Tagarchief: Tsjechische roman

Karel Čapek – Leven en werk van de componist Foltyn

Karel Čapek Leven en werk van de componist Foltyn recensie en informatie over de inhoud van de laatste roman van de Tsjechische schrijver. Op 8 december 2021 verschijnt bij uitgeverij Wereldbibliotheek de Nederlandse vertaling van de onvoltooide roman Život a dílo skladatele Foltýna van de beroemde Tsjechische schrijver Karel Čapek. De Nederlandse vertaling wordt uitgegeven in de reeks Schwob klassiekers.

Karel Čapek Leven en werk van de componist Foltyn recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering lezen van de roman Leven en werk van de componist Fontyn. Het boek is geschreven door de Tsjechische schrijver Karel Čapek. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de laatste roman van de Tsjechische schrijver Karel Čapek.

Recensie van Tim Donker

Het is mijn lot – ofnee, hou op, want wat heeft het lot daar zaken mee?, wat zou het lot zich moeien met wat ik lees? – O, lees je? & wat lees je dan eigenlijk?

Het werd middag. Op streek, zo ver al, dit “ding” dag. En het licht hing. De stilte betekende. En het niets nietst. Nu lopen is de dingen kapot maken, dus blijven zitten maar. Met water van een mooi jaar, en een boek. Lezen, in de middag, in dat licht, in die stoel, in de stilte, in de omstandigheden. Want zelden zag ik een omstandigere omstandigheid dan deze: dat ik nooit es een, ja, normaal boek heb gelezen van Karel Čapek. Ik las Prenten van Holland. Deel 7 uit de Moldaviet-reeks; één van die drie prachtreeksjes van het onvolprezen Voetnoot (Perlouses en Belgica zijn de andere). Een klein boekje met notities van een Tsjech over een bezoek aan Nederland. Ik las Dasja, oftewel het leven van een pup. Een kinderboek dat ik samen met mijn dochter las. En ik las Leven en werk van de componist Foltýn. Wat onvoltooid is gebleven.

Het goede aan een onvoltooid boek is dat het onvoltooid is. Het zit nog vol kieren. Dat is hoe het licht binnen kan. Menig boek is mij veel te af. Het staat daar maar massief voltooid te wezen; het is kant; het is klaar; het is plomp; het neemt geen gevangenen; geen woord hoeft er nog aan toegevoegd; je kunt er alleen maar kennis van nemen. De laatste pagina is reeds aanwezig op de eerste – niet omdat het voorspelbaar zou zijn maar omdat het afgesloten is. Het heeft maar één “ergens naar toe” en die onwrikbaarheid ademt iedere pagina. Kunst wordt beter onder de suggestie van onafheid, probeer ik maar eens een poëtica te hebben – en dan hier, een boek dat écht onaf is.

Het slechte aan een onvoltooid boek is dat het onvoltooid is. Zo half gesproken is het mooi maar het achterplat suggereert iets anders.

Het achterplat, altijd weer dat achterplat. Waar zijn ze, die achterplatschrijvers? Waar zitten ze met hun hoofd. Waarom schreeuwen ze altijd zo hard? Hun geschreeuw doet pijn aan mijn ogen. De achterplatschrijver van Leven en werk van de componist Foltýn lijkt het boek gelezen te hebben alsof het wel voltooid was. Ja, dat is het met achterplatschrijvers. Hun lektuur van een werk is altijd zo af. In dit geval lijkt het meer te slaan op het deel dat Čapek juist niet schreef.

Het gaat over diene mens. Bedřiček Foltýn heet hij. Componist, musicus, man van de wereld. Hij wil een opera maken over de Bijbelse figuur Judith maar hij heeft niet zoveel ervaring met het schrijven van opera’s of het schrijven van muziekstukken tout court want zo gaat dat als je jong bent. Je wordt verpletterd onder tonnen zware ambisies en je komt ontnuchterd of verbitterd aan de andere kant weer tevoorschijn. Foltýn gaat zo hier en daar te rade, en jat zo hier en daar van de mensen waarbij hij te rade gaat.

