Gabriella Zalapi Ilaria recensie, review en informatie over de inhoud van de roman van de schrijfster van Engels, Italiaans, Zwitserse afkomst. Op 21 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Tristan de Nederlandse vertaling van Ilaria,
Gabriella Zalapi Ilaria recensies en reviews
Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Ilaria, Of de weg naar ongehoorzaamheid, geschreven door Gabriella Zalapi, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
Recensie van Tim Donker
Dat ik er een paar weken geleden nog iets over zei tegen een collega in het depot hoort hier nog niet.
Dat de tekst zwemt in een zee van wit ook nog niet. Of dat ik toen ik dat zag erachteraan dacht: als een foetus in vruchtwater (of: hoe die gedachte me deed afvragen waar gedachten vandaan komen, hoe komen ze in je kop, wie plaatst ze daar?).
Het moet beginnen met wat ik al uitentreuren heb verteld. Ooit was ik bevriend met een man die de eigenaar was van een uitgeverij, een wat kleinere uitgeverij. Eerst had de uitgeverij een tamelijk experimentele koers gevaren maar inmiddels richtte het zich meer en meer op wat traditionelere, of zeg: pretentieuzere, literatuur. Daar spraken we over. De uitgever zei: Die experimenten ken ik nu wel, vertel me eerst maar eens een boeiend verhaal. Ik zei: Die verhalen ken ik nu wel, vertel het me eerst maar eens op een boeiende (vernieuwende / afwijkende) manier.
(eigenlijk weet ik niet of ik dit zei. mogelijkerwijs dacht ik het alleen maar. ik ben slecht in discussies, mijn brein werkt er te traag voor. doorgaans ben ik zeer onder de indruk van mensen die met grote stelligheid iets te berde brengen, denk ik jajaja dat zal dan wel zo zijn, er zit wel iets in, je zult wel gelijk hebben, misschien weet ik er ook niet voldoende vanaf, misschien mis ik het overzicht, het grotere plaatje, wie weet. dan gaat het nog uren- en soms dagenlang rond en rond in mijn brein, en veel te laat ontdek ik dan de zwakte in de redenering die me in eerste instantie zo overdonderd had – ik ben zo iemand die pas op de terugweg het geschikte weerwoord bedenkt, en nog in staat is terug te fietsen om het te gaan zeggen ook)
(ooit, in een ander leven, was er een schrijverken die de hoger aangehaalde anecdote kondt deed aan zijn dregke, en dregke zei dat het waar was wat die uitgever gezeid haadt over boeiende verhalen, dat ze zich daar alles bij voor kon stellen, en het schrijverken voelde een steekchen toen, een steekchen van verraad, van ook gij dregke, gaat het bij het schrijven immers niet veeleer om de organisatie van je materiaal, anders haadt gij me toch net zo goed het vertellerken kunnen noemen?)
Ik denk vaak terug aan de woorden van die uitgever, en van mijn gedroomde weerwoord erop.
Ook nu weer.
Je zou kunnen zeggen dat Ilaria. Of de weg naar ongehoorzaamheid gaat over een gescheiden vader die zijn dochter ontvoert en over hoe ze samen door Italië reizen, waarbij de vader zijn dochter af en toe op plekken achterlaat en voor enige tijd verdwijnt. Dat zou je kunnen zeggen, en daarmee zou je het boek niet per se onrecht aandoen. Behalve dat ik zou denken: Ik geloof niet dat ik dat boek zou willen lezen.
En Gode weet hoe graag ik Ilaria gelezen heb. Hoe het mijn adem benam, hoe het me nagelde aan mijn leesstoel, hoe het me pagina na pagina na pagina liet vreten. Hoe het me ontroerde, begeesterde, verlamde. Geheel momenteelderlijk weeral eventjes het mooiste boek dat ik las dit jaar (sinds het vorige mooiste boek van het jaar, totaan het volgende mooiste boek van het jaar).
Want er is het verhaal. En er is hoe je het verhaal organiseert. En dat laatste doet de vertellers onderscheiden van de schrijvers. Vertellers onderhouden. Schrijvers overweldigen.
Al dat wit, om te beginnen. Het paginawit. Zalapì brengt het wit zo prachtig tot spreken. Het wit als zuurstof, het wit als het ademen van de pagina. Het brengt verstilling, rust en traagte.
En de taal. Die op het desolate af afgepast is. En poëtisch. Zo wondermooi poëtisch is. Impressionistisch, eerder dan op uitputtende wijs beschrijvend. Lees: “Nachtkastje. Lavendelgeur. Bureau. Stoel. Groot raam met uitzicht over de binnenplaats. Een gestreepte kat steekt het erf over.” God. Wie valt daar nu niet voor? Of: “Isabella is aan het breien. Ze doet me denken aan een kostbaar glas, lang, smal, recht, koel.” Ik had nooit kunnen denken hoe treffend de vergelijking van een persoon met een glas zou kunnen zijn. Jij? Of: “Het woord ‘Papa’ ligt onder onze voeten. Een glasscherf. Er niet in lopen.”
