Categorie archieven: Poëzie

Toon Tellegen – Op mijn tenen

Toon Tellegen Op mijn tenen recensie en informatie boek met nieuwe gedichten en poëzie. Op 4 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Querido de nieuwe dichtbundel van Toon Tellegen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Toon Tellegen Op mijn tenen recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Op mijn tenen, de dichtbundel van Toon Tellegen, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Toon Tellegen Op mijn tenen

Op mijn tenen

  • Auteur: Toon Tellegen (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 4 maart 2026
  • Omvang: 56 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 19,99
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Toon Tellegen

In Toon Tellegens nieuwe dichtbundel is het einde van het leven niet zo ver meer uit zicht als dat vroeger was. Als hij op zijn tenen staat, is de overzijde al haast te zien. Er staat iets te gebeuren, de wereld is onveilig geworden. Deugt de mensheid wel ergens voor? Heeft hij zelf alles uit het leven gehaald? In heldere, melancholische gedichten herinnert hij zich zijn jeugd, zijn moeder en de liefde.

en vergeet niet dat ik altijd, altijd op mijn tenen sta
voor jou

Toon Tellegen is geboren op 18 november 1941 in Brielle, Zuid-Holland. Hij is schrijver en dichter. Zijn werk werd bekroond met onder meer de Woutertje Pieterse Prijs, De Gouden Uil en de Constantijn Huygens-prijs. Van zijn boeken zijn al meer dan 1 miljoen exemplaren verkocht in Nederland. Ook in het buitenland oogst hij groot succes met zijn dierenverhalen. Zo verschijnt Het verlangen van de egel in 16 landen in vertaling, stond het nummer 1 in Japan met meer dan 200.000 verkochte exemplaren, en zullen in 2025 in één klap alle elf zijn dierenromans worden gepubliceerd in China.

Bijpassende boeken

Federico García Lorca – In de scheur van de nacht

Federico García Lorca In de scheur van de nacht recensie en informatie boek met de mooiste gedichten van de Spaanse dichter. Op 4 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Athenaeum het boek van Federico García Lorca met zijn mooiste gedichten, samengesteld en vertaald door Bart Vonck. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Federico García Lorca In de scheur van de nacht recensies

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van In de scheur van de nacht, zijn mooiste gedichten, geschreven door Federico García Lorca, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Federico García Lorca In de scheur van de nacht

In de scheur van de nacht

Zijn mooiste gedichten

  • Auteur: Federico García Lorca (Spanje)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Nederlandse vertaling: Bart Vonck
  • Uitgever: Athenaeum
  • Verschijnt: 4 maart 2026
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 29,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst boek met Federico García Lorca gedichten

Het werk van de dichter Federico García Lorca (1898-1936) is vaak omschreven als ‘geniaal’. Teder als een schelp op het strand. Onschuldig als een droevige glimlach. En als een boom van vuur geworteld in de diepe aarde. In nauwelijks achttien jaar tijd wist Lorca traditie en vernieuwing te verbinden. Impressionistische suites staan naast apocalyptische zangen die schatplichtig zijn aan het surrealisme. Vertederende liedjes naast scherpe aanklachten. Zigeuners staan met opgericht hoofd naast trotse zwarten en homoseksuelen.

Lorca herhaalt zichzelf nooit, en zijn poëzie is veelvormig en complex. Hijzelf wordt beschouwd als een van de invloedrijkste modernistische dichters. Hij ontwierp een unieke poëtische taal die met elke lezer aan de haal gaat. In deze ‘mooiste van Lorca’, uit deze scheur in de nacht, vloeien verzen die geen liefhebber van poëzie ongelezen mag laten. Lorca, resoluut en verleidelijk, richt zich in deze bloemlezing opnieuw tot het leespubliek en de wereld: kunnen woelige tijden zonder poëzie?

Federico García Lorca is geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada, Spanje. Hij was dichter en toneelschrijver en wordt gezien als de belangrijkste Spaanse dichter van de eerste helft van de twintigste eeuw. Een flink aantal van zij gedichten is in de loop van de tijd in Nederlandse vertaling verschenen. Nadat hij drie dagen voordat de Spaanse Burgeroorlog in juli 1936 uitbrak. Op 18 augustus van het zelfde jaar werd zijn zwager, Manuel Fernández-Montesinos, de linkse burgemeester van Granada, doodgeschoten. Diezelfde middag volgde de arrestatie van García Lorca. Hij overleed dezelfde dag. Algemeen wordt aangenomen dat García Lorca vermoord is door nationalistische milities bij een plek die Fuente Grande (Grote Bron) heet, langs de weg tussen Viznar en Alfacar.

Bijpassende boeken en informatie

Joost Baars – Toen ik je kwijtraakte

Joost Baars Toen ik je kwijtraakte recensie, review en informatie boek met gedichten en poëzie. Op 1 mei 2026 verschijnt bij Uitgeverij Van Oorschot de nieuwe dichtbundel van Joost Baars. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Joost Baars Toen ik je kwijtraakte recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Toen ik je kwijtraakte, het boek met gedichten en poëzie van Joost Baars, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Joost Baars Toen ik je kwijtraakte

Toen ik je kwijtraakte

  • Auteur: Joost Baars (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Van Oorschot
  • Verschijnt: 1 mei 2026
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Afmetingen: 15 x 22 cm
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 20,00
  • Bestelmogelijkheden dichtbundel >

Flaptekst van het boek met poëzie van Joost Baars

Negen jaar na zijn succesvolle, geprezen en bekroonde debuut Binnenplaats verschijnt Joost Baars’ langverwachte tweede bundel. Toen ik je kwijtraakte bevat even aardse als mystieke gedichten, soms concreet en diep persoonlijk, dan weer filosofisch en abstract, en altijd muzikaal. Een bundel over verlies en ontluiking, waarin rouw niet alleen als ‘allerindividueelste expressie van een allerindividueelste emotie’ centraal staat, maar ook als fundamenteel principe van deze tijd, als een collectieve, scheppende kracht.

Joost Baars is geboren in 1975. Hij debuteerde in 2017 met de bundel Binnenplaats, die werd bekroond met de VSB Poëzieprijs en genomineerd voor de Herman De Coninckprijs en de C. Buddingh’-prijs. Zijn werk werd vertaald in het Grieks, Spaans, Engels en Arabisch. Baars schrijft over poëzie voor onder andere het tijdschrift Awater en publiceerde vertalingen van diverse dichters (onder wie Gerard Manley Hopkins, Joy Ladin, Dorothea Lasky, Quintan Ana Wikswo en Aaron Kunin) in de tijdschriften Terras, Poëziekrant, nY en Samplekanon. Hij werkt in Amsterdam als boekverkoper, docent aan de Schrijversvakschool en poëzieredacteur.

Bijpassende boeken en informatie

David Huyghe – Olifantenvleugels

David Huyghe Olifantenvleugels recensie, review en informatie over de inhoud van de dichtbundel van de Vlaamse dichter. Op 21 januari 2026 verschijnt bij Pelckmans Uitgevers het nieuwe boek van David Huyghe. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

David Huyghe Olifantenvleugels recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Olifantenvluegels, het nieuwe boek van dichter David Huyghe, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Het begint nog voor het nachtlampje, dat het begint nog voor het nachtlampje, alles begint voor het nachtlampje. Misschien is het een proloog, wie weet. Een spreken voor de beurt. Het gebeuren vooraleer er iets gebeurd is. Hoe ook. Huyghe spreekt en Huyghe zegt (over olifanten gaat het): “Ieder mens zit zonder het te weten op een olifant die hem van zijn geboorte naar zijn dood voert. De olifant kan over de maan springen. Zo groot is hij. Dat weet ik van Otto Blauw.”

En je denkt Is dit poëzie?
En je denkt is dit mystiek?
En je denkt is dit filosofie?
En je denkt wie is Otto Blauw?

Otto Blauw, mensen, is de man die dingen weet. Hij weet dingen die niemand weet. Bijvoorbeeld dat we altijd zwemmen in poëzie zoals vissen in water. We realiseren het ons alleen niet, zoals vissen zich het water niet realiseren. Maar eens je het ziet wil je het grijpen en daarom ontwerpen Otto Blauw en de ikfiguur (die misschien niet geheel toevallig David blijkt te heten) een hightech duikbril en een lichtgevoelig vlindernet om, gezeten op de rug van de olifant waarop zij hun leven hebben uit te zitten, op poëziejacht te kunnen gaan. Maarja. Kun je kijken. Poëzie is naar haar aard ongrijpbaar, daar hadden ze eerder aan moeten denken. Niettemin: ze kunnen nog altijd vliegtuigjes vouwen van hun ontwerpschetsen. Is het bedenksel niet altijd beter dan de uiteindelijk vorm?

