Tag archieven: Recensie

Peter Vandermeersch – Ierland

Peter Vandermeersch Ierland recensie en informatie boek met verhalen over het land en de inwoners. Op 15 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts het boek met Ierse verhalen van Peter Vandermeersch, de Nederlandse journalist van Belgische afkomst. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Peter Vandermeersch Ierland recensie

De liefde voor Ierland van Peter Vandermeersch spat van elke pagina af van dit zeer geslaagde boek over Ierland. Al enige jaren woont Vandermeersch inmiddels in Ierland waar hij leiding geeft aan een aantal van de belangrijkste kranten van Ierland en Noord-Ierland. Hij is overduidelijk gefascineerd door het land en de bevolking wat hij tot uiting laat komen in dit omvangrijke boek.

In vrij korte en bondige stukken schrijft hij over Ierland en de Ieren in alle schakeringen die je maar kunt bedenken. Hij stort zich op de rijke en bovendien veelbewogen geschiedenis. Alles komt hier voorbij, van de lange en oude tradities, de armoede, honger en emigratie, de koloniale Engelse bezetting van het land, de zeer bedenkelijke rol die katholieke kerk tot voor kort speelde, niet te vergeten de bloedige “troubles”, de burgeroorlog in Noord-Ierland tot aan de razendsnelle economische ontwikkeling die het land in de laatste decennia meemaakt.

Natuurlijk heeft Vandermeersch ook volop aandacht voor cultuur, natuur, kunst en al het andere wat Ierland zo bijzonder maakt en de Ieren speciaal. Prettig is bovendien de vlotte pen waarover de schrijver beschikt en het feit dat hij ondanks alle liefde voor het land zijn journalistieke kritische houding blijft houden. Zijn rol als outsider met inside kennis komt hierbij zeer goed van pas. Voor wie meer te weten wil komen over Ierland en Noord-Ierland, de Ieren en achter de clichés wil kijken is dit een perfect boek dat door onze redactie gewaardeerd is met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Peter Vandermeersch Ierland

Ierland

  • Auteur: Peter Vandermeersch (Nederland)
  • Soort boek: verhalen over Ierland
  • Uitgever; Borgerhoff & Lamberigts
  • Verschijnt: 15 september 2025
  • Omvang: 600 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 39,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek met Ierse verhalen van Peter Vandermeersch

Ierland is een land van verhalen, en in dit boek worden ze verteld. Geen klassieke reisgids die je naar de Cliffs of Moher of het Titanic Museum leidt, maar een zoektocht naar de ziel van Éire. Peter Vandermeersch, die Ierland zowel professioneel als persoonlijk kent, duikt diep in de geschiedenis, cultuur en paradoxen van het land.

Van barden tot Sinéad O’Connor, van The Troubles tot rugby, van de Diaspora tot de pint in de pub – dit boek ontrafelt de gelaagde identiteit van Ierland. Het laat zien hoe een natie gevormd wordt door taal, literatuur, religie, muziek en een diepgewortelde verteltraditie.

Met een scherpe blik en literaire pen brengt Vandermeersch Ierland tot leven. Een land dat tegelijkertijd trots en bescheiden is, hypermodern en oertraditioneel, één en verdeeld. Dit is Ierland, in al zijn complexiteit en charme.

Céad míle fáilte – honderdduizend keer welkom in dit verhaal.

Peter Vandermeersch is geboren op 23 februari 1961 in Torhout, België. werkte als journalist in Brussel, Parijs en New York,was hoofdredacteur van De Standaard in Brussel (1999-2010) en van NRC in Amsterdam (2010 tot 2019). In 2019 werd hij uitgever en enkele jaren laterCEO van de grootste Ierse mediagroep rond The Irish Independent en The Belfast Telegraph. Hij woont aan de Ierse Zee in Greystones (Wicklow), werkt in Dublin en Belfast, drinkt al een kwarteeuw Guinness met zijn Ierse familie en probeert al veertig jaar het land te doorgronden. Hij heeft trouwens de Nederlandse nationaliteit aangenomen.

Bijpassende boeken en informatie

Gordon Kerr – Atlas van de jaren 60

Gordon Kerr Atlas van de jaren 60 recensie en informatie geschiedenisboek en historische atlas over de zestiger jaren. Op 12 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Noordboek de Nederlandse vertaling van The 1960s in Maps. Het boek is geschreven door Gordon Kerr en heeft illustraties van Claire Rollet.

Gordon Kerr Atlas van de jaren 60 recensie

Voor velen van ons spreken de jaren 60 van de vorige eeuw tot de verbeelding. Het was een decennium van grote maatschappelijke veranderingen waarin de emancipatie van vrouwen en van jongeren tot wasdom kwam die vooral te herkennen was in de popmuziek. Maar ook waren het de jaren van de Koude Oorlog waarin de tegenstellingen tussen oost en west, maar ook die tussen noord en zuid culmineerden in oorlogen, bijna oorlogen, honger en dood en verderf.

Kortom het was een decennium vol tegenstellingen waarover de nodige misverstanden bestaan en na de afloop ervan heel wat illusies vervlogen waren. In de Atlas van de jaren 60 wordt op aanstekende wijze, beeldend verslag gedaan van de hoogtepunten, dieptepunten en bijzondere gebeurtenissen die deze periode zo kenmerken.

Voor sommigen zal het een feest der herkenning zijn, alhoewel er ook voor hen waarschijnlijk nog de nodige verrassende feitjes kunnen worden opgedaan. En voor anderen die zich nog niet zo verdiept hebben in het decennium, laat staan dat ze het hebben meegemaakt, verschaft het op lichtvoetige wijze een inkijk in een boeiende periode. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Gordon Kerr Atlas van de jaren 60

Atlas van de jaren 60

Het kleurrijke tijdperk van hippies, JFK, de pil en veel meer

  • Auteur: Gordon Kerr
  • Illustraties: Claire Rollet
  • Soort boek: historische atlas
  • Origineel: The 1960s in Maps (2025)
  • Uitgever: Noordboek
  • Verschijnt: 12 september 2025
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 29,90
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de atlas van de jaren 60

De jaren zestig waren iconisch. Dit boek brengt dat vernieuwende decennium in kaart aan de hand van getekende figuren, kaarten en infographics. We zien waar bekende bands werden opgericht, welke mode opkwam en hoe de anticonceptiepil zijn intrede deed. Op zowel serieuze als grappige wijze tonen de kleurrijke kaarten wat er speelde op het gebied van cultuur, politiek, technologie en wetenschap.

Naast de donkere kanten van het tijdperk (de schokkende moorden op Martin Luther King en JFK bijvoorbeeld) laat het boek vooral zien hoe vernieuwend, invloedrijk en kleurrijk dit decennium was.

Gordon Kerr werkte bij een uitgeverij en in een boekhandel voordat hij fulltime schrijver werd. Hij is de auteur van verschillende korte geschiedenisboeken en heeft een fascinatie voor de jaren zestig.

Claire Rollet is een Frans illustrator.

Bijpassende boeken

Barbi Marković – Minihorror

Barbi Marković Minihorror recensie en informatie van de inhoud van de roman van de Servische schrijfster die ze in het Duits schreef. Op 11 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van Minihorror. Het boek is geschreven door in het Duits door de uit Servië afkomstige schrijfster Barbi Marković.

Barbi Marković Minihorror recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Minihorror, de roman van Barbi Marković, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Het is lang geleden dat ik een boek heb gelezen waaraan je zin voor zin zoveel plezier kunt beleven en de meest gruwelijke wendingen en griezelige verschijnselen kunt ervaren.” (Die Zeit)
  • “Ondanks het zich opdringende gevoel van ongemak en het grafische geweld is horror zelden zo opgewekt geweest.” (The Guardian)
  • “De horror in dit boek komt voort uit de alledaagsheid van de gebeurtenissen die worden verteld, en die horror is gruwelijk en verschrikkelijk grappig.” (Süddeutsche Zeitung)

Recensie van Tim Donker

Goed. Mag ik een idiote vergelijking voorstellen? Peins dat het laatavond is. Iedereen is al naar bed maar u zit daar nog. U heeft nog geen zin in bed, in nacht, in die onvermijdelijke volgende dag. U heeft eigenlijk nergens zin in. U zit daar maar. Televisie aan want er is niks beters te doen. Ze geven een horrorfilm. Niet geweldig misschien, maar voor nu is het oké. De horror zaagt de planken van nogal dik hout, het ziet er uit als een Evil Dead-achtige parodie op het genre, u geraakt langzaam maar zeker een weinig geïntrigeerd. En dan, in wat lijkt, toch, midscene: zap – de televisie schakelt zichzelf over naar een ander kanaal. Ho, denkt u. En hum, denkt u. Misschien een of andere functie die is geactiveerd door mijn kinderen, is wat u denkt, u gaat op zoek naar de afstandsbediening, u kunt hem niet vinden, misschien heeft u hem in de keuken laten liggen toen u een biertje ging halen, weet u veel, nee u weet het niet en het kan u ook net te weinig schelen om er veel moeite voor te doen dus u laat het maar zo. Nu zit u middenin één of andere psychologische thriller die u onopgesmukt het angstaanjagende van familiebanden toont. Ook goed. Of goed genoeg toch. In gezinnen dwingt men elkaar in bepaalde rollen, je kunt je nooit meer ontworstelen aan die rol, dat gegeven is goed genoeg om er een film over te maken. Toch? Zap. Volgend kanaal. Dit ziet er eerder uit als een David Lynch. Een tegen het surrealisme aan schurkende vervreemding. Die ongemakkelijkheid. Dat je nooit echt precies weet wat je ziet. Zap. Een absurdistische scène. In de stijl van Monty Python allicht. Zap. Wat is dit? Herenleed? Een persiflage op de lulligheid van aldagsleven? Of is het Jiskefet? Zap. Hum. Misschien de verfilming van een boek van Kafka? Iets over hoe bureaucratie regeert, we bestaan slechts in zoverre de officiële instanties ons toestaan te bestaan? Zap. Wat? Deens? Lars von Trier? Dogma? En dan nog iets – het hele rare ding dat u begint op te vallen: in al die uiteenlopende scenes speelden steeds dezelfde acteurs de hoofdrol. Hoe kan dit? Wat is dit? U weet het niet. En dan. Sja, u raadt het al. Dan: zap. Steeds maar weer zap.

Kunt u zich dit voorstellen? Dan bent u klaar voor Minihorror van Barbi Marković. Want inderdaad. Het heet Minihorror. En de stemmen, de persstemmen, geciteerd op de zijflappen, zeggen dingen als “griezelige verschijnselen” en “Horror is zelden zo opgewekt geweest” en iets over gruwelijkheden die in het volgende hoofdstuk weer van voren af aan beginnen. En ik begin lezen, ja ik begin, Hafler Trio op de steerjoo, dat leek me er wel bij passen, en inderdaad, de horreur is daar. Mini en Miki, de hoofdpersonen hier, doen boodschappen, ze zijn in de supermarkt, en iemand staat daar, iemand staat daar gewoon. Miki vraagt zich af waarom die persoon daar zo staat te staan, maar Mini, zijn vriendin, waarschuwt hem. Het is een nicht van haar, en ze is een vleesetend monster. En Miki denkt hee en Miki denkt hum en Miki denkt oke. Hij heeft medelijden met die vrouw die daar zo staat en die niet gelukkig lijkt en mensen zijn vaak negatief over hun eigen familieleden en bezijden, dat over dat vleesetend monster zal wel overdrachtelijk bedoeld zijn toch? Dus Miki benaderd Mini’s nicht en wat peinst ge? Het is toch wel een vleesetend monster zeker! Zombie-achtige taferelen volgen.

En ik zit.

En ik lees.

En ik denk.

Goed. Dit is horror dus, of één of andere horror-parodie, of misschien die mix waar, inderdaad, Lynch zich ook wel van bediende – de mix van horror en surrealisme en sex en geweld. Is wat ik me voorstel. Is waar ik me op instel.

Maar dan. Volgende hoofdstuk maar zijn het wel hoofdstukken nee wacht daar kom ik later nog over te spreken.

De vleesetende nicht van Mini doet niet meer ter zake.
Niets doet nog ter zake.
Want nu zijn Mini en Miki op vakantie in Mini’s geboortestad, het zou ergens in Servië kunnen zijn, of weet jij veel, het doet oostblok-achtig aan. Het is gewoon vakantie, en alles is mooi en alles is leuk en alles is goed totdat Miki op het onzalige idee komt om Mini’s familie met een bezoekje te vereren. Voor hij het weet zitten hij en zijn vriendin tot over hun oren verwikkeld in één of ander mensonterend familieritueel dat echter niet onderbroken mag worden, ook van Mini niet terwijl zij degene is die allerlei vernederingen moet ondergaan. Dat is geen horror. Tenzij. Horror van aldagsleven.

