Tag archieven: boekrecensie

Dean Bowen – Mascr

Dean Bowen Masc:r recensie, review en informatie over de inhoud van de dichtbundel. Op 10 februari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Pluim het boek met gedichten van .deanbowen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Dean Bowen Masc:r recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Masc:r, het boek met gedichten van Dean Bowen, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Dean Bowen Masc:r recensie van Tim Donker

wat is deze tijd. waarom dit vooruitgaan. waarom deze tijd. waar was ik in 2018, & ook:, waarom denk ik altijd dat het was het jaar dat mijn vader overleed en dat ik liep en dat ik ging doorheen het Eindhoven waar hij toen woonde, en lopen, en gaan, om een boek te kopen bij zijn vaste boekhandel maar dat kan het niet geweest zijn want hij overleed in 2015 dus het moet een elders geweest zijn, een elders ergens anders, een boekhandel en we waren een weekendje weg misschien, een weekje zou ook nog kunnen, in een hoek van Nederland, of misschien een andere hoek, stond ik, in een of andere boekhandel, zeer waarschijnlijk samen met mijn kinderen & hoe oud waren die toen, vijf en drie, kunnen niet ouder geweest zijn dan dat en we stonden in een boekhandel in deze hoek van Nederland of in een andere, altijd gingen ze mee met mij als ik een boekhandel zag en erin wou, in die andere hoek van Nederland of in deze, en ik zag, toen, in dat 2018 geheten jaar ja viel mijn oog op: _ . het viel. het was. Bokman en de dichter heette. de dichter was. Dean Bowen. en het sprak. en het zei. dingen over het afwerpen van het poreuze instrument of wist jij veel je las maar half je had één oog op je kinderen die daar rond liepen en die terugkwamen met dingen. dingen waarvan je niet eens wist dat een boekhandel die verkocht. dingen als. wel. wist jij veel. poppetjes. stickervellen. potloden. dingen. en dingetjes. het was wat je kocht die keer poppetjes stickervellen potloden dingen dingetjes en bokman.

en ik weet niet. of ik las ook. in 2018. of later misschien. menig een maand toch. heb ik gedaan over. Bokman. het was denk ik. hoe hermeties het was. er is een hermetisme (noem je dat zo?) waarvan ik hou, het is het hermetisme dat de lezer terugwerpt op de taal, die taal tot zingen brengt, er is niets dan de woorden, het zijn de woorden konkreet het is de poëzie konkreet, het verwijst alleen maar terug naar zichzelf en het is dat golven op woorden het is dat drijven op taal waar ik zo van hou want je hoeft het niet te zoeken buiten de direkte woorden of buiten de onmiddellijke taal je hoeft alleen dat drijven maar je hoeft alleen dat dobberen maar je hoeft alleen maar de muzikaliteit en dit dansen is het enige dat je nog moet. en er is een hermetiek (noem je dat zó?) waar ik minder van hou & dat is de hermetiek die pretenties heeft meer te zijn dan het in zijn naakte zijn is; de woorden spellen een kode die de lezer kraken kan als hij net zo intelligent is als de dichter, dat heet, als hij zich -ooit- laafde aan dezelfde bronnen en in zijn hoofd dezelfde mythologie dezelfde filosofie dezelfde klassieke literatuur dezelfde bijbel stromen weet. in Bokman leken beide hermetismen te stromen en ik wist niet, ik las nu weer wel en dan weer niet, de bundel werd een zwerfboek dat steeds op andere plekken in mijn huis weer opdook, op het eind, we waren al maanden later, vond ik het niet slecht en niet geweldig, er was een bodem die Bowen opeiste en die bodem kreeg hij het was een plank in mijn poëzielkast.

en steeds het vooruitgaan. waarom het vooruitgaan. hoe kan het inmiddels weeral acht jaar later zijn die zich helemaal niet hebben voorgedaan als acht jaren maar als een week of okee als een maand of zeg ik langer misschien. een andere bundel van Dean Bowen bereikt mij & ditmaal is het via de recenseertafel. Masc:r. zo heet de bundel. en wederom. een vraag naar. een vraag naar geboren zijn, en dan. uit gelaagde opmaak is hij geboren, zo stelde hij in Bokman en in Masc:r gaat dat verder over de jongen die geboren is zonder gezicht, onder de nimmerzon of in de immernacht.

wat het zeggen wil deze mens te zijn dit ras te zijn deze sexe te zijn.

het zoeken.

Bowen zoekt en de lezer zoekt mee.

doorheen, niet anders dan bij Bokman, verschillende taallagen.

want: meer nog dan in Bokman zingt een andere taal een partijtje mee. je zoekt de man die je hebt te zijn in al je moedertalen:

“you’re a man. sta op & be a man. sta op & make hard decisions & be a man. sta op & sacrifice & be  a man. sta op & make unpopular decisions & be a man. sta op & learn to be comfortable in your own skin & be a man. herhaal. & herhaal. sta op & if you aren’t comfortable being alone with yourself, take control & be a man. sta op & figure out how you become a man & then become one. sta op & be responsible for others & be a man. sta op & take accountability & be a man. herhaal & herhaal.”

die man zijn. die man te schrijven:

“schrijf de man uit de god uit de hemel die geschept uit de vraag wie wij meer als we kwijt uit het lijf dat gebukt in de zon in de greep van de man die ik schreef uit de god uit de hemel omdat wij zijn verscheurd in de bek van het beest dat verscheen in de het hart van de man die ik schrijf uit de god uit de hemel die gevolgd door het volk dat verdwaald in het licht van de zon dat te scherp voor het oog van de man die ik schreef uit de god uit de hemel die ik vond in het boek dat vertelt van de man uit de god uit de hemel […]”

–

de man
het menszijn
de taal

te zoeken in de boeken in het bloed in het land in de afkomst. deed Dean Bowen in Bokman en doet. Dean Bowen in Masc:r. maar meer nog dan in Bokman laat hij in Masc:r de taal buiten de oevers treden tot het aan andere talen raakt (of: andere talen overstromen doet). dat heet. met name. of nog. alleen nog. Engels. het Nederlands en het Engels, het duister en het licht, het hermetisme en de poëzie. en ik dacht (stond mezelf toe te denken) dat Masc:r de bundel is die Yves Coussement en Seth Abramson samen hadden geschreven als je ze met elkaar in een kamer had opgesloten. maar ik heb geen idee waar Yves Coussement is gebleven en of hij überhaupt nog schrijft en hee “professor” Abramson schrijft alleen nog maar non-fictie boeken over het grote gevaar dat Donald Trump vormt voor (de democratie in) Amerika, en voor de wereld, en voor het leven op  aarde in het algemeen. dus laat Dean Bowen maar. Masc:r schrijven helemaal in zijn eentje en overtalig zijn en over alle grenzen heen zingen en alle muzikaliteit inzetten in de inkt van deze bundel.

en ik dacht (stond mezelf toe te denken) hoe mooi het zou zijn om de taal in Masc:r tot een werkelijk zingen te brengen; hoe mooi zou het zijn om Dean Bowen op toernee te laten gaan met Het Beukorkest. maar ik heb geen idee hoe hard dat orkest nog beukt in deze tijden, ik vroeg het ooit aan Johnny Dowd en ook hij wist het niet (na een optreden schudde ik hand met Dowd en keek hem in de ogen, dat waren nu pas met recht eyes like black holes in the sky) maar misschien is de muziek van deze bijna zeventig pagina’s hier al mooi genoeg.

misschien moet je als lezer alleen maar meedrijven op de golven van het zingen.
misschien moet je als lezer alleen maar meegaan in de zoektocht naar wat het betekent.

mens te zijn onder de mensen
(man onder de mannen)
(en daartussen misschien iets wat je thuis zou kunnen noemen
(beschouw deze flat een realiteit waarmee je te maken hebt);
alle mensen:

“een vriend werd vader acht jaar na de geboorte van zijn kind. een vriend is manisch vandaag & vraagt alweer niet om hulp.”; “een vriend is alleen, de meeste dagen. een vriend is mishandeld door zijn moeder maar spreekt geen kwaad van de doden. een vriend bezwijkt elke dag onder het gewicht van zijn gezin. een vriend stierf alleen. een vriend zal nooit zijn vader herkennen. een vriend is verkracht & niemand gelooft hem. een vriend drinkt te veel & is de gangmaker op elk feest.”; “een vriend leest zelfhulpboeken & komt niet vooruit.”; “een vriend woont weer bij zijn moeder. een vriend is bang voor de dood. een vriend verraadde een vriendschap & weet dit nog steeds niet. een vriend versierde mijn lief.”  –

want leven en opgroeien en man worden en mens zijn is zulks: pijnlijk en stompzinnig en lachwekkend en schrijnend en moeilijk en zo vol van alles.

van alles dat je aantreft wanneer je geworpen wordt.

(geworpen zijnde)

en meer is dat in één taal uit te drukken valt. normalerwijze ben ik niet bijzonder dol op de manier waarop het Engels het Nederlands meer en meer overwoekert maar Bowen toont klip en klaar dat uit een huwelijk tussen deze twee talen ook een totaal nieuwe schoonheid te puren valt, met als mooiste zin misschien wel: “het was een hot girl summer & iedereen was bezig uniek hetzelfde te zijn but i’ve always liked a good girl.”; ja zo heerlijk gekruid heb ik de boventaligheid niet meer geproefd sedert Richard Nobbe schreef: “Ich will dit allemaal niet. I just want aandacht. I have no need to be joen Gott. Ik heb alleen honger.” –(en gesproken van god; hem aanroepende: wat een prachtbundel Waar iemand woont was, nietwaar?, misschien nog wel een slagje mojer dan Masc:r).

dit is een meerstemmige bundel
dit is een veellagige bundel
& misschien heb je aan twee ogen niet genoeg.

Maar zet je raam op een kier en fluister I remember that bundel. Want je zult. Voor minder of voor meer. Rememberen deze bundel.

Dean Bowen Mascr

Masc:r

  • Auteur: Dean Bowen (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poezie
  • Uitgever: Uitgeverij Pluim
  • Verschijnt: 6 februari 2026
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Afmetingen: 16,1 x 24 x 0,8 cm
  • Gewicht: 136 gram
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 12,99
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst van de dichtbundel van Dean Bowen

Dean Bowen laat vragen, manifesten en gebaren uit de online en offline wereld in dit boek spreken. De stemmen van voorouders, vaders, broeders, vrienden en de vrouwen om hen heen zijn een koor dat dwingend de vraag stelt: wat kan mannelijkheid zijn, en hoe pas je de stukjes van die totale versplintering weer in elkaar?

Dean Bowen debuteerde in 2018 met de bundel Bokman, die voor de C. Buddingh’-prijs werd genomineerd. In 2020 volgde Ik vond geen spoken in Achtmaal. Hij was twee jaar lang stadsdichter van Rotterdam, is program- mamaker, en er is geen podium in de Lage Landen waarop hij niet heeft gestaan.

