Tag archieven: Recensie

Sarah Beth Durst – The Faraway Inn

Sarah Beth Durst The Faraway Inn recensie, review en informatie over de inhoud van de fantasy roman. Op 8 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij De Fontein de Nederlandse vertaling van The Far Away Inn, de youn adult fantasy geschreven door Sarah Beth Durst. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Sarah Beth Durst The Faraway Inn recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van The Faraway Inn, het young adult fantasyboek geschreven door Sarah Beth Durst, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Monique van der Hoeven

Ik ben door een cozy magisch portaal gegaan dit boek in en ik ben pas helemaal aan het einde weer in de echte wereld teruggekomen!

Voor mij was dit de eerste kennismaking met Amerikaanse schrijfster Sarah Beth Durst (en ik lees dat ze al 30 boeken op haar naam heeft staan, waarvan er maar liefst 2 op de New York Beststeller lijst terechtkwamen).

De titel The Faraway Inn klonk voor mij als een plek waar ik wel naar toe zou willen en ik vond het boek er ook prachtig uitzien met zijn sprayed edges in bloemenmotief.

Als eerste ontmoet ik de jonge Calisa, die onderweg is naar de Faraway Inn, de B&B van haar oudtante Zet. Ze heeft net een nare ervaring met een vriendje achter de rug en besluit om de zomer even aan zichzelf te wijden en afstand van het leven in Brooklyn te nemen. Waar zou ze dat beter kunnen doen dan in het afgelegen Vermont?

Als Calisa na meteen al de nodige pech aankomt bij de B&B treft ze vooral vergane glorie aan. Ze wordt ook nog eens beslist niet hartelijk welkom geheten door haar tante en het zoontje van de klusjesman, Jack, is weliswaar knap, maar ze krijgt niet echt hoogte van hem.

En toch voelt Calisa dat ze niks anders wil dan blijven… daarvoor moet ze Tante Zet overtuigen van haar kwaliteiten: zij kan helpen om de B&B weer tot leven te brengen.

Langzamerhand leert Calisa de ware aard van de B&B en zijn eigenzinnige en bijzondere bewoners kennen.

Wat een ongelofelijk heerlijk boek is dit. Ik zat er meteen in, de magie was vanaf de eerste regels voelbaar. Met haar fijne optimistische en vlotte schrijfstijl neemt Sarah Beth Durst je mee op avontuur. Een avontuur dat telkens op het precies het goede moment verrassingen en bijzondere personages onthult. De opbouw van de verhaallijn vind ik echt heel sterk.

Cozy is het zeker weten, de magie vliegt je in elk vertrek om de oren en het is ook spannend. Want is deze fantastische B&B ten dode opgeschreven? Of is hij nog te redden? En wat is daar dan voor nodig? Lukt het met dat alles Calisa ook nog om haar gebroken hart te helen?

Wat heb ik genoten van dit geweldige boek! Ik heb gelukkig al deel 1 en 2 van de Spellshop serie van Sarah Beth Durst klaar liggen. Het boek is gewaardeerd met de maximale ∗∗∗∗∗ (uitmuntend).

Sarah Beth Durst The Faraway Inn

The Faraway Inn

  • Auteur: Sarah Beth Durst (Verenigde Staten)
  • Soort boek: fantasy, young adult (15+)
  • Origineel: The Faraway Inn
  • Nederlandse vertaling: Saar Breimer
  • Uitgever: De Fontein
  • Verschijnt: 8 april 2026
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Afmetingen: 14,9 x 22 x 3,2 cm
  • Gewicht: 490 gram
  • Uitgave: gebonden boek / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 25,00 / € 5,99 / € 25,00
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitmuntend)
  • Fantasyboek bestellen >

Flaptekst van de fantasyroman van Sarah Beth Durst

Na een gebroken hart verruilt de zestienjarige Calisa de zomerdrukte van Brooklyn voor de afgelegen B&B van haar oudtante. Maar haar oudtante zit helemaal niet op haar te wachten, het pension is vervallen en de gasten zijn… merkwaardig. Terwijl Calisa het huis probeert op te knappen met hulp van de knappe zoon van de tuinman, ontdekt ze dat het huis een magisch geheim bewaart.

Een sfeervolle cozy fantasy vol romantische spanning, magisch realisme, familiegeheimen en een meisje dat langzaam haar plek in de wereld vindt.

Sarah Beth Durst is op 23 mei 1974 geboren in Northborough, Massachusetts, Verenigde Staten. Als op jonge leeftijd werd ze gegrepen door het schrijven en het vertellen van verhalen. Metname schrijft ze fantasyromans voor zowel volwassenen als young adults.

Bijpassende boeken

Merel Bem – Los

Merel Bem Los recensie, review en informatie over de eerste roman van de Nederlandse schrijfster. Op 7 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Hollands Diep de roman van Merel Bem. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en de uitgave.

Merel Bem Los recensies en reviews

Als er in de media een een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Los, de eerste roman van Merel Bem, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Een literair debuut waar het vertelplezier vanaf spat.” (Sacha Bronwasser)

Recensie van de redactie

Los is de debuutroman van Merel Bem die voorafgaande hieraan als haar sporen verdient heeft als journalist die met regelmaat publiceert over kunst, fotografie en kleding in vooraanstaande kranten en andere media.

De hoofdpersoon van de roman is Anja. Zij is net de vijftig gepasseerd en de verpersoonlijking van het muurbloempje. Ja ze heeft een aantal jaren een relatie gehad maar die is gestrand, waarover ze trouwens niet echt rouwig is. Haar moeder is niet zo lang geleden overleden maar speelt nog steeds een rol in haar leven. En ondanks het feit dat Anja haar moeder verzorgd heeft tot aan haar dood, een niet al te prettige rol. Eigenlijk kon Anja nooit wat goed doen volgens haar moeder en moest ze blij zijn dat ze ooit een man had.

Nu Anja de vijftig net gepasseerd is, besluit ze iets te doen dan totaal buiten haar comfortzone ligt. Ze meldt zich aan voor een wandeltocht in Bretagne waar de focus zal liggen op het ontdekken van jezelf. Zoals je al begrijpt geeft dit Merel Bem de ruimte om een aantal kleurrijke personage op te voeren die de roman interessant en grappig maken.

Natuurlijk is dit een thema en onderwerp dat vaker wordt gebruikt in de literatuur en het risico van meligheid en het intrappen van open deuren ligt bij een keuze als dit op de loer. En om maar gelijk duidelijk te zijn, Merel Bem weet de meligheid knap te omzeilen, zij het zo nu en dan op het randje.

Al met al is ze erin geslaagd om een boeiende, grappige, soort van coming of middle age, roman te schrijven die vrolijkheid koppelt aan mijmeringen over liefde, verlies, gebrek aan vertrouwen. Het is een geslaagde debuutroman die door onze redactie gewaardeerd is met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Merel Bem Los

Los

  • Auteur: Merel Bem (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman, debuutroman
  • Uitgever: Hollands Diep
  • Verschijnt: 7 april 2026
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 11,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de debuutroman van Merel Bem

Als in korte tijd haar man, haar moeder en haar kat haar verlaten, wordt Anja meer dan ooit op zichzelf teruggeworpen. Angstvallig probeert ze haar lot in eigen hand te nemen, best een opgave voor iemand die het leven over zich heen laat komen als een maartse regenbui. Wie had ooit kunnen voorspellen dat een introverte vrouw als zij zich zou opgeven voor een spirituele groepscursus wandelen in Bretagne? Anja in elk geval niet. In een poging zichzelf enige levensmoed in te blazen, raakt ze aan de Franse kust meer verloren dan haar lief is – en wint ze onverwacht een beetje terrein terug.

In haar literaire debuut schrijft Merel Bem op onderkoelde wijze over onderwerpen als identiteit, eenzaamheid en menselijk onvermogen. Met humor en wijsheid ontleedt Bem de ongemakkelijke waarheden van het moderne leven. Los laat zich lezen als een speels commentaar op de hedendaagse behoefte aan zelfontplooiing – en wat mensen zichzelf vertellen als die groei nog even uitblijft.

Merel Bem is geboren in 1977. Ze studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en New York University en gaf les aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Ze schrijft over kunst, fotografie en kleding voor diverse kranten en tijdschriften, waaronder de rubriek ‘Beeldvormers’ voor de Volkskrant.

Bijpassende boeken

Jazzjaren boek over Amsterdam 1930-1939

Jazzjaren boek over Amsterdam 1930-1939 recensie, review en informatie over de inhoud. Op 3 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij WBOOKS in samenwerking met het Stadsarchief Amsterdam beh boek Jazzjaren, Mensen, migratie en muziek in Amsterdam, 1930-1939, geschreven door Mark Ponte en andere auteurs. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteurs en over de uitgave.

Jazzjaren boek over Amsterdam 1930-1939 recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Jazzjaren, Mensen, migratie en muziek in Amsterdam, 1930-1939, geschreven door diverse auteurs, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Dat Amsterdam in de jaren dertig van de vorige eeuw een behoorlijk rijke jazzscene kende zal lang niet bij ieder een bekend zijn. Zwarte Amerikaanse grootheden als Louis Armstrong, Cab Calloway en Duke Ellington traden op in de hoofdstad. Bovendien wist een aantal Afro-Surinaamse jazzmuzikanten het podium te veroveren.

Maar ondanks het feit dat er jazzoptredens mogelijk in Amsterdam, wilde het niet zeggen dat het gemakkelijk was. Voor alle zwarte muzikanten gold dat ze te kregen hadden met discriminatie en problemen om het hoofd boven water te houden.

Het boek schets op boeiende wijze hoe het toeging in de jazzscene in Amsterdam, met welke vormen van discriminatie de zwarte artiesten te maken kregen, maar ook hoe levendig en boeiend deze periode desondanks was. Dat ook vrouwen een rol speelden in de jazz, wordt vaak, op een aantal zeer grote sterren zoals Josephine Baker, na, onderbelicht. Daarom is het goed dat er een apart hoofdstuk is opgenomen waarin de de rol van vrouwen in de jazz, ook in de jaren dertig, beste groot was en dat sommige vrouwen, soms letterlijk, een behoorlijke deun meebliezen.

Het Stadsarchief Amsterdam beschikt over behoorlijk wat interessante foto’s en een aantal kunstwerken uit die tijd die mooi beeld schetsen van de jazz in de jaren dertig. Uiteraard is een bezoek aan de tentoonstelling een bezoek zeker waard. Maar het door WBOOKS uitgeven boek Jazzjaren waarin boeiende verhalen, prachtige foto’s en andere kunstwerken staan is niet te versmaden. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

over Amsterdam 1930-1939

Jazzjaren

Mensen, migratie en muziek in Amsterdam, 1930-1939

  • Auteur: Mark Ponte (Nederland)
  • Soort boek: geschiedenis van Amsterdam, jazzmuziek
  • Uitgever: WBOOKS, Stadsarchief Amsterdam
  • Verschijnt: 3 april 2026
  • Omvang: 96 pagina’s (71 afbeeldingen)
  • Afmetingen: 22 x 27 cm
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 24,95
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek over mensen, migratie en muziek in Amsterdam tijdens de jaren 30

A night on the town.

Wie in de jaren 1930 ’s avonds door het centrum van Amsterdam liep, hoorde meer dan het geratel van trams en het geroezemoes uit cafés. In stegen en straten klonk een nieuw geluid: jazz had haar weg gevonden naar de stad.

Tegen de achtergrond van opkomend fascisme, crisis en oorlogsdreiging, raakt jong Amsterdam in de ban van hotjazz en swing. Wereldsterren als Louis Armstrong, Duke Ellington en Cab Calloway treden op in Amsterdam. Jazzmusici uit de Verenigde Staten, Oost-Europa en Suriname strijken er neer.

Een plek veroveren in de stad is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Veel jazzmigranten zijn Afro-Surinaams en krijgen te maken met institutioneel racisme en discriminatie. Het is een leven van schnabbelen en hosselen, als kunstenaarsmodel of als barman.