En in aldagsleven overvalt het stel steeds opnieuw het ongerijmde. Miki gaat naar de huisarts, en hij formuleert zijn klachten. Maar tegenover elke klacht die Miki uit, stelt de arts een ergere klacht die hijzelf ervaart en zo zitten de twee een tijdlang tegen elkaar op te bieden met hun vreemde lichamelijke klachten. Het wordt het stel op allerlei manieren totaal onmogelijk gemaakt om een aanrechtblad bij IKEA te kopen. Miki komt een voormalig klasgenoot tegen maar die blijkt allang dood te zijn waardoor hij eraan gaat twijfelen of hijzelf, Miki, niet ook allang dood is maar het gewoon nooit heeft doorgehad, hij gaat alle situaties in zijn leven na die mogelijkerwijs dodelijk geweest zijn en dat zijn er nogal wat – dus, allengs lijkt het hem steeds minder waarschijnlijk dat hij nog leeft. Tijdens een nogal saai nieuwjaarsfeestje op het dak van hun appartementencomplex, glipt Mini via een loopbrug weg naar het naastgelegen gebouw waar ze naar binnen gaat en in een woning terecht komt waar haar moeder en een neef wonen die doen alsof ze daar altijd al samen met Mini gewoond hebben en de giftige patronen van vroeger zijn ook direct weer actief. Het appartement van Mini en Miki wordt langzaamaan geheel overgenomen door insecten en schimmels zodat ze noodgedwongen leven in een klein tentje dat ze hebben opgeslagen midden in hun woonkamer. Tijdens een bezoekje aan het winkelcentrum valt het Miki op dat vrijwel elke bezoeker op hem lijkt en er blijkt een kliniek te zijn waar mensen een “Mikificatie” kunnen ondergaan, zelfs Miki zelf wordt aangezien voor iemand die deze ingreep ondergaan heeft en de plastisch chirurg oordeelt dat het bij Miki nog niet helemaal goed gelukt is; er zijn nog flink wat aanpassingen nodig. Miki en Mini komen een vriend van Miki tegen als ze op kaffee gaan, de vriend wil hen op bijna hysterische wijze overtuigen dat het heel erg goed met hem gaat en valt daarbij uiteindelijk voor hun ogen in stukken uit elkaar; Mini en Miki zetten hem zo goed en zo kwaad als dat gaat terug in elkaar “zodat hij in de taxi zijn adres kan zeggen”.

Soms is het sinister.
Soms is het ontregelend.
Soms is het heel erg grappig.
En soms is het alleen maar maf.

Dit is te zeggen – een boek als dit zul je niet vaak in je leven gelezen hebben. Vergeleken bij Minihorror is het werk van Gust Gils bepaaldelijk bedachtzaam te noemen. Marković bundelt op onnavolgbare wijze de meest uiteenlopende scenes. De verwantschap met beeld (film; serie; toneel; sketches) wordt nog eens onderstreept doordat de laatste dertig pagina’s van het boek de noemer “bonusmateriaal” hebben gekregen. Het gaat om “Een gastbijdrage van Mercedes Kornberger”, een, lawezeggûh ZKV, die, weinig te maken hebbend met Miki of Mini, handelt over een man die een relatie heeft met een vrouw die zo klein is dat ze in zijn borstzakje past, wat, bewust of onbewust, een zeer bekend gegeven is – als het om muziek zou gaan zou je al haast van een “traditional” spreken; “Een mini-rollenspel van Thomas Brandstetter”, een soort gezelschapsspel voor volwassenen om doodgeslagen feestjes weer aan de gang te krijgen en “105 alternatieve horrorscenario’s met Mini en Miki”, beschrijvingen, veelal in één zin, van situaties waarin Mini en Miki terecht zouden kunnen komen en die vervelend zijn of naar of angstaanjagend of onbehaaglijk  of gewoon een situatie zijn waarin de meeste mensen zich elke dag bevinden zonder erbij na te denken, zoals “Mini vergeet een afspraak en krijgt een telefoontje met de vraag waar ze blijft.”; “Miki heeft niet genoten van de zomer.”; “Mini heeft Badiou niet gelezen.”; “Mini heeft Bourdieu niet gelezen.”; “Mini heeft Baudrillard niet gelezen.”, of iemand probeert cool te zijn, of iemand wordt met de dag sajer. Hintfictie? De 105 scenario’s zijn met uiterst primitieve tekeningetjes geïllustreerd en dat Marković voor die naar alle waarschijnlijkheid bewust lullige droedeltjes nog de hulp heeft moeten inroepen van illustratrice Ivana Kličklović (ook iedereen die totaal niet kan tekenen had dit kunnen tekenen) is op zichzelf al een hoofdstuk waard uit het leven van Mini en Miki.

Ja een hoogst origineel boek is Minihorror zeker. Maar de kracht is tevens de zwakte. Er zijn hier wel erg veel zotheden op een hoop geveegd, en niets heeft ook maar enige consequentie. Je zou dit boek evengoed kunnen lezen als rayuelaans hinkelspel: beginnen in het midden, hinkelend naar een van de laatste hoofdstukken en dan weer terug, en er dan niets meer of minder van begrijpen dan iemand die gewoon bij pagina 1 is begonnen. Een lijn of een opbouw heeft Minihorror niet – het had evengoed een verhalenbundel kunnen zijn. Mini en Miki kunnen in een hoofdstuk uit elkaar gaan en dan zijn ze in het volgende hoofdstuk gewoon weer samen. Zonder dat er een woord aan vuil gemaakt wordt. Iemand kan op sterven na dood zijn en is dan in het volgende hoofdstuk weer kerngezond. Ergens wordt gezegd dat Mini schrijfster is en haar roeping zo serieus neemt dat ze bijna dag en nacht aan het schrijven is – maar verderop kan ze rustig aan het niksen zijn of bezig met van alles behalve schrijven. Het schrijversbestaan van Mini komt maar enkele keren terug maar is daarmee meteen al een unicum – verder kent Minihorror vrijwel geen enkel terugkerend element, haast geen enkele constante. Alles kan in de volgende scene helemaal anders zijn, inclusief de sfeer, de toon of de aankleding. De licht-naïeve, soms welhaast kinderlijke schrijfstijl versterkt de indruk dat er geen enkel onderliggend plan aan de roman ten grondslag heeft gelegen. Een beetje zoals jonge kinderen verhalen vertellen die ze ter plaatse verzinnen – je neemt elke krankzinnig verhaalwending voor lief want je bent door het vertellen alleen al lichtjes aangedaan.

Als ik dit boek dertig jaar geleden had gelezen, had ik het geweldig gevonden. Geen enkele literaire conventie is heilig voor Marković en dat was toentertijd alles wat nodig was om mij uit mijn schoenen te blazen. Nu ik ouder ben en sajer vind ik dit Minihorror naast hoogst vermakelijk ook wel een heel klein beetje vrijblijvend. Ik mis een zekere dingens, hoe zeg je dat, ik probeer een klotewoord als “urgentie” hier te vermijden. Luister. Marković snijdt wel degelijk maatschappelijk relevante onderwerpen aan. De zin en onzin van klimaatverandering, zorg voor het milieu, (benauwende) familiebanden, (doorgeslagen) gezondheidsgoeroeïsme, sociale onverdraagzaamheid, woningnood – en er vallen ook genoeg prikkelende, stekelige opmerkingen te lezen, meestal in de kleinste bijzinnetjes. Ik ben vermaakt. Ik ben geamuseerd. Ik ben herhaaldelijk in lachen uitgebarsten. Maar verpletterd ben ik niet.

Moet dat?
Nee.
Ja.
Hum.
Niet perse.

Ik heb Minihorror met heel veel plezier gelezen. Meer moet dat soms niet eens zijn.

Barbi Marković Minihorror

Minihorror

  • Auteur: Barbi Marković (Servië)
  • Soort boek: roman over Wenen
  • Origineel: Minihorror (2024)
  • Nederlandse vertaling: Lotte Lentes
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 11 september 2025
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,50 / € 11,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman over Wenen van Barbi Marković

In Minihorror maken we kennis met Mini en Miki, nieuwkomers in een buitenwijk van Wenen. Ze doen hun best om erbij te horen en alles goed te doen, maar worden desondanks – of juist daarom – voortdurend achtervolgd door catastrofes en monsters.

Er verschijnen maden in een chocoladereep, Mini wordt levend begraven, Miki gaat de strijd aan met een vleesetend monster – en in het volgende hoofdstuk beginnen de gruwelijkheden van voren af aan.

In een volstrekt originele, vlijmscherpe stijl brengt Barbi Marković nachtmerries tot leven, en laat zien wat een nachtmerrie het dagelijks leven kan zijn.

Minihorror is een boek over de horror van het perfecte familieontbijt, over pesten op de werkvloer, over sociale ongelijkheid en over wat het betekent om ergens bij te horen.

Barbi Marković is in 1980 geboren in Belgrado, de hoofdstad van Servië. Ze studeerde Duitse literatuur in Belgrado en Wenen, waar ze nog altijd woont. Sinds ze in 2009 debuteerde met Ausgehen won ze verschillende literaire prijzen, waaronder de Preis der Leipziger Buchmesse voor Minihorror in 2024. Haar roman Die verschissene Zeit verscheen in 2021. In 2024 publiceerde ze haar roman Piksi, die in 2026 bij Koppernik zal verschijnen. Haar nieuwste boek Stehlen, Schimpfen, Spielen verscheen in 2025. Ze schrijft zowel in het Duits als in het Servisch.

Bijpassende boeken en informatie

Louis Van Dievel – Willy & Romain

Louis Van Dievel Willy & Romain recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Vlaamse schrijver. Op 9 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Manteau de nieuwe roman van Louis Van Dievel. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Louis Van Dievel Willy & Romain recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Willy & Romain, de roman van Louis van Dievel, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Dat schilderachtige dan misschien? Die volkse types, Vlamingen, met dat prachtige taaleigen van daar, die tongval, dat vocabulaire, dat zoveel mojer is dan het Nederlands van, laat ons zeggen, boven de rivieren?

Hum. Nee. Ja. Misschien. Een beetje toch.

Het fragmentarisme wellicht?

Wel. Dat werkt mee. Dat werkt altijd mee.

Of de treurigheid des levens?

Ik zou zeggen ja. Al is het vaker, en beter, in beeld gebracht in dat ding dat we geneigd zijn literatuur te noemen.

Wat is het geval? Louis van Dievel komt af met een nieuwe roman. Met De Onderpastoor kwam hij eerst pas in 2019 op mijn radar – diene mens had toen echter al een aardige bibliografie op zijn naam gezet. Goed omslag had dat boek, en een goed verhaal ook, dat goed geschreven was. Hoeveel vernieuwing kon de kerk aan in 1969, in een klein dorp in Vlaanderen, gaan democratie en geloof wel samen, is de kerk niet eerder een totalitair instituut, en hoe ruimdenkend is de gemiddelde dorpeling? Rake vragen ook. Maar toch. Ik geraakte er niet doorheen. Nu ligt het ergens boven, in mijn halfgelezenboekenkamer waar trouwens ook nog menig een helemaal niet gelezen boek ligt. In 2021 las ik Madeleine. Een vrouw uit het volk gaat als kuisvrouw aan de slag bij een welgesteld -en misschien wat wereldvreemd- stel, en doet daarvan verslag aan de lezer. Van Dievel schreef dit boek samen met Britt Droog en ik vond het weeral prachtig, tot de roman, in het twede deel, omsloeg in een soort propaganda, dat geheel aansloot bij het toen heersende discours omtrent corona. Het overheidsverhaal over corona was niet mijn verhaal, het was al erg genoeg om er in mijn dagdagelijks bestaan op net iets te veel vlakken mee geconfronteerd te worden; van schrijvers verwachtte ik -tevergeefs naar uit wel meer indertijd verschenen boeken bleek- toch een wat kritischere houding (maar de propagandisten hadden het zodanig goed voor elkaar dat de deugers, de solidairen, de academici, de linksen, de wokers het niet waagden een veelal met rechts geassocieerd tegengeluid te laten horen als het over het covid-beleid ging – dan was je toch al snel asociaal of zelfs een staatsgevaarlijke gek).