Dat is de stand van zaken als het boek eigenlijk nog moet beginnen.

In Olifantenvleugels worden mystiek, poëzie, surrealisme, filosofie, bedachtzaamheid en koortsdromen verweven tot iets geheel nieuws. Je zou het een prozastrip kunnen noemen, ik weet niet, nergens in dit boek worden illustraties gebruikt en toch heeft het iets van een strip. Er is een woordelijke referentie aan Kuifje en de geheimzinnige ster; en er is iets over wassalon Soeki dat me deed denken aan Nero, de strip, die ik bijna volmaakt incompleet heb ergens op zolder, enkele jaren geleden nog veel gelezen met mijn zoon, was er niet ooit een wassalon Soeki, kwam dat niet ooit voor, is een strip zonder plaatjes mogelijk, is er iets aan het gevoel strip dat je zou kunnen transponeren naar literatuur, hier heb je je laagbrauw gepresenteerd als hoogbrauw & is dat mogelijk?

Mogelijk of niet, ik hecht eraan Olifantenvleugels te benaderen als roman. Want wat je anderzijds als Joost Oomen-achtige aanstelleritis zou kunnen zien, krijgt binnen de idee van een roman juist het karakter van een smaakmaker; een bindmiddel. Of zeg. Het verschil tussen Joost Oomen en Cabaret Voltaire. Wat, de band? Nee de literaire beweging natuurlijk truttemie.

Wat zeggen wil. Huyghens paart dadaïstische beelden aan filosofieën die niet eens zo heel bizar zijn als je er in de juiste gemoedstoestand over nadenkt. Dus er zijn olifanten die geen thee willen drinken in het kleine appartement van de ikfiguur (David?) op de Israëllei; ze willen ook geen rode wijn want ze drinken alleen maar koffie, zwart, en zonder suiker. En er is een park dat kan praten maar vooral erg goed is in luisteren. En je kunt de maan wassen in bad maar dan wel met een PH-neutrale zeep. En er is een vrouw die in een aquarium tussen de waterplanten doodgemoedereerd piano zit te spelen.

Is wat je zien kunt.

En.

Dat we slechts tandwieltjes van een regenwolk zijn. Dat we alles kunnen waarnemen maar niet onszelf. Dat ons bewustzijn een wondermiddel is. Dat dromerigheid de essentie van elk levend wezen is (pak aan Spinoza!). Dat tijd uit plakken bestaat. Dat een verwaarloosde tuin in betere staat verkeert dan een verzorgde. Dat alle verandering slechts illusoir is.

Is wat je denken kunt.

Zijn het de dingen die Otto Blauw zegt terwijl hij met zijn gele regenjas en zijn gele regenlaarzen en -om een of andere onduidelijke reden- een vishengel in één hand naar de drajende trommel van een wasmachine in -ja- wassalon Soeki staart? Wie weet. Hij, Blauw, neigt wel eens tot nihilisme. Allicht had hij Nietzsche op zijn nachtkastje liggen. De ikfiguur trekt uit de idee van Blauw over de totale leegte echter een opmerkelijk positieve konkluzie: als het niks alomtegenwoordig is, is elk moment dus allesomvattend. Ook dat moment van hem en Otto Blauw in wassalon Soeki.

Maar het kan ook zijn dat Otto Blauw is verzonnen als het mannetje in de maan door de moeder van de ikfiguur.

En juist dat heengaan, en dan weer terugkomen.
En juist die samenhang die er geen is.
En juist deze roman die allicht bedoelde een poëziebundel te zijn.
Juist daarom.

Juist omdat je gegooid wil worden. Niet van gedicht naar gedicht maar van sensatie naar sensatie. Dat het misschien juist daarom is dat dit beter werkt als je het in je hoofd een roman maakt.

Met als allerwonderschoonste stukje misschien wel: “Ik mag stil zijn. Ik mag onbereikbaar zijn. Ik mag mislukken. Ik mag onzeker zijn. Ik mag lang stil zijn. Ik mag lang onbereikbaar zijn. Ik mag vaak mislukken. Ik mag de hele tijd onzeker zijn. Mag ik een wolk willen zijn? Een wolk met een mening? Mag ik als wolk mij mening uiten? Moet het? Moet ik écht mijn mening uiten? Ik wil nooit meer moeten. Alleen nog mogen. En op je wachten. Ik wil lang op je wachten. Te lang? Veel te lang. Mag ik er nooit meer willen zijn? Ik mag het niet weten. Dus mag ik dromen. Als wolk mag, nee moet ik dromen. Toch?”; iets dat me deed denken aan die fameuze uitspraak van Beckett en aan Light Boxes van Shane Jones en aan Vladimir Majakovski en ja ook aan Joost Oomens.

Of. Weeral een ander allerwonderschoonste stukje. “Vraag me om samen te gaan, dat doet met altijd goed, alsof het echt is dat we samen door de tuin lopen, als bomen, dat we elkaar nog horen alsof het waait, alsof het waait dat je lacht als ik lach, dat je valt als ik val, in het lange gras door de ruimte naar de tuin op de maan, waar wij elkaar weer zo moeiteloos verliezen in elkaars donker, ik ben daar, ik heb daar in jouw donker getrapt, in een plas, ik herinner me alleen nog de details, als een hand, als een wimper, je teen in het water, dat je begrijpt dat ik je zie en dat jij opzijkijkt, dat het niet zo moeilijk, niet zo makkelijk hoort te zijn, het missen, de koffie, onze kopjes, dat we samen nog, dat we samen nog altijd door de tuin lppen, als bomen naar het bos”; iets dat me deed denken aan de bomen op hun knieën van Will Oldham en vooral aan de tuin in het huis waar ik opgegroeid ben, die achtertuin, het gras, dat kleine boompje in het midden van de tuin waarin altijd, elk jaar opnieuw, het grootste choco-ei verstopt zat met Pasen, en altijd, en elk jaar opnieuw, rende ik, op blote voeten, en dat gras dat kietelde, in niets meer dan een pyjama, want altijd was het warm in die dagen, naar dat boompje in het midden van de tuin om eerder dan mijn zussen bij het grootste choco-ei te zijn.

En zoiets is Olifantenvleugels dus.
Het is het rennen om eerder dan je zussen bij het grootste choco-ei te zijn.
Het is wat je je dacht te herinneren.
Het is melankolie.
Het leven dat kon, het leven dat is.
Of wat zweefde toen je bezig was andere plannen te maken.

David Huyghe Olifantenvleugels

Olifantenvleugels

  • Auteur: David Huyghe (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Pelckmans Uitgevers
  • Verschijnt: 21 januari 2026
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Afmetingen: 17,2 x 20,6 x 1,4 cm
  • Gewicht: 232 gram
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: 22,00 / € 12,99
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst boek met gedichten van David Huyghe

Zoals een kat naar een wolk klauwen.

Lichtblauw miauwen zoals een schaap.

Olifantenvleugels is een ode. Aan kleine dingen. Aan grote dingen. Aan tederheid, kapotte regenwolken en het slurfje van de maan.

Het is de slaapkamer van waaruit de schrijver naar de wereld piept. De tuin waarin hij poëzie als een kat probeert te lokken. De Grote Roze Oceaan waarin hij met plezier nog één keer verdrinkt.

In het universum dat zich ontvouwt, borrelen beelden, betekenissen en associaties op. Samen met geheimzinnige, kleurrijke personages duikt David Huyghe in deze bundel naar woorden die een trilling veroorzaken.

Olifantenvleugels sprankelt en mijmert, aait en ontbloot, ruist en blijft ruisen.

David Huyghe is een Vlaamse woordkunstenaar. Hij behaalde een master Vergelijkende Moderne Letterkunde aan de Universiteit Gent en een master Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Zijn teksten verschenen onder andere in DW B en Kluger Hans. Tijdens zijn deelname aan het Slow Writing Lab legde hij de kiem voor zijn debuutbundel Olifantenvleugels.

