Tag archieven: Recensie

Niels Posthumus – Verdeeld koninkrijk

Niels Posthumus Verdeeld koninkrijk recensie en informatie boek over de reis door het Groot-Brittannië van Charles. Op 4 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Balans het boek van Niels Posthumus over de stand van zaken in het huidige Verenigd Koninkrijk. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Niels Posthumus Verdeeld koninkrijk recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Verdeeld koninkrijk, het boek van Niels Posthumus over Groot-Brittannië, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Een scherpe analyse van hoe het Verenigd Koninkrijk al jaren met zichzelf worstelt. Aanrader.” (Tim de Wit)
  • “Journalist Niels Posthumus reisde door Groot-Brittannië en sprak Britten uit alle lagen van de bevolking. Op die manier brengt hij de vele scheidslijnen die door het Verenigd Koninkrijk lopen vakkundig in kaart.” (Ivo van de Wijdeven, NRC)

Recensie van de redactie

Hoe gaat goed of slecht het nu met het Verenigd Koninkrijk? op die vraag probeert journalist Niels Posthumus die sinds 2021 correspondent voor Trouw is in het Verenigd Koninkrijk antwoord te geven is zijn nieuwe boek. Hij maakt hiervoor reizen door het Koninkrijk, naar Engeland, Schotland, Wales en niet te vergeten Noord-Ierland.

Als rode draad voor zijn boek heeft hij gekozen de verhouding van de nieuwe koning Charles III tot zijn volk en vice versa. En deze insteek werkt uitstekend. Dat het economisch en sociaal niet goed gaat met het grootste deel van het Verenigd Koninkrijk zal de meesten van ons niet verbazen. Maar wat Niels Posthumus uitstekend doet is invulling geven in wat er aan de hand is, hoe scheef en misschien zelfs verziekt verhouding zijn tussen Londen machtscentrum en economisch hart en de rest van het koninkrijk.

Vele tientallen gesprekken met Britten uit de verschillende gebiedsdelen en uit allerlei lagen van de bevolking heeft Niels Posthumus gevoerd. Alleen de weerslag van deze gesprekken maken het boek al goed en boeien. Maar hij doet nog wat extra’s hij koppelt deze gevoelens en waarnemingen aan de verhouding die de huidige koning Charles III, voorheen Prins van Wales heeft en had met het land en de bevolking. En juist deze toevoeging maakt het boek extra lezenswaardig. Wie meer inzicht wil krijgen in wat de Britten beweegt en wat voor rol de koning hierbij speelt, moet dit boek zeker lezen. Het is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Op reis door het Groot-Brittanië van Charles

Verdeeld koninkrijk

Op reis door het Groot-Brittannië van Charles

  • Auteur: Niels Posthumus (Nederland)
  • Soort boek: journalistiek reisverslag
  • Uitgever: Balans
  • Verschijnt: 4 september 2025
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Boek over van Niels Posthumus over Groot-Brittannië

Charles III, sinds 2022 koning van het Verenigd Koninkrijk, weet het al decennia zeker: de mensheid heeft de grenzen van de technologische vooruitgang en industrialisering bereikt. Schaalvergroting, massaproductie en consumentisme vergiftigen het milieu en schaden de sociale cohesie. Eind vorige eeuw vonden veel Britten dat nog reactionair en werd Charles erom uitgelachen, maar inmiddels zijn steeds meer mensen het met hem eens en geldt de vorst als een belangrijke progressieve stem.

Het land van Charles is sterk veranderd sinds de Tweede Wereldoorlog. Het Britse wereldrijk viel uit elkaar. Kerken liepen leeg. Noord-Ierland werd verscheurd. Het Verenigd Koninkrijk voegde zich bij de Europese Unie en stapte daar ook weer uit. Er ontstond een multiculturele samenleving. De economische ongelijkheid nam toe, het concept ‘klasse’ veranderde en de rol van de media ook. En tot overmaat van ramp sterft de Britse pub uit.

Journalist Niels Posthumus reisde kriskras door het land en sprak onderweg met mensen uit alle lagen van de bevolking. Hoe ziet de nieuwe vorst de toekomst, en hoe vinden de overige 68 miljoen Britten dat hun land ervoor staat? Het resultaat is een fascinerend portret van een land op zoek naar zichzelf.

Niels Posthumus is geboren in 1981. Hij is sinds 2021 correspondent voor Trouw in het Verenigd Koninkrijk. Daarvoor werkte hij in Zuid-Afrika. Zijn boek Liefdes verdriet stond op de shortlist van de Brusseprijs voor beste journalistieke boek van het jaar. In 2024 werd hij genomineerd voor de prestigieuze Britse FPA Media Awards voor zijn berichtgeving over het Verenigd Koninkrijk.

Bijpassende boeken

Roderik Six – In het wit

Roderik Six In het wit recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Vlaamse schrijver en literair journalist. Op 4 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Prometheus de nieuwe roman van Roderik Six, de uit België afkomstige schrijver. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Roderik Six In het wit recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van In het wit, de roman van Roderik Six, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Stilistisch loepzuiver, filmisch en suggestief, zelfs van een onwereldse poëzie. Een exotische droom als dystopie.” (Stefan Hertmans over de roman Volt)
  • “Harde, goede, ingekookte taal, zwart als gestolde olie. Monster is een prachtig bittere en pijnlijk consequente novelle over verlies, rouw en liefde.” (Ilja Leonard Pfeijffer)

