Tag archieven: Recensie

Teddy Tops – Egelskop

Teddy Tops Egelskop recensie en informatie over de inhoud van de eerste roman van de Nederlandse schrijfster en radiomaker. Op 16 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar de roman van Teddy Tops. de uit Nederlands afkomstige schrijfster. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Teddy Tops Egelskop recensie van Tim Donker

Ik is wereld. Het ik kan de wereld niet buiten zichzelf om waarnemen. Ik ziet, en ik vertelt. Dat noemen we een ik-verteller. In het geval van Egelskop speelt de ik een uiterst marginale rol, maar dat maakt niet dat ze minder te vertellen zou hebben. Ze vertelt van haar ouders, die in een auto zaten die te water raakte. De ik was toen vier, ze zat achterin, ze was de enige die gered kon worden, van minuut tot minuut wordt de verdrinkingsdood van beide ouders beschreven, heel anders dan Cormac McCarthy de verdrinkingsdood beschrijft overigens, maar daar gaat het nu niet om, ook niet om de auto en ook niet om de ouders en zelfs niet om de ik. Het gaat om de ouders van de ouders.

Oma Jo en oma Levi. Laatstgenoemde raakte haar ouders kwijt toen de tweede wereldoorlog begon, zelf zat ze ondergedoken op steeds weer andere adressen. Jo verhuisde van een Drents dorp naar Drents Dorp, een buurt in Eindhoven waar vooral ex-turfstekers werden gehuisvest die kwamen werken in de fabriek van Philips. Jo en Levi werden volwassen in tijden van wederopbouw, grootse beloften, gouden toekomst. De oorlog was voorbij en alles was mogelijk. Of. Naja. Alles. Ge moest het natuurlijk niet te gek maken, in ieder geval als vrouw niet. Je moest trouwen, handelingsonbekwaam worden en stoppen met werken, je moest dienstbaar zijn aan echtgenoot en aan gezin, baren, leven en kansen doorgeven aan de volgende generatie die misschien konden gaan waarmaken wat jij had moeten laten liggen.

Over zulke dingen gaat het hier.

Over oorlog en ellende en de gruwelijkheden waartoe mensen in staat zijn; over dood en verlies en eenzaamheid; over determinisme en dwang en onrecht en de rollen waarin vrouwen gedwongen worden en de rollen waarin iedereen zichzelf dwingt; over het masculiene en paternalisme en sexisme; over de diverse vormen van hoop zoals wanhoop, valse hoop en het hopen tegen beter weten in. De hoop achterna. Het waarmaken van alles waarop je hoopt. De vrouwenbewegingen van Jo. Het dansen van Levi. Ware liefde. Leven zoals je wil.

Met een extreme ontvankelijkheid voor de wereld en alles wat daarop is en met een innige genegenheid schrijft Teddy Tops over de manier waarop het leven twee vrouwen langzaamaan verstikt. En, misschien, hoe ze dat tij kunnen keren.

Hoe de schrijver heden en verleden, feit en fictie, mogelijkheid en werkelijkheid onophoudelijk met elkaar verweeft, is prachtig. Hoe de strijdvaardigheid van dit boek geen moment de dichterlijkheid ervan aantast (integendeel), is prachtiger nog. Maar allerprachtigst is hoe het ruw en teder, ontluisterend en melankoliek, hard en zacht weet te zijn.
Hoe het me had. Op haast elke pagina, naja, soms misschien een aantal pagina’s niet, en dan toch weer wel, extra, dubbel.

De beelden (het beeld, bijvoorbeeld, dat uit het water komen van water lucht worden is).
Of dat Drents Dorp dus, in Eindhoven, een stad waar ik nota bene gewoond heb, weliswaar maar een jaar of vier maar toch, ik kende het niet, en ik zocht het op, misschien was het iets dat alleen maar even in die naoorlogse jaren had bestaan maar verrek, Drents Drop bestaat altijd nog, en dus bestond het ook toen ik daar woonde, het is een gebuurte in de wijk Strijp, en die ken ik wel, hoe een mens jaren later via een boek erachter kan komen dat in een verleden dat inmiddels ook best grijs mag heten iets vlak naast hem geweest is, en hij wist dat niet, een mens, dit mens, ik (ik is wereld).
Of dat heerlijk Brabantse “pakkendrager” (in plaats van bagagedrager) dat me een nog grijzer verleden in katapulteert, me doet denken aan de eerste twintig jaar van mijn leven (die achteraf beschouwd en ondanks alles misschien toch de schoonste twintig jaren geweest zijn).
Of zinnen als “Ze geloofde niet in God […] maar ze geloofde wel in schoonheid.”
Of een bedenking als “Zijn we niet een leven lang bezig alle levens te leiden die we niet hebben kunnen leiden?” (wat ik zekere zin waar is, zo ver als het brein gaat (waar het niet kruipen kan): de kansen die we misten, de keren dat we op een kruising hebben gestaan en we wisten het niet en bleven maar blindelings rechtdoor stiefelen en waar waren we uitgekomen als we links waren gegaan toen of als we rechts waren gegaan toen, wat is het verschil tussen het leven dat we leiden en het leven dat ook had kunnen zijn, vaak niet meer dan een woord, een stap, een keuze, een gebaar of zelfs nog: alleen maar even opgekeken hebben (mijn God! als je toen-en-toen gewoon even je kop had opgetild was je nu ergens anders geweest!) (en was je gelukkiger geweest dan, hoe kun je zoiets weten, je kunt wat niet is nooit meten met wat wel is) (het ganse bestaan van K. Schippers schijnt afgehangen te hebben van een liedje).
Of een weergaloze passage als: “Ik draai het terug, gum alles weg wat na mijn ouders kwam, ik gum weg wat ik niet mee zal maken. De fatbikes. De toeslagenaffaire. Megastallen. Kiloknallers. Ranking the Stars, Dancing with the Stars, The Voice, The Voice Kids, dat knikkerspel van Joop van den Ende. Gasboring in Groningen. Aardbevingen in Groningen. Elon Musk. Covid. Rabo-readers. Bellen op luidspreker in het openbaar. Sywert van Lienden. Ooit zal op de hoek van de straat waarin het geboortehuis van oma Levi stond een winkel bestaan die badeendjes verkoopt. Badeendjes met een doktersjas aan, badeendjes met een soldatenuniform aan, badeendjes met borsten en een zusterpakje aan. Ooit zullen er zo veel televisiezenders bestaan dat je een middag kunt vullen met zappen, sommige mensen doen dat ook. Er komt een tijd dat iedereen wekelijks een yogaklasje bijwoont. Er komen chocapastapannenkoekenwinkels. Er komt een tijd dat mensen niet meer weten dat een tomaat symbool stond voor iets anders dan een stuk groente of fruit. Er zullen bekende mensen zijn die we influencers gaan noemen. De millenniumwisseling is uiteindelijk vrij saai. Niet-ironische gabbers in het straatbeeld. Rode plastic Edah-tasjes. De floppydisk. Overslaande cd’s in de discman bij elke scheef liggende straattegel. Microsoft dos. De string boven de spijkerbroek. Fido Dido. Vliegjes op de voorruit op de Autoroute du Soleil. Mussen die de vliegjes van de auto aten bij wegrestaurants en tankstations, alsof zij ook een pitstop houden. Met je grote teen de computer aanzetten. Stiekem Jerry Springer kijken op de bank. Gaskachels met een waakvlammetje. Tamagochi’s. De eerste digitale camera en hoe flets de foto’s waren en hoe groot als je ze op je computer zette. Pesto en rucola op alles. Hoe ieder jaar een man met een stok in het ijs port en daar nooit een Elfstedentocht op volgt. Hoe je je gehele gemoedstoestand in één msn-naam kon proppen.”
Of een fantastische dialoog als: “’Wat betekent dat Jo, moderne vrouwen? Dat we kunnen dragen wat we willen? Dat we ons uitspreken, dat we lezen en schrijven? Dat we lid zijn van de vakbond? Doorstuderen? Is het modern dat we mogen stemmen?’ ‘Dat we niet doen wat ze van ons verwachten? Wij zijn “ze” eigenlijk?’ ‘De mensen?’ ‘De mensen die anders denken dan wij, of de mensen die bepalen wat wij zouden moeten doen of wie wij zouden moeten zijn?’ ‘Ja, dat zijn de mensen.’”
Of een verhaaltechnische ingreep waar Toon Tellegen zijn vingers bij af zal likken: de ik heft zichzelf op om een ander (beter?), kinderloos bestaan voor haar beide oma’s mogelijk te maken, een leven zonder opa’s maar vol liefde en glans en overwinningen (kleine en grotere). De ik laat de wereld gekend zijn buiten zichzelf om. Wereld is ik. De allerultiemste poging wat niet is af te wegen tegen wat is. Er zullen geen ouders zijn die met de auto te water raken, de vierjarige ik achterin. Dat bestaan zal niet zijn, de ik zal niet zijn, dit boek zal uiteindelijk niet geschreven zijn (of hoeven te worden).

Fucking noodzakelijk, zegt Esther Jansma, waarschijnlijk over dit boek, want het staat op de achterkant, en ik neem aan dat het de Esther Jansma is van Dakruiters en We moeten ‘misschien’ blijven denken, moje bundels vond ik dat, langs de andere kant is die Jansma er al niet meer sinds januari dit jaar, hoe kon die weten van dit boek en de noodzakelijkheid ervan, of hoe lang heeft dit boek op de plank gelegen, of op mijn recenseertafel, of onderaan welke stapel, en noodzakelijk voor wat, ik geloof niet zo aan kunst en noodwendig, de nood kent een wending en dat is kunst misschien, maar wat het dan wel is?
Steengoed. Adembenemend. Wonderschoon. Misschien wel geniaal.

Teddy Tops Egelskop

Egelskop

  • Auteur: Teddy Tops (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse debuutroman
  • Uitgever: Nijgh & Van Ditmar
  • Verschijnt: 16 september 2025
  • Omvang: 157 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de roman van Teddy Tops

Levi, een joodse vrouw uit Amsterdam, kruipt na de Tweede Wereldoorlog uit de schaduw van haar onderduikadres en gaat op zoek naar een dansschool om in de spotlights te staan. Jo is de jongste van dertien kinderen, geboren in een plaggenhut in Drenthe. Met haar familie vertrekt ze naar Eindhoven om te werken in de Philips-fabriek. Beide vrouwen verruilen in de jaren van de wederopbouw een ondergronds bestaan voor het licht. En beiden zien de voorbestemde toekomst in neonletters voor zich.

Wanneer ze de leeftijd hebben om te trouwen en voor het gezin te kiezen, besluit de naamloze verteller, die enkele decennia later opgroeit in een tijd waar de mogelijkheden eindeloos lijken te zijn, de regie op het verhaal over te nemen en de geschiedenis van haar beide grootmoeders te herschrijven. Wat volgt is een omgekeerd vlindereffect.

Teddy Tops is radiopresentator, schrijver en programmamaker bij o.a. Radio1 en de vpro. Ze is directeur van het internationaal spoken word platform Mensen Zeggen Dingen, organiseert festivals, avonden en clubnachten. Egelskopis haar debuutroman.