De schrijfstijl van Gabriella Zalapì deed me denken aan het einde van een hete zomerochtend. Hoe je in de tuin kunt staan, als het echt warm is buiten, rond een uur of elf, en je bijna geen geluiden hoort want iedereen is naar school, iedereen is naar werk, je bent vermoedelijk de enige in deze straat die nu in zijn achtertuin staat, en de hitte is al zo dik dat je er plakjes van zou kunnen snijden, heel de werkelijkheid lijkt iets dat stolling gekomen is, alsof je het vast zou kunnen pakken, en ook alsof het iets is dat alleen voor jou bestaat, je hebt de tuindeur open laten staan en vanbinnen komt zachtekens het geluid van Mi and L’Áu naar je toe gegleden, en alles lijkt bijna onwerkelijk.
Dat.
Door die taal.
Door dat wit.
En ook: door het perspectief. En hier komt langzamerhand in beeld wat ik een kleinstwijltjens voor ik dit boek las al eens tegen een collega zei. In het depot.
Zalapì vertelt het verhaal vanuit Ilaria. Een klein meisje. Zeven, acht jaar oud. Waardoor alle cynisme, alle haat, alle oordelen tot nader order opgeschort blijven. Ilaria is gewoon maar een meisje, ze houdt van turnen, ze hangt ondersteboven op het schoolplein in afwachting van haar zus, het is na schooltijd, Ana, de zus, heeft haar nog zo op het hart gedrukt om op tijd te zijn, anders gaat ze alleen naar huis, dus Ilaria wacht, Ilaria hangt, en dan hoort Ilaria een bekende stem.
Haar vader.
Haar ouders zijn gescheiden, ze ziet haar vader nu alleen nog maar samen met haar moeder en met Ana in publieke gelegenheden maar nu staat hij ineens aan het schoolplein. Hij zegt dat de plannen gewijzigd zijn, hij zal haar naar het restaurant brengen waar Ana samen met haar moeder naartoe zal komen, en natuurlijk heeft Ilaria geen reden om daaraan te twijfelen, waarom zou een kind twijfelen aan iets wat één van haar ouders zegt?, twijfel komt later pas. Dus ze stapt in. Bij haar vader. En ze rijden.
En ze blijven rijden, want de plannen blijven wijzigen. Een middagje op restaurant wordt een weekendje bij haar vader, wordt een week, een maand. Uiteindelijk zullen het jaren zijn.
En Ilaria is. Ilaria komt. Ilaria gehoorzaamt. Aan alles.
En de lezer leest.
Wat ik dus zei tegen die collega. Is dat ik bepaalde boeken ander lees sinds ik vader ben. Boeken over dysfunctionele ouders. Met name vader, het zijn altijd de vaders die er ongenadig van langs krijgen bij schrijvers. Vaders zijn lomp, dronken, zorgen niet, zijn op een verre achtergrond of helemaal weg. Ooit las ik dat en identificeerde me met het kind, voelde mee met een nijpend gebrek aan ouderliefde. Toen, op de kop af deze dag dertien jaar geleden, mijn oudste geboren werd, verschoof mijn perspectief. Vooral wanneer een boek weer eens een vader aan de schandpaal wenste te nagelen. Las ik en zag ik en dacht ik.
Dat valt wel mee. Dat soort gedachte weet u.
Die vader is maar een mens. Ook.
Iemand die zijn best doet, de opvoedstijl misschien een weinig onorthodox maar niet zonder liefde. Niet zonder goede intenties. Weet u. Omdat ik probeerde te zien, te snappen, te volgen hoe ouders, hoe vaders soms verkeerde keuzes maken en hoe dat hen niet tot slechte mensen maakt. Hooguit tot mensen die onhandige keuzes maken.
En dit doet Zalapì dus goed. Dit doet Zalapì fantastisch.
In de eerste helft van het boek kan ik nog meevoelen met de vader. Hoewel Ilaria de vertelller is, het slachtoffer van de onhandige keuzes van de vader. Snap ik die man ook nog wel.
Je leest alles uit de ogen van een meisje.
Je moet het maar met je volwassen cynisme reconstrueren.
En dan reconstrueer je dit:
dat Ilaria’s ouders naar alle waarschijnlijkheid niet op vriendelijke voet uit elkaar gegaan zijn. Misschien omdat Ilaria’s vader net iets teveel van een borrel hield. Of. Nah. Weet jij veel. In ieder geval is er een scheiding geweest, en klaarblijkelijk heeft Ilaira’s moeder, ongetwijfeld met de allerbeste bedoelingen bedongen dat vader zijn dochters alleen nog onder haar toezicht mag zien.
