Categorie archieven: Poëzie

Fernando Pessoa – Faust

Fernando Pessoa Faust recensie en informatie over de inhoud van het boek en tragedie in verzen van de Portugese schrijver. Op 3 februari 2026 verschijnt bij Uitgeverij De Arbeiderspers de Nederlandse vertaling van Fausto. Tragédia Subjectiva door Harrie Lemmens van de onvoltooide tragedie in verzen geschreven door Fernando Pessoa. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Fernando Pessoa Faust recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Faust, geschreven door Fernando Pessoa, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Fernando Pessoa Faust

Faust

  • Auteur: Fernando Pessoa (Portugal)
  • Soort boek: tragedie in verzen
  • Origineel: Fausto. Tragédia Subjectiva
  • Nederlandse vertaling: Harrie Lemmens
  • Bijzonderheden: Portugees-Nederlands
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 3 februari 2026
  • Omvang: 372 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 32,50
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de tragedie in verzen van Fernando Pessoa

Een van de laatste grote, niet eerder vertaalde werken van Pessoa. Faust vormt met Boek der rusteloosheid de getwijnde draad die door Pessoa’s leven loopt.

Net als andere grootheden uit de wereldliteratuur (Marlowe, Goethe, Thomas Mann) was ook Fernando Pessoa gegrepen door de geschiedenis van Faust, de man die naar alles streefde en niets overhield. Hij werkte zijn hele leven aan deze tragedie in verzen die hij niet geheel heeft voltooid. Faust daagt in zijn laboratorium van geest en ziel de goden uit tevoorschijn te komen uit hun nietbestaan en hij verkoopt zijn ziel aan de duivelse Mefistofeles.

Fernando Pessoa is op 13 juni 1888 in Lissabon, Portugal. Hij wordt gezien als de belangrijkste Portugese schrijver van de twintigste eeuw en is de auteur van zowel proza als poëzie, geschreven onder zijn eigen naam of onder die (dan wel in de persoon) van een van zijn van vele heteroniemen. Hij overleed 30 november 1936 in Lissabon, de stad waar hij zijn gehele leven woonde aan de gevolgen van een leverkoliek veroorzaakt door alcoholvergiftiging.

Bijpassende boeken en informatie

Anton Korteweg – Ik, om maar iemand te noemen

Anton Korteweg Ik, om maar iemand te noemen recensie en informatie het boek met nieuwe gedichten. Op 24 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Meulenhoff de nieuwe dichtbundel van Anton Korteweg, de Nederlandse dichter. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Anton Korteweg Ik, om maar iemand te noemen recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Ik, om maar iemand te noemen, het boek met nieuwe gedichten van Anton Korteweg, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Anton Korteweg verklapt […] de titel van een nieuwe bundel gedichten: Ik, om maar iemand te noemen. Dat is passende zelfspot in een tijd waarin de literatuur op het narcistische af persoonlijk is geworden.” (Carel Peeters, Vrij Nederland)
  • “Melancholieke maar altijd sprankelende dichter.” (Elsbeth Etty, NRC)
  • “Een van de aangenaamste Hollandse dichters is Anton Korteweg, een te burgerlijk calvinist om in dit tranendal op verlossing te mogen hopen, en dat weet hij verdraaid goed.” (de Volkskrant)

Anton Korteweg Ik, om maar iemand te noemen

Ik, om maar iemand te noemen

  • Auteur: Anton Korteweg (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Meulenhoff
  • Verschijnt: 24 april 2026
  • Omvang: 88 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 21,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de Anton Korteweg dichtbundel

Een sombere tijd schept sombere gedachten.
De dag plukken is vaak te veel gevraagd.
Toch, elke morgen heeft het leven nog, tot overmaat,
het gore lef me met zijn grauwe prikkelbaard
’t bed uit te kussen. Of ik daar op lig te wachten.
Het sleept me bij de haren uit de slaap
de dag in. ’t Is nog steeds op me gesteld.
Ik mag nog meedoen. En dat is wat telt.

Luchthartig en scherp, ontroerend en licht melancholisch – in zijn vijftiende bundel is dichter Anton Korteweg weer op zijn best!

‘Een dichter schrijft slechts voor een dichter verzen, en voor de vrouwen, die geen vers verstaan,’ schreef Bertus Aafjes ooit. Zo erg is het voor Anton Korteweg, meer dan een halve eeuw bezig, nou ook weer niet. Hij is een man die zijn zegeningen telt, en de kleine dissonanten in het leven maakt hij onschadelijk in zijn poëzie.

In Ik, om maar iemand te noemen zijn het niet alleen de vertrouwde ongemakken van het ouder worden die bezongen worden, maar wordt geprobeerd om te gaan met de overweldigende hoeveelheid pakken om bij neer te zitten. En om op steeds wankeler benen staande te blijven in de actualiteit van een opdringeriger, meedogenlozer wereld.

Anton Korteweg is geboren op 31 januari in Zevenbergen, Noord-Brabant. Hij debuteerde in 1971 bij Meulenhoff met Niks geen Romantic Agony. In 2015 verscheen zijn verzamelbundel Ouderen zijn het gelukkigst, in 2021 verscheen Enfin. In 1986 ontving hij voor zijn werk de A. Roland Holstpenning. Korteweg was van 1979 tot 2009 directeur van het Literatuurmuseum in Den Haag. Ik, om maar iemand te noemen is zijn vijftiende dichtbundel.

Bijpassende boeken en informatie

Han Kang – Ik leg de avond in een la

Han Kang Ik leg de avond in een la recensie en informatie boek met gedichten van de Zuid-Koreaanse schrijfster en Nobelprijswinnaar. Op 3 december 2025 verschijnt bij Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar voor het eerst een Nederlandse vertaling van gedichten van Han Kang. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Han Kang Ik leg de avond in een la recensie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Ik leg de avond in een la, de dichtbundel van Han Kang, de schrijfster uit Zuid-Korea en Nobelprijswinnaar, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Deze gedichten (…) verbeelden een onvertaalbare Koreaanse ziel die het metafysische en het intieme met elkaar vermengt.” (Le Monde)

Recensie van Tim Donker

De mens denkt. De mens schrijft. De mens denkt en schrijft over haast wel alles. Zo kon mijn oog laatst vallen (ja het viel) op een artikel in nY over het neokoloniale geweld dat schuil gaat achter de keuzes die vertalers maken (god dat blad wordt met elk nummer woker en woker, ja woker nog dan woke en sowieso veel te woke naar mijn zin). Er zou, zo vermelden de schrijvers, in Amerika oproer zijn ontstaan over de Engelse vertaling van Han Kangs roman De vegetariër. Het Koreaanse origineel was eenvoudig en afgemeten; de Engelse vertaling (veel te) bloemrijk. Ik zou even een middagje moeten peinzen om te bedenken hoe er kolonialistische motieven aan ten grondslag kunnen liggen om het kale naar het bombastische te transformeren maar de mens denkt en de mens schrijft en de denkende mens denkt over de schrijvende mens en schrijft daar dan weer over, en als auteurs prijzen winnen en potten breken, valt er alleen nog maar meer over te denken en meer over te schrijven en zal ook een slechte vertaling méér moeten zijn dan zomaar een slechte vertaling.

