Cynan Jones Deining recensie, review en informatie boek met verhalen van de schrijver uit Wales. Op 22 januari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van Pulse, het boek van de Welsh schrijver Cynan Jones. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.
Cynan Jones Deining recensies en reviews
Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Deining, het boek met verhalen van Cynan Jones, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
- “Hoe uitgepuurd zijn schrijfstijl ook mag zijn, ze is doorspekt met momenten van verbluffende originaliteit en schoonheid.” (The Times)
- “De vaak gelaagde, duistere thematiek van Jones’ verhalen wordt op fascinerende wijze gelogenstraft door de helderheid van zijn taal.” (Sara Baume)
- “Cynan Jones heeft de zeldzame gave om ons moment voor moment de overlevingsstrijd van zijn personages te laten ervaren.” (Carys Davies)
- “Jones is een begaafde, uitgebalanceerde schrijver, en deze verhalen zijn waardevolle portretten van mensen die in onze hedendaagse fictie maar al te vaak over het hoofd worden gezien.” (The Telegraph)
- “Deze verhalen gaan over angst en kwetsbaarheid en ze raken je in je buik en in je hart.” (Daily Mail)
Recensie van Tim Donker
Wat vreemd is dat ik het niet gezien heb.
Terwijl het daar staat. Gewoon. Op de voorkant. Onder de naam van Manon Smits, die het boek vertaald heeft.
Maar ik zag het niet. Niet meteen in elk geval.
Ik denk dat het door het dorp kwam. Ik denk dat het kwam omdat we aan het lopen waren. Daar. Door dat dorp. In ergens een ergens dat niet het gebruikelijke ergens was.
We waren op vakantie. En we liepen.
Het was het dorp. Bergen meen ik. Niet Op Zoom. Aan zee. Waar we liepen. Niet waar we op vakantie waren, al was dat niet ver van daar. We liepen en ik zag een boekhandel. Ik kan niet. Ik kan niet doorlopen. Niet als ik een boekhandel zie. Dan moet ik naar binnen. De boekhandel was niet bijster groot, en in een oord als dat verwachtte ik een soort Bruna. Een veredeld soort tijdschriftenzaak. Waar ze vooral thrillers hebben. Nauwelijks literatuur, een enkele bestseller daargelaten. Zeker geen poëzie. Maar het viel me mee. Het viel me niet tegen. Wat ze hadden was voorwaar niet slecht.
“Ze hebben boeken!” zei ik, bijna schreeuwend, enthousiast, tegen degene die het dichtst bij me stond. Dat was mijn zoon. Hij is het altijd. Hij is altijd degene die het dichtst bij mij staat. Maar hij was niet onder de indruk van mijn constatering. Hij vond het niet zo verbazingwekkend dat er in een boekhandel boeken werden verkocht.
“Nee maar echte bedoel ik!” zei ik. “Goede boeken. Niet van die rotzooi.”
Op een tafel. Die kenmerkende vormgeving. Koppernik. Cynan Jones. Deining. Een boek dat nog op mijn lijstje stond. Vrijwel alles dat door Koppernik wordt uitgegeven staat op mijn lijstje. Ik bladerde. Fantastisch. Al die witregels. Die ik wel ken van Cynan Jones. Mooi. Mijn ogen vlogen over de flaptekst. Uiteenlopende situaties van uiteenlopende personages. Dacht ik. Mooi. Kronkelende verhaallijnen, meerdere hoofdpersonen, misschien niet een heel duidelijk overkoepelend thema, of anders alleen één dat eerder associatief of intuïtief te duiden is. Zo heb ik mijn romans het liefst.
Maar het is geen roman.
Het is een verhalenbundel. En dat had ik moeten zien. “Verhalen”; het staat daar duidelijk op de voorkant. Maar ik zag het later pas, in het vakantiehuisje. En toen heb ik het boek uiteraard al gekocht. In al mijn enthousiasme. Vanwege het dorp. De vakantie. Het lopen (iets in mij loopt op blote voeten). De winkel, die veel beter gesorteerd bleek te zijn dan ik gevreesd had. Koppernik. Cynan Jones. Wat meer had ik nodig om naar de kassa te stormen?
Wat is het probleem dan?
Ja.
Wel.
Nee.