Bijpassende boeken

Bianca Mastenbroek – Tims stille schreeuw

Bianca Mastenbroek Tims stille schreeuw recensie en informatie kinderboek voor 10+ jaar met illustraties van Monique Dozy. Op 5 februari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Lemniscaat het boek van Bianca Mastenbroek, de Nederlandse kinderboekenschrijfster. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Bianca Mastenbroek Tims stille schreeuw recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Tims stille schreeuw, het nieuwe kinderboek van Bianca Mastenbroek, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Jolien Dalenberg

Tims ouders zijn gescheiden. Er gebeuren allerlei dingen die zijn vertrouwde leven op zijn kop zetten. Zo erg, dat zijn beste vriend Jurre niet meer goed weet hoe hij Tim moet opvrolijken. En dat is best gek, want normaal gesproken is Jurre daar heel goed in. Hij verzint gekke woorden, die alleen Tim en hij begrijpen. Ze gaan samen op schattenjacht. Maar nu niet meer. Tim ligt als een “hombie” (een halfdode zombie) in zijn bed en reageert nergens meer op. Jurre wil niets liever dan Tim helpen. Maar hoe? Dan gebeurt er opeens iets geks. Het lijkt alsof Jurre wordt meegezogen in Tims grauwe massa. Ze komen samen in een donkere ruimte terecht. Waar een heel nieuw avontuur begint. Samen gaan ze op zoek naar Tims geluk, kracht en moed. Daarvoor moeten ze de heks uit het Moeras der Moedeloosheid verslaan. En ondertussen dribbelt er een emmer met ze mee, die telkens een druppel voller komt te zitten. Als de emmer overstroomt, is de tijd op.

Wat een prachtig geschreven boek is Tims stille schreeuw. Al direct zijn de karakters zo springlevend, dat ze je meenemen in het verhaal. De onbesuisde maar loyale  Jurre, de wat meer introverte Tim, ze staan vanaf het begin stevig op papier. Door het perspectief van Jurre in de “grijze wereld” af te wisselen met Tims dagboekfragmenten, ga je steeds beter begrijpen wat er in Tim om gaat én blijft het spannend.

De grijze wereld is een prachtige metafoor voor Tims gedachten, waar Jurre als enig lichtpuntje doorheen dartelt. Dat ook Jurre meer is dan dat, en hij zijn eigen schaduwkant blijkt te hebben, maakt het boek alleen maar interessanter.

Ook de bijfiguren, zoals de ouders, zijn zorgvuldig opgebouwd, waardoor ze volwaardige personages worden. Je begrijpt hun drijfveren. En ze zijn zo geloofwaardig dat je ze soms door elkaar zou willen schudden wanneer ze actie uithalen die eigenlijk niet kunnen.

Tims stille schreeuw is een krachtig verhaal over jezelf beter leren kennen, voor jezelf op durven komen,  de moed hebben om te delen wat je dwars zit, loskomen van verwachtingen, durf, moed en kracht. Hoewel de thema’s best pittig kunnen zijn, wordt het boek nergens zwaar. De band tussen de jongens geeft warmte, de grapjes van met name Jurre houden het luchtig. Daarnaast is het ook nog eens spannend: zal het de jongens lukken om in die vreemde wereld de heks te verslaan.

Een boek met diepte, spanning, humor en emotie dus. Beslist een “must-read’! Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (uitstekend).

Bianca Mastenbroek Tims stille schreeuw

Tims stille schreeuw

  • Auteur: Bianca Mastenbroek (Nederland)
  • Illustraties: Monique Dozy
  • Soort boek: kinderboek (10+ jaar)
  • Uitgever: Lemniscaat
  • Verschijnt: 5 februari 2026
  • Omvang: 260 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 16,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst van het Bianca Mastenbroek kinderboek

Tim heeft iets gedaan wat niemand kan begrijpen. En nu zit hij als een zombie in bed. Hij zegt niets meer en reageert nergens op. Zelfs niet op zijn beste vriend Jurre.

Als Jurre hem probeert op te vrolijken, wordt hij tot zijn verbijstering meegezogen in de duistere binnenwereld van Tim. Het is een magische wereld, die normaal gesproken sprankelt door de kracht en het licht van de Zonneprinses. Maar zij is op sterven na dood. Om haar te redden, zal Tim de heks uit het Moeras der Moedeloosheid moeten verslaan. Alleen al tijdens de tocht ernaartoe zullen Jurre en hij voor hete vuren komen te staan… en de tijd druppelt langzaam weg.

Door dagboekfragmenten van Tim komt de lezer er langzaam achter wat er is gebeurd – en ondertussen moeten Tim en Jurre weer licht zien te brengen in Tims duistere binnenwereld. Tims stille schreeuw kun je niet neerleggen tot het uit is.

Het razend spannende verhaal is in kleur geïllustreerd door Monique Dozy.

Bijpassende boeken

Richard Osinga – Bunker

Richard Osinga Bunker recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Nederlandse schrijver. Op 29 januari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Wereldbibliotheek de nieuwe roman van Richard Osinga, de uit Nederland afkomstige schrijver. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Richard Osinga Bunker recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Bunker, de roman van Richard Osinga, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Wat Osinga in zijn achtste boek mooi laat zien is hoe foutieve informatie mensen tot nadenken en handelen zet vooral uit vrees.” (Theo Hakkert)
  • “Bunker is een literair vernieuwende roman, maar binnen het genre van de toekomstroman is het wel een boeiend boek.” (Saskia Pieterse, Trouw)

Recensie van de redactie

In wat alweer zijn achtste roman is schetst de Nederlandse schrijver Richard Osinga een dystopische gemeenschap die zich probeert te verweren tegen de ondergang van de wereld. De klimaatcrisis neemt zodanig desastreuze vorm aan dat voorkomen niet meer kan en schuilen voor de gevolgen de enige optie is. Tech-ondernemer Nadir wil in de bergen van Kazachstan een bunker laten bouwen die hem en een aantal volgelingen zal beschermen tegen de onvermijdelijke catastrofe.

Een aantal ambitieuze personages zoals Cindy, een advocaat die een succesvolle carrière nastreeft en Jonas een architect die zijn wens tot circulair bouwen is kwijtgeraakt nadat hij zijn geliefde is verloren laten zich meeslepen door de ambitie van de megalomane en niets ontziende Nadir.

Eigenlijk heeft Osinga met Bunker een avonturenroman geschreven met echo’s waarbij hij zich heeft laten inspireren door de werelden die negentiende-eeuwse schrijvers als Jules Verne al creëerden. Hij neemt de lezer mee op een spannende reis door Oeganda, Canada, Haarlem en Kazachstan. Vooral zijn beschrijvingen van de bunker, die de redding zou moeten zijn, is eigenlijk een gevangenis boordevol technologische hoogstandjes, claustrofobisch en beklemmend.

In zijn roman schept Osinga een situatie waarin je begrip krijgt voor de wens tot vluchten van de hoofdpersonages. Een zeker moralisme is ook te vinden in het verhaal, met name in het personage Jonas die uiteindelijk in gaat zien dat het cynisme van de tech-ondernemer Nadir ook tot niets zal leiden. Richard Osinga heeft een spannende dystopische en geladen roman geschreven die desondanks wil wil uitlezen. Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (uitstekend).

Richard Osinga Bunker

Bunker

  • Auteur: Richard Osinga (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschijnt: 29 januari 2026
  • Omvang: 352 pagina’s
  • Afmetingen: 14,5 x 21,7 x 2,7 cm
  • Gewicht: 466 gram
  • Uitgave: gebonden boek / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 24,99 / € 12,99 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de roman van Richard Osinga

Wanneer Inaya na een lang en liefdeloos huwelijk weduwe wordt, hoopt ze op rust. Haar zoon Nadir stelt voor om het ouderlijk huis in Canada te verkopen – hij weet een betere plek voor haar. Inaya vreest een kille zorginstelling, maar wat haar zoon in gedachten heeft, is iets wat ze zich niet had kunnen voorstellen: een verborgen stad, diep in het hart van een afgelegen berg in Kazachstan.

Met het fortuin dat hij in Silicon Valley vergaarde, bouwde Nadir zijn droom. Hij gelooft dat het einde van de wereld nadert en wil een veilige haven creëren, een nieuwe Ark, van waaruit de mensheid herboren kan worden.

Wanneer de eerste bewoners hun intrek nemen, ontwaakt de stad als een levend organisme. Zonnepanelen leveren stroom, een onderaardse rivier voert schoon water aan, verticale tuinen zorgen voor voedsel. Er is een smidse, een bakkerij, een wasserij – alles wat nodig is om zelfvoorzienend te zijn. Dan sluiten de deuren.

Richard Osinga is in 1971 geboren in Den Haag. Hij is schrijver, ondernemer en voormalig diplomaat. Hij zoekt in zijn romans, die altijd tegen een internationaal decor spelen, naar wat ons mensen met elkaar verbindt. Hoe culturen, levensbeschouwingen en filosofieën door tijd en ruimte heen in elkaar grijpen. Hij oogstte veel lovende woorden met zijn vorige bij Wereldbibliotheek verschenen romans ARC en Wie de rechtvaardigen zoekt, waarvoor hij een plaats op de longlist van de Boekenbon Literatuurprijs 2020 bemachtigde en Munt (2023), zijn zevende roman.

Bijpassende boeken

Alex Z. Salinas – The Dream Life of Larry Rios

Alex Z. Salinas The Dream Life of Larry Rios review, recensie en informatie over de inhoud van de Amerikaanse roman. Op 23 oktober 2025 verschijnt bij FlowerSong Press de debuutroman van de Amerikaanse schrijver Alex Z. Salinas. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Alex Z. Salinas The Dream Life of Larry Rios reviews en recensies

Als er in de media een boekbespreking, recensie of review verschijnt van The Dream Life of Larry Rios, de roman van Alex Z. Salinas, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Welke Raster was het? t Ging over oulipo. Ouvroir de Littérature Potentielle. Daar een heel nummer over, waar is dat nummer, en waar heb ik dat indexnummer gelaten waarin ik kon zien waar elk nummer ookalweer over ging? Geheugen, spreek. Als het spreekt, zegt het dat ze oulipo vertaald hadden als wemoli – Werkplaats Mogelijke Literatuur. Dus zeg. Het potentieel werd mogelijk. Vraagt u denkt u zegt u, wat is het verschil (of misschien vraagt en zegt en denkt u niets, en leest u dit gewoon, of u leest niets, u staat daar in de hoek van de keuken en schenkt uzelf nog een kopje koffie in en dat is uw goed recht). Wel. Het verschil is. En het verschil is dit: de potentie is er al, het moet alleen nog verwezenlijkt worden. Het potente barst van (latent) leven. Het mogelijke daarentegen kan alleen bestaan door haar niet-bestaan want bestaan heft het mogelijke van de mogelijkheid op. Slechts door er niet te zijn, is het mogelijke mogelijk (niet voor niets zong Blixa Bargeld ooit, toen hij nog goed was, of, naja, al bijna niet meer: Nur was nicht ist, ist möglich) (met klem zong hij dat) (en de klem was klemmelijk want zodra iets is, is het niet lange mogelijk maar gewoon onderdeel van het zijnde) (dat we aantreffen) (als geworpen -) (ofnee, hou maar op). Ge peinst dit verschil tussen mogelijk en potentieel misschien als haarkloverij maar er zit, zeker ten aanzien van oulipo, iets essentieels in. Het gaat over het verkennen van de volledige potentie die literatuur heeft, en over dat wat verdampt van zodra het ontstaat. Of: sommige dingen zijn interessanter als ze buiten bereik blijven. In potentie is alles grenzeloos, wat beoefend wordt, heeft kennelijk nood aan bakens. Is dat niet juist hoe het oulipo verging? De eindeloze potentie van literatuur verkennen door zichzelf, soms zinnige maar veel vaker nog totaal onzinnige, grenzen te stellen (denk daar eens over na: alleen door zich te begrenzen kan men trachten te raken aan grenzeloosheid, wat zegt dat over de condition humaine?). Schrijf een godeganzelijke roman zonder ook maar één keer de e te gebruiken. Knap hoor dat je dat driehonderd pagina’s ofzo volhoudt maar schreef je een (lezenswaard) boek of voltooide je een complexe puzzel? En dat is dan het verschil, mensen, tussen potentie en mogelijkheid: de potentie is eindeloos, prachtig, opwindend en levenskrachtig – de tot bestaan gebrachte mogelijkheid is een ingevulde puzzel.

