Tag archieven: Recensie

Rachelle Wagner – In Hemels naam

Rachelle Wagner In Hemels naam recensie, review en informatie over de inhoud van de fantasy. Op 10 juni 2026 verschijnt bij Rebel Books de eerste young adult fantasy roman van Rachelle Wagner. Hier lees je uitgebreide informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Rachelle Wagner In Hemels naam recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van In Hemels naam, de fantasyroman geschreven door Rachelle Wagner, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Monique van der Hoeven

Wauw, wauw, wauw… dit geweldige boek staat voor mij met stip op nummer 1 van de tot nu toe in 2026 gelezen boeken!

Welk boek? Ik heb het over In Hemels Naam, de debuutroman van de Nederlandse schrijfster Rachelle Wagner. Wat kan die vrouw schrijven zeg! Het boek komt overigens op 10 juni 2026 uit bij Uitgeverij Rebel Books.

Het boek viel mij meteen op door de geweldige felroze kleur – ja, het is echt zo roze als het lijkt op de foto’s 😉 – een prachtige hardcover editie met tekeningen aan het begin van alle delen en hoofdstukken.

Het verhaal greep mij meteen al bij de allereerste zin: “Ik wist precies hoe ik mijn eerste moord zou plegen als de tijd daar was”. Uitgesproken door een heel normaal meisje van 17 jaar, Florence, een van de twee hoofdpersonen van het boek. Florence is onderdeel van de Velli-familie een eeuwenoude familie die in opdracht van de Goden mensen moet vermoorden die de levensloop van de geschiedenis al te negatief zouden kunnen beïnvloeden. Om deel te mogen nemen aan het familiebedrijf heeft Florence een complete opleiding gevolgd en ze wacht nu ongeduldig op haar allereerste opdracht.

Haar “Object” – de persoon die zij moet vermoorden – blijkt een eveneens 17-jarig meisje te zijn. Een doodnormaal meisje wat in Amsterdam woont en eigenlijk geen vlieg kwaad lijkt te doen. Per ongeluk expres vermoordt Florence haar leeftijdgenoot. Lucy komt daardoor in de Hemel terecht, waar het een enorme, bureaucratische, warboel blijkt te zijn.

En dan blijkt er ook nog het een en ander mis te zijn gegaan. Was Lucy eigenlijk wel het Object wat Florence moest vermoorden?

Het concept voor dit verhaal vind ik op zichzelf al heel verrassend en anders. En dan de manier waarop Rachelle Wagner het heeft uitgewerkt – die combinatie maakt het voor mij briljant!

In een heel vlotte en prettige schrijfstijl word ik vanaf de eerste regel meegezogen in een wereld die verblindend en verrassend is. Een wereld vol met mythische en historische figuren en bijzondere locaties. Met daarnaast een sterk en spannend verhaal over vriendschap, familiebanden, macht en vrijheid. Rachelle Wagner schrijft met een flinke dosis humor – ik kan me niet herinneren hoe vaak ik echt letterlijk hardop heb zitten lachen tijdens het lezen en mijn huisgenoten verbaasd opkeken van hun werk. Deze humoristische stijl maakt het verhaal niet oppervlakkig, de schrijfster slaagt er wonderwel in ook nog een diepere laag te scheppen, die verrassend veel overeenkomsten heeft met onze eigen steeds sneller veranderende en gedigitaliseerde wereld. Gewaardeerd met de maximale ∗∗∗∗∗ (uitmuntend).

Rachelle Wagner In Hemels naam

In Hemels naam

  • Auteur: Rachelle Wagner (Nederland)
  • Soort boek: fantasy, youn adult (15+)
  • Uitgever: Rebel Books
  • Verschijnt: 10 juni 2026
  • Omvang: 300 pagina’s
  • Afmetingen: 15,1 x 21,9 x 3 cm
  • Gewicht: 564 gram
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 24,95
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitmuntend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst van de fantasyroman van Rachelle Wagner

Een 17-jarige huurmoordenaar, het verkeerde slachtoffer en een onvergetelijke reis door de Hemel.

Florence Velli is een doodnormaal 17-jarig meisje. Nou ja, los van het feit dat zij en haar familie al eeuwenlang huurmoordenaars zijn, die in opdracht van de Goden mensen vermoorden om de wereld te beschermen.

Voor haar eerste moord reist Florence naar Amsterdam. Doelwit: Lucy. Een onopvallend meisje – op het eerste gezicht niet bepaald een gevaar voor de wereld. Maar Florence is getraind om te doden, niet om vragen te stellen. Wanneer Lucy (per ongeluk) om het leven komt, keert Florence terug naar haar familie. Opdracht voltooid. Klaar voor de volgende moord.

Ondertussen wordt Lucy in de Hemel allesbehalve gastvrij ontvangen. Ze wordt van het kastje naar de muur gestuurd om te bewijzen dat ze écht, heus waar, dood is. Terwijl ze verdwaalt in een wirwar van Hemelse bureaucreatie, duikt Florence plots weer op. Wat doet haar moordenaar in de Hemel? Hoe hemels is de Hemel eigenlijk? En komen ze ooit weer thuis?

Rachelle Wagner is schrijver in hart en nieren. Al sinds ze jong was las ze niet alleen alles wat los en vast zat, maar schreef ze ook wanneer ze maar een pen kon vinden. Niet gek dus dat ze Literatuurwetenschappen is gaan studeren om nóg beter te snappen hoe een goed boek in elkaar zit. Meer dan tien jaar verder, en haar liefde voor boeken is alleen maar groter geworden. Naast haar werk als redacteur en schrijfdocent, zit ze al meer dan een decennium in een boekenclub, is ze dol op bakken en nog doller op die baksels eten.

Bijpassende boeken

Stig Sæterbakken – Siamese

Stig Sæterbakken Siamese recensie, review en informatie over de inhoud van de roman van de schrijver uit Noorwegen. Bij Uitgeverij Dalkey Archive Press verschijnt de Engelse vertaling van Siamesisk de roman van de in 2012 overleden Noorse dichter Stig Sæterbakken. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Stig Sæterbakken Siamese recensie van Tim Donker

Een man. Een vrouw. Ouder echtpaar. Ooit moeten ze van elkaar gehouden hebben. Maar hoe gaan die dingen. Je bent jong, je ontmoet iemand, je gaat van elkaar houden, of je denkt van elkaar te houden, of je ziet hele andere dingen aan voor liefde, en je gaat trouwen, want dat is hoe het hoort te lopen in het leven. En voor je het weet is je leven alweer bijna voorbij en ben je vijftig jaar lang bij iemand geweest van wie je je nu hard afvraagt wat je ermee moet. In Siamese resteert voornamelijk afstand, afkeer, nijd en wat misschien nog het best als een vorm van stockholmsyndroom omschreven kan worden. De vrouw richt zich op het hier en nu, huishoudelijke taken, dingen die gedaan moeten worden, boodschappen, eten, klusjes. De man heeft zich teruggetrokken in de badkamer en doet niets meer dan zitten, denken en kauwgom kauwen. Dat is geen Samuel Beckett of Thomas Bernhardt, die er op het achterplat maar weer eens bijgehaald worden (want hee de situatie is absurd en vol van gal en animositeit dus met welke namen gaan we anders schermen?) maar, als je het mij vraagt, eerder Jean-Philippe Toussaint.

Dan flikkert de lamp in de badkamer, en gaat kapot. De vrouw haalt er de conciërge bij van het gebouw waar ze in wonen. Misschien is dat wat overdreven: de conciërge bellen om een lampje te vervangen. Maar allicht is dat in Noorwegen heel gebruikelijk. Wat heeft zo’n conciërge anders te doen in zo’n gebouw met, naar ik veronderstel, sociale huurappartementen.

In Siamese wisselt het vertelperspectief voortdurend tussen de man: Edwin Mortens en zijn vrouw: Erna Mortens. Maar Sæterbakken geeft blijk van zijn meesterschap door het eerste hoofdstuk door Erna te laten vertellen. Zo komt de ongemakkelijkheid van de situatie optimaal tot zijn recht. Erna loopt met de conciërge de badkamer in en daar zit haar man zwijgend in een stoel. Ze haalt er een opstapje bij zodat de conciërge de lamp eruit kan drajen. Edwin boert een paar keer luid, Erna staat er even bij, en kijkt erna, gaat weg, reddert wat in de keuken (“rommelen”, noemde mijn tante dat – heeldurdagen was zij in de keuken aan het “rommelen”, ieder kopje waaruit een van ons koffie had gedronken waste ze ogenblikkelijk af, en bovendien begon ze idioot vroeg met het avondeten, veelal reeds aan het eind van de ochtend – terwijl ze doodnormale oerhollandse gerechten op tafel zette: aardappels, vlees, groente. de aardappels waren bijna altijd gegratineerd dus allicht dienden die kort gekookt vooraleer ze in de oven gingen maar alsnog geen maaltijden waarmee een mens uren bezig moest zijn. haar groenten waren dan ook altijd volledig kapot gekookt omdat ze die meerdere keren op een dag opwarmde. maar haar jus was altijd goed op smaak, dat moet ik zeggen), totdat de conciërge terugkomt uit de badkamer. Ze biedt hem een kopje koffie aan, ze gaan zitten in de huiskamer, ze praten niet of nauwelijks, zitten daar maar, de conciërge steekt een sigaret op. Dat moet ook in het 1997 waarin Sæterbakken dit Siamesisk, zoals Siamese in de originele versie heette, het levenslicht liet zien, bijzonder onattent geweest zijn. Maar Erna zegt er niks van.

