Tag archieven: Poëzie

Salome Bentinck – Wringend moment

Salome Bentinck Wringend moment recensie en informatie boek met gedichten van de uit Nederland afkomstige dichteres. Op 1 oktober 2025 verschijnt bij AAH Uitgever de dichtbundel en het debuut van Salome Bentick. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Salome Bentinck Wringend moment recensie

  • “De tijd voltrekt zich in deze bundel aan het leven, het lichaam, familiebanden, bibliotheken, steden, natuurlijke kringlopen en aan de tijdsgevoelige dichter zelf. Het dichten breekt de ban bij Bentinck.” (Dirk Sijmons)

Salome Bentinck Wringend moment

Wringend moment

  • Auteur: Salome Bentick (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: AAH
  • Verschijnt: 1 oktober 2025
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de eerste dichtbundel van Salome Bentinck

Salome Bentinck is van de bouwwereld in de wereld van de poëzie gestapt. Van het vormgeven van steden en universitaire campussen naar de woorden. Deze overstap is kenmerkend voor Salome die de contrasten niet uit de weg gaat. Ze is niet bang om nieuwe paden te bewandelen en verkent de krachten van de ziel om vanuit die rijkdom aan ervaringen en observaties te dichten.

Haar poezie is ambachtelijk van aard, op zoek naar formuleringen die een situatie, een gevoel, een gedachte mooi beschrijft of evoceert. Geen ontregelende poëzie, geen opzettelijk chaotische taalspinsels. Eerder rustige tot beschouwing aanzettende observaties.

Wringende momenten

het leven leven
later woorden zoeken
passend bij toen
passend bij jou
op reis naar nu

jouw woorden
worden onze woorden
als we ook ons
leven herkennen
in jouw
wringende momenten

Bijpassende boeken en informatie

Sonia Sanchez – This Is Not a Small Voice

Sonia Sanchez This Is Not a Small Voice review, recensie en informatie boek met een selectie van de gedichten van de Afro-Amerikaanse dichteres. Op 28 augustus 2025 verschijnt als Penguin Modern Classic het boek met selected poems van Sonia Sanchez. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Sonia Sanchez This Is Not a Small Voice review en recensie

  • “The poetry of Sonia Sanchez is full of power and yet always clean and uncluttered. It makes you wish you had thought those thoughts, felt those emotions, and, above all, expressed them so effortlessly and so well.” (Chinua Achebe)
  • “Only a poet with an innocent heart can exorcise so much pain with so much beauty.” (Isabel Allende)
  • “A lion in literature’s forest.” (Maya Angelou)

Sonia Sanchez This Is Not a Small Voice

This Is Not a Small Voice

Selected Poems

  • Auteur: Sonia Sanchez (Verenigde Staten)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Penguin Modern Classics
  • Verschijnt: 28 augustus 2025
  • Omvang: 176 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: £ 10,99 / £ 5,99
  • Boek bestellen bij: Amazon / Bol / Libris

Flaptekst van het boek met gedichten van Sonia Sanchez

hear your voice
a wild sea pausing in the wind

Few poets in history have possessed the irrepressible humanity and abundant positivity that characterize Sonia Sanchez’s astonishing body of work.

Energetic, infectious and rich with sonic exuberance, Sanchez’s poems have radically transformed the direction of American poetry over the past six decades and have been an inspiration to readers around the world, including Toni Morrison and Chinua Achebe. Whether it’s her iconic haiku, rhythmic ballads or devastating elegies, Sanchez’s luminous verse thrums with a profound generosity and an international consciousness, rendering all of life’s agony and ecstasy.

This volume draws on Sanchez’s diverse repertoire to showcase the multiplicities of the poet’s voice – the profound and personal, the firebrand and socially conscious, the playful and formally dextrous, and the musical – to celebrate her as one of the world’s most skilled and versatile poets of the past half century.

Sonia Sanchez was born on 8 september 1934 in Birmingham, Alabama, United States as Wilsonia Benita Driver. She is a poet, playwright, educator, activist, and one of the founders of the Black Arts movement. She is the author of more than a dozen books of poetry, including Does Your House Have Lions?, which was nominated for the National Book Critics Circle Award, and Homegirls & Handgrenades, which won an American Book Award. She has also received many other awards including the Robert Creeley Award, the Frost Medal, the Wallace Stevens Award, and the Anisfield-Wolf Lifetime Achievement Award. She lives in Philadelphia.

Bijpassende boeken en informatie

Anne Carson – Glas, ironie & God

Anne Carson Glas, ironie & God recensie en informatie over de inhoud van het boek met gedichten van de Canadese dichteres. Op 25 augustus 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van de dichtbundel uit 1995, Glass, Irony & God van de uit Canada afkomstige schrijfster Anne Carson. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de dichteres, vertaalster en over de uitgave.

Anne Carson Glas, ironie & God recensie van Tim Donker

Glas, ironie & God kon een goeje titel ween Glas, ironie & God zou een goeje titel ween, Glas, ironie & God kan maar zo een verdraaid goeje titel ween; Glas, ironie & God is ook een titel maar wel een titel die is samengesteld uit de titels van stukken in deze bundel en als zodanig dus ten halve al een verkapte inhoudsopgaaf. Het Glas-essay opent, en echt over glas gaan doet het niet en een essay is het als u het mij vraagt evenmin. Moet zo’n tekst een naam hebben misschien moet zo’n tekst een naam hebben voor mij dat u weet waar ik het over heb. Noem het met een kreupele term een prozagedicht. Een ik die misschien Anne Carson is logeert bij haar moeder, een wat bitsige, wat bekrompen, wat normatieve oude vrouw die alleen woont want de vader dementeert in een tehuis. Een relatie van de ik is net stukgelopen, er is hartzeer, er is pijn, er is vertwijfeling. Er zijn dingen te verwerken, er is sprake van therapie, de moeder snapt dat allemaal niet zo, waar hep dat allemaal voor nodig met die therapeuten enzo en helpt het eigenlijk wel ene sikkepit. De moeder woont op een heideveld in het noorden, en de ik maakt daar lange wandelingen, het liefst in de ochtend als alles er langzaamaan tot leven komt. Het lopen is allicht om de gedachten te reguleren. Gedachten over haar grote liefde Law die haar verlaten heeft, over de moeder, over de vader, over de dingen, over het leven, en over Charlotte en Emily Brontë en Woeste hoogten. Onophoudelijk wordt het leven en de literatuur van Emily Brontë geanalyseerd en met het eigen leven, en de eigen tijd in verband gebracht. Op die momenten is dit Glas-essay op zijn essay-achtigst (en misschien ook wel op zijn taaist – maar niemand zei dat literatuur licht verteerbaar dient te zijn, wel?), maar steeds overheerst de sterke, licht melankolieke, herfstige, druilerige sfeer. U zou denken dat het de sfeer is van een vroege winterochtend op ergens een heide en p’sies: dat is de sfeer.

Verstild misschien.
Verstilling, ja daar zegt u zoiets. Anne Carson is classicus. Dat merk, dat proef je in elke regel. Die traagheid, dat bedachtzame, en ook: hoe het voorbije altijd door het huidige heen schemert. Niet als altmodies. Maar als eeuwig. Universeel. Allicht dat ze daarom steeds weer voor de poëtiese vorm kiest: als een oerlied dat onder alle moderne melodieën te slapen ligt.

De waarheid over God is zoiets. Het zou bijna een kop kunnen zijn in een roddelblad. Eindelijk de waarheid over de bekendste aller bekendheden. Maar deze bekendheid heet God, en welke God, de spinozistische God misschien, de God van de christenen, God de Vader, of de uitgebluste en licht bezopen God zoals Twan Vet hem nog niet zo lang geleden nog schilderde? En welke waarheden kennen we nog in deze postmoderne tijden, is waarheid sowieso niet al een verouderd konsept? Waarheden over God zullen eo ipso duister zijn. God is een reusachtige scheur in het hart, heet het. Carsons God is een gemankeerd Wezen. Of misschien al te menselijk: “God vroeg aan Zijn vrouw: ben jij boos op de natuur? / Ja ik ben boos op de natuur ik wil niet / telkens als je bout gesopt moet worden // op je roze staf natuur tussen mijn benen gestoken krijgen / of geografisch uitgestort. / Is dat nou Schepping?”. Maar ja, zo’n vrouw kan wel meer willen natuurlijk maar Gods wil blijft wet: “God schiep de taal van vrouwen als een onomatopee. / Eeuwig strompelende klanken die eeuwig / strompelend // in de woorden zakken van wat ze zijn / als voeten in een bottenschoen. / ‘Bedrog’ (valt haar op) klinkt als Zijn rits die omlaaggaat.” heet het in een paragraaf die “Gods stijve” genoemd is. Sja. Geen patriarchaat zonder fallussymbool en je hebt het maar te willen!