Waarmee maar gezegd wil zijn dat schrijvers er beter aan doen zichzelf geen grenzen te stellen.

De Brontëzusjes konden een broer hebben en het truffelvarken laat een traan; Fernando A. Flores (wie?) trekt, niet geheel onterecht, een parallel tussen Alex Z. Salinas (wat is dat met die tussenletters, van a tot z in dit geval ook nog eens) en Raymond Queneau. Ook Salinas peinst klaarblijkelijk beter te schrijven met een blok aan zijn been. In The dream life of Larry Rios ontrolt zich een verhaal in een hoofdstuk of  driehonderd ofzo (sommige hoofdstukjes hebben om onverklaarbare redenen een bisnummertje) – elk bestaande uit precies 101 woorden (ik zeg nu wel precies maar ik ga moeten toegeven dat ik het niet nageteld heb, niet eens één hoofstukje ervan). In die net-iets-meer-dan-driehonderd keer 101 woorden ontvouwt zich, fragmentaries, langzaamaan, gevend, nemend, onthullend en weder herroepend, het leven van Chicano dichter Larry Rios. Hij is iemands vader. Hij is de ex van meerdere iemanden. Hij is, misschien, ook iemands moordenaar, want Salinas begint er hier recht op: “Er was eens een schrijver die zoveel lui had vermoord in zijn verhalen dat hij het idee had gekregen om het zelf eens te proberen.”

Maar een idee is nog geen moord (& hier komt weeral mjoeziek beste mensen, als u daar niet zo goed tegen kan sluit dan uw ogen en open ze pas weer na de volgende witregel: zong Justin Sullivan, niet per se met klem maar wel net zo indringend als die Bargeld van daarstraks, niet: just that i want to kill somebody / doesn’t mean to say that i will); wat mogelijk is, hoeft nog niet te geschieden (was is ist was nicht ist ist…). De lezer leert dan ook niet veel over de moord die Rios gepleegd zou kunnen hebben, wel dat hij zijn vader gedood heeft maar dat neemt de lezer, of deze lezer dan toch, eerder als een overdrachtelijke, zeg freudiaanse vadermoord. Over zoveel andere dingen is Rios een stuk openhartiger. Bijvoorbeeld over zijn literaire aspiraties. Het proza heeft afgedaan voor hem, nu schrijft hij gedichten over de degenslikkende kikker Yuks. Want nu haat Rios mensen, dus schrijft hij poëzie. Rios heeft Wittgenstein gelezen, Rios heeft Proust gelezen, Rios heeft haast alles wel gelezen. Hij is een Chicano dichter, een gescheiden man, een waardeloze vader. “Het leven is goedkoop”, is zijn motto, want 70% ervan, is misleidende reclame. Larry Rios is nog nooit in Hong Kong geweest. Wel praat hij af en toe met een dode schrijver, welke dode schrijver, er zijn er zoveel, met James Baldwin, Larry Rios praat soms met James Baldwin.

(ik had een docent ooit, echtwaar, op die soort van schrijfopleiding die ik deed, hij gaf de module poëzie schrijven, hij dacht de studenten ter wille te zijn door af en toe een rookpauze in te lassen, mij was hij daarmee niet ter wille, ik rookte niet, ik rook niet, ik meestal zitten, om te peinzen, om te zitten, om te kijken, de hemeltergend moje Sandra bleef meestal ook zitten maar ik was te kapot omdat iemand naar Mallorca was gegaan en al mijn recht op liefde met zich mee had genomen dus ik bleef zitten en ik las, die keer was het Een ander land en die docent kwam naar me toe, waarom kwam hij godverdomme nu net naar mij toe, is dat een goed boek vroeg hij, ach het is wat je peinzen kunt van Baldwin ik zei maar die eikel kende James Baldwin niet, ik dacht dat hij een grapje maakte, maar hij maakte geen grapje, hij kende James Baldwin echt niet)

Deze man, deze Larry Rios, aan oulipoëske banden leggen, werkt dat, een chicano dichter extraordinaire, een man die alle kanten uitgaat, in zijn hoofd toch, aan een ketting van honderdenéén woorden per hoofdstuk?

Wel. Misschien werkt het.
Het zou kunnen werken.
Mogelijkerwijs werkt het.

Met fragmentarisme is om te beginnen al weinig mis. De hoofdstukjes vertellen niet per se een lopend verhaal, want het zijn, naar hun aard, brokken. Herinneringen. Beschouwingen. Overpeinzingen. Gebeurtenissen. Anecdotes. Vaker dan eens is het gewoonweg pure poëzie: hoeveel van Salinas zit er in Rios?, want ook hij heeft zich pas onlangs op het proza toegelegd; Salinas pende vier dichtbundels, kwam toen af met een verhalenbundel en laat The Dream Life Of Larry Rios gelden als zijn eerste roman – de poëtiese achtergrond is merkbaar en dat is waarom ik liever dan van hoofdstukken van prozagedichten gewaag: ruim driehonderd prozagedichten. Odes soms. Aan lichaamsdelen bijvoorbeeld. Armen. Knieën. Voeten. Kootjes. Borstbeen. Kuiten.

Of een dichterlijke verkenning van eenzijdige objecten. Misschien is de wind eenzijdig? Misschien is de dood eenzijdig? Misschien is de jazz van John Coltrane eenzijdig? Misschien is het bloed van Christus eenzijdig? Misschien is het genie van Dalí eenzijdig? Misschien is het fantoombeen van St. Anna eenzijdig? Misschien representeert de Möbiusband de niet-euclidische oneindige ruimte?

Of hoe de gaten in Larry Rios’ kennis muziek kunnen maken. Wat hij niet weet. De verschillen in vijf wolkensoorten herkennen (al ging dat misschien over een digitale “cloud” maar dat zijn dan weer de gaten in mijn kennis), de ethiek achter het vervaardigen van farmaceutische producten, en hoe kunnen vliegtuigen eigenlijk vliegen.

Of de dood aan iedereen. Dood aan kampioenen, dood aan verliezers. Dood aan radikalen, parasieten, minnaars, pacifisten, anachronisten, altruïsten, alpinisten, chefs komma’s kannibalen proletariërs hackers deutragonisten ballingen statistici senators filantropen rokkenjagers voorvaderen schoonheidsspecialisten micromanagers generaals samenzweerders apothekers conformisten botanisten wandelaars wezels weerwolven stropers freelancers kraaglozen necrofielen imitators.

Of. Het loutere bestaan, al is het maar in Rios’ hoofd van Señora Schadenfreude – de perfecte vrouw. Een madonna met een parasolletje.

Of gewoon de vele prachtzinnen. Zinnen als “Een jongen wordt een man, wordt iemand anders, terwijl zijn bibliotheek groeit, verschrompelt zijn cognitie”; “Het ergste is al gebeurd, maar het verschrikkelijkste moet nog komen”; “’[W]e ademen zuurstof in, onbelangrijkheid uit.”.

Geef toe: in veel “gewoon” proza kom je dit soort pracht niet zo veelvuldig tegen.

En een ander mooi ding aan de korte hoofdstukken, p’don prozagedichten, is dat Salinas veel te raden overlaat. De moord die er wel of niet was. Het vaderschap. Maar zelfs de naam. Larry Rios blijkt niet de echte naam van de hoofdpersoon; hij noemt zich alleen maar zo. Omdat Larry zijn favoriet was bij the three stooges, en omdat “Rios” precies die exotische klank heeft die past bij zijn modderig-groene ogen (hij is uiteindelijk een Chicano dichter!). Maar Larry Rios was ook de naam die hij op een grafsteen zag toen hij een wat merkwaardig onderonsje had met zijn toenmalige geliefde Tina Sandiego. Een latere ex, maar wel de ex van voor de ex.

Wie hij is.
Wat zijn leven is.
Wat het droomleven is.

(naja dat had iets te maken met wat Larry Rios’ vader (ook een dichter – hij schrijft alexandrijnen over het meisje dat hij (per ongeluk? ook dat wordt niet echt duidelijk) dood heeft geschoten in Vietnam) ooit zei: dertig seconden is alles wat je nodig hebt om alles te weten te komen wat je weten moet over iemand, maar breng een droomleven ermee door en je zult haar nog even slecht kennen als jezelf)

Hoeveel chaos een schrijver kwijt kan in 101 woorden.

Wel, de lezer eindig bij het honderdeneerste woord vaak op een volstrekt andere plek dan waar hij begon. Neem bijvoorbeeld de keer dat Larry Rios zich zit te ergeren over een boekbespreking in The New York Times. Je denkt misschien nu komt het. Nu krijgen we een tirade tegen critici, of misschien wel tegen letterkunde in het algemeen maar ineens is Larry Rios bij Starbucks en slaat hij een niks met literatuur of letterkunde te maken hebbend praatje met een verkoopster. Ik ben hier nu een vaste gast hè?, zegt hij. En de verkoopster: We zijn allemaal wel ergens een vaste gast. Waarop Larry Rios zich bedenkt hoezeer dat klinkt als het B-kantje van een hitje van Rolling Stones. Maar het is een Engelstalig boek, dus stel u Mick Jagger voor die zingt We Are All Regulars Somewhere en ik zweer u, voorwaar ik zeg u, ik zweer u: u zult het hem horen zingen, onze Mick, traag, heupwiegend, zingend We Are All Regulars Somewhere We Are All Regulars Somewhere; van literatuurkritiek via koffie naar niet-bestaande liedjes van Rolling Stones, zo grillig kan het zijn in 101 woorden.

Of neem. De gedeelde sterfdatum van Shakespeare en Cervantes. Wat Rios’ zich daar zoal bij afvraagt en voorstelt. In hoe weinig woorden kan een schrijver een karakter tot leven brengen? Een boom valt in het bos, een latino hoort het – folklore. Een boom valt in het bos, een gringo hoort het – onweerlegbare waarheid. Een boom valt in het bos, een kikker hoort het – stil trauma. Honderd? Leunend tegen je boekenkast, dromend dat je wordt verpletterd door boeken. Drieëntwintig? Alles scheef, alles plat gemaakt door de hielen van de tijd. Zeven? Alles verspreid, alles uitgespuwd door de hielen van de tijd. Het Hopeloze Romantische Redundantie Departement. Tien? 23 april 1616.

Soms werken de honderdenéén woorden echter tegen hem: enkele hoofdstukken / prozagedichten blijven wat hermetisch; iets meer uitleg zou hier en daar best welkom zijn geweest. Maar misschien zit dat ook in Salinas’ onnavolgbare taalgebruik. Bijtertjes voor tanden, “fudge” voor “fuck”, probeert hij lullig te zijn of past dit in de eisen die een schrijver aan de taal moet stellen van zodra hij zichzelf een grens stelt?

Wat maakt het uit? The Dream Life Of Larry Rios is hoe dan ook ee uniek boek. Soms moet een schrijver zich klaarblijkelijk een grens stellen om waarlijk welsprekend te zijn.

