Alle berichten van Redactie

Dimitri Verhulst – Bechamel mucho

Dimitri Verhulst Bechamel mucho recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe roman. Op 20 juni 2024 verschijnt bij Atlas Contact de roman Bechamel mucho. Het boek is geschreven door de Vlaamse schrijver Dimitri Verhulst. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijver en over de uitgave.

Dimitri Verhulst Bechamel mucho recensie

Alex is een seizoen lang, animator in een Spaans clubhotel. Zijn voorbereiding: voornamelijk uitputtende danstrainingen, die o.a. resulteren in optredens in een pluche penispak en het swingend scheidsrechteren bij cocktailgames.  Maar hij is in meer markten thuis, ook in die van wellust en eenzaam genot.

Er zit vaart in dit boek van Dimitri Verhulst, je moet erbij blijven!  Drukke zinsopbouw, scherpe weerspiegelingen en cynisch beklag over Het -Zijn, de wereld, de liefde en de consumptiemaatschappij. Ook zijn visie op vrouwen is soms bot en plastisch, niet altijd even kies, maar voor mij als vrouw herkenbaar en zeer humoristisch. Hij beschrijft wat hij ziet, hij maakt het niet mooier.

Dan komt er weer ene Clarice voorbij, dan weer Pommelien, Mireille of … Alex verwent ze allemaal, althans verwennen. De vrouwen ontsnappen even aan hun eigen dagelijkse werkelijkheid; ze krijgen lichamelijke aandacht, instand-erkenning en Alex bedient ze allemaal , als een echte animator. Ze zijn minimaal bevredigend in hun zoektocht naar wat liefde, avontuur en doorbreking van hun dagelijkse sleur.

Overigens zou ieder personage een apart boek waard zijn. Het Spaanse clubhotel als decor van een man, een animator zoekend naar wie hij wil en mogelijk kan zijn.

 “Animatoren. Je denkt dat ze besneden zijn, maar in werkelijkheid is hun voorhuid versleten”.

De roman staat vol met dit soort zinnen, heerlijk. Ik heb genoten van dit boek, met als afsluiting van blz. 157 t/m 174  een bevlogen opsomming  van observaties genaamd: Onepisch Gedicht.

Als “toetje” zou ik de film RIMINI willen aanbevelen, een film uit 2022 van Ulrich Seidl. Deze gaat over Ritchie, een uitgerangeerde Oostenrijkse Slagerzanger, die in een hotel zijn grootste, voornamelijk oudere fans vermaakt en als gigolo wat extra geld probeert te verdienen. Dit is een nog mistroostiger decor, winter in het verlaten Rimini, oudere gasten, een zekere verloedering, maar een hoopvol einde. Er zijn zeker vergelijkingen te bespeuren.

De nieuwe roman van Dimitri Verhulst is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Recensie van Fons van Riet

Dimitri Verhulst Bechamel Mucho

Bechamel mucho

  • Auteur: Dimitri Verhulst (België)
  • Soort boek: Vlaamse roman
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 20 juni 2024
  • Omvang: 176 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst nieuwe roman van Dimitri Verhulst

In dit ultieme zomerboek volgen we Alex, entertainer bij een clubhotel op Mallorca. Wie zijn we als we niets hóeven? Geestig en ontroerend schetst Verhulst ons onvermogen om de boel de boel te laten.

Als twintiger was Dimitri Verhulst een zomer lang animator in een clubhotel op Mallorca. Hij had maar één taak: zorgen voor vermaak van vakantiegangers. Wat hij daar observeerde maakte een diepe indruk op hem, zozeer dat hij er nu, een kwarteeuw later, uit put voor zijn nieuwe roman Bechamel Mucho. Het verhaal begint als een zonnige diavoorstelling van een zorgeloze zomer. Maar schijn bedriegt, want al snel ontvouwt zich een scherpe en meeslepende schets van de consumptiemaatschappij. Even geestig als ontroerend toont Verhulst ons ieders onvermogen om werkelijk contact te maken. De kersverse weduwe, de alleenstaande moeder met kind, de vrouwelijke helft van een uitgeblust echtpaar, de jonge stewardess op zoek naar ontspanning, de fitte fietser, iedere gast heeft haar eigen verhaal. En allemaal willen ze, al dan niet voor een nacht, Alex. En het is Alex die aan het einde van het seizoen moet beslissen wat hij gaat doen. Of eigenlijk: wie hij wil zijn.

Bijpassende boeken en informatie

J.J. Voskuil – Uitzicht op geluk Dagboeken 1974-1976

J.J. Voskuil Uitzicht op geluk Dagboeken 1974-1976 recensie en informatie over de inhoud van het nieuwe deel in de reeks. Op 2 juli 2024 verschijnt bij uitgeverij Van Oorschot een dagboek van de op 1 mei 2008 overleden Nederlandse schrijver J.J. Voskuil. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

J.J. Voskuil Uitzicht op geluk Dagboeken 1974-1976 recensie

Mochten er in de media een boekbespreking of recensie van Uitzicht op geluk, Dagboeken 1974-1976, geschreven door de Nederlandse schrijver J.J. Voskuil verschijnen, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

J.J. Voskuil Uitzicht op geluk Dagboeken 1974-1976

Uitzicht op geluk

Dagboeken 1974-1976

  • Auteur: J.J. Voskuil (Nederland)
  • Soort boek: dagboek
  • Uitgever: Van Oorschot
  • Verschijnt: 2 juli 2024
  • Omvang: 832 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 39,95
  • Boek bestellen bij: Bol Libris

Flaptekst van de dagboeken 1974-1976 van J.J. Voskuil

In Uitzicht op geluk biedt J.J. Voskuil een onbekende kant van zichzelf. Centraal in het boek staat de verhouding tot zijn naaste familie, als zijn vader stervende is en het huwelijk van zijn jongste broer op klappen staat. Waar in zijn andere boeken zijn familie grotendeels buiten beeld blijft, zoomt Voskuil hier genadeloos in op zijn vader, broers en schoonzusters in verhouding tot hem en Lousje. Met grote precisie portretteert hij een familie die de centrifugale krachten niet meer de baas is. Daardoor krijgt het boek bij vlagen trekken van een dynastiek epos waarin de tragiek voortdurend om de hoek wacht. Het doet daardoor denken aan Buddenbrooks van Thomas Mann.

Daar doorheen spelen de verlammende beroerte die Piet Meertens treft en vertrouwde thema’s zoals Voskuils onmacht bij het leed van anderen, de dagenlange conflicten met Lousje, de verpieterende vriendschappen, de Bureau-ergernissen en zijn onvrede over de ontoereikendheid van zijn schrijven. Van de weeromstuit hunkert hij naar een overzichtelijk burgermansbestaan zonder verandering, een leven alleen waarin hij met rust wordt gelaten. Maar met zijn karakter en met Lousje aan zijn zijde zit dat er niet in. Uitgebreid beschrijft Voskuil hoe hij zich in de wc aan de stortbak gaat ophangen, een plan waar hij op het laatst om praktische redenen van afziet.

Toch zijn er voor hem momenten van voldoening en van, wat hij noemt, uitzicht op geluk, meestal onverwacht en in kleine dingen. Vooral tijdens de lange fietstochten en wandelingen door het Nederland van midden jaren zeventig herademt hij, de geregistreerde natuurvernietiging ten spijt.

J.J. Voskuil Martelaarschap Dagboeken 1965-1974 recensieJ.J. Voskuil (Nederland) – Martelaarschap
Dagboeken 1965-1974
Uitgever: Van Oorschot
Verschijnt: 17 november 2023

J.J. Voskuil Capitulatie Dagboeken 1956-1965 RecensieJ.J. Voskuil (Nederland) – Capitulatie
Dagboeken 1956-1965
Uitgever: Van Oorschot
Verschijnt: 24 februari 2023

Griet Op de Beeck – Het wordt beter

Griet Op de Beeck Het wordt beter recensie en informatie nieuwe non-fictie boek van de Vlaamse schrijfster. Op 29 oktober 2024 verschijnt bij uitgeverij Prometheus het nieuwste boek van de Belgische schrijfster Griet Op de Beeck over hoe je vrij en voluit kunt leven. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Griet Op de Beeck Het wordt beter recensie

  • “Wie honderdduizenden boeken verkoopt, is niet alleen een verschrikkelijk goede en getalenteerde schrijver, maar heeft ook een onontdekte zenuw in de samenleving geraakt: een gevoel, een staat van zijn ontdekt en beschreven waarin velen zich herkennen, velen opeens denken: shit, ik ben dus niet alleen met al dat schijnbaar oeverloos geworstel met dit leven. En shit, het kan blijkbaar nog erger dan bij mij. En driemaal shit, je kan daar ook uit geraken.” (Yves Desmet)
  • “Griet Op de Beeck schrijft boeken die een effect op je organen beogen: longen slaan een beurt over, maag in de knoop, hart springt op. Haar personages zijn geloofwaardig dichtbij.” (De Standaard)