Maar nobelprijs of geen nobelprijs, Han Kang vloog de langste tijd onderdoor mijn radar en Ik leg de avond in een la is feitelijk mijn eerste kennismaking met haar werk. En ophef of geen ophef, ik wist niet meteen wat te denken van de gedichten in deze bundel.

Misschien juist omdat het poëzie is, en omdat Kang is begonnen als dichter, en deze Ik leg de avond in een la er dus al vóór alle ophef was. Gedichten van bijna dertien jaar oud, het origineel kwam uit in 2013, er was van een De Vegetariër nog geen sprake, en Han Kang was gewoon maar iemand die dichtte en dacht in Korea, en een bundel bijeen pende die ze Seorab-e jeonyeog-eul neoheo dueodda noemde en misschien is dat ook wel mojer, en minder gezwollen dan Ik leg de avond in een la, wie weet.

Kang opent met een voorwoord. In de vorm van een gedicht. “Sommige avonden waren doorzichtig. / (Zoals de dageraad soms is.)”, en zulke avonden zijn er, toch?, in de lente vaak, of aan het begin van de zomer, maar ook een winteravond kan zo zijn (als nu bijvoorbeeld een reiziger), een mens zit, een mens leest, een mens denkt, een mens denkt ja, ja denkt een mens, ja Han Kang, inderdaad, sommige avonden zijn doorzichtig, en waarder nog, dat, door het in de verleden tijd te zetten, kijk terug naar je kindertijd, toen waren bijna alle avonden doorzichtig, niet?, of in retrospekt toch, sommige avonden waren doorzichtig, hoe waar en wat zeg je dat mooi Han Kang, denkt de mens die zit, de zittende denkende lezende drinkende mens.

Maar dan gaat dat slechts vierregelige voorwoordgedicht verder: “In het midden van de vlam / lag een ronde verlatenheid.”, en dan weet de zittende denkende lezende drinkende mens niet meer zo goed wat hij peinzen moet. Is het midden van een vlam rond of spits?, de zittende denkende lezende drinkende mens weet het niet direkt, heeft ook geen vlam voor handen, kijkt om zich heen om te zien of er iets is dat hij in de fik kan steken, proefondervindelijk lezen, er is niks dat hij in de fik kan steken. Hoe zit het ook alweer met vuur en hitte, en geel en rood, en wat is ook alweer het heetst, was het midden niet het koelst?, waarom heb ik ook mijn exacte vakken al meteen in drie mavo laten vallen?, hete gassen, zuurstof, verbranding, is het midden van een vlam alleen en de rest van de vlam een eenheid, was er ook niet iets met blauw?, kan vlam hier staan voor menselijke samenstellingen, de mens in het midden op zijn eentje, allen errond samen?, of is dit pure poëzie, poëzie om de poëzie, poëzie die alleen maar mooi wil zijn, geaaid wil worden, ik wil de rock ’n roll ajen, wie schreef dat ookalweer, Jose Maria Sanz zong het maar hij schreef het niet.

Het triviale. Het spirituele. Waaraan raakt deze poëzie? Kang kijkt naar de damp die opstijgt van een kommetje rijst en dat jaagt bij haar gedachten aan over vergankelijkheid. Dat lijkt wat obligaat maar dan eindigt het gedicht met een laconiek: “Ik at mijn rijst”. (en dus: ik at mijn zware gedachten op? ik stapte over mijn kontemplasie heen? ik richtte me op mijn direkte noden?). Prozaïsche poëzie?

Of. Verder. “Lente is lente // adem is adem // ziel is ziel.” Wat dan ook weer zoiets is. Konkrete dingen zoals lente en adem zijn gewoon wat ze zijn, maar ziel? Kun je überhaupt wel stellen dat ziel “is”. Ergens in de pijnappelklier misschien? (ha!). Stelt Kang het banale gelijk aan het metafysische of andersom? Je weet het niet. Ik weet het niet. De zittende denkende lezende drinkende mens weet het niet.

Wel. Misschien. De plekken waar je poëzie kunt zien liggen, de meesten stappen daar gewoon overheen. Wanneer dacht jij voor het laatst aan Mark Rothko? Kang schrijft: “Al is het overbodig om toe te lichten / er bestaat geen enkel verband tussen Mark Rothko en mij // Hij werd geboren op 25 september 1903 / en stierf op 25 februari 1970 / Ik werd geboren op 27 november 1970 / en ben nog in leven / En toch / komen de negen maanden / die zijn dood en mijn geboorte van elkaar scheiden / nu en dan bij me op // Een paar dagen voor of na / de vroege ochtend waarop hij in het keukentje van zijn atelier / zijn polsen doorsneed / bedreven mijn ouders de liefde / en niet veel later / vormde een stipje leven zich / in de warmte van een baarmoeder / aan het einde van die winter, zijn lichaam nog intact / op een begraafplaats in New York”; hoe jouw geboorte een zwangerschapsduur verwijderd is van de dood van een (naar ik aanneem) bewonderd kunstenaar, hoe daar allicht, als je erover nadenkt, iets van poëzie in te zien is, ik zie dat wel, maar ik zag het pas nadat Kang het me aanwees.

Leven en dood maken vaak hun opwachting in haar gedichten.

Alle doden die je kunt sterven: “Geen zorgen / ik heb negen levens / misschien wel negentien of negenennegentig”, en dus: “Zodra ik mijn ogen open na mijn achtennegentigste dood / zal ik mijn rug, gekromd als een foetus, hol maken / en me weer laten vallen” – en dat in een gedicht dat Circusvrouw heet en dat opent met een halfnaakte vrouw die, omwikkeld met een rode doek, zwevend in de lucht hangt. Geen zorgen dus, want de dood is maar een circusact? En wie dood is (en let wel: “het [is] fijn om dood te zijn / zo stralend, zo gewichtloos / als dons”) kan nog te maken krijgen met de kleinste probleempjes: dat je, bijvoorbeeld, niet in staat bent om een moje blauwe kiezelsteen op te rapen uit een beekje. Omdat je dood bent, weet je wel.

En je denkt. Zittend en lezend en drinkend denk je het wel. Langzaamaan in de smiezen te krijgen. Kang is hier om ons te laten zien dat het surreële veel dagdagelijkser is dan wij denken, en, omgekeerd, dat het dagdagelijkse zoveel surreëels bevat waaraan wij ziende blind voorbij lopen.

Of toch niet?

