Tag archieven: verhalen

Shrouq Doghmosh – Niemand op de begraafplaats

Shrouq Doghmosh Niemand op de begraafplaats recensie, review en informatie boek met verhalen en gedichten uit Gaza. Op 8 september 2026 verschijnt bij Uitgeverij Jurgen Maas de Nederlandse vertaling van het boek van Shrouq Doghmosh, de Gazaanse schrijfster. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Shrouq Doghmosh Niemand op de begraafplaats recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Niemand op de begraafplaats, het boek met verhalen en gedichten uit Gaza, geschreven door Shrouq Doghmosh, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Shrouq Doghmosh Niemand op de begraafplaats

Niemand op de begraafplaats

Verhalen en gedichten uit Gaza

  • Auteur: Shrouq Doghmosh (Gaza)
  • Soort boek: gedichten, verhalen
  • Nederlandse vertaling: Djûke Poppinga
  • Uitgever: Uitgeverij Jurgen Maas
  • Verschijnt: 9 september 2026
  • Omvang: 112 pagina’s
  • Afmetingen: 13,8 x 21,2 x 1,3 cm
  • Gewicht: 252 gram
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 22,50
  • Boek bestellen >

Flaptekst van het boek van Shrouq Doghmosh met verhalen en gedichten uit Gaza

Niemand op de begraafplaats is een bundel over verlies, overleven en menselijkheid. Alle verhalen spelen zich af tijdens de genocide in Gaza.

Zo is er Layla. Bij haar geboorte wist haar moeder niet welke naam ze haar moest geven en koos uiteindelijk iets lichtvoetigs. Haar vader maakte er een mooie bijnaam van en dat werd de naam die haar familie voortaan zou gebruiken. Toen ze ouder werd, waren de eerste letters die ze leerde die van haar eigen naam. Ze schreef ze overal: op de muur van het klaslokaal, op haar schoolbank, op de wanden thuis, op deuren, autoruiten en spiegels, zonder zich om de gevolgen te bekommeren.

Ze werd verliefd op een jongen die haar naam in elke boomstam kerfde en in het zand van het strand schreef. Haar favoriete plek was het restaurant dat haar naam op borden, taarten en bekers ijskoffie had gezet. En nu ligt ze op de vloer van het ziekenhuis, gewikkeld in een wit laken, waarop in hanenpoten staat geschreven: identiteit onbekend.

Het boek is h derde deel in de serie Stemmen uit Gaza.

Shrouq Doghmosh is in 1996 geboren in Gaza en heeft een bachelor in Arabische taal en literatuur van de Al-Azhar Universiteit in Gaza. Ze schrijft korte verhalen en gedichten en publiceerde eerder een bundel met de titel ‘I Was Killed at This Time’.

Bijpassende boeken

David James Poissant – De dierenhemel

David James Poissant De dierenhemel recensie, review en informatie over de inhoud van het literaire debuut van de Amerikaanse schrijver. Op 1 december 2026 verschijnt bij Uitgeverij Weerwoord de Nederlandse vertaling van The Heaven of Animals, de verhalenbundel van David James Poissant, de auteur uit de Verenigde Staten. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

David James Poissant De dierenhemel recensies en reviews

Als er in de media een bespreking, review of recensie verschijnt van De dierenhemel, het literaire debuut geschreven door de Amerikaanse schrijver David James Poissant, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “De dierenhemel is een buitengewoon debuut van de uit Florida afkomstige auteur David James Poissant – een Venn-diagram van het wonderbaarlijke en het absurde. Net als bij Flannery O’Connor worden de verhalen van Poissant gekenmerkt door geweld, humor en genade; net als Saunders kan Poissant de werkelijkheid buigen; en net als Carver en Diaz schrijft hij scènes die doordrenkt zijn van kerosine en op het punt staan ​​in brand te vliegen. Op deze pagina’s vind je innemende schurken en zelfbedriegende oplichters, jonge geliefden, alligators en dode honden, vaders en zonen, de verwrongen liefde binnen een gezin, de krankzinnige hilariteit van het Zuiden en de ‘meetkunde’ van verlies.” (Karen Russell, auteur)
  • “Een boeiende, knap geschreven bundel… De diepe betrokkenheid van de auteur bij zijn personages blijkt uit zijn invoelende pogingen om de raadsels van het menselijk bestaan ​​te doorgronden, geschreven in Poissants door en door realistische stijl en strakke stijl.” (Booklist)
  • Het komt niet vaak voor dat je in een debuutbundel verhalen leest die getuigen van zoveel veelzijdigheid, precisie, kracht en emotionele diepgang. Het voelt eigenlijk helemaal niet aan als een debuut. Dit is prachtig, meeslepend en meesterlijk werk. David James Poissant behoort tot de absolute top van het nieuwe schrijverstalent, en ik twijfel er niet aan dat we nog veel meer van hem zullen horen.” (Brad Watson, auteur)

David James Poissant De dierenhemel

De dierenhemel

  • Auteur: David James Poissant (Verenigde Staten)
  • Soort boek: verhalen
  • Origineel: The Heaven of Animals (2014)
  • Nederlandse vertaling: Johannes Jonkers
  • Uitgever: Weerwoord
  • Verschijnt: 1 december 2026
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Afmetingen: 13 x 21 cm
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 26,99 / € 14,99
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek van David James Poissant

Van twee vrienden die een alligator proberen te redden tot een meisje dat haar vriend helpt om zijn grootste angst onder ogen te komen. Van een vrouw die ons leert hoe je je man kan helpen sterven tot een man die afscheid neemt van zijn hond. Van een intens schone nachtelijke ontmoeting met een wolf tot een een roadtrip tegen de klok om een stervende zoon een laatste keer te zien.

In de verhalen van David James Poissant worden de personages op de proef gesteld door de soms meedogenloze kracht van liefde. Recht uit het leven gegrepen, worden ze achtervolgd door hun eigen fouten en moeten ze op kritieke momenten kiezen tussen springen of wegkijken. Oprechte verhalen, met een complexe, donkere rand en geschreven vol mededogen: De dierenhemel is een scherpe, levendige en verslavende verhalenbundel vol humor, tragiek en vol mededogen geportretteerde menselijkheid.

David James Poissant is een Amerikaanse schrijver die creatief schrijven doceert aan de University of Central Florida. Hij debuteerde in 2014 met The Heaven of Animals. De beklijvende collectie kortverhalen werd alom geprezen en veelvuldig voor prijzen genomineerd. In 2025 werd ze ook verfilmd. Zijn debuutroman Lake Life verscheen in 2020. David James Poissant woont in Orlando met zijn vrouw en dochters.

Bijpassende boeken en informatie

Banana Yoshimoto – Hagedis

Banana Yoshimoto Hagedis recensie, review en informatie over de inhoud van het boek met verhalen over Tokio van de Japanse schrijfster. Op 30 november 2026 verschijnt bij Uitgeverij Das Mag de Nederlandse vertaling van de verhalenbundel van Banana Yoshimoto, de schrijfster uit Japan. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Banana Yoshimoto Hagedis recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Hagedis, het boek met verhalen van de Japanse schrijfster Banana Yoshimoto, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Banana Yoshimoto Hagedis

Hagedis

  • Auteur: Banana Yoshimoto (Japan)
  • Soort boek: verhalen
  • Origineel: とかげ (1993)
  • Nederlandse vertaling: Maarten Liebregts
  • Uitgever: Das Mag
  • Verschijnt: 30 november 2026
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Afmetingen: 12,5 x 20 cm
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,50
  • Boek bestellen >

Flaptekst van het boek met verhalen van Banana Yoshimoto

Zes heerlijk enigmatische verhalen van Banana Yoshimoto, auteur van de bestseller Kitchen.

Over jonge mensen in de grote stad en hoe ze omgaan met verlies, het lot en het verstrijken van de tijd. Een prachtige dwarsdoorsnede van het leven in Tokio in de jaren negentig.

Na het succes van Kitchen en Moshi moshi de allereerste verhalenbundel van Banana Yoshimoto ooit in Nederlandse vertaling.

Banana Yoshimoto is het pseudoniem van Mahoko Yoshimoto die op 24 juli 1964 is geboren in de Japanse hoofdstad Tokio. Ze, is een van de meest gelezen Japanse auteurs ter wereld en schrijver van een enorm oeuvre van verhalen en romans.

