Tag archieven: Nederlandse roman

Ellen Heijmerikx – Broer, moordenaar

Ellen Heijmerikx Broer, moordenaar autobiografische roman, recensie en informatie over de inhoud. Op 9 januari 2023 verschijnt bij uitgeverij Nieuw Amsterdam de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster Ellen Heijmerikx.

Ellen Heijmerikx boeken en informatie

Ellen Heijmerikx is op 27 maart 1963 geboren in Beverwijk. Voordat ze schrijver werd, volgde ze lessen bij kreeg les van auteurs als Jan van Mersbergen en Ton Rozema. Haar debuutroman Blinde wereld verscheen in 2009, gevolgd door de roman Wij dansen niet in 2011. In 2015 werd haar derde roman En nooit was iets gelogen is in 2016 uitgegeven.

Veel van haar werk heeft een autobiografisch karakter alhoewel de romanvorm meestal door haar gekozen is. En dat is ook weer het geval met deze nieuwe roman die in januari 2024 zal worden uitgegeven.

Ellen Heijmerikx Broer, moordenaar recensie van Tim Donker

Het is dat ik niet goed weet hoe ik moet schoren met mijn voeten, anders zou ik zeggen dat het niet anders is dan schoorvoetend dat ik hier sta. Schoorvoetend om te spreken, en te zeggen. Te zeggen iets, te spreken over dit hier boek dat Broer, moordenaar heet en dat misschien zoiets als een schuldig pleziertje voor me was. Wat is een schuldig pleziertje?, u vraagt, en Een schuldig pleziertje is een pleziertje dat een mens misplaatst acht, ik zeg. We zijn allen kalvinisten, ommers. Plezier kan ons doen schrikken.

Omdat we onszelf niet het soort persoon achten plezier te beleven aan iets als dit. Omdat we vinden dat plezier hier niet in de haak is. Of omdat het plezier hier om allerlei redenen te schaamtevol aanvoelt om er rond voor uit te durven komen. En zeg nu zelf, plezier is in zichzelf al iets raars. Plezier is niet altijd plezierig hoor.

God, er was al van bij aanvang zoveel mis met dit boek. Dat omslag alleen al. Het is met afstand het lelijkste omslag dat ik in de afgelopen vijf jaar zag. Die getraliede schaduwen waarvan het knooppunt net op haar neus zit. Die ontevreden, verbitterde trek om haar mond. Het onderwerp net náást het midden, zo leer in je in de eerste les op de fotogravenvakschool. Het duister te duister, het licht te uitgekiend. Alles verbeeldend een bedacht soort realisme. Bovenin die titel, ja die titel, wat een rare titel is dat. Broer, moordenaar doet denken aan. Broer Konijn of Grote Broer of broer mongool maar dat laatste is iets van vroeger, iets van het gezin dat we waren maar het kwam van televisie en we waren in die tijd nog niet zo woke en dus waren we vrij want we gingen niet gebukt onder de tirannie van Goede Smaak.

Hoe moet ik zo’n titel duiden? Als introductie van de broerfiguur uit het boek? Is Broer, moordenaar kort voor “Dit is mijn broer, hij is een moordenaar!”? Is zijn moordenaarschap neven- of ondergeschikt aan zijn broerheid? Het blijft toch je broer he maar hij is wel een moordenaar. Hij is een moordenaar, maar ook mijn broer. Hij is mijn broer en bij een van de vele andere aspekten die hem kenmerkt, hoort ook het feit dat hij een paar moorden op zijn geweten heeft. Wie broer zegt zegt moordenaar.

En aan dit, mensen, liggen feiten ten grondslag.

Toen dacht ik aan mijn moeder. Want die hield daarvan. Ik weet nog hoe we samen op de bank zaten en video’s keken. Het was het begin van de jaren negentig, we waren net naar Eindhoven verhuisd en we keken de ene na de andere film op onze nagelnieuwe videorecorder. Er was een videotheek op loopafstand, dit was de grootstad, dit was het ware leven, we kwamen uit een piepklein dorp waar nooit wat te beleven viel, maar hier had je het divertissement voor het oprapen van zodra je één stap over de drempel zette. Videoavonden. De ene keer ging ik de banden halen, de andere keer zij. Degene die de banden ging halen, nam op de terugweg een versnapering mee. Meestal een zakje pistachenoten want daar waren we allebei dol op. De films die mijn moeder uitkoos zaten steevast vol drama. En altijd keek ze me tijdens de heftigste scene van opzij aan en zei dan: Dit is waargebeurd! En dan was het aan mij om Tsss te zeggen of Je houdt het niet voor de waarheid! of tistochgodsgeklaagd.

Ik zou Broer, moordenaar in de videorecorder kunnen steken – het zou me niks verbazen als er beeld verscheen. Vanaf de Midnight express-achtige openingsscene, ademt heel dit boek een hollywoodiaanse orkestratie. Een filmische montage; je ziet dit boek eerder dan je het leest. Terwijl het toch een aanklacht beoogt te zijn, zo is mijn gevoel erbij althans: als een Astrid Holleeder maakt Ellen Heijmerixk in haar Broer, moordenaar geheten Judas hoe verdorven de broer feitelijk is.

Ofnee. Dat laatste is een oneerlijke vergelijking. De Egbert uit dit boek is bij lange geen Willem. Maar hij heeft wel heel echt moorden gepleegd, en Ellen is zijn hele echte zus.

Het verleden dat ze delen is voorwaar niet pijnvrij. Ze groeiden op in een soort sekte, “de Broeders”. Het was er alles jolijt en halleluja en liefde voor God en voor elkaar en wie het niet wist kon het nog eens goed ingestampt krijgen. De ouders van Egbert en Ellen waren niet vies van stevige tuchtigingen. De lezer vangt daar slechts glimpen van op maar het is in ieder geval duidelijk dat er een bankschroef aan te pas kwam. Ja dan ben je niet langer bezig om naar beste eer en geweten, desnoods via krasse weg, eerzame mensen van je kinderen te maken (want wie zijn kinderen liefheeft, spaart de roede niet, hee?); dan ben je gewoon een sadistische eikel. Dat snap ik. Maar waarom blijft zoveel van dit verleden buiten het boek? Waarom krijgt de vader totaal geen gestalte (anders dan een -nogal groot- skelet in de kast), waarom wordt er niet iets dieper ingegaan op wie of wat deze “Broeders” waren, waarom krijgt de lezer niks te weten over andere broers en zussen van Egbert en Ellen? De moeder toont zich niet totaal onmenselijk. In “wel doen en niet omzien” is ze nog niet volleerd: ze wil haar kinderen overduidelijk niet zonder slag of stoot aan die liederlijke buitenwereld prijsgeven, al kiest ze uiteindelijk toch liever voor haar man en voor “de Broeders” dan voor haar kinderen, wat haar als moeder onmiddellijk diskwalificeert – ook daarin kan ik Ellen geen ongelijk geven.

Maar als lezer blijft er net iets teveel te raden over. Raden is goed, maakt een roman sterker, maar bij een (pseudo-?)autobiografisch gewrocht als dit moet ik raden naar dingen waarnaar ik niet raden wil maar die zonder invulling teveel witte plekken overlaten. Wat gebeurde Ellen en Egbert nadat ze “de Broeders” verlieten? Wie is die Douke, Egberts vrouw, en waarom is zij niet bij hem nu Egbert stervende is en hij kennelijk alleen zijn zus nog naar zich toe roepen kon om hem bij te staan? Wat is dat met dat huwelijk van hem, hoe is dat afgelopen en waarom? Welke “droom” die Douke kennelijk had, moet Egbert gaan waarmaken in Belize? Hoe zit het met dat partytentenbedrijfje dat hij had en de manier waarop hij zijn zakenpartner een loer heeft gedraaid? Waarom verlaten Santi en zijn ouders Egbert uiteindelijk en waarom moet Santi, de jongen die de langste tijd toch zo dol op Egbert leek te zijn, hem als laatste woorden zoiets gemeens toefluisteren? Waarom wordt dat allemaal aangestipt, maar niet nader uitgelegd?

