Tag archieven: boekrecensie

Martin Rombouts – Boek 1

Martin Rombouts Boek 1 recensie en informatie van de inhoud van de Nederlandse debuutroman. Op 11 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Das Mag de eerste roman van Martin Rombouts de uit Nederland afkomstige schrijver, zanger van de de literaire Boyband, en winnaar het 21e seizoen van De slimste mens. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Martin Rombouts Boek 1 recensie van Tim Donker

Goed. Laat me zien of ik dit begrijp. Man is dichter, man doet mee aan een kennisquiz. Dat is al tamelijk suspect, niet?, zeker voor een (zelfverklaard) dichter. Toch. Ik probeer het me voor te stellen. Misschien als ze een geweer tegen je kop hielden ofzo. Misschien als je werkelijk geen ene fuck te doen hebt en dag na dag met je klikken en je klakken op je kale kouwe vloer naar het plafond ligt te staren en beetje bij beetje dood gaat van verveling, en je wordt benaderd, iemand vraagt je, meedoen aan een kennisquiz of doodgaan van verveling, misschien dat je dan onder bepaalde omstandigheden niet voor doodgaan kiest. Misschien omdat je weddenschap verloren hebt, sommigen eten dan hun hoed op maar je hebt geen hoed je zei als ik verlies doe ik mee aan een kennisquiz, je dacht echt dat je niet verliezen kon, je had geloof je nog liever je hoed opgegeten maar je hebt geen hoed en een man en man een woord een woord. Dus oké. Man doet mee. Man wint. Ook nog eens. Te maken materies erger. Ronde na ronde. Met domme, vergetelijke dingen te weten die in een goed functionerend brein meteen vernietigd zouden worden om verregaande vervuiling te voorkomen. Zo niet in mans brein, man weet al die dingen nog, ach ja Karl Kraus zegt “In een hol hoofd past veel kennis”, en ik zeg hem dat graag na. Misschien zouden ze het beter De domste mens noemen. Door alles te onthouden wat het onthouden helemaal niet waard is, wint man uiteindelijk de kennisquiz. En man is dichter, zei ik al dat die kennisquizwinnaar dichter is? Des anderendaags heeft man “e mails van wel negen uitgeverijen” in zijn inbox, en die boden hem “voorschotten die ongekend hoog zijn voor een eerste boek”. Dit boek dus. Dit hier Boek 1 geheten eerste boek.

(stel je bent uitgever, je geeft boeken uit, naar ik aanneem omdat je houdt van literatuur, je zit op een avond onderuitgezakt voor je televisie hologig naar een kennisquiz te kijken, je ziet daar een man ronde na ronde winnen, de man is dichter, waarom kom je, op grond van het loutere feit dat die man een quiz wint, op het idee om die man te benaderen voor een boek, hoe werkt dat, het is een hele populaire kennisquiz, dat wel, zelfs mijn tante keek daar naar, ook zij nu dood, helaas, die had niks met kennis en niks met quizzen en toch keek ze, is het zo dat zo’n uitgever dan denkt half Nederland heeft die man zien winnen, een bepaald percentage daarvan is lezer, een bepaald percentage daarvan gaat zeker en vast een boek kopen van die gast die zoveel wist toen in die kennisquiz, dat moeten we uitgeven, dat gaat ons geld opleveren?)

Van de negen uitgeverijen die hem e-mails stuurden, kiest man uitgerekend Das Mag, welke waren die acht andere uitgeverijen vraagt een mens zich af, wie een tijdschrift Dag Mag noemt is ofwel compleet megalomaan ofwel zo ongekend clichématig dat het bijna aandoenlijk wordt, maar noem een paard een paard: bijzonder vormgegeven is dit Boek 1 wel. Je weet niet wat het is, het lijkt niet direct literatuur en het lijkt ook niet direct nieuw, het kon een of ander oud wetenschappelijk werkje zijn met veel getallen en modellen en schema’s in, of het eerste deel van het heruitgegeven complete oeuvre van een bijna vergeten Russische schrijver op dundruk, maar dan blader je zo’n beetje door en dan denk onee verrek het is een dichtbundel en je denkt ha! en je denkt fijn! en je fiets rappekens naar huis want je houdt van poëzie en dus zet je je neder en zorg je voor iets goeds in je glas en ga je lezen maar verrek. Het is een roman.

Een als boeklang poëem vormgegeven roman, het is niets nieuws en met name de laatste jaren zie ik het geregeld. Heeft Bert Schierbeek postuum eindelijk school gemaakt? Of past het bij mensen die zijn opgevoed met snel, met flitsen, met zappen, met “shorts” op YouTube, met alle aandacht altijd maar even, en dan weer verder, dan weer nieuw, dan weer de volgende gedachte het volgende idee het volgende gesprek de volgende straat het volgende huis de volgende baan de volgende kennisquiz de volgende e-mail het volgende bericht het volgende verhaal? Hoewel de dichterlijke bladspiegel niet van invloed is op Rombouts’ schrijfstijl en de afbrekingen iets willekeurigs hebben, slaat het in het geval van Boek 1 nog in zoverre ergens op dat de hoofdpersoon (vermoedelijk gewoon Rombouts zelve) (of een versie van hem) (autofictie &zo, u weet) tot vervelens toe benadrukt dat hij dichter is, en een dichter woont beter in iets dat op een dichtbundel lijkt dan in een traditionele roman.

Het past denk ik ook wel bij een kennisquizwinnaar. Losse, niet in enig verband staande feitjes op elkaar stapelen, is misschien niet zo heel erg ver verwijderd van gedachten, ervaringen, ideeën en observaties op elkaar stapelen en dat is precies wat Rombouts hier doet.

De lezer maakt kennis met een guusgeluk-achtige uitvreter die het allemaal zo’n beetje komt aanwajen, die het kapsel en de baard heeft, die, ondanks een wat onalledaagsere thuissituatie niet al te veel tegenwind heeft gekend; die nu, met wederom niet idioot veel moeite bijna driehonderd pagina’s neder pent over hemzelf. Of. Nee. Ja. Toch. Zelfs als het niet over hem gaat, gaat het over hem.

Want dit hier is het goede ding:
Ofnee, dit hier is het hele vervelende ding:
Ofnee, dit hier is het lucratieve ding:
Of laat ik zeggen dit hier is het geruststellende ding:

Boek 1 is alles wat je verwacht van een dertiger die het kapsel heeft en de baard heeft, die in een “literaire boyband” zit, die een kennisquiz gewonnen heeft, dichter is, en cabaretier, en gesprokenwoordartiest. Dit boek gaat de lezer van het soort dat boeken koopt omdat de schrijver ervan met zijn harses op tievie is geweest, niet teleurstellen. Zeker niet.

Want natuurlijk heeft de man met het kapsel, de man met de baard heel erg veel exen, en natuurlijk spelen die allemaal nog steeds een bepaalde rol in zijn leven, en natuurlijk moet hij daar steeds over praten om zijn status als de man met het kapsel, de man met de baard te bestendigen, en al die praat gaat al voor het boek halverwege is op de zenuwen werken, en later wordt het eigenlijk een beetje grappig, en nog weer later gaat het terug een beetje op de zenuwen werken.

En natuurlijk bevat het boek platte, lompe, of in ieder geval gevoelsarme sex van het soort dat sommige mensen waarschijnlijk schokkend zouden vinden, en net dat is ongetwijfeld precies naar Rombouts’ zin – juist die mensen te schokken die hierdoor geschokt zouden zijn (ooit had je shockrock, bestaat dat eigenlijk nog?, kent dat een literaire pendant of raakt de gemiddelde boekenlezer niet zo snel geschokt?) (van shockrock gesproken, naar het schijnt is Steven Duren inmiddels ganzelijk in den Heere geraakt) (hij speelt nu nog louter relirock) (maar die dingen liggen eigenlijk best dicht bij elkaar) (moet religie het niet evenzeer van het schokeffect hebben?).

En natuurlijk hangt de kennisquizwinnaar graag de wijsneus uit; Rombouts doceert -soms pagina’s lang-  over A.I., economie, geldzaken; dingen die volledig langs mijn interessegebieden heenscheren, maar hij doseert zijn doceren ook, meestal wordt het net niet saai of vervelend, een klein beetje irritant misschien maar wel nog binnen de grenzen van het redelijke.

En natuurlijk is de hoofpersoon een kwal maar je kunt het wel hebben, de branie & het kwallerige worden met de nodige humor gebracht, een lichte vorm van zelfspot zou je met een beetje goede wil kunnen zeggen, of toch, in ieder geval, tong in de wang, enfin, u weet.

En natuurlijk moet een boybandlid daarnaast ook een zekere aaibaarheid hebben en dus openbaart Rombouts ook zijn kwetsbaarheid, hij had -ach gossie toch- als kind een knuffeleendje en nog altijd houdt hij veel van knuffeleendjes, bij mijn moje lieve grappige wijze fantastische tienjarige dochter werkte het alvast: die vond de foto’s van al die knuffeleendjes geweldig.

En natuurlijk krijgt de tweedimensionale televisiefiguur reliëf; we horen van de afwezige vader, de afwezigheid die stempels drukte, we horen van de innige band met de moeder die de opvoeding voor haar rekening nam en die net in de kennisquizperiode van binnenuit werd gesloopt door haar ziekte (kan ook een goede reden zijn om mee te doen), we lezen, we merken deze man is meer dan het kapsel, meer dan de baard.

Ik zou zo ver kunnen gaan: dit boek heb je feitelijk al gelezen voor je het gelezen heb. Maar zo ver ga ik niet. Want daarmee zou Boek 1 onrecht aangedaan worden. Het is misschien geen verpletterende of wonderschone roman. Maar het heeft ontiegelijk veel vaart, en de lezer weet zich vanaf de eerste bladzijde meegesleurd. Langsheen vergezichten, overpeinzingen, herinneringen, en vrij uiteenlopende emoties. Mooi om te lezen zijn vooral zijn tirades. Tegen, bijvoorbeeld, recensenten (ik trek me dat niet aan want ik ga deze bespreking  niet eindigen met een uitsmijter). Of tegen zijn eigen lezers (ik trek me dat niet aan want ik ben geen vrouw en mijn kinderen zijn ook niet uitwonend en omdat ik geen vrouw ben ben ik ook geen moeder al ben ik geloof ik wel de “leukere ouder”). En meer in het algemeen tegen alles wat hem misnoegt.

Als de laatste woord gelezen is, zal Boek 1 misschien sneller verdampen dan menig ander boek, maar de roman draagt beslist de kiemen van wat zomaar kan uitgroeien tot een overtuigend schrijverschap. Zonder het kapsel misschien. Zonder de baard. Of als hij eens een kennisquiz verliest (o fuck nou doe ik het toch).

Martin Rombouts Boek 1

Boek 1

Mijn hemelbestormende debuutroman

  • Auteur: Martin Rombouts (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse debuutroman
  • Uitgever: Das Mag
  • Verschijnt: 11 maart 2025
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de eerste roman van Martin Rombouts

Eindelijk is het er dan. Mijn boek over geld, kans en willekeur, waarin ik alles vertel over die afkomst van me, waarin ik uitdeel, geef en ontvang.

Van straatarme dichter tot De slimste mens, van jongen tot man.

Waarin ik door eendjes, gasaanstekers en een vrouw in Sri Lanka de wereld iets beter leer begrijpen. En door ex-vriendinnen, erfenissen en een Malinese keizer ook mezelf, eindelijk.

Het boek waarin ik mijn ouders begraaf. Waarin ik in dankbaarheid alles wat me gegeven is op het spel durf te zetten, eindelijk: Boek 1, Mijn hemelbestormende debuutroman.

Martin Rombouts is geboren op 14 december 1992 in Rotterdam. Hij is dichter, schrijver en theatermaker. Hij studeerde Creative Writing aan ArtEZ en werd geselecteerd voor het Slow Writing Lab van het Nederlands Letterenfonds. Hij maakt deel uit van BOYBAND, de literaire boyband, en won het 21e seizoen van De slimste mens.