Jazzjaren brengt de jazzscene in beeld aan de hand van persoonlijke verhalen, film, fotografie en kunst en biedt context over de ontvangst van jazz in Nederland en de de strijd om gelijke rechten door zwarte activisten.

Het boek verschijnt bij de tentoonstelling Jazzjaren die van 3 april t/m 13 september 2026 in het Stadsarchief Amsterdam te bezoeken is.  

Mark Ponte is geboren in 1979. Hij is historicus en onderzoeker. Hij is verbonden aan Stadsarchief Amsterdam en samensteller van de tentoonstelling Jazz-jaren. Mensen, migratie en muziek in Amsterdam, 1930-1939. Hij is actief op Instagram en Bluesky als @voetnoot.

Bijpassende boeken

Sytske Frederika van Koeveringe – Bewegingsmogelijkheden

Sytske Frederika van Koeveringe Bewegingsmogelijkheden recensie en informatie boek met gedichten en poëziedebuut van de Nederlandse schrijfster. Op 2 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de dichtbundel van Sytske Frederika van Koeveringe. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Sytske Frederika van Koeveringe Bewegingsmogelijkheden recensie en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Bewegingsmogelijkheden, de dichtbundel van Sytske Frederika van Koeveringe, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

& zinnig zinnig we zijn allemaal waanzinnig & waar begint jouw lichaam & volledige vrijheid voor de wolven betekent de dood van de lammeren & en clarice zijn de lammeren gestopt met schreeuwen & deze plek is geen vangnet voor als je valt we heten niet voor niets sodom & een militair zegt miauw & er zal hier dus geen sprake zijn van wat een wereld is maar van wat ze voor het levende wezen dat erdoor omringd wordt betekent & een of andere oude god die galmde bij dageraad en avondschemer & de dingen gaan toch zoals ze gaan & en als ik opkijk neemt alles nieuwe kleuren aan & suikertje had hun aandacht & grondeleend ook jouw trend zal komen & die week was het koel in de tunnel en warm in het bos & in tijden van eenzaamheid troost niets meer dan een verhaal dat klopt als je het vooruit vertelt en achteruit ook & steeds als ik naar de klok kijk herhalen de nummers zich of is de tijd een palindroom & een boek over rouw is iets anders dan een elegisch gedicht & het maanpoeder dwarrelt over je neer & alles en niets zitten samen op de fiets & een bijl maakt stof van de mens & het is nog te vroeg om nu te zijn & de bakkers hoeven niet meer om vier uur uit hun nest & quid expectamus nunc abent omnes volucres nidos inceptos nisi ego et tu hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu & vlooien zullen nesten maken & het is er niet en het is er het doet zich voor en verdwijnt je ziet het (hoofd) en het draait (ont) & spierspanning smeltpunt ploegschaarzuigkracht zaaidichtheid roestbestendigheid hevelhoogte staarwind afvoerverval konkeling omgekeerde evenredigheid sphaeropsis malorum schimmel van het appelklokhuis & laten we de stilte niet beroeren & wat uit stilte kwam er ook weer naar terugging: & (…) & een poging tot reconstructie van zaken die eens voorvielen & is 133 een huisnummer een gezin een meisje een codewoord & in troebel water ronddrijvende ogen & ga die kop koffie eens in door de melkdeeltjes tot op atoomniveau dan tot op subatomair niveau en je komt in een wereld waar iets oproepen uit niets wel degelijk mogelijk is & wij zijn de soort die de zon heeft overwonnen & ga nu en slacht het is goed & de drumband en het majorettekorps met succes geïntroduceerd & een duur speeltje om serenades te componeren & kijk mij diep in de mond (ik zal verzen gapen) & als om een ruimte te schonen & tijd huist in een voorbije zomer zeelucht en herinnerd meisjeshaar & meneer bestaat uit vergeten dromen en nieuwsfeiten & geen zeep maar de grammatica & de vogels worden gezongen & omdat je geen heilige hebt kunnen zijn word je stomdronken op straat & woorden van warme mensenadem gemaakt ten hersens varend & een tweede wereld heeft zich afgescheiden van de eerste & wakker of wat zo heet levend en wel & wolf wolk welk wenk wens mens & de zon is een mooie opening een oog een o in de donkere omberen pruisisch-blauwe lucht en de maan een c & soms is er nauwelijks iets voor nodig of het is zo ver & wat uit stilte kwam en er ook weer naar terugging: & (…) & (wat breekt met het geluid van brekend glas) & (waarom ik mijn vrouw heb opgegeten) & bloedgeschoren en onleesbaar deze wereld & sneeuw bestaat helemaal niet maar hangmat is des te echter & een niet o.a. mijnheer van het spreken heeft hij alle taal bepraten en verzwegen het zingen het klinken springende stemmen die geen antwoord handhaven en hij definieert en divideert & de invasie van glorende ochtenden en de invasie van de groene kleuren & geen enkele toestand is metastabieler dan wachten & klonken de stemmen achter de tekst & wordt er in ochtendschemering een hoofd uit een auto gegooid & verbreding van de existentiële horizon & verliezen is een kunst & uiteenvallende letters als zelfherstellende baarmoeders & het leven der delen is meer dan het leven van het geheel & als een pad Italiaans sprak waarom zou hij op den duur dan geen Frans spreken & nemen volgen staan plaats de beweger de konstrukteur & jij café levenscentrale spirituele produktenhandel je booglampen geven richting aan de nacht & mannen ontploffen wanneer je het het minst verwacht & in dezelfde ademtocht een tong kussen en een keel sluiten & het etherische effect van verleiding door ogen volgelopen met kwik & dit uur is doorschijnend & vijftien minuten van belichaamde vergetelheid & de bloemen worden verstrooid de vruchten afgeworpen & bodem van het toekomstige woord & de straatstenen bonden de blikken & de cirkel het eindeloze geluk van de punt & een berg te bewegen als een mens die nabij komt en nooit nagenoeg & schapenvlees zout en een houweel & de waarheid ligt in het midden waar het ook lag & een cel van woorden heeft zich gedeeld in onze hersenen is aangegroeid tot een gezwel & de zenuwen zijn van geïnspireerde draden & wie is op de roltrap een appel ontglipt & een parkje waar eens een bom is gevallen en niet ontploft & hier zwelt de klank onbegrijpelijk aan & het dril der ziel te drogen & orkesten en koren zwijgen maar de muziek is aanwezig & nu laten de trefwoorden zich niet meer verder onderverdelen en preciseren & een gevallen en geprezen en zo hoge en overweldigende horizon & nachtvogel onzalig product van psychoanalyse & wat uit stilte kwam en er weer naar terugging was:

het liegend konijn, ik leerde het blad pas kennen krot voor het ermee ophield, of liever, ik ging het pas serieus nemen één nummer voor het laatste nummer, ik weet niet waarom ik het zo lang op afstand hield, was het misschien de naam die me stoorde, hoewel komend van paul van ostaijen, al wist ik dat niet voor ik het blad daadwerkelijk in handen hield en daarbij van ostaijen is ook weer niet zaligmakend, wegens net weer niet de allerbeste schrijver die ooit geleefd heeft, maar nummer 1 van 2025 bestelde ik, liet ik komen, waarom?, omdat bas kwakman erin stond of idwer de la parra of vincent van meenen of eva gerlach of robin block of weetikveel?, of neen, eerder, denk ik, omdat er vooral heel veel dichters in stonden die ik niet kende en ik wel weer eens behoefte had aan een nieuwe stem, een nieuw geluid, of hoe dan ook, ik bestelde, liet komen per post, en het beviel me, al kwam dat misschien ook wel omdat ik het op vakantie las, de laatste negentig pagina’s overigens alweer op de terugweg, in een of ander hotel in lyon, het beviel me zodanig goed dat ik me voornam het vaker te bestellen, of altijd, waarom niet een abonnement?, nummer twee van vijfentwintig liet ik ook komen maar dat bleek meteen de zwanenzang van jozef deleu en dat viel me dan weer heel erg tegen, goed ik las het thuis, en goed het weer, en goed ook al even geen echt keelsnoerend moje seedee meer gehoord, maar toch, nauwelijks een goed gedicht gelezen, al vond ik de poëzie van peter verhelst verrassend goed, ik las ooit een roman van hem en die vond ik niet zo best, ik weet niet meer hoe het heette, ik weet alleen nog dat er mannen in voorkwamen die half mens half motorfiets waren, en dat ik het niet goed vond en de naam peter verhelst in mijn hoofd kwam te staan als die van een te mijden schrijver, maar die gedichten van hem in het afscheidsnummer van het liegend konijn vond ik goed of minimaal best heel aardig toch, zeker in vergelijk met de rest, zoveel pretentieuze zever, is dat de stand van zaken in de nederlandstalige poëzie dezer dagen?, misschien moet ik emigreren naar een land met een beter poëzieklimaat ik heb amerika zelfs overwogen maar je gaat toch niet in trumpland wonen alleen vanwege broken sleep bijvoorbeeld, en dan, één dag, bewegingsmogelijkheden.

Sytske Frederika van Koeveringe. Die ik niet kende. En een dichtbundel pende die Bewegingsmogelijkheden heet. En het gaat over volwassen zijn, of mens, of vrouw, over de etiketjes die een mens kan opgeplakt krijgen door therapeuten of artsen of door je buren. En soms hadden de eieren hierin een tikje harder gekookt mogen worden, als u het mij vraagt, al kan ik u meteen al te kennen geven dat ik eigenlijk meer van zachte eieren hou, of liever nog gepocheerd, maar dan moet het wel goed gebeuren, dat pocheren bedoel ik. Maar ik hou van hoe ze haar woorden van de bladzijde laat aflopen, hoe de taal dans en springt en zingt in haar gedichten. Een gedicht heet Mogelijkheden. Het bestaat uit meerdere delen, genummerd. Rare nummering overigens. Het gaat van één naar twee naar drie naar vier maar dan naar twee punt één naar vijf naar één punt één. Het zou flauw zijn om die laatste het mooiste gedicht van de bundel te noemen en niet alleen omdat het geen afzonderlijk gedicht is maar een schakel in de keten. Het is maar één zin, ruim zwemmend in zijn paginawit: “Ik kijk nooit op buienradar, ik ga gewoon naar buiten”. Toen had de dichter mijn definitieve & onverdeelde aandacht.

Een volgend deel stelt alleen maar vraagtekenloze vragen. Vragen als Hoe ziet accepteren eruit, waar kan ik dit halen. Kost dit geld. Of als Kan ik heimwee krijgen naar een dier dat nooit van mij is geweest. Of Groeien oordelen net zo snel als mijn melktanden dat deden. Of er wordt een vraag gesteld over de geschiedenis van het woord geschiedenis. Maar waarlijk achterover sloeg ik van deel vijf punt twee. Het begint: “goed stamt af van god / van oudsher betekent goed god of goddelijk / dus ik kan mijn spullen wel pakken / god is overal / zelfs tijdens een weekendje weg weet hij me te vinden / zit ik op een terras aan de sangria waar niemand me kent staat god daar met z’n goede gedrag met lege bijvoegelijk-, zelfstandige naamwoorden te strooien” en zo gaat dat verder tweekwart pagina lang, volle blokken tekst, inclusief die schuine strepen, die zijn niet van mij, niet om de harde returns aan te geven, dit keer niet, die staan gewoon zo in de tekst, en ik vind het fantastisch. Of het deel een punt drie. Een mens jarenlang op de dool in de zorg, steeds weer andere diagnoses, sommige extreem hip trouwens (HSP bijvoorbeeld, daar kun je nog eens mee voor de dag komen in deze tijden die van nu & de onze heten te zijn).