Naar Belize, dus, is Egbert gegaan, in een poging zijn huwelijk te redden ofzoiets, mij moet je ook niet aankijken want ik weet er ook niets van. De poging is hoe dan ook niet geslaagd: nu gaat Egbert dood en zus Ellen is de enige stervensbegeleider die hij bedenken kon. Die het ook niet tot het eind toe volhouden kon; haar weerzin tegen broer Egbert en zijn kerfstok (en wat daarop is) wint het toch van haar zusterlijke liefde (en ook zijn er mensen die thuis op haar wachten maar die blijven in dit boek ook maar gezichten in de menigte). Doch omdat Ellen niet het allerganzelijkste achterste van haar tong laat zien, wordt die weerzin voor mij als lezer toch niet volledig invoelbaar. Er vonden gruwelijkheden plaats. Ja. Waar. Moorden. Verkrachting. Alles waar. Maar Egbert werd overvallen, daarbij meedogenloos mishandelt en voor dood achtergelaten. Alles met het kennelijke doel hem weg te jagen uit Belize. Dat Egbert eenmaal weer op de been er als een Charles Bronson voor kiest om wraak te nemen op zijn overvallers, zou niet mijn keuze zijn. Ik zou zonder de minste gene mijn staart tussen mijn benen nemen, en het eerste vliegtuig terug naar Nederland. Maar er is Egbert zoveel aan gelegen om Doukes droom waar te maken, wat die droom ook wezen mogen, dat hij zich als hard en onverzettelijk wenst te tonen. In een door-en-door criminele omgeving als Belize moeten ferme jongens stoere knapen daarvoor kennelijk tot het uiterste gaan, en tot het uiterste ging Egbert. Zijn daden zijn verwerpelijk, maar zijn gevoelens erachter zijn begrijpelijk. Ik zou die corrupte agent die de overval en mishandeling die Egbert komt rapporteren alleen maar met nog een paar extra bedreigingen kan beantwoorden óók het liefste onthoofd willen zien maar ik zou hem niet, zoals Egbert, werkelijk onthoofd willen zien. Dat de praktische bezwaren die tussen droom en werkelijkheid staan voor Egbert in zijn omgeving niet gelden maakt hem misschien hardvochtig; een psychopaat of een monster kan ik echter niet in hem zien: hij heeft zich voor zijn daden willen aangeven bij de politie -waaruit berouw blijkt-; een aangifte die echter niet tot straf leidt maar van hem zelfs, uiteindelijk, een soort dorpsoudste maakt. In die functie moet hij een keer beslissen over het lot van een vooronderstelde crimineel die hem voor de voeten wordt geworpen (onduidelijk waar deze man van verdacht wordt). In plaats van de dorpelingen de lynchpartij te gunnen waar zij zo overduidelijk naar dorsten, roept hij op tot een “eerlijk proces” (voor zover mogelijk in Belize), waaruit een geweten blijkt. Een gewetensvolle berouwling is geen psychopaat, lijkt mij.

De vraag waarrond dit boek gesponnen is, en die Ellen zichzelf ook herhaaldelijk stelt, te weten: is zij, omdat ze dezelfde opvoeding heeft gehad, tot hetzelfde in staat als Egbert; legden “de Broeders” de voedingsbodem voor de geestesgesteldheid die Egbert kon laten doen wat hij deed, vind ik dan ook oninteressant en erg gezocht. Het is niet alleen maar hun vreselijke jeugd, het is ook, het is vooral misschien zelfs, Belize die van “Broer” (zoals Egbert tot gekmakens toe genoemd wordt in dit boek) een “moordenaar” maakte.

Op sommige vlakken vind ik Egbert zelfs redelijker (want, okee, mogelijkerwijs emotielozer)  dan Ellen. Ten opzichte van “de Broeders” maakt zijn weigering in hen waarlijk slechte mensen te zien, hem in mijn ogen een weinig sympathieker dan Ellen die zich aan haar haat wenst vast te klampen. Nee, geen enkele lezer met een beetje verstand in zijn kop (en/of gevoel in zijn lijf) zal Egbert in zijn hart sluiten maar de Ellenfiguur maakt zichzelf ook niet biezonder geliefd (al zijn de passages over de agressie en misogynie in haast elke religie bijzonder raak en heeft zij daar al het gelijk van de wereld aan haar zijde).

Dat alles verwoord wordt in een vettig RTL4-taaltje dat doorspekt is met popularismen als “shaken”, “issues”, “gasten omleggen”, “opzouten”, “kachelen” (god wat haat ik dat woord), “ogen sluiten” (als eufemisme voor dood gaan), “zijn klokkenspel” (zijnde zijn geslachtsdelen), “pensionado” (god wat haat ik dat woord), “locals”, “een plannetje popt op”, “[ergens mee] dealen”, “caretaker”, “kast” (steevast gebruikt voor “borst” en in deze zin al na een paar pagina’s hyperirritant), “community”, “mindfuck”, “property” helpt ook nog eens niet mee.

Of. Naja. Ik zeg.

Vettig, zei ik. De taal als sjuu, of als ve-tsin voor mijn part, die maakt dat je deze hapklare brokken gedachteloos naar binnen blijft lepelen. Broer, moordenaar roept vele vragen op; vragen die Heijmerikx goeddeels onbeantwoord laat maar dat weet de lezer pas als hij het laatste woord gelezen heeft, en bij die laatste zin had ik, zoals Spinvis zou zeggen, “zelfs een echte traan” waardoor ik me er niet eens heel erg rot onder voelde dat het boek me partiëel onbevredigd achter liet. Dit boek lezen was me als een hamburger van een fastfoodketen nuttigen: je had honger en de burger was niet eens zo rotslecht als je hem graag had willen vinden. Daar zit je met je familie, achter het rijdoor-loket op de parkeerplaats, de vettige bakjes overal op je schoot (waarom geven je kinderen hun afval toch altijd aan jou?). Graag had je de hele rommel half opgegeten in het vuilnisvat zien verdwijnen, graag had je een tirade kunnen afsteken die begon met Ja kinderen en daarom moet je nooit fastfood eten (je had iets willen zeggen over slow food, over sommige dingen moeten langzaam, over aandacht, over liefde had je willen praten maar je zit daar maar met je vette bek en je afval en je zwijgen en je milkshake-adem) maar daar was het gewoon niet slecht genoeg voor, daar moet een mens eerlijk in zijn. En je weet dat je voorlopig niet meer zoiets zult eten maar je weet ook dat je jezelf niet beloven kunt dat je nooit meer zoiets zult eten.

Zoiets dus. Dat ik Broer, moordenaar niet zo slecht vond als ik het dacht te moeten gaan vinden. Dat is het niet geheel zonder smaak genuttigd heb. Dat het daarom mijn schuldige pleziertje was. Dat het zoiets is. Maar dat ben ik maar.

Want hamburger en een echte traan: miljoenen mensen zijn daar dol op. En zij hebben geen verdere aansporing meer nodig.


Ellen Heijmerikx Broer, moordenaar

Broer, moordenaar

  • Auteur: Ellen Heijmerikx (Nederland)
  • Soort boek: autobiografische roman
  • Uitgever: Nieuw Amsterdam
  • Verschijnt: 9 januari 2024
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Ellen Heijmerikx

Wanneer haar ernstig zieke broer belt vanuit Belize om te vragen of ze hem tijdens zijn laatste dagen gezelschap komt houden, moet Ellen een beslissing nemen. Ze weet dat hij van alles op zijn kerfstok heeft, zelfs een moord. Maar haar loyaliteit wint het van haar afkeer en ze boekt de reis. Ellen en haar broer zijn beiden opgegroeid binnen een religieuze sekte, beiden hebben ze de sekte inmiddels verlaten. Hun band is sterk.

In Broer, moordenaar volgen we haar broer in zijn begindagen in Belize, hoe hij probeert een nieuw leven op te bouwen en hoe hij verzeild raakt in criminaliteit. En we volgen Ellen, die haar zieke broer verzorgt en antwoord probeert te vinden op de vraag: als we dezelfde gewelddadige indoctrinatie hebben meegemaakt, en broer in staat is tot moord; wat zegt dat dan over mij?

Een ijzersterke roman over het onvermijdelijke verband tussen religie en geweld, voor de lezers van De meisjes van Emma Cline en Ik ga leven van Lale Gül. Ellen Heijmerikx baseerde het boek op haar eigen ervaringen.

Bijpassende boeken en informatie

Henk Spaan – Knieval

Henk Spaan Knieval recensie en informatie autobiografische roman met notities bij het opkrabbelen van de Nederlandse schrijver. Op 4 januari 2024 verschijnt bij Uitgeverij Ambo | Anthos de nieuwe autobiografische roman van Henk Spaan. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Henk Spaan Knieval recensie en informatie

Het is begin februari 2021, midden in de coronatijd, als Henk Spaan in zijn tweede huis op het platteland van Frankrijk op een nogal lullige wijze van een trapje valt en twee kniepezen afscheurt. De gebeurtenis zorgt ervoor dat hij aan bed gekluisterd raakt en, zeker in het begin, volledig onthand raakt.

