eens voor.
Kun je?
Pippa kan het. Het is haar leven.

Met Magnetisch middernacht heeft Laura Broekhuysen een vervreemdende roman geschreven waarvan de sfeer lastig te typeren is. “Surrealistisch” of “sprookjesachtig” dekken de lading niet ganzelijk al had ik zulks wel gepeinsd na lezing van het achterplat. Dat had me wat huiverig gemaakt. IJsland, dode meisjes, sneeuw, miks het met hersenschimmen en gekte, maak het af met wat plaatselijke mythologie – het leek me een wat gemakzuchtige manier om sfeer te maken. Het clausterfobiese van continue sneeuwval, dingen zien die er misschien niet zijn, de volksverhalen, de mystificatie jajaja. Het soort roman waarin je nooit volledig kan geloven in wat je net gelezen hebt jajaja. Ik denk dat wij die film ook gezien hebben. Naar het mysterie is niet zozeer of Iđounn een al half verwilderde wees is die tegen alle waarschijnlijkheid in als enige in haar familie de modderstroom heeft overleefd of toch louter een fantoom – een groepshallucinatie?-; nee het mysterie is het leven zelve. Mensen. Volwassenen. De geheimen die ze voor elkaar en voor hun kinderen hebben. Hoe ze omgaan met elkaar. Hoe liefde werkt. Wat ouderschap is. Hiërarchieën. Hoe onderlinge verstandhoudingen groeien in een (kleine) dorpsgemeenschap. De pscyhologie van de van de buitenwereld afgesnedenen.

Psychologie.
Daar zeg je het.

Dit lijkt me voor alles een psychologische roman.

Het Goede Ding, het Heel Erg Goede Ding, is, om te beginnen, dat Broekhuysen de geniale ingeving heeft gehad om het verhaal te vertellen vanuit het standpunt van Pippa. Hoe gemakkelijk was het geweest om Loke als verteller aan te wijzen? Of Herdís, ja? Of voor mijn part Iđounn. Dan had je drie andere romans gehad. Drie mindere romans, als u het mij vraagt.

Via Pippa wordt de lezer een medereiziger: hij weet net zoveel als zij, en deelt in haar af en toe tegen verbijstering aan schurkende verwondering. Is Loke een jongen of een meisje. Wanneer ze Lokes naakte lichaam een keer te zien krijgt, brengt dat geen duidelijkheid en de voornaamwoorden die beide ouders voor Loke reserveren, zeggen ook niks. Waarom komt Lokes moeder alleen in de lente? Waar is zij de rest van het jaar? Wat voor machtsspelletjes worden er gespeeld tussen Herdís, Snorri en Oddný (de moeder van Pippa)? Kan Snorri een vader zijn, hoe vul je het vaderschap op, wat is daar voor nodig? Is Loke als “sibbeling” iemand om gehecht aan te raken? Is het goed, of slecht om aan iemand gehecht te zijn? Hoe lang heeft Oddný nog te leven? Waarom davert de grond in de dorp steeds en waarom doet iedereen daar zo nonchalant over? Wat voor types zijn die dorpelingen nu eigenlijk? Wat is dat met die wolf waar iedereen het over heeft? Waarom zitten er alleen maar vrouwen op alle (belangrijke) posten in het dorp en waarom komen de mannen die tot voor kort op die posten zaten steeds samen in de sporthal, een beetje murmelend alsof ze nog steeds belangrijke kwesties met elkaar bespreken, nog immer forse knopen door dienen te hakken? Wie is er te vertrouwen en wie niet? Wat is er aan de hand met dat meisje op de helling en waarom moet ze uit het zicht van Herdís gehouden worden?

Magnetisch middernacht snijdt veel aardsere -en aktuelere!- thema’s aan dan je in eerste instantie verwachten zou: gender, ecologie, feminisme, ouderschap, verantwoordelijkheid, arbeid, scholing, zorg, alternatieve leefwijzen. Maar doordag Pippa -en dus de lezer!- op al haar vragen slechts langzaamaan antwoorden krijgt, behoudt het heel het boek doorheen dat heerlijk vervreemdende sfeertje. Noem het dromerig. Of, kan ook: poëtisch. Als je je bedenkt dat een zin als “Niemands vrienden staan in de sauna elkaars oogbollen te betasten” in de kontekst van deze roman volstrekt logisch is, weet je meteen hoe het met het dichterlijk gehalte van Magnetisch middernacht gesteld is. Bovengenoemde kwesties worden dan ook eerder bezongen dan aan de kaak gesteld – de vrees dat het om een aktivisties boekwerk zou gaan, kan ik hiermee meteen wegnemen. Mogelijkerwijs dat alleen het gekonkel tussen Oddný en Herdís een beetje detoneert met Broekhuysen bijna hallucinante schrijfstijl. Je kunt dat jammer vinden: ontwaken je warmige slaap en zoals elke ochtend helaas moeten vaststellen dat de wakende werkelijkheid toch altijd net weet een paar graadjes kloteriger is dan de droomwerkelijkheid. Maar anderzijds is het niet veel schrijvers gegeven om op tamelijk natuurlijke wijze twee tegengestelde registers tegelijk open te zetten.