Bijpassende boeken en informatie

Esther Jansma – We moeten ‘misschien’ blijven denken

Esther Jansma We moeten ‘misschien’ blijven denken recensie en informatie van de laatste dichtbundel van de op 23 januari 2025 overleden Nederlandse dichteres. Op 15 november 2025 verschijnt bij uitgeverij Prometheus het boek met nieuwe gedichten van Esther Jansma. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Esther Jansma We moeten ‘misschien’ blijven denken recensie van Tim Donker

Dat de dingen gaan zoals ze gaan
Dat de dingen gaan
Dat dingen gaan zoals ze misschien helemaal niet gaan

En hier is hoe de dingen gaan.

Je doet iets, en het loopt op niets uit, en je doet het nog eens, en weer wordt het niks. Maar er is een verlangen, je blijft doen wat je doet, ooit wordt het iets, ooit wordt het warmer dan vandaag, subtropisch wellicht, ooit zal het wiegen, mogelijkerwijs alleen maar in je hoofd, noem het hoop, zeg dat dat voorlopig genoeg is.

Niet alleen de dingen gaan.

Een vader en een moeder kunnen gaan, uit elkaar dat is, dan zijn er voor jou ineens twee plekken waar je heen kunt, dan kun je doen alsof het huis van de vader het amstelhotel is, en dat jij dan een prinses was, zou dat niet een plan kunnen zijn, want je moet plannen blijven maken, ook de plannen moeten gaan, hoe meer plannen je maakt hoe vrolijker je wordt.

En duiven gaan, en slapeloosheid gaat, en zwajen met je benen als je op de rand van je bed zit gaat, dingen zien, het waarnemen gaat, dingen denken, gedachten gaan, Wat past er veel in zoon hoofd denken gaat, en weten dat ook met die gedachte het hoofd nog niet vol is. Dus is er altijd het Hoofd dat dingen zegt en denkt. En als er een Hoofd is kan er ook een Romanticus zijn, en iemand die ouder is dan jij en van dat ouder zijn een karakter boetseert, noem je Oud. Dan kan er een trialoog gaan, een trialoog tussen Hoofd en Romanticus en Oud.

Zoals het beweegt in We moeten ‘misschien’ blijven denken, zette Jansma me ook nogal eens op het verkeerde been. Er waren gedichten die ik al bijna voor kinderversjes hield. Eitjes die praten met kuikentjes; en er zijn lieve porseleinen poppetjes in een fabriek. De vader en moeder die uit elkaar gingen, en dan hield ik de gesprekken tussen Hoofd en Romanticus en Oud al even voor gesprekken tussen drie kinderen, een avondje alleen thuis, vader in zijn eigen huis alias het amstelhotel en moeder naar het theater, wie weet, de oudste neemt de leiding, zoals dat gaat neemt elk kind zijn vaste rol aan, of die rol hem nu past of niet, dat is hoe de hiërarchie werkt van oudste en middelste en jongste, en zo werden de personages getypologiseerd tot Hoofd, Romanticus en Oud. Waar de gesprekken ineens gaan over chemo, haaruitval en dood, begint het dan te scheuren.

Of stel je een personeelsuitje voor, een personeelsuitje op een boot, en de boot zinkt: dat is ook hoe een einde kan gaan.

Daartegenover de oerknal die ging. En dan ontstaan tijdperken. Misschien, ergens, een dictatuur.

Dat is hoe de dingen gaan, hoe ze ontstaan, hoe ze vergaan, en daartussen. Daartussen vliegt het. Vliegt het alle kanten op. Jansma heeft geen deeltjesversneller nodig om de dingen onophoudelijk op elkaar te laten botsen: wat je tegenkomt, ramen openen, liedjes, gapen, antwoord geven, zomaar een eind wegouwehoeren, dzeza’s, teta’s, mu’s, nu’s, aargh, weggaan uit je huis en hoe dat huis dan ophoudt jouw huis te zijn, weggaan uit je lichaam en hoe dat lichaam er dan nog heel even is, weggaan uit het leven, en heel dat leven is er nog, zonder jou, het hele leven blijft en begint.

Want dat is hoe de dingen gaan.
Dat is hoe gedichten gaan.
Dat is hoe een dichtbundel gaat.

Of deze dichtbundel toch. Zacht, teder, ontroerend, klein, groter dan het leven, over alles, over iets, over klein zijn, over de grote gelijkmaker, met humor, met liefde, met licht, met duister. Esther Jansma is er helaas niet meer maar god wat laat zij een rijk en wonderschoon oeuvre na.

Esther Jansma We moeten 'misschien' blijven denken

We moeten ‘misschien’ blijven denken

  • Auteur: Esther Jansma (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 15 november 2024
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 20,00 / € 11,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de laatste dichtbundel van Esther Jansma

In haar elfde en misschien laatste poëziebundel richt Esther Jansma het vizier op de (on)eindigheid van het bestaan. Centraal staat het afscheid nemen van het vanzelfsprekende: gezondheid, toekomst, leven. Dit thema wordt uitgewerkt in een waaier van gedichten die het spectrum bestrijkt van maatschappelijk engagement tot mystiek. De drie spreekstemmen uit haar met de Halewijnprijs bekroonde bundel Picknick op de wenteltrap (1997) leveren door de hele bundel heen in korte, tragikomische dialogen commentaar op wat er gaande is.

Esther Jansma is geboren op 24 december 1958 in Amsterdam. Behalve poëzie publiceerde ze de feministische essaybundel Mag ik Orpheus zijn? (2011). Hiernaast publiceerde ze in samenwerking met Wiljan van den Akker twee bundels met vertalingen van de Amerikaanse dichter Mark Strand (2007 en 2011) en de magisch-realistische roman De Messias (2015).

Voor haar poëzie ontving Jansma onder andere de VSB Poëzieprijs, de Jan Campert-prijs en de Adriaan Roland Holstprijs. Eind vorig jaar werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw voor haar waardevolle bijdrage aan de poëzie en dendrochronologie.

Op 23 januari 2025 overleed Esther Jansma in een hospice in Utrecht en werd 66 jaar oud.

Bijpassende boeken en informatie

Alasdair Gray – Arm ding

Alasdair Gray Arm ding recensie en informatie over de Schotse roman uit 1992. Op 6 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van de roman Poor Thing van de uit Schotland afkomstige schrijver Alasdair Gray. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijver, de vertaler en over de uitgave.

Alasdair Gray Arm ding recensie en informatie

  • “Geestig en heerlijk geschreven.” (New York Times)
  • “Een schitterend, levendig, grappig, vies, intelligent boek.” (London Review of Books)
  • “De grootste Schotse romanschrijver sinds Sir Walter Scott.” (Anthony Burgess)

Arm ding recensie van Tim Donker

Hoe veellagig kan film zijn, weet jij dat?, en waarom moet beeld altijd voorop? Arm ding, ik kursiveer dit nu maar op de site staan titels nooit kursief dus waarom doe ik eigenlijk moeite maar goed, Arm ding dus, is  verfilmd & dan zegt iets, dan zegt iemand, dan zegt één of andere zwakbegaafde Vond je de film Poor things vreemd? Dat is het boek ook, alsof het vanzelfsprekend is dat je de film natuurlijk hebt gezien al lang voor je er überhaupt maar aan kon denken om het boek te lezen, en men vindt zulke zever dan klaarblijkelijk nog zijflapwaardig ook nog ook, waar gaat het heen als zelfs uitgevers als stilzwijgend onderschrijven dat de verfilming voor elke gemiddelde lezer ook al voor het boek uit gaat, ik zag de film ik vond die beter dan het boek maar het was alweer de butler die het had gedaan dat dacht ik al, & alleen vroeger, in mijn late tienerjaren, toen we al in Eindhoven woonden want toen hadden we een videorecorder en een videotheek op loopafstand, keek ik regelmatig films en dan, inderdaad, meestal verfilmingen, van boeken van Stephen King want iets anders las ik niet in die jaren, en dan zaten we, mijn moeder en ik, op de bank met koffie en koek of met wijn en nootjes (o alleen God weet hoe erg ik mijn moeder mis) en dan begon ik, vaak al in het begin maar nooit later dan ergens halverwege, aan een lange verhandeling die ik inluidde met “Dat is in het boek helemaal anders”, en dan hoorde ik mijn moeder al zuchten want die had een hekel aan mijn exposés over hoe het boek veel beter was dan de film en net dat maakte het voor mij des te leuker om ermee door te gaan, tot ik het zelf zat werd, en later werden we die films ook zat, en nog weer later bevond ik me op een opleiding waar ik als cineast vanaf zou komen, dacht ik, want dat leek me het hoogst haalbare op die opleiding maar in mijn leven was films maken ten beste plan B, en nog weer later was ik niks niemendal alleen maar een vader een postbezorger een muziekliefhebber een mens en een lezer, een lezer met een boek, een boek dat Arm ding heet en dat verfilmd is, en ik vraag me af hoe, hoe meerlagig dit boek is, en hoe meerlagig film uiteindelijk kan zijn.

Waarschijnlijk heeft Yorgos Lanthimos de hoofdtekst van Arm ding als uitgangspunt genomen want dat kun je lekker vet aanzetten, maar zelfs die hoofdtekst is al tamelijk meerduidig. (dat is al één ding dat ik haat aan verfilmingen, wittenie, dat je zit te kijken naar een tot eindgeldig verklaarde interpretatie van die ene der vele lezers). We bevinden ons ergens aan het eind van de negentiende eeuw en Godwin Baxter is een, lawwezeggûh, “excentrieke” wetenschapper. Van kindsbeen af opgeleid in de mediese kunst door zijn al even eigengereide vader heeft Baxter het hoogst maryshelleyekse bereikt – hij is nu levensschepper. Shelleys meisjesnaam was, ja, Godwin; Grays roman zit stampensvol met dit soort knipoogjes. Op een avond springt de hoogzwangere Victoria in de Clyde waardoor zij komt te overlijden. Ze is het zat, zo zullen we later in het boek leren; ze is haar leven zat: haar gewelddadige, gevoelsarme vader; haar dominante, normatieve, bekrompen man, een militair van grote faam; het keurslijf waarin ze gedwongen wordt. Victoria’s lijk wordt opgevist door een vriend van Baxter, een vent wiens baan het is om lijken uit de Clyde op te vissen! De man tipt Baxter en die komt het lijk halen, snijdt de foetus uit het lijf van Victoria en via een operatie weet hij de hersens van de ongeboren baby in het hoofd van Victoria te plaatsen en deze laatste uiteindelijk weer tot leven te wekken. Een volwassen vrouw met een markant litteken boven op haar hoofd, de hersens van een baby, de vrolijkheid en onbevangenheid van een kind in een -kennelijk- aantrekkelijk vrouwenlichaam, jajaja, ik kan me de kolderieke scènes reeds voorstellen! Kostuumdrama met kolderieke, kleurrijke personages die ongebruikelijke koppen hebben – op zeker het soort film waarvoor de akteurs langer in de griem zitten dan dat ze bezig zijn met akteren. Hoe ook, huisvriend Archibald McCandless, ook een dokter, treft de inmiddels tot Bella omgedoopte Victoria op een dag aan achter de pianola, uitzinnig, extaties, volkomen opgaand in haar spel (en nu we het toch over beeld hebben: bij deze passage zag ik Henryk Górecki voor me – hoe die, in een documentaire van Reinbert de Leeuw, zingend, swingend, achter de piano zat, in mijn herinnering speelde hij Pools volkswijsje maar dat laatste weet ik niet meer zeker) & hij is direkt verkocht. Liefde bloeit op, dan en daar, een weinig later al besluiten “Bella” en Archibald te trouwen.