Griet Op de Beeck Het wordt beter

Het wordt beter

Hoe je vrij en voluit kunt leven

  • Auteur: Griet Op de Beeck (België)
  • Soort boek: autobiografische non-fictie
  • Uitgever: Premetheus
  • Verschijnt: 29 oktober 2024
  • Omvang: 272 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Griet Op de Beeck

Laat je inspireren door de meeslepende zoektocht van Griet Op de Beeck en leer hoe ook jij vrij en voluit kunt leven

Haar hele leven was Griet Op de Beeck op zoek naar het beter waarvan ze altijd geloofde dat het moest bestaan. En het werd beter, een minibeetje, voetje voor voetje en dan ging ze plots evengoed weer terug naar af; een echte ommezwaai kwam er nooit. Tot ze zelf besliste om terug naar school te gaan en naast schrijver ook therapeut te worden, en zo te onderzoeken wat echt kan helpen. Ze raakte onderweg zowaar bevriend met wereldtoppers in therapieland en kreeg de kans om in vele buitenlanden te leren van de invloedrijke vernieuwers en gezaghebbende autoriteiten van vandaag als Bessel van der Kolk, Esther Perel en Richard Schwartz.

In Het wordt beter beschrijft Op de Beeck op haar bekende intieme wijze niet alleen het boeiende en helende parcours dat ze de afgelopen jaren heeft doorlopen, maar ook wat ze daaruit heeft geleerd en wat nuttig kan zijn voor anderen. Omdat ze dit zelf allemaal zo graag veel eerder had geweten. Omdat ze de hoop wil uitdragen die ze zelf bij momenten bijna verloren was. Omdat zij weet wat mogelijk is nu, en dat iedereen zo van harte gunt.

Griet Op de Beeck is een van de succesvolste schrijvers van ons taalgebied. Ze schreef onder meer de veelgeprezen romans Vele hemels boven de zevende, Kom hier dat ik u kus, Gij nu en Jij mag alles zijn. Van haar boeken werden meer dan een miljoen exemplaren verkocht. In 2018 schreef ze het Boekenweekgeschenk Gezien de feiten.

Bijpassende boeken en informatie

Elle McNicoll – Heksenvloek

Elle McNicoll Heksenvloek recensie, review en informatie over de inhoud van de 13+ jeugdroman uit Schotland. Op 18 juni 2024 verschijnt bij Uitgeverij Lemniscaat het nieuwe boek van de Schotse schrijfster Elle McNicoll. Het boek speelt zicht in de Stad Edinburgh en bij Loch Ness af. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster, de vertaalster en over de uitgave.

Elle McNicoll Heksenvloek recensie

Mochten er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnen van de nieuwe jeugdroman Heksenvloek, van de uit Schotland afkomstige schrijfster Elle McNicoll, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Elle McNicoll Heksenvloek

Heksenvloek

  • Auteur: Elle McNicoll (Schotland)
  • Soort boek: jeugdroman (13+ jaar)
  • Origineel: Like a Curse (2024)
  • Nederlandse vertaling: Margaretha van Andel
  • Uitgever: Lemniscaat
  • Verschijnt: 18 juni 2024
  • Omvang: 254 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 15,99
  • Boek bestellen bij: Bol Libris

Flaptekst van de nieuwe jeugdroman van Elle McNicoll

Ramya’s leven staat op zijn kop sinds ze weet dat ze magische krachten heeft. Ze is geen uitzondering: er lopen allerlei magische wezens rond in Edinburgh. Al hebben ze niet allemaal de beste bedoelingen…

Als de Sirene die al zoveel invloed heeft gehad op Ramya’s leven de macht overneemt in de stad, weet Ramya wat haar te doen staat: haar nu voor eens en altijd stoppen. Dat gaat niet zonder slag of stoot, want Ramya zit vast in Loch Ness en haar toverlessen gaan niet zo vlot als ze hoopt. Maar als de toekomst van haar familie en haar vrienden van het Verborgen Volk op het spel staat, is het tijd om de strijd aan te gaan – en te ontdekken hoe groot haar kracht werkelijk is.

Elle McNicoll schrijft verhalen met stoere neurodivergente meiden in de hoofdrol. Ramya heeft net als zijzelf dyspraxie, een aandoening die invloed heeft op de motorische vaardigheden en het verwerken van informatie.

Bijpassende boeken en informatie

Elle McNicoll Toverslag recensieElle McNicoll (Schotland) – Toverslag
fantasyroman (12+ jaar)
Waardering redactie∗∗∗∗ (uitstekend)
Toverslag gaat over jezelf kunnen en durven zijn, maar ook over vriendschap, hulp vragen, jezelf en anderen niet zomaar veroordelen. McNicoll is een begenadigd schrijfster. Ze weet precies de juiste toon te treffen om je bladzijde na bladzijde aan het boek gekluisterd te houden…lees verder >

Canarische Eilanden reisgidsen

Canarische Eilanden reisgidsen en reisboeken. Nieuwe Canarische Eilanden reisgids tips en informatie. De Canarische Eilanden zijn een archipel gelegen voor de kust van West-Afrika en maken onderdeel uit van Spanje. Door de ligging en het gunstige warme klimaat zijn de Canarische Eilanden een geliefde vakantiebestemming in vrijwel elk seizoen.

Canarische Eilanden reisgidsen en reisboeken

Er zijn zowel Canarische Eilanden reisgidsen te vinden die informatie bieden over alle eilanden. Daarnaast kun je ook kiezen voor een reisgids die één eiland beschrijft zoals Gran Canaria of Tenerife.


Welke nieuwe Canarische Eilanden reisgidsen en reisboeken verschijnen er?

Het overzicht van nieuwe Canarische Eilanden reisgidsen is ingedeeld op het jaar waarin de betreffende reisgids verschenen is. Links verwijzen naar uitgebreide informatie over de inhoud van de reisgids, de auteur, recensies, reviews en bestelmogelijkheden.

ANWB Extra reisgids Lanzarote

De compacte reisgids met uitneembare kaart

  • ANWB Extra reisgids Lanzarote 2026 recensieAuteur: Véronica Reisenegger 
  • Soort boek: Lanzarote reisgids
  • Uitgever: ANWB
  • Verschijnt: 6 augustus 2026
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 16,50
  • Bestelmogelijkheden reisgids >
  • Inhoud reisgids: De ANWB Extra reisgids Lanzarote biedt naast veel praktische tips over campings, vakantiehuizen, hotels en vervoer ook inspirerende bezienswaardigheden die je niet mag missen. Bezoek het wijnbouwgebied La Geria, ga ondergronds in de grotten van Cueva de los Verdes of dompel je onder in het nachtleven van hoofdstad Arrecife…lees verder >

Meer reisgidsen van de Canarisch Eilanden

Canary Islands

A visual travel guide through the Canaries

  • Charles Van Haverbeke Canary IslandsAuteur: Charles Van Haverbeke (Belgie)
  • Soort boek: fotoboek, reisboek
  • Taal: Engels
  • Uitgever: Lannoo
  • Verschijnt: 27 juni 2024
  • Omvang: 336 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 49,99
  • Boek bestellen bij: Bol Libris
  • Inhoud boek: The Canary Islands are amongst the top holiday destinations in the world. The archipelago attracts millions of tourists every year thanks to a great climate and its year-round sunshine. But this hotspot is not just about golden beaches and all-inclusive resorts. There are countless natural and cultural treasures to discover on each of its seven islands. Few places in the world can boast such a diversity of landscapes. Turquoise water and pristine beaches, volcanoes, pine forests, deserts, rocky cliffs, snowy mountains, dunes and lush jungle…lees verder >

ANWB Reisgids Gran CanariaANWB Reisgids Gran Canaria

ANWB Extra reisgids

  • Soort reisgids: Gran Canaria reisgids
  • Schrijfster: Izabella Gawin
  • Uitgever: ANWB
  • Verschenen: 2018
  • Omvang: 132 pagina’s
  • Uitgave: Paperback
  • Bijzonderheden: inclusief uitneembare kaart
  • Inhoud reisgids: Beleef Gran Canaria met de compleet vernieuwde reisgids ANWB Extra Gran Canaria! De combinatie van duinen en groene bergweiden, subtropische oases en hoge rotspartijen, dorpjes met gezellige restaurantjes en fijne zandstranden maken Gran Canaria de perfecte bestemming voor een leuke zonvakantie. De compacte ANWB Extra reisgids Gran Canaria biedt naast diverse routes over het eiland en veel praktische tips over hotels en vervoer ook 15 inspirerende bezienswaardigheden die je tijdens je vakantie niet mag missen…lees verder >