Bijpassende boeken en informatie

Hafid Bouazza – Verzameld proza

Hafid Bouazza Verzameld proza recensie, review en informatie boek met alle romans en verhalen van de Marokkaans-Nederlandse schrijver. Op 29 oktober 2026 verschijnt bij Uitgeverij Prometheus het boek van Hafid Boauzza met al zijn proza. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Hafid Bouazza Verzameld proza recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van het boek met het verzameld proza van Hafid Bouazza, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Hafid Bouazza Verzameld proza

Verzameld proza

  • Auteur: Hafid Bouazza (Marokko, Nederland)
  • Soort boek: romans, verhalen
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 29 september 2026
  • Omvang: 896 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 49,99
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek van Hafid Bouazza met al zijn romans en verhalen

Lyrisch, sensueel, erotisch, uitzinnig – de taal van Hafid Bouazza (1970-2021) kon een groot deel van de menselijke ervaring omvatten. Het maakte hem vanaf het verschijnen van zijn veelgeprezen debuut De voeten van Abdullah (1996) tot een bijzondere en geliefde verschijning binnen de Nederlandstalige letteren. Zijn werk werd bekroond met de E. du Perronprijs en de Gouden Uil, en hij gold als een van de meest getalenteerde schrijvers van zijn generatie.

Uitgeverij Prometheus eert Bouazza’s schrijverschap door voor het eerst al zijn verhalend werk bijeen te brengen: van De voeten van Abdullah en de bekroonde roman Paravion (2003) tot het bedwelmende Meriswin (2014), met inbegrip van het spraakmakende Boekenweekessay Een beer in bontjas (2001).

Het Verzameld proza toont eens te meer het unieke karakter van dit belangwekkende, nauw samenhangende oeuvre, en maakt het beschikbaar voor een volgende generatie lezers.

Hafid Bouazza is op 8 maart 1970 geboren in Oujda, Marokko. Zijn gezin kwam in oktober 1977 naar Nederland. Bouazza groeide op in Arkel en Bouazza heeft daarna in Amsterdam de studie Arabische taal- en letterkunde gevolgd. In 1995 debuteerde hij met een verhaal in de bundel De Daad, waarna hij in de jaren daarna romans, verhalen en toneelbewerkingen publiceerde. Journalist en schrijfster Hassnae Bouazza is zijn zus. Op 29 april 2021 overleed Hafid Bouazza, slechts 51 jaar oud, in het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam aan de gevolgen van leverfalen, veroorzaakt door verslavingen.

Bijpassende boeken en informatie

JMH Berckmans – Barakstad

JMH Berckmans Barakstad recensie, review en informatie boek met het volledige gepubliceerde oeuvre van de Vlaamse schrijver. Op 26 augustus 2026 verschijnt bij Pelckmans Uitgevers het boek met het verzameld werk van JMH Berckmans de schrijver uit Vlaanderen die in 2008 is overleden. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

JMH Berckmans Barakstad recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Barakstad, het boek met het gebundeld werk van JMH Berckmans, de Vlaamse schrijver, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

Dode schrijvers schrijven niet meer. In sommige gevallen is dat misschien maar goed ook, of in elk geval toch geen al te groot verlies. Maar er zijn ook schrijvers die honderd hadden moeten worden, of honderdvijftig, om jou nog je hele leven van nieuwe boeken te blijven voorzien. Tot die laatste categorie behoort de Antwerpse schrijver Jean-Marie Henri Berckmans.

Hij overleed in 2008, slechts 54 jaar oud. In 1977 debuteerde hij en het laatste bij leven verschenen boek, Je kunt geen twintig zijn op suikerheuvel, kwam uit in 2006. Er heeft steeds een duidelijke opgaande lijn gezeten in zijn publicaties. Dat wil zeggen: de man werd -tot op zekere hoogte (o, maar daar wil ik zometeen nog wat over zeggen)- per boek beter. Met een oeuvre dat sowieso al hoogst origineel genoemd mocht worden. Een schrijver, ik zeg, als nooit tevoren. Een schrijver, ik zeg, als geen enkele andere.

Niettemin was hij tijdens zijn leven niet perse zeer beroemd. Oja. Nu staan ze daar wel. Nu staan ze daar allemaal. Op de binnenkaften van dit hier Barakstad. Moje dingen staan ze daar te zeggen over Berckmans. Herman Brusselmans en Saskia De Coster en Peter Verhelst en Arnon Grunberg en Guido Belcanto zelfs, van alle mensen waaraan je zou kunnen denken. Marcel Vanthilt zegt De échte Johnny Rotten: die van de Vlaamse literatuur, en ik denk wat heeft die Vanthilt met Johnny Rotten?, er was toen in de dagen van Arbeid Adelt ook al dat Johnniie Sexpistool, en tistezeggen hum maar als je het mij vraagt was Lydon veel meer punk (en veel interessanter ook) toen hij ophield rotten te zijn. En Delphine Lecompte zegt Ik ben soms bang om te eindigen zoals de wrakkkige morsige deerniswekkende ontredderde mens Berckmans. Ik kan alleen maar hopen om te worden zoals de geestige rauwe roekeloze ontroerende schrijver Berckmans, en ik denk, te vrezen of te hopen – klaarblijkelijk fungeert Berckmans als een soort eindfase ofzo? (ik weet niet zo goed wat te denken, eigenlijk, van die Lecompte. soms denk ik dat ze een aandachtszoekende aanstelster is. andere keren kan ik in haar ook wel de Patty Smith van de laaglandse letteren zien) (Patty Smith! laaglandse letteren! zie mij bezig!). En ik weet niet waar al die mensen waren toen Jean-Marie Henri Berckmans nog leefde, ik weet niet waar zij allen waren vóór de millenniumwende, ik ga hier niet beweren dat ik Brusselmans of Belcanto of Grunberg in die dagen nogal eens geregeld sprak, & laat staan over Berckmans, dus het kan goed zijn dat zij altijd al fervente lezers waren van zijn boeken. Maar “in die dagen” sprak ik toch wel geregeld mensen die werkzaam waren in het boekenvak. Uitgevers. Boekhandelaren. Letterkundigen. Of al eens een wat marginalere schrijver. En het is met toen meermaals overkomen dat glazige blikken mijn deel waren als ik over Pafke het meest komplete mafke begon. Wat zeg je? Berckmans? Nee sorry. Die ken ik niet. Nooit van gehoord. Het spijt ons.

Zelf leerde ik zijn werk misschien ook maar per toeval kennen. Ergens in de twede helft van het laatste decennium van een vorig millennium kocht ik een bloemlezing. Twedehands. Ik geloof dat dat boek Aan iedere spijker een regel heette, maar zeker weten doe ik dat inmiddels niet meer. Hoe ook. Een bloemlezing, toen, in de jaren die negentig heette; het was daarin dat ik las. Twee stukken van ene JMH Berckmans. Stukken die je prozagedichten kon noemen (o, maar daar wil ik zometeen nog wat over zeggen), of verhalen, of litanieën, of monologen, of theaterteksten. Het raakte me dwars, het raakte me volledig, het raakte me gans, het raakte me geheel. Dit was een schrijver. Ja. Dit was een schrijver. Van wie. Ik alles moest hebben. Die dagen. De dagen. Dat decennium. Berckmans leefde nog en schreef nog en zijn boeken waren voor wie goed zoeken wilde best heel vindbaar. Veel van zijn werk eindigde in de ramsj. Bij De Slegte. Andere titels doken nog wel op in het twedehanssirkwie, zij het niet zeer frekwent. Blijkbaar deden mensen die iets van hem in handen gekregen hadden het niet snel van de hand. Of kochten twedehandsboekverkopers het niet eens in. Dat raak ik niet kwijt. Jaja. Ik ken dat riedeltje wel. Ik heb daar ook wel eens gestaan met een stapeltje in een plastieken zakje. En het -enigszins beschaamd- weer mee terug moeten nemen dan. Harold Polis stuurde me Vergeet niet wat de zevenslaper zei toe. Berckmans’ “twede debuut” uit 1989. Mijn vader kocht me Taxi naar de Boerhaavestraat. Bij Van Pierre. In Eindhoven. Het was op dat moment al een paar jaar uit, drie vier jaar misschien, maar het lag daar gewoon, in een reguliere boekhandel, niet twedehands. Vaak als ik een weekendje bij mijn vader ging logeren moest hij naar Van Pierre. Voor “vakliteratuur”.  Dan stond hij op de afdeling Psychologie. Of bij één of andere afhaalbalie. Als hij wat besteld had. Ik slenterde dan zo’n beetje langs de literatuur heen en weer. Zag ik me daar een keer verdorie Taxi naar de Boerhaavestraat staan! Het was enkele maanden na mijn “ontdekking” via dat misschien wel misschien niet getitelde Aan iedere spijker een regel, mijn enthousiasme grensde nog aan hondsdolheid, en ik liep met het boek naar mijn vader. Moet je opletten, zei ik, dit moet je horen, dit is een hele bijzondere schrijver, en ik begon lukraak wat dingen voor te lezen, dwars doorheen zijn gesprek met de verkoper. Mijn vader kocht me het boek, misschien om me op te laten houden, misschien uit schaamte, misschien om zich ten opzichte van zijn vaste boekverkoper de gulle vader te tonen. Ik weet het niet. Maar ik had m. Mijn eerste Berckmans. Misschien niet het beste moment, nu, in dit betoog, om te zeggen dat het me een beetje tegenviel. Maar dat deed het wel. Het was me af en toe té bukowskiaans. In die tijd vond ik nog dat ik Bukowski goed moet vinden maar zelfs toen was ik al van mening dat Berckmans hem in de schaduw stelde. Hij zijn mosterd niet bij hem halen hoefde. Dacht ik ook: zou Berckmans voor het oog van de camera zijn vrouw gaan trappen? Hum. Ja. Misschien. Maar toch.