Een gedicht bestaat uit maar twee regels: “Een jonge vogel vloog voorbij / Mijn tranen waren nog niet droog”. Dat is geen surrealisme. Dat is ook geen dagdagelijksheid. Is het -slik- natuurpoëzie dan wat er hier de klok slaat? Toch is ook hier een zekere ontregelende mafheid niet veraf: de titel van dit hele korte gedicht is: Dertig mei tweeduizendvijf, de zee van Jeju half in de lentezon. De schubben van de wind overladen min huid met zout en ik denk: vanaf nu is het leven een cadeau

:

en:

jajaja. zout op mijn huid jajaja. benoîte groult. jajaja. het leven is een cadau. jajaja. je moet het niet verspillen. jajaja. maar wat kun je doen dat niet “het verspillen” is? jajaja. (can’t you even have coffee anymore?!). maar ik dacht aan dat singeltje dat ik had toen ik een jaar of vijftien zestien was, het singeltje van twee seconden. op de a-kant stond you suffer van napalm death. totale speelduur 0:01. de b-kant had electro hippies met mega armegeddon death part 2. totale speelduur: eveneens 0:01. en ooit zag ik napalm death you suffer live brengen, en de zanger was langer bezig om het lied aan te kondigen dan de band bezig was om het te spelen. waarmee ik maar wil zeggen: ik weet niet of ik deze pseudo-haiku van Kang goed vind en ik weet ook niet of ik die wat melodramatische titel wel smaken kan, maar de idee van een gedicht dat vele malen korter is dan de titel die het draagt vind ik alvast fantasties.

Dus wat het is. En weet de zittende denkende lezende drinkende mens het al? Zijn het kontemplasies over leven dood tijd zijn, zijn het metafiese vragen of dagdromerijen of slaapwandelingen? Is het gemijmer, de stilte die de storm vooruit gaat, een kiezelsteen die je maar niet kunt oppakken, een wolk in een broek? Of toch gewoon maar dikke brol?

Of een avond die geruisloos naar binnen spijpelt (en hoeveel van zulke avonden zijn er niet?).

Of gaat alles steeds maar over het leven dat je gebeurt terwijl jij andere plannen maakt?

Of verkent Kang de randen waarlangs poëzie vervluchtigt?

(om het te bewaren voor het verdwijnen kan?)

(als de avond in een la?)

En wat te maken van een gedicht dat Zelfportret. Winter 2000 heet en dat leest als een tragische sage die zich niet direkt lijkt af te spelen in 2000, en ook niet echt in de winter.

Of van de idee dat het aan de overkant van de spiegel winter is, en dat geesten neerstrijken in je ogen en heen en weer wiegen en beginnen te neuriën. Sommige dromen hebben het gewicht van een geweten.

(denkt u: een bezwaard geweten of een zuiver geweten?)

Of van een ineens heel erg fimies beeld, of zou ik zeggen een Heel Erg Filmies Beeld (HEFB, kan dat nog wat worden in deze aan acroniemen verslaafde tijden?) van een dode vogel langs een snelweg ergens in Amerika; iedere keer als er een gigantiese vrachtwagen voorbij dendert wajen zijn vleugels op. Dat zie je voor je, toch? Dat zie je toch zo voor je, lezer? Dat zou het openingsbeeld kunnen zijn van een of andere beklemmende, broeierige, lichtelijk bizarre woestijnfilm (bestaat dat als genre?) met mannen die hoofdzakelijk zwijgen. En met filmmuziek van Calexico.

En gesproken van muziek: een gedeelte van deze bundel las ik met Terre Sacer van Mark Molnar komend uit mijn telefoon (de cd EXO waarop dit straffe werkje te vinden is, moet mijn collectie vooralsnog helaas ontberen) en dat is muziek gelijk een ademhaling (vooropgesteld dat je violijnen zou kunnen ademen); en, zo bedacht ik, bedacht zittende denkende drinkende lezer, zo ook zou deze poëzie kunnen zijn: ademhalingen voor wie avonden kan ademen.

Daarmee bevat Ik leg de avond in een la helaas ook wel wat waaraan je al te gemakkelijk voorbij zou kunnen lezen. Hoe vaak concentreer je je immers op je ademhaling? Hoe vaak zie je een blad dwarrelen in de wind? Hoe vaak herinner je je een droom? Hoeveel avonden gingen voorbij voor je ze in een la kon leggen?

Misschien moet je deze bundel lezen als levensles.
Misschien moet je Ik leg de avond in een la enige tijd in een la leggen om te rijpen.

Dit is poëzie die zich niet onmiddellijk laat kennen. Soms bloedmooi, soms een groot vraagteken. Maar ik ben nu zeker benieuwd geraakt naar haar proza. En misschien ga ik De vegetariër wel in het Engels lezen. Eens zien waar het oproer over gaat.

Han Kang Ik leg de avond in een la

Ik leg de avond in een la

  • Auteur: Han Kang (Zuid-Korea)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Origineel: 서랍에 저녁을 넣어 두었다 (2013)
  • Nederlandse vertaling: Mattho Mandersloot
  • Uitgever: Nijgh & van Ditmar
  • Verschijnt: 3 december 2025
  • Omvang: 112 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 20,00
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de Han Kang dichtbundel

Han Kang onthult de volle pracht van haar schrijfstijl in deze dichtbundel, de eerste die in het Nederlands is vertaald. Ze roept de kleur van het einde van de dag op, de kou en de afwezigheid. Ook het lichaam komt aan bod, soms verzwakt, soms waakzaam voor de spiegel. De maan is vreemd, de herinnering aan de doden neemt de huizen over. Tot het licht terugkeert, tot vrouwen en mannen het duister verlaten.

Na het enorme succes van haar romans nodigt Han Kangs poëtische werk ons uit om een nieuw facet van de verbeeldingskracht van deze grote Zuid-Koreaanse schrijfster te ontdekken – een facet dat resoneert met haar verhalende werk. De thema’s en de oneindige verfijning van haar verzen maken Ik leg de avond in een la een essentiële onderdompeling in haar unieke wereld.

Han Kang is geboren op 27 november 1970 in Gwangju, Zuid-Korea. Ze studeerde aan de Yonsei Universiteit in Seoel, Zuid-Korea. Ze won vele nationale en internationale prijzen voor haar werk, waaronder de International Man Booker Prize voor de wereldwijde bestseller De vegetariër. Ook Mensenwerk en Wit werden lovend ontvangen. Momenteel doceert ze creatief schrijven aan het Seoul Institute of the Arts. Haar nieuwe roman Ik zeg geen vaarwel is in 2023 verschenen. In 2024 won ze de Nobelprijs voor de Literatuur ‘voor haar intense poëtische proza dat historische trauma’s onderzoekt en de kwetsbaarheid van het menselijk leven blootlegt’.

Bijpassende boeken en informatie

Inger Christensen – Alfabet

Inger Christensen Alfabet recensie en informatie gedichten en dichtbundel van de dichteres uit Denemarken. Op 20 november 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van Alfabet, de bundel met gedichten uit 1981 van Inger Christensen, de Deense dichteres. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Inger Christensen Alfabet recensie

  • De ecologische crisis vormt het uitgangspunt voor een deels extatische hommage aan de wereld en de natuur, die ondanks alles nog steeds gevonden wordt: deels in de actieve zin dat ze bestaat, deels in de passieve zin dat ze ontdekt en begrepen wordt – door de dichter en door ons.” (Erik Skyum-Nielsen)
  • “Deze gedichten zijn een schitterende bevestiging van het leven. Een lofzang op de natuur, in eenvoudige, bijna kale taal en heldere zinnen, met maar weinig bijvoeglijke naamwoorden. De abrikozenbomen, de bramen, de ceder, de duiven, de herfst – je ziet ze, voelt ze, ruikt ze.” (Janita Monna, Trouw)
  • “Ondanks de strenge structuur die haar werk vormde – of, waarschijnlijker, juist daardoor – was Christensens stijl lyrisch, zelfs speels.” (New York Times)

Inger Christensen Alfabet

Alfabet

  • Auteur: Inger Christensen (Denemarken)
  • Voorwoord: Claire-Louise Bennett
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Origineel: Alfabet (1981)
  • Nederlandse vertaling: Annelies van Hees
  • Uitgever: Koppenik
  • Verschijnt: 20 november 2025
  • Omvang: 72 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,50
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de gedichten van Inger Christensen de Deense dichteres

Inger Christensen, de meest bewonderde dichter van Denemarken, schreef met alfabet een van de opzienbarendste dichtbundels van de twintigste eeuw. Geordend volgens de Fibonacci-reeks, waarin elk getal de som is van de twee voorgaande getallen – een patroon dat ook in de natuur zichtbaar is –, ontstaat een raamwerk van psalmachtige strofes die zich ontvouwen als een uitdijend universum.  