Hiermee zet Sæterbakken de lezer feitelijk op het verkeerde been. Of misschien. Op een half been. Bij nu kun je nog denken te maken hebben met een absurdistische komedie over menselijk onvermogen. Twee echtelieden die tot elkaar veroordeeld zijn, een man die verdrinkt in zijn walging en ervoor gekozen heeft de wereld de rug toe te keren; een vrouw die het liefst blijft doen alsof er niks aan de hand is. Niet raar, hij zit gewoon graag in die badkamer, moet kunnen. Zich ondertussen wel afvragend wat de conciërge ervan denken zal. Pijnlijk. Menselijk. Grappig.

Had Edwin als eerste het woord gekregen, dan had het eerste hoofdstuk er heel anders uitgezien. Woede en achterdocht hadden geprevaleerd. Bovendien had hij niet goed begrepen wat er precies aan de hand was. Niet alleen omdat de conciërge niet de hele tijd in de badkamer is, en Edwin weigert de badkamer uit te gaan. Maar ook, zo blijkt, is Edwin blind.

Pas in opvolgende hoofstukken wordt de achtergrond meer en meer ingekleurd. Edwin begon op een bepaald moment zijn zicht te verliezen, tot op het nivo waarop hij nu zit: volledige blindheid. Bovendien lijkt hij ziek te zijn. Terminaal wellicht? (alles is terminaal, zei Zappa ooit toen een journalist hem vroeg in welk stadium zijn ziekte was) Zit hij vast aan een of meerde apparaten? Het kan ook alleen maar een stoma zijn. Kleinswijltjens lang dacht ik dat hij daar in een rolstoel zat, maar het blijkt een schommelstoel te zijn. Is hij verlamd? Het lijkt erop dat hij niet eens kán opstaan. Eén of andere progressieve ziekte, kun je denken, die steeds meer van zijn lichaamsfuncties aantast. Of depriveert hij uit verkozen inactiviteit? Ook een mogelijkheid: Edwin heeft zich toegelegd op het voltijds vegeteren en omdat hij niets anders meer wil dan zitten, en denken, verzwakken al zijn andere spieren. Misschien toch niet ziek, afgezien van zijn blindheid. Erna denkt soms dat hij alles simuleert. Dat hij misschien helemaal gezond is, kan zien, haar en iedereen in de maling neemt. Sæterbakken laat de lezer heen en weer slingeren tussen beide veronderstellingen. De Edwin-hoofdstukken lezend zou je denken dat hij elk moment dood kan gaan. Wanneer je echter door Erna’s ogen kijkt is er misschien echt niet zoveel aan de hand. Gans het boek doorheen blijft het in het midden.

Misschien is Edwin onbetrouwbaar. Uiteindelijk is hij de gek. Een vent die in een schommelstoel zit in de badkamer, op de vloer een zee van kauwgompapiertjes. Hij eet niet, hij praat nauwelijks, hij schreeuwt en scheldt alleen maar. De hoofstukken waarin hij aan het woord is, zijn wel het langst en gaandeweg krijgt hij steeds meer diepte. Gedurende een groot deel van zijn leven was hij de directeur van een verzorgingstehuis, Kronsæter. Hoe hij daar weggegaan is, is niet geheel helder. Gewoon met pensioen misschien? Of moest hij weg toen hij zijn zicht begon te verliezen? Er is ook een incident geweest met een verpleegster; Edwin werd driftig om iets kleins en iedereen op Kronsæther koos de kant van de verpleegster.

Langzaamaan tekent zich het plaatje. Zijn hele leven lang al, was Edwin een temperamentvol man. Maar ook consciëntieus, toegewijd, precies, en zeer intelligent. Op het idiote af. Ja, in de Edwin-hoofdstukken neemt Siamese een beckettiaanse toon aan – het gaat over dood, verrotting, stront, vuiligheid, een enkele keer met een licht erotiese lading. Maar zijn herinneringen aan Kronsæther zijn net zo goed nietzscheaans: de wil tot macht, hoe wat de een vergaart altijd ten koste van de ander gaat. Een ex-collega over wie hij voornamelijk in deze termen nadenkt is De-Sarg; een man waarmee hij een soort haatliefde-verhouding lijkt te hebben gehad. Geen goed woord heeft Edwin over voor De-Sarg maar het lijkt wel een man geweest te zijn die hij met liefde heeft gehaat. Daarnaast denkt Edwin veel na over politieke, sociale, maatschappelijke en emotionele zaken. En komt daarbij vaak tot moje bevindingen. Bijvoorbeeld dat de wet er niet is om de burger te beschermen maar juist om hem te onderdrukken. Of neem dit idee over het huwelijk – of lange relaties tout court: “A liar, that’s what you turn into when you’re with a woman. You have to liet he whole time. Otherwise you’d never be able to keep her.” Kijk met Erna mee en je ziet een onhebbelijk monster vol chagrijn zitten daar in die stoel in de badkamer. Maar eens Edwin zelf aan het woord is, kun je niet anders dan sympathie voor hem opvatten.

Het monster, de volslagen gek in de badkamer. Erna kookt voor hem, brengt hem zijn cola – de enige drank die hij nog drinkt – en vult zijn kauwgom en zijn medicijnen steeds aan. Voorheen nam ze ook zijn persoonlijke verzorging op zich. Knipte zijn haren en zijn vinger- en teennagels. Duwde zijn nagelriemen terug. Schoor en waste hem. Daar is ze omdat ze niet echt veel dankbaarheid hierbij ontmoette mee opgehouden. Nu is Edwin vervuild, stinkend, lang haar, lange baard – om hem een nog iets sardonieser aanzien te geven allicht. Maar is Erna echt wel betrouwbaarder dan Edwin? Ze is onzeker, stil, naïef, beïnvloedbaar en een beetje karakterloos. Ze heeft zeer zeker niet per se een helderder zicht op de waarheid dat de blinde en “gestoorde” Edwin.

Misschien is het aan de lezer, of ligt het ergens in één of ander midden – misschien wat meer naar links, misschien wat meer naar rechts ervan. Geloof je Erna, dan is Edwin een vreselijke man. Bezie je het van de andere kant dan is Erna een emotieloze, ijskoude vrouw die een blinde hulpeloze man aan zijn lot over laat, hem alleen maar het hoogstnoodzakelijke brengt om hem in leven te houden en verder in huis de hele dag door met dingen bezig is waarop Edwin geen enkel zicht meer heeft. Letterlijk en figuurlijk.

Je hoeft niet heel veel fantasie te hebben om Siamese te lezen als emblematisch voor alle huwelijken. Hoe abnormaal de situatie van Erna en Edwin ook is, in essentie is het niet heel anders dan datgene waar veel mensen mee overblijven wanneer ze tientallen jaren bij elkaar zijn geweest. Ze hebben alles gegeven, de anders was ondankbaar. Ze waren en deden zoveel dat de ander nooit zag. Ten beste blijft er een kameraadschap over waarin de ander gedoogd kan worden. Maar pure weerzin is ook niet onmogelijk. Doorschoten met flitsen van genegenheid. Edwin noemt Erna Sweetie. Uit dodelijk cynisme. Maar soms ook met de compassie die de twee altijd nog voor elkaar hebben, ergens, diep verscholen onder de zwarte teer van alle andere lagen.

Iemand van de New York Times zegt: “Siamese is a difficult and brilliant book, like one of those skulls inscribed: ‘As I am now, so shall you be’ that a death besotted Romantic might have kept by his bedside.”; wel – Siamese is geen moeilijk boek. Een pijnlijk boek misschien, omdat het gaat over verval. Verval van liefde, verval van decorum, verval van aanzien. Verval van gezondheid ook. Dood gaan we allemaal, en de laatste stappen erheen zijn vaak niet de mooiste in een mensenleven. En briljant is Siamese ook niet echt. Het had briljant kunnen zijn, maar Sæterbakken laat na zijn geniale opening net iets teveel liggen. De ontwikkelingen met de conciërge, die, zo komen als we het boek al bijna uit hebben nog te weten, Olav Martiniussen blijkt te heten, zijn net iets te voorspelbaar. Al heeft Sæterbakken het einde dan wel weer zodanig open gelaten dat wat er op het allerlaatst aan de hand is een weinig in de lucht blijft hangen. En Erna is me toch iets te tweedimensionaal gelaten. Ik kon haar niet anders zien dan als Edith Bunker. De archetypische huisvrouw. Voornamelijk bezig met praktische zaken. Ondanks al het zuur dat haar ten deel valt, toch altijd loyaal aan haar man. Zelfs als ze boosaardige dingen over hem denkt, houdt ze een marge open waarin ze hem toch niet helemaal wil afvallen. Ook blijkt veel van wat ze in eerste instantie als gekheid terzijde schuift, later in het boek toch op waarheid te berusten (zoals een schuld die De-Sarg volgens Edwin nog bij hem heeft openstaan). Misschien had Edwin toch gelijk. Misschien zag Edwin het toch allemaal juist. Zulke gedachten. Zulke twijfels. Die Erna als personage in ieder geval niet krachtiger maken. Tot slot had er meer met de taal gedaan kunnen worden. De taal had gestoorder, kapotter gekund. Maar dat euvel ligt misschien eerder bij vertaler Stokes Schwartz. Die behalve literatuur ook -of misschien vooral- technisch en historisch werk heeft vertaald. Mogelijkerwijs heeft hij een te zakelijke benadering van het Noors gehad? Alleen diegenen die het Noors machtig zijn, kunnen die vraag beantwoorden.