In Willy & Romain richt Van Dievel wederom zijn blik op de eenvoudige, de “gewone” zo je wilt, mens van Vlaanderen, zij het niet echt een dorp dit keer. Het homosexuele stel Willy Verachtert en Romain Verbruggen staat sentraal wanneer een hele wijk geëvacueerd wordt omdat een ontspoorde goederentrein gevaarlijke stoffen vervoerde en er gevaar zou zijn voor een ontploffing. De meeste mensen kunnen terecht bij familie of vrienden; wie nergens heen kan wordt opgevangen in een sporthal. Wie kunnen nergens heen? Wat buren kunnen nergens heen. En Willy en Romain kunnen nergens heen. In verveling, in afwachting, ontvouwt zich langzaamaan hun verhaal.

Willy is de stille. Hij ontdekte zijn homosexualiteit pas op latere leeftijd, toen hij al getrouwd was met Jeanine Bartholomeussen, een huwelijk waaruit twee zoons, Victor en Marcel, zijn voortgekomen. Romains moeder overleed toen hij twaalf was waarop zijn vader hem prompt naar een pensionaat stuurde. Daar, dag en nacht tussen niks dan jongens, ontdekte hij in de puberteit haast “vanzelf” de “geneugten” van de mannenliefde. Als ze al wat ouder zijn, komen Willy en Romain elkaar onder bijzondere omstandigheden tegen en een hevige liefde ontvlamt. Maar diezelfde liefde tussen de is op het moment van de “ramp”, die de hedenlijn van het boek vormt, echter alweer behoorlijk aan slijtage onderhevig. Er speelt van alles, waar de lezer slechts stukje bij beetje achter komt. Tragiek zoals je dat kent van de gemiddelde dramaserie op televisie.

Waar het boek langs de andere kant juist weer een wat kluchtig karakter heeft. De tegenstelling tussen de twee mannen -Romain de jolige, sociale, praatgrage marktkoopman en Willy de brommerige, teruggetrokken, onbenaderbare eenling- is een tikje te absoluut, archetypen die eerder geschikt lijken voor een sitcom.

De spaarzame informatieverstrekking, het tot bijna absurd nivo opgeschroefde drama, de al te gemakkelijk gezochte lach – je zou peinzen dat dit weeral een Van Dievel ging zijn die ik aanvankelijk met graagte (dat prachtige Vlaams blijft mij toch telkenmale verrukken!) las, daarna met meer tegenzin, om er uiteindelijk misschien zelfs in vast te geraken of er toch minstens -als bij Madeleine- een vieze nasmaak aan over te houden.

Maar neen.

Neen?

Nee. Toch niet.

Van Dievel heeft wijs gedaan aan korte hoofdstukken, die het verleden en het heden van beide mannen afwisselen en daarenboven doorsneden worden met nieuwsberichten over de ontsporing (de verslaggever van VTM is ene Louis van Dievel!) (sja, hij is nog echt journalist bij VTM geweest ook). Dit houdt de verveling op afstand.

De verveling op afstand? Hoor je zelf nou wel wat je zegt? Alsof dat het hoogst haalbare is in literatuur: dat een boek in elk geval niet gaat vervelen!

Goed punt. Er was meer denk ik. Er moet meer geweest zijn.

Misschien dat landerige, dat hangerige, dat zitten in die sporthal en niks weten.
Misschien dat horkerige van autoriteiten die, als altijd, zonder compassie zijn. Elke anti-autoriteitshouding is sowieso altijd goed.
Of de paniekcultuur? Daar lijkt Van Dievel me eigenlijk te gezagsgetrouw voor (gezien de propagandistische toon die Madeleine aansloeg). Bovendien. Willy & Romain speelt zich af in 1990, de angstporno (zoals Patrick van Rhijn dat zo treffend noemt) heerste toen nog niet zo hevig als nu, de kans dat Van Dievel met deze roman commentaar heeft willen geven op de hysterische manier waarop overheden omgaan met (ir)reële gevaren lijkt me nihil.

Maar wel de ellende die mensen elkaar (ongewild) aan doen.
De intolerantie, de vijandschap, ja de agressie zelfs die de mannen ondervinden door uit te komen voor hun homosexuele gevoelens.
Hoe relaties altijd vroeger of later verzuren, hoe gepassioneerd het begin ook geweest mag zijn.
De treurnis van mensen in een sporthal; mensen die klaarblijkelijk niemand hebben bij wie ze enkele dagen zouden mogen logeren.
De gesprekken (“Gaat ge mee een toer wandelen, Willy? We zijn her hier zo beu als koude pap. Het stinkt hier.”) vol woorden als “goesting”, “onnozelaar”, “gijlie”, “plezant”).
De doodgewoonste tragiek van in leven te zijn. Mijn vaderhart bloedde bij de scene waarin de zonen van de inmiddels van hun moeder gescheiden Willy een weekendje bij hem komen logeren om hun vader te leren kennen, en omdat Jeanine inmiddels in zwaar weer terecht gekomen is. De jongens willen niks weten van die “enge homo”, sluiten zich op in de logeerkamer, smeken hun oma hen te komen halen. Maar later, verder, dieper in de roman, bedenkt Willy zich dat hij zich misschien te weinig moeite heeft getroost om met zijn zoons in contact te komen en te blijven, hij had brieven kunnen sturen, of verjaardags- of nieuwjaarskaarten, hij heeft in het begin wel dingen geprobeerd maar gaf het toch vrij snel op. Dan weer een bloedend hart, dit keer niet als vader maar als zoon want in die laatste hoedanigheid weet ik hoe erg het steekt, en hoe diep en hoe blijvend de verwondingen zijn als een vader geen pogingen onderneemt om zijn zoon te spreken te krijgen, zelfs wanneer het die zoon zelf was die de afstand heeft gezocht.

De herkenbaarheid dan?
Nee natuurlijk niet. Herkenbaarheid kan me de bout hachelen. Noem het liever navoelbare pijn.

Elementen. Laten we het houden op elementen. Willy & Romain bevat genoeg elementen om de lezer geïnteresseerd te houden. Geen roman van wereldklasse. Niet een boek dat je je nog lang zal heugen. Maar gewoon. Een vermakelijk boek. Om de verveling van de feestdagen mee stuk te slaan, was ik van plan te gaan zeggen. Maar mijn laptop ging stuk en de tijd tikte verder en nu komt mijn aanbeveling te laat. Maar wees gerust. Het leven is het leven dat het leven is en dus komen er vast nog wel wat dagen vol verveling. Wie gevoelig is daarvoor, kan Willy & Romain vandaag nog aanschaffen.

Louis Van Dievel Willy & Romain

Willy & Romain

  • Auteur: Louis Van Dievel (België)
  • Soort boek: Vlaamse roman
  • Uitgever: Manteau
  • Verschijnt: 9 september 2025
  • Omvang: 176 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 24,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de Louis Van Dievel roman

In september 1990 ontspoort de laatste wagon van een goederentrein in Sint-Mariaburg bij Antwerpen. De hele buurt wordt geëvacueerd, want de gevaarlijke lading kan ieder moment ontploffen. Onder de circa vierhonderd mensen die hun huis moeten verlaten, bevinden zich Willy en Romain, een homokoppel dat vlak bij de plaats van de ramp woont. Het gaat niet goed tussen de twee mannen. Er is een drama in de maak. De treinramp gooit alle plannen overhoop. Wanneer ze de volgende namiddag weer naar huis mogen, zijn ze allebei vastbesloten. Vastbesloten waartoe?

Willy & Romain is tegelijk het coming-of-ageverhaal van twee homomannen – de ene uit de Antwerpse polder, de andere uit Olen Fabriek – en een portret van de Antwerpse gayscene van de jaren tachtig, de periode waarin aids vele tientallen levens wegmaaide.

Louis van Dievel is geboren op 24 april 1953 in Mechelen, België. Hij is journalist en romanschrijver. Inmiddels heeft hij zo’n twintig romans en andere boeken geschreven.

Bijpassende boeken

Aya Koda – Stromen

Aya Koda Stromen recensie en informatie over de inhoud van de roman uit 1955 van de Japanse schrijfster. Op 4 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de Nederlandse vertaling van 流れる/ Nagareru, de roman van Aya Koda, de uit Japan afkomstige schrijfster. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Aya Koda Stromen recensie

  • “Stromen geeft een realistisch beeld van het harde leven dat geisha’s leiden. Samen met de briljante bundel Bomen geeft het de Nederlandse lezer voor het eerst de gelegenheid kennis te maken met de schrijfster die in eigen land hoog wordt gewaardeerd, maar in het buitenland vrijwel onbekend is.” (Jaques Westerhoven, vertaler)

Recensie van Tim Donker

We gingen naar Zaltbommel om de brug te zien of we gingen niet of elders of we bleven thuis en keken toe hoe de verf droogde.

Of de eerste dag op je nieuwe werk, kan ook.

Stromen heet een wereldprimeur omdat het voor het eerst is dat dit boek in vertaling buiten Japan verschijnt. Er zijn mensen, verbazend veel mensen nog eigenlijk, die zich gefascineerd weten door de Japanse cultuur, en er dingen over weten. Dingen die ik niet weet, ondanks dat ik in mijn jeugd op judo zat en er een paar jaar lang nog vrij fanatiek in was ook. De mensen die het weten, de dingen die ik niet weet, zouden er misschien niet van op kijken of zouden het weten plaatsen in breder perspectief maar Stromen is een roman waarin ogenschijnlijk vrijwel niks gebeurt. Het vertelt het verhaal van een zekere Rika. Ooit was er een man, ooit was er een kind, maar nu is Rika alleen. Het kind is dood, de man waarschijnlijk ook, de lezer krijgt nooit te weten wat er precies gebeurd is, misschien is dat typisch Japans, om heftige gebeurtenissen niets of nauwelijks nader te duiden, hierover later misschien meer. Om in haar levensonderhoud te voorzien gaat Rika werken in een geishahuis. Ze weet als burger niks van de geishawereld (klaarblijkelijk zijn die werelden strikt van elkaar gescheiden), en loopt de langste tijd dan ook als over eieren. Het geishahuis heeft zijn beste tijd gehad, het verval is ingetreden, er zijn financiële problemen en er spelen conflicten, en Rika bevindt zich veelal middenin zaken waarvan ze weinig weet en waarin ze geen stelling durft te nemen. Dit is de situatie op de eerste bladzijde van het boek en zo blijft het tot bijna op het eind. Je zou kunnen zeggen dat de lezer driehonderd bladzijden lang gevangen zit in een status quo, en dan zou je niet eens schromelijk overdrijven. Het boek is ook niet bijzonder opmerkelijk of poëtisch geschreven, de stijl heet “verfijnd” te zijn, je kunt dat ook verstild noemen, of -op punten dan- erg gedetailleerd: Kōda kan menig een bladzijde doorgaan met een passage die andere (westerse?) schrijvers allicht in een paragraaf op papier hadden gekregen. Toch las ik dit boek vrijwel in één adem uit, overdrachtelijk dan, want feitelijk deed ik er bijna een week over maar gedurende die week was het wel het enige boek waar ik in las, dat ik steeds opnieuw weer ter hand nam, met een vreemde mengeling van lichte tegenzin, warmte, verbijstering en een grote sympathie voor de hoofdfiguur. Hoe? Een niet opmerkelijk geschreven boek, spelend in een cultuur waar ik me niet bijzonder door aangetrokken voel, met weinig wendingen, veel gekabbel en soms, ja, een weinig naar het saaie neigend. Hoe kan zoiets me toch zo in de ban houden?

Vraag ik me af.
In een poging mijzelf van een antwoord te voorzien (u mag ook wel iets voor uzelf gaan doen ondertussen hoor):

Dan hou ik Kōda’s eigen beeldspraak vast en denk ik aan stromen denk ik aan water aan een brug over een rivier aan zitten aan de waterkant en kijken hoe het water stroomt. Kontemplatief. Welhaast hypnotisch. Het stroomt het is steeds hetzelfde het is in beweging het is steeds anders want het is ander water je kunt geen twee keer in dezelfde rivier stappen zeiden de wijzen ooit welke wijzen weet ik veel je kent het wel. Het is, ik ga het woord laten vallen mensen, hoed u, het woord gaat vallen, hier komt het, hier valt het: het is, ja, “onthaastend” om te lezen in een boek waarin weinig actie is, geen spektakel, een boek zonder sex een boek zonder doem een boek zonder liefde een boek zonder smachten hunkeren huilen vrezen, een boek van stilte, een boek vanaf de zijlijn want zo de genoemde emoties al voorkomen, is het bij waarneming: Rika is vooral observator, ze kijkt, en probeert te duiden, te analyseren, het is vooral gissen, en misschien komt dit ook wel akelig dicht bij de aldag want niet zelden zijn we uiteindelijk buitenstaander ook in wat onszelf overkomt, er was iemand, er was iets, en toen was het allemaal weer weg, en wat is er nu eigenlijk gebeurd? Je weet het niet.