Zijn verhaal wordt in negen hoofdstukken verteld door een aantal getuigen. Vrienden, vriendinnen, zijn echtgenote, mensen die met hem samenwerkten. De idee is, of lijkt te zijn, dat Foltýn een ploert is, een opportunist, een talentloze kwal, een deerniswekkende figuur. Maar de getuigen aan wie Čapek het woord heeft kunnen geven spreken lang niet allemaal kwaad van hem, integendeel. Bewonderend soms zelfs, met liefde of op zijn meest een zweem van kameraadschap, en niet zelden met begrip voor zijn tekortkomingen. Uit de om en nabij 120 pagina’s die Čapek heeft kunnen vullen met het “leven en werk” van Foltýn rijst bij mij het beeld van een temperamentvolle, zoekende, rusteloze, eerzuchtige, ietwat rancuneuze, nu weer eens onzekere en dan weer van zelfvertrouwen blakende jongeman die misschien niet zo goed blijf weet met zijn ambities. Hoe dik had dit boek zullen zijn? Hoeveel getuigenissen had Čapek er nog aan toe willen voegen? Klaarblijkelijk moest Bedřiček Foltýn de kwal worden die we allen met liefde zouden haten; klaarblijkelijk moest uit zijn “hoe het niet moet” Čapeks “hoe het wel moet” worden gedestilleerd. En het zwaartepunt zou daarbij vermoedelijk liggen bij het hoofdstuk dat wordt verteld door Jan Trojan.

Al vrij snel is er een Dr. V.B. die geen goed woord voor hem over heeft. Maar die Dr. V.B. komt bij mij eigenlijk zelf over als een bekrompen, normatieve, sexistische, vreugdeloze chagrijn – de archetypische Boze Buurman – en dat Foltýn zo’n figuur tegen zich in het harnas wist te jagen maakt hem alleen maar innemender. Die Jan Trojan lijkt op het eerste gezicht weinig haren beter. Hij, Trojan, zegt bijvoorbeeld altijd maar “Zo zal het niet gaan” en “Dat gaat niet zeg”; er gaan geen vijf minuten voorbij of hij zegt dat. Het ergert me mateloos. Het lijkt veel te veel op “Dat is de bedoeling niet” of “Zo hoort dat niet”; het zijn alle uitspraken waar ik gruwelijk het land aan heb. De oordelen van Trojan (door Foltýn benaderd om hem te helpen met de instrumentatie van Judith) tekenen hem bij mij af als een kleingeestig man aan wiens woorden men niet zoveel gewicht hoeft toe te kennen. Foltýn heeft geen orde, meent Trojan, en een operaschrijver moet orde in zich hebben en als het er niet in zit kan het hem ook niet bijgebracht worden. De muziek van Foltýn is bovendien niet zuiver en ernstig genoeg, en hij doet teveel dingen die niet “horen”. Als Foltýn dan jouw voorbeeld is van hoe muziek niet hoort, hoe hoort muziek dan wel, Čapek?

Dat er een tijd – dat “geluidskollaazje” – dat de mooiste vrouw ter wereld dat Claire Roussy – dat veldopnamen – dat brikolaazje – dat zes uitingen – dat “performance” – dat toevalsmuziek – dat stilte – dat muziek concreet – dat muziek KONKREET – dat na en ver – dat “plagiarisme” –  dat the tape beatles – dat sampling – dat plunderphonics – dat tribaal – dat vrij – dat oor – dat het vrije oor – dat het nieuwe vrije oor – dat het orkest zich in de jazz verdrinkt – dat de rest niet geloofd is –

dát kon Čapek misschien nog niet weten in 1937 maar 1937, jee,

toen hadden we operavernieuwer Wagner toch al lang en breed gehad
toen hadden we de rel rondom Le Sacre du Printemps al gehad
toen hadden we de eerste werken van Messiaen al gehad
toen was Johanna Beyer al bezig met haar “hybride composities” waar elektrische instrumenten botsten op akoestische, en op dierengeluiden
toen was Percy Graingers “vrije muziek” er al
toen waren de “lawaaimachines” van Luigi Russolo er al; the art of noise (het manifest, niet de band) (die band was art noch noise) (hoewel, voor een topveertigbandje niet geheel onexperimenteel toch); toen was de theremin er al; de russiese futuristen (Avraamov met zijn symfonie van fabriekssirenes of Nikolai Foregger met zijn “orchestra of noises”); dada; bruïtisme; de “Groupe des Six”; Schönberg; Webern; Berg; jazz –
toen kon een mens, een mens als Karel Čapek bijvoorbeeld, al bekend zijn met de idee dat mjoeziek niet perse zuiver, ernstig en ordelijk “hoort” te zijn – dat niet alles een en al harmonie en tonaliteit “hoort” te zijn.

