Tag archieven: boekrecensie

Giada Pavesi – Sterren en koper

Giada Pavesi Sterren en koper recensie en informatie romantacy boek en Het verborgen genootschap deel 1. Op 3 juli 2025 verchijnt bij Uitgeverij Cargo de Nederlandse vertaling van Stelle e ottone, de fantasyroman van de Italiaanse schrijfster Giada Pavesi. Hier lees je informatie van de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Giada Pavesi Sterren en koper recensie van Jolien Dalenberg

Ambra Valmori studeert archeologie aan de universiteit in Venetië waar ze een rivaliteitsstrijd heeft met de getalenteerde Ismael Sagredo. Ze proberen elkaar continue de loef af te steken. Ambra heeft extra hard moeten werken omdat ze een week op mysterieuze wijze was verdwenen. Toen ze weer boven water kwam, had ze gaten in haar geheuden. En ze miste haar linker pink.

Als een voor haar belangrijke hanger wordt gestolen, en ze op zoek gaat naar de vermoedelijk dader, raakt ze in gevecht met een stel vreemde personen. Met Sagredo aan haar zijde. Ze ontdekt dat ze krachten heeft die ze niet kent. Wat haar op een heel bijzondere plek brengt. Een plek waar tovenaars studeren. Waar Sagredo Magister is. En waar haar krachten onderzocht worden. Wie, of misschien wel wat is Ambra?

Eerlijk is eerlijk, ik had het boek bijna weggelegd, vanwege het toch wat taaie begin. Veel beschrijvingen, namen, een wereld die nog geschetst moet worden en niet direct tot mijn verbeelding sprak. Ambra is  ook niet het personage dat je direct in je hart sluit. Ze is wat gesloten,  bijna onzichtbaar. Wat natuurlijk ook past bij wat ze heeft meegemaakt. De rivaliteit tussen haar en Ismael lijkt in het begin ook nergens heen te gaan. Toch ben ik meer dan blij dat ik even heb vol gehouden. Het is een tijd lang nog steeds de vraag wat ze voor elkaar zijn, maar dan op een intrigerende manier. Ambra krijgt een vastberadenheid over zich heen haar motieven om dingen te doen die minder handig zijn, begrijpelijk.

Je wordt meegezogen in een onbekende wereld waar je net zoveel weet als Ambra: niks. Wie is te vertrouwen, wie niet? De zoektocht naar de waarheid is spannend. Af en toe zakt de spanningsboog toch nog even in, omdat het te beschrijvend wordt. De namen van de Magisters en hun rol wilden net niet lekker blijven hangen, omdat ze voor mij net te weinig uitgewerkt waren en niet veel betekenis hadden. Toch wordt het verhaal steeds sneller vooruit geduwd, naarmate Ambra dichter bij de waarheid komt.

Sterren en Koper is een verhaal dat overwegend lekker leest en  zeker spannend genoeg is om te blijven lezen. Het laat hier en daar nog wat liggen, bijrollen die net wat meer context mogen hebben, de motivatie voor wat er met Ambra is gebeurd… Maar Ambra zelf wordt steeds leuker, haar dynamiek met Ismael is intrigerend,  wie of wat ze is wil je echt wel weten. Het is het eerste deel, wat betekent dat er meer zullen volgen. Ik ben erg benieuwd wat daar het plot zal zijn. Het einde van dit eerste deel voelt vrij afgerond, op een klein haakje na, wat voor mij niet echt overtuigend is. Ondanks dat ben ik wel nieuwsgierig, ik heb me absoluut vermaakt met het eerste deel van Het Verborgen Genootschap. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Giada Pavesi Sterren en koper

Sterren en koper

Het verborgen genootschap deel 1

  • Auteur: Giada Pavesi (Italië)
  • Soort boek: fantasyroman, romantacy
  • Origineel: Stelle e ottone (2024)
  • Nederlandse vertaling: Rianne Aarts
  • Uitgever: Cargo
  • Verschijnt: 3 juli 2025
  • Omvang: 496 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 29,99 / € 14,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het romantacyboek van Giada Pavesi

Het eerste deel van een bijzondere Italiaanse Romantasy-serie. Het verborgen genootschapis razend populair in Italië en verschijnt voor het eerst in Nederlandse vertaling.

Ambra Valmori is archeologiestudente aan de Ca’Foscari Universiteit in Venetië. Op een dag leert ze over het bestaan van een geheim genootschap voor magiërs. Nadat ze is toegelaten tot hun prestigieuze Academia Seledia, krijgt ze de kans om haar eigen magische krachten te ontwikkelen en ze te leren beheersen door magische artefacten, en zeldzame, oude boeken te bestuderen.

Maar de sterren hebben andere plannen voor het lot van Ambra Valmori. Ze draagt een geheim met zich mee, en de professoren van de Academia Seledia zien haar als een grote bedreiging voor het voortbestaan van de school. Samen met haar rivaal aan de universiteit, Ismael Sagredo, gaat ze in het magische en fascinerende Venetië op zoek naar haar mysterieuze verleden. Ze zal meer over zichzelf te weten ze zich komen dan ze zich ooit had kunnen voorstellen.

Flaptekst van het fantasyboek van Giada Pavesi

Giada Pavesi is een van de vier auteurs van Het verborgen genootschap. Giada Pavesi komt uit Noord- Italië en woonde ook in Schotland. Ze studeerde Engels en Frans in Milaan en Edinburgh, en Sterren en koperis haar debuut.

Bijpassende boeken en informatie

Iulian Bocai – Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu

Iulian Bocai Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu recensie en informatie van de inhoud van de Roemeense roman. Op 19 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Geus de Nederlandse vertaling van de roman Ciudata și înduioșătoarea viață a lui Priță Barsacu van de uit Roemenie afkomstige schrijver Iulian Bocai. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en van de uitgave.

Iulian Bocai Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu recensie

  • “Dit ogenschijnlijk kleine boek opent een grote, melancholische, duistere wereld waar je maar al te graag in rond zou blijven dwalen.” (Lisa Weeda)
  • “Er zit iets in het hart van deze mensen, een onschuld die niet aangetast wordt door het cynische leven, en dat is wat je eigen (lezers)hart diep raakt.” (Mira Feticu)

Recensie van Tim Donker

Dan deze vraag: hoe vaak kun je een kliesjee vernieuwen? De vrije jazz maakte zich los van de traditionele jazz en hoe doorstroomde het me. Het liep met me mee tot hets schoenen ook weeral een weinig versleten leken te zijn. De innovaties van Ornette met de pet jajaja, en MIngus en Dolphy en Shepp en Albert Ayler natuurlijk jajaja, Albert Ayler altijd, en dan Pharoah Sanders die er nog wat soul bij mikte, en Sun Ra die alles de ruimte in schoot, en toen voelde het, ineens, of ik het belangrijkste wel in kaart had inmiddels, velden afgegrazen, weet jij het?, de essentialia op tafel, dan en daar, doorstromen deed het me nog wel, maar geheel nieuw op de oren vallen niet meer. Maar vele jaren later een dag Het begon al zomer te worden, stombelend doorheen de discografie van het prachtige Clean Feed-labeltje, stuitte ik op Will Holshouser, wie kon me zeggen wat dat was, die accordeon, hoe had ik het nu, huppelig en onderkoeld tegelijk, en altijd nog jazzy, kon het de mooiste accordeonplaat zijn sinds Accordion & voice van Pauline Oliveros?, nee natuurlijk niet want de hallucinante neofolk van Kimmo Pohjonen en Eric Echampard op Uumen is veel later nog dan Accordion & voice, het is ook maar bij manier van spreken, wat een drummer Eric Echampard is trouwens maar daar gaat het nu niet over, nu gaat het over hoe ik dacht oja een beetje folk bij de jazz dat kan ook nog natuurlijk, dat kun je ook doen, dit had ik nog niet eerder gehoord, het was ochtend, de zomer stond op het punt te beginnen, en ik hoorde Reed song, en onophoudelijk viel het licht, en onder deze omstandigheden begon ik te lezen in Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu van Iulian Bocai. Die hier geen nieuwe romansoort uitvindt, nee zeker niet, hoewel, Laurie Anderson zegt the detective novel is the only novel truely invented in the twentieth century because in the detective novel the hero is dead at the very beginning of shit verraad ik nu iets?, en waarom is het eigenlijk altijd maar muziek hier in deze bespreking dit moest toch over een boek gaan?, dit hier Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu is gewoon je dagdagelijkse komenvanleeftijd-literatuur en een komenvanleeftijd-roman lazen we al eerder, toch?, en zelfs de hoofdpersoon komt vertrouwd over. Natuurlijk is Priţă Barsacu een eenzelganger, en niet als anderen, niemand is ooit als anderen, zelfs de anderen zijn niet zoals de anderen. Natuurlijk is hij een dromer, en een vorser, en een eenling. Natuurlijk is hij intelligent en gevoelig. Natuurlijk heeft hij een paar andere zonderlingen om zich heen. Natuurlijk is er armoede, natuurlijk zijn zijn ouders volslagen geschift, natuurlijk wordt het dorp waar hij woont bevolkt door dwazen, dronkaards, werklozen, agressievelingen, pestkoppen en criminelen. We kennen het verhaal. We kennen het verhaal al zo lang. En toch schijnt Bocai er uit wat onvermoede hoeken lichten op zodat dit boek blijft boeien. Hij stopt als het ware wat folk in deze jazz, hij huwt de trompet met een accordeon, weetikveel. Zo heeft hij er om te beginnen al zeer wijs aan gedaan de roman kort te houden, een luttele 142 bladzijden en dan al gedaan. Nu peinst ge misschien of welzeker peinst gij dat want ik weet wel hoe gijlieden zit te peinzen daar allemaal, dat het triviaal is om een boek te wegen op het feitelijke gewicht. Maar toch. Niet veel schrijvers weten wanneer ze moeten stoppen. Ik wil hier niet aankomen met dat eeuwige in bekasting zeikt zich de meester want er zijn vele vuistdikke boeken waarvan iedere regel meer dan gerechtvaardigd is en waar van mij zelfs wel een vuist had bij gemogen maar er zijn eveneens genoeg  boeken met vele en vele overbodige bladzijden. Niet zo hier. Eén adem en het is uit, gelukkig nog lang voor het kans zag je te gaan vervelen. Of. Anders. En ook. En voorts. Het intrigerende begin. Bocai begint aan het eind en dat maakt dat je blijft lezen omdat je het wil vatten, hoe komt het tot dit einde, is het einde nog te keren, is het einde wel het einde, je las het aan het begin en je was nieuw in dit boek, als je nieuw bent zie je alles anders, dat is algemeen geweten. Zo blijf je kijken. Of ook zo: dat een toon het oog trekt. In dit geval de toon die Iulian Bocai aanslaat. Wat klankkleur zegt. Ja het gaat over armoede, geweld, sociale ongelijkheid, uitsluiting, ellende; maar Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu is geen tranentrekker, geen drama, niet zwaar op de hand; vermoedelijk heeft Bocai niet eens de bedoeling gehad bepaalde misstanden aan de kaak te stellen. Hij schetst gewoon een leven, een leven dat soms lijkt op het leven dat je had of gehad kon hebben (ja dat vele buiten zijn, dat herinner ik me nog wel van toen ik kind was, en ook iets met insecten, ik was er niet zo in geïnteresseerd als de hoofdpersoon van dit boek maar insecten speelden altijd wel een rol, je zag ze op de bladeren van de struiken zitten, je verzon maar wat, een simpele kever noemde je een bloedzuiger, wist jij veel), een leven waarin dingen gebeuren die vervelend zijn en een leven dat ook vaak mooi is; Bocai heeft met deze roman eerder een hoopvol boek geschreven, ja: hoop- en liefdevol. Dan weer niet doorslaand naar zoetsappigheid. Er is humor om daar voor te waken, er zijn zotte scheldkanonnades om daar voor te waken, er zijn idiote gebeurtenissen om daar voor te waken. En als alles eraf is, nee als alles goed strak staat, nee als alles gedaan is, of lijkt te zijn, volgt er nog iets over begrafenisrituelen en de lezer weet even niet of dat nog bij de vertelling over Priţă Bocai hoort, misschien maar iets dat er achter geplakt is omdat er nog wat ruimte overschoot, ook hier geven mafheden iets te lachen. Een accordeon kan huppelen, jazz kan folky zijn en een komenvanleeftijd-roman kan nieuw genoeg lijken om boeiend te blijven. Elke lezer dient zijn hoed af te nemen voor Bocai. Maar wie geen hoed heeft, kan ook gewoon dit boek lezen.