Michelin Reisgids Tenerife en de Canarische EilandenMichelin Reisgids Tenerife en de Canarische Eilanden

Michelin De Groene Reisgids

  • Soort reisgids: cultuur en natuur reisgids
  • Uitgever: Lannoo
  • Omvang: 144 pagina’s
  • Uitgave: Paperback
  • Bijzonderheden: uitneembare kaart
  • Inhoud reisgids: De Michelin reisgids Tenerife en de Canarische Eilanden is de 3-sterrengids voor een geslaagde trip. Klein in formaat, groot in kwaliteit. De ideale gids voor wie slechts één compacte stadsgids in zijn tas wil stoppen en toch geen enkele bezienswaardigheid of topadres wil missen. Met een uitneembare kaart…lees verder >

advertentie





Bijpassende reisgidsen en informatie

Manu Larcenet – De weg graphic novel

Manu Larcenet De weg graphic novel naar de roman van Cormac McCarthy recensie, review en informatie. Op 18 juni 2024 verschijnt bij Uitgeverij Manteau de graphic novel van Manu Larcenet naar de roman uit 2006 van de Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de tekenaar en over de uitgave.

Manu Larcenet De weg graphic novel recensie van Tim Donker

&

de weg
de eindeloze lege weg

twee personen lopen
twee personen lopen
twee personen lopen op de eindeloze lege weg

&

alles grauw en alles grijs en nergens nog een vermoeden van kleur

De personen: een vader en zijn zoon.
De weg: doorheen kapotte steden, kapotte streken, een land dat kapot is.

Dit kent alleen nog een erna.
Dit kent alleen nog maar een vooruit.
Dit heeft alles achter zich gelaten.
Dit heeft geen kleur meer.

(ja dit is een strip) (een collega zei me laatst dat er een bepaald soort stripboek bestaat dat je geen stripboek meer mag noemen je moet comic zeggen) (maar comic is engels voor strip of stripboek denk ik) (en hoe maken engelssprekenden dan dat onderscheid zeggen die misschien dat er een bepaald soort comic bestaat dat je geen comic meer mag noemen je moet stripboek zeggen) (it’s a film actually) (en welke stripboeken mogen nog stripboeken heten en welke stripboeken niet meer) (en bestaat dat onderscheid ook bij romans is er een bepaald soort roman dat geen roman mag heten je moet novel zeggen) (this is not a novel) (want als we er een speciale status aan willen geven grijpen we naar het engels)

De situatie. De post-apocalyps. Iets is er geweest, de lezer heeft er het raden naar wat. Een oorlog, een ramp, een massa-extinctie, iedereen dood, geen voedsel, de overlevenden, enkele overlevenden, ze zijn met weinigen en het is allen tegen allen, er zijn goeden, er zijn slechten, niemand is echt te vertrouwen want iedereen wil eten, iedereen wil het hele kleine schamele beetje dat een ander heeft, het hele kleine beetje eten, het hele kleine beetje warmte, het hele kleine beetje comfort.

(ecognosis) (een van hen droeg een bleekroze jekker) (urth) (het verdraaide lot)

Dystopisch is het woord dat men dan spreekt. We kennen deze dystopie wel. Allen tegen allen, de lege weg, overal strijd, overal lichamen, dood, opgehangen, vergaan, we zagen de films, we lazen de boeken.

(de strip is gebaseerd op een boek van Cormac McCarthy) (de verstripte roman) (zag daar het omgekeerde) (de verliteratuurde strip) (Erik Bindervoet, Robbert-Jan Henkes en Dick Matena) (ooit) (in 2007) (in DW B) (verliteratuurden Suske en Wiske en het zingende nijlpaard) (en het zal je misschien verbazen maar het resultaat was niet half slecht) (verbeeld ik het me of was DW B toen sowieso beter) (verbeeld ik het me of was DW B ooit beter) (naja misschien die stavaza dan) (naja misschien die surrealisme in belgië dan) (naja misschien die excentrische literatuur dan) (okee het is weer beter aan het worden met ze weer beter dan dat absolute nulpunt dat ze bereikt hadden met dat lafhartige complotnummer)

Wat ooit was is allang vergeten. Vergeten zijn de straten vergeten zijn de parken vergeten de verjaardagen vergeten wat nu altijd in het voorbije ligt, er is alleen nog maar nu, en de weg, de lege weg, de eindeloze lege weg die naar het vooruit leidt want dat is er nog wel, vooruit is er altijd nog. Vergeten het schreeuwen op de markt (ballade van de wasted youth) (de man die zijn snor in brand stak)

Goed. De vader en de zoon dus. Ooit was er een moeder, maar die is er niet meer, er is enkel nog een verdrietig stemmend briefje van haar in de ransel van de vader. Samen met zijn zoon probeert hij te overleven in een grimmige, kille wereld. Er is altijd maar dat lopen, met een karretje met hun spullen in, spullen gevonden, spullen gestolen, wie zal het zeggen. Ze moeten naar de zuidkust, misschien is daar iets, misschien is het daar veilig, misschien kunnen ze daar een min of meer leefbaar bestaan opbouwen. De met lijken en brokstukken bezaaide weg is allerminst veilig: af en toe moeten vader en zoon zich verstoppen voor behoorlijk angstaanjagend uitziende bendes. De slechten. Er zijn ook goeden, maar ook voor hen moet je oppassen want die jatten zo je karretje met je spullen (en je had al zo weinig). Niemand kan tellen als echte bondgenoot; ze hebben alleen maar elkaar, hun spullen, hun reisdoel.

“Based on the novel “The Road” by Cormac McCarthy”, staat in het colofon achterin het boek te lezen; het omslag houdt het nog wat wijdser en stelt dat De weg gemaakt is naar het oeuvre van Cormac McCarthy, welja, zijn gehele oeuvre dan nog. De man, de vader, is inderdaad wel zo’n tiepies McCarthy-personage: gehard, zwijgzaam, vermoedelijk niet al te onintelligent (maar hoe zou je weten, diene mens zegt bijna nooit wat); zijn zoon af en toe op een weinig troostrijke mannenwijsheid vergastend als “Denk na over wat je in je hoofd steekt, want het blijft daar voor altijd zitten.” (waar hij mee wil zeggen dat de zoon beter wegkijkt van alle afgeslachte mensen die ze onderweg tegenkomen). Ik heb dit specifieke boek van McCarthy niet gelezen maar ik kan me zo’n soort boek prima voorstellen bij hem: de voelgoedroman lijkt immers niet echt besteed aan een schrijver als Cormac McCarthy.

Eigenlijk is er feitelijk tamelijk weinig dat voor deze versie van De weg spreekt. Het is een herbewerking van iets dat er al is. Naast het gegeven dat het alleen daarom al niet op bijster veel orzjienaliteit bogen kan, is het verhaal ook nog eens vergeven van de kliesjees. Je kunt met de dystopiese roman ruwweg twee kanten op: een ontmenselijkte, vernielde wereld waarin een bikkelharde strijd om het bestaan en de schamele overgebleven beetjes woedt, of een samenleving waarin men gedwongen is te leven in strikt gereguleerde communes waar meer verboden dan toegestaan is. Klaarblijkelijk koos McCarthy voor het eerste soort dystopiese roman en dat zou verklaren waarom deze strip oogt als iets dat je al honderdduizend keer eerder hebt gezien. Dat het überhaupt een strip is, zal de gemiddelde literatuurliefhebber daarenboven zeer waarschijnlijk ook wel tegenstaan: voor de “intellectueel” is het als genre toch eerder iets om op neer te kijken dan te omarmen, zelfs al noem je het een “comic” of een “grafische roman”. Het is niet eens exceptioneel mooi getekend; Manu Larcenet (roemrucht omdat hij de stripreeks Ravian overnam en een wat absurdistische wending gaf) heeft voor dit boek gekozen voor een tekenstijl die wat ruw is (in de zin van schetsmatig), grof, soms zelfs minimaal (een enkele keer kan je niet goed zien wat er nu eigenlijk gebeurt). Een sneeuwstorm richting het einde van het boek maakt alles nog witter, nog kleurlozer, nog vormlozer. De vader en de zoon praten weinig, spaarzame dialogen, wat betekent, in het geval van een strip, dat het boek zeer weinig tekst kent. Boeken zonder tekst: nog iets waar literatuurliefhebbers doorgaans niet warm voor lopen.

