Emmelien Kramer Het oog van el Molusco recensie, review en informatie Barcelona-roman over politieke terreur, obsessie, vrijheid en het kwaad. Op 24 september 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de roman van de Nederlandse schrijfster Emmelien Kramer. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.
Emmelien Kramer Het oog van el Molusco recensies en reviews
Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Het oog van el Molusco, de roman geschreven door Emmelien Kramer, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
Recensie van Tim Donker
Wat zeggen mensen als ze zeggen dat ze een boek in één adem uit gelezen hebben? Ja. Ik weet wel wat ze zeggen. Ze zeggen dan dat ze altijd maar bleven lezen in een boek, pagina na pagina, dat ze het heel snel uit hadden, en dat ze terwijl ze het lazen misschien wel twee of drie keer geademd hebben, minstens. Wat meer is: over het algemeen is dit “in één adem uit” positief bedoeld. Het is een compliment. Het is een kreet voor achterplat, buikband, zijflap. Een boek dat je in één adem uit leest, dat moet wel een harstikke goed boek zijn.
Wel.
Ja.
Tistezeggûh hum.
Voor mij staat zoiets nog niet in lood gegoten. In steen gehouwen. Harde wetten. Meden, zeden, perzen & de goede orde (bijvoorbeeld dat wie a zegt b zegt). Een boek waarin ik altijd maar blijf lezen, en lezen, en lezen, tot ook de allerlaatste pagina gelezen is, kan ook maar zo een boek zijn dat geen weerhaakjes heeft. Een boek zonder de schoonheid van het soort dat je voor kortere of langere tijd vloert. Een boek dat je niet laat nadenken. Opkijken. In gepeins verzinken. Een boek dat niet zó veel geeft dat je het af en toe moet neerleggen om het gelezene eventjes te verwerken. Het inéénademuitboek kan voor mij ook een boek zijn dat zo week en zouteloos is dat ogen en brein het bijna gedachteloos wegkauwen.
Kan. Hoeft niet. Natuurlijk zijn er ook de inéénademuitboeken die me in hun ban houden. Hypnotiseren. Me tijdelijk laten verslaafd zijn aan de woorden & de zinnen & de bladzijden, zodat ik meer wil, en meer nog, altijd maar meer, dorstig rennend naar de laatste bladzijde die ik evenzeer wil als vrees – want daarna is het over.
Of omgekeerd. Ook dat niet. Geen meden geen zeden geen perzen geen goede orde (bijvoorbeeld dat wie a zegt b zegt). Waarmee ik zeggen wil: de boeken die zoveel geven dat je het slechts met mondjesmaat verstouwen kan, zijn niet noodzakelijkerwijs geniaal.
Neem. Het oog van el Molusco. Ja. Neem dat. Neem dat nou eens. Bijvoorbeeld.
Hoe gaat dat dan dan gaat het zo:
Antonio wordt opgevoed door zijn oma Lucía. Dit omdat Antonio’s moeder, die Lucía’s dochter is, tijdens de militaire junta in Argentinië is gemarteld, vervolgens verkracht en tot slot uit een vliegtuig is gegooid. De man die hiervoor verantwoordelijk is, gekend onder het alias Rosas Rojas, zou zich tegenwoordig schuilhouden in Barcelona en dat is waarheen Lucía en Antonio (inmiddels een studerende jongeman) zich ook begeven. Lucía om de moordenaar van haar dochter te doden, Antonio om Lucía op andere gedachten te brengen.
En je denkt oké. Je denkt hum. Je denkt dat je een politieke roman gaat lezen, een felle aanklacht, een pamflettistisch relaas; het soort boek, kortom, waar vooral Zuid-Amerikaanse schrijvers zo goed in zijn: lees daar Het experiment en de revolutie van Klaas Wellinga en Francisco Lasarte maar eens op na (Coutinho stuurde dit boek, wil je wel geloven, in 2006 even ongevraagd als onverwacht naar Kraakpen, dat toen allang niet meer bestond, zelfs Leve Kraakpen! bestond niet meer, het eenmansblad dat na een ruzie tussen de tweekoppige redactie van Kraakpen een soort herstart moest betekenen, niets bestond nog, maar hee!, ik had er in ieder geval weer een mooi boek bij).
Maar eenmaal in Barcelona kantelt de vertelling almeteens een andere kant op. Lucía en Antonio vinden er onderdak bij Corali, een vriendin van Lucía; de twee kennen elkaar nog uit Buenos Aires. Wat zeer vriendelijk genoemd mag worden, want het is nogal druk in het kleine appartement van Corali. Niet alleen de mensen die je er zou verwachten wonen daar, zoals Corali en haar kinderen, nee, in de kinderkamer verblijft ook nog een Senegalese goeroe. Nergens wordt verklaard waarom die man daar is, hoe hij daar verzeild geraakt is, waarom Corali hem in huis opgenomen heeft. Sterker: Kramer houdt het zo vaag dat ik in eerste instantie dacht dat het niet om een persoon ging. Maar een geest misschien, van een voormalig huurder ofzo. Maar neen. Geen geest. Een echte man, en een echte goeroe, met, nota bene, echte volgelingen: de hele nacht is het daar bij Corali een komen en gaan van vage figuren die de raad van de goeroe willen. Het is zo’n volstrekt idiote situatie dat de idee in me opkwam dat het is ingezet als absurdisme, om, misschien goeroes en -vooral!- de mensen die er hun levenswandel van af laten hangen enigszins te hekelen. Maar daarvoor mist het een zekere scherpte. Het is eigenlijk alleen maar maf en meer niet.
