Alle berichten van Redactie

Damien Lewis – Agent Josephine

Damien Lewis Agent Josephine recensie en informatie boek over de rol van Josephine Baker tijdens de Tweede Wereldoorlog, van Parijse artiest tot onverschrokken spion. Op 19 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij Boekerij de Nederlandse vertaling van Agent Josephine, het boek van de Engelse historicus Damien Lewis over de rol die actrice Josephine Baker speelde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Damien Lewis Agent Josephine recensie en informatie

  • “Agent Josephine is een fascinerend verhaal, grondig onderzocht en rijk gedetailleerd, geschreven in de adembenemende stijl van een thriller.” (The Wall Street Journal)
  • “Vierhonderd pagina’s vol dapperheid en heldendom die lezen als een spionageroman die je niet weg kunt leggen.” (Vanity Fair)
  • “Damien Lewis beschrijft Josephine Baker met veel frisse details… Wat ons vandaag de dag het meest verleidt, is het gevoel dat een trotse revolutionair op de loer lag onder de innemende wilde, de besneeuwde glimlach. Spycraft was niet zozeer wat Baker deed, maar wie ze was.”  (The New Yorker)

Damien Lewis Agent Josephine

Agent Josephine

Van Parijse artiest tot onverschrokken spion: de rol van Josephine Baker tijdens de Tweede Wereldoorlog

  • Auteur: Damien Lewis (Engeland)
  • Soort boek: boek over Josephine Baker tijdens WOII
  • Origineel: Agent Josephine (2022)
  • Nederlandse vertaling: Marcel Misset
  • Uitgever: Boekerij
  • Verschijnt: 19 februari 2025
  • Omvang: 496 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 27,99 / € 14,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over Josephine Baker van Damien Lewis

Agent Josephine vertelt het spannende, aangrijpende verhaal van Josephine Baker als spion voor het Franse verzet tegen de nazi’s aan de hand van nieuwe bronnen en interviews

Zangeres. Actrice. Model. Spion. Vóór de Tweede Wereldoorlog stond Josephine Baker (1906-1975) bekend om haar zang en dans, haar schoonheid en sensualiteit; ze was de bestbetaalde vrouwelijke artiest in Europa. Toen de nazi’s haar geliefde stad Parijs innamen, weigerde ze er nog op te treden, tot Frankrijk weer vrij zou zijn. Maar in plaats van terug te keren naar Amerika bleef ze in Frankrijk om de naziterreur te bestrijden. Van de ene op de andere dag veranderde ze van artiest in spion van het verzet.

In Agent Josephine onthult bestsellerauteur Damien Lewis het buitengewone verhaal van Josephine Bakers transformatie. Hij put daarvoor uit een overvloed aan nieuw historisch materiaal en grondig onderzoek, waaronder niet eerder openbaar gemaakte brieven en dagboeken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen ze haar sterrenstatus gebruikte als dekmantel voor haar geheime werk, ondernam Baker gewaagde ondergrondse missies tegen de nazi’s, waarmee ze een onuitwisbare stempel op de geschiedenis drukte.

Vanaf 18 april 2025 kun je trouwens in de Josephine Baker tentoonstelling in het Verzetsmuseum Amsterdam bezoeken die vertelt over haar rol in het verzet tegen nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Damien Lewis is een prijswinnende auteur die twee decennia lang verslag deed van oorlogs- en rampgebieden voor de BBC en andere wereldwijde nieuwsorganisaties. Hij is bestsellerauteur van meer dan twintig boeken, waaronder militaire geschiedenis, thrillers en veelgeprezen memoires. Lewis woont in Dorset, Engeland.

Bijpassende boeken en informatie

Doina Ioanid – Overgangsgedichten

Doina Ioanid Overgangsgedichten recensie en informatie boek met gedichten van de Roemeense dichteres. Op 19 februari 2025 verschijnt bij Poëziecentrum de Nederlandse vertaling van Poeme de trecere de dichtbundel van de uit Roemenië afkomstige schrijfster Doina Ioanid. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Doina Ioanid Overgangsgedichten recensie en informatie

  • Doina’s gedichten bestaan uit opeenstapelingen van wilde, vrije, worstelende, wroetende, pijnlijke, en soms ook falende beelden. Wat een plezier, dacht ik, wat een moed. En ook: wat een pijn wasemt uit deze teksten. Ioanids poëzie sust en verontrust, enerveert en troost.” (Astrid Haerens in Awater)
  • “Van een ononderbroken dialoog met zichzelf en met alle personages die de innerlijke wereld van het geheugen bevolken.” (Carmen Muşat)

Doina Ioanid Overgangsgedichten

Overgangsgedichten

  • Auteur: Doina Ioanid (Roemenië)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Origineel: Poeme de trecere (2005)
  • Nederlandse vertaling: Jan H. Mysjkin
  • Uitgever: Poëziecentrum
  • Verschijnt: 19 februari 2025
  • Omvang: 72 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 23,00
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de dichtbundel van de Roemeense dichteres Doina Ioanid

In Overgangsgedichten worden de grenzen tussen het gewone leven en de droomwereld subtiel uitgedaagd. De bundel combineert persoonlijke herinneringen met magisch-realistische elementen, en daarnaast wordt Doina Ionid’s rouw om haar overleden opa uitgedrukt in brieven naar het hiernamaals.

De bundel bestaat uit twee delen: Interval en Brieven voor Opa Dumitru. In de eerste lezen we het leven van een vrouw in de ‘alledaagse onwerkelijkheid’, waar autobiografie en droom op een vaak verontrustende manier met elkaar zijn verweven.
In de tweede schrijft Ioanid de rouw om haar overleden grootvader uit, een bijzondere dode die de wereld rondtrekt en haar prentbriefkaarten stuurt.

Doina Ioanid is geboren op 24 december 1968 in Boekarest, de hoofdstad van Roemenie. Ze is een Roemeense dichteres. Ze is de auteur van vijf bundels die zonder uitzondering bestaan uit prozagedichten, die gaan van een enkele regel tot pakweg vijfentwintig regels. Overgangsgedichten is de eerste dichtbundel van haar hand die in Nederlandse vertaling verschijnt.

Bijpassende boeken en informatie

Yves Peirsman – Praat dan met mij

Yves Peirsman Praat dan met mij recensie en informatie van de nieuwe roman van de Vlaamse schrijver. Op 18 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij Tzara de nieuwe roman van de uit België afkomstige schrijver Yves Peirsman. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Yves Peirsman Praat dan met mij recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Praat dan met mij de roman van Yves Peirsman, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Yves Peirsman Praat dan met mij

Praat dan met mij

  • Auteur: Yves Peirsman (België)
  • Soort boek: coming-of-age roman
  • Uitgever: Tzara
  • Verschijnt: 18 februari 2025
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 24,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Yves Peirsman

Praat dan met mij is een verhaal over de invloed van technologie op menselijke relaties. Wanneer Dennis zijn spraak verliest door een tragisch ongeluk, doet Daan er alles aan om hem weer te helpen spreken met behulp van technologie. Maar hun vriendschap verandert, en Daan ontdekt verborgen waarheden die zijn zoektocht bemoeilijken.