Iulian Bocai Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu

Het vreemde en aangrijpende leven van Priţă Barsacu

  • Auteur: Iulian Bocai (Roemenië)
  • Soort boek: Roemeense roman
  • Origineel: Ciudata și înduioșătoarea viață a lui Priță Barsacu (2018)
  • Nederlandse vertaling: Charlotte van Rooden
  • Uitgever: De Geus
  • Verschijnt: 19 juni 2025
  • Omvang: 144 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 15,99 / € 9,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van de Roemeense schrijver Iulian Bocai

De intelligente en nieuwsgierige Priţă Barsacu groeit op in een kansarm gezin in een Roemeens dorp aan de oevers van de Olt. Hij ontwikkelt een bijzondere fascinatie voor de natuur, en ontpopt zich als een amateurtaxonoom. In warme kleuren zet Bocai een kindertijd neer te midden van armoede en geweld, waarin de jongen zich desondanks staande probeert te houden.

Iulian Bocai is geboren op 6 maart 1986. Hij is een Roemeense schrijver en literatuurwetenschapper. Hij doceert letterkunde aan de Universiteit van Boekarest, werkt als vertaler en essayist en schreef twee bekroonde romans en een verhalenbundel. Het vreemde en aangrijpende leven van Prita Barsacu is zijn debuut.

Bijpassende boeken en informatie

Tracy Chevalier – De glasmaakster

Tracy Chevalier De glasmaakster recensie en informatie van de inhoud van de roman van de Brits-Amerikaanse schrijfster. Op 19 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij Orlando de Nederlandse vertaling van The Glassmaker roman van de in de Verenigde Staten geboren schrijfster Tracy Chevalier. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Tracy Chevalier De glasmaakster recensie

  • “Deze betoverende vertelling is tegelijkertijd een historisch liefdesverhaal dat zes eeuwen omvat en een lofzang op het tijdloze ambacht van glasblazen. Chevalier onderzoekt de felle rivaliteit en loyaliteiten van de glasdynastieën van Murano en legt het gebrul van de oven, het zweet op de huid en de glinsterende schoonheid van Venetiaans glas prachtig vast.” (Geraldine Brooks)
  • “Chevalier op haar best. Een rijke, levendige en betoverende roman.” (Elif Shafak)

Recensie van onze redactie

Al eerder las ik romans van Tracy Chevalier, waaronder het bekende Meisje met de parel. Ik verheugde me dus erg op het lezen van de nieuwe roman van deze geweldige schrijfter.

Het verhaal begint in 1486 in Murano, met als hoofdpersoon de jonge Orsola Rosso die deel uitmaakt van een glasblazersfamilie. Glasblazen is helemaal niet bedoeld voor vrouwen, maar na haar ontmoeting met Maria Barouvier, een vrouw uit een concurrerende glasblazersfamilie, komt daar voor Orsola verandering in. Ze gaat leren om glaskralen te maken en slaagt er in daar zo goed in te worden, dat ze er aardig mee in haar bestaan kan voorzien. Bij een bezoek aan Venetië leert Orsola Antonio kennen, die door haar broer Marco is uitgenodigd als glasblazer in de leer te gaan op Murano. Iets wat heel ongebruikelijk is, want de Muranezen houden het glasblazen liever onder hen.

Wat ik een heel leuke en vooral ook slimme twist aan dit boek vond, was de lange levensduur van Orsola. Het verhaal begint in 1486 en eindigt pas in de huidige tijd. Orsola werd maar heel langzaam ouder. Een verrassende en boeiende manier om een heel groot stuk van de historie van Murano en het glasblazen te vertellen. Een boeiende, leerzame en kleurrijke achtergrond voor het levensverhaal van de Rosso’s. Een prettig geschreven verhaal met veel kleurrijke personages. Chevalier is een uitstekende verhalenvertelster en door de twist met de tijd blijft het boeiend om een verhaal dat zich uitstrekt over 5 eeuwen te lezen. Ik vond het ook heel leuk om meer te leren over de geschiedenis van glas en Venetië.

Ik heb genoten van deze roman en hem achter elkaar uitgelezen! De roman is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Recensie van Monique van der Hoeven

Tracy Chevalier De glasmaakster

De glasmaakster

  • Auteur: Tracy Chevalier (Engeland)
  • Soort boek: Venetië roman
  • Origineel: The Glassmaker (2024)
  • Nederlandse vertaling: Jacqueline Smit
  • Uitgever: Uitgeverij Orlando
  • Verschijnt: 19 juni 2025
  • Omvang: 400 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99 / € 16,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de Venetië roman van Tracy Cevalier

Venetië, 1486. Aan de overkant van de lagune ligt Murano. De tijd stroomt hier anders – net als het glas waar de meesters van het eiland hun leven lang mee leren werken.

Het is niet de bedoeling dat vrouwen met glas werken, maar Orsola Rosso lapt de regels aan haar laars om haar familie van de ondergang te redden. Ze werkt in het geheim omdat ze weet dat haar glazen kralen perfect moeten zijn om door mannen geaccepteerd te worden. Maar perfectie kan een mensenleven duren. De lezer volgt Orsola op een tijdreis door de eeuwen heen terwijl ze haar vakmanschap aanscherpt, door oorlog en pest, tragedie en triomf, liefde en verlies. De kralen die ze creëert zullen de halzen sieren van keizerinnen en courtisanes van Parijs tot Wenen – maar zal Orsola ooit het respect verdienen van degenen die het dichtst bij haar staan?

Tracy Chevalier is een meester in haar eigen vak, en haar nieuwste roman De glasmaakster is levendig, inventief en betoverend: een virtuoos portret van een vrouw, een familie en een stad die net zo eeuwig zijn als hun glas.

Tracy Chevalier is geboren in 1962 in Washington D.C., Verenigde Staten. Ze is de auteur van elf romans, waaronder Meisje met de parel, een internationale bestseller waarvan meer dan vijf miljoen exemplaren zijn verkocht, die in 45 talen is vertaald en die bewerkt is tot een film, toneelstuk en opera. Ze is geboren in Washington DC, verhuisde in 1986 naar het Verenigd Koninkrijk en woont met haar man in Londen. Van Tracy Chevalier verschenen bij Orlando ook de romans Opmerkelijke schepsels en Een losse draad.

Bijpassende boeken

Johny Vansevenant – Eddy Merckx De ultieme biografie

Johny Vansevenant Eddy Merckx De ultieme biografie recensie en informatie over de inhoud van het wielerboek. Op 18 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij Lannoo de biografie van Eddy Merckx, de beste Belgische wielrenner ooit, geschreven door Johny Vansevenant. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Johny Vansevenant Eddy Merckx De ultieme biografie recensie

De wielrenner Eddy Merckx wordt gezien als de beste wielrenner ooit (zij het dat de Sloveense wielrenner Tadej Pogačar aardig in de buurt begint te komen) en bovendien als de grootste sport die België ooit heeft voorgebracht. Als zo’n sportman tachtig jaar oud wordt, verdient hij alle aandacht en een mooie biografie. De Vlaamse wielerjournalist Johny Vansevenant heeft die taak op zich genomen.