Het twede gedicht, Beweging, is zelfs nog iets mojer. Hoe te bewegen in een wereld, welke wereld, deze wereld. De dingen die over je gezegd worden. Waar je staat ten opzichte van de ander. Of de ander ten opzichte van jou. Zulke dingen. In zinnen die kruipen en kronkelen en wervelen en fluisteren en schreeuwen. Deze bewegingen zijn allemaal mogelijk met taal, en Bewegingsmogelijkheden benut dat ten volle.

Het zou wat overdreven zijn te stellen dat Sytske Frederika van Koeveringe mijn vertrouwen in de Nederlandse poëzie hersteld heeft. Maar na lezing van Bewegingsmogelijkheden ben ik er zeker aanzienlijk minder somber over gesteld.

Sytske Frederika van Koeveringe Bewegingsmogelijkheden

Bewegingsmogelijkheden

  • Auteur: Sytske Frederika van Koeveringe (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 2 april 2026
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 21,99
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst poëziedebuut van Sytske Frederika van Koeveringe

Poeziëdebuut van multitalent en genomineerde Jan Hanlo essy prijs 2021.

In haar poëziedebuut onderzoekt Sytske Frederika van Koeveringe hoe het is om mens te zijn – en hoe je je als vrouw beweegt binnen de kaders die je worden opgelegd, mentaal én fysiek. Met een scherpe, onderzoekende blik legt zij de spanning bloot tussen goed willen doen en goed genoeg handelen. Wanneer is een keuze werkelijk juist – en voor wie?

Sytske Frederika van Koeveringe is geboren in 1988 in Heerenveen, Frisland. Ze is beeldend kunstenaar en schrijver. Ze debuteerde met de roman Het is maandag vandaag (2017), gevolgd door Dag nacht licht toch (2020), dat genomineerd werd voor de Jan Hanlo Essayprijs 2021. Vrouw doet dit, dat verscheen in november 2021. Haar toneel, essays, columns, poëzie en proza worden gepubliceerd in De Revisor, Tirade, De Groene Amsterdammer, Mister Motley en NRC. Haar roman Meeloper verscheen in januari 2024.

Bijpassende boeken

Ryan Gingeras – Maffia

Ryan Gingeras Maffia recensie, review en informatie boek met een ontluisterende wereldgeschiedenis van de Amerikaanse historicus. Op 19 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Omniboek de Nederlandse vertaling van Maffia, A Golbal History, geschreven door Ryan Gingeras. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Ryan Gingeras Maffia recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Maffia, Een ontluisterende wereldgeschiedenis, geschreven door Ryan Gingeras, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Dit boek is meeslepend, belangrijk, mondiaal en ronduit fascinerend.” (Simon Sebag Montefiore, historicus en schrijver)

Recensie van de redactie

Over de rol van de maffia en de geschiedenis van het misdaadfenomeen bestaat. als je het goed beschouwd, behoorlijk wat verwarring en veel misvattingen. De Amerikaanse historicus heef met zijn boek de uitdagende taak op zich genomen om de wereldgeschiedenis te schrijven van de maffia. En om maar gelijk duidelijkheid hierover te verschaffen, daar lijkt hij behoorlijk goed in geslaagd.

Los van het feit dat Ryan Gingeras goed kan schrijven waardoor je als lezer gegrepen wordt door het boek, weet hij op vakkundige wijze het misdaadfenomeen van de maffia wereldwijd te ontrafelen. Bovendien is hij erin geslaagd om het kaf van het koren te scheiden in wat je wel kunt beschouwen als maffia-achtige misdaad en wat zo vaak wel genoemd wordt maar het feitelijk niet is.

Omdat de maffia vaak heimelijk georganiseerd is, zij het niet altijd, heeft het Gingeras veel werk moeten kosten om de structuur en historie van het fenomeen te onderzoeken en te ontrafelen. En doordat hij de gehele wereld als plaats van handeling heeft gekozen, is het een nog uitdagender klus geweest.

Toch weet Gingeras, voor zover mogelijk, helderheid te verschaffen in de geschiedenis van de ontwikkeling van de organisaties. Van het ontstaan ervan in Italië, alhoewel je ook op andere plekken in de wereld en vroeger, vergelijkbare misdaadorganisaties kunt vinden, tot de situatie in het huidige tijdsgewricht. Van de Chinese maffia, tot de Russische, van Japanse organisaties tot drugskartels in Mexico en de tentakels ervan die reiken tot in Europa en Nederland, van de Libanese, Turkse en Tsjetsjeense en de opkomst en ondergang van de maffia van Marseille. Bovendien heeft Gingeras veel aandacht voor de verbanden met de zogenaamde bovenwereld, dat wil zeggen, de stedelijke, landelijke en wereld politiek.

Het te boek stellen van de wereldgeschiedenis van de maffia is een ambitieus project met een grote kans van mislukken en een grote kans op clichés. Echter het is goed gelukt om grote valkuilen te vermijden. Soms duizelt het als je het boek leest, maar het verhaal is van begin tot eind fascinerend en Gingeras slaagt er zeer goed in om de eindjes, voor zover mogelijk, aan logisch en goed aan elkaar te knopen. Al met al een geslaagd stuk misdaadgeschiedenis dat goed verheldert en veel verklaart. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Ryan Gingeras Maffia

Maffia

Een ontluisterende wereldgeschiedenis

  • Auteur: Ryan Gingeras (Verenigde Staten)
  • Soort boek: geschiedenis van de maffia
  • Origineel: Maffia, A Global History (2026)
  • Nederlandse vertaling: Brenda Mudde. Maarten van der Werf
  • Uitgever: Omniboek
  • Verschijnt: 19 maart 2026
  • Omvang: 416 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 24,99 / € 11,99 / € 24,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek van Ryan Gingeras met de wereldgeschiedenis van de Maffia

Hét boek over de geschiedenis van misdaadorganisaties wereldwijd
verschijnt in het voorjaar van 2026 in 28 talen.

In Maffia neemt Ryan Gingeras de lezer mee in de duistere geschiedenis van misdaadorganisaties over de hele wereld, van de Siciliaanse Cosa Nostra tot het Medellínkartel, de New Yorkse Five Families en de Chinese tong.

Gingeras onderzoekt hoe deze misdaadorganisaties onder leiding van Al Capone, Pablo Escobar en tal van anderen hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de moderne wereld op politiek, economisch en maatschappelijk vlak. De nadruk ligt daarom op de periode vanaf 1800.

Ryan Gingeras is geboren in 1978. Hij is een Amerikaanse historicus en doceert aan de Naval Postgraduate School in Californië, waar hij is gespecialiseerd in de moderne geschiedenis van Oost-Europa en het Midden-Oosten.

Bijpassende boeken

Mehdi Belhaj Kacem – God, techniek en alwetendheid

Mehdi Belhaj Kacem God, techniek en alwetendheid recensie, review en informatie boek met een essay over het kwaad. Op 12 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Ten Have de Nederlandse vertaling van het essay van de Frans-Tunisische filosoof Mehdi Belhaj Kacem. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Mehdi Belhaj Kacem God, techniek en alwetendheid recensie van Tim Donker

Kan een filosofie een muziekstuk zijn?, ja kan, is, wordt gedaan, hier.

Of.

Misschien zit het achterplat, als altijd, daar ook wel voor iets tussen.

“[G]oddelijke eigenschappen [worden] in ons tijdperk belichaamd [..] door de technowetenschap.”, staat daar, op dat achterplat, en: “[T]echnologie, […] ooit begonnen als hulpmiddel, [heeft] de rol van God [..] overgenomen.” Wel. De idee dat wetenschap tegenwoordig een religieuze status heeft, en dat de verlichting dus met een zekere verblinding gepaard is gegaan, kwam ik eerder al tegen bij figuren als Mattias Desmet en René ten Bos en ik vind het een prikkelende gedachte. Er niet ganzelijk nevens ook. Dus ik verheugde me al. Op een flinke portie feyerabendiaanse relativering de kritiekloze wijze waarop de geseculariseerde mens “het laatste woord” altoos weer in de mond van de wetenschap wenst te leggen. Kacem trekt wel een parallel tussen religie en wetenschap en opteert ook voor een radicaal en algeheel atheïsme (dus ook een “ontgoddelijkte” wetenschap), maar niet helemaal op de manier die ik in gedachten had toen ik me lezend zette. En hij komt ook via omtrekkende bewegingen daar waar ik niet dacht dat hij heen zou gaan.

Misschien omdat dit “essay” (een kleine 160 pagina’s vind ik een nogal behoorlijk essay) gebaseerd is op een lezing die Kacem in 2016 hield; een lezing die naar de wens van organisator Bertrand Schefer moest gaan over “de subjectiviteit en de ervaring van ieder van ons die beelden bekijkt, maakt of interpreteert” (welja), komt Kacems betoog als een trage dans tot de kern: verschuiving, herhaling, verschuiving, herhaling, verschil (of is het een knipoog naar Deleuze, Kacem?). De woorden ontvouwen zich als de noten van een minimalistisch muziekstuk, met een maximalistisch orgelpunt.

Hij begint met een kantelpunt.

Er moet altijd een kantelpunt zijn. Waarom moet er altijd een kantelpunt zijn? (de idee dat er ooit een kantelpunt geweest zou zijn, staat trouwens wat haaks op wat hij verderop in het boek beweert)

Hij begint met beelden, inderdaad. De Franse revolutie bracht de val van het monarchale christendom. Kunstenaars haalden vanaf dat moment hun inspiratie niet langer uit het goddelijke, maar daarentegen uit het kwaad. Postrevolutionaire kunst wordt, aldus Kacem, gedomineerd door wat hij “traumatiserende” beelden noemt. Dat woord komt nogal eens terug in zijn filosofie en ik moet u zeggen dat ik met Gerbrand Bakker een diep wantrouwen deel tegen dit overmatige gebruik. Trauma. Alles is maar een trauma tegenwoordig. Iedereen is getraumatiseerd. In de filosofie van Mehdi Belhaj Kacem zeker, en dit maakte me aanvankelijk wat sceptisch. Daar kwam bij dat ik er niet geheel zeker van ben dat het kwaad pas na de bestorming van de Bastille in de kunst gekomen is. Ik ben geen kunsthistoricus en ik kan er best naast zitten. Maar toch. Alsof de bijbel ook al niet vol staat van, laat ik het dan ook maar zeggen, “traumatiserende” beelden. Nota bene het oerbeeld van het Christendom. De Mens aan het kruis, dat is toch ook al niet zo’n heel prettig beeld, wel? Maar het zal niet geheel onwaar zijn dat “moderne” kunst wat onbeschaamder is in het tonen van weerzinwekkende beelden. Kacem verbindt dit aan het aristotelische begrip katharsis (Aristoteles! Gaat toch ook alweer wat verder terug dan de Franse revolutie), en stelt en passant dat technologie een democratisering van de katharsis bracht: waren De Goya en De Sade nog enigszins voor de elite; Game of Thrones is voor iedereen. Het kwaad alledaags gemaakt, genormaliseerd zo je wil.

Makenschap. Het bestel.