Dat zo’n man vader wil zijn. Gewoon een vader die altijd vader is, niet alleen onder toeziend oog tot vaderschap komen mag. Dat snap je. De ontvoering is één van die onhandige keuzes die je kunt snappen, gewoon een man die interactie met zijn dochter wil, die ook los van zijn ex-vrouw een vader wil zijn, dat kun je snappen, iedereen moet zoiets kunnen snappen toch?
Tot, halverwege, de vader zich laat zien als een vreselijke man. Een werkelijk vreselijke, vreselijke man. En mijn loyaliteit weer geheel bij Ilaria komt te liggen. Waarmee Zalapì iets voor elkaar krijgt wat geen schrijver in de voorbije dertien jaar gelukt is: even ben ik niet meer vader, even ben ik alleen nog maar kind.
Misschien niet het soort kind dat Ilaria is.
Want Ilaria is zo lief.
Jezus, hoe lief.
Ilaria is zo godverdomde lief en zacht.
Haar vader brengt haar naar een internaat. Naar zijn moeder. En dan weer naar een vriendin van zijn moeder. En steeds past Ilaria zich aan, voegt zich, schijnbaar moeiteloos, naar haar nieuwe omstandigheden. En ze gaat al jaren niet meer naar school. Ze ziet al jaren haar moeder niet meer. Ze ziet al jaren Ana niet meer. Maar overal waar ze komt laat ze haar ontwapenende licht schijnen, overal waar ze komt, probeert ze het moje te zien, overal waar ze komt, ontwaart ze lieve mensen. Ze opent haar hart voor de nonnen en de ingezetenen van het internaat, ze opent haar hart voor een manusje-van-alles bij haar oma, ze opent haar hart voor de vriendin en voor de bekenden rondom die vriendin van haar oma. Iemand die zoveel positiviteit, zoveel schoonheid in zich meedraagt, kan niet anders dan je gehele zijn beroeren.
Ook dat kan op Zalapì’s conto. Met Ilaria ontwierp zij het liefste, zachtste en innemendste personage allertijden.
Ilaria is een kind dat je wil omarmen.
En Ilaria is een roman die je wil lezen. Omdat het je plaatst in het midden van wat je leest. Je wil gaan liggen. Je wil gaan liggen in het boek. En erin verdwijnen. Er zijn weinig boeken die dat verlangen zo sterk oproepen als Ilaria. Wie zoekt onderdeel te worden van het boek dat hij leest, zal misschien geen sterkere uitnodiging tegenkomen dan deze roman van Gabrielle Zalapì. Het eerste boek van haar dat in het Nederlands vertaald zou zijn. Wel. Van mij mogen er nog veel meer boeken volgen.
Ilaria
Of de weg naar ongehoorzaamheid
- Auteur: Gabriella Zalapi
- Soort boek: roman
- Origineel: Ilaria,
- Nederlandse vertaling: Janine Cathala-Vette
- Uitgever: Tristan
- Verschijnt: 21 april 2026
- Omvang: 165 pagina’s
- Afmetingen: 15 x 22,4 x 2 cm
- Gewicht: 343 gram
- Uitgever: gebonden boek / ebook
- Prijs: € 22,99 / € 14,99
- Winnaar prix Femina des Lycéens 2024
- Roman bestellen >
Flaptekst van de roman van Gabriella Zalapia
Op een lentedag in 1980 stapt de achtjarige Ilaria na school in de auto van haar vader. Een weekendje bij Papa verandert in een lange zwerftocht door Italië. Wanneer daar geen einde aan lijkt te komen, begint Ilaria zich vragen te stellen.
Waarom moet Papa zoveel bellen? Waarom verzint hij al die dingen? En waarom krijgt zij Mama niet aan de lijn? Terwijl ze met haar steeds meer drinkende vader Italië doorkruist, probeert Ilaria zich staande te houden in een onheilspellende aaneenschakeling van gebeurtenissen. Haar enige houvast is haar knuffelbeer Birillo.
In een sobere en beeldende taal vertelt deze aangrijpende roman het verhaal van een kind dat alleen staat in een nieuwe werkelijkheid die het niet begrijpt. Ilaria is het scherpzinnige relaas van een meisje dat balanceert tussen gehoorzaamheid en verzet.
Gabriella Zalapi is in 1972 geboren in Milaan, Italie. Ze is van Zwitsers, Italiaans, Engelse afkomst en schrijft in het Frans. Naast auteur is ze beeldend kunstenaar.