Bijpassende boeken

Dean Bowen – Mascr

Dean Bowen Masc:r recensie, review en informatie over de inhoud van de dichtbundel. Op 10 februari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Pluim het boek met gedichten van .deanbowen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Dean Bowen Masc:r recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Masc:r, het boek met gedichten van Dean Bowen, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Dean Bowen Masc:r recensie van Tim Donker

wat is deze tijd. waarom dit vooruitgaan. waarom deze tijd. waar was ik in 2018, & ook:, waarom denk ik altijd dat het was het jaar dat mijn vader overleed en dat ik liep en dat ik ging doorheen het Eindhoven waar hij toen woonde, en lopen, en gaan, om een boek te kopen bij zijn vaste boekhandel maar dat kan het niet geweest zijn want hij overleed in 2015 dus het moet een elders geweest zijn, een elders ergens anders, een boekhandel en we waren een weekendje weg misschien, een weekje zou ook nog kunnen, in een hoek van Nederland, of misschien een andere hoek, stond ik, in een of andere boekhandel, zeer waarschijnlijk samen met mijn kinderen & hoe oud waren die toen, vijf en drie, kunnen niet ouder geweest zijn dan dat en we stonden in een boekhandel in deze hoek van Nederland of in een andere, altijd gingen ze mee met mij als ik een boekhandel zag en erin wou, in die andere hoek van Nederland of in deze, en ik zag, toen, in dat 2018 geheten jaar ja viel mijn oog op: _ . het viel. het was. Bokman en de dichter heette. de dichter was. Dean Bowen. en het sprak. en het zei. dingen over het afwerpen van het poreuze instrument of wist jij veel je las maar half je had één oog op je kinderen die daar rond liepen en die terugkwamen met dingen. dingen waarvan je niet eens wist dat een boekhandel die verkocht. dingen als. wel. wist jij veel. poppetjes. stickervellen. potloden. dingen. en dingetjes. het was wat je kocht die keer poppetjes stickervellen potloden dingen dingetjes en bokman.

en ik weet niet. of ik las ook. in 2018. of later misschien. menig een maand toch. heb ik gedaan over. Bokman. het was denk ik. hoe hermeties het was. er is een hermetisme (noem je dat zo?) waarvan ik hou, het is het hermetisme dat de lezer terugwerpt op de taal, die taal tot zingen brengt, er is niets dan de woorden, het zijn de woorden konkreet het is de poëzie konkreet, het verwijst alleen maar terug naar zichzelf en het is dat golven op woorden het is dat drijven op taal waar ik zo van hou want je hoeft het niet te zoeken buiten de direkte woorden of buiten de onmiddellijke taal je hoeft alleen dat drijven maar je hoeft alleen dat dobberen maar je hoeft alleen maar de muzikaliteit en dit dansen is het enige dat je nog moet. en er is een hermetiek (noem je dat zó?) waar ik minder van hou & dat is de hermetiek die pretenties heeft meer te zijn dan het in zijn naakte zijn is; de woorden spellen een kode die de lezer kraken kan als hij net zo intelligent is als de dichter, dat heet, als hij zich -ooit- laafde aan dezelfde bronnen en in zijn hoofd dezelfde mythologie dezelfde filosofie dezelfde klassieke literatuur dezelfde bijbel stromen weet. in Bokman leken beide hermetismen te stromen en ik wist niet, ik las nu weer wel en dan weer niet, de bundel werd een zwerfboek dat steeds op andere plekken in mijn huis weer opdook, op het eind, we waren al maanden later, vond ik het niet slecht en niet geweldig, er was een bodem die Bowen opeiste en die bodem kreeg hij het was een plank in mijn poëzielkast.

en steeds het vooruitgaan. waarom het vooruitgaan. hoe kan het inmiddels weeral acht jaar later zijn die zich helemaal niet hebben voorgedaan als acht jaren maar als een week of okee als een maand of zeg ik langer misschien. een andere bundel van Dean Bowen bereikt mij & ditmaal is het via de recenseertafel. Masc:r. zo heet de bundel. en wederom. een vraag naar. een vraag naar geboren zijn, en dan. uit gelaagde opmaak is hij geboren, zo stelde hij in Bokman en in Masc:r gaat dat verder over de jongen die geboren is zonder gezicht, onder de nimmerzon of in de immernacht.

wat het zeggen wil deze mens te zijn dit ras te zijn deze sexe te zijn.

het zoeken.

Bowen zoekt en de lezer zoekt mee.

doorheen, niet anders dan bij Bokman, verschillende taallagen.

want: meer nog dan in Bokman zingt een andere taal een partijtje mee. je zoekt de man die je hebt te zijn in al je moedertalen:

“you’re a man. sta op & be a man. sta op & make hard decisions & be a man. sta op & sacrifice & be  a man. sta op & make unpopular decisions & be a man. sta op & learn to be comfortable in your own skin & be a man. herhaal. & herhaal. sta op & if you aren’t comfortable being alone with yourself, take control & be a man. sta op & figure out how you become a man & then become one. sta op & be responsible for others & be a man. sta op & take accountability & be a man. herhaal & herhaal.”

die man zijn. die man te schrijven:

“schrijf de man uit de god uit de hemel die geschept uit de vraag wie wij meer als we kwijt uit het lijf dat gebukt in de zon in de greep van de man die ik schreef uit de god uit de hemel omdat wij zijn verscheurd in de bek van het beest dat verscheen in de het hart van de man die ik schrijf uit de god uit de hemel die gevolgd door het volk dat verdwaald in het licht van de zon dat te scherp voor het oog van de man die ik schreef uit de god uit de hemel die ik vond in het boek dat vertelt van de man uit de god uit de hemel […]”

de man
het menszijn
de taal

te zoeken in de boeken in het bloed in het land in de afkomst. deed Dean Bowen in Bokman en doet. Dean Bowen in Masc:r. maar meer nog dan in Bokman laat hij in Masc:r de taal buiten de oevers treden tot het aan andere talen raakt (of: andere talen overstromen doet). dat heet. met name. of nog. alleen nog. Engels. het Nederlands en het Engels, het duister en het licht, het hermetisme en de poëzie. en ik dacht (stond mezelf toe te denken) dat Masc:r de bundel is die Yves Coussement en Seth Abramson samen hadden geschreven als je ze met elkaar in een kamer had opgesloten. maar ik heb geen idee waar Yves Coussement is gebleven en of hij überhaupt nog schrijft en hee “professor” Abramson schrijft alleen nog maar non-fictie boeken over het grote gevaar dat Donald Trump vormt voor (de democratie in) Amerika, en voor de wereld, en voor het leven op  aarde in het algemeen. dus laat Dean Bowen maar. Masc:r schrijven helemaal in zijn eentje en overtalig zijn en over alle grenzen heen zingen en alle muzikaliteit inzetten in de inkt van deze bundel.

en ik dacht (stond mezelf toe te denken) hoe mooi het zou zijn om de taal in Masc:r tot een werkelijk zingen te brengen; hoe mooi zou het zijn om Dean Bowen op toernee te laten gaan met Het Beukorkest. maar ik heb geen idee hoe hard dat orkest nog beukt in deze tijden, ik vroeg het ooit aan Johnny Dowd en ook hij wist het niet (na een optreden schudde ik hand met Dowd en keek hem in de ogen, dat waren nu pas met recht eyes like black holes in the sky) maar misschien is de muziek van deze bijna zeventig pagina’s hier al mooi genoeg.

misschien moet je als lezer alleen maar meedrijven op de golven van het zingen.
misschien moet je als lezer alleen maar meegaan in de zoektocht naar wat het betekent.

mens te zijn onder de mensen
(man onder de mannen)
(en daartussen misschien iets wat je thuis zou kunnen noemen
(beschouw deze flat een realiteit waarmee je te maken hebt);
alle mensen:

“een vriend werd vader acht jaar na de geboorte van zijn kind. een vriend is manisch vandaag & vraagt alweer niet om hulp.”; “een vriend is alleen, de meeste dagen. een vriend is mishandeld door zijn moeder maar spreekt geen kwaad van de doden. een vriend bezwijkt elke dag onder het gewicht van zijn gezin. een vriend stierf alleen. een vriend zal nooit zijn vader herkennen. een vriend is verkracht & niemand gelooft hem. een vriend drinkt te veel & is de gangmaker op elk feest.”; “een vriend leest zelfhulpboeken & komt niet vooruit.”; “een vriend woont weer bij zijn moeder. een vriend is bang voor de dood. een vriend verraadde een vriendschap & weet dit nog steeds niet. een vriend versierde mijn lief.”  –

want leven en opgroeien en man worden en mens zijn is zulks: pijnlijk en stompzinnig en lachwekkend en schrijnend en moeilijk en zo vol van alles.

van alles dat je aantreft wanneer je geworpen wordt.