Misschien is het nu goed om te weten dat Kacem alles dat niet natuurlijk is, technologisch noemt. Dat wat uit de zichzelf voortkomt, is natuurlijk; dat wat door de hand van de mens wordt gemaakt, is technologisch. De mens is dus van meet af aan een technologisch wezen, en hier komt het langzamerhand het cruciale punt. De mens is namelijk het enige dier dat zijn geheugen buiten zichzelf bewaart (schrift, computer), en er is ontzettend veel meer buiten de mens dan in hem. Hier komt ook de idee van “ontologische alzheimer” kijken, al had dit van mij iets steviger in de verf gezet mogen worden. De optelsom van al het weten is God (Spinoza?), lichtelijk gelijk aan de noösfeer die u van Teilhard de Chardin kunt kennen (en anders wel van Llorenç Villalonga). In de onmetelijke hoeveelheid van dit “opgetelde weten”, en alle daaruit voortkomende informatiestromen, ligt de oorzaak van alle pathologieën. Zo bezien maken wetenschap en technologie de mens dus misschien wel eerder zieker dan gezonder. Maar er is meer. En daar komt de verwantschap met religie kijken. Monotheïstische religies hebben een hiernamaals gepostuleerd en dit heeft wetenschappers, uitvinders; zeg voorvechters van de zogeheten “vooruitgang” (ja, progressieven!) verzoend met het vernietigen van het milieu. Misschien niet zozeer omdat er toch een hemel is, en heel die aarde wel verkloot mag worden maar wel omdat er een “daar” is waarnaar gestreefd moet worden, een “anders en beter” dat wel een offer waard is. De Jezus van de wetenschap is dan de cyborg, de menswording van het de gehele mensheid overstijgend superwezen dat techniek heet. Internet van dingen. Internet van lichamen. Biotechnologie. Transhumanisme: waar wetenschappers, net als gelovigen, streven naar onsterfelijkheid. Zo is wetenschap volgens Kacem feitelijk ten diepste religieus. En communistisch bovendien: planetaire communicatie; de planeet getransformeerd tot één gigantisch brein waar iedereen deel aan heeft. De huidige staat der techniek als de verwezenlijking van de communistische droom? Hoe ongerijmd. Hoe geniaal ook. Een alternatieve titel had dan ook God, techniek en onsterfelijkheid kunnen zijn.

In zijn visie op de technoïde mens brengt Kacem uiteindelijk ook zijn meest diepzinnige filosofie in stelling. Die heeft alles te maken met pleonectiek. Hij zegt toe deze filosofie in een komend werk verder uit te werken, maar het voorschot dat hij hier geeft is alvast veelbelovend. In deze analyse verschijnt de mens als een pleonectisch wezen. Dit gaat verder dan hebberigheid alleen; pleonectiek wijst op een buitensporige toe-eigening. Een steen eigent zich niks toe, en “leeft” tweehonderd miljoen jaar. Dieren eigen zich alleen datgene toe dat nodig is om te overleven. De meeste dieren leven individueel bezien dan wel korter dan mensen, maar ze doen ook niks om het voortbestaan van de soort in gevaar te brengen. Mensen eigen zich alles toe. Niet alleen in materiële zin, maar ook in ruimtelijke. De hele aarde is nog niet genoeg, ook het heelal moet gekoloniseerd. Ook het willen weten, het willen kennen is eindeloos. Wetenschap dient dus ook deze pleonectiek (die mij overigens uiterst heideggeriaans aandeed, het deed mij onmiddellijk denken aan Heideggers idee van de mens als “ontverringsmachine”): alles moet in het bezit van de mens komen, verkend zijn door hem, geweten, gemeten, geannexeerd door hem. Dit zal ook zijn ondergang zijn. In de woorden van Kacem: “De meest gigantische […] toe-eigening die ooit op aarde is waargenomen […] resulteert in de meest catastrofale onteigening die ooit is waargenomen”. En dat wordt nog toegejuicht ook! Kacem citeert Stephen Hawking: “Zelfs als de mens zou verdwijnen, zou het feit dat hij zich de meest wetten van het universum heeft toegeëigend een ongekende prestatie blijven. In reactie hierop zegt Kacem, toewerkend naar zijn slotpleidooi: “Ik vind geen troost voor de miljarden wreedheden die sinds we hier verschenen op aarde zijn begaan om tot al deze kennis te komen; kennis die tot overmaat van ramp misschien wel tot niets heeft gediend. Ik kan mezelf er niet toe brengen te denken, zoals de meeste traditionele filosofen, dat dit de ‘prijs was die we moesten betalen’ om op een dag tot iets beters te komen.”, en: “Misschien rest ons […], net zoals aan het einde van een andere magnifieke film over dit onderwerp, Spielbergs A.I. Artificial Intelligence, niets anders dan het downloaden van de beste cognitieve gegevens waarover de mensheid heeft kunnen beschikken, zodat we over een paar miljoen jaar, wanneer de meeste levensvormen van deze planeet zijn verdwenen, een ras van buitenaardse wezens al deze prachtige gegevens kan terugwinnen, om er hopelijk beter gebruik van te maken. Deze tekst, en al mijn werk, zou slechts een kleine bijdrage zijn, een waarschuwend getuigenis voor de fouten die niet herhaald mogen worden – als een soort met een beter geheugen dan wij er ooit toegang toe krijgt.” Een soort met een beter geheugen? Een soort met een beter geheugen? Echt? En gij meent dat, Kacem? Maar als ik de finesse van uw filosofie juist gevat heb, lijkt het mij veeleer toch juist om een minder te gaan? Minder ruimte innemen, minder pleonectiek, minder willen weten, het geheugen minder belasten. Het woord beter wijst namelijk weeral op de jacht voorwaarts, naar dat daar waar alles glanzender, onovertrefbaarder, geweldiger is. En dit daar is toch juist het kwaad van de mens, het kwaad van de techniek, het kwaad van de wetenschap? (het kwaad heeft het kwade gevat, zegt Małgorzata Lebda).

Met God, techniek en alwetendheid weeft Mehdi Belhaj Kacem een belangwekkende filosofie. Draad voor draad. Sommige draden leiden rechtstreeks naar de kern, andere, zoals die over de “traumatiserende beelden” die kunstenaars vanaf de Franse revolutie over de mensheid zijn blijven uitstorten, lijken wat losser van aard. Hopelijk wordt zijn nog te verschijnen hoofdwerk over de pleonectiek ook vertaald.

Ik kende Kacem eerlijk gezegd niet maar hij heeft nog veel meer geschreven. Ook enkele fictiewerken, die blijkens de inleiding van de vertaler, Pieter Lemmens, eveneens zeer lezenswaard zouden moeten zijn. Helaas der helazen lees ik geen Frans. Aan het werk dus, Pieter Lemmens. Na dit essay wil ik meer lezen van Mehdi Belhaj Kacem. Veel meer.

Mehdi Belhaj Kacem God, rechniek en alwetendheid

God, techniek en alwetendheid

Een essay over het kwaad

  • Auteur: Mehdi Belhaj Kacem (Tunesië)
  • Soort boek: filosofisch essay
  • Uitgever: Ten Have
  • Verschijnt: 12 maart 2026
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Afmetingen: 13,5 x 21,5 x 1,4 cm
  • Gewicht: 202 gram
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99 / € 11,99
  • Boek bestellen >

Flaptekst filosofisch boek over het kwaad van Mehdi Belhaj Kacem

De Frans-Tunesische filosoof Mehdi Belhaj Kacem beschikt over een zeldzaam origineel tegengeluid. In dit boek schrijft hij over de rol van technologie in ons leven en in onze maatschappij, met een scherpte en radicaliteit die hem in Frankrijk al tot cultfilosoof maakte.

Deze Nederlandse vertaling introduceert een denker die de erfenis van Derrida en Badiou weet te verbinden met de urgentie van het heden – een onderscheidend werk voor de lezers van Byung-Chul Han en Markus Gabriel.

Mehdi Belhaj Kacem is geboren op 17 april 1973 in Parijs. Hij is een Frans-Tunesische schrijver, filosoof en acteur en is bekend om zijn provocerende, vaak nihilistische essays en zijn breuk met Alain Badiou. Naast fictie publiceerde het meerdere filosofische teksten.

Bijpassende boeken

Haruki Murakami – Jazzportretten

Haruki Murakami Jazzportretten recensie, review en informatie boek van de Japanse schrijver met verhalen over de jazzmuziek. Op 10 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de Nederlandse vertaling van ポ-トレイト・イン・ジャズ / Pōtoreito in jazu, het boek over jazz, geschreven door Haruki Murakami, de schrijver uit Japan. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Haruki Murakami Jazzportretten recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Jazzportrette, het boek van Haruki Murakami over de jazzmuziek, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Wie bekend is met de romans beroemde Japanse schrijver Haruki Marakami weet dat muziek een bijzondere inspiratiebron voor hem is. Zijn werk is misschien wel doordesemd met muziek. En zijn liefde voor jazzmuziek is misschien wel het grootst.

Lang voordat hij als schrijver aan de slag ging, laat staan voor hij wereldfaam kreeg, werkt Murakami in een klein jazzcafé in Tokio. Toen hij hier aan de slag ging, decennia geleden, was zijn kennis van de muziek zo goed als nul. Maar achter de toog nam hij de muziek die hij hoorde gulzig tot zich. En zo ontstond al vrij snel zijn grote liefde voor het genre die tot op de dag van vandaag onafgebroken voortduurt. Dit leidde uiteindelijk tot het schrijver van portretten van door hem gewaardeerde en geliefde jazzmusici.

De portretten schreef hij touwen al ruim twee decennia geleden en zijn nu voor het eerst in Nederlandse vertaling verschenen. Maar dat maakt voor het lezen niets uit. Mocht de muzikant in de tussentijd overleden zijn, dan wordt daar gewag van gemaakt.

Het lezen van de portretten is een groot genoegen, zeker voor liefhebbers van jazz, maar ook voor lezers die het genre nog moeten ontdekken. In korte bondige stukken beschrijft Murakami het leven en de kwaliteiten van de jazzmuzikanten en verrijkt dit met zijn eigen ervaring met de muziek. Bovendien geeft hij aan wat volgens hem de beste plaat is die kunt beluisteren ter illustratie. Wat het boek dat verzorgd is uitgegeven door Atlas Contact verder nog mooi maakt zijn de illustraties die Makoto Wada maakte en die zijn opgenomen in het boek dat door de redactie gewaardeerd is met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Haruki Murakami Jazzportretten

Jazzportretten

  • Auteur: Haruki Murakami (Japan)
  • Soort boek: muziekboek
  • Origineel: ポ-トレイト・イン・ジャズ (1997)
  • Nederlandse vertaling: Luk Van Haute
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 10 maart 2026
  • Omvang: 256 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst boek van Haruki Murakami over jazz

Japanse bestsellerauteur van o.a. Norwegian Wood en De moord op Commendatore over een van zijn grootste passies en inspiratiebronnen: de jazzmuziek.

Voordat hij fulltime schrijver werd was Haruki Murakami jarenlang de uitbater van jazzcafé Peter Cat in Tokio. Het mag dus niet verbazen dat de jazzmuziek een terugkerend motief is in zijn verhalen en romans. Nog meer dan hardlopen is het zijn belangrijkste inspiratiebron. Hij kan als geen ander zelf uitleggen hoe dit precies zit. De lezer van de vijfenvijftig Jazzportretten in deze bundel krijgt het gevoel aan de toog van Peter Cat plaats te nemen, terwijl de eigenaar een drankje inschenkt en op een vertrouwde, innemende manier anekdotes en weetjes opdist over de plaat die op dat moment draait. Meer dan ooit krijg je de indruk naar de échte stem van Murakami te luisteren. Van Chet Baker tot Charlie Parker, van Duke Ellington tot Ella Fitzgerald: hij maakt je deelgenoot van zijn enthousiasme, en stelt en passant de ideale luistergids samen.

Haruki Murakami is geboren op 12 januari 1949 in Kyoto, Japan. schreef onder andere de romans Norwegian Wood, Kafka op het strand, 1q84 en De moord op Commendatore en de verhalenbundels Mannen zonder vrouw en Eerste persoon enkelvoud. Murakami’s werk wordt in meer dan veertig landen uitgegeven en is bekroond met talloze prijzen, waaronder de Welt-Literaturpreis en de Hans Christian Andersen Literatuurprijs. Hij wordt regelmatig getipt als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Zijn roman De stad en zijn onvaste muren verscheen in mei 2024.

Bijpassende boeken en informatie

Wouter Godijn – Het offer

Wouter Godijn Het offer recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Nederlandse schrijver. Op 5 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de nieuwe Wouter Godijn roman. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Wouter Godijn Het offer recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Het offer, de roman van Wouder Godijn, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Het offer’ is een gelukzalige tuimeling in de wereld van freejazz en vrije liefde.” (Saskia Pieterze, Trouw)
  • “In wonderlijke taal dwaalt Wouter Godijn door een labyrint van popelende emoties.” (Thomas Verbogt, Het Parool)

Recensie van Tim Donker

Poëzie was mijn eerste liefde.