Een bizarre, sprookjesachtige liefdesgeschiedenis ja ik zie de film al voor me. Maar dat is maar de eerste laag. Want evengoed kun je in Arm ding een feministies pamflet lezen over de door de man gemaakte of minimaal toch gevormde vrouw. De door man en vader onder de duim gehouden Victoria krijgt in een twede leven opnieuw pas in mannenhanden gestalte: eerst door Baxter als levensschepper en opvoeder en later aan de zijde van McCandless waar zij misschien in de eerste plaats echtgenote heeft te zijn, hoezeer McCandless haar ook haar eigen pad als medicus gunt. In de hoofdtekst heeft de lezer naar dat laatste vooral het raden. Ze is begaan met de zwakken, met vrouwen en sexualtiteit, met abortus maar het blijft bij snelle blikken in de toekomst daar het verhaal afbreekt nog voor “Bella” McCandless haar professionele ambities ten volle waar kan maken. Ergens, zo’n beetje voor het midden van de roman, wordt “Bella” (dan nog) Baxter geschaakt door Duncan Wedderburn, een achterbakse, weke, gluiperige en neurotiese advocaat. Schaken is misschien niet helemaal het goede woord; “Bella” is niet erg gekant tegen het reisje over de wereld dat Wedderburn haar voorspiegelt. Aan zijn zijde, met hem, maar vooral ook zonder hem, ontdekt “Bella” haar sexualiteit. Vrouwelijke lustgevoelens; de vrouw de baas over haar eigen sexualiteit; hoe een intelligente, leergierige, vrolijke, empathische vrouw ook doorlopend “geil” kan zijn; we hebben niet perse een Simone de Beauvoir nodig om daar iets van te vinden. Maar zou Lanthimos ook dit lijntje hebben opgepikt?

En dan. Arm ding is wel erg grotesk. Aan het einde zit een scene waarin Victoria’s vader en voormalig echtgenoot hun opwachting maken & de degens worden gekruist. Gray gebruikt zulke dikke lage verf voor zijn vertelling dat het niet anders kan of iets wordt hier gepercifleerd of op zijn minst gepasticheerd. De negentiende-eeuwse roman, de kostuumfilm (kon Gray al op zijn klompen aanvoelen dat Arm ding ging verfilmd worden?), heel dat duister-romantiese sfeertje, er worden, dunkt me, draken mee gestoken; een “hilarische” (als er één stukgebruikt rotwoord is!) “politieke allegorie” misschien niet, maar duidelijke aanwijzingen dat je het niet allemaal bloedserieus moet nemen, lijkt Gray toch wel te geven.

En dat is maar de hoofdtekst! Want neem dit. Arm ding is je bekende “gevonden manuscript”; Gray heeft het niet geschreven, alleen maar bezorgd! Schrijver van de hoofdtekst is Archibald McCandless, ja. Voor de volledigheid laat Gray McCandless tekst uitluiden met een brief van Victoria McCandless aan het nageslacht; haar kleinkind die de roman en brief misschien ergens in de jaren zeventig van de twintigste eeuw zal lezen. Uit die brief valt op te maken dat er niks klopt van alles wat we tot nog toe hebben gelezen. Godwin Baxter was geen gekke geleerde, Victoria werd niet uit de dood opgewekt, Wedderburn was geen schurk en Archibald McCandless al zeker niet de innemende, verlegen, warmbloedige romanticus zoals we die op de voorgaande bladzijden hebben leren kennen. Alles ging helemaal anders. En ik las dat en in eerste dacht ik hum en tsss en hmm. Wie wil iets moois zien, en dan iemand naast zich hebben die al die schoonheid gaat kapotanalyseren? Maar bij verdere lezing blijkt de brief van Victoria McCandless een zoveelste laag. Misschien krijg je als lezer nog wel een veeg uit de pan. Misschien ben je toch wel latent misogyn als je Archibald McCandless een sympathieke figuur vond, of als je de vrolijke, lieve, maar vooral erg kinderlijke “Bella” Baxter iets aantrekkelijks vond hebben. Sja. Das dan misschien de eerste keer dat schoonheidsbeleving een suspekt bijsmaakje krijgt en dat in zichzelf is al iets wat weinigen Gray zullen nadoen.

Pas in het allerlaatste deel neemt Gray zonder mombakkes de pen op: hij is degene die het boek als geheel annoteert, inkleurt en kadreert. Andermaal wordt de lezer met vragen geconfronteerd. Is dit Grays ultieme poging tot historisering van Arm ding? Of wordt hier de geschiedschrijving in zichzelf op de korrel genomen? Uiteindelijk is immers alles fictie, wetenschap evengoed als religie. Alles is maar verhaal voor de mens om vat te krijgen op dat wat hem omringt.

Te denken, is wat Arm ding geeft. Ik vond het boek niet vreemd. Ik vond het boek prikkelend. Het boorde aan. Filosofie. Politiek. Dingen. Het leven. Alles. Ja. Dat is wat het is. Een boek over alles.

Alasdair Gray Arm ding

Arm ding

  • Auteur: Alasdair Gray (Schotland)
  • Soort boek: Schotse roman
  • Origineel: Poor Things (1992)
  • Nederlandse vertaling: Robbert-Jan Henkes
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 6 maart 2025
  • Omvang: 336 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Winnaar Whitbread Novel Award
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman uit 1992 van Alasdair Gray

De wetenschappelijke ambitie van Godwin Baxter om de perfecte metgezel te creëren lijkt werkelijkheid te kunnen worden wanneer hij het verdronken lichaam van de mooie Bella Baxter vindt dat hij weer tot leven weet te wekken. Zijn droom wordt echter gedwarsboomd door de jaloerse liefde van dr. Archilbald McCandless voor zijn creatie. Maar wat denkt Bella ervan?

Arm ding is tegelijkertijd een satirische versie van de klassieke Victoriaanse roman en een hilarische politieke allorgie over de onverenigdbaarheid van de verlangens van de mannen en de onafhankelijkheid van vrouwen.

Alasdair Gray (28 december 1934, Riddrie, Glasgow, Schotland – 29 december 2019, Shieldhall, Glasgow) is een Schotse schrijver en kunstenaar. Zijn magnum opus Lanark verscheen in 2017 in Nederlandse vertaling bij Koppernik. Hij wordt beschouwd als een klassieker en werd door The Guardian “een van de mijlpalen van de twintigste eeuw” genoemd. Arm ding (1992) won de Whitbread Novel Award en de Guardian Fiction Prize en werd in 2023 verfilmd door de Griekse filmregisseur Yorgos Lanthimos.

Bijpassende boeken en informatie

Esther Freud – De kleur van henna

Esther Freud De kleur van henna recensie en informatie over de inhoud van de debuutroman van de Engelse schrijfster. Op 5 maart 2025 verschijnt bij Uitgeverij Orlando de Nederlandse vertaling van Hideous Kinky de verfilmde debuutroman uit 1992 van de uit Engeland afkomstige schrijfster Esther Freud. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Esther Freud De kleur van henna recensie en informatie

  • “Sla het boek open en begin, en je zult meteen gecharmeerd, daarna geïntrigeerd en uiteindelijk ontroerd zijn door dit fascinerende verhaal.” (The Spectator)
  • “De kleur van henna heeft een verrukkelijke lichtheid […] het landschap sprankelt aanlokkelijk en de minder belangrijke personages steken er levendig tegen af. Bedelaars, herders, idioten, dubieuze Marokkaanse en excentrieke Europese dames worden liefdevol en met humor beschreven.” (Times Literary Supplement)

De kleur van Henna recensie van Monique van der Hoeven

Van Esther Freud las ik eerder met veel plezier het boek Hoeveel ik van je hou. De kleur van Henna is haar debuutroman uit 1991, in Nederlandse vertaling uitgegeven door Uitgeverij Orlando in 1994 en nu, opnieuw, in 2025. Het verhaal van dit boek is verfilmd onder de naam Hideous Kinky (wat ook de oorspronkelijke titel van het boek is) met Kate Winslet in de hoofdrol.

De Britse schrijfster Esther Freud is de achterkleindochter van Sigmund Freud en de dochter van kunstenaar Lucian Freud.

Wat een heerlijk boek is De kleur van henna. Het leest alsof je zelf op vakantie gaat naar het kleurrijke Marrakech. Vanaf pagina 1 ben je er bij, als een jonge Engelse vrouw (in het boek “mama”) met haar beide dochters in een hippiebusje naar Marrakech vertrekt – op zoek naar vrijheid en avontuur. Ik las het boek dan ook in één ruk uit.

Bijzonder is dat het verhaal wordt verteld door de ogen van een 5 jarig meisje. Ze beleeft alles intens en geeft vaak haar eigen draai aan dingen. Ze kijkt op tegen haar zus Bea, die al naar school mag. Dit  maakt alles nog extra magisch en sprookjesachtig. Het gezin neemt haar intrekt in een huis in de Joodse wijk, er wordt gekookt op een klein houtkacheltje en dagelijks gaan ze naar de markt, waar kleurrijk volk rondloopt en werkt. Ze kopen kaftans om te dragen en de haren van de meisjes worden in de henna gezet. Behalve dat is er weinig verloop in het verhaal, het zijn gewoon dagelijkse beslommeringen. En juist dat maakt het boek zo uitnodigend!

Esther Freud heeft hierbij ongetwijfeld geput uit haar eigen jeugd, die ze deels doorbracht in Marokko.

Een roman waar ik geen afscheid van wilde nemen… ik was graag nog even met dit bijzondere gezin meegereisd. De roman is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Esther Freud De kleur van henna

De kleur van henna

  • Auteur: Esther Freud (Engeland)
  • Soort boek: Engelse roman, debuutroman
  • Origineel: Hideous Kinky (1992)
  • Nederlandse vertaling: René Kurpershoek
  • Uitgever: Uitgeverij Orlando
  • Verschijnt: 5 maart 2025
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 23,99 / € 16,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de debuutroman van Esther Freud

De kleur van henna, succesvol verfilmd als Hideous Kinky, met Kate Winslet in de hoofdrol, is het onweerstaanbare verhaal van een Engelse hippiemoeder die in een opwelling besluit om het grauwe Londen van 1972 te ontvluchten en met haar twee jonge dochters naar Marokko te verhuizen.

Het avontuur dat volgt voert hen langs kleurrijke markten, vervallen hotels en mystieke soefi-retraites, via vriendschappen en vetes, affaires met nomadische straatartiesten, urenlang liften langs stoffige wegen en nachtenlang kamperen aan de kust – dit alles gezien door de ogen van een vijfjarig meisje.

Herontdek deze meeslepende moderne klassieker over de geest van vrijheid, vol met de beelden, geuren, kleuren en smaken van het Marokko van de twintigste eeuw.

Esther Freud is geboren in 1963. Ze is de dochter van
de kunstenaar Lucian Freud en achterkleindochter van Sigmund Freud. Als kind van maar anderhalf jaar reisde ze door Marokko met haar oudere zus Bella en hun moeder. Haar debuutroman uit 1992
Hideous Kinky, vertaald als De kleur van henna, werd succesvol
verfilmd. Van Esther Freud verschenen onder andere de romans Bestrijd de vossen, Huis in zeeZomer in Gaglow, Liefdesval en Hoeveel ik van je hou.

Bijpassende boeken en informatie

Karl Ove Knausgård – Het bos en de rivier

Karl Ove Knausgård Het bos en de rivier recensie en informatie boek over Anselm Kiefer en zijn kunst. Op 4 maart 2025 verschijnt bij uitgeverij Athenaeum de Nederlandse vertaling van het kunstboek En portret Skogen og elva. Om Anselm Kiefer og kunsten hans, geschreven door de Noorse auteur Karl Ove Knausgård. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Karl Ove Knausgård Het bos en de rivier recensie en informatie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Het bos en de rivier, het boek over Anselm Kiefer en zijn kunst, geschreven door Karl Ove Knausgård, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “In de literatuur van Knausgård valt de mens samen met zijn werk, bij Kiefer blijft hij steeds ongrijpbaar. Die spanning maakt het een briljant boek over kunst.” (Südwest Presse)

Recensie van de redactie

De beroemde Duitse kunstenaar Anselm Kiefer kun je gerust een enigma noemen. Zijn kunst is overdonderende en zeer monumentaal. Hij heeft een complex met gebouwen en het land eromheen omgetoverd tot een soort van wonderland waar hij vaak werkt en veel van zijn kunstwerken te bewonderen zijn. Bovendien is hij een product van zijn Duitse afkomst die getekend is door de oorlog. Kortom redenen te over voor de bekende Noorse schrijver Karl Ove Knausgård om de door hem bewonderde kunstenaar nader te leren kennen.

