Categorie archieven: Recensie

Wouter Godijn – Het offer

Wouter Godijn Het offer recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Nederlandse schrijver. Op 5 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de nieuwe Wouter Godijn roman. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Wouter Godijn Het offer recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Het offer, de roman van Wouder Godijn, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Het offer’ is een gelukzalige tuimeling in de wereld van freejazz en vrije liefde.” (Saskia Pieterze, Trouw)
  • “In wonderlijke taal dwaalt Wouter Godijn door een labyrint van popelende emoties.” (Thomas Verbogt, Het Parool)

Recensie van Tim Donker

Poëzie was mijn eerste liefde.

Ofnee. Dat is niet helemaal waar. Liefde voor poëzie was altijd al ergens, maar sluimerend, latent. Werd pas goed wakker toen ik ver in de twintig was, voor in de dertig misschien zelfs wel. Toen had ik echt al de nodige romans gelezen, en geapprecieerd. Maar voor het werk van Godijn gaat de uitspraak hierboven zeker op.

Wat zijn poëzie. O god, zijn poëzie. Soms vind ik hem de beste dichter van Nederland. (maar soms ook vind ik H.H. ter Balt de beste dichter van Nederland) (of Maarten van der Graaff) (of Micha Hamel) (of Radna Fabias) (of Richard Nobbe) (of Tsead Bruinja) (of Maria van Daalen) (of Kreek Daey Ouwens) (of F. van Dixhoorn) (of Gerrit Krol) (of Astrid Lampe) (of K. Michel) (of Tonnus Oosterhoff) (of K. Schippers) (of B. Zwaal) (of Marwin Vos) (of Martijn den Ouden) (of Hélène Gelens) (of Robin Block) (of Eva Gerlach) (of Bas Kwakman) (of Onno Kosters) (of Anneke Brassinga) (of Peter van Lier) (of Remco Ekkers)

maar zijn proza. Zijn romans. Sja. Wat is daarmee. Ik weet het niet. Ik probeer ze. Keer na keer. Juist omdat ik hem als dichter zo hoog heb zitten. Maar wat. Ja. Nee. Ik weet het niet. Ik kom er niet doorheen. Ik kom er nooit doorheen. Meestal kom ik er niet doorheen. Ik liep vast in De dood van een auteur die een beetje op Wouter Godijn lijkt (ik herinner me niet eens meer waar dat over ging, kwam er niet een oorlog in voor?), ik liep vast in Meneer L en het meisje (het was geloof ik iets met iemand, en die stak een grens over waarachter hij in een soort alice in wonderland-achtige fantastiewereld terecht kwam, en het beloofde, ja, het beloofde veel, en toch kwam ik er niet doorheen) (ik vond het ook wel een beetje obligaat met zoon fantasiewereld waar dan alles kan en alles mogelijk is, klein beetje uitgekauwd, dat weer wel); ik liep geloof ik niet vast in De liefdesmachine, blauw boek toch?, met zo’n Lissabons trammetje op de voorkant, toch?, besprak ik het niet ooit, hier, of daar, of elders maar toch heb ik geen idee meer waar het over ging of wat ik ervan vond, dusja, hoe zit dat met zijn proza & waarom het me nooit zo grijpt zoals zijn poëzie me grijpt?

Maar dan, één dag, landt Het offer op mijn recenseertafel.

Ik begon er met de nodige scepsis aan, dat zal u bij nu begrijpen. Prozagodijn, ik dacht, het vervelende broertje van poëziegodijn. Diep zucht & het begin van een lichte hoofdpijn. Toch. Dit mensken is een besprekerken, en uit loyaliteit aan zijn briljante broer gunde ik prozagodijn maar weder eens een kans.

En.
Het.
Was.
Tegen.
Alle.
Verwachting.
In.
Heel.
Erg.
Goed.

Ja het was godzalmekraken fucking goed! (totdat -) (maar neen, daar kom ik later nog op). Reeds op de eerste bladzijde word ik om mijn oren geslagen met bizarheden (een verband tussen de smaak van gesmolten kaas en de verhalen die de ouders van de ikfiguur vertelden over de experimenten van de nazis op levende slachtoffers, met name op kinderen), en ik hou er wel van als een schrijver je al direct aan de haren trekt, onontkoombaar, geen mededogen, recht in je gezicht.

En eigenlijk gaat het dan niet eens over de tweede wereldoorlog, en kampen, en de holocaust. Of toch wel een beetje misschien. Maar zeker niet geheel.

Maarten is zeventig, en kijkt terug op zijn tijd met jeugdliefde Nicole. Als zulke liefdes zijn, was het groots, overweldigend, onvergetelijk; niets of niemand haalt het bij zo’n vroege liefde. Dat alles is bekend, Godijn is zeker niet de eerste die een boek schrijft over dit thema. Maar anders dan wat het achterplat suggereert, deed Het offer mij niet denken aan Turks fruit of Terug tot Ina Damman. Niet alleen omdat ik beide romans niet gelezen heb (ik zag de film Turks fruit wel, ooit, niet zo’n beste film als u het mij vraagt maar wat maakt het uit u vraagt het mij immers toch niet) (en dan weder, ook hier, een totdat) (totdat?) (todat, ja, al eventjes dan: het einde van Het offer is wel regelrechte Turks fruit) (als boek en film qua structuur een beetje gelijk op gaan dan tenminste). Vooral heeft Godijn zo’n totaal unieke stem dat elke vergelijking sowieso volledig mank gaat. Hij komt af met neologismen, hij onderbreekt zichzelf, levert commentaar op zijn eigen schrijven, aarzelt, stokt, heroverweegt zijn woordkeuze, en alles maakt dat zijn taal leeft, zingt, jubelt, ontstaat en tot wasdom komt waar de lezer bij is, je bent erbij als zijn taal leert lopen, je bent erbij als zijn taal leert fietsen, er is geen schrijver die zijn lezers er zo bij kan betrekken als Godijn. Het is zo totaal. Het is zo maximaal. Het is zo overal. En daardoor zo volledig navoelbaar. Je begrijpt Maarten. Je begrijpt hem helemaal. Want jij, lezer, ongeacht geslacht of geaardheid, jij wordt ook verliefd op Nicole. Tot over je oren. Todat (- maar daar kom ik nog op) (hou je paarden).

Nicole is afkomstig uit een gegoede familie. Maar daar kan zij niks aan doen. Wat meer is, ze is briljant. Humoristisch. Muzikaal (speelt viool!). Geïnteresseerd in filosofie, literatuur, psychologie. Voor alle vakken haalt ze alleen maar negens en achten. Zo slentert ze op haar gemakje door haar middelbare school heen. En daar, op die middelbare school, ontmoet ze Maarten. Er ontspint zich een bijzondere vriendschap tussen de twee; een vriendschap die vanzelf overgaat in een diepe, innige, onverbrekelijke liefde. Alles in die wervelende, bloedwarme taal van Godijn die de lezer ook laat baden in dat licht. Zelfs de sexscenes. O. Dat. Wacht.

Sex is altijd lastig in literatuur. En al helemaal in de Nederlandse literatuur. Het wordt lomp, het wordt ranzig, het wordt liefdeloos. Of het praat, om juist niet in diergelijke valkuilen terecht te komen, er zodanig omheen dat het van bijna lachwekkende truttigheid wordt. Opgewonden word je er in elk geval zelden van. Maar hier, in dit Het offer hier, hier is het van geheel andere abcdefghijk. De sexscenes, en dat zijn er zijn best nog veel of meer toch dan ik vermoed zou hebben bij Godijn (maar waarom vermoed ik niet veel sex bij Godijn?) (weet jij dat?), zijn, hoe tegenstrijdig dat ook mag klinken, haast kinderlijk. Of komisch, op een wat slapstick- dan wel theatervandelach-achtige wijze; het gevoel, bedoel ik, van een toneelstuk waarbij personages om de haverklap op hun billen vallen en dan even versuft en met kolderieke expressie op het gelaat blijven zitten zodat andere personages dan weer over hen struikelen; het soort toneelstuk waarvoor in het theaterboekje termen als “doldwaas” of “knotsgek” gereserveerd worden (maar wat weet ik er eigenlijk van, ik ben nog nooit in mijn leven naar het theater geweest); het soort toneelstuk dat eigenlijk kinderachtig of flauw zou moeten zijn maar alles is zo potsierlijk en zo sterk uitvergroot dat je jezelf niet kan helpen, je moet er toch om lachen. Ofwel zijn ze, nog steeds die sexscenes in Het offer, lichtelijk surrealistisch, alsof ze plaatshebben op een andere planeet of in één of andere verre toekomst. Sja, héét (sorry) word je er bij Godijn ook niet direct van, maar wel warmig, lichtend, zweverig, een klein beetje licht in het hoofd misschien, een heel klein beetje dronken denk ik – en is dat niet net zo goed verwant aan sex? En dat alles, dat – totdat (en. goed. u weet).

Dat kriebelige gevoel, één deur voor geluk, weet Godijn het grootste gedeelte van Het offer vast te houden. Je leest dit boek niet, je zweeft erdoorheen. Ik. Daar. Leviterend. Een paar sentimeter boven mijn leesstoel. Totdat.

Oké. Ja. Nu is er geen ontkomen meer aan.

De liefde tussen Maarten en Nicole begon op de middelbare school. Nicole staat op het punt van studeren, Maarten niet, hij sukkelt een beetje op school, ook daarin is Nicole zijn meerdere, en daar ergens, op dat scharnierpunt naar de volwassenheid, gaan ze voor het eerst alleen op vakantie. Naja, met z’n tweeën dan natuurlijk. Maar zonder ouders. Naar Engeland, naar Denemarken, door Maarten al snel samengetrokken tot het sprookjesland Engelmarken. Het is de zomer van 1974, misschien zegt sommige mensen dat al iets (en als dat zo zou zijn, is dat al erg genoeg waarde lezer!). Voetbal. Een EK of een WK, wat weet ik ervan, voor zover het het Nederlands elftal betreft klaarblijkelijk beheerst door (de gekte rondom) Johan Cruijff. Maarten is al een heel klein beetje verdrietig omdat hij vreest dat hij nu ze op vakantie zijn niet alle wedstrijden meer gaat kunnen zien. Maar dat maakt de lezer, of dat maakte deze lezer toch, nog niet zoveel uit, die Maarten vond je heel het boek doorheen al een beetje een onnozelaar, eigenlijk te suf en te onwetend voor zo’n fantastisch creatuur als Nicole. Echter, overal waar ze komen is het Cruijff voor en na, overal mogen ze binnen, overal moeten ze aanschuiven, overal moeten ze met de lokale bevolking meekijken naar weeral de volgende wedstrijd. En dan het allerergste. Daar. Op bladzijde 169. Ze zegt het. Verdomme, zegt ze dat nou echt? Ja, ze zegt het. Nicole zegt, over Johan Cruijff: “Die man is geniaal.” Zegt ze. Zegt zij. Nicole, dat fantastische creatuur. Verdomme. Ja, verdomme en bam. Want gelijk is mijn verliefdheid aan gruzelementen geslagen. Met nog een bladzijde of zestig, zeventig te gaan. Zit ik. Bam. Weer heel gewoon op de zitting van mijn leesstoel. Niet meer verliefd, niet meer badend in licht, niet meer halfdronken te leviteren. Maar gewoon. Zit ik daar. Een boek te lezen. Loop ik nou zo vlak voor het eind dan toch weer vast bij prozagodijn?

