Lotte Dodion Verzachtende omstandigheden recensie en informatie boek met nieuwe gedichten en poëzie van de dichteres uit Vlaanderen. Op 19 augustus 2025 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de nieuwe dichtbundel van Lotte Dodion de Vlaamse schrijfster en performer. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.
Lotte Dodion Verzachtende omstandigheden recensies
Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Verzachtende omstandigheden, het boek met nieuwe gedichten van de Vlaamse dichteres Lotte Dodion, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
Recensie van Tim Donker
Zegt iemand, zegt wie, zegt John Gower: The world goeth fast from bad to worse”. In de veertiende eeuw zei hij dat. Waarom is het toch van alle tijden om te denken dat men in de ergst denkbare tijd leeft? Alleen al gedurende de vijf decennia dat ik zelf in leven ben heb ik al minimaal vijf episodes meegemaakt waarin iedereen van mening was dat het nog nooit zo erg was geweest als nu. Toen ik een kinderken waart was er een oorlog die koud heette te zijn, en een wedloop om wapens. Een rode knop bovendien, waar geheid, het was alleen maar een kwestie van tijd, ooit iemand op ging drukken. De bom. Ja, De Bom. Die ging vallen. Dat was een zekerheid. De Bom ging vallen en dan gingen we er allemaal aan en waren al je inspanningen allemaal voor niets geweest. Voorlopig viel er geen bom, voorlopig werd ik ouder, en andere dreigingen staken de kop op. De klok tikte de 1990’s gestaag weg. De oorlog was niet zo koud meer maar het geweld wel erg zinloos. Uitgaansgeweld heette het ook wel. Je kon voor ja en voor nee en waarschijnlijk vooral voor amen doodgetrapt worden, gewoon maar op straat, ja dat deden Ze, dat vonden Ze leuk, voor Hen was dat maar tijdverdrijf, iemand doodtrappen die verkeerd keek of niet keek of er een minuut of wat bij loog als Ze vroegen hoe laat het was of niet wist wat te zeggen als Ze de weg vroegen naar een niet-bestaande straat, want daar was het Hen gewoon om te doen, Ze wilden je doodtrappen en zochten gewoon een flauw excuus, het kon iedereen overkomen, het was al teveel mensen overkomen, hoefeel moetuh er noch komuh hoefeel moetuh er noch chahn, dat bestond allemaal gewoon, wat deed De Politiek, wel De Politiek hing camera’s op in de publieke ruimte want het was toch wel erg gesteld he ja het was nog nooit zo erg gesteld geweest gedingesd als nu. Maar ik liep en was en leefde en werd niet doodgetrapt en toen werden er vliegtuigen gekaapt en vlogen Ze, niet de doodtrappers maar weeral andere Ze, twee hoge torens in, ergens in dat verdorven Amerika, en Pim Fortuyn huilde want het was de grootste gebeurtenis sinds de twede wereldoorlog (een paar andere oorlogen en rampen en hongersnoden en massasterftes waren klaarblijkelijk eventjes voorbijgegaan aan die gast z’n almanack), en de hele wereld was ervan overtuigd dat de Derde Wereldoorlog nu was aangebroken, alleen Maarten van Rossem twijfelde nog, maar in ieder geval moest er een oorlog tegen het terrorisme worden uitgevaardigd (dus ge moogt niet langer met een flesje water of met veters in uw schoenen of met een scheve blik het vliegtuig in want vanaf heden is iedereen verdacht tot hij zijn flesje water heeft ingeleverd) want het was toch erg he, iedereen was charlie, Je Kunt Tegenwoordig Niet Eens Meer Een Grapje Maken (en God wat bescheurden we ons allemaal om die grappenmakerij van die dekselse cartoonisten!), of je Westerse vrijheden uitdragen (want wat zijn we vrijgevochten en progressief en ruimdenkend he, en allen voorvechters van het vrije woord en ginder zijn ze maar achterlijk en bekrompen en agressief, niet?), ons hele zijn stond toch wel op het spel zeker, subiet zijn we allen moslim of dood en dat wil je geen van twee of wel? Maar de wereld ging snel van slecht naar erger, ineens hoorde je niet zoveel meer over terrorisme of over grapjes die niet gemaakt mochten worden, ineens was er een VIRUS, een levensgevaarlijk VIRUS, zeer zeer zeer besmettelijk en zeer zeer zeer dodelijk, een twede perstepidemie was uitgebroken en we gingen allemaal dood en toen gingen we niet allemaal dood maar was er een oorlog in de Oekraïne die om één of andere reden veel erger was dan al die honderdduizenden oorlogen die al gewoed hebben sedert de eerste mens eens ging kijken wat er buiten de eigen grot te doen was, en ook was er het weer en het klimaat en de doemsdagklok, het is wel erg koud voor januari het is wel erg warm voor januari twintig miljoen jaar gelden warmde de aarde net zo snel op als nu (hoe weten ze dat?) en dat had rampzalige gevolgen toen dus die rampzalige gevolgen zullen ook nu en het regent veel te veel de spoedeisendehulppost van een ziekenhuis in Doetinchem heeft in de zomer van 2024 al twee keer helemaal onder water gestaan wil je wel geloven en dat gebeurt normaal gezien maar een keer in de honderd jaar en nu al twee keer in één zomer dus god wat is het erg (en hoeveel eeuwen moet je in de gaten gehouden hebben vooraleer je zeggen kunt wat er normaal gezien één keer in de honderd jaar gebeurt?, en hoeveel eeuwen bestaat die spoedeisendehulppost van dat ziekenhuis in Doetinchem dan al?), want het is erg mensen, het is zo godgeklaagde erg allemaal, eigenlijk zijn we allemaal allang dood.