Opvallend is de, zeker voor Vlaamse begrippen, onbescheiden ondertitel De ultieme biografie, die veel verwachtingen wekt. Wordt deze claim waargemaakt? Ja en nee. Ja omdat de biografie in een mooi en gebonden formaat is uitgeven en rijk geïllustreerd is met de veel foto’s die tijdens de beslissende momenten tijdens de carrière van Eddy Merckx gemaakt zijn. Nee omdat de biografie hier en daar een beetje braaf is en misschien iets kritischer had gemogen, zij het dat het boek misschien ook als een soort van cadeau voor de jarige gezien moet worden.

Positief is zeker ook dat Vansevenant de tijd neemt om het leven van Merckx en zijn zeer succesvolle wielertijd uitgebreid te bespreken. Hier en daar zouden zijn beschrijvingen iets levendiger mogen maar aan de andere kant leest het boek gemakkelijk weg. Maar of dit uiteindelijk de ultieme biografie van de grootste Belgische sporter ooit blijkt te zijn? De tijd zal het leren. Toch is het boek voor de liefhebber van het wielrennen niet heel teleurgesteld zijn in het boek dat door onze redactie is gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Johny Vansevenant Eddy Merckx De ultieme biografie

Eddy Merckx. De ultieme biografie

Ik wilde altijd winnen

  • Auteur: Johny Vansevenant (België)
  • Soort boek; biografie, wielerboek
  • Uitgever: Lannoo
  • Verschijnt: 17 juni 2025
  • Uitgever: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 49,99 / € 27,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de Eddy Merckx biografie van Johny Vansevenant

Eddy Merckx heeft de indrukwekkendste erelijst die ooit is bijeengekoerst. Voor velen is hij daarom ‘de grootste wielrenner aller tijden’. In zijn topjaren won hij één op de drie wedstrijden waaraan hij deelnam. Vijf keer won hij de Tour de France, vijf keer de Giro d’Italia en in totaal schreef hij meer dan 500 overwinningen op zijn naam. Bovendien behaalde Merckx zijn zeges meestal met groot machtsvertoon. Zijn eerste Tour won hij met bijna achttien minuten voorsprong. Ook topklassiekers zoals de Ronde Van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en Luik-Bastenaken-Luik schreef hij met grote tijdsverschillen op zijn naam. In dit boek komen niet alleen die heroïsche overwinningen aan bod. Eddy Merckx. De ultieme biografie gaat uitgebreid op zoek naar zijn drijfveren. Waarom had hij die onstilbare honger naar overwinningen? Zijn afkomst, zijn opvoeding en zijn karakter bieden het antwoord op de vraag.

Eddy Merckx. De ultieme biografie bevat unieke foto’s uit het familiearchief, nooit eerder gepubliceerde beelden en nieuwe interviews. Het boek werd geschreven naar aanleiding van zijn 80ste verjaardag en neemt je mee achter de schermen van een leven dat volledig in het teken stond van de wielersport. Eddy Merckx zelf vertelt in dit boek uitgebreid over zijn uitzonderlijke leven. Dat doen ook zijn naaste familieleden, zijn vrienden, zijn ploegmaats en zijn generatiegenoten op de fiets.

Johny Vansevenant us geboren op 13 juli 1958 in Roeselare. Hij ging in 1988 aan de slag bij de radionieuwsdienst van de toenmalige BRT. Sinds 1990 is hij voltijds Wetstraatreporter. Hij modereerde daarnaast debatten voor De Zevende Dag en schrijft analyses voor VRT NWS. Voor zijn toegankelijke Wetstraatverslaggeving kreeg hij een eredoctoraat aan de Universiteit Hasselt. Als wielerauteur schreef hij verschillende veelgeprezen Merckx-boeken.

Bijpassende boeken

Lara Pawson – Verbruikt licht

Lara Pawson Verbruikt licht recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Engelse schrijfster. Op 12 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van de roman Spent Light van de uit Engeland afkomstige schrijfster Lara Pawson. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Lara Pawson Verbruikt licht recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Verbruikt licht, de roman van Lara Pawson, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Verbruikt licht is wild, gedurfd schrijven in combinatie met volkomen helder denken, en hoewel verontrustend is het ook komisch, op een bevredigend duistere en absurde manier.” (The Guardian)
  • “Soms afstotend, vaak verleidelijk, altijd resonerend en dwingend.” (The Irish Times)
  • “Lara Pawsons manier van schrijven is briljant, zenuwslopend en schokkend levendig.” (Times Literary Supplement)

Recensie van Tim Donker

Oftewel: hoe misleidend woorden kunnen zijn

Toen ik een jaar of zeventien was, ging ik veel om met een jongen die ik kende van de HAVO. Patrick heette hij, en hij was echt wel mijn allerbeste vriend en misschien zelfs wel de enige vriend die ik ooit gehad heb. Na schooltijd ging we dingen doen. Dat was nieuw voor mij. Om na schooltijd met wie dan ook wat dan ook te gaan doen. We gingen naar de stad om wat rond te hangen. Of we gingen naar mijn huis. Om wat rond te hangen. Of we gingen naar zijn huis. Om wat rond te hangen. Het was één van die keren, en we waren bij hem, en het was vrijdag. We hadden op ons rug op de vloer van zijn kamer gelegen, om naar muziek te luisteren en om wat slap in de rondte te ouwehoeren; gesprekken die zomaar ineens een uiterst filosofische wending konden nemen want we waren zeventien en we waren goed in slap ouwehoeren maar we vroegen ons ook van alles af. We lagen daar. We praatten. We luisterden. We zeiden. En ineens was het laat, dat wil zeggen dat het ineens etenstijd was en dan moest ik dat hele eind terug over die lange lange lange boschdijk en misschien was mijn moeder niet eens thuis, of elders, misschien was mijn vader, misschien waren mijn zussen. Het was vrijdag. De zussen van Patrick. En zijn moeder. Ze vroegen of ik wilde blijven eten, en ik zat, en ik vroeg me af, achja, blijven eten, daar, dan was ik in ieder geval langer bij Patrick en dat was goed want ik hield van Patrick, hij was mijn vriend. Op vrijdag, echter, was het in dat gezin de gewoonte om het avondeten te betrekken bij de plaatselijke snackbar. Ik wist dat niet. Ik kende dat niet. Wij kwamen nooit bij de snackbar, in ieder geval niet om er ons avondeten te halen. Soms, prijze mijn gezegende moeder, kwam zij, mijn moeder, op het idee, veelal in vakanties of tijdens weekenden, in ieder geval op avonden dat niemand vroeg naar bed hoefde, later in de avond op het idee om een zakje friet te gaan halen, dan hadden we al gegeten, dan was de avond al gevorderd, dan hadden we allemaal nog wel ergens zin in, sommige mensen zouden dan een zak chips opentrekken maar mijn moeder liet dan friet halen, en dat was aan mijn vader en mij, dan stapten we in de auto, dan reden we dieper het dorp in, daar was een snackbar, daar gingen we heen, die was nog wel open, daar hadden ze nog friet. En dat was het enige waar ik de snackbar van kende: friet. Dus ze vroegen mij, Patrick en zijn familie, wat wil je hebben van de snackbar en ik zei friet wat iets anders kende ik niet. Dat is een beetje weinig, werd er gezegd, daar moet nog wat bij. Maar ik wist niks van snackbarvoedsel, wij kwamen daar nooit, wij kwamen daar zelden, en als we daar kwamen was het alleen maar voor friet, iets anders kende ik niet. Mijn moeder had het wel eens schertsend over “een berenlul”, daar lachten we dan om, dat had iets te maken met dingen die mensen in een snackbar bestelden, dat vonden wij belachelijk, daar lachten wij om, dat was het enige dat ik kon noemen maar dat heette vast niet zo want het was immers maar voor de grap en bezijden of het nu zo heette of niet, erg lekker zou het sowieso niet zijn. Dus ik zat. En ik hakkelde. En zei euh. Het duurde de familie te lang misschien, ze gingen dingen voor me opsommen. Of ik dit wilde of dat wilde of een kroket of een frikadel of een broodje bal en het leek me allemaal niks dus ik begon al te peinzen aan wat allicht het minst smerig zou zijn. Wil je anders een kaassoufflé?, vroegen ze. En ik dacht kaassoufflé? Daar heb ik nog nooit van gehoord. Maar soms, beste mensen, soms kookte mijn vader. Niet vaak, bijna alle dagen nam mijn moeder dat op zich, maar als mijn vader kookte dan maakte hij steevast een aardappelsoufflé met heel veel kaas, ik zie hem nog lopen, hem, mijn vader, vanuit de keuken, met ovenwanten aan zijn handen en daartussen een ovenschaal, die donkerrode ovenschaal met daarin een aardappelsoufflé, hoe ver was die niet omhooggekomen, en o god, dat bruine korstje, en wat ik daaronder wist, een soufflé die zowel romig als zacht als ziltig als bijzonder smaakvol was, misschien was een kaassoufflé dan zoiets: een klein souffléschaaltje met daarin een goed gerezen aardappelsoufflé met heel veel kaas?, ja dat leek mij wel lekker dus ik zei goed dus ik zei ja dus ik zei oké dus ik zei dat ik dat wel wilde, zo’n kaassoufflé, en iemand, was het zijn vader was het zijn moeder waren het zijn zussen, ik herinner het me niet meer, iemand ging naar de snackbar, iemand ging alles halen, en ik verheugde me al op mijn luchtige mijn zoutige mijn smaakvolle mijn romige aardappelsoufflé met extra veel kaas. Maar wat kreeg ik? Wat kreeg ik uiteindelijk op mijn bord, beste mensen? Een oranje zeemleren lap, bijna te taai om door te snijden maar toen me dat gelukt was, het doorsnijden van mijn oranje zeemleren lap, stroomde er een wittige substantie uit waarvan ik in de verste verte niet kon detecteren wat het überhaupt met kaas te maken had. En ik vroeg me af, toen, en ik vraag me af nu: waarom noem je iets dat niets met soufflé en vrij weinig met kaas te maken heeft in godsnaam een kaassoufflé?