Alfabet, in een herziene vertaling van Annelies van Hees, biedt naast de complexe structuur een zoektocht naar het metafysische in het dagelijks leven en een diep begrip van de voortdurende dreiging van de catastrofe. Dit maakt Inger Christensens poëzie juist nu urgenter dan ooit tevoren.  

Inger Christensen is op 16 januari 1935 geboren in Vejle, Denemakren. Ze was een Deense dichter, romanschrijver, essayist en toneelschrijver. Christensen behoort tot de belangrijkste Scandinavische dichters van haar generatie. Aan het einde van haar leven werd ze voortdurend genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Op 2 januari 2009 overleed Inger Christensen in Kopenhagen. Ze was 73 jaar oud.

Bijpassende boeken en informatie

Lévi Weemoedt – Vreugde heeft geen vat op mij

Lévi Weemoedt Vreugde heeft geen vat op mij recensie en informatie nieuw boek met gedichten va n de Nederlandse dichter. Op 18 november 2025 verschijnt bij Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar het nieuwe boek van met poëzie Lévi Weemoedt, de uit Nederland afkomstige dichter. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Lévi Weemoedt Vreugde heeft geen vat op mij recensie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Vreugde heeft geen vat op mij, het nieuwe boek met gedichten van Lévi Weemoedt, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Lévi Weemoedt Vreugde heeft geen vat op mij

Vreugde heeft geen vat op mij

  • Auteur: Lévi Weemoedt (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Nijgh & Van Ditmar
  • Verschijnt: 18 november 2025
  • Omvang: 112 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 16,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Lévi Weemoedt

Ik voel mijn tijd ten einde snellen.
Ik ga de doodgraver vast bellen:
‘Doodgraver! Begin maar aan mijn graf.
Ik kom eraan. En op een draf!’

Doodsverlangen, het is een vast thema in het oeuvre van Lévi Weemoedt. Maar het begint nu toch echt op te schieten. In zijn nieuwe bundel Vreugde heeft geen vat op mij maakt Weemoedt de balans op. Hij blikt terug op zijn onnozele kinderjaren en zijn roemloze liefdesleven. Steeds korter worden zijn verzen, maar des te pregnanter. En wat worden we vrolijk van zo veel droefenis!

Lévi Weemoedt is geboren op 22 oktober 1948 in Geldrop. Hij is schrijver van korte verhalen en gedichten, die hij als geen ander voor publiek ten gehore brengt. Zijn dichtbundels zijn onverminderd populair. Daarnaast schreef hij de roman De ziekte van Lodesteijn, een ‘minor classic’ aldus de kritiek. In 2021 verscheen het vervolg daarop: Het nut van Lodesteijn. De bundel met gedichten Het leven is zo eenzaam niet verscheen in oktober 2021

Bijpassende informatie

Maxime Garcia Diaz – Het netwerk moet gebouwd worden

Maxime Garcia Diaz Het netwerk moet gebouwd worden recensie, review en informatie over de inhoud van het nieuwe boek met gedichten. Op 13 november 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Bezige Bij de nieuwe dichtbundel van Maxime Garcia Diaz, de Nederlandse schrijfster. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Maxime Garcia Diaz Het netwerk moet gebouwd worden recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Het netwerk moet gebouwd worden, het boek met gedichten van Maxime Garcia Diaz, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Maar eigenlijk was mijn dochter dus de aanleiding. Want ze werd elf en ze wilde met het hele gezin naar de stad, ze wilde winkelen, en ik wist wel dat dat ook een werkwoord kon zijn maar toch verbaasde het me. En dus in de stad liepen we, in het sentrum van Utrecht liepen we, en ik dacht hier loop ik nooit, over de oude gracht liepen we, en ik dacht, als student kwam ik hier geregeld maar nu kom ik hier nooit meer. Het was zondag. We waren allemaal vrij en we liepen. En Broese was open, verrek, het is zondag en Broese is open dacht ik, en ik wilde naar binnen want hoe vaak kom ik nu helemaal in een boekhandel, in het dorp waar we nu wonen is geen boekhandel, wel een hele gekke winkel die tegelijkertijd huishoudwinkel, opticien, ING- en postkantoor, biologiese supermarkt, speelgoedwinkel, en ook wat boeken verkopende tijdschriftenhandel is, daar heb ik wel eens een Lauwereyns uit de voordeelbakken gevist, monkey business, in zoon idiote winkel gekocht dat ik het nog altijd niet heb durven lezen, Lauwereyns of niet. Maar Broese is een echte boekhandel, een hele grote boekhandel van meerdere verdiepingen, het doet mijn hart deugd dat dat nog kan blijven bestaan, ontlezing zeggen de mensen, maar in het vast niet goedkope sentrum van Utrecht, vooraan op de oude gracht, is een hele grote, misschien net iets te moje boekhandel, en die is open op zondag, en het was er druk ook, misschien omdat er iemand sprak, ik weet het niet, mensen in een boekhandel, er is zoveel, ik wou filosofie, ik wou engelstalig, ik wou proza, ik wou poëzie maarja ik ben de enige boekenliefhebber in het gezin en ik wou niet alle anderen op me laten wachten, ten slotte was het de verjaardag van mijn dochter en niet die van mij, dus ik beperkte me tot de poëziekast. En er sprak iemand, heb ik dat al gezegd, er sprak iemand, iemand werd geïnterviewd, een engelsman, ik meende die stem wel te kennen, volgens mij zoon mannetje dat er op de staatstelevisie wordt bijgehaald als het over klassieke muziek gaat, ik dacht hem wel te kennen, later speelde hij nog iets, cello docht mij en het was niet slecht docht mij, wie was het weer, ik hoefde mijn kop maar boven de poëziekast uit te steken om het te zien maar ik wilde mijn kop niet boven de poëziekast uitsteken, ik wilde de poëziekast en niets dan de poëziekast, best een grote poëziekast hebben ze daar en ik wilde hem helemaal zien en voelen en besnuffelen en betasten en lezen en kijken en zien en zien en zien. Er was moois te vinden. Er werd moois gevonden. Een bundel van Radna Fabias bijvoorbeeld & ik wilde al zo lang een keer een bundel van Radna Fabias, waarom belanden zulke dingen nou nooit eens spontaan op mijn recenseertafel?, en ook dit.

Dit.
Dit is.
Dit is dit.