Waar ook vandaan, ze kwamen. Alle titels. Allemaal in mijn boekenkast terecht. Allemaal eerste drukken. Van wat na Slecht nieuws voor Doctor Paf de Pierennaaier, Pandemonium in de Grauwzone verscheen, werd minstens één titel, maar misschien ook twee of drie, me door Berckmans zelve toegestuurd (o, maar daar wil ik zometeen nog wat over zeggen); andere belandden niet geheel als vanzelf op mijn recenseertafel. Wat ik niet kreeg (van uitgevers, Berckmans of mijn vader), heb ik kunnen kopen aan spotprijzen. Maar nu. Nu is de man al bijna twintig jaar dood. Nu is hij een cultschrijver. Staat iemand stom gnuivend te lachen en houdt zijn wijsvinger een klein eindje van zijn duim vandaan om te suggereren dat Berckmans maar een “klein” cultschrijvertje is. Ik wist niet dat ze in verschillende formaten kwamen. Maar de prijzen van zijn boeken zijn nu antiquarisch -zo al vindbaar- zeker niet klein. Daarom zeg ik: val op uw knieën, literatuurliefhebbers dezer landen, want Pelckmans is gekomen, Pelckmans kwam. Pelckmans geeft uit: Barakstad. Berckmans gebundeld. Alle boeken van de goddelijke Antwerpenaar in één band.

Alle?

Ja. Hier misschien even een kleine waarschuwing voor aldiegenen wier liefde voor het werk van deze schrijver al wat langer loopt. Mensen zoals ik. Zeg maar. Mocht u een kleine hoop koesteren, ergens diep binnenin u, dat deze band misschien iets onverwachts bevat -een titel die u even over het hoofd had gezien, een vergeten verhaal, een nog in de nalatenschap opgedoken reeks brieven- dan kan ik die hoop almeteens de bodem in slaan. Barakstad bevat, heel gewoon:

Geschiedenis van de revolutie. Brief aan een meisje in Hoboken
Tranen voor Coltrane
Vergeet niet wat de zevenslaper zei
Café de Raaf nog steeds gesloten
Rock & Roll met Frieda Vindevogel
Het zomert in Barakstad
Taxi naar de Boerhaavestraat
Bericht uit Klein Konstantinopel
Ontbijt in het vilbeluik
Slecht nieuws voor Doctor Paf de Pierennaaier, Pandemonium in de Grauwzone
As op Jazzwoensdag
Na het baden bij Baxter en de ontluizing bij Miss Grace
Het onderzoek begint
Je kunt geen twintig zijn op suikerheuvel
4 laatste verhalen en enige nagelaten brieven

en de mensen aan wie deze kleine “waarschuwing” gericht is hebben deze boeken natuurlijk net als ik allemaal al in de kast staan (o, maar daar wil ik zometeen nog wat over zeggen). Voor hen biedt Barakstad geen kleine of grote verrassingen (het enige dat steeds & permanent aan mijn collectie ontbroken heeft is één van de “biotopen”, het eenmansblad dat JMH Berkcmans korte tijd maakte en dat weliswaar meestal slechts dat bevatte wat vroeger of later toch nog wel in boekvorm opdook maar waar toch ook wel eens wat in werd afgedrukt dat hij nooit nog ergens herhaalde; ik had het mooi gevonden als de drie biotopen ook opgenomen waren geweest in Barakstad, maar vermoedelijk vond Pelckmans dat dat voor teveel herhaling zou zorgen). Voor de oudere liefhebber is Barakstad dus eerder een wederzien. Een hernieuwde kennismaking.

En geen onprettige. Geschiedenis van de revolutie, dat ik las in de heruitgave van 1994 (maar daar dan wel de eerste druk van, eej), heb ik altijd als een van zijn zwakste boeken beschouwd. Ik heb een Berckmansliefhebber gekend bij wie het juist favoriet was, wat ik vreemd vind, gezien de kant die het oeuvre later opgegaan is (hoe kun je het hele oeuvre waarderen, en dit zijn beste vinden?). Ik vond het saai, en een beetje geforceerd nihilistisch. Maar nu, bij herlezing, vond ik het eigenlijk geeneens echt slecht. Het vertelt het verhaal van een alleen als JMH gekende ik-figuur die vanuit het om onduidelijke redenen leegstaande huis van “M.” brieven schrijft aan Marina over “de revolutie”, waar ene Zysmilch hem en zijn broer ooit voor geronseld heeft. De broer en JMH werden op een avond naar een kazerne gebracht waar hij onbepaalde tijd lang (hij meent dat in die tijd minimaal één keer alle seizoenen voorbij gekomen zijn) samen met andere revolutionairen samengeleefd heeft. Deze “Helden”, zoals hij de “revolutionairen” blijft noemen, zijn eigenlijk maar een zootje ongeregeld. Ze wassen zich niet, doen hun behoeften overal en nergens, doen niet veel meer dan greppels graven, gaan zich zeer geregeld te buiten aan drinkgelagen die dan meestal uitlopen op ware orgies. Het is JMH’s bedoeling een geschiedenis van deze revolutie te schrijven.  Maar gelukkig onderbreekt hij die geschiedenis continu om in plaats daarvan te mijmeren over muziek, over de driehoek van Pascal, over de relativiteitstheorie en over de exacte M. wiens huis hij nu gekraakt heeft – met deze M. heeft hij, naar het lijkt, een even kortstondige als dysfunctionele homosexuele relatie gehad. Ik snap wel wat me indertijd tegenstond aan het boek. Het is het meest verhalende boek van Berckmans, en het bevat best wel wat onnodige lompigheden (van lompigheden is Berckmans nooit vies geweest, maar er zijn altijd nog gradaties). Toch, zo slecht als ik het me herinnerde is Geschiedenis van de revolutie niet. Het heeft iets van Mijn kleine oorlog van Louis Paul Boon (JMH schopt die bende nog wel een geweten), of van een Beckett in, laten we zeggen, zijn Molly-periode. Ook deed het me denken aan Afscheid van Zsömle van Lászlo Krasznahorkai. Maar dat laatste is geheel toevallig natuurlijk want dat boek verscheen pas dit jaar. Wat ik er goed aan vind, nu, achteraf, vijfentwintig of dertig jaar na ik het voor het eerst las, is niet alleen het geneuzel dat JMH steeds vóór laat gaan op zijn “historiografie” van “de revolutie”; nee, wat me vooral beviel, nu, bij herlezing, was het feit dat er van alles in het vage gelaten wordt. Wie die Leentje was, bijvoorbeeld (oké, goed, een jeugdvriendin van Berckmans maar als lezer van de roman worden we geacht dat niet te weten). Wat die Zysmilch wil. Hoe het zit met de revolutie, en de oorlog waar JMH het in zijn brieven aan Marina over heeft. Het is niet zo vergezocht om Geschiedenis van de revolutie te lezen als dystopische toekomstroman die zich afspeelt in een totalitaire samenleving aan de vooravond van wie weet een derde of een vierde wereldoorlog. Maar met evenveel recht lees je er het verslag in van een psychotische figuur die van wat misschien gewoon maar militaire dienst was (of, zeg, een vorm van jeugddetentie) in zijn hoofd iets heel anders gemaakt heeft. Ik acht het zelfs niet volledig uitgesloten dat álles -M., Zysmilch, de revolutie- volledig als een waan beschouwd moet worden. Boeken met een onbetrouwbare verteller houden die spanning tot het eind, en daarna ook nog, vast. Moet de lezer JMH geloven of zal hij er toch maar het zijne van denken? Dat Geschiedenis van de revolutie dit een open vraag houdt, vind ik er nu aardig aan. Aardig ja. Van goed is in dit stadium nog geen sprake.