Lees ik een politieke, een mystieke of een absurdistische roman? Of allemaal tegelijk? Het is veel. Dat vooral. Ik ben nog maar op bladzijde 20, en het is me nu al of ik drie boeken tegelijk lees. En dat is hier (het boek is qua omvang trouwens sowieso niet lijvig te noemen – nog geen 160 bladzijden dik) niet per se een goed ding. Het is het veel van vooral heel erg veel. Weet je waar ik aan denken moest? Ik moest denken aan mijn moeder, en aan de gewoonte die zij had om eens in de maand samen met een vriendin een copieuze maaltijd te bereiden. Dat was de ene keer bij die vriendin thuis, en de andere keer bij ons. Twee gezinnen, één avondvullend meergangen diner. Voor mijn moeder en haar vriendin was het een ideale gelegenheid om nieuwe gerechten uit te proberen, en dan niet zelden gerechten met merkwaardige smaakcombinaties. Zo herinner ik me varkensvlees in een cacaosaus. Meestal, niet altijd maar meestal toch, was het erg lekker. Maar het was wel altijd heel erg veel. Er zaten pauzes tussen de verschillende gangen. De vriendin had een zoon van mijn leeftijd. Hij en ik gingen tijdens de pauzes naar mijn kamer (of de zijne) om wat rond te hangen en slap te ouwehoeren. De maaltijd werd aldus uitgesmeerd over de hele avond. Maar desondanks zat ik toch iedere keer weer stampvol aan het eind. En ik wist dat het lekker was geweest, dat we veel lekkere dingen geproefd hadden. Toch. Vooral zat ik vol, heel erg vol, bijna misselijkmakend vol. Het vol van Ik wil nooit meer iets eten, de rest van mijn leven niet. En dat volle gevoel overheerste. Niet het enthousiasme dat er nog bij de eerste gangen was geweest, niet de smaak van een of ander briljant tussengerecht. We hadden gegeten en ik zat vol. Daaraan moest ik denken toen ik Het oog van el Molusco las.
Zoiets is het dus.
Want normaal hou ik wel van schrijvers die niet alles uitleggen. Van boeken die verschillende kanten opgaan. Van het met voeten treden van verbod en gebod. Maar bij Emmelien Kramer is het er allemaal tegelijk, en het is allemaal een beetje veel.
Want waar Lucía vasthoudt aan haar wraakplannen, geraakt Antonio onder de indruk van el Molusco. Waarover hij heeft horen praten. Misschien een persoon, misschien een fenomeen, misschien een engel, misschien een duivel. Enkele keren duikt el Molusco in één of andere vorm op. Een groot oog dat ineens op een muur verschijnt. Een man bij een tramhalte die Antonio op latere leeftijd zou kunnen zijn en die op de plek waar zijn hoofd hoort te zitten niets heeft dan één levensgroot oog (of het Kramers bedoeling was weet ik niet, maar ik kon alleen nog maar aan The Residents denken). In dit oog zijn heden, verleden en toekomst tegelijk te zien. Een alziend oog, met antwoord op al uw vragen. Antonio en de oudere Antonio converseren een wijle, dan stapt de oog-man in de tram en moet de schrijfster om één of andere reden ook nog benadrukken dat hij zijn tramkaart niet afstempelt. Een zwartrijdend alziend oog. En nog steeds weet ik niet of het nou is om mee te lachen of niet.
Later dan. Nog weer later. Want ondanks dat ik Het oog van el Molusco slechts in kleine porties genieten kon om er niet zo bomvol van te geraken dat ik me niet meer zou kunnen verroeren, bleef ik er wel in lezen. Het geraakte niet op de stapel, ik verbande het niet naar boven, naar de kamer waar de boeken van twijfelachtiger allooi terecht komen. Ik bleef lezen over Antonio. Want hij is toch wel de hoofdpersoon. Hij ontmoet twee zusjes. Een bloedmoje tweeling. O jee. Misschien geen mystiek. Geen politiek. Geen surrealisme. Geen absurdisme. Gewoon liefde. Kan ook nog. Dat hadden we nog niet gehad.
Of.