(geworpen zijnde)

en meer is dat in één taal uit te drukken valt. normalerwijze ben ik niet bijzonder dol op de manier waarop het Engels het Nederlands meer en meer overwoekert maar Bowen toont klip en klaar dat uit een huwelijk tussen deze twee talen ook een totaal nieuwe schoonheid te puren valt, met als mooiste zin misschien wel: “het was een hot girl summer & iedereen was bezig uniek hetzelfde te zijn but i’ve always liked a good girl.”; ja zo heerlijk gekruid heb ik de boventaligheid niet meer geproefd sedert Richard Nobbe schreef: “Ich will dit allemaal niet. I just want aandacht. I have no need to be joen Gott. Ik heb alleen honger.” –(en gesproken van god; hem aanroepende: wat een prachtbundel Waar iemand woont was, nietwaar?, misschien nog wel een slagje mojer dan Masc:r).

dit is een meerstemmige bundel
dit is een veellagige bundel
& misschien heb je aan twee ogen niet genoeg.

Maar zet je raam op een kier en fluister I remember that bundel. Want je zult. Voor minder of voor meer. Rememberen deze bundel.

Dean Bowen Mascr

Masc:r

  • Auteur: Dean Bowen (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poezie
  • Uitgever: Uitgeverij Pluim
  • Verschijnt: 6 februari 2026
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Afmetingen: 16,1 x 24 x 0,8 cm
  • Gewicht: 136 gram
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 12,99
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst van de dichtbundel van Dean Bowen

Dean Bowen laat vragen, manifesten en gebaren uit de online en offline wereld in dit boek spreken. De stemmen van voorouders, vaders, broeders, vrienden en de vrouwen om hen heen zijn een koor dat dwingend de vraag stelt: wat kan mannelijkheid zijn, en hoe pas je de stukjes van die totale versplintering weer in elkaar?

Dean Bowen debuteerde in 2018 met de bundel Bokman, die voor de C. Buddingh’-prijs werd genomineerd. In 2020 volgde Ik vond geen spoken in Achtmaal. Hij was twee jaar lang stadsdichter van Rotterdam, is program- mamaker, en er is geen podium in de Lage Landen waarop hij niet heeft gestaan.

Bijpassende boeken

Annelies Verbeke – Charmolypi

Annelies Verbeke Charmolypi recensie en informatie boek met gedichten en poëzie van de Vlaamse schrijfster. Op 3 februari 2026 verschijnt bij Uitgeverij De Geus de dichtbundel van Annelies Verbeke, de uit Vlaanderen afkomstige schrijfster. Hier lees je informatie over de inhoud van de dichtbundel, de auteur en over de uitgave.

Annelies Verbeke Charmolypi recensie

  • “Altijd weet ze door te dringen tot het merg van de liefde, de rouw of de vernedering.” (Jeroen Maris, Humo ∗∗∗∗)

Annelies Verbeke Charmolypi

Charmolypi

  • Auteur: Annelies Verbeke (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Geus
  • Verschijnt: 3 februari 2026
  • Omvang: 72 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 17,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de Annelies Verbeke dichtbundel

Poëzie van een van de meest gewaardeerde stemmen in de Nederlandstalige literatuur.

In Charmolypi combineert Verbeke het Griekse ‘charmos’ (vreugde) en ‘lype’ (verdriet). Het verdriet om wat niet meer kan worden rechtgezet en vreugde over wat blijft en zich vernieuwt, vat Verbeke in een taal die alleen poëzie biedt. De toon beweegt tussen licht en ernstig, met een levendige stem die blijft boeien en nieuwsgierig maakt.

Annelies Verbeke is geboren op 6 februari 1976 in Dendermonde, Oost-Vlaanderen. Ze  debuteerde in 2003 met Slaap!. Haar werk verschijnt in achtentwintig landen en Verbeke won onder meer de F. Bordewijk-prijs, de NRC Lezersprijs, de Opzij Literatuurprijs en de J.M.A. Biesheuvelprijs. In 2022 ontving Verbeke twee oeuvreprijzen: de Ultima voor de Letteren en de Jana Beranováprijs.

Bijpassende boeken en informatie

Dante Alighieri – De goddelijke komedie

Dante Alighieri De goddelijke komedie recensie en informatie over de inhoud van het boek en allegorisch epos uit het eerste kwart van de 14e eeuw, geschreven door de Florentijnse dichter. Op 28 januari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Athenaeum de Nederlandse vertaling van La Divina Commedia van dichter en filosoof Dante Alighieri. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Dante Alighieri De goddelijke komedie recensies

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van De goddelijke komedie zijn mooiste gedichten, geschreven door de uit Florence afkomstige schrijver Dante Alighieri, dan besteden we er op deze pagina aan.

  • “Wat Dantevertalers Ike Cialona en Peter Verstegen voor elkaar brachten, is een prestatie die je in deze tijd haast niet meer voor mogelijk houdt. Een vertaling waarmee we een heel eind de eenentwintigste eeuw in kunnen.” (De Morgen)
  • “Laat ik maar meteen zeggen dat Cialona en Verstegen iets verbluffends hebben gepresteerd en de Komedie inderdaad tot een belevenis hebben gemaakt door hun poëzie.” (Trouw)

Dante Alighieri De goddelijke komedie

De goddelijke komedie

  • Auteur: Dante Alighieri (Italië)
  • Soort boek: allegorisch epos
  • Origineel: La Divina Commedia
  • Nederlandse vertaling: Ike Cialona, Peter Verstegen
  • Uitgever: Athenaeum
  • Verschijnt: 28 januari 2026
  • Omvang: 928 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 39,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van het boek van Dante

In een visionaire reis, vergezeld door de dichter Vergilius, bezoekt Dante alle regionen van Hel, Louteringsberg en Paradijs. Ze ontmoeten daar vele zielen van overledenen. Die vertellen over hun verleden, en over wat Dante, zijn stad en zijn land te wachten staan.

De goddelijke komedie is een architectonische schepping en een virtuoos kunstwerk zonder weerga. Een kathedraal van taal. Daarnaast is het ook polemisch: Dante keert zich fel tegen de wereldse pretenties van de pausen en spreekt de verwachting uit dat de keizer een eind zal maken aan de staat van oorlog in het Italië van zijn tijd.

Voor de vertaling tekenden de beste vertalers: Ike Cialona en Peter Verstegen presteerden het onmogelijke door de muziek van maat en rijm, ritme, alliteratie en assonantie van het zangerige Italiaans om te zetten in welluidend en tijdloos Nederlands.

Dante Alighieri is tussen 14 mei en 13 juni 1265 geboren in Florence in het huidige Italië.  Hij studeerde retorica, grammatica, filosofie, literatuur en theologie. Na de dood van zijn geliefde Bice di Folco Portinari, in zijn werk is zij Beatrice, verdiept hij zich in de filosofie en de theologie. Hij werd priore, een soort stadsbestuurder, maar werd beschuldigd van fraude. Hij kreeg een boete en twee jaar ballingschap opgelegd. Toen Dante weigerde de boete te betalen, werd hij ter dood veroordeeld. Hij vertrok uit Florence en keerde niet meer terug. Hij stierf in op 14 september 1321 in Ravenna.

Bijpassende boeken en informatie

Maria Barnas – Tussen mij

Maria Barnas Tussen mij recensie, review en informatie boek met nieuwe poëzie van de Nederlandse dichter. Op 23 januari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Van Oorschot de dichtbundel van Maria Barnas. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Maria Barnas Tussen mij recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Tussen mij, de duchtbundel van Maria Barnas, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Maria Barnas Tussen mij

Tussen mij

  • Auteur: Maria Barnas (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Van Oorschot
  • Verschijnt: 23 januari 2026
  • Omvang: 88 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,50
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst van de Maria Barnas dichtbundel

Is het mogelijk om samen te vallen met jezelf als je jezelf voortdurend vanuit verschillende perspectieven bekijkt? Wie heeft deze perspectieven bepaald? Is het mogelijk ervan los te komen?

Tegen een achtergrond van dagelijkse beslommeringen zoals grasmaaien om slakken heen, rijden door de mist, vanuit de tram een glimp opvangen van flamingo’s, tasten de gedichten in Tussen mij af hoe het lichaam en het (onder)bewustzijn zich tot elkaar verhouden.
Een onderlaag in de bundel wordt gevormd door de cyclus ‘een leven in zeven paniekaanvallen’. Barnas vraagt zich af waar een paniekaanval uit bestaat. Zou het een instorting kunnen zijn van ons begrip van tijd? Zou het kunnen worden beschouwd als het ontsporen van het plot van het dagelijks leven? Kunnen we iets leren van deze momenten van crisis?

Kunnen het aanwezige en het afwezige ooit samenvallen?