Het goede aan een werk dat onaf is, is dat het onaf is. Ge kondet nog het boek uitgestuurd worden met de idee dat Dr. V.B. en Jan Trojan vervelende zuurpruimen waren die een rusteloos musicus de ruimte ontzeggen om zich te ontwikkelen. Maar dan weer.

Dat stomme achterplat zanikt erover dat het “onbeschaamde jatwerk” niet “onbestraft” zou blijven. Inderdaad: in een nawoord, dus geen onderdeel van de roman, vertelt Olga Scheinpflugová (een naam die verzonnen had moeten worden als die niet al bestaan had), de vrouw van de schrijver, dat Čapek voornemens was om de première van de opera uit te laten lopen op een waar fiasco, waarbij Foltýn zou afgaan als een gieter: bespot, uitgejoeld, weggehoond. Een allusie op de eerder genoemde Sacre-rel? Of een tragedie over een man die nooit daar gekomen is waar hij wilde komen? Waarom had Čapek zulke lugubere plannen met Foltýn? (de dramatische première is het ergste nog niet). Een welverdiende “straf” voor zijn “onbeschaamde jatwerk”? Of toch een “artistiek testament”? Als dit Čapeks filosofie ten aanzien van kunst is, is het bijzonder kleingeestig. Ongeveer dit: KUNST is dit grote, machtige, bijkans heilige en dierhalve ook zeer besloten bolwerk waartoe het enige toegangskaartje TALENT is. En TALENT zou dan iets heel welomschrevens zijn, bijvoorbeeld opera’s maken zoals ze horen. En TALENT moet IN je zitten, je kunt het nooit leren. Als je als operaschrijver voor een dubbeltje geboren wordt, word je toch nooit een kwartje dus dan kun je het maar beter niet proberen ook. Waarom zo definitief allemaal, waarom met zo weinig compassie, waarom niet de minste flexibiliteit van een schrijver die zich toch ook niet bij één genre hield en lang niet alle genres die hij beoefende op een door en door “zuivere” en traditionele manier benaderde?

Het slechte aan een werk dat onaf is, is dat het onaf is.

Leven en werk van de componist Foltýn is een briljant geschreven roman. Eenzelfde onderwerp vanuit verschillende gezichtspunten benaderen, werkt altijd goed maar in handen van een schrijver als Čapek wordt met dit stijlmiddel het goddelijke benaderd. Getuigenissen kunnen zurig zijn, of licht melancholiek, een enkele keer lief en zachtaardig. Maar ronduit fantastisch is hoofdstuk 7. Het begin alleen al:

“Wij, drie arme jongens, volgden een meestercursus aan het conservatorium: Procházka, genaamd Ládíček, die viool studeerde, de dikke slaperige Mikeš, alias Fatty, en ik. Waar we van leefden, dat weet alleen de lieve Heer; het zal wel van dat ene briefje van twintig zijn geweest dat Fatty op een goede avond in een nachtclub bij elkaar gespeeld had en dat we steeds van elkaar leenden.”

Het is grappig, het is licht, het is vrolijk, het is muzikaal en het is mooi. Het is een geweldig hoofdstuk in een geweldig boek.

Een geweldig boek ja. Had ik dat nog niet gezegd?

Het gekke is dat het ongeschrevene nu meer gewicht krijgt omdat het ongeschreven is. Had Čapek het boek voltooid, en had alleen een zeer koppig lezer zich nog kunnen onttrekken aan de konkluzie dat Leven en werk van de componist Foltýn inderdaad de kunstfilosofie van de schrijver weergeeft, dan had je je misschien maar een heel klein beetje gestoord aan een overtuiging die ook in 1937 al lichtelijk ouderwets was. En met genoeg getuigenissen om Foltýn definitief antipathiek te maken bij de lezer, was het einde misschien ook minder hard overgekomen.