Dan is het.
Dan de vraag.
De verwondering.

Wie zou er blij kunnen worden van deze bewerking van De weg? Fans van Manu Larcenet, ja. Liefhebbers van de “betere” (kunstzinnige?) (literaire?) strip, ja. Maar deze twee categorieën zijn vermoedelijk niet overbevolkt en ook zullen zij deze uitgave niet snel over het hoofd zien.

Dus er moet.
Er moet zijn.
Er moet meer zijn.

Ik zit hier niet om neerbuigend te spreken over strips. Ik zit hier niet om te zeggen dat de tekenstijl niet verfijnd genoeg was, dat ik alleen maar kliesjees vond in dit boek. Ik zit hier om te zeggen dat De weg van Manu Larcenet mij onverwacht een bijzonder aangename leeservaring geboden heeft: verstilling, huivering, ontroering. Misschien was het een voordeel dat ik niet precies in welk soort wereld ik me bevond toen ik het las, wat er aan de hand was, gebeurd was, hoe het zo ver had kunnen komen, ik weet niet of dat bij McCarthy wel uitgelegd wordt maar ik vond het sterk om deze ontvolkte wereld als gegeven gepresenteerd te krijgen, zonder uitleg. De ruwe, houtskool-achtige tekeningen gaven De weg een enorme meerwaarde in sfeer. Misschien zijn sommige kliesjees alleen maar stervensmooi.

Dit boek verdient meer lezers (kijkers?) dan dat handjevol mensen dat hun strips liever “comics” noemt.
Dus. Literatuur, misschien, voor filmliefhebbers? Literatuur voor niet-lezers? Kunst voor kijkers?

Hum.
Ja.
Misschien.

Of misschien dit:

Een subliem boek voor een druilerige zondagmiddag (je kunt wachten tot de herfst maar deze zomer kan er ook wat van). Hete koffie in je mok, maak m goed sterk. Het zou het beste zijn als je alleen thuis bent. Egisto Macchi op de steerjoo. Zie daar het resept voor een prachtige middag. En owja, wat ik daar alles noem kan zeer zeker ook alweer tellen als kliesjee allemaal. Ja. En ook dat stervensmooi weer.

Manu Larcenet De weg graphic novel

De weg

Naar de roman uit 2006 van Cormac McCarthy

  • Tekenaar: Manu Larcenet (Frankrijk)
  • Soort boek: graphic novel
  • Uitgever: Dargaud / Manteau
  • Verschijnt: 18 juni 2024
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 29,99
  • Boek bestellen bij: Bol Libris

Flaptekst van de graphic novel van de roman de weg van Cormac MacCarthy door Manu Larcenet

In 2006 verscheen de post-apocalyptische roman De weg van Cormac McCarthy. Het boek groeide uit tot een bestseller en werd in 2007 bekroond met de Pullitzerprijs. In 2009 werd het boek verfilmd met Viggo Mortensen in de hoofdrol. Bij uitgeverij Manteau verschijnt nu de graphic novel van De weg geillustreerd door Manu Larcenet, die het verhaal op een nieuwe manier tot leven brengt.

De apocalyps heeft plaatsgevonden. De wereld is verwoest, bezaaid met as en kadavers. Een vader dwaalt met zijn kind over de weg, ze duwen een karretje vol zonderlinge voorwerpen. Door de regen,
de sneeuw en de koude trekken ze naar de zuidkust. Wat er van de mensheid overblijft, wordt geteisterd door kannibalen. Zullen ze hun zwerftocht overleven.

Manu Larcenet geboren op 6 mei 1969 in Issy-les-Moulineaux, Frankrijk, studeerde grafische vormgeving en volgde de kunstnijverheidsschool. Hij maakte illustraties voor magazines en publiceerde vier stripalbums, twee cartoonalbums en twee rollenspellen.

Bijpassende boeken

Lionel Shriver – Waanzin

Lionel Shriver Waanzin. Op 18 juni 2024 verschijnt bij uitgeverij Atlas Contact de Nederlandse vertaling van de nieuwe roman van de Amerikaanse schrijfster Lionel Shriver. Hier kun je informatie lezen over de uitgave en de inhoud van het boek. Daarnaast is er aandacht voor de boekbesprekingen en recensie van Waanzin, de nieuwe roman van Lionel Shriver.

Lionel Shriver Waanzin

Margaret Ann “Lionel” Shriver is op 18 mei 1957 geboren in het stadje Gastonia in de Amerikaanse staat North Carolina. Ze is afkomstig uit een zeer religieus gezin en haar vader was een presbyteriaanse predikant. Toen ze vijftien was veranderde ze haar voornaam in Lionel omdat ze zich als tomboy zag en een mannelijke naam beter bij haar paste. Aan het Barnard College van Columbia University in New York studeerde ze Engels en Russisch. Enkele jaren nadat ze haar studie had afgerond ging ze als journalist aan de slag voor The Economist en The Guardian, In deze periode woonde en werkte ze zo’n twaalf jaar in de Noord-Ierse stad Belfast.

In 1987 debuteerde ze met de roman The Female of the Species dat niet in het Nederlands is vertaald. Tot haar roman We Need to Talk About Kevin (We moeten het over Kevin hebben) die in 2003 verscheen duurde het voordat er werk in Nederlandse vertaling werd uitgegeven, wat ook gold voor vrijwel alle romans die erna verschenen. Haar nieuwste roman die in 2024 in de Verenigde Staten verschijnt met de titel Mania zal naar verwachting in juni 2024 in Nederlandse vertaling verkrijgbaar zijn met als titel Waanzin. Over deze roman kun je hier uitgebreide informatie lezen.

Lionel Shriver Waanzin

Waanzin

  • Auteur: Lionel Shriver (Verenigde Staten)
  • Soort boek: Amerikaanse roman
  • Origineel: Mania (2024)
  • Nederlandse vertaling:
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 18 juni 2024
  • Omvang: 384 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 13,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Lionel Shriver

De onvermoeibaar tegendraadse Lionel Shriver werd ooit uitgeroepen tot de ‘Cassandra van de Amerikaanse letteren’. Haar romans nemen de collectieve obsessies op de korrel van een Amerika in verval. In haar nieuwe roman Waanzin richt Shriver zich op de doorgeschoten cultuuroorlogen. In haar alternatieve, maar verontrustend realistische Amerika mag er niet meer worden gerept over verschillen in menselijke intelligentie, op straffe van cancelling – of erger. Toetsen, cijfers, beroepskwalificaties doen er niet meer toe. Studenten kunnen achteroverleunen, want ze zijn automatisch verzekerd van een diploma.

Pearson Converse, docent Engels aan een universiteit, is allergisch voor dogma. Ze kan de aantasting van haar gezag in de les nauwelijks verdragen, laat staan het feit dat het hele land naar de verdoemenis gaat. Een bijkomend probleem: Pearson is beslist niet op haar mondje gevallen. Met alle gevolgen van dien.

Bijpassende boeken

Amélie Nothomb – Psychopompos

Amélie Nothomb Psychopompos recensie, review en informatie over de inhoud van het autobiografische boek. Op 18 juni 2024 verschijnt bij Uitgeverij TZARA de Nederlandse vertaling van het nieuwe non-fictie boek over de periode dat ze zich leeg voelde, een trauma opliep in Bangladesh en het begin van anorexia, van de Franstalige Belgische schrijfster Amélie Nothomb. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster, de vertaler en over de uitgave.

Amélie Nothomb Psychopompos recensie

Mochten er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnen van Psychopompos, het nieuwste boek van de Franstalige Belgische schrijfster Amélie Nothomb, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Als onderdeel van een rijke literaire (en spirituele) traditie, bereikt Amélie Nothomb hoogten die ons niet alleen in staat stellen om de wereld beter waar te nemen, maar ook om haar anders te lezen.”  (Le Monde)
  • “Psychopompos is haar meest persoonlijke en autobiografische boek, waarin ze haar twijfels, haar lijden en haar levensreddende schrijfdrift onthult. Het verschilt van al haar vorige boeken, maar plaatst ze tegelijkertijd allemaal in een nieuw licht.” (La Libre Belgique)
  • “Een subtiel en verontrustend boek, een van haar mooiste.” (Le Matin)

Amélie Nothomb geboren op 9 juli 1966 in Etterbeek, België, geldt als de populairste Franstalige Belgische schrijfster van het moment. Ze woont afwisselend in Parijs en Brussel, en publiceert sinds 1992 elk jaar een roman. Haar werk werd veelvuldig bekroond, in 2021 onder meer met de Prix Renaudot voor Bloedlijn.