Want

“wij zijn in een leegte gehangen […] Wij zijn opengesneden en leeggebloed […] Wij zijn stof. Wij weten niets. Wij zullen nooit meer praten […] Ons is opgedragen dit Zijn liefde te noemen.” Als het in de mens verankerd is om overheersing voor liefde aan te zien, dan is onderdrukking eigen aan het wezen van de mens en ook aan zijn taal. En taal is een andere, duidelijk merkbare interesse van Anne Carson. Het linguïstisch onderscheid tussen tijd en aspect (dat stemde me filosofisch). De etymologie van compassie. Āvaraņa, een teken van God (Gods eigen kalmte is een teken van God). Leg je droefheid af, het is een mantel van werk (wat me deed denken aan hoe kapotte slaap zegt Leg je onrust bloot). Als vrouwelijke woorden worden gemunt: blozen, stinken, pruim, echtgenote, heks – wat ondergeschikt, zwak, minderwaardig is. Maar ook: kerft God het “mannelijke woord” tsdq in Jesaja’s ene hand. En het “vrouwelijke woord” tsdqh in zijn andere. Zoek je dat op zegt artificiële intelligentie dat tsdq te maken heeft met therapie, met dissociatie, denk ik aan gespletenheid, denk ik aan niet heel zijn. En (zegt artificiële intelligentie) tsdqh is Hebreeuws, is tsedaqah, is geborgenheid en bijbelstudies noemen ook nog 6666 en dat is niet ver van één zes minder. Het beest, de man, het voorhoofd, de gespletene, uit Jesaja’s borsten stroomt melk, een zilveren rivier van mededogen.

Alles dat merkbaar en onmerkbaar overheerst. En ook het licht kan onderdrukken.

TV bestaat uit licht, net als schaamte.

Zegt het. Maar dan gaat het al niet meer over God dan gaat het over TV en over TV-mannen.

De TV-mannen zijnde. Hektor. Artaud. Sokrates. De slaper. Sappho. Lieden die je misschien niet meteen tot het televisievolk rekenen zou; de laatste zou je denkelijk niet eens tot het mannenvolk rekenen. Maar Hektor televisioneert de oorlog. Artaud zijn gekte. Het theater van de wreedheid. Welkom thuis, sanatorium. Socrates, in een ander soort instelling, een gevangenis, betaalt zijn sigaretten niet. Daar draait de cameraploeg voor op.

Misschien is het het patriarchalisme.
Misschien is het hoe het een steeds al het andere overklast.
Misschien is het simpelweg beweging.

In Carsons hervertelling van het boek Jesaja beweegt een land in zijn bolster (en slaapt verder). Nacht stroomt omlaag en God stopt Jesaja’s oren vol met stekels. Alles wat niet blijft hoe het is. In vorm. In consistentie. In plaats. In De val van Rome reist de ik af naar Rome om de wonderschone Anna Xenia te zien. Gidsen vertellen haar hoe te spreken. Wat te zeggen. Zinnen als Pardon, waar is de uitgang alstublieft? Breng me naar de reddingsboot. Ik constateer dat we autopech hebben. Kan ik de manager spreken? Waar vertrekt de trein naar Milaan? Ja dit is mijn / onze eerste keer in Rome. Ik zou graag de commissaris van politie spreken. En ik, ik herinner me een kennis die naar een land zou afreizen waar hij de taal niet sprak en iemand die die taal wel sprak had op een papiertje een paar handige zinnetjes geschreven voor hem. Op dat in vieren gevouwen blaadje stond onder andere Help! Bel de politie! Ik word achtervolgd! en dat dat meer dan één zin is, was niet waarom wij zo hard moesten lachen die dag. Ja. Ik vond humor in De val van Rome, iets wat ik niet bijster vaak tegenkom in het werk van Anne Carson. En licht. En liefde. Al gaat het ook over vreemdelingenhaat maar had je anders verwacht gezien de achternaam van degene die de ikpersoon gaat opzoeken? Duisternis ligt altijd op de loer. En liefde is altijd destructief. “De mens heeft een soort drang te nemen wat hemzelf het dierbaarst is en het kapot te smijten.” Ja. Precies. De nagel op de kop.

De liefde en het zwart.
Het duistert en tegelijk licht het onophoudelijk op in de woorden van Anne Carson. Net dat is het wat haar boeken zo onweerstaanbaar maakt.

Anne Carson Glas, ironie & God

Glas, ironie & God

  • Auteur: Anne Carson (Canada)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Origineel: Glass, Irony & God (1995)
  • Nederlandse vertaling: Marijke Emeis
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 25 augustus 2025
  • Omvang: 152 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Anne Carson

De poëzie van Anne Carson combineert met een volstrekt eigen stem het opbiechtende met onderzoekende. Carson, een gerenommeerd classicus, verweeft in Glas, ironie & God in een verbluffende stijl hedendaagse en eeuwenoude poëtische invloeden.

Deze collectie bevat onder meer het beroemde Glas-essay, een krachtig gedicht over het einde van een liefdesrelatie, verteld aan de hand van de zusters Brontë; dat het fundamentele gevoel van het oude jodendom oproept; en De val van Rome, over haar reis om Rome te vinden en over de strijd om daar haar gevoelens van existentiële vervreemding te overwinnen.

Anne Carson (21 juni 1950, Toronto, Ontario, Canada) wordt in Canada en de Verenigde Staten al lange tijd beschouwd als een van de belangrijkste stemmen in de hedendaagse literatuur. Ze werd geboren in Canada en is al meer dan dertig jaar hoogleraar klassieke literatuur. Ze ontving vele prijzen, waaronder de Lannan Literary Award en de T.S. Eliot Prize for Poetry.

Bijpassende boeken en informatie

Samiya Bashir – I Hope This Helps

Samiya Bashir I Hope This Helps review, recensie en informatie boek met poëzie van de Amerikaanse dichteres uit Harlem. Op 13 mei 2025 verschijnt bij Nightboat Books de bundel met gedichten van de Amerikaanse dichters Samya Bashir. Er is geen Nederlandse vertaling van het boek verkrijgbaar.

Samiya Bashir I Hope This Helps review en recensie van Tim Donker

ich sehe die Alle in einer Reihe. De kleermaker. De accountant. De dienstmaagd. De vertaler. De andere zus. De andere vrouw. De toerist. De hulp.

je ziet ook dat Bill Bixby nooit Lou Ferrigno werd zonder al zijn kleren, aan flarden gescheurd, prijs te moeten geven. Dat zijn Jekyll-episode nooit rimpelloos verliep. Wie krijgt het immers ooit gladjes op zijn heupen?

je ziet ook dat al mijn rood als bruin kan klinken.

je ziet ze zitten. Samiya Bashir en Nicole Searley (lees haar briljante And-gedicht op ze innernet). In Rome. Met beurs. Ze wonnen in 2020 de Rome Prize Fellows voor literatuur. Moet je daar blij mee zijn? Het van de gele hond gescheten jaar 2020 toen de corona-gekte goed losbrak, moest je net in dat maffe Italië zijn waar een heel nieuwe lading aan het woord “hysterisch” gegeven werd toen. Zaten ze, Bashir en Searley, zo goed als opgehokt, op hun kamertjes. Voedsel werd gewijzigd, dan aangepast, dan weggehaald. Voor hun eigen veiligheid. Ze mochten ook elkaar niet meer zien. Voor hun eigen veiligheid. Vanaf het dak zongen ze naar elkaar; ver uit hun ramen hingen ze om maar de minste glimp van elkaar op te vangen. Je ziet ze. Je ziet het voor je, nietwaar? Ze kunnen daar niet weg. Maar ze mogen ook niet blijven. In ballingschap. Voor hun eigen veiligheid. Want altruïstisch als overheden zijn hebben ze niets dan de veiligheid van hun burgers voor ogen. Je wil dat belastingbetalers blijven leven! En dan mogen ze toch gaan. Dan toch hun ciao, en wiljewelgeloven: ciao is etymologisch verwant aan slavernij. Komend of gaand klonk het schiavo: ik ben je slaaf. Maar de moderne belastingbetaler is niet langer een slaaf toch? Die is alleen plaatsgebonden voor zijn eigen veiligheid. Voor zijn eigen veiligheid.

je ziet hoe je niet onneergeschoten kunt blijven in de Verenigde Staten als je knoflook eet. Winkelt. Zwart bent. Wit bent. Thuis bent. Op de middelbare school zit. Een geweer hebt. Geen geweer hebt. Homosexueel bent. Heterosexueel bent. Naar je werk gaat. Op kaffee gaat. Naar het strand gaat. In je eigen bed slaapt. Stopt om te tanken. Een verpleegster bent. Een student bent. In geval van nood de politie belt. Met de bus gaat. Met de trein gaat. Het met iemand uit maakt. Alleen bent. Les geeft op welke school dan ook. De voordeur opent als er aangebeld wordt. Protesteert. Op straat loopt. Een ijsje eet. In een appartement woont. In een huis woont. Met iemand getrouwd bent.

je ziet hoe (ademen).

je ziet hoe (vliegen).

je ziet hoe (bestaan).

je ziet het gevoel. Een gevoel als. Er is iets vreselijks gebeurd maar je kunt je niet herinneren wat. Of. Het gevoel als. Je kan je het vreselijke ding wel herinneren maar nog steeds denk je dat het niet dat ene vreselijke ding was. Het gevoel als. Er niets meer over is dan gevoel, geen gedachte, slechts verlamming, en gevoel. Het gevoel als. Er niets meer over is te voelen, niets in je schoot geworpen dan ontbijt. Het gevoel als. Dat blijkt dat je allergisch bent voor de samenleving als geheel.

