Lionel Shriver Gelukszoekers recensie, review en informatie over de inhoud van de nieuwe Amerikaanse roman. Op 5 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de Nederlandse vertaling van A Better Life, geschreven door Lionel Shriver, de schrijfster uit de Verenigde Staten. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.
Lionel Shriver Gelukszoekers recensies en reviews
Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Gelukszoekers, de roman van Lionel Shriver, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
- “Een schrijver die ons aanzet tot meer nadenken, dieper graven en meer uitdagen – en die er ook nog eens voor zorgt dat het leuk is.” (Sunday Times)
Recensie van Tim Donker
Die van Nieuwkerk hoorde je er nog wel eens over. Het schuldige pleziertje. Dat gaat dan geloof ik voornamelijk over muziek. Iets waarover je je schuldig voelt omdat je er plezier aan beleeft. Denk aan een liedje dat je mooi vindt ondanks dat het gemaakt is door een artiest die je haat. Een album dat kippenvel over gans je huid zendt terwijl het thuis hoort in een genre dat je niet geacht wordt te waarderen in kringen van muzieksnobs. Mjoeziek die lage instincten aanspreekt, instincten die je overwonnen dacht te hebben. Dat heet dat een schuldig pleziertje. Je vindt het mooi, stiekem, er is plezier in mooi vinden, en daarover voel je je dan schuldig. Ik moet dit niet mooi vinden maar toch.
Als het om literatuur gaat, hoor je al minder over schuldige pleziertjes. Ja, Kees ’t Hart schreef een essayistische ode aan wat men met een denigrerende term wel “damesromannetjes” heet, maar hier moet meer over te zeggen zijn. Natuurlijk kan een literatuurliefhebber zich verliezen in iets wat door mensen die er weet van hebben niet tot literatuur gerekend wordt. Maar zijn er nog andere schuldige pleziertjes?
Misschien.
Een schrijver die je helemaal niks vindt, en dan dat ene boek toch.
Een liefdesgedicht dat veel te erg voor de hand ligt maar dat je desondanks niet zonder tranen in je ogen lezen kunt.
Iets dat meevaart op de zoveelste hype die je verafschuwt en niettemin las je het in één adem uit.
Zulke dingen.
Of.
Gelukszoekers.
Ja.
Dit boek vertegenwoordigt alles waar ik mij verre van wens te houden zover als literatuur gaat.
Die titel alleen al. Gelukszoekers. Iemand zoekt zijn geluk, en dat is de mens inmiddels pejoratief aan het gebruiken. Alsof het iets vreselijks is om te denken dat je in een ander land meer kansen hebt op een goed leven. Alsof het iets vreselijks is om gelukkig te willen zijn. Alsof er niet genoeg mensen zijn geweest die in Canada, Australië, Zuid-Frankrijk, Spanje of, hee Margaret Ann, Portugal (zonder geldig verblijfsrecht, nee?) dachten te vinden wat ze elders vruchteloos gezocht hebben. Alsof je altijd maar achter dat lijntje moet blijven dat anderen voor jou getrokken hebben.
En ook. Een boek met politieke basis, goed, dat kan nog net. Maar boeken over actuele thema’s? Ja. Sorry. Ik weet niet. Maar ik persoonlijk kan geen klimaatroman meer zien, en boeken met zo’n Trump-achtige president mogen van mij ook wel het raam uit. Van die schrijvers die ons, onwetenden, menen te waarschuwen dat we aan de vooravond van een ecologische catastrofe staan of dat er een machthebber is, hier of daar, die bezig is de hele wereld in het verderf te storten, ja, dank u, monneer of mevrouw schrijver, dat hadden we nog niet gezien, dank u om dit onder onze aandacht te brengen, nu weten wat ons te doen staat – in een hoekje kruipen en bang zijn.
Vraagt u het mij? Ik weet het niet, maar als zo dan zou ik u zeggen dat het lichtelijk suspect is om te schrijven over die dingen waar iedereen al de mond van vol heeft. Elk kaffeegesprek loopt ervan over, en bij de koffieautomaat op het werk praten ze over niks anders. Schrijf daarover een boek en het zal gelezen worden. Ja goed. Maar dat kunstje is me toch wat al te koud.
Dus ik hoef nie te lees nie een boek nie over asielzoekers nie.
En dan.
