Malgorzata Lebda Onstilbaar recensie, review en informatie over de inhoud van de roman van de schrijfster uit Polen. Op 7 mei 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van Łakome, de eerste roman van de Poolse dichter en fotografe Małgorzata Lebda. Op deze pagina lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.
Malgorzata Lebda Onstilbaar recensies en reviews
Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Onstilbaar, de roman van Małgorzata Lebda, dan bestede we er op deze pagina aandacht aan.
Recensie van Tim Donker
En dag weeral, maar nog vroeg, nog een beetje erg vroeg eigenlijk, maar je ligt daar maar, klaarwakker en peinzend, en om zes uur gaat toch die verdomde wekker, over een kleine drie kwartier dus, en dus ga je maar, bed uit, trap af, en je zit daar, in dat licht, dat allereerste licht van de dag, dat licht dat eruit ziet alsof je het zo zou kunnen verscheuren, in dat licht dus zit je, in je leesstoel, en daar zittend weet je niks anders te doen dan te lezen, anders was je wel in de praatstoel of in de luisterstoel gaan zitten maar daar zit je niet, je zit in de leesstoel, en dus lees je, en je pakt Onstilbaar van de stapel, van Małgorzata Lebds, weeral een Pool, was het onderlaatst ook niet al een Pool, je weet niet wat te denken, je kent deze schrijver niet, maar ze loopt klaarblijkelijk ultramarathons, zo zegt het achterplat, en wat in godesnaam zijn ultramarathons, en je hebt het niet zo op al dat geren, en dan is ze ook nog universitair docent en dat is nog minder, maar je zit, en je leest.
En dit is.
Dit past zo mooi. In dit vroege licht past het zo mooi.
Dit is het verhaal. Dit is het ding. Dit is wat is.
Twee vrouwen zijn naar het kleine, afgelegen dorpje Maj gekomen. Er is een oma die Róża heet, en zij is stervende. Ze willen zachtjes meedrijven naar haar levenseinde. Er is ook een opa, die voortdurend bezig is in en om het huis. Want: “Opa mijdt oma’s ziekte, de ceremonies rondom de ziekte zijn hem vreemd, hij wil niets van de ziekte weten, niets in de ziekte aanraken.”, zoals het, herhaaldelijk doorheen het boek, benoemd wordt. Deze vier mensen vervullen de hoofdrollen. Misschien is er ook nog een hoofdrol voor de ziekte van oma; een ziekte die bijna als een entiteit wordt voorgesteld en effect heeft op alles – uiteindelijk wordt alles ziek van de ziekte, het huis wordt ziek, de vrouwen worden ziek, opa wordt ziek. Maar misschien is de hele regio wel ziek. Misschien ligt alles lam, misschien verschuift alles naar een eind.
Want het rare is dat er niets lijkt te gebeuren. Terwijl er van alles gebeurt. Er is een oma die dood aan het gaan is, er is een aardverschuiving, iemands huis verdwijnt in een gat, er zijn mensen die vanaf de Oostzee naar Maj zijn gekomen, er zijn hele levens die daar de revue passeren. En toch voelt het aan als een aangename onbeweeglijkheid.
Allicht heeft het te maken met de taal. De taal van Lebda. Die is zo uitgepuurd, ofnee niet weer uitgepuurd, rot op met je uitgepuurd, maar wat dan. Gerijpt misschien. Taal die lang genoeg gelegen heeft om te rijpen, waarlijk te rijpen, niet rijpen zoals fruit dat doet want dan zo de taal allang verrot zijn, maar rijpen zoals een goede overjarige kaas, of zeg een aangenaam rokerige whiskey. Een taal zo verstild dat er maar weinig woorden nodig zijn om het maximale te kunnen zeggen (whiskey heeft ook maar een glasbodem nodig). Vandaar dat wit. Al dat paginawit. Dat een twede stem is: de stem van de stilte naast die van de taal. Vandaar dus ook dat Lebda kan volstaan met korte hoofdstukjes. In een enkel geval maar zes regels. Neem: “Oma brengt een prachtig woord mee uit Stary Sad. Ze herhaalt het meermaals. Het woord beweegt in haar mond, het is rond, maar er zitten spanningspunten in die op de juiste plekken verzachten. Algauw komen we erachter dat het woord niet alleen klinkt, maar ook iets doet – het laat licht de aders in. Veel licht.” (dit lijkt te gaan om het woord opioïde) (heel even dacht ik aan mijn vader en zijn laatste dagen aan een morfinepomp).