Nee. Niet. Ik blijf lezen. Maar er is wel duidelijk iets veranderd.

Voor mij was het niet waar wat het achterplat zei. Het haalde bij mij niet de herinneringen aan mijn eigen eerste liefde naar boven. Of niet werkelijk toch. Misschien als een geschreven leven – je kunt je een leven schrijven waarin een Dregke en een schrijverken sex hebben op een landgoed waar ze eigenlijk niet mogen komen, of dwalen door een betoverend Engelmarken of liever nog een ongerept Asturias, maar meer dan dat nog nam het me mee na een voor-tijd, een tijd van voor de tijd. Als ik maar even stopte met lezen zag ik mezelf als het peutertje dat ik ooit was. Ik zat in de zitkamer (ja het was een zitkamer dus wat ging ik er anders kunnen doen dan zitten?) van het huis aan de Oudartstraat in Stiphout. Ik speelde met mijn blokken, het licht viel door de ramen (want laat ze praten over klimaatverandering en hoe het vroeger altijd veel kouder was en het de hele winter door vroor, en altijd sneeuw, en altijd schaatsten, en altijd ijspret maar in mijn herinnering heeft mijn hele kindertijd door de zon geschenen, altijd, ook ’s nachts (want ook de nacht is een zon) (Albert Bontridder zei het al), en ik bouwde wegen met mijn blokken, en garages met mijn blokken, en benzinestations met mijn blokken (want die blokken waren eigenlijk alleen maar nodig om nog beter met mijn autootjes te kunnen spelen), en achter me mijn moeder, ik denk dat ze naar me keek, dat ik wist of voelde of dacht dat ze naar me keek. Het bijzondere van die tijd was dat er nog geen tijd was. Er was geen vroeger, en geen later. Er was alleen maar dat wat ik op dat moment aan het doen was. Doch op enig moment dringt zich het besef aan je op dat elk moment voortkomt uit een ander moment en leidt tot een volgend moment, en vanaf dan ben je nooit meer helemaal vrij. Vanaf dat moment weet je wat er onderweg verloren is gegaan (een eerste liefde bijvoorbeeld), en dat er altijd nog iets komen moet, nog iets gedaan moet worden; vanaf het moment dat de tijd zich laat kennen, kom je altijd tijd te kort. En precies dat is wat er gebeurd: ik viel van de on-tijd terug in de al-tijd (waar in dit boek zelfs nog sprake van is, al wordt het niet precies zo gebruikt als ik hier doe). Het gelul kwam binnen. En met het gelul de wereld. En met de wereld de tijd. En dus viel ik terug, want geen gelul is meer gelul dan gelul over voetbal.

Alles wat na pagina 169 kwam, was voor mij een toegift. Misschien ken je dat wel. Het konsert is over, het was een mooi optreden, hele fijne muziek, en het is goed geweest. Maar dat stomme publiek blijft maar we want more scanderen, jezus, straks komen ze echt terug, en je wil gewoon naar huis, nu dat fijne gevoel nog intact is.

En ja hoor ze komen terug.

En dus gaat Nicole naar Groningen, en even later Maarten ook, en Nicole ontwikkelt een bizarre fascinatie die niet echt charmant is maar het maakt me niets meer uit, ik ben niet meer verliefd op haar, en Het offer is gewoon maar een boek, een boek dat geen goed meer kan en dus ook geen kwaad meer, een boek dat niet in de vriezer hoeft (wat?) (nee laat maar dat snapt toch niemand). De sex lijkt vanaf dan ook harder, liefdelozer, ranziger. En dan komt er nog een ziekte bij ook, ja dat is allemaal op en top Turks fruit ja, daar had dat achterplat dan wel weer gelijk in (is het pastiesj, of ode, of doodordinair jatwerk?). En op de valreep ook nog eventjes iets idioots met Maartens ouders, iets wat niet goed past bij hoe je die mensen inmiddels dacht te kennen, misschien had Godijn dat allemaal nodig om een parallel te hebben met dat roddelblad-gelul over Cruijff en zijn huwelijk, misschien was er een offer nodig om het boek Het offer te kunnen noemen, had voor mij niet gehoeven, er hoeft niet altijd thema en ontwikkeling en motief en weetikveel, heel dat literatuurles-gezever meer. Maar het is er, het staat er, het boek gaat nog verder naar die vermaledijde bladzijde 169, zo gaat het wel vaker, er zijn wel meer bijna briljante boeken die vlak voor de eindstreep struikelen en zieltogend heen moeten, waarom eigenlijk, wat is er voor een schrijver toch zo verdomde moeilijk aan het einde van zijn boek, eindes zijn helemaal niet moeilijk, je hoeft alleen maar op te houden met schrijven.

Je kunt alles vanaf bladzijde 169 uit dit boek scheuren en dan hou je het beste boek van dit voorjaar over (al zullen er ook van die figuren zijn die vinden dan het wezen van dit boek zich na bladzijde 169 bevindt) (ik moet trouwens ineens denken aan die gasten die hadden opgeroepen om naar de boekhandel te gaan en het begin uit één of ander boek te scheuren, ik ben vergeten welk boek, je moest dat geloof ik ook nog in één bepaalde boekhandel doen, Paagman als ik me niet vergis, hoe zat dat ook alweer?) (weet jij dat?).

Of je kunt je erbij neerleggen dat Godijn met Het offer eindelijk een boek geschreven heeft waarmee hij het geniale van zijn poëzie benadert. Ja benadert, maar niet haalt. Maar toch. Iets schrijven dat bijna net zo goed is als de gedichten van Wouter Godijn, is er iets hogers haalbaar in de literatuur? Hum. Ja. Vast. Maar ik kan het op dit moment echt even niet bedenken.

Wouter Godijn Het offer

Het offer

  • Auteur: Wouter Godijn (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 5 maart 2026
  • Omvang: 208 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 14,99
  • Bestelmogelijkheden roman >

Flaptekst van de nieuwe Wouter Godijn roman

Een hartstochtelijk verhaal over een grote eerste liefde, ontdekkingstochten van lichaam en geest, verlangens en verlies.

Een oude man vertelt het verhaal van zijn grote liefde, een jeugdliefde zo hevig dat zijn hele leven erdoor werd overschaduwd. Wouter Godijn voert ons mee naar de beginjaren van Nicole en Maarten, twee jonge mensen die, belast door de trauma’s van hun ouders, een wereld ontdekken waarin begeerte en tederheid alles overheersen. Maar zullen ze daar kunnen blijven? In fonkelend proza vangt Godijn de fysieke en mentale gewaarwordingen van een eerste, allesverterende liefde, zo precies dat het de herinneringen van de lezer aan de eerste eigen liefde naar boven haalt.

Het offer is een roman die doet denken aan Terug tot Ina Damman en Turks Fruit: een hartstochtelijk verhaal over verlangen en verlies.

Wouter Godijn is op 31 juli 1955 in Amsterdam. Hij schrijft romans en poëzie. Zijn literaire universum is volstrekt uniek en keer op keer verrast hij de lezer. Zijn werk wordt zeer gewaardeerd door pers en lezers, en verschillende romans werden genomineerd voor de grote prijzen. Zijn poëzie werd bekroond met de Jan Campertprijs.

Bijpassende boeken

Lionel Shriver – Gelukszoekers

Lionel Shriver Gelukszoekers recensie, review en informatie over de inhoud van de nieuwe Amerikaanse roman. Op 5 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de Nederlandse vertaling van A Better Life, geschreven door Lionel Shriver, de schrijfster uit de Verenigde Staten. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Lionel Shriver Gelukszoekers recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Gelukszoekers, de roman van Lionel Shriver, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • Een schrijver die ons aanzet tot meer nadenken, dieper graven en meer uitdagen – en die er ook nog eens voor zorgt dat het leuk is.” (Sunday Times)

Recensie van Tim Donker

Die van Nieuwkerk hoorde je er nog wel eens over. Het schuldige pleziertje. Dat gaat dan geloof ik voornamelijk over muziek. Iets waarover je je schuldig voelt omdat je er plezier aan beleeft. Denk aan een liedje dat je mooi vindt ondanks dat het gemaakt is door een artiest die je haat. Een album dat kippenvel over gans je huid zendt terwijl het thuis hoort in een genre dat je niet geacht wordt te waarderen in kringen van muzieksnobs. Mjoeziek die lage instincten aanspreekt, instincten die je overwonnen dacht te hebben. Dat heet dat een schuldig pleziertje. Je vindt het mooi, stiekem, er is plezier in mooi vinden, en daarover voel je je dan schuldig. Ik moet dit niet mooi vinden maar toch.

Als het om literatuur gaat, hoor je al minder over schuldige pleziertjes. Ja, Kees ’t Hart schreef een essayistische ode aan wat men met een denigrerende term wel “damesromannetjes” heet, maar hier moet meer over te zeggen zijn. Natuurlijk kan een literatuurliefhebber zich verliezen in iets wat door mensen die er weet van hebben niet tot literatuur gerekend wordt. Maar zijn er nog andere schuldige pleziertjes?

Misschien.

Een schrijver die je helemaal niks vindt, en dan dat ene boek toch.
Een liefdesgedicht dat veel te erg voor de hand ligt maar dat je desondanks niet zonder tranen in je ogen lezen kunt.
Iets dat meevaart op de zoveelste hype die je verafschuwt en niettemin las je het in één adem uit.
Zulke dingen.

Of.

Gelukszoekers.

Ja.

Dit boek vertegenwoordigt alles waar ik mij verre van wens te houden zover als literatuur gaat.

Die titel alleen al. Gelukszoekers. Iemand zoekt zijn geluk, en dat is de mens inmiddels pejoratief aan het gebruiken. Alsof het iets vreselijks is om te denken dat je in een ander land meer kansen hebt op een goed leven. Alsof het iets vreselijks is om gelukkig te willen zijn. Alsof er niet genoeg mensen zijn geweest die in Canada, Australië, Zuid-Frankrijk, Spanje of, hee Margaret Ann, Portugal (zonder geldig verblijfsrecht, nee?) dachten te vinden wat ze elders vruchteloos gezocht hebben. Alsof je altijd maar achter dat lijntje moet blijven dat anderen voor jou getrokken hebben.

En ook. Een boek met politieke basis, goed, dat kan nog net. Maar boeken over actuele thema’s? Ja. Sorry. Ik weet niet. Maar ik persoonlijk kan geen klimaatroman meer zien, en boeken met zo’n Trump-achtige president mogen van mij ook wel het raam uit. Van die schrijvers die ons, onwetenden, menen te waarschuwen dat we aan de vooravond van een ecologische catastrofe staan of dat er een machthebber is, hier of daar, die bezig is de hele wereld in het verderf te storten, ja, dank u, monneer of mevrouw schrijver, dat hadden we nog niet gezien, dank u om dit onder onze aandacht te brengen, nu weten wat ons te doen staat – in een hoekje kruipen en bang zijn.