Tranen voor Coltrane verscheen ook in 1977. Het is een aantal jaar geleden opnieuw uitgegeven, misschien in 2015, in mijn herinnering zit ik de heruitgave te lezen in de trein enkele dagen nadat mijn vader overleden is. Ik moet het nog ergens hebben, heb het gelezen en geloof ik ook besproken. Maar zowel de bespreking als het boek kan ik nergens meer vinden. De bespreking kan verloren gaan, zulke dingen gebeuren op het internet. Van het boek kan ik me niet voorstellen dat ik het weggedaan heb. Hoe slecht ik het ook vond. Vind. Het is en blijft een boek van Berckmans. Maar waar zou het dan gebleven zijn? Waar is de bespreking gebleven? Zou ik alles dan maar gedroomd hebben? Ik weet het niet. Slecht is Tranen voor Coltrane in ieder geval wel, nog steeds, dat deel van de herinnering klopt. Het staat geloof ik te boek als dichtbundel. Maar het bevat ook aforismen en ZKV’s. (dat laatste mag zich tegenwoordig op hernieuwde belangstelling verheugen) (ziet u er de website van M10 Boeken anders maar eens op na) (of vraag het anders Perlefter maar) (ook die Lecompte heeft daar van verre of nabij weer mee te maken). Als ik u zeg dat “Ik zet mijn 45toerenplaatjes altijd op 78 toeren. Dan zijn ze rapper gedaan.” zo ongeveer het beste is wat ik uit die bundel op kan tekenen, dan kunt u de rest wel invullen.

En toen verscheen er even niks. Berckmans ging naar Italië. Was daar vertegenwoordiger van een schoenenfirma. Was succesvol, en rijk. Zoals hij tijdens zijn leven nooit meer succesvol en rijk zou zijn. Leefde een leven zoals maffiosi in films doen. Kwam berooid terug. Ging weer schrijven. Debuteerde een twede keer. Dit keer heette het Vergeet niet wat de zevenslaper zei. En daarmee begon het. Die opgaande lijn waar ik het over had. In Vergeet niet wat ze zevenslaper zei vind je nog wel sporen terug van de Geschiedenis van de Revolutie-Berckmans. Excessief geweld. Diverse niveaus van wansmaak. Maar. De verhalenbundel bevat ook. Met Jan in de metropool of De Ballade van Wasted Youth. Eén van de mooiste kortverhalen uit de geschiedenis van de laaglandse nee zeg gewoon de wereldliteratuur. Herinneringen aan Berckmans’ jeugd in Leopoldsburg, opgetekend in die stijl die zo kenmerkend voor hem zou worden. Keelsnoerend en grauw maar net zo goed poëtisch en muzikaal. Zinnen als “Tien miljoen ton zand bedekt de tijd. Tien miljoen herinneringen bedekt de comateuze Wasted Youth.” – herinneringen, voornamelijk, aan zijn oudoom Jan. Een socialist die in alles politieke propaganda ziet, zelfs in het verhaal van Christus aan het kruis!, en met wie hij, illegaal, slachtafval gaat halen om op de mesthoop te gooien. Het hele verhaal is doorspekt met korte interrupties bestaande uit regeltjes uit kinderliedjes. Wie zich door dat verhaal gebeten weet, weet zich gebeten door Berckmans’ gehele oeuvre. Het kan iconisch heten, misschien. Het werd opgenomen in Verhalen uit de Grauwzone, de bloemlezing die Chris Ceustermans in 2018 voor uitgeverij Vrijdag samenstelde. En het stond als ik het me goed herinner ook al in Berckmans’ Beste uit 1997. Als ik me het goed herinner, ja, want ik moet dat boek hebben. Maar evenals Tranen voor Coltrane blijkt het nu onvindbaar. Waar blijven die boeken van Berckmans, welk zwart gat zuigt ze naar binnen? Ik weet het niet, maar Met Jan in de metropool of De Ballade van Wasted Youth was in ieder geval het verhaal dat mij Berckmans’ universum binnen zoog, voorgoed, en volledig.

Want in het navolgende Café de Raaf nog steeds gesloten staan alweer drie verhalen van deze pracht: Binnendoor naar Beverlo (eigenlijk eerder een (proza)gedicht waarin de schrijver bij het ziekenfonds een aanvraag doet voor een fiets); De zoon van Molengraaff (een illusieloze beschrijving van de weinig verheffende dagdagelijksheden van een in chronische geldnood verkerende hoofdpersoon) en het titelverhaal dat alleen al onsterfelijk is vanwege de briljante dialoog tussen de ikpersoon en een medewerkster van het arbeidsbureau (maar dat moet je echt zelf lezen).

Rock & Roll met Frieda Vindevogel schroeft alles nog een paar tandjes op. Genredoorbrekend, of hoe noem je dat, het is alleszins niet goed bepaalbaar wat je met dat boek eigenlijk in handen hebt. Het kan een roman zijn. Maar dan wel één die af en toe onderbroken wordt door fragmenten die nergens iets mee te maken lijken te hebben. Of een verhalenbundel waarvan de meeste verhalen onderdeel lijken te zijn van dezelfde vertelling: die over Gerrit Matthijs en zijn psychiater, Frieda Vindevogel. In dit boek zien we Berckmans langzaamaan tot wasdom komen. De ommetjes door het Barakstad waarin we Antwerpen kunnen herkennen, de afstompende bezoekjes aan zijn ouders, de drank, de vriendschappen met de meest haveloze, zoniet regelrecht gestoorde figuren in die stad. Gerrit Matthijs werkt aan een boek dat Rock & Roll met Frieda Vindevogel moet gaan heten. Hij hoopt binnenkort mee te mogen doen met de Soundmixshow (als u dat niets zegt, zoek het dan maar op) op VTM en zoveel indruk te maken met zijn vertolking van Child in Time dat kijkers massaal niet alleen Rock & Roll met Frieda Vindevogel zullen kopen maar ook al zijn voorgaande boeken (die door vele uitgevers als “te experimenteel” en “onverkoopbaar” zijn geweigerd).

Wel.
Ja.
Dus.

Ik ga hier niet al die boeken één na één bespreken. Ik ga slechts zeggen dat Taxi naar de Boerhaavestraat een stap terug leek te zijn maar Bericht uit Klein Konstantinopel keihard terugslaat met prachtteksten (zijn het verhalen? zijn het prozagedichten? is dit een bundel of een roman?) als Wat is er met Pafke aan de hand?; Doem doem doem Dodeskaden en Als plots aan Ratata een eind zal zijn gekomen – alles dat me zo hard uit mijn sokken blies dat ik wist dat ik dacht dat ik voelde dit wil ik ook kunnen, een heel klein beetje van dit soort pracht op papier kunnen zetten, wil ik kunnen, wil ik doen (maar daar wil ik zometeen nog wat over zeggen) en dat Ontbijt in het vilbeluik en Slecht nieuws voor Doctor Paf de Pierennaaier, Pandemonium in de Grauwzone voor mij de hoogtepunten zijn van zijn gehele oeuvre; het waren toen, in de jaren dat ik het voor het eerst las, als eindtwintiger, de allermooiste boeken die ik ooit gelezen had. Alleen al de eerste alinea van Ontbijt in het vilbeluik: “In de beginne was de oerknal van Videozap. Prot zei z’n gat en z’n gat sprak Deutschland. Uit de oerknal van Videozap ontstonden de schetenfabrieken. Uit het afval van de schetenfabrieken ontstond hulpkas kwadraad, waarvan de Gangsters van de Grauwzone getuigenis hebben afgelegd, afleggen, afleggen zullen. Zij zijn de mannen van Nix, zij zijn de mannen van Rix Nix Petix, zij zijn de mannen van ga daar liggen, ga daar liggen.”: het duister, de schoonheid, de zeggingskracht, de overdondering, het zangerige (ik geloof dat Berckmans in die tijd zijn boeken niet schreef maar dicteerde aan Geert Breës, wat allicht de jazzy improvisatie ervan verklaart). Het lijkt ook de, ja, oerknal geweest te zijn waarmee het hyperexperimentele ontploffen moest; de navolgende boeken zijn weeral iets (ietsjes) “normaler”; hij keert er, ook, vaker terug naar het brievengenre, waarmee het in 1977 allemaal begon.

