Tag archieven: Poëzie

De tijd is puin, de tijd is hoop

De tijd is puin, de tijd is hoop recensie en informatie boek over 55 jaar Poetry International. Op 10 junu 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik het boek over 55 jaar Poetry International. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

De tijd is puin, de tijd is hoop recensie van Tim Donker

&
stoelen missend

&
las ik in eerste:
de tijd is punk, de tijd is hoop
en ik wist niet zo goed wat ik daarvan moest vinden

&
ik ken een band die Puin + Hoop heet
er zit een gat in de soep
dat is van hun

&
de circusklanten
de verheerlijking en het verleden
heimwee en de dood

&
de Poetry International serie
oja de Poetry International serie
de circusklanten zijn weg bracht me hc artmann, jürgen becker, günter bruno fuchs, helmut heissenbüttel, ernst jandl, friederike mayröcker wat bijkans het hele boek was en ik verheerlijk het verleden niet bracht me mario cesariny de vasconcelos, e.m. de melo e castro, casimiro de brito, armando silva carvalho en dat was wat minder misschien of niet het halve boek toch (ook niet bijkans) maar nog altijd heel veel moois zodat het me altijd gespeten heeft dat ik nooit de hand heb weten te leggen op heimwee naar de dood of machine van woorden dus wat kan ik zeggen – ik kan alleen maar zeggen dat de verwachtingen hoog, zeer hoog gespannen waren

&
opent
opent met Diana Anphimiadi uit Georgië
die opent, dus, met een gedicht dat, hoe toepasselijk Het begin heet. De Nederlandse vertaling is van Ingrid Degraeve maar waarom vind ik het Engels, gedaan door Natalia Bukia-Peters en Alyson Hallett, zoveel beter? Het is niet zomaar een verschil, het is niet alleen maar het verschil tussen elke regel met een hoofdletter beginnen ook als de zin nog doorloopt, iets wat ik echt spuuglelijk vind, nee, het is het verschil tussen een matig tot redelijk gedicht en een goed tot bijna prachtig gedicht, & welke vertaling benadert het orzjieneel het best?, is Anphimiadi een goed dichter zwak vertaald door een vertaler die haar stiel niet kent of een zwakke dichter opgelapt door twee vertalers met een goed dichterlijk vermogen?, ik weet het niet, ik beheers het Georgisch niet, ik lees dat schrift niet, het zal de laatste keer niet dat ik me verwonder over de verschillen in de vertalingen

&
Simon Armitage dicht een vermakelijke tedoen-lijst bij elkaar, veel van de voorgenomen aktiviteiten hebben met Donald Campbell te maken, dat moest ik opzoeken, dat bleek een autocoureur geweest te zijn, alweer een tijdje dood, verongelukt, natuurlijk, aan dit gedicht werd gerefereerd in het voorwoord, “luchtig” ze zeiden, “humoristisch” ze zeiden, maar ik weet niet, bij luchtig en humoristisch denk ik onmiddellijk aan light verse en dat is Armitages tedoen-lijst absoluut niet, gewoon een opsomming van aktiviteiten die een mens zou kunnen ondernemen, sommige van die aktiviteiten zijn banaal, sommige zijn redelijk absurd, sommige eigenlijk heel mooi, alle klaarblijkelijk broodnodig want alleen eten en ademen zijn optioneel

&
die Maricela Guerrero, die stond onderlaatst ook al in Terras, (toen haadt zij gezeid dat stilstaan een andere vorm van stromen is), hier dicht zij Angst, hier dicht zij fractietjes mojer dan zij in Terras deed maar wel altijd nog zeer herkenbaar want heur praat over cellen deed bij mij eerder nog een lampje branden dan die naam, het ritme in dit gedicht is mooi, de zinnen in dit gedicht zijn mooi, het ritme van de zinnen in dit gedicht is zo mooi, al kun je ook hier weer het Nederlands niet preciezelijk op het Engels leggen, Me da la sensación de que sí entraron todos, heet het in het Mexicaanse orzjieneel; in het Nederlands wordt dat “Ik krijg het gevoel dat iedereen wel binnen is maar Robin Meyers, die het naar het Engels vertaalde, komt af met “I have a hunch there was room for everyone” wat mij een volslagen andere zin lijkt, volgens mij blijft Lisa Thunnissens Nederlands dichter bij het orzjieneel, Thunnissen vertaalde Guerrero ook toen, in Terras 26 en sowieso vind ik Ik krijg het gevoel dat iedereen wel binnen is een mojere zin dan I have a hunch there was room for everyone

&
later
later weer
het gedicht van Luljeta Lleshanaku
de Engelse vertaling is van Henry Israeli en de Nederlandse van Raoul Schuyt en voorwaar ik zeg u, het zijn twee totaal verschillende gedichten, en dit keer gaat mijn voorkeur dan weer uit naar het Engels, en bij nu denk ik dat ik misschien moet ophouden me te verwonderen over of te ergeren aan de (grote) verschillen in de vertalingen, vertalen is interpreteren, de interpretatie van een gedicht ja dat is iets, weet je nog dat we filmpjes moesten maken van gedichten en dat die docent, die domme vervelende arrogante klotedocent zei dat mijn filmpje een mooi filmpje was maar dat het niet een accurate verfilming van het gedicht was en dat ik dat zo stom vond dat ik subietekens heel de school begon te haten omdat ze zo’n oerstomme droplul voor de klas dierven zetten, verfilmen is vertalen is interpreteren is lezen, iedereen leest een gedicht anders, ik lees, ik lees De tijd is puin, de tijd is hoop, ik lees

&
ja
je moet Tom Lanoye voor lief nemen
wiens homeruslezing me laatst zo ergerde
omdat hij iets te goed leek te weten wie er allemaal goed zijn en wie fout, iets te klaar meende te mogen zien waar goed ophoudt en fout begint, en dat wijzen, altijd maar dat wijzen, wie ter linker- en wie ter rechterzijde en dat het dan ook nog eens de gebruikelijke verdachten zijn die aan de verkeerde kant eindigen (maar heel eerlijk gezegd is de uit dit hier Een omgekeerd Babylon afkomstige zin “Hoe blijf ik niet-artificieel intelligent” uit mijn hart gegrepen)
maar je krijgt ook
de zinderende oorlogspoëzie van Ljoeba Jakymtsjoek
&
ja
je moet Ramsey Nasr voor lief nemen
(geen enkele akteur deugt echt helemaal en dat met die etentjes en ongemakkelijke gesprekken kennen we nu toch verdorie zo langzamerhand wel dat is zelfs voor een film al aan de minderwaardige kant)
en ook moet je de flauwzinnige puberale sinterklaasrijm van Derk Otte verduren
of dat weeral veels te leukig rijmelende en verdermeer tot het uiterste gezwollen gezeik van Ilja Leonard Pfeijffer
(waarom hebben ze voor het Nederlands taalgebied gekozen voor zo’n beetje de allerslechtste dichters die er te vinden zijn?)
maar daar staat tegenover dat Momtza Mehri op uitnodiging van haar humeurige bovenbuurman op een dakterras staat en muntthee drinkt en de agressiviteit van reclame bespreekt, wat je, als lezer, goed kunt zien, goed kunt voelen, je voelt de wind, je ziet de muntblaadjes, je ziet de zon ondergaan, je staat daar, en dan krijg je met Mensen zijn zo mooi als ze onzeker zijn ook nog eens een prachtzin cadeau
dat Patricia Jabbeh Wesley een gedicht geschreven heeft over iets waar de gemiddelde mens waarschijnlijk niet dagelijks over nadenkt: het verkopen van je huis (zelfs toen ik mijn huis verkocht dacht ik niet na over het verkopen van mijn huis): de mensen, de bezichtigers, de volmaakte vreemden die gewoon maar rondlopen waar je droomt, waar je slaapt, waar je wegglipt naar andere werelden. Hoe ze binnenkomen met hun lelijke jassen aan en met hun ogen alles bezoedelen wat van jou is. Hoe dat wringt. Schuurt. Knelt. “In mijn land verkoop je je huis niet. / Je verkoopt je huis niet aan vreemden. // Je vertrekt niet zodat anderen je bezit kunnen bezitten.” schrijft ze en misschien zit daar wel iets in, net als in het gedacht dat je huis verkopen ei zo na jezelf verkopen is (want inderdaad: mijn vorige huis had een ziel, en hier, in dit al niet meer zo heel erg nieuwe huis, is die ziel niet. waar is die ziel gebleven? bewonen die nieuwe domme bewoners nu mijn ziel, raken ze aan die ziel met hun koppen en hun stemmen en hun wegens hun hele goede banen zo drukke levens?, of heb ik die ziel simpelweg laten sterven – gewoon door accoord te gaan met iets waarmee ik nooit accoord had moeten gaan?). In minder dan anderhalve pagina maakt Wesley het nimmer werkelijk doorvoelde zeer voelbaar middels een gedicht dat beslist humoristische kanten heeft maar nergens lichtvoetig wordt
& dat Esther Phillips’ eerste gedicht de dageraad zelve was; dat Jean D’Amerique een binnenstebuiten gekeerde mond heeft, zure regen is en dor hout en een mitrailleur schietend geboren zag worden; en dat, ik noem maar iets, Chris Tse kans ziet om een ode aan Celine Dion te schrijven die nergens melig, pathetisch of larmoyant wordt – verrek, het gedicht is geeneens onaardig (en een ode aan Celine Dion is het ook al niet echt)

Over bloemlezingen valt altijd wat te zeiken.
Waarom is dit boek zo dun, maar 75 bladzijden, en de meeste gedichten dan ook nog in drie talen wat de spoeling echt wel dunnetjes maakt. Goed, De tijd is puin, de tijd is hoop beoogt geen opsomming te zijn maar een ontmoeting maar zelfs voor een ontmoeting is dit aan de vluchtige kant – meer een begroeting dan een ontmoeting feitelijk.
En waarom waarom waarom ontbreekt iedere nadere informatie over de dichters en de vertalers? Waarschijnlijk hebben ze gedacht dat er dan nog minder ruimte voor poëzie zou overblijven en dat iedereen met een internetaansluiting ook zelf wel wat kan achterhalen maar het is toch altijd fijn om enkele vingerwijzingen op voorhand al te hebben: gaat het om een bekend / gerenommeerd dichter of om een debutant, hoeveel bundels heeft iemand al op zijn naam staan, is er al iets in het Nederlands vertaald en zo ja bij welke uitgeverij dan?, zo nee in het Engels misschien en bij welke uitgeverij dan?, in welk genre specialiseert een vertaler zich?; bovendien vind ik het als lezer fijn om niet het boek uit gestuurd te worden.