Er is geen probleem. Of toch. Ik ben niet zo dol op verhalenbundels. Poëziebundels, daar hou ik van. En van romans ook. Maar verhalenbundels. Het probleem met verhalen is dat ze te, tsja, verhalend zijn. Denk ik. Al zeg ik daarmee waarschijnlijk weinig nieuws. Maar ik hou wel van stilte in een boek. Van schrijvers die veel ruimte nemen voor hun plot. Het plot zover uitrekken dat het zo dun geworden is dat er nauwelijks nog een plot overblijft. Dat het er niet te dik bovenop ligt met al die ontwikkelingen enzo. Of dat er juist weer zoveel plots en subplots door elkaar krioelen dat het een mierenhoop gelijk is. Je kunt niet voor lange tijd één specifieke mier blijven volgen. Het gaat niet om die ene mier. Het gaat om het krioelen, en om niet goed weten wat er nu eigenlijk precies gebeurt daar allemaal. Dat kan ook heel mooi zijn. Maar in een verhaal is het vaak te uitgebalanceerd. Er blijven geen lege plekken over. Verhalen zijn miniromans voor lezers die zelf niet willen denken.
Nou.
Dat probleem is er alvast niet bij Cynan Jones.
Ik kan er zelfs nog wel, met een beetje kunst en vliegwerk, een fragmentariese roman in lezen.
Het gevoel is in haast alle verhalen wel ongeveer hetzelfde. Het decor ook. En de personages.
Getekenden. Door het leven gehard. Ofzo. Zeg jij het eens. Waarom zeg jij niets?
Veel natuur hier. Plaats van handeling kan een boerderij zijn, een bos, een rivier. En daar zijn mannen. Veelal mannen. Eenlingen. Veelal eenlingen. Zelfs als ze met twee zijn, of met meer, dan nog zijn het eenlingen. Het zwijgzame type. Gedesillusioneerd. Ergens in hun leven zijn er dingen gekanteld. Ergens is iets niet helemaal goed gegaan.
De verwantschap tussen de verhalen is groot genoeg om er toch één geheel in te zien.
En Cynan Jones is goed in lege plekken open laten.
In het eerste verhaal proberen twee mannen vanuit de rivier valkenkuikens te roven uit hun nest op een klif. Ze blijven naamloos. Ze worden alleen maar “de dikkere” en “de magere” genoemd. Dat vond ik lichtelijk beckettiaans. Eén van de twee, de magere, ziet ergens een jongen zitten. Of denkt alleen maar een jongen te zien zitten. Het maakt bij hem een herinnering los aan een andere jongen. Vroeger. Op school. Een jongen die gepest werd. Onder anderen door hem. Er is iets gebeurd met die jongen. Daarover voelt de magere zich schuldig, al probeert hij dat schuldgevoel weg te rationaliseren. De klim naar het nest gaat fout. Misschien omdat de man slecht geconcentreerd is. Op het eind hangt hij daar, en dan is het afgelopen.
Wie zijn die mannen? Wat moeten ze met die valkenkuikens? Wie is die jongen die de magere zag zitten, en aan welke andere jongen doet hij hem denken? En wat is er met die jongen van vroeger gebeurd?
Hoe het precies zit. Wat er aan de hand is. Jones laat de lezer die ruimte en dat is goed.
Of neem “Witte vierkantjes”. Een man. Een jongen. Een vrouw. Vader. Zoon. Moeder. De vader en de moeder zijn gescheiden, en waarschijnlijk zijn ze niet als vrienden uit elkaar gegaan. Een rechtbank moest zich er zelfs mee moeien. De vader voelt zich rot vanwege zijn zoon. Voelt dat hij iets goed te maken heeft met hem. Eén goede actie. Een eendenrace. School houdt elk jaar een eendenrace. Vorig jaar verloren door zijn zoon. Zijn eend kwam als laatste binnen. De briljante actie van de vader komt hierop neer. Uit het zicht, in een bocht van de rivier, schiet hij alle andere eenden dood. Alleen de eend van zijn zoon is nog over. Dat is alles. Dat is zo’n beetje heel dat verhaal.
Flitsen. Een korte greep uit iemands leven. Waar dat leven verder uit bestaat, laat Jones aan de lezer. Tableaus. Foto’s. Maar wel met beweging. Deining eerder. Ja deining. In al deze verhalen zit deining. Daarom is de titel zo goed gekozen.