Bijpassende boeken

Titiou Lecoq – Geschrapt, uitgegomd, gewist

Titiou Lecoq Geschrapt, uitgegomd, gewist recensie en informatie boek over hoe vrouwen uit de geschiedenis zijn geschreven. Op 31 januari 2025 verschijnt bij Uitgeverij EPO de Nederlandse vertaling van Les Femmes aussi ont fait l’Histoire, het boek van de Franse schrijfster en journalist Titiou Lecoq. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Titiou Lecoq Geschrapt, uitgegomd, gewist recensie

Geschrapt, uitgegomd, gewist is een krachtige – en helaas nog altijd heel erg nodige -Her-Story. Met een nuchtere kijk op onderzoek en ontzettend veel humor gaat de Franse journalisteTitiou Lecoq op zoek naar de ongeschreven (of uitgewiste?) geschiedenis van vrouwen vanaf de vroege prehistorie. Ze onderzoekt hoe het komt dat de patriarchale wereld zo dominerend is geworden en vooral hoe het toch kan dat er – bij nader onderzoek – in allerlei historische periodes – wel degelijk prominente vrouwen op alle vlakken waren, maar dat we daar niets van teruglezen of -leren in het materiaal van ons geschiedenisonderwijs.

Ze start met aandacht voor de voorhistorische vrouw, venusbeeldjes en het in onze geschiedenisboeken overgeslagen neolithicum Vervolgens komt ze met heel veel voorbeelden die de aanwezigheid en betrokkenheid van vrouwen op allerlei gebieden aantonen middeleeuwen tot aan de hedendaagse tijd. Ook legt ze uit hoe het schrappen, uitgommen en wissen van getalenteerde vrouwen uit de literatuur en kunst heel bewust is gebeurd. Ze eindigt met een – zeer terecht! – pleidooi voor toevoeging van een her-story aan de his-story die nog altijd in ons onderwijs zeer leidend is.

Een geweldig boek, lekker vlot geschreven en met heel veel humor. Een boek met werkelijk bizarre, maar zeer duidelijke!, voorbeelden van hoe vrouwen vaak letterlijk zijn uitgewist uit het verleden. Een boek dat wat mij betreft op de verplichte leeslijst van scholen mag! Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Titiou Lecoq Geschrapt, uitgegomd, gewist

Geschrapt, uitgegomd, gewist

Hoe vrouwen uit de geschiedenis zijn geschreven

  • Auteur: Titiou Lecoq (Frankrijk)
  • Soort boek: vrouwengeschiedenis
  • Origineel: Les Femmes aussi ont fait l’Histoire (2023)
  • Uitgever: Uitgeverij EPO
  • Verschijnt: 31 januari 2025
  • Omvang: 300 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,50 / € 15,75
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over hoe vrouwen uit de geschiedenis werden geschreven

Dit boek vertelt het verhaal van de vele onzichtbare vrouwen die de wereld deden kantelen. Maar het gaat ook over de vraag: waarom moesten zij onzichtbaar worden gemaakt?

Herinnert u zich nog uw eerste les geschiedenis? Bij Titiou Lecoq gaat die over de prehistorie. In haar handboek ziet ze het beeld van een imposante man aan de ingang van een grot. Hij draagt een berenvel, heeft een vuur aangestoken en kijkt met een tevreden gezicht naar de wereld. Meters achter hem, in het donker; een in elkaar gedoken vrouw. ‘Op haar hoeven we duidelijk niet te rekenen om het tijdperk van de 5G binnen te treden’, noteert de auteur. Er zit veel humor in Geschrapt, uitgegomd, gewist, maar eigenlijk is het een pijnlijk relaas.

Op zevenmijlslaarzen wandelt Titiou Lecoq doorheen onze geschiedenis, van de oude steentijd, Athene en de middeleeuwen tot de Franse Revolutie en de Tweede Wereldoorlog. Volgens de officiële geschiedenisboeken bleef de ene helft van de bevolking al die tijd in een grot zitten. Met brio toont de Franse bestsellerschrijfster aan: dat is niet zo. Dit boek vertelt het verhaal van de vele onzichtbare vrouwen die de wereld deden kantelen. Het geeft hen hun gezicht en hun stem terug. Maar het gaat ook over de vraag: waarom moest hun strijd, leven, werk en carrière onzichtbaar worden gemaakt?

Titiou Lecoq is freelance journaliste en blogger. Van haar Les grandes oubliées: Pourquoi l’histoire a effacé les femmes zijn in Frankrijk ruim 165.000 exemplaren verkocht.

Bijpassende boeken

Peter Vandermeersch – Ierland

Peter Vandermeersch Ierland recensie en informatie boek met verhalen over het land en de inwoners. Op 15 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts het boek met Ierse verhalen van Peter Vandermeersch, de Nederlandse journalist van Belgische afkomst. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Peter Vandermeersch Ierland recensie

De liefde voor Ierland van Peter Vandermeersch spat van elke pagina af van dit zeer geslaagde boek over Ierland. Al enige jaren woont Vandermeersch inmiddels in Ierland waar hij leiding geeft aan een aantal van de belangrijkste kranten van Ierland en Noord-Ierland. Hij is overduidelijk gefascineerd door het land en de bevolking wat hij tot uiting laat komen in dit omvangrijke boek.

In vrij korte en bondige stukken schrijft hij over Ierland en de Ieren in alle schakeringen die je maar kunt bedenken. Hij stort zich op de rijke en bovendien veelbewogen geschiedenis. Alles komt hier voorbij, van de lange en oude tradities, de armoede, honger en emigratie, de koloniale Engelse bezetting van het land, de zeer bedenkelijke rol die katholieke kerk tot voor kort speelde, niet te vergeten de bloedige “troubles”, de burgeroorlog in Noord-Ierland tot aan de razendsnelle economische ontwikkeling die het land in de laatste decennia meemaakt.

Natuurlijk heeft Vandermeersch ook volop aandacht voor cultuur, natuur, kunst en al het andere wat Ierland zo bijzonder maakt en de Ieren speciaal. Prettig is bovendien de vlotte pen waarover de schrijver beschikt en het feit dat hij ondanks alle liefde voor het land zijn journalistieke kritische houding blijft houden. Zijn rol als outsider met inside kennis komt hierbij zeer goed van pas. Voor wie meer te weten wil komen over Ierland en Noord-Ierland, de Ieren en achter de clichés wil kijken is dit een perfect boek dat door onze redactie gewaardeerd is met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Peter Vandermeersch Ierland

Ierland

  • Auteur: Peter Vandermeersch (Nederland)
  • Soort boek: verhalen over Ierland
  • Uitgever; Borgerhoff & Lamberigts
  • Verschijnt: 15 september 2025
  • Omvang: 600 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 39,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek met Ierse verhalen van Peter Vandermeersch

Ierland is een land van verhalen, en in dit boek worden ze verteld. Geen klassieke reisgids die je naar de Cliffs of Moher of het Titanic Museum leidt, maar een zoektocht naar de ziel van Éire. Peter Vandermeersch, die Ierland zowel professioneel als persoonlijk kent, duikt diep in de geschiedenis, cultuur en paradoxen van het land.

Van barden tot Sinéad O’Connor, van The Troubles tot rugby, van de Diaspora tot de pint in de pub – dit boek ontrafelt de gelaagde identiteit van Ierland. Het laat zien hoe een natie gevormd wordt door taal, literatuur, religie, muziek en een diepgewortelde verteltraditie.

Met een scherpe blik en literaire pen brengt Vandermeersch Ierland tot leven. Een land dat tegelijkertijd trots en bescheiden is, hypermodern en oertraditioneel, één en verdeeld. Dit is Ierland, in al zijn complexiteit en charme.

Céad míle fáilte – honderdduizend keer welkom in dit verhaal.

Peter Vandermeersch is geboren op 23 februari 1961 in Torhout, België. werkte als journalist in Brussel, Parijs en New York,was hoofdredacteur van De Standaard in Brussel (1999-2010) en van NRC in Amsterdam (2010 tot 2019). In 2019 werd hij uitgever en enkele jaren laterCEO van de grootste Ierse mediagroep rond The Irish Independent en The Belfast Telegraph. Hij woont aan de Ierse Zee in Greystones (Wicklow), werkt in Dublin en Belfast, drinkt al een kwarteeuw Guinness met zijn Ierse familie en probeert al veertig jaar het land te doorgronden. Hij heeft trouwens de Nederlandse nationaliteit aangenomen.

Bijpassende boeken en informatie

Gordon Kerr – Atlas van de jaren 60

Gordon Kerr Atlas van de jaren 60 recensie en informatie geschiedenisboek en historische atlas over de zestiger jaren. Op 12 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Noordboek de Nederlandse vertaling van The 1960s in Maps. Het boek is geschreven door Gordon Kerr en heeft illustraties van Claire Rollet.

Gordon Kerr Atlas van de jaren 60 recensie

Voor velen van ons spreken de jaren 60 van de vorige eeuw tot de verbeelding. Het was een decennium van grote maatschappelijke veranderingen waarin de emancipatie van vrouwen en van jongeren tot wasdom kwam die vooral te herkennen was in de popmuziek. Maar ook waren het de jaren van de Koude Oorlog waarin de tegenstellingen tussen oost en west, maar ook die tussen noord en zuid culmineerden in oorlogen, bijna oorlogen, honger en dood en verderf.

Kortom het was een decennium vol tegenstellingen waarover de nodige misverstanden bestaan en na de afloop ervan heel wat illusies vervlogen waren. In de Atlas van de jaren 60 wordt op aanstekende wijze, beeldend verslag gedaan van de hoogtepunten, dieptepunten en bijzondere gebeurtenissen die deze periode zo kenmerken.

Voor sommigen zal het een feest der herkenning zijn, alhoewel er ook voor hen waarschijnlijk nog de nodige verrassende feitjes kunnen worden opgedaan. En voor anderen die zich nog niet zo verdiept hebben in het decennium, laat staan dat ze het hebben meegemaakt, verschaft het op lichtvoetige wijze een inkijk in een boeiende periode. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Gordon Kerr Atlas van de jaren 60

Atlas van de jaren 60

Het kleurrijke tijdperk van hippies, JFK, de pil en veel meer

  • Auteur: Gordon Kerr
  • Illustraties: Claire Rollet
  • Soort boek: historische atlas
  • Origineel: The 1960s in Maps (2025)
  • Uitgever: Noordboek
  • Verschijnt: 12 september 2025
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 29,90
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de atlas van de jaren 60

De jaren zestig waren iconisch. Dit boek brengt dat vernieuwende decennium in kaart aan de hand van getekende figuren, kaarten en infographics. We zien waar bekende bands werden opgericht, welke mode opkwam en hoe de anticonceptiepil zijn intrede deed. Op zowel serieuze als grappige wijze tonen de kleurrijke kaarten wat er speelde op het gebied van cultuur, politiek, technologie en wetenschap.

Naast de donkere kanten van het tijdperk (de schokkende moorden op Martin Luther King en JFK bijvoorbeeld) laat het boek vooral zien hoe vernieuwend, invloedrijk en kleurrijk dit decennium was.

Gordon Kerr werkte bij een uitgeverij en in een boekhandel voordat hij fulltime schrijver werd. Hij is de auteur van verschillende korte geschiedenisboeken en heeft een fascinatie voor de jaren zestig.