Maria Barnas is geboren op 28 augustus 1973 in Hoorn. Naast schrijfster en dichter is ze beelden kunstenaar. Inmiddels heeft ze een drietal romans gepubliceerd, een kleine tien dichtbundels en een boek met essays. Ze ontving C. Buddingh’-prijs voor Twee zonnen, de J.C. Bloemprijs voor Er staat een stad op en de Anna Bijnsprijs voor Jaja de oerknal. Kenmerkend voor haar werk is dat tekst en beeld gelijkwaardig zijn.

Bijpassende boeken

Xavier Roelens – Wildnissen

Xavier Roelens Wildnissen recensie en informatie over de nieuwe dichtbundel van de dichter uit Vlaanderen. Op 20 januari 2026 verschijnt de nieuwe dichtbundel van Xavier Roelens, de Vlaamse dichter. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Xavier Roelens Wildnissen recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Wildnissen, het nieuwe boek met gedichten van Xavier Roelens, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Beelden. Is dat het niet. Hoe in deze tijd het beeld steeds dominant is. Beelden, in onze koppen gegrift. Hun ogenschijnlijke objectiviteit in combinatie met een zekere dramatiek bepaalt in hoge mate wat de massa nu weer denkt, wat de massa nu weer vindt, naar wie de empathie van de massa nu weer uitgaat. Waar beelden knallen, worden woorden verbrijzeld. Je hoeft niet meer te luisteren, je moet alleen nog maar zien. In 2020 las ik in het prachtwerkje De coronastorm van René ten Bos een indringende analyse van een overbekend beeld: “Op een kleine ijsschots, de laatste resten van een gesmolten ijsberg, hangt een ijsbeer. Het dier is bijna groter dan het ijs. Het is een beeld dat op ons netvlies bevriest. Mensen die naar de foto kijken, zien iets dramatisch. Ze zien hoe een dier zich vastklampt aan iets wat er straks niet meer zal zijn. Ze zien wanhoop. Ze zien vergankelijkheid. Ook het dier zal er straks niet meer zijn. Het zal verdrinken in het onmetelijke water waardoor het omringt wordt. In één beeld vangt men het drama van de klimaatopwarming. Dat ijsberen heel goed kunnen zwemmen, sterker nog, dat ze moeiteloos tientallen, zelfs honderden kilometers kunnen afleggen, komt niet meer in de hoofden op. Evenmin beseft men dat er van ijsberen die op een ijsschots hangen werkelijk honderden foto’s gemaakt zijn, niet alleen in tijden van de opwarming, maar ook daarvoor al, toen de wereld nog koel was. We zien een dier dat bezig is met zijn hobby.” En, even later: “Overigens heeft empathie met ijsberen weinig nut. Het zijn gewoon gevaarlijke rotbeesten.” Die ijsbeer dus. Diezelfde. Die ijsbeer die spreken kan en zegt dat wij mensen, dat meest destructieve schepsel dat ooit de aarde bewandelde, druk bezig zijn toe te werken naar de zesde massa-extinctie, dat we de hele planeet naar de wuppe helpen, enkel en alleen om ons eigen gewin, om ons eigen meer en meer en meer, ons eigen nooit genoeg. En wie zal er straks jammerlijk verzuipen? Jawel hoor, die eeuwige verdomde rotijsbeer. Die ijsbeer dus, komt ook in Wildnissen nog even langsgedreven. Het was toen dat ik opkeek en hum dacht. Maar eigenlijk was het al naar het einde toe, toen Roelens me allang voor zich gewonnen had.

Misschien moet ik niet beginnen met het einde in zicht.
Misschien moet ik eerder beginnen.
Misschien moet ik beginnen met een ooit. Toen ik in Antwerpen was.

Antwerpen. Ja. Wanneer was dat? In een periode, een tijd, een ooit, dat ik daar vrij vaak kwam. Toen het millennium nog krakelend vers was. Deze ene keer moet, uiteraard, na 2007 zijn geweest. Maar voor de geboorte van mijn oudste. Voor 2013. Aan het einde van het eerste decennium, of aan het begin van het twede stond ik in De Slegte in Antwerpen. Hoe vaak ik daar gestaan heb. Hoeveel boeken ik daar wel buiten gesleept heb. Een dichtbundel trok mijn aandacht. Er is een spookrijder gesignaleerd. Zo heette het. Des dichters naam, Xavier Roelens, deed een vage bel rinkelen. Misschien opgepikt uit DW B. Zou kunnen. Dat las ik in die dagen nog wel. Er is een spookrijder gesignaleerd oordeelde ik op een opmerkelijke titel. Er zat een zekere pretentieloosheid in die me aansprak. Maar dan kon het met de gedichten natuurlijk ook nog de flauwzinnige kant op, grapjespoëzie, of iets met leuke berichten uit de krant ofzo. Ik bladerde wat. Wat ik zag beviel me. Ik kocht het boek. Las het diezelfde avond nog op de hotelkamer. Ik moet u nu eerlijk bekennen dat ik me op dit moment geen enkel gedicht eruit meer herinner maar het moet schoon veel indruk gemaakt hebben want Roelens werd een huishoudnaam in mijn brein. Later, ergens rond 2012, maar nog altijd, denk ik, voor de geboorte van mijn eerste vond ik in een andere Slegte, ditmaal die in mijn woonplaats, Stormen, olielekken en motetten. Ik weet nog van één gedicht in die bundel. Een lang gedicht. Ik weet dat het me meerdere jaren gekost heeft om dat te lezen. Maar dat kwam omdat ik halfweg in dat gedicht stopte met lezen (misschien was mijn oudste inmiddels geboren?), en om een of andere onnaspeurbare reden niet veel later heel de bundel uit het oog verloor, en het pas bij mijn recentste verhuis weer tegenkwam (en maar doodgemoedereerd verder ging te lezen waar ik blijkens de boekenlegger gebleven was).

Roelens. Ik ben, sja wat ben ik? Een fan? Dat klinkt me te puberaal. Een liefhebber? Te liefdevol. Een volger, misschien. Een voorzichtige volger toch, want Onze kinderjaren ontging mij in weerwil van het interessante uitgangspunt even. Maar Wildnissen plofte gelukkigerwijze weer keurignetjes op mijn recenseertafel. En ik slaakte een aarzelend hoera.

Vanwaar de aarzeling, u vraagt?

Hum. Ja. Dat is. Engagement kleefde altijd al aan Roelens, en dat was goed. En stormen, olielekken en motetten was toch ook “ecologisch geïnspireerd” als dat dan geloof ik heet. Maar inmiddels zijn we verder, inmiddels zijn we ouder, inmiddels zijn we later, en nu kan ik als ik een zin lees als “In een wereld die op een klimaatramp afstevent, koos Xavier Roelens toch voor zelfgemaakte kinderen.”, waarmee het achterplat (altijd weer dat vermaledijde achterplat) opent, niet anders dan een welgemeende diepe zucht slaken.

De ecocide de klimaatrampen de milieucrisis & al die boeken erover: de klimaatromans, de dystopische romans, de ecopoëzie, de deugboeken jajaja, ik weet het wel, we gaan ten onder & de aarde eraan, het is vijf voor twaalf of twee voor twaalf of een voor twaalf, weet ik veel, er gaan dagen voorbij dat ik niet op de doemsdagklok kijk, ik weet het wel, ik ken het verhaal al zo lang, en het is juist daarom dat ik me afvraag wat je er nog aan toe denkt te voegen. Luister. Laat ons niet op verkeerde voet beginnen, of beginnen, dit mag misschien al niet meer als het begin van deze bespreking gelden (al heb ik nog met geen woord gerept over het boek waar het eigenlijk over gaat), laat ons niet op verkeerde voet verder gaan: ik geloof in het antropoceen. Het lijkt me evident dat het blijvende gevolgen zal hebben wanneer er een diersoort ontstaat die zich specialiseert in de eigen en andere soorten afmaken, in gifstoffen lozen, in alles aan de bodem onttrekken wat er maar in die bodem te vinden is; dat dat schade toebrengt, lijkt mij geen al te ver gezochte aanname. Ik zou ook geheel voor een totale afschaffing van al het vliegverkeer zijn. Alles mag wel minder. Alles moet wel minder. Je hoeft niet naar Japan. Ik vind het decadent om te menen dat alles maar binnen bereik moet zijn, dat je overal maar naartoe moet kunnen. Als je er niet heen kunt lopen, hoef je er helemaal niet heen te gaan. Of, laten we zeggen fietsen. Of okee, treinen. Je hoeft niet naar Japan en je hoeft niet naar de maan en je hoeft ook niet de allernieuwste smartphone. Minder is goed. Dat klatst niets dan mijn bijval. Maar misschien is niet alles het gevolg van menselijk toedoen. Het woord klimaatverandering valt mij te vaak in elk gemiddeld kaffeegesprek. Als er heel veel sneeuw valt in januari dan is dat toch echt wel klimaatverandering, als het droog is in januari dan is dat klimaatverandering, als het erg mild is voor de tijd van het jaar is dat klimaatverandering maar als het heel erg koud is ook. Dat er teveel regen valt, en dat de rivieren buiten hun oevers zullen treden. Of we zitten straks weer met een droogteprobleem want het heeft nog niet geregend. Elk weertype, elk natuurfenomeen, de bloemen, de bijen, dat ze er niet zijn of dat ze er wel zijn, elk teveel, elk te weinig. Klimaatverandering. Kun je echt zien dat De Natuur In De War Is he. Ja. Die praat. Zulke praat. Het milieu is allang het milieu niet meer. Het milieu is een inkomstenbron. Voeg u in het koor der jeremiëerders, dat verkoopt wel, want deugers willen deugers lezen, en de meeste lezers zijn deugers. Het milieu is een goedgedaansticker van de juf. Wij zijn goed. En iedereen met een zelfs maar lichtelijk afwijkende mening is slecht. En toch is het helemaal niet eerlijk, onee.