Verdermeer. Stromen is toch eigenlijk wel een meesterlijke beschrijving van nieuw zijn op een arbeidsplek. Misschien geldt dit voor westerlingen nog harder omdat het “hier” niet per se evident is om veel, of zelfs maar iets, te weten van de geishawereld, dus we voelen met Rika mee in haar pogingen enige grip te krijgen op de dingen die ze ziet gebeuren. Bezijden, iedereen kent dat toch? Je ging op je fiets want je moest nog, heeldurweg naar ergens waar je niet eerder was, een nieuwe baan, je eerste werkdag, je kent de collega’s nog niet, je kent hun onderlinge dynamiek niet, je kent het heersende taaleigen niet, je weet de vaste grapjes nog niet, je weet niet waar de koffie staat, je voelt je altijd een lul want je moet bij alles hulp vragen. Rika weet niet goed wat ze moet doen als ze geld op de grond vindt. Is het een test? Aan wie moet ze het afgeven? Er zijn conflicten, mensen proberen haar uit te horen, wat weet ze, wat mag ze laten merken, wat niet, hoe kan ze diplomatiek te werk gaan? Het is een voorzichtig stappen, het is een in het duister tasten. En de lezer stapt en tast met Rika mee.

Of. Stromen vergruizelde een vooroordeel. Ik dacht inderdaad, en dat is iets dat vertaler Jacques Westerhoven almeteens met klem wenst te ontkennen in zijn “opmerkingen vooraf”, dat geisha’s een soort prostituees waren. Misschien niet echt van het soort dat zich laat betalen voor sex. Maar toch wel voor erotiese handelingen als een sensuele massage ofzo, of een intiem sponsbad. Of. Animeermeisjes, toch. Ja maar. Van een wat intelligenter soort dan. Zo blijkt. Er komt muziek bij kijken, en dans, het gaat om kleinkunst-achtige solovoorstellingen voor de klant. Al kant het soms toch wel de erotiese kant op gaan, en is er bij sommige van de geisha’s in dit boek sprake van een “patroon”, en dat deed me dan wel weer een beetje denken aan een pooier. Dus misschien geen vergruizeld vooroordeel maar een nogal ruim verbouwd vooroordeel en elk boek dat je vooroordelen verbouwd is op minstens één punt een goed boek.

Of wat. Ten laatste misschien. Is het Kōda is of is het Japan of is het dit boek. Maar het onthutste me hoe er enerzijds als gezegd erg veel woorden vuil gemaakt werden aan wat details lijken te zijn: het wel en wee van de kat, of van een aan het begin van het boek nog aanwezig, ziekelijk, stervend hondje (wat misschien iets zegt over de bewoners van het geishahuis maar waaraan als de hond dood is bijna niet meer aan gerefereerd wordt); het bereiden van eten; de haardracht, make-up en kledij van de geisha’s; de achtergrond van bepaalde emoties (“Verwijten en emoties zijn als ingelegde groente: hoe langer je ze laat liggen, hoe pittiger de smaak” heet het ergens instructief, en die vond ik dan wel weer mooi) waar andere, naar mijn mening veel heftigere, punten alleen maar lichtjes aangestipt worden. Wat er met de man en het kind van Rika is gebeurd. Of een episode waarin Rika tamelijk ziek wordt en tijdelijk van het geishahuis naar een nicht verhuisd waar ze niet erg welkom is, er is ziekte, frictie, er zijn verstoorde familiebanden, dat in zichzelf had in handen van een andere schrijver allicht een hele roman op kunnen leveren maar Kōda acht het maar een paar bladzijden waard. Waar het slepende conflict tussen de eigenaresse van het geishahuis en de oom van een voormalig medewerker steeds maar weer terug blijft komen; een conflict waar de langste tijd weinig voortgang in zit zodat het op enig moment toch een heel klein beetje op mijn zenuwen begon te werken om die oom voor de zoveelste keer weer het verhaal in te zien stappen. Of neem een zin als: “Tsutaji veegde op burgerachtige wijze haar ogen af met een opengewerkt zakdoekje van buitenlands fabricaat.”, wat maak jij van zo’n zin? Je zou er een essay over kunnen schrijven, toch?, alleen maar over die ene zin. Wat is het burgerachtige: het vegen, dat het zakdoekje opengewerkt is of dat het van een buitenlands fabricaat is? Is het een goed of een slecht ding om je ogen op burgerachtige wijze af te vegen, ik krijg, dit boek lezende, langzamerhand de idee dat “burgerachtig” een beetje gelijk staat aan “lomp”; dat een geisha verhevener hoort te zijn dan dat, dan een burger is. Kan een burger ooit een geisha worden, of is het één van die dingen die je niet “wordt” maar “bent”?

Zo kabbelt het, en zo brengt de kabbeling je soms in beroering.

Je kijkt naar de stromen, soms zie je er iets in dat je meeneemt op je wandeling. Stromen is een roman om in mee te dobberen. Het zal je wereld niet schokken en het levert vermoedelijk ook weinig op dat je lang, laat staan een leven, zal bijblijven. Maar voor driehonderd bladzijden lang is het een aangenaam dobberen, en dat zuivert. Eventjes toch.

Aya Koda Stromen

Stromen

  • Auteur: Aya Kōda (Japan)
  • Soort boek: Japanse roman
  • Origineel: 流れる/ Nagareru (1955)
  • Nederlandse vertaling: Jacques Westerhoven
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 4 september 2025
  • Omvang: 302 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 24.99 / € 15,99 / € 19,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de roman van de Japanse schrijfster Aya Koda

Japanse klassieker van de jaren vijftig, nu voor het eerst vertaald. Door de ogen van de bediende van een geishahuis krijgen we een zeldzaam inkijkje in het leven van vrouwen in het naoorlogse Japan.

Om niet van de honger om te komen nadat ze haar man en kind heeft verloren, besluit Rika dienst te nemen als huishoudster in een vervallen geishahuis in Tokio in de jaren vijftig. Als laagste bediende wordt ze te pas en te onpas om boodschappen of de verdwaalde huiskat gestuurd; de eigenares verlangt regelmatig een arbeidsintensief warm bad. Algauw blijkt dat het wanordelijke huis in financiële moeilijkheden verkeert, niet het minst omdat de geisha’s voortdurend opzeggen. De schrandere Rika maakt zich gaandeweg onmisbaar en wordt aangesteld als manager, in de hoop dat iemand van buitenaf het in verval geraakte geishahuis nieuw leven zal inblazen. Al doende verbreekt ze de banden met haar vorige leven, en ontwikkelt ze zich tot een onafhankelijke vrouw.

Aya Koda Bomen recensieAya Kōda (Japan) – Bomen
essays
Uitgever: Atlas Contact
Verschijnt: 4 september 2025

Aya Kōda is op 1 september 1904 geboren in Terajima, Tokio, Japan. Ze was een gerespecteerde Japanse schrijfster, die bekendstond om haar beeldende observaties en verfijnde stijl. Haar autobiografische roman Stromen uit 1955 groeide in Japan uit tot een absolute klassieker, met inmiddels de 76e druk. Stromen en haar essaybundel  Bomen verschijnen tegelijkertijd begin augustus 2025. Op 31 oktober 1990 in Tokio en was 86 jaar oud.

Bijpassende boeken en informatie

Niels Posthumus – Verdeeld koninkrijk

Niels Posthumus Verdeeld koninkrijk recensie en informatie boek over de reis door het Groot-Brittannië van Charles. Op 4 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Balans het boek van Niels Posthumus over de stand van zaken in het huidige Verenigd Koninkrijk. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Niels Posthumus Verdeeld koninkrijk recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Verdeeld koninkrijk, het boek van Niels Posthumus over Groot-Brittannië, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Een scherpe analyse van hoe het Verenigd Koninkrijk al jaren met zichzelf worstelt. Aanrader.” (Tim de Wit)
  • “Journalist Niels Posthumus reisde door Groot-Brittannië en sprak Britten uit alle lagen van de bevolking. Op die manier brengt hij de vele scheidslijnen die door het Verenigd Koninkrijk lopen vakkundig in kaart.” (Ivo van de Wijdeven, NRC)

Recensie van de redactie

Hoe gaat goed of slecht het nu met het Verenigd Koninkrijk? op die vraag probeert journalist Niels Posthumus die sinds 2021 correspondent voor Trouw is in het Verenigd Koninkrijk antwoord te geven is zijn nieuwe boek. Hij maakt hiervoor reizen door het Koninkrijk, naar Engeland, Schotland, Wales en niet te vergeten Noord-Ierland.

Als rode draad voor zijn boek heeft hij gekozen de verhouding van de nieuwe koning Charles III tot zijn volk en vice versa. En deze insteek werkt uitstekend. Dat het economisch en sociaal niet goed gaat met het grootste deel van het Verenigd Koninkrijk zal de meesten van ons niet verbazen. Maar wat Niels Posthumus uitstekend doet is invulling geven in wat er aan de hand is, hoe scheef en misschien zelfs verziekt verhouding zijn tussen Londen machtscentrum en economisch hart en de rest van het koninkrijk.

Vele tientallen gesprekken met Britten uit de verschillende gebiedsdelen en uit allerlei lagen van de bevolking heeft Niels Posthumus gevoerd. Alleen de weerslag van deze gesprekken maken het boek al goed en boeien. Maar hij doet nog wat extra’s hij koppelt deze gevoelens en waarnemingen aan de verhouding die de huidige koning Charles III, voorheen Prins van Wales heeft en had met het land en de bevolking. En juist deze toevoeging maakt het boek extra lezenswaardig. Wie meer inzicht wil krijgen in wat de Britten beweegt en wat voor rol de koning hierbij speelt, moet dit boek zeker lezen. Het is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Op reis door het Groot-Brittanië van Charles

Verdeeld koninkrijk

Op reis door het Groot-Brittannië van Charles

  • Auteur: Niels Posthumus (Nederland)
  • Soort boek: journalistiek reisverslag
  • Uitgever: Balans
  • Verschijnt: 4 september 2025
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Boek over van Niels Posthumus over Groot-Brittannië

Charles III, sinds 2022 koning van het Verenigd Koninkrijk, weet het al decennia zeker: de mensheid heeft de grenzen van de technologische vooruitgang en industrialisering bereikt. Schaalvergroting, massaproductie en consumentisme vergiftigen het milieu en schaden de sociale cohesie. Eind vorige eeuw vonden veel Britten dat nog reactionair en werd Charles erom uitgelachen, maar inmiddels zijn steeds meer mensen het met hem eens en geldt de vorst als een belangrijke progressieve stem.

Het land van Charles is sterk veranderd sinds de Tweede Wereldoorlog. Het Britse wereldrijk viel uit elkaar. Kerken liepen leeg. Noord-Ierland werd verscheurd. Het Verenigd Koninkrijk voegde zich bij de Europese Unie en stapte daar ook weer uit. Er ontstond een multiculturele samenleving. De economische ongelijkheid nam toe, het concept ‘klasse’ veranderde en de rol van de media ook. En tot overmaat van ramp sterft de Britse pub uit.

Journalist Niels Posthumus reisde kriskras door het land en sprak onderweg met mensen uit alle lagen van de bevolking. Hoe ziet de nieuwe vorst de toekomst, en hoe vinden de overige 68 miljoen Britten dat hun land ervoor staat? Het resultaat is een fascinerend portret van een land op zoek naar zichzelf.

Niels Posthumus is geboren in 1981. Hij is sinds 2021 correspondent voor Trouw in het Verenigd Koninkrijk. Daarvoor werkte hij in Zuid-Afrika. Zijn boek Liefdes verdriet stond op de shortlist van de Brusseprijs voor beste journalistieke boek van het jaar. In 2024 werd hij genomineerd voor de prestigieuze Britse FPA Media Awards voor zijn berichtgeving over het Verenigd Koninkrijk.