je kunt zien – televisie. Televisie kijken. Laat op de avond. Of vroeg in de nacht. Ergens in de zeventiger tachtiger negentiger jaren. Kijken tot het volkslied erop kwam (was dat echt zo?). Alles zien wat uitgezonden werd. Nieuws. Documentaires. Slechte films. Wat het ook was, het was altijd hetzelfde. Wees bang, was wat het zei. Wees heel erg bang voor. Oorlog. Invasie. Storm. Of geafrikaniseerde bijen.

je kunt zien hoe dit helpt (of een beetje misschien).

je kunt (zien) / (groot) / vliegen / bezweren / slapeloos / laten vallen / (geheim). En dat we hier zijn. En dat we maken.

je kunt zien hoe, dit, een dag, het weer wisselvallig misschien en daar zat ik, in mijn leesstoel zat ik, het was het zitten daar, het waren mijn verwachtingen, het was het zitten daar met die verwachtingen van mij, op de steerjoo was Hout van Frederik Croene en Esther Venrooy, ik had zoveel verwacht van die seedee, wat had ik verwacht van die seedee?, niet dit had ik verwacht van die seedee: niet wat het bleek te zijn had ik verwacht van die seedee, zo af en toe klonk er iets bovenuit, af en toe wat geluid dat klonk, het gaat in en het gaat uit fase dacht ik, soms ineens de slag soms in het gezicht, wat het was, in mijn handen I hope this helps van Samiya Bashir, ik had zoveel verwacht van deze bundel, wat had ik verwacht van deze bundel?, niet dit had ik verwacht van deze bundel: niet wat het blijkt te zijn had ik verwacht van deze bundel, ik had een gedicht gelezen van haar, ergens op dat vermaledijde internet (ooit dacht ik dat het een trend was, toen ik in de twintig was ofzo, ik dacht het is een trend dat internet het gaat wel weer over dat internet ook dit gaan voorbij, dacht ik toen, ik was halverwege de twintig ofzo), ik had dat gedicht gelezen dat How not to stay unshot in the U.S.A. maar ik had de titel even gemist en ik had het gelezen als een opsomming van dingen die een mens kan doen, dingen die een mens kan zijn: knoflook eten, benzine tanken, thuis zijn, naar een countrymuziekfestival gaan, homosexueel zijn, heterosexueel zijn, naar het strand gaan, de bus nemen, gaaf dacht ik, deze dingen kan je zijn deze dingen kan je doen met deze dingen kan je leven gevuld zijn, en o hoe hou ik van opsommingsgedichten dus deze bundel moet ik hebben dacht ik, deze bundel moet ik bestellen dacht ik, en ik deed, ik bestelde, en even later had ik hem ook, in handen, daar, in mijn leesstoel, met dat enigszins teleurstellende Hout op de steerjoo, dat was niet lang nadat La llorena van Lhasa ook al een lichte teleurstelling voor me was geweest, waarom had ik ook zo zitten zaniken tegen Katherine over hoe mooi de stem van Lhasa was, terwijl juist die stem nu, of ook de muziek, hoe zou het eigenlijk met Katherine gaan, woont ze al in Zweden, waar gaan alle mensen heen, waarom stelt alles toch altijd weer teleur, lichtelijk of een beetje of veel of gewoon, blijkt dat het gedicht dat voor mij aanleiding was I hope this helps onverwijld te bestellen How not to stay unshot in the U.S.A. heet, geen willekeurige opsomming van alles wat tesaam dat ding dat men leven heet komponeert maar een overzicht van wat zoal een reden kan zijn, in Amerika, om een kogel uit te lokken, alles kan een reden zijn om lood in je lijf gepompt te krijgen, zou dat daar nou echt zo zijn?, ik ken Amerikanen die nog nooit neergeschoten zijn, is er echt veel reden voor deze angst?, hoeveel procent van de Amerikanen is ooit neergeschoten geweest, hoeveel procent niet, welke plek neemt neergeschoten worden in op de lijst van voornaamste doodsoorzaken, bestaan zulke lijsten ja vast bestaan zulke lijsten, moet je in Amerika echt altijd bang zijn?, loert de kogel / de dood echt om elke hoek?, is deze paniek gerechtvaardigd?, of is het, anders, maar de zoveelste bijdrage tot de paniekmaatschappij die naar ik meen door Agamben al zodanig gefileerd was dat we haar allang achter ons hadden kunnen laten, je moet angsten niet voeden, angst is al te vaak een reden om nog meer onderdrukkende maatregelen te nemen, vormen van onderdrukking die erger zijn dan wat het dan ook is dat ze tegen heten te gaan, ineens weet ik ook niet meer zo zeker of dat “voor onze eigen veiligheid” uit het quarantainegedicht wel zo ironizerend bedoeld is als ik het dacht te mogen opvatten, natuurlijk, hoe woker, hoe linkser, hoe meer men het coronafascisme omarmde, ik kan me voorstellen dat het volgende totalitarisme op links geïnstalleerd gaat worden, bepaalde keuzes hebben bepaalde gevolgen nichtwahr moest je maar niet geloven wat je gelooft moest je maar wat meer woke zijn moest je maar gewoon zijn zoals wij allemaal zijn eins zwei drei und the snow ist eine star, maar de tekeningen, maar de visuele poëzie, maar de kreten maar de zinnen maar de flarden die blijven opklinken, en trouwens, Lisboa Mulata van Dead Combo was net zo mooi zo niet mojer als ik gehoopt had, niet alles stelt teleur, misschien had ik niet moeten lezen hoe Bashir mensen in het dankwoord met de achterlijke de vieze de oerlelijke term “powerhouse” bedenkt, Whitehouse maakt power electronics maar dichter dan dat mogen de worden “power” en “house” niet bij elkaar staan en al helemaal mag het niet naar mensen verwijzen, maar wie leest er ook dankwoorden, laat de poëzie spreken en in I hope this helps spreekt de poëzie zeikt de poëzie zeurt de poëzie overdrijft de poëzie zingt de poëzie schreeuwt de poëzie jankt de poëzie drijft de poëzie golft de poëzie en buldert de poëzie.

je ziet hoe. De poëzie is wat de poëzie is. Ik hoop dat dat helpt. Maar alle hoop is ijdel, en dat weet u even goed als ik.

Samiya Bashir I Hope This Helps

I Hope This Helps

  • Auteur: Samiya Bashir (Verenigde Staten)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Nightboat Books
  • Verschijnt: 13 mei 2025
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Amazon / Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Samiya Bashir

Bending genre as a planetary body might bend spacetime, Bashir’s poems live as music and film, as memoir, observation, and critique, as movement across both cosmic and poetic fields.

I Hope This Helps reflects on the excruciating metamorphosis of an artist, “a twinkle-textured disco-ball Jenga set” constrained and shaped by the limits of our reality: time, money, work, not to mention compounding global crises. Think of a river constrained by levees, a bonsai clipped and bent, a human body bursting through shapewear. Begging the question, what can it mean to thrive in the world as it is, Bashir says, “Rats thrive in sewers so / maybe I’m thriving.” In these moving, sometimes harrowing meditations, Bashir reveals her vulnerable inner life, how she has built herself brick by brick into an artist.

Samiya Bashir is a poet, artist, writer, performer, educator, and advocate. She is the author of four poetry collections, including I Hope This Helps (2025) and Field Theories (2017), winner of the 2018 Oregon Book Awards Stafford/Hall Award for Poetry. Her other books are Gospel (2009), and Where the Apple Falls (2005). Samiya’s honors include the Rome Prize in Literature, the Pushcart Prize, Oregon’s Arts & Culture Council Individual Artist Fellowship in Literature. She lives in Harlem.