Vraagt u het mij? Ik weet het niet, maar als zo dan zou ik u zeggen dat het lichtelijk suspect is om te schrijven over die dingen waar iedereen al de mond van vol heeft. Elk kaffeegesprek loopt ervan over, en bij de koffieautomaat op het werk praten ze over niks anders. Schrijf daarover een boek en het zal gelezen worden. Ja goed. Maar dat kunstje is me toch wat al te koud.

Dus ik hoef nie te lees nie een boek nie over asielzoekers nie.

En dan.

Gooi meer in het mengsel.

Gooi.

Een weinig bijzondere schrijfstijl. Een opbouw die traditioneel heten mag: gewoon ab ovo, heel gewoon, en gewoon lineair, heel gewoon, en dan ook nog, heel gewoon, kleine gebeurtenisjes als eerste die culmineren in, ja hoor. De Gewelddadige Climax. Verhaalfiguren die zo onbeschaamd clichématig zijn dat het welhaast typetjes zijn, nogal plat in ieder geval; ze functioneren duidelijk als (maatschappelijke) archetypen en deze functionaliteit heeft Shriver klaarblijkelijk boven literaire zeggingskracht (of, zo u daar belang aan hecht, zoiets als “geloofwaardigheid”) gesteld.

Gooi het erin, en het mengsel zou ondrinkbaar moeten zijn.

(meng de zeedruif met de wijn. en geef de dichter ook wat. geef de dichter wat, geef de dichter wat)

Zou moeten. Maar is niet.

Nee, ondanks dat het boek minimaal op vijf-nul achterstand begint (ofzo, ik tel de punten nooit), heb ik het min of meer in één ruk uit gelezen (feitelijk moet het een ruk of zes geweest zijn, maar dat klinkt minder goed).

Hoe zit dat dan?, vraagt een mens zich af.

(het besprekerken zit, verslagen, met een boek op schoot, en het einde, oja het einde, weeral helemaal niks, maar dat komt nog, dat komt nog, hij zit daar, de laatste tonen van Der weg der toten sterven weg, hij heeft gelezen, hij heeft gezeten, hij was weeral geen parelduiker, hij wil Dregke niet weer teleurstellen, hij wil niet opnieuw een broer moordenaar, moet hij spreken, moet hij zwijgen, hij zit, hij is een klein en armzalig besprekerken, dus hij zal spreken, het zit immers al in het woord)

Hoe zit dat met boeken als dit. Boeken die zich bijna aan je opdringen. Boeken die je geboeid houden ondanks dat je al hun truukjes doorziet. Oja want dat gooide Shriver ook nog in het mengsel: een beetje sex (niet teveel uiteraard), een beetje liefde, wat intriges, een hollywoodiaanse spanningsopbouw; dit boek leest als een thriller (nog een genre dat doorgaans mijn aandacht hoegenaamd niet heeft).

Je wil er niet over nadenken.

Je wil erover nadenken.

Je denkt – één meesterzet van Shriver is alvast om het verhaal vanuit Nico te vertellen.

Wie is –

Nico?, u vraagt.

Misschien is dit het moment waarop ik wat meer informatie moet gaan geven. Goed. Gloria Bonaventura is een gescheiden moeder van drie volwassen kinderen: Palermo, Vanessa en Nico. De twee zussen Palermo en Vanessa zijn het huis al uit, hebben zoiets gedaan als een glansrijk eigen leven opbouwen. Daar valt misschien nog wel wat op af te dingen: Palermo was hard op weg een wereldberoemd turnster te worden tot een auto-ongeluk die droom definitief aan diggelen sloeg; nu verricht ze administratieve werkzaamheden in het niet overdreven succesvolle bouwbedrijfje van haar man en Vanessa heeft zo’n groot hart dat ze het nooit heel veel verder zal schoppen dan de kinderopvang waar ze werkzaam is – ze mist de zelfzuchtige component die nodig is om “de maatschappelijke ladder” tot de bovenste sport te bestijgen (ja sorry ik wist even geen andere woorden hiervoor). Nico, echter, woont nog bij zijn moeder in de ooit (in gelukkiger tijden, toen de ouders nog samen waren) goedkoop aangeschafte maar door vader geheel vertimmerde villa in hartje New York – een huis dat inmiddels miljoenen waard is. Hij heeft een studie gedaan die hem niet begeesterde: vlak voor hij zijn diploma behaalde wist hij het al: hij wil geen ingenieur worden (dan is u nog ver gekomen, Nico, ik dacht in het eerste halve jaar van mijn studie al Hier Wil Ik Nooit Iets Mee Gaan Doen, en toch, hangend, wurgend, in bijna twee keer de tijd die ervoor stond, naar het diploma toe, ik wilde mijn vader de schande besparen van een ongediplomeerde stamhouder); werkloos slijt hij zijn dagen als zelfbenoemd observator die de uiterste graad van neutraliteit wil bereiken. Daar zal hij het gezien de verdere ontwikkelingen nog moeilijk mee krijgen. Maar dat komt straks. Want neutraal is hij sowieso al niet, Nico is, ehm, nogal, sja, rechts.

Ja, rechts.

En we zitten de hele tijd in zijn hoofd, zijn rechtse hoofd, en dus kun je je verheugen op vermakelijke en niet zelden zeer rake tirades.

Als.

“De coronalockdowns waren al stom genoeg geweest, ze hadden kleine winkels en restaurants de kop gekost en de straten ontsierd met multiplex en met hangsloten afgesloten rolluiken. Maar boven op al die economische zelfbeschadiging was de stad waar hij geboren was in anderhalf jaar veranderd in een onbekende derdewereldhel.”

Of.

“Veel van de tegen het hotel leunende buitenlanders droegen mondkapjes, hoewel ze in de buitenlucht stonden en de mondkapjesplicht in New York zelfs voor openbare binnenruimtes al ruim anderhalf jaar niet meer gold. Waren de bijgelovige voorbehoedmiddelen een teken van oprechte angst voor ziekte, oprechte bezorgdheid over de verspreiding ervan, verwarring over de huidige voorschriften van het ministerie, of een kruiperig verlangen om te behagen?”

Of.

“Maart was ongewoon warm voor de tijd van het jaar, en daarin zagen onbekenden die bij de plaatselijke pinautomaat stonden te wachten aanleiding om te mopperen over de ‘klimaatcrisis’, aangezien je in de progressieve wereldvisie nu zelfs moedeloos kon worden van mooi weer.”

En meer zulks.

En het gaat er niet om of u dit ook vermakelijk vindt, of raak.

Nee.

Daar gaat het niet om.

Want ik varieer op woorden van Ilja Leonard Pfeiffer (en ja dat is een lul van jewelste ja, dat weet ik ook wel)(maar maakt dat uit?)(lullen snijden soms ook wel hout): “Literatuur moet gevaarlijk zijn of het is geen literatuur.”

En dus is dit Gelukszoekers al meer literatuur dan elke recente of minder recente deugroman. Als literatuur ergens om gaat, dan is het om grenzen op zoeken. Om durven zeggen wat elders niet gezegd kan of mag worden. Om de vrijplaats. Waar alles kan, en alles mogelijk is. Schrijvers, literatuurliefhebbers, academici, intellectuelen, kunstenaars, noem het, zij zijn vaak van linkse signatuur en wat je ter linkerzijde geacht wordt te denken en vooral ook geacht wordt verwerpelijk te vinden, is genoegzaam bekend. We weten wie de goedmensen zijn, we weten aan welke kant we moeten staan in welke oorlog dan ook, we weten waaruit solidariteit geacht wordt te bestaan. Hoe fijn is het daarom om eens al die dingen te lezen die je eigenlijk niet mag zeggen, niet mag denken, niet mag vinden. En Shriver voert het naar mijn gevoelen niet eens ironiserend op – al valt daar misschien ook wel wat op af te dingen. Maar ook dat komt later.

Want eerst.

Ja, waar was ik ookalweer. Oja. Gloria Bonaventura dus. Een activiste. Op een wat verbeten, en niet geheel oprecht overkomende manier. Als al die activisten zijn misschien. Het is niet bijzonder ver gezocht te denken dat Gloria’s activisme een reactie is op het rechtse denken van haar man; zoals de boodschap van de gemiddelde a12-bezetter eerst en vooral is Wij Zijn Beter Dan Zij. En dus neigt haar goedheidssyndroom soms tot in het bizarre (wil je daar iets mee zeggen, Shriver?). Als de burgemeester van New York zijn stadgenoten er op een dag toe oproept om een vluchteling in huis te nemen, aarzelt Gloria dan ook geen seconde. Zussen Vanessa en Palermo steunen hun moeder hier van harte in. Eerstgenoemde is misschien de enige in deze roman die vanuit haar ziel lijkt te spreken. Zij heeft de hele wereld lief, ze wil iedereen redden, ze ziet alleen maar het goede in elke mens. Je kunt van haar als lezer ook geen typetje maken, al lijkt ze ook nergens volledig van vlees en bloed te worden: iemand die zo lief is, heeft niet geleefd. Palermo daarentegen lijkt eerder het NIMBY-type. Iemand die het uit principe goedkeurt om minderheden bij te staan, en dat in dit geval ook makkelijk kan: ze woont niet meer thuis en ondervindt dan ook niet de nadelen van Gloria’s keuze. Niet op de manier van Nico.

Hij is al enige fel tegen het besluit van zijn moeder. Eerst en vooral omdat de vluchteling zijn ruimte in gaat nemen. Hij woont al een tijdje in het souterrain van hun New Yorkse miljoenenpand en moet daar nu uit – terug in zijn oude kinder-/jongenskamer omdat het souterrain vanaf heden het terrein is van de Hondurese Martine.

Die in alles wordt gekenschetst als het stereotype van de Midden-Amerikaanse vrouw. Vanaf dag één laat ze zich zien als vrolijk, extravert, gedienstig, warmbloedig, temperamentvol, sexy – al gelooft Nico van ganser harte dat ze vooral uit berekening in deze rol kruipt. Gloria, Vanessa en Palermo zijn weg van haar. Nico heeft zijn bedenkingen. Bedenkingen die niet minder worden als op enig moment Domingo opduikt. Zogezegd Martines broer, al hebben die twee voor broer en zus wel een aardig intieme verhouding. Domingo is in alles Martines tegendeel. Hij is een lompe, zwijgzame, sexistische, arrogante profiteur. Hij meent recht te hebben op alles wat de Bonaventura’s te bieden hebben. En hij gaat ook niet meer weg uit hun huis.