Wanneer het op het eind zegt dat ook de sneeuwvlokken waar geen naam voor gevonden is gewoon vallen, denk ik: oké taal is misschien niet de regisseur van elk fenomeen. Maar in Magnetisch middernacht is het juist wel de taal die mijn bloed sneller doet stromen.

Laura Broeckhuysen Magnetisch middernacht recensie

Magnetisch middernacht

  • Auteur: Laura Broeckhuysen (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse IJsland roman
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 1 oktober 2024
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 13,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de IJsland roman van Laura Broeckhuysen

Nog lang na de lawine blijft Loki’s moeder hun buurmeisje Iðunn zien. Iðunns huis is met bewoners en al in zee geschoven, haar naam staat op de gedenksteen. Als Loki’s moeder blijft geloven dat Iðunn nog leeft, haar blijft zoeken en niet opgeeft, wordt zij door haar man naar een psychiatrische kliniek gebracht.

De androgyne Loki krijgt een nieuwe moeder; samen met haar dochter Pippa vormen ze een nieuw gezin. Tot de kinderen op een dag een meisje zien, op de helling, even beige als het gras, met haren als takken en de oogopslag van een dier.

Zoals IJslandse familiegeschiedenissen verstrengeld zijn met mythen en sagen, zo fungeert de Edda in deze roman als een magnetisch veld, waarmee niet alleen het verhaal maar ook de taal aan zwaartekracht wint.

Laura Broekhuysen (23 april 1983) is schrijver en violist, en studeerde viool aan het Conservatorium van Amsterdam. Over haar emigratie naar IJsland schreef zij de veelgeprezen boeken Winter-IJsland en Flessenpost uit Reykjavik. Haar proza werd genomineerd voor de Confituur Boekhandelsprijs en de Bob den Uyl Prijs. Wij capabelen, haar poëziedebuut, staat op de shortlist van de C. Buddingh’-prijs.

Bijpassende boeken en informatie

Sacha Bronwasser – De lotgevallen

Sacha Bronwasser De lotgevallen recensie, review en informatie nieuwe verhalenbundel van de Nederlandse schrijfster. Op 8 oktober 2024 verschijnt bij uitgeverij Ambo | Anthos het nieuwe boek van de succesvolle schrijfster Sacha Bronwasser. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Sacha Bronwasser De lotgevallen recensie

Mochten er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnen van De lotgevallen, de verhalenbundel en het nieuwe boek van de Nederlandse schrijfster Sacha Bronwasser, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Sacha Bronwasser De lotgevallen

De lotgevallen

  • Auteur: Sacha Bronwasser (Nederland)
  • Soort boek: verhalen
  • Uitgever: Ambo | Anthos
  • Verschijnt: 8 oktober 2024
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Boek bestellen bij: Bol Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Sacha Bronwasser

In De lotgevallen zien we hoe de lotsbestemming van de verschillende hoofdpersonen een onverwachte wending krijgt. Telkens is een kunstwerk de aanleiding voor een nieuw verhaal.

Een man neemt een raadselachtig voorwerp in zijn hand en dat geeft hem eindelijk de moed zijn liefde te verklaren. Een vrouw is ervan overtuigd dat een zeshonderd jaar oud portret haar gevoelens beantwoordt. Na een bezoek aan de geriater krijgt een patiënt nieuwe gedachten over zijn favoriete beeldhouwwerk. Er is slechts één overeenkomst tussen de verhalen; ze spelen zich af op verschillende plaatsen, onder zeer uiteenlopende omstandigheden en strekken zich uit van het heden tot in de verre toekomst. Maar één ding is zeker: altijd speelt een kunstwerk een rol.

In beeldende en glasheldere taal brengt Sacha Bronwasser personen, gebeurtenissen en kunstwerken tot leven.