Alex Z. Salinas The Dream Life of Larry Rios

The Dream Life of Larry Rios

  • Auteur: Alex Z. Salinas (Verenigde Staten)
  • Soort boek: Amerikaanse roman
  • Uitgever: FlowerSong Press
  • Verschenen: 23 oktober 2025
  • Omvang: 318 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: $ 18.95
  • Boek bestellen >

Flaptekst van de Alex Z. Salinas debuutroman

Larry Rios, Chicano poet extraordinaire, has a crick in the neck, a bone to pick with literature, a sword-swallowing frog named Yuks on the brain and a murder under his belt, possibly. Then there’s The Snake-Haired Lady, who won’t seem to go away. And don’t get ol’ Larry started on his ex—it’s a sad, funny story narrated in 101-word chapters. Wait. Is “Larry Rios” his real name? Does he know Jeet Kune Do? Is The Dream Life of Larry Rios some highbrow metaphysical caper? Dear reader, yesterday’s in the bag and tomorrow isn’t guaranteed, so just read the book, okay?

Alex Z. Salinas was born in Corpus Christi, Texas, and lives in San Antonio. His fiction and poetry have been nominated for the Pushcart Prize and Best of the Net Anthology. Salinas earned an M.A. in English Literature and Language as a Distinguished Graduate from St. Mary’s University. He is the author of four volumes of poetry and a book of stories. His poetry collections include WARBLES (2019); DREAMT, or The Lingering Phantoms of Equinox (2020); Hispanic Sonnets (2023); and Trash Poems (2023). His short-story collection, City Lights From the Upside Down (2021), was included in the National Book Critics Circle’s Critical Notes. For DREAMT, Salinas received a starred review in Kirkus Reviews.

Bijpassende boeken

Roisin O’Donnell – Nest

Roisin O’Donnell Nest recensie, review en informatie over de inhoud van de roman van de Ierse schrijfster. Op 23 januari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Wereldbibliotheek de Nederlandse vertaling van Nesting, de roman van Roisin O’Donnell, de uit Ierland afkomstige schrijfster. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Roisin O’Donnell Nest recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Nest, de roman van Roisin O’Donnell, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Dit boek mag je niet missen. Nest is een roman die er écht toe doet.” (John Boyne)
  • “Dit zou verplichte lectuur moeten worden voor iedereen. Een roman die er echt toe doet.” (Sunday Independent)
  • “Hier hebben we een romanschrijver die belangrijk nieuws te vertellen heeft, en een indrukwekkend scala aan verteltalenten om dat te doen.” (Irish Times)
  • “Spannend, forensisch realistisch en meeslepend. Werkelijk urgent… Een ware prestatie.” (Sunday Times)

Recensie van Tim Donker

en dit is dan weer zo’n andere, niet de een, de ander, zo’n soort boek, het soort boek dat ik nooit zou, dat ik nooit had, in het begin stapt er iemand uit een auto (dat blijkt dan later de hoofdpersoon te zijn), je kent het, boeken die beginnen met iemand die uit een auto stapt, in reclames stappen mensen voortdurend uit auto’s, en meteen ook een opmerking over het weer, begin nooit een boek met iets over het weer, wie zei dat ook alweer, en dan die titel, en dan dat omslag, en de schrijfstijl is ook al niet echt bijzonder, naja, vrijwel aan het eind raast het, maarja dan heb je het al haast uit dus, het raast  in een prachtige beschrijving van een wat dramatisch moment volgend op een panieksituatie, zo had het hele boek van mij wel geschreven mogen zijn, maar is niet, en dan nog het onderwerp, want ja, het gaat ergens over, altijd moet het ergens over gaan, waarom moet het toch altijd weer ergens over gaan, hoeveel schoner is het niet om maar eindsweegs het blauwe heenin in te zwansen, of wat meer duisterheid, ik noem hier een Tony Rombouts, eenvoudig als niets, dat is een prachtig boek maar je kunt eigenlijk niet echt goed zeggen waar het nu over gaat, het gaat over heel veel, het gaat over alles, het gaat over niets, dat is de naam van een personage uit dat boek, niets, vandaar ook die titel, eenvoudig als niets, maar dit hier, Nest, dat is niet duister en dat zwanst ook niet zomaar een beetje rond in het blauwe heenin, het heeft een duidelijk onderwerp, en wat voor onderwerp, partnergeweld, zou me een boek te lezen geven zeggende dit gaat over partnergeweld zou ik nee dank u zeggen, zou ik zeggen ik heb al een boek, maarja, dit kwam terecht op mijn recenseertafel en alles wat op mijn recenseertafel terecht komt geef ik een kans, of een halve, in ieder geval een paar bladzijden, en Nest sloop al gauw mijn hoofd in en mijn lijf in en mijn leesstoel in, ja het sluipt, het gaat sluipenderwijs, het onthutsende aan Nest is dat het partnergeweld hierin iets onzichtbaars heeft, Ryan, de man van Ciara, dat is die uit de auto stappende hoofdpersoon, haar man dus, Ryan heet hij, is geen agressieveling, hij slaat haar niet, hij mishandelt de kinderen niet, hij doet iets veel geslepeners, iets wat je emotionele terreur zou kunnen noemen, psychologisch geweld misschien, noem het, ergens laat O’Donnell Ciara opmerken dat Ryan haar onzekerheden in stand houdt, cultiveert, zeg het, er is altijd afkeuring, voortdurend moet Ciara anticiperen op zijn negativiteit, en ik ken dat wel, ze vraagt zich altijd af welk gezeik hier nu weer van kan komen, waarover gaat ze nu weer afgekamd worden, en dan draait hij het ook nog continu zo dat Ciara degene is die hem afvalt, dat hij, Ryan, hier eigenlijk het grote slachtoffer is, in het begin, nadat ze die auto uitgestapt zijn, zit een scene waarin Ryan en Ciara met de kinderen op het strand zijn, het is koud, en de kinderen kunnen nog niet zwemmen, Ciara vindt pootjebaden nog wel goed maar Ryan wil steeds dieper de zee in met zijn dochters, Ciara wil dat niet, want het is koud, de kinderen kunnen nog niet zwemmen, ga niet te ver de zee in, ze neemt haar dochters bij de hand en loopt weer terug het strand op en Ryan wordt boos en zegt dat Ciara hem een moment met zijn dochters misgunt, zijn vaderschap ondermijnt, of, later, bijvoorbeeld, Ciara vertelt hem iets en komt er een paar dagen later op terug en dat beweert Ryan dat ze het hem helemaal niet verteld heeft, je vertelt mij nooit wat, en ik ken dat wel, naar buiten toe, voor anderen, iemand een man en de anderen, (sorry dat is de titel van een verhaal dat ik tijdens mijn studie schreef), er zijn altijd anderen, en voor hen, die anderen, is Ryan ogenschijnlijk de sociale, de aardige van de twee, en ik ken dat wel, maar binnenskamers liggen de kaarten anders, Ryan houdt Ciara in een ijzeren greep, ze mag niet werken, hij kraakt al haar vriendinnen af, hij is negatief over alles, hij is niet gewelddadig maar wel erg driftig, hij barst soms uit in bijzonder giftige driftbuien, en ik ken dat wel, het hele huishouden draait rond zijn stemming(swisselingen), en dan, op een dag, is Ciara het zat om gebukt te gaan onder Ryans dictatuur, en ze neemt de kinderen mee, en gaat, en ook daarover gaat het, over een nieuw leven proberen op te bouwen, los van de man, Ciara los van Ryan, de kinderen niet langer laten vergiftigen met negativiteit, alleen, met z’n drieën, of vieren, want Ciara blijkt later ook nog zwanger, en dan begint het gedoe, hoe Ryan haar bespeelt via de kinderen, maar ook het gedoe met advocaten, het miserabele leven in een soort van opvanghotel, de moeizame zoektocht naar een eigen woning, en, vooral, het gedoe met Ryan, dat nooit ophoudt, ook dat is hier zeer krachtig aan, in hoe het toont dat de zaken niet altijd zo eenvoudig liggen, dan ga je toch gewoon weg, zeggen de mensen dan, of naar zo’n man ga je toch nooit terug, maar Ryan speelt spelletjes, liegt, bedriegt, chanteert, sommige dingen zie je mijlen van tevoren aankomen, andere dingen zie je totaal niet aankomen, ik weet niet wat beter is, ik denk dat sommige mensen waarschijnlijk denken dat onvoorspelbaarheid beter is dan voorspelbaarheid maar ik weet het zo net niet, het lijkt mij niet perse heel moeilijk om een boek vol te proppen met onverwachte wendingen, je moet gewoon steeds op het allerongerijmdste, dat is niet zo moeilijk, maar evengoed schokkend, alle manieren waarop Ryan Ciara steeds weer binnen probeert te hengelen, Ciara komt ook andere vrouwen tegen die in eenzelfde situatie zitten, en één van hen gaat inderdaad op enig moment toch maar weer terug naar haar man, omdat hij maar blijft zeiken, blijft bellen, berichten sturen, langskomen, en dan denkt ze, die andere vrouw dus, niet Ciara, dat naar haar man teruggaan de enige manier is om van het gezeik af te zijn, en gek genoeg begrijp ik dat, en nog iets, nog een andere kracht, dat er iets moet zijn, toch, met haar schrijven, want Nest is niet zonder dinges, zonder iets, dit boek heeft, hoe moet je dat noemen, ik zou niet echt zeggen dat het spannend is maar het houdt wel geboeid, ik bleef me maar afvragen wat er nog komen ging, hoe het gaan zou, en die kinderen, Ella en Sophie, zijn geweldig, je moet wel houden van Ella en Sophie, je kunt niet níet van Ella en Sophie houden, en later ook Noah, maar die komt veel later, dan is het boek al bijna uit, en dan merk je, nee dan merk ik, dat ik een 364 bladzijden tellend boek heb gelezen over partnergeweld, wie had dat ooit gedacht, lijkt me meer zo’n leesclubboek, deze week gaan we een boek lezen over partnergeweld voor sommige van jullie zal het misschien heftig zijn, zoiets, maar niet een boek dat ik ook lezen zou, tot ik het las, O’Donnell doet iets, ze betrok me, ze liet me betrokken zijn, op Ciara en Ella en Sophie en Noah, en anderen uit het boek, het doordrong me van dingen, zaken, ideeën, inzichten, en misschien gaat Nest over veel meer dan over partnergeweld, gaat het over de hoeken waarin mensen elkaar dringen, in relaties, in huwelijken, en hoe dat soms misschien hoeken zijn waar je helemaal niet in wil en hoe kom je er dan weer uit, want misschien is het altijd wel zo, is er altijd één de dominante, de bepalende, degene die met stemmingen en meningen en wensen alles kleurt, en hoe op het laatst alles dan allemaal kleuren heeft waar de ander zich helemaal niet prettig bij voelt, want de ander is de gezeglijke, de verzorgende, degene die bereid is veel te doen om de sfeer maar niet bedorven te zien worden, en dat is het goede aan Nest, het sterke, het menselijke, het gaat over leven, over liefde, over onze banden met anderen, het gaat over ons allemaal, en daarom lees je, daarom las ik, Nest, ondanks dat het een boek is waarvan ik dacht dat ik het, zoiets als dit, nooit zou lezen, toch vrijwel in één adem uit.

Roisin O'Donnell Nest

Nest

  • Auteur: Roisin O’Donnell (Ierland)
  • Soort boek: Ierse roman, sociale roman
  • Origineel: Nesting (2025)
  • Nederlandse vertaling: Lisette Graswinckel
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschijnt: 23 januari 2026
  • Omvang: 368 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 12,99
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de roman van de Ierse schrijfster Roisin O’Donnell

Genomineerd voor de Women’s Prize for Fiction 2025: het spannende debuut van een bekroonde Ierse schrijver over huiselijk geweld.