Maar!

Bekijk het zo: De tijd is puin, de tijd is hoop bracht me humor, verstilling, gedachten, schoonheid en gelukkig ook nog genoeg ergernis. Meer kun je eigenlijk niet vragen van een dichtbundel.

De tijd is puin, de tijd is hoop

De tijd is puin, de tijd is hoop

55 jaar Poetry International

  • Auteurs: Diverse dichters
  • Soort boek: gedichten, poezie
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 5 juni 2025
  • Omvang: 96 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 17,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over 55 jaar Poetry International

In 2025 viert Poetry International een jubileum: al vijfenvijftig jaar brengt de organisatie poëzieliefhebbers, dichters en vertalers van over de hele wereld bij elkaar tijdens het Poetry International Festival. Ter ere van deze mijlpaal presenteren Poetry International en uitgeverij Koppernik een bloemlezing uit het werk van de dichters die in dit jubileumjaar op het festival staan.

In deze zorgvuldige selectie staan iconische Nederlandstalige dichters zoals Ramsey Nasr, Tom Lanoye en Astrid Roemer naast internationale grootheden en opkomende legendes als Kwame Dawes, Maricela Guerrero en Momtaza Mehri.

Met bijdragen van dichters uit vijftien verschillende landen – van Mexico en Oekraïne tot Liberia en Barbados – biedt deze bloemlezing een rijk palet aan poëzie: van vervreemdende en speelse verzen tot ontroerende odes en lyrische liefdesbrieven aan de wereld – elk in de originele taal én vertaald naar het Nederlands en Engels.

Bijpassende boeken en informatie

Daniël Vis – Aan wie, deze offers

Daniël Vis Aan wie, deze offers recensie en informatie boek met gedichten van de Nederlandse dichter. Op 3 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij Hollands Diep de nieuwe dichtbundel van Daniël Vis. Hier lees je informatie van de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Daniël Vis Aan wie, deze offers recensie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Aan wie, deze offers, de nieuwe dichtbundel van Daniël Vis, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Daniël Vis Aan wie, deze offers

Aan wie, deze offers

  • Auteur: Daniël Vis (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Hollands Diep
  • Verschijnt: 3 juni 2025
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 19,99 / € 9,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Daniël Vis

Een bundel intieme gedichten waarin de lezer meegenomen wordt in de zoekende pogingen van de dichter zich te verhouden tot een mogelijk vaderschap, sterfelijkheid, de liefde en zijn gebreken. Neergezet in vloeiende, klankrijke regels die soms spreken als gebeden, soms als pijnlijke biecht. Hoewel diep persoonlijk van aard, strekken deze gedichten hun armen uit naar alle mensen. Naar onze vreugde en kwetsbaarheden.

Daniël Vis is geboren in 1988. Hij is dichter en schrijver. Van zijn hand verschenen eerder de poëziebundels Crowdsurfen op laag waterInsect redux (genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs) en Het weefsel. In 2022 verscheen zijn eerste roman: Een woelend lichaam. Voor zijn poëtische oeuvre ontving hij in 2021 de Frans Vogel Poëzieprijs.

Bijpassende boeken en informatie

Rachel Blau DuPlessis – The Complete Drafts

Rachel Blau DuPlessis The Complete Drafts review, recensie en informatie lang gedicht van de Amerikaanse dichteres. Op 20 mei 2025 verschijnt bij Coffe House Press het nieuwe boek van Rachel Balu DuPlessis de dichter uit de Verenigde Staten. Een Nederlandse vertaling van het boek is niet verkrijgbaar.

Brandon Taylor Minor Black Figures review en recensie van Tim Donker

Ha! Wow!

Ja

(ha + wow) dus,

want dit vind ik mooi. Experimenteel dichter Rachel Blau Duplessis schreef tussen 1986 en 2012 114 gedichten (115 als je een ongenummerd gedicht, maar daarover later meer, meetelt), te zien als één “oneindig” gedicht, of 114 (115?) (later, later) pogingen om hetzelfde gedicht te schrijven, of, wellicht, ordinairder misschien, dagboekaantekeningen. Deze “schetsen”; “versies”, of, ah!, “drafts” verschenen overheen de jaren al bij verschillende uitgeverijen maar het altijd sympathieke Coffee House Press heeft alle gedichten verzameld en in twee kloeke boekwerken gebundeld. Beide delen zijn goed voor bijna vijfhonderd bladzijden. Met The complete drafts heeft de liefhebber van experimentele dichtkunst voor bijna 1000 bladzijden poëzie in handen.

Een mens kan diskuteren over wat dit is. Wel. Ja. Dat kan een mens. Meditaties op de aldag, kan iemand zeggen. Of: gevonden vreten. Cutup. Filosofie. Engagement. Is het L=A=N=G=U=A=G=E, is het objectivisme, is het new narrative, of voorbij dat alles? Is het pamflet essay prozagedicht schets aanzet kritiek documentaire getuigenverklaring impressionisme bewustzijnsstroom? Is het hermetisch of is het onderzoekend of is het konkreet? Het is dat alles, mensen, en het is meer, en het is altijd experimenteel, altijd in beweging, altijd vloeiend.

Hoewel “eigenlijk” bedoeld als oneindig, kreeg Blau Duplessis op enig moment de ingeving dat de 114e Draft de laatste moest worden, daar zit een numerologische gedachtegang achter, iets met 19 en delen door of multipleren met zes, ik volg dat niet precies en ik vind het ook niet zo interessant behalve dan dat het deze ingeving is geweest die maakt dat Drafts nu bundelbaar is geworden, in twee boekwerken, en dat is mooi, een heel klein beetje mojer nog was geweest als de beide delen in een kassette waren gekomen, maar dat is iets met slakken en iets met zout, het maakt niet uit, wie Rachel Blau Duplessis wilde volgen in haar Drafts heeft nu iets in handen dat je afgerond kunt noemen, je moet niet meer gans de internet afstruinen om te zien waar al die Drafts zijn verschenen want hier zijn ze, allemaal, alle 114, al speelt de dichter misschien een heel klein beetje vals, want er is één ongenummerde Draft, na nummer 57 en voor nummer 58, hier opgenomen aan het begin van het twede deel, het blauwe boek, en te lezen als een samenvatting, of een herneming zo je wilt, van de eerste 57 Drafts.

De gedichten hierin zijn veelal lang, niet alleen als je het wil lezen als één lang (bijna duizend pagina’s tellend) poëem, maar ook voor wie elke Draft afzonderlijk leest (de dichter moedigt u aan de Drafts is totaal willekeurige volgorde te lezen maar ik vond het het makkelijkst om gewoon te beginnen bij Draft 1 en te eindigen bij Draft 114 – anders ging ik nog moeten bijhouden welke ik had gelezen en welke niet, iets dat niet, zoals u misschien menen zou, evident is, gezien de herhaling van beelden, van zinnen, van thema’s), en hebben de neiging te woekeren, de lezer te overspoelen, dus kiest u maar: houdt u ervan te verzuipen in poëzie of houdt u liever droge voeten? Het laatste soort lezer heeft bij Rachel Blau Duplessis misschien niet zoveel te halen. Maar de eerste soort. Die zwemt. Die gaat kopje onder. Die ziet soms door de woorden het gedicht niet meer. Die wordt meegevoerd naar plekken waar hij nog nooit geweest is. Die komt nooit volledig terug bij zijn oude zelf. En wat kan mojer zijn.

Wat kan mojer zijn dan al die vergezichten waaraan Rachel Blau Duplessis u in razend tempo voorbij laat gaan?

De koralen van willekeurige indrang. De ongerichtheid van gedachten. De grenzen van het zegbare. De grenzen van het uitdrukbare. De grenzen van het be/grijpbare (betekenissen niet voor de grijp).

Of de deixis. Bestaat ook de poëzie daar niet? In alle dingen deiktisch?

Of in Umbrië denken dat watermeloen vertaald kan worden met aqua melone.