Ofnee. Dat is niet helemaal waar. Liefde voor poëzie was altijd al ergens, maar sluimerend, latent. Werd pas goed wakker toen ik ver in de twintig was, voor in de dertig misschien zelfs wel. Toen had ik echt al de nodige romans gelezen, en geapprecieerd. Maar voor het werk van Godijn gaat de uitspraak hierboven zeker op.

Wat zijn poëzie. O god, zijn poëzie. Soms vind ik hem de beste dichter van Nederland. (maar soms ook vind ik H.H. ter Balt de beste dichter van Nederland) (of Maarten van der Graaff) (of Micha Hamel) (of Radna Fabias) (of Richard Nobbe) (of Tsead Bruinja) (of Maria van Daalen) (of Kreek Daey Ouwens) (of F. van Dixhoorn) (of Gerrit Krol) (of Astrid Lampe) (of K. Michel) (of Tonnus Oosterhoff) (of K. Schippers) (of B. Zwaal) (of Marwin Vos) (of Martijn den Ouden) (of Hélène Gelens) (of Robin Block) (of Eva Gerlach) (of Bas Kwakman) (of Onno Kosters) (of Anneke Brassinga) (of Peter van Lier) (of Remco Ekkers)

maar zijn proza. Zijn romans. Sja. Wat is daarmee. Ik weet het niet. Ik probeer ze. Keer na keer. Juist omdat ik hem als dichter zo hoog heb zitten. Maar wat. Ja. Nee. Ik weet het niet. Ik kom er niet doorheen. Ik kom er nooit doorheen. Meestal kom ik er niet doorheen. Ik liep vast in De dood van een auteur die een beetje op Wouter Godijn lijkt (ik herinner me niet eens meer waar dat over ging, kwam er niet een oorlog in voor?), ik liep vast in Meneer L en het meisje (het was geloof ik iets met iemand, en die stak een grens over waarachter hij in een soort alice in wonderland-achtige fantastiewereld terecht kwam, en het beloofde, ja, het beloofde veel, en toch kwam ik er niet doorheen) (ik vond het ook wel een beetje obligaat met zoon fantasiewereld waar dan alles kan en alles mogelijk is, klein beetje uitgekauwd, dat weer wel); ik liep geloof ik niet vast in De liefdesmachine, blauw boek toch?, met zo’n Lissabons trammetje op de voorkant, toch?, besprak ik het niet ooit, hier, of daar, of elders maar toch heb ik geen idee meer waar het over ging of wat ik ervan vond, dusja, hoe zit dat met zijn proza & waarom het me nooit zo grijpt zoals zijn poëzie me grijpt?

Maar dan, één dag, landt Het offer op mijn recenseertafel.

Ik begon er met de nodige scepsis aan, dat zal u bij nu begrijpen. Prozagodijn, ik dacht, het vervelende broertje van poëziegodijn. Diep zucht & het begin van een lichte hoofdpijn. Toch. Dit mensken is een besprekerken, en uit loyaliteit aan zijn briljante broer gunde ik prozagodijn maar weder eens een kans.

En.
Het.
Was.
Tegen.
Alle.
Verwachting.
In.
Heel.
Erg.
Goed.

Ja het was godzalmekraken fucking goed! (totdat -) (maar neen, daar kom ik later nog op). Reeds op de eerste bladzijde word ik om mijn oren geslagen met bizarheden (een verband tussen de smaak van gesmolten kaas en de verhalen die de ouders van de ikfiguur vertelden over de experimenten van de nazis op levende slachtoffers, met name op kinderen), en ik hou er wel van als een schrijver je al direct aan de haren trekt, onontkoombaar, geen mededogen, recht in je gezicht.

En eigenlijk gaat het dan niet eens over de tweede wereldoorlog, en kampen, en de holocaust. Of toch wel een beetje misschien. Maar zeker niet geheel.

Maarten is zeventig, en kijkt terug op zijn tijd met jeugdliefde Nicole. Als zulke liefdes zijn, was het groots, overweldigend, onvergetelijk; niets of niemand haalt het bij zo’n vroege liefde. Dat alles is bekend, Godijn is zeker niet de eerste die een boek schrijft over dit thema. Maar anders dan wat het achterplat suggereert, deed Het offer mij niet denken aan Turks fruit of Terug tot Ina Damman. Niet alleen omdat ik beide romans niet gelezen heb (ik zag de film Turks fruit wel, ooit, niet zo’n beste film als u het mij vraagt maar wat maakt het uit u vraagt het mij immers toch niet) (en dan weder, ook hier, een totdat) (totdat?) (todat, ja, al eventjes dan: het einde van Het offer is wel regelrechte Turks fruit) (als boek en film qua structuur een beetje gelijk op gaan dan tenminste). Vooral heeft Godijn zo’n totaal unieke stem dat elke vergelijking sowieso volledig mank gaat. Hij komt af met neologismen, hij onderbreekt zichzelf, levert commentaar op zijn eigen schrijven, aarzelt, stokt, heroverweegt zijn woordkeuze, en alles maakt dat zijn taal leeft, zingt, jubelt, ontstaat en tot wasdom komt waar de lezer bij is, je bent erbij als zijn taal leert lopen, je bent erbij als zijn taal leert fietsen, er is geen schrijver die zijn lezers er zo bij kan betrekken als Godijn. Het is zo totaal. Het is zo maximaal. Het is zo overal. En daardoor zo volledig navoelbaar. Je begrijpt Maarten. Je begrijpt hem helemaal. Want jij, lezer, ongeacht geslacht of geaardheid, jij wordt ook verliefd op Nicole. Tot over je oren. Todat (- maar daar kom ik nog op) (hou je paarden).

Nicole is afkomstig uit een gegoede familie. Maar daar kan zij niks aan doen. Wat meer is, ze is briljant. Humoristisch. Muzikaal (speelt viool!). Geïnteresseerd in filosofie, literatuur, psychologie. Voor alle vakken haalt ze alleen maar negens en achten. Zo slentert ze op haar gemakje door haar middelbare school heen. En daar, op die middelbare school, ontmoet ze Maarten. Er ontspint zich een bijzondere vriendschap tussen de twee; een vriendschap die vanzelf overgaat in een diepe, innige, onverbrekelijke liefde. Alles in die wervelende, bloedwarme taal van Godijn die de lezer ook laat baden in dat licht. Zelfs de sexscenes. O. Dat. Wacht.

Sex is altijd lastig in literatuur. En al helemaal in de Nederlandse literatuur. Het wordt lomp, het wordt ranzig, het wordt liefdeloos. Of het praat, om juist niet in diergelijke valkuilen terecht te komen, er zodanig omheen dat het van bijna lachwekkende truttigheid wordt. Opgewonden word je er in elk geval zelden van. Maar hier, in dit Het offer hier, hier is het van geheel andere abcdefghijk. De sexscenes, en dat zijn er zijn best nog veel of meer toch dan ik vermoed zou hebben bij Godijn (maar waarom vermoed ik niet veel sex bij Godijn?) (weet jij dat?), zijn, hoe tegenstrijdig dat ook mag klinken, haast kinderlijk. Of komisch, op een wat slapstick- dan wel theatervandelach-achtige wijze; het gevoel, bedoel ik, van een toneelstuk waarbij personages om de haverklap op hun billen vallen en dan even versuft en met kolderieke expressie op het gelaat blijven zitten zodat andere personages dan weer over hen struikelen; het soort toneelstuk waarvoor in het theaterboekje termen als “doldwaas” of “knotsgek” gereserveerd worden (maar wat weet ik er eigenlijk van, ik ben nog nooit in mijn leven naar het theater geweest); het soort toneelstuk dat eigenlijk kinderachtig of flauw zou moeten zijn maar alles is zo potsierlijk en zo sterk uitvergroot dat je jezelf niet kan helpen, je moet er toch om lachen. Ofwel zijn ze, nog steeds die sexscenes in Het offer, lichtelijk surrealistisch, alsof ze plaatshebben op een andere planeet of in één of andere verre toekomst. Sja, héét (sorry) word je er bij Godijn ook niet direct van, maar wel warmig, lichtend, zweverig, een klein beetje licht in het hoofd misschien, een heel klein beetje dronken denk ik – en is dat niet net zo goed verwant aan sex? En dat alles, dat – totdat (en. goed. u weet).

Dat kriebelige gevoel, één deur voor geluk, weet Godijn het grootste gedeelte van Het offer vast te houden. Je leest dit boek niet, je zweeft erdoorheen. Ik. Daar. Leviterend. Een paar sentimeter boven mijn leesstoel. Totdat.

Oké. Ja. Nu is er geen ontkomen meer aan.

De liefde tussen Maarten en Nicole begon op de middelbare school. Nicole staat op het punt van studeren, Maarten niet, hij sukkelt een beetje op school, ook daarin is Nicole zijn meerdere, en daar ergens, op dat scharnierpunt naar de volwassenheid, gaan ze voor het eerst alleen op vakantie. Naja, met z’n tweeën dan natuurlijk. Maar zonder ouders. Naar Engeland, naar Denemarken, door Maarten al snel samengetrokken tot het sprookjesland Engelmarken. Het is de zomer van 1974, misschien zegt sommige mensen dat al iets (en als dat zo zou zijn, is dat al erg genoeg waarde lezer!). Voetbal. Een EK of een WK, wat weet ik ervan, voor zover het het Nederlands elftal betreft klaarblijkelijk beheerst door (de gekte rondom) Johan Cruijff. Maarten is al een heel klein beetje verdrietig omdat hij vreest dat hij nu ze op vakantie zijn niet alle wedstrijden meer gaat kunnen zien. Maar dat maakt de lezer, of dat maakte deze lezer toch, nog niet zoveel uit, die Maarten vond je heel het boek doorheen al een beetje een onnozelaar, eigenlijk te suf en te onwetend voor zo’n fantastisch creatuur als Nicole. Echter, overal waar ze komen is het Cruijff voor en na, overal mogen ze binnen, overal moeten ze aanschuiven, overal moeten ze met de lokale bevolking meekijken naar weeral de volgende wedstrijd. En dan het allerergste. Daar. Op bladzijde 169. Ze zegt het. Verdomme, zegt ze dat nou echt? Ja, ze zegt het. Nicole zegt, over Johan Cruijff: “Die man is geniaal.” Zegt ze. Zegt zij. Nicole, dat fantastische creatuur. Verdomme. Ja, verdomme en bam. Want gelijk is mijn verliefdheid aan gruzelementen geslagen. Met nog een bladzijde of zestig, zeventig te gaan. Zit ik. Bam. Weer heel gewoon op de zitting van mijn leesstoel. Niet meer verliefd, niet meer badend in licht, niet meer halfdronken te leviteren. Maar gewoon. Zit ik daar. Een boek te lezen. Loop ik nou zo vlak voor het eind dan toch weer vast bij prozagodijn?

Nee. Niet. Ik blijf lezen. Maar er is wel duidelijk iets veranderd.