Op een stralende lentedag in Dublin neemt Ciara Fay in een fractie van een seconde een beslissing die alles zal veranderen. Ze grist de kleding van de waslijn, zet haar twee jonge dochters in de auto en rijdt weg. Haar hoofd tolt, maar één ding weet ze zeker: thuis is niet veilig meer.

Dit had een ontsnapping moeten zijn. Maar haar spaargeld slinkt snel, en zonder baan of familie in de buurt staat Ciara voor een duivels dilemma: is haar vrijheid dit allemaal waard?

Terwijl de zomer voorbijgaat en de winter nadert, probeert ze haar kinderen groot te brengen in een hotelkamer, een nieuw thuis te vinden in een vastgelopen woningmarkt en om te gaan met de manipulatieve pogingen van haar man Ryan om haar terug te krijgen. Want weggaan is één ding, wegblijven is iets heel anders.

Roisín O’Donnell is een Ierse schrijfster. Haar verhalenbundel Wild Quiet werd gepubliceerd in 2016 en werd genomineerd voor de Kate O’Brien Award en stond op de longlist voor de Edge Hill Prize. Haar debuutroman, Nesting, in het Nederlands vertaald als Nest, werd in januari 2025 gepubliceerd; het werd meteen een bestseller in de Sunday Times en stond op de longlist voor de Women’s Prize for Fiction. Roisin werd door The Observer uitgeroepen tot een van de tien beste nieuwe romanschrijvers van 2025.

Bijpassende boeken en informatie

Cynan Jones – Deining

Cynan Jones Deining recensie, review en informatie boek met verhalen van de schrijver uit Wales. Op 22 januari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van Pulse, het boek van de Welsh schrijver Cynan Jones. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Cynan Jones Deining recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Deining, het boek met verhalen van Cynan Jones, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Hoe uitgepuurd zijn schrijfstijl ook mag zijn, ze is doorspekt met momenten van verbluffende originaliteit en schoonheid.” (The Times)
  • “De vaak gelaagde, duistere thematiek van Jones’ verhalen wordt op fascinerende wijze gelogenstraft door de helderheid van zijn taal.” (Sara Baume)
  • “Cynan Jones heeft de zeldzame gave om ons moment voor moment de overlevingsstrijd van zijn personages te laten ervaren.” (Carys Davies)
  • “Jones is een begaafde, uitgebalanceerde schrijver, en deze verhalen zijn waardevolle portretten van mensen die in onze hedendaagse fictie maar al te vaak over het hoofd worden gezien.” (The Telegraph)
  • “Deze verhalen gaan over angst en kwetsbaarheid en ze raken je in je buik en in je hart.” (Daily Mail)

Recensie van Tim Donker

Wat vreemd is dat ik het niet gezien heb.

Terwijl het daar staat. Gewoon. Op de voorkant. Onder de naam van Manon Smits, die het boek vertaald heeft.

Maar ik zag het niet. Niet meteen in elk geval.

Ik denk dat het door het dorp kwam. Ik denk dat het kwam omdat we aan het lopen waren. Daar. Door dat dorp. In ergens een ergens dat niet het gebruikelijke ergens was.

We waren op vakantie. En we liepen.

Het was het dorp. Bergen meen ik. Niet Op Zoom. Aan zee. Waar we liepen. Niet waar we op vakantie waren, al was dat niet ver van daar. We liepen en ik zag een boekhandel. Ik kan niet. Ik kan niet doorlopen. Niet als ik een boekhandel zie. Dan moet ik naar binnen. De boekhandel was niet bijster groot, en in een oord als dat verwachtte ik een soort Bruna. Een veredeld soort tijdschriftenzaak. Waar ze vooral thrillers hebben. Nauwelijks literatuur, een enkele bestseller daargelaten. Zeker geen poëzie. Maar het viel me mee. Het viel me niet tegen. Wat ze hadden was voorwaar niet slecht.

“Ze hebben boeken!” zei ik, bijna schreeuwend, enthousiast, tegen degene die het dichtst bij me stond. Dat was mijn zoon. Hij is het altijd. Hij is altijd degene die het dichtst bij mij staat. Maar hij was niet onder de indruk van mijn constatering. Hij vond het niet zo verbazingwekkend dat er in een boekhandel boeken werden verkocht.

“Nee maar echte bedoel ik!” zei ik. “Goede boeken. Niet van die rotzooi.”

Op een tafel. Die kenmerkende vormgeving. Koppernik. Cynan Jones. Deining. Een boek dat nog op mijn lijstje stond. Vrijwel alles dat door Koppernik wordt uitgegeven staat op mijn lijstje. Ik bladerde. Fantastisch. Al die witregels. Die ik wel ken van Cynan Jones. Mooi. Mijn ogen vlogen over de flaptekst. Uiteenlopende situaties van uiteenlopende personages. Dacht ik. Mooi. Kronkelende verhaallijnen, meerdere hoofdpersonen, misschien niet een heel duidelijk overkoepelend thema, of anders alleen één dat eerder associatief of intuïtief te duiden is. Zo heb ik mijn romans het liefst.

Maar het is geen roman.

Het is een verhalenbundel. En dat had ik moeten zien. “Verhalen”; het staat daar duidelijk op de voorkant. Maar ik zag het later pas, in het vakantiehuisje. En toen heb ik het boek uiteraard al gekocht. In al mijn enthousiasme. Vanwege het dorp. De vakantie. Het lopen (iets in mij loopt op blote voeten). De winkel, die veel beter gesorteerd bleek te zijn dan ik gevreesd had. Koppernik. Cynan Jones. Wat meer had ik nodig om naar de kassa te stormen?

Wat is het probleem dan?

Ja.

Wel.

Nee.

Er is geen probleem. Of toch. Ik ben niet zo dol op verhalenbundels. Poëziebundels, daar hou ik van. En van romans ook. Maar verhalenbundels. Het probleem met verhalen is dat ze te, tsja, verhalend zijn. Denk ik. Al zeg ik daarmee waarschijnlijk weinig nieuws. Maar ik hou wel van stilte in een boek. Van schrijvers die veel ruimte nemen voor hun plot. Het plot zover uitrekken dat het zo dun geworden is dat er nauwelijks nog een plot overblijft. Dat het er niet te dik bovenop ligt met al die ontwikkelingen enzo. Of dat er juist weer zoveel plots en subplots door elkaar krioelen dat het een mierenhoop gelijk is. Je kunt niet voor lange tijd één specifieke mier blijven volgen. Het gaat niet om die ene mier. Het gaat om het krioelen, en om niet goed weten wat er nu eigenlijk precies gebeurt daar allemaal. Dat kan ook heel mooi zijn. Maar in een verhaal is het vaak te uitgebalanceerd. Er blijven geen lege plekken over. Verhalen zijn miniromans voor lezers die zelf niet willen denken.

Nou.

Dat probleem is er alvast niet bij Cynan Jones.

Ik kan er zelfs nog wel, met een beetje kunst en vliegwerk, een fragmentariese roman in lezen.

Het gevoel is in haast alle verhalen wel ongeveer hetzelfde. Het decor ook. En de personages.

Getekenden. Door het leven gehard. Ofzo. Zeg jij het eens. Waarom zeg jij niets?

Veel natuur hier. Plaats van handeling kan een boerderij zijn, een bos, een rivier. En daar zijn mannen. Veelal mannen. Eenlingen. Veelal eenlingen. Zelfs als ze met twee zijn, of met meer, dan nog zijn het eenlingen. Het zwijgzame type. Gedesillusioneerd. Ergens in hun leven zijn er dingen gekanteld. Ergens is iets niet helemaal goed gegaan.

De verwantschap tussen de verhalen is groot genoeg om er toch één geheel in te zien.

En Cynan Jones is goed in lege plekken open laten.

In het eerste verhaal proberen twee mannen vanuit de rivier valkenkuikens te roven uit hun nest op een klif. Ze blijven naamloos. Ze worden alleen maar “de dikkere” en “de magere” genoemd. Dat vond ik lichtelijk beckettiaans. Eén van de twee, de magere, ziet ergens een jongen zitten. Of denkt alleen maar een jongen te zien zitten. Het maakt bij hem een herinnering los aan een andere jongen. Vroeger. Op school. Een jongen die gepest werd. Onder anderen door hem. Er is iets gebeurd met die jongen. Daarover voelt de magere zich schuldig, al probeert hij dat schuldgevoel weg te rationaliseren. De klim naar het nest gaat fout. Misschien omdat de man slecht geconcentreerd is. Op het eind hangt hij daar, en dan is het afgelopen.

Wie zijn die mannen? Wat moeten ze met die valkenkuikens? Wie is die jongen die de magere zag zitten, en aan welke andere jongen doet hij hem denken? En wat is er met die jongen van vroeger gebeurd?

Hoe het precies zit. Wat er aan de hand is. Jones laat de lezer die ruimte en dat is goed.

Of neem “Witte vierkantjes”. Een man. Een jongen. Een vrouw. Vader. Zoon. Moeder. De vader en de moeder zijn gescheiden, en waarschijnlijk zijn ze niet als vrienden uit elkaar gegaan. Een rechtbank moest zich er zelfs mee moeien. De vader voelt zich rot vanwege zijn zoon. Voelt dat hij iets goed te maken heeft met hem. Eén goede actie. Een eendenrace. School houdt elk jaar een eendenrace. Vorig jaar verloren door zijn zoon. Zijn eend kwam als laatste binnen. De briljante actie van de vader komt hierop neer. Uit het zicht, in een bocht van de rivier, schiet hij alle andere eenden dood. Alleen de eend van zijn zoon is nog over. Dat is alles. Dat is zo’n beetje heel dat verhaal.

Flitsen. Een korte greep uit iemands leven. Waar dat leven verder uit bestaat, laat Jones aan de lezer. Tableaus. Foto’s. Maar wel met beweging. Deining eerder. Ja deining. In al deze verhalen zit deining. Daarom is de titel zo goed gekozen.

Er zijn ook langere verhalen. Een man maakt jacht op een beer die de boeren uit de omgeving veel overlast bezorgt. Dat verhaal neemt een bizarre wending als de man in het bos waarin hij de beer achtervolgt, stuit op een slee. Een moje slee. Een arrenslee? En cadeautjes die in de bomen hangen. Serieus, Jones? Probeer je nu serieus te suggereren dat de kerstman daar neergestort is?

Of. Nog weer anders is het in Voorraad. Mogelijkerwijs het vaagste verhaal uit de bundel. Zelfs de hoofdrolspeler blijft een weinig diffuus. Hij is winkeleigenaar. Denk ik. Van een niet al te goed lopende winkel. Vermoed ik. Maar hij is ook iemands kleinzoon. Een oma in een tehuis. Hij bezoekt haar. En hij komt iemand te hulp die een schapenboerderij heeft. Steeds is er sprake van een oom. Waar iets mee is, of mee was. Tot slot blijkt de man ook een deeltijdterrorist te zijn. Hij overvalt bezorgbusjes. Van andere winkels? Aannemelijk. Gijzelt en mishandelt (?) de chauffeurs. Waarom? Er is sprake van een lijst. Hij moet iedereen op de lijst hebben. Welke lijst? Waarom? Waar is hij mee bezig? Uw gok is zo goed als de mijne. Zelfs als u het boek niet eens gelezen hebt.