Amélie Nothomb Psychopompos

Psychopompos

  • Auteur: Amélie Nothomb (België)
  • Soort boek: autobiografische non-fictie
  • Origineel: Psychopompe (2023)
  • Nederlandse vertaling: Marijke Arijs
  • Uitgever: TZARA
  • Verschijnt: 18 juni 2024
  • Omvang: 112 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 23,99
  • Boek bestellen bij: Bol Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Amélie Nothomb

In Psychopompos beschrijft Amélie Nothomb de periode dat ze zich leeg voelde, een trauma opliep in Bangladesh, het begin van anorexia, de kwelling van een lange ziekte die haar bijna het leven kostte én de sleutels die haar in staat stelden om dat alles te boven te komen.

In dit bij uitstek autobiografische boek onderzoekt Amélie Nothomb wat schrijven voor haar betekent. En dat heeft alles te maken met haar andere grote passie, die voor vogels. Nothomb vertelt over haar jeugd in onder meer Japan en Laos, en over een traumatische gebeurtenis op een strand in Bangladesh toen ze twaalf was. Haar liefde voor vogels en die voor de literatuur stellen haar in staat in contact te blijven met de doden.

Bijpassende boeken

Naomi Rebekka Boekwijt – Stemmen

Naomi Rebekka Boekwijt Stemmen recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Nederlandse roman. Op 18 juni 2024 verschijnt de nieuwste roman van de Nederlandse schrijfster Naomi Rebekka Boekweit bij uitgeverij Atlas Contact. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Naomi Rebekka Boekwijt Stemmen recensie van Tim Donker

Een roman binnenlopen. Jaja. Je weet het wel. Hoe het zijn kan. Een beetje zoals een eerste werkdag, niet? Je weet nog niet waar het koffiezetapparaat staat, en iedereen daar werkt er al langer dan jij. Je kent hun interactie nog niet, je wil wel meelachen met wat je vermoed dat hun vaste grappen zijn maar je weet niet waar de humor zit. Je stapt onzeker rond, je weet niet waar de gesprekken heen gaan, je kent de toespelingen niet, moet je er al wat van vinden of moet je nog even wachten met er dingen van te vinden?

En je komt Stemmen binnen, en het licht is er diffuus, en er klinkt wat, en het is je vaag bekend, en je weet het niet of je denkt te weten dat je het niet precies weet.

In ieder geval is er een ik. Maar die is er wel vaker in romans. De ik heeft, zo zegt ze, voordat ze binnenkwam haar gezicht binnenstebuiten aangetrokken zodat ene Hanne haar niet kan zien. Mij lijkt het dat je met je gezicht binnenstebuiten Hanne ook niet zou kunnen zien. De Hanne-figuur zal misschien denken dat het angst is, en : “[a]ls angst een kleur had, was het donkerblauw, zoals het uur tussen dag en nacht. Dat onbestemde uur waarin je niet weet of het vroeg of laat is. Alleen dat het tijd is.” Jaja. Je weet het wel. Daar vind je wel wat van. De uren waarin tijd voor even haar dwangneurose aflegt. Soms vertel ik mijn kinderen hoe ik als kind genoot van de momenten dat ik nog maar net in bed lag, mijn ouders hadden licht al uitgedaan, ik alleen in mijn kamer was, alleen in mijn bed, die momenten waren alleen van mij, niemand vroeg iets aan me, niemand wilde iets van me, niemand verwachtte iets van me, ik hoefde niks, alleen maar te liggen, alleen maar te wachten tot de slaap kwam – iets wat ik zelf niet in de hand had. Alle andere uren hadden zo’n dwingende betekenis. Schooltijd, etenstijd, tijd om je huiswerk te maken, tijd voor je favoriete programma op televisie. Bijna tijd voor dit, eigenlijk al te laat voor dat. Maar de uren in bed waren leeg. De meeste uren ervan sliep ik, en dan kon ik niet ten volle genieten van die leegte. Maar de momenten voordat de slaap kwam, waardeerde ik hogelijk. En je denkt al wat, en je begint al wat te vinden van dit boek, en je stapt misschien al wat vaster want je hebt iets wat de schrijfster zei mooi gevonden.

Het gewone zijn.

En dan, toch nog sneller dan verwacht, heb je je door het eerste hoofdstuk heen gewankeld.

“Psychiatrische roman”, zei het omslag. Jaja. Je dacht het wel. Na Eran de madera het twede boek dat je in korte tijd leest over een gehospitaliseerde ziel. Is dat wat Laurens Ham en Sven Vitse “fractievorming” noemden; de neiging alles van een noemer te voorzien, zodat het gepropt kan worden in één of ander (sub)genre’tje om zich reeds bij voorbaat te verzekeren van minstens een deel van het lezerspubliek? Was het daarom dat je niet zo goed wist hoe je deze roman moest binnengaan? Langs de andere kant is de hebbelijkheid om te snel patronen te ontwaren; alles uit te willen leggen als exemplaries voor een grotere beweging misschien wel één van de storendste deformaties van welk soort deskundigen dan ook.

Maar dat “psychiatrische roman” schreeuwde wel erg hard. Ik dacht aan Michel Mestrum, die gezeid haadt: “Schizofrenie is geen promiscue amusementsmachine noch een vaudeville”. P’sies ja. Waarom dan het “psychiatrische” als aandachtstrekker gebruiken? Was het daarom dat je niet zo goed wist hoe je deze roman moest binnengaan? Het had iets obsceens, alsof ik puur voor mijn eigen vermaak een ziekenhuis binnenstapte om me te gaan vergapen aan andermans leed.

Ja. Goed. Het gaat dus over Sis, een persoon die je misschien als psychiatrische patiënt kunt klasseren. Na een zelfmoordpoging komt ze in een soort van begeleidwonen-huis of hoe heet dat, iedereen zijn eigen kamer maar een gedeelde keuken enzo, en er zijn begeleiders, en die hebben namen als Johan en Linea. De bewoners zijn getroebleerd. Het soort van getroebleerdheid dat maakt dat ze zichzelf snijden, of niet uit hun kamer willen komen, of alleen maar daar zitten en niks zeggen, of dagenlang niet douchen. Sis is verdermeer onder behandeling en haar therapeut heet dus Hanne, ja die Hanne van dat begin met dat omgekeerde gezicht ja.

(dat vond ik een beetje toontellegenesk trouwens)

Het blijft tasten.

Want je weet het wel. Je weet psychische problemen wel, je weet pijn wel, je weet wel hoe het is een gemis te dragen. Je weet wel van een dregkevormig gat in de wereld, en ooit vond je het fijn te weten dat Dregke presies in dat gat paste maar toen ging Dregke weg en kwam niet terug en nu komt alle kou door dat gat naar binnen, en soms de duisternis ook, dat vloeit de duisternis over de vloer, over je voeten, kruipt het je lijf in. Je weet het wel. En je kijkt naar die Sis en je probeert haar pijn te peilen, het kleine duistere meisje in het bos waarvan ze spreekt, dat meisje woont in Sis en het bos woont daar ook, je wil het wel snappen, je wil de stemmen wel snappen, en soms snap je het ook. Omdat je pijn en verscheurdheid en leegte en gemis ook kent. Maar er is ook iets dat me vermoeit, zo heel erg sterk vermoeit, als ik lees, als ik kijk naar Sis, als ik het allemaal probeer te snappen – vooral, eigenlijk, in de passages die als uitleg lijken te willen fungeren.