En het werd iets.

En het werd een woord.

En het werd een woord voor een woord dat niets te maken heeft met het woord.

Kaassoufflé. Een woord voor woorden die niet in relatie staan tot het woord waarnaar zij verwijzen. Wanneer woorden je iets heel anders doen verwachten dan wat je uiteindelijk krijgt, want dat doen woorden.

Verbruikt licht. Lara Pawson. Se segt: “…een onthutsende leeservaring waarna u nooit meer op dezelfde manier zult kijken naar een wasmachine, een eekhoorn of een eierwekker.” Dus wat ik dacht. Wat ik dacht dat dit boek zou zijn: een indringende analyse van allerlei dagdagelijksheden, zo overweldigend dat de zienswijze van de schrijver vanzelf de jouwe wordt. Dat je nooit meer naar de dingen kunt kijken zonder te denken aan de manier waarop Lara Pawson naar de dingen kijkt.

Maar zo is het niet.

De associaties van Pawson bij wat dan ook zijn te particulier, te bizar, te idiosyncratisch om ze je eigen te maken. Wat je krijgt. Wat je krijgt is iets wat je niet volgen kan.

Of.

Wel.

Wat je krijgt: een vrouw kijkt naar huishoudelijke apparaten. Een broodrooster. Een pepermolen. Een kookwekker. Een magnetron. Elk voorwerp wakkert van alles aan in haar hoofd. Associaties. Gedachten. Herinneringen. Er is geen verhaal hier, het narratief was al langer een vogel voor de kat. Er is louter de doorgaande bewustzijnsstroom van de hoofdpersoon. Flarden die weer andere flarden wakker roepen. Dingen die ze in de krant las, of in een boek, of op televisie zag, of dingen die ze uit eerste hand weet. Sensatie. Politiek. Film. Nieuws. De inhoud van de gedachten kan sociologisch of historisch van aard zijn. Het kan gaan over architectuur. Kunst. Kolonialisme. Oorlog. Theater. Imperialisme. Het kunnen dingen zijn die ze uit haar eigen leven kent, of dingen die ze alleen maar van horen zeggen heeft. Want een bonte stoet aan kennissen, vrienden, familieleden, buurmannen en mensen die ze ontmoet heeft op haar vele reizen trekt hier voorbij. Ook hun levens, hun verleden, hun herinneringen geraken verweven in de stroom. De vele scenes waaruit deze roman is opgebouwd zijn pijnlijk, schokkend, bizar of soms ook tamelik komies – op een wat absurde manier dan weliswaar (absurd, niet absurdistisch) (absurdistisch is als je het leven als absurd ziet, zei een huisgenoot ooit toen hij, die gast die een blauwe maandag theaterwetenschappen had gestudeerd, en ik, een gast met een grote liefde voor alles dat afwijkt van de norm, het in de keuken van het studentenhuis waar we toen woonden het nogal uitgebreid hadden over absurdisme en wat daaraan zo geweldig was en een andere huisgenoot, die stond te koken, ineens vroeg Wat is absurdisme?).

En er is een lief, die steeds wordt aangesproken maar zelf geen actieve rol lijkt te spelen.

En ik las en ik zat en ik dacht. Is het geen koketterie: ieder klein ding is genoeg om de stroom zijwegen op te sturen, en dan zijwegen van zijwegen, en dan weer zijwegen daarvan. Een witte plek op haar ijskastdeur (waar ooit een obscene prent hing) doet haar denken aan haar inmiddels verkochte platencollectie wat haar doet denken aan een Marokkaanse vriendin wat haar doet denken aan Franco wat haar tot de conclusie laat komen dat het geweld dat door Europeanen binnen Europa gepleegd wordt wortelt in het geweld dat door Europeanen buiten Europa wordt gepleegd (sja, er zijn andere dingen die in mijn kop komen als ik naar de deur van mijn ijskast kijk). En eerder al kwam het via het tikken van haar eierwekker tot geïndustrialiseerde moord, Karl Bischoff, Zyklon Blausäure, doden op “schone” wijze; zonder trauma’s te verwekken bij de daders. Dienen alle artikelen alleen maar om haar kennis te etaleren? Kijk eens wat er alles ronddrijft in mijn hoofd en wat een diepzinnige overpeinzingen worden aangejaagd door de banaalste der banale zaken – als ik een broodrooster zie denk ik niet aan geroosterd brood met dik gezouten roomboter en oude kaas met een kopje koffie daarbij nee als ik een broodrooster zie denk ik aan de CIA. Want niet zelden gaat het over onderdrukking, geweld, marteling, vernedering – soms op een nuchtere, zakelijke, beschrijvende manier maar soms ook bijna verheerlijkend. Want de lompheid en de verhevenheid zijn onlosmakelijk verstrengeld hier.

Dat het een beetje gezocht aandoet. Soms.

Dat ik wegzak, misschien, een beetje, soms.

Kaassoufflé. Dacht ik. Dit boek is een kaassoufflé. Ik heb niet gekregen wat ik op grond van de omschrijving dacht te krijgen.

En dan ineens enkele alinea’s verder ben, en midden in de zoveelste gruwelijke scene zit en ik me afvraag hoe het tot hier gekomen is, ze stond toch gewoon in haar keuken, er was toch niets aan de hand? Met mijn dochter heb ik wel eens dat soort gesprekken. Dan praten we over a en over b en over c, en tegen dat we bij x, y, z zijn, vraagt één van ons: hoe komen we hier nou weer over te spreken? Dan volgen we het spoor van ons gesprek terug, en dan moeten we vaak lachen als we ontdekken welke idioterie tot welke andere idioterie heeft geleid. Maar bij Pawson heb ik er geen zin in, en na verloop van ettelijke pagina’s probeer ik niet eens meer terug te lezen hoe ik nu weer in welke bizarre scene dan ook beland ben. En dan weet ik het. Je moet dit boek niet lezen. Je moet dit boek je laten overkomen.

Dat klinkt allicht flauw.

Alles moet een ervaring zijn.

Ja.

Ik weet.

Maar toch.

Lees Verbruikt licht zonder het tot achter de komma te willen volgen. Laat de woorden over je heen stromen. En dan zul je het geniale zien. Al die krankzinnige kanten die het opgaat. Hoe het vliegt en raast en fladdert en gaat. Van grote overrompelende schoonheid, van een diepe emotionele zeggingskracht is een vijf pagina’s lange opsomming van alle dingen die de ikpersoon zegt of kan zeggen of wil zeggen tegen haar lief in een telefoongesprek. Daar wordt de lezer mijlenver uit het lood geslagen door ongekende pracht. En je zou willen dat het doorgaat en doorgaat en doorgaat maarja misschien is het hele moje eraan wel dat niet het hele boek die opsomming is.

En dan.

Als het stof is neergeslagen.

Als ik lig, ter huiskamervloer, en het stof is neergeslagen, en me afvraag wat me overkomen is.
Volgens mij staat er dat ze het lief belt, en dat ze al deze dingen zegt.
Vreemd telefoongesprek moet dat geweest zijn. De ander zal nauwelijks aan het woord geweest zijn. En dan weer de vragen. De bedenkingen. Hoe gaat zoiets. Wanneer je heel veel van iemand houdt, en alle dingen die je iemand zeggen wil, omdat alles wat in jou zit ook in de ander moet. Maar wat je zou willen zeggen, en wat je daadwerkelijk zegt zijn verschillende dingen. Want een echt gesprek is iets anders dan een gefantaseerd gesprek, bij een echt gesprek is de ander werkelijk betrokken en die zegt misschien dingen waardoor alles weer andere kanten opgestuurd wordt en je helemaal niet de kans krijgt alles te uiten wat klaarlag voor verzending. Maar het kan ook zijn dan zo’n lief alles welwillend, met liefde aanhoort, alles opzuigen wil, niets zegt omdat hij zijn lief wil laten spreken, omdat hij alles weten wil.

En dan warrelt het stof wederom op.

Dat is hoe Verbruikt licht is. Wij allen zijn uit verbruikt licht opgetrokken. En neergeslagen stof doet ander stof opwajen. Een boek als een storm. Het zal je misschien niet een leven lang bijblijven. Maar gestormd heeft het. En dat is meer dan een kaassoufflé kan, nietwaar.

Lara Pawson Verbruikt licht

Verbruikt licht

  • Auteur: Lara Pawson (Engeland)
  • Soort boek: Engelse roman
  • Origineel: Spent Light (2024)
  • Nederlandse vertaling: Lisette Graswinckel
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 12 juni 2025
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,50
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van Lara Pawson

Een vrouw kijkt naar haar broodrooster en plotseling barst de hele wereld open in haar keuken, in al zijn brutaliteit en schoonheid. En ze blijft kijken: de broodrooster wordt geassocieerd met de CIA, de eierwekker met de IRA, haar telefoon met de uitbuiting van Congo – en langzaam dringt het besef door dat we omringd worden door objecten die weliswaar levenloos zijn, maar zeker niet onschuldig.

In een meesterlijke mengeling van fictie, geschiedenis, memoir en liefdesbrief verheft voormalig oorlogscorrespondent Lara Pawson de netwerken van troep die we om ons heen verzameld hebben tot briljant, meedogenloos en extreem grappig proza. Verbruikt licht is een onthutsende leeservaring waarna u nooit meer op dezelfde manier zult kijken naar een wasmachine, een eekhoorn of een eierwekker.

Lara Pawson is geboren in 1968. Ze is schrijver en journalist. Als oorlogsverslaggever reisde ze veel en woonde onder andere in Angola, Ivoorkust, Mali en Ghana – tegenwoordig woont ze weer in Londen, zo dicht mogelijk bij het bos. Ze publiceerde drie boeken en schrijft regelmatig voor The Guardian en Times Literary Supplement.