Claire Rollet is een Frans illustrator.

Bijpassende boeken

Barbi Marković – Minihorror

Barbi Marković Minihorror recensie en informatie van de inhoud van de roman van de Servische schrijfster die ze in het Duits schreef. Op 11 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van Minihorror. Het boek is geschreven door in het Duits door de uit Servië afkomstige schrijfster Barbi Marković.

Barbi Marković Minihorror recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Minihorror, de roman van Barbi Marković, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Het is lang geleden dat ik een boek heb gelezen waaraan je zin voor zin zoveel plezier kunt beleven en de meest gruwelijke wendingen en griezelige verschijnselen kunt ervaren.” (Die Zeit)
  • “Ondanks het zich opdringende gevoel van ongemak en het grafische geweld is horror zelden zo opgewekt geweest.” (The Guardian)
  • “De horror in dit boek komt voort uit de alledaagsheid van de gebeurtenissen die worden verteld, en die horror is gruwelijk en verschrikkelijk grappig.” (Süddeutsche Zeitung)

Recensie van Tim Donker

Goed. Mag ik een idiote vergelijking voorstellen? Peins dat het laatavond is. Iedereen is al naar bed maar u zit daar nog. U heeft nog geen zin in bed, in nacht, in die onvermijdelijke volgende dag. U heeft eigenlijk nergens zin in. U zit daar maar. Televisie aan want er is niks beters te doen. Ze geven een horrorfilm. Niet geweldig misschien, maar voor nu is het oké. De horror zaagt de planken van nogal dik hout, het ziet er uit als een Evil Dead-achtige parodie op het genre, u geraakt langzaam maar zeker een weinig geïntrigeerd. En dan, in wat lijkt, toch, midscene: zap – de televisie schakelt zichzelf over naar een ander kanaal. Ho, denkt u. En hum, denkt u. Misschien een of andere functie die is geactiveerd door mijn kinderen, is wat u denkt, u gaat op zoek naar de afstandsbediening, u kunt hem niet vinden, misschien heeft u hem in de keuken laten liggen toen u een biertje ging halen, weet u veel, nee u weet het niet en het kan u ook net te weinig schelen om er veel moeite voor te doen dus u laat het maar zo. Nu zit u middenin één of andere psychologische thriller die u onopgesmukt het angstaanjagende van familiebanden toont. Ook goed. Of goed genoeg toch. In gezinnen dwingt men elkaar in bepaalde rollen, je kunt je nooit meer ontworstelen aan die rol, dat gegeven is goed genoeg om er een film over te maken. Toch? Zap. Volgend kanaal. Dit ziet er eerder uit als een David Lynch. Een tegen het surrealisme aan schurkende vervreemding. Die ongemakkelijkheid. Dat je nooit echt precies weet wat je ziet. Zap. Een absurdistische scène. In de stijl van Monty Python allicht. Zap. Wat is dit? Herenleed? Een persiflage op de lulligheid van aldagsleven? Of is het Jiskefet? Zap. Hum. Misschien de verfilming van een boek van Kafka? Iets over hoe bureaucratie regeert, we bestaan slechts in zoverre de officiële instanties ons toestaan te bestaan? Zap. Wat? Deens? Lars von Trier? Dogma? En dan nog iets – het hele rare ding dat u begint op te vallen: in al die uiteenlopende scenes speelden steeds dezelfde acteurs de hoofdrol. Hoe kan dit? Wat is dit? U weet het niet. En dan. Sja, u raadt het al. Dan: zap. Steeds maar weer zap.

Kunt u zich dit voorstellen? Dan bent u klaar voor Minihorror van Barbi Marković. Want inderdaad. Het heet Minihorror. En de stemmen, de persstemmen, geciteerd op de zijflappen, zeggen dingen als “griezelige verschijnselen” en “Horror is zelden zo opgewekt geweest” en iets over gruwelijkheden die in het volgende hoofdstuk weer van voren af aan beginnen. En ik begin lezen, ja ik begin, Hafler Trio op de steerjoo, dat leek me er wel bij passen, en inderdaad, de horreur is daar. Mini en Miki, de hoofdpersonen hier, doen boodschappen, ze zijn in de supermarkt, en iemand staat daar, iemand staat daar gewoon. Miki vraagt zich af waarom die persoon daar zo staat te staan, maar Mini, zijn vriendin, waarschuwt hem. Het is een nicht van haar, en ze is een vleesetend monster. En Miki denkt hee en Miki denkt hum en Miki denkt oke. Hij heeft medelijden met die vrouw die daar zo staat en die niet gelukkig lijkt en mensen zijn vaak negatief over hun eigen familieleden en bezijden, dat over dat vleesetend monster zal wel overdrachtelijk bedoeld zijn toch? Dus Miki benaderd Mini’s nicht en wat peinst ge? Het is toch wel een vleesetend monster zeker! Zombie-achtige taferelen volgen.

En ik zit.

En ik lees.

En ik denk.

Goed. Dit is horror dus, of één of andere horror-parodie, of misschien die mix waar, inderdaad, Lynch zich ook wel van bediende – de mix van horror en surrealisme en sex en geweld. Is wat ik me voorstel. Is waar ik me op instel.

Maar dan. Volgende hoofdstuk maar zijn het wel hoofdstukken nee wacht daar kom ik later nog over te spreken.

De vleesetende nicht van Mini doet niet meer ter zake.
Niets doet nog ter zake.
Want nu zijn Mini en Miki op vakantie in Mini’s geboortestad, het zou ergens in Servië kunnen zijn, of weet jij veel, het doet oostblok-achtig aan. Het is gewoon vakantie, en alles is mooi en alles is leuk en alles is goed totdat Miki op het onzalige idee komt om Mini’s familie met een bezoekje te vereren. Voor hij het weet zitten hij en zijn vriendin tot over hun oren verwikkeld in één of ander mensonterend familieritueel dat echter niet onderbroken mag worden, ook van Mini niet terwijl zij degene is die allerlei vernederingen moet ondergaan. Dat is geen horror. Tenzij. Horror van aldagsleven.

En in aldagsleven overvalt het stel steeds opnieuw het ongerijmde. Miki gaat naar de huisarts, en hij formuleert zijn klachten. Maar tegenover elke klacht die Miki uit, stelt de arts een ergere klacht die hijzelf ervaart en zo zitten de twee een tijdlang tegen elkaar op te bieden met hun vreemde lichamelijke klachten. Het wordt het stel op allerlei manieren totaal onmogelijk gemaakt om een aanrechtblad bij IKEA te kopen. Miki komt een voormalig klasgenoot tegen maar die blijkt allang dood te zijn waardoor hij eraan gaat twijfelen of hijzelf, Miki, niet ook allang dood is maar het gewoon nooit heeft doorgehad, hij gaat alle situaties in zijn leven na die mogelijkerwijs dodelijk geweest zijn en dat zijn er nogal wat – dus, allengs lijkt het hem steeds minder waarschijnlijk dat hij nog leeft. Tijdens een nogal saai nieuwjaarsfeestje op het dak van hun appartementencomplex, glipt Mini via een loopbrug weg naar het naastgelegen gebouw waar ze naar binnen gaat en in een woning terecht komt waar haar moeder en een neef wonen die doen alsof ze daar altijd al samen met Mini gewoond hebben en de giftige patronen van vroeger zijn ook direct weer actief. Het appartement van Mini en Miki wordt langzaamaan geheel overgenomen door insecten en schimmels zodat ze noodgedwongen leven in een klein tentje dat ze hebben opgeslagen midden in hun woonkamer. Tijdens een bezoekje aan het winkelcentrum valt het Miki op dat vrijwel elke bezoeker op hem lijkt en er blijkt een kliniek te zijn waar mensen een “Mikificatie” kunnen ondergaan, zelfs Miki zelf wordt aangezien voor iemand die deze ingreep ondergaan heeft en de plastisch chirurg oordeelt dat het bij Miki nog niet helemaal goed gelukt is; er zijn nog flink wat aanpassingen nodig. Miki en Mini komen een vriend van Miki tegen als ze op kaffee gaan, de vriend wil hen op bijna hysterische wijze overtuigen dat het heel erg goed met hem gaat en valt daarbij uiteindelijk voor hun ogen in stukken uit elkaar; Mini en Miki zetten hem zo goed en zo kwaad als dat gaat terug in elkaar “zodat hij in de taxi zijn adres kan zeggen”.

Soms is het sinister.
Soms is het ontregelend.
Soms is het heel erg grappig.
En soms is het alleen maar maf.

Dit is te zeggen – een boek als dit zul je niet vaak in je leven gelezen hebben. Vergeleken bij Minihorror is het werk van Gust Gils bepaaldelijk bedachtzaam te noemen. Marković bundelt op onnavolgbare wijze de meest uiteenlopende scenes. De verwantschap met beeld (film; serie; toneel; sketches) wordt nog eens onderstreept doordat de laatste dertig pagina’s van het boek de noemer “bonusmateriaal” hebben gekregen. Het gaat om “Een gastbijdrage van Mercedes Kornberger”, een, lawezeggûh ZKV, die, weinig te maken hebbend met Miki of Mini, handelt over een man die een relatie heeft met een vrouw die zo klein is dat ze in zijn borstzakje past, wat, bewust of onbewust, een zeer bekend gegeven is – als het om muziek zou gaan zou je al haast van een “traditional” spreken; “Een mini-rollenspel van Thomas Brandstetter”, een soort gezelschapsspel voor volwassenen om doodgeslagen feestjes weer aan de gang te krijgen en “105 alternatieve horrorscenario’s met Mini en Miki”, beschrijvingen, veelal in één zin, van situaties waarin Mini en Miki terecht zouden kunnen komen en die vervelend zijn of naar of angstaanjagend of onbehaaglijk  of gewoon een situatie zijn waarin de meeste mensen zich elke dag bevinden zonder erbij na te denken, zoals “Mini vergeet een afspraak en krijgt een telefoontje met de vraag waar ze blijft.”; “Miki heeft niet genoten van de zomer.”; “Mini heeft Badiou niet gelezen.”; “Mini heeft Bourdieu niet gelezen.”; “Mini heeft Baudrillard niet gelezen.”, of iemand probeert cool te zijn, of iemand wordt met de dag sajer. Hintfictie? De 105 scenario’s zijn met uiterst primitieve tekeningetjes geïllustreerd en dat Marković voor die naar alle waarschijnlijkheid bewust lullige droedeltjes nog de hulp heeft moeten inroepen van illustratrice Ivana Kličklović (ook iedereen die totaal niet kan tekenen had dit kunnen tekenen) is op zichzelf al een hoofdstuk waard uit het leven van Mini en Miki.