In deze autobiografische roman vertelt hij op de bekende ironische wijze over zijn streven naar een spoedig herstel en zijn soms pijnlijke worsteling met afhankelijkheid. Tegelijkertijd schetst hij een aantal portretten van kleurrijke dorpsgenoten die het Franse gehucht bevolken.

Verwacht geen grootse literatuur maar wel een goed geschreven lichtvoetige en waarschijnlijk eerlijk boek. Alhoewel dat laatste niet zeker is omdat het niet voor niets een roman wordt genoemd wat de auteur altijd de vrijheid geeft om te fantaseren. Desalniettemin levert het boek een aantal uren prettig leesplezier op en is door de redactie gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Henk Spaan Knieval

Knieval

Notities bij het opkrabbelen

  • Auteur: Henk Spaan (Nederland)
  • Soort boek: autobiografische roman
  • Uitgever: Ambo | Anthos
  • Verschijnt: 4 januari 2024
  • Omvang: 232 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 22,99 / € 12,99 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de autobiografische roman van Henk Spaan

Begin februari 2021. Henk wil nog even een jas pakken en in de auto leggen, zodat hij samen met zijn vrouw Harriët de volgende dag vanuit zijn huis in Frankrijk naar Nederland kan rijden. Maar dan verstapt hij zich op een trapje met maar drie treden. Hij komt akelig terecht op zijn linkerknie en als hij wil opstaan, valt hij keihard op de rechterknie. Lang verhaal kort: twee gescheurde kniepezen. Henk Spaan is midden in coronatijd opeens aan een ziekenhuisbed in de woonkamer gekluisterd. Van zijn fysiotherapeut moet hij dagelijks door de pijngrens heen. Veel nare klussen rusten op de schouders van Harriët. Het herstel kan haar niet snel genoeg gaan en dat geldt ook voor Henk, die dagelijks een flinke dosis schaamte moet overwinnen.

Stoïcijns probeert hij door te werken aan zijn roman, aan zijn column, de Hard gras-podcast; hij leest en haalt herinneringen op, allemaal vanuit zijn bed. Zijn Franse buren leven tot op zekere hoogte met hem mee.

In de autobiografische roman Knieval laat Henk Spaan zich van zijn kwetsbaarst, maar ook geestigste kant zien. Knieval van Henk Spaan is een humoristisch en persoonlijk verslag van een van Nederlands bekendste columnisten.

Bijpassende boeken

Marja Pruis – Huiswerk

Marja Pruis Huiswerk recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Nederlandse roman. Op 19 september 2023 verschijnt bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster Marja Pruis.

Marja Pruis Huiswerk recensie en informatie

Marja Pruis is op 26 oktober 1959 geboren in Amsterdam. Ze is redacteur en criticus van De Groene Amsterdammer. Haar romans BloemDe vertrouweling en Atoomgeheimen ontvingen nominaties voor De Gouden Uil, de AKO Literatuurprijs en de Anna Bijns Prijs. Voor haar essays en columns, gebundeld in Kus me, straf meGenoeg nu over mijOplossingen en Boos meisje, ontving ze de Jan Hanlo Essayprijs, de J. Greshoff-prijs en de Heldringprijs. Haar roman Zachte riten stond op de shortlist van zowel de ECI- als de Libris Literatuurprijs.

Recensies van het nieuwe boek van Marja Pruis

  • “In Huiswerk maakt Pruis gebruik van alles wat haar essays zo aantrekkelijk maakt en voegt daar de kracht van fictie aan toe […] een uitmuntende romancier.” (De Standaard, ∗∗∗∗)
  • “Met soepele zinnen die als een mes door de boter glijden trekt ze de lezer het verhaal in. Heerlijk!.” (Het Parool)
  • “Huiswerk blinkt van het taalvernuft.” (Trouw)
  • “Marja Pruis weet van haar heerlijke slimheid ook iets pijnlijks te maken.” (NRC, ••••)

Marja Pruis Huiswerk recensie

Huiswerk

  • Auteur: Marja Pruis (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Nijgh & Van Ditmar
  • Verschijnt: 19 september 2023
  • Omvang: 272 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Marja Pruis

Clara Feij is in het mooiste huis van Amsterdam komen wonen, vindt ze zelf. Schoonmaken laat ze over aan een stoet van werksters, gevlucht uit eigen land. Als Rose bij haar binnen komt, verandert alles. Hoe kun je iemand helpen, als je niets van haar weet? En hoe blijf je iemand vertrouwen, als alles tegen haar pleit?

Huiswerk is een confronterende roman over intiem geluk en huiselijk verraad. Over de baas zijn en dat niet willen zijn. Met grote precisie legt Marja Pruis de verwarring bloot waarin de westerse mens met zijn goede bedoelingen gevangen zit.

Bijpassende boeken en informatie

Sybren Polet – Mannekino roman uit 1968

Sybren Polet Mannekino roman uit 1968. Op 9 januari 2023 verschijnt bij uitgeverij Wereldbibliotheek de heruitgave van de roman Mannekino van Sybren Polet. Hier lees je informatie over de uitgave en de inhoud van de roman. Bovendien is er aandacht voor de boekbesprekingen en recensie van de roman Mannekino van de Nederlandse schrijver Sybren Polet.

Sybren Polet Mannekino roman uit 1968

Sybren Polet, echte naam Sybe Minnema, is geboren op 19 juni 1924 in Kampen. Hij volgde de lerarenopleiding in Zwolle. Hij debuteerde met de dichtbundel Genesis in 1946. Als dichter wordt hij gezien als één van de Vijftigers.

Zijn debuutroman Breekwater verscheen in 1961. Experimenteel en vernieuwend zijn kenmerken waarmee zijn werk wordt gekenschetst. Hij publiceerde enige tientallen romans, dichtbundels, werk voor toneel en kinderboeken. De roman Mannekino waaraan hier aandacht wordt besteed verscheen oorspronkelijk in 1968.

Op 19 juli 2015 overleed Sybren Polet in Amsterdam. Hij werd 91 jaar oud en werd gecremeerd.

Mannekino recensie en waardering

  • “Polet is een buitengewoon aantrekkelijke schrijver. Zo is Mannekino ‘gewoon’ een spannend boek; maar ook zoiets als de vermenging van de ons omringende realiteit met sciencefictionachtige thema’s. Dat maakt deze roman tot iets heel bijzonders.” (Arie Storm, Het Parool)

Sybren Polet Mannekino roman uit 1968

Mannekino

Wereldbibliotheekklassiekers 8 

  • Auteur: Sybren Polet (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman uit 1968
  • Voorwoord: Splinter Chabot
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschijnt: 9 januari 2024
  • Omvang: 256 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 24,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst roman uit 1968 Mannekino van Sybren Polet

Het onmogelijk geniale jongetje Guido wil zijn intelligentie inzetten om zoveel geld te verdienen dat hij zijn vader kan laten studeren. Daarvoor gaat hij zich sullig en middelmatig voordoen, om te voorkomen dat hij als wonderkind en kermisattractie behandeld gaat worden. Zijn inschatting is dat hij alleen uit het zicht van alles en iedereen dat kapitaal kan verwerven. Maar Guido blijkt de duivel zelf te zijn, want hij schuwt geen enkel middel om zijn doel te bereiken. Geen enkel.

Bijpassende boeken

Milouska Meulens – Moederland

Milouska Meulens Moederland. Op 6 maart 2024 verschijnt bij uitgeverij Meulenhoff de debuutroman van de Curaçaos-Nederlandse schrijfster en tv-maker Milouska Meulens. Hier lees je informatie over de inhoud, de schrijfster en over de uitgave. Daarnaast kun je hier de boekbespreking en recensie lezen van Moederland, de eerste roman van Milouska Meulens.

Milouska Meulens Moederland

Milouska Meulens is geboren op 24 juni 1973 in Curaçao. Ze is vooral bekend geworden door haar werk voor de televisie bij Zembla en presenteerde het Jeugdjournaal, Kinderen voor Kinderen en Vroege Vogels. Maar misschien is ze nog wel het meeste bekend geworden doordat ze De Mol was in het televisieprogramma Wie is De Mol? Tegenwoordig presenteert ze het radioprogramma De Nacht is zwart op NPO-radio 1 en schrijft columns en kinderboeken. Haar debuutroman Moederland waarover je hier alles leest, verschijnt in maart 2024 bij uitgeverij Meulenhoff.