(en hoe een boek kan zijn als een schedel met inscriptie zie ik al helemaal niet, maar voor New Yorkers zal dat allemaal wel duidelijk zijn)

Misschien had er meer in kunnen zitten, maar Siamese is al bij al een zeer fijn boek. Pijnlijk. Absurd. Grappig. En, zeker op het eind, af en toe ook regelrecht ontroerend. Een boek over liefde. Een boek over dood. Een boek over leven. Ik kende Sæterbakken eerlijk gezegd niet, ik weet niets van zijn oeuvre. Geboren in 1966, overleden in 2012 en in ieder geval dus niet bijster oud geworden. Maar dat zegt niets over een oeuvre; sommige schrijvers pennen boek na boek na boek na boek in slechts enkele jaren. Siamese verscheen in 2010 al een keer in Engelse vertaling; deze twede editie is meer dan verdiend. Een vertaling in het Nederlands zou ook mooi zijn. Misschien iets voor Koppernik?

Stig Sæterbakken Siamese

Siamese

  • Auteur: Stig Sæterbakken (Noorwegen)
  • Soort boek: Noorse roman
  • Origineel: Siamesisk (1997)
  • Engelse vertaling: Stokes Schwartz
  • Uitgever: Dalkey Archive Press
  • Omvang: 164 pagina’s
  • Afmetingen: 14 x 20,3 x 1,3 cm
  • Gewicht: 227 gram
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 13,50 / € 12,99
  • Boek bestellen >

Flaptekst van de Stig Sæterbakken dichtbundel

Edwin Mortens is almost blind, but has good hearing; his wife Erna is hard of hearing, but has excellent eyes. Paralyzed from the waist down, Edwin sits locked in his bathroom all day, every day, trying to liberate his mind from his body.

Edwin Mortens is almost blind, but has good hearing; his wife Erna is hard of hearing, but has excellent eyes. Paralyzed from the waist down, Edwin sits locked in his bathroom all day, every day, trying to liberate his mind from his body. The experiment is going relatively well: nearly all his bodily functions have ceased, his limbs are in a state of decay, and his digestive system is in the process of breaking down. “This body,” he says, “is a sewer.”

To pass the time, Edwin dedicates his days to chewing gum and screaming at his wife, on whom he is, nonetheless, entirely dependent; while Erna’s life, despite Edwin’s constant abuse, revolves around her hideous husband. Edwin and Erna live in a state of perfect equilibrium—fueled by habit, cruelty, humiliation, and quite possibly love—until a young maintenance man is called to replace a lightbulb in Edwin’s bathroom, and the “Siamese twins” find themselves embroiled in a new and vicious struggle for power.

Stig Sæterbakken is op 4 januari 1966 geboren in Lillehammer, Noorwegen. Hij was een romanschrijver, dichter en vertaler. Van zijn werk is tot nu toe nog geen Nederlandse vertaling verschenen. Op 24 januari 2012 overleed Stig Sæterbakken op 46-jarige leeftijd. Hij pleegde zelfmoord.

Bijpassende boeken en informatie

Davide Morosinotto – De legendarische schat van Hell Gate

Davide Morosinotto De legendarische schat van Hell Gate recensie, review en informatie roman over het New York van de jaren 1920. Op 29 april 2026 verschijnt bij Pelckmans Uitgevers de Nederlandse vertaling van Il leggendario tesro di Hell Gate, de young adult roman geschreven door de Italiaanse schrijver Davide Morosinotto. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Davide Morosinotto De legendarische schat van Hell Gate recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De legendarische schat van Hell Gate, de New York roman geschreven door Davide Morosinotto, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Jolien Dalenberg

Vijf vrienden groeien op in East Harlem, New York. Een plek waar veel mensen het niet al te breed hebben. Tommy bijvoorbeeld kan niet meer  naar school,  hij moet werken als ijsblokken verkoper zodat zijn grote gezin net genoeg geld heeft. Mario, wat klein van stuk, moet noodgedwongen voor hemzelf en zijn moeder zorgen,  omdat zij periodes leeft als een schaduw: in bed, in het donker, nauwelijks reagerend op zijn aanwezigheid. Rico heeft sinds de dood van zijn oom niemand meer en woont op straat. De ouders van Amy willen het liefst een Koreaans restaurant openen, maar moeten verborgen nemen met een schimmige kroeg. En de intelligente Lucy woont met haar moeder, tantes en zussen waar ze met naaiwerkjes de kost verdienen.

Alles verandert als de Kakkerlakken, zoals ze spottend genoemd worden, een dode man vinden. Hij lijkt erop dat deze man op jacht was naar een grote schat. Wat zou het betekenen voor het leven van de Kakkerlakken als zíj die schat vonden? Ze besluiten samen op zoek te gaan en komen er al gauw achter dat ze niet de enigen zijn. Ze trekken de aandacht van gevaarlijke personen, komen meerdere malen (bijna) in moeilijkheden en moeten meer dan ooit op elkaar vertrouwen.

De legendarische schat van Hell Gate speelt grotendeels in de jaren ’20 van New York, maar bevat ook flashbacks naar een tijd ervoor, toen de Engelsen en Amerikanen in oorlog met elkaar waren. In het begin komt het boekt wat langzaam op gang; zowel in de flashbacks als de tijd van de Kakkerlakken wordt veel ruimte genomen om de situaties en personages te schetsen. Daardoor is het in het begin echt af en toe even door bijten.

Langzaam maar zeker grijpen de twee  verhaallijnen steeds meer in elkaar en wordt het een geheel. Elk hoofdstuk begint met een dossierstuk, zwart/wit vorm gegeven, met kleine stukjes informatie die iets weggeeft over wat er gaat komen. Wat mij betreft een originele en waardevolle verrijking. Het geeft het boek extra sfeer, met ouderwetse (pas)foto’s, waardoor je meer en meer bij het verhaal betrokken raakt.

Naarmate het verhaal vordert, worden de vijf vrienden steeds karaktervoller. In het begin zijn ze alleen op uiterlijk te onderscheiden, daarna ook echt op karakter. Terwijl ze hun avontuur beleven, leer je hen en hun leven steeds beter kennen. Ook de onderlinge vriendschap wordt steeds duidelijker en sterker. Ondertussen wil je als lezer uiteindelijk maar een ding: weten hoe het afloopt. Met Bill Swan, van wie de fragmenten zijn in de tijd van oorlog,  maar ook met de Kakkerlakken.

De legendarische schat van Hell Gate is een prikkelend verhaal in de rauwe omgeving van New York in de twintigerjaren van de vorige eeuw. Naast spanning,  is er ook ruimte voor gelaagdheid en avontuur. Iets meer humor of lichtheid zou het verhaal net wat meer lucht hebben gegeven in het begin. Maar eerlijk is eerlijk, de achtergrond waarin dit zich afspeelt, is vrij donker. Je moet er van houden. Maar Morosinotto is zonder twijfel een goede schrijver die met zorg een plot opbouwt, aandacht heeft voor het decor, en met oog voor detail werkt. Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Davide Morosinotto De legendarische schat van Hell Gate

De legendarische schat van Hell Gate

  • Auteur: Davide Morosinotto (Italië)
  • Soort boek: New York roman, young adult
  • Origineel: Il leggendario tesro di Hell Gate (2025)
  • Nederlandse vertaling: Pieter van der Drift, Manon Smits
  • Uitgever: Pelckmans Uitgevers
  • Verschijnt: 29 april 2026
  • Omvang: 535 pagina’s (rijk geillustreerd)
  • Afmetingen: 14,8 x 22,3 x 4,5 cm
  • Gewicht: 881 gram
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 24,50
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Boek bestellen >

Flaptekst Davide Morosinotto roman over New York in de jaren 20

Een verhaal van mysteries, vriendschap en emancipatie, dat zich afspeelt in het New York van de jaren 1920.

Ze werden de Bende van de Kakkerlakken genoemd, en dat het leven niet eerlijk was, hadden zij altijd al geweten.

Lucy met haar woede, Amy met haar geheimen, Tommy met zijn angsten en Mario met zijn dromen. En Rico, die alleen maar probeerdeonzichtbaar te zijn. Maar nu zou dat allemaal veranderen op het moment dat ze onder een spoorbrug het lichaam van een onbekende man vinden. In zijn schoenen ontdekken ze een geheimzinnige tekening en een sleutel.

Het begint met wat speurwerk, maar verandert al snel in een levensgevaarlijke zoektocht vol raadsels, rivaliserende bendes, corrupte agenten en duistere figuren. Terwijl de stad gonst van jazz, smokkel en geheimen, moet de Bende van de Kakkerlakken leren elkaar te vertrouwen – want alleen samen maken ze kans het legendarische goud te vinden.

Davide Morosinotto is geboren op 17 maart 1980 in Camposampiero, Italie. Hij is schrijver, vertaler en journalist en vooral bekend als auteur van jeugdboeken, Zijn boeken zijn vertaald in 25 talen. Hij heeft al vele prijzen gewonnen, waaronder de Super Premio Andersen voor Walker& Dawn en de Strega Ragazze e Ragazzi voor De Allergrootste. In Nederland werden zijn boeken bekroond met de Vlag en Wimpel en de Zilveren Griffel en in Vlaanderen won hij de KJV.

Bijpassende boeken

Anne-Katrin Weber – De smaken van Lissabon

Anne-Katrin Weber De smaken van Lissabon recensie, review en informatie kookboek met authentieke gerechten uit de Portugese hoofdstad. Op 22 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Deltas het kookboek van Anne-Katrin Weber met recepten en gerecht uit Lissabon, de hoofdstad van Portugal. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Anne-Katrin Weber De smaken van Lissabon recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De smaken van Lissabon, authentieke gerechten uit de Portugese hoofdstad, het kookboek geschreven door Anne-Katrin Weber, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Wie wel eens een bezoek heeft gebracht aan Lissabon, de hoofdstad van Portugal, weet dat het niet alleen dat het een mooie en sfeervolle stad is maar ook zeer rijk aan vele, vaak vrij kleine eettentjes en bakkerijen waar je de smakelijkste lekkernijen kunt kopen. De stad heeft een lange en rijk geschiedenis met, mede door het koloniale verleden, invloeden uit de gehele wereld die terug te vinden zijn in de eetcultuur.