Uit deze wonderschone, organische taal komt een verstilling tevoorschijn die de lezer wiegt. En liefde ook. Er gaat veel liefde rond. Tederheid. Zachtheid. Voor de oma, tussen de twee vrouwen onderling, en ook voor de opa, al is dat misschien eerder een toegeeflijk soort liefde. Maar het geeft dit boek een onmiskenbare warmte.
Of een ander aspect. Het laat mysteries leven, het verlicht niet tot in elke hoek. Wat is precies de relatie tussen de twee vrouwen die naar het huis van de oma zijn gekomen? De langste tijd dacht ik dat het zussen waren, maar tegen het einde ging ik daaraan twijfelen. Vroeg ik me zelfs af of ze wel familie van elkaar waren. De onderlinge relatie is liefdevol genoeg om aan geliefden te denken, al geloof ik ook niet dat dat het geval is. En waar ze vandaan komen, en wat ze daar deden, in hun respectievelijke ginders, ze zijn zo te merken de langste tijd weggeweest uit Maj, het huis van de opa en oma waar in ieder geval de ikfiguur ook haar jeugd lijkt te hebben doorgebracht. De ikfiguur “werkt aan code”, en schrijft ook gedichten; de ander, die Ann heet, zou hoogleraar kunnen zijn en doet studie naar het licht (de opa bouwt haar, weer zo’n verbijsterende daad van liefde, een schuur vol spiegels, een spiegelschuur met glazen dak, zodat Ann onder alle hoeken de lichtval kan bestuderen). De ouders van de ikfiguur, die mogelijkerwijs niet ook de ouders van Ann zijn, zijn omgekomen, ooit, misschien bij een ongeluk, en misschien al lang geleden. Maar het verleden wordt wat in het vage gelaten, en het is prettig, als lezer, om een boek te verlaten met de wetenschap dat je de dingen aangeraakt hebt, maar nooit helemaal vast kon grijpen. Dat kun je opvatten als een uitnodiging tot herlezing, zoals je een seedee die zo mooi is dat het het bevattingsvermogen een weinig te boven gaat steeds weer opnieuw wilt horen.
Van dat soort zeldzame schoonheid is Onstilbaar. Een schoonheid te groot voor het verstand. Ja, dit gaat over dood, over ziekte, over allerlei onheil waardoor mensen getroffen kunnen worden. Maar om het eerder aangehaalde hoofdstuk op het boek zelf te betrekken: er zitten spanningspunten in die op de juiste plekken verzachten. Ja dat doet het. En het laat licht de aders in. Ja, dat doet Onstilbaar ook. Zo hoeft een boek over zware onderwerpen niet verdrietig te zijn. Onstilbaar is troostrijk. Onstilbaar is vol van dat vroege, lieflijke licht. Onstilbaar verstilt. Zodat je zit. Daar. Zwijgend, stokstijf en vol van alles wat je zojuist gelezen hebt.


Onstilbaar
- Auteur: Małgorzata Lebda (Polen)
- Soort boek: Poolse roman, debuutroman
- Origineel: Łakome (2025)
- Nederlandse vertaling: Charlotte Pothuizen
- Uitgever: Koppernik
- Verschijnt: 7 mei 2026
- Omvang: 304 pagina’s
- Uitgave: paperback
- Prijs: € 23,50
- Roman bestellen >
Flaptekst van de roman van de Poolse schrijfster Małgorzata Lebda
Twee vrouwen arriveren in het afgelegen dorpje Maj om in te trekken bij de ernstig zieke grootmoeder Róża. De grootvader verricht verwoed reparaties aan het vervallen huis, Róża omringt zich wanhopig met alles wat leeft, en de vrouwen zorgen voor haar. Met op de achtergrond het reutelende geluid van een slachthuis en de dreiging van een verschuivende landmassa beleven ze samen een laatste keer de seizoenen.
In spaarzame, zintuiglijke taal schetst Małgorzata Lebda een gelaagd verhaal over zorg, de onvermijdelijke dood van alles wat leeft, en over de natuur, die idyllisch is en macaber tegelijk. Onstilbaar is een monument voor het leven dat iedereen zal aanspreken die ooit van iemand heeft gehouden of iemand heeft verloren.
Małgorzata Lebda is geboren op 23 augustus 1985 in Nowy Sącz, een stad in het zuiden van Polen. Ze is vooral bekend als dichter en fotograaf. Onstilbaar is haar debuutroman.
Bijpassende boeken en informatie