Maxime Garcia Diaz, ik kende haar eerlijk gezegd niet, Het netwerk moet gebouwd worden. Is wat dit is. Is. Hybride, noemen ze dat niet zo? Want het is poëzie, uiteraard is het poëzie, het stond in de poëziekast dus het moet haast wel poëzie zijn. Maar het is ook techniekfilosofie. Een geschiedenis van het internet. Dag- en fotoboek. Reisverslag. Meer nog – want Sybilaanval is een krankzinnige theatertekst met een uiterst beckettiaanse mis-en-scene. En evengoed zijn er politicologische en sociologische en feministische overpeinzingen. Niet alles is rechtstreeks van Garcia Diaz; rode teksten komen ergens anders vandaan en blauwe teksten komen uit een vertaalmachine. Vele werkelijkheden komen samen dit ongekend intrigerende boek.

Intrigerend in weerwil van alles.

Alles zijnde die dingen die normaal gezien mijn interesse niet hebben. Zoals. Haast alles dat hier aan de orde gesteld wordt.

Maar ik ben oud, Maxime Garcia Diaz, vind je het goed als ik dat als excuus aanvoer?

Ik ben één van die mensen. Ik heb het internet zien komen. Toen ik kind was, was het er nog niet. Wij hadden thuis wel een computer, niet veel mensen hadden een computer, mensen uit de straat kwamen bij ons binnen om te kijken naar de computer. Maar internet hadden we niet. Toen ik studeerde had je van die gasten, mensen als Chananja en Sandra enzo, en die gingen in de pauzes naar het computerlokaal om te “internetten”, het leek iets te zijn om de verveling te verdrijven, een aktiviteit ofzo, je kon misschien net zo goed gaan pingpongen. En toen, later, leek het meer te zijn dan dat. Een Grote Broer. Een dwingeland. Een hulpmiddel dat jou net zo goed dwong als andersom. Het leek me ook iets dat dingen kapot kon maken, ik herinner me spreken met iemand, ergens halfweg de negentiger jaren, over internet in deze trant, en dat mijn gesprekspartner zei Maar als journalist kan jij straks niet om internet heen, en ik zei Wie zegt jou dat ik journalist ben of zijn wil, en waarom kan ik niet om het internet heen, staat dat dan straks voor mijn huis ofzo en moet ik door het internet heen als ik boodschappen wil gaan doen?, want ik dacht nog, toen, dat het iets marginaals kon zijn en blijven, iets dat zou overwajen misschien, er waren tijden dat het er niet was en waarom zouden er geen tijden aanbreken dat het weer weg was. Maar Maxime Garcia Diaz is een millennial, die heeft nooit anders geweten. Die heeft het niet zien komen. Die heeft het aangetroffen. Zoals ik televisie aantrof, en de supermarkt, en auto’s. Zoals mijn kinderen internet aantreffen, en computerspellen, en youtube. En hoe je reflecteert op dingen die je aantreft is anders dan hoe je reflecteert op dingen die je hebt zien komen. En daarom. Intrigeert Het netwerk moet gebouwd worden.

Of Amerika. Maxime Garcia Diaz heeft iets met Amerika, het zit in de genen, ze was daar verschillende malen. Ik was ook ooit in Amerika, in Kentucky dan nog, het is enige tijd her, Bill Clinton was daar toen president, ik vind het een fascinerend land maar ik vind het geen boeiend land, maar Garcia Diaz heeft daar notoire voetstappen liggen, mijn god, Elizabeth Willis was haar scriptiebegeleider, ik zou een moord doen om Elizabeth Willis als scriptiebegeleider te hebben gehad, wat een prachtbundel Address was, tel je zegeningen met zo een scriptiebegeleider, publiceert ze tegenwoordig niet bij New Directions, wat een geniale uitgeverij is dat zeg.

(tegelijk met Het netwerk moet gebouwd worden komt een engelstalige versie uit, die is mij even ontgaan, die stond niet in die poëziekast misschien bij engelstalig maar daar heb ik om vermelde redenen niet meer kunnen kijken, zou het niet wat zijn als de engelstalige versie van dit boek bij new directions uitgekomen is?)

Maxime Garcia Diaz bestrijkt levens, era’s, werelden en haast alles kun je in dit boek wel tegenkomen. Iemand steekt de sociale huurwoning in brand terwijl iemand anders nog binnen was en voelt daarover geen spijt. Honger gaat dood, maag gaat dood, vijand gaat dood. Communistische penetraties in het politieke lichaam. Het geboorterecht van een cybernetische organisatie. Autopoëse versus allopoëse. Deep blue. Kasparov. Een datacenter met een skeuomorfische kramp. (en ik dacht aan die amerikaanse auto’s die eruit zien alsof ze deels van hout gemaakt zijn) (en het datacenter huilt en de hele stad heeft last van verbindingsproblemen). Latour die zegt: Netwerken hebben geen binnenkant, ze bestaan alleen uit randen en Steyerl die zegt: Het internet is niet dood, het is ondood en het is overal. (en Latour dat zal dan wel Bruno Latour zijn maar die Steyerl, die ken ik niet). Computerspellen die ik ten hoogste van naam ken. De Sims, Neopets, Travel Town. Wat je mee zou nemen als je huis in brand stond (Jean Cocteau zou de brand meenemen). Een vader die sterft (althans ik denk dat het de vader is en ook dat hij een niet heel aardige man was) (later vraag ik me af of ik dat laatste oordeel niet moet bijstellen). En een hele moje vrouw een onvoorstelbaar moje vrouw een ongekend moje vrouw heeft een tandenborstel in haar mond.

En al denk ik niet dat ik Imago van Octavio Butler ooit zou willen lezen.
En al is Heal van Strand Oaks niet zoon heel erg goede seedee.
En al is Sophie Schwartz toch wel een heel klein beetje overschat.
En al is Lana Del Ray – ofnee laat maar.
Of Sylvia Plath. Ik herinner me mijn buurman, mijn voormalig buurman, en hoe hij een keer, op straat (want ik kwam hem tegen toen ik een vuilniszak ging weggojen) stond te betogen dat hij Sylvia Plath maar een aanstelster vond, en ik heel erg woke wilde zijn en iets wilde zeggen over Ted Hughes en ook iets over de man in het algemeen maar alles wat ik kon zeggen was dat ik ondanks herhaalde pogingen nooit door De Glazen Stolp was heen gekomen.

Ondanks al die dingen.

Of, wie weet, dank zij.

Weet ik me gegrepen.
Zo heel erg vast gegrepen. Tweehonderdvijftig pagina’s lang.

Door de foto’s de onderwerpen de stijlen de afwisseling, of zinnen.

Zinnen als “Toen ik een Amerikaan was / heette ik Meilissa”; “Toen ik een meisje was zat ik op de computer / Toen ik op de computer zat was ik een god/ / probleem/ Amerikaan/ volwassen man/zoon / van mijn vader/lichaam in wachtstand.”; “ik ben nooit offline gegaan”; “wij weten dat Pepto-Bismol roze is / maar we weten niet wat Pepto-Bismol is”; “ik wil niet naar België ik wil dood”; “in het ziekenhuis vuur ik een machinegeweer af / om hen god te laten vrezen”; “nooit voor Amerika buigen”; “als er een introverte Amerikaan wordt geboren / nemen ze hem mee naar de achtertuin / en schieten hem af” –

en ik denk aan het internet of body en aan alles wat ik vreesde en aan de dystopie die ons wacht.