Ja een hoogst origineel boek is Minihorror zeker. Maar de kracht is tevens de zwakte. Er zijn hier wel erg veel zotheden op een hoop geveegd, en niets heeft ook maar enige consequentie. Je zou dit boek evengoed kunnen lezen als rayuelaans hinkelspel: beginnen in het midden, hinkelend naar een van de laatste hoofdstukken en dan weer terug, en er dan niets meer of minder van begrijpen dan iemand die gewoon bij pagina 1 is begonnen. Een lijn of een opbouw heeft Minihorror niet – het had evengoed een verhalenbundel kunnen zijn. Mini en Miki kunnen in een hoofdstuk uit elkaar gaan en dan zijn ze in het volgende hoofdstuk gewoon weer samen. Zonder dat er een woord aan vuil gemaakt wordt. Iemand kan op sterven na dood zijn en is dan in het volgende hoofdstuk weer kerngezond. Ergens wordt gezegd dat Mini schrijfster is en haar roeping zo serieus neemt dat ze bijna dag en nacht aan het schrijven is – maar verderop kan ze rustig aan het niksen zijn of bezig met van alles behalve schrijven. Het schrijversbestaan van Mini komt maar enkele keren terug maar is daarmee meteen al een unicum – verder kent Minihorror vrijwel geen enkel terugkerend element, haast geen enkele constante. Alles kan in de volgende scene helemaal anders zijn, inclusief de sfeer, de toon of de aankleding. De licht-naïeve, soms welhaast kinderlijke schrijfstijl versterkt de indruk dat er geen enkel onderliggend plan aan de roman ten grondslag heeft gelegen. Een beetje zoals jonge kinderen verhalen vertellen die ze ter plaatse verzinnen – je neemt elke krankzinnig verhaalwending voor lief want je bent door het vertellen alleen al lichtjes aangedaan.

Als ik dit boek dertig jaar geleden had gelezen, had ik het geweldig gevonden. Geen enkele literaire conventie is heilig voor Marković en dat was toentertijd alles wat nodig was om mij uit mijn schoenen te blazen. Nu ik ouder ben en sajer vind ik dit Minihorror naast hoogst vermakelijk ook wel een heel klein beetje vrijblijvend. Ik mis een zekere dingens, hoe zeg je dat, ik probeer een klotewoord als “urgentie” hier te vermijden. Luister. Marković snijdt wel degelijk maatschappelijk relevante onderwerpen aan. De zin en onzin van klimaatverandering, zorg voor het milieu, (benauwende) familiebanden, (doorgeslagen) gezondheidsgoeroeïsme, sociale onverdraagzaamheid, woningnood – en er vallen ook genoeg prikkelende, stekelige opmerkingen te lezen, meestal in de kleinste bijzinnetjes. Ik ben vermaakt. Ik ben geamuseerd. Ik ben herhaaldelijk in lachen uitgebarsten. Maar verpletterd ben ik niet.

Moet dat?
Nee.
Ja.
Hum.
Niet perse.

Ik heb Minihorror met heel veel plezier gelezen. Meer moet dat soms niet eens zijn.

Barbi Marković Minihorror

Minihorror

  • Auteur: Barbi Marković (Servië)
  • Soort boek: roman over Wenen
  • Origineel: Minihorror (2024)
  • Nederlandse vertaling: Lotte Lentes
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 11 september 2025
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,50 / € 11,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman over Wenen van Barbi Marković

In Minihorror maken we kennis met Mini en Miki, nieuwkomers in een buitenwijk van Wenen. Ze doen hun best om erbij te horen en alles goed te doen, maar worden desondanks – of juist daarom – voortdurend achtervolgd door catastrofes en monsters.

Er verschijnen maden in een chocoladereep, Mini wordt levend begraven, Miki gaat de strijd aan met een vleesetend monster – en in het volgende hoofdstuk beginnen de gruwelijkheden van voren af aan.

In een volstrekt originele, vlijmscherpe stijl brengt Barbi Marković nachtmerries tot leven, en laat zien wat een nachtmerrie het dagelijks leven kan zijn.

Minihorror is een boek over de horror van het perfecte familieontbijt, over pesten op de werkvloer, over sociale ongelijkheid en over wat het betekent om ergens bij te horen.

Barbi Marković is in 1980 geboren in Belgrado, de hoofdstad van Servië. Ze studeerde Duitse literatuur in Belgrado en Wenen, waar ze nog altijd woont. Sinds ze in 2009 debuteerde met Ausgehen won ze verschillende literaire prijzen, waaronder de Preis der Leipziger Buchmesse voor Minihorror in 2024. Haar roman Die verschissene Zeit verscheen in 2021. In 2024 publiceerde ze haar roman Piksi, die in 2026 bij Koppernik zal verschijnen. Haar nieuwste boek Stehlen, Schimpfen, Spielen verscheen in 2025. Ze schrijft zowel in het Duits als in het Servisch.

Bijpassende boeken en informatie

Louis Van Dievel – Willy & Romain

Louis Van Dievel Willy & Romain recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Vlaamse schrijver. Op 9 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Manteau de nieuwe roman van Louis Van Dievel. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Louis Van Dievel Willy & Romain recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Willy & Romain, de roman van Louis van Dievel, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Dat schilderachtige dan misschien? Die volkse types, Vlamingen, met dat prachtige taaleigen van daar, die tongval, dat vocabulaire, dat zoveel mojer is dan het Nederlands van, laat ons zeggen, boven de rivieren?

Hum. Nee. Ja. Misschien. Een beetje toch.

Het fragmentarisme wellicht?

Wel. Dat werkt mee. Dat werkt altijd mee.

Of de treurigheid des levens?

Ik zou zeggen ja. Al is het vaker, en beter, in beeld gebracht in dat ding dat we geneigd zijn literatuur te noemen.

Wat is het geval? Louis van Dievel komt af met een nieuwe roman. Met De Onderpastoor kwam hij eerst pas in 2019 op mijn radar – diene mens had toen echter al een aardige bibliografie op zijn naam gezet. Goed omslag had dat boek, en een goed verhaal ook, dat goed geschreven was. Hoeveel vernieuwing kon de kerk aan in 1969, in een klein dorp in Vlaanderen, gaan democratie en geloof wel samen, is de kerk niet eerder een totalitair instituut, en hoe ruimdenkend is de gemiddelde dorpeling? Rake vragen ook. Maar toch. Ik geraakte er niet doorheen. Nu ligt het ergens boven, in mijn halfgelezenboekenkamer waar trouwens ook nog menig een helemaal niet gelezen boek ligt. In 2021 las ik Madeleine. Een vrouw uit het volk gaat als kuisvrouw aan de slag bij een welgesteld -en misschien wat wereldvreemd- stel, en doet daarvan verslag aan de lezer. Van Dievel schreef dit boek samen met Britt Droog en ik vond het weeral prachtig, tot de roman, in het twede deel, omsloeg in een soort propaganda, dat geheel aansloot bij het toen heersende discours omtrent corona. Het overheidsverhaal over corona was niet mijn verhaal, het was al erg genoeg om er in mijn dagdagelijks bestaan op net iets te veel vlakken mee geconfronteerd te worden; van schrijvers verwachtte ik -tevergeefs naar uit wel meer indertijd verschenen boeken bleek- toch een wat kritischere houding (maar de propagandisten hadden het zodanig goed voor elkaar dat de deugers, de solidairen, de academici, de linksen, de wokers het niet waagden een veelal met rechts geassocieerd tegengeluid te laten horen als het over het covid-beleid ging – dan was je toch al snel asociaal of zelfs een staatsgevaarlijke gek).

In Willy & Romain richt Van Dievel wederom zijn blik op de eenvoudige, de “gewone” zo je wilt, mens van Vlaanderen, zij het niet echt een dorp dit keer. Het homosexuele stel Willy Verachtert en Romain Verbruggen staat sentraal wanneer een hele wijk geëvacueerd wordt omdat een ontspoorde goederentrein gevaarlijke stoffen vervoerde en er gevaar zou zijn voor een ontploffing. De meeste mensen kunnen terecht bij familie of vrienden; wie nergens heen kan wordt opgevangen in een sporthal. Wie kunnen nergens heen? Wat buren kunnen nergens heen. En Willy en Romain kunnen nergens heen. In verveling, in afwachting, ontvouwt zich langzaamaan hun verhaal.

Willy is de stille. Hij ontdekte zijn homosexualiteit pas op latere leeftijd, toen hij al getrouwd was met Jeanine Bartholomeussen, een huwelijk waaruit twee zoons, Victor en Marcel, zijn voortgekomen. Romains moeder overleed toen hij twaalf was waarop zijn vader hem prompt naar een pensionaat stuurde. Daar, dag en nacht tussen niks dan jongens, ontdekte hij in de puberteit haast “vanzelf” de “geneugten” van de mannenliefde. Als ze al wat ouder zijn, komen Willy en Romain elkaar onder bijzondere omstandigheden tegen en een hevige liefde ontvlamt. Maar diezelfde liefde tussen de is op het moment van de “ramp”, die de hedenlijn van het boek vormt, echter alweer behoorlijk aan slijtage onderhevig. Er speelt van alles, waar de lezer slechts stukje bij beetje achter komt. Tragiek zoals je dat kent van de gemiddelde dramaserie op televisie.

Waar het boek langs de andere kant juist weer een wat kluchtig karakter heeft. De tegenstelling tussen de twee mannen -Romain de jolige, sociale, praatgrage marktkoopman en Willy de brommerige, teruggetrokken, onbenaderbare eenling- is een tikje te absoluut, archetypen die eerder geschikt lijken voor een sitcom.

De spaarzame informatieverstrekking, het tot bijna absurd nivo opgeschroefde drama, de al te gemakkelijk gezochte lach – je zou peinzen dat dit weeral een Van Dievel ging zijn die ik aanvankelijk met graagte (dat prachtige Vlaams blijft mij toch telkenmale verrukken!) las, daarna met meer tegenzin, om er uiteindelijk misschien zelfs in vast te geraken of er toch minstens -als bij Madeleine- een vieze nasmaak aan over te houden.

Maar neen.

Neen?

Nee. Toch niet.

Van Dievel heeft wijs gedaan aan korte hoofdstukken, die het verleden en het heden van beide mannen afwisselen en daarenboven doorsneden worden met nieuwsberichten over de ontsporing (de verslaggever van VTM is ene Louis van Dievel!) (sja, hij is nog echt journalist bij VTM geweest ook). Dit houdt de verveling op afstand.

De verveling op afstand? Hoor je zelf nou wel wat je zegt? Alsof dat het hoogst haalbare is in literatuur: dat een boek in elk geval niet gaat vervelen!

Goed punt. Er was meer denk ik. Er moet meer geweest zijn.

Misschien dat landerige, dat hangerige, dat zitten in die sporthal en niks weten.
Misschien dat horkerige van autoriteiten die, als altijd, zonder compassie zijn. Elke anti-autoriteitshouding is sowieso altijd goed.
Of de paniekcultuur? Daar lijkt Van Dievel me eigenlijk te gezagsgetrouw voor (gezien de propagandistische toon die Madeleine aansloeg). Bovendien. Willy & Romain speelt zich af in 1990, de angstporno (zoals Patrick van Rhijn dat zo treffend noemt) heerste toen nog niet zo hevig als nu, de kans dat Van Dievel met deze roman commentaar heeft willen geven op de hysterische manier waarop overheden omgaan met (ir)reële gevaren lijkt me nihil.