Dat is waarom mijn hoera aarzelde. Omdat ik eventjes geen zin meer heb in calimeroboeken.

Maar in korrel 1 tot en met 1.21 gaat Wildnissen eenvoudigweg over verlangens. De dingen die je kunt verlangen. Dat opa en dat tante nog wat langer zouden blijven leven, bijvoorbeeld. Dat kan een verlangen zijn. Dat de biefstuk wat meer doorbakken mag. Dat je een Porsche op baterijen kon hebben om tegen de muren van je peperkoeken huisje op te rijden. Dat het lievevrouwenbedstro overal mag groeien, maar liever niet hier. Dat zijn dingen. Zoiets zou je kunnen verlangen. En verlangens mogen ter diskussie gesteld. Dit is voorwaar niet slecht. Dit is zelfs erg goed.

In iets wat je een lopend gedicht zou kunnen noemen -zij het hier en daar onderbroken door kruisende gedachten- stapt Roelens langzaamaan voort. De wat vreemd aandoende nummering ontleent hij naar eigen zeggen aan de Tractatus logica-philosophicus van Ludwig Wittgenstein. Dat moge wat pretentieus lijken, en verrek, dat is het ook. Maar Roelens is in de eerste plaats een dichter, geen filosoof. En het goede ding is, het hele goede ding is dat hij de poëzie laat prevaleren. De poëzie gaat voor op de gedachte, en op de boodschap. Voor de poëzieliefhebber blijven de boeken van Xavier Roelens een heerlijke rit.

Wat klinkt die laatste zin dom.

Wel. Een onvergetelijke reis? Achnee, hou het dan maar bij die heerlijke rit van u.

Ja, de wijze waarop de mens met zijn planeet omspringt, ligt geregeld op de rooster. En ja, die onvermijdelijke ijsbeer vaart maar weer eens langs op dat ijsschotsje van hem (Roelens leest heel erg veel maar Ten Bos heeft hij klaarblijkelijk niet gelezen) (schandalig zoiets). Maar vaker ligt zijn vergrootglas op het meer, het steeds weer meer, de veelheid van de dingen, de oneindigheid van alles wat er is en wat nog steeds niet genoeg is. De vrolijke supermarkt met de vrolijke producten, zoals hij dat ergens noemt. Roelens racet er doorheen. Hij ziet van alles, en wijst ernaar. En ondertussen wordt hij vader, en ondertussen leert hij dingen doen (ondertussen leert hij leren) (hij droomde dat hij op zijn werk was).

Er is sprake van tekstfuga’s en van cycli en jajaja dat zal allemaal wel. Ik hecht eraan Wildnissen te lezen als één lang, lopend gedicht. Opgebouwd uit, zo je wil, korrels. Korrels die over u heen gaan, in uw kleren blijven zitten, in uw oren, in uw haar: zo ken ik Roelens: hij laat altijd wel iets achter.

We verlangen dingen. Misschien. En wat we verlangen, wat we willen laat sporen na. Misschien. We wilden iemands ouder zijn, we wilden zijn waar we niet waren, we wilden wat we nog niet hadden. Laat het. Lees het. Onderga het.

Korrel 7 kent verder geen subnummering meer, het is maar die ene grote korrel zeven en hij is misschien wel het schoonst. Een abecedarium van dingen & verschijnselen. De aardpeer. De bedwants. Chantage. Dialect. Empathie. Alles al geprobeerd. Het deed me denken aan het prachtige Alfabet van Inger Christensen (in Denenmarken al sedert 1981 te lees maar in 2002 in Nederlandse vertaling verschenen bij Meulenhoff; onlangs, echter, heruitgegeven door het altijd fijne Koppernik & waarom bereikte dat mijn recenseertafel nooit?) (schandalig zoiets). Christensen bouwde haar boek niet naar voorbeeld van Wittgenstein maar volgens de Fibonacci-nummers (waarom moeten sommige poëten toch altijd weer zonodig laten merken dat ze niet van de straat zijn?) (ja ons bent best heel slimme jongens en meisjes hoor ons hebt al es un boekje of twee gelezen vergis u niet in ons) (langs de andere kant zijn dichters die met nadruk de straat opzoeken; “street credibility” (heet dat zo?) willen niet minder vervelend) en dat moge pretentieus lijken (en verrek dat is het ook!); Alfabet is één van de allerbeste poëzieboeken allertijden. Abrikozenbomen bestaan, bramen bestaan, citroenbomen bestaan, duiven bestaan, de eland bestaat; Christensen ontfermde zich in een kleine zeventig pagina’s over alles wat bestaat (en wat bedroevend kan zijn, of juist wondermooi); Roelens doet dit op het eind van zijn fraje bundel nog eens dunnetjes over en beziet wat er zoal reeds geprobeerd is. Hij zit Christensen daarmee in genialiteit ei zo na op de hielen.

Roelens overdondert.
Roelens fluistert.
Roelens schreeuwt.
Roelens zet stil.

Misschien hier of daar een “ongemakkelijke waarheid”.  En een pleidooi voor “wildnissen”; dat wat er ook zonder ons is (& ik dacht aan de ongecontroleerd groeiende liefde waar Callahan het over had kort voor hij voorgoed volkomen ruk werd). Maar vooral woekerende poëzie. Van verstillende pracht. Is poëzie al geprobeerd, Roelens? Want als ergens, dan hier.

Xavier Roelens Wildnissen

Wildnissen

Lyrisch-ecologisch tractaat

  • Auteur: Xavier Roelens (België)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 20 januari 2026
  • Omvang: 120 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe Xavier Roelens dichtbundel

Een dichter kijkt als vader naar een wereld in crisis. Tussen angst en verwondering, wanhoop en hoop, ontstaan gedichten vol bezorgdheid, tederheid en een verlangen naar wildheid.

Wildnissen is de nieuwe, langverwachte dichtbundel van Xavier Roelens. In een wereld die op een klimaatramp afstevent, koos hij er toch voor om vader te worden. Nu ziet hij overal kinderen en voelt hij een zware verantwoordelijkheid. Met moeder de angst aan het stuur wil hij uit de wagen stappen en stilstaan bij alle gevoelens die daarbij komen kijken: van depressie tot vreugde, van verdriet tot ontzetting. De feiten broeien in zijn hoofd. Hij kijkt van zijn zoon naar de presidenten die met oorlogen de overbevolking aanpakken. Hij zit in zijn zetel een lyrisch-ecologisch traktaat te schrijven, een pleidooi voor wildnis en wildnissen, maar gaat uiteindelijk ook liever wandelen.

Xavier Roelens is in 1976 in Rekkem, West-Vlaanderen. Hij zag vele auteurs debuteren als coördinator van SchrijversAcademie, de Vlaamse schrijfopleiding voor gevorderden. Sinds enkele jaren geeft hij zelf les in Ieper en Tielt aan schrijvers in spé. Zelf debuteerde hij, na een korte carrière in het slammilieu, in 2007 met er is een spookrijder gesignaleerd. Zijn ecologisch geïnspireerde bundel Stormen, olielekken, motetten (2012) werd door de jury van de Herman de Coninckprijs tot de vijf beste Vlaamse bundels van dat jaar gerekend. Voor Onze kinderjaren (2018) vroeg hij aan 365 mensen naar hun vroegste herinnering als kind en maakte daar 77 gedichten mee. De bundel werd genomineerd voor de Grote Poëzieprijs 2019. Zijn werk is vertaald in het Engels, Frans, Russisch en Kroatisch.