Recensie van Tim Donker

En dan, op vol volume: Aluk Todolo, en misschien harder nog dan vol volume, als dat kan, want het moet door alle luchtlagen heen bonken vandaag, deze dag, nu er ligt, dit boek, In het wit van Roderik Six, een roman, naar hij meent, maar waar liggen die grenzen eigenlijk?, en wie bepaalt wat?, dit boek is er weer zo een, denkt hij, denkt het besprekerken, er moet iets losgeschud omdat dit het geval is, omdat wat hij net gelezen heeft er weer zo een is, en hij peinst dat Dregke dat allemaal niet kan waarderen, maar is Dregke nog ergens, soms maakt het t besprekerken een beetje verdrietig niet te weten of Dregke nog ergens is, ook al een van die dingen die knagen, wat knaagt en neerbraak, het is aan Aluk Tolodo om dingen die knagen los te schudden, of om geluiden te overstemmen, kan ook, want hij weet nog wel, dagen bij de houtkachel, en verrek, warmte zou ook een sentraal begrip kunnen zijn in dit hier In het wit, en dan vooral vanwege de kou. Want het begint met sneeuw, en dat is al het eerste punt, dat het begint met sneeuw, maar dat later misschien, of nee dat nu. In de sneeuw rijdt een harmonicabus. In de harmonicabus zit M. Ja, eenvoudigweg M., ook daarover denkt het besprekerken zo hij zijne, maar dat komt wel pas later. M. is letterkundige en gepromoveerd op de invloed die het weer heeft gehad op de grote werken uit de wereldliteratuur. Gezocht, u zegt? Wel zet u dan maar schrap want Six sleept er wel meer aan de haren bij. M. liet zich inspireren door een stelregel van thrillerschrijver Elmore Leonard. Daar had het besprekerken nog nooit van gehoord, moest hij tot zijn schaamte toegeven, niet per se onbekende films als Get shorty en Jackie Brown zijn gebaseerd op boeken van Leonard, al heette die laatste in de boekversie dan Rum punch. De regel waardoor M. zich uitgedaagd voelde was Begin nooit een boek met een beschrijving van het weer, en hoewel t besprekerken gloeiend het land heeft aan welke stelregel dan ook (gedurende zijn opleiding maakte t besprekerken -die toen nog geen besprekerken was maar een zotteken dat ervan droomde ooit een dichterken te zijn- er een sport van om alle regels van alle docenten met voeten te treden en toch, naar zijn eigen stelligste overtuiging dan, sterk werk in te leveren), moet hij niettemin, een weinig schoorvoetend (daar staat hij te schoren met die voeten van hem), toegeven dat hij niet gauw iets bedenken kan dat afgezaagder is aan het begin van een roman dan een beschrijving van het weer. Maar Six doet het hier, zo neemt t besprekerken aan toch, om de draak te steken met het gebod van Leonard, en bij extrapolatie misschien wel met alle geboden in welke kunstvorm dan ook, en dat kan t besprekerken dan wel weer waarderen. De sneeuw in In het wit als stijlmiddel, thema, motief en, vreest t besprekerken, metafoor, de roman bijt zichzelve in de eerste bladzijden al in de staart, metafiksie, dus voor nu is het goed, toch, M. in de bus onderweg naar haar in een zorginstelling wonende, dementerende vader, de sneeuw die de witheid in het hoofd van een alzheimerpatiënt symboliseert, waar kennen we dat van?, verwijst Six alleen maar naar Hersenschimmen of pasticheert hij misschien ook deze, naar de bescheiden mening van t besprekerken wat overgewaardeerde, roman van Bernlef? t Besprekerken weet t niet, en hij weet wel meer niet. Mogelijkerwijs speelt Six geregeld met de voeten van zijn lezers. Het zou kunnen dat het kan maar het zou ook kunnen dat het niet kan. De bombast. In beeld: de bus in de sneeuw. Maar ook in woord: “De confituur smaakte naar nazomer”; “De boterige klomp werkelijkheid karnde door haar maag”; “Het majestueuze zeedier […] kliefde zorgeloos door het helblauwe water”; “Er prijken ijsbloemen op het dunne keukenraam. Pasgeboren sterren zijn het, uit het nachtgewelf geduwd wegens niet levensvatbaar, om dan, na een eeuwenlange reis door het heelal, langs gasnevels en op het nippertje ontsnapt aan zwarte gaten, te pletter te storten op dit enkelglas. Hier zullen ze hun laatste uren slijten. Op gestold zand, hun kristallen tentakels uitgestrekt – en straks, wanneer de fluitketel stoom aflaat en het gasvuur onder de pan pruttelt, zullen ze afdruipen.”; hoe zwaar wil je het hebben?, maar van de overdaad kon je al een vermoeden hebben als je het sietaat op het achterplat had gelezen: “Sneeuwen zou geen werkwoord mogen zijn. Al dat gedwarrel, die speelse kristallen die meer zweven dan vallen, het heeft niets met werk te maken. Het woord mist daadkracht en gewicht, het mist sleur. Sneeuwen – het klinkt als de wind die met vingers van licht de kruin van een kind streelt.” jajaja, al is het in werkelijkheid, in het boek, wel iets mojer: “Sneeuwen zou geen werkwoord mogen zijn, dacht M., net voor ze met een harde schok in haar zitting werd gedrukt. De bus, een harmonica op wielen en diesel, slipte en zwenkte en de chauffeur trok het voertuig weer vloekend recht, de dood nog maar eens een halte afgewend. Al dat gedwarrel, die speelse kristallen die meer zweven dan vallen, het heeft niets met labeur te maken. Het verbum mist daadkracht en gewicht, het mist sleur. Sneeuwen – het klinkt als de wind die met vingers van licht de kruin van een kind streelt.”, goed t besprekerken moet toegeven dat labeur mojer is dan werk en misschien is verbum ook wel mojer dan woord (en waarom is dit fragment eigenlijk gekozen voor het achterplat als het klaarblijkelijk woorden bevat waarvan de wijze achterplatmakers menen dat het potentiële lezers zou kunnen afschrikken? en Six wil overduidelijk alle taalregisters openen dus waarom zijn belangrijkste instrument tot nietszeggendheid gestemd? en waarom is Six daar eigenlijk mee akkoord gegaan? hij koos de woorden verbum en labeur toch ook niet voor niets zo peinst t besprekerken?), maar dan toch weer die dood die pas een halte later mag komen, de busrit in de sneeuw naar een vader die sterven gaat beschrijven als het Leven Zelve, is er een reden, Six, voor al deze vetheid? Al deze moddervette vetheid? Die schaamteloos is, en daarom ook wel weer te prijzen. Maar dan. Maar ook. Maar verder. Want M. zit lang in de bus, even dacht t besprekerken (iets wat hij overigens bijzonder sterk had gevonden), dat ze gans het boek entlang in de bus zou zitten. Ze zit en kijkt en hoort en denkt, altijd dankbaar voor een schrijver, het openbaar vervoer: voorbijschuivend landschap, instappende passagiers, opgevangen gesprekken en hoe alles bij je hoofdpersoon herinneringen en gedachten kan aanjagen. Medepassagiers voor deze M., en wat moet je van haar denken eigenlijk?, kijken op hun telefoon “een oude serie” “over zes witte vrienden die hun dagen spendeerden in een koffieshop en om de haverklap in grappige misverstanden verzeilden. Niemand hoefde er ooit te werken, ook al woonden ze in New York, in appartementen zo groot als balzalen. Een van hen, de zweverige blondine, kwam zelfs rond als straatmuzikante.”, en dat is tegen het zere been van t besprerken al is het dan een been uit het verleden, noem het een fantoombeen. Het is uit de tijd dat t besprekerken nog geen vader was, de dagen en de tijden waren anders toen, t besprerken besprak voornamelijk muziek en had nog wat van de ambities uit zijn studententijd behouden; hij zou ook best een dichterken willen zijn, of een schrijverken allicht, hij zat hoe dan ook hele avonden te schrijven: proza, poëzie, recensies, beschouwelijk werk, hij schreef de avond weg en de kamer leeg, hij schreef tot de klok het middernachtelijk uur gepasseerd was. Het volgende deed zich voor: als hij zijn pen neerlegde en direkt zijn bed op zocht, bleef de slaap lang uit. Dan lag hij nog lang te malen over een beschrijving die misschien wat puntiger kon, een formulering die een beetje mankte, en had hij de naam van de zanger op die seedee die hij eerder die avond besproken had eigenlijk wel goed gespeld? Dan ging hij weer bed uit, schoot in het donker wat aan (t-shirt niet zelden achterstevoren en binnenstebuiten), dan zocht hij zijn papieren weer op, klapte de laptop weer open, zat daar weer te lang, was de volgende dag geen sent meer waard. Zaak was het om het hoofd leeg te maken en dan pas naar bed te gaan. Maar hoe maak je het hoofd leeg? Met de geest niet al te zeer okkuperende dommigheden. En waar vind je dommigheden bij uitstek? Op televisie. Na het schrijven televisiekijken, dan naar bed. Wat gekeken was nog niet heel eenvoudig, het moesten geen films zijn, die duurden te lang en waren te voorspelbaar en stelden het geduld van t besprekerken te zeer op de proef; het moesten ook geen praatprogramma’s zijn vanwege de ergeniswekkende flauwekul die daar net iets te vaak gedebiteerd werd; het moest niks zijn waar een vervolg in zat; gewoon iets stompzinnigs dat je eenmalig kon zien en waarvan je ook net zo goed al eens een aflevering van kon missen, want het waren de dagen voor de smart-tv en van terugkijken of van internet op de televisie was geen sprake, er werden dingen uitgezonden en daar kon je naar kijken en als je het gemist had was het weg. Zodoende geraakte t besprekerken gehaakt aan sitcoms. Dat is de grote zwakte van t besprerken: als iets bij hem eenmaal gewoonte is geworden, geraakt hij er bijna niet meer van af. Na zijn avondlange schrijfsessies zag t besprekerken sitcoms, want die werden vaak in de late uren, aan het eind van de programmering, nog eens herhaald. De serie waar M. hier op doelt zag t besprekerken ook. De hele serie. En het is eenvoudigweg niet waar dat niemand er hoefde te werken. Iedereen werkte. Eentje was akteur, al had hij zelden een klus; zijn geldproblemen waren dan ook regelmatig onderwerp van gesprek en katalysator van ontwikkelingen. Dan was er een chef-kok, een paleontoloog die eerst in een museum werkte en later als hoogleraar aan een universiteit, een data-analist, een hoofd inkoper bij een gerenommeerd modehuis. De “zweverige blondine” kwam helemaal niet rond als straatmuzikant; zij was masseuse. Daarnaast trad ze ook op met haar muziek ja, maar niet op straat maar in diezelfde koffieshop waar ze volgens M. hun dagen spendeerden. Voor zo’n simplistische, voornamelijk op goedkoop divertissement gerichte, sitcom waren er ook nog verrassend vaak scenes die zich afspeelden op de respectievelijke werkplekken van de “zes witte vrienden” (is er een reden om te specificeren dat die mensen wit waren?), en gingen hun gesprekken, bijvoorbeeld die in die koffieshop, ook vrij vaak over (problemen op het) werk. En dan waren ook lang niet al hun appartementen zo groot als balzalen en van het grootste appartement werd ook nog regelmatig verklaard waarom de huur ervan zo betaalbaar was. Maar afgezien daarvan, is het een beetje flauw om dit soort series af te rekenen op hun waarschijnlijkheidsgehalte; sitcoms jagen geen realisme na maar zijn gericht op de lach: elke paar minuten moet er gelachen worden en sja, zo vaak geeft de doodgewone aldag toch ook niet te lachen? Trouwens, ook serieuzer werk kan op zulke overwegingen stuk gaan – in menig boek is het evenmin duidelijk hoe de hoofdrolspelers de levensstijl kunnen onderhouden die ze hebben. Maar t besprekerken zou dit nooit naar voren hebben gebracht, hij wil niet per se te boek komen te staan als kenner van Amerikaanse comedyseries, als hij Six niet vaker had kunnen betrappen op slordigheden. Waarom moet M. zich badinerend uitlaten over een sitcom van decennia terug; waarom schreef Six de Friends kijkende passagiers de bus in? Om flauwiteiten erop los te kunnen laten?, om hoogbrauw te kunnen doen over laagbrauwcultuur? Moet het iets over Six zeggen, hee mensen kijk mij eens aantonen hoe slecht een of andere Amerikaanse serie uit tempo doeloe in elkaar zit?, of moet het iets over M. zeggen (een lichtelijk pretentieus personage is ze wel)? Maar verderop is er ook al sprake van “grijze materie” als het over hersenen gaat, niet alleen een kliesjee van jewelste maar ook diskutabel – is hersenweefsel van een levend brein niet doorbloed en dus roze? (toen t besprekerken nog een puberend scholierken was, haatte hij het altijd al zo erg als leraren zeiden dat je de “grijze materie” moest “laten werken”) En in een andere verhaallijn laat Six iemand nadenken over “eskimo’s” die “hun hele leven lang” in “een hut van ijs” verblijven; is dat wel waar?; bewonen Inuit (ja) hun “hut van ijs” niet slechts tijdelijk, bijvoorbeeld tijdens het jachtseizoen?

Dit is er weer zo een, denkt t besprekerken. Hij weet weer niet goed wat hij er van denken moet. Want ondanks alle slordigheden, ondanks de hoogdravendheid, ondanks de bij vlagen zeer gezwollen taal, blijft hij wel lezen.

Hij wil weten. Hij wil weten van M., en van haar vader. Van de jeugd, van het samen dat ooit was. M., die verderop Emma blijkt te heten, wat vaak afgekort werd tot Em of zelfs eenvoudigweg M., dus in tegenstelling tot wat t besprekerken dacht geen verwijzing naar de M. uit het gedicht van Jules Deelder (die, als hij het zich goed herinnert, van achthoog naar beneden sprong en onder zich de auto’s zag en nog één keer aan zijn Dinkey Toys dacht) (maar t besprekerken kan zich vergissen, het is vermoedelijk zo’n dertig jaar geleden dat hij dat gedicht voor het laatst onder ogen kreeg) (al speelt zelfmoord wel een rol in In het wit) (maar nu verraadt t besprekerken misschien al te veel), werd voornamelijk opgevoed door haar vader; haar moeder Iris overleed toen M. nog jong was, ze herinnert zich nauwelijks nog iets van haar moeder. En dan, in een volgend deel, wordt de hoofdrol vervuld door iemand die Iris heet en die is getrouwd met iemand die Ronald heet, wat ook de naam is van M.’s vader. Hier, zo denkt de lezer, zo dacht t besprekerken alleszins, gaat opgehelderd worden hoe dat nou zit met die moeder die M. zich niet meer herinnert; hier zitten we in Iris’ hoofd. Maar alsnog blijft veel in het vage. Gaat Iris dood op het eind? Heeft Iris zich wel goed kunnen vinden in haar moederschap? Bevraagt Six de relaties die ontstaan uit huwelijk en nageslacht: ineens ben je iemands zoon of dochter, ineens ben je iemands vader of moeder, relaties die zonder precedent zijn; vriendschap kun je leren – een vriendschap kan kapot gaan en dan weet je de volgende keer misschien beter waar je op moet letten. Maar vader, moeder, zoon, dochter – dat gaat niet meer weg. t Besprekerken voelt zich als vader helemaal op zijn plek; niets is hij ooit méér geweest dan vader; geen enkele rol is ooit zo totaal aanwezig geweest in zijn leven maar hoe moet gruwelijk moet het zijn als het ouderschap je geen, of onvoldoende, vreugde schenkt? Is dat dan leven?