Waardering en recensie van Moederland de debuutroman van Milouska Meulens

  • “Een prachtig boek. Het is zo eerlijk geschreven, zo vol liefde, poëtisch en open. Milouska Meulens heeft me met dit boek geraakt. Ik hou van haar helderheid, haar kracht en haar moed om echt te delen en kwetsbaar te zijn.” (Romana Vrede)
  • “Moederland is een rauwe, liefdevolle vertelling over afscheid nemen van een ontbrekend thuis en houvast vinden in chaos. Met chirurgische precisie schrijft Milouska Meulens over het teder doorknippen van het wurgkoord van de loyaliteit – waarna er eenzaamheid volgt, maar óók liefde en dankbaarheid. Tot deze hyperpersoonlijke maar universele thematiek zullen velen zich kunnen verhouden. Iedereen moet dit lezen.” (Erik Jan Harmens)

Milouska Meulens Moederland

Moederland

  • Auteur: Milouska Meulens (Curaçao)
  • Soort boek: Curaçaos-Nederlandse roman
  • Uitgever: Meulenhoff
  • Verschijnt: 6 maart 2024
  • Omvang: 256 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / paperback
  • Prijs: € 22,99 / € 13,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de eerste roman van Milouska Meulens

in prachtige, wervelende taal brengt Milouska Meulens verschillende culturen en tijden, Nederland en Curaçao, tot leven en legt ze trefzeker maar subtiel steeds de vinger op de zere plek

Wanneer op Hemelvaartsdag 2017 haar vader overlijdt, belandt Milouska Meulens in een depressie. De daar­opvolgende jaren strandt haar tweede huwelijk en raakt ze haar baan kwijt. Als ook nog de pandemie toeslaat, besluit ze haar kinderen bij hun vader te laten en naar haar moeder te gaan. Ze kan niet meer.

Bij haar moeder mag ze schuilen, zonder schaamte voor het Grote Falen. Haar moeder, die een onbarmhartig verleden meetorst. Haar moeder, van wie ze leerde om zich groot te houden. ‘Laat ze nooit je pijn zien, Uka,’ zei ze altijd, ‘dan kunnen ze niet van je winnen.’ Haar moeder, die gebleven was toen haar vader het gezin in de steek liet en terugging naar Curaçao. Haar moeder, die voor het eerst echt in staat is om voor haar kind te zorgen.

In negen maanden kruipt Meulens uit het donker naar het licht. Haar moeder en zij praten voor het eerst over de depressie die ze beiden kennen, over hun afkomst, over opgroeien zonder vader, over religie, over wie ze allebei zijn, en wie ze voor elkaar zijn en waren. Ze legt de puzzelstukjes van het verleden bij elkaar en leert beetje bij beetje haar eigen familiegeschiedenis kennen – ook de periodes die onder het tapijt zijn geschoven.

Moederland is de zoektocht van een vrouw die alles kwijt is en die in de donkerste periode van haar leven wil weten wie ze echt is en waar ze thuis is: vaderland of moederland? Die vragen kan Meulens alleen beantwoorden als ze weet waar ze vandaan komt, waar haar moeder en vader vandaan komen, als ze stopt met vluchten, eindelijk de façade afbreekt en de schaamte trotseert. Met de antwoorden die ze vindt, begint het herstel.

Bijpassende boeken en informatie

Leon de Winter – Stad van de Honden

Leon de Winter Stad van de Honden. Op 28 november 2023 verschijnt bij uitgeverij Hollands Diep de nieuwe roman van Leon de Winter. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek en de uitgave. Daarnaast is er aandacht voor boekbesprekingen en recensie van Stad van de honden, de nieuwe roman van Leon de Winter.

Leon de Winter Stad van de Honden

Leon de Winter is op 24 februari 1954 geboren in Den Bosch. Hij is zoon van Joods orthodoxe ouders die als enigen van hun familie de Tweede Wereldoorlog overleefden. Na de middelbare school ging hij studeren aan de Filmacademie in Amsterdam. Hij verliet de filmacademie in 1978 zonder af te studeren. Zijn vrouw Jessica Durlachter en dochter Solomonica de Winter zijn ook actief als auteur.

Zijn debuut de verhalenbundel Over de leegte in de wereld publiceerde Leon de Winter in 1976 gevolgd door zijn debuutroman De (ver)wording van de jongere Dürer in 1978. In 1981 verschenen zelfs twee romans Zoeken naar Eileen W.  en La Place de la Bastille die beide verfilmd zijn door Rudolf van den Berg. Inmiddels heeft Leon de Winter zo’n vijfentwintig romans en ander boeken gepubliceerd. Zijn voorlaatste roman Het lied van Europa verscheen in 2022. Nu verschijnt, slechts een jaar later zijn nieuwe roman Stad van de honden waarover je hier veel informatie kunt lezen.

Leon de Winter Stad van de honden

Stad van de Honden

  • Auteur: Leon de Winter (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Hollands Diep
  • Verschijnt: 28 november 2023
  • Omvang: 208 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 21,99 / € 9,99 / € 9,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Leon de Winter

Hersenchirurg Jaap Hollander is gepensioneerd, gescheiden, en sinds de verdwijning van zijn dochter een dolende vader. Tien jaar na haar verdwijning in de woestijn van Israël krijgt hij het verzoek om een onmogelijke hersenoperatie te leiden. De kans van slagen is eigenlijk nul. Maar er hangt veel van af, misschien zelfs een spoor naar zijn dochter. Een wonderlijke keten van gebeurtenissen brengt hem in contact met Ibrahim, een hond van het kanaänras, wat Jaaps leven zal veranderen.

Bijpassende boeken en informatie

Hanna Bervoets – Leer me alles wat je weet

Hanna Bervoets Leer me alles wat je weet recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Nederlandse roman. Op 28 november 2023 verschijnt bij Uitgeverij Pluim de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster Hanna Bervoets.

Hanna Bervoets Leer me alles wat je weet recensie van Tim Donker

zegt iemand, zegt wie, zegt Paul: O dat boek heeft een hele slechte recensie gekregen in NRC –

ja en toen had hij het voor elkaar. Ik was op bladzijde 150 ofzo, toen hij dat zei. Maar voor elkaar had hij het.

Hij werkt nog niet zo lang bij ons, de Paul, maar de vraag Wat ben je op dit moment aan het lezen? is al een vaste waarde geworden als ik hem tref in het depot. Want hij leest ook, de Paul, hij heeft zelfs een paar boeken geschreven. En altijd als ik hem zie, vraagt hij me wat ik nu weer aan het lezen ben.

Wat ben je aan het lezen, Tim? Wat lees je nu weer, Tim. Ben je nog in iets moois bezig, Tim?

Wel. Ja. Wat lees ik? Ik was Leer me alles wat je weet van Hanna Bervoets aan het lezen en –

Dat boek heeft een hele slechte recensie gehad. In NRC. Niet om door te komen, vond de recensent. Vooral het middenstuk. Rommelig. Modderig. Loopt vast. Twee van de vijf, geloof ik.

Nou. Ja. Zeg. Ik vind het tot nog toe wel aardig, eigenlijk. Maar ik ben nog maar op bladzijde 150 ofzo en het –

Ja het is dik he. Vijfhonderd pagina’s dacht ik?

Eigenlijk bijna zeshonderd. Ja, het is dik dus ik heb nog heel wat te gaan maar vooralsnog vind ik het niet slecht.

De recensent vond vooral het middenstuk heel erg slecht. Dus succes.

Okee. Ja. Ik zal aan je denken als ik het boek uit pure ergernis uit het raam ga keilen.

En dan lachen we en dan gaan we want welaan de post moet ook nog bezorgd worden. Maar hij had het wel voor elkaar, de Paul. Al merkte ik dat pas die avond. Die avond, toen ik zat, en las. Het was pas laat op de avond toen ik genoeg stilte en genoeg duisternis om me heen verzameld had om verder te lezen in Leer me alles wat je weet en ik las niet eens veel; stombelde slechts een weinig voorbij pagina 200 of 220, wie zal het nu nog zeggen, wie nam er nota, wie schreef het op in zijn notitieblok. Maar ik dacht O shit. En dat de verdomde Paul het voor elkaar had. Wat een lichte Bervoetsvermoeienis had toegeslagen. Het zoveelste personage was geïntroduceerd en het was voor het eerst dat ik dacht O nee. Of Moet dat nou, al die mensen. Of gewoon een diepe zucht.