Sommige van die gerechten zoals de pasteis de nata, de bekende puddingpasteitjes kun je tegenwoordig zelfs op veel plekken in Nederland terugvinden. Maar voor een groot aantal gerechten geldt dat je er toch echt voor naar Lissabon moet. Wat wel helpt is dat je her en der in Nederland en België tegenwoordig winkels en marktkramen vindt waar je veel Portugese ingrediënten kunt kopen.

Om je te helpen zelf aan de slag te gaan met het maken van gerechten en lekkernijen die zo kenmerkend zijn voor de stad is er nu het kookboek De smaken van Lissabon. Met het door Uitgeverij Deltas mooi uitgegeven en rijk geïllustreerde kookboek kun je nu zelf aan de slag om de volle rijkdom van de keuken van Lissabon thuis te ervaren. De recepten zijn helder en duidelijk opgeschreven. Bovendien nodigen de foto’s van de gerechten en sfeerfoto’s van de stad uit om aan de slag te gaan. Kortom een mooi en geslaagd kookboek voor iedereen die thuis ook een beetje Lissabon wil ervaren. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Anne-Katrin Weber De smaken van Lissabon

De smaken van Lissabon

Authentieke gerechten uit de Portugese hoofdstad

  • Auteur: Anne-Katrin Weber
  • Soort boek: Lissabon kookboek, Portugees kookboek
  • Uitgever: Deltas
  • Verschijnt: 22 april 2026
  • Omvang: 160 pagina’s (met veel kleurenfoto’s)
  • Afmetingen: 20,7 x 27 cm
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 32,95
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Kookboek bestellen >

Flaptekst van het kookboek met gerechten en recepten uit Lissabon

De lekkerste Portugese gerechten om thuis van te genieten!

Met dit kookboek leer je stap voor stap authentieke Portugese gerechten bereiden. Met duidelijke recepten en handige tips maak je niet alleen de lekkerste gerechten, maar breng je ook de smaken, geuren en kleuren van Lissabon naar je eigen keuken. Met de recepten in dit boek ervaar je de stad met elke hap!

Ontdek de authentieke smaak van:

  • Ragu de borrego
  • Amêijoas à Bulhão Pato
  • Peras em vinho Porto com queijo
  • Peixinhos da Horta
  • Gin Negroni
  • Pastéis de nata

Dit prachtige cadeauboek staat boordevol boeiende verhalen, sfeervolle foto’s, typisch Portugese recepten en nog veel meer!

Maak een wandeling door de kronkelende steegjes van Alfama, ga picknicken met uitzicht op de rivier, geniet van een glas vinho verde in een knusse tasca en laat je betoveren door de magische sfeer van de ‘cidade da luz’, de stad van het licht! Authentieke recepten worden afgewisseld met sfeervolle foto’s van het leven in de stad van het licht.

Bijpassende boeken

Gabriella Zalapi – Ilaria

Gabriella Zalapi Ilaria recensie, review en informatie over de inhoud van de roman van de schrijfster van Engels, Italiaans, Zwitserse afkomst. Op 21 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Tristan de Nederlandse vertaling van Ilaria, Ou la conquête de la désobéissance, geschreven door Gabriella Zalapi. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Gabriella Zalapi Ilaria recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Ilaria, Of de weg naar ongehoorzaamheid, geschreven door Gabriella Zalapi, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Dat ik er een paar weken geleden nog iets over zei tegen een collega in het depot hoort hier nog niet.

Dat de tekst zwemt in een zee van wit ook nog niet. Of dat ik toen ik dat zag erachteraan dacht: als een foetus in vruchtwater (of: hoe die gedachte me deed afvragen waar gedachten vandaan komen, hoe komen ze in je kop, wie plaatst ze daar?).

Het moet beginnen met wat ik al uitentreuren heb verteld. Ooit was ik bevriend met een man die de eigenaar was van een uitgeverij, een wat kleinere uitgeverij. Eerst had de uitgeverij een tamelijk experimentele koers gevaren maar inmiddels richtte het zich meer en meer op wat traditionelere, of zeg: pretentieuzere, literatuur. Daar spraken we over. De uitgever zei: Die experimenten ken ik nu wel, vertel me eerst maar eens een boeiend verhaal. Ik zei: Die verhalen ken ik nu wel, vertel het me eerst maar eens op een boeiende (vernieuwende / afwijkende) manier.

(eigenlijk weet ik niet of ik dit zei. mogelijkerwijs dacht ik het alleen maar. ik ben slecht in discussies, mijn brein werkt er te traag voor. doorgaans ben ik zeer onder de indruk van mensen die met grote stelligheid iets te berde brengen, denk ik jajaja dat zal dan wel zo zijn, er zit wel iets in, je zult wel gelijk hebben, misschien weet ik er ook niet voldoende vanaf, misschien mis ik het overzicht, het grotere plaatje, wie weet. dan gaat het nog uren- en soms dagenlang rond en rond in mijn brein, en veel te laat ontdek ik dan de zwakte in de redenering die me in eerste instantie zo overdonderd had – ik ben zo iemand die pas op de terugweg het geschikte weerwoord bedenkt, en nog in staat is terug te fietsen om het te gaan zeggen ook)

(ooit, in een ander leven, was er een schrijverken die de hoger aangehaalde anecdote kondt deed aan zijn dregke, en dregke zei dat het waar was wat die uitgever gezeid haadt over boeiende verhalen, dat ze zich daar alles bij voor kon stellen, en het schrijverken voelde een steekchen toen, een steekchen van verraad, van ook gij dregke, gaat het bij het schrijven immers niet veeleer om de organisatie van je materiaal, anders haadt gij me toch net zo goed het vertellerken kunnen noemen?)

Ik denk vaak terug aan de woorden van die uitgever, en van mijn gedroomde weerwoord erop.

Ook nu weer.

Je zou kunnen zeggen dat Ilaria. Of de weg naar ongehoorzaamheid gaat over een gescheiden vader die zijn dochter ontvoert en over hoe ze samen door Italië reizen, waarbij de vader zijn dochter af en toe op plekken achterlaat en voor enige tijd verdwijnt. Dat zou je kunnen zeggen, en daarmee zou je het boek niet per se onrecht aandoen. Behalve dat ik zou denken: Ik geloof niet dat ik dat boek zou willen lezen.

En Gode weet hoe graag ik Ilaria gelezen heb. Hoe het mijn adem benam, hoe het me nagelde aan mijn leesstoel, hoe het me pagina na pagina na pagina liet vreten. Hoe het me ontroerde, begeesterde, verlamde. Geheel momenteelderlijk weeral eventjes het mooiste boek dat ik las dit jaar (sinds het vorige mooiste boek van het jaar, totaan het volgende mooiste boek van het jaar).

Want er is het verhaal. En er is hoe je het verhaal organiseert. En dat laatste doet de vertellers onderscheiden van de schrijvers. Vertellers onderhouden. Schrijvers overweldigen.

Al dat wit, om te beginnen. Het paginawit. Zalapì brengt het wit zo prachtig tot spreken. Het wit als zuurstof, het wit als het ademen van de pagina. Het brengt verstilling, rust en traagte.

En de taal. Die op het desolate af afgepast is. En poëtisch. Zo wondermooi poëtisch is. Impressionistisch, eerder dan op uitputtende wijs beschrijvend. Lees: “Nachtkastje. Lavendelgeur. Bureau. Stoel. Groot raam met uitzicht over de binnenplaats. Een gestreepte kat steekt het erf over.” God. Wie valt daar nu niet voor? Of: “Isabella is aan het breien. Ze doet me denken aan een kostbaar glas, lang, smal, recht, koel.” Ik had nooit kunnen denken hoe treffend de vergelijking van een persoon met een glas zou kunnen zijn. Jij? Of: “Het woord ‘Papa’ ligt onder onze voeten. Een glasscherf. Er niet in lopen.”

De schrijfstijl van Gabriella Zalapì deed me denken aan het einde van een hete zomerochtend. Hoe je in de tuin kunt staan, als het echt warm is buiten, rond een uur of elf, en je bijna geen geluiden hoort want iedereen is naar school, iedereen is naar werk, je bent vermoedelijk de enige in deze straat die nu in zijn achtertuin staat, en de hitte is al zo dik dat je er plakjes van zou kunnen snijden, heel de werkelijkheid lijkt iets dat stolling gekomen is, alsof je het vast zou kunnen pakken, en ook alsof het iets is dat alleen voor jou bestaat, je hebt de tuindeur open laten staan en vanbinnen komt zachtekens het geluid van Mi and L’Áu naar je toe gegleden, en alles lijkt bijna onwerkelijk.

Dat.

Door die taal.

Door dat wit.

En ook: door het perspectief. En hier komt langzamerhand in beeld wat ik een kleinstwijltjens voor ik dit boek las al eens tegen een collega zei. In het depot.

Zalapì vertelt het verhaal vanuit Ilaria. Een klein meisje. Zeven, acht jaar oud. Waardoor alle cynisme, alle haat, alle oordelen tot nader order opgeschort blijven. Ilaria is gewoon maar een meisje, ze houdt van turnen, ze hangt ondersteboven op het schoolplein in afwachting van haar zus, het is na schooltijd, Ana, de zus, heeft haar nog zo op het hart gedrukt om op tijd te zijn, anders gaat ze alleen naar huis, dus Ilaria wacht, Ilaria hangt, en dan hoort Ilaria een bekende stem.