Misschien behoefde het geen uitleg, is dat al het eerste. Niemand vraagt je ooit waarom je gezond bent, of waarom het je goed gaat, tenzij, misschien het extreem goed met je gaat, hoe doe je dat, willen de mensen dan misschien weten, maar malheur schijnt altoos een voetnoot te behoeven. Ziekte. Zo noemt Sis het zelf. Dat ze ziek werd. Oké, ziekte dus. Dingen bestaan. Ziekte bestaat, gaten bestaan, verdriet bestaan, stemmen in hoofden bestaan, meisjes bestaan, donkere bossen bestaan. Het is niet altijd interessant om te weten waarom iets bestaat. Zo’n gat is daar gewoon, en het was alleen maar toeval dat Dregke dat gat hermeties afsluiten kon. Nooit was dat gat een probleem tot er iemand kwam die precies in dat gat paste, en je eigenlijk-heel-kunnen-zijn daar voor je ogen voltrok, om er op een dag weer mee op te houden en toen viel het pas op hoeveel kou en donkerte er eigenlijk door dat gat naar binnen sijpelde. Maar kou bestaat en duisternis bestaat en met de dingen die bestaan heb je maar te leven. Dus. Welaan. Dacht ik. Dacht ik Stemmen te kunnen lezen als een gebruiksaanwijzing voor het leven, meer nog dan die van Perec, die, nog altijd ongelezen, in twee talen zelfs, in mijn boekenkast staat. Ik heb een Engelse versie en een Nederlandse versie en geen van beide heb ik ooit gelezen. Op een of andere manier lijkt de ongelezenheid ervan benadrukt te worden door die twee verschillende versies die ik ervan heb. Alsof je iets ook dubbel niet kan lezen, heronlezen. Maar dat is naast de kwestie gesproken, hier en nu, waar het gaat om Stemmen en hoe ik dacht dat het misschien het verslag kon ween van iemand die te leven had met de dingen die bestaan. Ook als die dingen vaker donker zijn dan licht, want ook dat bestaat: wanverhoudingen in lichtsterkte. Een reis door wanverhoudingen in lichtsterkte: allee, liet Stemmen daar dan over gaan. Maar ja. Nee. Weet je nog wat het omslag zei? En je weet ook het kliesjee over psychiatrie: alles te willen verklaren vanuit een of andere oergrond (wie sprak daar ookalweer ooit zijn wrevel over uit?), zijnde de jeugd. Jeugd zijnde de ouders.

De ouders hebben het altijd gedaan, zei je oudste zus ooit. Enigszins geërgerd. Toen jullie op restaurant zaten, nu alweer een jaar of twee geleden, op één van de eerste dagen van een jaar dat nieuw heette te zijn. Een Spaans restaurant, een goed restaurant wel, jullie zaten daar, even nog dacht je dat dit het soort restaurant was waar je ook best een keer met Dregke had willen zitten, het kwam door zus, die wilde geen fles wijn bestellen, zei ze, want, zei ze, meer dan één glas drink ik toch niet, en dus namen jullie maar allebei een glas, hoe povertjes, dacht je, en Dregke had wel een fles willen bestellen, dacht je.

Ergernis van een oudste zus op mijn bord. Vanwege hoe het gesprek gegaan was. Gesprekken die gingen zoals ze gingen omdat ik dat wel kende, ooit. Die boosheid. Die wrok. Ik meende, ooit, mijn ouders van alles te moeten verwijten, ik wist eigenlijk niet precies wat ik ze moest verwijten maar wel dat het veel was, wel dat het van alles was. Zo gaan die dingen in mensenlevens. Er is duisternis en kou, er is een dregkevormig gat dat alleen maar korte tijd afgesloten kon worden, de dingen gaan steeds weer niet zoals ze hadden moeten gaan, en je weet niet eens hoe de dingen dan wel hadden moeten gaan, ergens is er iets verkeerd gegaan, dat zal dan wel vroeger zijn geweest, dat zullen de ouders dan wel hebben veroorzaakt. En als ze het niet veroorzaakt hebben, dan hebben ze het toch in elk geval niet voorkomen.

Maar nu ben ik zelf ouder en nu weet ik niet meer zo goed hoe eerlijk mijn wijzend vingertje van toen was, en daarover trachtte ik plauderen met mijn zus aan een tafel in een restaurant waar ik misschien liever met Dregke had gezeten.

De vingers die wijzen, wijzen zelden naar de wijzer zelf. Of: hoe getroebleerdheid nogal eens een vrijbrief voor ongebreideld egocentrisme is.

Want dat is.
Dat is iets anders.
Dat is een andere moeilijkheid die ik met Stemmen had.

In Sis bevindt zich een grote weerzin tegen haar ouders. “De ouders hebben het altijd gedaan”, brom ik mijn zus na terwijl ik daar zit, in leesstoel, met een oude van Mercury Rev op de steerjoo, een oude, van toen ze nog goed waren. Maar wat die ouders nou eigenlijk gedaan hebben, wordt niet direkt duidelijk.

Klaarblijkelijk waren ze er vaak niet.
Klaarblijkelijk lieten ze Sis en haar broer Tijn vaak alleen.
Klaarblijkelijk waren er dingen.

Ouders bestaan. Weerzin bestaat. Wasstraathaar bestaat.

Op ongeveer tweederde van het boek komt een “groot verhaal”, een herinnering, iets dat Sis eigenlijk steeds te groot leek voor de spreekkamer van Hanne, en wel, daar komt iets.

De ouders. De broer. Sis. Zij allemaal. In de auto, op weg naar een paar dagen weg, het zal hen voeren naar een plek niet al te ver van huis. Een woonboerderij. Oud en stoffig. Er is een verdiep waar de ouders zullen slapen, daar staat een tweepersoonsbed en ook een eenpersoonsbed, en er is de zolder, waar Tijn en Sis zullen slapen. Daar staan heel veel bedden, en het is er stoffig, en vuil. En eng, het is er een beetje griezelig. Tijn en Sis leggen zich er ’s avonds neer, maar ze voelen zich er niet goed, ze gaan naar beneden, naar waar de ouders slapen, Tijn kaapt al gauw het enige bed dat daar is naast het tweepersoonsbed waarin de ouders liggen, Sis wil daar ook slapen, bij Tijn en de ouders maar er is geen bed meer over en haar moeder stuurt haar terug naar boven, waar ze nu alleen is, op die hele enge zolder.

Dat is het grote verhaal. Het hele grote verhaal. Het verhaal dat Sis te groot voor de spreekkamer van Hanne leek.
Is dat het grote verhaal? Het hele grote verheel? Het verhaal dat Sis te groot voor de spreekkamer van Hanne leek?

Toegegeven: de reactie van de moeder is muy kut. Zo zou ik als ouder nooit gereageerd hebben. Je laat niet één die bang is wel bij je slapen, en de ander die net zo goed bang is niet. Dat die ander ouder is, is geen argument. Niemand mag erover beslissen op welke leeftijd je welke angst ontgroeit zou moeten zijn. Op zijn allerminst had ik beiden weer naar boven gestuurd. Waarschijnlijker nog: ik zou  een matras van boven naar beneden hebben gesleept, met de belofte dat ik de volgende dag wel zou kijken of ik een bed van boven zou kunnen demonteren om het beneden weer in elkaar te zetten. Of, nog iets waarschijnlijker nog: ik had mijn plek in het tweepersoonsbed afgestaan en was zelf op die zolder gaan slapen. Al was Sis in dit verhaal geloof ik dertien; het is maar de vraag of iemand van dertien nog naast een ouder wil slapen.

Zus en broer in de tweepersoons dan en de andere ouder in die eenpersoons?

Tikveel. Ik zou geprobeerd hebben er uit te komen, ik had het iedereen zoveel mogelijk naar de zin willen maken, ik zou nooit één kind alleen naar een enge zolder teruggestuurd hebben.

Dus ja. De moeder reageert zonder een greintje empathie. Maar langs de andere kant. Het zijn ook maar twee ongemakkelijke nachten op een enge zolder, vele, zo heel erg veel vele mensen, hebben op enig moment in hun leven wel eens geslapen in een rottig bed in een rottige kamer, wie kent enge nachten niet, wie kent enge kamers niet, het mag nog niet direkt traumaties heten, het mag nog niet direkt voldoende zijn om jezelf van het leven te willen beroven. Ja, dat kwam niet door deze herinnering alleen, ik weet. Maar het is wel iets dat door Sis zelf “heel erg groot” genoemd wordt en dus acht ik het bepalend in de vorming van de latere Sis. De zieke Sis. Die niet meer wilde leven, die niet voor zichzelf kon zorgen.