Bijpassende boeken en informatie

Lisa Scheerder – Blaam

Lisa Scheerder Blaam recensie en informatie over de inhoud van de eerste roman van de Nederlandse schrijfster. Op 26 september 2024 verschijnt bij Uitgeverij De Geus de debuutroman Blaam van Lisa Scheerder, het debuut van de Nederlandse schrijfster en voormalig topadviseur van de gemeente Amsterdam. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Lisa Scheerder Blaam recensie

Mocht er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnen van Blaam, de debuutroman van Lisa Scheerder, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Lisa Scheerder Blaam

Blaam

  • Auteur: Lisa Scheerder (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse debuutroman
  • Uitgever: De Geus
  • Verschijnt: 26 september 2024
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de eerste roman van Lisa Scheerder

Lucy werkt als hoge gemeenteambtenaar in de hoofd­stad. Overdag woont ze de overleggen bij tussen de burgemeester, de hoofdofficier van justitie en de politiechef. ’s Avonds keert ze terug naar haar ouderlijk huis: sinds haar recente scheiding is ze weer bij haar moeder in­getrokken.

Het is een tijd van toenemend terrorisme en radicaliserende jon­geren, en de stad schuwt geen enkel middel om die ontwikkelin­gen tegen te gaan. Maar de hoogoplopende spanningen over de veiligheid en de ambtelijke machtspolitiek hebben het onderlinge vertrouwen binnen het gemeentebestuur aangetast. Terwijl Lucy thuis met haar eigengereide moeder het nodige te stellen heeft, dreigt op het stadhuis collega en vriendin Samira de dupe te wor­den van een al even eigenzinnige burgervader.

Lisa Scheerder (1966, Oosterbeek) is jurist en was jarenlang topadviseur voor de gemeente Amsterdam. Ze heeft een opleiding aan de Schrijversvakschool gevolgd. Blaam is haar debuut.

Bijpassende boeken

Leonieke Baerwaldt – Dagen als vreemde symptomen

Leonieke Baerwaldt Dagen als vreemde symptomen recensie en informatie over de inhoud van de tweede roman van de Nederlandse schrijfster. Op 26 september 2024 verschijnt bij uitgeverij Querido de nieuwe roman van Leonieke Baerwaldt. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Leonieke Baerwaldt Dagen als vreemde symptomen recensie van Tim Donker

Dat het begint bij III. Dat het eindigt met I en II. Dat het begin na het einde komt. Dat. En meer nog.

Deze mijmer: “Ze kiest voor de caleidoscopische benadering. Veelvlakkigheid, al zou je het ook fragmentarisch kunnen noemen. Uit elk fragment poetst ze zichzelf tevoorschijn.” Zichzelf, ja, en Mia. Het gaat over dit. Het gaat hierover. Je leest over wat je aan het lezen bent. Dat vind je mooi. Dat. Ook dat. En meer nog.

De hoofdpersoon is gekend onder de naam Sisyphus. Wie was ookalweer Sisyphus? Was hij dat met die steen? Gedurende twee studies had ik een module over Griekse mythen en sagen. Eerst de ene studie, maar dat was niet wat ik er in meende te zoeken en toen wisselde ik van studie, en toen ging het toch weer een heel semester lang over die Griekse mythen en sagen. En nog is er ontstellend weinig van blijven hangen. Ik was er ook slecht in. Haalde altijd al die namen door elkaar. Het boeide me te weinig om het echt mijn volle aandacht te geven, onthield alleen de grote lijnen. En de grote lijnen waren altijd dat er een sterveling was die de goden vertoornd had. Vaak was er van verre of nabij een koning bij betrokken. Doorgaans had het iets met hoogmoed te maken. Of het lot, je lot, dat niet te ontkomen is. Wat het spreekt, wat het zegt dat de protagonist Sisyphus heten wil. Iets met ondraaglijke lasten misschien. Of was hij dat niet met die steen?

Of.

Neem het gekoer van duiven. Transponeer het naar morse. Dat kan een pagina zijn. Dat. Dat ook. En meer nog.

Of.

Alle dingen die hoop zijn. Een windvlaag. Een konkreet voornemen. Een leeglopende ballon. Een trage vierkwartsmaat. Een reflex. Een vangnet voor de ongelovige. Een zorgindicatie. Een vals gevoel van veiligheid. Een roestvrijstalen geluid. Een mantra. Iets wat alle ellende van mensen voortbrengt. Iets wat dope is. (hoop is een ding met veren).