Nog weer later. Duikt er een Carlos Fuentes op. En een vreselijk vermoeden maakt zich van mij meester. Dit kan toch niet, dit zal toch niet, nee, alsjeblieft, laat Carlos Fuentes niet zijn wie ik denk dat hij is, het vermoeden kwam vrij snel bij me op nadat het personage geïntroduceerd werd, nee, zo ongekend voorspelbaar kan dit maffe alle kanten opschietende boek toch niet zijn? (plotverklapping: zo voorspelbaar is het wél). En dan gaan we dus op het eind ook nog rappekens even allerlei verschillende kanten uit. De kant van een platvloerse wieheefthetgedaan, of die van een thriller (er is een scene met de zusjes die mij ogenblikkelijk deed denken aan de tweelingzusjes uit The shining), of, op het eind, misschien toch maar een sprookje.
En dat is veel.
Is het goed?
Het is voornamelijk veel. Een halve bibliotheek in nog geen honderdzestig bladzijden. Dat is veel.
Want ook schrijven doet Kramer onbedaarlijk. Literatuur speelt een grote rol in dit boek: Lucía schrijft verhalen, die door Antonio herschreven (en klaarblijkelijk aanzienlijk verbeterd) worden; zelf schrijft Antonio niet omdat literatuur zich naar zijn mening niet vastleggen laat. Misschien zoals verschillende jazzmuzikanten indertijd de opkomst van de langspeelplaat met lede ogen aanzagen: in jazz ging het immer om het moment, de improvisatie, het samenspel tussen muzikanten en het publiek en de avond, en zoiets kon je niet vastleggen – je moest dat niet eens willen. Antonio, echter, wil zijn verhaal wel vastgelegd zien en daarom heeft hij iemand benaderd die zijn verhaal voor hem kan schrijven. Deze laatste is de uiteindelijke verteller van Het oog van el Molusco. Die krijgt geen naam. Maar hou het er maar op dat het Emmelien Kramer zelve is. Waarmee dit boek weer een extra laag krijgt.
De stijl is soms poëtisch, soms dromerig, soms filmisch, soms wijdlopig. Soms prachtig, al in: “Ja, dacht Antonio, zo is dat nou eenmaal, en dit was nu eenmaal hoe de zon over de geelwitte gebouwen van La Mina kroop die door het raam aan de overkant te zien waren, en dit was hoe El Besòs i el Maresme was, en dit was hoe het leven van Corali was, en dit was hoe vriendschappen van schipbreukelingen voortduurden, en dit was hoe moeders leefden, eerst het allerbelangrijkste en daarna vergeten, dit was hoe de seizoenen vervaagden, dit was hoe de wind in Barcelona waaide en de lichte gordijnen in de flat van Corali liet golven, en dit was hoe Lucía Rosas Rojas zou willen vermoorden, door de wind, door hem uit te vegen, en dit was hoe Barcelona alles bepaalde, dit was hoe Barcelona alles bij zich hield.” –
maar andere keren kan het ook een beetje naar kitsch neigen.
Lees dit boek in korte zittingen. Ga tussendoor andere dingen doen. Dan zul je op het eind een boek lezen als geen enkel ander boek dat je ooit gelezen hebt, of, juister: als alle andere boeken die je ooit las, alsmede alle boeken die je nooit zult lezen.
Is dat mooi? Een beetje. Het is vooral heel erg veel. Na de laatste bladzijde heb je zeker voor enige tijd genoeg gehad. Dagen daarna zal het verteerd zijn, en kun je in ieder geval terugkijken op een erg bijzonder boek.
Het oog van el Molusco
- Auteur: Emmelien Kramer (Nederland)
- Soort boek: Barcelona-roman
- Uitgever: Koppernik
- Verschijnt: 24 september 2026
- Omvang: 184 pagina’s
- Uitgave: paperback
- Prijs: € 22,50
- Roman bestellen >
Flaptekst van de roman van Emmelien Kramer over Barcelona
Antonio is met zijn grootmoeder Lucía vanuit Buenos Aires naar Barcelona gekomen om de man op te sporen die Antonio’s moeder tijdens de militaire junta uit een vliegtuig wierp. Maar terwijl Lucía zint op wraak, raakt Antonio in de ban van el Molusco, een fenomeen waarover hij ergens in de broeierige straten van La Mina heeft horen fluisteren en dat hem overal achtervolgt. In twee dagen en één nacht doet Antonio zijn verhaal, en langzaam maar zeker verandert Barcelona in een labyrint van verhalen waarin het maar de vraag is wie er eigenlijk vertelt, wie op de vlucht is en wie eigenlijk al verdwenen is.
Emmelien Kramer rekt in Het oog van el Molusco de verbeelding tot het uiterste op om thema’s als politieke terreur, obsessie, vrijheid en het kwaad te vervlechten tot een roman vol schijnbewegingen, balanceeracts en onverwachte wendingen.
Emmelien Kramer is geboren in 1980. Ze studeerde aan de Rietveldacademie en publiceerde verschillende romans, waarvan Woestijnpassages (2023) de meest recente is. Ze verdeelt haar tijd tussen Amsterdam en Spanje en woonde een aantal jaar in Barcelona, de stad die sindsdien het decor vormt voor haar boeken.





























