Maar wel de ellende die mensen elkaar (ongewild) aan doen.
De intolerantie, de vijandschap, ja de agressie zelfs die de mannen ondervinden door uit te komen voor hun homosexuele gevoelens.
Hoe relaties altijd vroeger of later verzuren, hoe gepassioneerd het begin ook geweest mag zijn.
De treurnis van mensen in een sporthal; mensen die klaarblijkelijk niemand hebben bij wie ze enkele dagen zouden mogen logeren.
De gesprekken (“Gaat ge mee een toer wandelen, Willy? We zijn her hier zo beu als koude pap. Het stinkt hier.”) vol woorden als “goesting”, “onnozelaar”, “gijlie”, “plezant”).
De doodgewoonste tragiek van in leven te zijn. Mijn vaderhart bloedde bij de scene waarin de zonen van de inmiddels van hun moeder gescheiden Willy een weekendje bij hem komen logeren om hun vader te leren kennen, en omdat Jeanine inmiddels in zwaar weer terecht gekomen is. De jongens willen niks weten van die “enge homo”, sluiten zich op in de logeerkamer, smeken hun oma hen te komen halen. Maar later, verder, dieper in de roman, bedenkt Willy zich dat hij zich misschien te weinig moeite heeft getroost om met zijn zoons in contact te komen en te blijven, hij had brieven kunnen sturen, of verjaardags- of nieuwjaarskaarten, hij heeft in het begin wel dingen geprobeerd maar gaf het toch vrij snel op. Dan weer een bloedend hart, dit keer niet als vader maar als zoon want in die laatste hoedanigheid weet ik hoe erg het steekt, en hoe diep en hoe blijvend de verwondingen zijn als een vader geen pogingen onderneemt om zijn zoon te spreken te krijgen, zelfs wanneer het die zoon zelf was die de afstand heeft gezocht.

De herkenbaarheid dan?
Nee natuurlijk niet. Herkenbaarheid kan me de bout hachelen. Noem het liever navoelbare pijn.

Elementen. Laten we het houden op elementen. Willy & Romain bevat genoeg elementen om de lezer geïnteresseerd te houden. Geen roman van wereldklasse. Niet een boek dat je je nog lang zal heugen. Maar gewoon. Een vermakelijk boek. Om de verveling van de feestdagen mee stuk te slaan, was ik van plan te gaan zeggen. Maar mijn laptop ging stuk en de tijd tikte verder en nu komt mijn aanbeveling te laat. Maar wees gerust. Het leven is het leven dat het leven is en dus komen er vast nog wel wat dagen vol verveling. Wie gevoelig is daarvoor, kan Willy & Romain vandaag nog aanschaffen.

Louis Van Dievel Willy & Romain

Willy & Romain

  • Auteur: Louis Van Dievel (België)
  • Soort boek: Vlaamse roman
  • Uitgever: Manteau
  • Verschijnt: 9 september 2025
  • Omvang: 176 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 24,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de Louis Van Dievel roman

In september 1990 ontspoort de laatste wagon van een goederentrein in Sint-Mariaburg bij Antwerpen. De hele buurt wordt geëvacueerd, want de gevaarlijke lading kan ieder moment ontploffen. Onder de circa vierhonderd mensen die hun huis moeten verlaten, bevinden zich Willy en Romain, een homokoppel dat vlak bij de plaats van de ramp woont. Het gaat niet goed tussen de twee mannen. Er is een drama in de maak. De treinramp gooit alle plannen overhoop. Wanneer ze de volgende namiddag weer naar huis mogen, zijn ze allebei vastbesloten. Vastbesloten waartoe?

Willy & Romain is tegelijk het coming-of-ageverhaal van twee homomannen – de ene uit de Antwerpse polder, de andere uit Olen Fabriek – en een portret van de Antwerpse gayscene van de jaren tachtig, de periode waarin aids vele tientallen levens wegmaaide.

Louis van Dievel is geboren op 24 april 1953 in Mechelen, België. Hij is journalist en romanschrijver. Inmiddels heeft hij zo’n twintig romans en andere boeken geschreven.

Bijpassende boeken

Aya Koda – Stromen

Aya Koda Stromen recensie en informatie over de inhoud van de roman uit 1955 van de Japanse schrijfster. Op 4 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de Nederlandse vertaling van 流れる/ Nagareru, de roman van Aya Koda, de uit Japan afkomstige schrijfster. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Aya Koda Stromen recensie

  • “Stromen geeft een realistisch beeld van het harde leven dat geisha’s leiden. Samen met de briljante bundel Bomen geeft het de Nederlandse lezer voor het eerst de gelegenheid kennis te maken met de schrijfster die in eigen land hoog wordt gewaardeerd, maar in het buitenland vrijwel onbekend is.” (Jaques Westerhoven, vertaler)

Recensie van Tim Donker

We gingen naar Zaltbommel om de brug te zien of we gingen niet of elders of we bleven thuis en keken toe hoe de verf droogde.

Of de eerste dag op je nieuwe werk, kan ook.

Stromen heet een wereldprimeur omdat het voor het eerst is dat dit boek in vertaling buiten Japan verschijnt. Er zijn mensen, verbazend veel mensen nog eigenlijk, die zich gefascineerd weten door de Japanse cultuur, en er dingen over weten. Dingen die ik niet weet, ondanks dat ik in mijn jeugd op judo zat en er een paar jaar lang nog vrij fanatiek in was ook. De mensen die het weten, de dingen die ik niet weet, zouden er misschien niet van op kijken of zouden het weten plaatsen in breder perspectief maar Stromen is een roman waarin ogenschijnlijk vrijwel niks gebeurt. Het vertelt het verhaal van een zekere Rika. Ooit was er een man, ooit was er een kind, maar nu is Rika alleen. Het kind is dood, de man waarschijnlijk ook, de lezer krijgt nooit te weten wat er precies gebeurd is, misschien is dat typisch Japans, om heftige gebeurtenissen niets of nauwelijks nader te duiden, hierover later misschien meer. Om in haar levensonderhoud te voorzien gaat Rika werken in een geishahuis. Ze weet als burger niks van de geishawereld (klaarblijkelijk zijn die werelden strikt van elkaar gescheiden), en loopt de langste tijd dan ook als over eieren. Het geishahuis heeft zijn beste tijd gehad, het verval is ingetreden, er zijn financiële problemen en er spelen conflicten, en Rika bevindt zich veelal middenin zaken waarvan ze weinig weet en waarin ze geen stelling durft te nemen. Dit is de situatie op de eerste bladzijde van het boek en zo blijft het tot bijna op het eind. Je zou kunnen zeggen dat de lezer driehonderd bladzijden lang gevangen zit in een status quo, en dan zou je niet eens schromelijk overdrijven. Het boek is ook niet bijzonder opmerkelijk of poëtisch geschreven, de stijl heet “verfijnd” te zijn, je kunt dat ook verstild noemen, of -op punten dan- erg gedetailleerd: Kōda kan menig een bladzijde doorgaan met een passage die andere (westerse?) schrijvers allicht in een paragraaf op papier hadden gekregen. Toch las ik dit boek vrijwel in één adem uit, overdrachtelijk dan, want feitelijk deed ik er bijna een week over maar gedurende die week was het wel het enige boek waar ik in las, dat ik steeds opnieuw weer ter hand nam, met een vreemde mengeling van lichte tegenzin, warmte, verbijstering en een grote sympathie voor de hoofdfiguur. Hoe? Een niet opmerkelijk geschreven boek, spelend in een cultuur waar ik me niet bijzonder door aangetrokken voel, met weinig wendingen, veel gekabbel en soms, ja, een weinig naar het saaie neigend. Hoe kan zoiets me toch zo in de ban houden?

Vraag ik me af.
In een poging mijzelf van een antwoord te voorzien (u mag ook wel iets voor uzelf gaan doen ondertussen hoor):

Dan hou ik Kōda’s eigen beeldspraak vast en denk ik aan stromen denk ik aan water aan een brug over een rivier aan zitten aan de waterkant en kijken hoe het water stroomt. Kontemplatief. Welhaast hypnotisch. Het stroomt het is steeds hetzelfde het is in beweging het is steeds anders want het is ander water je kunt geen twee keer in dezelfde rivier stappen zeiden de wijzen ooit welke wijzen weet ik veel je kent het wel. Het is, ik ga het woord laten vallen mensen, hoed u, het woord gaat vallen, hier komt het, hier valt het: het is, ja, “onthaastend” om te lezen in een boek waarin weinig actie is, geen spektakel, een boek zonder sex een boek zonder doem een boek zonder liefde een boek zonder smachten hunkeren huilen vrezen, een boek van stilte, een boek vanaf de zijlijn want zo de genoemde emoties al voorkomen, is het bij waarneming: Rika is vooral observator, ze kijkt, en probeert te duiden, te analyseren, het is vooral gissen, en misschien komt dit ook wel akelig dicht bij de aldag want niet zelden zijn we uiteindelijk buitenstaander ook in wat onszelf overkomt, er was iemand, er was iets, en toen was het allemaal weer weg, en wat is er nu eigenlijk gebeurd? Je weet het niet.

Verdermeer. Stromen is toch eigenlijk wel een meesterlijke beschrijving van nieuw zijn op een arbeidsplek. Misschien geldt dit voor westerlingen nog harder omdat het “hier” niet per se evident is om veel, of zelfs maar iets, te weten van de geishawereld, dus we voelen met Rika mee in haar pogingen enige grip te krijgen op de dingen die ze ziet gebeuren. Bezijden, iedereen kent dat toch? Je ging op je fiets want je moest nog, heeldurweg naar ergens waar je niet eerder was, een nieuwe baan, je eerste werkdag, je kent de collega’s nog niet, je kent hun onderlinge dynamiek niet, je kent het heersende taaleigen niet, je weet de vaste grapjes nog niet, je weet niet waar de koffie staat, je voelt je altijd een lul want je moet bij alles hulp vragen. Rika weet niet goed wat ze moet doen als ze geld op de grond vindt. Is het een test? Aan wie moet ze het afgeven? Er zijn conflicten, mensen proberen haar uit te horen, wat weet ze, wat mag ze laten merken, wat niet, hoe kan ze diplomatiek te werk gaan? Het is een voorzichtig stappen, het is een in het duister tasten. En de lezer stapt en tast met Rika mee.

Of. Stromen vergruizelde een vooroordeel. Ik dacht inderdaad, en dat is iets dat vertaler Jacques Westerhoven almeteens met klem wenst te ontkennen in zijn “opmerkingen vooraf”, dat geisha’s een soort prostituees waren. Misschien niet echt van het soort dat zich laat betalen voor sex. Maar toch wel voor erotiese handelingen als een sensuele massage ofzo, of een intiem sponsbad. Of. Animeermeisjes, toch. Ja maar. Van een wat intelligenter soort dan. Zo blijkt. Er komt muziek bij kijken, en dans, het gaat om kleinkunst-achtige solovoorstellingen voor de klant. Al kant het soms toch wel de erotiese kant op gaan, en is er bij sommige van de geisha’s in dit boek sprake van een “patroon”, en dat deed me dan wel weer een beetje denken aan een pooier. Dus misschien geen vergruizeld vooroordeel maar een nogal ruim verbouwd vooroordeel en elk boek dat je vooroordelen verbouwd is op minstens één punt een goed boek.