Wel. Goed. Sisyphus dan. Hier is Sisyphus moeder geworden. Er is iets aan de hand met de baby. Er zijn meerdere dingen aan de hand met de baby. Vele onderzoeken later blijkt dat Mia, Sisyphus’ dochter, levenslang zorg nodig zal hebben. Meervoudig gehandicapt. Rolstoelafhankelijk. Noem het. Geef het een naam. Het betekent in ieder geval dat je als ouder altijd zal moeten blijven zorgen, een zorg zonder bestemming, een zorg die nooit zelfstandigheid als eindresultaat zal kennen. Misschien een vloek en tegelijkertijd misschien van welbepaalde schoonheid. De verzorger en de verzorgde staan in een complementaire relatie tot elkaar. Mijn kinderen zijn nu negen en elf, maar ik herinner me uit de tijd dat ze baby, dreumes, peuter, kleuter waren, en mij eerst bij alles en later bij heel erg veel nog nodig hadden, dat dat konkrete nodig zijn heel erg mooi was. Het aankleden, in bad doen, haren wassen, tanden poetsen, de hand vast houden, samen stappen zetten, leren fietsen, het bijna wiegende ritme van de dagen; hoe je hierbij, de ouder en het kind, bijna samenviel, hoe je samen een graad van intimiteit en vertrouwen bereikte die je met geen enkele volwassene in wat voor relatie dan ook ooit bereiken zal; hoe dat je dagen tot aan de rand vult en hoe dat langzaamaan weer leegloopt wanneer je bij minder, minder en minder, steeds minder een belangrijke rol hebt te spelen (of zelfs nog maar gewenst bent), en hoe je, of jij misschien niet maar ik wel, die kleuter-, peuter-, dreumes- en babydagen soms nog mist – ik was in elk geval nooit het soort vader dat het zorgen ooit moe werd, dat altijd maar riep “niet te kunnen wachten” tot ze zichzelf konden aankleden, ik zie de schoonheid in de zorgrol maar een veertienjarige moeten verschonen is allicht anders dan je baby een nieuwe luier omdoen. En de kinderwagen is niet de rolstoel. En de peuterspeelzaal niet het dagcentrum. Die tocht. Die dingen. De steen. Wat maakt dat je uiteindelijk moet verhuizen naar een drempelloos, gelijkvloers appartement in een deprimerende woontoren. Waar er nog andere dingen zijn. Andere dingen zijn de mensen. Die goedbedoelde maar schrijnende dingen zeggen. En Louis. Die ook tot de andere dingen behoort. Sisyphus’ man. Nogal een lul. Maar dat zijn de mensen die tot de andere dingen behoren wel vaker. De lul, dat zijn de andere dingen.

Dan daar dus. In de woontoren. Beter dan een huis zonder drempels gaat het niet meer worden. Het leven is een reeks verkeerde beslissingen.

Of. Bodemdrift. Daar stuit ik ineens op het woord bodemdrift. Zoiets kan mijn dag maken. Maandagochtend, een herfstzonnetje doorheen mijn raam, goede koffie, Mikaîl Aslan op de steerjoo en stuiten op het woord “bodemdrift”. Dan dus ook dat. En zoveel meer nog.

Het typografies wit. De leegte die ademt. De woorden als druppels. De druppels als water. Het water als overstromingen. “Regenzucht heeft ze,” staat daar (ja regenzucht ook al zoon woord), “behoefte aan overstromingen. Een koufront, onweer, clusterbuien. Dikke druppels die op stoffige stenen plenzen. Sneeuw, hagel, iets, iets, iets.//Kikkers voor mijn part, denkt Sisyphus. Of wat dan ook. Sprinkhanen, vissen. Ja! Laat het alsjeblieft vissen regenen. Flappende staarten, ontelbare ogen die hun glans verliezen. //Ze fantaseert over een straat die glinstert van gebroken schubben.”, en dan ben ik stil, dan ben ik prachtgeslagen stil, en dan komt even later ook nog de rode kruiwagen van William Carlos Williams voorbij!, (hoorden daar geen witte kippen bij? het was geloof ik niet gisteren dat ik dat gedicht nog las), en bij alles is Mia, niemand gaat verloren.

