Zyta Rudzka Het oogappeltje van dokter Josef recensie, review en informatie over de inhoud van de roman van de Poolse schrijfster. Op 26 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van de roman Ślicznotka doktora Josefa van de uit Polen afkomstige schrijfster Zyta Rudzka. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.
Zyta Rudzka Het oogappeltje van dokter Josef recensies en reviews
Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Het oogappeltje van dokter Josef, geschreven door Zyta Ruszka, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
Of dit.
Dat ik dacht dat ik me schrap moest zetten voor de gruwelen van de oorlog. Maar ik moest me schrap zetten voor de gruwelen van aldagsleven.
Een bejaardenhuis. Ergens buiten Warschau. De bewoners zijn oud, en moe, en gebrekkig. Op meedogenloze wijze beschrijft Rudzka het verval. “Schedels begroeid met enkele dorre haren. Gezichten die van meerdere stukken huid leken te zijn genaaid. Wangen bezaaid met blauwe plekken, wonden, etterende schrammen. Oogleden van vloeipapier. Ziekelijk gezwollen buiken. Gegroefde handen. Knoestige vingers. Dijen als jabots. Losjes hangend. Die schommelden bij elke lichaamsbeweging. Uit schoenen en muitjes bevrijde voeten. Knobbeltenen. Aanhangsels. Gezwelletjes. Weke uitstulpingen.” Zo zijn mensen aan het eind van hun dagen. Het oogappeltje van dokter Josef is nog erger dan Old Man On The Farm van Randy Newman. Het beschrijft tot in detail hoe er niets meer is. Niets meer dan wachten op wat nooit komt. En praten. Over wat geweest is in een verleden dan inmiddels net zo grijs is als de bewoners. De kinderen. En later: de kleinkinderen. Vakanties. Uitstapjes. Nu is er niets meer. Alleen nog maar hun medebewoners. En eindeloos repeterende gesprekken. Soms lijkt het een refrein te zijn, zoals de passages waarin de bewoners zich verheugen op kersen. En dan denken ze aan haast alle kersen die ze ooit eerder gegeten hebben. Andere refreinen zijn minder precies, maar zijn toch van haast verstikkende herhaling. Iemand begint steeds weer over de zee. Over de moje zomer die komt. Wie er nu weer is overleden in zijn slaap. Een andere bewoner is steeds opnieuw bezig met het verzamelen van handtekeningen voor petities. Of de televisiekamer langer open mag blijven, of de dosering van de medicijnen wat lager kan.
Tegen elkaar zijn de bewoners allerminst aardig. Cynisch. Pesterig. Op het hatelijke af. Maar erger nog is de neerbuigende houding van de verzorgers en de directeur. En de dreiging die dat met zich meebrengt. Want er is sprake van een ander huis, aan ergens een meer. Naar dat huis zouden de hopeloze gevallen verbannen worden. Als je incontinent wordt. Niet meer zelfstandig eten, of lopen kan. Als je bedlegerig wordt. Dan ga je naar het huis aan het meer. En dat wil niemand.
Onder deze havelozen bevinden zich Czechna en Leokadia. Zussen. Auschwitz-overlevenden. Hun vader had gezegd dat ze een tweeling waren, want het gerucht deed de ronden dat ze in het kamp dol waren op tweelingen. Czechna trekt er in ieder geval meteen de aandacht van “dokter Josef”. Mengele ja. Misschien omdat hij Czechna zo graag mocht, overleefden de zussen het kamp. Of misschien omdat een Duitser ze hielp vluchten.
Maar Het oogappeltje van dokter Josef is geen oorlogsroman. Noch kampliteratuur. Het is een boek over ouder worden. Over veel meer achter je dan voor je hebben. Over je dagen slijten in verveling, afwachting, routine. Vergeten zijn door je naasten, of eenvoudigweg geen naasten meer hebben. Meerdere bewoners hebben een kampverleden. Soms wordt erover gepraat. Soms blikt Czechna terug. In haar hoofd; dromen, mijmeringen. Luidop tegen andere bewoners. Maar meer dan flitsen zijn het niet. Glimpen. Ook daarin toont Rudzka zich meedogenloos. Ze laat veel over aan de verbeelding van de lezer. En zo’n lezersbrein kan wreedaardig zijn; wreder misschien wel dan welke schrijver dan ook. Dat brein gaat wel alle kanten op. Czechna op de draagbaar, op de behandeltafel. Wat daar precies gebeurt. Gebeurt vooral in uw hoofd. Er is sprake van een Nachtegaaltje. Hoe vreselijk is het die vergaan? Dat is aan uw hoofd. Of dan die laatste scene. Niet precies gruwelijk. Maar hoe ge het verstaan moet, daarover kun je van mening verschillen.