Bijpassende boeken en informatie

Anne van Amstel – De geboorte van de Trooster

Anne van Amstel De geboorte van de Trooster recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe dichtbundel. Op 13 januari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Prometheus het nieuwe boek met gedichten van Anne van Amstel. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Anne van Amstel De geboorte van de Trooster recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De geboorte van de Trooster, het boek met gedichten van Anne van Amstel, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “De jury kan over de poëzie van deze laureaat kort zijn: alles in dit werk wijst naar dat ene simpele woord “waarachtig-werkelijk-overtuigend.” (Juryrapport Hollands Maandblad Schrijversbeurs)

Recensie van Tim Donker

Hoe ver kun je komen op een verkeerd been? Want dat is waar Anne van Amstel me op gezet had. Het verkeerde been. Ik dacht, ik wist niet wat te denken. Ik zag dat omslag, ik las iets over een trooster, ik dacht Dit gaat één of ander halfzacht werkje worden. Ik dacht aan esoterie, aan spiritualiteit, aan astrologie. Ik dacht aan alle dingen vreselijk. Of, al wat beter misschien, het boek van een mysticus, iets occults, zoiets als dat prachtige Year of the Inverted Star waar Matthew Kosinski onlangs mee afkwam. Wat ook nog kon, en weeral wat graadjes erger zou zijn, is zoiets als “literaire fantasy” (want dat, zo heb ik me laten vertellen, schijnt te bestaan).

Dan zou ik nu iets kunnen schrijven als “Ik begon dus met de nodige scepsis aan De geboorte van de trooster”. Maar die zin moet ik net iets te vaak uit het klavier mijner laptop rammen de jongste tijd. Bovendien is er een punt waarop “de nodige scepsis”, want, zeg nu zelf, hoeveel scepsis is precies de nodige scepsis?, een punt dus, waarop “de nodige scepsis” zoiets als weerzin begint te naderen en ik kan u zeggen dat Van Amstel dat punt aanvankelijk griezelig dichtbij leek te zijn.

Ik zeg aanvankelijk.
En ik zeg leek te zijn.

Want.

Ziet u, toen ik, hoeveel jaar geleden nu alweer, voor deze site begon te schrijven, heb ik mezelf een principe gesteld. Stapels boeken landden ineens op mijn recenseertafel. Ik was dat niet gewend. Ik was gewend mijn boeken te kopen. Of te bestellen. Niet zelden vanuit het verre Amerika. In boekhandels blader je boeken door, je leest een hiere of een daare passage; wat ik bestelde probeerde ik ook in te zien, het alles sloot een miskoop nooit uit maar wat ik kocht was te overzien en als ik het echt heel erg goed vond, schreef ik erover op een site elders. Maar de immer aanwassende recenseerstapels bevatten van alles en lang niet alles ervan behoort tot het soort literatuur dat ik doorgaans lees. Dan gaan mensen al snel wauwelen over comfortzones, of ze beginnen over een doos en dat je daarbuiten moet denken (ik zit nooit in een doos als ik denk) (ik zit sowieso vrij zelden in een doos), of weet ik veel wat, naja, wat blijkt is dat je iets waarvan je weinig tot niets verwacht toch heel mooi kunt vinden. Dus moet een besprekerken alles een kans geven, zelfs al sloft het besprekerken met lood in zijn schoenen naar zijn leesstoel, want wat heeft hij nu weer aan zijn recenseertafel gehangen gekregen, wie geeft hem dat nu, wie schrijft dat nu, wie leest dat nu, al die vragen en toch – lezen zal hij lezen doet hij. Al moet ik toegeven dat ik het minimum aantal pagina’s dat ik gelezen moet hebben vooraleer ik een boek een in mijn ogen “eerlijke kans” gegund heb steeds verder teruggeschroefd heb. Het waren er ooit vijftig. Want als de schrijver me in de eerste vijftig pagina’s niet heeft kunnen aanspreken, gaat hij het nooit doen. Misschien kiest een schrijver een wat ongelukkig begin, misschien moet je een stijl nog een beetje aftasten, misschien neemt het een beetje krijgen gewend aan, misschien komt het traag op gang, misschien moet het allerinnemendste personage nog geïntroduceerd worden, misschien behoeft het nog maar twee verhaalwendingen om het interessant te maken maar in vijftig bladzijden moet dat alles toch wel bekeken zijn, niet? (mijn ooitmalig buurman, Sergio, had het over nog veel meer pagina’s, een honderdtal docht mij, of meer nog, ik kan het hem niet meer vragen hij is mijn buurman niet meer hoewel ik het was die wegging maar dat heeft me altijd al vrij veel geleken), naja, met zoveel stapels te gaan nog, het kan ook wel minder dan vijftig bladzijden zijn misschien, wat zou ik me moe worstelen terwijl er verder naar onderen in de stapel nog veel moois ligt te wachten misschien, een bladzijde of dertig of twintig of tien is ook wel genoeg om een gefundeerde mening te vormen nietwaar?

De geboorte van de trooster krijgt dus in ieder geval mijn aandacht gedurende een pagina of wat, Anne van Amster schreef bovendien Trapezista en dat boek herinner ik mij als lang niet kwaad. Zwijgen dus en lezen nu.

Er is een Parakleta die “met de trage hartslag van een vinvis” “haar baan om de aarde” zwemt; een bladzijde later stelt AvA (waarin men moeiteloos Anne van Amstel herkent) de vraag: “Wat is er geworden van de kinderen die hun juf zagen ontploffen?”. Oké. Ik ben geïntrigeerd. Het lezen is geen werk meer nu, niet langer het principieel halen van een quotum. Het lezen is nu gewoon lezen. AvA heeft me bij de hand genomen en voert me mee.

Hier wordt het verhaal verteld van Elisabeth Dorothea Parr. Ook gekend als Lili. Ook gekend als Parakleta. Ze werd te vondeling gelegd bij een nonnenklooster, bleek al snel een voorlijk kind te zijn. Ze sloeg drie klassen over en werd op Concord High leerlinge van Christa McAuliffe, de lerares die in 1986 aan boord was van de spaceshuttle Challenger die kort na de lancering ontplofte. Het was de bedoeling dat McAuliffe via het project “leraar in de ruimte” kinderen vanuit de ruimte zou onderwijzen en ze op deze manier ook warm zou maken voor ruimtevaart. Zodoende werd er op veel scholen naar de lancering gekeken; massa’s kinderen waren getuige van de ramp. Ik wist dat eerlijk gezegd niet, of als ik het wel wist (ik was twaalf toen dit gebeurde) ben ik het weer vergeten. Maar de ramp met de Challenger was echt, en ruimtevaart bestaat, en nonnen bestaan, en televisie bestaat, en Amerika bestaat, en met al deze elementen smeedt Anne van Amstel, p’don ik bedoel natuurlijk AvA een “poëtische novelle” (welja) die me in beginsel niet direct esoterisch leek. Lili, zoals astronaut Elisabeth Dorothea Parr liefkozend wordt genoemd (evenals haar jammerlijk omgekomen juf meteen een publiekslieveling), heeft tot taak een ISS-module te repareren. Hiervoor moet ze via een mangat het ruimteschip verlaten; al zwevende de reparatiewerkzaamheden uitvoeren. Vanover heel de wereld wordt gekeken hoe Elisabeth uit het ruimteschip komt. Ze spreekt de aarde toe. “I love you all. Don’t ever forget that now.”, zegt ze. Dan gespt ze haar “lifeline” los. En weg zweeft ze. Weg van het ruimteschip. Weg van de aarde. Weg van de mensheid.