Misschien is Jones in het laatste, titelgevende, verhaal nog het volledigst. Een gezin ergens in een blokhut. Buiten woedt een storm. Een boom dreigt om te vallen, op de elektriciteitskabels die boven het huis gespannen zijn. Het is duidelijk wat de band is tussen deze mensen, het is duidelijk wat het probleem is. En er wordt iets aan gedaan. Boomchirurgen komen te hulp. Het zal niet afdoende blijken. Het einde mag open heten.

In alle verhalen een gevoel van ongemak.
Dreiging.
Het menselijk tekort.
En deining. Ja naast dreiging. Ook deining.

In het laatste verhaal deint de grond letterlijk. Maar ook in de andere verhalen deint het.

Misschien is dit daarom zo’n goede verhalenbundel.

Je wordt niet in en uit de plotjes gegooid. Doorheen de verschillende verhalen loopt een draad. Geen rode. Wees gerust. Een donkerbruin gerafeld touw dat bijna op knappen staat. De sfeer. Het gevoel. De elementen. De mensen. De toonzetting. Als een cd met verschillende liedjes die wel allemaal eenzelfde klankkleur hebben.

Het duistere.

De open plekken.

Een verhalenbundel die me trof als een roman. Van een schrijver die me raakt als een muzikant. Dat is het precies. De veelheid die Deining is.

Cynan Jones Deining

Deining

  • Auteur: Cynan Jones (Wales)
  • Soort boek: verhalen
  • Origineel: Pulse (2025)
  • Nederlandse vertaling: Manon Smits
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 22 januari 2026
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 23,50
  • Boek bestellen >

Flaptekst van het nieuwe boek van Cynan Jones

Een man trekt de sneeuw in om de beer te achtervolgen die de vallei terroriseert, een vader probeert het goed te maken met de zoon die hij verliet, een geliefde wordt te hulp geroepen wanneer de bevalling van een koe vreselijk misgaat, een hevige storm dreigt een boom op de elektriciteitskabels boven het huis van een gezin te blazen – angst, kwetsbaarheid en vastberadenheid komen op Jonesiaanse wijze onder spanning te staan in deze aangrijpende en onvergetelijke verhalen.

Cynan Jones bewijst met Deining opnieuw een van de onverbiddelijkste Britse schrijvers van dit moment te zijn. Maar hoe hardvochtig de elementen in deze uitgepuurde verhalenbundel ook zijn, er is altijd een sprankje hoop aanwezig.

Cynan Jones is geboren in 1975 in in de buurt van Aberaeron, Wales, waar hij woont en werkt. Hij stond op de long- en shortlist van talloze prijzen en won de de BBC National Short Story Award, de Betty Trask Award voor De lange droogte; de Jerwood Fiction Uncovered Prize en de Wales Book of the Year Fiction Prize voor De burcht. Verder zijn in Nederlandse vertaling verschenen De wetten van water, Drie sprookjes (∗∗∗∗∗) en Alles wat ik vond op het strand. Meerdere van zijn verhalen verschenen in The New Yorker.

Bijpassende boeken en informatie

Rob Biersma – Wild Amsterdam

Rob Biersma Wild Amsterdam recensie, review en informatie boek over de natuur van de stad. Op 15 januari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Noordboek het boek van Rob Biersma over de natuur in Amsterdam. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Rob Biersma Wild Amsterdam recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Wild Amsterdam, De natuur van de stad, het boek van Rob Biersma, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

In de meeste boeken die over Amsterdam gaan staan bijna vanzelfsprekend de bezienswaardigheden, geschiedenis en toeristische attracties van de hoofdstad van Nederland centraal. Echter dat wil niet zeggen dat de natuur in de stad niet boeiend en interessant kan zijn. En dat is precies wat de auteurs van het boek Wild Amsterdam met volle overtuiging over het voetlicht weten te brengen.

Het door Uitgeverij Noordboek zeer verzorgd uitgegeven en rijk geïllustreerde boek laat op prachtige wijze zien dat ook in de stad voor de natuurliefhebber zeer veel te ontdekken en te zien is. Van vogels die zich op bijzondere wijze hebben aangepast en zich succesvol voorplanten, de rijkdom aan planten, mossen, insecten tot aan de zoogdieren die in stad, soms tot ons verdriet, uitstekend kunnen leven.

Maar de ogen worden niet gesloten voor de bedreigingen die de natuur in de stad ook kent. Natuurlijk staat de natuur van Amsterdam centraal, maar wat er in het boek geschreven wordt, geldt uiteraard ook voor andere Nederlandse steden en kan ook voor het ontdekken van de natuurlijke rijkdom in je eigen stad een mooie leidraad vormen. Met Wild Amsterdam heeft Uitgeverij Noordboek in samenwerking met de KNNV Amsterdam een prachtig boek uitgegeven dat een groot lezerspubliek verdient en gewaardeerd is met ∗∗∗∗∗ (uitstekend).

Rob Biersma Wild Amsterdam

Wild Amsterdam

De natuur van de stad

  • Auteur: Rob Biersma (Nederland)
  • Soort boek: Amsterdamse natuur
  • Uitgever: Noordboek
  • Verschijnt: 15 januari 2026
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 29,90
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Bestelmogelijkheden boek >

Recensie van de redactie

In de meeste boeken die over Amsterdam gaan staan bijna vanzelfsprekend de bezienswaardigheden, geschiedenis en toeristische attracties van de hoofdstad van Nederland centraal. Echter dat wil niet zeggen dat de natuur in de stad niet boeiend en interessant kan zijn. En dat is precies wat de auteurs van het boek Wild Amsterdam met volle overtuiging over het voetlicht weten te brengen.

Het door Uitgeverij Noordboek zeer verzorgd uitgegeven en rijk geïllustreerde boek laat op prachtige wijze zien dat ook in de stad voor de natuurliefhebber zeer veel te ontdekken en te zien is. Van vogels die zich op bijzondere wijze hebben aangepast en zich succesvol voorplanten, de rijkdom aan planten, mossen, insecten tot aan de zoogdieren die in stad, soms tot ons verdriet, uitstekend kunnen leven.

Maar de ogen worden niet gesloten voor de bedreigingen die de natuur in de stad ook kent. Natuurlijk staat de natuur van Amsterdam centraal, maar wat er in het boek geschreven wordt, geldt uiteraard ook voor andere Nederlandse steden en kan ook voor het ontdekken van de natuurlijke rijkdom in je eigen stad een mooie leidraad vormen. Met Wild Amsterdam heeft Uitgeverij Noordboek in samenwerking met de KNNV Amsterdam een prachtig boek uitgegeven dat een groot lezerspubliek verdient en gewaardeerd is met ∗∗∗∗∗ (uitstekend).

Flaptekst boek van Rob Biersma over de natuur in Amsterdam

Wild Amsterdam is een meeslepend boek over de schoonheid, dynamiek en rijkdom aan planten en dieren in de stedelijke omgeving. Het laat Amsterdam (van Schiphol tot IJburg) zien als bomenparadijs, vogelbolwerk en korstmossenhoofdstad. De lezer wordt meegenomen naar plaatsen vol paddenstoelen, naar libellen, groene nieuwkomers, nachtvlinders en braakballen. Vragen over schreeuwende parkieten beantwoorden de auteurs met kennis en humor en ze lopen in het Amsterdamse Bos niet weg voor echte slangen. Al deze soorten vinden hun plek in bijzondere biotopen: bergwanden van glas en beton, industriële savannes, kilometers rioolbuizen, grachten als rivieren.

Aan dit boek werkten meer dan twintig topauteurs mee, erkende specialisten op het gebied van stadsnatuur, waaronder Remco Daalder, Ton Denters, Hans Kaljee, Martin Melchers, Menno Reemer, Menno Schilthuizen, Dirk Sijmons en Geert Timm ermans.

Bijpassende boeken

Julia Kelly – Geschenk van de zee

Julia Kelly Geschenk van de zee recensie en informatie over de inhoud van de historische roman over een vissersdorp in Schotland. Op 13 januari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Ambo | Anthos de Nederlandse vertaling van The Fisherman’s Gift de roman van de Britse schrijfster Julia Kelly.

Julia Kelly Geschenk van de zee recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Geschenk van de zee, de roman geschreven door Julia Kelly, de schrijfster uit Engeland, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “De personages en de setting zullen je lang bijblijven.” (The New York Times)
  • “Een tedere roman, vol emotie.” (The Daily Mail)

Recensie van de redactie

Aan het begin van de twintigste eeuw in het afgelegen Schotse vissersdorpje Skerry situeert Julia Kelly haar debuutroman. Na een heftige storm spoelt er een jongentje aan, meer dood dan levend. Dorothy, de onderwijzeres van het dorpje ontfermt zich over de jongen. Zij is zelf zelf een zoontje verloren en ze vindt dat deze jongen sprekend op hem lijkt. Misschien wel teveel alhoewel ze rationeel weet dat het hem niet kan zijn.

Haar beslissing zet gebeurtenissen in gang die haar leven en het dorp op zijn kop zet maar niet meer te stoppen zijn. Langzaam maar zeker onthult Julia Kelly het verhaal van Dorothy, hoe ze als lerares aan de slag ging in het dorp, welke problemen dit met zich meebracht, over de relatie die ze kreeg met Joseph een man uit het dorp, hoe ze een zoontje kreeg en hoe ze hem verloor.

Op kundige wijze verweeft Julia Kelly de twee verhalenlijnen tot één geheel waarbij ze geleidelijk aan steeds meer onthult. Niet te snel om de spanning in het verhaal te houden en niet te langzaam zodat ze lezer niet verliest. Je zou niet zeggen dat het boek het debuut is van de schrijfster.

De roman vertelt over rouw en verlies, aantrekkingskracht en verstoting en natuurlijk ook over de liefde en onvermijdelijke gevolgen van keuzes die hieruit voorvloeien. Kelly heeft een beeldende wijze van vertellen die ze combineert met een vrij sobere stijl. Soms balanceert de roman op het randje van sentimentaliteit maar gelukkig valt deze er nergens overheen. Kortom Geschenk van de zee is een boeiende, soms aangrijpende en goed geschreven debuutroman die het lezen waard is. Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (uitstekend).

Julia Kelly Geschenk van de zee

Geschenk van de zee

  • Auteur: Julia Kelly (Engeland)
  • Soort boek: historische roman
  • Origineel: The Fisherman’s Gift (2025)
  • Nederlandse vertaling: Els Franci-Eleker
  • Uitgever: Ambo | Anthos
  • Verschijnt: 13 januari 2026
  • Omvang: 384 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 23,99 / € 14,99 / € 16,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitstekend).
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de historische roman over Schotland van Julia Kelly

Schotland, 1900. De inwoners van het vissersdorpje bereiden zich voor op een onbarmhartige winter. Tijdens een storm spoelt een jongen aan. Hij vertoont een opmerkelijke gelijkenis met de zoon van Dorothy, die jaren daarvoor op dezelfde leeftijd in zee is verdwenen.

Het dorp raakt ingesneeuwd. Dorothy stemt ermee in om voor de jongen te zorgen totdat duidelijk is waar hij vandaan komt. Lang sluimerende geheimen komen boven in de hechte gemeenschap. En Dorothy kan de visser Joseph niet meer ontlopen, na jaren afstand te hebben gehouden.

Julia Kelly debuteerde met de roman Geschenk van de zee, die lovend werd ontvangen. Haar manuscript won al voor verschijnen verschillende literaire prijzen voor nog ongepubliceerd werk. Kelly woont in Herefordshire, Engeland.