Er zijn ook langere verhalen. Een man maakt jacht op een beer die de boeren uit de omgeving veel overlast bezorgt. Dat verhaal neemt een bizarre wending als de man in het bos waarin hij de beer achtervolgt, stuit op een slee. Een moje slee. Een arrenslee? En cadeautjes die in de bomen hangen. Serieus, Jones? Probeer je nu serieus te suggereren dat de kerstman daar neergestort is?
Of. Nog weer anders is het in Voorraad. Mogelijkerwijs het vaagste verhaal uit de bundel. Zelfs de hoofdrolspeler blijft een weinig diffuus. Hij is winkeleigenaar. Denk ik. Van een niet al te goed lopende winkel. Vermoed ik. Maar hij is ook iemands kleinzoon. Een oma in een tehuis. Hij bezoekt haar. En hij komt iemand te hulp die een schapenboerderij heeft. Steeds is er sprake van een oom. Waar iets mee is, of mee was. Tot slot blijkt de man ook een deeltijdterrorist te zijn. Hij overvalt bezorgbusjes. Van andere winkels? Aannemelijk. Gijzelt en mishandelt (?) de chauffeurs. Waarom? Er is sprake van een lijst. Hij moet iedereen op de lijst hebben. Welke lijst? Waarom? Waar is hij mee bezig? Uw gok is zo goed als de mijne. Zelfs als u het boek niet eens gelezen hebt.
Misschien is Jones in het laatste, titelgevende, verhaal nog het volledigst. Een gezin ergens in een blokhut. Buiten woedt een storm. Een boom dreigt om te vallen, op de elektriciteitskabels die boven het huis gespannen zijn. Het is duidelijk wat de band is tussen deze mensen, het is duidelijk wat het probleem is. En er wordt iets aan gedaan. Boomchirurgen komen te hulp. Het zal niet afdoende blijken. Het einde mag open heten.
In alle verhalen een gevoel van ongemak.
Dreiging.
Het menselijk tekort.
En deining. Ja naast dreiging. Ook deining.
In het laatste verhaal deint de grond letterlijk. Maar ook in de andere verhalen deint het.
Misschien is dit daarom zo’n goede verhalenbundel.
Je wordt niet in en uit de plotjes gegooid. Doorheen de verschillende verhalen loopt een draad. Geen rode. Wees gerust. Een donkerbruin gerafeld touw dat bijna op knappen staat. De sfeer. Het gevoel. De elementen. De mensen. De toonzetting. Als een cd met verschillende liedjes die wel allemaal eenzelfde klankkleur hebben.
Het duistere.
De open plekken.
Een verhalenbundel die me trof als een roman. Van een schrijver die me raakt als een muzikant. Dat is het precies. De veelheid die Deining is.


Deining
- Auteur: Cynan Jones (Wales)
- Soort boek: verhalen
- Origineel: Pulse (2025)
- Nederlandse vertaling: Manon Smits
- Uitgever: Koppernik
- Verschijnt: 22 januari 2026
- Omvang: 192 pagina’s
- Uitgave: paperback
- Prijs: € 23,50
- Boek bestellen >
Flaptekst van het nieuwe boek van Cynan Jones
Een man trekt de sneeuw in om de beer te achtervolgen die de vallei terroriseert, een vader probeert het goed te maken met de zoon die hij verliet, een geliefde wordt te hulp geroepen wanneer de bevalling van een koe vreselijk misgaat, een hevige storm dreigt een boom op de elektriciteitskabels boven het huis van een gezin te blazen – angst, kwetsbaarheid en vastberadenheid komen op Jonesiaanse wijze onder spanning te staan in deze aangrijpende en onvergetelijke verhalen.
Cynan Jones bewijst met Deining opnieuw een van de onverbiddelijkste Britse schrijvers van dit moment te zijn. Maar hoe hardvochtig de elementen in deze uitgepuurde verhalenbundel ook zijn, er is altijd een sprankje hoop aanwezig.
Cynan Jones is geboren in 1975 in in de buurt van Aberaeron, Wales, waar hij woont en werkt. Hij stond op de long- en shortlist van talloze prijzen en won de de BBC National Short Story Award, de Betty Trask Award voor De lange droogte; de Jerwood Fiction Uncovered Prize en de Wales Book of the Year Fiction Prize voor De burcht. Verder zijn in Nederlandse vertaling verschenen De wetten van water, Drie sprookjes (∗∗∗∗∗) en Alles wat ik vond op het strand. Meerdere van zijn verhalen verschenen in The New Yorker.
Bijpassende boeken en informatie