In het kielzog van “broer” Domingo komt Alonso, een “zakenpartner” van Domingo. Omdat hij spraakzamer en socialer is dan Domingo, en ruimbaan geeft aan een zeker cynisme mag Nico hem in eerste instantie wel – zeer in tegenstelling tot zijn moeder voor wie Alonso niet goed aansluit op haar zelfverkozen wokeïaanse aard. Enige hekken geraken echter pas echt van evenzovele dammen wanneer een verrassingsfeestje voor Gloria’s 63ste verjaardag ontaard in een Midden-Amerikaanse fiesta. Martine had Nico en zijn zussen op het hart gedrukt om Gloria zo lang mogelijk buitenshuis te houden opdat zij alle voorbereidingen voor het feest zou kunnen treffen maar wanneer de vier dan eindelijk thuis komen, treffen ze het huis aan in een complete ravage. Er weerklinkt slechts de vreselijke Punta-muziek die Nico juist verboden had, er wordt gedronken, geschreeuwd, vernield, gelachen en gedanst – maar niet door de genodigde vrienden van Gloria. Die staan angstig in een hoekje te kijken naar een stel gewelddadige, van kop tot teen getatoeëerde, volslagen ongemanierde Midden-Amerikanen die vanuit het niets opgedoken zijn. En ook zij weigeren het huis te verlaten. Sterker nog: wanneer Gloria na een paar dagen met deze overduidelijk criminele elementen geleefd te hebben (Nico en zijn moeder samengedromd in een verre kamer op het eerste verdiep terwijl de nieuwaangekomenen de rest van het huis hebben overgenomen, inklusief moeders auto, creditkaart en keuken, alsmede Nico’s laptop) er eindelijk toe bereid is de politie in te schakelen, blijkt dat het recht hier niets kan uitrichten. De mannen hebben zich immer niet wederrechtelijk toegang verschaft tot het huis. Op de dag dat de politie komt, zitten ze in hun beste pak en met een boek in hun hand aan de keukentafel. En Alonso heeft vervalste huurovereenkomsten voor ze geregeld. Ze weten niet waar Gloria het over heeft, ze zijn doodeerlijke huurders, ze hebben geen kwaad in de zin, ze veroorzaken geen overlast.

Het is niet moeilijk maatschappelijke parallellen te trekken. En daar wordt het zelfs mij een beetje suspect. Het huis van de Bonaventura’s als het land, om het even welk land, dat “overgenomen” wordt door “nieuwkomers”, om het even van welke signatuur. De politie in de rol van een te zwak rechtssysteem dat als het ware misbruik uitnodigt. Palermo als gemakzuchtige NIMBY, en Gloria als verblinde deuger die zo graag goed wil doen dan ze niet eens kan inzien welke kwalijke gevolgen haar goedwillendheid eventueel zou kunnen hebben. De Midden-Amerikanen, vol minachting en kwade intenties. Zelfs Nico, als hoofdfiguur is net iets te voordehandliggend getekend: de werkeloze luiaard die vanaf de zijlijn commentaar heeft op alles wat hij in feite zelf is. Het is dan ook veelzeggend dat in één van de weinige rechtstreekste confrontaties tussen Martine en hem, hij eigenlijk de zwakste argumenten in handen heeft. “’[G]oede landen’ [zijn] [..] het cumulatieve gevolg [..] van jarenlange ijver, sociale samenwerking en innovatie, terwijl ‘slechte landen’ het resultaat [zijn] van tirannie, gebrek aan sociale orde en corruptie, en het vormgeven van een aantrekkelijke plek om te wonen [heeft] intergenerationeel gezien daarom bijzonder weinig te maken [..] met geluk. Dus probe[ren] Martine en haar soortgenoten munt te slaan uit de verworvenheden van een beschaving die niet door hun voorouders [is] opgebouwd; hun poging om een kortere afslag naar welvaart te nemen [is] in feite een vorm van bedrog, bietsen of diefstal.” Is dat niet een al te simplistisch zoethoudertje om niet tegen de status quo in opstand te hoeven komen? Zelfs als dit waar is (en dat staat nog te bezien, wat is immers de kip, wat is het ei; komen tirannie en corruptie niet veeleer voort uit ellende, zijn sommige landen door hun ligging, bodem, klimaat, gebrek aan vruchtbare omstandigheden niet bij voorbaat al in het nadeel?), dan kun je je altijd nog afvragen wat voor gevolgen dit dan op individueel niveau heeft. Moet je maar passief blijven liggen in het bedje dat voorgaande generaties voor jou gespreid hebben? Is elke poging om te kijken of het gras elders allicht een tintje groener kunnen zijn, almeteens een vorm van bietsen? Hoeveel aandeel heeft het individu in de corruptie dan wel de verworvenheden van de beschaving waarin zij toevallig ook maar geworpen zijn? Is dit in een bewuste poging van Shriver om Nico lulkoek in de schoenen te schuiven, met het oog op wat volgen gaat? Nico draagt immers ook bitter weinig bij aan de “verworvenheden” van zijn samenleving, niet die van zijn land (hij heeft immers geen baan), en ook niet die van het huis waarin hij woont (want hij voert geen klap uit). Het lijkt erop dat Shriver gaandeweg het boek steeds meer voor een veilig geen rechts en geen links kiest (maar “recht door zee”,  zoals dat ene mens ooit zei, hoe heet ze ookalweer).

Hoe zwabber het boek ook in politiek of literair opzicht is, het houdt de lezer in de ban. Met doorzichtige technieken misschien. Maar de lezer leest.

De lezer leest tot het eind.

Actie, actie, en dan drama. Jaja. We weten het wel.

En dan het eind. Het godvergeten slappe eind. Het teleurstellende eind. Ik bleef lezen en lezen en lezen en lezen, bijna vierhonderd pagina’s lang in een boek dat ik eigenlijk helemaal niet wilde lezen om tot zo een afzichtelijk, slap, nietszeggend einde te komen.

Want alle ellende met de Midden-Amerikanen en het vreselijke dat het alles tot het gevolg heeft, is niet genoeg. Gloria heeft ook nog een keuze gemaakt die Nico’s hele leven op zijn kop zet. Die echter, alle enen opgeteld, voor Nico toch een positief gevolg zal hebben.

Dat is dus dat einde.

Shriver sleept je door heel dat boek heen.
Met al die hollywoodiaanse truukjes. Dit boek leest als een thriller, of zei ik dat al. Je ziet het allemaal voor je. Met al die typische typetjes: Gloria als verbeten activiste, Palermo als de NIMBY, Nico als de rechtse bal die boos is op alles wat hij zelf in essentie is, de Midden-Amerikanen die getatoeëerd en wel overduidelijk als agressief, ongemanierd en mogelijkerwijs crimineel moeten verschijnen, Nico’s vader en zijn vrienden als pre-Trump elementen (dit werd in de Biden-era geschreven); je ziet het allemaal voor je, je ziet het allemaal zo duidelijk voor je, dit kon een veel ween, of een serie op netniks, je ziet het wel; en ze betrekt jou, de lezer erbij, misschien voel je even wat de verhaalfiguren voelen, en dan komt dat slappe einde, dat laffe, gevaarloze einde, dat geen wit zoekt en geen zwart, zo’n laf compromisje inzet waarmee iedereen maar gelukkig moet zijn, wat in essentie zijn we allemaal gelukzoekers, jaja, dat is waar maar ik dacht toch ergens anders heen te gaan.

Niet om iets te lezen waar ik me in politiek opzicht achter zou kunnen scharen. Nee. Ik vind dat iedereen overal mag wonen, dat elk mens mag zoeken naar welk hoekje het dan ook is in deze wereld dat hem of haar het gelukkigst maakt. Martine zocht haar geluk en Nico vond het zijne. Het zal allemaal wel. Maar op het laatst staat hij daar en hij ziet de man die aanleiding heeft gegeven tot zijn moeders dood (oeps nou heb ik het verraden), hij ziet de vrouw die door een laatste opwelling van zijn moeder het huis heeft gekregen dat hij de langste tijd als het zijne heeft beschouwd en hij behoudt zijn flegma? Weinig geloofwaardig gezien het voorgaande, en een verrotte anticlimax voor de lezer bovendien.

Het doet mij afvragen voor wie dit boek is.

In politiek opzicht zal elke linksgeoriënteerde lezer zich alleen maar ergeren aan de beschouwingen van Nico, aan de iets te scherp gesneden archetypen als het om de Midden-Amerikaanse personages gaat, aan de tendentieuze toon die het grootste gedeelte van het boek uitmaakt. Wie wat rechtser van aard is en hoopt eindelijk eens wat te lezen dat meer in overeenstemming is met zijn eigen gedacht, zal zich verraden voelen door het slappe einde dat zonder gêne hengelt naar een middenpositie: geen vis, geen vlees, geen hier, geen daar, iedereen een beetje dit en een beetje dat, we zijn allemaal mensen, we zoeken allemaal naar iets, iedereen heeft wel iets waar een ander beter van kan worden, etcetera.

Wie het los van alles ziet, leest gewoon een spannend en meeslepend boek. Wat sex, wat humor, wat opwinding, wat ontroering. Voor mij een schuldig pleziertje. Voor heel veel andere mensen gewoon alles wat een boek nodig heeft.

Lionel Shriver Gelukszoekers

Gelukszoekers

  • Auteur: Lionel Shriver (Verenigde Staten)
  • Soort boek: Amerikaanse roman
  • Origineel: A Better Life (2026)
  • Nederlandse vertaling: Karina van Santen, Marian van der Ster
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 5 maart 2026
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99
  • Roman bestellen >

Flaptekst nieuwe Lionel Schriver roman

Scherpe satire over het thema migratie van de auteur van Waanzin.

Brooklyn, ca. 2022. Een welgestelde, gescheiden New Yorkse vrouw, moeder van drie volwassen kinderen, besluit om een vluchteling uit Honduras in huis te nemen. De lieve, behulpzame, bloedmooie Martine betrekt het souterrain en maakt zichzelf algauw onmisbaar. Maar de oudste zoon Nico, tevens de verteller (overigens een thuiswonende, werkloze twintiger met zijn eigen opvattingen over ‘de vluchtelingencrisis’), heeft zijn twijfels over Martines afkomst. Die alleen maar groter worden wanneer een vreemde, ietwat norse man bij Martine intrekt, gevolgd door nog een paar landgenoten. Het statige huis in de chique buurt wordt al snel te klein; moeder en zoon komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Een complicerende factor: Nico’s gevoelens voor Martine.

Lionel Shriver is geboren op 18 mei 1957 in Gastonia, North Carolina, Verenigde Staten. Ze schreef onder andere de internationale bestseller We moeten het over Kevin hebben, bekroond met de Orange Prize en in 2012 succesvol verfilmd. Eerder verschenen ook de romans De weg van de meeste weerstand, Tot de dood ons scheidt en de essaybundel Tegendraads. In 2024 verscheen de roman Waanzin.