Bijpassende boeken

Anne van Amstel – De geboorte van de Trooster

Anne van Amstel De geboorte van de Trooster recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe dichtbundel. Op 13 januari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Prometheus het nieuwe boek met gedichten van Anne van Amstel. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Anne van Amstel De geboorte van de Trooster recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De geboorte van de Trooster, het boek met gedichten van Anne van Amstel, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “De jury kan over de poëzie van deze laureaat kort zijn: alles in dit werk wijst naar dat ene simpele woord “waarachtig-werkelijk-overtuigend.” (Juryrapport Hollands Maandblad Schrijversbeurs)

Recensie van Tim Donker

Hoe ver kun je komen op een verkeerd been? Want dat is waar Anne van Amstel me op gezet had. Het verkeerde been. Ik dacht, ik wist niet wat te denken. Ik zag dat omslag, ik las iets over een trooster, ik dacht Dit gaat één of ander halfzacht werkje worden. Ik dacht aan esoterie, aan spiritualiteit, aan astrologie. Ik dacht aan alle dingen vreselijk. Of, al wat beter misschien, het boek van een mysticus, iets occults, zoiets als dat prachtige Year of the Inverted Star waar Matthew Kosinski onlangs mee afkwam. Wat ook nog kon, en weeral wat graadjes erger zou zijn, is zoiets als “literaire fantasy” (want dat, zo heb ik me laten vertellen, schijnt te bestaan).

Dan zou ik nu iets kunnen schrijven als “Ik begon dus met de nodige scepsis aan De geboorte van de trooster”. Maar die zin moet ik net iets te vaak uit het klavier mijner laptop rammen de jongste tijd. Bovendien is er een punt waarop “de nodige scepsis”, want, zeg nu zelf, hoeveel scepsis is precies de nodige scepsis?, een punt dus, waarop “de nodige scepsis” zoiets als weerzin begint te naderen en ik kan u zeggen dat Van Amstel dat punt aanvankelijk griezelig dichtbij leek te zijn.

Ik zeg aanvankelijk.
En ik zeg leek te zijn.

Want.

Ziet u, toen ik, hoeveel jaar geleden nu alweer, voor deze site begon te schrijven, heb ik mezelf een principe gesteld. Stapels boeken landden ineens op mijn recenseertafel. Ik was dat niet gewend. Ik was gewend mijn boeken te kopen. Of te bestellen. Niet zelden vanuit het verre Amerika. In boekhandels blader je boeken door, je leest een hiere of een daare passage; wat ik bestelde probeerde ik ook in te zien, het alles sloot een miskoop nooit uit maar wat ik kocht was te overzien en als ik het echt heel erg goed vond, schreef ik erover op een site elders. Maar de immer aanwassende recenseerstapels bevatten van alles en lang niet alles ervan behoort tot het soort literatuur dat ik doorgaans lees. Dan gaan mensen al snel wauwelen over comfortzones, of ze beginnen over een doos en dat je daarbuiten moet denken (ik zit nooit in een doos als ik denk) (ik zit sowieso vrij zelden in een doos), of weet ik veel wat, naja, wat blijkt is dat je iets waarvan je weinig tot niets verwacht toch heel mooi kunt vinden. Dus moet een besprekerken alles een kans geven, zelfs al sloft het besprekerken met lood in zijn schoenen naar zijn leesstoel, want wat heeft hij nu weer aan zijn recenseertafel gehangen gekregen, wie geeft hem dat nu, wie schrijft dat nu, wie leest dat nu, al die vragen en toch – lezen zal hij lezen doet hij. Al moet ik toegeven dat ik het minimum aantal pagina’s dat ik gelezen moet hebben vooraleer ik een boek een in mijn ogen “eerlijke kans” gegund heb steeds verder teruggeschroefd heb. Het waren er ooit vijftig. Want als de schrijver me in de eerste vijftig pagina’s niet heeft kunnen aanspreken, gaat hij het nooit doen. Misschien kiest een schrijver een wat ongelukkig begin, misschien moet je een stijl nog een beetje aftasten, misschien neemt het een beetje krijgen gewend aan, misschien komt het traag op gang, misschien moet het allerinnemendste personage nog geïntroduceerd worden, misschien behoeft het nog maar twee verhaalwendingen om het interessant te maken maar in vijftig bladzijden moet dat alles toch wel bekeken zijn, niet? (mijn ooitmalig buurman, Sergio, had het over nog veel meer pagina’s, een honderdtal docht mij, of meer nog, ik kan het hem niet meer vragen hij is mijn buurman niet meer hoewel ik het was die wegging maar dat heeft me altijd al vrij veel geleken), naja, met zoveel stapels te gaan nog, het kan ook wel minder dan vijftig bladzijden zijn misschien, wat zou ik me moe worstelen terwijl er verder naar onderen in de stapel nog veel moois ligt te wachten misschien, een bladzijde of dertig of twintig of tien is ook wel genoeg om een gefundeerde mening te vormen nietwaar?

De geboorte van de trooster krijgt dus in ieder geval mijn aandacht gedurende een pagina of wat, Anne van Amster schreef bovendien Trapezista en dat boek herinner ik mij als lang niet kwaad. Zwijgen dus en lezen nu.

Er is een Parakleta die “met de trage hartslag van een vinvis” “haar baan om de aarde” zwemt; een bladzijde later stelt AvA (waarin men moeiteloos Anne van Amstel herkent) de vraag: “Wat is er geworden van de kinderen die hun juf zagen ontploffen?”. Oké. Ik ben geïntrigeerd. Het lezen is geen werk meer nu, niet langer het principieel halen van een quotum. Het lezen is nu gewoon lezen. AvA heeft me bij de hand genomen en voert me mee.

Hier wordt het verhaal verteld van Elisabeth Dorothea Parr. Ook gekend als Lili. Ook gekend als Parakleta. Ze werd te vondeling gelegd bij een nonnenklooster, bleek al snel een voorlijk kind te zijn. Ze sloeg drie klassen over en werd op Concord High leerlinge van Christa McAuliffe, de lerares die in 1986 aan boord was van de spaceshuttle Challenger die kort na de lancering ontplofte. Het was de bedoeling dat McAuliffe via het project “leraar in de ruimte” kinderen vanuit de ruimte zou onderwijzen en ze op deze manier ook warm zou maken voor ruimtevaart. Zodoende werd er op veel scholen naar de lancering gekeken; massa’s kinderen waren getuige van de ramp. Ik wist dat eerlijk gezegd niet, of als ik het wel wist (ik was twaalf toen dit gebeurde) ben ik het weer vergeten. Maar de ramp met de Challenger was echt, en ruimtevaart bestaat, en nonnen bestaan, en televisie bestaat, en Amerika bestaat, en met al deze elementen smeedt Anne van Amstel, p’don ik bedoel natuurlijk AvA een “poëtische novelle” (welja) die me in beginsel niet direct esoterisch leek. Lili, zoals astronaut Elisabeth Dorothea Parr liefkozend wordt genoemd (evenals haar jammerlijk omgekomen juf meteen een publiekslieveling), heeft tot taak een ISS-module te repareren. Hiervoor moet ze via een mangat het ruimteschip verlaten; al zwevende de reparatiewerkzaamheden uitvoeren. Vanover heel de wereld wordt gekeken hoe Elisabeth uit het ruimteschip komt. Ze spreekt de aarde toe. “I love you all. Don’t ever forget that now.”, zegt ze. Dan gespt ze haar “lifeline” los. En weg zweeft ze. Weg van het ruimteschip. Weg van de aarde. Weg van de mensheid.

Omdat de hele wereld toekijkt, heeft de hele wereld een mening over wat er daar gebeurde. Deskundigen zijn uiteraard niet meer weg te branden van de buis, want only an expert can deal with the problem. Laurie Anderson zei het al. Al snel wordt duidelijk dat Lili zich opzettelijk losmaakte, er kan geen sprake zijn van een ongeluk. Is het zelfmoord of andere waanzin? Deskundigen bemoeien zich, de president van Amerika bemoeit zich, landen nemen stelling, burgers hebben stellige meningen. Er zijn er die in Parakleta, zoals Lili al snel komt te heten, een martelares zien, een ziener, een heilige. Miljonairs zien er de allerultiemste zelfmoord in en zijn bereid grote bedragen neer te tellen voor hun eigen “ruimtesuïcide”. Er zijn er natuurlijk ook die Parr als uitschot zien, een aanstelster die ondenkbaar egocentrisch drama heeft gemaakt en daarmee heel veel belastinggeld verspilde. Er komen duiders. Wat betekende een vlag die ze vasthield? De duif? Vredesduif of iets anders nog? Commercie springt erop in; duiven zijn niet meer aan te slepen. Televisie doet vierentwintig uur per dag verslag van alles wat maar enigszins te maken heeft met Lili. Leeft ze nog? Hoelang kun je eigenlijk overleven, zwevend in de ruimte? Waarom deed ze wat ze deed? Er is rep. Er is roer. De president wil Lili uit haar baan schieten. Massale verontwaardiging, demonstraties, duiven die op alle pleinen in de wereld de lucht ingelaten worden, oproerpolitie die gericht schiet, eerst op duiven, later eenvoudigweg op burgers. Soon there will be shooting at unarmend men, en dat is ook een hele goede seedee.

Hierin is De geboorte van de trooster sterk, heel sterk. Het toont heel duidelijk de drie gangbare manieren waarop er altijd weer gereageerd wordt op internationale gebeurtenissen. Totale onderwerping, devotie, kritiekloos geloof (bijvoorbeeld in het heersende discours, in wetenschap, in overheden, in (een nieuwe) religie); alles op het fanatieke af zodat andersdenkenden of sceptici almeteens als moreel verwerpelijk worden gezien (of “wapppies” voor die materie). Dat is één manier om om te gaan met gebeurtenissen die het gemiddelde voorstellingsvermogen te boven gaan. Een andere heeft te maken met hebzucht. Gewin. Materialisme. Als verklaringen niet meer toereikend zijn, laat de economie het dan maar overnemen. Als je er niets aan kunt veranderen, kun je er altijd nog aan verdienen. Het boek laat zich gedeeltelijk lezen als televisieverslagen; verslagen die veelvuldig worden onderbroken door reclameboodschappen. Ook ellende kan geld genereren (juist ellende misschien zelfs wel). De laatste manier is favoriet bij overheden: repressie. Geweld. Onderdrukking. Alles wat we niet begrijpen, slaan we dood. Wat afwijkt, moet geëlimineerd worden. Wees niet die eigenwijze Nederlander – Rutte zei het al. Het moet in een hokje. En anders moet het maar kapot.

Maar omdat Parakleta ook wijd en zijd vereerd wordt, zegt De geboorte van de trooster ook veel moois over religie. Misschien raakt het via apocriefe en deuterocanonieke boeken (wat wel en niet tot enige bijbel mag horen is iets dat me altijd gefascineerd heeft), hindoeïstische en tantrische geschriften aan theosofie (er moet een oerbron zijn waaraan alle oerbronnen ontspruiten); een gedacht waardoor Yann Martel zich ook al liet inspireren toen hij Zoon van Niemand schreef. Parakleta is echter onmiskenbaar een vrouw, dus AvA zegt vooral veel over thealogie. Waarom zijn zoveel religies zo buitengemeen patriarchaal? Wat heeft het voor betekenis om het goddelijke als vrouwelijk te denken? In één van haar noten (het notenapparaat moet u vooral niet overslaan want het bevat echt heel veel interessants) schrijft Van Amstel: “Allah en Jahweh hebben officieel geen gender, ook de christelijke God niet, maar in praktijk zijn er maar weinig gelovigen die niet spreken van ‘Hij’ en ‘Hem’, een grammaticale vorm die het godsbeeld sterk heeft beïnvloed.” – zou het door religie gekatalyseerde sexisme louter een gevolg van grammatica zijn? En omdat Parakleta naastenliefde en begrip predikt, zegt De geboorte van de trooster natuurlijk ook zo wat over oorlog en vrede, en de agressieve aard van het mensdier.