Gooi meer in het mengsel.
Gooi.
Een weinig bijzondere schrijfstijl. Een opbouw die traditioneel heten mag: gewoon ab ovo, heel gewoon, en gewoon lineair, heel gewoon, en dan ook nog, heel gewoon, kleine gebeurtenisjes als eerste die culmineren in, ja hoor. De Gewelddadige Climax. Verhaalfiguren die zo onbeschaamd clichématig zijn dat het welhaast typetjes zijn, nogal plat in ieder geval; ze functioneren duidelijk als (maatschappelijke) archetypen en deze functionaliteit heeft Shriver klaarblijkelijk boven literaire zeggingskracht (of, zo u daar belang aan hecht, zoiets als “geloofwaardigheid”) gesteld.
Gooi het erin, en het mengsel zou ondrinkbaar moeten zijn.
(meng de zeedruif met de wijn. en geef de dichter ook wat. geef de dichter wat, geef de dichter wat)
Zou moeten. Maar is niet.
Nee, ondanks dat het boek minimaal op vijf-nul achterstand begint (ofzo, ik tel de punten nooit), heb ik het min of meer in één ruk uit gelezen (feitelijk moet het een ruk of zes geweest zijn, maar dat klinkt minder goed).
Hoe zit dat dan?, vraagt een mens zich af.
(het besprekerken zit, verslagen, met een boek op schoot, en het einde, oja het einde, weeral helemaal niks, maar dat komt nog, dat komt nog, hij zit daar, de laatste tonen van Der weg der toten sterven weg, hij heeft gelezen, hij heeft gezeten, hij was weeral geen parelduiker, hij wil Dregke niet weer teleurstellen, hij wil niet opnieuw een broer moordenaar, moet hij spreken, moet hij zwijgen, hij zit, hij is een klein en armzalig besprekerken, dus hij zal spreken, het zit immers al in het woord)
Hoe zit dat met boeken als dit. Boeken die zich bijna aan je opdringen. Boeken die je geboeid houden ondanks dat je al hun truukjes doorziet. Oja want dat gooide Shriver ook nog in het mengsel: een beetje sex (niet teveel uiteraard), een beetje liefde, wat intriges, een hollywoodiaanse spanningsopbouw; dit boek leest als een thriller (nog een genre dat doorgaans mijn aandacht hoegenaamd niet heeft).
Je wil er niet over nadenken.
Je wil erover nadenken.
Je denkt – één meesterzet van Shriver is alvast om het verhaal vanuit Nico te vertellen.
Wie is –
Nico?, u vraagt.
Misschien is dit het moment waarop ik wat meer informatie moet gaan geven. Goed. Gloria Bonaventura is een gescheiden moeder van drie volwassen kinderen: Palermo, Vanessa en Nico. De twee zussen Palermo en Vanessa zijn het huis al uit, hebben zoiets gedaan als een glansrijk eigen leven opbouwen. Daar valt misschien nog wel wat op af te dingen: Palermo was hard op weg een wereldberoemd turnster te worden tot een auto-ongeluk die droom definitief aan diggelen sloeg; nu verricht ze administratieve werkzaamheden in het niet overdreven succesvolle bouwbedrijfje van haar man en Vanessa heeft zo’n groot hart dat ze het nooit heel veel verder zal schoppen dan de kinderopvang waar ze werkzaam is – ze mist de zelfzuchtige component die nodig is om “de maatschappelijke ladder” tot de bovenste sport te bestijgen (ja sorry ik wist even geen andere woorden hiervoor). Nico, echter, woont nog bij zijn moeder in de ooit (in gelukkiger tijden, toen de ouders nog samen waren) goedkoop aangeschafte maar door vader geheel vertimmerde villa in hartje New York – een huis dat inmiddels miljoenen waard is. Hij heeft een studie gedaan die hem niet begeesterde: vlak voor hij zijn diploma behaalde wist hij het al: hij wil geen ingenieur worden (dan is u nog ver gekomen, Nico, ik dacht in het eerste halve jaar van mijn studie al Hier Wil Ik Nooit Iets Mee Gaan Doen, en toch, hangend, wurgend, in bijna twee keer de tijd die ervoor stond, naar het diploma toe, ik wilde mijn vader de schande besparen van een ongediplomeerde stamhouder); werkloos slijt hij zijn dagen als zelfbenoemd observator die de uiterste graad van neutraliteit wil bereiken. Daar zal hij het gezien de verdere ontwikkelingen nog moeilijk mee krijgen. Maar dat komt straks. Want neutraal is hij sowieso al niet, Nico is, ehm, nogal, sja, rechts.