En dat leren kennen van Anselm Kiefer blijkt een bijzondere, soms bijna hachelijke onderneming. Maar het lukt Karl Ove Knausgård om uitgenodigd te worden bij de Duitse kunstenaar, met hem en zijn beperkte entourage in gesprek te raken en zelfs met hem een aantal evenementen te bezoeken.

Karl Ove Knausgård benadert de kunstenaar op een wijze waarop hij veel van zijn boeken heeft geschreven. Op zoek naar de dieper liggende drijfveren, niet al te direct en zeker niet rechtstreeks op het doel af. Maar al snel blijkt dat Anselm Kiefer nauwelijks te vangen is. Ja, hij spreekt, communiceert en suggereert dat Knausgård dichtbij mag komen, maar feitelijk houdt hij hem op afstand.

Het zorgt ervoor dat Knausgård zijn missie langzaam maar zeker als mislukt beschouwt. Maar wel een boeiende en fascinerende mislukking die tussen de regels door iets unieks laat zien van zowel de kunstenaar als de beschouwende schrijver. Een boek dat de contradictie zowel mislukking en toch geslaagd in zich draagt en daardoor een bijzondere leeservaring brengt en door onze redactie is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Karl Ove Knausgård Het bos en de rivier

Het bos en de rivier

Over Anselm Kiefer en zijn kunst

  • Auteur: Karl Ove Knausgård (Noorwegen)
  • Soort boek: kunstboek, portret
  • Origineel: Skogen og elva, Om Anselm Kiefer og Kunsten (2021)
  • Nederlandse vertaling: Sofie Maertens, Michel Vanhee
  • Uitgever: Athenaeum
  • Verschijnt: 4 maart 2025
  • Uitgave: gebonden boek (met foto’s)
  • Prijs: € 22,50
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer van Karl Ove Knausgård

‘Er zijn mensen die zo beroemd zijn dat je niet verwacht ze ooit te ontmoeten, het is alsof ze leven in een ander universum. […] Ook kunstenaars kunnen dat effect hebben, maar dan op een bijzondere manier. Bij hen is hun werk bekender dan hun uiterlijk. Anselm Kiefer is meer dan alle andere kunstenaars van onze tijd zo’n kunstenaar, omdat zijn werk zo monumentaal is, zo geladen met tijd, zo beladen met geschiedenis, terwijl het private, kleine en persoonlijke compleet ontbreekt.’

Aan het woord is Karl Ove Knausgård, die Anselm Kiefer op vele plaatsen ter wereld ontmoette, onder andere in Donaueschingen, zijn geboorteplaats, en in zijn gigantische studio in Parijs, waar hij woont en werkt. Hij sprak met Kiefer over zijn kunst, in een poging te begrijpen wat die met ons doet en waar die uit voortkomt. Hoe kunnen beelden zonder mensen een menselijke lading krijgen? Hoe kan een leeg landschap geladen zijn met geschiedenis? Wat is de relatie tussen kunst en de kunstenaar? En wie is Anselm Kiefer.

Het boek verschijnt gelijktijdig met de grote Anselm Kiefer-tentoonstelling in Stedelijk Museum en Van Gogh Museum die van 7 maart tot en met 9 juni 2025 te bezoeken was.

Bijpassende boeken

René ten Bos – Het laatste woord

René ten Bos Het laatste woord recensie en informatie over de inhoud van het nieuwe boek van de Nederlandse filosoof. Op 13 maart 2025 verschijnt bij Boom Uitgevers het nieuwe boek van de voormalig Denker des Vaderlands (2017-2019) René ten Bos. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

René ten Bos Het laatste woord recensie van Tim Donker

Dikke Smurfin waakt over de stad. Dikke Smurfin sluit een restaurant. De mensen die in dat restaurant werkten hadden de onbeschaamdheid vertoond gewoon mensen toe te laten die weigerden zich te laten inspuiten met één of ander onbekend serum waarvan niemand de gevolgen op langere termijn kan voorspellen. Niet iedereen wilde dat spul in zijn lijf, niet iedereen zag er het profijt of de noodzaak van in. Dat kon natuurlijk niet zijn. Dikke Smurfin moest waken over de stad, en iedereen moest hetzelfde denken en hetzelfde doen. Voor filosofie was immers geen plaats, had ons aller potentaatje Rutte gezegd.

Dat laatste was René ten Bos ook ter ore gekomen. “Ik ga een boek schrijven”, dacht hij toen. Zo vertelde hij indertijd bij Café Weltschmerz – zo’n beetje het enige waar ik nog naar keek in die dagen. Dat boek werd De coronastorm. Hoe een virus ons verstand wegvaagde (met name die ondertitel vond ik geweldig); het boek dat, samen met De psychologie van totalitarisme van Mattias Desmet en de verzamelde polemische stukken van Giorgio Agamben die in Nederland bij Starfish Books zijn verschenen als Epidemie als politiek. De uitzonderingstoestand als het nieuwe normaal, het beste was dat ik in die van de gele hond gescheten coronajaren gelezen heb over (de doorsnee reactie op) “de pandemie”. Ten Bos schreef een boek omdat ook in benauwde tijden -of misschien zelfs: juist in benauwde tijden- er plaats moet zijn om te filosoferen. Angst is een slechte raadgever immers, en blinde volgzaamheid is vaker niet dan wel de meest geëigende houding.

Toch zit volgzaamheid diep ingesleten in de mens. Ooit volgde hij God. Verlichting en Nietzsche verklaarden God dood maar daarmee verdween de volgzaamheid niet. Iemand sprak over de verraders van de verlichting, maar de verlichting is niet verraden; de verlichting heeft gewoon nooit werkelijk verlichting gebracht. Als we God niet kunnen gehoorzamen, dan gehoorzamen we maar aan wat men wetenschap heet. Als er maar iets is dat een laatste woord brengen kan, iets waaraan we niet meer hoeven te twijfelen.

Het moet zijn dat René ten Bos zich nog steeds verbaast over al het wrakhout waaraan de uit het Paradijs verdreven mens zich wenst vast te klampen, wat hij heeft met Het laatste woord een boek gepend dat goed aansluit bij wat hij in De coronastorm reeds aanroerde. De mensen en hun zwijgzaamheid. Hun weerzin tegen filosoferen. Of tegen twijfelen. Tegen zoeken. Die grote hang naar zekerheden. Het volgzame. De gehoorzame mens. Een onderwerp waardoor, bijvoorbeeld, Isolde Charim zich laatstelijk ook geprikkeld wist: in 2022 publiceerde zij Die Qualen des Narzissmus. Über freiwillige Unterwerfung (in ’23 bij Athenaeum – Polak & Van Gennep verschenen als Narcisme. Over vrijwillige onderwerping). Ik ga meteen moeten bekennen dat ik dat boek niet gelezen heb, op internet las ik wel het voorwoord en dat vond ik bijzonder intrigerend. Maar een reactor haalde het boek door de gehaktmolen omdat Charim Lacan verkeerd gelezen zou hebben. De reactor wist het allemaal veel beter hoe dat zat met Jacques. Tsja. Dat zal. In een hol hoofd past veel kennis, zeg ik Karl Kraus dan na. In ieder geval lijkt Ten Bos bij bepaalde gedachtegangen, met name tegen het eind van dit boek, veel op Charim te leunen.

Was het abecedarium dat De coronastorm was een beetje aan de korte kant zodat er op punten naar mijn smaak te weinig kon worden doorgegaan, in Het laatste woord neemt hij er de tijd en de ruimte voor. Omdat ontogenese klaarblijkelijk altijd nog een recapitulatie van fylogenese inhoudt, iets wat me ook trof in Bonnie Honings Publieke dingen (maar daar kom ik een latere keer misschien nog over te spreken), omdat, anders gezegd, de wet van Ernst Haeckel nog altijd ijzersterk blijkt te zijn, op filosofisch niveau toch zeker, begint Ten Bos bij het kind. Geef een kind, een jong kind, een peuter misschien, een potlood en een stuk papier en het gaat gewoon maar wat krassen. Het maalt niet om wat het op papier zet, het tekent niets na, het zet gewoon krassen. Er is alleen maar een dat, zo zegt Ten Bos, en nog geen wat. Artsen, onderwijzers en ouders waken er echter voor dat het kind niet in het dat-stadium blijft steken want elk dat moet op een gegeven moment een wat worden. Het ongevormde moet vorm krijgen. Dat is een juiste observatie en één die niet alleen opgaat voor tekeningen: vanaf de leerplichtige leeftijd, vanaf dus het moment dat een kind onderwijsinstellingen gaat frequenteren, zie je het vrije existeren langzaamaan sterven: het verwerft enige bewustzijn over hoe zijn zijn is, hoe dat zijn overkomt op anderen, hoe het zijn van andere kinderen is, hoe het om allerlei redenen beter is niet al te ver af te wijken van het “algemene” zijn.

In Het laatste woord onderzoekt René ten Bos hoe op verschillende terreinen -politiek, management, zorg- de ongevormdheid tot vorm geslagen wordt, hoe er een laatste woord moet komen dat geen tegenwerping meer duldt, hoe het existeren (als erbuiten staan, van ex en stare of sistere) van een “in onevenwicht” zijn, een louter bestaan, dus een wat een stevig, duidelijk omlijnd wat wordt.

De staat, die Ten Bos heel lefortiaans (ja waarom wordt Claude Lefort eigenlijk nergens in dit boek genoemd?) ziet als een lege ruimte die opgevuld moet worden, gebruikt de wet als iets waar niets boven kan staan, behalve de wet zelve. Hobbes zei “Auctorias, non veritas, facit legem”, oftewel: “Gezag, niet waarheid maakt de wet”. De wet mag alleen door de wet(gever) geïnterpreteerd worden, hoeft daarbij niet te overtuigen alleen maar te poneren, te stellen, te funderen; iets dat Walter Hamacher “Gesetztotalitarismus” noemt. Nog ontluisterender is het inzicht dat de wet hierbij geneigd is iets feitelijks onwettigs als geweld te monopoliseren, iets dat de politie volgens Ten Bos goed zichtbaar maakt door uit naam van veiligheid voortdurend naar rechteloze middelen te grijpen (ook die gedachte zou Bonnie Honing van harte onderschrijven) (ja waarom wordt Bonnie Honing eigenlijk nergens in dit boek genoemd?).

De wet is een duidelijk dat; het verschaft een kader waarbinnen bewogen mag worden. Over dit kader kan niet gediscussieerd worden (en Rutte zag dat het goed was); waar nodig worden de kaders met krasse maatregelen gehandhaafd. De mens, het wettige dier.