Of in dialoog gaan. Met een ruimte? Nee truttemie met de lezer of met Ron Silliman of met des dichters studenten of met Alice Notley of met Charles Bernstein of met de gelijkelijk verbijsterden. Of met Jean-Paul Auxeméry, wie is Jean-Paul Auxeméry, ik dacht aan Armand Schwerner, de zon uit de kabeljauw, noemen we een halve vliegenvleugel kra, leg een kra op de hoorn van deze stier, naar water, zijn prachtige tabletten, zijn die nu al eens een keer in boekvorm verschenen eigenlijk?, en denkend aan Armand Schwerner denk ik aan Gary Snyder, die een stoofpot in de Pinacate-woestijn bereidde. Of aan Nathaniel Tarn. De trage lawine van aarde die valt. Of aan. Tisa Bryant. Of Duriel Harris. Of Dawn Lundy Martin. Of Mark McMorris. Of Julie Ezelle Patton. Of Claudia Rankine. Het einde van het alfabet. Gezwollen clitorissen zwerven door de stad.

Of dat je het hen ziet noemen. Een fotomontage. Ze bouwen dingen. Ze brengen dingen samen. Noem het materie.

Of waar Lacan fallus schreef, het vervangen door het woord dildo.

Of de 52e schets die een midrasj is. Iets Hebreeuws is dat. Onderzoek. Uitleg. Exegese. Peins voor nu een poëem dat staat als een vestzakessay maar loopt als een monoloog. Adorno, dan weet je het wel (Adorno hield niet van jazz). Dat is dweilen met de kraan open. Nach Auschwitz ein Gedicht zu schreiben ist barbarisch. Zegt hij. De oorlog was toen nog maar net gedaan, een mens kan wel verstaan waarom die Adorno aldus sprak. Een mens kan zich afvragen of de houdbaarheidsdatum van deze aanklacht niet allang verstreken is. Ik dacht dat Hans Magnus Einzensberg de kwestie al had afgedaan toen hij zei “Literatuur moet precies deze veroordeling weerstaan, zijnde dat het niet mag toegeven aan cynisme alleen maar doordat het na Auschwitz zou bestaan”; derhalve leek het me al bijna een beetje teveel eer: een “schets” van vijftien bladzijden gewijd aan de efemere woorden van een reeds lang verscheiden literatuurcriticus. Maar ik wist me toch wel enigszins nee nogal nee totaal verpletterd door Draft 52. De specifieke kwetsbaarheid van poëzie is waar DuPlessis over spreekt (dicht? essayeert?) : wat is het aan poëzie dat net dat onder verdenking moet komen te staan omdat het maar blijft bestaan in een wereld die plaats heeft geboden aan de meest onbevattelijke gruwelijkheden? Moet ik het snappen zoals ik Armando’s konsept van het schuldige landschap probeer te snappen – is poëzie dan “landschappelijker” dan film of roman of schilderij, of, hee Adorno, jazz? Of, vraagt DuPlessis zich dan weer af, is het de metaforiek? Iets voorgesteld “als” iets anders? Holocaust is als niets. Onvergelijkbaar. Zou het moeten zijn. Maar had die kerel in dat geval niet beter geschreven: poëzie óver Auschwitz is barbaars? Dacht ik aan Phil Elverum die zichzelf (en de luisteraar) op de plaat die hij over het overlijden van zijn vrouw maakte de vraag stelde of dood wel tot kunst gemaakt mag/kan worden. Kunst, en oorlog, en gespannen voeten, en het denken dat maar niet stopt, ook na vijftien bladzijden niet.

Of een herdersdicht. Pastorale poëzie. Grieks. Keuze. Uitgelezen. Een stervende hond krijgt water uit jouw fles. De kinderen van jouw kinderen zullen deze peren oprapen. Een klllein meisje in de falllische fase, feitelijke verschrijvingen in een essay van Freud over vrouwelijke sexualiteit; freudiaanse verschrijvingen van Freud, de extra l’s, hoe fallisch wil je het hebben?

Of het gesamtnichtswerk. Imperfect vloeiend. Onverbiddelijk gestold.

Of hoe zwaar de doden zijn. Moet poëzie stoppen met rouwen en beginnen met schreeuwen? De taal. Frans is situationeel. Waarbij ik dacht aan. De situationisten. Waarbij ik dacht aan. Het stuurse gezicht van het surrealisme. Waarbij ik dacht aan. Al deze boventaligheid (het italiaans het frans duits het nederlands soms zelfs).

Of massa-observatie. Opgedrongen behoeften. Propaganda. Marktonderzoek. Hebberigheden.

Of gedachten over het herinneren. Het menselijk geheugen wordt als normaal beschouwd als zijn successen worden gelardeerd met momenten van vergeten; selectie(f) (herinneren); samengaan/-vallen (bijvoorbeeld verschillende gebeurtenissen in één herinnering); verstoringen.

Of dat het portaal een elektriek oog heeft. Zoveel is daar dat je kopen kunt. Open je mond en ze hebben jou in hun database.

Of mailart. Ray Johnson (copyleft, u weet) (the tape beatles). Fluxus. Dada. Post als medium, post als kunstwerk, hier, of daar, of elders, tenderend naar visuele poëzie. Stukken. Snippers. Flarden. Bladzijden uit. Bijvoorbeeld een woordenboek (de tee van tongue) (tongue in cheek) (tongue in elders). De overheersing van lijnen was een internationaal fenomeen.

Of verouderde natuurkundige stelsels. Dat heeft iets te maken met dimensies, geloof ik, en energie (maar wat doe ik weten? ik heb op de mavo natuurkunde zo snel mogelijk laten vallen. ik denk dat ik het nu best interessant zou vinden. maar toen ik 14 was vond ik dat niet). Misschien is wat een schrijver doet wel energie samenballen. Of alles stollen tot symbolen. Woorden. Of. Hoe het hier, in deze schets, feitelijk een dialoog is tussen de dichter en haar pen om te ontdekken wat schrijven is. Wat creativiteit. Wat inspiratie is. Misschien is het een slang die ver uit zijn leefgebied geraakt onder een geparkeerde auto terechtgekomen is, en daar onderuit gelokt moet worden om de ongelijke strijd met zijn verdelger aan te gaan. Maar misschien ook wel. Is het een horloge met de hebbelijkheid stil te blijven staan iedere keer als er een beetje vuil onder één van de wijzers komt. Dat je dan driftig je arm moet heen en weer bewegen om het horloge weer gaande te krijgen. En hoe je dan iedere keer weer je arm stoot tegen je schrijftafel. De vrouw van wie je het horloge gehad hebt, is inmiddels dood.

Of. Kan ook. Een poppenopera. Zijnde. Een kunstwerk dat Marcel Duchamp voornemens was te maken. Een vrouwfiguur aan touwen, opgehangen. Dat zou je een marionet kunnen noemen. En. Iets met scharnieren ook. Ik heb geen idee, mensen, of hij, die Macel, die Duchamp, dit kunstwerk ook effectief gemaakt heeft, maar er was sprake van in die doos van hem, de groene doos geloof ik, ofzo, weet ik het, ik ben geen groot kenner van zijn werk. Maar de opgehangen vrouw gaat in DuPlessis’ fantasie een dialoog aan met een andere pop, een mannelijke, over gehangen zijn en over touwen en over scharnieren en over namen en over deuren en over immobiliteit en flexibiliteit en drajen en open en dicht, en het is alles filosofisch en het is alles humoristisch en het is alles activistisch en dat is dan het hele podium. De hele machinerie.

Of dit zal zijn, en dit is geweest.

Of hoe met woorden de wereld meer is dan wat het geval is (alles bestaat. behalve de wereld).

Of de dingen die de dichter had willen doen. Of had willen zeggen. Lijstjes maken. De helft van de woorden wissen. Elke dag schetsen maken. Dinggedicht correct spellen. Een biografie van obscure dingen schrijven. Opmerken hoe het poëem altijd in beweging is. Het soort van schoonheid creëren dat nooit mooi is op een niet-gewilde manier. Meer vragen stellen. Van gedachten veranderen. Jezelf verrassen. En dan terugkijken. Wat heb je geleerd? Hoe weinig metaal er maar voor nodig is om je te doden.

Of een alfabet. Wel. Een alfabet van papier, van karton, van draad. Abecedarium, visuele poëzie, zieteratuur (zegt iemand). De zichtbaarheid van het gedicht. Een sonore glans. Ding is gedicht, gedicht is ding, ding is lied (brot was pain) (b was p); ergens tussen (tussen recto en verso) (versie) (tussen even en on), bijvoorbeeld tekst en beeld (spreken sprak van spreken) (alzo sprak Nathaniel Mackey) (van het beginloze boek) (hier het eindeloze poëem) (paradigma. grammatica. babel.) (gebroken cymbalen) (symbolen) (hoge vloed) (wat breekt) (de ochtend breekt) (er is nu) (er is open); of taal en teken (taalteken) (betekenend vlak, betekend vlak) (de dichter tekent hier de taal) (gouden trompetten van de zon-heid) (er bestaat geen poëzie zonder beelden) (literatuur is geheugen en kode) (de zin rekt zich uit werk beeld in de vorm van scherven) (een leegte vormt en tekent zich) (de taal moet zeggen in een zucht dat het bot van de zee) (beelden die woorden oproepen woorden die weer beelden oproepen), en hoe dan van daaruit een taal ontstaat die duizelingwekkend over zichzelf hangt in de vorm van wonderschone beelden – t zijn hier misschien mogelijkerwijs allicht (bijwoorden van twijfel) de mooiste bladzijden in The complete drafts.

Of het onmogelijke gebaar. Of de calculi de tumuli de cumuli. Of huis boek mok raam dochter honden bureau Apple. Of sneeuw, vallend. Of het ikgeheten ding. Of Cyprus, verdeeld. Of de niet-A. Of zwart gat. Of de elkedag. Of het elders. Of Gelassenheit ja/nee. Of honderd runderen in het oude Griekenland. Of de motor van gedachten. Of pi of plaats of plastiek. Of poëzie. Of qwerty. Of het onzegbare. Of hypertekst. Of het onophoudelijke heropenen van het boek. Of de talloze connotaties van eindes, en het spectrum van bijbehorende fenomenen. Of de letter, imploderend in de tekst. Of gestopt, maar niet compleet. Of de is en het het, en eens te meer de kruising.