Ja, rechts.
En we zitten de hele tijd in zijn hoofd, zijn rechtse hoofd, en dus kun je je verheugen op vermakelijke en niet zelden zeer rake tirades.
Als.
“De coronalockdowns waren al stom genoeg geweest, ze hadden kleine winkels en restaurants de kop gekost en de straten ontsierd met multiplex en met hangsloten afgesloten rolluiken. Maar boven op al die economische zelfbeschadiging was de stad waar hij geboren was in anderhalf jaar veranderd in een onbekende derdewereldhel.”
Of.
“Veel van de tegen het hotel leunende buitenlanders droegen mondkapjes, hoewel ze in de buitenlucht stonden en de mondkapjesplicht in New York zelfs voor openbare binnenruimtes al ruim anderhalf jaar niet meer gold. Waren de bijgelovige voorbehoedmiddelen een teken van oprechte angst voor ziekte, oprechte bezorgdheid over de verspreiding ervan, verwarring over de huidige voorschriften van het ministerie, of een kruiperig verlangen om te behagen?”
Of.
“Maart was ongewoon warm voor de tijd van het jaar, en daarin zagen onbekenden die bij de plaatselijke pinautomaat stonden te wachten aanleiding om te mopperen over de ‘klimaatcrisis’, aangezien je in de progressieve wereldvisie nu zelfs moedeloos kon worden van mooi weer.”
En meer zulks.
En het gaat er niet om of u dit ook vermakelijk vindt, of raak.
Nee.
Daar gaat het niet om.
Want ik varieer op woorden van Ilja Leonard Pfeiffer (en ja dat is een lul van jewelste ja, dat weet ik ook wel)(maar maakt dat uit?)(lullen snijden soms ook wel hout): “Literatuur moet gevaarlijk zijn of het is geen literatuur.”
En dus is dit Gelukszoekers al meer literatuur dan elke recente of minder recente deugroman. Als literatuur ergens om gaat, dan is het om grenzen op zoeken. Om durven zeggen wat elders niet gezegd kan of mag worden. Om de vrijplaats. Waar alles kan, en alles mogelijk is. Schrijvers, literatuurliefhebbers, academici, intellectuelen, kunstenaars, noem het, zij zijn vaak van linkse signatuur en wat je ter linkerzijde geacht wordt te denken en vooral ook geacht wordt verwerpelijk te vinden, is genoegzaam bekend. We weten wie de goedmensen zijn, we weten aan welke kant we moeten staan in welke oorlog dan ook, we weten waaruit solidariteit geacht wordt te bestaan. Hoe fijn is het daarom om eens al die dingen te lezen die je eigenlijk niet mag zeggen, niet mag denken, niet mag vinden. En Shriver voert het naar mijn gevoelen niet eens ironiserend op – al valt daar misschien ook wel wat op af te dingen. Maar ook dat komt later.
Want eerst.
Ja, waar was ik ookalweer. Oja. Gloria Bonaventura dus. Een activiste. Op een wat verbeten, en niet geheel oprecht overkomende manier. Als al die activisten zijn misschien. Het is niet bijzonder ver gezocht te denken dat Gloria’s activisme een reactie is op het rechtse denken van haar man; zoals de boodschap van de gemiddelde a12-bezetter eerst en vooral is Wij Zijn Beter Dan Zij. En dus neigt haar goedheidssyndroom soms tot in het bizarre (wil je daar iets mee zeggen, Shriver?). Als de burgemeester van New York zijn stadgenoten er op een dag toe oproept om een vluchteling in huis te nemen, aarzelt Gloria dan ook geen seconde. Zussen Vanessa en Palermo steunen hun moeder hier van harte in. Eerstgenoemde is misschien de enige in deze roman die vanuit haar ziel lijkt te spreken. Zij heeft de hele wereld lief, ze wil iedereen redden, ze ziet alleen maar het goede in elke mens. Je kunt van haar als lezer ook geen typetje maken, al lijkt ze ook nergens volledig van vlees en bloed te worden: iemand die zo lief is, heeft niet geleefd. Palermo daarentegen lijkt eerder het NIMBY-type. Iemand die het uit principe goedkeurt om minderheden bij te staan, en dat in dit geval ook makkelijk kan: ze woont niet meer thuis en ondervindt dan ook niet de nadelen van Gloria’s keuze. Niet op de manier van Nico.