Bijpassende boeken

Ross King – De kortste geschiedenis van het oude Rome

Ross King De kortste geschiedenis van het oude Rome recensie en informatie van de inhoud van het nieuwe boek van de Canadese historicus  en schrijver. Op 12 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Bezige Bij de Nederlandse vertaling van The Shortest History of Ancient Rome, geschreven door Ross King. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Ross King De kortste geschiedenis van het oude Rome recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van De kortste geschiedenis van het oude Rome, geschreven door Ross King, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Ross Kings zorgvuldige onderzoek van sociale, politieke en religieuze teksten en kunsthistorische bronnen, stelt hem in staat een bekend verhaal te vertellen alsof dat nooit eerder is gedaan.” (Financial Times)

Recensie van de redactie

Over de geschiedenis van de Romeinen is al veel geschreven en vele vuistdikke boeken geschreven. Dus als je de geschiedenis van Rome in een zeer kort bestek wilt beschrijven, zonder belangrijke zaken buiten beschouwing te laten en niet te veel in algemeenheden wil vervallen dan neem je een uitdagende taak op je met een reële kans van falen.

Toch heeft de Canadese historicus en Italië-kenner Ross King deze uitdaging aangenomen. En om maar gelijk met de deur in huis te vallen, hij heeft zich prima van deze taak gekweten. Het is hem gelukt om in zo’n 250 pagina’s de geschiedenis van het Romeinse Rijk op een boeiende wijze te vertellen. Naast het feit dat Ross King een goede pen heeft, weet hij historische gebeurtenissen die vrij algemeen bekend zijn op een zodanige wijze te beschreven dat ze toch weer boeien door er op subtiele wijze net een iets andere draai aan te geven zonder uit de bocht te vliegen.

Weet je vrij weinig van de Romeinen en hun geschiedenis af dan is dit boek een aanrader maar zelfs voor diegenen die al wat meer ingevoerd zijn in het onderwerp valt er behoorlijk wat te genieten. Kortom het boek van Ross King verdient een breed lezerspubliek en is door onze redactie gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Ross King De kortste geschiedenis van het oude Rome

De kortste geschiedenis van het oude Rome

  • Auteur: Ross King (Canada)
  • Soort boek: geschiedenisboek
  • Origineel: The Shortest History of Ancient Rome (2025)
  • Nederlandse vertaling: Pon Ruiter, Henny Corver
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 12 juni 2025
  • Omvang: 320 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 12,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over het oude Rome van Ross King

Het Romeinse Rijk is onmiskenbaar een van de invloedrijkste beschavingen uit de geschiedenis. Het kende een bloeitijd van maar liefst 500 jaar en besloeg een oppervlak van ruim vijfentwintig moderne landen, van Saoedi-Arabië tot Oekraïne en Engeland. Politiek, wetten, filosofie en architectuur zoals we die nu kennen vonden er hun oorsprong, evenals onze Romeinse cijfers, de kalender, aquaducten en beton. Samen met de Grieken legden de Romeinen de basis voor de westerse beschaving.

Historicus Ross King neemt je mee van de stichtingsmythes van de stad tot de neergang van het rijk. Hij laat je kennismaken met de keizers en krijgers, de gekken en opstandelingen, de kunstenaars en gladiatoren die verantwoordelijk waren voor de opkomst, de heerschappij – en uiteindelijk de ondergang van het Romeinse Rijk.

Ross King is geboren op 16 juli 1962 in Estevan, Saskatchewan, Canada. Hij is een gerenommeerd expert op het gebied van de Italiaanse renaissance en schreef al een aantal veelgeprezen bestsellers, zoals De koepel van Brunelleschi (2002), De hemel van de paus (2004), Leonardo en Het laatste avondmaal (2012) en Waanzin & betovering (2017). Zijn recentste boek is De boekhandelaar van Florence (2021).

Bijpassende boeken en informatie

Naja Marie Aidt – Oefeningen in donkerte

Naja Marie Aidt Oefeningen in donkerte recensie en informatie roman van de op Groenland geboren Deense schrijfster. Op 11 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij Querido de Nederlandse vertaling van Øvelser i mørke, de roman van de Deense schrijfster Naja Marie Aidt. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Naja Marie Aidt Oefeningen in donkerte recensie

  • “Net als in Het boek van Carl branden de pagina’s zich in je vast, de zinnen wikkelen zich om je hart, spannen aan, knorren en plagen je afwisselend, stimuleren je, en je verandert woord voor woord van de lezer die je bent in een vrouw van middelbare leeftijd met haar trauma’s, melancholie en verzet.” (Berlingske, ∗∗∗∗∗∗)

Recensie van Tim Donker

Het zijn van het zijnde dat het karakter heeft van het erzijn, ook maar geworpen, een geworpen zijnde. Het bestaan in gesleurd, nu heb je je zijn maar te zijn, en je kiest de omstandigheden niet. De omstandigheden waar daar al, om je heen, daarom heten ze zo, en ze blijven groeien ook waar je ze zelf niet gezaaid hebt. Ze knellen, ze drukken, ze duwen dit bestaan een kant op die niet noodzakelijkerwijs een gewenste kant is. Probeer nog maar geloof te hechten aan de fabel van vrije wil als een mens zich geworpen ziet in de omstandigheden van de hoofdpersoon uit Oefeningen in donkerte. Een vrouw, al diep de vijftig in gestombeld, duwend naar zestig, met de sporen van haar tumultueuze jeugd die in haar ziel gekerfd. De harteloze, gewelddadige vader die alles brak wat er in de knop maar te breken valt opdat dit meisje en haar twee zussen nooit meer voluit bloeien zouden. De moeder die liever wegkeek, want wegkijken is makkelijker, zolang je het niet ziet kun je nog doen alsof het niet bestaat. Eén van de twee zussen wordt later, als ze op de rand van volwassenheid staan, door de hoofdpersoon dood aangetroffen op haar studentenkamer. Het lijkt niet direct zelfmoord te zijn, er is geen afscheidsbrief, het oogt niet gepland. Misschien een overdosis. Er is hoe dan ook iets voltrokken dat jaren geleden door de beul van een vader in gang gezet is. De overlevende zussen zuipen en feesten zo hard mogelijk om het verdriet te overstemmen. Altijd feest en altijd dronken; zo ook, bijvoorbeeld, die keer dat de hoofdpersoon toen ze aardig wat in haar keelgat had gegoten in slaap viel op een bed in een huis waar ze niemand kende. Toen ze wakker werd bemerkte ze dat iemand bezig was haar te verkrachten. En later. Dit jaar nog niet. Deze eeuw nog niet. Maar later zeker misschien, een heel klein beetje liefde vinden, zomaar, op een hoopje, ergens in een hoek. Het brengt een beetje respijt. Soms is er respijt. Een man, geluk, drie zonen, een gezin. Maar dan wil de man, de vader van haar zonen, misschien liever toch niet dit familieleven, misschien liever toch een eigen leven. Alsof je de levens voor het uitkiezen hebt en slecht één daarvan echt helemaal van jou is. Misschien is er ook een ander lief, en misschien is zij wat jonger dan de moeder van je drie zonen. Misschien een beetje minder getroebleerd ook. Maakt het uit? Wat het uitmaakt is dat de hoofdpersoon van Oefeningen in donkerte nu alleen is. Alleen de jongens moet opvoeden, want de vader verdwijnt steeds verder naar de achtergrond totdat hij daarin is opgelost. En is ze niet te stuk om dit alleen te kunnen, torst ze zelf al niet een te zware last met zich mee om helemaal in haar eentje ook nog drie jongens te moeten dragen, op het leven voor te bereiden? Ze doet wat ze kan, ze loodst haar jongens naar de volwassenheid. Niemand komt er helemaal zonder kleerscheuren vanaf. De jongens niet. De moeder niet. Dat doet leven. Het scheurt. Niet alleen kleren. Want als de vrouw later, alleen, de jongens allang het huis uit, ongewild getuige is van een vreselijk voorval waarbij haar hachje er ook nog bijna bij inschiet, heeft het leven haar net die ene kaaksmeet teveel gegeven. Wat rest zijn de therapeuten. Behandelaars. Psychologen. U weet wel. Uiteindelijk komt ze terecht bij een specialist in posttraumatische stressstoornissen (die heel het boek doorheen de ptss-man genoemd wordt, wat, misschien onbedoeld, iets grappigs heeft) (of misschien ben ik dat maar, ik heb een beetje een raar gevoel voor humor, ik lach wel vaker om dingen die niemand grappig vindt) (ik herinner me nog mijn keiharde lach door een verder doodstille bioscoop om een scéne waar klaarblijkelijk alleen ik humor in zag) (die zeer waarschijnlijk ook helemaal niet komisch bedoeld was) (al een geluk dat het donker is in zo’n bioscoop) (Debby en Nadia waren daar ook, ik vroeg me af of ze mijn lach herkend hadden, ze zeiden er later op school in elk geval niks over).