Omdat de hele wereld toekijkt, heeft de hele wereld een mening over wat er daar gebeurde. Deskundigen zijn uiteraard niet meer weg te branden van de buis, want only an expert can deal with the problem. Laurie Anderson zei het al. Al snel wordt duidelijk dat Lili zich opzettelijk losmaakte, er kan geen sprake zijn van een ongeluk. Is het zelfmoord of andere waanzin? Deskundigen bemoeien zich, de president van Amerika bemoeit zich, landen nemen stelling, burgers hebben stellige meningen. Er zijn er die in Parakleta, zoals Lili al snel komt te heten, een martelares zien, een ziener, een heilige. Miljonairs zien er de allerultiemste zelfmoord in en zijn bereid grote bedragen neer te tellen voor hun eigen “ruimtesuïcide”. Er zijn er natuurlijk ook die Parr als uitschot zien, een aanstelster die ondenkbaar egocentrisch drama heeft gemaakt en daarmee heel veel belastinggeld verspilde. Er komen duiders. Wat betekende een vlag die ze vasthield? De duif? Vredesduif of iets anders nog? Commercie springt erop in; duiven zijn niet meer aan te slepen. Televisie doet vierentwintig uur per dag verslag van alles wat maar enigszins te maken heeft met Lili. Leeft ze nog? Hoelang kun je eigenlijk overleven, zwevend in de ruimte? Waarom deed ze wat ze deed? Er is rep. Er is roer. De president wil Lili uit haar baan schieten. Massale verontwaardiging, demonstraties, duiven die op alle pleinen in de wereld de lucht ingelaten worden, oproerpolitie die gericht schiet, eerst op duiven, later eenvoudigweg op burgers. Soon there will be shooting at unarmend men, en dat is ook een hele goede seedee.

Hierin is De geboorte van de trooster sterk, heel sterk. Het toont heel duidelijk de drie gangbare manieren waarop er altijd weer gereageerd wordt op internationale gebeurtenissen. Totale onderwerping, devotie, kritiekloos geloof (bijvoorbeeld in het heersende discours, in wetenschap, in overheden, in (een nieuwe) religie); alles op het fanatieke af zodat andersdenkenden of sceptici almeteens als moreel verwerpelijk worden gezien (of “wapppies” voor die materie). Dat is één manier om om te gaan met gebeurtenissen die het gemiddelde voorstellingsvermogen te boven gaan. Een andere heeft te maken met hebzucht. Gewin. Materialisme. Als verklaringen niet meer toereikend zijn, laat de economie het dan maar overnemen. Als je er niets aan kunt veranderen, kun je er altijd nog aan verdienen. Het boek laat zich gedeeltelijk lezen als televisieverslagen; verslagen die veelvuldig worden onderbroken door reclameboodschappen. Ook ellende kan geld genereren (juist ellende misschien zelfs wel). De laatste manier is favoriet bij overheden: repressie. Geweld. Onderdrukking. Alles wat we niet begrijpen, slaan we dood. Wat afwijkt, moet geëlimineerd worden. Wees niet die eigenwijze Nederlander – Rutte zei het al. Het moet in een hokje. En anders moet het maar kapot.

Maar omdat Parakleta ook wijd en zijd vereerd wordt, zegt De geboorte van de trooster ook veel moois over religie. Misschien raakt het via apocriefe en deuterocanonieke boeken (wat wel en niet tot enige bijbel mag horen is iets dat me altijd gefascineerd heeft), hindoeïstische en tantrische geschriften aan theosofie (er moet een oerbron zijn waaraan alle oerbronnen ontspruiten); een gedacht waardoor Yann Martel zich ook al liet inspireren toen hij Zoon van Niemand schreef. Parakleta is echter onmiskenbaar een vrouw, dus AvA zegt vooral veel over thealogie. Waarom zijn zoveel religies zo buitengemeen patriarchaal? Wat heeft het voor betekenis om het goddelijke als vrouwelijk te denken? In één van haar noten (het notenapparaat moet u vooral niet overslaan want het bevat echt heel veel interessants) schrijft Van Amstel: “Allah en Jahweh hebben officieel geen gender, ook de christelijke God niet, maar in praktijk zijn er maar weinig gelovigen die niet spreken van ‘Hij’ en ‘Hem’, een grammaticale vorm die het godsbeeld sterk heeft beïnvloed.” – zou het door religie gekatalyseerde sexisme louter een gevolg van grammatica zijn? En omdat Parakleta naastenliefde en begrip predikt, zegt De geboorte van de trooster natuurlijk ook zo wat over oorlog en vrede, en de agressieve aard van het mensdier.

Al vind ik de passages waarin Parakleta sprekend opgevoerd wordt, niet het sterkst in De geboorte van de trooster.

Sja.

Ik weet niet.

Kun je de grenzen van de geloofwaardigheid tarten zonder de maatschappijkritische laag aan te tasten? Ja er is metaforiek, er bestaat zoiets als symbolisme. Je kunt ook op indirecte wijze een punt maken. Science fiction, surrealisme en absurdisme kunnen heel goed over een konkrete leefomgeving, en een specifieke tijd gaan. Maar hier wringt het naar mijn gevoel toch een heel klein beetje. Een vrouw die feitelijk allang dood had moeten zijn, spreekt heel de wereld toe. En de hele wereld luistert. En Parakleta lijkt ook te weten wat er op aarde speelt, dus de communicatie werkt beide kanten op. Zoals het een echte God betaamt ja. Maar als God spreekt, luistert lang niet iedereen en zelf lijkt hij af en toe toch ook wel een beetje Oost-Indisch doof (mag deze uitdrukking nog of is dat langzamerhand veel te onwoke geworden?). Het is ook een beetje obligaat, zo’n messias die verkeerd begrepen wordt, een roepende in de woestijn is. Met monologen die mij ook iets te prekerig zijn. Maar misschien kun je een domineesdochter die het evangelie wil vernieuwen het niet euvel duiden af en toe te preken.

Maar er is nog iets, en dat heeft te maken met taal. Zolang Parakleta zwijgend in de ruimte zweeft, is ze voorwerp. Iedereen speculeert, analyseert, vormt meningen, fulmineert op sociale media of dweept ongebreideld met Parakleta. Dat is hoe dingen gaan, en dat is waarom De geboorte van de trooster zo sterk is. Maar kan er een teveel aan taal ontstaan? Zegt Jan Arends niet “Een boom is geen taal. Een getekende boom is taal.” (ja dat zegt Jan Arends wel, in Lunchpauzegedichten zei hij dat en dat weet je allemaal best, Donker, dus stop te vragen naar de bekende weg – uw moeder moest dat vroeger al iets te vaak tegen u zeggen toen gij nog een kinderken waart). Zo ook is Elisabeth Dorothea Parr geen taal, Parakleta is taal. Maar als zij als taal nog begint te spreken, wordt het teveel taal. In plaats van als symbool aan ieders fantasie te appelleren, drukt ze zich woordelijk uit. Daarmee wordt Parakleta als fenomeen gedeeltelijk gedemystificeerd, Wat ze zegt, verschilt daarenboven niet zoveel van wat menig een messias voor haar al zei. Langs de andere kant heeft Van Amstel door deze grenzen van de taal te bewandelen, weliswaar onbedoeld, misschien wel eenvoudigweg nog een laag aan De geboorte van de trooster toevoegd.

Waar een klein boek vol van kan zijn. Waar het van overloopt. Filosofie, religie, politiek, poëzie, wetenschap, feminisme, geschiedenis. Dat. Hoe wonderschoon dat toch is. Dat is literatuur, mensen. Dat kan allemaal met literatuur. Hou allemaal onmiddellijk op met dat kijken naar dat Netflix van jullie. Ga lezen. Te beginnen met De geboorte van de trooster.

Anne van Amstel De geboorte van de Trooster

De geboorte van de Trooster

  • Auteur: Anne van Amstel (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 13 januari 2026
  • Omvang; 96 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 21,99
  • Boek bestellen >

Flaptekst van de nieuwe Anne van Amstel dichtbundel

Met de trage hartslag van een vinvis
zwemt Parakleta haar baan om de aarde.

In De geboorte van de Trooster gaan we de kosmos in, vondeling Lily achterna. Ze is een leerling geweest van juf Christa, die omkwam bij de ramp met de spaceshuttle Challenger. Lily zelf wordt ook astronaut, maar wat gebeurt daar voor het oog van de wereld bij het ruimteschip? ‘Mijn God, ze is los!’ Zo wordt ze Parakleta, middelaar, toevlucht, trooster voor de belaagde mens.

Anne van Amstel heeft in haar werk altijd haar betrokkenheid bij de wereld van vandaag laten zien. Maar in dit wonderbaarlijke werk – is het poëzie, proëzie of nog iets anders? – ontpopt ze zich tot apostel. Thealogie vervangt theologie in dit overrompelende, onheilige nieuwe evangelie; een goede boodschap in kwade tijden.

Anne van Amstel is geboren in 1974 in een domineesgezin te Hoogeveen. gezondheidszorgpsycholoog, docent postdoctoraal onderwijs en dichter van vier bundels, van Het oog van de storm (2004) tot en met Trapezista (2022). Ze woont sinds haar studietijd in Amsterdam.

Bijpassende boeken en informatie