Maar ja. Leven en werk van de componist Foltýn is niet af. En wat niet af is, biedt ruimte aan hoop. Hoop dat een andere lektuur misschien toch nog op zijn plaats zou blijken te zijn. Dat Jan Trojan en Dr. V.B. degenen waren op wie Čapek zijn pijlen richtte. Dat Karel Čapek niet alleen het woord robot uitvond (naja, eigenlijk zijn broer) maar ook het sampelen (alleen heet dat hier dan “onbeschaamd jatwerk”) (ja zo hadden we DJ Shadow natuurlijk ook af kunnen doen). En al dat peinzen over hoe het eruit zou zullen zien, maakt dat vermeende “artistiek testament” zo zwaar, dat het bijna de schoonheid van het boek overschaduwt.

Dus. Lees het achterplat niet. Lees het nawoord van de vrouw van de schrijver niet. Lees 9 moje hoofdstukjes en sluit af met de zalige gedachte dat het er nog meer hadden kunnen zijn.

Karel Čapek Leven en werk van de componist Foltyn Recensie

Leven en werk van de componist Foltyn

  • Schrijver: Karel Čapek (Tsjechië)
  • Soort boek:  Tsjechische roman
  • Origineel: Život a dílo skladatele Foltýna (1939)
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschijnt: 8 december 2022
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Prijs: € 17.50 – € 22,50
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Recensie en waardering van de laatste roman van Karel Čapek

In deze biografie van de fictieve componist Bedrich Foltyn wordt vanuit verschillende gezichtspunten een beeld geschetst van zijn leven en werk. Bedrich beschouwt zichzelf als een genie, maar wegens zijn gebrek aan talent lukt het hem niet om de opera over de Bijbelse figuur Judith te voltooien, waarna hij overgaat tot het plagiëren en plunderen van het werk van getalenteerde jonge muziekstudenten en arme dichters. Zijn onbeschaamde jatwerk blijft niet onbestraft.

Het boek bestaat uit een reeks ‘getuigenissen’ van Foltyns ‘vrienden’ over zijn leven en werk, waaruit een geloofwaardig beeld oprijst van een gemiddeld man met bovengemiddelde ambities. De laatste pagina’s van deze onvoltooide roman zijn een vlammend pleidooi voor het aanleggen van de hoogste maatstaven bij het beoordelen van kunstwerken en worden algemeen beschouwd als een artistiek testament van Karel Capek.

Capeks vrouw, de schrijfster Olga Scheinpflugova, schreef een nawoord.

Bijpassende boeken en informatie

Egon Hostovský – De schuilplek

Egon Hostovský De schuilplek recensie en informatie Tsjechische roman. Op 17 februari 2021 verschijnt bij Uitgeverij Zirimiri Press de Nederlandse vertaling van de roman uit 1943, Úkryt, van de Tsjechische schrijver Egon Hostovský.

Egon Hostovský De schuilplek recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering lezen van de roman De schuilplek. Het boek is geschreven door de Tsjechische schrijver Egon Hostovský. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de roman van de Tsjechische schrijver Egon Hostovský.

Egon Hostovský De schuilplek Recensie

De schuilplek

  • Schrijver: Egon Hostovský (Tsjechië)
  • Soort boek: Tsjechische roman
  • Origineel: Úkryt (1943)
  • Nederlandse vertaling: Edgar de Bruin
  • Uitgever: Zirimiri Press
  • Verschijnt: 17 februari 2021
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Uitgave: Paperback

Flaptekst van de roman van Egon Hostovský uit 1943

Als een Tsjechische ingenieur in 1939 in Parijs arriveert, kan hij niet vermoeden dat hij drie jaar later zal moeten onderduiken in de donkere kelder van een Franse arts. In een brief aan zijn ‘Lieve Hana’ biecht hij alles op: de illusie van een dwaze liefdesaffaire waarvoor hij naar Parijs reisde, de druk die hij ondervond om zijn militaire uitvinding in handen van de Duitse autoriteiten te geven en het daaropvolgende arrestatiebevel. Hij worstelt met zijn schuldgevoel na zijn familie te hebben achtergelaten en met de aanvaarding van zijn lot: de tragische keuzen waardoor hij elke hoop om ooit naar huis terug te keren heeft moeten opgeven.

De schuilplek is de laatste brief van een man aan zijn vrouw. En ook het claustrofobische verhaal van een onschuldig mens, door politieke omstandigheden gedoemd tot waanzin en nostalgie.