Op meesterlijke wijze wisselt Rudzka woordelijke herhalingen in het heden af met terugblikken naar glorieuze en minder glorieuze verledens. En lege plekken. Blanco. Of een vluchtige schets. Het levert een boek op dat op meerdere manieren onthutsend te noemen is. Onthutsend is het dat de todesengel, misschien wel de meest sadistische mens die ooit geleefd heeft, mooi wordt genoemd. Lekker ruikend. In Zuid-Amerika luistert hij naar Beethoven, een componist die Czechna ook waardeert. Onthutsend zijn de glimpen, hoe spaarzaam ook, op het kampverleden van Czechna, Leokadia en hun medebewoners. Onthutsend is de denigrerende behandeling die de ouderen ten deel valt. Van de directeur, de verzorgers, maar zelfs hun eigen familie. De enige die hen wat warmte schenkt is een vrijwilligster die als pedicure en manicure ingezet is. Maar onthutsend is bovenal het droevige lot van iedereen in het bejaardenhuis. Je kunt de ergste gruwelen overleefd hebben. Verre reizen gemaakt hebben. Liefde geschonken, en ontvangen. En dan. Aftakelend. Illusieloos. Niets om naar uit te kijken. Alleen maar wachten. Op bezoek dat nooit komt. Op de avond. Op de ochtend. Op kersen. En uiteindelijk op de dood.
Dit is geen voelgoedboek. Nee. Gelukkig niet. Mooi is het wel. Van een overrompelende schoonheid. Deze roman is niet gedaan zodra het laatste woord gelezen is. Dit is er één die je heugen zal. Lang en pijnlijk en rauw. Ik weet niet hoe het met u zit, maar zo heb ik literatuur het liefst.
Het oogappeltje van dokter Josef
- Auteur: Zyta Rudzka (Polen)
- Soort boek: Poolse roman
- Origineel: Ślicznotka doktora Josefa (2006)
- Nederlandse vertaling: Charlotte Pothuizen
- Uitgever: Koppernik
- Verschijnt: 26 maart 2026
- Omvang: 263 pagina’s
- Uitgave: paperback
- Prijs: € 23,50
- Roman bestellen >
Flaptekst van de roman van Zyta Rudzka
In de broeierige zomerhitte kijken de zusjes Czechna en Leokadia terug op hun jeugd. Samen met de andere bewoners van een bejaardenhuis vlak buiten Warschau proberen ze zich te verzoenen met een leven dat voorbij is gegleden, een lijf dat af en toe tegensputtert, en wachten ze eindeloos op kinderen die hen bijna nooit bezoeken.
De herinneringen van de zusjes steken af tegen die van de anderen. Op twaalfjarige leeftijd werden Czechna en Leokadia afgevoerd naar Auschwitz, waar ze overgeleverd waren aan dokter Josef Mengele, de nazi-officier en genetisch wetenschapper die als legerarts gevangenen, voornamelijk tweelingen, martelde onder het mom van wetenschappelijk onderzoek. Op de mooie Czechna was hij bijzonder gesteld, waardoor de zusjes overleefden.
Het oogappeltje van dokter Josef onderzoekt op meedogenloze wijze wat het betekent om een lichaam te hebben, dat ons zowel kan redden als verraden. Zyta Rudzka drijft de taal tot het uiterste om uitdrukking te geven aan diepmenselijke worstelingen met ouder worden, vervulde en onbeantwoorde liefdes, herinneringen, en de fragiele grens tussen goed en kwaad.
Zyta Rudzka is geboren op 10 oktober 1964 in Warschau, Polen. Ze geldt als een van de beste hedendaagse Poolse romanschrijvers en is tevens een bekroonde toneelschrijver en dichter. In 2027 zal bij Koppernik haar roman Wie tanden heeft kan lachen verschijnen, waarvoor ze in 2023 onder meer de Nike-literatuurprijs ontving, de belangrijkste literaire prijs van Polen. Haar werk is in meer dan vijftien landen vertaald.






Auteur: József Debreczeni (Hongarije)




