Bijpassende boeken

Roderik Six – In het wit

Roderik Six In het wit recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Vlaamse schrijver en literair journalist. Op 4 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Prometheus de nieuwe roman van Roderik Six, de uit België afkomstige schrijver. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Roderik Six In het wit recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van In het wit, de roman van Roderik Six, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Stilistisch loepzuiver, filmisch en suggestief, zelfs van een onwereldse poëzie. Een exotische droom als dystopie.” (Stefan Hertmans over de roman Volt)
  • “Harde, goede, ingekookte taal, zwart als gestolde olie. Monster is een prachtig bittere en pijnlijk consequente novelle over verlies, rouw en liefde.” (Ilja Leonard Pfeijffer)

Recensie van Tim Donker

En dan, op vol volume: Aluk Todolo, en misschien harder nog dan vol volume, als dat kan, want het moet door alle luchtlagen heen bonken vandaag, deze dag, nu er ligt, dit boek, In het wit van Roderik Six, een roman, naar hij meent, maar waar liggen die grenzen eigenlijk?, en wie bepaalt wat?, dit boek is er weer zo een, denkt hij, denkt het besprekerken, er moet iets losgeschud omdat dit het geval is, omdat wat hij net gelezen heeft er weer zo een is, en hij peinst dat Dregke dat allemaal niet kan waarderen, maar is Dregke nog ergens, soms maakt het t besprekerken een beetje verdrietig niet te weten of Dregke nog ergens is, ook al een van die dingen die knagen, wat knaagt en neerbraak, het is aan Aluk Tolodo om dingen die knagen los te schudden, of om geluiden te overstemmen, kan ook, want hij weet nog wel, dagen bij de houtkachel, en verrek, warmte zou ook een sentraal begrip kunnen zijn in dit hier In het wit, en dan vooral vanwege de kou. Want het begint met sneeuw, en dat is al het eerste punt, dat het begint met sneeuw, maar dat later misschien, of nee dat nu. In de sneeuw rijdt een harmonicabus. In de harmonicabus zit M. Ja, eenvoudigweg M., ook daarover denkt het besprekerken zo hij zijne, maar dat komt wel pas later. M. is letterkundige en gepromoveerd op de invloed die het weer heeft gehad op de grote werken uit de wereldliteratuur. Gezocht, u zegt? Wel zet u dan maar schrap want Six sleept er wel meer aan de haren bij. M. liet zich inspireren door een stelregel van thrillerschrijver Elmore Leonard. Daar had het besprekerken nog nooit van gehoord, moest hij tot zijn schaamte toegeven, niet per se onbekende films als Get shorty en Jackie Brown zijn gebaseerd op boeken van Leonard, al heette die laatste in de boekversie dan Rum punch. De regel waardoor M. zich uitgedaagd voelde was Begin nooit een boek met een beschrijving van het weer, en hoewel t besprekerken gloeiend het land heeft aan welke stelregel dan ook (gedurende zijn opleiding maakte t besprekerken -die toen nog geen besprekerken was maar een zotteken dat ervan droomde ooit een dichterken te zijn- er een sport van om alle regels van alle docenten met voeten te treden en toch, naar zijn eigen stelligste overtuiging dan, sterk werk in te leveren), moet hij niettemin, een weinig schoorvoetend (daar staat hij te schoren met die voeten van hem), toegeven dat hij niet gauw iets bedenken kan dat afgezaagder is aan het begin van een roman dan een beschrijving van het weer. Maar Six doet het hier, zo neemt t besprekerken aan toch, om de draak te steken met het gebod van Leonard, en bij extrapolatie misschien wel met alle geboden in welke kunstvorm dan ook, en dat kan t besprekerken dan wel weer waarderen. De sneeuw in In het wit als stijlmiddel, thema, motief en, vreest t besprekerken, metafoor, de roman bijt zichzelve in de eerste bladzijden al in de staart, metafiksie, dus voor nu is het goed, toch, M. in de bus onderweg naar haar in een zorginstelling wonende, dementerende vader, de sneeuw die de witheid in het hoofd van een alzheimerpatiënt symboliseert, waar kennen we dat van?, verwijst Six alleen maar naar Hersenschimmen of pasticheert hij misschien ook deze, naar de bescheiden mening van t besprekerken wat overgewaardeerde, roman van Bernlef? t Besprekerken weet t niet, en hij weet wel meer niet. Mogelijkerwijs speelt Six geregeld met de voeten van zijn lezers. Het zou kunnen dat het kan maar het zou ook kunnen dat het niet kan. De bombast. In beeld: de bus in de sneeuw. Maar ook in woord: “De confituur smaakte naar nazomer”; “De boterige klomp werkelijkheid karnde door haar maag”; “Het majestueuze zeedier […] kliefde zorgeloos door het helblauwe water”; “Er prijken ijsbloemen op het dunne keukenraam. Pasgeboren sterren zijn het, uit het nachtgewelf geduwd wegens niet levensvatbaar, om dan, na een eeuwenlange reis door het heelal, langs gasnevels en op het nippertje ontsnapt aan zwarte gaten, te pletter te storten op dit enkelglas. Hier zullen ze hun laatste uren slijten. Op gestold zand, hun kristallen tentakels uitgestrekt – en straks, wanneer de fluitketel stoom aflaat en het gasvuur onder de pan pruttelt, zullen ze afdruipen.”; hoe zwaar wil je het hebben?, maar van de overdaad kon je al een vermoeden hebben als je het sietaat op het achterplat had gelezen: “Sneeuwen zou geen werkwoord mogen zijn. Al dat gedwarrel, die speelse kristallen die meer zweven dan vallen, het heeft niets met werk te maken. Het woord mist daadkracht en gewicht, het mist sleur. Sneeuwen – het klinkt als de wind die met vingers van licht de kruin van een kind streelt.” jajaja, al is het in werkelijkheid, in het boek, wel iets mojer: “Sneeuwen zou geen werkwoord mogen zijn, dacht M., net voor ze met een harde schok in haar zitting werd gedrukt. De bus, een harmonica op wielen en diesel, slipte en zwenkte en de chauffeur trok het voertuig weer vloekend recht, de dood nog maar eens een halte afgewend. Al dat gedwarrel, die speelse kristallen die meer zweven dan vallen, het heeft niets met labeur te maken. Het verbum mist daadkracht en gewicht, het mist sleur. Sneeuwen – het klinkt als de wind die met vingers van licht de kruin van een kind streelt.”, goed t besprekerken moet toegeven dat labeur mojer is dan werk en misschien is verbum ook wel mojer dan woord (en waarom is dit fragment eigenlijk gekozen voor het achterplat als het klaarblijkelijk woorden bevat waarvan de wijze achterplatmakers menen dat het potentiële lezers zou kunnen afschrikken? en Six wil overduidelijk alle taalregisters openen dus waarom zijn belangrijkste instrument tot nietszeggendheid gestemd? en waarom is Six daar eigenlijk mee akkoord gegaan? hij koos de woorden verbum en labeur toch ook niet voor niets zo peinst t besprekerken?), maar dan toch weer die dood die pas een halte later mag komen, de busrit in de sneeuw naar een vader die sterven gaat beschrijven als het Leven Zelve, is er een reden, Six, voor al deze vetheid? Al deze moddervette vetheid? Die schaamteloos is, en daarom ook wel weer te prijzen. Maar dan. Maar ook. Maar verder. Want M. zit lang in de bus, even dacht t besprekerken (iets wat hij overigens bijzonder sterk had gevonden), dat ze gans het boek entlang in de bus zou zitten. Ze zit en kijkt en hoort en denkt, altijd dankbaar voor een schrijver, het openbaar vervoer: voorbijschuivend landschap, instappende passagiers, opgevangen gesprekken en hoe alles bij je hoofdpersoon herinneringen en gedachten kan aanjagen. Medepassagiers voor deze M., en wat moet je van haar denken eigenlijk?, kijken op hun telefoon “een oude serie” “over zes witte vrienden die hun dagen spendeerden in een koffieshop en om de haverklap in grappige misverstanden verzeilden. Niemand hoefde er ooit te werken, ook al woonden ze in New York, in appartementen zo groot als balzalen. Een van hen, de zweverige blondine, kwam zelfs rond als straatmuzikante.”, en dat is tegen het zere been van t besprerken al is het dan een been uit het verleden, noem het een fantoombeen. Het is uit de tijd dat t besprekerken nog geen vader was, de dagen en de tijden waren anders toen, t besprerken besprak voornamelijk muziek en had nog wat van de ambities uit zijn studententijd behouden; hij zou ook best een dichterken willen zijn, of een schrijverken allicht, hij zat hoe dan ook hele avonden te schrijven: proza, poëzie, recensies, beschouwelijk werk, hij schreef de avond weg en de kamer leeg, hij schreef tot de klok het middernachtelijk uur gepasseerd was. Het volgende deed zich voor: als hij zijn pen neerlegde en direkt zijn bed op zocht, bleef de slaap lang uit. Dan lag hij nog lang te malen over een beschrijving die misschien wat puntiger kon, een formulering die een beetje mankte, en had hij de naam van de zanger op die seedee die hij eerder die avond besproken had eigenlijk wel goed gespeld? Dan ging hij weer bed uit, schoot in het donker wat aan (t-shirt niet zelden achterstevoren en binnenstebuiten), dan zocht hij zijn papieren weer op, klapte de laptop weer open, zat daar weer te lang, was de volgende dag geen sent meer waard. Zaak was het om het hoofd leeg te maken en dan pas naar bed te gaan. Maar hoe maak je het hoofd leeg? Met de geest niet al te zeer okkuperende dommigheden. En waar vind je dommigheden bij uitstek? Op televisie. Na het schrijven televisiekijken, dan naar bed. Wat gekeken was nog niet heel eenvoudig, het moesten geen films zijn, die duurden te lang en waren te voorspelbaar en stelden het geduld van t besprekerken te zeer op de proef; het moesten ook geen praatprogramma’s zijn vanwege de ergeniswekkende flauwekul die daar net iets te vaak gedebiteerd werd; het moest niks zijn waar een vervolg in zat; gewoon iets stompzinnigs dat je eenmalig kon zien en waarvan je ook net zo goed al eens een aflevering van kon missen, want het waren de dagen voor de smart-tv en van terugkijken of van internet op de televisie was geen sprake, er werden dingen uitgezonden en daar kon je naar kijken en als je het gemist had was het weg. Zodoende geraakte t besprekerken gehaakt aan sitcoms. Dat is de grote zwakte van t besprerken: als iets bij hem eenmaal gewoonte is geworden, geraakt hij er bijna niet meer van af. Na zijn avondlange schrijfsessies zag t besprekerken sitcoms, want die werden vaak in de late uren, aan het eind van de programmering, nog eens herhaald. De serie waar M. hier op doelt zag t besprekerken ook. De hele serie. En het is eenvoudigweg niet waar dat niemand er hoefde te werken. Iedereen werkte. Eentje was akteur, al had hij zelden een klus; zijn geldproblemen waren dan ook regelmatig onderwerp van gesprek en katalysator van ontwikkelingen. Dan was er een chef-kok, een paleontoloog die eerst in een museum werkte en later als hoogleraar aan een universiteit, een data-analist, een hoofd inkoper bij een gerenommeerd modehuis. De “zweverige blondine” kwam helemaal niet rond als straatmuzikant; zij was masseuse. Daarnaast trad ze ook op met haar muziek ja, maar niet op straat maar in diezelfde koffieshop waar ze volgens M. hun dagen spendeerden. Voor zo’n simplistische, voornamelijk op goedkoop divertissement gerichte, sitcom waren er ook nog verrassend vaak scenes die zich afspeelden op de respectievelijke werkplekken van de “zes witte vrienden” (is er een reden om te specificeren dat die mensen wit waren?), en gingen hun gesprekken, bijvoorbeeld die in die koffieshop, ook vrij vaak over (problemen op het) werk. En dan waren ook lang niet al hun appartementen zo groot als balzalen en van het grootste appartement werd ook nog regelmatig verklaard waarom de huur ervan zo betaalbaar was. Maar afgezien daarvan, is het een beetje flauw om dit soort series af te rekenen op hun waarschijnlijkheidsgehalte; sitcoms jagen geen realisme na maar zijn gericht op de lach: elke paar minuten moet er gelachen worden en sja, zo vaak geeft de doodgewone aldag toch ook niet te lachen? Trouwens, ook serieuzer werk kan op zulke overwegingen stuk gaan – in menig boek is het evenmin duidelijk hoe de hoofdrolspelers de levensstijl kunnen onderhouden die ze hebben. Maar t besprekerken zou dit nooit naar voren hebben gebracht, hij wil niet per se te boek komen te staan als kenner van Amerikaanse comedyseries, als hij Six niet vaker had kunnen betrappen op slordigheden. Waarom moet M. zich badinerend uitlaten over een sitcom van decennia terug; waarom schreef Six de Friends kijkende passagiers de bus in? Om flauwiteiten erop los te kunnen laten?, om hoogbrauw te kunnen doen over laagbrauwcultuur? Moet het iets over Six zeggen, hee mensen kijk mij eens aantonen hoe slecht een of andere Amerikaanse serie uit tempo doeloe in elkaar zit?, of moet het iets over M. zeggen (een lichtelijk pretentieus personage is ze wel)? Maar verderop is er ook al sprake van “grijze materie” als het over hersenen gaat, niet alleen een kliesjee van jewelste maar ook diskutabel – is hersenweefsel van een levend brein niet doorbloed en dus roze? (toen t besprekerken nog een puberend scholierken was, haatte hij het altijd al zo erg als leraren zeiden dat je de “grijze materie” moest “laten werken”) En in een andere verhaallijn laat Six iemand nadenken over “eskimo’s” die “hun hele leven lang” in “een hut van ijs” verblijven; is dat wel waar?; bewonen Inuit (ja) hun “hut van ijs” niet slechts tijdelijk, bijvoorbeeld tijdens het jachtseizoen?