Is hier al ooit iemand op gepromoveerd? De mens als het angstigste beest, ofnee, de mens als het dier dat graag in angst leeft. Spookhuizen, Halloween, horrorfilms en het kapsel van Geert Wilders; het is allemaal niet genoeg, we moeten meer angst, er moet meer te vrezen zijn, we kunnen niet zonder angst en als er niks te vrezen valt zullen we de vrees wel verzinnen. Iemand had het over angstporno en dat vond ik een goede: de angst als lust, het zich verlustigen in het bang zijn. We willen er misschien gewoon graag erg aan toe zijn.
Tegenover de angst staat de troost. En dat is mooi. Want troost is goed. Er is maar één ding mis met troost en dat is dat het de angst bevestigt in haar bestaansrecht. Alleen waar er iets op het spel staat, is er behoefte aan troost. Dus is troost symptomatisch. Waar getroost wordt, is er iets aan de hand.
Eén ding, wel, misschien is er nog iets mis met troost.
De hoeveelheid kunstvormen die zich ervoor lenen troostrijk te zijn, is gelimiteerd. Maar dat is maar mijn persoonlijke smaak. Ik hou van muziek die troostrijk is en warm en wiegend, en ik kan ook wel een filosofie smaken die als contragewicht wil dienen tegen de hysterie (Agamben kan dat, bijvoorbeeld) maar troostende poëzie riekt naar zoetsappigheid en als ik ooit ontregeld wil worden dan is het wel als ik poëzie lees (en erg he mensen, zo erg zijn de tijden al, poëzie mag niet eens meer lief en zacht en warm en troostend zijn, NEE DAT MAG NIET NEE).
Waarmee ik maar wil zeggen dat ik met de nodige reserves begon aan Verzachtende omstandigheden, een bundel die, zo meent toch de achterplatschrijver, het verschijnsel hoop zou willen onderzoeken. Waaraan, natuurlijk, “net nu” behoefte is. Oké. Dodion komt daar niet mee, met dat “net nu”, dat zijn de woorden van Grae Schoeters maar iets riep ergens in mij weerstand op dat Lotte Dodion “net nu” een bundel met als thema hoop het levenslicht liet zien.
Maar ik ga zitten.
In mijn leesstoel.
En zet How welcome is death to I who have nothing more to do but die op om eventuele zoetsappigheid te neutraliseren.
En lees.
Lees, in eerste, veelgestelde vragen (ik dacht aan veelbeantwoorde vragen, een grapje van Skepter dat ik indertijd wel smaken kon) over hoop: hoe het te verkrijgen, hoe het te dragen, hoe het te bewaren, &c., de antwoorden op die vragen lijken sterk op de coronaregels van weleer, en ik vraag me af of deze richtlijnen gelezen kunnen worden als parodie, als pastiche, als embleem – en ik weet het niet.
Gelukkig krijgen we daarna de feiten.
Ja. Dit zijn de feiten is een uit zijn voegen barstend gedicht dat van de pagina’s spat: omstanders (lezers) kunnen door rondvliegend woordbrokken worden geraakt en zeg nu zelf: nooit bloedde je mojer.
Dodion beweegt zich op een vlak.
Nee. Dodion beweegt zich op het scherpst van de snede.
De lezer kan het experiment zien. De taalwoede. De liefde voor woorden en wat zij vermogen. Het kan alle kanten opgaan met poëzie, en Dodion is zeker zinnens al die kanten van nabij in het gelaat te staren. Verzachtende omstandigheden kent klassiek vormgegeven gedichten (zelfs rijm!) (gadverdamme). Maar er is meer. Poëzie die naar proza neigt, bijvoorbeeld, en poëzie die stuitert. Zinnen in een goed gareel, en zinnen die overal zijn.
Taal die dienend is, onderdanig, horig.
En taal die barst van de neologismen.
(neologismen die mooi zijn en neologismen die u naar een teiltje zullen doen grijpen)
Laagbrauwkultuur en hoogbrauwkultuur.