De dag dat Dennis als achttienjarige afzwaait van school, komt hij met zijn fiets ongelukkig ten val. Hij houdt er een ernstige spraakstoornis aan over – een aandoening die geen dokter kan genezen. Zijn boezem-vriend Daan voelt zich schuldig aan het ongeval en besluit voor ingenieur te gaan studeren. Zo hoopt hij ooit software te kunnen ontwikkelen die Dennis kan helpen opnieuw vlot te spreken.

Maar terwijl Daan zich overgeeft aan zijn studie, raakt hij gaandeweg vervreemd van zijn vriend. Pas jaren later, wanneer hij in Schotland artificiële intelligentie onderzoekt, ziet hij eindelijk kans om Dennis te helpen. Nu hun contact weer intenser wordt, hoopt hij antwoorden te krijgen op de vragen die hem al zo lang achtervolgen. Wat gebeurde er werkelijk tijdens die noodlottige nacht? Wat hield Dennis voor hem verborgen? En waarom deed hij zo mysterieus over de dood van zijn vader?

Praat dan met mij is een boek over jonge liefde, loslaten en de verleidingen van technologie.

Yves Peirsman is in 1982 geboren in België. Hij kreeg de smaak van het schrijven te pakken toen hij als tiener drie keer op rij genomineerd werd voor de Matilda Prijs. Als schrijver en taaltechnoloog is Yves het liefst actief op het kruispunt van taal en artificiële intelligentie. Geïnspireerd door de huidige revolutie in AI werkt hij momenteel aan een roman waarin taaltechnologie een grote rol speelt. Daarnaast geeft hij vaak cursussen, lezingen en workshops over schrijven en AI.

Bijpassende boeken

David Vergauwen – Mozart

David Vergauwen Mozart recensie en informatie boek over de opera Die Zauberflöte van componist Wolfgang Amadeus Mozart. Op 18 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij Ertsberg het boek van David Vergauwen over Mozart, de muziek, de mens, de vrijmetselaar. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

David Vergauwen Mozart recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Mozart, de muziek, de mens, de vrijmetselaar, het boek van David Vergauwen, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

David Vergauwen Mozart

Mozart

De muziek, de mens, de vrijmetselaar

  • Auteur: David Vergauwen (België)
  • Soort boek: boek over klassieke muziek
  • Uitgever: Ertsberg
  • Verschijnt: 18 februari 2025
  • Omvang: 540 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 34,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over de opera Die Zauberflöte van Mozart

September 1791 – met de première van Die Zauberflöte beleeft Mozart een van de grootste successen van zijn leven. Twee maanden later sterft hij. Zijn opera leeft verder en haar geheimen en mysteries blijven tot de verbeelding spreken. Historicus en musicoloog David Vergauwen neemt elk aspect van deze opera onder de loep en behandelt de grote thema’s die onvermijdelijk Mozarts wereld bepaalden.

Dit boek biedt een verhalende kijk op Mozarts Die Zauberflöte en het fascinerende tijdsgewricht waarin deze opera werd geschreven.  Mozart: de muziek, de mens, de vrijmetselaar nodigt de lezer uit tot een exploratie doorheen de cultuur van de Weense verlichting in een tijdperk vol nieuwe ideeën en veranderende opvattingen over mens en maatschappij. Die Zauberflöte is niet alleen een meesterwerk, maar ook een vrijmetselaarswerk dat diep verweven is met de idealen van broederschap en verlichting.

Verre van een tijdloos en universeel portret van de mensheid, weerspiegelt de opera de turbulente omwentelingen van Mozarts tijd. Terwijl de verlichting de weg vrijmaakte voor vooruitgang en rede, hield Mozart vast aan de vertelkracht van sprookjes. David Vergauwen laat zien hoe dit werk de sporen draagt van een wereld in volle verandering, waarin dromen, filosofie en revolutie hand in hand gingen.

Ontdek Die Zauberflöte zoals een tijdgenoot dat zou hebben gedaan, in het brandpunt van geschiedenis en verbeelding.

David Vergauwen is geboren in 1978. Hij studeerde geschiedenis,  kunstgeschiedenis en musicologie aan de universiteiten van Gent en Brussel. Hij doctoreerde in de geschiedenis met een onderzoek naar maçonnieke muziek in België. Hij is de auteur van Kolommen van harmonie (2015) en Maçonnieke chansons in het 19de-eeuwse België (2017) en publiceerde een culturele biografie over de Brugse componist Joseph Ryelandt (2020). Momenteel is hij directeur van het Cedom, het archief en studiecentrum van de Belgische vrijmetselarij.

Bijpassende boeken en informatie

Marcus Clayton – Ponk

Marcus Clayton Ponk review, recensie en informatie van een en punkrock-antimemoire verteld door de ogen van een biraciale Afrolatino punk-academicus. Op 18 februari 2025 verschijnt bij Nightboat Books het boek ¡PÓNK! van de Amerikaanse dichter en schrijver Macrus Clayton. Hier lees je informatie van de inhoud van het boek, de auteur en de uitgave. Een Nederlandse vertaling is niet verkrijgbaar.

Marcus Clayton Ponk recensie van Tim Donker

En dan:

silencio

En dan:

música

En dan:

de stemmen, de steerjoo, iemand vraagt ¿dónde estabas tú en el 77?, iemand doet de doos aan en het is alsof punk nooit gebeurd is, en God is dood en Vos is dood en punk is dood en wij leven nog, het is bijna zomer, alles stroomt, alles kijkt, alles staat klaar, de dingen gingen en de dingen gingen naar Llanera om ons huis te zien & de ochtend opeens wat witter, langsheen de stalen binnendeuren begint Baby Bird over gelukkig doodgaan, het herinnert aan een weekendje dat toen en toen was, hoe ver is toen, hoe ver is nu, nu is hier, is vlakbij, is waar ik een broodje met rosbief beleg, ik maak er een italiaanse van want de rosbief is tajer dan ik van deze slager gewend ben, dus wat oude kaas erover raspen & wat knoflookolie & wat kruiden en broodje even laten staan voor de koffij, nu de koffij, twee keer opschenken & het eerste kopje eruit halen, pas na het eerste kopje kaneel toevoegen aan het filter, pas na twee keer opschenken kaneel toevoegen aan het filter, waarom dan pas, ik weet niet, dat is gewoon zo, je moet iedereen zijn neuroses gunnen, op momenten als dit mist t schrijverken dregke het meest, t schrijverken mist dregke altijd, t schrijverken mist dregke veel maar nooit meer dan op momenten als deze, muziek, literatuur, brood, spelen, dan stilte, dan is het tijd voor The Wild Classical Music Ensemble, en je denkt hoe ¡pónk! zou Marcus Clayton The Wild Classical Music Ensemble vinden?