Dit is er weer zo een, denkt t besprekerken. Hij weet weer niet goed wat hij er van denken moet. Want ondanks alle slordigheden, ondanks de hoogdravendheid, ondanks de bij vlagen zeer gezwollen taal, blijft hij wel lezen.

Hij wil weten. Hij wil weten van M., en van haar vader. Van de jeugd, van het samen dat ooit was. M., die verderop Emma blijkt te heten, wat vaak afgekort werd tot Em of zelfs eenvoudigweg M., dus in tegenstelling tot wat t besprekerken dacht geen verwijzing naar de M. uit het gedicht van Jules Deelder (die, als hij het zich goed herinnert, van achthoog naar beneden sprong en onder zich de auto’s zag en nog één keer aan zijn Dinkey Toys dacht) (maar t besprekerken kan zich vergissen, het is vermoedelijk zo’n dertig jaar geleden dat hij dat gedicht voor het laatst onder ogen kreeg) (al speelt zelfmoord wel een rol in In het wit) (maar nu verraadt t besprekerken misschien al te veel), werd voornamelijk opgevoed door haar vader; haar moeder Iris overleed toen M. nog jong was, ze herinnert zich nauwelijks nog iets van haar moeder. En dan, in een volgend deel, wordt de hoofdrol vervuld door iemand die Iris heet en die is getrouwd met iemand die Ronald heet, wat ook de naam is van M.’s vader. Hier, zo denkt de lezer, zo dacht t besprekerken alleszins, gaat opgehelderd worden hoe dat nou zit met die moeder die M. zich niet meer herinnert; hier zitten we in Iris’ hoofd. Maar alsnog blijft veel in het vage. Gaat Iris dood op het eind? Heeft Iris zich wel goed kunnen vinden in haar moederschap? Bevraagt Six de relaties die ontstaan uit huwelijk en nageslacht: ineens ben je iemands zoon of dochter, ineens ben je iemands vader of moeder, relaties die zonder precedent zijn; vriendschap kun je leren – een vriendschap kan kapot gaan en dan weet je de volgende keer misschien beter waar je op moet letten. Maar vader, moeder, zoon, dochter – dat gaat niet meer weg. t Besprekerken voelt zich als vader helemaal op zijn plek; niets is hij ooit méér geweest dan vader; geen enkele rol is ooit zo totaal aanwezig geweest in zijn leven maar hoe moet gruwelijk moet het zijn als het ouderschap je geen, of onvoldoende, vreugde schenkt? Is dat dan leven?

Ja dat is dan leven.

En leven heeft de eigenschap altijd maar door te gaan tot het er niet meer is. Wanneer de M.-lijn hervat wordt, lijkt zij inmiddels zelf ook dement. De dingen verliezen langzaamaan hun naam. En “[z]onder naam zijn dingen gewoon maar massa”; hoe waar is dat! Neem iets waar waarvan je geen verstand hebt, machineonderdelen ofzo, en je ziet gewoon maar dingen. Of. Je komt aan, vooruit, met de trein, op een plek waar je nog nooit geweest bent – je ziet het doorheen onbeschreven ogen. Wanneer je er al een paar dagen bent, zie je de dingen anders, je kent hun onderlinge relaties, de afstanden van het een tot het ander, je weet er al een beetje je weg, je ogen zijn niet langer onbeschreven; het heeft t besprekerken op vakantie wel eens gespeten hoe snel zijn onbekendheid met die nieuwe omgeving teloor ging.

Lezend doorheen de slordigheden, de soms te dik aangezette poëzie, de kliesjees, de dingen waarvan je niet weet met welk doel Six ze inzette blijft van In het wit een muzikale en sfeervolle roman over die enkele wezenlijke levensvragen aan de orde stelt. In welke mate hebben we ons leven in eigen hand? Wat laten we teloor gaan, wat laten we vervluchtigen voor we er goed en wel grip op kregen? We kiezen onze geboorte niet, kunnen we ons einde wel zelf kiezen? t Besprekerken moest herhaaldelijk denken aan de euthanasieroman die Joost Oomen niet al te lang geleden schreef. En daartussen? Wanneer kunnen we nog weglopen, wanneer kunnen we nog terug. Wie zei je ooit dat je deze weg moest gaan? En nu loop je er, en wil je het wel, wil je het lopen wel, wil je deze weg wel.

Uiteindelijk geraakte t besprekerken in een filosofische stemming door dit bedachtzame en verstilde boek. En een schrijver die je met zijn boek het gevoel kan geven dat je normaal hebt na het beluisteren van een seedee van Dirty Three vergeef je natuurlijk ruiterlijk al zijn maniërismen.

Roderik Six In het wit

In het wit

  • Auteur: Roderik Six (België)
  • Soort boek: Vlaamse roman
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 4 september 2025
  • Omvang: 168 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 18,99 / € 10,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe Roderik Six roman

“Sneeuwen zou geen werkwoord mogen zijn. Al dat gedwarrel, die speelse kristallen die meer zweven dan vallen, het heeft niets met werk te maken. Het woord mist daadkracht en gewicht, het mist sleur.
Sneeuwen – het klinkt als de wind die met vingers van licht de kruin van een kind streelt.”

Een vrouw reist door een sneeuwlandschap. Ze is op weg naar de buitenwijk waar haar vader woont. In zijn hoofd sneeuwt het al lang. Terwijl de vlokken rond haar neerdwarrelen, moet ze een hartverscheurende beslissing nemen.

Een moeder staart door een keukenraam. Buiten speelt een kind in de sneeuw. Was dit de droom – een huis in het dorp, een dochter, een man? Is dit nu leven?

In de nieuwe, ontroerende roman In het wit van Roderik Six worstelen jonge vrouwen met oeroude dilemma’s. Met stilistisch vernuft schetst Six een teder portret van mensen op het kruispunt van leven en dood. In het wit is een intieme roman over maatschappelijke thema’s als dementie en moederschap.

Roderik Six is in 1979 geboren in Ieper en groeide op in het in het West-Vlaamse Woesten. Hij is literair journalist bij het weekblad Knack. Met zijn debuut Vloed won hij prompt De Bronzen Uil. Zijn tweede roman Val werd bekroond met de driejaarlijkse Prijs voor de Letteren van de provincie West-Vlaanderen. Roderik Six woont en werkt in Gent.

Bijpassende boeken

Henk Smeets & Fridus Steijlen – In Nederland gebleven

Henk Smeets & Fridus Steijlen In Nederland gebleven recensie en informatie boek over de geschiedenis van Molukkers 1951-2025. Op 3 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Walburg Pers het boek over de geschiedenis van Molukkers 1951-2025. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Henk Smeets & Fridus Steijlen In Nederland gebleven recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van In Nederland gebleven, De geschiedenis van Molukkers 1951-2025, geschreven door Henk Smeets en Fridus Steijlen, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “In Nederland gebleven laat op voortreffelijke wijze zien dat de geschiedenis van de Molukkers geen statisch verhaal is dat eindigt bij de aankomst in Nederland in 1951 of bij de eerste jaren hier, maar springlevend is en zich nog steeds ontwikkelt. Deze heruitgave is daarom veel meer dan een herdruk – het is een noodzakelijke actualisering van ons collectieve verhaal.” (Henry Timisela, directeur van Museum Maluku in Den Haag)

Recensie van de redactie

Toen in 1951 een groep van zo’n 13.000 Molukkers naar Nederland emigreerden omdat hun verblijf op de Molukken die onder steeds strenger Indonesisch gezag kwamen te vallen was dat het het begin van een moeizame relatie. De Molukkers kwamen met het idee dat hun verblijf in Nederland tijdelijk zou zijn en dat ze na hooguit een aantal jaren weer terug zouden keren naar de geboortegrond. Helaas bleek de realiteit voor de veelal oud KNIL-militairen anders en nu, ruim zestig jaar later, leven en wonen de meesten van hen en vooral hun nakomelingen hier nog steeds.

Henk Smeets en Fridus Steijlen hebben de weerbarstige geschiedenis van de verhoudingen tussen de Molukkers en de Nederlandse staat in dit zeer doorwrochte boek vastgelegd. De auteurs publiceerden al eerder een boek hierover. Maar dit is een herziene en uitgebreide editie van dat standaardwerk waarin ook hoofdstukken over de meest recente geschiedenis zijn toegevoegd.

Het boek gaat in detail in op de geschiedenis van de Molukkers in Nederland. De weerbarstige onderlinge verhoudingen, de opgekropte frustratie culminerend in de kapingen in de jaren zeventig van de vorige eeuw en over de verwoede pogingen om tot een samenwerking en onderling begrip te komen.

De samenwerking tussen historicus Henk Smeets en antropoloog Fridus Steijlen heeft een boek opgeleverd dat zonder twijfel het standaardwerk over dit onderwerp genoemd kan worden. Wetenschappelijk onderbouwd, vol boeiende details, weten de auteurs de op overtuigende en genuanceerde wijze de boeiende en weerbarstige geschiedenis van de Molukkers in Nederland te verwoorden. Bovendien is het boek voorzien van interessante foto’s en zeer mooi uitgegeven. Veel beter kan niet. Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (uitmuntend).

Henk Smeets & Fridus Steijlen In Nederland gebleven

In Nederland gebleven

De geschiedenis van Molukkers 1951-2025

  • Auteurs: Henk Smeets, Fridus Steijlen (Nederland)
  • Soort boek: geschiedenisboek
  • Uitgever: Walburg Pers
  • Verschijnt: 3 september 2025
  • Omvang: 640 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 39,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitmuntend)
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van het boek over Molukkers in Nederland

In 1951 kwamen ongeveer 12.900 Molukkers naar Nederland, veelal voormalige militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en hun gezinnen. De verwachting was dat ze na enkele maanden weer terug naar huis zouden gaan. Inmiddels zijn bijna 75 jaar verstreken en is maar een kleine groep teruggekeerd.

In Nederland gebleven gaat over de spanning tussen een migrantengroep en de overheid, over de gewelddadige confrontatie tussen ballingen met politieke idealen en de Nederlandse samenleving, maar óók over samenwerking van overheden en Molukkers om samen de problemen de baas te worden. Het laat zien dat integratie een langdurig proces is; een proces dat – ondanks verschillen – ook herkenbaar is bij andere migrantengroepen. Deze volledig herziene uitgave is aangevuld met nieuwe informatie en bevat een extra hoofdstuk dat de recente geschiedenis beschrijft, waarin ruime aandacht voor de derde en vierde generatie.

Bijpassende boeken en informatie

Rhian Elizabeth – maybe i’ll call gillian anderson

Rhian Elizabeth maybe i’ll call gillian anderson review, recensie en informatie boek met gedichten van de dichteres uit Wales. Op 31 mei 2025 verschijnt bij Broken Sleep Books de dichtbundel van Rhian Elizabeth. Er is geen Nederlandse vertaling van het boek verkrijgbaar.

Rhian Elizabeth maybe i’ll call gillian anderson review en recensie van Tim Donker

Dit is de eerste scene. Een moeder staat op de drempel van het huis en ziet hoe de dochter in haar auto stapt en wegrijdt. Ze trapt het gaspedaal in, kijkt niet meer om, gaat. En daar staat moeder dan, in haar lege nest. Niet langer het hele tapijt vol vuile was, niet meer iemand die steeds met de deuren slaat, niet langer de posters van haar helden aan de muren van wat van nu af aan een extra kamer is. En nu? Wat te doen met al die leegte? Haar vrienden zeggen de moeder dat ze bezig moet blijven. Dingen moet vinden om te doen, en dan het liefste dingen die niets van doen hebben met heeldurdagen naar The Carpenters luisteren en huilen. Misschien, zo denkt ze, kan ze online dingen gaan bestellen. Niet omdat ze ze nodig heeft of zelfs maar hebben wil maar omdat ze zich dan kan verheugen op de komst van die spullen en dat verheugen zou je een bezigheid kunnen noemen. Of misschien kan ze op Google zoeken naar leuke hobby’s voor veertig jaar oude, verdrietige vrouwen. Of misschien kan ze gewoon een beetje in doodste stilte door het huis lopen tot ze zichzelf terugvindt in die ontstellend lege kamer, schreeuwend Wat word ik nu godverdomme geacht te doen, Alexa? Of misschien kan ze Gillian Anderson bellen en haar uitnodigen voor een logeerpartijtje, de lakens van het bed van haar dochter afhalen en er schone opleggen, in de hoop dat Gillian Anderson met een knipoog zal zeggen ik slaap liever in jouw bed.