Dat is waar Oefeningen in donkerte begint. Bij de ptss-man. Bij de gesprekken. Bij het trauma. Slechts met mondjesmaat, zeg beetje bij beetje, komt de lezer meer te weten. Dat is het boek, en dat is ook waarom ik het eventjes vreesde. Ik was bang voor huilerig proza, vet aangezet drama, onophoudelijke psychologiseringen. Maar het viel mee. Allermeest viel het mee. Aidt laveert juist met een zekere elegantie langsheen de grote thema’s die ze aansnijdt. Dat is in de eerste plaats te danken aan haar bijna griezelige taalbeheersing. Oké je moet wat lelijke onwoorden als “dealen”, “hooked” of “steppingstone” voor lief nemen (of zouden die uit de pen van vertaler Kor de Vries zijn gevloeid? misschien zijn die woorden niet te vinden in het orzjienele Øvelser i morke? zijn sommige talen sterker misschien, zelfverzekerder, en daarom resistenter tegen Engels?) maar over het algemeen weet Aidt een verslavend hallucinant toontje aan te slaan. Poëtisch zou een mens kunnen zeggen. Maar dat dekt nog maar de halve lading. Zangerig, zou beter zijn. Melodieus. Muzikaal. Woorden die dansen. Gegeven een zeker soort ritme. Bij momenten wisselt het perspectief naar andere bewoners van het appartementencomplex waar de hoofdpersoon woont; die vertellen dan wie ze zijn en welk appartement van hen is en welke andere bewoners er nog zijn. Dat gaat steeds in dezelfde bewoordingen, met dezelfde accenten zodat deze passages een soort intermezzi worden of, zo je wilt, refreinen. Een vrouw uit de vriendinnengroep van de hoofdpersoon was een keer op een feest waar iedereen een anekdote moest vertellen. Op dit feest wordt in het  boek een aantal keer teruggekomen, altijd zonder enig verband met het voorafgaande of met het volgende -een zekere mate van fragmentarisme is iets anders wat dit boek zo’n aangename leeservaring maakt- en de paragrafen die handelen over dat feest worden steeds met min of meer gelijkluidende zinnen ingeluid: “Zoals gezegd was Lea een keer op een feest waar iedereen een anekdote moest meebrengen, en een vrouw tikte tegen haar glas en ging staan.” (met kleine variaties in woordvolgorde en -keus). Dat lijkt in beginsel nog iets grappigs te hebben, op een flauwzinnige sitcom-manier: het suffe personage dat altijd hetzelfde soort verhalen op eenzelfde soort manier vertelt, zodat de kijker op enig moment al gaat kunnen voorspellen wat er komt als die lulligaard weer begint. Type: Cliff Clavin. Of als dat je niks zegt: denk aan je oom die boekhouder is en nooit iets meemaakt en daarom steeds maar begint over die paar dingen die hij wél heeft meegemaakt. Doch al snel weet de lezer dat de anekdote die komen gaat, verre van grappig is. Zonder uitzondering vertellen de vrouwen op het feest hartverscheurende verhalen over verkrachting, vernedering, bedrog, pijn, verwaarlozing (feitelijk zijn het ook geen anekdotes want zijn anekdotes niet per definitie grappig of op zijn minst luchtig? in ieder geval gaat het bij een anekdote om een (eenmalig) voorval en niet om ganse levensgeschiedenissen). Daardoor krijgt de houterige inleiding met dat “zoals gezegd”, dat “op een feest”, dat “iedereen een anekdote”, en dat “tikte tegen haar glas en ging staan” een heel andere lading. Iemands onvoorstelbare pijn wordt tot anekdotiek gemaakt of, misschien erger nog, onbeduidend feestjesgeneuzel, kleinpraat, vermaak, een koe, een kalf, iets wat geen speciale aandacht behoeft en wel afgedaan kan worden met de meest afgesleten woorden die een taal te bieden heeft. De tragiek is dubbel: er is iets gruwelijks gebeurd en vervolgens wordt het gebeurde (door de maatschappij? daders? mannen? de slachtoffers zelve, die ingepeperd hebben gekregen er maar overheen te stappen, het “een plekje” te geven, ermee te leven?) gebagatelliseerd tot het nog maar louter borrelpraat meer is. En de lezer zat zelfs nog een beetje te gnuiven! Oja daar heb je haar weer met haar anekdotefeestje! Gnuiver voelt zich nu betrapt: werkt hij niet net zo hard mee aan de machinerie die de pijn en de ellende van deze vrouwen het liefste tot kleinzieligheden vermaalt?

Fragmentarisme, taalkunst, het omkeren van ingesleten reacties: het zijn slechts enkele technieken waarmee Aidt Oefeningen in donkerte zijn indringende pracht geeft. Iets anders dat opvalt is dat veel van de personages in dit boek naamloos blijven. De hoofdpersoon zelve kennen we alleen als “ik”, en vrijwel al haar verwanten alleen in de rol die ze ten opzichte van haar vervullen: de oudste / middelste / jongste zoon, de moeder, de vader, de kleinkinderen, de opa, de ptss-man, de zus, de ex-man, de vader van de drie zonen. Dat werkt vervreemdend omdat je bij namen makkelijker gezichten voorstelt. Zodus blijven de personages in dit boek tot op zekere hoogte gezichtsloos, waardoor je ze ook makkelijker met elkaar verwart? Wie had nu ook alweer dat saje baantje? Was dat de oudste, de middelste of de jongste zoon? Wat zei de zus die nu in Spanje woont en waarover ging dat of wacht was het misschien toch de dode zus die dat zei? De lezer weet het niet meer zeker, en moet af en toe terugbladeren.

Dus vervreemding ook?
Ja vervreemding ook. En verwarring. Omdat je moeite moet doen om het te begrijpen. En er niet uit eerste impuls overheen walsen. Dacht ik zelf al niet dat het huilerig zou zijn, alleen omdat het ging over iets waarvoor een vrouw in therapie moest gaan, is dat niet zoals we zijn (wij mannen, wij westerlingen, wij hollanders): niet zeiken, niet moeilijk doen, herpak u zelve, ga terug op het paard (hee door mijn eigen metafoor zie ik het einde van het boek nu ineens in ander licht!).

Aidt kent haar materialen. Niet alleen verstaat ze de kunst inkt te laten schreeuwen, ook bespeelt ze de lezer als was hij een instrument. Alsof hij ook deel uitmaakt van wat ze zeggen wil. Zijn verwachtingen, zijn vooroordelen, zijn ideeën, zijn meningen, wat hij voor humor meent te moeten houden (ja mijn rare bioscooplach komt terug na vijfendertig jaar om me in mijn billen te bijten). Het anekdotefeestje, het naamloos blijven van de ptss-man, de weerzin die de hoofdpersoon voelt tegen simpele dingen als feestjes, reizen, werk – het leek me alles aanvankelijk best grappig maar later keek ik toch in een angstaanjagender gelaat. Ik acht het niet onwaarschijnlijk dat Aidt de lachreflex doelbewust heeft opgezocht. Ergens een grapje van maken heeft eenzelfde functie als het wegkijken van de moeder van de hoofdpersoon: alles waar je om kunt lachen, hoef je niet serieus te nemen.

De lezer van Oefeningen in donkerte weet zich gemangeld, uitgewrongen, ontroerd, in zijn hemd gezet, gepijnigd en totaal onthutst. En hij kan niet anders dan Aidt daarvoor ten diepste dankbaar te zijn.

Naja Marie Aidt Oefeningen in donkerte

Oefeningen in donkerte

  • Auteur: Naja Marie Aidt (Denemarken)
  • Soort boek: Deense roman
  • Origineel: Øvelser i mørke (2 februari 2024)
  • Nederlandse vertaling: Kor de Vries
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 11 juni 2025
  • Omvang: 256 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Naja Marie Aidt

Op de tweede verdieping van een appartementencomplex dat uitsluitend door vrouwen wordt bewoond, woont een vrouw van 57 jaar. Ze heeft drie volwassen zonen, ze leeft alleen en slaapt geregeld onder haar salontafel. Ze lijdt aan PTSS sinds een zeer traumatische gewelddadige ervaring. Elke week neemt ze de bus om haar therapeut te ontmoeten, en met haar vriendinnen in de buurt probeert ze de donkerte waarin ze zich bevindt te bestrijden en te hopen op nieuwe dromen.

Oefeningen in donkerte is een confronterende roman over geweld tegen vrouwen en de liefde tussen vrouwen onder elkaar, over vrouw zijn en terugkijken op jezelf als kind, tiener, jonge vrouw en volwassene. Over in het reine komen met je verleden – op je eigen voorwaarden.

Naja Marie Aidt is geboren op 24 december 1963 in Aasiaat op Groenland. Ze  is een van de meest gewaardeerde Deense auteurs. In 2017 publiceerde ze Het boek van Carl over de dood
van haar zoon, waarvan in Denemarken 50.000 exemplaren werden verkocht. Het werd genomineerd voor de National Book Awards 2019, de Kirkus Review Awards 2019 en de PEN Translation Prize 2020 en werd in veertien talen vertaald. In 2022 ontving Aidt de Swedish Academy Nordic Prize.

Bijpassende boeken en informatie

Froukje van der Ploeg – Soms blijft iets

Froukje van der Ploeg Soms blijft iets recensie en informatie van de inhoud van de nieuwe dichtbundel. Op 11 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij Querido het boek met nieuwe gedichten van de Nederlandse dichteres Froukje van der Ploeg. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Froukje van der Ploeg Soms blijft iets recensie

  • “Ze weet wat ze ziet, ze ziet wat mensen beweegt, ze luistert naar ze en ze schrijft het op.” (Marijke Schermer)
  • “Een zeldzame combinatie van diepzinnigheid en toegankelijkheid, humor en ernst.” (Roos van Rijswijk)

Recensie van Tim Donker

Niet alle dichtbundels bereiken mij. Ik ben geen groot publiek. Ik zou de kust willen zijn. De kust waar alle poëzie aanspoelt. Maar ook de kust ben ik niet. Anders had ik het wel geweten. Als ik die kust was, of een groot publiek. Dan had ik geweten van Froukje van der Ploeg. Die maar één jaar jonger is dan ik wat er geen zaken mee heeft maar me toch opviel. In 2006 debuteerde ze met de dichtbundel Kater. Sindsdien publiceerde ze nog drie dichtbundels die, en nu sieteer ik het achterplat, “een groot publiek bereikten“. Lap. Daar heb je het. Een groot publiek bereikten die bundels dus wel. Maar mij bereikten ze niet.

En weer wens ik een groot publiek te zijn, en niet mij (mijzelf wens ik vaak niet te zijn). Want dan was Van Der Ploegs poëzie al veel eerder aangespoeld op mijn kust. Dan had ik al veel eerder haar woorden op mijn lijf, haar zinnen in mijn hoofd gehad. Die zinnen als spartelvisjes. Die woorden die de scheuren zijn waardoorheen het licht valt.