Of hoe ik denk aan de anti-kamer (zou Rachel Blau DuPlessis Yannis Kyriakides kennen?).

Of hoe ik daar zit, in leesstoel, met het  blauwe twede deel uitgelezen op mijn schoot (het eerste deel licht daar al, in een hoekje, op de secretaire), en denk aan alle werelden die Rachel Blau DuPlessis met haar poëzie in mijn lijf en in mijn leven heeft gezet. Ja. Het eindeloze poëem is tot een halt gekomen. In de 114e schets stond de terminus. Het was een lange reis, en nog was het niet lang genoeg. In mijn hoofd gaat het altijd verder. Dat is hoe eindeloze dichtwerken nooit tot een echt einde komen.

Rachel Blau DuPlessis The Complete Drafts

The Complete Drafts

  • Auteur: Rachel Blau DuPlessis (Verenigde Staten)
  • Soort boek: gedicht, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Coffee House Press
  • Verschijnt: 20 mei 2025
  • Omvang: 984 pagina’s
  • Uitgave: paperbacks
  • Prijs: € 60,95
  • Boek bestellen bij: Amazon 

Flaptekst van het boek van dichteres Rachel Blau DuPlessis

From experimental poet Rachel Blau DuPlessis comes a major work over three decades in the making: a long poem addressing the intimate and dynamic nature of poetry, culture, and life.

The Complete Drafts comprises 114 endlessly innovative cantos engaging the poet’s life and our times. Saturated with polyphonic responses to the historical and artistic sweep of the 20th and 21st centuries, all emotions are double and conflicting: wonder and bedazzlement at the world alongside grief for what we have made of it.

Transcendent and ethically inquisitive at once, The Complete Drafts is an urgent contemporary long poem of hope, critique, resistance, and melos.

Rachel Blau DuPlessis is born December 14, 1941 in Brooklyn, New York. She a poet, scholar, critic, and collagist. Her work includes the notable long poem Drafts (1986-2012), related historical-serial books such as Daykeeping (2023), and collage poems. As a poet-critic she has written extensively on gender, modern and contemporary poetry, and both feminist and objectivist poetics, with special attention to H.D., Mina Loy, Lorine Niedecker, Barbara Guest, and George Oppen.

Bijpassende boeken

Sjeng Scheijen – De Beginselen

Sjeng Scheijen De Beginselen recensie en informatie bundel met gedichten van de Nederlandse biograaf, dichter en Slavist. Op 13 mei 2025 verschijnt bij uitgeverij Prometheus de het boek met nieuwe gedichten van Sjeng Scheijen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de dichter en over de uitgave.

Sjeng Scheijen De Beginselen recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van De Beginselen, de dichtbundel van Sjeng Scheijen dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Sjeng Scheijen De Beginselen

De Beginselen

  • Auteur: Sjeng Scheijen (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 13 mei 2025
  • Omvang: 54 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 18,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Sjeng Scheijen

‘Poëzie verandert de wereld,’ volgens Sjeng Scheijen, ‘maar waarin ze verandert, vertellen alleen de verzen zelf. Om ze te verstaan hoef je alleen maar wakker te zijn en nauwgezet en wereldwijs te dromen.’

Vanaf zijn vroegste herinneringen schrijft Ruslandkenner en cultuurhistoricus Sjeng Scheijen poëzie. Maar toen zijn wereld veranderde door de oorlog in Oekraïne, kwamen de verzen vaker en ontstond deze bundel. De beginselen is zijn poëziedebuut.

De gedichten van Sjeng Scheijen zijn zowel monumentaal als ongedwongen, zowel puntig als lang van stof, ze zijn grappig en ernstig, maar ze nemen nooit genoegen met een marginaal bestaan. Ze gaan over de liefde, de twijfel, de dood en de vreugde – de onderwerpen waar poëtische taal bij uitstek raad mee weet – en hebben altijd als doel om, als een bijna-vreemdeling die een lok haar achter je oorschelp strijkt, de wereld te veranderen.

Sjeng Scheijen is geboren in 1972 in Maastricht. Hij is een internationaal gerenommeerd slavist en cultuurhistoricus wiens boeken in negen talen zijn verschenen. Zijn biografie van Sergej Diaghilev en zijn aangrijpende boek over revolutionaire kunstenaars in de Sovjet-Unie, De avant-gardisten, gelden wereldwijd als standaardwerken. Recentelijk schreef hij Gelukskind, de biografie van choreograaf Hans van Manen, een van de belangrijkste kunstenaars die Nederland in de twintigste eeuw heeft voortgebracht. Ook dat boek werd zeer lovend ontvangen. Zijn nieuwste boek de dichtbundel De Beginselen, verschijnt eind mei 2025 bij uitgeverij Prometheus. Daarnaast is hij bekend als tentoonstellingsmaker voor onder andere het Groninger Museum, het Bonnefantenmuseum en de voormalige Hermitage Amsterdam.

Bijpassende boeken

Shira Wolfe – Jugoslovenska Kinoteka

Shira Wolfe Jugoslovenska Kinoteka recensie, review en informatie over het boek met gedichten. Op 30 januari 2025 verschijnt bij The New Menard Press het boek met gedichten van de Nederlands-Amerikaanse schrijfster Shira Wolf. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Shira Wolfe Jugoslovenska Kinoteka recensie van Tim Donker

Reizen in. Scenes. Belgrado. Landschappen. Steden. Wat je ziet. Wat te zien is. Zulke scenes. In poëzie. Wat is. Wat zijn kan. Een droom kan een scene zijn. Een droom van piraten, en de plank lopen, en talloze spotvogels die eruit zien alsof ze van papier gevouwen zijn. Of. Dansen. Wijn drinken. Met zijn drieën op een bed. Zij en hij en jij. Dichtbij. Koppel in een bed en een groen flitslicht. Of. Praten over filosofie en liefde en ruimtevaart. Helder. Sterrennacht. De grootsheid. Kosmos. Rijden. Koffie bij een benzinestation. Monumenten van pijn. Muziek wacht op je bij de grens. Je komt iemand tegen in de ondergrondse punkbeweging. Je zou graag. Misschien. Deel van een jeugdbeweging zijn jij. De bergen, de zee & meneer Robot in een hoek van de bar. Dit alles tweetalig. Dus ook. Gospodin Robot. Denk je aan Karel Čapek. Denk je aan arbeid. Denk je aan Rossums universele. Denk je aan Tsjechië. Landen denken. De filosofie van de ruimte. Of. Dode zwanen in bevroren rivieren kunnen een scene zijn. Of. Een zeeman die haiku’s schrijft. Italjeniese roodwijn uit de ijskast. En steden, en steeds weer Belgrado. Of ook. Een kakkerlak die ze Zaza noemt, vanwege een Nederlands kinderboek (schrijft ze) (en te weten) (en we weten) (en je weet Puk van de Petteflat nog wel en je weet juffrouw Heijligers nog wel en je weet het klaslokaal nog wel en het einde van de schooldag en hoe er dan voorgelezen werd uit Puk van de Petteflat) (en het was de eerste klas, en je was zes jaar oud, en je weet het licht nog wel) (en iets daarvan maakte in je de liefde wakker voor het boek) (maar dan was al eerder misschien) (en iets daarvan maakte in je de liefde wakker voor lezen) (maar dat was al eerder misschien) (en iets daarvan maakte in je de liefde wakker voor het woord) (maar dat was al eerder misschien) (of ook echt pas veel later nog) (en iets daarvan maakte in je de liefde wakker voor dat joch met zijn pet en zijn kraanwagentje en al die dieren, en luisteren, en luisteren, en luisteren). Misschien ook. Tijden denken. En dat alles tweetalig. Dat heet dat bubašvabi jednog dečačića iz jedne holandske knjige en dat vind je mooi. Talen denken. Denken aan hoe Google knjige vertaalt met gewoon boek en niet kinderboek en denk je misschien zou. Het begrip kinderboek niet bestaan in het Servisch. Kinderboeken denken talen denken landen denken werkelijkheden denken. De werkelijkheid en datgene wat de werkelijkheid representeert. Hyperrealiteit. Simulacrum. Terug naar het hondenhok. Mensen in een grot. Of. Zwemmen naar kleine kerkjes gebouwd op een eiland. Het was heet we bleven in het water. De derde kop koffie op de eerste regendag. Met Sasho en Posho nergens zijn, behalve weg. Waar te zijn. Wat te zijn. Altijd degene willen zijn die je in de ogen van de ander bent. Kopie zonder origineel. En altijd weg, en wegger nog. Van A naar B te gaan. Van B naar C te gaan. Van C naar D te gaan. Blauwe bloemen kunnen een scene zijn. Een verlaten dorp kan een scene zijn. Een oude vrouw een oude man en een grazend paard. Het kan. Een scene zijn. Of zeventig euro moeten betalen voor een fles Brunello. Of. Gesprekken over. Moet Bukowksi verbannen worden van universiteiten omdat hij misogyn was? De lege eenzijdige universiteiten van de bozen en de bangen, en alle balans naar één kant weer. En te denken was hij wel misogyn was hij niet eenvoudiger misantroop misschien en de weinigen die nog deugden in zijn wereld waren bijna allemaal vrouw. Je kunt dromen. Moeders van de zon. Een verhaal van deze wereld. In de late namiddag. En alles, en steeds, en verder nog. Fluisteringen in de bomen. Doet. In de uitkijk op de loer voor een vertrek. Onder de duim en over de maan. Eerst de koffie. Plaatsbepaling. De lucht in de ochtend. Het delirium is weliswaar geweken. Een broer en een zus uit Parijs, en iemand speelt fluit. Want altijd iets te doen. Niemand kan het echt iets schelen als je niet naar het feestje gaat. Kortegolf nachten. Dingen die in je hand passen. En altijd de volgende keer, en altijd wat nog komen gaat. Hoop is een ding met veren. Tot hier weet wanneer. In poëzie of in stilte. Standbeelden kunnen scenes zijn. Gevallen engelen. Gevallen soldaten. Acht moeders. Vandaag geen vogels gezien. En al deze scenes glanzen van schoonheid. En al deze scenes nemen van weemoed aan een diepere tint van koffie. Dan bedoel ik de koffie van het poeder, de koffie voordat het de drank is. Verlangen, gemis, ochtend, koffie (en muziek) (klonk bijvoorbeeld bij Jugoslovenska Kinoteka: Miri van Bassekou Kouyate & Ngoni Ba, een seedee die ik nu, ineens, veel beter vond dan voorheen) (of ooit tevoren) (hoe dingen elkaar onophoudelijk kleuren) (niets altijd dezelfde tint heeft) (& twee keer in dezelfde rivier) (in mistig licht, en mijn weemoed grensde aan droefnis maar het was de goede droefnis de moje droefnis de droefnis die fijn is om te voelen). In al deze scenes. Scenes van vriendschap. Scenes van liefde. Scenes van dansen. Scenes van drinken. Scenes van lopen. Scenes van sneeuw. Scenes van leven. Hoe voelbaar. Voor iedereen. Die in leven is. Een boek als een schittering, een glans, te zien, heel even, en dan weer weg. Maar je hebt het gezien. Je hebt het in handen gehouden. De kracht is dat Wolfe het niet onopgemerkt voorbij liet gaan.