Sommige mensen spreken wel eens van een boek dat hun leven veranderd heeft. Ik heb dat altijd een beetje koket gevonden, er misschien ook wel eens neerbuigend over gedaan. Toch. Niettemin. En daarentegen. Dit oeuvre als geheel, het oeuvre van Jean-Marie Henri Berckmans heeft zeker enige invloed op mijn leven gehad. Zoiets ook doen. Zoiets ook papier kunnen zetten. Dat willen. Papier te willen, en inkt. Als drijfveer voor mij niet perse ganzelijk nieuw. Als kind wilde ik verscheidene dingen worden. Vrachtwagenchauffeur, motoragent, vuilnisman, psycholoog, zwerver. Ambities die ik voor langere of kortere tijd koesterde. Maar het meest consistent was: schrijver. Ik was die ene, de enige in de klas, die begon te juichen als we “opstel” als huiswerk kregen. Het enige soort van huiswerkopdrachten waar ik, anders dan al mijn overige drieën en vieren, nog wel eens een acht of een negen voor behalen wist. En ik schreef ook voor mijn plezier. Verhalen. Op de schrijfmachine van mijn vader. Een pistachegroene Remmington. Later, in mijn studententijd, kwamen daar ook gedichten bij, en langere prozastukken waarvan ik de pretentie had dat dat ooit “romans” zouden zijn. Maar de boeken van Berckmans maakten die schrijfhonger konkreter: tot iets dat gestild moest worden. Direkt. Nu. Met een toenmalige vriend, de goede Termeer, richtte ik een literair blad op. Kraakpen, zo noemden we het. We waren de redactie, we waren het voltallige schrijversteam, we waren de distributeurs, we waren de vertegenwoordigers. En omdat Kraakpen niet alleen maar van papier en van woorden was, waren we ook de tekenaars, de fotografen, de musici, de performers. Maar toch. Schrijven was voor mij de hoofdbezigheid als het om Kraakpen ging, en al in het twede nummer schreef ik uitgebreid over mijn liefde voor de boeken van Jean-Marie Henri Berckmans. Dat nummer stuurden we hem toe.

Niet dat we een reactie verwachtten, of zelfs maar verlangden. Het was meer ter kennisgeving dan als uitnodiging. Dat hij dat misschien leuk zou vinden. Om te weten. Dat twee hollanders zo zot waren van zijn woorden. Bezijden. We stuurden altijd een Kraakpen. Naar iedereen die we noemden in het blad. Zelfs als we niet eens lovende woorden spraken. Het was één manier om van die stapels Kraakpennen af te komen. Want goed verkopen deed het blad niet bepaald. Dozen vol stonden onder de trap. Onder de trap van de goede Termeer. Maar wat doet u weten. Berckmans reageerde wel (overigens als één van de weinigen die we bestookten met ons blad). Het moet zijn dat we Kraakpen 2 maakten of verstuurden niet lang voor ik op vakantie ging want ik herinner me dat ik terugkwam uit het verre Spanje, en een boodschap van Berckmans aantrof. Op mijn voicemail. Dat was nog in die dagen. Mogelijkerwijs bestond mobiele telefonie al, dat herinner ik me niet precies. Maar slechts weinigen hadden een gsm, de zogeheten “vaste” telefoonlijn was standaard, en als iemand je belde terwijl je niet thuis was, dan kreeg niemand iemand te spreken. Ik had dan nog voicemail. Maar zelfs dat was denk ik eerder uitzondering dan regel. Maar thuis, en gebruind, en wat vakantieherinneringen rijker, en daar was hij. Op mijn voicemail. Jean-Marie Henri Berckmans. Hij vond Kraakpen een goed blad. Een beetje vreemd. Maar erg goed. Dat was groots. Dat was alles. De schrijver die ik meer bewonderde dan welke andere schrijver dan ook vond iets dat ik gemaakt had goed. Beter dan dat kon het niet worden. Ik had dan en daar kunnen sterven, en het summum van schrijverschap zou ik behaald hebben.

Dat bellen bleef hij doen. Af en toe. Meestal als hij een paar glaasjes op had. Zo leek het toch. Dan bleef hij maar aan het woord, in dat zo goed als onverstaanbare Antwerps van hem. Of toch. Eén keer verstond ik hem maar al te goed. We moesten iets doen. Samen. Wij. Kraakpen. En hij. Berckmans. In Antwerpen. Iets met muziek, en poëzie, of wat dan ook, we zagen wel. Hij kende wel plekken waar dat kon. Slapen kon bij hem.

Het was in de dagen dat de goede Termeer en ik ruzie hadden gehad, of begonnen te krijgen, en Kraakpen heette Leve Kraakpen! en was niet langer een tweemansblad maar een eenmansblad en ik durfde niet. Nee. Onlangs nog las ik ergens dat één van Berckmans’ zussen zei dat haar kinderen bang waren van “nonkel Jean-Marie”. Iets in die sfeer hield mij tegen. Ik wist niet precies wat ik mocht geloven van zijn boeken, en wat niet. Maar hij leek me in ieder geval niet de man om een solide logeerbed paraat te hebben, met schone lakens en schone dekens. En dus, ja, was ik bang. Om te moeten logeren in een puinhoop. Om een nacht door te brengen met een Jean-Marie die straalbezopen zou geraken. Of stoned. Of psychotisch. Een Jean-Marie die om een kleinigheid, en misschien dan niet eens iets dat ik deed of zei, razend zou worden. Een Jean-Marie die naast mij nog allerlei andere mensen over de vloer zou krijgen. Havelozen. Zotten. Regelrechte mafkezen. Ik zei wel Ja dat moeten we zeker een keer doen!, maar ik kwam er nooit op terug. Zeker niet toen de ruzie tussen de kraakpenredactieleden zich voltrok, en ik alleen nog maar ik was, en ging verhuizen, ook nog, naar die vermaledijde woning aan de argusvlinder, waar ik afgestompt raakte, en eenzaam, en treurig, en saai, en verveeld. Misschien als de dingen anders waren gegaan, en de schrijfhonger die Berckmans in mij ontketend had zo groot was geweest dat ik een schrijverken was geworden, een heel klein schrijverken misschien maar een schrijverken niettemin, en ik een Dregke aan mijn zijde had gehad, en we samen hadden kunnen gaan, t schrijverken en Dregke, in die prachtige Mazda van haar helemaal naar Antwerpen opdat we ook weer hadden kunnen gaan als het daar niet naar ons zin was geweest, naar een hotel of gewoon maar het hele eind terug naar huis, maar voor de lul die ik inmiddels geworden was, was het allemaal te veel en te eng, en het kontakt tussen Berckmans en mij begon te verflauwen. Bellen kwam niet of nauwelijks nog voor. Hij stuurde me nog wel een keer een verhaal: Van sjoekhuus naar sjoekhuus. Om in zijn geheel af te drukken in wat inmiddels Leve Kraakpen! heette. Uit respect voor dat blad. Exclusief. Zo schreef hij erbij. Maar ik was niet alleen afgestompt geraakt, en eenzaam en treurig en saai en verveeld, en een lul geworden; ik was ook koppig. En ik had een nummer in mijn hoofd van Leve Kraakpen! dat heel beslist als eerste verschijnen moest. Doch wat met de goede Termeer alleen maar fantastisch geweest was: een blad maken, bleek in mijn eentje een loden last: een blad maken. Schrijven. Ja. Gemakkelijk genoeg. Maar er een papieren leesbaar iets van maken, dat vond ik vervelend. En ik stelde uit en stelde uit en stelde uit, en na maanden en maanden en maanden kwam dan dat nummer dat ik beslist maken moest vooraleer ik Van sjoekhuus naar sjoekhuus ging afdrukken. Ja. En toen moest ik dát nummer nog gaan maken, en ook daar had ik, in weerwil van die prachtige primeur die Berckmans me gegeven had, minder nog dan helemaal geen zin in. En intussen was het allang 2006 geworden, en verscheen bij Manteau Je kunt geen twintig zijn op suikerheuvel. En het eerste verhaal daarin? Ja. U raadt het al. Heimwee naar het krankenhuis (van sjoekhuus naar sjoekhuus). Het enige dat ik nu nog kon bedenken was dit: de fragmenten afdrukken die de eindversie in Je kunt geen twintig zijn op suikerheuvel niet gehaald hadden. Maar dat waren er niet zoveel. Dus vulde ik het aan met één of ander hyperexperimenteel verhaal van mijn eigen hand, en een mail die een bekende me ooit had gestuurd en die ik, hoewel niet zo bedoeld, opvatte als absurdistisch gedicht. Gewoontegetrouw stuurde ik hem het nummer toe. Maar ik hoorde er niks meer op. Zijn dood, twee jaar later, moest ik via teletext vernemen (ik vraag me hier en nu af of de goede Termeer wel tot zijn overlijden in contact met hem is blijven staan).