Bijpassende boeken

Fik Meijer – Thalassa

Fik Meijer Thalassa recensie en informatie boek met historische bespiegelingen rond de Middellandse Zee. Op 27 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Prometheus het nieuwe boek van Fik Meijer, de Nederlandse classicus en historicus. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Fik Meijer Thalassa recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Thalassa, Historische bespiegelingen rond de Middellandse Zee, geschreven door Fik Meijer, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “In een helder, actueel en veelzijdig boek schetst Fik Meijer de geschiedenis van dit grootste eiland in de Middellandse Zee. Zijn grote kennis van de oudheid drukt een stempel op dit boek.” (NRC over De vele gezichten van Sicilië)

Recensie van de redactie

Samen met zijn vrouw had Fik Meijer bedacht om nog een lange reis te maken langs belandrijke oudheidkundige plekken rondom en in de Middellandse Zee die belangrijk waren in zijn carriere als historicus en in zijn leven. Maar een paar dagen voordat ze zouden vertrekken sloeg het noodlot toe. De vrouw van Fik Meijer kreeg een hersenbloeding die haar een paar dagen later fataal werd. Dat de reis niet doorging was dan ook niet meer dan logisch.

Echter na een jaar of wat stimuleerde zijn kinderen hem toch om alsnog de reis te gaan maken. Alhoewel Meijer zich realiseerde dat de reis niet hetzelfde als met zijn vrouw, liet hij zich uiteindelijk tocht overhalen. Hij maakte uiteindelijk een aantal reizen naar locaties in er rond de Middellandse Zee die voor hem persoonlijk belangrijk zijn en ook voor de geschiedenis van de beschavingen van de klassieke oudheid.

Deze reizen leverden een prachtig boek op. Niet alleen is Fik Meijer een begenadigd historische verteller, in dit boek is hij persoonlijker dan ooit. Hij haalt herinneringen op de ervaringen die hij opdeed tijdens zijn vele reizen die hij vanaf zijn twintigste maakte naar allerlei bijzondere plekken aan de Middellandse zee. Enigszins melancholisch stemmend, maar nergens sentimenteel vertelt hij over zijn eigen belevenissen. Dat hij dit bovendien weet te koppelen aan vele bijzondere historische wetenswaardigheden maakt het boek nog beter. En dan klinkt ook nog op een zeer fijne manier de liefde die hij had en heeft voor zijn overleden vrouw op subtiele wijze door.

Aangekondigd als zijn laatste boek, alhoewel hij daar inmiddels zelf gelukkig weer aan twijfelt, Thalassa, zonder twijfel het meest persoonlijke boek van een begenadigd schrijver en historicus en een fijn vakantieboek. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Fik Meijer Thalassa

Thalassa

Historische bespiegelingen rond de Middellandse Zee

  • Auteur: Fik Meijer (Nederland)
  • Soort boek: geschiedenisboek, reisverhalen
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 27 februari 2026
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst van het boek van Fik Meijer over de Middellandse Zee

Door de oude Grieken werd de oergodin Thalassa gezien als de personificatie van de Middellandse Zee. Tallozen zijn bezweken voor haar charmes. De liefde voor haar is een virus dat je nooit meer verlaat.

Al meer dan zestig jaar bestudeert Fik Meijer in, op en langs de Middellandse Zee de geschiedenis van de Grieken en Romeinen. In Thalassa neemt hij de lezer mee op zijn afscheidsreis langs dertig lieux de mémoire, in overgrote meerderheid plaatsen die tot nu toe redelijk onbekend zijn, maar die gezamenlijk wel het bijzondere verhaal over de zee vertellen. Ze variëren van Romeinse wrakken op de zeebodem, die in zijn jeugdige jaren grote indruk op hem maakten, tot plaatsen waar de mechanismen van de oude economie of politiek een gezicht krijgen of oorlogsschepen iets van hun geheimen prijsgeven. Ook probeert Meijer erachter te komen welke rol de zee speelde in het dagelijks leven. Zo toont Thalassa zich in vele gedaanten.

Fik Meijer is geboren op 12 augustus 1942 in Leiden. Hij is een van de bekendste classici en oudhistorici van Nederland, en de auteur van vele boeken over de Griekse en Romeinse oudheid zoals als Keizers sterven niet in bedGladiatorenJezus en de vijfde evangelistDe vele gezichten van Sicilië en Goede tijden, slechte tijden in de antieke wereld.

Bijpassende boeken

Bart Giepmans – Perron Europa

Bart Giepmans Perron Europa recensie, review en informatie boek met onvergetelijke treinreizen over het continent. Op 21 februari 2026 verschijnt bij uitgeverij Fjord het treinreisboek van Bart Giepmans met onvergetelijke treinreizen over het continent. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Bart Giepmans Perron Europa recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Perron Europa, Onvergetelijke treinreizen over het continent, geschreven door Bart Giepmans, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Het maken van lange reizen met de trein neemt gedurende de afgelopen jaren aanzienlijk in populariteit toe. Helemaal weg is de aandacht ervoor natuurlijk niet geweest maar de steeds maar lager wordende prijzen van vliegtickets en de prijzen van treinkaartjes die geen gelijke daling kenden, zorgden op zijn minst voor stagnatie en feitelijk ook wel in een afname.

Maar er is gelukkig weer een tegenovergesteld trend op gang gekomen. Prijzen voor vliegtickets nemen in rap tempo toe als gevolg van de toegenomen brandstofkosten in deze onstabiele wereld en de vervuiling die het vliegverkeer veroorzaakt. Bovendien is het internationale treinreizen door de komst van Interrail in de jaren zeventig van de vorige eeuw een aantal decennia zeer populair geweest. Kinderen van deze generatie interrailers hebben zonder twijfel wel eens enthousiaste verhalen gehoord van hun ouders over hun treinreizen en beginnen daardoor zelf benieuwd te raken.

De toenemende aandacht voor het internationale treinreizen kun je ook aflezen aan het aantal boeken over het onderwerp dat de laatste tijd verschijnt. Perron Europa is hiervan een mooi en inspirerend voorbeeld. Schrijver Bart Giepmans neemt de lezer mee op de boeiende treinreizen die je kunt maken in Europa. Van het uiterste noord van Noorwegen, tot aan het zuidelijkste deel van Spanje, sterker nog, hij neemt je mee tot over de Straat van Gibraltar naar Marokko en van Schotland en Engeland in het uiterste westen tot in het  oosten van Europa in Polen en Slowakije neemt hij je mee op de treinreizen die je kunt maken.

Misschien is het boek net iets te groot en zwaar om in de rugzak mee te nemen, maar het is met alle tips, achtergrondinformatie, en fraaie foto’s een ideaal boek om inspiratie op te doen voor jouw treinreis. En zelfs al ga je niet zelf op stap, Bart Giepmans’ ode aan slow travel in Europa een genot om in te lezen, bladeren en weg te dromen. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Bart Giepmans Perron Europa

Perron Europa

Onvergetelijke treinreizen over het continent

  • Auteur: Bart Giepmans (Nederland)
  • Soort boek: treinreisgids, treinreisverhalen
  • Uitgever: Uitgeverij Fjord
  • Verschijnt: 21 februari 2026
  • Omvang: 272 pagina’s
  • Afmetingen: 18 x 23,5 x 2,8 cm
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 30,00
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek over onvergetelijke treinreizen in Europa

Onderweg uitstappen waar je maar wilt, bijzondere mensen ontmoeten op stations en in restauratierijtuigen, het landschap zien veranderen: de reis is minstens zo belangrijk als de eindbestemming. Ga mee naar de poolcirkel in Lapland, dwars door de Alpen en de Pyreneeën, maak een prachtige railtrip naar Marrakech. Of boemel langs de Rivièra van Nice naar Pisa, ga naar de wildernis van Schotland en het onbekende Wales, of verken de Tatra’s in Slowakije. Elke treinreis, kort of lang, is een avontuur.

Naast verhalen en de eigen foto’s van de treinreizen die speciaal voor dit boek zijn gemaakt, vind je ook veel praktische informatie. Bart Giepmans reist al meer dan 25 jaar per spoor kriskras door Europa. Dit boek bevat zijn mooiste reizen van de afgelopen jaren.

Bart Giepmans is auteur, reisjournalist, fotograaf en fervent treinliefhebber. Hij kreeg op zijn 12e verjaardag van zijn vader een NS-jaarkaart cadeau om Nederland te ontdekken. Na vele reizen en zijn Erasmus-uitwisseling in het Franse Chambéry voelde hij zich meer Europeaan dan ooit. Zijn treincarrière begon als steward voor de Alpen Express van NS. Daarna volgden communicatiebanen bij NS, Deutsche Bahn en Eurail. In 2023 werd Bart uitgeroepen tot Reisjournalist van het Jaar.

Bijpassende boeken

Heather Fawcett – Agnes Auberts mystieke kattenopvang

Heather Fawcett Agnes Auberts mystieke kattenopvang recensie, review en informatie over de inhoud van de cozy fantasy. Op 17 februari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Zomer & Keuning de Nederlandse vertaling van Agnes Aubert’s Mystical Cat Shelter, de cozy fantasy, geschreven door Heather Fawcett. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Heather Fawcett Agnes Auberts mystieke kattenopvang recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Agnes Auberts mystieke kattenopvang, de cozy fantasy geschreven door Heather Fawcett, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Jolien Dalenberg

Agnes Aubert zet zich met hart en ziel in voor de straatkatten in haar omgeving. Ze vangt ze op en probeert een goed huisje voor ze te vinden. Als ze noodgedwongen haar opvang moet verlaten en een andere plek moet vinden, blijkt dat nog niet zo makkelijk. De meeste huurders zitten niet te wachten op katten in hun pand. Ze komt terecht in een pand waar de vorige huurders niet langer wilden blijven. Het lijkt iets te maken te hebben met de mysterieuze huisbaas. Een warrige, chaotische Magiër. Drie woorden die niet in Agnes woordenboek passen, punctueel en geordend als ze is. En hij staat ook nog een bekend als duister! Het liefst houdt ze hun werelden strikt gescheiden. Maar dat blijkt in de praktijk een stuk lastiger. Langzaam vraagt ze zich af of de Magiër wel zo slecht als iedereen zegt. En wordt ze tegen wil en dank meegezogen in zijn wereld.

Cosy Fantasy is een genre dat mág kabbelen. En dat doet Agnes Auberts mystieke kattenopvang volop. Heather Fawcett neemt de tijd om de wereld waarin het verhaal speelt, te schetsen, om de personages op te bouwen. Hoewel het kabbelen heerlijk kan zijn,  had het van mij toch hier en daar een tikje sneller gemogen.  Het voelt in het begin wat rommelig en chaotisch en hoewel er op papier een duidelijk doel is (de kattenopvang helpen overleven), voelde het ook alsof er een groter doel moest zijn, wat maar niet kwam.

Agnes is ook niet direct een personage waar ik voor viel. Ja, ze is geordend, heeft niets met magie en geeft het liefst alle zwerfkatten in de omgeving een tweede kans. Maar het voelde wat afstandelijk. Havelock, de Magiër was in het begin ook wat ongrijpbaar.