Haar vader.

Haar ouders zijn gescheiden, ze ziet haar vader nu alleen nog maar samen met haar moeder en met Ana in publieke gelegenheden maar nu staat hij ineens aan het schoolplein. Hij zegt dat de plannen gewijzigd zijn, hij zal haar naar het restaurant brengen waar Ana samen met haar moeder naartoe zal komen, en natuurlijk heeft Ilaria geen reden om daaraan te twijfelen, waarom zou een kind twijfelen aan iets wat één van haar ouders zegt?, twijfel komt later pas. Dus ze stapt in. Bij haar vader. En ze rijden.

En ze blijven rijden, want de plannen blijven wijzigen. Een middagje op restaurant wordt een weekendje bij haar vader, wordt een week, een maand. Uiteindelijk zullen het jaren zijn.

En Ilaria is. Ilaria komt. Ilaria gehoorzaamt. Aan alles.

En de lezer leest.

Wat ik dus zei tegen die collega. Is dat ik bepaalde boeken ander lees sinds ik vader ben. Boeken over dysfunctionele ouders. Met name vader, het zijn altijd de vaders die er ongenadig van langs krijgen bij schrijvers. Vaders zijn lomp, dronken, zorgen niet, zijn op een verre achtergrond of helemaal weg. Ooit las ik dat en identificeerde me met het kind, voelde mee met een nijpend gebrek aan ouderliefde. Toen, op de kop af deze dag dertien jaar geleden, mijn oudste geboren werd, verschoof mijn perspectief. Vooral wanneer een boek weer eens een vader aan de schandpaal wenste te nagelen. Las ik en zag ik en dacht ik.

Dat valt wel mee. Dat soort gedachte weet u.
Die vader is maar een mens. Ook.
Iemand die zijn best doet, de opvoedstijl misschien een weinig onorthodox maar niet zonder liefde. Niet zonder goede intenties. Weet u. Omdat ik probeerde te zien, te snappen, te volgen hoe ouders, hoe vaders soms verkeerde keuzes maken en hoe dat hen niet tot slechte mensen maakt. Hooguit tot mensen die onhandige keuzes maken.

En dit doet Zalapì dus goed. Dit doet Zalapì fantastisch.

In de eerste helft van het boek kan ik nog meevoelen met de vader. Hoewel Ilaria de vertelller is, het slachtoffer van de onhandige keuzes van de vader. Snap ik die man ook nog wel.

Je leest alles uit de ogen van een meisje.
Je moet het maar met je volwassen cynisme reconstrueren.
En dan reconstrueer je dit:

dat Ilaria’s ouders naar alle waarschijnlijkheid niet op vriendelijke voet uit elkaar gegaan zijn. Misschien omdat Ilaria’s vader net iets teveel van een borrel hield. Of. Nah. Weet jij veel. In ieder geval is er een scheiding geweest, en klaarblijkelijk heeft Ilaira’s moeder, ongetwijfeld met de allerbeste bedoelingen bedongen dat vader zijn dochters alleen nog onder haar toezicht mag zien.

Dat zo’n man vader wil zijn. Gewoon een vader die altijd vader is, niet alleen onder toeziend oog tot vaderschap komen mag. Dat snap je. De ontvoering is één van die onhandige keuzes die je kunt snappen, gewoon een man die interactie met zijn dochter wil, die ook los van zijn ex-vrouw een vader wil zijn, dat kun je snappen, iedereen moet zoiets kunnen snappen toch?

Tot, halverwege, de vader zich laat zien als een vreselijke man. Een werkelijk vreselijke, vreselijke man. En mijn loyaliteit weer geheel bij Ilaria komt te liggen. Waarmee Zalapì iets voor elkaar krijgt wat geen schrijver in de voorbije dertien jaar gelukt is: even ben ik niet meer vader, even ben ik alleen nog maar kind.

Misschien niet het soort kind dat Ilaria is.

Want Ilaria is zo lief.
Jezus, hoe lief.
Ilaria is zo godverdomde lief en zacht.

Haar vader brengt haar naar een internaat. Naar zijn moeder. En dan weer naar een vriendin van zijn moeder. En steeds past Ilaria zich aan, voegt zich, schijnbaar moeiteloos, naar haar nieuwe omstandigheden. En ze gaat al jaren niet meer naar school. Ze ziet al jaren haar moeder niet meer. Ze ziet al jaren Ana niet meer. Maar overal waar ze komt laat ze haar ontwapenende licht schijnen, overal waar ze komt, probeert ze het moje te zien, overal waar ze komt, ontwaart ze lieve mensen. Ze opent haar hart voor de nonnen en de ingezetenen van het internaat, ze opent haar hart voor een manusje-van-alles bij haar oma, ze opent haar hart voor de vriendin en voor de bekenden rondom die vriendin van haar oma. Iemand die zoveel positiviteit, zoveel schoonheid in zich meedraagt, kan niet anders dan je gehele zijn beroeren.

Ook dat kan op Zalapì’s conto. Met Ilaria ontwierp zij het liefste, zachtste en innemendste personage allertijden.

Ilaria is een kind dat je wil omarmen.
En Ilaria is een roman die je wil lezen. Omdat het je plaatst in het midden van wat je leest. Je wil gaan liggen. Je wil gaan liggen in het boek. En erin verdwijnen. Er zijn weinig boeken die dat verlangen zo sterk oproepen als Ilaria. Wie zoekt onderdeel te worden van het boek dat hij leest, zal misschien geen sterkere uitnodiging tegenkomen dan deze roman van Gabrielle Zalapì. Het eerste boek van haar dat in het Nederlands vertaald zou zijn. Wel. Van mij mogen er nog veel meer boeken volgen.

Gabriella Zalapi Ilaria

Ilaria

Of de weg naar ongehoorzaamheid

  • Auteur: Gabriella Zalapi
  • Soort boek: roman
  • Origineel: Ilaria, Ou la conquête de la désobéissance (2024)
  • Nederlandse vertaling: Janine Cathala-Vette
  • Uitgever: Tristan
  • Verschijnt: 21 april 2026
  • Omvang: 165 pagina’s
  • Afmetingen: 15 x 22,4 x 2 cm
  • Gewicht: 343 gram
  • Uitgever: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 14,99
  • Winnaar prix Femina des Lycéens 2024
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de roman van Gabriella Zalapia

Op een lentedag in 1980 stapt de achtjarige Ilaria na school in de auto van haar vader. Een weekendje bij Papa verandert in een lange zwerftocht door Italië. Wanneer daar geen einde aan lijkt te komen, begint Ilaria zich vragen te stellen.

Waarom moet Papa zoveel bellen? Waarom verzint hij al die dingen? En waarom krijgt zij Mama niet aan de lijn? Terwijl ze met haar steeds meer drinkende vader Italië doorkruist, probeert Ilaria zich staande te houden in een onheilspellende aaneenschakeling van gebeurtenissen. Haar enige houvast is haar knuffelbeer Birillo.

In een sobere en beeldende taal vertelt deze aangrijpende roman het verhaal van een kind dat alleen staat in een nieuwe werkelijkheid die het niet begrijpt. Ilaria is het scherpzinnige relaas van een meisje dat balanceert tussen gehoorzaamheid en verzet.

Gabriella Zalapi is in 1972 geboren in Milaan, Italie. Ze is van Zwitsers, Italiaans, Engelse afkomst en schrijft in het Frans. Naast auteur is ze beeldend kunstenaar.

Bijpassende boeken en informatie

Royal Horticultural Society Plantenencyclopedie

Royal Horticultural Society Plantenencyclopedie Welke plant waar recensie, review en informatie over de inhoud van het boek. Op 15 april 2026 verschijnt bij uitgeverij HL Books de Nederlandse vertaling van de RHS plantenencyclopedie. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Royal Horticultural Society Plantenencyclopedie recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Welke plant waar, de ultieme plantenencyclopedie van de Royal Horticultural Society (RHS), dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Weinig organisaties in wereld, waarschijnlijk zelfs geen enkele, heeft zoveel autoriteit, status en aanzien als het om tuinieren en tuinplanten gaat als de Royal Horticultural Society, vaak afgekort als RHS. De organisatie die in 1804 in Londen is opgericht bestaat al meer van tweehonderd jaar en groeide uit tot de belangrijkste wereldwijd. Tegenwoordig heeft de RHS vijf tuinen die te vinden zijn in Wisley (Surrey), Hyde Hall (Essex), Harlow Carr (North Yorkshire), Rosemoor (Devon) en Bridgewater (Greater Manchester). Daarnaast zijn bloemenshows die met grote regelmaat georganiseerd worden grote publiekstrekkers in het Verenigd Koninkrijk.

De RHS is trouwens een vereniging met ruim 600.000 leden en is zonder twijfel de grootste ter wereld. Met regelmaat brengt de RHS ook boeken uit over onderwerpen die met tuinieren, tuinplanten en tuinonderhoud te maken hebben. Deze boeken hebben over het algemeen dezelfde status en aanzien als de organisatie zelf.

Welke plant waar is een goed voorbeeld van zo’n boek dat nu in Nederlandse vertaling verkrijgbaar is. En het boek is exact wat de ondertitel, de ultieme plantenencyclopedie, suggereert. In het rijk geïllustreerde en mooi uitgegeven boek worden ruim 3000 plantensoorten voor de tuin besproken. Praktisch is ook de indeling die gekozen is waarbij de beste planten worden voorgesteld voor verschillende plekken en situaties die in de tuin voorkomen.