Maar er is meer. Er was ook een vrouw. Ooit. Er zijn altijd wel vrouwen maar dit was de mooiste vrouw die ik ooit had gezien, en de liefste, en de slimste. Ook zij was een lezeres, en ook zij kende Berckmans niet. Ik vertelde haar over Ontbijt in het vilbeluik en Slecht nieuws voor Doctor Paf de Pierennaaier, Pandemonium in de Grauwzone, en hoe ik dat ooit de allermooiste boeken had gevonden die ik kende. Ik stuurde ze haar toe. Mijn eigen exemplaren. Ik dacht dat dat de grootste gift was die een lezer aan een andere lezer kon geven: de mooiste boeken uit zijn collectie. Zoiets als je hart schenken. In een envelop. Maar dat zou ik niet overleefd hebben. En dus werd het Ontbijt in het vilbeluik en Slecht nieuws voor Doctor Paf de Pierennaaier, Pandemonium in de Grauwzone. Na het baden bij Baxter en de ontluizing bij Miss Grace deed ik er ook nog bij. Dat refereerde aan een privégrapje tussen haar en mij. Zoiets groots. Het kon niet anders dan dat dat onze liefde voor eeuwig zou bezegelen. Dat het niet heeft mogen baten, doet niks af aan het monumentale van deze uitgave. Want welke andere schrijver heeft iets geschreven dat de grenzeloosheid van uw liefde zou kunnen uitdrukken? Hoeveel boeken in uw boekenkast bezitten die kracht? Ook daarom blijft Berckmans voor mij een uniek schrijver.

Wat ik me wel afvraag, is voor wie Barakstad bedoeld is. De oude liefhebbers? Die hebben dit allemaal al in hun kast staan, zoals ik zei. Of. Naja. Misschien vertoont uw Berckmanscollectie toch nog wat gaten. Omdat er geen Harold Polis was om u Vergeet niet wat de zevenslaper zei toe te sturen. Omdat er geen vader was om Taxi naar de Boerhaavestraat voor u te kopen. Omdat er een hemeltergend moje vrouw was aan wie u wat van uw berckmansen weggaf. Omdat er tijdens een verhuizing of twee wat titels verdwenen zijn. Dan is nu uw kans om een en ander weer aan te zuiveren, en de doublures neemt u daarbij natuurlijk voor lief. Of. Misschien bent u zozeer completist dat u dit boek gewoon moet hebben omdat de naam JMH Berckmans erop staat.

Doch als uit het voorwoord van Lanoye blijkt (trouwens ook alweer iemand die ik nooit met Berckmans geassocieerd zou hebben), duiken ook vandaag de dag nog nieuwe liefhebbers op. Jonge mensen, of voor mijn part oude, die eerst nu pas in de ban geraken van deze schrijver. En nu onderwerp ik mezelf aan een klein gedachte-experiment. Hier zit ik. Onderworpen te zijn. Aan mijn eigen gedachte-experiment. Stel je voor, zo praat ik tegen mij, stel je voor dat ik in die vervlogen jaren negentig níet per toeval het pad had gekruist van dat boekje waarvan ik nu dan maar gemakshalve beslis dat het Aan iedere spijker een regel heette. Dat ik nooit kennisgenomen zou hebben van enige Berckmans. Deze, of een andere (er heeft volgens mij ook een striptekenaar bestaan die Berckmans heette) (Arthur als ik me niet vergis) (was die niet van Sammy?). Maar dat ik nu, doorheen de druivengaard, hoorde fluisteren van Barakstad. En dat ik zou denken Dat zou wel eens wat voor mij kunnen zijn. Zou ik het dan aandurven, nu, om van een schrijver die ik misschien wellicht mogelijkerwijs (bijwoorden van twijfel) best heel aardig zou kunnen vinden maar meteen het hele oeuvre ineens te kopen? Wat dat doe je als je Barakstad koopt: het hele oeuvre van Berckmans in één keer kopen. Vraag me ook af hoe dit in de winkels ligt, op de leestafels (als Barakstad het überhaupt al tot de leestafels schopt) (misschien bij Paard van Troje). Het exemplaar dat op mijn recenseertafel landde, zat in plastiek. In de boekhandels ook? Je hebt van die boekhandels. Maar dan kan je het niet doorbladeren, en moet je nog zekerder van je zaak zijn. Dan moet je echt wel heel hard denken Ja!, van deze schrijver, al ken ik hem (nog) niet, wil ik echt alle boeken hebben, nu, meteen, allemaal in één keer. Wel. Je kunt een boekhandelaar natuurlijk vragen om Barakstad speciaal voor jou even uit het plastiek te halen. Maar hoe zou ik zelf zijn. Zou me al bijna verplicht voelen het te kopen, zelfs al had een vlug doorbladeren me geleerd dat het toch geen spek voor mijn bek was. Want diene mens was helemaal speciaal voor mij een stanleymesje gaan halen, en had dit exemplaar open gerist. Dat hij nu natuurlijk met goed fatsoen ook niet meer kon terugleggen op de leestafel, besmeurd en beëzeloord als het daar nu zeker en vast zou gaan geraken. Speciaal daarom ben ik ook ooit gestopt met seedeehandelaren te vragen of ik even een seedee luisteren mocht. Als de luisterbalie, zoals eertijds bij Bullit in Eindhoven, zich in ergens een hoekje bevond, ging het nog wel. Kon ik, als de seedee niks bleek en de verkopers druk waren met andere klanten, nog wel fluks & ongezien wegsluipen. Maar ik weet ook nog wel die keer bij Memory Music in Eindhoven. Niemand in de zaak, niet lang voor sluitingstijd. Ik wou Radio KAOS van Roger Waters even luisteren, want ik had horen murmelen dat dat niet zijn beste werk was, maar ik vond de enige ware Pink Floyd de Pink Floyd die tot bloei was gekomen onder de leiding van Waters en The pro’s en cons of hitchhiking was één van de allerbeste seedees die ik kende (Amused to death was toen nog niet uit maar is feitelijk natuurlijk nog vele malen beter). De luistersessie bij Memory gaf het gemurmel echter gelijk. Ik deed de koptelefoon af en dacht Wat nu? De verkoopster, staand recht achter de luisterbalie (tevens kassa), hield mijn gepijnigde watnu?-blik echter voor iets anders. “Helemaal onder de indruk!” riep ze opgetogen uit toen ik zwijgend en somber mijn koptelefoon van mijn harses rukte. Op de koop toe was de verkoopster jong, en mooi, en had ze een bijzonder aimabele uitstraling. Dusja. Ik die kutseedee kopen. Wat kon ik anders?

Zie dit vooral als oproep aan boekhandelaren om Barakstad vooral niet in plastiek te laten zitten.

Maar ook.

Barakstad is 1350 bladzijden dik. En loodzwaar. Ik weet niet waar u graag leest maar ik ben een beetje een meesleeplezer. Tegenwoordig blijven mijn meesleeplocaties beperkt tot leesstoel, weesee, bad, en heel soms bed, en somser nog, tuin. Maar ooit was er een tijd. Ik ging nog wel eens met de trein. En mijn vader leefde nog, en ik had nog vrienden en vriendinnen, en niet zelden waren dat mensen die ook graag lazen, en die bestookte ik dan met iets waarin ik bezig was en dat ik goed vond. En toen waren de hers en de ders waarheen ik mijn boeken zeulde nog wel wat veelvuldiger. Een lekker meesleepboek is Barakstad echter niet. Daar is het te zwaar voor, en goed in de hand liggen doet het ook al niet. Je leest het nog het beste aan tafel, zodat het liggen kan en jij alleen maar de bladzijden hoeft om te slaan. Ook inhoudelijk gaat het naar verloop van enkele honderden pagina’s wegen. Ik bedoel. De armoede, de ellende. De wereldpijn, de oerangst. De bodem van het bestaan. De verrotheid van de existentie. De troosteloosheid, de goorheid, de treurnis, de eenzaamheid. De ergte van de ergheid. Pagina na pagina geïnkt in een gal zo zwart. Gelukkig is er ook humor; met name Bericht uit Klein Konstantinopel doet me zeer geregeld uitbarsten in een bevrijdende bulderlach. Maar toch. Na een bladzijde of zeven- dan wel achthonderd begon ik het toch ook wel een heel klein beetje te kennen. En niet alleen maar omdat ik het allemaal al kende.