Wat is ¡pónk!, u vraagt?

¡Pónk! is een boek, ik zeg, en ¡pónk! is mjoeziek ik verderzegmeer.

¡pónk! is de tonk nee de bonk of de vonk van slechtbrein koptieke tijden de tronk ter stond van transglobaal ondergrond of de droom van honderd naties of onkruideter misschien traagleven of snelweg een drie die ook een een kon zijn wat werd wat bekwam van de zonk van de dronk of de junk zo erg funk ja punk als fuck geweten door het hart de ogentroost de dood en bloei de evenmens ons tijd torens modder adem oosten heilige ravioli in een drugsvrije zone technocratische chinese griep de in radikaalste zin bevrijde punk van de Zwarte jongens en de bruine jongens en de meisjes en de vrouwen en de Aziaten en de trans en de bi en de homo’s en de lesbo’s en de armen en iedereen bevroren in de marge. ¡pónk! is de punk van Los Saicos. Waarin immer doorwortelt de wortels van de psychobilly (u dacht aan andere wortels, niet?). De punk van The Bags. Van The Linda Lindas. Van Bikini Kill. Maar evengoed de punk van Marvin Gaye of Prince. In ¡pónk! hoeft de gitaar niet leidend te zijn. De houding. De idee. De luidheid van de houding, en van de idee. Meer punk dan ¡ponk! wordt het niet, zeker niet als ver als de witte punk gaat. De witte punk die ziek werd van zijn eigen oi. O. Het begon goed. In eerste instantie wilde oi punk alleen maar democratiseren. Er heeft, niettegenstaande alle anarchie, altijd iets elitairs gekleefd aan punk; het waren veelal witte mannen uit de gegoede burgerij die punk maakten, en zongen over sociale ongelijkheid. Oi wou een punk voor het volk. Cockney Rejects. Angelic Upstairs. Sham 69. Maar met Skrewdriver kreeg oi een uiterst onfrisse wending. De boze oompjes. Dat krijg je als je dingen naar het volk brengt. Want het volk is altijd boos. Op alles dat het niet begrijpt, op alles dat niet goed genoeg lijkt op het volk is het volk boos. Vijandig. Bekrompen. Onverdraagzaam. Voor de witte punks kan alleen Minor Threat punk zijn. Schuldig aan wit zijn. Schuldig aan gelijk hebben (oke dat werkt alleen in het Engels). Voor de witte punks kan alleen FEAR punk zijn (maar eerlijk is eerlijk, Clayton, FEAR is niet halfslecht) (Scott Thunes heeft bij FEAR gespeeld) (voorwaar, ik zeg u). Witte punks zeggen: punk is Sex Pistols. Maar ¡pónk! zegt: Sex Pistols gaat niet over muziek, en nog minder over punk, Sex Pistols gaat over mode, Sex Pistols was een godverdomd boybandje! (de nagel op de kop, Clayton, de nagel op de kop) (maar niet alle pijlen op Lydon me peinst, PIL was al veel beter dan Sex Pistols, PIL was punk en misschien zelfs wel bijna ¡pónk!)(en ik heb wel eens beelden gezien waaruit bleek dat Lydon een ongelooflijk aardige gast is) (ach hij had mij al toen hij die bolle van de wereld draait door afbekte vanwege zijn stomme onkundige domme gelul).

Dus ja. ¡Pónk! is, u snapt, een muziekboek. Hoofdpersoon Moose is gitarist in de ¡pónk!-band Pipebomb! En dus gaat veel van dit boek over gedoe in repetitieruimtes, over optredens, over hoe het is om in kleine zaaltjes te spelen, een optreden voor voornamelijk witte punks die liever Agnostic Front hadden gezien, die klojo’s van Pipebomb! spelen te langzaam, als een soort pseudo-Fugazi ofzo, de gitarist draagt een shirt met bloemen erop, bloemen!, god betere het, dat is niet punk, een moeizame, eerder gewelddadige moshpit. Drummer Id y Yacht scheldt het publiek uit voor posers (wie was het weer die vanaf het podium riep Bring me a dead poser!, waarop, zo gaat toch het verhaal, heel het publiek als één man de zaal uit rende op zoek naar posers die ze konden kielhalen, was dat Paul Baloff?) (leeft Paul Baloff nog?) (leeft die poser nog?). Maar evengoed de geslaagde konserten, de lof, en de bijna lieve moshpits. Het mooist, echter, vond ik een scéne waarin Pipebomb! zich vlak voor een optreden aan het inspelen is. Het publiek is er nog niet. Dat publiek. Met zijn houdinkjes zijn posetjes zijn meninkjes zijn ideetjes. Bij afwezigheid van dat alles kan de muziek vrijelijk stromen. Zonder één man publiek verzorgt Pipebomb! een fenomenaal optreden. De muziek is overal. In de speakers, daarbuiten, daarboven, daaronder. Muziek als roes. De allerhoogste. De helende kracht van het universum. Als Albert Ayler ooit zei. In slechts enkele, maar zeer briljante, regels beschrijft Clayton hoe het (denk ik) is om muziek te maken, deelachtig zijn aan die ene dimensie die de luisteraar nooit kan ervaren: tegelijk zender en ontvanger te zijn. De roes creëren én hem ondergaan. Mojer dan dit is er zelden over muziek geschreven. Want je voelt het. De lezer voelt het. De lezer voelt dan en daar de mjoeziek uit zijn vingertoppen stromen en dan weet je dat de schrijver een magiër is.

Ook als het niet over Pipebomb! gaat, gaat ¡Pónk! over muziek. Moose is niet alleen muzikant maar ook academicus. Als professor geeft hij les in Engelse compositie. Tijdens een college geeft hij studenten de opdracht om te luisteren naar de liedjes die hij op zet om dan, als thesis, zo onderbouwd mogelijk, te formuleren wat er goed of slecht aan is. Moose laat Tourettes voorbij komen. Van Nirvana’s zwanenzang In Utero. Een plaat velen malen beter dan Nevermind naar toch nog altijd een zwaar overschatte band, dat Nirvana (als The Sex Pistols) (en ja, zeker ook Boele, als The Beatles) (meent gij nu echt dat The Beatles alles vanaf kras maakten?). Een student reageert op clichématige, voordehandliggende manier op het lied, een andere student maakt veel doordachtere opmerkingen. En dan vooral de gedachten die die eerste student aanjoeg bij Moose! Ik lachte de vroege ochtend -het was nog maar kwart na zes- aan flarden. Ofnee. Dat is niet waar. Ik grinnikte een paar krasjes op een knisperverse ochtend. Dat wel. Want niet alleen de mjoeziek. Ohnee. Ook de humor.