Ja dat is dan leven.

En leven heeft de eigenschap altijd maar door te gaan tot het er niet meer is. Wanneer de M.-lijn hervat wordt, lijkt zij inmiddels zelf ook dement. De dingen verliezen langzaamaan hun naam. En “[z]onder naam zijn dingen gewoon maar massa”; hoe waar is dat! Neem iets waar waarvan je geen verstand hebt, machineonderdelen ofzo, en je ziet gewoon maar dingen. Of. Je komt aan, vooruit, met de trein, op een plek waar je nog nooit geweest bent – je ziet het doorheen onbeschreven ogen. Wanneer je er al een paar dagen bent, zie je de dingen anders, je kent hun onderlinge relaties, de afstanden van het een tot het ander, je weet er al een beetje je weg, je ogen zijn niet langer onbeschreven; het heeft t besprekerken op vakantie wel eens gespeten hoe snel zijn onbekendheid met die nieuwe omgeving teloor ging.

Lezend doorheen de slordigheden, de soms te dik aangezette poëzie, de kliesjees, de dingen waarvan je niet weet met welk doel Six ze inzette blijft van In het wit een muzikale en sfeervolle roman over die enkele wezenlijke levensvragen aan de orde stelt. In welke mate hebben we ons leven in eigen hand? Wat laten we teloor gaan, wat laten we vervluchtigen voor we er goed en wel grip op kregen? We kiezen onze geboorte niet, kunnen we ons einde wel zelf kiezen? t Besprekerken moest herhaaldelijk denken aan de euthanasieroman die Joost Oomen niet al te lang geleden schreef. En daartussen? Wanneer kunnen we nog weglopen, wanneer kunnen we nog terug. Wie zei je ooit dat je deze weg moest gaan? En nu loop je er, en wil je het wel, wil je het lopen wel, wil je deze weg wel.

Uiteindelijk geraakte t besprekerken in een filosofische stemming door dit bedachtzame en verstilde boek. En een schrijver die je met zijn boek het gevoel kan geven dat je normaal hebt na het beluisteren van een seedee van Dirty Three vergeef je natuurlijk ruiterlijk al zijn maniërismen.

Roderik Six In het wit

In het wit

  • Auteur: Roderik Six (België)
  • Soort boek: Vlaamse roman
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 4 september 2025
  • Omvang: 168 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 18,99 / € 10,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe Roderik Six roman

“Sneeuwen zou geen werkwoord mogen zijn. Al dat gedwarrel, die speelse kristallen die meer zweven dan vallen, het heeft niets met werk te maken. Het woord mist daadkracht en gewicht, het mist sleur.
Sneeuwen – het klinkt als de wind die met vingers van licht de kruin van een kind streelt.”

Een vrouw reist door een sneeuwlandschap. Ze is op weg naar de buitenwijk waar haar vader woont. In zijn hoofd sneeuwt het al lang. Terwijl de vlokken rond haar neerdwarrelen, moet ze een hartverscheurende beslissing nemen.

Een moeder staart door een keukenraam. Buiten speelt een kind in de sneeuw. Was dit de droom – een huis in het dorp, een dochter, een man? Is dit nu leven?

In de nieuwe, ontroerende roman In het wit van Roderik Six worstelen jonge vrouwen met oeroude dilemma’s. Met stilistisch vernuft schetst Six een teder portret van mensen op het kruispunt van leven en dood. In het wit is een intieme roman over maatschappelijke thema’s als dementie en moederschap.

Roderik Six is in 1979 geboren in Ieper en groeide op in het in het West-Vlaamse Woesten. Hij is literair journalist bij het weekblad Knack. Met zijn debuut Vloed won hij prompt De Bronzen Uil. Zijn tweede roman Val werd bekroond met de driejaarlijkse Prijs voor de Letteren van de provincie West-Vlaanderen. Roderik Six woont en werkt in Gent.

Bijpassende boeken

Henk Smeets & Fridus Steijlen – In Nederland gebleven

Henk Smeets & Fridus Steijlen In Nederland gebleven recensie en informatie boek over de geschiedenis van Molukkers 1951-2025. Op 3 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Walburg Pers het boek over de geschiedenis van Molukkers 1951-2025. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Henk Smeets & Fridus Steijlen In Nederland gebleven recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van In Nederland gebleven, De geschiedenis van Molukkers 1951-2025, geschreven door Henk Smeets en Fridus Steijlen, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “In Nederland gebleven laat op voortreffelijke wijze zien dat de geschiedenis van de Molukkers geen statisch verhaal is dat eindigt bij de aankomst in Nederland in 1951 of bij de eerste jaren hier, maar springlevend is en zich nog steeds ontwikkelt. Deze heruitgave is daarom veel meer dan een herdruk – het is een noodzakelijke actualisering van ons collectieve verhaal.” (Henry Timisela, directeur van Museum Maluku in Den Haag)

Recensie van de redactie

Toen in 1951 een groep van zo’n 13.000 Molukkers naar Nederland emigreerden omdat hun verblijf op de Molukken die onder steeds strenger Indonesisch gezag kwamen te vallen was dat het het begin van een moeizame relatie. De Molukkers kwamen met het idee dat hun verblijf in Nederland tijdelijk zou zijn en dat ze na hooguit een aantal jaren weer terug zouden keren naar de geboortegrond. Helaas bleek de realiteit voor de veelal oud KNIL-militairen anders en nu, ruim zestig jaar later, leven en wonen de meesten van hen en vooral hun nakomelingen hier nog steeds.

Henk Smeets en Fridus Steijlen hebben de weerbarstige geschiedenis van de verhoudingen tussen de Molukkers en de Nederlandse staat in dit zeer doorwrochte boek vastgelegd. De auteurs publiceerden al eerder een boek hierover. Maar dit is een herziene en uitgebreide editie van dat standaardwerk waarin ook hoofdstukken over de meest recente geschiedenis zijn toegevoegd.

Het boek gaat in detail in op de geschiedenis van de Molukkers in Nederland. De weerbarstige onderlinge verhoudingen, de opgekropte frustratie culminerend in de kapingen in de jaren zeventig van de vorige eeuw en over de verwoede pogingen om tot een samenwerking en onderling begrip te komen.

De samenwerking tussen historicus Henk Smeets en antropoloog Fridus Steijlen heeft een boek opgeleverd dat zonder twijfel het standaardwerk over dit onderwerp genoemd kan worden. Wetenschappelijk onderbouwd, vol boeiende details, weten de auteurs de op overtuigende en genuanceerde wijze de boeiende en weerbarstige geschiedenis van de Molukkers in Nederland te verwoorden. Bovendien is het boek voorzien van interessante foto’s en zeer mooi uitgegeven. Veel beter kan niet. Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (uitmuntend).

Henk Smeets & Fridus Steijlen In Nederland gebleven

In Nederland gebleven

De geschiedenis van Molukkers 1951-2025

  • Auteurs: Henk Smeets, Fridus Steijlen (Nederland)
  • Soort boek: geschiedenisboek
  • Uitgever: Walburg Pers
  • Verschijnt: 3 september 2025
  • Omvang: 640 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 39,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitmuntend)
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van het boek over Molukkers in Nederland

In 1951 kwamen ongeveer 12.900 Molukkers naar Nederland, veelal voormalige militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en hun gezinnen. De verwachting was dat ze na enkele maanden weer terug naar huis zouden gaan. Inmiddels zijn bijna 75 jaar verstreken en is maar een kleine groep teruggekeerd.

In Nederland gebleven gaat over de spanning tussen een migrantengroep en de overheid, over de gewelddadige confrontatie tussen ballingen met politieke idealen en de Nederlandse samenleving, maar óók over samenwerking van overheden en Molukkers om samen de problemen de baas te worden. Het laat zien dat integratie een langdurig proces is; een proces dat – ondanks verschillen – ook herkenbaar is bij andere migrantengroepen. Deze volledig herziene uitgave is aangevuld met nieuwe informatie en bevat een extra hoofdstuk dat de recente geschiedenis beschrijft, waarin ruime aandacht voor de derde en vierde generatie.

Bijpassende boeken en informatie

Rhian Elizabeth – maybe i’ll call gillian anderson

Rhian Elizabeth maybe i’ll call gillian anderson review, recensie en informatie boek met gedichten van de dichteres uit Wales. Op 31 mei 2025 verschijnt bij Broken Sleep Books de dichtbundel van Rhian Elizabeth. Er is geen Nederlandse vertaling van het boek verkrijgbaar.

Rhian Elizabeth maybe i’ll call gillian anderson review en recensie van Tim Donker

Dit is de eerste scene. Een moeder staat op de drempel van het huis en ziet hoe de dochter in haar auto stapt en wegrijdt. Ze trapt het gaspedaal in, kijkt niet meer om, gaat. En daar staat moeder dan, in haar lege nest. Niet langer het hele tapijt vol vuile was, niet meer iemand die steeds met de deuren slaat, niet langer de posters van haar helden aan de muren van wat van nu af aan een extra kamer is. En nu? Wat te doen met al die leegte? Haar vrienden zeggen de moeder dat ze bezig moet blijven. Dingen moet vinden om te doen, en dan het liefste dingen die niets van doen hebben met heeldurdagen naar The Carpenters luisteren en huilen. Misschien, zo denkt ze, kan ze online dingen gaan bestellen. Niet omdat ze ze nodig heeft of zelfs maar hebben wil maar omdat ze zich dan kan verheugen op de komst van die spullen en dat verheugen zou je een bezigheid kunnen noemen. Of misschien kan ze op Google zoeken naar leuke hobby’s voor veertig jaar oude, verdrietige vrouwen. Of misschien kan ze gewoon een beetje in doodste stilte door het huis lopen tot ze zichzelf terugvindt in die ontstellend lege kamer, schreeuwend Wat word ik nu godverdomme geacht te doen, Alexa? Of misschien kan ze Gillian Anderson bellen en haar uitnodigen voor een logeerpartijtje, de lakens van het bed van haar dochter afhalen en er schone opleggen, in de hoop dat Gillian Anderson met een knipoog zal zeggen ik slaap liever in jouw bed.