En kwam dat dan door de Paul. Of door die recensent. Wat maal ik immers om ennersee, ik vind ennersee op geen enkele manier gezaghebbender dan welk ander medium dan ook. Zelf lees ik geen kranten. Net daarom misschien, zou ik haast zeggen, lees ik geen kranten. Of spreekt ennersee hier gewoon recht en niet krom, en ben ik gestrand in wat men een “middenstuk” noemen kon, waar begint het midden, waar begint jouw lichaam, een boek heeft wel een kop en ook een staart maar toch is een boek nooit een paard. Ik weet het niet, ik dacht alleen maar, misschien kortstondig, dat ik niet zat te wachten op weer een figuur die een grote wending ging betekenen in het leven van Daniel de Koster.

Wie?

Daniel de Koster. Daarover gaat dit boek, en dat was ook wat ik er in eerste instantie het goede aan vond. Het boek is geschreven in de ik-persoon, maar de ik is niet Daniel de Koster. De ik is de geliefde van Daniel, Jody. En Daniel is trouwens dood. Dat vond ik goed, allemaal. Het deed me denken aan de woorden van Laurie Anderson over de detectiveroman, de enige romansoort waarlijk uitgevonden in de twintigste eeuw, want in de detectiveroman is de held al aan het begin dood.

Ja, een detectiveroman. Dat is ook een manier om Leer me alles wat je weet te benaderen. Want Daniel is dood en Jody onderzoekt hoe dat heeft kunnen gebeuren en daartoe speurt ze. Ze speurt heel Daniels leven af op zoek naar aanwijzingen. En dat is het ook zo’n beetje wat de lezer in deze “bijna zeshonderd” bladzijden krijgt voorgeschoteld: heel Daniels leven.

Veel?

Ja. Veel.

Te veel?

Ja. Nee. Ik weet het niet. Niet noodzakelijkerwijs misschien.

Een boek dat me doet denken aan woorden van Laurie Anderson kan niet echt slecht zijn. Daniel zelve is alvast ook niet slecht: een mens met een groot hart wordt hier beschreven. Een heldin die opkomt voor de verdrukten. In de jaren tachtig werkte ze met aidspatiënten; daarna zette zich een tijdlang in voor een anti-kwakzalverij-organisatie. Nog weer later: bekommernis om mensen die nog geen juiste diagnose hebben kunnen krijgen van hun arts; veelal vrouwen en veelal omdat artsen hun klachten achteloos weghonen als “psychisch” (ja dat is de medische stand voor u dames en heren) (zei daar iemand: mannelijk sjovinisme?). Dan: medische tuchtraad, de rechtszaken, het aanklagen. Een enkele keer draaft ze een weinig door, die Daniel, en doet ze meer kwaad dan goed. Maar alles gebeurt met een enorme inzet, liefde en een massa goede bedoelingen.

Veel?

Ja. Veel.

Te veel?

Ja. Nee. Ik weet het niet. Niet noodzakelijkerwijs misschien.

Want Bervoets portretteert Daniel nauwgezet, zo nauwgezet dat ze vlees aan haar botten schrijft, en bloed in haar aderen. Ik zag Daniel voor me, duidelijker dan ik boekpersonages doorgaans voor me zie (ze leek op Suzanne, een meisje dat bij mij in de klas zat toen ik havo 4 en 5 deed) (ik mocht Suzanne) (ik mocht Suzanne graag) (ik mocht Suzanne erg graag) (heel erg graag) (maar Daniel had springeriger, krulleriger haar dan Suzanne, dat wel). En ik ging van Daniel houden. Nu overkomt me dat vaker, zeker de laatste tijd, het zal de ouderdom zijn die me week maakt, maar ik sluit zeker niet elk boekpersonage in mijn hart. En verdomd, ik denk zo af en toe nog aan Daniel. Als een situatie er om vraagt. Ik vond Daniel in elk geval een stuk sympathieker dan ikpersoon Jody – Daniel ging ook sympathieker met de coronahysterie van weleer om (want ook dat komt voorbij in dit boek). Fluisterde een “Dank je” naar Bervoets omdat Daniels dood met nadruk niet corona-gerelateerd bleek te zijn (een vermoeden dat op enig moment wel in Jody’s hoofd opkomt).

Daniel werd me een huisgenoot van het soort waarop je gesteld raakt en waarmee je zo af en toe eens samen eet. Gesprekken aan de keukentafel. Niet al haar wederwaardigheden waren even interessant maar ik vond het wel leuk om ze te vernemen. Want de door de Paul of die recensent aangejaagde impasse bleek van tijdelijke aard: van een modderig of vermoeiend middenstuk heb ik weinig last gehad; ik ben blijven lezen en had het boek op een week tijd uit. Wat voor een bespreker misschien aan de lange kant is maar deze bespreker heeft meer te doen dan lezen alleen (uit het raam kijken bijvoorbeeld, of de gaten in het plafond tellen, of wachten op de dingen die komen gaan). Doorgaans verdwijnen boeken met een omvang als deze bij mij weer op de stapel – voor even of voorgoed – om plaats te maken voor andere boeken, van weeral een andere stapel. Maar dit “detectiveboek” hield me gezeteld. En geboeid. De lezer krijgt niet weinig over zich uitgestrooid. Een heel leven, als gezegd. Maar de “Wat als?”-vraag ligt steeds op de loer. Wat als we dit, wat als we dat. Had Daniel dan nog geleefd? Wat als? is een welbekend spel dat elkendeen weleens speelt. Wat als ik een andere studie was gaan doen, wat als ik die wereldreis had gemaakt, wat als ik betere gesprekken had gevoerd met mijn ouders, wat als ik ja had gezegd toen ik nee zei, wat als links was gegaan toen ik rechts ging, wat als ik vijf minuten later van kantoor was gegaan. Maar het Wat als?-spel is niet vrijblijvend; onder de oppervlakte liggen wezenlijke vragen over dat wat wij bij gebrek aan een beter woord “leven” noemen. Zou ons leven werkelijk anders zijn geweest als we andere keuzes hadden gemaakt? Bestaat vrije wil? Worden we bepaald door omstandigheden buiten onze controle om: biologie, opvoeding, capaciteiten, intelligentie. Is alles een reeks toevalligheden, of is ingrijpen tot op zekere hoogte mogelijk? Moeten we besluiten tot een deterministisch mensbeeld? Met de vraag of Daniel had kunnen blijven leven, werpt Bervoets veel meer, en veel algemenere, vragen op en dat maakt dat het detectiveboek evengoed als filosofisch werk kan worden gelezen.

En meer nog. Want Bervoets legt de loep ook elders. Kijkt met een kritisch oog naar kwakzalvers en anti-kwakzalverij-organisaties. Naar artsen. Naar de medische tuchtraad. Naar de opkomst van sociale media en de hetzes die zij kunnen veroorzaken. Daarbij gaat de schrijfster niet over één nacht ijs, ze confronteert de lezer keer na keer met de veelkantigheden van fenomenen. Want net als je denkt dat het goed is dat er mensen zijn die kwakzalvers aanpakken (ik was in de jaren 00 zelf een fervent anti-kwakzalver en las veel boeken en tijdschriften over dit thema), laat ze zien dat “kwakzalvers” niet perse gewetenloze oplichters zijn die er alleen maar op uit zijn mensen op hun kwetsbaarste momenten met goedkope rommel een poot uit te drajen. Er bestaan ook goede bedoelingen. Eén vrouw laat ze zeggen: “Placebo-werking is ook een werking”, en verdorie, dat had ik een paar weken geleden nog tegen mijn dochter gezegd toen ze toch heil ondervond van een door mij bekritiseerde neusspray. Er zit koren tussen het kaf, en dingen kunnen werken ondanks dat de wetenschap het tegenspreekt. Wetenschap zelf is trouwen niet onaantastbaar. En later, als je als lezer meer en meer overtuigd raakt van het nut, nee de volstrekte noodzaak van de medische tuchtraad, voor het gerecht al die sukkelende klote-artsen!, vind je in het boek steeds weer een oprecht goede arts die zijn werk bijna niet meer kan doen door alle protocollen; de verlammende angst om aangeklaagd te worden gaat een normaal functioneren in de weg zitten.