Shira Wolfe Jugoslovenska Kinoteka

Jugoslovenska Kinoteka

  • Auteur: Shira Wolfe (Nederland, Verenigde Staten)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels, Servisch
  • Servische vertaling: Marko Mladenović
  • Uitgever: The New Menard Press
  • Verschijnt: 30 januari 2025
  • Prijs: € 24,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Shira Wolfe

In Jugoslovenska Kinoteka, Shira Wolfe’s cinematic poetry reads like scenes from a movie, describing a period of her life spent in Belgrade and traversing the Balkans – from Sarajevo to the Bay of Kotor, from Stara Planina to Mount Avala. Most of all, it is an ode to the Belgrade of her past and the relationships she formed there, constellating around that city and continuously reappearing elsewhere in encounters fuelled by synchronicity. In her world, cities become smells; statues can be read; and the boundaries between art and life, between self and other, are always blurred.

Jugoslovenska Kinoteka is published as a bilingual edition in English and Serbian. The Serbian translation is a collaborative effort by Shira Wolfe and Marko Mladenović.

Shira Wolfe is a Dutch-American writer, poet and translator from Amsterdam. After completing her masters in International Performance Research, with a project about Palestinian poet Mahmoud Darwish, she lived in Belgrade on and off between 2016 and 2021. She is the author of the self-published poetry trilogy Wider Than the Sky (2021), Wider Wings (2022) and Fallen Angel (2023), and contributed to the anthology Vreselijk verlangen. Een verzameling smachtende Mammoetjes (HetMoet Publishing, 2023). Shira leads poetry and writing workshops for asylum seekers in the Netherlands through the organisation De Vrolijkheid, and frequently collaborates with The Mystifiers, a socially engaged music collective. She is also a translator for the publication series Archival Textures.

Bijpassende boeken en informatie

Vincent van Meenen – Alle fonteinen

Vincent Van Meenen Alle fonteinen recensie en informatie over de inhoud van het boek met gedichten van de Vlaamse schrijver. Op 6 mei 2025 verschijnt bij Uitgeverij Das Mag de eerste dichtbundel van Vincent van Meenen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Vincent Van Meenen alle fonteinen recensie

  • “Alle fonteinen gaat over de liefde – en de haat – die we koesteren voor degenen die ons verlaten hebben. Van Meenen weet dat rouw geen cirkel is, maar een spiraal.” (Nadia de Vries)

Vincent van Meenen Alle fonteinen

alle fonteinen

  • Auteur: Vincent Van Meenen (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Das Mag
  • Verschijnt: 6 mei 2025
  • Omvang: 102 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 32,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Vincent Van Meenen

alle fonteinen is: een dichtbundel over crèmekleurige badpakken, lege flessen, slagbomen, schuilplekken, bankpapier en moederliefde; een doodsverwensing; een zoektocht naar vergiffenis, of op zijn minst verzoening; een poging om erfelijkheid het zwijgen op te leggen, nacht na nacht; een broeierige ademtocht; een stomp in je maag; het destillaat van Vincent Van Meenens pogingen om woorden te zoeken voor het onbenoembare; en bovenal een overwinning – ja dat iets mededeelbaar wordt, hoe particulier en eenzaam ook.

Zet alle fonteinen open, laat ze sproeien!

Vincent Van Meenen is schrijver en doctor in het surrealisme. Hij woont en werkt in Oostende. Zijn laatste roman, 0xBlixa, werd genomineerd voor de BNG Bank Literatuurprijs. Sinds 2018 is hij meervoudig laureaat van de Maarten Inghelsprijs. Zijn gedichten werden bekroond en verschenen onder meer in Het Liegend KonijnDe RevisorDeus Ex MachinaHard//hoofd en DW Balle fonteinen is zijn poëziedebuut.

Bijpassende boeken

Graa Boomsma – Breken is bouwen

Graa Boomsma Breken is bouwen recensie en informatie boek over vijfenzeventig jaar Vijftigers. Op 1 mei 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Arbeiderspers het boek van Graa Boomsma over de dichters die behoren tot de groep de Vijftigers. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Graa Boomsma Breken is bouwen recensie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Breken is bouwen, vijfenzeventig jaar vijftigers, geschreven door Graa Boomsma, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Graa Boomsma Breken is bouwen

Breken is bouwen

Vijfenzeventig jaar Vijftigers

  • Auteur: Graa Boomsma (Nederland)
  • Soort boek: biografie, portret
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 1 mei 2025
  • Omvang: 720 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 50,00
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over de Vijftigers van Graa Boomsma

Breken is bouwen. 75 jaar Vijftigersvertelt voor het eerst het volledige verhaal van de literaire beweging rond Lucebert, Kouwenaar, Schierbeek, Claus en vele anderen. Hoe beroerde de Tweede Wereldoorlog hun hoofd en hart? Waar en hoe in hun werk werden ze aangeraakt door expressionisme, dada, surrealisme of andersoortige avantgarde? Hoe is het mogelijk dat de vrouwelijke Vijftigers zo onzichtbaar bleven?

Ruime aandacht ook voor de Vlaamse Vijftigers, de betekenis van bladen als Podium, Merlyn en Raster en de innige band tussen Vijftigers en beeldend kunstenaars (Cobra). Nooit eerder was Vijftig zo’n compleet verhaal.

  • Boomsma haalt nieuwe gegevens naar boven uit bronnen die lange tijd vergeten of moeilijk te bereiken waren, en legt kunstzinnige verbanden die literatuuronderzoekers nog niet eerder hebben gelegd.
  • Een apart hoofdstuk gaat in op de houding van alle Vijftigers in de oorlog en wat die voor hun latere werk betekende.

Graa Boomsma is geboren op 15 februari 1953 in Nieuwe Niedorp in Noord-Holland. Hij is schrijver en essayist, en sinds 1988 literair medewerker van De Groene Amsterdammer. Zijn oeuvre omvat romans, essaybundels, theaterteksten, literaire studies (waaronder over Lucebert) en biografieën zoals die over Bert Schierbeek, Niemand is waterdicht.

Bijpassende boeken

Bertram Mourits – Die pen laat mij zwieren

Bertram Mourits Die pen laat mij zwieren recensie en informatie boek met poëzie in handschriften van bekende Nederlandstalige dichters. Op 22 april 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Harmonie de bundel met ruim honderd gedichten, geschreven met ganzenveer of vulpen door Nederlandse dichters, samengesteld door Betram Mourits. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de samensteller en over de uitgave.

Bertram Mourits Die pen laat mij zwieren recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Die pen laat mij zwieren, samengesteld door Bertram Mourits, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Bertram Mourits Die pen laat mijn zwieren

Die pen laat mij zwieren

Poëzie in handschriften

  • Samensteller: Bertram Mourits (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Harmonie
  • Verschijnt: 22 april 2024
  • Omvang: 256 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 29,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek met Nederlandse gedichten in handschriften

Wanneer de dichter een pen in de hand heeft, kan poëzie overal ontstaan. Maar niet alleen die poëzie is de moeite waard, het handschrift waarin het is geschreven is net zo goed vaak ook een
kunstwerk op zich.

P.C. Hooft schreef zijn liefdesgedichten bijvoorbeeld in zijn beheerste ‘zetletter’ met royale beginkapitalen in een ‘rijmkladboek’. J.H. Leopold schreef zijn zwierige naar rechts hangende woorden op de achterkant van een briefje van de ‘cricket- en voetbalclub Vitesse’. En M. Vasalis gebruikte een receptbriefje voor haar even leesbare als achteloze handschrift.