Dit is de situatie van het titelgedicht, en dat is het allereerste gedicht in de bundel. Ik hoefde geen badwater te testen, deze regels las ik ademloos. Alles, bijna elk woord uit dit gedicht kan ik me zo levendig voorstellen dat het is alsof ik daar op die drempel sta, kijkend naar een veel te snel verdwijnende auto. Mijn kinderen zijn tien en twaalf en toch kan ik het me zo goed indenken hoe ze op een dag zullen gaan; als mijn oudste op zijn achttiende het huis uit gaat (wat daar geen ongebruikelijke leeftijd voor is), zal mijn nest over een luttele zes jaar reeds halfleeg zijn. Ga ik dan allicht enkele dingen die ik nu ook al doe alleen maar frekwenter doen? Want ik herken net iets te goed hoe het wachten op -in mijn geval- boeken en cd’s eigenlijk mojer is dan het ontvangen ervan. Vanaf het moment dat ik een bestelling plaats, kan ik dagen leven in het glorieuze vooruitzicht dat dat geniale boek of die wonderschone cd eraan komt – een fijn gevoel, dat kundig om zeep geholpen wordt wanneer de postbode ze daadwerkelijk aflevert. Zo mooi als het gedurende die paar dagen in mijn hoofd geworden is, zijn boeken en cd’s trouwens toch nooit. Niets is ooit zo mooi als het in je hoofd is. Dat is wat het betekent om in leven te zijn. Lekker zwelgen in je verdriet? Ken ik ook. Nog fijner met muziek erbij ja, al is dat in mijn geval nooit The Carpenters (maar misschien moet ik dat eens proberen?). Ook: onzinnige dingen opzoeken via Google. Goed, meestal voor de lol samen met mijn dochter. Maar de keren dat ik het doe als ik alleen ben, is onversneden verveling doorgaans de drijfveer erachter. Alleen Gillian Anderson ken ik niet. Zou dat iemand zijn natuurlijk is dat iemand ik ken wel meer beroemdheden niet vast een goeroe of een televisiepsycholoog of iemand van youtube of gewoon maar een moje vrouw die zingt of acteert of schrijft, in de danklijst wordt Anderson nog bedankt omdat ze Elizabeth vooralsnog niet heeft aangeklaagd. Het is makkelijk op te zoeken wie dat is, misschien iets voor als de verveling weer toeslaat. Maar liever laat ik me het raden, net als in de tijd dat er geen Google was en je zulke dingen niet kon opzoeken, nooit, omdat niet iedereen het schopte tot lemma in de encyclopedieën die je in de bibliotheek kon gaan inzien (maar mijn vader was in die dagen een soort Google, en die prikte menig een zeepbel door, gevraagd of ongevraagd).

Eén gedicht, het is niet veel meer dan anderhalve bladzijde, het is droevig het is grappig en het is springlevend. Dat is goed binnenkomen. Er zijn dichtbundels waarin je even moet rondstommelen, waarin je tot soms wel halfweg geen idee hebt wat je er van vindt, wat je aan het lezen bent, wat voor bundel het is, waarin je flarden krijgt toegeworpen: een intrigerend beeld, een moje zin; elk meer laat zich voorlopig alleen maar vermoeden. Maar Rhian Elizabeth trekt je zonder pardon tot over je oren de schittering in. Waar in het twede gedicht, drowning on a stranger’s couch, het perspectief maar enkele centimeters verschoven lijkt te zijn: een vrouw die haar dode vader erg mist, brengt ergens in Zweden een dag en een nacht door bij een vrouw die ze totaal niet kent. Deze vrouw mist op haar beurt haar (klein)kinderen die haar nooit komen bezoeken. Weeral eenzaamheid, weeral wringende familiebanden. Maar anders dan bij maybe i’ll call gillian anderson, zit de schoonheid van dit gedicht niet perse in de dwingende manier waarop Elizabeth beelden oproept. Nee, drowning on a stranger’s couch heeft veeleer de allure van een performancegedicht. Wat een genot moet het zijn om dit te horen voordragen, liefst door de dichter zelve (geen totale onmogelijkheid: Rhian Elizabeth woont in Wales). Het muzikale, de herhaling, het ritme, de klankkleur, hoe de zinnen als vanzelf gaan zingen (bijvoorbeeld: you will sit in het conservatory with the windows pushed wide open, the night will be hot, you will close your eyes, you will think about the pool outside, you will think of yourself weightless on the bottom, you will listen to the crickets singing, they live on the lake in the distance, the great lake is vättern or sommen, you aren’t sure which, this she told you on the drive across sweden in her car but you had your head out of the window like a dog, you will wonder if this is a mistake, you make bad decisions, she will bring you lemon ice tea, you will feel tired, she will convince you to stay the night on the massive old couch, you will dream about your father there, you will give him a new face, you will give him a new voice, you will no longer remember the actual ones he had, you will dream about swimming in vättern of sommen, you will dream about drowning), en dan is het overal om je heen, als, inderdaad, muziek en wat een verschil maakt een verschuiving van slechts enkele centimeters dan.

Wel. Goed. Dus. Dit is het gedeelte dat je aan voelt komen. Want uiteraard: zo overweldigend als de eerste twee gedichten is niet elk gedicht in deze bundel. En misschien gaat het inderdaad wel iets te vaak over dochter, en over dochter missen, en over (in mindere mate) moeder zijn. Maar in dit kleine boek (niet meer dan 45 pagina’s) levert haast elk gedicht wel iets op. Een zin, een gedachte, een flits.

Zoiets als in een relatie zijn en altijd het gevoel hebben dat je een kreeft bent in een aquarium in een restaurant en doorheen het glas ziet hoe de ander sjampanje drinkt en het fantasties naar de zin heeft terwijl jij daar zit in afwachting van je dood.

Of dat a new and precarious thing een rap is, een heerlijk ritmiese rap, een rap die stroomt en vloeit en loopt als een razende (iemand moet deze bundel op cd zetten, er moet een cd komen van deze bundel, de gedichten dikteren hun eigen muzikale omlijsting wel, er zal freakfolk zijn en hiphop en blues en snoeiharde rock en verstilde fado en het zal misschien wel de allermooiste cd allertijden zijn) maar tegelijkertijd ook een ontroerend gedicht over hoe een dronken dochter op haar achttiende verjaardag weer heel even een kind is, een baby die alle verzorging nodig heeft, zodat ook de dichter, eindelijk, weer even moeder mag zijn.

Of de wreedheid van het geheugen dat dingen die je liever vergeten wil je keer na keer in je gezicht blijft wrijven terwijl je dingen die je zo dolgraag onthouden wil -de stemmen van je ouders- onherroepelijk verliest.

Of de spinnen in je huis die blijven leven nu er niemand meer is die er bang voor is zodat je geen reden meer hebt ze te doden.

Of de Mona Lisa onder de Mona Lisa

Of dat een Londonse straatpuber (in wie ik Rhian Elizabeth zelf meen te herkennen) op haar weg neerwaarts een brief schrijft aan wiedanook en vertelt hoe zij en haar vrienden op weg zijn naar een optreden van Rachel Stamp. Zou dat echt een band zijn, vroeg ik me af, en dit keer zocht ik het wel op. Het was een echte band. Wat aanstellerige, net iets te theatrale rock, aanschurkend tegen glam, maar dan zo vet aangezet dat je er geen hekel aan kunt hebben. Toen ik me later iets afvroeg over Rachel Stamp en de band nog eens opzoeken wilde op Discogs kwam ik door een typefout in de bandnaam terecht bij Moljebkla Pvlse en sjee wat bleek hun debuutalbum Koan prachtig te zijn. Als ik me die ooit aanschaf -wat wel weer onvermijdelijk zal blijken te zijn- heb ik ook dat overgehouden aan maybe i’ll call gillian anderson. Het moet niet altijd rechtstreeks zijn.

maybe i’ll call gillian anderson is een briljant boek. Het is vanwege boeken als deze dat ik zoveel hou van poëzie. Omdat de woorden leven in de splinters, in de kieren, en midden in het leven.

The English translation of the review you can find further down down.

Rhian Elizabeth maybe i'll call gillian anderson

maybe i’ll call gillian anderson

  • Auteur: Rhian Elizabeth (Wales)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Broken Sleep Books
  • Verschijnt: 31 mei 2025
  • Omvang: 44 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: £ 9.99
  • Boek bestellen bij: Amazon

Flaptekst van de bundel van Rhian Elizabeth de Wels dichteres

Rhian Elizabeth’s maybe i’ll call gillian anderson is a raw, darkly funny, and deeply affecting collection that navigates the liminal spaces of love, loss, and reinvention. With a voice that is both unguarded and sharply observant, Elizabeth crafts poems that move through heartbreak, motherhood, memory, and self-destruction with biting wit and aching tenderness. Whether tracing the ghosts of past selves, confronting absence, or yearning for connection, these poems refuse sentimentality, instead offering something braver—an intimacy that is as unsparing as it is humane.