Maar dit moet je vooral ook zien als monument. Als bladerboek. En niet als achtermekaardoorleesboek.

Als getuigenis ook. Dat hij leeft. Jean-Marie Henri Berckmans, hij is in 2008 overleden maar hij leeft. Dat is het voornaamste wat Barakstad te zeggen heeft. Zijn hele oeuvre, opnieuw uitgegeven, en bereikbaar voor nieuwere en voor oudere generaties. Dat wil iets zeggen. Dat zegt dat je geen kleintje bent. En die duim en die wijsvinger van je, die mag je houden.

JMH Berckmans Barakstad

Barakstad

  • Auteur: JMH Berckmans (Belgie)
  • Soort boek: verzameld werk
  • Uitgever: Pelckmans Uitgevers
  • Verschijnt: 26 augustus 2026
  • Omvang: 904 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 39,50
  • Boek bestellen >

Flaptekst van het verzameld werk van JMH Berckmans

Barakstad bundelt voor het eerst het volledige gepubliceerde oeuvre van J.M.H. Berckmans (1953-2008), een van de eigenzinnigste stemmen uit de Vlaamse literatuur. In deze monumentale leeseditie, waarin ook sinds lang onvindbare titels zijn opgenomen, ontvouwt zich de ‘Grauwzone van Barakstad’: een fictieve maar onmiskenbaar Antwerpse wereld vol ontregeling, drankmisbruik, gemankeerde liefdes en baldadige humor.

In de loop der jaren ontwikkelde Berckmans obsessioneel een heel eigen stijl, waarin de grenzen tussen autobiografie en fictie vervaagden. Rauw, ritmisch en meedogenloos, zonder compromissen in toon of vorm: een stem die zich niet laat temmen.

Barakstadbiedt een unieke toegang tot de onweerstaanbare nalatenschap van deze poète maudit, die het vuur van Louis Paul Boon mengt met de taalkracht van Ivo Michiels en de grijnzende wanhoop van Charles Bukowski.

JMH. Berckmans (Jean-Marie Henri Berckmans) is geboren op 28 oktober 1953 in Leopoldsburg, Belgisch Limburg. Hij debuteerde in 1977 en schreef een omvangrijk oeuvre bijeen. In rauw, fragmentarisch en muzikaal proza beschreef hij, zonder provocaties of wrange grappen te schuwen, zijn psychische kwetsbaarheid en sociale uitsluiting. Zijn werk verwierf een blijvende cultstatus. Hij overleed op 31 augustus 2008 in Antwerpen.

Bijpassende boeken

Karishma Jobanputra – The Body of the Thing

Karishma Jobanputra The Body of the Thing review and information of the first book written by the British Indian author. And Other Stories will publish the Karishma Jobanputra stories on August 11, 2026. Here you can read information about the content of the book, the author and the publication.

Karishma Jobanputra The Body of the Thing reviews and information

Whenever a review of The Body of the Thing, the book written by Karishma Jobanputra, the British Indian author, appears in the media, we’ll highlight it on this page.

  • “Heady and visceral, sharp and intoxicating, these absorbing stories portray human desires, appetites and obsessions in all their unruly beauty. Karishma Jobanputra is a bold and gifted writer – one to celebrate and one to watch.” (Ben Hinshaw)
  • “Arresting, beautiful, humorous, observant, serious, all at the same time.” (Paul Beatty)

Karishma Jobanputra The Body of the Thing

The Body of the Thing

  • Author: Karishma Jobanputra (Britain)
  • Book type: stories, debut
  • Publisher: And Other Stories
  • To be released: August 11, 2026
  • Length: 256 pages
  • Sizes: 12,9 x 19,8 cm
  • Weight: 190 gram
  • Format: paperback
  • Prize: £ 14.99 / £ 11.99
  • Buying Options >

Blurb of the first Karishma Jobanputra book

A lyrical and visceral short story collection, The Body of the Thing unpicks the hierarchies that thrum under our relationships, from first loves and lusts to motherhood and miscarriages, from sexual awakenings to final confrontations with death.

Traversing bougie neighbourhoods in Manhattan, sun-drenched piazzas in Italy, coastal Maine, and the bustle of London, these stories chase the fallout when women’s bodies are valued for their beauty and youth, dismissed and discarded when ill, or made useful as parents and caregivers.

Fluid, sensual, and fearless, The Body of the Thing is about looking at and living in the female body – and all of its complicated realities and wonders.

Karishma Jobanputra is a British-Indian writer currently based in London. A graduate of Columbia University’s MFA Fiction Programme, where she was awarded a partial merit scholarship, a Chair’s Fellowship, and the Dean’s Travel Grant, her work has been listed for the Brick Lane Short Story Prize and The Disquiet Literary Prize.

Matching books

Eeva-Liisa Manner – Promenadenmusik für kleine Flusspferde und andere Etüden

Eeva-Liisa Manner Promenadenmusik für kleine Flusspferde und andere Etüden recensie en informatie over de inhoud van de Finse verhalen. Op 4 september 2026 verschijnt bij Guggolz Verlag de Nederlandse vertaling van Kävelymusiikkia pienille virtahevoille ja muita harjoituksia, de verhalenbundel van Eeva-Liisa Manner de schrijfster uit Finland. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Eeva-Liisa Manner Promenadenmusik für kleine Flusspferde und andere Etüden recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Promenadenmusik für kleine Flusspferde und andere Etüden, het boek met verhalen van de Finse schrijfster Eeva-Liisa Manner, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Eeva-Liisa Manner Promenadenmusik für kleine Flusspferde und andere Etüden

Promenadenmusik für kleine Flusspferde und andere Etüden

  • Auteur: Eeva-Liisa Manner (Finland)
  • Soort boek: Finse verhalen
  • Origineel: Kävelymusiikkia pienille virtahevoille ja muita harjoituksia (1957)
  • Duitse vertaling: Maximilian Murmann
  • Uitgever: Guggolz Verlag
  • Verschijnt: 4 september 2026
  • Omvang: 153 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 24,00
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de roman van de Finse schrijfster Eeva-Liisa Manner

Eeva-Liisa Manner (1921–1995) war nicht nur die wichtigste finnische Lyrikerin des 20. Jahrhunderts, auch mit ihren Prosaarbeiten schrieb sie sich in die Literaturgeschichte ein. Ganz besonders mit ihren Erzählungen, die sich zwischen Hellsichtigkeit und Fiebertraum bewegen, zwischen Spiel und Ernst. Versucht man diese Erzählungen auf einen Begriff zu bringen, entziehen sie sich sogleich der Beschreibung, tauchen aus dem Autobiographischen ab ins Reich der Untergründe, ins Un- oder gar ins Unterbewusste. Tiere oder Tierfiguren, Flusspferde, Katzen, Giraffen und Elefanten tauchen immer wieder auf, werden begehrt und verfolgt. Manchmal scheint sich in den Geschichten ein scharfer Umriss abzuzeichnen, aber nach einem Blinzeln muss man sich eingestehen, dass es nur ein flüchtiges Spiegelbild war, eine Reflexion im Gegenlicht. Allerdings scheinen in Manners Erzählungen immer wieder Momente von äußerster Wahrhaftigkeit auf, in denen man sich selbst und die eigenen Empfindungen und Fantasien erkennt.

Die Musik, neben der Poesie Eeva-Liisa Manners großes Leitthema, schlägt in diesem Band den Grundton an, und tänzerisch bewegt sich auch Maximilian Murmanns behutsame Übersetzung durch das Kabinett der Sonderlinge und Eigenbrötlerinnen: mal lautmalerisch, mal lyrisch, manchmal impressionistisch, manchmal exzentrisch und mitunter sogar derb realistisch. Manner schöpft alle Register aus und dringt in Schichten der Wahrnehmung, die uns ohne sie gar nicht zugänglich wären. Poetisch verwandelt wird die Welt erkennbar, besungen und bedichtet zeigt sie sich in ihrer ganzen Tiefe und Schönheit.