Maar beetje bij beetje komt het verhaal op gang. Havelock is grappig, onhandig, aandoenlijk. Bedekt met een laagje mysterie. Wat is hem overkomen? Waarom is hij zoals hij is? Waarom heeft hij de wereld drie jaar geleden bijna doen vergaan? En Agnes wordt interessanter naarmate er barstjes verschijnen in haar orde en regelmaat. Wanneer ze van haar gebaande paden afwijkt.

De katten in de opvang hebben hun eigen karakter: een norse, gewelddadige, grote kat met de naam Uwe Majesteit, de bijzondere Banshee, die zich als enige niets aantrekt van zijn agressieve gedrag,  de krijsende Ambulance die als een sloopkogel tekeer kan gaan. Zij geven het verhaal een flinke scheut “cosy” mee. Als je ook maar een beetje van katten houdt, zou je er waarschijnlijk wel een kijkje willen nemen.

Aan het einde wordt het tempo even flink opgevoerd, wat even schakelen is, maar zeker niet onaangenaam. Heather Fawcett heeft nog een mooie plottwist voor haar lezers om gedachten, waardoor het boek echt nog wat meer diepgang krijgt. Het is mooi om te volgen hoe Agnes meer lagen krijgt, het maakt haar interessanter.

Als je houdt van boeken die fors vertragen en waar veel tijd wordt genomen om een wereld neer te zetten, zit je met Agnes Auberts mystieke kattenopvang absoluut geramd! De katten hadden misschien voor het knusse gevoel nog wat meer op de voorgrond gemogen, maar zij brengen hoe dan ook een meerwaarde aan het boek. Al met al komt er uiteindelijk ook een beetje vaart en missie in het verhaal, wat het voor mij wel nodig had (en iets eerder had mogen beginnen).  Het is een boek dat je ook met weg kunt leggen, omdat er genoeg aantrekkingskracht en verwondering in zit. En dat maakt het toch lekker om te lezen! Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Heather Fawcett Agnes Auberts mystieke kattenopvang

Agnes Auberts mystieke kattenopvang

  • Auteur: Heather Fawcett (Canada)
  • Soort boek: cozy fantasy
  • Origineel: Agnes Aubert’s Mystical Cat Shelter (2026)
  • Nederlandse vertaling: Erika Venis
  • Uitgever: Zomer & Keuning
  • Verschijnt: 17 februari 2026
  • Omvang: 368 pagina’s
  • Afmetingen: 15 x 21,8 x 3,4 cm
  • Gewicht: 542 gram
  • Uitgave: gebonden boek / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 26,99 / € 12,99 / € 16,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Boek bestellen >

Flaptekst van Agnes Auberts mystieke kattenopvang

Agnes, de hoofdpersoon in ‘Agnes Auberts mystieke kattenopvang’ van Heather Fawcett, leidt een zorgvuldig georganiseerd leven als manager van een kattenopvang. Wanneer de opvang moet verhuizen, ontdekt ze dat haar verhuurder, de chaotische maar knappe magiër Havelock, haar stichting gebruikt als dekmantel voor zijn magiewinkel. Havelock belichaamt alles waar Agnes een hekel aan heeft: hij is chaotisch, haalt altijd kattenkwaad uit en is nét iets te vaak in voor een avontuur. Toch blijkt hij meer te zijn dan de duistere magiër uit de verhalen. Misschien verdienen niet alleen katten een tweede kans.

Agnes Auberts mystieke kattenopvang is een betoverend verhaal voor elke cozy fantasy- en kattenliefhebber.

Heather Fawcett is geboren en getogen in Vancouver, Canada. Voordat Heather schrijver werd, werkte ze onder meer als archeoloog, technisch schrijver en backstage-assistent voor een theatergezelschap. Heather heeft een master Engelse literatuur afgerond en overwoog kort om professor te worden, totdat ze zich realiseerde dat dat meer inhield dan boeken lezen, enorme hoeveelheden thee drinken en kleurrijke elleboogpatches dragen. Van haar zijn ‘Ember en de ijsdraken’, ‘Het eiland van verloren woorden’, ‘De school op de rand van Sageland’ en ‘Het jaar van Lente’ in het Nederlands verschenen.

Bijpassende boeken

Gertrud Jetten – De stoute pony

Gertrud Jetten De stoute pony recensie en informatie nieuw kinderboek voor lezers van 7+ jaar in de serie Manege De Zonnehoeve. Op 16 februari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Kluitman het nieuwe Manage De Zonnehoeve kinderboek van Gertrud Jetten met met tekeningen van Ina Hallemans. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Gertrud Jetten De stoute pony recensies

Als er de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De stoute pony, het nieuwe Manege De Zonnehoeve 7+ jaar kinderboek, geschreven door Gertrud Jetten, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Jolien Dalenberg

Al sinds ze een veulen is, woont Shetlander Beertje in de achtertuin van Hanna. Met alle goede bedoelingen heeft Hanna Beertje gekregen van haar ouders. Alleen… Niemand heeft echt verstand van hoe je goed voor een paard zorgt. En zo staat Beertje dus al jaren in haar uppie, krijgt onvoldoende en verkeerd eten en verveelt zich te pletter. Hierdoor is ze gefrustreerd, waardoor ze helemaal geen zin heeft om te luisteren als Hanna haar dingen vraagt. Het lijkt Hanna’s ouders het beste om Beertje te verkopen. Maar ja… Wie wil er nu zo’n onbesuisde, bozige pony kopen? Carolien van Manege de Zonnehoeve schiet te hulp. Beertje mag bij haar in training. Gaandeweg gaat Hanna steeds beter begrijpen waarom haar pony doet zoals ze doet. En wil ze niets liever dan haar fouten goed maken. Stiekem heeft ze ook nog een droom met Beertje, maar of dat gaat lukken? En moet Beertje dan nog steeds verkocht worden?

Manege de Zonnehoeve verhalen zijn altijd feestjes in boekvorm! Ook deze keer wordt het verhaal verteld vanuit het perspectief van het paard, waardoor je als lezer op een speelse manier de omgang met paarden vanuit een perspectief gaat bekijken. In dit verhaal wordt mooi weer gegeven dat mensen echt niet altijd bewust dingen onhandig doen, maar dat het desondanks wel een groot (ongewenst) effect kan hebben op het dier. Hanna’s ouders hebben hun dochter blij willen maken, maar zijn daarbij vergeten hun verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om de zorg voor Beertje. Carolien is zoals altijd de stem die er op een duidelijke, maar ook oplossingsgerichte manier iets van zegt.

Wat in dit verhaal leuk is, is dat Beertje (deels) wordt getraind met voer. In de paardenwereld ligt daar best nog een taboe op, maar door hoe het wordt beschreven, namelijk dat het op die manier interessant wordt voor Beertje om te gaan meewerken en meedenken, ga je als lezer zien dat het eigenlijk zo gek nog niet is. Persoonlijk had ik het fijn gevonden als er nog iets meer focus had gelegen op hóe je dan zorgt dat het paard in kwestie geen overenthousiaste piranha wordt. Zeker omdat Beertje overduidelijk honger heeft gehad in het verleden en je in mijn ervaring dan extra zorgvuldig moet zijn. Maar goed, het is en blijft een verhaal, geen studieboek.

Er wordt duidelijk gezocht naar manieren om Beertje geïnteresseerd te krijgen in samenwerken met mensen. Kriebels, speurwerkjes, haar nieuwsgierigheid prikkelen en zoeken naar iets waar ze goed in is. Wat zou het mooi zijn als dit de insteek is bij elk paard! Door hoe Gertrud Jetten dit brengt in het verhaal, stimuleert ze lezers om anders te kijken en dit ook te doen. Hanna en Beertje worden namelijk steeds meer een team. Iets wat ontzettend veel paardenmensen graag willen.

Het is ontzettend knap hoe ook De stoute pony weer een boek is dat zowel leerzaam als ontzettend leuk is! Beertje is innemend en grappig, Hanna is superstoer en de sfeer op Manege de Zonnehoeve is veilig en gezellig. Waren alle maneges in Nederland maar zo! De stoute pony is  een absolute aanrader voor iedereen die paarden leuk vindt. Jong én oud.  Net beginnend, maar ook als je al “veertig jaar in de paarden zit”. Je zou wordt enorm vermaakt en zou er zomaar nog eens wat van kunnen opsteken! Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Gertrud Jetten De stoute pony

De stoute pony

  • Auteur: Gertrud Jetten (Nederland)
  • Illustraties: Ina Halleman
  • Soort boek: kinderboek (7+ jaar), paardenboek
  • Uitgever: Kluitman
  • Verschijnt: 16 februari 2026
  • Omvang: 96 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 12,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst van het nieuwe Manege De Zonnehoeve boek van Gertrud Jetten

Een nieuw deel in de geliefde serie Manege de Zonnehoeve.

Beertje staat al sinds ze een veulen is alleen in de achtertuin. Haar baasje Hanna heeft geen idee hoe ze met pony’s moet omgaan. Beertje verveelt zich rot en weigert naar Hanna te luisteren.

De ouders van Hanna dreigen de brutale shetlander te verkopen. Op een dag verhuist Beertje naar Manege De Zonnehoeve waar zij en Hanna worden geholpen.

Hanna droomt ervan om met Beertje te mennen, maar gaat dat ooit lukken? En mag Beertje blijven als ze zich beter gaat gedragen?

Gertrud Jetten is geboren op 21 juli 1963. Ze is een van de meest succesvolle paardenboekenschrijvers van Nederland, vooral bekend van haar populaire ponyseries Manege de Zonnehoeve en Droompaarden, en haar hilarische ‘Help’-boeken. Daarnaast is ze de vertaler van de magische Soul Riders-serie en schreef ze diverse AVI-boeken. Voordat ze kinderboeken schreef, was ze 25 jaar uitgever en redacteur van vakboeken over paarden. Gertrud heeft een dartmoorpony die Alwin heet.

Bijpassende boeken

Liddie Austin – Eigenzinnige vrouwen in de kunsten

Liddie Austin Eigenzinnige vrouwen in de kunsten recensie, review en informatie boek over inspirerende vrouwenlevens. Op 13 februari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Orlando het boek van Liddie Austin, de in de Verenigde Staten geboren journalist. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Liddie Austin Eigenzinnige vrouwen in de kunsten recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Eigenzinnige vrouwen in de kunsten, inspirerende vrouwenlevens, het boek van Liddie Austin, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Monique van der Hoevens

Een superinspirerend en verrassend boekje is Eigenzinnige vrouwen in de kunsten geschreven door Liddie Austin en uitgegeven door Uitgeverij Orlando geworden. Het is een bundeling van artikelen die ze jarenlang schreef voor Flow Magazine over de levens van vrouwelijke kunstenaars, schilders, modeontwerpers, fotografen.

Jarenlang kenden we alleen de grote mannelijke kunstenaars en leek het alsof de vrouwelijke tegenhanger gewoon niet bestond. Dat blijkt gelukkig helemaal niet zo te zijn. Vrouwelijke kunstenaars zijn jarenlang bewust uit de picture gehouden. Daar komt de afgelopen jaren gelukkig verandering in. Nu lijkt het alsof vrouwelijke kunstenaars ineens overal ontdekt worden. Ze waren er aldoor al, alleen wordt er nu eindelijk, verdiend, aandacht aan gegeven.