Er zijn nog dingen, lange landerige middagen alleen zonder ouders, een zekere striktheid, een bepaald gebrek aan invoelingsvermogen, lullige dingen die gezegd zijn in de auto of waar dan ook, een middagje op het strand en Sis wordt bevangen door een onverklaarbare droefnis en zondert zich af, zit alleen, weg van de broer die in de waterlijn speelt, weg van de moeder die op een handdoek een kruiswoordraadsel aan het invullen is, niemand komt naar haar, geen moeder die op staat en He Sis zegt en Waarom zit je hier? vraagt en weten wil hoe het met je gaat, belangstelling toont. Misschien dacht ze dat je de afzondering wou, Sis, en wou ze je daarin niet storen. Misschien had ze niks in de gaten, bezig met haar kruiswoordraadsel, haar gedachten, haar eigen wereld, dat kan, Sis, ouders zijn mensen en mensen zijn imperfect, zijn er soms niet wanneer je ze nodig hebt of juist weer teveel wanneer je ze net niet gebruiken kan. Of een andere dag, ook naar het strand, de vader heeft vrij en wil per se met zijn dochter een lange strandwandeling maken; het stormt, de vader vindt dat geen beletsel voor het uitje dat hij met zijn dochter gepland heeft, allicht vindt Sis al die wind wel vervelend en misschien ziet de vader dat niet of vindt hij zijn eigen behoefte aan een activiteit met zijn kind belangrijker dan de wil van dat kind zelf, het kan. Mijn dochter, toen nog niet schoolgaand, en ik hadden ooit een picknick in het park in ons hoofd, samen met mijn zoon die haar broer is, de hele ochtend waren we aan het plannen, broodjes kopen bij de bakker, flesjes drinken, wat namen we mee, wat gingen we doen, frisbee mee, ander speelgoed mee, de hele ochtend waren we ons aan het verkneukelen, de hele vrije woensdagmiddag zouden we met ons drieën in het park zijn, toen gingen we mijn zoon  die haar broer is uit school halen, we kregen nog bijna ruzie over wie het mocht vertellen van de picknick, maar de zoon de broer had geen zin, die wilde liever met een vriendje afspreken, teleurstelling allerwege, uiteindelijk gingen we toch picknicken maar het begon al met gehuil en chagrijn, goed bedoeld was het, weten wij veel hoe mijn zoon zich dit later herinneren zal? Als hij in de twintig is en boeken schrijft, en dit voorval tot fragment bombardeert, wie weet gaat het dan wel over een vader die hem tegen wil en dank naar het park sleurde, hij huilend, de vader briesend, wie weet, herinneringen zijn nooit gelijk aan wat er eigenlijk gebeurd is.

Goed bedoeld zei ik net en daarover zegt Sis ook iets: “goede bedoelingen zijn bij ons thuis niet genoeg geweest”, en dat articuleert f’domme p’sies mijn ongemak met dit boek. Dat de vader, in wiens borst de vinger net iets minder hard gepriemd wordt dan in die van de moeder (die wordt zelfs als moeder miskend: voor Sis komt therapeut Hanne nog het dichtste bij een moeder), het eigenlijk allemaal best goed meende, ziet Sis wel in. In veel van haar jeugdherinneringen komt de vader als u het mij vraagt (u vraagt het mij niet en daarom zeg ik het toch maar) als een tamelijk lieve man naar voren. Zo maakte hij een zoekgeraakt puzzelstukje eens zo goed na dat het exact in Sis heur puzzel paste. Dat is toch van ontroerende liefheid, meent u niet? Nu, na alle (onterechte?)(?) boosheid, na de wrokjes die ik als zieke diertjes in me koesterde, ja nu: als ik nu terugkijk op mijn jeugd, zie ik heel veel warmte, heel veel (p’don) gezelligheid, heel veel lol ook (in geen gezin werd er volgens mij zoveel gelachen als in het onze; ik heb nooit meer in mijn hele leven zo vaak zo hard gelachen als in mijn kinder- en tienerjaren met mijn ouders en mijn twee zussen), maar zoiets zouden mijn vader noch mijn moeder gedaan hebben, die zouden gewoon gezegd hebben dat het maar jammer was van dat puzzelstukje dat kwijt was, en dat ik beter op mijn spullen moest letten.

(en ook ik, als vader, zou dit niet zo snel doen; wel, als mijn kinderen er om zouden vragen zou ik het meteen doen, ik doe alles voor ze, misschien wel teveel, maar ik zou uit mezelf nooit op het idee gekomen om het probleem van een missend puzzelstukje op deze manier op te lossen)

Maar al die bedoelingen van haar vader, goed of anderszins, zijn voor Sis nooit genoeg geweest. En daar heb je het. Uiteindelijk vind ik, als lezer, Sis een heel klein beetje onsympathiek. Een malkontent, drammerig, nukkig kind voor wie alles nooit goed genoeg is, en die meent dat elk grasveld een diepere tint van groen aannemen kan dan haar eigen minne veldje. Die omdat ze ziek is, zich klaarblijkelijk lomp en onbenaderbaar mag opstellen tegen alles en iedereen: haar vriendin, haar therapeut, haar ouders, ze hebben allemaal maar begripvol te zijn want hee, Sis is ziek en Sis is zielig en Sis moet met handschoentjes worden aangevat.

En omdat ik mijn oude zelf in haar herken, zie ik misschien het onsympathieke in mijzelf in haar terug en dan is het met terugwerkende kracht nog een toer geweest van Naomi Rebekka Boekwijt. Maar ik heb een donkerbruin vermoeden dat Sis niet bedoeld is als negatief spiegelbeeld; dat, met andere woorden, het ongemakkelijke gevoel waar Stemmen me herhaaldelijk liet zitten niet beoogd werd.

Soms is Stemmen heel erg mooi, en ontroerend, en lief, en zacht. Soms wil je het boek in je armen nemen en wiegen en toezingen, soms wil je het mee op kaffee nemen om tesaam het glas te heffen op de kloterij en de schoonheid die leven heet, soms wil je het in een hoek smijten en het daar voor altijd laten liggen.

Een boek als een eindeloze eerste werkdag en je weet nog altijd niet of je daar wel werken wil.
Ofnee. Een boek tastend doorheen te gaan, ofnee, een boek dat tastend door jou heen gaat.
Ofnee. Een boek om te lezen. En dan weer niet. En dan, toch, weer wel.

Naja. Laat ik er dit van zeggen. Stemmen is niet onopgemerkt door me heen gegaan. Een zeker soort kracht kan de schriftuur van Naomi Rebekka Boekwijt dus zeker niet ontzegd worden.

Naomi Rebekka Boekwijt Stemmen

Stemmen

  • Auteur: Naomi Rebekka Boekwijt (Nederland)
  • Soort boek: psychiatrische roman
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 18 juni 2024
  • Omvang: 272 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Naomi Rebekka Boekwijt

Intense en persoonlijke roman over hoe belangrijk een hulpverlener in de psychiatrie kan zijn. Maar hoever mag je gaan om iemand te laten ontdooien die zich bevroren houdt?

Sis is een jonge vrouw die zich afgesloten voelt van de wereld en mensen hoort en ziet die er niet zijn. Wanneer ze Hanne ontmoet, de eerste zorgverlener in lange tijd met wie ze een vertrouwensband opbouwt, begint Sis’ beklemmende situatie te veranderen. Als ze in een woongroep gaat wonen treft ze eindelijk mensen bij wie ze zich thuis kan voelen. Tegelijkertijd heeft ook Hanne haar redenen waarom Sis voor haar die éne patiënt is. Naomi Rebekka Boekwijt laat in deze intense en persoonlijke roman zien hoe belangrijk een hulpverlener kan zijn. Een warm pleidooi voor medemenselijkheid en het elkaar de hand reiken. Maar hoe ver mag je gaan om iemand te laten ontdooien die zich bevroren houdt?

Bijpassende boeken

Arnon Grunberg – Zevenpoot

Arnon Grunberg Zevenpoot recensie en informatie over het nieuwe boek met een vertelling en geïllustreerd door Thé Tjong-Khing. Op 18 juni 2024 verschijnt bij uitgeverij Querido de nieuwe vertelling van Arnon Grunberg met tekeningen van Thé Tjong-Khing. Hier lees je uitgebreide informatie over de inhoud van de vertelling, de auteur, de illustrator en over de uitgave.

Arnon Grunberg Zevenpoot recensie van Tim Donker

Kwam de les erna. Iedereen zuchten, hakkelen, hoe goed hoe mooi hoe geniaal het was. Dat waren dan de mensen die geacht werden je medestudenten te zijn. De gast die nogmaals naar voren bracht dat hij had horen zeggen dat Grunberg nu in New York woonde sloeg je (in gedachten natuurlijk) op zijn bakkes.

Eén eigenschap van de jaren negentiennegentig was dat ze eindig waren. Het werd 1999, en toen stopte het de jaren negentiennegentig te zijn, toen stopte het een millennium te zijn, een ander millennium brak aan en zette schreden en toen het zo’n beetje eindjeweegs op streek was kwam ik te wonen waar ik nu niet meer woon naast een mens die nu niet meer mijn buurman is. Sergio, zo noemde ik diene mens al heette hij anders. Gedurende een jaar of drie dacht ik dat hij mijn broer was. Hij was ook postbode. Hij hield ook van muziek en zijn muziekliefde en de mijne wandelden voor een deel gelijkstaps al hield hij naar mijn smaak een beetje teveel van postpunk en deed hij naar mijn smaak een beetje teveel mee aan de niet geheel terechte overwaardering van Joy Division als “meest zwartgallige muziek” ooit (is dat niet ook het maakgeloof vanwege het uiteindelijke zelfverkozen lot van die Curtis, mensen?) (en ook: hoe serieus kun je iemand muzieksmaak eigenlijk nemen als hij Vampire Weekend goed vind?). Hij was ook literatuurliefhebber, wat ik waarderen kon, alleen maar om de literatuur, zelfs al deed zijn smaak in boeken mijn wenkbrauwen vaker wel dan niet fronsen. Ja. Ook hij. Liefhebber van. Die eeuwige Grunberg. Ook weer, ook nu.