Bovendien is het boek actueel omdat er niet alleen aandacht is voor welke plant het beste waar geplant kan worden, maar ook gekeken wordt naar de gevolgen van opwarming van de aarde als gevolgd van klimaatverandering en de planten die erbij passen en aandacht wordt geschonken aan die bloemen en planten die insecten, vogels en andere dieren prettig vinden en de aantallen ervan bevorderen. Gelukkig gaat de RHS, ondank de hoge leeftijd met de tijd mee!. Het boek is een ware schat voor de tuinliefhebber en gewaardeerd met de maximale ∗∗∗∗∗ (uitmuntend).

Royal Horticultural Society Plantenencyclopedie

Welke plant waar

De ultieme plantenencyclopedie

  • Auteur: Royal Horticultural Society (Engeland)
  • Soort boek: plantenencyclopedie, tuinboek
  • Origineel: RHS What Plant Where Encyclopedia (2024)
  • Uitgever: HL Books
  • Verschijnt: 15 april 2026
  • Afmetingen: 23,5 x 28,4 x 3,1 cm
  • Gewicht: 1887 gram
  • Waardering redactie∗∗∗∗∗ (uitmuntend)
  • Prijs: € 49,99
  • Boek bestellen >

Flaptekst van de RHS tuinencyclopedie

Het ultieme naslagwerk samengesteld door de experts van de Britse Royal Horticultural Society (RHS).

De juiste plant voor de juiste plek kiezen is voor elke tuinier een uitdaging, of je nu beginner bent of een expert. Natuurlijk kom je online een heel eind, maar zelden zie je de planten keurig op een rij met alle relevante informatie. Dit boek doet dat wel. Het toont perfecte opties voor meer dan 70 verschillende omstandigheden, van geurende planten voor een schaduwrijke hoek tot de beste keuze voor een moderne en strak ogende tuin, en van de beste planten voor een uitbundig balkon tot de ideale selectie voor een insectvriendelijke of mooie vogeltuin.

Bijpassende boeken

De Camino de Santiago in 101 voorwerpen

De Camino de Santiago in 101 voorwerpen recensie, review en informatie boek over materiële sporen in heden en verleden van diverse auteurs. Op 10 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Walburg Pers het boek over de voorwerpen zijn gekoppeld aan de zeven fasen die onderdeel zijn van iedere camino. Op deze pagina lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

De Camino de Santiago in 101 voorwerpen recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De Camino de Santiago in 101 voorwerpen, Materiële sporen in heden en verleden, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

De Camino de Santiago de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella in Noord-Spanje, ook wel bekend als de Jacobsweg mag zich in het afgelopen decennium verheugen in een enorme populariteit. Natuurlijk is de wandelroute, met ups en downs, altijd wel populair geweest bij gelovigen maar tegenwoordig zien ook ongelovigen de pelgrimstocht als een uitdaging die ze ten minste een keer in hun leven willen volbrengen.

Van oorsprong heeft de route een religieus karakter en gelovigen leggen deze tocht al ten minste sinds de elfde eeuw om de aanwezige relikwieën aan het einde ervan te vereren en hun geloof te bevestigen.

In het huidige tijdsgewricht zijn de geschiedenis van de pelgrimage en de achtergronden van de plekken die onderweg aangedaan worden, wat naar de achtergrond gedrongen. Dat is best wel jammer en gelukkig zorgt het boek De Camino de Santiago in 101 voorwerpen die verhalen en geschiedenis weer over het voetlicht.

Het boek vertelt op beeldende wijze wat de pelgrimstocht inhield, waarom deze werd afgelegd en hoe de ontwikkeling van de ervaringen door de pelgrimgangers in de loop van de eeuwen veranderde. Door te kiezen voor de 101 voorwerpen die de Santiago kenmerken, zowel in historische, religieuze als praktische zin, krijgt de lezer een mooi beeld over wat de toch behelst, hoe deze ervaren werd en wordt en wat je onderweg moet doen en zeker niet mag missen. Gewaardeerd door de redactie met ∗∗∗∗ (uitstekend).

De Camino de Santiago in 101 voorwerpen

De Camino de Santiago in 101 voorwerpen

Materiële sporen in heden en verleden

  • Redactie: Herman Holtmaat, Paul Post (Nederland)
  • Soort boek: geschiedenisboek
  • Uitgever: Walburg Pers
  • Verschijnt: 10 april 2026
  • Omvang: 272 pagina’s (rijk geïllustreerd)
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 24,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek over de Camino de Santiago

Pelgrimeren, alleen of in een groep, blijft trekken en fascineren. De pelgrimage naar Jacobus in Santiago de Compostela is hier een treffend voorbeeld van: jaarlijks gaan er honderdduizenden mensen op camino. Dit boek vertelt en verbeeldt aan de hand van 101 voorwerpen de pelgrimage naar Santiago in heden en verleden. De voorwerpen zijn gekoppeld aan de zeven fasen die onderdeel zijn van iedere camino, of die nu in Nederland of elders begint: de aanleiding om op pad te gaan, de voorbereiding, het vertrek, het onderweg-zijn, de aankomst, de thuiskomst en tot slot de doorwerking van de ondernomen reis.

De Camino de Santiago in 101 voorwerpen bevat naast een algemene inleiding ook kleinere inleidingen bij de verschillende onderdelen. Zo biedt het een prachtig overzicht van het ontstaan van de pelgrimstocht in de middeleeuwen, van het verval in de eeuwen die volgden en van de opmerkelijke hedendaagse populariteit.

Het boek is een uitgave van de Camino Academie, sinds haar oprichting in 2013 een platform waar wetenschap en pelgrimspraktijk elkaar ontmoeten in de gedeelde interesse in de camino naar Santiago de Compostela en bedevaart- en pelgrimagecultuur in brede zin. De Camino Academie stimuleert en coördineert die ontmoeting en geeft die vorm via expert meetings, symposia en festivals, onderzoek en documentatie, uitwisseling en informatie. De Camino Academie werkt structureel samen met het Nederlands Genootschap van Sint Jacob.

Herman Holtmaat is socioloog en kunsthistoricus en lid van de Stuurgroep van de Camino Academie. In 2000 liep hij de pelgrimstocht van Amsterdam naar Santiago de Compostela.

Paul Post is emeritus hoogleraar Rituele Studies aan Tilburg University en daarnaast oprichter en voorzitter van de Camino Academie.

Jasper Koedam (beeldredactie) was vele jaren als eindredacteur verbonden aan De Jacobsstaf, het magazine van het Nederlands Genootschap van Sint-Jacob. In 2007 liep hij van Nijmegen naar Santiago de Compostela.

Bijpassende boeken

Bob Vanden Broeck – Je zit op een stoel

Bob Vanden Broeck Je zit op een stoel recensie en informatie eerste roman van de Vlaamse schrijver en dichter. Op 9 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de debuutroman van Bob Vanden Broeck, de uit Vlaanderen afkomstige dichter en schrijver. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Bob Vanden Broeck Je zit op een stoel recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Je zit op een stoel, het prozadebuut van Bob Vanden Broeck, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Tim Donker recensie

Natuurlijk gaan ze hier dan weer meningen over hebben, altijd hebben ze meningen, zulke boeken kennen ze wel, gaan ze dan zeggen, en zulke boeken vinden ze een beetje geforceerd, zeggen ze dan ook. Want was is het geval? Bob Vanden Broeck, die u kunt kennen als dichter, u kunt hem kennen van zijn poëziedebuut de richting is richting omleiding dat in 2023 uitkwam, daarvan dus, kunt u hem kennen, ik kende hem daar niet van, het vloog klaarblijkelijk onderdoor mijn radar, ik miste, ik las niet, ik keek net de andere kant uit denk ik, welaan, Bob dus, Vanden Broeck dus, heeft een roman geschreven met als titel Je zit op een stoel en die titel is tevens een goede samenvatting van het boek: er is een je, en die zit op een stoel. En inderdaad: gans het boek entlang blijft die tiep op een stoel zitten. Dat roept misschien Reis door mijn kamer van Biesheuvel in herinnering, ik weet het niet, ik las dat nooit, of het roept Jean-Philippe Toussaints De badkamer in herinnering, of, zeg, Siamesisk van Stig Sæterbakken, welk boek me op zich ook alweer aan De badkamer had doen peinzen. Maar Sæterbakken en Toussaint konden het niet stellen zonder andere personages; personages die niet alleen maar heeldurtijd maar zaten te zitten maar liepen, en zich naar andere locaties begaven, en die vent in die badkamer van Toussaint kwam sowieso ook al vrij snel weer de badkamer uit, ik herinner me dat nog zeggend tegen mijn ooitmalige buurman, de goede Sergio, ook een literatuurliefhebber, ik vertelde hem over De badkamer en toen wilde hij het lezen, en ik zei weest wel gewaarschuwd: hij komt teleurstellend snel zijn badkamer weer uit. Bob Vanden Broeck heeft echter maar één personage. En dat is je. Ik las ergens dat je nergens te weten komt wat het geslacht van die “je” is, en ik dacht Wat maakt dat in Godsnaam uit? Je zit. Op een stoel. Honderdzeventien pagina’s lang. Dus allicht gaan daar meningen over gevormd worden. Dat dat niet kan, dat dat aanstellerij is, dat dat geforceerd is, of weet ik veel wat voor meningen ze doorgaans vormen, ik ben er meestal niet bij als ze hun meningen aan het vormen zijn. Mijn eigen mening vormde ik alleen. Toen ik, ja, in een stoel zat. In mijn leesstoel. Daar bij de deur. Hoe het licht dan op mijn boeken valt, dat zou je eigenlijk moeten zien. Met de muziek van Saddar Bazaar erbij, toen, The Conference of The Birds toen, toen ik zat, en las, en mijn mening vormde. Mijn mening zijnde, dat zeg ik nu alvast, kunt u eventueel meteen stoppen met lezen, mijn mening dus, over Je zit op een stoel is: dit is briljant. Dit is prachtig. Dit is geniaal. Zo. Dat is eruit. Nu verder. Het begon al met een bam. De eerste paar regels al. “Je zit op een stoel, nee, je zit op een stoel.”, zo luidt de eerste zin en dat is met gemak de allermooiste beginzin allertijden, als u het mij vraagt (u vraagt het mij niet en daarom zeg ik het toch maar). Ik had gewild dat die zin er al was toen ik dertig jaar geleden studeerde en er een keer een les was over beginzinnen, iedereen moest zijn allermooiste beginzin meenemen, ik kwam aangestiefeld met iets van Brusselmans ofzo, of Bukowski, ik weet het niet meer, ik las niet zoveel in die dagen, ik was in de bibliotheek klaarblijkelijk niet veel verder gekomen dan de B, god was er toen maar, dertig jaar geleden “Je zit op een stoel, nee, je zit op een stoel.” geweest, en wat hadden ze daarvan gevonden, de docent en mijn medestudenten, waarschijnlijk waren ze me dan mijn nog schevere gezichten gaan aanzien dan ze toch al deden. En dan, enkele regels later, komt Kant de kamer in. “Het [is] nu onmogelijk om wat er is, de feiten, en wat je ervaart, de gevoelens, van elkaar te onderscheiden”, schrijft Vanden Broeck dat Je denkt, en dan zet hij mij ook denkend, aan Kritiek van de zuivere rede dacht ik, en daardoor weer aan de hyperkritiek aan de xenofobe rede, en zo, door schijn bewogen, uiteindelijk ook aan het positivistisch idealisme van Hans Vaihinger, en ik ben nog geen tien regels ver in het boek maar het duizelt me een beetje, en ik moest even stoppen met lezen. Dat is trouwens iets dat kleeft aan dit boek, dat intense, maar daarover kom ik nog te spreken.