Bijpassende boeken en informatie

Bohumil Hrabal – Bambini di Praga

Bohumil Hrabal Bambini di Praga recensie en informatie Tsjechische roman. Op 14 december 2020 verschijnt bij Uitgeverij Voetnoot de Nederlandse vertaling van Bambini di Praga, de novelle van de Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal.

Bohumil Hrabal Bambini di Praga recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering lezen van Bambini di Praga. De roman is geschreven door de Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de roman van de Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal.

Bambini di Praga, over de  hilarische werkwijze van vier verzekeringsagenten in dienst bij de firma  Steun bij Ouderdom. Zij verkopen hoop voor de toekomst, verpakt in een ongrijpbare illusie. Op de een of andere manier hebben zij er in een goede neus voor wie zij vol overtuiging een peperdure polis kunnen aansmeren.  De eerste ontmoeting met deze vier heren vindt plaats bij een reus van een slager met een piepklein goud oorringetje in zijn linker oor. Zij laten zich onthalen op de vorstelijke warme worsthapjes en de warme grote borsten van de slagersvrouw, terwijl mijnheer de slager druk doende is met grote varkenskoppen en een onwillig zonnescherm. Ondertussen zijn vrouw in de smiezen houden. Zij kan het wel heel goed vinden met die vier. De heren zijn ook nog eens katholiek, en zij reikt  hen een heerlijk plakje ham op de tong, als een hostie waarbij  één van hen haar zachtjes in haar vinger bijt.

Zij verkopen hoop voor de toekomst, verpakt in een ongrijpbare illusie

En…weet mijnheer de slager ook dat deze heren het beste met hem voor hebben en naast een polis met garantie op een goed pensioen ook de mogelijkheid bestaat om een een begrafenispolis af te sluiten bij de Firma Uitvaartdiensten, die zijn eigen wijngaard heeft ook zijn eigen miswijn? En garanties voor een superplek op de begraafplaats en zeker ook nog de mogelijkheid voor vele faciliteiten na de dood. Kortom, de mogelijkheden om je goed te verzekeren zijn ongekend. Ja, en dat mag wat kosten.

Bij het volgende slachtoffer klets een van de agenten zich naar binnen met het praatje dat hij filosofie student is maar dat het ministerie van Onderwijs en Nationale voorlichting hem op pad heeft gestuurd om als agent van Steun bij Ouderdom een lijst te maken van al degenen die pensioen willen krijgen. De minister wil dat dit door fatsoenlijke mensen wordt verricht. En de handelaar in slingers van kunstbloemen is wel geïnteresseerd. Er volgt een verhandeling tussen die twee met veel indrukwekkende en moeilijke woorden over filosofie en metafysica. Ja, dat loopt lekker. En zo hoeft de handelaar in kunstbloemen alleen maar een kruisje te zetten, ja hoor, een handtekening mag ook. En dan kost dat alles bij elkaar, minus drie maanden aan gratis premie slechts 1950 Kronen. Waar heb je het over? En dan op naar de kuipmaker van biervaten. Deze maakt zich zorgen over zijn toekomst, dus ja, de agent  komt precies op het juiste moment. ”Hoeveel pensioen had u gedacht?” En na een kruisje of handtekening op het aanmeldingsformulier kost dat dan 750 Kroon, waarvan 50 voor de inschrijving. En de kuiper zoekt het geld tussen de bladzijden van zijn gebedenboek. En vanaf nu ziet de toekomst er rooskleurig uit.

Bohumil Hrabal Bambini di Praga Recensie

Dan nog een avontuur op de kermis, meisjes versieren, de hele handel opkopen van een blondine die werkt voor de firma Regenboog, een bleekmiddel, waarmee je vlekken kunt verwijderen, maar die ook de essentie van de stof aantast. Zo is het leven nu eenmaal. Met zijn collega agent die ook een meisje aan de haak heeft geslagen stappen zij samen in een boot voor een romantische tocht over de rivier. Ineens ontdekt een van hen een klant die op z’n minst not amused is over zijn afgesloten polis bij de firma Steun bij Ouderdom. Maar gelukkig heeft hij het reclamebord van de Regenboog als wapen om zich te verbergen. Iedereen overleeft dit tochtje, maar niet iedereen houdt het droog. Dus, met de meisjes naar een hotel. Een feest vol drank en verkleedpartijen en keten op de gang. Het meest hilarisch vond ik hoofdstuk acht, waarin een dansleraar bij gebrek aan dames alle aanwezige heren inzet. Allemaal in een rij, even zijn de heren, oneven de dames. Naast de vier agenten zijn allen potentiële kandidaten voor een mooie verzekering bij de Firma Steun bij Ouderdom. Intussen probeert een straalbezopen dansleraar het zooitje in het gareel te houden.