Of misschien.

Dit is alles gezien door de ogen van een millennial.
Ik sprak een millennial ooit. Op een van mijn postrondes. Ze deed me denken aan Iris. Wat een ontzettend fantastisch gesprek zich ontspon. Ze deed de academische pabo, liep stage, en vond “de huidige generatie” al iets om zich over te verbazen, en ik weet niet of dat me heel erg oud deed voelen of juist weer een heel stuk jonger. Maar Het netwerk moet gebouwd worden deed mij, iemand die het internet heeft zien komen (zei ik dat al?), denken aan de nuttige ficties van Hans Vaihinger, hoe kantiaans wil je de wereld hebben, de narratieven die we hanteren om de wereld kenbaar beheersbaar overzichtelijk te maken, misschien is alles online niet anders dan een nuttige fictie, “de handelingen ceremoniëel maar echt”. Er is geen onderscheid tussen het alsof en de voeten op de grond – er is geen ding an sich, alleen wat wij ervan maken.

Het netwerk moet gebouwd worden sloopt het karkas van je zienswijzen en start daarna opnieuw op. En krachtiger dan dat zul je poëzie nooit krijgen. Dus wacht niet tot uw dochter jarig is maar haast u. Want ja. Zo mooi dus kan literatuur zijn.

Maxime Garcia Diaz Het netwerk moet gebouwd worden

Het netwerk moet gebouwd worden

  • Auteur: Maxime Garcia Diaz (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 13 november 2025
  • Omvang: 240 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 25,00
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst van de nieuwe dichtbundel van Maxime Garcia Diaz

Wat is een computer? Is de Amerikaanse eeuw al voorbij? Alles gaat dood, dood, dood. De stad, het internet, ____ _____. Het netwerk moet gebouwd worden is een hybride poëziebundel, gelijktijdig uitgegeven in het Nederlands en Engels, die verschillende vormen en genres mengt om een labyrintische geschiedenis op te tekenen. Deze veelvormige bundel trekt als een verwrongen reisverslag langs de data centers van Nederland en de siliconen valleien van Amerika, langs een Amsterdamse kindertijd en een universiteitsstad in Iowa.

Het netwerk moet gebouwd wordenis een persoonlijk onderzoek naar het dode scherm, de geannuleerde stad, het falen van taal en representatie, naar de waanzinscène en het kraakpand, de servers en de sociale huurwoningen, verlies en verzet. Deze computer spreekt Engels omdat hij Amerikaanse botten heeft; deze machine vermoordt fascisten omdat ze wil moorden. Alles gaat dood, behalve Neopets.

Maxime Garcia Diaz schrijft poëzie en proza in zowel het Nederlands als het Engels. Ze studeerde cultuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en poëzie aan de Iowa Writers’ Workshop. In 2019 won ze het NK Poetry Slam. Ze debuteerde in 2021 met Het is warm in de hivemind, een bundel die lovend werd ontvangen en bekroond met de C. Buddingh’-prijs, de prijs voor het beste poëziedebuut van het jaar. Haar tweede poëziebundel, Het netwerk moet gebouwd worden verscheen in november 2025 in het Nederlands en Engels.

Bijpassende boeken

Kamau Brathwaite – Equinox

Kamau Brathwaite Equinox review and information of the content of the never-before-published poetry by the writer from Barbados. New Directions will publish the poetry collection of Kamau Brathwaite, on July 7, 2026. Here you can read information about the content of the book, the author and the publication.

Kamau Brathwaite Equinox reviews

  • “Kamau Brathwaite is one of the most important poets in the Western Hemi sphere. A musicianly sensibility of sharp political reference.” (Amiri Baraka)
  • “A brilliant new collection by the great Caribbean writer and scholar: “an engaging, deep-hearted, strong-spirited, and richly musical poet.” (The Multicutural Review)

Kamau Brathwaite Equinox

Equinox

  • Author: Kamau Brathwaite (Barbados)
  • Book type: poems
  • Publisher: New Directions Publishing
  • Released: July 3, 2026
  • Length: 160 pages
  • Format: paperback / ebook
  • Prize: $ 17,95
  • Order book from: Amazon / Bol

Blurb of the Kamau Brathwait poetry book

Equinox is an unforgettable and never-before-published masterwork completed by Kamau Brathwaite before his death in 2020. Written in his unique Sycorax typeface and replete with compelling images and photographs, Equinox contains poems written in Brathwaite’s singular Barbadian vernacular and visionary style—poems about the Middle Passage, the natural world, Billie Holiday, Whitney Houston, the Kumina dance in Jamaica, Nelson and Winnie Mandela, the Fukushima nuclear disaster in Japan, and Breughel’s painting “Landscape with the Fall of Icarus,” among many tidalectic topics.

The lyrical poems in Equinox weave together history and culture with the imagery of Brathwaite’s native Barbados, weaving a lush tapestry of injustice, redemp tion, and hope.

Edward Kamau Brathwaite was born on May 11, 1930 in Bridgetown, Barbados. He was a Caribbean writer and critic who writes on the experience of black cultural life throughout the worldwide African diaspora. Born in Bridgetown, Barbados, Brathwaite was educated in Barbados and England and has received numerous awards for his poetry and cultural studies, including both Guggenheim and Fulbright Fellowships. He has been a professor of Comparative Literature at New York University since 1992 and was awarded an Honorary Doctorate from the University of Sussex in 2002. He died aged 89 on February 4, 2020 in Barbados.

Matching books

Wanderings Nepalese Anglophone Diaspora Poetry

Wanderings Nepalese Anglophone Diaspora Poetry review and information the book edited by Asma Sayed and Pushparaj Acharya. Mawenzi House will publish An Anthology of Anglophone Nepali Diaspora Poetry, titled Wanderings, on November 25, 2026. Here you can read information about the content of the book, the author and the publication.

Wanderings Nepalese Anglophone Diaspora Poetry review

Whenever a review of Wanderings Nepalese Anglophone Diaspora Poetry , appears in the media, we’ll highlight it on this page.

Wanderings Nepalese Anglophone Diaspora Poetry

Wanderings

Nepalese Anglophone Diaspora Poetry

  • Author: Various poets (Nepal)
  • Book type: Nepalese poetry in English
  • Publisher: Mawenzi House Publishing
  • Released: November 25, 2025
  • Length: 160 pages
  • Format: paperback / ebook
  • Prize: $ 24.95 / $ 13.99
  • Order book from: Amazon / Bol

Wanderings Nepalese Anglophone Diaspora Poetry review

Whenever a review of Wanderings Nepalese Anglophone Diaspora Poetry , appears in the media, we’ll highlight it on this page.