Deze structuren konden ontstaan omdat de mens, minstens vanaf Plato, altijd gevoelig is geweest voor dogma’s, wetten, regels en laatste woorden; in den beginne was er het woord; al vanaf het eerste woord is elk weerwoord uitgesloten. Dat is precies naar de zin van elke manager, wat misschien is waarom Ten Bos in het twede en langste deel van Het laatste woord dieper in gaat op “het zachte imperium”, oftewel het management. “Efficiëntie is in het managementtijdperk de nieuwe referent geworden: alles gebeurt in naam van die efficiëntie. Wie eraan twijfelt, is gek. Iedereen wordt geacht zich eraan te onderwerpen. Het gaat om een quasireligieus evangelie. Als de bewakers van de efficiëntie zeggen dat iets bijvoorbeeld om financiële redenen niet kan, dan gebeurt het ook niet. Het gaat om ‘verschrikkelijke nee-zeggers’, die weten dat ‘nee’ altijd veiliger is dan ‘ja’, al was het alleen al omdat bevestiging meer werk met zich meebrengt dan ontkenning. Hoe zacht deze ontkenningsdictatuur ook is, door onszelf op het werk, in de wetenschap of zelfs in het dagelijks bestaan te onderwerpen aan de eisen ervan, werken we allemaal mee aan een nieuw soort feodalisme dat zijn eigen rituelen en liturgieën kent.” schrijft hij; het is deze gezamenlijkheid die het mogelijk maakt restaurants te sluiten uit naam van de volksgezondheid, me peinst, hoe meer het zich sluit, op allerlei nivo’s, hoe onmogelijker het wordt eraan te ontkomen. Hierin precies, wortelt het ontzeggen van rechten. Een verschijnsel dat door Jacques Ellul ook gesignaleerd wordt in propaganda: de neiging het individu ondergeschikt te maken aan het collectief.

Propaganda en massa gaan uiteraard altijd samen. Dezelfde Ellul ziet propaganda namelijk ook als orthopraxie; iets dat, anders dat orthodoxie, gericht is op reflexief handelen. De succesvol gepropagandeerde heeft het gevoel dat hij doet wat hij doet omdat hij het zelf wil (dat zijn de mensen die destijds over de vaccinaties zeiden dat ze “geen seconde getwijfeld” hadden) (had op zijn minst één seconde getwijfeld man) (en liever nog twee). Al het denken moet uitgeschakeld worden, omdat denken nogal eens de hinderlijke neiging heeft handelen te vertragen of zelfs te belemmeren (dan ga je zomaar een seconde twijfelen voordat je eender welk serum waarvan je de samenstelling helemaal niet kent in je lijf wil toelaten). “[M]ensen die geen vlieg kwaad zouden doen [sloten] hun kinderen op zolder [op] wanneer deze met het vermaledijde virus besmet bleken te zijn.” brengt Ten Bos fijntjes naar voren; en inderdaad zag je juist in de coronaperiode hoe mensen die doorgaans kritisch waren ten opzichte van de regering, sommigen zelfs met licht anarchistische neigingen, totaal kritiekloos het door de overheid naar voren gebrachte discours slikten, geheel geloofden in de zin en het nut van elke volgende idiote maatregel en netjes in de pas bleven lopen waar ze zich in andere tijden eerder op een recalcitrantie lieten voorstaan. Er bestaat ook geen “collectief kritische geest: dus het zich aan het collectief ondergeschikt makende individu stoot zijn vermogen tot kritisch oordelen af, met graagte zelfs, want het is prettiger om niet zelf na te hoeven denken maar de door “experts” gepropageerde “feiten” als voedsel op te zuigen. En iedereen die twijfels of kritiek uit, belemmert de constante levering van dit voedsel en wordt daarom als gevaarlijk en ondermijnend beschouwd. Propaganda verschaf de onthechte, geseculariseerde, “slimme” mens zekerheid, een opgaan in de massa waar iedereen dezelfde mening deelt, zodat die dus wel de juiste moet zijn. Zegt Ten Bos: “Als iedereen de persoonlijke mening is toegedaan dat een vaccin de hoofdweg uit de pandemie is of dat de oorlog in Oekraïne begonnen is door Rusland (en in het bijzonder door zijn

autoritaire leider), als daarbij geen enkele twijfel of tegengeluid nog wordt toegestaan, dan is de eigen positie automatisch gelegitimeerd.”

Een zoeken naar deze legitimatie in het hogere, het zelf overstijgende, is wat de mens altijd gekenmerkt heeft; mythes en goden hebben ooit in deze behoefte voorzien en sedert wat men wel verlichting heet, zijn de bronnen waaraan de massa zich laven kan allicht veeleer wetenschap en kennis. Dit brengt Ten Bos ertoe de maatschappij te kenschetsen als epistemocratie: een samenleving waarin alle macht komt te liggen bij diegenen die pretenderen over de juiste kennis te beschikken (allicht gelardeerd met een snuifje schrik want Hobbes sprak recht en niet krom toen hij zei dat iedereen die de mensen angst kan in boezemen gezag heeft). Zo zagen we in de coronaperiode voortduren epidemiologen, virologen, immunologen en diergelijke aan het woord; vakgebieden waarvan geen zinnig mens daarvoor ooit gehoord had maar nu over alles het laatste woord hadden. De macht die God ooit had, ligt nu bij het weten: via het weten is alles oplosbaar, via het weten is de waarheid toegankelijk en al het andere is onwaar en daarom ronduit gevaarlijk (heel erg ver van ketterverbrandingen hebben we ons vooralsnog niet bewogen). Wetenschap is en blijft echter mensenwerk en daarom te allen tijden gevoelig voor tekortkomingen, fraude, gemakzucht en simplisme. Wetenschap is evenmin de godheid die God zelve ooit was. Er is ook geen militia sine malitia, dat wil zeggen een strijden voor het goede zonder kwaad te doen (aan andersdenkenden); de epistemocratische mens is er echter van overtuigd dat er één duidelijk en aanwijsbaar kwaad is waartegen gestreden moet worden door de goeden die ook strijden uit naam van hen die (nog) niet inzien wat dat goede is. Denk daarbij aan woke, dat heilig overtuigd is van de superioriteit van het eigen gelijk. Of aan wat duurzaamheid is komen te heten; als zelfs iemand als Bruno Latour begon te zeggen dat “klimaatontkenners” geen spreekrecht meer mochten krijgen, is er echt wel iets aan de hand. Of denk. Die afgrijselijke, gluiperige, achterbakse kobold Pannenkoek die vond dat ongevaccineerden best een beetje mochten twijfelen hoor, dat mocht best, zo ruimhartig is die vullak wel, als ze uiteindelijk maar weer op de “goede weg” kwamen.

Vanuit hedendaagse invalshoeken legt Ten Bos eeuwenoude structuren bloot. Via een wat spitsvondige interpretatie van de Narcissusmythe komt hij uiteindelijk uit bij de narcistische wortels in elk mens die maar al te graag deel heeft aan iets onsterfelijks – een gelijk, een waarheid, een weten dat ons allemaal zal overleven.

Hoewel Het laatste woord bij momenten best iets scherper had mogen zijn, verschaft het een moje inleiding in het twijfelen als levenshouding. Dat maakt het boek waarlijk filosofie. Immers gaat filosofie nooit over weten maar altijd over denken. En dat gaat altijd voorbij aan elk laatste woord.

René ten Bos Het laatste woord

Het laatste woord

Twijfelen aan zekerheden

  • Auteur: René ten Bos (Nederland)
  • Soort boek: filosofieboek
  • Uitgever: Boom
  • Verschijnt: 13 maart 2025
  • Omvang: 312 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 29,90 / € 24,90
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van filosoof René ten Bos

Wie met gezag en geloofwaardigheid spreken wil, moet dit namens het hogere kunnen doen. Daarom heeft onze seculiere samenleving alternatieven gevonden voor God: we spreken niet langer in Zijn naam, maar in die van waarheid, rechtvaardigheid, efficiency, gezondheid, veiligheid of duurzaamheid. Dit heeft een nieuwe vorm van dogmatiek de wereld in gebracht, een machtige stem die geen tegenspraak duldt en altijd het laatste woord opeist.

In Het laatste woord legt René ten Bos de institutionele, psychologische en politieke mechanismen bloot die verklaren waarom we zo dogmatisch zijn en blijven. ‘Onderwerping,’ zo signaleert hij, ‘is de prijs die we maar al te graag willen betalen om iemand te worden.’ Tegelijkertijd heeft de samenleving behoefte aan sceptici die zich niets gelegen laten liggen aan leerstelligheid en de bijbehorende waarheidspretenties. Onze instituties hebben juist baat bij de frisse lucht van de twijfel om tot nieuwe inzichten te komen.

René ten Bos is geboren op 9 september 1959 in Hengelo. Hij is hoogleraar filosofie en voormalig Denker des Vaderlands (2017-2019). Van zijn hand verschenen bij Boom onder meer Water (2014, genomineerd voor de ECI Literatuurprijs), Bureaucratie is een inktvis (2015, winnaar Socratesbeker 2016), Dwalen in het antropoceen (2017) en Meteosofie (2021).

Bijpassende boeken

Anke Scheeren – Blauw of de kleur van blijdschap

Anke Scheeren Blauw of de kleur van blijdschap recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Nederlandse roman. Op 27 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster Anke Scheeren. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Anke Scheeren Blauw of de kleur van blijdschap recensie van Tim Donker

Te zeggen of te zwijgen (waarover men niet spreken kan daarover moet men zwijgen) (maar ik moet spreken ook als ik zwijgen moet) dat ik niet eens wist dat ze een boekenpagina hadden. Ik associeer Nieuwe Revu voornamelijk met waargebeurde misdaad, met spanning, met sensatie, met lang leve de lol en nimmer eindigt het feestje; kortom een soort papieren versie van SBS6. Maar wat blijkt. Niet alleen hebben ze een boekenpagina, ze menen ook nog criteria op te mogen stellen waaraan een besprekerken die naam waardig zou moeten voldoen. Zeggen ze, zegt Nieuwe Revu naar aanleiding van De mooiste dagen zijn het ergst van Anke Scheeren: “Wie het talent van Anke niet ziet, is het vak van literatuurcriticus niet waard.” (want zo hecht zijn ze daar met Scheeren dat ze Anke mogen zeggen) (& literatuurcriticus, jaja, ik wist niet dat het een vak was) (ook niet dat het een proeve van bekwaamheid vereiste, de ballotage, herken het talent en u is waardig) (ge moet talent kunnen herkennen als ge het ziet). Wel. Ja. Dus. Noem dit besprekerken maar onwaardig dan want in eerste kon ik het talent toch niet daar voor het oprapen zien liggen. Er wordt geopend met een scene die zich afspeelt in het kantoortje van de baas, wat ik qua opening toch wel aan de zwakke kant vind, noem het gerust een beetje afgezaagd; ergens vraag iemand zich af hoeveel lichtjaren iets “geleden” is, lichtjaar gebruiken om naar duur te verwijzen in plaats van afstand, ook dat vind ik zwak; Scheeren gebruikt, ook al niet sterk, heel erg veel, zo heel erg ongelooflijk veel pagina’s om ons lezers in te peperen dat hoofdpersoon Egbert een kleurloze, saje, geremde sufbubbel is, en eenmaal in Mongolië treedt Egbert in een ger allerlei ongeschreven regeltjes met voeten en dat. Ja dat. Dat vond ik meer iets voor een strip. Het Donald Duck-achtige personage (misschien hemzelf wel) die in een of ander “exotisch” oord ver van huis in de eenvoudige hut van de pure leden van een al even puur natuurvolk iets onvergeeflijks doet (het eten weigeren, of niet helemaal op eten, of juist wel helemaal op eten, of eten met de pet op, of iemand een hand geven, of juist geen hand geven, of niet voldoende eer betonen aan een afgodsbeeld, zoiets) en dan zomaar ineens van geëerde en welkome gast  verandert in opgejaagde paria. Het volgens Nieuwe Revu voor de ware criticus zo goed te herkennen talent lag in de ogen van dit besprekerken een weinig bedolven onder net één flauwiteit teveel.