English translation of the review

This is the first scene. A mother’s state op de drempel van het huis and hoe de daughter in hair car stapt en wegrijdt. Ze trapt het accelerator pedal in, you can’t hear anything, gaat. In the state mother then, in hair laying nest. It’s never long before you can see anything, no one has the steeds with your slaat, it’s never long before the posters of hair heroes are in the wall of what you’re looking for and there’s an extra camera. En now? What did you do with the lying ones? The mother’s hair can be seen as soon as possible. Things can be seen from the doen, and in the last things the niets van doen hebben met heeldurdagen naar The Carpenters luisteren en huilen. Misschien, if you think so, you can order things online. You can’t get the heeft of the zelfs to be able to get to the point where you can get rid of the spools and get rid of them. Of course you can search on Google for a few hobby’s for every year or two. Of the misschien kan ze gewoon a beetje in doodste stilte door het huis lopen tot ze zichzelf terugvindt in the ontstellend lege kamer, schreeuwend What word ik nu godverdomme geacht te doen, Alexa? Of course, Gillian Anderson can bark and have her hair ready for a lounge party, the sheets of the bed with her hair are afhalen and he has a beautiful bed, in the hoop that Gillian Anderson has a knipoog zal zeggen and sleeps in the bed.

This is the situation of the title poem, and this is the very first poem in the bundle. I had to go to bad water to test it, and it was fine. Everything, like the word from the poem, can be easily imagined by me, which is also written on the jam, which can be seen in a very small car. My children have two children and I can think of them as soon as possible; as my oudste op zijn mindful het huis uit gaat (wat daar geen ongebruikelijke leeftijd voor is), zal my nest over a luttele zes jaar reeds halfleeg zijn. Is there anything that you can do with your grandchildren? I don’t want to hear anything that is good enough to wake up in my book and CD’s own version is in the ontvangen. Vanaf het moment that ik aen ordering plaats, kan ik dagen leven in the glorieuze vooruitzicht that the brilliant book of the wonderful cd eraan komt – a fijn gevoel, that knowledgeable om zeep geholpen wordt wanneer de postbode ze daadwerkelijk aflevert. As soon as he endured the few days in my house, his books and CDs were still there. Niets is ooit zo mooi than het in je hoofd is. That’s what he says in life. Lekkers are in jeopardy? Ken ik ok. There is still music here, yes, it is in my life no more than The Carpenters (maybe I missed it if I tried it again?). Ook: onzinnige things opzoeken via Google. Good, everything for the lol seeds with my daughter. This is what I do when I see it, it is on the other side of the door from the driver’s eye. Alleen Gillian Anderson knows nothing. This person is of course a person who can be seen in a vast amount of time from a television psychologist of someone from YouTube of gewoon maar a little bit of writing, in which Anderson has thanked her for Elizabeth never files a complaint. It’s a good idea to see how it is, but it’s not possible to see how it works. You can read more about it, but not in the encyclopedias that are in the library that can be found in Google, which in my opinion is not available in any way. en the prikte menig a zeepbel door, gevraagd of ongevraagd).

A poem, it’s never seen in other words, it’s dreary, it’s grappy and it’s spring-loaded. That’s good to come within. He zijn dense bundles was even moet rondstommelen, waarin je dead soms which halfway geen idea raises what je van vindt, wat je aan het lezen bent, wat voor bundel het is, waarin je flarden krijgt toegeworpen: an intriguing beeld, a moje zin; Elk sea let us do it quickly and easily. Maar Rhian Elizabeth treks je zonder pardon tot over je oren de schittering in. Waar in the two poems, drowning on a stranger’s couch, the perspective of her enkele centimeters lost lijkt te zijn: a vrouw the hair dode vader erg mist, brengt ergens in Zweden een dag en een night door in a woman who is completely out of her mind. Every day you don’t have enough hair for your (small) children’s hair. Weeral eenzaamheid, weeral wrestling family ties. It’s different in maybe I’ll call Gillian Anderson, to quote the beautiful poem from the poem in the compelling manner that Elizabeth has written. No, drowning on a stranger’s couch is a great performance poem. What you can do with it is this.

Bijpassende boeken en informatie

Geoff Gilbert & Alex Houen – See You Through

Geoff Gilbert & Alex Houen See You Through recensie, review en informatie boek met poëzie en fictie. Op 31 augustus 2025 verschijnt bij Broken Sleep Books het Engelstalige boek van Geoff Gilbert en Alex Houen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Geoff Gilbert & Alex Houen See You Through recensie en review

En dan ben je student in het derde jaar en dan ga je stage lopen en dan moet je alle dagen met de trein van Utrecht naar Amsterdam en dan is daar het kantoor de redactie op één of andere gracht en dan ben je daar een dag en dan ga je weer naar buiten en dan loop je weer terug naar het station en dan heb je net je trein gemist en dan hang je om de tijd te doden maar een beetje rond in de kiosk en dan lees je dat Stanley Kubrick is overleden en dan vraag je de volgende dag aan Huub de hoofdredacteur of je een in memoriam mag schrijven over Stanley Kubrick. En je weet niet waarom je dat vroeg je hebt niet veel op met film eigenlijk en het enige wat je weet van Stanley Kubrick is dat hij The Shining verfilmd heeft maar dat vond je wel een verdomd goede film of liever in die tijd vond je het de enige Stephen King-verfilming die beter was dan het boek. Want je hele puberteit lang was je weg geweest van Stephen King en elke verfilming van zijn werk moest je zien. Maar alleen The Shining kon je echt geslaagd vinden veel beter dan het boek eigenlijk een beetje een slechtgeschreven rotboek maar dat kon misschien ook aan de vertaling liggen. Maar Huub had gezegd dat het goed was dus nu moest je wel en dus las je in boeken in tijdschriften in krantenartikels om genoeg te weten te komen over Stanley Kubrick om er een goed stuk over te schrijven een stuk waarmee je aan kon komen bij de Huub een stuk waarvan de Huub zou zeggen dat heb je goed gedaan jongen. En even dacht je misschien interessante figuur wel die Kubrick en het was vooral één ding één ding dat hij gezegd had en wel dat een roman wordt geschreven door één persoon en een symfonie wordt gecomponeerd door één persoon en dat het dus niet meer dan logisch is dat een film wordt gemaakt door één persoon en dat bleef in je hoofd en daar zit het nu al meer dan dertig jaar.

Dan neemt de eerste persoon het over.

Het was iets. Dacht ik. Die man had iets bij het nekvel. Dacht ik. Mijn liefde voor klassieke muziek, die toch al nooit goed wortel had geschoten, was tanende in die dagen en naar ik zei had film me ook nooit echt gegrepen. Kon dat iets te maken hebben met Kubricks éénpersoonsregel? Waren er, in weerwil van diens eigen voorbeeld, bij een symfonie teveel mensen betrokken? Zoals ook bij een film? Een te grote afstand tussen de oorspronkelijke idee en het uiteindelijke werk. Maakte dat de genoemde kunstvormen te rationeel te cognitief te cerebraal te democraties teveel water bij iets wat ooit wijn was geweest maar inmiddels getransformeerd in een slap en smakeloos drankje, geen water en al helemaal geen wijn. Maar hoeveel is teveel. Een kunstcollectief, kan werken. Een band, kan werken. Een roman schrijven met twee personen, kan werken.

Dat See you through door twee mensen is geschreven, merk je eigenlijk nergens. Ik weet niet of dat als compliment kan gelden, of zelfs maar als zodanig bedoeld is. De roman is toonvast, de klankkleur blijft 183 pagina’s lang minder of meer in hetzelfde spectrum.

Dat See you through door twee mensen is geschreven, is goed te merken. Polyfoner en geflipter dan dit wordt het niet. Dit jaar niet, toch.

Misschien zou je kunnen zeggen dat het gaat over Mimo, die misschien tot taak heeft om beelden te bekijken van beveiligingscamera’s in winkelcentra, nachtclubs, kerken, boerderijen, op straat (vanwaar komen de beelden, vraagt hij zich ergens af, uit Memphis? Kish? Esztergorm?). Misschien moet hij software trainen om gezichten te herkennen en wapens te detecteren, misschien moet hij de beelden alleen maar bekijken. Misschien is er een persoon die de Regisseur genoemd wordt en misschien is dat zijn baas of misschien is het een stem in zijn hoofd (Mimo’s innerlijke stem liegt nooit maar hij weet niet wanneer hij een grapje maakt) of misschien is het de schrijver van het boek (hij bemoeit zich wel opvallend vaak met de ontwikkeling van de roman) (opheffing vierde wand) (derde kaft) (tikveel) of misschien is het wel echt een regisseur en is See you through geen roman maar een film, een tot boek gestolde film. Misschien is er een broer die Emael heet en zonder uitzondering in derde persoon meervoud gezet wordt en zij werken misschien in een restaurant in Parijs waar het hun taak is om levende inktvissen met hun hoofd herhaaldelijk op de badrand te slaan want dat maakt het vlees lekker mals maar Emael vat (vatten?) warme gevoelens op voor één van de inktvissen waar zij misschien een band mee opbouwen. Misschien zijn de ouders van Emael en Mimo omgekomen bij een auto-ongeluk en waarom lees ik de laatste tijd zoveel boeken waarin ouders omkomen bij een auto-ongeluk en waarom t schrijverken nu en waarom denkt hij aan Dregke. Misschien neemt Mimo ontslag, misschien wordt Emael ontslagen, misschien leven ze allebei een tijdje in een tentje in het bos maar niet in dezelfde tent en niet hetzelfde bos en zelfs niet hetzelfde land. Misschien is dat het verhaal of misschien is er nog veel meer, een liefde tussen Emael en een andere keukenhulp allicht, misschien is er iets met Mimo en het meisje Nin, geen liefde denk ik maar een warme vriendschap, misschien helpt hij haar ergens mee, misschien gaat iets niet helemaal goed.

Zo’n soort boek is het. Een boek waarin je het nooit zeker weet, waarin de lezer onophoudelijk zijn greep verliest, waarin je zo vaak valt dat er builen op je builen staan en je geniet er elke pagina weer van.

Alle stemmen die er zijn, en wie er wat vertelt.
We zien doorheen Mimo’s ogen. We zien doorheen Emaels ogen. Soms is het de regisseur die stuurt. Soms zijn er lange voicemails van Emael. Mijn vermoeden is dat er een stukje is waarin een stad de focalisator is, maar dat weet ik niet zeker. En op het einde duikt er ook nog een ikverteller op, geen idee wie dat is of waar hij vandaan komt.