Dat laatste, bijvoorbeeld: een eerste minister die een toespraak geeft die wel erg geïnspireerd lijkt te zijn op de toespraken die de burgermeester altijd gaf in Samson en Gert; waar, langs de andere kant, het Advies, het “Kies hoop.”; “Kies onthardend.”; “Kies socialiseren” (&c.) eerder lijkt te knipogen naar Irvine Welsh, en of studio honderd de hoogbrauw is of juist Welsh laat ik aan u.
Waarmee maar gezegd wil zijn. Wat alleen maar uitdrukken wil.
Dodion slalomt. Dodion slingert. Dodion gaat van –
van hier naar daar?
Hum.
Ja.
Goed.
Als hier overal is en daar ergens.
Hier nu & daar ooit.
Hier wat is, en daar wat zijn zal.
Haar hiere hier is mij soms wat te nadrukkelijk; het laat de lezer te weinig keus.
Neem Taaladvies. Dat laat een krities licht schijnen over complimenteus bedoelde uitlatingen die een man (?) zou kunnen doen over het uiterlijk van een vrouw (?). Dat is wat wokeïaans, wat metooësk; altijd weer die man die altijd weer de vrouw bruuskeert met -misschien- goedbedoelde kreten. Misschien krijg je er net als ik soms wel wat van om te moeten vernemen wat er nu weer verkeerd uitgelegd kan worden, maar dan weer: “beeldschoon” en “oogstrelend” bevestigen de alzo genoemde inderdaad wel in een passieve rol: staties; als beeld; stilstaand, en enkel daar om jouw -ja JOUW MANNELIJKE OGEN te strelen; de schoonheid “in functie van” (de schoonheidsbeleving van een ander bijvoorbeeld), het zette mij toch wel denkend ja, maar de door Dodion aangeleverde neologismen (“fonkeltastisch”, “vuurrukkelijk”, “heuphemels”) vind ik, hoewel misschien aktiever, niet overtuigend.
Of.
Ombudsdienst voor historisch herstel van epische blunders: het is een soort pseudo-bijbelse oproep tot empathie, gelijkheid, zachtheid en liefde; het slaat verschillende tonen aan; het overschrijdt genres, maar, helaas, het rijmt soms en het projekt als geheel is me te wankelig.
Of.
Oergebed. Een geniaal gedicht. Fantasties. Prachtig. Het brengt een mens op zijn knieën. Maar het wordt helaas ontsierd door de laatste twee zinnen: “Vrijuit en viraal. Onze life-stream van adem verbindt ons aan elkaar.”; “viraal” is wel zo’n beetje het lelijkste woord ooit en “life-stream”? Gode. Serieus? En niet alles hoeft verbintenis te prediken, Dodion!
Maar Lijflied beschouwt op sterke wijze verschillende soorten kijken: het objectiverende kijken: de gemeten mens; en het veroordelende het inschattende het begerende het schaamteloze het begripvolle het indringende en het sympathiserende kijken – een smachten naar het blootoogse ontmoetende kijken. Een gedicht dat u confronteert met uw eigen blikken, een confrontatie die misschien niet gemakkelijk is maar dat is precies waar iets kunst wordt: daar waar het niet langer perse gemakkelijk is.
Verzachtende omstandigheden tapt uit verschillende vaatjes. Misschien wel uit een vaatje teveel.

Verzachtende omstandigheden
- Auteur: Lotte Dodion (België)
- Soort boek: gedichten, poëzie
- Uitgever: Atlas Contact
- Verschijnt: 19 augustus 2025
- Omvang: 125 pagina’s
- Uitgave: paperback
- Prijs: € 22,99
- Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris
Flaptekst van de dichtbundel van Lotte Dodion de Vlaamse dichteres
Gedichten die een dappere oefening in hoop houden zijn. Een zoektocht naar een zachtere werkelijkheid, naar hoop, troost en inspiratie in donkere tijden zonder zich van de wereld af te keren.
In Verzachtende omstandigheden onderzoekt dichter Lotte Dodion de wonderlijke, maar grillige loop van het verschijnsel hoop. Waar verstopt hoop zich? Hoe roepen we haar krachten aan?
In toegankelijke taal smeedt Dodion observaties en ervaringen van pijn, rouw, twijfel en boosheid om, tot ze weer vonken van verwondering, engagement en levenslust. Werkelijkheid en wensdromen worden net zoals de taal zelf kleurrijk door elkaar geschud tot alternatieve gebeden, trotse lijfliederen en instructies voor een hoopvollere wereld.
Lotte Dodion is in 1987 geboren in Sint-Truiden, België. Ze is dichter, performer en poëziemissionaris. Ook wanneer ze niet schrijft of optreedt, slingert ze poëzie en verwondering binnen in het leven van alledag: ze zet poëzieprojecten op waarin ze experimenteert met social design en mensen met workshops aan het schrijven krijgt. Haar debuutbundel Kanonnenvlees is meermaals herdrukt.
Bijpassende boeken en informatie