En dat doet Liddie Austin op een heel inspirerende manier. Eigenzinnige vrouwen in de kunsten bevat korte verhalen over de levens van 23 kunstenaressen. Vrouwen die in alle tijden eigenlijk op z’n minst één ding gemeen hebben: ze zijn eigenzinnig, rebels en vastberaden om hun kunst uit te oefenen. En dat heeft een flinke impact op hoe ze hun leven in richten èn op hoe er tegen ze aan gekeken wordt.

Het boek is vlot geschreven, een waardevolle, toegankelijke Her-Story aanvulling op de vele His-Story verhalen die we kennen. Ze licht mooi uit dat er aldoor al succesvolle vrouwelijke kunstenaars bestonden. Het spreekt me aan dat ze dat vanuit een vrouwelijk perspectief doet: ze laat zien wat er voor nodig was in het dagelijks leven van deze vrouwen om die kunst te kunnen beoefenen, zoals de worsteling met verschillende identiteiten (kunstenaar, moeder, dochter, echtgenote, etc.).

Ze besteed naast aandacht aan inmiddels bekendere namen in de kunstwereld (Peggy Guggenheim, Berthe Morrisot, Georgia O’Keeffe en Frida Kahlo) ook aandacht aan nog vrij onbekende namen, zoals Eileen Gray en Alice Neel). Ook is er ruimte voor vrouwen die in de His-Story vooral bekend werden als “muze van”, maar veel meer waren dan dat, zoals bijvoorbeeld Francoise Gilot.

Het enige wat ik nog graag had gezien – en ik snap dat dat niet haalbaar was in een editie als deze: een paar foto’s van en van werk van deze dames – juist omdat ze vaak nog minder bekend zijn bij het grote publiek.

Los daarvan: een heel interessante en vlot lezend Her-Story werk! De moeite van het lezen zeker waard. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Liddie Austin Eigenzinnige vrouwen in de kunsten

Eigenzinnige vrouwen in de kunsten

Inspirerende vrouwenlevens

  • Auteur: Liddie Austin (Nederland)
  • Soort boek: kunstboek, femenistisch boek
  • Uitgever: Uitgeverij Orlando
  • Verschijnt: 13 februari 2026
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Afmetingen: 14 x 21,5 cm
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 16,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek van Liddie Austin over eigenzinnige vrouwen in de kunst

Verhalen over rebelse kunstenaressen als Yayoi Kusama, Georgia O’Keeffe, Niki de Saint Phalle en vele anderen.

Jarenlang hingen er in toonaangevende musea over de hele wereld slechts enkele schilderijen van vrouwen. Maar er is een ware revolutie gaande in de kunstwereld: er worden internationale tentoonstellingen gewijd aan vrouwelijke kunstenaars als Frida Kahlo, Niki de Saint Phalle en Berthe Morisot. Kunstboeken als The story of art without men laten zien hoeveel kunstenaressen over het hoofd zijn gezien of buiten musea zijn gehouden.

In dit boek verzamelde journaliste Liddie Austin de artikelen die ze de afgelopen jaren schreef voor Flow Magazine over de inspirerende levens van kunstenaressen en andere vrouwen in de kunsten. Met verhalen over kunstenaressen als Alice Neel, Lee Krasner, Paula Modersohn-Becker, Lee Miller en Frida Kahlo, die conventies de rug toekeerden en een leven vol moed en creativiteit leidden, en over eigenzinnige kunstverzamelaarsters als Peggy Guggenheim en Helene Kröller-Müller.

Liddie Austin is geboren in Amerika en woont vanaf haar zesde in Nederland. Na haar studie Slavische Talen en Algemene Literatuurwetenschap ging zij aan de slag als journaliste. Ze was redacteur van Libelle, Opzij en Red, en werkt als freelancer voor Flow, Zin, Happinez en FD Persoonlijk.

Bijpassende boeken

Carolijn Visser – Broers

Carolijn Visser Broers recensie en informatie boek over een familiegeschiedenis in naoorlogs Nederland. Op 10 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact het boek van Carolijn Visser, de Nederlandse schrijfster. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Carolijn Visser Broers recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Broers in naoorlogs Nederland, geschreven door Carolijn Visser, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “De liefde van Carolijn Vissers familiegeschiedenis zit in de ontroerende details.” (Aleid Truijens, de Volkskrant)
  • “In Broers, de familiegeschiedenis van Carolijn Visser, komt de vrijzinnigheid van haar vader en twee ooms naar voren. Ze beschrijft het als vanzelfsprekend, maar dat was het niet in het brave vaderland van de vorige eeuw.” (Jos Palm, de Groene Amsterdammer)

Recensie van de redactie

Voor haar nieuwe boek is Carolijn Visser, dicht bij huis gebleven. Deze keer heeft ze geen lange reis gemaakt of exotische personen opgezocht. In haar nieuwe boek Broers schetst ze het portret van haar vader Ar en zijn broers Martin en Carel. Maar dat is meer dan genoeg om een boeiend verhaal te vertellen wat niet vreemd is omdat de mannen alle drie hun sporen hebben nagelaten.

De mannen zijn kinderen van Arie de grootvader van Carolijn Vissser. Hij was als bouwondernemer en vermogend man en besloot samen met zijn vrouw Ottolina om de zoons  alle ruimte te geven om zicht te ontwikkelen en ontplooien in welke richting ze maar wilden. En nadat ze ternauwernood waren ontkomen aan de verplicht Arbeidseinsatz voor de nazi’s aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was dat precies wat ze deden en ze werden een autoriteit in hun vak.

Carolijn Visser gebruikt de levensverhalen van de drie broers om de werelden waarin ze zich bewogen op een levendige wijze te schetsen. En dat is boeiend omdat ze zich ophielden in progressieve kringen die een deel naoorlogse Nederland uit het conservatisme lieten ontsnappen. En juist in de verbinding tussen de familiegeschiedenis en de grote culturele en politieke veranderingen die Nederland doormaakte in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw schuilt de kracht van het boek. Boeiend, soms verrassend, en geschreven in de uitstekende stijl die Carolijn Visser kenmerkt. Het boek is een aanrader, gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Carolijn Visser Broers

Broers

in naoorlogs Nederland

  • Auteur: Carolijn Visser (Nederland)
  • Soort boek: familiegeschiedenis
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 10 februari 2026
  • Omvang: 280 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 24,99 / € 15,99 / € 19,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst van de familiegeschiedenis van Carolijn Visser

Meeslepende (familie)geschiedenis over kunst, idealen en de opbouw van Nederland. Een leraar, een meubelontwerper en kunstcollectioneur, en een beeldhouwer: drie broers kiezen elk een ander pad.

In januari 1945 ontsnappen twee broers aan deportatie naar Duitsland. Vanuit Amsterdam lopen ze dwars door besneeuwde weilanden terug naar Papendrecht, naar huis. De bevrijding is het begin van hun volwassen leven.

Broers is Carolijn Vissers kleurrijke familiegeschiedenis, waarin haar vader Ar en diens broers Martin en Carel elk een ander pad kiezen. Een leraar, een meubelontwerper en kunstcollectioneur, en een beeldhouwer – verbonden door een gedeelde geschiedenis, gevormd door hun tijd. In treffende details schetst Visser hoe kunstenaars en progressieve partijen, Provo, het feminisme, het behoudende Nederland na de oorlog opschudden en in beweging brengen. Broers: een kleine naoorlogse sociale en culturele geschiedenis van Nederland.

Carolijn Visser is geboren op 5 september 1956 in Leiden. Ze is grande dame van het literaire reisverhaal. Ze schreef veel over postcommunistische samenlevingen zoals China, Estland, Tibet en Vietnam, en familiegeschiedenissen die een groot publiek bereiken. In 2017 werd Selma. Ontsnapt aan Hitler, gevangene van Mao bekroond met de Libris Geschiedenis Prijs en in 2019 ontving ze een eredoctoraat van de Open Universiteit Heerlen.

Bijpassende boeken

Kurt Godfrey Stapelfeldt – All You Need Is Colour at Home

Kurt Godfrey Stapelfeldt All You Need Is Colour at Home review and information of the lifestyle book containing pictrures of interior photographer Helenio Barbetta. Lannoo will publish this new interior and lifestyle book, on February 10, 2026. Here you can read information about the content of the book, the author, photographer and the publication.

Kurt Godfrey Stapelfeldt All You Need Is Colour at Home reviews

Whenever a review of All You Need Is Colour at Home the book wri ttenKurt Godfrey Stapelfeldt and photographs by Helenio Barbetta, appears in the media, we’ll highlight it on this page.

Editorial review

Lannoo Publishers regularly releases beautiful, exquisitely produced books on home interiors. *All You Need Is Colour at Home* is an excellent example of this.

The book explores how color can make your interior unique and how to achieve the best results. To make the content clear and appealing to the reader, it is organized into three chapters: harmony, contrast, and emotion.

Each chapter features beautiful examples of interiors that illustrate how to achieve the best results and what this looks like in practice. Notably, the book does not limit itself to interiors in spectacular buildings; it also includes examples of how to create a stunning interior in a seemingly ordinary home by using color effectively. *All You Need Is Colour at Home* is a beautifully produced, richly illustrated book that offers plenty of inspiration for enhancing your own home. Rated ∗∗∗∗ (excellent).

Kurt Godfrey Stapelfeldt All You Need Is Colour at Home

All You Need Is Colour at Home

The power of colour in the interior

  • Author: Kurt Godfrey Stapelfeldt (South Africa)
  • Photo’s: Helenio Barbetta
  • Book type: lifestyle book, photo book
  • Publisher: Lanno
  • To be released: February 10, 2026
  • Length: 304 pages
  • Afmetingen: 22,8 x 28,9 cm
  • Format: hardback
  • Prize: € 45.00
  • Editorial appreciation: ∗∗∗∗ (excellent)
  • Buying options >

Blurb of the book by Kurt Godfrey Stapelfeldt on The power of colour in the interior

Color is one of the most powerful ways to add character to your interior. Whether it’s a color palette that exudes tranquility and harmony or aims for a powerful contrast, a colorful interior looks cheerful, inspiring, and welcoming.

Interior photographer Helenio Barbetta focuses on twenty homes that stand out for their thoughtful use of color. Author Kurt Godfrey Stapelfeldt explores how the interiors are shaped by their color palette and how the color choices reflect the personalities of the residents.

From floor-to-ceiling color to subtle accents, from deep classic blue to bright lemon yellow: All you need is color at home demonstrates the versatility of color in the home.

Kurt Godfrey Stapelfeldt was born and raised in South Africa. He is a journalist for Vogue Australia, Elle Decoration, and IDEAT, among others.

Helenio Barbetta is an Italian interior photographer. His work is published worldwide in international publications such as Vogue, Elle Decoration, The Telegraph, Architectural Digest, and IDEAT.