Want Mongolië dus. Ja. Egbert is data-analist, het had weeral niet nietszeggender gekund, en wordt door zijn baas naar Mongolië gestuurd om de bevolking warm te krijgen voor de plaatsing van een aantal windmolens. De Nederlandse windmolens waarin zijn bedrijf grossiert hebben vooral leegte en wind nodig, en dat is er allebei genoeg in Mongolië. Het is onduidelijk waarom baas Harrold de niet bepaald avontuurlijk aangelegde, niet bepaald initiatiefrijke, niet bepaald doortastende Egbert op deze missie stuurt. Startpunt is Ulaanbaatar, waar op voorhand een onderkomen verzorgd zal zijn, maar daarna moet Egbert het achterland in, in de Mongoolse leegte op zoek naar een geschikte plek voor de windmolens en de bezwaren van eventueel aanwezige nomaden weg zien te nemen. Er zullen knopen moeten doorgehakt, er zal daadkrachtig opgetreden moeten worden, er zal gekampeerd moeten worden, het zal afzien zijn; allemaal dingen waartoe de lezer dankzij Scheerens overdadige aanwijzingen niet toe in staat acht. Met samengeknepen billen en gekromde tenen op de leesstoel want je ziet het al van verre aankomen: dit gaat mis, dit gaat helemaal mis, Egbert gaat falen zoals niemand ooit gefaald heeft, of, wat ook kan, kleurloos als hij is zal hij geheel worden ingevuld door de overweldigende ongereptheid van Mongolië en zijn vroegere bestaan almeteens verruilen voor een ascetisch leven in een ger ergens in het midden van niets. En ja natuurlijk wordt hij overvallen, natuurlijk wordt hij beroofd, natuurlijk rijzen er misverstanden, natuurlijk is hij als de nitwit die hij is te slecht voorbereid op alles dat op zijn pad komt. Je kunt het allemaal zien aankomen, en hee, dan komt het ook nog ook.

Maar daarmee is niet alles gezegd.

Een talent zie ik al wel bij Scheeren: de (voorspelbare) plot krijgt niet de meeste aandacht. Het is maar een vehikel om Egbert los te krijgen van zijn vertrouwde omgeving en hem -in de leegte, in het niets- volledig op zichzelf aangewezen te laten zijn. Welsprekender dan de plot, dus, is de sfeer van Blauw of de kleur van blijdschap. Misschien is er alsnog niet een heel extreem talent voor nodig om op de steppe sfeer tot zingen te krijgen, dat zullen keelzangen zijn en dat voelt iedereen met een minimum aan voorstellingsvermogen direct al aan. Maar het werkt niettemin, en het is een van de redenen waarom dit boek alle enen bij elkaar opgeteld toch een prettige leeservaring oplevert.

Voor een andere reden moet men alleen maar kijken naar Scheerens professie. Schrijver, en wetenschapper in de psychologie. Egbert mag dan een beetje een lulletje rozenwater zijn, eendimensionaal is hij niet. In leegte en stilte, bij afwezigheid van alles, krijgt hij alle ruimte voor (zelf)reflectie en het zijn de herinneringen, de overpeinzingen, de twijfels en de bewustzijnsstromen die Blauw of de kleur van blijdschap naar mijn idee zijn kracht geven. De lange gedachtegangen over liefde, familie, leven, sterven, karakter (of de afwezigheid daarvan), reizen, baan en determinisme vormen hier de ware vergezichten. In het zijn van het zijnde dat het karakter heeft van het erzijn is elkendeen maar een geworpen zijnde: je hebt het maar te doen met wat je vermag, en de grenzen aan wat je vermag zijn getrokken door wat is aangeboren en door omstandigheden die je voor een groot deel ook zelf nooit voor het kiezen hebt gehad. Je angsten, je beperkingen, je intelligentie, je uiterlijk, alles dat je houdt waar je bent en waaruit geen ontsnappen mogelijk is.

Daar is, bijvoorbeeld, een prachtige peins bij Egbert naar aanleiding van een herinnerd radiobericht over een verongelukte man die “een vrouw en twee kinderen” “achterlaat”: “Het was een vergissing om te denken dat de luisteraars medelijden moesten hebben met de dubbelklapte man tegen de boomstam. Het waren immers de achterblijvers die nog jarenlang moesten werken en hun huur of hypotheek moesten betalen. Zij waren het die week in week uit hun boodschappen deden, in rijen stonden en door de regen fietsten. In een voortdurende variatie op hetzelfde thema moesten de achterblijvers zich aankleden, zich scheren, zich ontlasten, zich druk maken, glimlachen, geruststellen, verhuizen, googlen, ontkennen, veters strikken, afscheidnemen, met vreemden in een lift staan, het nieuws volgen, online afspreken, dezelfde fouten maken, zich belachelijk maken, sleutels zoeken, hun knieën stoten, karakter tonen, hoesten of krabben, wakker liggen, rennen om niet te sterven, stofzuigen, de vaartwasser inruimen, praten over ambities, de waarheid omzeilen, gekwetst worden, kou vatten, klappen voor andermans succes, op vakantie gaan, brood smeren, verbranden, hunkeren, zich vergissen, zich laten koeioneren, zich niet laten kennen, interesse veinzen, voortploeteren tot die ene dag dat ook zij iemand achter zouden laten. De gekte om door te gaan hoefde alleen maar ietsje groter te blijven dan de gekte om er voortijdig mee te kappen.” (waarbij vooral die laatste zin op adembenemend akkurate wijze samenvat wat het betekent om in leven te zijn).

Het is vooral in de bespiegelingen van deze aard dat ik talent herken. Talent om te ontroeren, te verontrusten, onbehaaglijk te maken, aan het denken te zetten. Geen klein talent nee. Dus. Ben ik waardig nu, mag ik blijven? En mag ik nu ook Anke zeggen?

Anke Scheeren Blauw of de kleur van blijdschap

Blauw of de kleur van blijdschap

  • Auteur: Anke Scheeren (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 27 februari 2025
  • Omvang: 232 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,50 / € 12,00
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de tweede roman van Anke Scheeren

‘Wat vind je zo mooi aan Mongolië, Egbert?’
‘Dat het er leeg is.’
‘Wat vind je zo mooi aan de leegte?’
‘Dat er niks is.’
‘Maar dan ben jij er ook niet meer.’
‘ja.

Onverwacht stuurt zijn baas de weinig ambitieuze Egbert Klein op missie naar Mongolië. Hij moet de inwoners van het uitgestrekte land overtuigen van de ongekende duurzame mogelijkheden die de wind en de leegte bieden. In Ulaanbaatar verandert hij noodgedwongen in een avonturier met een rolkoffer.

Baluw of de kleur van blijdschap gaat over verlies en hunkering, over jezelf tegenkomen, juist wanneer je er niet naar op zoek was.

Anke Scheeren is schrijver en onderzoeker. Na haar studie psychologie ontving zij een schrijversbeurs van literair tijdschrift Hollands Maandblad. Ze publiceerde verschillende korte verhalen. In 2009 verscheen haar roman De mooiste dagen zijn het ergst. Het boek werd lovend ontvangen en genomineerd voor de Opzij Literatuurprijs en de Selexyz Debuutprijs.

Bijpassende boeken en informatie

Antonío Lobo Antunes – De omvang van de wereld

Antonío Lobo Antunes De omvang van de wereld recensie en informatie van de inhoud van de Portugese roman. Op 26 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Van Maaskant Haun de Nederlandse vertaling van de roman O Tamanho do mundo, geschreven door de uit Portugal afkomstige schrijver Antonío Lobo Antunes. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijver en over de uitgave.

Antonío Lobo Antunes De omvang van de wereld recensie en informatie

  • “Een bijna minimalistische opera (tussen een druppende kraan
    en krakende meubels) vol herhalingen van het leven van alledag,
    met als een van de hoofdthema’s het geheugen, die kist met
    fetse afdankertjes vol overbodige gebeurtenissen en nutteloze
    herinneringen.” (O Público)
  • “Zeggen dat niemand schrijft als Lobo Antunes is zowel een
    gemeenplaats als de hoogste lof die je hem kunt toezwaaien.” (Ponto Final Macau)

Recensie van Tim Donker

Zou dit niet ook Veghel kunnen zijn
maar het is Veghel niet

Zou dit niet ook Port Bannatyne kunnen zijn
maar het is Port Bannatyne niet

Zou dit niet ook Vilaxoán kunnen zijn
maar het is Vilaxoán niet

je denkt zou dit niet elders kunnen zijn of overal, maar het is Lissabon en dat is ook een moje stad, al prefereer je O Porto maar als ver als een locatie om meer dan driehonderd bladzijden lang te vertoeven gaat kun je niet klagen, zeker niet omdat het een verhaal is dat ook hier zou kunnen zijn, of daar, of daar nog

in de stemmen die opklinken

vier stemmen klinken op

Vier stemmen klinken op. Een oude, rijke fabriekseigenaar die een groot deel van zijn leven bezig is geweest zijn imperium te bestieren en dierhalve voor niet heel veel andere dingen tijd heeft gehad. Een vrouw, de dochter van de rijke fabriekseigenaar, maar dochter vooreerst in bloed, ze is het kind dat hij toen hij jong was verwerkte bij een fabrieksarbeidster werkzaam in de fabriek die toen nog van zijn vader was; toen de dochter klein was, was de man vaak in het souterrain waar ze leefde met haar moeder maar later verdween hij meer en meer in zijn werk, en nu is het meisje volwassen en moet zijn bedrijf gaan overnemen. Een andere jonge vrouw is de persoonlijk verzorgster van de oude man. Een advocaat die een relatie onderhoudt met één van zijn cliënten, niet toevallig de verzorgster van de oude man die haar deel van de erfenis veilig gesteld wil zien; de advocaat weet wel hoe het geld van de man in te pikken en ook hoe voornamelijk hijzelf daar beter van kan worden.

Geld, een oude man, jonge vrouwen, een door haar vader in de steek gelaten dochter; je kan denken dit zal wel een thriller zijn over haat en macht en wraak en wellust. Maar neen.
Of je denkt dit moet een moderne variant van een Grieks drama zijn over vaders die onttroond worden en kapitalen die verdwijnen. Maar neen.
Of je denkt dit is allicht een pamflettistisch geschrift over vaders die hun verantwoordelijkheid niet nemen, en oude mensen die uitgebuit worden, en het geld dat alles zodanig regeert dat er geen plaats meer is voor mededogen, en zachtheid, en liefde. Maar dat is het ook niet helemaal.

De omvang van de wereld is een suite voor vier stemmen, die zich gaandeweg het boek meer en meer in elkaar wikkelen, en die spreken over verloren jeugd, over eenzaamheid, over stilte, over verlangen, over onvermogen, over genegenheid, over gemis, over verkeken kansen, over ouderdom, over leven, over sterven. Over de beelden die je altijd met je meedraagt. Over alles wat voor immer buiten het bereik is komen te liggen. Over het zijn van het zijnde dat het karakter heeft van het erzijn.

Sentrale figuur is allicht de oude man. Hij is ziek, hij is stervend, en, welja, op het eind is hij dood. Hij stal, min of meer toch, de fabriek van zijn vader, hij verwekte een dochter waarnaar hij op zeker ogenblik niet meer omkeek, hij is rijk en hij is alleen. Je denkt dat zal wel een verschrikkelijke vent zijn. Maar in zijn kop zitten al die beelden, die beelden van zijn dochter en van haar moeder, en hij is vervuld van warmte. Steeds opnieuw komen de herinneringen terug aan hoe hij zijn dochter duwde op de schommel, hoe hij deed alsof hij haar neus stal, hoe hij een horloge op haar pols tekende zodat ze altijd op tijd zou komen. En keer en keer opnieuw valt de enorme liefde op die hij had voor zijn dochter, en voor haar moeder. De liefde die zelfs de wrangste scenes mooi maakt. Zo is er, losstaand van de dochter en van haar moeder, de scene waarin de oude man de fabriek eenzijdig overneemt van zijn vader. Die vader komt de directiekamer binnen op het moment dat de zoon de papieren ondertekent waarmee de overdracht een feit is. De vader denkt, hoopt, dat het één of andere misplaatste grap is, wordt steeds wanhopiger, verlaat uiteindelijk het terrein. Maar doorheen dat alles zitten herinneringen -ja herinneringen binnen herinneringen- aan de jeugd van de vader (de vader van de hoofdpersoon) (de hoofdpersoon zelve is ook vader) (alles spiegelt zich in alles) (de belangrijkste personen blijven bovendien naamloos waardoor iedereen nog meer op iedereen gaat lijken) (maar daarover later meer): toen hij een kleine jongen was en soep gevoerd kreeg door het dienstmeisje, uit een bord waarin op de bodem een vrolijke kikker getekend stond die over een al even vrolijke schildpad sprong (want toen die vader klein was glimlachten alle dieren: schildpadden, kikkers, olifanten, pinguïns, er bestond niet één dier dat niet gelukkig was) en later brengt het dienstmeisje de vader-als-jongen naar bed en ze aait hem zachtjes over zijn hoofd zodat hij er rustig genoeg van wordt om in slaap te vallen, en het is mooi en lieflijk en ook een beetje droevig, en het is niet helemaal zeker of die vader zich het herinnert of dat de zoon zich herinnert hoe de vader zich dit in die herinnering misschien herinnerde, want heden en verleden lopen hier, zoals over elders, voortdurend door elkaar.