Alle beelden die we voorgeschoteld krijgen. Dansvloeren. Veel dansvloeren. Vuur ook. Veel vuur. En soms op de dansvloer. Paringsdansen van kraanvogels. Een mesopotamische fles die gevonden is in een graf in Ur. Smeltende plafonds. De pro-vrijheidsrellen tijdens corona. Verbrijzelende voorruiten. Een vertrapte jongen. Een andere jongen die een “wheelie” doet. Of misschien is dat dezelfde jongen.

De toon die hermetisch is of poëtisch of analytisch.

Of wat het eigenlijk is, nu helemaal, dat ik hier lees.
Het zou een roman kunnen zijn. Of een boeklang poëem. Of een film, zei ik al dat ik hier mogelijk een film heb zitten lezen? Of een thematische dichtbundel. Of stadsklaagzangen (dat is een goede titel voor een dichtbundel). Maar evengoed een filosofisch geschrift, of zelfs een pseudo-wetenschappelijk traktaat. Vanwege de gedachten, u weet.

De gedachten, dat is iets anders. Van Mimo of Emael of de Regisseur of de ikverteller of die stad (als het al een stad was). Over ogen die sneller helen als ze beschadigd worden door plexiglas dan wanneer ze beschadigd worden door echt glas. Veel gaat over plexiglas. Glas als filosofie, het waarnemen doorheen glas, glas als doorzichtige barrière tussen jou en de wereld, tussen jou en de anderen, tussen jou en je leven. Maar ook gemis. De lichaamloze dood. Afstand als deel van het ouderschap. Hoe niemand ooit je anus zal stelen. Hoe schaamte is als zwanger worden van je denkbeeldig vriendje. Stilte die wordt gesproken vanuit de barst tussen wat is en wat gebeurt (het verschil tussen wat is en wat gebeurt is iets van een motief in dit boek, dat vond ik aardig heideggeriaans, jij?). En verkopen ze dragon bij Aldi?

See you through deed me geregeld denken aan het al even bizarre Aannex. Maar waar ik bij dat laatste boek minimaal de zekerheid had dat ik een dystopie zat te lezen over een geheel “getechnificeerde” samenleving, kan ik bij See you through de toon minder goed duiden. Gilbert en Houen schreven het tijdens een “lockdown” in de van de gele hond gescheten coronajaren, en het boek bevat genoeg allusies op de covidmaatregelen om er zeker van te zijn dat dit in ieder geval géén toekomstroman is. Sommige stukken ademen wel een zekere beklemming. Waar andere juist weer lichter zijn, teder, liefdevol, of zelfs humoristisch. Of. Naja. Ook daarover kan een mens diskuteren. Is het grappig dat Barry Gibb, Una Stubbs, Sting en Morrissey Cliff Richard ten grave dragen in een plexiglas doodskist (zoals Mimo op één van de schermen die hij de hele dag door in de gaten moet houden kan zien)? Is het grappig dat Mimo van de Regisseur de opdracht krijgt uit te vinden waarom één specifiek varken niet herkend kan worden door de gezichtsherkenningscamera’s (& aan het eind van de dag tegen de Regisseur zegt: Weet ik veel. Het is een gewoon varken)? Is het grappig dat Emael en zijn geliefde Khaled een berber haggis maken voor de rouwende restauranteigenaar na het verlies van diens vrouw (en Emael naar de halalslagerij moet om schapenmaag en al die andere zooi die er in haggis gaat) (en de restauranteigenaar in wie ik maar Gorden Ramsey bleef zien het weigert te proeven, zeggend Dit kan ik niet eten). Grappig of alleen maar bizar?

Als alles in See you through alleen maar als misschien gezegd kan worden zal ik zeggen dat dit boek misschien wel het mafste boek is dat ik dit jaar las. Maar misschien ook wel het intrigerendste.

Recensie van Tim Donker

Geoff Gilbert & Alex Houen See You Through

See You Through

  • Auteurs: Geoff Gilbert, Alex Houen (Verenigd Koninkrijk)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Broken Sleep Books
  • Verschijnt: 31 augustus 2025
  • Omvang: 186 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: £ 10.99
  • Boek bestellen bij: Amazon

Flaptekst van het boek van Geoff Gilbert & Alex Houen

Geoff Gilbert and Alex Houen’s See You Through: A Novel is a formally restless, genre-collapsing hybrid that inhabits the threshold between poetry and fiction. Structured around a shifting dialogue of voices and modes, the book navigates illness, intimacy, war, bureaucracy, and facial recognition technology with a syntax that veers between the lyrical and the analytic, the fragmentary and the fluid. Language becomes a site of both fracture and connection, as the text resists linear narration in favour of a porous, polyphonic architecture. What emerges is a work that holds complexity with conviction: self-aware, searching, and structurally bold.

Geoff Gilbert was born in Dunfermline in West Fife and now lives in France, where he works at the American University of Paris. He teaches, writes, and translates, and is currently completing a book on relations between writing and economics, called For Real.

Alex Houen was born in Oxford, England, grew up in Sydney, Australia, and teaches in Pembroke College and the Faculty of English, University of Cambridge. He co-edits with Adam Piette the poetry journal Blackbox Manifold. His research and writing interests include sacrifice, war literature, affects, and poets’ novels.

Bijpassende boeken en informatie

Selma Noort – Als de hemel valt

Selma Noort Als de hemel valt recensie, review en informatie over de inhoud van de jeugdroman voor 10+ jaar. Op 28 augustus 2024 verschijnt bij Uitgeverij Leopold het nieuwe kinderboek van de Nederlandse schrijfster Selma Noort. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Selma Noort Als de hemel valt recensie en review

Rosa wordt als baby gevonden bij een piramide. De man die haar vindt,  brengt haar bij zijn zus. Ze wordt opgenomen in de familie alsof ze hun eigen kind is. Als er een tijd aan breekt van overheersing en onderdrukking, wordt haar familie verraden en opgepakt. Rosa en haar zus Yara weten te ontkomen. Na opnieuw te moeten vluchten voor geweld, komt ze in een weeshuis terecht, waar ze Sopreso ontmoet. Een vondeling die dezelfde vreemde herinneringen heeft over zijn vroegste vroeger als zij. Als er opnieuw geweld uitbreekt en het weeshuis niet gespaard blijft, raken Sopreso en Rosa van elkaar gescheiden. Rosa weet een barre winter te overleven. Maar iets in haar zegt dat ze Sopreso moet vinden, omdat zij samen de wereld van een ramp kunnen redden. De vraag is of ze op tijd zullen zijn.

Een boek met actuele thema’s, zoals polarisatie, vernietiging en geweld, mooi en toegankelijk gebracht. Selma Noort gebruikte de mysterieuze Nazacallijnen in Peru als inspiratie. De raadsels rondom deze lijnen, neemt ze mee haar verhaal in en heeft er haar eigen interpretatie aan. Ook van Rosa blijft mysterieus wie zij is en waar ze vandaan komt. Rosa representeert overduidelijk het goede. Ondanks de dingen die ze meemaakt, blijft ze vechten voor de wereld en de mensen om haar heen, ook als die andere ideeën hebben dan zij. Het is makkelijk met haar mee te leven, als lezer groei je met haar op en leert haar kennen. Ze is moedig en loyaal.

Alle personages krijgen diepgang, waardoor ze, zelfs als ze misschien niet altijd even vriendelijke zijn naar anderen, toch begrip zullen genereren. Als de hemel valt is een spannend, goed geschreven verhaal. Een boek dat zich maar moeilijk laat weg leggen. Geen overbodige woorden of beschrijvingen, vlotte, aansprekende dialogen, sterke personages en een intrigerend plot. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Recensie van Jolien Dalenberg

Selma Noort Als de hemel valt

Als de hemel valt

  • Auteur: Selma Noort (Nederland)
  • Soort boek: jeugdroman, kinderboek (10+ jaar)
  • Uitgever: Leopold
  • Verschijnt: 28 augustus 2024
  • Omvang; 208 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook / luisterboek
  • Prijs; € 18,99 / € 11,99 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de jeugdroman van Selma Noort

Rosa is een vondeling. Als de familie die voor haar zorgt wordt verraden, komt ze in een weeshuis terecht. Daar woont Sorpreso, ook een vondeling, die haar begrijpt zoals niemand anders dat kan. Wanneer er opnieuw geweld uitbreekt, moet Rosa vluchten, midden in een barre winter. Ze raakt Sorpreso kwijt, maar alles wijst erop dat Sorpreso en zij een ramp kunnen voorkomen. Ze moet hem terugvinden!

Selma Noort liet zich voor het schrijven van dit boek inspireren door de wereldberoemde Nazcalijnen. Deze enorme landschapstekeningen zijn het grootste mysterie van Peru.

Bijpassende boeken

Christine Bax – De nieuwe weg

Christine Bax De nieuwe weg recensie en informatie van de eerste roman van de Nederlandse schrijfster en kunstenares. Op 28 augustus 2025 verschijnt bij Uitgeverij Cossee de debuutroman van Christine Bax. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Christine Bax De nieuwe weg recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van De nieuwe weg, de roman van Christine Bax, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Christine Bax speelt kunstig met taal, maar verliest het verhaal uit het oog.” (Jenneke Harings, Trouw)
  • “Scherp, indringend en ontroerend. Met haar afgewogen stijl weet Bax een verhaal te vertellen dat je meezuigt als een modderstroom.” (Gijs Wilbrink)

Recensie van de redactie

Beeldend kunstenaar Christine Bax debuteert met deze roman, nadat eerder ze al wel een aantal verhalen heeft gepubliceerd in verschillende tijdschriften. En zonder terughoudendheid kun je De nieuwe weg een origineel en indringen debuut noemen. Het verhaal is vrij simpel. Er bestaat een afgelegen en zeg maar gerust onaangepast dorp dat nauwelijks bereikbaar is en daardoor eigen ongeschreven wetten en regels kent en een bevolking die wars is van de buitenwereld.

Ype, de hoofdpersoon van de roman, woonachtig in het dorp, besluit uit mateloze verveling een weg aan te leggen richting de buitenwereld. Hij slaagt in zijn missie maar met consequenties. Het dorp en de bewoners worden nu overvleugeld door buitenstaanders met alle consequenties van dien.