In een volgend deel is er misschien niemand meer. Behalve Dee, de huismeester en hospita van de deprimerende woontoren met het drempelloze en gelijkvloerse appartement; – Dee, die daarnaast ook nog vriendin is, en waarzegster of zigeunerheks of magiër of circe of priesteres of de mooiste engel die je ooit zag. Met haar heeft Sisyphus in eerste instantie alleen maar gesprekken, fantastiese gesprekken, de allermooiste gesprekken die je nooit voerde: “Er zijn altijd nieuwe idioten, zegt Sisyphus. Ha! Zo is het, zegt de hospita. Om te laten zien dat de oude idioten minder idioot waren dan je dacht. Onophoudelijke verplaatsing van de lat der idioterie, dat is wat de wereld naar de ondergang helpt. Ze zijn met zoveel ook. Vroeger was het al dringen, maar nu zit het hier echt tjokvol.”; hoe verder ik in deze roman kom hoe beter ik hem vind.

Daarna. Weeral een volgend deel, of is het het daarop volgende? Met Dee op een surrealistiese voettocht door de zeven sirkels van de hel, of is het toch de Hades? Was Sisyphus dan diegene die doolde door de Hades, die van dat omkijken, hoe zat dat ookalweer, ik herinner me op restaurant zijn met een vrouw, toen ik een jaar of vijfentwintig was en bezig met mijn nooit eindige afstudeerproject, in een of andere verre verte had zij iets met dat afstudeerproject te maken, maar ik weet niet meer wat, of wie ze was, alleen maar dat we op restaurant waren en de hele maaltijd lang bezig waren om manieren te bedenken hoe je uit de Hades naar de bovenwereld terug kon lopen en je je er heeldurtijd van kon vergewissen dat je lief nog achter je liep zonder één keer om te hoeven kijken, wat een geweldige avond was dat, we wisten niet dat er zoveel manier waren om zonder te kijken te weten wat er achter je gaande was, wie was die vrouw toch en waar is zij gebleven?

Dus ook: wat het wakker roept. Maar ook: zoveel, zo ontzettend veel meer nog.

De herinneringen aan een vakantie met Mia die er geen was, aan geluk dat nooit bestaan heeft – een vluchtig idee dat geluk verzinbaarder is dan ongeluk, en dan, wat je 222 bladzijden lang ziet aankomen en dan toch weer net even anders blijkt te zitten dan je vermoedde, zoals altijd alles net even anders blijkt te zitten dan je vermoedde, zoals de dingen steeds minimaal een sentimeter anders gaan dan je dacht dat ze zouden gaan.

Dat. En al het andere nog.

Dagen als vreemde symptomen is een ongrijpbare, poëtiese, filosofiese, ontroerende en magiese schittering van een roman. Andermaal flikt Leonie Baerwaldt het om af te komen met een boek dat me ontredderd, verbijsterd en naar adem snakkend achterlaat.

Dus dat. En zo eindeloos veel meer nog.

Leonieke Baerwaldt Dagen als vreemde symptomen

Dagen als vreemde symptomen

  • Auteur: Leonieke Baerwaldt (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 26 september 2024
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Leonieke Baerwaldt

Op 26 september verschijnt de nieuwe roman van Leonieke Baerwaldt, een onthutsende, filosofische en ontroerende roman van de auteur van Hier komen wij vandaan.

Sisyphus doolt door de hel met een lege rolstoel en weet niet precies wat ze daar te zoeken heeft, behalve dat ze haar dochter, die meervoudig beperkt is, moet ophalen uit het dagcentrum. Een missie die telkens mislukt, waarna ze teleurgesteld terugkeert naar de aftandse benedenwoning van haar zonderlinge appartementencomplex. Wanneer haar hospita schijnbaar uit het niets na een eeuwigheid een praatje met haar aanknoopt, begint ze zich plotseling dingen te herinneren.

Dagen als vreemde symptomenis een gevecht tegen de verveling, een zoektocht naar de grenzen van het moederschap, van hoop en radeloosheid, van leven en dood. Deze roman is een ode aan het absurde.

Leonieke Baerwaldt (1985) studeerde filosofie en literatuurwetenschap. Korte verhalen van haar verschenen onder meer op Hard//hoofd en Papieren Helden en in Kluger HansDe Gids en De Revisor. In 2021 verscheen haar zeer lovend besproken roman Hier komen wij vandaan, die de longlists van de Libris Literatuur Prijs, de Boekenbon Literatuurprijs en de Hebban Debuutprijs haalde.

Leonieke Baerwaldt Hier komen wij vandaan RecensieLeonieke Baerwaldt (Nederland) – Hier komen wij vandaan
Nederlandse debuutroman
Recensie van Tim Donker
In haar debuutroman verenigt Leonieke Baerwaldt het onverenigbare tot iets geloofwaardigs…lees verder >

Bijpassende boeken