Bijpassende boeken en informatie

Lotte Dodion – Verzachtende omstandigheden

Lotte Dodion Verzachtende omstandigheden recensie en informatie boek met nieuwe gedichten en poëzie van de dichteres uit Vlaanderen. Op 19 augustus 2025 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de nieuwe dichtbundel van Lotte Dodion de Vlaamse schrijfster en performer. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Lotte Dodion Verzachtende omstandigheden recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Verzachtende omstandigheden, het boek met nieuwe gedichten van de Vlaamse dichteres Lotte Dodion, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Zegt iemand, zegt wie, zegt John Gower: The world goeth fast from bad to worse”. In de veertiende eeuw zei hij dat. Waarom is het toch van alle tijden om te denken dat men in de ergst denkbare tijd leeft? Alleen al gedurende de vijf decennia dat ik zelf in leven ben heb ik al minimaal vijf episodes meegemaakt waarin iedereen van mening was dat het nog nooit zo erg was geweest als nu. Toen ik een kinderken waart was er een oorlog die koud heette te zijn, en een wedloop om wapens. Een rode knop bovendien, waar geheid, het was alleen maar een kwestie van tijd, ooit iemand op ging drukken. De bom. Ja, De Bom. Die ging vallen. Dat was een zekerheid. De Bom ging vallen en dan gingen we er allemaal aan en waren al je inspanningen allemaal voor niets geweest. Voorlopig viel er geen bom, voorlopig werd ik ouder, en andere dreigingen staken de kop op. De klok tikte de 1990’s gestaag weg. De oorlog was niet zo koud meer maar het geweld wel erg zinloos. Uitgaansgeweld heette het ook wel. Je kon voor ja en voor nee en waarschijnlijk vooral voor amen doodgetrapt worden, gewoon maar op straat, ja dat deden Ze, dat vonden Ze leuk, voor Hen was dat maar tijdverdrijf, iemand doodtrappen die verkeerd keek of niet keek of er een minuut of wat bij loog als Ze vroegen hoe laat het was of niet wist wat te zeggen als Ze de weg vroegen naar een niet-bestaande straat, want daar was het Hen gewoon om te doen, Ze wilden je doodtrappen en zochten gewoon een flauw excuus, het kon iedereen overkomen, het was al teveel mensen overkomen, hoefeel moetuh er noch komuh hoefeel moetuh er noch chahn, dat bestond allemaal gewoon, wat deed De Politiek, wel De Politiek hing camera’s op in de publieke ruimte want het was toch wel erg gesteld he ja het was nog nooit zo erg gesteld geweest gedingesd als nu. Maar ik liep en was en leefde en werd niet doodgetrapt en toen werden er vliegtuigen gekaapt en vlogen Ze, niet de doodtrappers maar weeral andere Ze, twee hoge torens in, ergens in dat verdorven Amerika, en Pim Fortuyn huilde want het was de grootste gebeurtenis sinds de twede wereldoorlog (een paar andere oorlogen en rampen en hongersnoden en massasterftes waren klaarblijkelijk eventjes voorbijgegaan aan die gast z’n almanack), en de hele wereld was ervan overtuigd dat de Derde Wereldoorlog nu was aangebroken, alleen Maarten van Rossem twijfelde nog, maar in ieder geval moest er een oorlog tegen het terrorisme worden uitgevaardigd (dus ge moogt niet langer met een flesje water of met veters in uw schoenen of met een scheve blik het vliegtuig in want vanaf heden is iedereen verdacht tot hij zijn flesje water heeft ingeleverd) want het was toch erg he, iedereen was charlie, Je Kunt Tegenwoordig Niet Eens Meer Een Grapje Maken (en God wat bescheurden we ons allemaal om die grappenmakerij van die dekselse cartoonisten!), of je Westerse vrijheden uitdragen (want wat zijn we vrijgevochten en progressief en ruimdenkend he, en allen voorvechters van het vrije woord en ginder zijn ze maar achterlijk en bekrompen en agressief, niet?), ons hele zijn stond toch wel op het spel zeker, subiet zijn we allen moslim of dood en dat wil je geen van twee of wel? Maar de wereld ging snel van slecht naar erger, ineens hoorde je niet zoveel meer over terrorisme of over grapjes die niet gemaakt mochten worden, ineens was er een VIRUS, een levensgevaarlijk VIRUS, zeer zeer zeer besmettelijk en zeer zeer zeer dodelijk, een twede perstepidemie was uitgebroken en we gingen allemaal dood en toen gingen we niet allemaal dood maar was er een oorlog in de Oekraïne die om één of andere reden veel erger was dan al die honderdduizenden oorlogen die al gewoed hebben sedert de eerste mens eens ging kijken wat er buiten de eigen grot te doen was, en ook was er het weer en het klimaat en de doemsdagklok, het is wel erg koud voor januari het is wel erg warm voor januari twintig miljoen jaar gelden warmde de aarde net zo snel op als nu (hoe weten ze dat?) en dat had rampzalige gevolgen toen dus die rampzalige gevolgen zullen ook nu en het regent veel te veel de spoedeisendehulppost van een ziekenhuis in Doetinchem heeft in de zomer van 2024 al twee keer helemaal onder water gestaan wil je wel geloven en dat gebeurt normaal gezien maar een keer in de honderd jaar en nu al twee keer in één zomer dus god wat is het erg (en hoeveel eeuwen moet je in de gaten gehouden hebben vooraleer je zeggen kunt wat er normaal gezien één keer in de honderd jaar gebeurt?, en hoeveel eeuwen bestaat die spoedeisendehulppost van dat ziekenhuis in Doetinchem dan al?), want het is erg mensen, het is zo godgeklaagde erg allemaal, eigenlijk zijn we allemaal allang dood.

Is hier al ooit iemand op gepromoveerd? De mens als het angstigste beest, ofnee, de mens als het dier dat graag in angst leeft. Spookhuizen, Halloween, horrorfilms en het kapsel van Geert Wilders; het is allemaal niet genoeg, we moeten meer angst, er moet meer te vrezen zijn, we kunnen niet zonder angst en als er niks te vrezen valt zullen we de vrees wel verzinnen. Iemand had het over angstporno en dat vond ik een goede: de angst als lust, het zich verlustigen in het bang zijn. We willen er misschien gewoon graag erg aan toe zijn.

Tegenover de angst staat de troost. En dat is mooi. Want troost is goed. Er is maar één ding mis met troost en dat is dat het de angst bevestigt in haar bestaansrecht. Alleen waar er iets op het spel staat, is er behoefte aan troost. Dus is troost symptomatisch. Waar getroost wordt, is er iets aan de hand.

Eén ding, wel, misschien is er nog iets mis met troost.

De hoeveelheid kunstvormen die zich ervoor lenen troostrijk te zijn, is gelimiteerd. Maar dat is maar mijn persoonlijke smaak. Ik hou van muziek die troostrijk is en warm en wiegend, en ik kan ook wel een filosofie smaken die als contragewicht wil dienen tegen de hysterie (Agamben kan dat, bijvoorbeeld) maar troostende poëzie riekt naar zoetsappigheid en als ik ooit ontregeld wil worden dan is het wel als ik poëzie lees (en erg he mensen, zo erg zijn de tijden al, poëzie mag niet eens meer lief en zacht en warm en troostend zijn, NEE DAT MAG NIET NEE).

Waarmee ik maar wil zeggen dat ik met de nodige reserves begon aan Verzachtende omstandigheden, een bundel die, zo meent toch de achterplatschrijver, het verschijnsel hoop zou willen onderzoeken. Waaraan, natuurlijk, “net nu” behoefte is. Oké. Dodion komt daar niet mee, met dat “net nu”, dat zijn de woorden van Grae Schoeters maar iets riep ergens in mij weerstand op dat Lotte Dodion “net nu” een bundel met als thema hoop het levenslicht liet zien.

Maar ik ga zitten.
In mijn leesstoel.
En zet How welcome is death to I who have nothing more to do but die op om eventuele zoetsappigheid te neutraliseren.
En lees.

Lees, in eerste, veelgestelde vragen (ik dacht aan veelbeantwoorde vragen, een grapje van Skepter dat ik indertijd wel smaken kon) over hoop: hoe het te verkrijgen, hoe het te dragen, hoe het te bewaren, &c., de antwoorden op die vragen lijken sterk op de coronaregels van weleer, en ik vraag me af of deze richtlijnen gelezen kunnen worden als parodie, als pastiche, als embleem – en ik weet het niet.

Gelukkig krijgen we daarna de feiten.

Ja. Dit zijn de feiten is een uit zijn voegen barstend gedicht dat van de pagina’s spat: omstanders (lezers) kunnen door rondvliegend woordbrokken worden geraakt en zeg nu zelf: nooit bloedde je mojer.

Dodion beweegt zich op een vlak.
Nee. Dodion beweegt zich op het scherpst van de snede.

De lezer kan het experiment zien. De taalwoede. De liefde voor woorden en wat zij vermogen. Het kan alle kanten opgaan met poëzie, en Dodion is zeker zinnens al die kanten van nabij in het gelaat te staren. Verzachtende omstandigheden kent klassiek vormgegeven gedichten (zelfs rijm!) (gadverdamme). Maar er is meer. Poëzie die naar proza neigt, bijvoorbeeld, en poëzie die stuitert. Zinnen in een goed gareel, en zinnen die overal zijn.

Taal die dienend is, onderdanig, horig.
En taal die barst van de neologismen.

(neologismen die mooi zijn en neologismen die u naar een teiltje zullen doen grijpen)

Laagbrauwkultuur en hoogbrauwkultuur.

Dat laatste, bijvoorbeeld: een eerste minister die een toespraak geeft die wel erg geïnspireerd lijkt te zijn op de toespraken die de burgermeester altijd gaf in Samson en Gert; waar, langs de andere kant, het Advies, het “Kies hoop.”; “Kies onthardend.”; “Kies socialiseren” (&c.) eerder lijkt te knipogen naar Irvine Welsh, en of studio honderd de hoogbrauw is of juist Welsh laat ik aan u.

Waarmee maar gezegd wil zijn. Wat alleen maar uitdrukken wil.

Dodion slalomt. Dodion slingert. Dodion gaat van –

van hier naar daar?

Hum.

Ja.

Goed.

Als hier overal is en daar ergens.
Hier nu & daar ooit.
Hier wat is, en daar wat zijn zal.
Haar hiere hier is mij soms wat te nadrukkelijk; het laat de lezer te weinig keus.