Dit zijn waardevolle dingen om over na te denken; dat de lezer aan het denken wordt gezet is sowieso al een goed teken. Goed, misschien had het iets minder gekund. Er komt een bonte stoet aan patiënten en kwalen voorbij in dit boek, met allen die voor hulp naar Daniel toe komen. Van een casusje of wat minder was Leer me alles wat je weet zeker niet slechter geworden. Het boek bevat naar mijn smaak ook iets teveel sexscenes; na Ipso facto, het boek waarmee Iegor Gran op meesterlijke wijze al die obligate sex in moderne romans persifleerde (verplichte kost voor iedereen met twee ogen in zijn kop) (één oog mag ook), doet voor mij iedere sexscene een beetje potsierlijk aan en bovendien voegt het zo zelden veel toe aan de loop van het verhaal (net daarom dat die sex bij Gran ook altijd zo totaal willekeurig, ongepast en bizar was). Ook zijn de metaforen bij Bervoets niet allemaal even trefzeker; de stijl had hier en daar een snufje minder wijdlopig mogen zijn. Maar dat zijn spijkers op laag water en voor Leer me alles wat je weet gaat geen zee te hoog. Of je deze hoge zeeën bevaren wil, ligt aan wat voor soort lezer je bent. Ik raad dit boek niet aan voor hypocriete lezers; ik bedoel die vervelende neppers die graag meer zouden willen lezen maar “er geen tijd voor hebben” (het moje aan lezen is juist dat je het overal kunt doen: in de trein in de bus op de plee in bad of gewoon bij jou thuis op de bank – dan laat je dat stomme Netnix eens keer een avondje uit!) en daarom alleen maar op vakantie lezen. Als je maar twee of drie boeken per jaar leest, moet Leer me alles wat je weet daar misschien niet één van zijn. Maar als je toch al tientallen boeken per jaar verstouwt zie ik geen enkele reden om dit boek links te laten liggen. En je kunt er, in tegenstelling tot wat sommigen suggereren, denk ik ook goed weken over doen. Lees andere boeken tussendoor. Keer daarna terug naar Daniel. Keer altijd weer terug naar Daniel. Ik was blij Daniel te leren kennen. Ik was blij na te denken over alle dingen waar Bervoets me over liet denken. Ik was blij Leer me alles wat je weet gelezen te hebben.

Hanna Bervoets Leer me alles wat je weet

Leer me alles wat je weet

  • Auteur: Hanna Bervoets (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Uitgeverij Pluim
  • Verschijnt: 28 november 2023
  • Omvang: 600 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 27,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Hanna Bervoets

Dit boek gaat over Danielle – ‘Daniel’ – de Koster. Heldin volgens velen, knettergek volgens sommigen; Daniel leidt een bewogen leven. Na een aantal vormende omzwervingen vindt ze haar bestemming: ze gaat patiënten bijstaan, ‘kenniszoekers’ die nog geen medische diagnose hebben. Als een ridder in blinkend harnas zal ze haar zwaard ophouden voor hen die haar hulp nodig hebben. Zij, Daniel, zal onbaatzuchtig het goede doen. Maar hoe onbaatzuchtig is ze werkelijk? En hoe weet je wat het goede is? Wanneer Daniels reputatie verslechtert, voelt ze zich in het nauw gedreven.

En nu is Daniel dood. Jodie, haar grote liefde, wil weten waarom en gaat te rade bij de mensen die haar het beste kenden. Bij Sjoerd, met wie Daniel in de jaren negentig voor de hiv-vereniging werkte. Bij Daniels ex Barbara, die altijd een bepalende rol in haar leven bleef spelen. Voor hen was Daniel een getroebleerde vriend en complexe geliefde, die nooit echt heeft leren omgaan met haar eigen gemankeerde lichaam. Zo reconstrueert Jodie Daniels levensverhaal. Een modern heldenepos.

Leer me alles wat je weet is een diep romantische liefdesgeschiedenis, een familieroman zonder bloedverwanten en het verhaal van een tijdperk.

De Duitse vertaling van de roman met als titel Wir kümmern uns um Sie, is op 19 augustus 2025 verschenen bij Hanser Berlin.

Hanna Bervoets is op 14 februari 1984 geboren in Amsterdam. Ze volgde de bacheloropleiding Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, met als specialisatie Televisie en Populaire Cultuur. Als student schreef Hanna Bervoets al filmrecensies en columns in stadsmagazine NL20. Kort daarna schreef ze voor ElsevierNRCde VolkskrantDe Correspondent en Das Magazin. De columns uit deze periode zijn uitgegeven in de boeken Leuk zeg doei (2010)Opstaan, aankleden, niet doodgaan (2013) en En alweer bleven we ongedeerd (2015). Haar debuutroman Of Hoe Waarom verscheen in 2009, gevolgd in 2011 door de roman Lieve Céline. Haar derde roman Alles wat er was verscheen in 2013, Efter in 2014 en Ivanov in 2016 waarvoor ze de BG Literatuurprijs ontving, Fuzzie in 2017 en Welkom in het Rijk der zieken in 2019. Daarna werd ze gevraagd om het Boekenweekgeschenk voor 2021 te schrijven. Dat werd de roman Wat wij zagen. Ook in 2021 verscheen de verhalenbundel Een modern verlagen. Over de nieuwe en achtste roman van Hanna Bervoets,

Bijpassende boeken en informatie

Jan van Mersbergen – We moeten praten

Jan van Mersbergen We moeten praten recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe roman. Op 16 november 2023 verschijnt bij uitgeverij Cossee de nieuwe roman van de Nederlandse schrijver Jan van Mersbergen.

Jan van Mersbergen We moeten praten recensie en informatie

Een schrijver die je niet kent. En een zwaan. En wat moet je dan. Je denkt: iemand zei iets over hem, je weet niet meer wat precies, je weet nog wel dat het iets geringschattends was. Je pakt je telefoon, je stuurt bericht, je schrijft Wat zei jij ook alweer over die van Mersbergen zei je niet dat je hem nogal wisselend van kwaliteit vond? En je ruimt op, en je doet dingen, en je kijkt uit het raam. En later is er antwoord en het antwoord is Nee dat heb ik niet gezegd ik heb gezegd dat hij een wisselende aanpak had in een vorig boek speelde een paard de hoofdrol en dat vond ik erg goed. En je legt je telefoon weer weg en je denkt Dat is niet wat je zei die keer dat het druilde en grijs was en we daar in dat portiek stonden, ik weet niet meer wat je wel zei maar ik weet wel vrij zeker dat je dat niet hebt gezegd.

En je zit daar maar en drinkt koffie en iets aan die zwaan stoort je.

Iets aan die titel ook trouwens. Er zijn andere boeken van Van Mersbergen verschenen bij Cossee, en die hebben titels als De macht over het stuur en Een goede moeder en De laatste ontsnapping en het mislukt-Celineske Naar de overkant van de nacht, en dat zijn ook allemaal titels die niet overhouden. Je denkt aan iets wat Herman Brusselmans schreef over het belang van goede titels, je weet niet meer in welk boek dat schreef, je enthousiasme voor zijn schrijven was al tanende toen je het las, maar iets ervan lijkt waar te zijn, nu. Nu je zit met zwaan en onbekende schrijver en titel en koffie, goede koffie dat wel, je moet hem vaker zo zetten.

Maar allee. Cossee. Bij Cossee komt veel goeds uit en waarom dus niet aan dit boek begonnen in plaats van al die andere boeken die ook nog op de stapel liggen. Het is geen dik boek, je ziet veel witregels, het belooft een gemakkelijke lees te worden. Misschien kan de muziek iets harder, moje muziek dit, moet je vaker een draai geven.

En dit is wat het is.

Er is die jongen die Koen heet. Die zit in groep zeven en hij houdt een spreekbeurt. Dat is voor de hele klas aanleiding om er eens goed voor te gaan zitten want Koen staat bekend om zijn hardnekkig zwijgen. Koen is gaan zwijgen toen hij net kon praten, en slechts weinigen hebben hem ooit een woord horen zeggen. Koen is de pispaal, de klassenidioot, de mafkees, dit wordt lachen. En daar staat hij dan, zijn verhaal te doen. Zijn hele verhaal. Zijn spreekbeurt gaat over alles. Maar vooral over hemzelf.

En je leest dat en je bent nog maar een paar bladzijden ver in dit boek en je denkt O laat asjeblieft het hele boek die spreekbeurt zijn, laat de spreekbeurt asjeblieft het hele boek beslaan. Je weegt het boek op je hand, dun boekje, 159 bladzijden, op bladzijde 158 meen je nog in de gauwigheid “de juffrouw” te lezen, ah nog steeds iets schools dus, het zou kunnen.