Eeva-Liisa Manner wurde am 5. December 1921 in Helsinki geboren. Ihre Mutter starb am Tag nach der Geburt, deshalb wuchs sie bei den Großeltern in Viipuri an der karelischen Ostseeküste auf. Im sogenannten Winterkrieg wurde Viipuri 1939 von der Sowjetunion eingenommen, Manner war gezwungen, nach Helsinki zurückzukehren. Sie debütierte 1944 mit einem Gedichtband, 1951 veröffentlichte sie »Das Mädchen auf der Himmelsbrücke« und verließ Helsinki, um sich in ein abgelegenes Dorf in Südfinnland zurückzuziehen. Die großstädtische Intellektualität genügte ihr nicht, Manner suchte nach konzentrierter Einfachheit. Der Durchbruch gelang ihr 1956 mit »Diese Reise«, der als erster modernistischer Gedichtband Finnlands gilt und auch auf breite Resonanz beim Publikum stieß. 1957 siedelte sie nach Tampere um.

Ab den 1960er Jahren hielt sie sich mehrere Monate des Jahres in Andalusien auf, wo sie bei Málaga ein Haus besaß, und bereiste Nordafrika, Griechenland, Polen und Japan. Eeva-Liisa Manner schuf neben ihrer Lyrik, Theaterstücken und Kurzprosa auch ein bedeutendes Übersetzungswerk, brachte u. a. Hesse, Kafka, Büchner, Shakespeare und Lewis Carroll ins Finnische. Manner, die vielfach ausgezeichnet wurde – allein sieben Mal mit dem finnischen Staatspreis. Sie lebte bis zu ihrem Tod am 7. Juli 1995 in Tampere, zurückgezogen, scheute öffentliche Auftritte und Interviews.

Bijpassende boeken en informatie

Claire Keegan – Door de blauwe velden

Claire Keegan Door de blauwe velden recensie, review en informatie boek met verhalen van de schrijfster uit Ierland. Op 6 oktober 2026 verschijnt bij Uitgeverij Wereldbibliotheek de Nederlandse vertaling van Walk the Blue Fields, het boek van Claire Keegan, de Ierse schrijfster. Hier lees je informatie over de de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Claire Keegan Door de blauwe velden recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Door de blauwe velden, het boek geschreven door de Ierse schrijfster Claire Keegan, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • De beste verhalen hier zijn zo gelaagd en aangrijpend, zo universeel en toch volstrekt uniek, dat men zich gemakkelijk kan voorstellen dat lezers er over vele jaren nog steeds van zullen genieten. En dat critici in de verre toekomst hoogdravende nieuwe termen zullen gebruiken om te verklaren wat Keegans fictie zo krachtig maakt.” (Maud Newton,The New York Times Book Review)

Claire Keegan Door de blauwe velden

Door de blauwe velden

  • Auteur: Claire Keegan (Ierland)
  • Soort boek: verhalen
  • Origineel: Walk the Blue Fields (2026)
  • Nederlandse vertaling: Harm Damsma ; Niek Miedema
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschijnt: 6 oktober 2026
  • Omvang: 208 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 11,99
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek van de Ierse schrijfster Claire Keegan

Een Ierse priester bezoekt een bruiloft waar hij wordt geconfronteerd met zijn verborgen verleden. Terwijl het feest doorgaat, wordt hij verteerd door herinneringen aan een liefde die hij heeft opgegeven omwille van zijn roeping.

Het verhaal toont in stille, ingetogen stijl hoe verlangen, spijt en eenzaamheid onder de oppervlakte van ogenschijnlijk gewone levens doorwerken. In een paar pagina’s ontrafelen Keegans verhalen de ziel van de personages en laten ze de lezer ademloos en ontroerd achter.

Door de blauwe velden van Claire Keegan is een intense vertelling over liefde, schuld en tweede kansen. Verfilmd door John Crowley met Emily Blunt.

Claire Keegan is in 1968 geboren in Wicklow, Ierland. Ze is vooral bekend door haar verhalen waarvan er veel in het Nederlands zijn vertaald.

Bijpassende boeken en informatie

Sandro Veronesi – Vergankelijkheid

Sandro Veronesi Vergankelijkheid recensie, review en informatie boek met verhalen van de schrijver uit Italië. Op 25 juni 2026 verschijnt bij Uitgeverij Prometheus de Nederlandse vertaling van Caducità, de verhalenbundel van Sandro Veronesi, de Italiaanse schrijver. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Sandro Veronesi Vergankelijkheid recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Vergankelijkheid, het boek met verhalen van Sandro Veronesi, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Sandro Veronesi Vergankelijkheid

Vergankelijkheid

  • Auteur: Sandro Veronesi (Italië)
  • Soort boek: verhalen
  • Origineel: Caducità (2026)
  • Nederlandse vertaling: Welmoet Hillen, Rob Gerritsen
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 25 juni 2026
  • Omvang: 336 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 26,99
  • Boek bestellen >

Flaptekst Sandro Veronesi boek met verhalen

Een van de centrale thema’s in het werk van Sandro Veronesi is de moeilijkheid die de mens ondervindt bij het verlies van zijn of haar geliefde. Natuurlijk lijden we op zo’n moment, maar het is ook zo dat we aan die liefde veel tijd en energie besteedden die we nu ergens anders voor kunnen inzetten. En toch treedt er bij de mens, en bij de mens alleen, een verlamming op, die we rouw noemen, en die soms jarenlang kan duren.

Sigmund Freud schreef over dit fenomeen zijn korte essay ‘Vergankelijkheid’, en Sandro Veronesi neemt deze titel graag over voor zijn nieuwe boek: geen roman, maar de verzamelde verhalen die hij in de loop van zijn literaire leven schreef.

Vergankelijkheid is een ode aan de menselijke verbondenheid, die zo wezenlijk is voor onze identiteit dat we ons vaak niet eens meer van onze geliefde kunnen onderscheiden.

Sandro Veronesi is geboren op 1 april 1959 in Florecne, Italië. Hij  werd met romans als In de ban van mijn vader, Kalme chaos en De kolibrie wereldwijd een literaire publiekslieveling – en bestsellerauteur. Hij won in de loop der jaren verschillende grote prijzen. Hij is een van de twee schrijvers die tweemaal de Premio Strega won, de belangrijkste literaire prijs van Italië. Zijn roman Zwarte september verscheen in 2025.

Bijpassende boeken en informatie

Lyonel Trouillot – Simple Stories

Lyonel Trouillot Simple Stories review en information about the book by the Haitian writer. Other Press will publish the english translation of the book with Lyonel Trouillot stories from Haiti on Juni 16, 2026 written by Ethan Warren, that explores Bob Dylan on film. Here you can read information about the content of the book, the author and the publication.

Lyonel Trouillot Simple Stories reviews and information

Whenever a review of Simple Stories, the book written by the Haitian author Lyonel Trouillot, appears in the media, we’ll highlight it on this page.

  • “Trouillot conjures a vibrant community…In sparsely simple, never simplistic stories, Trouillot intriguingly, poignantly centers the wounded and the outcast, who have a right to revenge and sometimes take it, if only in words.” (Booklist)

Lyonel Trouillot Simple Stories

Simple Stories

  • Author: Lyonel Trouillot (Haïti)
  • Book type: stories from Haiti
  • English translation: Willard Wood
  • Publisher: Other Press
  • To be released: June 16, 2026
  • Length: 256 pages
  • Format: paperback / ebook
  • Prize: $15.99
  • Buying options >

Blurb of the book with stories by the Haitian author Lyonel Trouillot

This vibrant collection of 22 stories offers a kaleidoscopic view of Haiti and a wonderful encapsulation of the acclaimed author’s work.

In a country plagued by dictatorship and insurrection, poverty and corruption, where police officers and gang members become hard to distinguish, art provides a sense of meaning and respite.

As people from all walks of life protest their tyrannical leader, a painter tries to reconcile the brutal violence he sees with the beauty of his lover. A wealthy industrialist’s kidnapping ties back to his past with a humble laundress from the seaside. A lovesick servant girl turns to magic to win her master’s heart. Having escaped the shantytowns he grew up in, a wannabe James Bond feels their pull again when he gets involved with an alluring young woman—and her pimp.

Written with the masterful language of a poet, and filled with characters at once lifelike and mythical, Lyonel Trouillot’s story collection creates a multifaceted portrait of modern Haiti.

Lyonel Trouillot was born 31 december 1953 in Port-au-Prince, Haïti. He is a Haitian novelist, poet, journalist, and teacher of French and Creole literature. For his novel La Belle Amour humaine, he was awarded the Grand Prix du Roman Métis, the Geneva Book Fair Literary Prize, and the Gitanjali Literary Prize. Trouillot was made a Chevalier des Arts et des Lettres in 2010. Having lived in exile in Miami for several years, he has now returned to Haiti and lives in Port-au-Prince.

Matching books