Hij is al enige fel tegen het besluit van zijn moeder. Eerst en vooral omdat de vluchteling zijn ruimte in gaat nemen. Hij woont al een tijdje in het souterrain van hun New Yorkse miljoenenpand en moet daar nu uit – terug in zijn oude kinder-/jongenskamer omdat het souterrain vanaf heden het terrein is van de Hondurese Martine.
Die in alles wordt gekenschetst als het stereotype van de Midden-Amerikaanse vrouw. Vanaf dag één laat ze zich zien als vrolijk, extravert, gedienstig, warmbloedig, temperamentvol, sexy – al gelooft Nico van ganser harte dat ze vooral uit berekening in deze rol kruipt. Gloria, Vanessa en Palermo zijn weg van haar. Nico heeft zijn bedenkingen. Bedenkingen die niet minder worden als op enig moment Domingo opduikt. Zogezegd Martines broer, al hebben die twee voor broer en zus wel een aardig intieme verhouding. Domingo is in alles Martines tegendeel. Hij is een lompe, zwijgzame, sexistische, arrogante profiteur. Hij meent recht te hebben op alles wat de Bonaventura’s te bieden hebben. En hij gaat ook niet meer weg uit hun huis.
In het kielzog van “broer” Domingo komt Alonso, een “zakenpartner” van Domingo. Omdat hij spraakzamer en socialer is dan Domingo, en ruimbaan geeft aan een zeker cynisme mag Nico hem in eerste instantie wel – zeer in tegenstelling tot zijn moeder voor wie Alonso niet goed aansluit op haar zelfverkozen wokeïaanse aard. Enige hekken geraken echter pas echt van evenzovele dammen wanneer een verrassingsfeestje voor Gloria’s 63ste verjaardag ontaard in een Midden-Amerikaanse fiesta. Martine had Nico en zijn zussen op het hart gedrukt om Gloria zo lang mogelijk buitenshuis te houden opdat zij alle voorbereidingen voor het feest zou kunnen treffen maar wanneer de vier dan eindelijk thuis komen, treffen ze het huis aan in een complete ravage. Er weerklinkt slechts de vreselijke Punta-muziek die Nico juist verboden had, er wordt gedronken, geschreeuwd, vernield, gelachen en gedanst – maar niet door de genodigde vrienden van Gloria. Die staan angstig in een hoekje te kijken naar een stel gewelddadige, van kop tot teen getatoeëerde, volslagen ongemanierde Midden-Amerikanen die vanuit het niets opgedoken zijn. En ook zij weigeren het huis te verlaten. Sterker nog: wanneer Gloria na een paar dagen met deze overduidelijk criminele elementen geleefd te hebben (Nico en zijn moeder samengedromd in een verre kamer op het eerste verdiep terwijl de nieuwaangekomenen de rest van het huis hebben overgenomen, inklusief moeders auto, creditkaart en keuken, alsmede Nico’s laptop) er eindelijk toe bereid is de politie in te schakelen, blijkt dat het recht hier niets kan uitrichten. De mannen hebben zich immer niet wederrechtelijk toegang verschaft tot het huis. Op de dag dat de politie komt, zitten ze in hun beste pak en met een boek in hun hand aan de keukentafel. En Alonso heeft vervalste huurovereenkomsten voor ze geregeld. Ze weten niet waar Gloria het over heeft, ze zijn doodeerlijke huurders, ze hebben geen kwaad in de zin, ze veroorzaken geen overlast.