En.

Alles waarin ¡Pónk! méér is dan een muziekboek. Deze roman gaat ook over de even onuitroeibare als diepmenselijke neiging alles altijd maar te willen klasseren. De muur waar Pipebomb! veelal tegenaan loopt: is hun muziek wel punk genoeg? Is hun kleding wel punk genoeg? Is hun alles wel punk genoeg? U weet wel hoe dat gaat. Wees iets te scheutig met een element of twee en voor je het weet hoor je ineens in een gans ander genre thuis. Verdoemd de punker die zich te buiten gaat aan grindcore, dan speelt hij toch echt powerviolence! (maar ach, probeer maar eens iets tegen Charles Bronson te hebben!) (de band, niet het filmpersonage). Pipebomb! wordt, bijvoorbeeld, geboekt voor een QTPOC-festival (misschien ben ik een wereldvreemde dwaas, maar ik moest dat opzoeken, het betekent Queer and Trans People of Colour) maar niemand in de band is Q of T, en slechts twee bandleden zijn POC. In welke hokjes wordt de band gepropt, in welke hokjes wil de band beslist niet gepropt? Ook in zijn persoonlijke leven worstelt Moose met dit soort vragen. Zijn moeder is Costaricaans; zijn vader is Zwart, en hiermee staat het hoogleraarschap van Moose op de universiteit goed op de diversiteitslijst. En kan hij de lesstof misschien wat “ontkoloniseren”. Maar waar staat hij als persoon? En als hij naar een hogergeplaatste stapt omdat een student, een nazi, een aardige gast eigenlijk wel, die nazi, een essay geschreven heeft waarin echt verschrikkelijke dingen over Mexicanen staan, is het commentaar slechts een lauw “ach dit is maar een ruwe versie, met wat herzieningen betert dat wel”. En hoe kan hij, Moose, zelf eigenlijk die superwitte academiese wereld verenigen met zijn ¡ponk!-hart en zijn half Costaricaanse, half Zwarte achtergrond? En is hij voor de familie van zijn moeder eigenlijk nog wel Costaricaans genoeg? En hoe met al die agenten in de familie, een nicht begint zelfs een “blue lifes matter”-beweging, en daar komt Moose opdraven, op een familiefeestje waar het dus stikt van de agenten, met zijn punky ACAB-speldje (misschien ben ik een wereldvreemde dwaas, maar ik moest dat opzoeken, het betekent All Cops Are Bastards). Moose’s vriendin, Turtledove, ineens academicus, kent gelijke worstelingen. Grappig, op een wat wrange manier dan, is de scene waarin ze een lezing houdt die onophoudelijk wordt verstoord door een vent met een MAGA-petje (misschien ben ik een wereldvreemde dwaas, maar ik moest dat opzoeken, het betekent Make America Great Again, het is zo’n achterlijk Trump-petje), uiteindelijk loopt Turtledove boos de zaal uit, rukt het MAGA-petje van die vent zijn kop, loopt ermee de straat op, werpt het in de zee maar bedenkt zich even later dat dat niet strookt met haar milieubewuste uitgangspunten; in een poging in een tamelijk woeste zee het petje op te vissen, verliest ze haar spijkerjas – de pet is gered maar uiteindelijk is er veel meer vervuilend materiaal in de zee achtergebleven.

“To be othered”, is een belangrijk thema in dit boek. Is daar een goede Nederlandse term voor? Geanderd worden, nee ik hou het voorlopig op “tot de Ander” gemaakt worden. Er is altijd wel een groep die zich het recht toe eigent aan te wijzen wie de “Anderen” zijn. Die “Anderen” kunnen er alleen maar zijn als er een maatstaf is; de groep die zichzelf tot maat neemt. Wij. Ons. Er zijn er die bij ons mogen horen, en er zijn er die niet bij ons mogen horen. Het gepolitiekiseerde ons; de gepolitiekiseerde “Ander”. De gemarginaliseerden. De afgewezenen. Degenen die niet zijn als alle anderen, en daarmee de radikale “Andere” zijn. Omdat je afkomst anders is, je denkkaders anders zijn, en je punk zo anders is dat het prompt ¡pónk! geworden is.

Niet alleen de personages, ook het boek zelve laat zich lastig kaderen. Is het autofictie? Marcus Clayton heeft een moeder die uit Costa Rica komt, en zijn vader is Zwart. Marcus Clayton geeft les. (ben jij borg nu?) (hij heeft je waarschijnlijk geblokkeerd op soosjale media) (hij haat augurken al bijna net zo erg als hij Taylor Swift haat). Marcus Clayton speelt in een punkband, p’don, in een ¡pónk!band, niet Pipebomb! (ik ken een band die This Bike Is A Pipe Bomb heet) maar tudors. Marcus Clayton schrijft over dingen die bestaan. Agenten bestaan, Tinder bestaat, universiteiten bestaan, de oceaan bestaat. Hoeveel Clayton zit er in Moose? In ieder geval is niet alles pure fictie hier.

Of lees ik hier een libretto, een opera, dagboekproza misschien? Een brievenroman, zou kunnen. Het boek bevat een paar brieven, elektronies of anderszins; de interessantste ervan is die van Moose aan een zangeres. Of. Naja. De Moose van voor hij Turtledove kende had wat afspraakjes via Tinder; een ervan met een vrouw, de mysterieuze J, die inmiddels, en hoeveel daarvan is echt? vraagt een mens zich onwillekeurig af, een tamelik bekende zangeres zou zijn, nu getrouwd met een vrouw. De brief reflecteert op het handvol afspraakjes dat Moose en J met elkaar gehad heeft en is alleen al lezing van het hele boek waard. Wat te denken van iemand die een vrouw op het twede afspraakje reeds Algiers laat horen – wat een goede band is dát- –ik heb ze ook in mijn seedeekast– —een seedee die een titel deelt met een boek van Blake Butler— —-waarom heb ik na een jaar nog steeds Aannex niet helemaal uitgelezen?—- wat leidt tot een gesprek over de vraag of Algiers wel echt punk te noemen is wat leidt tot een gesprek over de vraag of een opname van de Apocalyps niet de ultieme punkplaat zou opleveren, sjee, wat een fantasties twede afspraakje moet dat geweest zijn? Moose mijmert erover in de brief aan de vrouw. Sluit af met een hele rake opmerking over woordspelingen: waarom zou het grappig zijn dat iets ook iets anders kan betekenen? Het is de gemakkelijkste vorm van humor inderdaad (je hoeft er zelf immers geen enkel komies talent voor te hebben), en dat woordspelingen überhaupt als humor worden gezien, geeft eigenlijk wel te denken. Zozeer te denken dat het een (vestzak)essay waard zou zijn. Dus. ¡Pónk! als filosofie?

Kan ook.