Matching books

Picture top: Helenio Barbetta – design Martin Holzapfel, Jürgen Eisenacher

Dean Bowen – Mascr

Dean Bowen Masc:r recensie, review en informatie over de inhoud van de dichtbundel. Op 10 februari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Pluim het boek met gedichten van .deanbowen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Dean Bowen Masc:r recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Masc:r, het boek met gedichten van Dean Bowen, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Dean Bowen Masc:r recensie van Tim Donker

wat is deze tijd. waarom dit vooruitgaan. waarom deze tijd. waar was ik in 2018, & ook:, waarom denk ik altijd dat het was het jaar dat mijn vader overleed en dat ik liep en dat ik ging doorheen het Eindhoven waar hij toen woonde, en lopen, en gaan, om een boek te kopen bij zijn vaste boekhandel maar dat kan het niet geweest zijn want hij overleed in 2015 dus het moet een elders geweest zijn, een elders ergens anders, een boekhandel en we waren een weekendje weg misschien, een weekje zou ook nog kunnen, in een hoek van Nederland, of misschien een andere hoek, stond ik, in een of andere boekhandel, zeer waarschijnlijk samen met mijn kinderen & hoe oud waren die toen, vijf en drie, kunnen niet ouder geweest zijn dan dat en we stonden in een boekhandel in deze hoek van Nederland of in een andere, altijd gingen ze mee met mij als ik een boekhandel zag en erin wou, in die andere hoek van Nederland of in deze, en ik zag, toen, in dat 2018 geheten jaar ja viel mijn oog op: _ . het viel. het was. Bokman en de dichter heette. de dichter was. Dean Bowen. en het sprak. en het zei. dingen over het afwerpen van het poreuze instrument of wist jij veel je las maar half je had één oog op je kinderen die daar rond liepen en die terugkwamen met dingen. dingen waarvan je niet eens wist dat een boekhandel die verkocht. dingen als. wel. wist jij veel. poppetjes. stickervellen. potloden. dingen. en dingetjes. het was wat je kocht die keer poppetjes stickervellen potloden dingen dingetjes en bokman.

en ik weet niet. of ik las ook. in 2018. of later misschien. menig een maand toch. heb ik gedaan over. Bokman. het was denk ik. hoe hermeties het was. er is een hermetisme (noem je dat zo?) waarvan ik hou, het is het hermetisme dat de lezer terugwerpt op de taal, die taal tot zingen brengt, er is niets dan de woorden, het zijn de woorden konkreet het is de poëzie konkreet, het verwijst alleen maar terug naar zichzelf en het is dat golven op woorden het is dat drijven op taal waar ik zo van hou want je hoeft het niet te zoeken buiten de direkte woorden of buiten de onmiddellijke taal je hoeft alleen dat drijven maar je hoeft alleen dat dobberen maar je hoeft alleen maar de muzikaliteit en dit dansen is het enige dat je nog moet. en er is een hermetiek (noem je dat zó?) waar ik minder van hou & dat is de hermetiek die pretenties heeft meer te zijn dan het in zijn naakte zijn is; de woorden spellen een kode die de lezer kraken kan als hij net zo intelligent is als de dichter, dat heet, als hij zich -ooit- laafde aan dezelfde bronnen en in zijn hoofd dezelfde mythologie dezelfde filosofie dezelfde klassieke literatuur dezelfde bijbel stromen weet. in Bokman leken beide hermetismen te stromen en ik wist niet, ik las nu weer wel en dan weer niet, de bundel werd een zwerfboek dat steeds op andere plekken in mijn huis weer opdook, op het eind, we waren al maanden later, vond ik het niet slecht en niet geweldig, er was een bodem die Bowen opeiste en die bodem kreeg hij het was een plank in mijn poëzielkast.

en steeds het vooruitgaan. waarom het vooruitgaan. hoe kan het inmiddels weeral acht jaar later zijn die zich helemaal niet hebben voorgedaan als acht jaren maar als een week of okee als een maand of zeg ik langer misschien. een andere bundel van Dean Bowen bereikt mij & ditmaal is het via de recenseertafel. Masc:r. zo heet de bundel. en wederom. een vraag naar. een vraag naar geboren zijn, en dan. uit gelaagde opmaak is hij geboren, zo stelde hij in Bokman en in Masc:r gaat dat verder over de jongen die geboren is zonder gezicht, onder de nimmerzon of in de immernacht.

wat het zeggen wil deze mens te zijn dit ras te zijn deze sexe te zijn.

het zoeken.

Bowen zoekt en de lezer zoekt mee.

doorheen, niet anders dan bij Bokman, verschillende taallagen.

want: meer nog dan in Bokman zingt een andere taal een partijtje mee. je zoekt de man die je hebt te zijn in al je moedertalen:

“you’re a man. sta op & be a man. sta op & make hard decisions & be a man. sta op & sacrifice & be  a man. sta op & make unpopular decisions & be a man. sta op & learn to be comfortable in your own skin & be a man. herhaal. & herhaal. sta op & if you aren’t comfortable being alone with yourself, take control & be a man. sta op & figure out how you become a man & then become one. sta op & be responsible for others & be a man. sta op & take accountability & be a man. herhaal & herhaal.”

die man zijn. die man te schrijven:

“schrijf de man uit de god uit de hemel die geschept uit de vraag wie wij meer als we kwijt uit het lijf dat gebukt in de zon in de greep van de man die ik schreef uit de god uit de hemel omdat wij zijn verscheurd in de bek van het beest dat verscheen in de het hart van de man die ik schrijf uit de god uit de hemel die gevolgd door het volk dat verdwaald in het licht van de zon dat te scherp voor het oog van de man die ik schreef uit de god uit de hemel die ik vond in het boek dat vertelt van de man uit de god uit de hemel […]”

de man
het menszijn
de taal

te zoeken in de boeken in het bloed in het land in de afkomst. deed Dean Bowen in Bokman en doet. Dean Bowen in Masc:r. maar meer nog dan in Bokman laat hij in Masc:r de taal buiten de oevers treden tot het aan andere talen raakt (of: andere talen overstromen doet). dat heet. met name. of nog. alleen nog. Engels. het Nederlands en het Engels, het duister en het licht, het hermetisme en de poëzie. en ik dacht (stond mezelf toe te denken) dat Masc:r de bundel is die Yves Coussement en Seth Abramson samen hadden geschreven als je ze met elkaar in een kamer had opgesloten. maar ik heb geen idee waar Yves Coussement is gebleven en of hij überhaupt nog schrijft en hee “professor” Abramson schrijft alleen nog maar non-fictie boeken over het grote gevaar dat Donald Trump vormt voor (de democratie in) Amerika, en voor de wereld, en voor het leven op  aarde in het algemeen. dus laat Dean Bowen maar. Masc:r schrijven helemaal in zijn eentje en overtalig zijn en over alle grenzen heen zingen en alle muzikaliteit inzetten in de inkt van deze bundel.

en ik dacht (stond mezelf toe te denken) hoe mooi het zou zijn om de taal in Masc:r tot een werkelijk zingen te brengen; hoe mooi zou het zijn om Dean Bowen op toernee te laten gaan met Het Beukorkest. maar ik heb geen idee hoe hard dat orkest nog beukt in deze tijden, ik vroeg het ooit aan Johnny Dowd en ook hij wist het niet (na een optreden schudde ik hand met Dowd en keek hem in de ogen, dat waren nu pas met recht eyes like black holes in the sky) maar misschien is de muziek van deze bijna zeventig pagina’s hier al mooi genoeg.

misschien moet je als lezer alleen maar meedrijven op de golven van het zingen.
misschien moet je als lezer alleen maar meegaan in de zoektocht naar wat het betekent.

mens te zijn onder de mensen
(man onder de mannen)
(en daartussen misschien iets wat je thuis zou kunnen noemen
(beschouw deze flat een realiteit waarmee je te maken hebt);
alle mensen:

“een vriend werd vader acht jaar na de geboorte van zijn kind. een vriend is manisch vandaag & vraagt alweer niet om hulp.”; “een vriend is alleen, de meeste dagen. een vriend is mishandeld door zijn moeder maar spreekt geen kwaad van de doden. een vriend bezwijkt elke dag onder het gewicht van zijn gezin. een vriend stierf alleen. een vriend zal nooit zijn vader herkennen. een vriend is verkracht & niemand gelooft hem. een vriend drinkt te veel & is de gangmaker op elk feest.”; “een vriend leest zelfhulpboeken & komt niet vooruit.”; “een vriend woont weer bij zijn moeder. een vriend is bang voor de dood. een vriend verraadde een vriendschap & weet dit nog steeds niet. een vriend versierde mijn lief.”  –

want leven en opgroeien en man worden en mens zijn is zulks: pijnlijk en stompzinnig en lachwekkend en schrijnend en moeilijk en zo vol van alles.

van alles dat je aantreft wanneer je geworpen wordt.

(geworpen zijnde)

en meer is dat in één taal uit te drukken valt. normalerwijze ben ik niet bijzonder dol op de manier waarop het Engels het Nederlands meer en meer overwoekert maar Bowen toont klip en klaar dat uit een huwelijk tussen deze twee talen ook een totaal nieuwe schoonheid te puren valt, met als mooiste zin misschien wel: “het was een hot girl summer & iedereen was bezig uniek hetzelfde te zijn but i’ve always liked a good girl.”; ja zo heerlijk gekruid heb ik de boventaligheid niet meer geproefd sedert Richard Nobbe schreef: “Ich will dit allemaal niet. I just want aandacht. I have no need to be joen Gott. Ik heb alleen honger.” –(en gesproken van god; hem aanroepende: wat een prachtbundel Waar iemand woont was, nietwaar?, misschien nog wel een slagje mojer dan Masc:r).

dit is een meerstemmige bundel
dit is een veellagige bundel
& misschien heb je aan twee ogen niet genoeg.

Maar zet je raam op een kier en fluister I remember that bundel. Want je zult. Voor minder of voor meer. Rememberen deze bundel.

Dean Bowen Mascr

Masc:r

  • Auteur: Dean Bowen (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poezie
  • Uitgever: Uitgeverij Pluim
  • Verschijnt: 6 februari 2026
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Afmetingen: 16,1 x 24 x 0,8 cm
  • Gewicht: 136 gram
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 12,99
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst van de dichtbundel van Dean Bowen

Dean Bowen laat vragen, manifesten en gebaren uit de online en offline wereld in dit boek spreken. De stemmen van voorouders, vaders, broeders, vrienden en de vrouwen om hen heen zijn een koor dat dwingend de vraag stelt: wat kan mannelijkheid zijn, en hoe pas je de stukjes van die totale versplintering weer in elkaar?

Dean Bowen debuteerde in 2018 met de bundel Bokman, die voor de C. Buddingh’-prijs werd genomineerd. In 2020 volgde Ik vond geen spoken in Achtmaal. Hij was twee jaar lang stadsdichter van Rotterdam, is program- mamaker, en er is geen podium in de Lage Landen waarop hij niet heeft gestaan.

Bijpassende boeken