(witregel wegens even moeten stoppen met lezen)

Want dat is het. “Je” zit wel op een stoel, en hij doet niet zoveel (hij opent een tabblad, of zijn mail, hij sluit weer een tabblad, of zijn mail, hij roert in zijn kopje koffie, hij laat de zitting van zijn burostoel omhoog gaan, en weer omlaag, hij kijkt naar buiten) maar denken doet hij des te meer. Hij denkt aan wat hij zou willen doen of zou willen zijn, hij denkt aan wat was, hij overpeinst de grenzen van het kenbare. Soms is het zeer filosofisch, soms is het onzinnig, absurd, komisch (ik neem tenminste aan, nee, ik hoop dat niet alles in Je zit op een stoel even serieus genomen dient te worden). Al hebben zulke oordelen ook weer met het voorstellingsvermogen van de lezer te maken. Zo zat ik te gniffelen om een stukje waarin Je naar buiten kijkt en iemand ziet gaan op een deelstep, ik nam dat als grap, het leek me zoiets idioots namelijk, een deelstep, ik dacht nog, wat een grappenmaker toch die Vanden Broeck met zijn deelstep, maar een paar dagen nadat ik dat stukje gelezen en begniffeld had werd mijn oog getroffen door een nieuwsbericht dat zei dat deelsteps in Brussel verboden gaan worden, en ik dacht, verrek, die dingen bestaan dus echt!, het was niet om mee te lachen, waardoor ik, alweer, in gepeins verzonk en me wijltjenslang afvroeg of je gevoel voor humor te maken zou kunnen hebben met je kennis; zou het misschien zo kunnen zijn dat hoe meer je weet hoe minder je grappig vindt, of andersom misschien, kun je een toespeling missen omdat je dingen niet weet, langer geleden, niet heel lang geleden maar wel nog voor ik Je zit op een stoel las, zaten we met z’n allen in de auto, wij vieren, we zagen een auto rijden waarvan het nummerbord de lettercombinatie KGB bevatte, en mijn dochter zei Het is een deelauto!, ik zei Natuurlijk is het deelauto, het zijn communisten!, en alleen mijn zoon moest lachen, maar dat kwam misschien eerder omdat het een redelijk flauw grapje was.

Maar dit is nog niet eens het meest intense aan Je zit op een stoel. Dat het het brein steeds opnieuw uit wandelen stuurt. Dat is intens, maar nog niet het meest intense. Want dat zit hem namelijk in de schrijfstijl van Vanden Broeck. Hij maakt lange zinnen, vol komma’s, die pagina’s en pagina’s lang door kunnen gaan. Er zijn geen witregels, geen inspringingen, geen alinea’s, geen paragrafen. Bijna honderdtwintig bladzijden aan massieve, haast ondoordringbare tekstblokken. Ik dacht aan Pierre Guyotat. Of aan László Krasznahorkai. Of, maar dan meer inhoudelijk misschien, aan David Foster Wallace. Schrijvers die hun lezers niet sparen. Want zo goed als Vanden Broeck zijn Je alle kanten op kan jagen, zo goed ook kan hij hem tot op het obsessieve af laten doorgaan over één ding. Dan denkt Je bijvoorbeeld ettelijke pagina’s na over alle objecten waarmee een mens een vlieg zou kunnen doodslaan. Of objecten die daar niet zo geschikt voor zijn. Prachtig vind ik een stuk van goed een halve pagina waarin elke mogelijke woordvolgorde van “Je zit op een stoel” uitgeprobeerd wordt: “op je stoel zit een”; “je een op stoel zit”, et cetera. Dit doordenderen in alle richtingen, of in juist één richting geeft Je zit op een stoel een sterke, hypnotische kracht. Eigenlijk zou je dit boek in één adem uit moeten lezen, maar wie heeft daar tijd voor, de boodschappen moeten nog gedaan worden, en de was opgehangen, en de aardappels geschild, en bovendien ervoer ik het lezen van dit boek als een daad, het kostte me tamelijk wat inspanning. Wat geen slecht ding is. Zeker niet. Maar er zijn momenten waarop ik het lezen liever niet als inspanning voel. Op die momenten greep ik niet naar Je zit op een stoel maar naar andere boeken, ik las zelfs een heel ganzelijk ander boek tussendoor, terwijl ik dus ook al in Je zit op een stoel aan het lezen was.

Vanwege die inspanning.
Vanwege de duizelingen ook.
Vanwege de zeggingskracht.

Want niet alleen zegt Je zit op een stoel van alles over filosofische of psychologische aangelegenheden; het boek als geheel zegt ook wat. Over literatuur. Want ook daarover vinden ze altijd weer van alles. Wat het moet en wat het niet mag. Enzo. Wat literatuurcritici, -historici, -theoretici maar in een enkel geval ook schrijvers zelf daarover allemaal al niet gevonden hebben, en hoe ik ermee doodgegooid werd tijdens de diverse studies die ik dertig jaar geleden deed. Iets over willen, personages moeten altijd iets willen, het erge is nog dat Vonnegut dat volgens mij gezegd heeft, toch niet meteen de allerkloterigste schrijver die er is. Het moet dit soort idiote regels geweest zijn waardoor David Markson boeken wilde schijven zonder ontwikkeling, gebeurtenissen en personages (al had hij dan wel nog altijd Reader, die soms Writer heette (“Writer is weary unto death of making up stories”), of Novelist, of Author), en ook Je zit op een stoel komt, lijkt mij, in opstand tegen alle geboden en verboden die sommigen literatuur wensen op te dringen. Dat is goed. Laat er immers één vrijplaats over blijven waar alles mag, en alles kan. Er is maar één verhaalfiguur in deze roman, en die krijgt geen naam (en ook geen geslacht dus, hee), en nauwelijks een verleden. Hij is aan het eind niks verder dan aan het begin, hij zit altijd maar op die stoel en verder niks. Oké Vonnegut: hij wil wel dingen, dansen, of rennen, of langs haveloze kroegen gaan en slempen met allerhande leeglopers (deze gedachte gaat gepaard met een schier eindeloze opsomming van al het soort figuren dat zich aan de zelfkant bevinden), maar hij doet uiteindelijk niks. Wat weer geboorte geeft aan een andere gedachte: of juist in het niks doen niet de bestemming ligt: al dat reizen, al dat gaan, al dat doen geeft mogelijkerwijs alleen maar ellende (het is daarom, denk ik, dat iemand, overigens dezelfde die opmerkte dat Je geen geslacht krijgt), zei dat het verleidelijk is om in Je zit op een stoel een oproep tot “onthaasting” te lezen (dat woord gebruikte hij geloof ik gelukkig niet), en daar zit misschien iets in: notoire reizigers krijgen, tot mijn allergrootste vermaak, er flink van langs in Je zit op een stoel, maar voor mij is de grootste kracht gelegen in het experiment, het overhoop gojen van alle regels, en in de hypnose).

Je zit op een stoel, en ik zat op een stoel. Maar, afgemat, ben ik er al lezend uitgegleden. Ik zat op een stoel, ik lig op de vloer. Ik snak. Naar adem. Wat een geniaal boek. Ik ga niet zeggen dat het het beste boek is van dit jaar, want dat heb ik dit jaar al over veel te veel boeken gezegd. Daarom zeg ik dat het in ieder geval het bijzonderste boek van dit jaar is. En dat zal niemand kunnen ontkennen. Ook de criticasters niet. Juist zij niet.