Voor mij was het niet waar wat het achterplat zei. Het haalde bij mij niet de herinneringen aan mijn eigen eerste liefde naar boven. Of niet werkelijk toch. Misschien als een geschreven leven – je kunt je een leven schrijven waarin een Dregke en een schrijverken sex hebben op een landgoed waar ze eigenlijk niet mogen komen, of dwalen door een betoverend Engelmarken of liever nog een ongerept Asturias, maar meer dan dat nog nam het me mee na een voor-tijd, een tijd van voor de tijd. Als ik maar even stopte met lezen zag ik mezelf als het peutertje dat ik ooit was. Ik zat in de zitkamer (ja het was een zitkamer dus wat ging ik er anders kunnen doen dan zitten?) van het huis aan de Oudartstraat in Stiphout. Ik speelde met mijn blokken, het licht viel door de ramen (want laat ze praten over klimaatverandering en hoe het vroeger altijd veel kouder was en het de hele winter door vroor, en altijd sneeuw, en altijd schaatsten, en altijd ijspret maar in mijn herinnering heeft mijn hele kindertijd door de zon geschenen, altijd, ook ’s nachts (want ook de nacht is een zon) (Albert Bontridder zei het al), en ik bouwde wegen met mijn blokken, en garages met mijn blokken, en benzinestations met mijn blokken (want die blokken waren eigenlijk alleen maar nodig om nog beter met mijn autootjes te kunnen spelen), en achter me mijn moeder, ik denk dat ze naar me keek, dat ik wist of voelde of dacht dat ze naar me keek. Het bijzondere van die tijd was dat er nog geen tijd was. Er was geen vroeger, en geen later. Er was alleen maar dat wat ik op dat moment aan het doen was. Doch op enig moment dringt zich het besef aan je op dat elk moment voortkomt uit een ander moment en leidt tot een volgend moment, en vanaf dan ben je nooit meer helemaal vrij. Vanaf dat moment weet je wat er onderweg verloren is gegaan (een eerste liefde bijvoorbeeld), en dat er altijd nog iets komen moet, nog iets gedaan moet worden; vanaf het moment dat de tijd zich laat kennen, kom je altijd tijd te kort. En precies dat is wat er gebeurd: ik viel van de on-tijd terug in de al-tijd (waar in dit boek zelfs nog sprake van is, al wordt het niet precies zo gebruikt als ik hier doe). Het gelul kwam binnen. En met het gelul de wereld. En met de wereld de tijd. En dus viel ik terug, want geen gelul is meer gelul dan gelul over voetbal.

Alles wat na pagina 169 kwam, was voor mij een toegift. Misschien ken je dat wel. Het konsert is over, het was een mooi optreden, hele fijne muziek, en het is goed geweest. Maar dat stomme publiek blijft maar we want more scanderen, jezus, straks komen ze echt terug, en je wil gewoon naar huis, nu dat fijne gevoel nog intact is.

En ja hoor ze komen terug.

En dus gaat Nicole naar Groningen, en even later Maarten ook, en Nicole ontwikkelt een bizarre fascinatie die niet echt charmant is maar het maakt me niets meer uit, ik ben niet meer verliefd op haar, en Het offer is gewoon maar een boek, een boek dat geen goed meer kan en dus ook geen kwaad meer, een boek dat niet in de vriezer hoeft (wat?) (nee laat maar dat snapt toch niemand). De sex lijkt vanaf dan ook harder, liefdelozer, ranziger. En dan komt er nog een ziekte bij ook, ja dat is allemaal op en top Turks fruit ja, daar had dat achterplat dan wel weer gelijk in (is het pastiesj, of ode, of doodordinair jatwerk?). En op de valreep ook nog eventjes iets idioots met Maartens ouders, iets wat niet goed past bij hoe je die mensen inmiddels dacht te kennen, misschien had Godijn dat allemaal nodig om een parallel te hebben met dat roddelblad-gelul over Cruijff en zijn huwelijk, misschien was er een offer nodig om het boek Het offer te kunnen noemen, had voor mij niet gehoeven, er hoeft niet altijd thema en ontwikkeling en motief en weetikveel, heel dat literatuurles-gezever meer. Maar het is er, het staat er, het boek gaat nog verder naar die vermaledijde bladzijde 169, zo gaat het wel vaker, er zijn wel meer bijna briljante boeken die vlak voor de eindstreep struikelen en zieltogend heen moeten, waarom eigenlijk, wat is er voor een schrijver toch zo verdomde moeilijk aan het einde van zijn boek, eindes zijn helemaal niet moeilijk, je hoeft alleen maar op te houden met schrijven.

Je kunt alles vanaf bladzijde 169 uit dit boek scheuren en dan hou je het beste boek van dit voorjaar over (al zullen er ook van die figuren zijn die vinden dan het wezen van dit boek zich na bladzijde 169 bevindt) (ik moet trouwens ineens denken aan die gasten die hadden opgeroepen om naar de boekhandel te gaan en het begin uit één of ander boek te scheuren, ik ben vergeten welk boek, je moest dat geloof ik ook nog in één bepaalde boekhandel doen, Paagman als ik me niet vergis, hoe zat dat ook alweer?) (weet jij dat?).

Of je kunt je erbij neerleggen dat Godijn met Het offer eindelijk een boek geschreven heeft waarmee hij het geniale van zijn poëzie benadert. Ja benadert, maar niet haalt. Maar toch. Iets schrijven dat bijna net zo goed is als de gedichten van Wouter Godijn, is er iets hogers haalbaar in de literatuur? Hum. Ja. Vast. Maar ik kan het op dit moment echt even niet bedenken.

Wouter Godijn Het offer

Het offer

  • Auteur: Wouter Godijn (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 5 maart 2026
  • Omvang: 208 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 14,99
  • Bestelmogelijkheden roman >

Flaptekst van de nieuwe Wouter Godijn roman

Een hartstochtelijk verhaal over een grote eerste liefde, ontdekkingstochten van lichaam en geest, verlangens en verlies.

Een oude man vertelt het verhaal van zijn grote liefde, een jeugdliefde zo hevig dat zijn hele leven erdoor werd overschaduwd. Wouter Godijn voert ons mee naar de beginjaren van Nicole en Maarten, twee jonge mensen die, belast door de trauma’s van hun ouders, een wereld ontdekken waarin begeerte en tederheid alles overheersen. Maar zullen ze daar kunnen blijven? In fonkelend proza vangt Godijn de fysieke en mentale gewaarwordingen van een eerste, allesverterende liefde, zo precies dat het de herinneringen van de lezer aan de eerste eigen liefde naar boven haalt.

Het offer is een roman die doet denken aan Terug tot Ina Damman en Turks Fruit: een hartstochtelijk verhaal over verlangen en verlies.

Wouter Godijn is op 31 juli 1955 in Amsterdam. Hij schrijft romans en poëzie. Zijn literaire universum is volstrekt uniek en keer op keer verrast hij de lezer. Zijn werk wordt zeer gewaardeerd door pers en lezers, en verschillende romans werden genomineerd voor de grote prijzen. Zijn poëzie werd bekroond met de Jan Campertprijs.

Bijpassende boeken

Lionel Shriver – Gelukszoekers

Lionel Shriver Gelukszoekers recensie, review en informatie over de inhoud van de nieuwe Amerikaanse roman. Op 5 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact de Nederlandse vertaling van A Better Life, geschreven door Lionel Shriver, de schrijfster uit de Verenigde Staten. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Lionel Shriver Gelukszoekers recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Gelukszoekers, de roman van Lionel Shriver, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • Een schrijver die ons aanzet tot meer nadenken, dieper graven en meer uitdagen – en die er ook nog eens voor zorgt dat het leuk is.” (Sunday Times)

Recensie van Tim Donker

Die van Nieuwkerk hoorde je er nog wel eens over. Het schuldige pleziertje. Dat gaat dan geloof ik voornamelijk over muziek. Iets waarover je je schuldig voelt omdat je er plezier aan beleeft. Denk aan een liedje dat je mooi vindt ondanks dat het gemaakt is door een artiest die je haat. Een album dat kippenvel over gans je huid zendt terwijl het thuis hoort in een genre dat je niet geacht wordt te waarderen in kringen van muzieksnobs. Mjoeziek die lage instincten aanspreekt, instincten die je overwonnen dacht te hebben. Dat heet dat een schuldig pleziertje. Je vindt het mooi, stiekem, er is plezier in mooi vinden, en daarover voel je je dan schuldig. Ik moet dit niet mooi vinden maar toch.

Als het om literatuur gaat, hoor je al minder over schuldige pleziertjes. Ja, Kees ’t Hart schreef een essayistische ode aan wat men met een denigrerende term wel “damesromannetjes” heet, maar hier moet meer over te zeggen zijn. Natuurlijk kan een literatuurliefhebber zich verliezen in iets wat door mensen die er weet van hebben niet tot literatuur gerekend wordt. Maar zijn er nog andere schuldige pleziertjes?

Misschien.

Een schrijver die je helemaal niks vindt, en dan dat ene boek toch.
Een liefdesgedicht dat veel te erg voor de hand ligt maar dat je desondanks niet zonder tranen in je ogen lezen kunt.
Iets dat meevaart op de zoveelste hype die je verafschuwt en niettemin las je het in één adem uit.
Zulke dingen.

Of.

Gelukszoekers.

Ja.

Dit boek vertegenwoordigt alles waar ik mij verre van wens te houden zover als literatuur gaat.

Die titel alleen al. Gelukszoekers. Iemand zoekt zijn geluk, en dat is de mens inmiddels pejoratief aan het gebruiken. Alsof het iets vreselijks is om te denken dat je in een ander land meer kansen hebt op een goed leven. Alsof het iets vreselijks is om gelukkig te willen zijn. Alsof er niet genoeg mensen zijn geweest die in Canada, Australië, Zuid-Frankrijk, Spanje of, hee Margaret Ann, Portugal (zonder geldig verblijfsrecht, nee?) dachten te vinden wat ze elders vruchteloos gezocht hebben. Alsof je altijd maar achter dat lijntje moet blijven dat anderen voor jou getrokken hebben.

En ook. Een boek met politieke basis, goed, dat kan nog net. Maar boeken over actuele thema’s? Ja. Sorry. Ik weet niet. Maar ik persoonlijk kan geen klimaatroman meer zien, en boeken met zo’n Trump-achtige president mogen van mij ook wel het raam uit. Van die schrijvers die ons, onwetenden, menen te waarschuwen dat we aan de vooravond van een ecologische catastrofe staan of dat er een machthebber is, hier of daar, die bezig is de hele wereld in het verderf te storten, ja, dank u, monneer of mevrouw schrijver, dat hadden we nog niet gezien, dank u om dit onder onze aandacht te brengen, nu weten wat ons te doen staat – in een hoekje kruipen en bang zijn.

Vraagt u het mij? Ik weet het niet, maar als zo dan zou ik u zeggen dat het lichtelijk suspect is om te schrijven over die dingen waar iedereen al de mond van vol heeft. Elk kaffeegesprek loopt ervan over, en bij de koffieautomaat op het werk praten ze over niks anders. Schrijf daarover een boek en het zal gelezen worden. Ja goed. Maar dat kunstje is me toch wat al te koud.

Dus ik hoef nie te lees nie een boek nie over asielzoekers nie.

En dan.

Gooi meer in het mengsel.

Gooi.

Een weinig bijzondere schrijfstijl. Een opbouw die traditioneel heten mag: gewoon ab ovo, heel gewoon, en gewoon lineair, heel gewoon, en dan ook nog, heel gewoon, kleine gebeurtenisjes als eerste die culmineren in, ja hoor. De Gewelddadige Climax. Verhaalfiguren die zo onbeschaamd clichématig zijn dat het welhaast typetjes zijn, nogal plat in ieder geval; ze functioneren duidelijk als (maatschappelijke) archetypen en deze functionaliteit heeft Shriver klaarblijkelijk boven literaire zeggingskracht (of, zo u daar belang aan hecht, zoiets als “geloofwaardigheid”) gesteld.

Gooi het erin, en het mengsel zou ondrinkbaar moeten zijn.

(meng de zeedruif met de wijn. en geef de dichter ook wat. geef de dichter wat, geef de dichter wat)

Zou moeten. Maar is niet.

Nee, ondanks dat het boek minimaal op vijf-nul achterstand begint (ofzo, ik tel de punten nooit), heb ik het min of meer in één ruk uit gelezen (feitelijk moet het een ruk of zes geweest zijn, maar dat klinkt minder goed).

Hoe zit dat dan?, vraagt een mens zich af.