Al vind ik de passages waarin Parakleta sprekend opgevoerd wordt, niet het sterkst in De geboorte van de trooster.

Sja.

Ik weet niet.

Kun je de grenzen van de geloofwaardigheid tarten zonder de maatschappijkritische laag aan te tasten? Ja er is metaforiek, er bestaat zoiets als symbolisme. Je kunt ook op indirecte wijze een punt maken. Science fiction, surrealisme en absurdisme kunnen heel goed over een konkrete leefomgeving, en een specifieke tijd gaan. Maar hier wringt het naar mijn gevoel toch een heel klein beetje. Een vrouw die feitelijk allang dood had moeten zijn, spreekt heel de wereld toe. En de hele wereld luistert. En Parakleta lijkt ook te weten wat er op aarde speelt, dus de communicatie werkt beide kanten op. Zoals het een echte God betaamt ja. Maar als God spreekt, luistert lang niet iedereen en zelf lijkt hij af en toe toch ook wel een beetje Oost-Indisch doof (mag deze uitdrukking nog of is dat langzamerhand veel te onwoke geworden?). Het is ook een beetje obligaat, zo’n messias die verkeerd begrepen wordt, een roepende in de woestijn is. Met monologen die mij ook iets te prekerig zijn. Maar misschien kun je een domineesdochter die het evangelie wil vernieuwen het niet euvel duiden af en toe te preken.

Maar er is nog iets, en dat heeft te maken met taal. Zolang Parakleta zwijgend in de ruimte zweeft, is ze voorwerp. Iedereen speculeert, analyseert, vormt meningen, fulmineert op sociale media of dweept ongebreideld met Parakleta. Dat is hoe dingen gaan, en dat is waarom De geboorte van de trooster zo sterk is. Maar kan er een teveel aan taal ontstaan? Zegt Jan Arends niet “Een boom is geen taal. Een getekende boom is taal.” (ja dat zegt Jan Arends wel, in Lunchpauzegedichten zei hij dat en dat weet je allemaal best, Donker, dus stop te vragen naar de bekende weg – uw moeder moest dat vroeger al iets te vaak tegen u zeggen toen gij nog een kinderken waart). Zo ook is Elisabeth Dorothea Parr geen taal, Parakleta is taal. Maar als zij als taal nog begint te spreken, wordt het teveel taal. In plaats van als symbool aan ieders fantasie te appelleren, drukt ze zich woordelijk uit. Daarmee wordt Parakleta als fenomeen gedeeltelijk gedemystificeerd, Wat ze zegt, verschilt daarenboven niet zoveel van wat menig een messias voor haar al zei. Langs de andere kant heeft Van Amstel door deze grenzen van de taal te bewandelen, weliswaar onbedoeld, misschien wel eenvoudigweg nog een laag aan De geboorte van de trooster toevoegd.

Waar een klein boek vol van kan zijn. Waar het van overloopt. Filosofie, religie, politiek, poëzie, wetenschap, feminisme, geschiedenis. Dat. Hoe wonderschoon dat toch is. Dat is literatuur, mensen. Dat kan allemaal met literatuur. Hou allemaal onmiddellijk op met dat kijken naar dat Netflix van jullie. Ga lezen. Te beginnen met De geboorte van de trooster.

Anne van Amstel De geboorte van de Trooster

De geboorte van de Trooster

  • Auteur: Anne van Amstel (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 13 januari 2026
  • Omvang; 96 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 21,99
  • Boek bestellen >

Flaptekst van de nieuwe Anne van Amstel dichtbundel

Met de trage hartslag van een vinvis
zwemt Parakleta haar baan om de aarde.

In De geboorte van de Trooster gaan we de kosmos in, vondeling Lily achterna. Ze is een leerling geweest van juf Christa, die omkwam bij de ramp met de spaceshuttle Challenger. Lily zelf wordt ook astronaut, maar wat gebeurt daar voor het oog van de wereld bij het ruimteschip? ‘Mijn God, ze is los!’ Zo wordt ze Parakleta, middelaar, toevlucht, trooster voor de belaagde mens.

Anne van Amstel heeft in haar werk altijd haar betrokkenheid bij de wereld van vandaag laten zien. Maar in dit wonderbaarlijke werk – is het poëzie, proëzie of nog iets anders? – ontpopt ze zich tot apostel. Thealogie vervangt theologie in dit overrompelende, onheilige nieuwe evangelie; een goede boodschap in kwade tijden.

Anne van Amstel is geboren in 1974 in een domineesgezin te Hoogeveen. gezondheidszorgpsycholoog, docent postdoctoraal onderwijs en dichter van vier bundels, van Het oog van de storm (2004) tot en met Trapezista (2022). Ze woont sinds haar studietijd in Amsterdam.

Bijpassende boeken en informatie

Lena Sundström & Jens Mikkelsen – Vrijstaat

Lena Sundström & Jens Mikkelsen Vrijstaat recensie en informatie Zweedse Malmö thriller en deel 1 in de Kirseberg reeks. Op 6 januari 2026 verschijnt bij A.W. Bruna Uitgevers de Nederlandse vertaling van Fristaden de eerste thriller van het de auteurs Lena Sundström en Jens Mikkelsen die uit Zweden afkomstig zijn. Winnaar van de prijs voor het beste Zweedse thrillerdebuut in 2024. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Lena Sundström & Jens Mikkelsen Vrijstaat recensie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Vrijstaat, de eerste thriller van het Zweedse schrijversduo Lena Sundström en Jens Mikkelsen, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Lena Sundström en Jens Mikkelsen schreven een fantastisch debuut. Ze kunnen een verhaal vertellen en ze kunnen ook de problemen van de hedendaagse journalistiek met indrukwekkende helderheid inzichtelijk maken.” (Lotta Olsson, Dagens Nyheter)

Recensie van de redactie

Als een Zweedse thriller wordt bestempeld tot het beste debuut van het jaar dan begin je met behoorlijk hoge verwachting aan het boek. Niet vreemd als je weet hoeveel goede thrillers en thrillerschrijvers en afkomstig zijn uit het grootste land van Scandinavië. Maar het is toch maar de vraag of de waardering ook echt wordt waargemaakt.

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen. Een slechte thriller is Vrijstaat zeker niet. Het boek doet aan alle verwachtingen die je van een Scandithriller kunt verwachten: hoofdpersonen met diepgang die deels gebukt gaan onder hun eigen verleden, sociaal engagement en een goed opgebouwde plot met een aantal verrassingen.

Voormalig succesvol buitenlandcorrespondent Anne heeft zich teruggetrokken uit haar drukke leven in de schijnwerpers en wil naar haar scheiding in Malmö een nieuw leven opbouwen. In de stad komt ze jeugdliefde Sven tegen die herinneringen en gevoelens oproept waar ze eigenlijk geen zin in heeft. Maar het lot wil anders en tegen wil en dank raken ze betrokken bij de dood van een lokale Malmöse beroemdheid. De politie gaat uit van een roofmoord maar de journalisten hebben gerede twijfel.

Lena Sundström en Jens Mikkelsen nemen de tijd in deze thriller om het plot op te bouwen en hun hoofdpersonen kleur en diepgang te geven. Het lukt ze bovendien om de lezer het verhaal in te trekken en het boek leest lekker weg. Klein minpuntje is een aantal ongeloofwaardige toevalligheden dat nodig is voor de plot en een klein beetje afbreuk doen. Maar als je dit gegeven niet al te veel aandacht schenkt dan staan je een flink aantal uren leesplezier te wachten. Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Lena Sundström & Jens Mikkelsen Vrijstaat

Vrijstaat

Kirseberg thriller 1

  • Auteurs: Lena Sundström, Jens Mikkelsen (Zweden)
  • Soort boek: Zweedse thriller, Malmö thriller
  • Origineel: Fristaden (2024)
  • Nederlandse vertaling: Mattijs Warbroek
  • Uitgever: A.W. Bruna Uitgevers
  • Verschijnt: 6 januari 2026
  • Omvang: 512 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99 / € 15,99
  • Beste Zweedse thrillerdebuut van 2024
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Bestelmogelijkheden thriller >

Flaptekst van de eerste thriller van Lena Sundström en Jens Mikkelsen

De ijzersterke eerste Kirseberg-thriller van Lena Sundström & Jens Mikkelsen, bekroond met de prijs voor het beste Zweedse thrillerdebuut van 2024.

Wanneer het lichaam wordt gevonden van de Malmöse socialite Rebecca Rönn, denkt de politie aanvankelijk dat het om een roofmoord gaat. Sven, een journalist voor ochtendkrant Dagbladet , ontdekt dat Rebecca wellicht over informatie beschikte die haar het leven heeft gekost. Maar de politie beschouwt de zaak als opgelost en Sven staat alleen in zijn zoektocht naar antwoorden.

Buitenlandcorrespondent Anne heeft haar leven gewijd aan haar carrière. Na haar scheiding koopt ze impulsief een verlaten pand in de wijk Kirseberg in Malmö. Nadat ze daar haar jeugdliefde Sven tegenkomt, die ze vijfentwintig jaar niet heeft gezien, duiken ze samen in de zaak. Algauw raken de twee journalisten verwikkeld in een bloedstollende zoektocht naar de waarheid, en wat ze ontdekken is vele malen duisterder dan ze ooit voor mogelijk hadden gehouden.

Lena Sundström is geboren op 8 maart 1972 in Seoul, Zuid-Korea. Ze iseen prijswinnende onderzoeksjournaliste. Ze woont in Stockholm en is tevens eredoctor in de rechten aan de Universiteit van Stockholm. In 2009 en 2013 werd ze genomineerd voor de Augustprijs. Ze ontving de Publicistklubbens stora pris 2009, de Guldspaden 2009 en de Torgny Segerstedts frihetspris 2014. Sinds 2015 is ze werkzaam bij SVT en daarvoor bij Dagens Nyheter, TV4 en Aftonbladet. In 2024 maakte ze haar spannende debuut met Fristaden, het eerste boek in de detectiveserie over journalisten Anne en Sven in Malmö. Het vervolg, Baby X, verschijnt in het voorjaar van 2025. De serie is geschreven samen met Jens Mikkelsen. Samen hebben ze veertig jaar ervaring in het onderzoeken van misstanden en machtsmisbruik in alle lagen van de samenleving, zowel in Zweden als daarbuiten.

Jens Mikkelsen woont in Malmö en werkt sinds 2005 als bekroond onderzoeksjournalist bij Sydsvenskan. Hij schreef een boek over vermiste kinderen zonder papieren en heeft in de loop der jaren de zwarte markt en de onderwereld van Malmö in verschillende reportages in beeld gebracht. Hij won de Zweedse Grote Journalistiekprijs in 2008. Bovendien ontving hij de Wendelprijs in 2016 en 2018 en de Cordelia Edvardsonprijs in 2018.

Bijpassende boeken en informatie