Die mijn pen laat zwieren bevat ruim honderd gedichten die geschreven zijn door de bekendste Nederlandstalige dichters, met ganzenveer of vulpen, potlood of ballpoint. Soms zie je de schrijver denken op papier, soms is alleen de eindversie bewaard gebleven.

Bertram Mourits is geboren in 1969. Hij is hoofd collecties van het Literatuurmuseum in Den Haag. Hij promoveerde op de poëzie van de Zestigers en schrijft over literatuur in diverse media.

Bijpassende boeken en informatie

Onno Kosters – Achter het glas

Onno Kosters Achter het glas recensie en informatie nieuw boek met gedichten van de Nederlandse dichter. Op 17 april 2025 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de nieuwe dichtbundel van Onno Kosters. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Onno Kosters Achter het glas recensie van Tim Donker

En Andrea Chapela vertelt
ik ben opgegroeid in een huis van hout en glas

En Horst Scholze zegt
glas is een onderkoelde vloeistof die voorbij haar smeltpunt is

En John Garrison vindt
dat glas beïnvloedt hoe we waarnemen wat er aan de andere kant zit

En Edgar Dutra Zanotto stelt
glas is een niet-evenwichtige, niet kristallijne toestand die op korte termijn vast lijkt, maar zich voortdurend ontspant in de richting van een vloeibare toestand. Het uiteindelijke lot van glas, binnen de grenzen van oneindige tijd, is kristalliseren

& Reemret zei Ik schreeuw de stilte achter glas (wat had dat te beduiden?), en ik herinner me, ter zelfde tijd of niet veel later toch, een essay dat Henk Oosterling schreef voor een nooit verschenen nummer van Kraakpen: een essay over glas; glas als materiaal (zeg liever toestand), maar ook het glas als gebruiksvoorwerp, ik weet nog iets met proosten en met nieuwjaar, en ik weet nog dat ik het niet zo diepgravend vond als Naar een hyperkritiek van de xenofobe rede, wat indertijd voor mij het summum was van waar de Neerlandse filosofie toe in staat was, ik weet het glas nog wel, het glas heffen en het glas waarachter Onno Kosters hier dingen zet, zegt hij: Achter het glas object en oog ineengerold in barnsteen als een wesp gestold (dat lijkt of wat John Garrison zegt over de beïnvloeding van glas op de waarneming) (maar dat rijmen he, dat rijmen bevalt me niks) (een foetus op sterk water die de moonwalk doet dat vond ik dan wel weer aardig), je kunt glas denken als metastabiel, als toestand, wat is dat eigenlijk met al die dichters en filosofen en wetenschappers en hun fascinatie voor glas?, de dingen zien doorheen het glas, het glas ook als kijkglas, en kijkglas als venster, en venster naar buiten, en buiten als wereld, en kijkglas als zicht op de wereld, dat kan ook een fictieve wereld zijn; die van The Shining bijvoorbeeld, enge beelden die achter glas geplaatst niet eng zijn, “just pictures in a book”, of Jack in de spiegel en Doc erachter en droom staat in bloed op de deur geschreven, maar dat is natuurlijk murder, dat, gespiegeld gezien, redrum wordt, red rum, rode rum, de naar Lizzie Borden vernoemde band Lizzy Borden maakte er zelfs een liedje over, eenvoudigweg getiteld Red Rum, maar toen ik in de puberteit enkele jaren lang helemaal lijp was van Stephen King en al die boeken las en dit boek een van de eerste was wist ik nog niet van de rode rum, al kende ik dat liedje van Lizzy Borden geloof ik al wel maar wist ik veel waar die lui over zongen, in heavy metal zoek je niet snel naar achterliggende betekenissen, wat doe je als vertaler met redrum, in het Nederlands wordt moord omgekeerd inderdaad gewoon maar droom en dat kun je niet drinken, en dus had de vertaler gekozen voor doodslag zodat Jack en Doc een gesprekje kunnen hebben over wat Doc in zijn droom (!) gespiegeld op de deur gelezen had, wat is galsdood vraagt hij aan zijn vader en Jack zegt het klinkt als een Indiaans drankje en ik las dat en dacht galsdood klinkt geeveedee helemaal niet als een Indiaans drankje, eerder als een buitenissige doodsoorzaak, dood door een teveel aan gal, zoiets, misschien de zelfmoord van een depressief mens, wist ik veel, pas enkele maanden later zag ik de film en wist ik de redrum en de red rum en dat liedje ook en zo kan het kijkglas ook verhelderd werken in plaats van vertekenend, denk ik, want het kijkglas kan je rode rum geven, denk ik, dus ik geloof ik kan dat nu verstaan, we moeten door de spiegel gaan, nee we moeten door het kijkglas gaan, want achter het glas ligt de stad (Utrecht bijvoorbeeld) (Utrecht of elders), en je kunt je huis uit, je kunt een ommetje maken, jongens op een scooter zien, en een gesloten antiquariaat, en een gast met een geluidsinstallatie in het stuurkrat van zijn fiets waaruit onophoudelijk Jimi Hendrix klinkt, en een vrouw die op iemands moeder lijkt en die alleen in letterlijke zin de weg kwijt lijkt te zijn, of, denk bewegend glas, autoruit als bewegend glas, de ruit van de auto van iemand die naar Berlijn gaat, waarom Berlijn eigenlijk Kosters?, waarom niet Veghel, en waarom een Porsche dan nog?, ik weet het niet, of telefoonglaasje, kan ook, de telefoon waarmee de mensen (altijd weer de mensen) langsheen hun diverse sociale media navigeren, om, zegt Kosters, te schuimbekken en haat te zaaien en de eigen roep het hardst te laten weerklinken waarbij, zegt Kosters, waarde waarheid en rede van geen tel zijn, zulke overpeinzingen, men kent ze wel, men kent ze misschien zelfs wel een beetje te goed, misinformatie, nepnieuws, kretologie, en gij meent dat dan Kosters?, moet er aan dat eindeloze geblaat over die ongecontroleerde stemmenstroom op het internet echt nog iets toegevoegd worden?, is daar nu langzamerhand niet een beetje teveel over gezegd?, vanaf een platform kunt ge roepen ja, vanaf een reëel maar ook vanaf een virtueel, maar niet eens per se ongebreideld, diverse sociale media censureerden indertijd al vrij snel kritische uitlatingen over het coronabeleid, en, naar het schijnt, mag je in Vlaanderen op diverse plekken op het web ook niet zomaar twijfelen aan de werkzaamheid of het gebruik van zonnebrandcrème, maar waarom meningen uiten die niet politiek correct zijn of niet stroken met het heersende discours altijd weer geassocieerd moeten worden met blaffen is mij niet helemaal helder, of liever, waarom men lijkt te peinzen dat traditionelere fora per se gevrijwaard zouden blijven van geblaf, want de mens heeft altijd geblaft, en de hardste blaffers sorteerden altijd het meeste effect, en de gemeenste bijters kwamen altijd al op de invloedrijkste posities terecht, want om iets hoogs te zijn moet je psychopatoire karaktereigenschappen hebben, en ook beleidsmakers hebben zich nooit iets aan waarde waarheid en rede gelegen laten zijn, men moet het raadselaarsglas eenvoudigweg wat vaker ontraadselen misschien, meningen op internet zijn just like pictures in a book, en mensen worden personages, dat is niks vreemds bij Kosters, maar Callahan  (niet Billy) is nu Lucky Luke, of anders mr. Bean, of Watt (die van Beckett weetjewel) (het titelpersonage uit het beste boek ooit geschreven) (en gij moogt raden wie dat Watt naar het Nederlands heeft vertaald) (ik geef één tip: zijn voornaam omgedraaid is nog steeds zijn voornaam) (oké ik geef nog een tip: zijn achternaam lust geen eierens) (en als u het nu nog niet weet bent u aardig, ha, onnozel) (dat laatste was ook een tip) –

of gans de wereld achter glas:

een landkaart zo groot als het land
wapperende bakkebaarden, montuurgestuurde ogen
een tot bloedens toe uitgebroed ei
de toren waar je woont &
een schepje in je weitas
en dat vond ik goed, dat vond ik eigenlijk echt heel erg goed.

Ten laatste: een herinnering (is ook de herinnering achter glas) (want een herinnering zal altijd vertekend waargenomen worden toch?). Dat ik in dat Utrecht waarin Kosters aan het begin nog loopt te lopen, ergens in de buurten waar de beter gesitueerden wonen, in de bovenwoning van een monumentaal pand, zat te zitten, met bekenden van een bekende (ik kende die mensen eigenlijk niet), na een voorstelling van iemands dochter (ik kende die dochter niet) (haar ouders kende ik ook niet) (wat deed ik daar?). De dochter had iets gezongen, iets van Arvo Pärt, en daarna heel veel andere dingen die me niets gezegd hadden, en daarna iets dadaïstisch, en daarna nog wat dingen die me niets zeiden. Mij werd gevraagd (waarom ik? ik ken jullie allemaal niet) wat ik ervan had gevonden, en ik twijfelde even of ik iets zou zeggen over dat stukje Pärt dat gezongen was en dat één van de twee dingen was geweest die ik goed had gevonden en niet alleen maar strontsaai, maar ik vreesde dat ik niet tot in de allerdiepste diepten zou kunnen meekomen met een gesprek over Pärt, want zoveel wist ik ook weer niet van diene mens, dus ik benoemde het enige andere stuk dat ik goed had gevonden als dadaïstisch, en iedereen was stil en iedereen zat en iedereen keek me aan, en de vader van de dochter zei bedachtzaam Ja… dat was dada… verrek je hebt gelijk, dat was dada, en daarna ging ik verder over dadaïstische literatuur, een lange monoloog die ik eindigde met iets te zeggen over een gedicht van Onno Kosters dat de vorm had van een puzzel –

(wat voor puzzel was dat ookalweer? een kruiswoordpuzzel een doorloper een sudoku?)
(waarom kan ik de bundel van Onno Kosters waarin dat gedicht staat toch nergens meer vinden)
(waarom heb ik ook zo krankjorum veel boeken en waarom liggen die over allerlei verdiepingen verspreid)
(en niks nie natuurlijk nie op alfabet nie)

en díe Onno Kosters heb ik toch wel een heel klein beetje gemist in deze bundel.