Of wat. Ten laatste misschien. Is het Kōda is of is het Japan of is het dit boek. Maar het onthutste me hoe er enerzijds als gezegd erg veel woorden vuil gemaakt werden aan wat details lijken te zijn: het wel en wee van de kat, of van een aan het begin van het boek nog aanwezig, ziekelijk, stervend hondje (wat misschien iets zegt over de bewoners van het geishahuis maar waaraan als de hond dood is bijna niet meer aan gerefereerd wordt); het bereiden van eten; de haardracht, make-up en kledij van de geisha’s; de achtergrond van bepaalde emoties (“Verwijten en emoties zijn als ingelegde groente: hoe langer je ze laat liggen, hoe pittiger de smaak” heet het ergens instructief, en die vond ik dan wel weer mooi) waar andere, naar mijn mening veel heftigere, punten alleen maar lichtjes aangestipt worden. Wat er met de man en het kind van Rika is gebeurd. Of een episode waarin Rika tamelijk ziek wordt en tijdelijk van het geishahuis naar een nicht verhuisd waar ze niet erg welkom is, er is ziekte, frictie, er zijn verstoorde familiebanden, dat in zichzelf had in handen van een andere schrijver allicht een hele roman op kunnen leveren maar Kōda acht het maar een paar bladzijden waard. Waar het slepende conflict tussen de eigenaresse van het geishahuis en de oom van een voormalig medewerker steeds maar weer terug blijft komen; een conflict waar de langste tijd weinig voortgang in zit zodat het op enig moment toch een heel klein beetje op mijn zenuwen begon te werken om die oom voor de zoveelste keer weer het verhaal in te zien stappen. Of neem een zin als: “Tsutaji veegde op burgerachtige wijze haar ogen af met een opengewerkt zakdoekje van buitenlands fabricaat.”, wat maak jij van zo’n zin? Je zou er een essay over kunnen schrijven, toch?, alleen maar over die ene zin. Wat is het burgerachtige: het vegen, dat het zakdoekje opengewerkt is of dat het van een buitenlands fabricaat is? Is het een goed of een slecht ding om je ogen op burgerachtige wijze af te vegen, ik krijg, dit boek lezende, langzamerhand de idee dat “burgerachtig” een beetje gelijk staat aan “lomp”; dat een geisha verhevener hoort te zijn dan dat, dan een burger is. Kan een burger ooit een geisha worden, of is het één van die dingen die je niet “wordt” maar “bent”?

Zo kabbelt het, en zo brengt de kabbeling je soms in beroering.

Je kijkt naar de stromen, soms zie je er iets in dat je meeneemt op je wandeling. Stromen is een roman om in mee te dobberen. Het zal je wereld niet schokken en het levert vermoedelijk ook weinig op dat je lang, laat staan een leven, zal bijblijven. Maar voor driehonderd bladzijden lang is het een aangenaam dobberen, en dat zuivert. Eventjes toch.

Aya Koda Stromen

Stromen

  • Auteur: Aya Kōda (Japan)
  • Soort boek: Japanse roman
  • Origineel: 流れる/ Nagareru (1955)
  • Nederlandse vertaling: Jacques Westerhoven
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 4 september 2025
  • Omvang: 302 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 24.99 / € 15,99 / € 19,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de roman van de Japanse schrijfster Aya Koda

Japanse klassieker van de jaren vijftig, nu voor het eerst vertaald. Door de ogen van de bediende van een geishahuis krijgen we een zeldzaam inkijkje in het leven van vrouwen in het naoorlogse Japan.

Om niet van de honger om te komen nadat ze haar man en kind heeft verloren, besluit Rika dienst te nemen als huishoudster in een vervallen geishahuis in Tokio in de jaren vijftig. Als laagste bediende wordt ze te pas en te onpas om boodschappen of de verdwaalde huiskat gestuurd; de eigenares verlangt regelmatig een arbeidsintensief warm bad. Algauw blijkt dat het wanordelijke huis in financiële moeilijkheden verkeert, niet het minst omdat de geisha’s voortdurend opzeggen. De schrandere Rika maakt zich gaandeweg onmisbaar en wordt aangesteld als manager, in de hoop dat iemand van buitenaf het in verval geraakte geishahuis nieuw leven zal inblazen. Al doende verbreekt ze de banden met haar vorige leven, en ontwikkelt ze zich tot een onafhankelijke vrouw.

Aya Koda Bomen recensieAya Kōda (Japan) – Bomen
essays
Uitgever: Atlas Contact
Verschijnt: 4 september 2025

Aya Kōda is op 1 september 1904 geboren in Terajima, Tokio, Japan. Ze was een gerespecteerde Japanse schrijfster, die bekendstond om haar beeldende observaties en verfijnde stijl. Haar autobiografische roman Stromen uit 1955 groeide in Japan uit tot een absolute klassieker, met inmiddels de 76e druk. Stromen en haar essaybundel  Bomen verschijnen tegelijkertijd begin augustus 2025. Op 31 oktober 1990 in Tokio en was 86 jaar oud.

Bijpassende boeken en informatie

Niels Posthumus – Verdeeld koninkrijk

Niels Posthumus Verdeeld koninkrijk recensie en informatie boek over de reis door het Groot-Brittannië van Charles. Op 4 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Balans het boek van Niels Posthumus over de stand van zaken in het huidige Verenigd Koninkrijk. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Niels Posthumus Verdeeld koninkrijk recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Verdeeld koninkrijk, het boek van Niels Posthumus over Groot-Brittannië, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Een scherpe analyse van hoe het Verenigd Koninkrijk al jaren met zichzelf worstelt. Aanrader.” (Tim de Wit)
  • “Journalist Niels Posthumus reisde door Groot-Brittannië en sprak Britten uit alle lagen van de bevolking. Op die manier brengt hij de vele scheidslijnen die door het Verenigd Koninkrijk lopen vakkundig in kaart.” (Ivo van de Wijdeven, NRC)

Recensie van de redactie

Hoe gaat goed of slecht het nu met het Verenigd Koninkrijk? op die vraag probeert journalist Niels Posthumus die sinds 2021 correspondent voor Trouw is in het Verenigd Koninkrijk antwoord te geven is zijn nieuwe boek. Hij maakt hiervoor reizen door het Koninkrijk, naar Engeland, Schotland, Wales en niet te vergeten Noord-Ierland.

Als rode draad voor zijn boek heeft hij gekozen de verhouding van de nieuwe koning Charles III tot zijn volk en vice versa. En deze insteek werkt uitstekend. Dat het economisch en sociaal niet goed gaat met het grootste deel van het Verenigd Koninkrijk zal de meesten van ons niet verbazen. Maar wat Niels Posthumus uitstekend doet is invulling geven in wat er aan de hand is, hoe scheef en misschien zelfs verziekt verhouding zijn tussen Londen machtscentrum en economisch hart en de rest van het koninkrijk.

Vele tientallen gesprekken met Britten uit de verschillende gebiedsdelen en uit allerlei lagen van de bevolking heeft Niels Posthumus gevoerd. Alleen de weerslag van deze gesprekken maken het boek al goed en boeien. Maar hij doet nog wat extra’s hij koppelt deze gevoelens en waarnemingen aan de verhouding die de huidige koning Charles III, voorheen Prins van Wales heeft en had met het land en de bevolking. En juist deze toevoeging maakt het boek extra lezenswaardig. Wie meer inzicht wil krijgen in wat de Britten beweegt en wat voor rol de koning hierbij speelt, moet dit boek zeker lezen. Het is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Op reis door het Groot-Brittanië van Charles

Verdeeld koninkrijk

Op reis door het Groot-Brittannië van Charles

  • Auteur: Niels Posthumus (Nederland)
  • Soort boek: journalistiek reisverslag
  • Uitgever: Balans
  • Verschijnt: 4 september 2025
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Boek over van Niels Posthumus over Groot-Brittannië

Charles III, sinds 2022 koning van het Verenigd Koninkrijk, weet het al decennia zeker: de mensheid heeft de grenzen van de technologische vooruitgang en industrialisering bereikt. Schaalvergroting, massaproductie en consumentisme vergiftigen het milieu en schaden de sociale cohesie. Eind vorige eeuw vonden veel Britten dat nog reactionair en werd Charles erom uitgelachen, maar inmiddels zijn steeds meer mensen het met hem eens en geldt de vorst als een belangrijke progressieve stem.

Het land van Charles is sterk veranderd sinds de Tweede Wereldoorlog. Het Britse wereldrijk viel uit elkaar. Kerken liepen leeg. Noord-Ierland werd verscheurd. Het Verenigd Koninkrijk voegde zich bij de Europese Unie en stapte daar ook weer uit. Er ontstond een multiculturele samenleving. De economische ongelijkheid nam toe, het concept ‘klasse’ veranderde en de rol van de media ook. En tot overmaat van ramp sterft de Britse pub uit.

Journalist Niels Posthumus reisde kriskras door het land en sprak onderweg met mensen uit alle lagen van de bevolking. Hoe ziet de nieuwe vorst de toekomst, en hoe vinden de overige 68 miljoen Britten dat hun land ervoor staat? Het resultaat is een fascinerend portret van een land op zoek naar zichzelf.

Niels Posthumus is geboren in 1981. Hij is sinds 2021 correspondent voor Trouw in het Verenigd Koninkrijk. Daarvoor werkte hij in Zuid-Afrika. Zijn boek Liefdes verdriet stond op de shortlist van de Brusseprijs voor beste journalistieke boek van het jaar. In 2024 werd hij genomineerd voor de prestigieuze Britse FPA Media Awards voor zijn berichtgeving over het Verenigd Koninkrijk.

Bijpassende boeken

Roderik Six – In het wit

Roderik Six In het wit recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Vlaamse schrijver en literair journalist. Op 4 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Prometheus de nieuwe roman van Roderik Six, de uit België afkomstige schrijver. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Roderik Six In het wit recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van In het wit, de roman van Roderik Six, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Stilistisch loepzuiver, filmisch en suggestief, zelfs van een onwereldse poëzie. Een exotische droom als dystopie.” (Stefan Hertmans over de roman Volt)
  • “Harde, goede, ingekookte taal, zwart als gestolde olie. Monster is een prachtig bittere en pijnlijk consequente novelle over verlies, rouw en liefde.” (Ilja Leonard Pfeijffer)