Hilarische Tsjechische roman over het verkopen van gebakken lucht

Bambini di Praga leert de lezer over het verkopen van gebakken lucht, en als je dat gewiekst aanpakt er altijd slachtoffers te vinden zijn die zeker weten dat dit hen zekerheid geeft voor de toekomst. En dat wanneer je in deze handel zit, je zaakjes vooral met de nodige humor en impulsiviteit  tegemoet treedt. Wat is er veranderd in de loop van tijd?

Recensie van Mieke Koster

Bambini di Praga

Moldaviet 29

  • Schrijver: Bohumil Hrabal (Tsjechië)
  • Soort boek: novelle, Tsjechische roman
  • Origineel: Bambini di Praga (1947, 1964)
  • Nederlandse vertaling: Kees Mercks
  • Uitgever: Voetnoot
  • Verschijnt: 14 december 2020
  • Omvang: 162 pagina’s
  • Uitgave: Paperback 
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)

Flaptekst van de roman van Bohomil Hrabal

In de novelle Bambini di Praga schetst BOHUMIL HRABAL een surrealistisch beeld van ‘gewone’ gebeurtenissen. Vier verzekeringsagenten reizen door het land om de mensen een pensioenpolis aan te smeren. Op hun tocht ontmoeten ze de meest diverse types in de meest diverse omstandigheden. Hun ‘slachtoffers’ hebben ze van tevoren goed uitgezocht. Het blijken kleurrijke figuren, elk met zijn of haar eigen ‘fantastische’ verhaal. Maar hoe zit het eigenlijk met de vier verzekeringsagenten zelf, en hoe loopt het uiteindelijk met ze af? De titel Bambini di Praga verwijst schertsend naar het Kindeke Jezus van Praag in de Maria Victoriakerk op de Kleine Zijde. Dit beeldje zou twaalf wonderbaarlijke genezingen hebben verricht. De Italiaanse benaming in het meervoud [Kinderen van Praag] is een ironische aanduiding voor de vier verzekeringsagenten en hun wonderlijke wederwaardigheden.

De Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal [1914-1997] debuteerde pas in 1963, toen het politieke klimaat in het toenmalige Tsjechoslowakije dat toeliet. Daarvoor had hij al vele teksten geschreven die niet konden worden uitgegeven. Zo ook het verhaal Bambinia di Praga, dat Hrabal in 1947 schreef, maar eerst in 1964 kon verschijnen. Andere teksten moesten zelfs op uitgave wachten tot na de Fluwelen Revolutie in 1989, toen Hrabals Verzameld Werk [in 19 delen] uitkwam. Kees Mercks vertaalde tot nu toe zo’n twintig werken van Hrabal, waaronder ‘Drie rabiate legendes’, de verhalenbundel die in 2007 bij Uitgeverij Voetnoot verscheen als deel 2 in de Tsjechische reeks Moldaviet.

Bijpassende boeken en informatie

Marek Sindelka – Blijf bij ons

Marek Sindelka Blijf bij ons recensie en informatie over de inhoud van deze novelle. In 2019 verscheen bij Voetnoot Uitgevers de Nederlandse vertaling van deze novelle van de Tsjechische schrijver Marek Sindelka.

Marek Sindelka Blijf bij ons Recensie en Informatie

Als de redactie het boek gelezen heeft, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van Blijf bij ons van Marek Sindelka. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van deze novelle van de Tsjechische schrijver Marek Sindelka.