Neem Taaladvies. Dat laat een krities licht schijnen over complimenteus bedoelde uitlatingen die een man (?) zou kunnen doen over het uiterlijk van een vrouw (?). Dat is wat wokeïaans, wat metooësk; altijd weer die man die altijd weer de vrouw bruuskeert met -misschien- goedbedoelde kreten. Misschien krijg je er net als ik soms wel wat van om te moeten vernemen wat er nu weer verkeerd uitgelegd kan worden, maar dan weer: “beeldschoon” en “oogstrelend” bevestigen de alzo genoemde inderdaad wel in een passieve rol: staties; als beeld; stilstaand, en enkel daar om jouw -ja JOUW MANNELIJKE OGEN te strelen; de schoonheid “in functie van” (de schoonheidsbeleving van een ander bijvoorbeeld), het zette mij toch wel denkend ja, maar de door Dodion aangeleverde neologismen (“fonkeltastisch”, “vuurrukkelijk”, “heuphemels”) vind ik, hoewel misschien aktiever, niet overtuigend.

Of.

Ombudsdienst voor historisch herstel van epische blunders: het is een soort pseudo-bijbelse oproep tot empathie, gelijkheid, zachtheid en liefde; het slaat verschillende tonen aan; het overschrijdt genres, maar, helaas, het rijmt soms en het projekt als geheel is me te wankelig.

Of.

Oergebed. Een geniaal gedicht. Fantasties. Prachtig. Het brengt een mens op zijn knieën. Maar het wordt helaas ontsierd door de laatste twee zinnen: “Vrijuit en viraal. Onze life-stream van adem verbindt ons aan elkaar.”; “viraal” is wel zo’n beetje het lelijkste woord ooit en “life-stream”? Gode. Serieus? En niet alles hoeft verbintenis te prediken, Dodion!

Maar Lijflied beschouwt op sterke wijze verschillende soorten kijken: het objectiverende kijken: de gemeten mens; en het veroordelende het inschattende het begerende het schaamteloze het begripvolle het indringende en het sympathiserende kijken – een smachten naar het blootoogse ontmoetende kijken. Een gedicht dat u confronteert met uw eigen blikken, een confrontatie die misschien niet gemakkelijk is maar dat is precies waar iets kunst wordt: daar waar het niet langer perse gemakkelijk is.

Verzachtende omstandigheden tapt uit verschillende vaatjes. Misschien wel uit een vaatje teveel.

Lotte Dodion Verzachtende omstandigheden

Verzachtende omstandigheden

  • Auteur: Lotte Dodion (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 19 augustus 2025
  • Omvang: 125 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van Lotte Dodion de Vlaamse dichteres

Gedichten die een dappere oefening in hoop houden zijn. Een zoektocht naar een zachtere werkelijkheid, naar hoop, troost en inspiratie in donkere tijden zonder zich van de wereld af te keren.

In Verzachtende omstandigheden onderzoekt dichter Lotte Dodion de wonderlijke, maar grillige loop van het verschijnsel hoop. Waar verstopt hoop zich? Hoe roepen we haar krachten aan?

In toegankelijke taal smeedt Dodion observaties en ervaringen van pijn, rouw, twijfel en boosheid om, tot ze weer vonken van verwondering, engagement en levenslust. Werkelijkheid en wensdromen worden net zoals de taal zelf kleurrijk door elkaar geschud tot alternatieve gebeden, trotse lijfliederen en instructies voor een hoopvollere wereld.

Lotte Dodion is in 1987 geboren in Sint-Truiden, België. Ze is dichter, performer en poëziemissionaris. Ook wanneer ze niet schrijft of optreedt, slingert ze poëzie en verwondering binnen in het leven van alledag: ze zet poëzieprojecten op waarin ze experimenteert met social design en mensen met workshops aan het schrijven krijgt. Haar debuutbundel Kanonnenvlees is meermaals herdrukt.

Bijpassende boeken en informatie

Christina Flick – Oceandiva

Christina Flick Oceandiva recensie en informatie over de inhoud van de eerste dichtbundel van de in 1982 in Duitsland geboren dichteres. Op 1 juli 2025 verschijnt bij Uitgeverij Van Oorschot het eerste boek met gedichten van Christina Flick de uit Duitsland afkomstige mimespeelster en dichteres.

Christina Flick Oceandiva recensie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Oceandive, de dichtbundel van Christina Flick dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Christina Flick Oceandiva

Oceandiva

  • Auteur: Christina Flick (Duitsland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal; Nederlands
  • Uitgever: Van Oorschot
  • Verschijnt: 1 juli 2025
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de eerste bundel met gedichten van Christina Flick

De vertelstem in de onderzoekende, existentiële debuutbundel van Christina Flick trekt al zwervend door een stad. Vanuit parken, flats, speeltuinen, kruispunten, snackbars, bibliotheken, parkeerplaatsen, tot aan de oevers van een dronken oceaan observeert ze de wereld om haar heen. Onderweg melden zich geliefden, voorouders, voorbijgangers via voicemails, voetnoten, liederen, vloeken.

Flick schrijft voornamelijk in het Nederlands, haar derde taal, die ze koestert om de dagelijkse vondsten, het schommelen van betekenis, haar andere logica en woordvolgorde dan die ze met haar moedertaal heeft meegekregen.

Christina Flick is in 1982 in Duitsland geboren en in 2004 – 2008 op de Mimeschool belandt. Sindsdien woon ze in Amsterdam. Ze schrijft voornamelijk in het Nederlands. Oceandiva is haar literaire debuut.

Bijpassende boeken en informatie

Hester Knibbe – Barcode van stilte

Hester Knibbe Barcode van stilte recensie en informatie boek met nieuwe gedichten van  de Nederlandse dichteres. Op 26 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Arbeiderspers de nieuwe dichtbundel van Hester Knibbe. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Hester Knibbe Barcode van stilte recensie

  • “Haar poëzie heeft een unieke plaats in het huidige poëzielandschap. Want ze is tijdloos en tegelijk sterk van deze tijd.” (Paul Demets)

Hester Knibbe Barcode van stilte

Barcode van stilte

  • Auteur: Hester Knibbe (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 26 juni 2025
  • Omvang: 72 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Hester Knibbe

Een puntgave nieuwe bundel van Hester Knibbe. Elementairder dan deze gedichten kan poëzie niet zijn.

In Barcode van stilte wil Hester Knibbe vat krijgen op de fundamenten onder ons bestaan. Ze gaat erin op zoek naar de stilte die je kunt ervaren in de marge van de samenleving, of juist in de hectiek ervan. Naar de stilte die je ongewild  vervalt of waarin je taal vindt voor je emoties. Naar de stilte die huist in onze dagen en jaren, in onze geest. Naar de stilte die droom en realiteit verbindt:

‘het vertrouwde
geruis – nooit zullen we weten
hoe het klinkt als dat ophoudt.
Als het scheuren van tijd?’

Hester Knibbe is geboren op 6 januari 1946 in Harderwijk. Ze behoort tot de grote namen in de Nederlandstalige poëzie. Haar werk is bekroond met onder meer de Herman Gorterprijs, Anna Blaman Prijs, A. Roland Holstprijs en VSB Poëzieprijs.

Bijpassende boeken en informatie

Froukje van der Ploeg – Soms blijft iets

Froukje van der Ploeg Soms blijft iets recensie en informatie van de inhoud van de nieuwe dichtbundel. Op 11 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij Querido het boek met nieuwe gedichten van de Nederlandse dichteres Froukje van der Ploeg. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Froukje van der Ploeg Soms blijft iets recensie

  • “Ze weet wat ze ziet, ze ziet wat mensen beweegt, ze luistert naar ze en ze schrijft het op.” (Marijke Schermer)
  • “Een zeldzame combinatie van diepzinnigheid en toegankelijkheid, humor en ernst.” (Roos van Rijswijk)

Recensie van Tim Donker

Niet alle dichtbundels bereiken mij. Ik ben geen groot publiek. Ik zou de kust willen zijn. De kust waar alle poëzie aanspoelt. Maar ook de kust ben ik niet. Anders had ik het wel geweten. Als ik die kust was, of een groot publiek. Dan had ik geweten van Froukje van der Ploeg. Die maar één jaar jonger is dan ik wat er geen zaken mee heeft maar me toch opviel. In 2006 debuteerde ze met de dichtbundel Kater. Sindsdien publiceerde ze nog drie dichtbundels die, en nu sieteer ik het achterplat, “een groot publiek bereikten“. Lap. Daar heb je het. Een groot publiek bereikten die bundels dus wel. Maar mij bereikten ze niet.

En weer wens ik een groot publiek te zijn, en niet mij (mijzelf wens ik vaak niet te zijn). Want dan was Van Der Ploegs poëzie al veel eerder aangespoeld op mijn kust. Dan had ik al veel eerder haar woorden op mijn lijf, haar zinnen in mijn hoofd gehad. Die zinnen als spartelvisjes. Die woorden die de scheuren zijn waardoorheen het licht valt.