Recensie van Tim Donker

En dan, op vol volume: Aluk Todolo, en misschien harder nog dan vol volume, als dat kan, want het moet door alle luchtlagen heen bonken vandaag, deze dag, nu er ligt, dit boek, In het wit van Roderik Six, een roman, naar hij meent, maar waar liggen die grenzen eigenlijk?, en wie bepaalt wat?, dit boek is er weer zo een, denkt hij, denkt het besprekerken, er moet iets losgeschud omdat dit het geval is, omdat wat hij net gelezen heeft er weer zo een is, en hij peinst dat Dregke dat allemaal niet kan waarderen, maar is Dregke nog ergens, soms maakt het t besprekerken een beetje verdrietig niet te weten of Dregke nog ergens is, ook al een van die dingen die knagen, wat knaagt en neerbraak, het is aan Aluk Tolodo om dingen die knagen los te schudden, of om geluiden te overstemmen, kan ook, want hij weet nog wel, dagen bij de houtkachel, en verrek, warmte zou ook een sentraal begrip kunnen zijn in dit hier In het wit, en dan vooral vanwege de kou. Want het begint met sneeuw, en dat is al het eerste punt, dat het begint met sneeuw, maar dat later misschien, of nee dat nu. In de sneeuw rijdt een harmonicabus. In de harmonicabus zit M. Ja, eenvoudigweg M., ook daarover denkt het besprekerken zo hij zijne, maar dat komt wel pas later. M. is letterkundige en gepromoveerd op de invloed die het weer heeft gehad op de grote werken uit de wereldliteratuur. Gezocht, u zegt? Wel zet u dan maar schrap want Six sleept er wel meer aan de haren bij. M. liet zich inspireren door een stelregel van thrillerschrijver Elmore Leonard. Daar had het besprekerken nog nooit van gehoord, moest hij tot zijn schaamte toegeven, niet per se onbekende films als Get shorty en Jackie Brown zijn gebaseerd op boeken van Leonard, al heette die laatste in de boekversie dan Rum punch. De regel waardoor M. zich uitgedaagd voelde was Begin nooit een boek met een beschrijving van het weer, en hoewel t besprekerken gloeiend het land heeft aan welke stelregel dan ook (gedurende zijn opleiding maakte t besprekerken -die toen nog geen besprekerken was maar een zotteken dat ervan droomde ooit een dichterken te zijn- er een sport van om alle regels van alle docenten met voeten te treden en toch, naar zijn eigen stelligste overtuiging dan, sterk werk in te leveren), moet hij niettemin, een weinig schoorvoetend (daar staat hij te schoren met die voeten van hem), toegeven dat hij niet gauw iets bedenken kan dat afgezaagder is aan het begin van een roman dan een beschrijving van het weer. Maar Six doet het hier, zo neemt t besprekerken aan toch, om de draak te steken met het gebod van Leonard, en bij extrapolatie misschien wel met alle geboden in welke kunstvorm dan ook, en dat kan t besprekerken dan wel weer waarderen. De sneeuw in In het wit als stijlmiddel, thema, motief en, vreest t besprekerken, metafoor, de roman bijt zichzelve in de eerste bladzijden al in de staart, metafiksie, dus voor nu is het goed, toch, M. in de bus onderweg naar haar in een zorginstelling wonende, dementerende vader, de sneeuw die de witheid in het hoofd van een alzheimerpatiënt symboliseert, waar kennen we dat van?, verwijst Six alleen maar naar Hersenschimmen of pasticheert hij misschien ook deze, naar de bescheiden mening van t besprekerken wat overgewaardeerde, roman van Bernlef? t Besprekerken weet t niet, en hij weet wel meer niet. Mogelijkerwijs speelt Six geregeld met de voeten van zijn lezers. Het zou kunnen dat het kan maar het zou ook kunnen dat het niet kan. De bombast. In beeld: de bus in de sneeuw. Maar ook in woord: “De confituur smaakte naar nazomer”; “De boterige klomp werkelijkheid karnde door haar maag”; “Het majestueuze zeedier […] kliefde zorgeloos door het helblauwe water”; “Er prijken ijsbloemen op het dunne keukenraam. Pasgeboren sterren zijn het, uit het nachtgewelf geduwd wegens niet levensvatbaar, om dan, na een eeuwenlange reis door het heelal, langs gasnevels en op het nippertje ontsnapt aan zwarte gaten, te pletter te storten op dit enkelglas. Hier zullen ze hun laatste uren slijten. Op gestold zand, hun kristallen tentakels uitgestrekt – en straks, wanneer de fluitketel stoom aflaat en het gasvuur onder de pan pruttelt, zullen ze afdruipen.”; hoe zwaar wil je het hebben?, maar van de overdaad kon je al een vermoeden hebben als je het sietaat op het achterplat had gelezen: “Sneeuwen zou geen werkwoord mogen zijn. Al dat gedwarrel, die speelse kristallen die meer zweven dan vallen, het heeft niets met werk te maken. Het woord mist daadkracht en gewicht, het mist sleur. Sneeuwen – het klinkt als de wind die met vingers van licht de kruin van een kind streelt.” jajaja, al is het in werkelijkheid, in het boek, wel iets mojer: “Sneeuwen zou geen werkwoord mogen zijn, dacht M., net voor ze met een harde schok in haar zitting werd gedrukt. De bus, een harmonica op wielen en diesel, slipte en zwenkte en de chauffeur trok het voertuig weer vloekend recht, de dood nog maar eens een halte afgewend. Al dat gedwarrel, die speelse kristallen die meer zweven dan vallen, het heeft niets met labeur te maken. Het verbum mist daadkracht en gewicht, het mist sleur. Sneeuwen – het klinkt als de wind die met vingers van licht de kruin van een kind streelt.”, goed t besprekerken moet toegeven dat labeur mojer is dan werk en misschien is verbum ook wel mojer dan woord (en waarom is dit fragment eigenlijk gekozen voor het achterplat als het klaarblijkelijk woorden bevat waarvan de wijze achterplatmakers menen dat het potentiële lezers zou kunnen afschrikken? en Six wil overduidelijk alle taalregisters openen dus waarom zijn belangrijkste instrument tot nietszeggendheid gestemd? en waarom is Six daar eigenlijk mee akkoord gegaan? hij koos de woorden verbum en labeur toch ook niet voor niets zo peinst t besprekerken?), maar dan toch weer die dood die pas een halte later mag komen, de busrit in de sneeuw naar een vader die sterven gaat beschrijven als het Leven Zelve, is er een reden, Six, voor al deze vetheid? Al deze moddervette vetheid? Die schaamteloos is, en daarom ook wel weer te prijzen. Maar dan. Maar ook. Maar verder. Want M. zit lang in de bus, even dacht t besprekerken (iets wat hij overigens bijzonder sterk had gevonden), dat ze gans het boek entlang in de bus zou zitten. Ze zit en kijkt en hoort en denkt, altijd dankbaar voor een schrijver, het openbaar vervoer: voorbijschuivend landschap, instappende passagiers, opgevangen gesprekken en hoe alles bij je hoofdpersoon herinneringen en gedachten kan aanjagen. Medepassagiers voor deze M., en wat moet je van haar denken eigenlijk?, kijken op hun telefoon “een oude serie” “over zes witte vrienden die hun dagen spendeerden in een koffieshop en om de haverklap in grappige misverstanden verzeilden. Niemand hoefde er ooit te werken, ook al woonden ze in New York, in appartementen zo groot als balzalen. Een van hen, de zweverige blondine, kwam zelfs rond als straatmuzikante.”, en dat is tegen het zere been van t besprerken al is het dan een been uit het verleden, noem het een fantoombeen. Het is uit de tijd dat t besprekerken nog geen vader was, de dagen en de tijden waren anders toen, t besprerken besprak voornamelijk muziek en had nog wat van de ambities uit zijn studententijd behouden; hij zou ook best een dichterken willen zijn, of een schrijverken allicht, hij zat hoe dan ook hele avonden te schrijven: proza, poëzie, recensies, beschouwelijk werk, hij schreef de avond weg en de kamer leeg, hij schreef tot de klok het middernachtelijk uur gepasseerd was. Het volgende deed zich voor: als hij zijn pen neerlegde en direkt zijn bed op zocht, bleef de slaap lang uit. Dan lag hij nog lang te malen over een beschrijving die misschien wat puntiger kon, een formulering die een beetje mankte, en had hij de naam van de zanger op die seedee die hij eerder die avond besproken had eigenlijk wel goed gespeld? Dan ging hij weer bed uit, schoot in het donker wat aan (t-shirt niet zelden achterstevoren en binnenstebuiten), dan zocht hij zijn papieren weer op, klapte de laptop weer open, zat daar weer te lang, was de volgende dag geen sent meer waard. Zaak was het om het hoofd leeg te maken en dan pas naar bed te gaan. Maar hoe maak je het hoofd leeg? Met de geest niet al te zeer okkuperende dommigheden. En waar vind je dommigheden bij uitstek? Op televisie. Na het schrijven televisiekijken, dan naar bed. Wat gekeken was nog niet heel eenvoudig, het moesten geen films zijn, die duurden te lang en waren te voorspelbaar en stelden het geduld van t besprekerken te zeer op de proef; het moesten ook geen praatprogramma’s zijn vanwege de ergeniswekkende flauwekul die daar net iets te vaak gedebiteerd werd; het moest niks zijn waar een vervolg in zat; gewoon iets stompzinnigs dat je eenmalig kon zien en waarvan je ook net zo goed al eens een aflevering van kon missen, want het waren de dagen voor de smart-tv en van terugkijken of van internet op de televisie was geen sprake, er werden dingen uitgezonden en daar kon je naar kijken en als je het gemist had was het weg. Zodoende geraakte t besprekerken gehaakt aan sitcoms. Dat is de grote zwakte van t besprerken: als iets bij hem eenmaal gewoonte is geworden, geraakt hij er bijna niet meer van af. Na zijn avondlange schrijfsessies zag t besprekerken sitcoms, want die werden vaak in de late uren, aan het eind van de programmering, nog eens herhaald. De serie waar M. hier op doelt zag t besprekerken ook. De hele serie. En het is eenvoudigweg niet waar dat niemand er hoefde te werken. Iedereen werkte. Eentje was akteur, al had hij zelden een klus; zijn geldproblemen waren dan ook regelmatig onderwerp van gesprek en katalysator van ontwikkelingen. Dan was er een chef-kok, een paleontoloog die eerst in een museum werkte en later als hoogleraar aan een universiteit, een data-analist, een hoofd inkoper bij een gerenommeerd modehuis. De “zweverige blondine” kwam helemaal niet rond als straatmuzikant; zij was masseuse. Daarnaast trad ze ook op met haar muziek ja, maar niet op straat maar in diezelfde koffieshop waar ze volgens M. hun dagen spendeerden. Voor zo’n simplistische, voornamelijk op goedkoop divertissement gerichte, sitcom waren er ook nog verrassend vaak scenes die zich afspeelden op de respectievelijke werkplekken van de “zes witte vrienden” (is er een reden om te specificeren dat die mensen wit waren?), en gingen hun gesprekken, bijvoorbeeld die in die koffieshop, ook vrij vaak over (problemen op het) werk. En dan waren ook lang niet al hun appartementen zo groot als balzalen en van het grootste appartement werd ook nog regelmatig verklaard waarom de huur ervan zo betaalbaar was. Maar afgezien daarvan, is het een beetje flauw om dit soort series af te rekenen op hun waarschijnlijkheidsgehalte; sitcoms jagen geen realisme na maar zijn gericht op de lach: elke paar minuten moet er gelachen worden en sja, zo vaak geeft de doodgewone aldag toch ook niet te lachen? Trouwens, ook serieuzer werk kan op zulke overwegingen stuk gaan – in menig boek is het evenmin duidelijk hoe de hoofdrolspelers de levensstijl kunnen onderhouden die ze hebben. Maar t besprekerken zou dit nooit naar voren hebben gebracht, hij wil niet per se te boek komen te staan als kenner van Amerikaanse comedyseries, als hij Six niet vaker had kunnen betrappen op slordigheden. Waarom moet M. zich badinerend uitlaten over een sitcom van decennia terug; waarom schreef Six de Friends kijkende passagiers de bus in? Om flauwiteiten erop los te kunnen laten?, om hoogbrauw te kunnen doen over laagbrauwcultuur? Moet het iets over Six zeggen, hee mensen kijk mij eens aantonen hoe slecht een of andere Amerikaanse serie uit tempo doeloe in elkaar zit?, of moet het iets over M. zeggen (een lichtelijk pretentieus personage is ze wel)? Maar verderop is er ook al sprake van “grijze materie” als het over hersenen gaat, niet alleen een kliesjee van jewelste maar ook diskutabel – is hersenweefsel van een levend brein niet doorbloed en dus roze? (toen t besprekerken nog een puberend scholierken was, haatte hij het altijd al zo erg als leraren zeiden dat je de “grijze materie” moest “laten werken”) En in een andere verhaallijn laat Six iemand nadenken over “eskimo’s” die “hun hele leven lang” in “een hut van ijs” verblijven; is dat wel waar?; bewonen Inuit (ja) hun “hut van ijs” niet slechts tijdelijk, bijvoorbeeld tijdens het jachtseizoen?