Blurb of the book with Anglophone poetry from Nepalese poets

Wanderings: An Anthology of Anglophone Nepali Diaspora Poetry is a groundbreaking collection that brings together the distinct voices of poets who trace their roots to Nepal yet live, write, and dream in the diaspora. The anthology brings together a montage of cultural memory, displacement, and reimagined belonging, and paints a vivid portrait of the in-betweenness of diasporic lives. Melding global literary currents with Nepali cultural threads, the poems explore themes of home, nostalgia, exile, and identity, while experimenting with a range of forms—from free verse and sonnets to ghazals, lyrical meditations, and ekphrasis.

Through personal yet universal reflections, poets in Wanderings bridge the gap between local Nepali heritage and world literature, offering a clear entry point for those who wish to understand, teach, or experience the unfolding story of Nepali writing in English. This collection serves as both an intimate lens into Nepali culture and a testament to the power of poetry to transcend borders. The anthology, including a detailed introduction about Nepali diasporic writing, stands as an essential addition to the global poetry scene, ensuring that the Anglophone Nepali diasporic voices resonate in contemporary literary conversations everywhere.

The poets featured in this collection, listed alphabetically, include Pushparaj Acharya, Rohan Chhetri, Mukul Dahal, Tsering Wangmo Dhompa, Anuja Ghimire, Saraswoti Lamichhane, Mukahang Limbu, Nabin K. Chhetri, Samyak Shertok, and Y.B. Shakya.

Matching books

Susan Smit – Ik sta in wilde schoonheid

Susan Smit Ik sta in wilde schoonheid recensie en informatie boek met meer dan 100 gedichten over het vrouwenlichaam, geschreven door vrouwen. Op 14 oktober 2025 verschijnt bij Uitgever Lebowski dit moet met gedichten over de vrouw, samengesteld door Susan Smit. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Susan Smit Ik sta in wilde schoonheid recensie

Op donderdag 23 oktober 2025 zal in het televisieprogramma Tijd voor Max aandacht besteed worden aan het. Susan Smit zal te gast zijn om het door haar samengestelde boek met 100 gedichten over het vrouwenlichaam toe te lichten.

Susan Smit Ik sta in wilde schoonheid

Ik sta in wilde schoonheid

Meer dan 100 gedichten over het vrouwenlichaam, geschreven door vrouwen

  • Samenstelling en inleiding: Susan Smit (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Lebowski
  • Verschijnt: 14 oktober 2025
  • Omvang: 208 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 20,00 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst boek met gedichten over het vrouwenlichaam geschreven door vrouwen

Lieve vrouw, kom erbij. Wees welkom in onze prachtige, weelderige, wilde tuin. Wandel maar naar binnen, hier zijn we onder elkaar. Zie hoe mooi en sterk ons vrouwenlichaam is, inclusief al onze eigenaardigheden. Hoe fijntjes ze is afgestemd. Hoe ze jong en onbezonnen kan zijn, hoe ze leven kan geven en hoe ze tekens draagt van de tijd. Hoe ruimhartig ze in staat stelt om te jubelen, te rouwen, te verwerken, te verlustigen.

In deze bundel staan meer dan 100 gedichten over het vrouwenlichaam, door Nederlandse en Vlaamse dichters die er een bewonen, geselecteerd door Susan Smit. Ik sta in wilde schoonheid wil bevrijden en aanklagen, maar vooral vieren. Want een vrouw zijn, is verrukkelijk.

Susan Smit is geboren op 24 februari 1974, Leiden. Ze is schrijfster en columniste van Happinez. Ze debuteerde in 2001 met Heks en heeft inmiddels vele boeken op haar naam staan, zoals de bestsellers Gisèle, Tropenbruid en De wijsheid van de heksMet haar roman De heks van Limbrichtwerd ze genomineerd voor de NS Publieksprijs. In het voorjaar van 2024 publiceerde ze Alles wat beweegteen historische roman over Isadora Duncan en in oktober van het zelfde jaar verscheen De tweede helft van je leven, over de kracht en wijsheid van de vrouw.

Bijpassende boeken

Nora Claire Miller – Groceries

Nora Claire Miller Groceries recensie, review en informatie over de inhoud van het lange gedicht. Op 21 oktober 2025 verschijnt bij  Fonograf Editions het debuut van de Amerikaanse dichter Nora Claire Miller. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en de uitgave.

Nora Claire Miller Groceries recensie en review van Tim Donker

Groceries gaat over het leven op aarde. Want wat is er immers meer op aarde dan boodschappen? Even een boodschap doen. Ergens geen boodschap aan hebben. Je kunt die zoon van jou wel om een boodschap sturen. & heb je die boodschap begrepen? Zender. Boodschap. Ontvanger. (één van de eerste recensies die ik ooit schreef, toen ik als student stage liep bij Roodkoper, titelde ik Boodschapper zonder boodschap).

Het leven op aarde dus, en hoe dat bezien kan worden. Bij Miller zijn de invalshoeken en de variaties in belichting welhaast eindeloos. Leven op aarde is een vervagend experiment in beslissingen nemen of met vingers wijzen terwijl de video’s van de buren in hun bier of in hun koken schreeuwen.

?

Dat is vraagteken.

Vraagtekens kietelen onophoudelijk in deze bundel. Miller spreekt in de prachtigste raadsels die je ooit zult lezen. Leven op aarde valt niet te tolereren. We maken allemaal onze eigen omeletten in onze eigen appartementen. Hier op aarde zeggen ze dat het leven op aarde één grote teleurstelling is.

Zegt deze bundel.
Zegt Miller.

Zeggen, spreken deze bladzijden hier. Nog maar één gedicht ver, en Miller scheerde al lang experimenten, teleurstellingen, buren, omeletten, video’s en bier. Je kunt je afvragen wat de samenhang is, maar je kunt je ook laten meevoeren door de stroom. Zoals. Ja. Het leven op aarde is, dus. Toch wel de grootste ongelijksoortige verzameling die zelf niet verzameld kan worden, nietwaar? En hoe luidt het weerwoord op de uitspraak dat het leven op aarde zo teleurstellend zou zijn? Ik sieteer: “maar ik kan je zeggen alle tanden die ik heb: snijtand. snijtand. voorkies. snijtand. kies. voorkies. kies. snijtand. kies. voorkies. snijtand. voorkies. voorkies. hoektand. hoektand. snijtand. kies. snijtand. voorkies. hoektand. kies. kies. kies. voorkies. kies. snijtand. voorkies. hoektand.” – als je dit kunt accepteren als antwoord op de teleurstelling die het leven is, ben je klaar voor Groceries. Want dan kun je ook wel inzien hoe het leven op aarde een gigantiese roze cilinder is met zout langs alle wanden. Of een kleine harde deur. Een kruidenierszaak. In ieder geval iets, dat is zeker.

Misschien is het leven op aarde ook wel iets met dingen. Niet de dingen die toch gaan zoals ze gaan maar de dingen die zijn. Het zijn van het zijnde. De stof van alle dingen (God, had Spinoza gezeid). Alles waar je langs komt als je loopt. Lichtschakelaars. Rubberen spatels. Automatiese waarschuwingen. Alles wat is, en wat ooit niet meer zal zijn. Jasmijn in bloei. Zonnebrillen. Dweilen. Apostroffen. Natuurrampen. Latexvrije handschoenen. Inspanningen. Externe harde schijven. Leugendetectortesten. Verbijsterende beetjes informatie. Schuld. Vermaningen.