Het is niet moeilijk maatschappelijke parallellen te trekken. En daar wordt het zelfs mij een beetje suspect. Het huis van de Bonaventura’s als het land, om het even welk land, dat “overgenomen” wordt door “nieuwkomers”, om het even van welke signatuur. De politie in de rol van een te zwak rechtssysteem dat als het ware misbruik uitnodigt. Palermo als gemakzuchtige NIMBY, en Gloria als verblinde deuger die zo graag goed wil doen dan ze niet eens kan inzien welke kwalijke gevolgen haar goedwillendheid eventueel zou kunnen hebben. De Midden-Amerikanen, vol minachting en kwade intenties. Zelfs Nico, als hoofdfiguur is net iets te voordehandliggend getekend: de werkeloze luiaard die vanaf de zijlijn commentaar heeft op alles wat hij in feite zelf is. Het is dan ook veelzeggend dat in één van de weinige rechtstreekste confrontaties tussen Martine en hem, hij eigenlijk de zwakste argumenten in handen heeft. “’[G]oede landen’ [zijn] [..] het cumulatieve gevolg [..] van jarenlange ijver, sociale samenwerking en innovatie, terwijl ‘slechte landen’ het resultaat [zijn] van tirannie, gebrek aan sociale orde en corruptie, en het vormgeven van een aantrekkelijke plek om te wonen [heeft] intergenerationeel gezien daarom bijzonder weinig te maken [..] met geluk. Dus probe[ren] Martine en haar soortgenoten munt te slaan uit de verworvenheden van een beschaving die niet door hun voorouders [is] opgebouwd; hun poging om een kortere afslag naar welvaart te nemen [is] in feite een vorm van bedrog, bietsen of diefstal.” Is dat niet een al te simplistisch zoethoudertje om niet tegen de status quo in opstand te hoeven komen? Zelfs als dit waar is (en dat staat nog te bezien, wat is immers de kip, wat is het ei; komen tirannie en corruptie niet veeleer voort uit ellende, zijn sommige landen door hun ligging, bodem, klimaat, gebrek aan vruchtbare omstandigheden niet bij voorbaat al in het nadeel?), dan kun je je altijd nog afvragen wat voor gevolgen dit dan op individueel niveau heeft. Moet je maar passief blijven liggen in het bedje dat voorgaande generaties voor jou gespreid hebben? Is elke poging om te kijken of het gras elders allicht een tintje groener kunnen zijn, almeteens een vorm van bietsen? Hoeveel aandeel heeft het individu in de corruptie dan wel de verworvenheden van de beschaving waarin zij toevallig ook maar geworpen zijn? Is dit in een bewuste poging van Shriver om Nico lulkoek in de schoenen te schuiven, met het oog op wat volgen gaat? Nico draagt immers ook bitter weinig bij aan de “verworvenheden” van zijn samenleving, niet die van zijn land (hij heeft immers geen baan), en ook niet die van het huis waarin hij woont (want hij voert geen klap uit). Het lijkt erop dat Shriver gaandeweg het boek steeds meer voor een veilig geen rechts en geen links kiest (maar “recht door zee”, zoals dat ene mens ooit zei, hoe heet ze ookalweer).
Hoe zwabber het boek ook in politiek of literair opzicht is, het houdt de lezer in de ban. Met doorzichtige technieken misschien. Maar de lezer leest.
De lezer leest tot het eind.
Actie, actie, en dan drama. Jaja. We weten het wel.
En dan het eind. Het godvergeten slappe eind. Het teleurstellende eind. Ik bleef lezen en lezen en lezen en lezen, bijna vierhonderd pagina’s lang in een boek dat ik eigenlijk helemaal niet wilde lezen om tot zo een afzichtelijk, slap, nietszeggend einde te komen.
Want alle ellende met de Midden-Amerikanen en het vreselijke dat het alles tot het gevolg heeft, is niet genoeg. Gloria heeft ook nog een keuze gemaakt die Nico’s hele leven op zijn kop zet. Die echter, alle enen opgeteld, voor Nico toch een positief gevolg zal hebben.
Dat is dus dat einde.
Shriver sleept je door heel dat boek heen.
Met al die hollywoodiaanse truukjes. Dit boek leest als een thriller, of zei ik dat al. Je ziet het allemaal voor je. Met al die typische typetjes: Gloria als verbeten activiste, Palermo als de NIMBY, Nico als de rechtse bal die boos is op alles wat hij zelf in essentie is, de Midden-Amerikanen die getatoeëerd en wel overduidelijk als agressief, ongemanierd en mogelijkerwijs crimineel moeten verschijnen, Nico’s vader en zijn vrienden als pre-Trump elementen (dit werd in de Biden-era geschreven); je ziet het allemaal voor je, je ziet het allemaal zo duidelijk voor je, dit kon een veel ween, of een serie op netniks, je ziet het wel; en ze betrekt jou, de lezer erbij, misschien voel je even wat de verhaalfiguren voelen, en dan komt dat slappe einde, dat laffe, gevaarloze einde, dat geen wit zoekt en geen zwart, zo’n laf compromisje inzet waarmee iedereen maar gelukkig moet zijn, wat in essentie zijn we allemaal gelukzoekers, jaja, dat is waar maar ik dacht toch ergens anders heen te gaan.