Of. Het treatment van een documentaire-achtige film?
Een psychosociaal pamflet?
Een boeklang experimenteel poëem?

Of toch maar gewoon een verpletterend mooi muziekboek?

Ten laatste: boek als muziek. De daver van vroege Swans, de vrijheid van Joe McPhee, de poëzie van Art Ensemble of Chicago, de onplaatsbaarheid van Sun Ra, de duisterheid van Nordvargr/Drakh, het anarchisme van You Fantastic! en de punk van ¡pónk!. En dat alles in een nergens dat Llanera heet.

Marcus Clayton Ponk review by Tim Donker

And then:

silence

And then:

music

And then:

the voices, the steering, someone asks ¿dónde estabas tú en el 77?, someone turns on the box and it’s as if punk never happened, and God is dead and Vos is dead and punk is dead and we’re still alive, it’s almost summer, everything flows, everything looks, everything stands ready, the things went and the things went to Llanera to see our house & the morning suddenly a bit whiter, along the steel interior doors Baby Bird starts about dying happy, it reminds of a weekend that was then and then, how far is then, how far is now, now is here, is nearby, is where I make a sandwich with roast beef, I make it Italian because the roast beef is tougher than I’m used to from this butcher, so some old cheese grated over it & some garlic oil & some herbs and let the sandwich sit while making coffee, now the coffee, pour twice & take out the first cup, only after the first cup add cinnamon to the filter, only after pouring twice add cinnamon to the filter, why only then, I don’t know, that’s just how it is, you have to grant everyone their neuroses, at moments like this the writer misses dregke the most, the writer always misses dregke, the writer misses dregke a lot but never more than at moments like these, music, literature, bread, playing, then silence, then it’s time for The Wild Classical Music Ensemble, and you think how ¡pónk! would Marcus Clayton find The Wild Classical Music Ensemble?

What is ¡pónk!, you ask?

¡Pónk! is a book, I say, and ¡pónk! is mjoeziek I continue.

¡pónk! is the clunk no the thunk or the spark of bad-brain optic times the trunk at once of transglobal underground or the dream of a hundred nations or weeder perhaps slow-living or highway a three that could also be a one that became what accomplished from the sink of the drunk or the junk so much funk yes punk as fuck known by the heart the eyebright the death and bloom the even-man our time towers mud breath east holy ravioli in a drug-free zone technocratic Chinese flu the in most radical sense liberated punk of the Black boys and the brown boys and the girls and the women and the Asians and the trans and the bi and the gays and the lesbians and the poor and everyone frozen in the margin. ¡pónk! is the punk of Los Saicos. In which always roots the roots of psychobilly (you thought of other roots, didn’t you?). The punk of The Bags. Of The Linda Lindas. Of Bikini Kill. But equally the punk of Marvin Gaye or Prince. In ¡pónk! the guitar doesn’t have to be leading. The attitude. The idea. The loudness of the attitude, and of the idea. It doesn’t get more punk than ¡ponk!, certainly not as far as white punk goes. The white punk that got sick of its own oi. O. It started well. Initially oi punk just wanted to democratize. There has, despite all the anarchy, always stuck something elitist to punk; it was mostly white men from the well-to-do bourgeoisie who made punk, and sang about social inequality. Oi wanted punk for the people. Cockney Rejects. Angelic Upstairs. Sham 69. But with Skrewdriver oi took an extremely unsavory turn. The angry uncles. That’s what you get when you bring things to the people. Because the people are always angry. At everything they don’t understand, at everything that doesn’t seem good enough like the people, the people are angry. Hostile. Narrow-minded. Intolerant. For the white punks only Minor Threat can be punk. Guilty of being white. Guilty of being right (okay that only works in English). For the white punks only FEAR can be punk (but to be fair, Clayton, FEAR isn’t half bad) (Scott Thunes has played with FEAR) (truly, I tell you). White punks say: punk is Sex Pistols. But ¡pónk! says: Sex Pistols isn’t about music, and even less about punk, Sex Pistols is about fashion, Sex Pistols was a goddamn boy band! (hit the nail on the head, Clayton, hit the nail on the head) (but not all arrows at Lydon methinks, PIL was already much better than Sex Pistols, PIL was punk and maybe even almost ¡pónk!)(and I’ve seen footage that showed Lydon is an incredibly nice guy) (ah he had me when he dissed that spherical earth spinner for his stupid ignorant dumb bullshit).

So yes. ¡Pónk! is, you understand, a music book. Main character Moose is a guitarist in the ¡pónk! band Pipebomb! And so much of this book is about hassles in rehearsal rooms, about performances, about what it’s like to play in small venues, a performance for mainly white punks who would have preferred to see Agnostic Front, those clowns from Pipebomb! play too slowly, like some pseudo-Fugazi or something, the guitarist wears a shirt with flowers on it, flowers!, God help us, that’s not punk, a difficult, rather violent mosh pit. Drummer Id y Yacht calls the audience posers (who was it again who shouted from the stage Bring me a dead poser!, whereupon, so the story goes, the entire audience as one man ran out of the hall looking for posers they could keel-haul, was that Paul Baloff?) (is Paul Baloff still alive?) (is that poser still alive?). But equally the successful concerts, the praise, and the almost sweet mosh pits. The most beautiful thing, however, I found a scene where Pipebomb! is warming up just before a performance. The audience isn’t there yet. That audience. With its attitudes its poses its opinions its little ideas. In the absence of all that, the music can flow freely. Without a single audience member, Pipebomb! delivers a phenomenal performance. The music is everywhere. In the speakers, outside them, above them, below them. Music as intoxication. The highest of all. The healing power of the universe. As Albert Ayler once said. In just a few, but very brilliant, lines Clayton describes how it (I think) is to make music, to partake in that one dimension that the listener can never experience: to be both sender and receiver simultaneously. To create the intoxication AND experience it. More beautiful than this has rarely been written about music. Because you feel it. The reader feels it. The reader then and there feels the mjoeziek flow from their fingertips and then you know the writer is a magician.

Even when it’s not about Pipebomb!, ¡Pónk! is about music. Moose is not only a musician but also an academic. As a professor he teaches English composition. During a lecture he gives students the assignment to listen to the songs he plays and then, as a thesis, formulate as substantiated as possible what’s good or bad about it. Moose plays Tourettes. From Nirvana’s swan song In Utero. A record many times better than Nevermind yet still a heavily overrated band, that Nirvana (like The Sex Pistols) (and yes, certainly also Boele, like The Beatles) (do you really believe The Beatles made everything from scratch?). One student responds in a clichéd, obvious way to the song, another student makes much more thoughtful remarks. And then especially the thoughts that first student aroused in Moose! I laughed the early morning -it was only quarter past six- to shreds. Or no. That’s not true. I chuckled a few scratches on a crispy morning. That yes. Because not only the mjoeziek. Oh no. Also the humor.

And.