Maar een paar bladzijden verder denk je al O laat asjeblieft niet die spreekbeurt dat hele boek lang door gaan. Want Koens verhaal is een zwaar verhaal. Hij stopte met praten toen hij nog heel klein was, een dreumes of een peuter, en zijn Griekse moeder uit heimwee terugging naar Griekenland, de vader en de zoon achter en aan elkaar over latend. Niet eens zo heel gek veel later vindt Koen zijn vader dood bij de wasmachine of verklap ik nu iets. En dan is er nog een opa die eigenlijk helemaal geen opa is – niet eens familie. Dat verhaal, die Koen, die klas – nee daar zeg ik zo nog wel over.

Laat je weer ik zijn dat is makkelijker vanaf hier.

Mijn stille smeekbede zag ik verhoord: We moeten praten vertelt Koens verhaal vanuit drie verschillende perspektieven. Koen, in de klas. De vader, zorgend, wassend, peinzend, aantekeningen makend in zijn kleine aantekeningenboekje. En “opa” die het verhaal doet tegen de conciërge van Koens school terwijl hij wacht toen Koen klaar is met zijn spreekbeurt.

De drie verschillende perspektieven zijn in essensie een goed idee. Een wisseling in ritme. Mogelijkheden tot andere inzichten. Aanvullende blikken. En Van Mersbergen beheerst dit goed. Zijn stijl is soepel en past zich aan elke spreker aan. Het deel waarin Koen de focalisator is, heeft iets dromerigs, is poëties, soms verwonderend, dan weer (iets te) wijs; hoewel het verhaal over hemzelf gaat, zijn er vele uitstapjes: naar mythologie, biologie, sterrenkunde; de zoekende blik van een intelligent kind dat wil weten, meer wil weten, naar bakens zoekt. Sommige van die bakens gaan vervelen: Californication – de lievelingsplaat van de vader – wordt me iets te vaak opgevoerd. Verre zij het van mij om enige liefde te koesteren voor het werk van Red Hot Chili Peppers, vroeger of nu, maar Californication lijkt mij zelfs dan nog de plaat waarmee het hele kleine beetje dat aan die band eventueel nog te waarderen zou zijn, definitief aan gruizelementen geslagen werd. En de manier waarop “opa” met zijn Brabantse achtergrond een hele zin kan inkoken tot één woord maar daarentegen juist weer “moeilijke” woorden oprekt zodat het een hele zin lijkt, begint me, na de zoveelste keer dat Koen het ter sprake brengt, een heel klein beetje op mijn zenuwen te werken. Maar dat is vaker zo met stokpaardjes.

Het stuk waarin de vader aan het woord is, is harder, illusielozer, soms ook een beetje huilerig. Maar goed, een man die in de steek gelaten is door zijn wondermoje Griekse vrouw en die misschien wel misschien niet genezen is van kanker (of verklap ik nu iets), mag hard en illusieloos en huilerig zijn. Dat hij ergens helemaal “crazy” van wordt vind ik wel vrij onvergeeflijk en ook dat terugkerende “Krankrijk” (reflecterende op een boek dat hij als lector of redacteur of hoe heet dat, alleszins iemand die voor een uitgeverij manuscripten lezen moet, onder handen heeft en waarin een man die kanker heeft niets over zijn ziekte zegt tegen zijn familie en vlucht naar Frankrijk) stoort me in hoge mate. Ik vond dit stuk het ergerlijkste van het hele boek. Dat het relaas van de vader abrupt midderzins afgebroken wordt is na wat we inmiddels via Koen over de vader aan de weet zijn gekomen hartverscheurend maar ook lichtelijke melodramaties.

Het stuk van de opa is feitelijk het schoonst. We hebben die man dankzij Koen leren kennen als een uiterst sympathieke, bedachtzame en totaal unieke man en zo blijkt hij ook te zijn. De denkpauzes in zijn verhaal zijn hoor- en voelbaar. De zomtijds wat bizarre wendingen die het verhaal met zijn woorden neemt hadden voor mij niet gehoeven, maar misschien waren die nodig om de gaten dicht te timmeren, ik weet het niet. Aan het einde hebben de conciërge en de juffrouw (die juffrouw die ik eerder al op bladzijde 158 had zien staan) het over protocol z. Ik heb geen idee wat protocol z is. Ik vermoed dat geen enkele lezer een idee heeft wat protocol z is, misschien weet zelfs Jan van Mersbergen het niet tot in detail. Maar wat wel duidelijk is, is dat “de instanties” (de systemen, systemen) zich nu met Koen en “opa” moejen gaan en als de instanties zich moejen gaan, brengt dat zelden iets verkwikkelijks. De status quo van Koen zal tot een eind geraken en naar de rest is het raden (en dat maakt die conciërge meteen een lul, wat hij eerst niet leek te zijn).

En daar, precies daar, ofnee niet precies daar maar ondere andere daar, zit mijn moeilijkheid met We moeten praten. Met een open einde dat zo wijdopen ligt dat het niet anders kan of iemand heeft dat opgedacht.

Dit is een meestentijds bloedmooi geschreven, verdrietig, hartveroverend, ontroerend, begeesterend boek. Maar Jan van Mersbergen heeft het willen vormgeven. Alsof de woorden er het eerst waren, en later de ideeën. En met de ideeën heb ik moeite.

Allereerst die spreekbeurt. Waarom eigenlijk een spreekbeurt? Ja, we zitten met een jongen die na het vertrek van zijn moeder heeft besloten om nooit meer te spreken; dat zwijgen moet doorbroken worden en daar is iets voor nodig. Dat snap ik. Maar toch. Zie. Koen. Zwijger, pispaal, buitenbeentje, mikpunt. Die dan ineens spreken gaat, heel zijn verhaal vertelt, urenlang, en ook nog doceert over ingewikkelde materie. Dat is – ongeloofwaardig? Nee niet ongeloofwaardig ik maal niet om geloofwaardigheid steek de kachel aan met je geloofwaardigheid man. Maar als die Koen nooit gesproken heeft en bij zijn allereerste keer voor de klas staand de zelfverzekerdheid heeft om zijn klasgenoten niet alleen zijn hele bizarre levensverhaal op te dissen maar ook nog es hen hier en daar flink de les te spellen – dan maakt dat die Koen een beetje eng. Een beetje psychopaties eigenlijk. En ik wil in Koen geen psychopaat zien. Ik wil in Koen de getroebleerde maar niettemin aimabele jongen zien die hij feitelijk is.

En die driedeling in perspektief. Driedelig wordt het zwijgen doorbroken: driedelig is het spreken. Maar het zwijgen was ook al driedelig, niet? De telefoon zweeg toen de Griekse moeder belde; de vader zweeg over zijn ziekte en Koen zweeg al vele jaren. Een driedelig zwijgen gevolgd door een driedelig spreken, ja, dat is me te synchroon. Te symetries. Te bedacht.

Misschien is er toch iets aan geloofwaardigheid dan? Wanneer wat leeft en ademt en bloedstroom heeft wordt onderworpen aan literaire ingrepen? Ik weet het niet. Dit had zo’n verpletterend boek kunnen zijn maar verpletterd ben ik niet. Ik baadde me in veel moois maar wist me ook geërgerd.

Dan toch: door de bedachtheid van de dingen?

Hum. Ja.

Jan van Mersbergen kan heel erg mooi schrijven. Soms slaat dat schrijver echter stuk op zijn ideeëndrang. De bedachtheid der dingen. Zoiets als een paard in de hoofdrol ja. Ook al zoiets bedachts. Minder paarden Jan, en meer schrijven.


Jan van Mersbergen We moeten praten recensie

We moeten praten

  • Auteur: Jan van Mersbergen (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Cossee
  • Verschijnt: 16 november 2023
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Jan van Mersbergen

Als de driejarige Koen met zijn vaders mobieltje speelt en het apparaat plotseling overgaat, strijkt hij onwillekeurig over het groene icoontje. De stem van zijn moeder klinkt. In de veronderstelling dat ze Koens vader aan de lijn heeft zegt ze: ‘We moeten praten.’ Iedereen die ooit een relatie heeft gehad weet: dit is niet goed. En inderdaad, ze staat al op het vliegveld en verhuist terug naar haar geboorteland. Koen en zijn vader blijven achter. Als dit is wat er van praten komt, denkt Koen, dan houd ik voortaan mijn mond.

Acht jaar later zit Koen in groep zeven en praat hij nog steeds zeer zelden. De spreekbeurten komen eraan. Wanneer het Koens beurt is, schuifelt hij naar het digiboard en klikt een afbeelding van De bedreigde zwaan van Jan Asselijn aan. ‘Dit zal jullie wellicht verrassen,’ zegt hij. ‘Verwacht geen verhaal over pony’s of vulkanen. Ik houd mijn spreekbeurt over… alles.’ Hij begint te vertellen over zijn moeder die zei dat ze moesten praten, over het getreiter van zijn klasgenootjes en zijn heimelijke wraak, over zijn vader die hem al die moeilijke woorden heeft geleerd, en over ‘opa’; de man van de moestuin om de hoek, die Koen als enige echt begrijpt.