Bijvoorbeeld hoe een gedicht als En toen plotseling begint:

Heel kort geleden, zo kort geleden
dat het eigenlijk nu is, was er eens
in een land hier zo dichtbij
dat het eigenlijk hier is een wezen
dat zo op jou leek dat jij het bent

Een begin dat kan tellen, dat zo bloedmooi is dat het een gedicht op zichzelf is en je al bijna niet meer verder durft te lezen want misschien heb je hiermee je portie schoonheid al wel gehad voor deze dag, zulke dingen moet je doseren, teveel pracht slaat misschien wel om in het tegendeel, weet jij veel, maar je leest toch verder en het brengt je in verwarring, maar het is het goede soort verwarring, je weet niet of je een modern sprookje leest, of een oermythe over een wezen dat zichzelf tot het zijnde slaat door het niets te nietsen. Of is het een advies aan de lezer om hoog genoeg te vliegen opdat je vleugels zullen verbranden. Een lichaam te hebben dat op tijd in slaap valt, en niet pas tien minuten voor de wekker gaat. Of nog weer anders wellicht.

Dat kleeft aan deze poëzie. De veelkantigheid. Het onophoudelijk uit zijn voegen barsten. Dat spreken met al die tongen.

Van Der Ploeg instrueert de lezer over de perfecte wraak. Iemand steeds opnieuw die schooldag laten herbeleven van toen je dat tentamen Duits had waarvoor je niet had geleerd. Maak Nabokov onbegrijpelijk voor hem. Laat al zijn bier naar zuurkool smaken. Zulke wraak is zoet, zeg nou zelf, en dan tien jaar later om het te vieren een dagje naar zee. Neem een frietje. Rij weer naar huis.

Maar evengoed toont ze de poëzie van een inbraak. Een agente die weten wil of het huis altijd zo’n rotzooi is, en ja dit wel zo’n beetje de standaardsituatie ja, wanneer het gebeurd is weet je niet precies want je kent de werktijden van inbrekers niet. De humor in dingen die eigenlijk helemaal niet grappig zijn. Ook dat is een constante.

Of de dood. Of het leven. Punk is dood, en wij leven nog. In ieder geval leven we nog. Anderen zijn dood. Wie is er weg, wat is er weg in Autoriteit, wat kun je, leef je nog, weet je hoeveel knoflook in soep gaat, hangt dat niet af van welke soep het is godverdomme (in knoflooksoep al iets meer dan in erwtensoep vermoed ik), en hoe kun je weten wat er weg moet, wat echt dood is, een dichter is dood omdat hij oud was en rookte en leefde, een vriend is dood omdat hij jong is en de dood iets is om mee te spelen, maar denk je dat het einde der tijden gekomen is?

Of wat is. Wat was. De nostalgie. De hang naar. Dagen dat we niet waren waar onze ouders dachten dat we waren (dachten onze ouders? waren we ergens?). Of. Wat niet is wat het had moeten zijn. Wat niet geaccepteerd, niet volgens normen is. Omdat we ziek zijn. Omdat we dood gaan. Omdat we anders zijn. Altijd weer dat leven, en altijd weer druk met andere plannen. Of waar het heen moest. Toen je nog dacht dat je kon sturen. Pindakaas of kunstacademie. Toen je nog dacht dat het ene lor uitmaakte. Of zoals in één van die geweldige brieven die de dichter aan Imke schrijft: “Denk je dat onze tien jaar jongere ik / gelukkig is met hoe we zijn?” Imke en de dichter zijn in ieder geval geen zwervers geworden. Als kind wenste ik zwerver te worden. Zoals David Banner. Dat leek me mooi. Van stad naar stad, een eeuwige reis, altijd onderweg, een soort levenslange vakantie. Maar net als Van Der Ploeg ben ik toch geen zwerver geworden. Zou mijn vijfenveertig jaar jongere ik daar gelukkig mee zijn? Of met wat ik wel geworden ben? Of mijn dertig twintig tien jaar jongere ik? Altijd weer een pijnlijke vraag. Je bent nooit wat je ooit dacht te zullen zijn. En je kunt altijd weer meer verkloten in tien jaar dan je ooit voor mogelijk had gehouden.

Of alles wat ook zou kunnen zijn, in realiteiten anders dan de dagdagelijkse, misschien ontmoet je wel iemand omdat een spin met klompen over de muur van je slaapkamer loopt.

De gedichten in Soms blijft iets zijn grappig, melankoliek, verontrustend, surrealisties, schurend, verwarrend en ongekend prachtig – en meer dan eens dat allemaal tegelijk. Alle registers open zetten zonder dat het ook maar een moment gaat irriteren – daar moet je iets voor kunnen. Dan moet je een dichter zijn die van poëzie gemaakt is. Froukje van der Ploeg is zo’n dichter.

Froukje van der Ploeg Soms blijft iets

Soms blijft iets

  • Auteur: Froukje van der Ploeg (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 11 juni 2025
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek met nieuwe gedichten van Froukje van der Ploeg

Een godin zaait verwarring op aarde, een vrouw kijkt opgerold de tijd weg en huizen doen huizen na.

In haar nieuwe bundel trekt Froukje van der Ploeg lering uit alles wat beklijft. Met humor en zonder schroom onderzoekt ze het ongemak, de verandering en het welbehagen van lichamen, noteert ze de levensverhalen van andere mensen en toont ze hoe een spin die met klompen over de slaapkamermuur loopt grote gevolgen kan hebben. In brieven aan Imke en op weg naar huis, door het park, maakt ze de balans op.

Froukje van der Ploeg is geboren in 1974. Zr debuteerde in 2006 met de dichtbundel Kater. Sindsdien publiceerde ze nog drie dichtbundels, die een groot publiek bereikten, Zover (2013), Dit is hoe het ging (2016), Nachtvangst (2020). Ze ontving de Hollands Maandblad Poëziebeurs en werd genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs. Regelmatig wordt haar werk in literaire tijdschriften en in bloemlezingen gepubliceerd, en treedt ze op festivals op.

Bijpassende boeken en informatie

Twan Vet – Troostpogingen

Twan Vet Troostpogingen recensie en informatie boek en debuut met gedichten en poëzie van de in Seoul geboren Nederlandse dichter. Op 5 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Bezige bij de nieuwe dichtbundel van Twan Vet. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Twan Vet Troostpogingen recensie van Tim Donker

Voor deze Twan Vet hier zie ik een grootse toekomst weggelegd. Maar wel als cabaretier. Of als staande komediant (klaarblijkelijk bleven hele generaties komedianten er altijd maar bij zitten totdat er één op het idee kwam om er bij te gaan staan). Want hij heeft de neiging een moje gedachte om zeep te helpen met wagonladingen banaliteiten en kliesjees.

Troostpogingen opent met een gedicht dat Achtuurjournaal heet, en dat is goed, misschien openen veel mensen hun avond met het achtuurjournaal, of naja, wat weet ik daarvan, ik kijk nooit televisie. Misschien is het ook wel de eerste dag van een nieuw jaar, want: “Ik hou van elk nieuw jaar zeg je, als het nog niet gebeurd is, / nog knispert in het cellofaan. Als geen mens / de dagen nog heeft aangeraakt.”, klinkt het, en dat is een moje gedachte; een jaar als een leegte die nog met van alles gevuld kan worden; een nieuw jaar dat nog ongevormd ligt te liggen; waar niemand nog een kleur aan gegeven heeft. Ik herinner het me zo te voelen toen ik nog een kinderken waart. Het verheugen omdat er iets in huis was dat nog helemaal nagelnieuw was, al was dat maar een jaar, al waren het maar getallen: een 1 en een 9 en een 8 en een 0, en ik ging zeven worden dat jaar en Lonneke was er nog, en zelfs het decennium was nieuw, en mijn knuffels dachten er net zo over, ik had het die ochtend nog aan ze gevraagd.

Maar dan gaat het gedicht verder. Gedichten gaan altijd weer verder, gedichten gaan vaak verder waar ze eigenlijk al afgelopen hadden moeten zijn. De televisie wordt een “treurbuis” genoemd en volgens mij was dat in de jaren zeventig al een kliesjeewoord, en het zwaarste nieuws was vroeger nog te dragen omdat Rob Trip het gezegd had. Ik moest hem even opzoeken en toen kende ik dat gezicht wel, hoe vroeger is vroeger, naja Vet is natuurlijk schandalig jong, die is geboren in 1998, toen waren fatsoenlijke mensen allang volwassen, maar toch, zelfs met dat in het achterhoofd is het effect minimaal, want als er Harmen Siezen of Fred Emmer had gestaan had ik het nog na kunnen voelen misschien, was het nieuws toen veel onschuldiger of knulliger of houteriger, zodat het iets aandoenlijks had ook als er erge dingen werden verteld?, of was het maar dat ik kind was en nooit de volledige implicatie van al die berichten doorvoelde? Je kunt een mens niet verwijten dat hij niet ouder is dan hij is en ik probeer het te snappen door Rob Trip te vervangen door Harmen Siezen, maar toch: als die Rob Trip verder in de bundel nog een paar keer ten tonele wordt gevoerd krijgt het iets kolderieks. Dus vandaar. Zei ik cabaret.