Weeral sloten zich de jaren tot een lange rij aaneen, en toen. Een stevige griep woekerde en men zag daarin een goede reden. Men zag aanleiding. Men zag manieren. Om in een virus een totalitaire staat te funderen. Iedereen leek dat goed te vinden. Iedereen meende dat gepast. Arnon Grunberg zei er echter sympathiekere dingen over & iets daarin nam me voor hem in, en ik dacht. Ik moet misschien toch eens. Ik moet misschien eens. Misschien moet ik toch eens meer van die man gaan lezen.

Hoe gaat dat met voornemens. Die steken in je kop, die vormen geen blokkades, die lossen weer op, zijn ineens geen voornemen meer.

Maar de voorzienigheid is er altijd. En de voorzienigheid drukt mij Zevenpoot in de hand.

Zevenpoot?

Ja. Zevenpoot. Een sage, of nee, een groteske over de aan achondroplasie lijdende achtbenige Mom. Hij is klein, erg klein, en hij heeft acht benen. Later zeven, vandaar de titel, het waren de kunstenmakers, de roekeloze kunstenmakers, altijd weer de kunstenmaker. Die Mom iets kostten. In dit geval een been.

Dit door Thé Tjong-Khing geïllustreerde leesboek nee voelboek nee veelboek is misschien zoveel als een kinderboek voor volwassenen, dat heet, een grootboek om zich terug klein te voelen.

Want stel je voor hoe het is. Stel je voor hoe het is als je twee mensen bent. Stel, je bent twee mensen, je bent, lawwezeggûh, wat naïef, je bent, lawwezeggûh, wat wereldvreemd. Maar je bent samen, en samen vorm je iets, je weet niet wat, is dat liefde?, en stel dat daar een kind van komt maar dat kind is niet zoals alle andere kinderen, het is kleiner, veel kleiner, en het heeft acht benen in plaats van twee.

Wat je dan doet.

Overgenomen worden. Is wat je dan doet. Door kunstenmakers, door instanties, door de overheid, door een nogal agressieve ietser.

Daarover gaat dit boek. Over de overgenomenheid van iedereen die niet goed begrijpt waardoor ze nu eigenlijk overgenomen zijn. Grunberg beschrijft dat goed. Grunberg beschrijft dat meesterlijk. Al vanaf het eerste hoofdstuk.

De gynaecoloog. Mevrouw Knoblauch die alleen nog maar zwanger is. Gemeten wordt, bekeken wordt, ingeschaald wordt, de gemeten mens, en dat wat in haar groeit ook. “Een arts is gewoon een mens die met andermans gezondheid speculeert”; sjee, een raker kenschetsing van de godganselijke medische stand las ik nergens; “een sterveling die zich tegen het menselijk noodlot aan bemoeit”, heet het later; een schone, een fijne relativering van het al te lang al te hoog geachte “idee” der dokter.

&. Wie geen dokter is, of geen titel heeft en überhaupt niet heel goed begrijpt wie hij is. “Mevrouw Knoblauch voelde zich niet in topvorm. Ze had een snotneus. De schilfers hingen eraan. Overigens heette ze niet mevrouw Knoblauch, ze heette Hilde Geertruide Sabine Maria Stampielinokovski-Marinowicz, maar aangezien vrijwel niemand de achternaam Stampielinokovski-Marinowicz kon uitspreken, had ze de naam van haar echtgenoot aangenomen. Dat was niet feministisch, maar als je Geertruide Sabine Maria Stampielinokovski-Marinowicz heet moet je soms concessies doen. Haar echtgenoot Maximilian Knoblauch was evenmin in topvorm. Zijn schouder deed pijn en over zijn rechterknie maakte hij zich ook zorgen. Hij had tijdens het voetballen een paar akelige trappen gekregen, zijn rechterknie en het linkerscheenbeen waren beplakt met pleisters. Hij voetbalde al jaren, maar zijn hobby kwam er voornamelijk op neer dat hij elke zondagmiddag getrapt en heel soms ook geslagen werd. Niet alleen door de spelers van de tegenpartij, dat kon hij nog billijken, maar soms ook door zijn teamgenoten. Een enkele keer trapte hij terug, maar dat haalde doorgaans weinig uit. De Knoblauchs hadden gelukkig een buurman met een EHBO-cursus. Zo’n man doet zo’n cursus niet voor niks. Die wil de buren graag een handje helpen met het ontsmetten en verbinden van wonden. De blessures van meneer Knoblauch hadden hem nader tot de buurman gebracht.”;

die. De mensen die altijd concessies moeten doen. De vertrapten. De verdrukten. De mensen die alleen maar wonden hebben om voor hen te spreken. Zulke mensen. Zulke mensen als de Knoblauchs zijn. En de wereld waarin zij wonen.

Zij geven geboorte aan een veel te klein kind dat veel te veel benen heeft.

Zij wonen in een wereld waar de supermarkt een slagveld is; de tram een door voetbalsupporters geteisterd oorlogsgebied is; en zo ongeveer alles en iedereen hen de baas is. Hun kind wordt tot kunstwerk gebombardeerd, de koning is een kat, witte privileges moeten te lijf gegaan worden, en iedereen, zelfs vijfjarigen, kan zonder het te weten een (potentiële) pedofiel zijn.

Grunberg neemt in deze groteske veel op de hak. De vermeende ruimdenkendheid van kunstenaars en intellectuelen; de belachelijkheid van hoogwaardigheidsbekleders; het “engagement” in kunst; de “verhevenheid” van woke; het “begrip” voor alles en nog niks van de intelligentsia – van al de dingen waar je als weldenkend mens graag deel van zou willen uitmaken laat de schrijver weinig heel. Dat maakt Zevenpoot tot een bijzonder humoristies boek. Al lezende lachte ik enkele malen luidop, bulderend – iets wat me niet heel vaak overkomt bij het lezen van een boek. De grijns ja, de gniffel ook, een flukse grinnik misschien maar de onbeschaamde bulderlach? Nee. Niet vaak.

Dus. Ten dele een revanche voor Grunberg. Op dat eertijdse Blauwe maandagen, en mijn eertijdse buurman. Ten dele zeg ik, want naar het einde toe lijken de zottigheden steeds meer te mogen gelden als een vrijbrief. Een vrijbrief voor steeds meer zottigheden, en daar gaat het boek toch een beetje inboeten aan zeggingskracht. Maar ik las een Grunberg en ik vond het leuk. Het was een middag, ergens in een tijd, de jaren negentiennegentig waren langvervlogen, ik las een Grunberg, ik vond het leuk, de zon scheen, de koffie smaakte me, ik had gelachen, en bijna, bijna ja, had ik een bericht naar mijn vroegere buurman gestuurd. Wat meer is dan de meeste boeken met me doen. Niet veel meer, maar toch zeker wel een beetje meer.

Arnon Grunberg Zevenpoot

Zevenpoot

  • Auteur: Arnon Grunberg (Nederland)
  • Tekeningen: Thé Tjong-Khing
  • Soort boek: vertelling
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 18 juni 2024
  • Omvang: 120 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 23,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Arnon Grunberg

‘Onze liefde overwint alles,’ zeggen mevrouw en meneer Knoblauch wanneer ze een piepklein zoontje met acht beentjes krijgen, ‘we houden van hem zoals hij is.’ Maar de buitenwereld heeft haar bedenkingen. Is de achtbener moderne kunst? Een medisch wonder? Een vreemdeling?

Onder de titel Wit privilege met zeven benen (eentje brak per ongeluk af) wordt hij tentoongesteld in het Stedelijk Museum. Toch wil het met zijn maatschappelijke acceptatie niet vlotten. Nadat de ouders hun spaargeld kwijtraken aan een alternatieve genezer, ervaart de jongen in Ter Apel barmhartigheid, misschien ook dankzij zijn vader, die hem heeft voorgehouden: waarheid is wat de mensen willen horen.

Uiteindelijk overwint de liefde alles, maar altijd anders dan je denkt.

Deze speelse en satirische vertelling, in de geest van Rabelais, is ook een zachtaardig commentaar op kunst, cultuur, ideologie en maatschappij. Wie van mensen wil houden moet de zotheid omarmen.

Bijpassende boeken en informatie