Everything in which ¡Pónk! is MORE than a music book. This novel is also about the equally ineradicable and deeply human tendency to always want to classify everything. The wall that Pipebomb! often runs into: is their music punk enough? Is their clothing punk enough? Is their everything punk enough? You know how it goes. Be a bit too generous with an element or two and before you know it you suddenly belong in a completely different genre. Damn the punker who indulges in grindcore, then he really plays powerviolence! (but ah, try to have something against Charles Bronson!) (the band, not the film character). Pipebomb! is, for example, booked for a QTPOC festival (maybe I’m a sheltered fool, but I had to look that up, it means Queer and Trans People of Colour) but no one in the band is Q or T, and only two band members are POC. In what boxes is the band put, in what boxes does the band definitely not want to be put? Also in his personal life Moose struggles with these kinds of questions. His mother is Costa Rican; his father is Black, and with this Moose’s professorship at the university looks good on the diversity list. And can he perhaps “decolonize” the curriculum a bit. But where does he stand as a person? And when he goes to a superior because a student, a Nazi, actually a nice guy though, that Nazi, has written an essay with really terrible things about Mexicans in it, the comment is just a lukewarm “ah this is just a rough version, with some revisions it will get better”. And how can he, Moose, actually reconcile that super-white academic world with his ¡ponk! heart and his half Costa Rican, half Black background? And is he actually still Costa Rican enough for his mother’s family? And how about all those cops in the family, a cousin even starts a “blue lifes matter” movement, and there Moose shows up, at a family party that’s crawling with cops, with his punky ACAB badge (maybe I’m a sheltered fool, but I had to look that up, it means All Cops Are Bastards). Moose’s girlfriend, Turtledove, also an academic, has similar struggles. Funny, in a somewhat bitter way, is the scene where she gives a lecture that is constantly interrupted by a guy with a MAGA cap (maybe I’m a sheltered fool, but I had to look that up, it means Make America Great Again, it’s one of those stupid Trump caps), finally Turtledove angrily walks out of the hall, snatches the MAGA cap from that guy’s head, goes outside with it, throws it in the sea but then realizes that doesn’t align with her environmentally conscious principles; in an attempt to fish the cap out of a rather turbulent sea, she loses her denim jacket – the cap is saved but ultimately much more polluting material has remained in the sea.

“To be othered” is an important theme in this book. Is there a good Dutch term for that? Being othered, no I’ll stick with “being made into the Other” for now. There’s always a group that arrogates to itself the right to indicate who the “Others” are. Those “Others” can only exist if there’s a standard; the group that takes itself as the measure. We. Us. There are those who may belong with us, and there are those who may not belong with us. The politicized us; the politicized “Other”. The marginalized. The rejected. Those who are not like all others, and thereby the radical “Other”. Because your background is different, your frameworks of thought are different, and your punk is so different that it promptly became ¡pónk!.

Not only the characters, but the book itself is difficult to frame. Is it autofiction? Marcus Clayton has a mother who comes from Costa Rica, and his father is Black. Marcus Clayton teaches. (are you sure now?) (he probably blocked you on social media) (he hates pickles almost as much as he hates Taylor Swift). Marcus Clayton plays in a punk band, sorry, in a ¡pónk! band, not Pipebomb! (I know a band called This Bike Is A Pipe Bomb) but tudors. Marcus Clayton writes about things that exist. Cops exist, Tinder exists, universities exist, the ocean exists. How much Clayton is there in Moose? In any case, not everything here is pure fiction.

Or am I reading a libretto, an opera, diary prose perhaps? An epistolary novel, could be. The book contains a few letters, electronic or otherwise; the most interesting of which is from Moose to a singer. Or. Well. The Moose from before he knew Turtledove had some dates via Tinder; one of them with a woman, the mysterious J, who by now, and how much of that is real? one wonders involuntarily, would be a fairly well-known singer, now married to a woman. The letter reflects on the handful of dates that Moose and J had together and is worth reading the entire book for on its own. What to think of someone who lets a woman listen to Algiers on the second date – what a good band that is–I have them in my CD case too– —a CD that shares a title with a book by Blake Butler— —-why haven’t I finished reading Aannex after a year?—- which leads to a conversation about whether Algiers can really be called punk which leads to a conversation about whether a recording of the Apocalypse wouldn’t yield the ultimate punk record, jeez, what a fantastic second date that must have been? Moose muses about it in the letter to the woman. Closes with a very apt remark about puns: why would it be funny that something can also mean something else? It’s the easiest form of humor indeed (you don’t need any comedic talent for it yourself after all), and that puns are seen as humor at all, really gives you something to think about. So much to think about that it would be worth a (pocket) essay. So. ¡Pónk! as philosophy?

Could be too.

Or. The treatment for a documentary-like film? A psychosocial pamphlet? A book-length experimental poem?

Or just simply a devastatingly beautiful music book?

Lastly: book as music. The thunder of early Swans, the freedom of Joe McPhee, the poetry of Art Ensemble of Chicago, the unplaceability of Sun Ra, the darkness of Nordvargr/Drakh, the anarchism of You Fantastic! and the punk of ¡pónk!. And all that in a nowhere called Llanera.

Marcus Clayton Ponk

¡PÓNK!

A punk rock anti-memoir told through the eyes of a biracial Afrolatino punk academic

  • Auteur: Marcus Clayton (Verenigde Staten)
  • Soort boek: muziekboek
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Nightboat Books
  • Verschijnt: 18 februari 2025
  • Omvang: 240 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: $ 19,95 / $ 19,95
  • Boek bestellen bij: Amazon / Bol

Flaptekst van het boek van Marcus Clayton

¡PÓNK! follows Moose, an alienated academic and lead guitarist for Pipebomb!, as he navigates through spaces in and out of South East Los Angeles: punk clubs, college classrooms, family gatherings, street protests, and euphoric backyard shows. Oscillating between autofiction, memoir, and lyric, Clayton blurs genres while articulating the layered effects of racism, trauma, immigration, policing, Black hair, performance, and toxic academic language to uncover how one truly becomes an “ally.” Borrowing from the spatial lyricism of Claudia Rankine, the genre-bending storytelling of Alexander Chee, and the racial musings of James Baldwin, ¡PÓNK!’s narrative takes back punk rock and finds safe space in the mosh pit.