In De zevende dag (is dat ook al niet iets van televisie?) (Twan Vet kijkt echt veel te veel televisie) komen we een ander bekend persoon tegen: “God had net de kroeg geschapen, zocht afgemat / een plekje aan de bar en bestelde rode wijn. / Na het vierde glas bedacht ze mij.” God als (aantrekkelijke?) vrouw, ook de omkering van een kliesjee is kliesjee, een liefje-voor-één-nacht: dronken de liefde bedrijvend met de ikfiguur, klaarkomend, en liggend, daar, in het eerste ochtendlicht. Ik kan zien hoe dit kan werken in een zaal vol lachende mensen. Blasfemie kan best heel grappig zijn, al is het misschien een beetje te vaak gedaan en hebben christendomgrappen langzamerhand wel wat van hun urgentie verloren. Maar deze bundel is geen zaal. Deze bundel is van papier en ik weet niet wat dit op papier met mij doet. Voor ontroering is de situatie net een beetje te bizar, hoewel de laatste regels iets lieflijks hebben. Voorlopig slechts goed voor een vluchtige grijns. Is een grijns goed genoeg voor een gedicht? Does humor belong in music?, vroeg Frank Zappa zich af en ooit, als student, aan het eind van weeral een avond in de spoelkeuken, tijdens wat wij personeelsleden “de nazit” noemden, herhaalde ik de vraag toen we wijn dronken en de overgebleven amuses opaten en kok Hans (ook hij nu dood) beantwoorde hem met een kort en krachtig NEE. Ik keek hem met één opgetrokken wenkbrauw aan maar vele jaren later ben ik zijn onomstotelijke nee gaan begrijpen. Humor maakt muziek zelden beter. Vervelender wel, vaak. Humor in poëzie zou bij Hans misschien een voorzichtiger “nee” hebben uitgelokt (hij hield van de poëzie van Bukowski, soms toch ook niet ongrappig) en ook ik kan humor in poëzie best goed pruimen: K. Schippers kan je overweldigen terwijl je zit te lachen (voor absurdisme is in gedichten best wel heel veel plaats) maar dat is niet iedere dichter gegeven.

Je kunt het sterk vinden hoe Vet de lezer geen blijf laat weten met zijn emoties. Moet ik lachen, moet ik geschokt zijn, moet het me vertederen? Er is een gedicht over een niet-bestaande dochter dat me bijna ontroeren wist. Totdat Vet begint over hoe hij in “elke jongen” het monster ziet “dat alleen aan neuken / denkt en haar straks ook de hel in naait” en wat het ook was dat ik net begon te voelen met één lompe trap vermorzelt. Hoe blijf ik achter? Ook niet geschokt. Verward misschien. Waarom dat platvloerse taalgebruik? Welk effect wordt hier beoogd? Welke dochter kan een vader tot zulke woorden inspireren? Ik weet niet wat dit is.

Of later, verder, liefde als een oude krant die van bed naar bed waait, zeg me wat dat was.

Maar “nog maar half / zo eenzaam als je straks zult zijn” is dan weer helemaal raak, dat is er vol op, dat is een treurige gedachte, en toch is het mooi, het is een indringende gedachte over hoe dingen gaan, over hoe het leven gaat, dat inzicht geef je iemand die in 1998 pas een keer het levenslicht zag eigenlijk niet, ik moest zelf best al oud zijn om te weten dat alle droefnis die ik als jongere voelde en die me toen heel erg leek eigenlijk veel hoopvoller was dat de droefnis zoals ik die later ben gaan voelen.

En ”Slaap altijd met je sokken aan, / koop nooit een kruimeldief, / post vijf keer in je leven een liefdesbrief / die beter zoekraakt dan gelezen wordt, // kweek het verlangen om de zee te zien / en ga dan niet, raak door het verstrijken / van de tijd drie goede vrienden kwijt, // loop minstens twaalf vage angsten op / waarvan je niet meer zult genezen, / zorg dat je meer boeken hebt gelezen / dan je mensen hebt veracht, // sluit vrede met het feit dat alles wat je ziet / al mooier door een ander is gezien, / begrijp je ouders pas als het / te laat is voor verdriet, // beweer elke week ten onrechte / dat je weet waarom je leeft, / luister nooit naar iemand / die je meer dan tien adviezen geeft.” vond ik op de goede manier grappig, omdat er ook een lichte treurnis in zit, een klein schokje van het ongerijmde, het absurde van het willekeurige, en kruimeldief is sowieso een bijzonder achterlijk woord, en dat alles bestaat (kruimeldieven bestaan, de zee bestaat, vrienden kwijtraken bestaat).

Als troostpogingen is Troostpogingen al half geslaagd. Er kwamen grijnzen op mijn bakkes, ik zag flitsen die me stil lieten staan, er was gloed, er was een licht daar in de hoek dat goed voor me was.
Als cabaret zou het kunnen werken; er wordt niet alleen maar op een lach gemikt, er worden ook dingen overhoop gegooid, je zou van een avondje Vet nog iets mee kunnen nemen misschien.
Als poëzie komt het voor mij nog net een beetje te kort. Maar dit is een debuut. Vet kan nog veel kanten op. Een verkeerde kant ook, en dan  een nog verkeerdere. Doe het dan nog eens. En faal beter.

Twan Vet Troostpogingen

Troostpogingen

  • Auteur: Twan Vet (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie, debuut
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 5 juni 2025
  • Omvang: 48 pagina’s
  • Uitgave: paperback / luisterboek
  • Prijs: € 21,99 / € 9,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de eerste dichtbundel van Twan Vet

Troostpogingen is een wonderschoon en toegankelijk debuut van Twan Vet, een rijzende ster in de Nederlandse poëzie. Voor de lezers van Menno Wigman en Tjitske Jansen.

Laatste zomerbrief

Ik weet ook wel dat men elkaar in deze tijd
nog amper brieven schrijft, maar dan:
wie gelooft er nog in poëzie?

Jij niet. Daarom is dit een brief
om onder in een la te steken
en bijna te vergeten.

Veel later pas zul je dit lezen
en dan moet je weten dat ik
deze woorden voor je schreef

in de dagen dat we samen waren,
kusten onder de straatlantaars,
in het park en voor je huis.

Als je me mist: houd deze kleine brief
dan schuin. Er dwarrelt nog wat van
het zonlicht dat we lang geleden samen deelden uit.

Twan Vet is in 1998 in Seoul, Zuid-Korea geboren. Hij is dichter, schrijver en muzikant. Troostpogingen is zijn literaire debuut.

Bijpassende boeken en informatie

De tijd is puin, de tijd is hoop

De tijd is puin, de tijd is hoop recensie en informatie boek over 55 jaar Poetry International. Op 10 junu 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik het boek over 55 jaar Poetry International. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

De tijd is puin, de tijd is hoop recensie van Tim Donker

&
stoelen missend

&
las ik in eerste:
de tijd is punk, de tijd is hoop
en ik wist niet zo goed wat ik daarvan moest vinden

&
ik ken een band die Puin + Hoop heet
er zit een gat in de soep
dat is van hun

&
de circusklanten
de verheerlijking en het verleden
heimwee en de dood

&
de Poetry International serie
oja de Poetry International serie
de circusklanten zijn weg bracht me hc artmann, jürgen becker, günter bruno fuchs, helmut heissenbüttel, ernst jandl, friederike mayröcker wat bijkans het hele boek was en ik verheerlijk het verleden niet bracht me mario cesariny de vasconcelos, e.m. de melo e castro, casimiro de brito, armando silva carvalho en dat was wat minder misschien of niet het halve boek toch (ook niet bijkans) maar nog altijd heel veel moois zodat het me altijd gespeten heeft dat ik nooit de hand heb weten te leggen op heimwee naar de dood of machine van woorden dus wat kan ik zeggen – ik kan alleen maar zeggen dat de verwachtingen hoog, zeer hoog gespannen waren

&
opent
opent met Diana Anphimiadi uit Georgië
die opent, dus, met een gedicht dat, hoe toepasselijk Het begin heet. De Nederlandse vertaling is van Ingrid Degraeve maar waarom vind ik het Engels, gedaan door Natalia Bukia-Peters en Alyson Hallett, zoveel beter? Het is niet zomaar een verschil, het is niet alleen maar het verschil tussen elke regel met een hoofdletter beginnen ook als de zin nog doorloopt, iets wat ik echt spuuglelijk vind, nee, het is het verschil tussen een matig tot redelijk gedicht en een goed tot bijna prachtig gedicht, & welke vertaling benadert het orzjieneel het best?, is Anphimiadi een goed dichter zwak vertaald door een vertaler die haar stiel niet kent of een zwakke dichter opgelapt door twee vertalers met een goed dichterlijk vermogen?, ik weet het niet, ik beheers het Georgisch niet, ik lees dat schrift niet, het zal de laatste keer niet dat ik me verwonder over de verschillen in de vertalingen

&
Simon Armitage dicht een vermakelijke tedoen-lijst bij elkaar, veel van de voorgenomen aktiviteiten hebben met Donald Campbell te maken, dat moest ik opzoeken, dat bleek een autocoureur geweest te zijn, alweer een tijdje dood, verongelukt, natuurlijk, aan dit gedicht werd gerefereerd in het voorwoord, “luchtig” ze zeiden, “humoristisch” ze zeiden, maar ik weet niet, bij luchtig en humoristisch denk ik onmiddellijk aan light verse en dat is Armitages tedoen-lijst absoluut niet, gewoon een opsomming van aktiviteiten die een mens zou kunnen ondernemen, sommige van die aktiviteiten zijn banaal, sommige zijn redelijk absurd, sommige eigenlijk heel mooi, alle klaarblijkelijk broodnodig want alleen eten en ademen zijn optioneel

