Urszula Honek Witte nachten recensie en informatie over de inhoud van de Poolse roman. Op 28 augustus 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Bezige Bij de Nederlandse vertaling van de roman Białe noce van de uit Polen afkomstige schrijfster Urszula Honek. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.
Urszula Honek Witte nachten recensies en reviews
Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Witte nachten, de roman van Urszula Honek, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
- “Witte nachten is een donkere lyrische vertelling van de manieren waarop mensen betekenis en saamhorigheid zoeken in een vergankelijke wereld.” (Jury International Booker Prize)
- “Urszula Honek maakt indruk in haar roman De witte nachten met duistere beelden uit het Poolse platteland.” (Neue Zürcher Zeitung)
- “In deze wrede wereld kan literatuur schoonheid ontdekken. Urszula Honek doet dit meesterlijk.” (Andrzej Stasiuk, Poolse schrijver)
Recensie van Tim Donker
& iemand bij een meertje leviteert
& Piloot wil zich een vijver maken, en begint graven vanaf het noorden
& Dorotka wacht op haar moeder als Vladimir en Estragon op Godot
& Przepióra is helemaal geel in het ziekenhuis opgenomen en slacht voorlopig geen varkens meer
& Małgorzata is blij dat ze het lage en klagerige stemgeluid van Staszek nooit meer hoeft te horen
& Piotrek zal nooit meer terugkomen uit het buitenland, hij heeft zijn verloofde Anka eenvoudigweg achtergelaten, zo is het gewoon gelopen, hij scheurt nu over Duitse autowegen met de radio keihard aan
& Antek gaat naar Przemyśl, hij trekt het niet langer, hij komt over een jaar of twee wel weer een keer terug
& opa Jan weet niet dat zodra hij de geest geeft in de boomgaard vol bloeiende appelaars, oma meteen in de trein naar de Baltische Zee zal stappen om met Franz op de foto te gaan
& Agnieszka vraagt de menigte te zingen voor haar verbrande dochters
& een accordeon overstemt het verdriet
& Hanka loopt met zware stenen in de zakken een rivier in en ziet aan de andere oever de nieuwe dag komen
(& waarom heb ik altijd gedacht dat Albert Ayler met een blok beton aan zijn voeten in de Hudson geworpen werd?, hij werd gevonden in de East River, waarschijnlijk was het zelfmoord, al heeft er heel lang een stadslegende gesirkuleerd die stelde dat hij door de maffia vastgeketend aan een jukebox in het water is gegooid, de maffia was in mijn hoofd ook nooit veraf maar waarom maakte ik een blok beton van een jukebox en de Hudson van de East River, was het iets wat mijn vader me vertelde?)
&
hoe dit dan weer te noemen.
Ik moest al een keer het boek sluiten om me te vergewissen van dat “roman” op het omslag, halfweg begon ik toch even peinzen dat het een verhalenbundel was. Het perspectief wisselt voortdurend, soms zelfs binnen één hoofdstuk en met hetzelfde personage – een ik-perspectief kan maar zo een hij/zij-perspectief worden zonder het woord aan een andere verteller te geven. Maar de hoofdpersoon hier is niet Piloot noch Dorotka of Hanka of Andrzej of wie dan ook; de hoofdpersoon is het Poolse dorp waar zich alles afspeelt. En wat dat dorp doet met de bewoners. Dierhalve gaat het niet zonder fragmentarisme al is er in het grotere geheel meer eenheid dan je na de eerste paar hoofdstukken geneigd bent te denken. Uiterste hopeloosheid is wat hier bindt. Steeds is er dood – zelfgekozen of noodlottig of misschien zelfs gewoon natuurlijk maar zelfs dan gaat het nooit zonder tragiek: Dorotka leeft met haar oma en die ligt al enige tijd dood in haar bed zonder dat Dorotka zich dat realiseert. Steeds zijn er verlangens die nooit vervuld zullen worden. Steeds is er eenzaamheid. Steeds schiet alles tekort. Steeds gaat liefde kreupel, wordt niet beantwoord of is al dood bij de geboorte. Mogelijkerwijs zet Honek de tragiek een tikje te vet aan, bij vlagen is het wel een beetje overdreven donker. “Ik hoor het geroep van de moeders zachter,” schrijft ze ergens, “en het rennen van de kinderen die het opnemen tegen wat hen toch te pakken zal krijgen. Als jullie eens wisten dat hetgeen achter jullie, waarvoor jullie zo op de loop gaan, met jullie korte, sterke benen, helemaal niet achter het poortje blijft, achter de deur, maar samen met jullie het licht in gaat, vastgekleefd als een onzichtbare huid. En zelfs als jullie je ogen weer snel aan het licht laten wennen, verzamelt zich in jullie ooghoeken een klein donker vlekje dat ooit jullie zicht