We moeten praten is een korte maar hartverscheurende roman van Jan van Mersbergen. Een verhaal in de vorm van een spreekbeurt, met een onvergetelijke afloop.

Bijpassende boeken en informatie

Johnny Laporte – Zwijgen zweeg gezwegen

Johnny Laporte Zwijgen zweeg gezwegen. Op 20 november 2023 verschijnt bij uitgeverij In de Knipscheer de Indische misdaadroman van Johnny Laporte. Hier is uitgebreide informatie te lezen over het boek en de inhoud. Daarnaast is er aandacht voor de boekbesprekingen en recensie van Zwijgen zweeg gezwegen, het boek van Johnny Laporte.

Johnny Laporte Zwijgen zweeg gezwegen

Johnny Laporte is in 1952 geboren in Medan in Indonesië. Zes jaar na zijn geboorte, in 1958, emigreerde zijn familie naar Nederland om te gaan wonen in Haarlem.  Johnny en zijn broer Guus werden al op jonge leeftijd goede bluesgitaristen. Uiteindelijk speelden ze in de bekende Oscar Benton Blues Band en in Barrelhouse. Met Barrelhouse won hij twee Edisons en in 2012 opgenomen in de Dutch Blues Hall of Fame.

Zwijgen zweeg gezwegen is het debuut van Johnny Laporte als schrijver. Tegelijkertijd met de roman zal een CD worden uitgebracht met als titel That’s Me, die onder andere teksten bevat die ontleend zijn aan de roman.

Johnny Laporte Zwijgen zweeg gezwegen

Zwijgen zweeg gezwegen

  • Auteur: Johnny Laporte (Nederland)
  • Soort boek: Indische roman, misdaadroman
  • Uitgever: In de Knipscheer
  • Verschijnt: 20 november 2023
  • Omvang: 496 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 24,50
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de roman van Johnny Laporte

Zwijgen zweeg gezwegen is een verhaal in drie episodes, dat begint als een realistische familiegeschiedenis, over generaties Indisch-zijn, de ‘repatriëring’ en gaat over Indische Nederlanders die met trauma het voormalige Nederlands-Indië ontvlucht zijn en aan de poort staan van een nieuw ongewis leven. Liefdesgeschiedenissen, verboden liefde, jaloezie, vreemdgaan, een buitenechtelijk kind, weemoed, verdriet en vriendschap komen langs.

Gaandeweg doet suspense zijn intrede en ontwikkelt de roman zich tot een ‘krimi’, een welhaast episch misdaadverhaal, met tal van thrillerelementen. De diverse verhaallijnen kronkelen als slangen door elkaar en de spanning neemt alleen maar toe bij de passages waar goena-goena en de stille kracht hun rol in het verhaal opeisen. Muziek en de Indische keuken komen, hoe kan het ook anders, veelvuldig aan bod in deze met humor geschreven deels autobiografische roman.

Zwijgen zweeg gezwegen is misdaadroman én heldenverhaal in één. Voor deze debuutroman putte Johnny Laporte royaal uit zijn eigen familiegeschiedenis en zijn waargebeurde belevenissen.

Bijpassende boeken en informatie

Adriaan van Dis – Naar zachtheid en een warm omhelzen

Adriaan van Dis Naar zachtheid en een warm omhelzen recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe roman. Op 22 augustus 2023 verschijnt bij uitgeverij Atlas Contact de nieuwe roman van de Nederlandse schrijver Adriaan van Dis. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijver en over de uitgave. Op 14 november 2024 wint de roman de NS Publieksprijs 2024.

Adriaan van Dis Naar zachtheid en een warm omhelzen recensie en informatie

  • “In de goudmijn van Adriaan van Dis’ jeugd lag nog een onaangeroerd klompje autobiografie: het verhaal van de warmte van surrogaatoma Ommie.” (NRC)
  • “Met terugwerkende kracht wordt duidelijker dat álles wat Adriaan van Dis met zijn gevoelige, geestige en scherpzinnige pen opgeschreven heeft gedurende veertig jaar schrijverschap, over zijn eigen leven gaat.” (De Standaard)
  • “Bovenal is deze autobiografische roman een ode aan Ommie en via haar aan alle mensen die door het ongeluk zijn gebeten en er toch iets van proberen te maken.” (Friesch Dagblad, ∗∗∗∗)

Adriaan van Dis Naar zachtheid en een warm omhelzen recensie

Naar zachtheid en een warm omhelzen

  • Auteur: Adriaan van Dis (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 22 augustus 2023
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 9,99
  • Winnaar NS Publieksprijs 2024
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Adriaan van Dis

Over de wonderlijke liefde tussen een kind van negen en een vrouw van zestig: knisperend, speels, grappig en ernstig.

Een negenjarige jongen wordt tijdens een inzinking van zijn door oorlogsherinneringen gekwelde vader opgevangen in het huis van zijn grootouders. Maar in dat huis wacht hem een andere oorlog: de vrouw die door de barse grootvader was aangenomen als ‘meid voor dag en nacht’ verzet zich steeds meer tegen haar dienende rol. Zij, Ommie, vervult de rol van grootmoeder en groeit uit tot vredestichter in de gehavende familie van haar broodheer. Ook tijdens de oorlog bleek zij al een heldin. De jongen spiegelt zich aan haar dapperheid en zij helpt hem zijn angsten te overwinnen. Er ontstaat een hechte band tussen die twee – gekleurd door hun hunkering naar liefde en erkenning. In de reconstructie van Ommies leven en die ingrijpende zomer schakelt Van Dis op verrassende wijze van vroeger naar nu en laat zo zien wat het heden zegt over het verleden. Met Naar zachtheid en een warm omhelzen schrijft hij een vergeten hoofdstuk uit zijn oeuvre.

Adriaan van Dis (16 december 1946, Bergen aan Zee, Noord-Holland) groeide op in Bergen, te midden van halfzussen en ouders met een Indische (oorlogs)geschiedenis. Hij debuteerde in 1983 met de novelle Nathan Sid, bekroond met het Gouden Ezelsoor. In de beginjaren negentig schreef hij een aantal reisromans, waaronder Het beloofde land en In Afrika. In 1994 verscheen de uiterst succesvolle roman Indische duinen, over een in Nederland geboren zoon van een Indische familie die wordt opgevoed in de sfeer van verzwegen leed. Dit boek werd bekroond met de Gouden Uil (1995) en de Trouw Publieksprijs en genomineerd voor de Libris-prijs, de AKO-prijs en de Aristeion-prijs. In 1999 kwam de roman Dubbelliefde uit, in 2000 gevolgd door de novelle Op oorlogspad in Japan. In september 2002 verscheen de roman-in-taferelen Familieziek, in 2004 schreef hij het Boekenweekessay Onder het zink. Un abécédaire de Paris, begin januari 2007 verscheen de roman De wandelaar en eind november 2007 Leeftocht, een verzameling verhalen en reportages. In 2010 kwam zijn roman Tikkop uit, die genomineerd werd voor de Libris Literatuur Prijs. Eind november 2011 publiceerde hij Stadsliefde, waarin de stad Parijs centraal staat. De roman Ik kom terug (2014) werd in 2015 bekroond met de Libris Literatuur Prijs. In datzelfde jaar ontving Van Dis de Constantijn Huygensprijs voor zijn hele oeuvre. In 2017 verschenen de roman in verhalen ‘In het buitengebied’ en de graphic novel ‘Familieziek’, getekend door Peter van Dongen. Het Gouden boekje Adje is heel druk, met illustraties van Lotte Kramer en de bibliofiele dichtbundel Morfine werden in 2019 uitgebracht. In februari 2021 verschenen zijn roman KliFi en de verzamelbundel De Parijsboeken. In de in november 2021 verschenen verhalenbundel Vijf vrolijke verhalen verkent en verfrist Van Dis de thema’s die hem blijven bezighouden. Op 11 mei 2022 ontving Adriaan van Dis een eredoctoraat van de Radboud Universiteit in Nijmegen voor zijn verdiensten als ambassadeur voor het leren van talen en culturen. De boeken van Adriaan van Dis zijn in vele talen vertaald.

Bijpassende boeken en informatie