&
die Maricela Guerrero, die stond onderlaatst ook al in Terras, (toen haadt zij gezeid dat stilstaan een andere vorm van stromen is), hier dicht zij Angst, hier dicht zij fractietjes mojer dan zij in Terras deed maar wel altijd nog zeer herkenbaar want heur praat over cellen deed bij mij eerder nog een lampje branden dan die naam, het ritme in dit gedicht is mooi, de zinnen in dit gedicht zijn mooi, het ritme van de zinnen in dit gedicht is zo mooi, al kun je ook hier weer het Nederlands niet preciezelijk op het Engels leggen, Me da la sensación de que sí entraron todos, heet het in het Mexicaanse orzjieneel; in het Nederlands wordt dat “Ik krijg het gevoel dat iedereen wel binnen is maar Robin Meyers, die het naar het Engels vertaalde, komt af met “I have a hunch there was room for everyone” wat mij een volslagen andere zin lijkt, volgens mij blijft Lisa Thunnissens Nederlands dichter bij het orzjieneel, Thunnissen vertaalde Guerrero ook toen, in Terras 26 en sowieso vind ik Ik krijg het gevoel dat iedereen wel binnen is een mojere zin dan I have a hunch there was room for everyone

&
later
later weer
het gedicht van Luljeta Lleshanaku
de Engelse vertaling is van Henry Israeli en de Nederlandse van Raoul Schuyt en voorwaar ik zeg u, het zijn twee totaal verschillende gedichten, en dit keer gaat mijn voorkeur dan weer uit naar het Engels, en bij nu denk ik dat ik misschien moet ophouden me te verwonderen over of te ergeren aan de (grote) verschillen in de vertalingen, vertalen is interpreteren, de interpretatie van een gedicht ja dat is iets, weet je nog dat we filmpjes moesten maken van gedichten en dat die docent, die domme vervelende arrogante klotedocent zei dat mijn filmpje een mooi filmpje was maar dat het niet een accurate verfilming van het gedicht was en dat ik dat zo stom vond dat ik subietekens heel de school begon te haten omdat ze zo’n oerstomme droplul voor de klas dierven zetten, verfilmen is vertalen is interpreteren is lezen, iedereen leest een gedicht anders, ik lees, ik lees De tijd is puin, de tijd is hoop, ik lees

&
ja
je moet Tom Lanoye voor lief nemen
wiens homeruslezing me laatst zo ergerde
omdat hij iets te goed leek te weten wie er allemaal goed zijn en wie fout, iets te klaar meende te mogen zien waar goed ophoudt en fout begint, en dat wijzen, altijd maar dat wijzen, wie ter linker- en wie ter rechterzijde en dat het dan ook nog eens de gebruikelijke verdachten zijn die aan de verkeerde kant eindigen (maar heel eerlijk gezegd is de uit dit hier Een omgekeerd Babylon afkomstige zin “Hoe blijf ik niet-artificieel intelligent” uit mijn hart gegrepen)
maar je krijgt ook
de zinderende oorlogspoëzie van Ljoeba Jakymtsjoek
&
ja
je moet Ramsey Nasr voor lief nemen
(geen enkele akteur deugt echt helemaal en dat met die etentjes en ongemakkelijke gesprekken kennen we nu toch verdorie zo langzamerhand wel dat is zelfs voor een film al aan de minderwaardige kant)
en ook moet je de flauwzinnige puberale sinterklaasrijm van Derk Otte verduren
of dat weeral veels te leukig rijmelende en verdermeer tot het uiterste gezwollen gezeik van Ilja Leonard Pfeijffer
(waarom hebben ze voor het Nederlands taalgebied gekozen voor zo’n beetje de allerslechtste dichters die er te vinden zijn?)
maar daar staat tegenover dat Momtza Mehri op uitnodiging van haar humeurige bovenbuurman op een dakterras staat en muntthee drinkt en de agressiviteit van reclame bespreekt, wat je, als lezer, goed kunt zien, goed kunt voelen, je voelt de wind, je ziet de muntblaadjes, je ziet de zon ondergaan, je staat daar, en dan krijg je met Mensen zijn zo mooi als ze onzeker zijn ook nog eens een prachtzin cadeau
dat Patricia Jabbeh Wesley een gedicht geschreven heeft over iets waar de gemiddelde mens waarschijnlijk niet dagelijks over nadenkt: het verkopen van je huis (zelfs toen ik mijn huis verkocht dacht ik niet na over het verkopen van mijn huis): de mensen, de bezichtigers, de volmaakte vreemden die gewoon maar rondlopen waar je droomt, waar je slaapt, waar je wegglipt naar andere werelden. Hoe ze binnenkomen met hun lelijke jassen aan en met hun ogen alles bezoedelen wat van jou is. Hoe dat wringt. Schuurt. Knelt. “In mijn land verkoop je je huis niet. / Je verkoopt je huis niet aan vreemden. // Je vertrekt niet zodat anderen je bezit kunnen bezitten.” schrijft ze en misschien zit daar wel iets in, net als in het gedacht dat je huis verkopen ei zo na jezelf verkopen is (want inderdaad: mijn vorige huis had een ziel, en hier, in dit al niet meer zo heel erg nieuwe huis, is die ziel niet. waar is die ziel gebleven? bewonen die nieuwe domme bewoners nu mijn ziel, raken ze aan die ziel met hun koppen en hun stemmen en hun wegens hun hele goede banen zo drukke levens?, of heb ik die ziel simpelweg laten sterven – gewoon door accoord te gaan met iets waarmee ik nooit accoord had moeten gaan?). In minder dan anderhalve pagina maakt Wesley het nimmer werkelijk doorvoelde zeer voelbaar middels een gedicht dat beslist humoristische kanten heeft maar nergens lichtvoetig wordt
& dat Esther Phillips’ eerste gedicht de dageraad zelve was; dat Jean D’Amerique een binnenstebuiten gekeerde mond heeft, zure regen is en dor hout en een mitrailleur schietend geboren zag worden; en dat, ik noem maar iets, Chris Tse kans ziet om een ode aan Celine Dion te schrijven die nergens melig, pathetisch of larmoyant wordt – verrek, het gedicht is geeneens onaardig (en een ode aan Celine Dion is het ook al niet echt)

Over bloemlezingen valt altijd wat te zeiken.
Waarom is dit boek zo dun, maar 75 bladzijden, en de meeste gedichten dan ook nog in drie talen wat de spoeling echt wel dunnetjes maakt. Goed, De tijd is puin, de tijd is hoop beoogt geen opsomming te zijn maar een ontmoeting maar zelfs voor een ontmoeting is dit aan de vluchtige kant – meer een begroeting dan een ontmoeting feitelijk.
En waarom waarom waarom ontbreekt iedere nadere informatie over de dichters en de vertalers? Waarschijnlijk hebben ze gedacht dat er dan nog minder ruimte voor poëzie zou overblijven en dat iedereen met een internetaansluiting ook zelf wel wat kan achterhalen maar het is toch altijd fijn om enkele vingerwijzingen op voorhand al te hebben: gaat het om een bekend / gerenommeerd dichter of om een debutant, hoeveel bundels heeft iemand al op zijn naam staan, is er al iets in het Nederlands vertaald en zo ja bij welke uitgeverij dan?, zo nee in het Engels misschien en bij welke uitgeverij dan?, in welk genre specialiseert een vertaler zich?; bovendien vind ik het als lezer fijn om niet het boek uit gestuurd te worden.

Maar!

Bekijk het zo: De tijd is puin, de tijd is hoop bracht me humor, verstilling, gedachten, schoonheid en gelukkig ook nog genoeg ergernis. Meer kun je eigenlijk niet vragen van een dichtbundel.

De tijd is puin, de tijd is hoop

De tijd is puin, de tijd is hoop

55 jaar Poetry International

  • Auteurs: Diverse dichters
  • Soort boek: gedichten, poezie
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 5 juni 2025
  • Omvang: 96 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 17,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over 55 jaar Poetry International

In 2025 viert Poetry International een jubileum: al vijfenvijftig jaar brengt de organisatie poëzieliefhebbers, dichters en vertalers van over de hele wereld bij elkaar tijdens het Poetry International Festival. Ter ere van deze mijlpaal presenteren Poetry International en uitgeverij Koppernik een bloemlezing uit het werk van de dichters die in dit jubileumjaar op het festival staan.

In deze zorgvuldige selectie staan iconische Nederlandstalige dichters zoals Ramsey Nasr, Tom Lanoye en Astrid Roemer naast internationale grootheden en opkomende legendes als Kwame Dawes, Maricela Guerrero en Momtaza Mehri.

Met bijdragen van dichters uit vijftien verschillende landen – van Mexico en Oekraïne tot Liberia en Barbados – biedt deze bloemlezing een rijk palet aan poëzie: van vervreemdende en speelse verzen tot ontroerende odes en lyrische liefdesbrieven aan de wereld – elk in de originele taal én vertaald naar het Nederlands en Engels.

Bijpassende boeken en informatie