Bob Vanden Broeck Je zit op een stoel

Je zit op een stoel

  • Auteur: Bob Vanden Broeck (België)
  • Soort boek: Vlaamse roman, debuutroman
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 9 april 2026
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,50 / € 11,50
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de eerste roman van Bob Vanden Broeck

Op een willekeurige dag staat in een ongedefinieerde kamer een tafel, met daarop een kop koffie, en een stoel, en daarop zit jij, dat ben jij, je roert in je koffie, je doet een raam dicht, je doet een venster open. Je weet niet wat, je weet niet hoe. Je verveelt je, je verlangt. Je zit vast, je wil bewegen. Langzaam komt het besef dat slechts één ding je lijkt te kunnen redden: de verbeelding.

Je zit op een stoel is een caleidoscopisch portret van die, opgesloten in de monomane sleur van het dagelijks leven, wanhopig probeert op te staan. Bob Vanden Broeck onderzoekt en ondergraaft alle zekerheden waarop de moderne tijd is gestoeld en houdt de lezer een ontroerende lachspiegel voor. Net als in zijn bejubelde dichtbundel De richting is richting omleiding toont hij zich een meester in het observeren van de tastbare en minder tastbare werkelijkheid, met duizelingwekkend proza tot gevolg.

Bob Vanden Broeck is geboren in 1988. Hij schrijft en knutselt,  houdt van vogels en is docent Kunst- en Cultuurgeschiedenis aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen. In 2023 verscheen zijn dichtbundel en literaire debuut De richting is richting omleiding, die genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs en bekroond werd met de Poëziedebuutprijs 2024 en de Debutantenprijs 2025.

Bijpassende boeken en informatie

Sarah Beth Durst – The Faraway Inn

Sarah Beth Durst The Faraway Inn recensie, review en informatie over de inhoud van de fantasy roman. Op 8 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij De Fontein de Nederlandse vertaling van The Far Away Inn, de youn adult fantasy geschreven door Sarah Beth Durst. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Sarah Beth Durst The Faraway Inn recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van The Faraway Inn, het young adult fantasyboek geschreven door Sarah Beth Durst, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Monique van der Hoeven

Ik ben door een cozy magisch portaal gegaan dit boek in en ik ben pas helemaal aan het einde weer in de echte wereld teruggekomen!

Voor mij was dit de eerste kennismaking met Amerikaanse schrijfster Sarah Beth Durst (en ik lees dat ze al 30 boeken op haar naam heeft staan, waarvan er maar liefst 2 op de New York Beststeller lijst terechtkwamen).

De titel The Faraway Inn klonk voor mij als een plek waar ik wel naar toe zou willen en ik vond het boek er ook prachtig uitzien met zijn sprayed edges in bloemenmotief.

Als eerste ontmoet ik de jonge Calisa, die onderweg is naar de Faraway Inn, de B&B van haar oudtante Zet. Ze heeft net een nare ervaring met een vriendje achter de rug en besluit om de zomer even aan zichzelf te wijden en afstand van het leven in Brooklyn te nemen. Waar zou ze dat beter kunnen doen dan in het afgelegen Vermont?

Als Calisa na meteen al de nodige pech aankomt bij de B&B treft ze vooral vergane glorie aan. Ze wordt ook nog eens beslist niet hartelijk welkom geheten door haar tante en het zoontje van de klusjesman, Jack, is weliswaar knap, maar ze krijgt niet echt hoogte van hem.

En toch voelt Calisa dat ze niks anders wil dan blijven… daarvoor moet ze Tante Zet overtuigen van haar kwaliteiten: zij kan helpen om de B&B weer tot leven te brengen.

Langzamerhand leert Calisa de ware aard van de B&B en zijn eigenzinnige en bijzondere bewoners kennen.

Wat een ongelofelijk heerlijk boek is dit. Ik zat er meteen in, de magie was vanaf de eerste regels voelbaar. Met haar fijne optimistische en vlotte schrijfstijl neemt Sarah Beth Durst je mee op avontuur. Een avontuur dat telkens op het precies het goede moment verrassingen en bijzondere personages onthult. De opbouw van de verhaallijn vind ik echt heel sterk.

Cozy is het zeker weten, de magie vliegt je in elk vertrek om de oren en het is ook spannend. Want is deze fantastische B&B ten dode opgeschreven? Of is hij nog te redden? En wat is daar dan voor nodig? Lukt het met dat alles Calisa ook nog om haar gebroken hart te helen?

Wat heb ik genoten van dit geweldige boek! Ik heb gelukkig al deel 1 en 2 van de Spellshop serie van Sarah Beth Durst klaar liggen. Het boek is gewaardeerd met de maximale ∗∗∗∗∗ (uitmuntend).

Sarah Beth Durst The Faraway Inn

The Faraway Inn

  • Auteur: Sarah Beth Durst (Verenigde Staten)
  • Soort boek: fantasy, young adult (15+)
  • Origineel: The Faraway Inn
  • Nederlandse vertaling: Saar Breimer
  • Uitgever: De Fontein
  • Verschijnt: 8 april 2026
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Afmetingen: 14,9 x 22 x 3,2 cm
  • Gewicht: 490 gram
  • Uitgave: gebonden boek / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 25,00 / € 5,99 / € 25,00
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitmuntend)
  • Fantasyboek bestellen >

Flaptekst van de fantasyroman van Sarah Beth Durst

Na een gebroken hart verruilt de zestienjarige Calisa de zomerdrukte van Brooklyn voor de afgelegen B&B van haar oudtante. Maar haar oudtante zit helemaal niet op haar te wachten, het pension is vervallen en de gasten zijn… merkwaardig. Terwijl Calisa het huis probeert op te knappen met hulp van de knappe zoon van de tuinman, ontdekt ze dat het huis een magisch geheim bewaart.

Een sfeervolle cozy fantasy vol romantische spanning, magisch realisme, familiegeheimen en een meisje dat langzaam haar plek in de wereld vindt.

Sarah Beth Durst is op 23 mei 1974 geboren in Northborough, Massachusetts, Verenigde Staten. Als op jonge leeftijd werd ze gegrepen door het schrijven en het vertellen van verhalen. Metname schrijft ze fantasyromans voor zowel volwassenen als young adults.

Bijpassende boeken

Merel Bem – Los

Merel Bem Los recensie, review en informatie over de eerste roman van de Nederlandse schrijfster. Op 7 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Hollands Diep de roman van Merel Bem. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en de uitgave.

Merel Bem Los recensies en reviews

Als er in de media een een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Los, de eerste roman van Merel Bem, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Een literair debuut waar het vertelplezier vanaf spat.” (Sacha Bronwasser)

Recensie van de redactie

Los is de debuutroman van Merel Bem die voorafgaande hieraan als haar sporen verdient heeft als journalist die met regelmaat publiceert over kunst, fotografie en kleding in vooraanstaande kranten en andere media.

De hoofdpersoon van de roman is Anja. Zij is net de vijftig gepasseerd en de verpersoonlijking van het muurbloempje. Ja ze heeft een aantal jaren een relatie gehad maar die is gestrand, waarover ze trouwens niet echt rouwig is. Haar moeder is niet zo lang geleden overleden maar speelt nog steeds een rol in haar leven. En ondanks het feit dat Anja haar moeder verzorgd heeft tot aan haar dood, een niet al te prettige rol. Eigenlijk kon Anja nooit wat goed doen volgens haar moeder en moest ze blij zijn dat ze ooit een man had.

Nu Anja de vijftig net gepasseerd is, besluit ze iets te doen dan totaal buiten haar comfortzone ligt. Ze meldt zich aan voor een wandeltocht in Bretagne waar de focus zal liggen op het ontdekken van jezelf. Zoals je al begrijpt geeft dit Merel Bem de ruimte om een aantal kleurrijke personage op te voeren die de roman interessant en grappig maken.

Natuurlijk is dit een thema en onderwerp dat vaker wordt gebruikt in de literatuur en het risico van meligheid en het intrappen van open deuren ligt bij een keuze als dit op de loer. En om maar gelijk duidelijk te zijn, Merel Bem weet de meligheid knap te omzeilen, zij het zo nu en dan op het randje.

Al met al is ze erin geslaagd om een boeiende, grappige, soort van coming of middle age, roman te schrijven die vrolijkheid koppelt aan mijmeringen over liefde, verlies, gebrek aan vertrouwen. Het is een geslaagde debuutroman die door onze redactie gewaardeerd is met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Merel Bem Los

Los

  • Auteur: Merel Bem (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman, debuutroman
  • Uitgever: Hollands Diep
  • Verschijnt: 7 april 2026
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 11,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de debuutroman van Merel Bem

Als in korte tijd haar man, haar moeder en haar kat haar verlaten, wordt Anja meer dan ooit op zichzelf teruggeworpen. Angstvallig probeert ze haar lot in eigen hand te nemen, best een opgave voor iemand die het leven over zich heen laat komen als een maartse regenbui. Wie had ooit kunnen voorspellen dat een introverte vrouw als zij zich zou opgeven voor een spirituele groepscursus wandelen in Bretagne? Anja in elk geval niet. In een poging zichzelf enige levensmoed in te blazen, raakt ze aan de Franse kust meer verloren dan haar lief is – en wint ze onverwacht een beetje terrein terug.

In haar literaire debuut schrijft Merel Bem op onderkoelde wijze over onderwerpen als identiteit, eenzaamheid en menselijk onvermogen. Met humor en wijsheid ontleedt Bem de ongemakkelijke waarheden van het moderne leven. Los laat zich lezen als een speels commentaar op de hedendaagse behoefte aan zelfontplooiing – en wat mensen zichzelf vertellen als die groei nog even uitblijft.

Merel Bem is geboren in 1977. Ze studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en New York University en gaf les aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Ze schrijft over kunst, fotografie en kleding voor diverse kranten en tijdschriften, waaronder de rubriek ‘Beeldvormers’ voor de Volkskrant.

Bijpassende boeken