De kracht van het boek zit eigenlijk niet perse in het verhaal, alhoewel dat bij vlagen fascineert, maar bovenal in de taal die Christine Bax hanteert. De taal is rauw, origineel en geeft karakter aan de vertelling, zij het dat het soms op de rand van geforceerd balanceert. Het verhaal lijkt zo nu en dan ondergeschikt aan de verbeelding waardoor je als lezer soms de draag een beetje kwijtraakt. Maar daar staat tegenover dat Christine Bax wel over het nodige schrijftalent lijkt te beschikken. Een talent dat nog tot volle wasdom moet komen maar overduidelijk aanwezig is. Interessant hoe ze zich verder als schrijfster zal ontwikkelen. De roman is door de redactie gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Christine Bax De nieuwe weg

De nieuwe weg

  • Auteur: Christine Bax (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse debuutroman
  • Uitgever: Cossee
  • Verschijnt: 28 augustus 2025
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 27,99 / € 14,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de eerste roman van Christine Bax

In een klein plattelandsdorpje is er helemaal niets, behalve modder. De jonge Ype zit zich stierlijk te vervelen. Totdat hij op het idee komt om een weg te bouwen naar de stad. Maar met de weg komt de wereld naar binnen, en versnelt de tijd. De dorpelingen vertrekken en er komen vreemdelingen voor in de plaats die hier niets te zoeken hebben. Het zijn dagjesmensen en import, krakelingen en buitenlanders die nooit niks verstaan. Ypes weg wordt bevolkt door ongure types, die het als raceparcours gaan gebruiken. En zijn dochter snapt niet dat ze naar haar vader moet luisteren en advocaat, dokter, professor moet worden. Terwijl Ype in de ban raakt van zijn gloednieuwe kleurentelevisie, doet zijn dochter zwaar, vuil werk, ze rookt, drinkt en hangt rond op het parcours. In de velden klinken explosies van carbid en opgevoerde automotoren.

De nieuwe weg is een verhaal over een periode die tegelijkertijd lang vervlogen en heel dichtbij is. Het vertelt over de onoverbrugbare kloof tussen generaties en de diepmenselijke wens te ontsnappen aan tijd en realiteit – of dat nu over een weg is, met een onmogelijk snelle auto, via het beeldscherm of door een slok zelfgestookte alcohol.

Christine Bax is geboren in 1991 in Loon op Zand, Noord-Brabant. Ze is beeldend kunstenaar en schrijver. Ze studeerde aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht en aan Scuola Holden in Turijn. Haar korte verhalen en columns werden gepubliceerd in onder andere Papieren HeldenDe Revisor en Het Financieele Dagblad. De nieuwe weg is haar debuutroman.

Bijpassende boeken en informatie

Urszula Honek – Witte nachten

Urszula Honek Witte nachten recensie en informatie over de inhoud van de Poolse roman. Op 28 augustus 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Bezige Bij de Nederlandse vertaling van de roman Białe noce van de uit Polen afkomstige schrijfster Urszula Honek. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Urszula Honek Witte nachten recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Witte nachten, de roman van Urszula Honek, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Witte nachten is een donkere lyrische vertelling van de manieren waarop mensen betekenis en saamhorigheid zoeken in een vergankelijke wereld.” (Jury International Booker Prize)
  • Urszula Honek maakt indruk in haar roman De witte nachten met duistere beelden uit het Poolse platteland.” (Neue Zürcher Zeitung)
  • “In deze wrede wereld kan literatuur schoonheid ontdekken. Urszula Honek doet dit meesterlijk.” (Andrzej Stasiuk, Poolse schrijver)

Recensie van Tim Donker

& iemand bij een meertje leviteert

& Piloot wil zich een vijver maken, en begint graven vanaf het noorden

& Dorotka wacht op haar moeder als Vladimir en Estragon op Godot

& Przepióra is helemaal geel in het ziekenhuis opgenomen en slacht voorlopig geen varkens meer

& Małgorzata is blij dat ze het lage en klagerige stemgeluid van Staszek nooit meer hoeft te horen

& Piotrek zal nooit meer terugkomen uit het buitenland, hij heeft zijn verloofde Anka eenvoudigweg achtergelaten, zo is het gewoon gelopen, hij scheurt nu over Duitse autowegen met de radio keihard aan

& Antek gaat naar Przemyśl, hij trekt het niet langer, hij komt over een jaar of twee wel weer een keer terug

& opa Jan weet niet dat zodra hij de geest geeft in de boomgaard vol bloeiende appelaars, oma meteen in de trein naar de Baltische Zee zal stappen om met Franz op de foto te gaan

& Agnieszka vraagt de menigte te zingen voor haar verbrande dochters

& een accordeon overstemt het verdriet

& Hanka loopt met zware stenen in de zakken een rivier in en ziet aan de andere oever de nieuwe dag komen

(& waarom heb ik altijd gedacht dat Albert Ayler met een blok beton aan zijn voeten in de Hudson geworpen werd?, hij werd gevonden in de East River, waarschijnlijk was het zelfmoord, al heeft er heel lang een stadslegende gesirkuleerd die stelde dat hij door de maffia vastgeketend aan een jukebox in het water is  gegooid, de maffia was in mijn hoofd ook nooit veraf maar waarom maakte ik een blok beton van een jukebox en de Hudson van de East River, was het iets wat mijn vader me vertelde?)

&
hoe dit dan weer te noemen.

Ik moest al een keer het boek sluiten om me te vergewissen van dat “roman” op het omslag, halfweg begon ik toch even peinzen dat het een verhalenbundel was. Het perspectief wisselt voortdurend, soms zelfs binnen één hoofdstuk en met hetzelfde personage – een ik-perspectief kan maar zo een hij/zij-perspectief worden zonder het woord aan een andere verteller te geven. Maar de hoofdpersoon hier is niet Piloot noch Dorotka of Hanka of Andrzej of wie dan ook; de hoofdpersoon is het Poolse dorp waar zich alles afspeelt. En wat dat dorp doet met de bewoners. Dierhalve gaat het niet zonder fragmentarisme al is er in het grotere geheel meer eenheid dan je na de eerste paar hoofdstukken geneigd bent te denken. Uiterste hopeloosheid is wat hier bindt. Steeds is er dood – zelfgekozen of noodlottig of misschien zelfs gewoon natuurlijk maar zelfs dan gaat het nooit zonder tragiek: Dorotka leeft met haar oma en die ligt al enige tijd dood in haar bed zonder dat Dorotka zich dat realiseert. Steeds zijn er verlangens die nooit vervuld zullen worden. Steeds is er eenzaamheid. Steeds schiet alles tekort. Steeds gaat liefde kreupel, wordt niet beantwoord of is al dood bij de geboorte. Mogelijkerwijs zet Honek de tragiek een tikje te vet aan, bij vlagen is het wel een beetje overdreven donker. “Ik hoor het geroep van de moeders zachter,” schrijft ze ergens, “en het rennen van de kinderen die het opnemen tegen wat hen toch te pakken zal krijgen. Als jullie eens wisten dat hetgeen achter jullie, waarvoor jullie zo op de loop gaan, met jullie korte, sterke benen, helemaal niet achter het poortje blijft, achter de deur, maar samen met jullie het licht in gaat, vastgekleefd als een onzichtbare huid. En zelfs als jullie je ogen weer snel aan het licht laten wennen, verzamelt zich in jullie ooghoeken een klein donker vlekje dat ooit jullie zicht zal overspoelen”. Jaja, Honek, we weten het. We zijn hartstikke verdoemd. Voor iedereen wacht Hein met de Zeis op het eind van de reis. En tot die tijd is het ook al een ellendige bedoeling. Zeker in een klein en treurig dorpje ergens op het droevige platteland van Polen. Men zuipt zich dood, men zoekt een beter leven elders en komt gedesillusioneerd weer terug, men wordt ongewild “gered” bij een zelfmoordpoging, huizen verbranden met een zuigeling en een pubermeisje erin, oma’s gaan dood, moeders komen nooit meer terug van wat het dan ook is waar ze heen gegaan zijn, beste vrienden gaan dood en haast alle liefde is slechts schijn; in eerste instantie wordt de lezer, of deze lezer toch in ieder geval, in Witte nachten getroffen door een bijna drammerig soort defaitisme. En ik vermoed dat het deze nadruk op de noodlottigheid van het menselijk bestaan is waarom het boek me zodanig vermoeide dat ik het wegleggen moest voor een tijd, een best lange tijd eigenlijk, want het geraakte onderop één of andere stapel en ik vergat het. Niet helemaal, ergens zat er nog iets ervan in mijn hoofd, een bepaalde sfeer, een zekere tristesse, een soort ijlheid, iets wits, witte mist ofzo, nevelig ook, even nog dacht ik dat het misschien verwarde met dat boek van die Belg met die vrouw die in de bus door de sneeuw naar haar demente vader reist maar toen zakte het nog verder en pas bij een recentelijke stapelreorganisatie kwam het weer boven en ik begon te lezen waar ik blijkens de boekenlegger gebleven was. Meestal gaat dat goed, ook als ik al weken of zelfs maanden niet meer in een boek gelezen heb en in de tussentijd vele andere boeken las, soms moet ik een paar bladzijden terugbladeren maar vrijwel altijd komt alles weer terug als ik gewoon stug door begin te lezen waar de boekenlegger uit het boek steekt. Maar in dit geval bleef het leeg. Niks. Ik las de paar laatstgelezen bladzijden opnieuw. Maar nee. Niets zei me wat. Er zat niks anders op dan bij het begin te beginnen, af en toe had ik vage herkenning bij iets, dat met Piloot zei me wel wat en ook dat meisje in het huis van haar oma, dat meisje dat zo graag de tanden zwart maakte van de mensen op de voorkant van haar oma’s tijdschriften (wat absoluut niet mocht van haar oma), maar het meeste was nieuw voor me.

Bij twede lezing domineerde de zwaarte niet langer. Ja de zwartgalligheid had een tikje minder uitgesproken mogen zijn maar ik dompelde me onder in Honeks poëzie. De muzikaliteit van het boek. Haar beelden. Die inderdaad om duisternis vragen, zoals sommige muziek in mineur moet. Zo ook. Past druilerigheid bij Witte nachten. Het mooiste is misschien wel het hoofdstuk waarin de lezer meereist in het prachtige hoofd van het kleine meisje Anielka die Honeks proza opstuwt naar een haast Berckmans-achtige razernij.