zal overspoelen”. Jaja, Honek, we weten het. We zijn hartstikke verdoemd. Voor iedereen wacht Hein met de Zeis op het eind van de reis. En tot die tijd is het ook al een ellendige bedoeling. Zeker in een klein en treurig dorpje ergens op het droevige platteland van Polen. Men zuipt zich dood, men zoekt een beter leven elders en komt gedesillusioneerd weer terug, men wordt ongewild “gered” bij een zelfmoordpoging, huizen verbranden met een zuigeling en een pubermeisje erin, oma’s gaan dood, moeders komen nooit meer terug van wat het dan ook is waar ze heen gegaan zijn, beste vrienden gaan dood en haast alle liefde is slechts schijn; in eerste instantie wordt de lezer, of deze lezer toch in ieder geval, in Witte nachten getroffen door een bijna drammerig soort defaitisme. En ik vermoed dat het deze nadruk op de noodlottigheid van het menselijk bestaan is waarom het boek me zodanig vermoeide dat ik het wegleggen moest voor een tijd, een best lange tijd eigenlijk, want het geraakte onderop één of andere stapel en ik vergat het. Niet helemaal, ergens zat er nog iets ervan in mijn hoofd, een bepaalde sfeer, een zekere tristesse, een soort ijlheid, iets wits, witte mist ofzo, nevelig ook, even nog dacht ik dat het misschien verwarde met dat boek van die Belg met die vrouw die in de bus door de sneeuw naar haar demente vader reist maar toen zakte het nog verder en pas bij een recentelijke stapelreorganisatie kwam het weer boven en ik begon te lezen waar ik blijkens de boekenlegger gebleven was. Meestal gaat dat goed, ook als ik al weken of zelfs maanden niet meer in een boek gelezen heb en in de tussentijd vele andere boeken las, soms moet ik een paar bladzijden terugbladeren maar vrijwel altijd komt alles weer terug als ik gewoon stug door begin te lezen waar de boekenlegger uit het boek steekt. Maar in dit geval bleef het leeg. Niks. Ik las de paar laatstgelezen bladzijden opnieuw. Maar nee. Niets zei me wat. Er zat niks anders op dan bij het begin te beginnen, af en toe had ik vage herkenning bij iets, dat met Piloot zei me wel wat en ook dat meisje in het huis van haar oma, dat meisje dat zo graag de tanden zwart maakte van de mensen op de voorkant van haar oma’s tijdschriften (wat absoluut niet mocht van haar oma), maar het meeste was nieuw voor me.
Bij twede lezing domineerde de zwaarte niet langer. Ja de zwartgalligheid had een tikje minder uitgesproken mogen zijn maar ik dompelde me onder in Honeks poëzie. De muzikaliteit van het boek. Haar beelden. Die inderdaad om duisternis vragen, zoals sommige muziek in mineur moet. Zo ook. Past druilerigheid bij Witte nachten. Het mooiste is misschien wel het hoofdstuk waarin de lezer meereist in het prachtige hoofd van het kleine meisje Anielka die Honeks proza opstuwt naar een haast Berckmans-achtige razernij.
Nee, een opbeurend boek is Witte nachten zeker niet. Maar dat de allersomberste grauwheid een louterend effect kan hebben, bewijst Honek dubbel en dwars met deze ongemeen krachtige roman.
Witte nachten
- Auteur: Urszula Honek (Polen)
- Soort boek: Poolse roman in verhalen
- Origineel: Białe noce (26 januari 2022)
- Nederlandse vertaling: Charlotte Pothuizen
- Uitgever: De Bezige Bij
- Verschijnt: 28 augustus 2025
- Omvang: 192 pagina’s
- Boek bestellen bij: Bol / Libris
Flaptekst van de roman van de Poolse schrijfster Urszula Honek
Urszula Honek schrijft in Witte nachten met een ongelofelijk rijk taalpalet over de verlangende, verdrietige, liefde volle mensen uit een slaperig dorp aan de voet van de Poolse Beskiden. Ingebed in het verlaten, heuvelachtige boslandschap geeft ze in dertien met elkaar verbonden verhalen een stem. Zo beschrijft ze in een verhaal vrienden die elkaar van school kennen en op zoek zijn naar werk. In een ander staat een meisje haar grootmoeder bij als die sterft, zonder het te weten. In weer een ander verhaal wil een ongetrouwde jonge vrouw meer van het leven dan haar wordt geboden. Het leven in het dorp wordt gekenmerkt door naamloze angsten die raken aan het verleden, maar ook door vriendschap, empathie en een verbondenheid met alles wat leeft.
Urszyla Honek werd in 1987 geboren in het dorp Racławice, in Polen. Ze heeft vele prijzen gewonnen voor haar werk, waaronder de Witold Gombrowicz Prijs en Kościelski Prijs voor haar debuut Witte nachten. Het stond ook op de longlist van de International Booker Prize en op de shortlist van de Warwick Prize for Women in Translation.