(het besprekerken zit, verslagen, met een boek op schoot, en het einde, oja het einde, weeral helemaal niks, maar dat komt nog, dat komt nog, hij zit daar, de laatste tonen van Der weg der toten sterven weg, hij heeft gelezen, hij heeft gezeten, hij was weeral geen parelduiker, hij wil Dregke niet weer teleurstellen, hij wil niet opnieuw een broer moordenaar, moet hij spreken, moet hij zwijgen, hij zit, hij is een klein en armzalig besprekerken, dus hij zal spreken, het zit immers al in het woord)

Hoe zit dat met boeken als dit. Boeken die zich bijna aan je opdringen. Boeken die je geboeid houden ondanks dat je al hun truukjes doorziet. Oja want dat gooide Shriver ook nog in het mengsel: een beetje sex (niet teveel uiteraard), een beetje liefde, wat intriges, een hollywoodiaanse spanningsopbouw; dit boek leest als een thriller (nog een genre dat doorgaans mijn aandacht hoegenaamd niet heeft).

Je wil er niet over nadenken.

Je wil erover nadenken.

Je denkt – één meesterzet van Shriver is alvast om het verhaal vanuit Nico te vertellen.

Wie is –

Nico?, u vraagt.

Misschien is dit het moment waarop ik wat meer informatie moet gaan geven. Goed. Gloria Bonaventura is een gescheiden moeder van drie volwassen kinderen: Palermo, Vanessa en Nico. De twee zussen Palermo en Vanessa zijn het huis al uit, hebben zoiets gedaan als een glansrijk eigen leven opbouwen. Daar valt misschien nog wel wat op af te dingen: Palermo was hard op weg een wereldberoemd turnster te worden tot een auto-ongeluk die droom definitief aan diggelen sloeg; nu verricht ze administratieve werkzaamheden in het niet overdreven succesvolle bouwbedrijfje van haar man en Vanessa heeft zo’n groot hart dat ze het nooit heel veel verder zal schoppen dan de kinderopvang waar ze werkzaam is – ze mist de zelfzuchtige component die nodig is om “de maatschappelijke ladder” tot de bovenste sport te bestijgen (ja sorry ik wist even geen andere woorden hiervoor). Nico, echter, woont nog bij zijn moeder in de ooit (in gelukkiger tijden, toen de ouders nog samen waren) goedkoop aangeschafte maar door vader geheel vertimmerde villa in hartje New York – een huis dat inmiddels miljoenen waard is. Hij heeft een studie gedaan die hem niet begeesterde: vlak voor hij zijn diploma behaalde wist hij het al: hij wil geen ingenieur worden (dan is u nog ver gekomen, Nico, ik dacht in het eerste halve jaar van mijn studie al Hier Wil Ik Nooit Iets Mee Gaan Doen, en toch, hangend, wurgend, in bijna twee keer de tijd die ervoor stond, naar het diploma toe, ik wilde mijn vader de schande besparen van een ongediplomeerde stamhouder); werkloos slijt hij zijn dagen als zelfbenoemd observator die de uiterste graad van neutraliteit wil bereiken. Daar zal hij het gezien de verdere ontwikkelingen nog moeilijk mee krijgen. Maar dat komt straks. Want neutraal is hij sowieso al niet, Nico is, ehm, nogal, sja, rechts.

Ja, rechts.

En we zitten de hele tijd in zijn hoofd, zijn rechtse hoofd, en dus kun je je verheugen op vermakelijke en niet zelden zeer rake tirades.

Als.

“De coronalockdowns waren al stom genoeg geweest, ze hadden kleine winkels en restaurants de kop gekost en de straten ontsierd met multiplex en met hangsloten afgesloten rolluiken. Maar boven op al die economische zelfbeschadiging was de stad waar hij geboren was in anderhalf jaar veranderd in een onbekende derdewereldhel.”

Of.

“Veel van de tegen het hotel leunende buitenlanders droegen mondkapjes, hoewel ze in de buitenlucht stonden en de mondkapjesplicht in New York zelfs voor openbare binnenruimtes al ruim anderhalf jaar niet meer gold. Waren de bijgelovige voorbehoedmiddelen een teken van oprechte angst voor ziekte, oprechte bezorgdheid over de verspreiding ervan, verwarring over de huidige voorschriften van het ministerie, of een kruiperig verlangen om te behagen?”

Of.

“Maart was ongewoon warm voor de tijd van het jaar, en daarin zagen onbekenden die bij de plaatselijke pinautomaat stonden te wachten aanleiding om te mopperen over de ‘klimaatcrisis’, aangezien je in de progressieve wereldvisie nu zelfs moedeloos kon worden van mooi weer.”

En meer zulks.

En het gaat er niet om of u dit ook vermakelijk vindt, of raak.

Nee.

Daar gaat het niet om.

Want ik varieer op woorden van Ilja Leonard Pfeiffer (en ja dat is een lul van jewelste ja, dat weet ik ook wel)(maar maakt dat uit?)(lullen snijden soms ook wel hout): “Literatuur moet gevaarlijk zijn of het is geen literatuur.”

En dus is dit Gelukszoekers al meer literatuur dan elke recente of minder recente deugroman. Als literatuur ergens om gaat, dan is het om grenzen op zoeken. Om durven zeggen wat elders niet gezegd kan of mag worden. Om de vrijplaats. Waar alles kan, en alles mogelijk is. Schrijvers, literatuurliefhebbers, academici, intellectuelen, kunstenaars, noem het, zij zijn vaak van linkse signatuur en wat je ter linkerzijde geacht wordt te denken en vooral ook geacht wordt verwerpelijk te vinden, is genoegzaam bekend. We weten wie de goedmensen zijn, we weten aan welke kant we moeten staan in welke oorlog dan ook, we weten waaruit solidariteit geacht wordt te bestaan. Hoe fijn is het daarom om eens al die dingen te lezen die je eigenlijk niet mag zeggen, niet mag denken, niet mag vinden. En Shriver voert het naar mijn gevoelen niet eens ironiserend op – al valt daar misschien ook wel wat op af te dingen. Maar ook dat komt later.

Want eerst.

Ja, waar was ik ookalweer. Oja. Gloria Bonaventura dus. Een activiste. Op een wat verbeten, en niet geheel oprecht overkomende manier. Als al die activisten zijn misschien. Het is niet bijzonder ver gezocht te denken dat Gloria’s activisme een reactie is op het rechtse denken van haar man; zoals de boodschap van de gemiddelde a12-bezetter eerst en vooral is Wij Zijn Beter Dan Zij. En dus neigt haar goedheidssyndroom soms tot in het bizarre (wil je daar iets mee zeggen, Shriver?). Als de burgemeester van New York zijn stadgenoten er op een dag toe oproept om een vluchteling in huis te nemen, aarzelt Gloria dan ook geen seconde. Zussen Vanessa en Palermo steunen hun moeder hier van harte in. Eerstgenoemde is misschien de enige in deze roman die vanuit haar ziel lijkt te spreken. Zij heeft de hele wereld lief, ze wil iedereen redden, ze ziet alleen maar het goede in elke mens. Je kunt van haar als lezer ook geen typetje maken, al lijkt ze ook nergens volledig van vlees en bloed te worden: iemand die zo lief is, heeft niet geleefd. Palermo daarentegen lijkt eerder het NIMBY-type. Iemand die het uit principe goedkeurt om minderheden bij te staan, en dat in dit geval ook makkelijk kan: ze woont niet meer thuis en ondervindt dan ook niet de nadelen van Gloria’s keuze. Niet op de manier van Nico.

Hij is al enige fel tegen het besluit van zijn moeder. Eerst en vooral omdat de vluchteling zijn ruimte in gaat nemen. Hij woont al een tijdje in het souterrain van hun New Yorkse miljoenenpand en moet daar nu uit – terug in zijn oude kinder-/jongenskamer omdat het souterrain vanaf heden het terrein is van de Hondurese Martine.

Die in alles wordt gekenschetst als het stereotype van de Midden-Amerikaanse vrouw. Vanaf dag één laat ze zich zien als vrolijk, extravert, gedienstig, warmbloedig, temperamentvol, sexy – al gelooft Nico van ganser harte dat ze vooral uit berekening in deze rol kruipt. Gloria, Vanessa en Palermo zijn weg van haar. Nico heeft zijn bedenkingen. Bedenkingen die niet minder worden als op enig moment Domingo opduikt. Zogezegd Martines broer, al hebben die twee voor broer en zus wel een aardig intieme verhouding. Domingo is in alles Martines tegendeel. Hij is een lompe, zwijgzame, sexistische, arrogante profiteur. Hij meent recht te hebben op alles wat de Bonaventura’s te bieden hebben. En hij gaat ook niet meer weg uit hun huis.

In het kielzog van “broer” Domingo komt Alonso, een “zakenpartner” van Domingo. Omdat hij spraakzamer en socialer is dan Domingo, en ruimbaan geeft aan een zeker cynisme mag Nico hem in eerste instantie wel – zeer in tegenstelling tot zijn moeder voor wie Alonso niet goed aansluit op haar zelfverkozen wokeïaanse aard. Enige hekken geraken echter pas echt van evenzovele dammen wanneer een verrassingsfeestje voor Gloria’s 63ste verjaardag ontaard in een Midden-Amerikaanse fiesta. Martine had Nico en zijn zussen op het hart gedrukt om Gloria zo lang mogelijk buitenshuis te houden opdat zij alle voorbereidingen voor het feest zou kunnen treffen maar wanneer de vier dan eindelijk thuis komen, treffen ze het huis aan in een complete ravage. Er weerklinkt slechts de vreselijke Punta-muziek die Nico juist verboden had, er wordt gedronken, geschreeuwd, vernield, gelachen en gedanst – maar niet door de genodigde vrienden van Gloria. Die staan angstig in een hoekje te kijken naar een stel gewelddadige, van kop tot teen getatoeëerde, volslagen ongemanierde Midden-Amerikanen die vanuit het niets opgedoken zijn. En ook zij weigeren het huis te verlaten. Sterker nog: wanneer Gloria na een paar dagen met deze overduidelijk criminele elementen geleefd te hebben (Nico en zijn moeder samengedromd in een verre kamer op het eerste verdiep terwijl de nieuwaangekomenen de rest van het huis hebben overgenomen, inklusief moeders auto, creditkaart en keuken, alsmede Nico’s laptop) er eindelijk toe bereid is de politie in te schakelen, blijkt dat het recht hier niets kan uitrichten. De mannen hebben zich immer niet wederrechtelijk toegang verschaft tot het huis. Op de dag dat de politie komt, zitten ze in hun beste pak en met een boek in hun hand aan de keukentafel. En Alonso heeft vervalste huurovereenkomsten voor ze geregeld. Ze weten niet waar Gloria het over heeft, ze zijn doodeerlijke huurders, ze hebben geen kwaad in de zin, ze veroorzaken geen overlast.