Bijpassende boeken

Yosa Buson – Een mandje aarde

Yosa Buson Een mandje aarde recensie en informatie boek met haiku’s en poëzie van de Japanse dichter. Op 14 maart 2025 verschijnt bij uitgeverij Athenaeum de Nederlandse vertaling van het boek met haiku’s van de uit Japan afkomstige dichter Yosa Buson. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Yosa Buson Een mandje aarde recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Een mandje aarde, het boek met haikugedichten van de Japanse dichter Yosa Buson, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Yosa Buson Een mandje aarde

Een mandje aarde

  • Auteur: Yosa Buson (Japan)
  • Soort boek: haiku’s, Japanse gedichten
  • Nederlandse vertaling: Jos Vos
  • Uitgever: Athenaeum
  • Verschijnt: 14 maart 2025
  • Omvang: 480 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 37,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek met haiku’s van de Japanse dichter Yosa Buson

Na Matsuo Basho, die als eerste de haiku tot een volwaardig literair genre verhief, wordt Yosa Buson (1716-1784) algemeen beschouwd als de voornaamste Japanse haikudichter. In vergelijking met zijn voorganger gaf Buson de voorkeur aan wereldser, sensueler en soms ronduit ‘fantastische’ onderwerpen. Deze groots opgezette bloemlezing bevat meer dan 750 haiku’s én zijn beste prozastukken én drie van zijn kettingverzen en ten slotte ook de experimentele gedichten waarin hij uitdrukking gaf aan zijn diepste gevoelens. Al het opgenomen materiaal is uiteraard voorzien van verhelderend commentaar.

Yosa Buson werd geboren in 1716 in een Japans dorpje even ten noorden van het toenmalige Osaka. Hij verhuisde naar Edo (nu Tokyo), waar hij kettinggedichten (renku) leerde schrijven, en naar Kyoto, waar hij een reputatie verwierf als artiest in de speelse stijl van de bunjin (‘literaten’). Tien jaar later ontpopte hij zich als leidende figuur in hoofdstedelijke haikukringen. Hij overleed op 17 januari 1784, 68 jaar oud en is begraven in de Konpuku-ji tempel in Kioto, Japan.

Bijpassende boeken en informatie

Nederlandse journalist van het jaar

Nederlandse journalist van het jaar. Wie is verkozen tot de journalist van het jaar in Nederland? Welke journalisten hebben de prijs gewonnen? Wat houdt de verkiezing van Nederlandse journalist van het jaar in? Wie organiseert de verkiezing?

Nederlandse journalist van het jaar

Het tijdschrift en journalistieke platform Villamedia organiseert jaarlijks de verkiezing van Nederlandse journalist van het jaar. De juryprijs wordt sinds 2006 uitgereikt door op basis van een verkiezing door de redactieadviesraad en de redactie van Villamedia.

De eerste persoon die tot journalist van het jaar is verkozen was Joris Luyendijk in 2006. In 2024 is rechtbankverslaggever en misdaadjournalist Saskia Belleman van de Telegraaf de eer ten deel gevallen, zoals midden februari 2025 bekend is gemaakt.


Nieuwsbrief nieuwe boeken en recensies

Elke week de nieuwste boekentips en recensies? Meld je aan voor de nieuwsbrief.


Overzicht van journalist van het jaar in Nederland

Onderstaand het overzicht van journalisten die zijn uitgeroepen tot journalist van het jaar in chronologische volgorde.

  • 2024 | Saskia Belleman (De Telegraaf) voor haar rechtbankverslaggeving en podcast over vrouwenmoord.
  • 2023 | Roelof Bosma voor het onderzoek naar pfas-lozingen van de Chemoursfabriek in het grondwater.
  • 2022 | Tim Hofman voor de onthullingen over misstanden bij The Voice in zijn YouTube-programma BOOS.
  • 2021 | Maarten Keulemans (de Volkskrant) voor zijn onvermoeibare verslaggeving van de corona-epidemie.
  • 2020 | Geertjan Lassche voor het bedenken en maken van het BNNVARA-programma Frontberichten.
  • 2019 | Jan Kleinnijenhuis (Trouw) en Pieter Klein (RTL) voor hun diepgravende en langdurige onderzoek naar de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst.
  • 2018 | Jet Schouten en Joop Bouma voor hun groot wereldwijd onderzoek naar regelgeving omtrent implantaten
  • 2017 | Eric Smit en Kim van Keken voor hun activiteiten bij Follow the Money.
  • 2016 | Sarah Sylbing en Ester Gould voor hun documentaire-serie Schuldig.
  • 2015 | Bas Haan
  • 2014 | Olaf Koens
  • 2013 | Rob Wijnberg
  • 2012 | Hans Jaap Melissen voor zijn reportages over de Arabische lente.
  • 2011 | Brenno de Winter
  • 2010 | Robert Chesal en Joep Dohmen voor hun onthullingen over seksueel misbruik in de Nederlandse katholieke kerk.
  • 2009 | Antoinette Hertsenberg voor de berichtgeving in het programma TROS Radar over de kredietcrisis en in het bijzonder over de DSB Bank.
  • 2008 | Bram Vermeulen
  • 2007 | Ben Rogmans omdat hij Nederland verrijkte met een gratis kwaliteitsdagblad, waarin optimisme, onaangepastheid en enthousiasme de toon aangeven.
  • 2006 | Joris Luyendijk

Bijpassende informatie

Afbeelding bovenzijde: M. Winkler (Unsplash)

Michelle de Kretser – Theory & Practice

Michelle de Kretser Theory & Practice recensie, review en informatie van de nieuwe roman van de op Sri Lanka geboren Australische schrijfster. Op 18 februari 2025 verschijnt bij Catapult de nieuwe roman van Michelle de Kretser. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave. Een Nederlandse vertaling van de roman is niet verkrijgbaar.

Michelle de Kretser Theory & Practice recensie, review en informatie

  • “This appears to be De Kretser’s impetus: to tread where Woolf refrained, to push the margins of what a novel can look and feel like. It also asks questions of the act of reading itself . . . This is a book of intrusions: of unacknowledged inequalities, of flawed maternal figures, of raw human emotions (our ‘morbid symptoms’) . . . So much is condensed into its brief length, not least of which is a probing interrogation of novels and why we write them . . . As De Kretser accomplishes in Theory & Practice, they allow witness of life’s ‘messy, human truth,’ told without shame.” (Jack Calil, The Guardian)
  • “Theory & Practice is a thrillingly original hybrid work that seeks truthful answers to the most difficult questions of the day—questions about the nature of love, art, and desire, about the thorny cultural legacy of colonialism and the unappeasable human yearning for connection.” (Sigrid Nunez, schrijfster)

Michelle de Kretser Theory & Practice

Theory & Practice

  • Auteur: Michelle de Kretser (Australië)
  • Soort boek: Australische coming of age-roman
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Catapult
  • Verschijnt: 18 februari 2025
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: $ 25,00 / $ 12,99
  • Boek bestellen bij: Amazon / Bol

Flaptekst van de nieuwe roman van Michelle de Kretser

A new novel of startling intelligence from prizewinning Australian author Michelle de Kretser, following a writer looking back on her young adulthood and grappling with what happens when life smashes through the boundaries of art.