Dit is de situatie van het titelgedicht, en dat is het allereerste gedicht in de bundel. Ik hoefde geen badwater te testen, deze regels las ik ademloos. Alles, bijna elk woord uit dit gedicht kan ik me zo levendig voorstellen dat het is alsof ik daar op die drempel sta, kijkend naar een veel te snel verdwijnende auto. Mijn kinderen zijn tien en twaalf en toch kan ik het me zo goed indenken hoe ze op een dag zullen gaan; als mijn oudste op zijn achttiende het huis uit gaat (wat daar geen ongebruikelijke leeftijd voor is), zal mijn nest over een luttele zes jaar reeds halfleeg zijn. Ga ik dan allicht enkele dingen die ik nu ook al doe alleen maar frekwenter doen? Want ik herken net iets te goed hoe het wachten op -in mijn geval- boeken en cd’s eigenlijk mojer is dan het ontvangen ervan. Vanaf het moment dat ik een bestelling plaats, kan ik dagen leven in het glorieuze vooruitzicht dat dat geniale boek of die wonderschone cd eraan komt – een fijn gevoel, dat kundig om zeep geholpen wordt wanneer de postbode ze daadwerkelijk aflevert. Zo mooi als het gedurende die paar dagen in mijn hoofd geworden is, zijn boeken en cd’s trouwens toch nooit. Niets is ooit zo mooi als het in je hoofd is. Dat is wat het betekent om in leven te zijn. Lekker zwelgen in je verdriet? Ken ik ook. Nog fijner met muziek erbij ja, al is dat in mijn geval nooit The Carpenters (maar misschien moet ik dat eens proberen?). Ook: onzinnige dingen opzoeken via Google. Goed, meestal voor de lol samen met mijn dochter. Maar de keren dat ik het doe als ik alleen ben, is onversneden verveling doorgaans de drijfveer erachter. Alleen Gillian Anderson ken ik niet. Zou dat iemand zijn natuurlijk is dat iemand ik ken wel meer beroemdheden niet vast een goeroe of een televisiepsycholoog of iemand van youtube of gewoon maar een moje vrouw die zingt of acteert of schrijft, in de danklijst wordt Anderson nog bedankt omdat ze Elizabeth vooralsnog niet heeft aangeklaagd. Het is makkelijk op te zoeken wie dat is, misschien iets voor als de verveling weer toeslaat. Maar liever laat ik me het raden, net als in de tijd dat er geen Google was en je zulke dingen niet kon opzoeken, nooit, omdat niet iedereen het schopte tot lemma in de encyclopedieën die je in de bibliotheek kon gaan inzien (maar mijn vader was in die dagen een soort Google, en die prikte menig een zeepbel door, gevraagd of ongevraagd).

Eén gedicht, het is niet veel meer dan anderhalve bladzijde, het is droevig het is grappig en het is springlevend. Dat is goed binnenkomen. Er zijn dichtbundels waarin je even moet rondstommelen, waarin je tot soms wel halfweg geen idee hebt wat je er van vindt, wat je aan het lezen bent, wat voor bundel het is, waarin je flarden krijgt toegeworpen: een intrigerend beeld, een moje zin; elk meer laat zich voorlopig alleen maar vermoeden. Maar Rhian Elizabeth trekt je zonder pardon tot over je oren de schittering in. Waar in het twede gedicht, drowning on a stranger’s couch, het perspectief maar enkele centimeters verschoven lijkt te zijn: een vrouw die haar dode vader erg mist, brengt ergens in Zweden een dag en een nacht door bij een vrouw die ze totaal niet kent. Deze vrouw mist op haar beurt haar (klein)kinderen die haar nooit komen bezoeken. Weeral eenzaamheid, weeral wringende familiebanden. Maar anders dan bij maybe i’ll call gillian anderson, zit de schoonheid van dit gedicht niet perse in de dwingende manier waarop Elizabeth beelden oproept. Nee, drowning on a stranger’s couch heeft veeleer de allure van een performancegedicht. Wat een genot moet het zijn om dit te horen voordragen, liefst door de dichter zelve (geen totale onmogelijkheid: Rhian Elizabeth woont in Wales). Het muzikale, de herhaling, het ritme, de klankkleur, hoe de zinnen als vanzelf gaan zingen (bijvoorbeeld: you will sit in het conservatory with the windows pushed wide open, the night will be hot, you will close your eyes, you will think about the pool outside, you will think of yourself weightless on the bottom, you will listen to the crickets singing, they live on the lake in the distance, the great lake is vättern or sommen, you aren’t sure which, this she told you on the drive across sweden in her car but you had your head out of the window like a dog, you will wonder if this is a mistake, you make bad decisions, she will bring you lemon ice tea, you will feel tired, she will convince you to stay the night on the massive old couch, you will dream about your father there, you will give him a new face, you will give him a new voice, you will no longer remember the actual ones he had, you will dream about swimming in vättern of sommen, you will dream about drowning), en dan is het overal om je heen, als, inderdaad, muziek en wat een verschil maakt een verschuiving van slechts enkele centimeters dan.

Wel. Goed. Dus. Dit is het gedeelte dat je aan voelt komen. Want uiteraard: zo overweldigend als de eerste twee gedichten is niet elk gedicht in deze bundel. En misschien gaat het inderdaad wel iets te vaak over dochter, en over dochter missen, en over (in mindere mate) moeder zijn. Maar in dit kleine boek (niet meer dan 45 pagina’s) levert haast elk gedicht wel iets op. Een zin, een gedachte, een flits.

Zoiets als in een relatie zijn en altijd het gevoel hebben dat je een kreeft bent in een aquarium in een restaurant en doorheen het glas ziet hoe de ander sjampanje drinkt en het fantasties naar de zin heeft terwijl jij daar zit in afwachting van je dood.

Of dat a new and precarious thing een rap is, een heerlijk ritmiese rap, een rap die stroomt en vloeit en loopt als een razende (iemand moet deze bundel op cd zetten, er moet een cd komen van deze bundel, de gedichten dikteren hun eigen muzikale omlijsting wel, er zal freakfolk zijn en hiphop en blues en snoeiharde rock en verstilde fado en het zal misschien wel de allermooiste cd allertijden zijn) maar tegelijkertijd ook een ontroerend gedicht over hoe een dronken dochter op haar achttiende verjaardag weer heel even een kind is, een baby die alle verzorging nodig heeft, zodat ook de dichter, eindelijk, weer even moeder mag zijn.

Of de wreedheid van het geheugen dat dingen die je liever vergeten wil je keer na keer in je gezicht blijft wrijven terwijl je dingen die je zo dolgraag onthouden wil -de stemmen van je ouders- onherroepelijk verliest.

Of de spinnen in je huis die blijven leven nu er niemand meer is die er bang voor is zodat je geen reden meer hebt ze te doden.

Of de Mona Lisa onder de Mona Lisa

Of dat een Londonse straatpuber (in wie ik Rhian Elizabeth zelf meen te herkennen) op haar weg neerwaarts een brief schrijft aan wiedanook en vertelt hoe zij en haar vrienden op weg zijn naar een optreden van Rachel Stamp. Zou dat echt een band zijn, vroeg ik me af, en dit keer zocht ik het wel op. Het was een echte band. Wat aanstellerige, net iets te theatrale rock, aanschurkend tegen glam, maar dan zo vet aangezet dat je er geen hekel aan kunt hebben. Toen ik me later iets afvroeg over Rachel Stamp en de band nog eens opzoeken wilde op Discogs kwam ik door een typefout in de bandnaam terecht bij Moljebkla Pvlse en sjee wat bleek hun debuutalbum Koan prachtig te zijn. Als ik me die ooit aanschaf -wat wel weer onvermijdelijk zal blijken te zijn- heb ik ook dat overgehouden aan maybe i’ll call gillian anderson. Het moet niet altijd rechtstreeks zijn.

maybe i’ll call gillian anderson is een briljant boek. Het is vanwege boeken als deze dat ik zoveel hou van poëzie. Omdat de woorden leven in de splinters, in de kieren, en midden in het leven.

The English translation of the review you can find further down down.

Rhian Elizabeth maybe i'll call gillian anderson

maybe i’ll call gillian anderson

  • Auteur: Rhian Elizabeth (Wales)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Broken Sleep Books
  • Verschijnt: 31 mei 2025
  • Omvang: 44 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: £ 9.99
  • Boek bestellen bij: Amazon

Flaptekst van de bundel van Rhian Elizabeth de Wels dichteres

Rhian Elizabeth’s maybe i’ll call gillian anderson is a raw, darkly funny, and deeply affecting collection that navigates the liminal spaces of love, loss, and reinvention. With a voice that is both unguarded and sharply observant, Elizabeth crafts poems that move through heartbreak, motherhood, memory, and self-destruction with biting wit and aching tenderness. Whether tracing the ghosts of past selves, confronting absence, or yearning for connection, these poems refuse sentimentality, instead offering something braver—an intimacy that is as unsparing as it is humane.

English translation of the review

This is the first scene. A mother’s state op de drempel van het huis and hoe de daughter in hair car stapt en wegrijdt. Ze trapt het accelerator pedal in, you can’t hear anything, gaat. In the state mother then, in hair laying nest. It’s never long before you can see anything, no one has the steeds with your slaat, it’s never long before the posters of hair heroes are in the wall of what you’re looking for and there’s an extra camera. En now? What did you do with the lying ones? The mother’s hair can be seen as soon as possible. Things can be seen from the doen, and in the last things the niets van doen hebben met heeldurdagen naar The Carpenters luisteren en huilen. Misschien, if you think so, you can order things online. You can’t get the heeft of the zelfs to be able to get to the point where you can get rid of the spools and get rid of them. Of course you can search on Google for a few hobby’s for every year or two. Of the misschien kan ze gewoon a beetje in doodste stilte door het huis lopen tot ze zichzelf terugvindt in the ontstellend lege kamer, schreeuwend What word ik nu godverdomme geacht te doen, Alexa? Of course, Gillian Anderson can bark and have her hair ready for a lounge party, the sheets of the bed with her hair are afhalen and he has a beautiful bed, in the hoop that Gillian Anderson has a knipoog zal zeggen and sleeps in the bed.

This is the situation of the title poem, and this is the very first poem in the bundle. I had to go to bad water to test it, and it was fine. Everything, like the word from the poem, can be easily imagined by me, which is also written on the jam, which can be seen in a very small car. My children have two children and I can think of them as soon as possible; as my oudste op zijn mindful het huis uit gaat (wat daar geen ongebruikelijke leeftijd voor is), zal my nest over a luttele zes jaar reeds halfleeg zijn. Is there anything that you can do with your grandchildren? I don’t want to hear anything that is good enough to wake up in my book and CD’s own version is in the ontvangen. Vanaf het moment that ik aen ordering plaats, kan ik dagen leven in the glorieuze vooruitzicht that the brilliant book of the wonderful cd eraan komt – a fijn gevoel, that knowledgeable om zeep geholpen wordt wanneer de postbode ze daadwerkelijk aflevert. As soon as he endured the few days in my house, his books and CDs were still there. Niets is ooit zo mooi than het in je hoofd is. That’s what he says in life. Lekkers are in jeopardy? Ken ik ok. There is still music here, yes, it is in my life no more than The Carpenters (maybe I missed it if I tried it again?). Ook: onzinnige things opzoeken via Google. Good, everything for the lol seeds with my daughter. This is what I do when I see it, it is on the other side of the door from the driver’s eye. Alleen Gillian Anderson knows nothing. This person is of course a person who can be seen in a vast amount of time from a television psychologist of someone from YouTube of gewoon maar a little bit of writing, in which Anderson has thanked her for Elizabeth never files a complaint. It’s a good idea to see how it is, but it’s not possible to see how it works. You can read more about it, but not in the encyclopedias that are in the library that can be found in Google, which in my opinion is not available in any way. en the prikte menig a zeepbel door, gevraagd of ongevraagd).