En de dochter woonde in een klein souterraintje met haar moeder terwijl haar heel erg rijke vader nergens was, soms kwam, en dan weer dagenlang wegbleef, en uiteindelijk zelfs nooit meer kwam, en je denkt zij zal wel een diepe wrok koesteren tegen haar vader. Maar toch, ook hier overheerst warmte en liefde en iets van gelukzaligheid als zij terugkijkt op haar jeugd, waarbij veel van de beelden terugkomen die ook de vader zich graag herinnert. Misschien tekent hij als oude man opnieuw een horloge op haar inmiddels volwassen pols, misschien is dit alleen maar een wensgedachte, misschien ziet ze hem nooit in de fabriek waarin zij nu ook een hoge positie bekleedt, klaar om in zijn voetsporen te treden, misschien is er soms ook weerzin, en boosheid, maar het tast nooit de beelden van vroeger aan die onverkort mooi blijven.

En de vrouw, bijkans een meisje nog, die voor de oude stervende rijke man zorgt en die, denkt de lezer in eerste instantie toch, alleen maar op zijn geld uit lijkt te zijn, wat een harteloos mens moet dat zijn zeg. Maar neen. Weeral neen. Ze voelt genegenheid voor de man, innige genegenheid, bij tijd en stond kon het lijken op lichamelijk genegenheid, betoont ze hem ook sexuele diensten?, heeft ze erotiese fantasieën over hem?, of gaat dat over een andere man, over andere mensen, want mensen en plaatsen lopen hier, zoals over elders, voortdurend in elkaar over.

Zelfs de advocaat. Ja. Bij eerste blik voldoet hij helemaal aan het clichébeeld van de snelle jongen. Protserige auto, veel vriendinnen, en hij zal het deel van de erfenis waar de verzorgster recht op heeft, of in ieder geval denkt te hebben, wel even veilig stellen en er en passant voor zorgen dat het leeuwendeel in zijn eigen handen zal vallen. Zelfs dat soort van mens, dat eerst zo banaal en stereotype wordt neergezet weet Lobo Antunes met elke volgende penseelstreek nee elke volgende maat in deze suite steeds een klein beetje sympathieker te maken. Ook hij is maar een sukkelaar, een mens met zijn onvermogens, een man die een lange weg heeft afgelegd om zijn dorpse en wat armoedige jeugd te ontvluchten. Vol liefde denkt hij terug aan een zekere meneer Baptista die hij gekend heeft toen hij jonger was en “het” probeerde te maken in de grootstad die Lissabon was. Misschien was deze Baptista een soort mentor, of een oudere collega, of een (huis)baas ofzo; alleszins een oudere man die hem eindsweegs op zijn weg geholpen heeft, en nu een grote rol speelt in zijn herinneringen. Een man die er nu niet meer is, of die hij in ieder geval nooit meer ziet, en van wie hij overduidelijk gehouden heeft. Ook mensen die je voor nietsontziend houdt hebben verhalen, hebben een verleden, hebben plekken waar ze geraakt kunnen worden. De zachtheid onder de hardheid is waar Lobo Antunes je iedere keer weer naar terug weet te brengen.

En dan kan je redeneren dat de oude rijke zieke stervende man de hoofdrol heeft want om hem heen sirkelen ook de andere verhalen, en sommige van zijn herinneringen worden gedeeld door alle verhaalfiguren

Ook kan je redeneren dat de hoofdrol in De omvang van de wereld voor de tijd is. Tijd als fictie. Tijd als concept. Tijd als mars. Tijd als ideologie. Tijd als methodologie. Tijd als religiesurrogaat. Tijd als imperialisme. Tijd als vernedering. Tijd als automatisering. Tijd als koopwaar. Tijd als verzet. Tijd als grote gelijkmaker. En je zit daar in je huis en er speelt die seedee van Steve Westfield en hij zingt life is too long en o hoezeer je het altijd bent eens geweest met die woorden, zeker toen er alleen nog maar het verleden was en het oneindige wachten en alles hetzelfde was als voorheen alleen dat je nu wist wat je miste, maar in de achteruitkijk, in de blik terug (in blik terug ontstaan de dingen die onze liefde aan ons binden) was het nog maar gisteren dat je terugliep, in je doje eentje, het hele eind van kleuterschool het Heitje op de gasthuisstraat naar jullie huis aan de oudartstraat, een grote grijns op je gezicht want mamma ging nog al eens opkijken dat je m dat zo helemaal alleen gelapt had, en zo ook vliegen de levens hier. De vader van de oude man was ooit kind, de oude man zelf was ooit jong en duwde zijn dochter op de schommel, de dochter die kind was in het souterrain, de advocaat die kind was in een dorp ergens in Portugal. In hun jeugd, of in ieder geval in het herinneren van de jeugd, zijn alle vier de levens merkwaardigerwijze gelijk. Soms lijkt het alsof hun brein een loopje met hun neemt en alsof een herinnering van een ander in hun kop terecht is gekomen want ja soms werken breinen zo. Iedereen heeft herinneringen waarvan hij met recht kan aannemen dat het niet bijster waarschijnlijk is dat ze precies zó gegaan zijn als ze herinnert worden; je brein gooit dingen door elkaar, heeft er een laag overheen gelegd, verwart jouw verhalen met gelijkende verhalen van anderen; en ook zijn er dromen die zo levendig waren dat je achteraf niet meer goed weet of het nu iets is dat je echt hebt meegemaakt of iets dat je alleen maar hebt gedroomd ooit. Maar veel vaker is het gewoon het gelijkende, de grond waarin allen, of velen toch, geworteld zijn. Drie van de vier verhalen figuren groeiden op in een dorp en kijken dierhalve uit op gelijkaardige vergezichten. De wouwen, de genetkatten. Maar ook levens in het algemeen lijken op elkaar. Iedereen heeft wel die oude vrouw in de buurt die boodschappen doet met zo’n boodschappentas op wielen waarvan een van de wieltjes het niet goed meer doet; er was altijd wel iemand die altijd een lucifer of tandenstoker in zijn mond had; altijd werkt er iemand met rood haar op kantoor zoals ook altijd een dikzak. Iedereen heeft wel ergens in zijn leven diepe genegenheid opgevat voor iemand, iedereen heeft aandoenlijke beelden over de eigen jeugd in het hoofd; iedereen probeert iets te ontvluchten of juist weer iets terug in handen te krijgen. Levens zo dissonant eindigen in harmonie. We waren klein en we zijn eigenlijk nooit echt groot geworden. Dat is waarom je zeggen kan dat de waarlijke hoofdrol hier (en overal elders) voor de tijd is.

Maar toch zeg ik neen. Want de feitelijke hoofdrol wordt bij António Lobo Antunes opgeëist door taal. Door die fantastiese, muzikale, hypnotiese, bezwerende prachttaal van hem. Elk hoofdstuk bestaat uit één lange zin die voortdurende onderbroken wordt (soms zelfs midden in een woord) door beelden, uitspraken, flitsen uit een verleden. Lange zinnen die voortrollen (als de tijd ja) en het ene bloedmoje beeld op het andere nog veel mojere beeld stapelen. Soms schittert er iets bovenuit dat er om vraagt hardop voorgelezen te worden, “de klok in de gang met zijn brede heupen [die] vette uren schommelde”, bijvoorbeeld, of “de wereld bestaat uit allerlei flauwekul die niet bestaat”, hoe een waar woord trouwens daar, of alles waarmee eenzaamheid vergeleken of aan afgemeten kan worden: “eenzaamheid kun je afmeten aan het kraken van de meubels ’s avonds”; “eenzaamheid is een hapje dat nog niet bij de keel is aangekomen”; “eenzaamheid meet je af aan je verborgen verdriet”; “eenzaamheid is een leiding die trilt in de muur”; “eenzaamheid kun je afmeten aan de paniek van de ziekenwagens op straat”; “eenzaamheid meet je af aan de lege yoghurtbakjes met een koffielepeltje erin vergeten op het aanrecht”. Maar ook de vele terugkerende beelden, zinnen, of zelfs hele passages, niet zelden letterlijke herhalingen, fungerend als ritmiese refreinen in dit meerstemmige muziekstuk. En dan, om de genialiteit naar een nog hoger nivo te tillen, af en toe het doorbreken van de vierde wand, of hoe heet dat in literatuur, het doorbreken van de derde kaft ofzo, in ieder geval de momenten waarop het boek zich expliciet als boek laat kennen middels zinnen als “denkt u maar wat u wil, want dit is geen roman maar een sprookje” of “zo meteen komt er een eind aan dit boek en dan vergeten ze ons” (en verhaalfiguren willen zich niet laten doen, vraag dat maar na aan Dregke en aan t schrijverken).

Dit is het mensen.
Dit is dat soort boek.
Dit is weer eens het soort boek om enorm dankbaar voor te zijn. Dat het op je pad kwam. Dat je het las. Dat het moois doorheen je ogen in je kop mocht komen.

Dan val ik op mijn knieën en dan dank ik António Lobo Antunes

Dan val ik op mijn knieën en dan dank ik Harrie Lemmens, die dit onnavolgbaar moje boek zo onnavolgbaar goed vertaald heeft en zodus bereikbaar heeft gemaakt voor al wie geen Portugees spreekt (nog altijd meer mensen, denk ik, dan die die dat wel doen).

Ik kende hem niet, deze António Lobo Antunes. Wel had zijn schrijfstijl van meet af aan iets bekends voor me, en ik stond voor mijn boekenkast en greep boek na boek eruit, denkend, waar ken ik dit ookalweer van, die door- en doorgaande zinnen, die onderbrekingen, die tussen haakjes gezette beelden, uitspraken, flitsen?, en ik stond daar maar en stond daar maar en zocht maar en zocht maar, maar ik vond het niet. Misschien is de stijl van Lobo Antunes zó overweldigend dat hij je al na een paar regels zodanig in zijn ban heeft dat het lijkt alsof je nooit anders gekend hebt (zulke ontmoetingen heb je ook, met mensen, zij het maar één of twee keer in je leven).

En ook dat is het weer mensen. Hier is voor mij een nieuwe held geboren. António Lobo Antunes. Nu wil ik alles van hem lezen. Dat is lang geleden: dat een boek meer dan een voorzichtige nieuwsgierigheid naar de rest van het oeuvre van de schrijver in mij wakker riep; dat het een razende leeshonger losmaakte, dat ik elk laatste woord van hem kennen wilde. Dat is geleden van de dagen dat ik het werk van JMH Berckmans leerde kennen en dan spreken we denk ik van de jaren negentig of hooguit de vroege jaren 00. Decennia later is het er dan weer. Deze schrijver die ik niet kende wil ik kennen nu tot op het bot. Vierendertig romans schreef António Lobo Antunes (naar het schijnt is het onderhavige boek het laatste dat hij schrijven zal) en veertien ervan (plus een brievenboek) heeft Harrie Lemmens in het Nederlands vertaald (wederom val ik op mijn knieën en dank ik Harrie Lemmens). Die wil ik allemaal lezen (bij welke uitgeverij(en) eigenlijk, Lemmens?). En als ik de veertiende uit heb, heb jij hopelijk gedaan met het vertalen van die andere twintig.