Nee, een opbeurend boek is Witte nachten zeker niet. Maar dat de allersomberste grauwheid een louterend effect kan hebben, bewijst Honek dubbel en dwars met deze ongemeen krachtige roman.

Urszula Honek Witte nachten

Witte nachten

  • Auteur: Urszula Honek (Polen)
  • Soort boek: Poolse roman in verhalen
  • Origineel: Białe noce (26 januari 2022)
  • Nederlandse vertaling: Charlotte Pothuizen
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 28 augustus 2025
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van de Poolse schrijfster Urszula Honek

Urszula Honek schrijft in Witte nachten met een ongelofelijk rijk taalpalet over de verlangende, verdrietige, liefde volle mensen uit een slaperig dorp aan de voet van de Poolse Beskiden. Ingebed in het verlaten, heuvelachtige boslandschap geeft ze in dertien met elkaar verbonden verhalen een stem. Zo beschrijft ze in een verhaal vrienden die elkaar van school kennen en op zoek zijn naar werk. In een ander staat een meisje haar grootmoeder bij als die sterft, zonder het te weten. In weer een ander verhaal wil een ongetrouwde jonge vrouw meer van het leven dan haar wordt geboden. Het leven in het dorp wordt gekenmerkt door naamloze angsten die raken aan het verleden, maar ook door vriendschap, empathie en een verbondenheid met alles wat leeft.

Urszyla Honek werd in 1987 geboren in het dorp Racławice, in Polen. Ze heeft vele prijzen gewonnen voor haar werk, waaronder de Witold Gombrowicz Prijs en Kościelski Prijs voor haar debuut Witte nachten. Het stond ook op de longlist van de International Booker Prize en op de shortlist van de Warwick Prize for Women in Translation.

Bijpassende boeken en informatie

Nora Dåsnes – Doen, durven of de waarheid

Nora Dåsnes Doen, durven of de waarheid recensie, review en informatie 10+ jeugdboek en graphic novel van de Noorse schrijfster. Op 12 juni 2024 verschijnt bij Uitgeverij Gottmer het boek van Nora Dåsnes, de Noorse schrijfster en illustrator. Hier lees je indormatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Nora Dåsnes Doen, durven of de waarheid recensie en review

Tuva maakt zich klaar om weer naar school te gaan. Haar laatste jaar op de basisschool, want ze gaat naar groep 8. Van tevoren schrijft ze een aantal doelen op in haar dagboek.

  1. Een heel dagboek vol schrijven of tekenen
  2. Een coole stijl vinden
  3. De beste hut bouwen in het bos met Bao en Linnea
  4. Naar een slaapfeest gaan + laat opblijven
  5. Verliefd worden (misschien)

Ze heeft er zin in. Maar op school is alles ineens anders. Ze moet kiezen tussen haar twee vriendinnen. Tussen kind en tiener zijn. Spelen in het bos of shoppen in de stad.  Ondertussen raakt Tuva een beetje in de war van het nieuwe meisje in haar klas. Ze is supercool en zij en Tuva hebben veel gemeen. Tuva wilde dat ze met haar vriendinnen over alles wat ze voelt en denkt kon praten, maar dat is nog niet zo makkelijk.

Wat een fantastisch, herkenbaar verhaal. Gevoelens die iedereen waarschijnlijk wel zal herkennen, die de overgang van “kind” naar “puber” heeft gemaakt. Nora Dåsnes  weet het ontzettend goed te verwoorden: het belang van vriendschap, de onzekerheid als je vriendinnen ineens veranderen, de onzekerheid over je eigen gevoelens, het opkijken tegen oudere zussen, of oudere zussen van vriendinnen. De angst om er niet meer bij te horen.

Doen, durven of de waarheid is een mooi inclusief verhaal, met representatie voor diverse jongeren. De manier van schrijven en vertellen, in dagboekvorm, met korte stukjes tekst, stripverhaaltjes en tekeningen werkt bijzonder goed. Het in zo’n boek dat je in één adem uit leest, en je met een goed gevoel achter laat. Je zou zelf wel bij Tuva in de klas willen zitten, ook al is niet alles even leuk. Enorm geslaagd boek over thema’s van alle tijden, die er toe doen. Een must read voor iedere jongere die deze fase meemaakt, of mee heeft gemaakt! Het boek is gewaardeerd met de maximale ∗∗∗∗∗ (uitmuntend).

Jolien Dalenberg recensie

Nora Dåsnes Doen, durven of de waarheid

Doen, durven of de waarheid

  • Auteur en Illustrator: Nora Dåsnes (Noorwegen)
  • Soort boek: jeugdboek, graphic novel (10+ jaar)
  • Nederlandse vertaling: Femke Muller
  • Uitgever: Gottmer
  • Verschijnt: 12 juni 2024
  • Omvang: 256 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 17,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitmuntend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het jeugdboek van Nora Dåsnes

Doen, durven of de waarheid is een hartverwarmende graphic novel voor jonge tieners, vol humor en herkenning over de uitdagingen van een tienerleven, waarin hoofdpersonage Tuva verliefd wordt op een meisje. Kun je verliefd zijn op een meisje, je gevoelens verbergen voor je vrienden, je eigen weg vinden tijdens je pubertijd en toch overleven op school? ‘Doen, durven of de waarheid’ leest als het geliefde ‘Heartstopper’, maar dan voor jongere lezers.

De twaalfjarige Tuva begint vol enthousiasme aan een nieuw schooljaar en ze barst van de leuke plannen: ze gaat een dagboek bijhouden, een nieuwe look kiezen, en samen met haar beste vriendinnen wil ze een fort bouwen in het bos. Maar wanneer de eerste schooldag aanbreekt, verandert alles plotseling. Haar beste vriendinnen krijgen ruzie en het lijkt alsof de school verdeeld is in twee kampen: meisjes die verliefd zijn en een vriendje hebben en meisjes die jongens maar stom vinden. Tuva wil helemaal geen partij kiezen. En als er dan ook nog eens een wel heel leuk nieuw meisje op school begint, wordt het pas echt ingewikkeld.

Nora Dåsnes is geboren op 31 december 1995 Oslo, waar ze ook is opgegroeid. Ze en schrijft en tekent al haar hele leven. ‘Doen, durven of de waarheid’ is haar debuut. In prachtige beelden en goed getroffen tekst vertelt ze een herkenbaar verhaal met een lhbtqia+-thema over de periode op de grens tussen kind en puber, en over jezelf ontdekken. Deze prijswinnende graphic novel in dagboekvorm is geschikt voor lezers vanaf 11 jaar.

Bijpassende boeken

Daan Heerma van Voss – Schijnoffers

Daan Heerma van Voss Schijnoffers recensie en informatie van de inhoud van de nieuwe roman van de Nederlandse schrijver. Op 26 augustus 2025 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de nieuwe roman van de uit Nederland afkomstige schrijver Daan Heerma van Voss. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Daan Heerma van Voss Schijnoffers recensie

Daan Heerma van Voss, schijnt geruime tijd met deze roman te hebben gewerkt. Gelukkig niet tevergeefs, want het eindresultaat mag er zijn. Hij heeft een boeien bij vlagen spannende Koude Oorlog roman geschreven die ingenieus in elkaar is gestoken.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw krijgen schaakgrootmeeter max de Nobel en Ella Leeuwin die een reportage over hem schrijft een relatie. Ze trouwen en krijgen een zoon Daan. Echter het huwelijk eindigt in een heftige scheiding.

Daan ontwikkelt zich tot een vooraanstaande journalist. Als hij onderzoek doet naar de rol van de Nederlandse geheime dienst tijdens de Koude Oorlog, zo’n veertig jaar eerder, blijkt dat zijn vader hierbij een actieve rol heeft gespeeld. Hij doet verder onderzoek maar wordt hierdoor geconfronteerd met een moeilijk dilemma.

De roman die Daan Heerma van Voss hierover heeft geschreven zit vol dynamiek. Je kunt stellen dat het boek doet denken aan het Britse schrijvers als William Boyd die het genre groot en populair hebben gemaakt. De keuze om het verhaal te vertellen in het heden met de afwisseling van gebeurtenissen in het verleden dragen goed bij aan de spanning in de roman. Bovendien is de stijl van Heerma van Vos origineel, goed verzorgd en nodigt steeds opnieuw uit om verder te lezen. Een duidelijk bewijs dat een spannend verhaal geen afbreuk hoef te doen aan het literaire gehalte ervan. De roman is door onze redactie gewaardeerd ∗∗∗∗ (uitstekend).

Daan Heerma van Voss Schijnoffers

Schijnoffers

  • Auteur: Daan Heerma van Voss (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 26 augustus 2025
  • Omvang: 368 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Daan Heerma van Voss

De zoon van een beroemde schaakgrootmeester gaat op zoek naar de mogelijke betrokkenheid van zijn vader bij spionage-activiteiten gedurende de Koude Oorlog. Een spannende en liefdevolle familieroman.

David de Nobel, zoon van een wereldberoemde schaakgrootmeester, is journalist. Hij zoekt naar patronen, naar verbanden, naar datgene wat we niet willen zien. Wanneer hij een mysterieus object ontvangt, ontdekt hij een complot van de Nederlandse overheid tijdens de Koude Oorlog. Zijn zoektocht reikt steeds verder, tot zijn jeugd, tot het beruchte huwelijk van zijn ouders, en de markante vrienden van zijn vader. Tijdens internationale toernooien kwam de grootmeester ook in contact met schakers van achter het IJzeren Gordijn. Vriendschappen werden geboren, vijanden werden gezworen – kan het zijn dat zijn vader in de jaren ’80 betrokken is geweest bij spionageactiviteiten? Tot hoe ver reiken de echo’s en de schaduwen van het verleden?

Daan Heerma van Voss is geboren op 20 januari 1986 in Amsterdam. Zijn werk verscheen in 8 talen en werd genomineerd voor verschillende prijzen. Zijn recentste roman Geen vaarwel vandaag werd bekroond met de bng Bank Literatuurprijs 2023 en door NRC en De Groene Amsterdammer genoemd als een van de beste boeken van het jaar.

Bijpassende boeken