Ik las hier een Kosters die me peinzend zette:

als hij zei

vis werd het virus mens en ik dacht aan Burroughs die zei taal is een virus uit de ruimte, of, weer, waarom?, aan Oosterling, en daardoor heel even aan xenofobie als virus, en ik las hier een Kosters die afkwam met beelden die me stil deden staan (niet alleen letterlijk)

als hij zei

van Loper die zingt, slaapt, eet, en een liedje als Hotel California had willen schrijven om elders gezongen geslapen en gegeten te kunnen hebben
van het huis waar het altijd januari is (wat was dat boek ookalweer waarin het vele maanden achtereen februari is?)
van de tomtom die leidt
van een vader op Terschelling
van een man zonder slaap drijvend op een foto
van vallende boeken (onder andere één van Kingsley Amis) (die ik, waarom?, weet jij dat?, kortstondig verwarde met Aracelis Girmay) (Kingdom Animalia – dat zoudt gij eens moeten vertalen, Kosters)
van mannen met bidons, telefoons, bananen en repen in hun achterzak
of nog: alleen maar woorden misschien (moje woorden van Samuel Beckett) (en moje woorden van Johnny Dowd)

beelden die ik mooi vond
woorden die ik mooi vond
de peins die ik best heel aangenaam vond;

maar niettemin was dit Achter het glas me een weinig te bedachtzaam. Dat kun je iets goeds vinden. Misschien is het ook wel iets goeds. Gedichten die mijmeren, gedichten die denken, gedichten die filosoferen. Niettemin miste ik een heel klein beetje het speelse dat ik meende te kennen Onno Kosters. Als ik speels zeg bedoel ik buigzaam. Als ik buigzaam zeg bedoel ik elastisch. Als ik elastisch zeg bedoel ik rekkelijk. Als ik rekkelijk zeg bedoel ik het vermogen om te gaan waarheen gedichten zelden gingen.

Anders gezegd: Achter het glas is een goede bundel. Maar ik had hem beter gevonden als hij niet geschreven was door Onno Kosters. Wat zegt dat Onno Kosters volgens mij een nóg betere dichter kan zijn dan hij hier heeft laten zien.

Onno Kosters Achter het glas

Achter het glas

  • Auteur: Onno Kosters (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 17 april 2025
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Onno Kosters

Kijken en bekeken worden, of je het weet of niet, of je het wilt of niet: glazen ogen zijn overal. In lange, meanderende gedichten en heldere, compacte lyriek legt Kosters de huidige tijd bloot.

Gewapend is het glas, gewapend is het veilig.
Aan welke kant van het glas bevind je je? Weet je het antwoord pas als je het breekt? Onno Kosters leidt je langs en door de transparante wanden die ons scheiden van de werkelijkheid: beeldschermbril en dwazenspiegel, touchscreen en monitor, televisie en surveillancelens. Kijken en bekeken worden, of je het weet of niet, of je het wilt of niet: de glazen ogen zijn overal. Hoe verhoud je je achter het glas tot de ander, tot de wereld en tot jezelf?

Onno Kosters is geboren op 24 oktober 1964 in Baarn. Hij is universitair docent Engelse letterkunde en Vertalen en hij is de auteur van Callahan en andere gedaanten, De grote verdwijntruc en Anatomie van het slik. Hij is vertaler van Samuel Beckett, Seamus Heaney en Ocean Vuong en won met het gedicht ‘Doe-het-zelf’ de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2012. In 2015 verscheen de bundel Vangst, en in 2018 Waarvan akte, allen lovend besproken.

Bijpassende boeken en informatie

Jay Farley – A Cupboard Full of Tomboys

Jay Farley A Cupboard Full of Tomboys review, recensie en informatie boek met gedichten van de non-binaire Engelse filmmaker. Op 28 februari 2025 verschijnt bij Broken Sleep Books de dichtbundel van Jay Farley. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave. Een Nederlandse vertaling van het boek is niet verkrijgbaar.

Jay Farley A Cupboard Full of Tomboys recensie van Tim Donker

  is natuurlijk voorschrift, dacht ik. Is wat voorschrijft. Of beslist. Soeverein is hij die over de noodtoestand beslist. Uitnametoestand. De mens komt voor. Dat kan zomaar het geval zijn. Zij is de velen. De vogel vloog weg, en toen kwam de zon op. Het lied van een ik-persoon die hier aanwezig is. De toekomst is rauw, dan wordt die gekookt in het heden, daarna gebakken op een zacht vuurtje, en mettertijd zullen kaantjes overblijven. Man en vrouw en iets voerden de dingen het woord. Vuilnisbelten meubelboulevards silo’s silo’s zendmasten schapenboeren op wolvenjacht sportclubs autosloperijen postsorteercentra bladblazers pizzabezorgers een aan flarden gescheurde bonusfolder, en voor alles een plek. Voor alles een plek.

Plek is voorschrift. Plek is opbergkast. Opbergkast is staties. Is wat vast ligt. Is wat voorgeschreven is. Voorgeschreven rijrichting. Het gekende. De man. De vrouw. Dominerend. Patriarchaal, zeg je. Wit, zeg je. Binair, zeg je. Dat is hoe de opbergkasten getimmerd zijn. Uit hout zo krom. Zet mensen wezens levenden samen in groepen en dat is hoe dingen zullen groeien. De norm normeert. Dat wat de meesten zijn. Dat waaraan het leeuwendeel zich conformeert. De beugel bedacht door de hardst schreeuwenden. Wat past zullen we tolereren. De rest niet. En toen kwam de zon op. Toen klonk het lied van het wij hier aanwezig. En dan juist uitbreken.

Uitbreken. Daarover gaat deze bundel. De opbergkast te krap en sowieso al niet je plek en daar dan weg willen. Dat gaat niet zonder sporen van braak. Farley legt niet alleen de kast of de samenleving, maar gans de taal open. Waardoor deze gedichten geregeld al eens van de bladzijde springen. Op eerste doorbladeren valt al direkt de woekering aan leestekens op. Dus. Je bladert. Je ziet schuine strepen sneeën maken in zinnen, je ziet vierkante haken zich opblazen, je ziet groterdantekentjes hun pijlen richten op wat erna komt. En je denkt. Hier buldert een woedende taal. Maar de leestekens zijn niet zonder betekenis, al is het niet hun gebruikelijke. Een uitleg aan het begin zegt dat [ ] voor onderdrukking staat, < voor slechter wordend, / voor een klein beetje hoopvol. Bijvoorbeeld. Zegt het, om daarna te zeggen dat je die uitleg beter meteen maar weer vergeet en dat zou ik nog willen beklemtonen: vergeet het maar meteen! Het is mojer zonder deze uitleg, het is mojer om de leestekens je eigen gedachten te laten aanjagen, gedichten zijn geen landkaarten, ze kunnen zonder legenda, ze kunnen op zichzelf staan, ze kunnen vrijelijk verkeren met iedere lezer afzonderlijk, ik prefereer een esthetiese duiding, u prefereert iets anders, Jay Farley neigt naar reis, naar progressieve beweging.

En gesproken van reizen. Een nota bene in Nebraska. Het gedicht somt op: paren van twee woorden, het eerste woord begint met een n en het twede met een b. Neutrale biologie. Neurodivers brein. Nucleaire bom. Nieuw bloed. Nagel bijten. Nihilisties bravoure. Non-binair. Misschien het non-binair als een nota bene, een postscriptum, iets wat met de opbergkast niet vanzelf is gegeven, wat niet domineert, wat niet datgene is waaraan de meesten zich wensen te conformeren. Wat pas goed vorm kan krijgen buiten de kast, wat steeds opnieuw bevochten of afgebakend moet worden, als een achterop komend zijnde in het lijf gezet; schrijvend; herrijzen door woorden.