Het is niet moeilijk maatschappelijke parallellen te trekken. En daar wordt het zelfs mij een beetje suspect. Het huis van de Bonaventura’s als het land, om het even welk land, dat “overgenomen” wordt door “nieuwkomers”, om het even van welke signatuur. De politie in de rol van een te zwak rechtssysteem dat als het ware misbruik uitnodigt. Palermo als gemakzuchtige NIMBY, en Gloria als verblinde deuger die zo graag goed wil doen dan ze niet eens kan inzien welke kwalijke gevolgen haar goedwillendheid eventueel zou kunnen hebben. De Midden-Amerikanen, vol minachting en kwade intenties. Zelfs Nico, als hoofdfiguur is net iets te voordehandliggend getekend: de werkeloze luiaard die vanaf de zijlijn commentaar heeft op alles wat hij in feite zelf is. Het is dan ook veelzeggend dat in één van de weinige rechtstreekste confrontaties tussen Martine en hem, hij eigenlijk de zwakste argumenten in handen heeft. “’[G]oede landen’ [zijn] [..] het cumulatieve gevolg [..] van jarenlange ijver, sociale samenwerking en innovatie, terwijl ‘slechte landen’ het resultaat [zijn] van tirannie, gebrek aan sociale orde en corruptie, en het vormgeven van een aantrekkelijke plek om te wonen [heeft] intergenerationeel gezien daarom bijzonder weinig te maken [..] met geluk. Dus probe[ren] Martine en haar soortgenoten munt te slaan uit de verworvenheden van een beschaving die niet door hun voorouders [is] opgebouwd; hun poging om een kortere afslag naar welvaart te nemen [is] in feite een vorm van bedrog, bietsen of diefstal.” Is dat niet een al te simplistisch zoethoudertje om niet tegen de status quo in opstand te hoeven komen? Zelfs als dit waar is (en dat staat nog te bezien, wat is immers de kip, wat is het ei; komen tirannie en corruptie niet veeleer voort uit ellende, zijn sommige landen door hun ligging, bodem, klimaat, gebrek aan vruchtbare omstandigheden niet bij voorbaat al in het nadeel?), dan kun je je altijd nog afvragen wat voor gevolgen dit dan op individueel niveau heeft. Moet je maar passief blijven liggen in het bedje dat voorgaande generaties voor jou gespreid hebben? Is elke poging om te kijken of het gras elders allicht een tintje groener kunnen zijn, almeteens een vorm van bietsen? Hoeveel aandeel heeft het individu in de corruptie dan wel de verworvenheden van de beschaving waarin zij toevallig ook maar geworpen zijn? Is dit in een bewuste poging van Shriver om Nico lulkoek in de schoenen te schuiven, met het oog op wat volgen gaat? Nico draagt immers ook bitter weinig bij aan de “verworvenheden” van zijn samenleving, niet die van zijn land (hij heeft immers geen baan), en ook niet die van het huis waarin hij woont (want hij voert geen klap uit). Het lijkt erop dat Shriver gaandeweg het boek steeds meer voor een veilig geen rechts en geen links kiest (maar “recht door zee”,  zoals dat ene mens ooit zei, hoe heet ze ookalweer).

Hoe zwabber het boek ook in politiek of literair opzicht is, het houdt de lezer in de ban. Met doorzichtige technieken misschien. Maar de lezer leest.

De lezer leest tot het eind.

Actie, actie, en dan drama. Jaja. We weten het wel.

En dan het eind. Het godvergeten slappe eind. Het teleurstellende eind. Ik bleef lezen en lezen en lezen en lezen, bijna vierhonderd pagina’s lang in een boek dat ik eigenlijk helemaal niet wilde lezen om tot zo een afzichtelijk, slap, nietszeggend einde te komen.

Want alle ellende met de Midden-Amerikanen en het vreselijke dat het alles tot het gevolg heeft, is niet genoeg. Gloria heeft ook nog een keuze gemaakt die Nico’s hele leven op zijn kop zet. Die echter, alle enen opgeteld, voor Nico toch een positief gevolg zal hebben.

Dat is dus dat einde.

Shriver sleept je door heel dat boek heen.
Met al die hollywoodiaanse truukjes. Dit boek leest als een thriller, of zei ik dat al. Je ziet het allemaal voor je. Met al die typische typetjes: Gloria als verbeten activiste, Palermo als de NIMBY, Nico als de rechtse bal die boos is op alles wat hij zelf in essentie is, de Midden-Amerikanen die getatoeëerd en wel overduidelijk als agressief, ongemanierd en mogelijkerwijs crimineel moeten verschijnen, Nico’s vader en zijn vrienden als pre-Trump elementen (dit werd in de Biden-era geschreven); je ziet het allemaal voor je, je ziet het allemaal zo duidelijk voor je, dit kon een veel ween, of een serie op netniks, je ziet het wel; en ze betrekt jou, de lezer erbij, misschien voel je even wat de verhaalfiguren voelen, en dan komt dat slappe einde, dat laffe, gevaarloze einde, dat geen wit zoekt en geen zwart, zo’n laf compromisje inzet waarmee iedereen maar gelukkig moet zijn, wat in essentie zijn we allemaal gelukzoekers, jaja, dat is waar maar ik dacht toch ergens anders heen te gaan.

Niet om iets te lezen waar ik me in politiek opzicht achter zou kunnen scharen. Nee. Ik vind dat iedereen overal mag wonen, dat elk mens mag zoeken naar welk hoekje het dan ook is in deze wereld dat hem of haar het gelukkigst maakt. Martine zocht haar geluk en Nico vond het zijne. Het zal allemaal wel. Maar op het laatst staat hij daar en hij ziet de man die aanleiding heeft gegeven tot zijn moeders dood (oeps nou heb ik het verraden), hij ziet de vrouw die door een laatste opwelling van zijn moeder het huis heeft gekregen dat hij de langste tijd als het zijne heeft beschouwd en hij behoudt zijn flegma? Weinig geloofwaardig gezien het voorgaande, en een verrotte anticlimax voor de lezer bovendien.

Het doet mij afvragen voor wie dit boek is.

In politiek opzicht zal elke linksgeoriënteerde lezer zich alleen maar ergeren aan de beschouwingen van Nico, aan de iets te scherp gesneden archetypen als het om de Midden-Amerikaanse personages gaat, aan de tendentieuze toon die het grootste gedeelte van het boek uitmaakt. Wie wat rechtser van aard is en hoopt eindelijk eens wat te lezen dat meer in overeenstemming is met zijn eigen gedacht, zal zich verraden voelen door het slappe einde dat zonder gêne hengelt naar een middenpositie: geen vis, geen vlees, geen hier, geen daar, iedereen een beetje dit en een beetje dat, we zijn allemaal mensen, we zoeken allemaal naar iets, iedereen heeft wel iets waar een ander beter van kan worden, etcetera.

Wie het los van alles ziet, leest gewoon een spannend en meeslepend boek. Wat sex, wat humor, wat opwinding, wat ontroering. Voor mij een schuldig pleziertje. Voor heel veel andere mensen gewoon alles wat een boek nodig heeft.

Lionel Shriver Gelukszoekers

Gelukszoekers

  • Auteur: Lionel Shriver (Verenigde Staten)
  • Soort boek: Amerikaanse roman
  • Origineel: A Better Life (2026)
  • Nederlandse vertaling: Karina van Santen, Marian van der Ster
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 5 maart 2026
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99
  • Roman bestellen >

Flaptekst nieuwe Lionel Schriver roman

Scherpe satire over het thema migratie van de auteur van Waanzin.

Brooklyn, ca. 2022. Een welgestelde, gescheiden New Yorkse vrouw, moeder van drie volwassen kinderen, besluit om een vluchteling uit Honduras in huis te nemen. De lieve, behulpzame, bloedmooie Martine betrekt het souterrain en maakt zichzelf algauw onmisbaar. Maar de oudste zoon Nico, tevens de verteller (overigens een thuiswonende, werkloze twintiger met zijn eigen opvattingen over ‘de vluchtelingencrisis’), heeft zijn twijfels over Martines afkomst. Die alleen maar groter worden wanneer een vreemde, ietwat norse man bij Martine intrekt, gevolgd door nog een paar landgenoten. Het statige huis in de chique buurt wordt al snel te klein; moeder en zoon komen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Een complicerende factor: Nico’s gevoelens voor Martine.

Lionel Shriver is geboren op 18 mei 1957 in Gastonia, North Carolina, Verenigde Staten. Ze schreef onder andere de internationale bestseller We moeten het over Kevin hebben, bekroond met de Orange Prize en in 2012 succesvol verfilmd. Eerder verschenen ook de romans De weg van de meeste weerstand, Tot de dood ons scheidt en de essaybundel Tegendraads. In 2024 verscheen de roman Waanzin.

Bijpassende boeken

Bart Giepmans – Perron Europa

Bart Giepmans Perron Europa recensie, review en informatie boek met onvergetelijke treinreizen over het continent. Op 21 februari 2026 verschijnt bij uitgeverij Fjord het treinreisboek van Bart Giepmans met onvergetelijke treinreizen over het continent. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Bart Giepmans Perron Europa recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Perron Europa, Onvergetelijke treinreizen over het continent, geschreven door Bart Giepmans, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Het maken van lange reizen met de trein neemt gedurende de afgelopen jaren aanzienlijk in populariteit toe. Helemaal weg is de aandacht ervoor natuurlijk niet geweest maar de steeds maar lager wordende prijzen van vliegtickets en de prijzen van treinkaartjes die geen gelijke daling kenden, zorgden op zijn minst voor stagnatie en feitelijk ook wel in een afname.

Maar er is gelukkig weer een tegenovergesteld trend op gang gekomen. Prijzen voor vliegtickets nemen in rap tempo toe als gevolg van de toegenomen brandstofkosten in deze onstabiele wereld en de vervuiling die het vliegverkeer veroorzaakt. Bovendien is het internationale treinreizen door de komst van Interrail in de jaren zeventig van de vorige eeuw een aantal decennia zeer populair geweest. Kinderen van deze generatie interrailers hebben zonder twijfel wel eens enthousiaste verhalen gehoord van hun ouders over hun treinreizen en beginnen daardoor zelf benieuwd te raken.

De toenemende aandacht voor het internationale treinreizen kun je ook aflezen aan het aantal boeken over het onderwerp dat de laatste tijd verschijnt. Perron Europa is hiervan een mooi en inspirerend voorbeeld. Schrijver Bart Giepmans neemt de lezer mee op de boeiende treinreizen die je kunt maken in Europa. Van het uiterste noord van Noorwegen, tot aan het zuidelijkste deel van Spanje, sterker nog, hij neemt je mee tot over de Straat van Gibraltar naar Marokko en van Schotland en Engeland in het uiterste westen tot in het  oosten van Europa in Polen en Slowakije neemt hij je mee op de treinreizen die je kunt maken.

Misschien is het boek net iets te groot en zwaar om in de rugzak mee te nemen, maar het is met alle tips, achtergrondinformatie, en fraaie foto’s een ideaal boek om inspiratie op te doen voor jouw treinreis. En zelfs al ga je niet zelf op stap, Bart Giepmans’ ode aan slow travel in Europa een genot om in te lezen, bladeren en weg te dromen. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Bart Giepmans Perron Europa

Perron Europa

Onvergetelijke treinreizen over het continent

  • Auteur: Bart Giepmans (Nederland)
  • Soort boek: treinreisgids, treinreisverhalen
  • Uitgever: Uitgeverij Fjord
  • Verschijnt: 21 februari 2026
  • Omvang: 272 pagina’s
  • Afmetingen: 18 x 23,5 x 2,8 cm
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 30,00
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek over onvergetelijke treinreizen in Europa

Onderweg uitstappen waar je maar wilt, bijzondere mensen ontmoeten op stations en in restauratierijtuigen, het landschap zien veranderen: de reis is minstens zo belangrijk als de eindbestemming. Ga mee naar de poolcirkel in Lapland, dwars door de Alpen en de Pyreneeën, maak een prachtige railtrip naar Marrakech. Of boemel langs de Rivièra van Nice naar Pisa, ga naar de wildernis van Schotland en het onbekende Wales, of verken de Tatra’s in Slowakije. Elke treinreis, kort of lang, is een avontuur.

Naast verhalen en de eigen foto’s van de treinreizen die speciaal voor dit boek zijn gemaakt, vind je ook veel praktische informatie. Bart Giepmans reist al meer dan 25 jaar per spoor kriskras door Europa. Dit boek bevat zijn mooiste reizen van de afgelopen jaren.

Bart Giepmans is auteur, reisjournalist, fotograaf en fervent treinliefhebber. Hij kreeg op zijn 12e verjaardag van zijn vader een NS-jaarkaart cadeau om Nederland te ontdekken. Na vele reizen en zijn Erasmus-uitwisseling in het Franse Chambéry voelde hij zich meer Europeaan dan ooit. Zijn treincarrière begon als steward voor de Alpen Express van NS. Daarna volgden communicatiebanen bij NS, Deutsche Bahn en Eurail. In 2023 werd Bart uitgeroepen tot Reisjournalist van het Jaar.

Bijpassende boeken