It’s 1986, and “beautiful, radical ideas” are in the air. The narrator of Theory & Practice, a young woman originally from Sri Lanka, arrives in Melbourne for graduate school to research the novels of Virginia Woolf. In the bohemian neighborhood of St. Kilda she meets artists, activists, students—and Kit. He claims to be in a “deconstructed relationship.” They become lovers, and the narrator’s feminism comes up against her jealousy. Meanwhile, an entry in Woolf’s diary upends what the narrator knows about her literary idol, and throws her own work into disarray.

What happens when our desires run contrary to our beliefs? What should we do when the failings of revered figures come to light? Who is shamed when the truth is told? Michelle de Kretser’s new novel offers a spellbinding meditation on the moral complexities that arise in the gap between our values and our lives.

Michelle de Kretser was born in 1957 in Colombo, Sri Lanka. Her family emigrated to Australia when she was a teenager, and she was educated in Melbourne and Paris. She is the author of five novels, including the Miles Franklin Award winners Questions of Travel and The Life to Come, the Man Booker Prize long–listed The Lost Dog, and a novella, Springtime. De Kretser now lives in Sydney with her partner, the poet and translator Chris Andrews. She is an honorary associate of the English department at the University of Sydney.

Bijpassende boeken en informatie

Sarah Jones – Disposable

Sarah Jones Disposable recensie, review en informatie boek over Amerika’s minachting voor de onderklasse. Op 18 februari 2025 verschijnt bij Avid Reader Press het nieuwe boek van de Amerikaanse journalist en schrijfster Sarah Jones. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Sarah Jones Disposable recensie, review en informatie

  • “Incisive . . . In the tradition of Barbara Ehrenreich, [Jones] combines interviews and firsthand observation of poverty with deeply researched history. . . . A full-throated, class-first critique of how the right-wing tendencies of American capitalism made the pandemic so devastating for the working poor . . . What Jones brings to this telling is an unflinching focus on American capital, its unholy marriage to the political class, and the way that union has eroded ordinary people’s faith in authorities.” (The New Republic)
  • “Jones, a senior writer for New York magazine covering politics and religion, offers a mix of reporting and personal narrative as she explores inequality in the United States. Using COVID as her marker, she exposes how the nation creates an underclass it then sacrifices; she also lays out arguments to turn the tide.” (Library Journal)

Sarah Jones Disposable

Disposable

America’s Contempt for the Underclass

  • Auteur: Sarah Jones (Verenigde Staten)
  • Soort boek: journalistiek boek, reportage
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Avid Reader Press
  • Verschijnt: 18 februari 2025
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook / luisterboek
  • Prijs: $ 30,00 / $ 14,99 / $ 25,99
  • Boek bestellen bij: Amazon / Bol / Libris

Flaptekst boek van Sarah Jones over de onderklasse van Amerika

In a compelling blend of personal narrative and in-depth reporting, New York magazine senior writer Sarah Jones exposes the harsh reality of America’s racial and income inequality and the devastating impact of the pandemic on our nation’s most vulnerable people.

In the tradition of Matthew Desmond’s Evicted and Andrea Elliot’s Invisible ChildDisposable is a poignant exploration of America’s underclass, left vulnerable by systemic racism and capitalism. Here, Sarah Jones delves into the lives of the essential workers, seniors, and people with disabilities who were disproportionately affected by COVID-19—not due to their age or profession, but because of the systemic inequality and poverty that left them exposed.

The pandemic served as a stark revelation of the true state of America, a country where the dream of prosperity is a distant mirage for millions. Jones argues that the pandemic didn’t create these dynamics, but rather revealed the existing social mobility issues and wealth gap that have long plagued the nation. Behind the staggering death toll are stories of lives lost, injustices suffered, and institutions that failed to protect their people.

Jones brings these stories to the forefront, transforming the abstract concept of the pandemic into a deeply personal and political phenomenon. She argues that America has abandoned a sacrificial underclass of millions but insists that another future is possible. By addressing the pervasive issues of racial justice and public policy, Jones calls for a future where no one is seen as disposable again.

Sarah Jones is a senior writer for New York magazine, where she covers politics and religion. She was previously a staff writer for The New Republic and her work has been published by The Nation, the Columbia Journalism Review, and Dissent magazine. Jones won the 2019 Mirror Award for commentary and has been a fellow at the Virginia Center for the Creative Arts. She is active on social media (@OneSarahJones). Originally from rural Washington County, Virginia, she now lives in Brooklyn with her husband.

Bijpassende boeken

Martine Gosselink – De nacht van de gestolen schilderijen

Martine Gosselink De nacht van de gestolen schilderijen recensie en informatie kinderboek over Museum het Mauritshuis. Op 18 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij Rubinstein het 10+ jaar kinderboek van Martine Gosselink, met illustraties van Jeska Verstegen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Martine Gosselink De nacht van de gestolen schilderijen recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van het kinderboek De nacht van de gestolen schilderijen van Martine Gosselink over museum het Mauritshuis in Den Haag, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Martine Gosselink De nacht van de gestolen schilderijen.jpg

De nacht van de gestolen schilderijen

Missie Mauritshuis

  • Auteur: Martine Gosselink (Nederland)
  • Illustraties: Jeska Verstegen
  • Soort boek: kinderboek (10+ jaar)
  • Uitgever: Rubinstein
  • Verschijnt: 18 februari 2025
  • Omvang: 108 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 14,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het kinderboek over het Mauritshuis van Martine Gosselink

Plotseling schrikt Mies. Haar blik was afgedwaald naar een van de donkere zalen achter hen maar… Ziet ze het goed? Loopt daar iemand? Een zwarte schim?

Mies moet een werkstuk maken voor geschiedenis, een vak waar ze helemaal niks mee heeft. En nu gaat haar beste vriendin Mora ook nog het hele weekend weg! Zonder haar lukt het Mies nooit om iets te bedenken…

Dan nodigt Amin, een van de slimste jongens uit de klas, haar uit om met hem en zijn vrienden mee te gaan naar een museum in Den Haag. Mies besluit het erop te wagen. Maar wat een saai museumbezoek leek te gaan worden, verandert al snel in een avontuur. Met wilde verhalen over roofkunst en een avond in het donker in het Mauritshuis. Geschiedenis was nog nooit zo spannend!

Martine Gosselink is geboren in 1969 in Utrecht. Ze is kunsthistorica, conservatrice en tentoonstellingsmaakster en directeur van het Mauritshuis in Den Haag. Ze studeerde kunstgeschiedenis en specialiseerde zich in 17e-eeuwse schilderkunst. Eerder werkte ze onder andere als hoofd Geschiedenis voor het Rijksmuseum en zetelde ze in tal van besturen en jury’s, waaronder de Libris Geschiedenisprijs.

Jeska Verstegen is illustrator en won met haar werk al een Gouden Penseel in Nederland voor Het touw en de waarheid en The Best Illustrated Children’s Book in de Verenigde Staten voor Beer is nooit alleen.

Bijpassende boeken