Maar hier staat niet alleen bliksoep op het spel. Of konijnenhaar. Op aarde zijn er immers ook dromen, en absurdisme, en metafysica, en ongerijmdheden, en onbeantwoordbare vragen. Miller denkt ook na over het weer: waar het van gemaakt is, wat het wil. Je kunt evengoed iemands voicemail inspreken als nadenken over een ochtend in de elektriese stad – de stad die alleen maar bestaat in een klein stukje glas in je broekzak en in een paar pakhuizen een paar honderd kilometer verderop. Je kunt zitten lezen in het park, of uitgedaagd worden door een abstract beeldhouwwerk (een gevecht dat jij natuurlijk gaat winnen want jij bent geen beeldhouwwerk). Je kunt een perfecte zoom in je broek strijken of andere mensen laten zien hoe je met paarden praat. Naar een video kijken waarin iedereen zwemt of bedenken hoe een universiteit geen televisiestation is. Als je koken met universiteit combineert, zal de universiteit gekookt worden of het koken geüniversiteerd. In ieder geval zal er niemand iets leren. Wat een groeiend probleem is waarover rap een paneldiscussie gehouden zal worden. Je kunt je elektriese kat uitlaten en dan een man tegenkomen die je vraagt: Heb je trek in wat garnering? En het weer is nog niet voorbij. Je kunt schreeuwen alleen maar om een vorm van je schreeuw te maken. Want alles is vorm. De toekomst wordt apart verzonden. Met een zakje schroeven. Maar langs de andere kant, ziploc is geen woord. Het is een woord dat werd besloten. Elke uitvinding is een woord. Behalve ziploc. Ziploc is een absolute. Deze dingen bestaan hier op aarde.

Want in een volgende wereld, houdt Miller ons voor, zal vertellen niet bestaan. Of praten. Of ondersteboven hangen. Of calorievrije suikervervangers. Of hartvormige zonnebrillen. Wat in deze wereld nog wel bestaat, doet zich echter niet aan iedereen op dezelfde manier voor. Zo is alleen voor ons herkenning een blauw en groene wekker, een amandelfestival of een opwaarts gerichte pijl; voor de kat Ramona is dit helemaal anders. Voor haar zijn geluiden geen geluiden en is opmerken niet opmerken. Zodus zal niemand Ramona ooit werkelijk helemaal zien.

En op het einde is er misschien niks dan regen die te doodgewoon is en licht dat te grijs is. Wat vuistregels die te onnavolgbaar zijn. Grappige haat. Leven als een middag. Een papieren pretzel. Onbenoembare metalen structuren. En de buschauffeur die de naam van de volgende halte afroept.

Veelvuldig duiken ze op in Groceries: kleine, lege hokjes: []. Het kunnen andere levensvormen zijn, wat doen ze op deze bladzijden? Soms lijken het stoorzenders, witte ruis, verkeerslawaai, een passerend vliegtuig, iets dat overstemt wat er gezegd wordt. Andere keren lijken ze veeleer ingezet te worden als bewuste censureringen. Of misschien moeten de lege hokjes juist het onuitdrukbare uitdrukken, datgene zeggen waar geen woorden voor zijn. Mij voerden ze vooral terug naar de tijden van weleer, toen ik als één der laatsten in Nederland nog geen smartphone had, gewoon een oud klein mobieltje waarmee je alleen kon bellen en sms’en. Een vriendin van mij, een tiepe van het slag dat wel graag de nieuwste snufjes als eerste had, stuurde in de sms’en die ze aan mij richtte wel eens “smileys” (o mijn god) mee, maar mijn telefoon kon die niet weergeven: op de plek van wat bij haar een “smiley” was, stond bij mij een leeg hokje. Ik kon de oorspronkelijke “smiley” alleen maar vermoeden: de lachende als ze iets grappigs schreef, die knipogende zeikerd bij iets met een dubbele betekenis (zo van por por, knipoog knipoog, je weet wel wat ik bedoel), de kussende op het einde van een bericht. Daar moest ik aan denken. En denken aan onweergeefbare “smileys” deed me verder denken aan de leegte van de volheid: al die vele, die heel erg vele, die zo heel erg belachelijk veel vele dingen die er hier op aarde zijn en die steeds om onze aandacht schreeuwen, of juist de dingen die we allang niet meer opmerken of nooit opgemerkt hebben: “zonder naam zijn de dingen gewoon massa” – dat die Roderik Six hier nog moet opduiken! Waar de hokjes soms overheen de pagina regenen, bijna de woorden bedekken, leken ze me wel die naamloze massa te zijn.

Er valt zoveel te beleven in dit boek. En je kunt ervan leren. Leer die ene ovaal te zijn die moet invallen tot de sirkels terugkomen. Leer kijken. Leer zien. Opnieuw zien. Het ding op zich zien, of hoe kun je weten dat je het ding zelf ziet in plaats van jouw waarneming ervan. En zie jij de dingen wel zoals ik ze zie. Ontzien. Bezien. Herzien. Afzien. Bijzien. Overzien. Omzien. Doorzien.

Op haast elke bladzijde staat wel iets dat je brein ondersteboven gooit. Want Groceries is zowel experimenteel als humoristisch; zowel filosofisch als observerend; zowel een oneindig taalavontuur als een reisgids voor buitenaardse ontdekkingsreizigers. De toon varieert van speels naar kinderlijk naar ten diepste poëtisch. Maar altijd adembenemend.

Wauw. Wat een onvergelijkbare prachtbundel is dit! Een mens zou zomaar kunnen zeggen dat dit het mooiste poëzieboek van het decennium is en dan zou ik een mens niet eens voor gek verklaren. Het is in ieder geval alles wat je van poëzie wil. Het zet aan het denken, het maakt aan het lachen, het ontroert, het verbijstert en het betovert – een bundel zo rijk als deze lees je niet vaak.

Nora Claire Miller Groceries

Groceries

  • Auteur: Nora Claire Miller (Verenigde Staten)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Taal: Engels
  • Uitgever:  Fonograf Editions
  • Verschijnt: 21 oktober 2025
  • Omvang: 94 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: $ 20.00
  • Boek bestellen bij: Bol 

Flaptekst van het poëziedebuut van Nora Claire Miller

The winner of the 2023 Fonograf Editions Open Genre Book Prize contest, as chosen by Srikanth Reddy, Groceries is a book-length poem about what to do about objects. Not where to put them exactly, but how to print them out from the sky so they get sucked back down to earth. How to tell a noun from a category of noun, an image from a category of image. Cereal from USB ports. Motorcycles from escalators. Grapevines from hair elastics. They’re more similar than you’d think.

Foreword by Srikanth Reddy.

Nora Claire Miller is a poet. Their work has recently appeared in The Paris ReviewFENCEChicago Review, and Bennington Review. Their first book Groceries was the winner of the Fonograf Editions Open Genre Contest, judged by Srikanth Reddy, and is forthcoming in fall 2025. They are also the author of the chapbook LULL (2020). Nora is based in Western Massachusetts, where they’re the editor-in-chief of Ghost Proposal, a journal and small press focused on visual poetry and experimental writing. Nora has an MFA from the Iowa Writers’ Workshop and a BA from Hampshire College.