Bijvoorbeeld hoe een gedicht als En toen plotseling begint:

Heel kort geleden, zo kort geleden
dat het eigenlijk nu is, was er eens
in een land hier zo dichtbij
dat het eigenlijk hier is een wezen
dat zo op jou leek dat jij het bent

Een begin dat kan tellen, dat zo bloedmooi is dat het een gedicht op zichzelf is en je al bijna niet meer verder durft te lezen want misschien heb je hiermee je portie schoonheid al wel gehad voor deze dag, zulke dingen moet je doseren, teveel pracht slaat misschien wel om in het tegendeel, weet jij veel, maar je leest toch verder en het brengt je in verwarring, maar het is het goede soort verwarring, je weet niet of je een modern sprookje leest, of een oermythe over een wezen dat zichzelf tot het zijnde slaat door het niets te nietsen. Of is het een advies aan de lezer om hoog genoeg te vliegen opdat je vleugels zullen verbranden. Een lichaam te hebben dat op tijd in slaap valt, en niet pas tien minuten voor de wekker gaat. Of nog weer anders wellicht.

Dat kleeft aan deze poëzie. De veelkantigheid. Het onophoudelijk uit zijn voegen barsten. Dat spreken met al die tongen.

Van Der Ploeg instrueert de lezer over de perfecte wraak. Iemand steeds opnieuw die schooldag laten herbeleven van toen je dat tentamen Duits had waarvoor je niet had geleerd. Maak Nabokov onbegrijpelijk voor hem. Laat al zijn bier naar zuurkool smaken. Zulke wraak is zoet, zeg nou zelf, en dan tien jaar later om het te vieren een dagje naar zee. Neem een frietje. Rij weer naar huis.

Maar evengoed toont ze de poëzie van een inbraak. Een agente die weten wil of het huis altijd zo’n rotzooi is, en ja dit wel zo’n beetje de standaardsituatie ja, wanneer het gebeurd is weet je niet precies want je kent de werktijden van inbrekers niet. De humor in dingen die eigenlijk helemaal niet grappig zijn. Ook dat is een constante.

Of de dood. Of het leven. Punk is dood, en wij leven nog. In ieder geval leven we nog. Anderen zijn dood. Wie is er weg, wat is er weg in Autoriteit, wat kun je, leef je nog, weet je hoeveel knoflook in soep gaat, hangt dat niet af van welke soep het is godverdomme (in knoflooksoep al iets meer dan in erwtensoep vermoed ik), en hoe kun je weten wat er weg moet, wat echt dood is, een dichter is dood omdat hij oud was en rookte en leefde, een vriend is dood omdat hij jong is en de dood iets is om mee te spelen, maar denk je dat het einde der tijden gekomen is?

Of wat is. Wat was. De nostalgie. De hang naar. Dagen dat we niet waren waar onze ouders dachten dat we waren (dachten onze ouders? waren we ergens?). Of. Wat niet is wat het had moeten zijn. Wat niet geaccepteerd, niet volgens normen is. Omdat we ziek zijn. Omdat we dood gaan. Omdat we anders zijn. Altijd weer dat leven, en altijd weer druk met andere plannen. Of waar het heen moest. Toen je nog dacht dat je kon sturen. Pindakaas of kunstacademie. Toen je nog dacht dat het ene lor uitmaakte. Of zoals in één van die geweldige brieven die de dichter aan Imke schrijft: “Denk je dat onze tien jaar jongere ik / gelukkig is met hoe we zijn?” Imke en de dichter zijn in ieder geval geen zwervers geworden. Als kind wenste ik zwerver te worden. Zoals David Banner. Dat leek me mooi. Van stad naar stad, een eeuwige reis, altijd onderweg, een soort levenslange vakantie. Maar net als Van Der Ploeg ben ik toch geen zwerver geworden. Zou mijn vijfenveertig jaar jongere ik daar gelukkig mee zijn? Of met wat ik wel geworden ben? Of mijn dertig twintig tien jaar jongere ik? Altijd weer een pijnlijke vraag. Je bent nooit wat je ooit dacht te zullen zijn. En je kunt altijd weer meer verkloten in tien jaar dan je ooit voor mogelijk had gehouden.

Of alles wat ook zou kunnen zijn, in realiteiten anders dan de dagdagelijkse, misschien ontmoet je wel iemand omdat een spin met klompen over de muur van je slaapkamer loopt.

De gedichten in Soms blijft iets zijn grappig, melankoliek, verontrustend, surrealisties, schurend, verwarrend en ongekend prachtig – en meer dan eens dat allemaal tegelijk. Alle registers open zetten zonder dat het ook maar een moment gaat irriteren – daar moet je iets voor kunnen. Dan moet je een dichter zijn die van poëzie gemaakt is. Froukje van der Ploeg is zo’n dichter.

Froukje van der Ploeg Soms blijft iets

Soms blijft iets

  • Auteur: Froukje van der Ploeg (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 11 juni 2025
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek met nieuwe gedichten van Froukje van der Ploeg

Een godin zaait verwarring op aarde, een vrouw kijkt opgerold de tijd weg en huizen doen huizen na.

In haar nieuwe bundel trekt Froukje van der Ploeg lering uit alles wat beklijft. Met humor en zonder schroom onderzoekt ze het ongemak, de verandering en het welbehagen van lichamen, noteert ze de levensverhalen van andere mensen en toont ze hoe een spin die met klompen over de slaapkamermuur loopt grote gevolgen kan hebben. In brieven aan Imke en op weg naar huis, door het park, maakt ze de balans op.

Froukje van der Ploeg is geboren in 1974. Zr debuteerde in 2006 met de dichtbundel Kater. Sindsdien publiceerde ze nog drie dichtbundels, die een groot publiek bereikten, Zover (2013), Dit is hoe het ging (2016), Nachtvangst (2020). Ze ontving de Hollands Maandblad Poëziebeurs en werd genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs. Regelmatig wordt haar werk in literaire tijdschriften en in bloemlezingen gepubliceerd, en treedt ze op festivals op.

Bijpassende boeken en informatie

Jemimah Wei – De tweede dochter

Jemimah Wei De tweede dochter recensie en informatie roman van de in Singapore geboren schrijfster. Op 6 mei 2025 verschijnt bij Meridiaan Uitgevers de Nederlandse vertaling van de roman The Original Daughter van schrijfster Jemimah Wei. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Jemimah Wei De tweede dochter recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De tweede dochter, de roman van Jemimah Wei, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Een boek dat je niet mag missen.” (The New York Times)
  • “Dit verhaal over een familie en haar strijd voor vrijheid, intimiteit en overleven stelt niet alleen de vraag wat het betekent om te houden van, maar hoe goed te houden van de ander, vooral in een wereld waar onze relaties ons zowel kunnen binden als breken.” (Jonathan Escoffery)

Recensie van de redactie

Schrijfster Jemimah Wei is geboren en getogen in de stadstaat Singapore. De naam van het land in Azië zal bij velen wel bekend zijn maar hoe het er is om te leven, wonen en werken, zal voor de meesten van ons onbekend terrein zijn. Via De tweede dochter wordt ons, lezers, inzage gegeven in hoe het is om er op te groeien.

De familieroman De tweede dochter vertelt het verhaal van twee zussen die opgroeien in een ambitieuze omgeving. Of beter gezegd onder het juk van een moeder die bijna eist dat haar dochters wat bereiken in het leven. In eerste instantie zorgt dit voor druk in de onderlinge relatie tussen de zussen maar langzaam maar zeker zorgt het er ook voor dat ze naar elkaar toe groeien.

In deze gelaagde coming-of-age roman vertelt Jemimah Wei hoe het is om op te groeien in een ambitieuze omgeving waar zowel druk als liefde wordt ervaren. Hoe dit twee meiden die erin opgroeien erdoor gevormd worden, maar toch andere keuzes maken die voor zowel aantrekking als afstoting zorgen.

Naar verloop van tijd, neemt schrijfster Jemimah Wei de regie van het verhaal  steeds strakker in handen, zo lijkt het. Of dit een bewuste keuze is dan wel de ontwikkeling van het schrijverschap, laat zich raden. Desalniettemin is De tweede dochter een veelbelovend debuut dat verwachtingen wekt voor het volgende werk. Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Jemimah Wei De tweede dochter

De tweede dochter

  • Auteur: Jemima Wei (Singapore)
  • Soort boek: Singaporese roman
  • Origineel: The Original Daughter (2025)
  • Nederlandse vertaling: Dirk-Jan Arensman
  • Uitgever: Meridiaan Uitgevers
  • Verschijnt: 6 juni 2025
  • Omvang: 496 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 12,99
  • Waardering roman: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman uit Singapore van Jimimah Wei

Genevieve Yang is enig kind en woont met haar ouders en grootmoeder in een eenkamerflat in Bedok, Singapore. De familie wordt geconfronteerd met Arin, uit het geheime tweede gezin dat grootvader had in Maleisië.

De twee meisjes groeien, na een uiterst stroef begin, op als hechte zussen. Hun charismatische moeder, Su, geeft haar meisjes lof en liefde die tegelijkertijd onlosmakelijk verbonden zijn met hoge verwachtingen voor hun toekomst, en ze schrijft haar dochters bemoedigende briefjes: ‘Mevrouw Su Yang wenst haar dochters, Genevieve Yang, Arin Yang, en hun grote mooie hersenen een prachtige en productieve dag toe.’

Bijna twintig jaar later, in 2015, is Arin een internationaal bekende actrice met een mysterieuze uitstraling, terwijl Gen uit alle macht heeft geprobeerd om níet te voldoen aan al die onverbiddelijke eisen.

Jemimah Wei (1992) is geboren en getogen in Singapore. Ze was Stegner Fellow aan Stanford University, ontving beurzen en prijzen van Columbia University, de Sewanee Writers’ Conference, de Bread Loaf Writers’ Conference en de National Arts Council van Singapore. Ook won ze de William Van Dyke Short Story Prize en werd ze genomineerd voor de Pushcart Prize. Wei is gekozen als een van de ‘5 under 35 honorees’ van de National Book Foundation.