Niet om iets te lezen waar ik me in politiek opzicht achter zou kunnen scharen. Nee. Ik vind dat iedereen overal mag wonen, dat elk mens mag zoeken naar welk hoekje het dan ook is in deze wereld dat hem of haar het gelukkigst maakt. Martine zocht haar geluk en Nico vond het zijne. Het zal allemaal wel. Maar op het laatst staat hij daar en hij ziet de man die aanleiding heeft gegeven tot zijn moeders dood (oeps nou heb ik het verraden), hij ziet de vrouw die door een laatste opwelling van zijn moeder het huis heeft gekregen dat hij de langste tijd als het zijne heeft beschouwd en hij behoudt zijn flegma? Weinig geloofwaardig gezien het voorgaande, en een verrotte anticlimax voor de lezer bovendien.
Het doet mij afvragen voor wie dit boek is.
In politiek opzicht zal elke linksgeoriënteerde lezer zich alleen maar ergeren aan de beschouwingen van Nico, aan de iets te scherp gesneden archetypen als het om de Midden-Amerikaanse personages gaat, aan de tendentieuze toon die het grootste gedeelte van het boek uitmaakt. Wie wat rechtser van aard is en hoopt eindelijk eens wat te lezen dat meer in overeenstemming is met zijn eigen gedacht, zal zich verraden voelen door het slappe einde dat zonder gêne hengelt naar een middenpositie: geen vis, geen vlees, geen hier, geen daar, iedereen een beetje dit en een beetje dat, we zijn allemaal mensen, we zoeken allemaal naar iets, iedereen heeft wel iets waar een ander beter van kan worden, etcetera.
Wie het los van alles ziet, leest gewoon een spannend en meeslepend boek. Wat sex, wat humor, wat opwinding, wat ontroering. Voor mij een schuldig pleziertje. Voor heel veel andere mensen gewoon alles wat een boek nodig heeft.
Gelukszoekers
- Auteur: Lionel Shriver (Verenigde Staten)
- Soort boek: Amerikaanse roman
- Origineel: A Better Life (2026)
- Nederlandse vertaling: Karina van Santen, Marian van der Ster
- Uitgever: Atlas Contact
- Verschijnt: 5 maart 2026
- Omvang: 320 pagina’s
- Uitgave: paperback / ebook
- Prijs: € 24,99 / € 14,99
- Roman bestellen >
Flaptekst nieuwe Lionel Schriver roman
Scherpe satire over het thema migratie van de auteur van Waanzin.
Brooklyn, ca. 2022. Een welgestelde, gescheiden New Yorkse vrouw, moeder van drie volwassen kinderen, besluit om een vluchteling uit Honduras in huis te nemen. De lieve, behulpzame, bloedmooie Martine betrekt het souterrain en maakt zichzelf algauw onmisbaar. Maar de oudste zoon Nico, tevens de verteller (overigens een thuiswonende, werkloze twintiger met zijn eigen opvattingen over ‘de vluchtelingencrisis’), heeft zijn twijfels over Martines afkomst. Die alleen maar groter worden wanneer een vreemde, ietwat norse man bij Martine intrekt, gevolgd door nog een paar landgenoten. Het statige huis in de chique buurt wordt al snel te klein; moeder en zoon komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Een complicerende factor: Nico’s gevoelens voor Martine.
Lionel Shriver is geboren op 18 mei 1957 in Gastonia, North Carolina, Verenigde Staten. Ze schreef onder andere de internationale bestseller We moeten het over Kevin hebben, bekroond met de Orange Prize en in 2012 succesvol verfilmd. Eerder verschenen ook de romans De weg van de meeste weerstand, Tot de dood ons scheidt en de essaybundel Tegendraads. In 2024 verscheen de roman Waanzin.