Dit is er weer zo een, denkt t besprekerken. Hij weet weer niet goed wat hij er van denken moet. Want ondanks alle slordigheden, ondanks de hoogdravendheid, ondanks de bij vlagen zeer gezwollen taal, blijft hij wel lezen.

Hij wil weten. Hij wil weten van M., en van haar vader. Van de jeugd, van het samen dat ooit was. M., die verderop Emma blijkt te heten, wat vaak afgekort werd tot Em of zelfs eenvoudigweg M., dus in tegenstelling tot wat t besprekerken dacht geen verwijzing naar de M. uit het gedicht van Jules Deelder (die, als hij het zich goed herinnert, van achthoog naar beneden sprong en onder zich de auto’s zag en nog één keer aan zijn Dinkey Toys dacht) (maar t besprekerken kan zich vergissen, het is vermoedelijk zo’n dertig jaar geleden dat hij dat gedicht voor het laatst onder ogen kreeg) (al speelt zelfmoord wel een rol in In het wit) (maar nu verraadt t besprekerken misschien al te veel), werd voornamelijk opgevoed door haar vader; haar moeder Iris overleed toen M. nog jong was, ze herinnert zich nauwelijks nog iets van haar moeder. En dan, in een volgend deel, wordt de hoofdrol vervuld door iemand die Iris heet en die is getrouwd met iemand die Ronald heet, wat ook de naam is van M.’s vader. Hier, zo denkt de lezer, zo dacht t besprekerken alleszins, gaat opgehelderd worden hoe dat nou zit met die moeder die M. zich niet meer herinnert; hier zitten we in Iris’ hoofd. Maar alsnog blijft veel in het vage. Gaat Iris dood op het eind? Heeft Iris zich wel goed kunnen vinden in haar moederschap? Bevraagt Six de relaties die ontstaan uit huwelijk en nageslacht: ineens ben je iemands zoon of dochter, ineens ben je iemands vader of moeder, relaties die zonder precedent zijn; vriendschap kun je leren – een vriendschap kan kapot gaan en dan weet je de volgende keer misschien beter waar je op moet letten. Maar vader, moeder, zoon, dochter – dat gaat niet meer weg. t Besprekerken voelt zich als vader helemaal op zijn plek; niets is hij ooit méér geweest dan vader; geen enkele rol is ooit zo totaal aanwezig geweest in zijn leven maar hoe moet gruwelijk moet het zijn als het ouderschap je geen, of onvoldoende, vreugde schenkt? Is dat dan leven?

Ja dat is dan leven.

En leven heeft de eigenschap altijd maar door te gaan tot het er niet meer is. Wanneer de M.-lijn hervat wordt, lijkt zij inmiddels zelf ook dement. De dingen verliezen langzaamaan hun naam. En “[z]onder naam zijn dingen gewoon maar massa”; hoe waar is dat! Neem iets waar waarvan je geen verstand hebt, machineonderdelen ofzo, en je ziet gewoon maar dingen. Of. Je komt aan, vooruit, met de trein, op een plek waar je nog nooit geweest bent – je ziet het doorheen onbeschreven ogen. Wanneer je er al een paar dagen bent, zie je de dingen anders, je kent hun onderlinge relaties, de afstanden van het een tot het ander, je weet er al een beetje je weg, je ogen zijn niet langer onbeschreven; het heeft t besprekerken op vakantie wel eens gespeten hoe snel zijn onbekendheid met die nieuwe omgeving teloor ging.

Lezend doorheen de slordigheden, de soms te dik aangezette poëzie, de kliesjees, de dingen waarvan je niet weet met welk doel Six ze inzette blijft van In het wit een muzikale en sfeervolle roman over die enkele wezenlijke levensvragen aan de orde stelt. In welke mate hebben we ons leven in eigen hand? Wat laten we teloor gaan, wat laten we vervluchtigen voor we er goed en wel grip op kregen? We kiezen onze geboorte niet, kunnen we ons einde wel zelf kiezen? t Besprekerken moest herhaaldelijk denken aan de euthanasieroman die Joost Oomen niet al te lang geleden schreef. En daartussen? Wanneer kunnen we nog weglopen, wanneer kunnen we nog terug. Wie zei je ooit dat je deze weg moest gaan? En nu loop je er, en wil je het wel, wil je het lopen wel, wil je deze weg wel.

Uiteindelijk geraakte t besprekerken in een filosofische stemming door dit bedachtzame en verstilde boek. En een schrijver die je met zijn boek het gevoel kan geven dat je normaal hebt na het beluisteren van een seedee van Dirty Three vergeef je natuurlijk ruiterlijk al zijn maniërismen.

Roderik Six In het wit

In het wit

  • Auteur: Roderik Six (België)
  • Soort boek: Vlaamse roman
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 4 september 2025
  • Omvang: 168 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 18,99 / € 10,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe Roderik Six roman

“Sneeuwen zou geen werkwoord mogen zijn. Al dat gedwarrel, die speelse kristallen die meer zweven dan vallen, het heeft niets met werk te maken. Het woord mist daadkracht en gewicht, het mist sleur.
Sneeuwen – het klinkt als de wind die met vingers van licht de kruin van een kind streelt.”

Een vrouw reist door een sneeuwlandschap. Ze is op weg naar de buitenwijk waar haar vader woont. In zijn hoofd sneeuwt het al lang. Terwijl de vlokken rond haar neerdwarrelen, moet ze een hartverscheurende beslissing nemen.

Een moeder staart door een keukenraam. Buiten speelt een kind in de sneeuw. Was dit de droom – een huis in het dorp, een dochter, een man? Is dit nu leven?

In de nieuwe, ontroerende roman In het wit van Roderik Six worstelen jonge vrouwen met oeroude dilemma’s. Met stilistisch vernuft schetst Six een teder portret van mensen op het kruispunt van leven en dood. In het wit is een intieme roman over maatschappelijke thema’s als dementie en moederschap.

Roderik Six is in 1979 geboren in Ieper en groeide op in het in het West-Vlaamse Woesten. Hij is literair journalist bij het weekblad Knack. Met zijn debuut Vloed won hij prompt De Bronzen Uil. Zijn tweede roman Val werd bekroond met de driejaarlijkse Prijs voor de Letteren van de provincie West-Vlaanderen. Roderik Six woont en werkt in Gent.

Bijpassende boeken

Henk Smeets & Fridus Steijlen – In Nederland gebleven

Henk Smeets & Fridus Steijlen In Nederland gebleven recensie en informatie boek over de geschiedenis van Molukkers 1951-2025. Op 3 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Walburg Pers het boek over de geschiedenis van Molukkers 1951-2025. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Henk Smeets & Fridus Steijlen In Nederland gebleven recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van In Nederland gebleven, De geschiedenis van Molukkers 1951-2025, geschreven door Henk Smeets en Fridus Steijlen, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “In Nederland gebleven laat op voortreffelijke wijze zien dat de geschiedenis van de Molukkers geen statisch verhaal is dat eindigt bij de aankomst in Nederland in 1951 of bij de eerste jaren hier, maar springlevend is en zich nog steeds ontwikkelt. Deze heruitgave is daarom veel meer dan een herdruk – het is een noodzakelijke actualisering van ons collectieve verhaal.” (Henry Timisela, directeur van Museum Maluku in Den Haag)

Recensie van de redactie

Toen in 1951 een groep van zo’n 13.000 Molukkers naar Nederland emigreerden omdat hun verblijf op de Molukken die onder steeds strenger Indonesisch gezag kwamen te vallen was dat het het begin van een moeizame relatie. De Molukkers kwamen met het idee dat hun verblijf in Nederland tijdelijk zou zijn en dat ze na hooguit een aantal jaren weer terug zouden keren naar de geboortegrond. Helaas bleek de realiteit voor de veelal oud KNIL-militairen anders en nu, ruim zestig jaar later, leven en wonen de meesten van hen en vooral hun nakomelingen hier nog steeds.

Henk Smeets en Fridus Steijlen hebben de weerbarstige geschiedenis van de verhoudingen tussen de Molukkers en de Nederlandse staat in dit zeer doorwrochte boek vastgelegd. De auteurs publiceerden al eerder een boek hierover. Maar dit is een herziene en uitgebreide editie van dat standaardwerk waarin ook hoofdstukken over de meest recente geschiedenis zijn toegevoegd.

Het boek gaat in detail in op de geschiedenis van de Molukkers in Nederland. De weerbarstige onderlinge verhoudingen, de opgekropte frustratie culminerend in de kapingen in de jaren zeventig van de vorige eeuw en over de verwoede pogingen om tot een samenwerking en onderling begrip te komen.

De samenwerking tussen historicus Henk Smeets en antropoloog Fridus Steijlen heeft een boek opgeleverd dat zonder twijfel het standaardwerk over dit onderwerp genoemd kan worden. Wetenschappelijk onderbouwd, vol boeiende details, weten de auteurs de op overtuigende en genuanceerde wijze de boeiende en weerbarstige geschiedenis van de Molukkers in Nederland te verwoorden. Bovendien is het boek voorzien van interessante foto’s en zeer mooi uitgegeven. Veel beter kan niet. Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (uitmuntend).

Henk Smeets & Fridus Steijlen In Nederland gebleven

In Nederland gebleven

De geschiedenis van Molukkers 1951-2025

  • Auteurs: Henk Smeets, Fridus Steijlen (Nederland)
  • Soort boek: geschiedenisboek
  • Uitgever: Walburg Pers
  • Verschijnt: 3 september 2025
  • Omvang: 640 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 39,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitmuntend)
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van het boek over Molukkers in Nederland

In 1951 kwamen ongeveer 12.900 Molukkers naar Nederland, veelal voormalige militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en hun gezinnen. De verwachting was dat ze na enkele maanden weer terug naar huis zouden gaan. Inmiddels zijn bijna 75 jaar verstreken en is maar een kleine groep teruggekeerd.

In Nederland gebleven gaat over de spanning tussen een migrantengroep en de overheid, over de gewelddadige confrontatie tussen ballingen met politieke idealen en de Nederlandse samenleving, maar óók over samenwerking van overheden en Molukkers om samen de problemen de baas te worden. Het laat zien dat integratie een langdurig proces is; een proces dat – ondanks verschillen – ook herkenbaar is bij andere migrantengroepen. Deze volledig herziene uitgave is aangevuld met nieuwe informatie en bevat een extra hoofdstuk dat de recente geschiedenis beschrijft, waarin ruime aandacht voor de derde en vierde generatie.

Bijpassende boeken en informatie