Misschien ook daarom zien deze gedichten er zelden uit zoals gedichten en doorgaans uitzien. Er is een gedicht in de vorm van het twittervogeltje. Mag je nog twitter zeggen? Ik vond twitter altijd een achterlijke naam, maar ik vind x nog grotesker, en die Elon Musk is een van de engste mensen van onze tijd, en twitter was dan nog wel toepasselijk omdat het refereerde aan gekwetter, aan de geluiden die vogels maken, en vogels maken geluid om hun terrein af te bakenen of om wijfjes mee te lokken of om te waarschuwen voor gevaar en is dat niet waar twitter precies over gaat, over territoriale pisserijen, over hee kijk mij eens even, en over alles wat we niet vertrouwen, hier is mijn stukje wereld en daar mag jij niet komen, hier is mijn vrouwtje en daar mag jij niet aan zitten, en daar is alles wat anders is en dat moet wegblijven, geen wonder dat dat medium de aandacht trok van zoon Elon Musk, bureaucratie waarom Nederland wel wat Elon Musk kan gebruiken brallen die rechtse ballen van Elsevier jajaja, in een dictatuur is geen bureaucratie want bureaucratie is tiepies iets van die halfzachte democratiese tijd waarin er allemaal van die stomme regeltjes bestaan om de mensen te beschermen tegen de totale willekeur van wie het toevallig voor het zeggen heeft gelukkig kunnen we soms nog de noodtoestand uitroepen die minstens voor eventjes een eind kan maken aan al die overbodige mensenrechtenonzin zaai angst en heers daar kan Mark van Ranst van meepraten en die laat medisch contact nog koppen iedereen die zegt dat de maatregelen niet nodig waren moet je tegenspreken jajaja laat de angst regeren laat altijd de angst voorop laat nooit iemand de angst ombuigen dat is nodig dat is twitter dus vandaar dat ik liever twitter zeg en niet x. Farley schrijft zijn twittervogeltje vol met messcherpe oordelen over het non-binaire zijn. Het valt aan. Het wijst af. Het gaat door korte bochten. Het heeft geen ogen. Het heft de vinger. Het zegt. Het weet. Het stelt geen vragen. Het poneert. Het sluit uit. En het sluit op. In opbergkasten. Of ontsnappen aan de opbergkasten betekent dat je andere opbergkasten moet bouwen weet ik niet. Maar dat was de vraag niet. Er waren geen vragen.

Of.

Een gedicht in de vorm van een kruiswoordraadsel. Heel onnokosteriaans. Denk ik. Kon je iets zeggen, over. Op een feestje.

Of.

Gedicht in de vorm van een oneindige loop. Heel anselmberriganiaans. Denk ik. Kom in alleen.

Of.

In de vorm van een Roos. Is meisje. Ik had die Pier Paolo Pasolini beter gemogen als die nooit films had gemaakt.

Of. Treurarbeid of. De slinger van foucault of. Het hoofd van vitus bering of. Het leven van quintus fixlein of. Iedereen moet ergens zijn of. De mandril op de slagboom of. De mens een machine of. Ook de nacht is een zon.

Of.

De woorden de namen als haken als ankers het fixeren vasthouden op plek houden en eruit willen een wereld bouwen en daarom dichter zijn (want alleen in je gedichten kan je wonen?).

Of gewoon de gedichten in de vorm van een antwoord. Een zoektocht. Een leven buiten de opbergkast. Het uitbreken, en wat daarna komt.

Gedichten die je bijna hoort.
Gedichten die je bijna aanraken.
Gedichten waarin je kunt wonen als je niet in een opbergkast wil wonen.

Jay Farley A [Cupboard] Full of Tomboys review by Tim Donker

– is of course prescription, I thought. Is what prescribes. Or decides. Sovereign is he who decides on the state of emergency. State of exception. The human appears. That can just happen to be the case. She is the many. The bird flew away, and then the sun rose. The song of an I-person who is present here. The future is raw, then it gets cooked in the present, then baked on a slow fire, and in time, cracklings will remain. Man and woman and something gave voice to things. Garbage dumps, furniture boulevards, silos, silos, transmission towers, sheep farmers hunting wolves, sports clubs, car wrecking yards, mail sorting centers, leaf blowers, pizza deliverers, a bonus flyer torn to shreds, and for everything a place. For everything a place.

Place is prescription. Place is storage cabinet. Storage cabinet is static. Is what lies fixed. Is what is prescribed. Prescribed direction of travel. The known. The man. The woman. Dominating. Patriarchal, you say. White, you say. Binary, you say. That’s how the storage cabinets are built. From wood so crooked. Put people beings living things together in groups and that is how things will grow. The norm normalizes. That which most are. That to which the lion’s share conforms. The bracket conceived by the loudest shouters. What fits we will tolerate. The rest not. And then the sun rose. Then sounded the song of the we present here. And then precisely break out.

Breaking out. That’s what this collection is about. The storage cabinet too cramped and anyway not your place and wanting to get away from there. That doesn’t happen without traces of breaking and entering. Farley not only opens the cabinet or society, but the entire language. Which is why these poems regularly leap off the page. On first flipping through, the proliferation of punctuation marks is immediately noticeable. So. You browse. You see slashes making cuts in sentences, you see square brackets inflating themselves, you see greater-than signs aiming their arrows at what comes after. And you think. Here roars an angry language. But the punctuation marks are not without meaning, though not their usual one. An explanation at the beginning says that [ ] stands for oppression, < for worsening, / for a little bit hopeful. For example. It says, only to say afterward that you’d better forget that explanation right away and I would like to emphasize: forget it right away! It’s more beautiful without this explanation, it’s more beautiful to let the punctuation marks drive your own thoughts, poems are not maps, they can do without a legend, they can stand on their own, they can freely associate with each reader individually, I prefer an aesthetic interpretation, you prefer something else, Jay Farley tends towards journey, towards progressive movement.

And speaking of journeys. A nota bene in Nebraska. The poem enumerates: pairs of two words, the first word begins with an n and the second with a b. Neutral biology. Neurodiverse brain. Nuclear bomb. New blood. Nail biting. Nihilistic bravado. Non-binary. Perhaps the non-binary as a nota bene, a postscript, something that is not automatically given with the storage cabinet, what doesn’t dominate, what is not that to which most wish to conform. What can only take proper form outside the cabinet, what must be fought for or demarcated again and again, as a latecomer placed in the body; writing; resurrecting through words.

Perhaps that’s also why these poems rarely look like poems typically look. There is a poem in the shape of the Twitter bird. Can you still say Twitter? I always thought Twitter was a silly name, but I find x even more grotesque, and that Elon Musk is one of the scariest people of our time, and Twitter was at least appropriate because it referred to chirping, to the sounds birds make, and birds make sound to mark their territory or to attract females or to warn of danger and isn’t that exactly what Twitter is about, about territorial pissing contests, about hey look at me, and about everything we don’t trust, here is my piece of world and you may not come there, here is my female and you may not touch her, and there is everything that is different and that must stay away, no wonder that medium attracted the attention of son Elon Musk, bureaucracy why the Netherlands could use some Elon Musk those right-wing balls from Elsevier bellow yesyesyes, in a dictatorship there is no bureaucracy because bureaucracy is typically something from that soft-handed democratic time when all those stupid rules exist to protect people against the total arbitrariness of whoever happens to be in charge fortunately we can sometimes still declare a state of emergency which at least for a moment can put an end to all that superfluous human rights nonsense sow fear and rule there Marc van Ranst can talk about that and medical contact still headlines everyone who says the measures weren’t necessary must be contradicted yesyesyes let fear rule let fear always lead never let anyone bend fear that is necessary that is Twitter so that’s why I prefer to say Twitter and not x. Farley fills his Twitter bird with razor-sharp judgments about being non-binary. It attacks. It rejects. It takes sharp turns. It has no eyes. It raises its finger. It says. It knows. It asks no questions. It posits. It excludes. And it locks up. In storage cabinets. Whether escaping the storage cabinets means you have to build other storage cabinets I don’t know. But that wasn’t the question. There were no questions.

Or.

A poem in the form of a crossword puzzle. Very un-Okosterian. I think. You could say something, about it. At a party.

Or.

Poem in the form of an infinite loop. Very Anselm Berriganian. I think. Come in alone.

Or.

In the form of a Rose. Is girl. I would have liked that Pier Paolo Pasolini better if he had never made films.

Or. Grief work or. Foucault’s pendulum or. The head of Vitus Bering or. The life of Quintus Fixlein or. Everyone must be somewhere or. The mandrill on the barrier or. Man a machine or. The night too is a sun.

Or.

The words the names as hooks as anchors the fixing holding keeping in place and wanting to get out build a world and therefore be a poet (because you can only live in your poems?).

Or simply the poems in the form of an answer. A search. A life outside the storage cabinet. The breaking out, and what comes after.

Poems you almost hear. Poems that almost touch you. Poems in which you can live if you don’t want to live in a storage cabinet.

Jay Farley A Cupboard Full of Tomboys

A [Cupboard] Full of Tomboys

  • Auteur: Jay Farley (Engeland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal; Engels
  • Uitgever: Broken Sleep Books
  • Verschijnt: 28 februari 2025
  • Omvang: 56 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: £ 8,99 
  • Boek bestellen bij: Amazon / Bol

Flaptekst van de dichtbundel van John Farley

Through the poetic and raw lens of a neurodiverse filmmaker, A [Cupboard] Full of Tomboys by Jay Farley navigates the intricate intersections of identity, gender, and class. This collection unfolds the journey of an older, working-class non-binary individual. With a cinematic and surreal texture, the poet uses words not only to validate their existence but also to unlock the transformative power of language itself. From the confines of the metaphorical cupboard to the expansive, defiant explorations of a new, queer world, Farley’s poetry challenges binaries, embraces fluidity, and crafts an unflinching celebration of lived authenticity.

Jay Farley is a non-binary, neurodivergent award winning filmmaker and digital artist. Discovering their Non-binary identity in 2022 aged 48 was profound and they found their voice as a performer and poet. Farley subsequently became award winning with ‘I Wish I’d Won the Miners’ Strike’, published in How it Started, Creative Futures Writers’ Award 2022 anthology. They are published in the Queer Icons anthology, SparksHot Poets anthology and illustrated in Woop Woop magazine. Their debut book of poetry A [Cupboard] Full of Tomboys was created under the mentorship of TS.Elliot Award winning Joelle Taylor and published by Broken Sleep Books.

Bijpassende boeken en informatie