Marek Šindelka Blijf bij ons Recensie

Blijf bij ons

Moldaviet 27

  • Schrijver: Marek Šindelka (Tsjechië)
  • Soort boek: novelle
  • Origineel: Zůstaňte s námi (2011)
  • Nederlandse vertaling en nawoord: Edgar de Bruin
  • Uitgever: Voetnoot
  • Verschenen: 2019
  • Omvang: 75 pagina’s
  • Uitgave: Paperback

Flaptekst van het boek

‘Blijf bij ons’ is de kreet van de tv-presentator waarmee hij de kijkers aanspoort niet weg te zappen. Maar het is ook een roep tegen de eenzaamheid. Eenzaamheid wanneer mensen langs elkaar heen praten, zoals in de langzamerhand doodgebloede relatie tussen de tv-presentator en zijn partner Andrea. Marek Šindelka legt haarfijn de kracht van de taal bloot en confronteert ons met alle ongemakken, venijnigheden en de daaruit voortvloeiende hilarische momenten, kortom de miscommunicatie die tussen de moderne mensen bestaat en waarop relaties stuklopen. Of zoals Šindelka zelf zegt: ‘We hebben de ander nodig om onszelf te zien. Desondanks krijgen we een vertekend beeld en onze relatie wordt er een van ongelukkige afhankelijkheid die niets goeds kan brengen.’

Voor Nederlandstalige lezers is Marek Šindelka (1984) geen onbekende meer. Zijn eerste in het Nederlands vertaalde werk is het verhaal ‘Polaroid’ (2012, #21 in de serie Moldaviet van Voetnoot. Zijn eerste in het Nederlands vertaalde roman ‘Anna in kaart gebracht’ werd overladen met lovende recensies en zijn beklijvende vluchtelingenroman ‘Materiaalmoeheid’ (beide Das Mag, 2016 resp. 2018) werd door Knack uitgeroepen tot boek van het jaar, onderscheiden met de Cutting Edge Award en genomineerd voor de Europese Literatuurprijs 2019. Ook ‘Blijf bij ons’ viel reeds in de prijzen: bij de oorspronkelijke Tsjechische uitgave in 2011 kreeg het werk de Magnesia Litera Prijs. Voor de Nederlandse vertaling tekende meestervertaler Edgar de Bruin.

Bijpassende Boeken en Informatie

Karel Čapek – Hordubal

Karel Čapek Hordubal recensie en informatie over de inhoud van deze Tsjechische roman uit 1933. Op 19 oktober 2019 verschijnt bij Uitgeverij Wereldbibliotheek de nieuwe Nederlandse vertaling van de roman Hordubal van de Tsjechische schrijver Karel Čapek.

Karel Čapek Hordubal Recensie en Informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering lezen van Hordubal, de roman uit 1933 van de Tsjechische schrijver Karel Čapek. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de roman Hordubal.

Karel Čapek Hordubal Recensie Roman uit 1933

Hordubal

  • Schrijver: Karel Čapek (Tsjechië)
  • Soort boek: psychologische roman, sociale roman
  • Origineel: Hordubal (1933)
  • Nederlandse vertaling: Irma Pieper
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschijnt: 19 oktober 2019
  • Omvang; 176 pagina’s
  • Uitgave: Paperback / Ebook
  • Waardering:

Flaptekst van deze Tsjechische roman

Juraj Hordubal keert terug uit de VS waar hij acht jaar heeft gewerkt in de mijnen. Tijdens de terugreis droomt hij van de blije ontvangst door zijn nietsvermoedende vrouw en dochter – maar het loopt anders. Ze zijn van hem vervreemd en de knecht die inmiddels bij hen woont heeft zich ontpopt als de man des huizes. Juraj probeert zijn vrouw terug te winnen, maar voordat hij zijn doel bereikt heeft, overlijdt hij onder verdachte omstandigheden.

We lezen het verhaal van Hordubal drie keer: één keer zoals hij het zelf beleeft, vervolgens zoals het door de politieagenten na zijn dood wordt vastgesteld, en ten slotte zoals de rechtbank erover oordeelt. Toch is zijn overlijden niet het ergste, licht Capek in het nawoord bij deze roman toe. Het ware lot van Hordubal is wat hem na zijn dood overkomt: hoe zijn tragische geschiedenis tot gruis wordt in de handen van mensen die koste wat kost een sluitend bewijs willen leveren, hoe zijn goedbedoelde acties stuntelig en verdacht worden gemaakt en hoe zijn karakter op groteske wijze wordt misvormd.

Bijpassende Boeken en Informatie