Bijpassende boeken en informatie

Twan Vet – Troostpogingen

Twan Vet Troostpogingen recensie en informatie boek en debuut met gedichten en poëzie van de in Seoul geboren Nederlandse dichter. Op 5 juni 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Bezige bij de nieuwe dichtbundel van Twan Vet. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Twan Vet Troostpogingen recensie van Tim Donker

Voor deze Twan Vet hier zie ik een grootse toekomst weggelegd. Maar wel als cabaretier. Of als staande komediant (klaarblijkelijk bleven hele generaties komedianten er altijd maar bij zitten totdat er één op het idee kwam om er bij te gaan staan). Want hij heeft de neiging een moje gedachte om zeep te helpen met wagonladingen banaliteiten en kliesjees.

Troostpogingen opent met een gedicht dat Achtuurjournaal heet, en dat is goed, misschien openen veel mensen hun avond met het achtuurjournaal, of naja, wat weet ik daarvan, ik kijk nooit televisie. Misschien is het ook wel de eerste dag van een nieuw jaar, want: “Ik hou van elk nieuw jaar zeg je, als het nog niet gebeurd is, / nog knispert in het cellofaan. Als geen mens / de dagen nog heeft aangeraakt.”, klinkt het, en dat is een moje gedachte; een jaar als een leegte die nog met van alles gevuld kan worden; een nieuw jaar dat nog ongevormd ligt te liggen; waar niemand nog een kleur aan gegeven heeft. Ik herinner het me zo te voelen toen ik nog een kinderken waart. Het verheugen omdat er iets in huis was dat nog helemaal nagelnieuw was, al was dat maar een jaar, al waren het maar getallen: een 1 en een 9 en een 8 en een 0, en ik ging zeven worden dat jaar en Lonneke was er nog, en zelfs het decennium was nieuw, en mijn knuffels dachten er net zo over, ik had het die ochtend nog aan ze gevraagd.

Maar dan gaat het gedicht verder. Gedichten gaan altijd weer verder, gedichten gaan vaak verder waar ze eigenlijk al afgelopen hadden moeten zijn. De televisie wordt een “treurbuis” genoemd en volgens mij was dat in de jaren zeventig al een kliesjeewoord, en het zwaarste nieuws was vroeger nog te dragen omdat Rob Trip het gezegd had. Ik moest hem even opzoeken en toen kende ik dat gezicht wel, hoe vroeger is vroeger, naja Vet is natuurlijk schandalig jong, die is geboren in 1998, toen waren fatsoenlijke mensen allang volwassen, maar toch, zelfs met dat in het achterhoofd is het effect minimaal, want als er Harmen Siezen of Fred Emmer had gestaan had ik het nog na kunnen voelen misschien, was het nieuws toen veel onschuldiger of knulliger of houteriger, zodat het iets aandoenlijks had ook als er erge dingen werden verteld?, of was het maar dat ik kind was en nooit de volledige implicatie van al die berichten doorvoelde? Je kunt een mens niet verwijten dat hij niet ouder is dan hij is en ik probeer het te snappen door Rob Trip te vervangen door Harmen Siezen, maar toch: als die Rob Trip verder in de bundel nog een paar keer ten tonele wordt gevoerd krijgt het iets kolderieks. Dus vandaar. Zei ik cabaret.

In De zevende dag (is dat ook al niet iets van televisie?) (Twan Vet kijkt echt veel te veel televisie) komen we een ander bekend persoon tegen: “God had net de kroeg geschapen, zocht afgemat / een plekje aan de bar en bestelde rode wijn. / Na het vierde glas bedacht ze mij.” God als (aantrekkelijke?) vrouw, ook de omkering van een kliesjee is kliesjee, een liefje-voor-één-nacht: dronken de liefde bedrijvend met de ikfiguur, klaarkomend, en liggend, daar, in het eerste ochtendlicht. Ik kan zien hoe dit kan werken in een zaal vol lachende mensen. Blasfemie kan best heel grappig zijn, al is het misschien een beetje te vaak gedaan en hebben christendomgrappen langzamerhand wel wat van hun urgentie verloren. Maar deze bundel is geen zaal. Deze bundel is van papier en ik weet niet wat dit op papier met mij doet. Voor ontroering is de situatie net een beetje te bizar, hoewel de laatste regels iets lieflijks hebben. Voorlopig slechts goed voor een vluchtige grijns. Is een grijns goed genoeg voor een gedicht? Does humor belong in music?, vroeg Frank Zappa zich af en ooit, als student, aan het eind van weeral een avond in de spoelkeuken, tijdens wat wij personeelsleden “de nazit” noemden, herhaalde ik de vraag toen we wijn dronken en de overgebleven amuses opaten en kok Hans (ook hij nu dood) beantwoorde hem met een kort en krachtig NEE. Ik keek hem met één opgetrokken wenkbrauw aan maar vele jaren later ben ik zijn onomstotelijke nee gaan begrijpen. Humor maakt muziek zelden beter. Vervelender wel, vaak. Humor in poëzie zou bij Hans misschien een voorzichtiger “nee” hebben uitgelokt (hij hield van de poëzie van Bukowski, soms toch ook niet ongrappig) en ook ik kan humor in poëzie best goed pruimen: K. Schippers kan je overweldigen terwijl je zit te lachen (voor absurdisme is in gedichten best wel heel veel plaats) maar dat is niet iedere dichter gegeven.

Je kunt het sterk vinden hoe Vet de lezer geen blijf laat weten met zijn emoties. Moet ik lachen, moet ik geschokt zijn, moet het me vertederen? Er is een gedicht over een niet-bestaande dochter dat me bijna ontroeren wist. Totdat Vet begint over hoe hij in “elke jongen” het monster ziet “dat alleen aan neuken / denkt en haar straks ook de hel in naait” en wat het ook was dat ik net begon te voelen met één lompe trap vermorzelt. Hoe blijf ik achter? Ook niet geschokt. Verward misschien. Waarom dat platvloerse taalgebruik? Welk effect wordt hier beoogd? Welke dochter kan een vader tot zulke woorden inspireren? Ik weet niet wat dit is.

Of later, verder, liefde als een oude krant die van bed naar bed waait, zeg me wat dat was.

Maar “nog maar half / zo eenzaam als je straks zult zijn” is dan weer helemaal raak, dat is er vol op, dat is een treurige gedachte, en toch is het mooi, het is een indringende gedachte over hoe dingen gaan, over hoe het leven gaat, dat inzicht geef je iemand die in 1998 pas een keer het levenslicht zag eigenlijk niet, ik moest zelf best al oud zijn om te weten dat alle droefnis die ik als jongere voelde en die me toen heel erg leek eigenlijk veel hoopvoller was dat de droefnis zoals ik die later ben gaan voelen.

En ”Slaap altijd met je sokken aan, / koop nooit een kruimeldief, / post vijf keer in je leven een liefdesbrief / die beter zoekraakt dan gelezen wordt, // kweek het verlangen om de zee te zien / en ga dan niet, raak door het verstrijken / van de tijd drie goede vrienden kwijt, // loop minstens twaalf vage angsten op / waarvan je niet meer zult genezen, / zorg dat je meer boeken hebt gelezen / dan je mensen hebt veracht, // sluit vrede met het feit dat alles wat je ziet / al mooier door een ander is gezien, / begrijp je ouders pas als het / te laat is voor verdriet, // beweer elke week ten onrechte / dat je weet waarom je leeft, / luister nooit naar iemand / die je meer dan tien adviezen geeft.” vond ik op de goede manier grappig, omdat er ook een lichte treurnis in zit, een klein schokje van het ongerijmde, het absurde van het willekeurige, en kruimeldief is sowieso een bijzonder achterlijk woord, en dat alles bestaat (kruimeldieven bestaan, de zee bestaat, vrienden kwijtraken bestaat).

Als troostpogingen is Troostpogingen al half geslaagd. Er kwamen grijnzen op mijn bakkes, ik zag flitsen die me stil lieten staan, er was gloed, er was een licht daar in de hoek dat goed voor me was.
Als cabaret zou het kunnen werken; er wordt niet alleen maar op een lach gemikt, er worden ook dingen overhoop gegooid, je zou van een avondje Vet nog iets mee kunnen nemen misschien.
Als poëzie komt het voor mij nog net een beetje te kort. Maar dit is een debuut. Vet kan nog veel kanten op. Een verkeerde kant ook, en dan  een nog verkeerdere. Doe het dan nog eens. En faal beter.

Twan Vet Troostpogingen

Troostpogingen

  • Auteur: Twan Vet (Nederland)
  • Soort boek: gedichten, poëzie, debuut
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 5 juni 2025
  • Omvang: 48 pagina’s
  • Uitgave: paperback / luisterboek
  • Prijs: € 21,99 / € 9,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de eerste dichtbundel van Twan Vet

Troostpogingen is een wonderschoon en toegankelijk debuut van Twan Vet, een rijzende ster in de Nederlandse poëzie. Voor de lezers van Menno Wigman en Tjitske Jansen.

Laatste zomerbrief

Ik weet ook wel dat men elkaar in deze tijd
nog amper brieven schrijft, maar dan:
wie gelooft er nog in poëzie?

Jij niet. Daarom is dit een brief
om onder in een la te steken
en bijna te vergeten.

Veel later pas zul je dit lezen
en dan moet je weten dat ik
deze woorden voor je schreef

in de dagen dat we samen waren,
kusten onder de straatlantaars,
in het park en voor je huis.

Als je me mist: houd deze kleine brief
dan schuin. Er dwarrelt nog wat van
het zonlicht dat we lang geleden samen deelden uit.

Twan Vet is in 1998 in Seoul, Zuid-Korea geboren. Hij is dichter, schrijver en muzikant. Troostpogingen is zijn literaire debuut.

Bijpassende boeken en informatie