A poem, it’s never seen in other words, it’s dreary, it’s grappy and it’s spring-loaded. That’s good to come within. He zijn dense bundles was even moet rondstommelen, waarin je dead soms which halfway geen idea raises what je van vindt, wat je aan het lezen bent, wat voor bundel het is, waarin je flarden krijgt toegeworpen: an intriguing beeld, a moje zin; Elk sea let us do it quickly and easily. Maar Rhian Elizabeth treks je zonder pardon tot over je oren de schittering in. Waar in the two poems, drowning on a stranger’s couch, the perspective of her enkele centimeters lost lijkt te zijn: a vrouw the hair dode vader erg mist, brengt ergens in Zweden een dag en een night door in a woman who is completely out of her mind. Every day you don’t have enough hair for your (small) children’s hair. Weeral eenzaamheid, weeral wrestling family ties. It’s different in maybe I’ll call Gillian Anderson, to quote the beautiful poem from the poem in the compelling manner that Elizabeth has written. No, drowning on a stranger’s couch is a great performance poem. What you can do with it is this.

Bijpassende boeken en informatie

Geoff Gilbert & Alex Houen – See You Through

Geoff Gilbert & Alex Houen See You Through recensie, review en informatie boek met poëzie en fictie. Op 31 augustus 2025 verschijnt bij Broken Sleep Books het Engelstalige boek van Geoff Gilbert en Alex Houen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Geoff Gilbert & Alex Houen See You Through recensie en review

En dan ben je student in het derde jaar en dan ga je stage lopen en dan moet je alle dagen met de trein van Utrecht naar Amsterdam en dan is daar het kantoor de redactie op één of andere gracht en dan ben je daar een dag en dan ga je weer naar buiten en dan loop je weer terug naar het station en dan heb je net je trein gemist en dan hang je om de tijd te doden maar een beetje rond in de kiosk en dan lees je dat Stanley Kubrick is overleden en dan vraag je de volgende dag aan Huub de hoofdredacteur of je een in memoriam mag schrijven over Stanley Kubrick. En je weet niet waarom je dat vroeg je hebt niet veel op met film eigenlijk en het enige wat je weet van Stanley Kubrick is dat hij The Shining verfilmd heeft maar dat vond je wel een verdomd goede film of liever in die tijd vond je het de enige Stephen King-verfilming die beter was dan het boek. Want je hele puberteit lang was je weg geweest van Stephen King en elke verfilming van zijn werk moest je zien. Maar alleen The Shining kon je echt geslaagd vinden veel beter dan het boek eigenlijk een beetje een slechtgeschreven rotboek maar dat kon misschien ook aan de vertaling liggen. Maar Huub had gezegd dat het goed was dus nu moest je wel en dus las je in boeken in tijdschriften in krantenartikels om genoeg te weten te komen over Stanley Kubrick om er een goed stuk over te schrijven een stuk waarmee je aan kon komen bij de Huub een stuk waarvan de Huub zou zeggen dat heb je goed gedaan jongen. En even dacht je misschien interessante figuur wel die Kubrick en het was vooral één ding één ding dat hij gezegd had en wel dat een roman wordt geschreven door één persoon en een symfonie wordt gecomponeerd door één persoon en dat het dus niet meer dan logisch is dat een film wordt gemaakt door één persoon en dat bleef in je hoofd en daar zit het nu al meer dan dertig jaar.

Dan neemt de eerste persoon het over.

Het was iets. Dacht ik. Die man had iets bij het nekvel. Dacht ik. Mijn liefde voor klassieke muziek, die toch al nooit goed wortel had geschoten, was tanende in die dagen en naar ik zei had film me ook nooit echt gegrepen. Kon dat iets te maken hebben met Kubricks éénpersoonsregel? Waren er, in weerwil van diens eigen voorbeeld, bij een symfonie teveel mensen betrokken? Zoals ook bij een film? Een te grote afstand tussen de oorspronkelijke idee en het uiteindelijke werk. Maakte dat de genoemde kunstvormen te rationeel te cognitief te cerebraal te democraties teveel water bij iets wat ooit wijn was geweest maar inmiddels getransformeerd in een slap en smakeloos drankje, geen water en al helemaal geen wijn. Maar hoeveel is teveel. Een kunstcollectief, kan werken. Een band, kan werken. Een roman schrijven met twee personen, kan werken.

Dat See you through door twee mensen is geschreven, merk je eigenlijk nergens. Ik weet niet of dat als compliment kan gelden, of zelfs maar als zodanig bedoeld is. De roman is toonvast, de klankkleur blijft 183 pagina’s lang minder of meer in hetzelfde spectrum.

Dat See you through door twee mensen is geschreven, is goed te merken. Polyfoner en geflipter dan dit wordt het niet. Dit jaar niet, toch.

Misschien zou je kunnen zeggen dat het gaat over Mimo, die misschien tot taak heeft om beelden te bekijken van beveiligingscamera’s in winkelcentra, nachtclubs, kerken, boerderijen, op straat (vanwaar komen de beelden, vraagt hij zich ergens af, uit Memphis? Kish? Esztergorm?). Misschien moet hij software trainen om gezichten te herkennen en wapens te detecteren, misschien moet hij de beelden alleen maar bekijken. Misschien is er een persoon die de Regisseur genoemd wordt en misschien is dat zijn baas of misschien is het een stem in zijn hoofd (Mimo’s innerlijke stem liegt nooit maar hij weet niet wanneer hij een grapje maakt) of misschien is het de schrijver van het boek (hij bemoeit zich wel opvallend vaak met de ontwikkeling van de roman) (opheffing vierde wand) (derde kaft) (tikveel) of misschien is het wel echt een regisseur en is See you through geen roman maar een film, een tot boek gestolde film. Misschien is er een broer die Emael heet en zonder uitzondering in derde persoon meervoud gezet wordt en zij werken misschien in een restaurant in Parijs waar het hun taak is om levende inktvissen met hun hoofd herhaaldelijk op de badrand te slaan want dat maakt het vlees lekker mals maar Emael vat (vatten?) warme gevoelens op voor één van de inktvissen waar zij misschien een band mee opbouwen. Misschien zijn de ouders van Emael en Mimo omgekomen bij een auto-ongeluk en waarom lees ik de laatste tijd zoveel boeken waarin ouders omkomen bij een auto-ongeluk en waarom t schrijverken nu en waarom denkt hij aan Dregke. Misschien neemt Mimo ontslag, misschien wordt Emael ontslagen, misschien leven ze allebei een tijdje in een tentje in het bos maar niet in dezelfde tent en niet hetzelfde bos en zelfs niet hetzelfde land. Misschien is dat het verhaal of misschien is er nog veel meer, een liefde tussen Emael en een andere keukenhulp allicht, misschien is er iets met Mimo en het meisje Nin, geen liefde denk ik maar een warme vriendschap, misschien helpt hij haar ergens mee, misschien gaat iets niet helemaal goed.

Zo’n soort boek is het. Een boek waarin je het nooit zeker weet, waarin de lezer onophoudelijk zijn greep verliest, waarin je zo vaak valt dat er builen op je builen staan en je geniet er elke pagina weer van.

Alle stemmen die er zijn, en wie er wat vertelt.
We zien doorheen Mimo’s ogen. We zien doorheen Emaels ogen. Soms is het de regisseur die stuurt. Soms zijn er lange voicemails van Emael. Mijn vermoeden is dat er een stukje is waarin een stad de focalisator is, maar dat weet ik niet zeker. En op het einde duikt er ook nog een ikverteller op, geen idee wie dat is of waar hij vandaan komt.

Alle beelden die we voorgeschoteld krijgen. Dansvloeren. Veel dansvloeren. Vuur ook. Veel vuur. En soms op de dansvloer. Paringsdansen van kraanvogels. Een mesopotamische fles die gevonden is in een graf in Ur. Smeltende plafonds. De pro-vrijheidsrellen tijdens corona. Verbrijzelende voorruiten. Een vertrapte jongen. Een andere jongen die een “wheelie” doet. Of misschien is dat dezelfde jongen.

De toon die hermetisch is of poëtisch of analytisch.

Of wat het eigenlijk is, nu helemaal, dat ik hier lees.
Het zou een roman kunnen zijn. Of een boeklang poëem. Of een film, zei ik al dat ik hier mogelijk een film heb zitten lezen? Of een thematische dichtbundel. Of stadsklaagzangen (dat is een goede titel voor een dichtbundel). Maar evengoed een filosofisch geschrift, of zelfs een pseudo-wetenschappelijk traktaat. Vanwege de gedachten, u weet.

De gedachten, dat is iets anders. Van Mimo of Emael of de Regisseur of de ikverteller of die stad (als het al een stad was). Over ogen die sneller helen als ze beschadigd worden door plexiglas dan wanneer ze beschadigd worden door echt glas. Veel gaat over plexiglas. Glas als filosofie, het waarnemen doorheen glas, glas als doorzichtige barrière tussen jou en de wereld, tussen jou en de anderen, tussen jou en je leven. Maar ook gemis. De lichaamloze dood. Afstand als deel van het ouderschap. Hoe niemand ooit je anus zal stelen. Hoe schaamte is als zwanger worden van je denkbeeldig vriendje. Stilte die wordt gesproken vanuit de barst tussen wat is en wat gebeurt (het verschil tussen wat is en wat gebeurt is iets van een motief in dit boek, dat vond ik aardig heideggeriaans, jij?). En verkopen ze dragon bij Aldi?

See you through deed me geregeld denken aan het al even bizarre Aannex. Maar waar ik bij dat laatste boek minimaal de zekerheid had dat ik een dystopie zat te lezen over een geheel “getechnificeerde” samenleving, kan ik bij See you through de toon minder goed duiden. Gilbert en Houen schreven het tijdens een “lockdown” in de van de gele hond gescheten coronajaren, en het boek bevat genoeg allusies op de covidmaatregelen om er zeker van te zijn dat dit in ieder geval géén toekomstroman is. Sommige stukken ademen wel een zekere beklemming. Waar andere juist weer lichter zijn, teder, liefdevol, of zelfs humoristisch. Of. Naja. Ook daarover kan een mens diskuteren. Is het grappig dat Barry Gibb, Una Stubbs, Sting en Morrissey Cliff Richard ten grave dragen in een plexiglas doodskist (zoals Mimo op één van de schermen die hij de hele dag door in de gaten moet houden kan zien)? Is het grappig dat Mimo van de Regisseur de opdracht krijgt uit te vinden waarom één specifiek varken niet herkend kan worden door de gezichtsherkenningscamera’s (& aan het eind van de dag tegen de Regisseur zegt: Weet ik veel. Het is een gewoon varken)? Is het grappig dat Emael en zijn geliefde Khaled een berber haggis maken voor de rouwende restauranteigenaar na het verlies van diens vrouw (en Emael naar de halalslagerij moet om schapenmaag en al die andere zooi die er in haggis gaat) (en de restauranteigenaar in wie ik maar Gorden Ramsey bleef zien het weigert te proeven, zeggend Dit kan ik niet eten). Grappig of alleen maar bizar?

Als alles in See you through alleen maar als misschien gezegd kan worden zal ik zeggen dat dit boek misschien wel het mafste boek is dat ik dit jaar las. Maar misschien ook wel het intrigerendste.

Recensie van Tim Donker

Geoff Gilbert & Alex Houen See You Through

See You Through

  • Auteurs: Geoff Gilbert, Alex Houen (Verenigd Koninkrijk)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Broken Sleep Books
  • Verschijnt: 31 augustus 2025
  • Omvang: 186 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: £ 10.99
  • Boek bestellen bij: Amazon

Flaptekst van het boek van Geoff Gilbert & Alex Houen

Geoff Gilbert and Alex Houen’s See You Through: A Novel is a formally restless, genre-collapsing hybrid that inhabits the threshold between poetry and fiction. Structured around a shifting dialogue of voices and modes, the book navigates illness, intimacy, war, bureaucracy, and facial recognition technology with a syntax that veers between the lyrical and the analytic, the fragmentary and the fluid. Language becomes a site of both fracture and connection, as the text resists linear narration in favour of a porous, polyphonic architecture. What emerges is a work that holds complexity with conviction: self-aware, searching, and structurally bold.

Geoff Gilbert was born in Dunfermline in West Fife and now lives in France, where he works at the American University of Paris. He teaches, writes, and translates, and is currently completing a book on relations between writing and economics, called For Real.

Alex Houen was born in Oxford, England, grew up in Sydney, Australia, and teaches in Pembroke College and the Faculty of English, University of Cambridge. He co-edits with Adam Piette the poetry journal Blackbox Manifold. His research and writing interests include sacrifice, war literature, affects, and poets’ novels.

Bijpassende boeken en informatie