Antonío Lobo Antunes De omvang van de wereld

De omvang van de wereld

  • Auteur: Antonío Lobo Antunes (Portugal)
  • Soort boek: Portugese roman
  • Origineel: O Tamanho do mundo (2022)
  • Nederlandse vertaling: Harrie Lemmens
  • Uitgever: Van Maaskant Haun
  • Verschijnt: 26 februari 2025
  • Omvang: 340 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 27,00 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van de Portugese schrijver Antonío Lobo Antunes

Het verhaal in De omvang van de wereld wordt verteld door vierpersonages (stemmen). Als eerste is daar een 77-jarige zieke industrieel, om wie alles draait, die zijn leven overziet aan de hand van vervagende herinneringen. Als jongeman heeft hij een kind verwekt bij een meisje dat in een fabriek van de familie werkte. Dat kind, een dochter, is de tweede stem. Op latere leeftijd wordt ze door haar vader in dienst genomen met de bedoeling hem op te volgen. De industrieel woont in een appartement in Lissabon, met uitzicht op de Taag, in het gezelschap van een jongere dame afkomstig uit zijn geboortedorp (de derde stem) die samen met
haar minnaar, een advocaat (de vierde stem), zijn bezittingen probeert weg te sluizen.

Hoe dat afloopt, is niet van belang: wat telt zijn de met elkaar vervlochten levens van de vier personages, die afwisselend het woord nemen in negentien hoofdstukken, waar seks als een rode draad doorheen loopt. Afgezien van de oorlog komen alle hoofdthema’s van Lobo Antunes in deze terugblik met autobiografsche elementen aan de orde: de kinderjaren, het dorp en de stad, het geheugen, de eenzaamheid, tekortkomingen en een onoverbrugbare afstand. Het verhaal is zeer beeldend en zit vol humor. Met dit boek heeft Lobo Antunes zijn gigantische oeuvre waardig afgesloten.

António Lobo Antunes is geboren op 1 september 1942 in Lissabon.  Hij werd opgeleid tot psychiater en diende als arts in Angola tijdens de koloniale oorlog. Na zijn terugkeer naar zijn vaderland, in 1973, ging hij aan de slag in een psychiatrisch ziekenhuis in Lissabon. Hij debuteerde als schrijver in 1979 met een furore makende roman over zijn echtscheiding, Memória de Elefante, nog in hetzelfde jaar gevolgd door de wrange monoloog De judaskus (1979), waarin een man diep getraumatiseerd terugkeert uit actieve dienst in Afrika. Het betekende na een landelijke ook zijn internationale doorbraak en vormde het begin van een indrukwekkende reeks romans, waarvan De omvang van de wereld (2022) de laatste is.

Bijpassende boeken en informatie

Alessandra Selmi – Aan deze kant van de rivier

Alessandra Selmi Aan deze kant van de rivier recensie, review en informatie over de inhoud van de Italiaanse roman.  Op 26 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij A.W. Bruna de Nederlandse vertaling van de op waarheid gebaseerde roman van de uit Italië afkomstige schrijfster Alessandra Selmi. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster, de vertaalster en over de uitgave.

Alessandra Selmi Aan deze kant van de rivier recensie

  • “Een weergaloze roman waarbij feit en fictie zich met elkaar vermengen.” (Corriere della Sera)
  • “Met een verloop dat doet denken aan – en misschien is dat geen toeval – dat van een rivier. Dit meeslepende verhaal van Alessandra Selmi stroomt langs vriendschappen, liefdes, grieven, jaloezieën, hoop en ambities.” (ELLE)
  • “Een meeslepende roman die de geschiedenis vermengt met menselijke verhalen.” (Io, Donna)

Recensie van Monique van der Hoeven

Aan deze kant van de rivier is de Nederlandse vertaling van het in 2022 uitgegeven historische roman van de Italiaanse schrijfster Alessandra Selmi.

Het verhaal speelt zich af in Noord Italië aan de oever van de Adda. De rijke Cristofori Crespi voert een plan uit, om een fabriek te bouwen met daarbij een dorp waar de arbeiders van deze fabriek zullen komen te wonen. Het is de tijd van de industrialisatie en er komen veel veranderingen in de levens van mensen. Er worden verhalen verteld van heel veel verschillende personages, van rijk tot heel arm, waarvan maar een paar personages er voor mij met hun verhaallijn uitsprongen, dat van de jonge Emilia, die na het overlijden van haar ouders als dienstbode in het dorp komt wonen, en dat van Silvio, zoon van de rijke familie. Er ontstaat een levenslange, bijzondere en niet altijd gemakkelijke vrienschap tussen de twee. Ik vond het zelf nogal lastig om de verschillende verhaallijnen te volgen en ten opzichte van elkaar te plaatsen, zeker in het begin van de – 590 pagina’s tellende! – roman.

Toch blijft het boek wel boeien – het historische verhaal is er namelijk één op zichzelf! En de schrijfster kan heel beeldend vertellen, het voelt alsof je naar een film zit te kijken. Weinig schokkende gebeurtenissen, maar je wilt toch graag meegenomen worden door de tijd.

Het is mooi om te lezen dat de katoenfabriek met het bijbehorende dorp echt bestaan – sinds 1995 staat de fabriek op de Werelderfgoedlijst. Wat ik ook leuk vond is dat er veel dialect voorkomt in het boek.

Een fijn boek om te lezen en aanrader als je van historische romans houdt! Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Alessandra Selmi Aan deze kant van de rivier

Aan deze kant van de rivier

  • Auteur: Alessandra Selmi (Italië)
  • Soort boek: Italiaanse roman
  • Origineel: Al di qua del fiume (2024)
  • Nederlandse vertaling: Saskia Peterzon-Kotte
  • Uitgever: A.W. Bruna
  • Verschijnt: 26 februari 2025
  • Omvang: 560 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van Alessandra Selmi

Het is maar een klein stuk grond, in de vorm van een driehoek en begrensd door de rivier de Adda. Maar in 1877 vertegenwoordigt het voor Cristoforo Crespi de toekomst. Hij, de zoon van een wever, wil hier een moderne katoenfabriek laten verrijzen, en vooral een dorp voor arbeiders zoals Italië nog nooit heeft gezien: met een kerk, school en comfortabele huizen. Cristoforo zal alles op het spel zetten om die droom te verwezenlijken. Zijn geld, reputatie en zelfs de relatie met zijn broer.

Het leven van de jonge Emilia verandert op de dag dat ze naar haar nieuwe dorp verhuist. Zij is de dochter van een van de meest loyale arbeiders van de Crespi’s. Haar verhaal zal in de loop der jaren onlosmakelijk verbonden raken met dat van de andere inwoners, met hen beleeft Emilia de kleine en grote gebeurtenissen van de geschiedenis. Maar ook zal het lot haar pad laten kruisen met dat van erfgenaam Silvio Crespi. Ondanks de sociale kloof tussen hen ontstaat er een bijzondere band. Emilia zal de steun zijn van Silvio op het moment dat de Crespi’s – misschien te rijk, te trots, te arrogant geworden – alles dreigen te verliezen.

Bijpassende boeken

Jennifer Saint – Hera

Jennifer Saint Hera recensie en informatie over de inhoud van de mythologische roman van de Engelse schrijfster. Op 26 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Orlando de Nederlandse vertaling van Hera, de roman over de onsterfelijke godin en dochter van de oude Titaan Kronos en de zus van Zeus, geschreven door Jennifer Saint. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Jennifer Saint Hera recensie en informatie

  • “Een uitzonderlijke prestatie […] Hera is een originele bespiegeling over de Griekse Oudheid.” (Elodie Harper, auteur van Het wolvennest)
  • “Een epische roman […] Onvergetelijk.” (Costanza Casati, auteur van de roman Klytaimnestra)
  • “Een levendige hervertelling.” (The Times)

Recensie van Monique van der Hoeven

En dan is – eindelijk! – Hera aan de beurt in de geweldige serie met hervertelligen door de Britse schrijfster Jennifer Saint. Ik las eerder al met veel plezier de verhalen van Elektra, Ariadne en Atalanta van haar. En nu dan Hera – de grote godin, de vrouwelijke god naast de machtige Zeus?

Het boek begint met de overwinning van de Olympiërs op de Titanen. We leren Hera kennen met een zacht eerbetoon aan Gaia “een heilig ogenblik voor de moeder die hen allen heeft gebaard”. Een prachtig feminien moment.

De relatie tussen Zeus en Hera is op zijn zachtst gezegd bijzonder. Hera houdt zich, allermenselijkst, bezig met “de wereld” – ze ziet Gaia als creatrix van de schepping. Zeus creëert poppetjes van klei. Een mooie verwijzing naar hoe “eigenaarschap” van de “scheppende kracht” historisch is overgegaan van vrouwen op mannen. Zeus en Hera doen in het begin nog veel samen, maar Zeus wordt steeds individualistischer. “Hij wil mijn kracht bij de zijne voegen, om zijn positie te verstevingen” (aldus Hera).

Zeus heeft ook niets met het huwelijk. Hij zegt:  “Het huwelijk is jouw domein, niet het mijne”.

Hera wordt woest en zint op wraak. Ze hoopt dat haar kinderen haar daarbij van dienst kunnen zijn.

We lezen het verhaal van de machtige goden van de Olympus, maar deze keer verteld gezien door de ogen van Hera. Ze komen allemaal aan bod: Hestia, Demeter, Artemis, Apollo, Poseidon en nog veel meer.

Er zijn op dit moment veel hervertellingen van oude verhalen en mythen, vooral ook vanuit vrouwelijk perspectief. Die van Jennifer Saint springen er voor mij echt enorm uit. Ze is een rasvertelster en haar vrouwen zijn daadwerkelijk menselijk en krachtig. Kom maar op met de volgende roman!

Zeker lezen dus! Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Jennifer Saint Hera

Hera

  • Auteur: Jennifer Saint (Engeland)
  • Soort boek: mythologische roman
  • Origineel: Hera (2024)
  • Nederlandse vertaling: Saskia Peterzon-Kotte
  • Uitgever: Uitgeverij Orlando
  • Verschijnt: 26 februari 2025
  • Omvang: 400 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 16,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe mythologische roman van Jennifer Saint

Het meeslepende verhaal van de machtige Griekse godin Hera.

Als Hera, onsterfelijke godin en dochter van de oude Titaan Kronos, haar broer Zeus helpt om hun tirannieke vader ten val te brengen, droomt ze ervan om aan zijn zijde te regeren. Terwijl ze hun heerschappij op de Olympus vestigen, vermoedt Hera dat Zeus weleens net zo meedogenloos en wreed zou kunnen zijn als de vader die ze hebben verraden.

Ze is geboren om te heersen, maar moet ze daartoe deze cyclus van geweld en wreedheid bestendigen? Of kan ze een manier vinden om een betere wereld te creëren?

Hera wordt vaak afgeschilderd als de jaloerse echtgenote of de boze stiefmoeder, maar deze hervertelling van de Griekse mythologie laat de vele kanten van Hera zien: wraakzuchtig als het nodig is, maar ook meelevend en bovenal een almachtige koningin van de goden.

Jennifer Saint is een Engelse schrijfster. Ze studeerde klassieke talen aan Kings College in Londen en werkte daarna dertien jaar als docent. Ariadne, haar veelgeprezen debuutroman veroverde de bestsellerlijsten en verscheen in vele landen in vertaling. Ook haar volgende romans Elektra en Atalanta werden een groot succes.

Bijpassende boeken en informatie