Tag archieven: Koppernik

Barbi Marković – Het laatste elftal

Barbi Marković Het laatste elftal recensie en informatie over de roman van de Servische schrijfster die in Oostenrijk woont. Op 21 mei 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van Piksi-Buch, de roman van Barbi Marković, de schrijfster uit Servie. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Barbi Marković Het laatste elftal recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Het laatste elftal, de roman van Barbi Marković, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • Ze verhoogde haar tempo en vaardigheid nog verder toen ze afgelopen najaar het briljante boekje Piksi schreef, een boek over voetbal…, een boek waarin Barbi Marković, in de stijl van radiocommentaar op voetbal, haar leven, de vernietiging van haar familie en de teloorgang van het Joegoslavië van haar jeugd beschrijft. Het boek weet werkelijk alles over de vernietigende kracht van woorden en overdreven nationalistische sentimenten.” (Volker Weidermann, Die Zeit)
  • Een klein boekje over grote veranderingen. Nu al een klassieker in de voetballiteratuur!” (Jakob Hayner, Welt am Sonntag)
  • De auteur gebruikt voetbal als metafoor en vertelt over zichzelf als meisje dat met haar vader naar het stadion gaat en de neiging tot geweld daar ervaart. Ook vertelt ze het verhaal van een van de laatste wedstrijden van het Joegoslavische nationale elftal, die – als hij niet verloren was gegaan – misschien wel de lijm was geworden die de uiteenvallende natie bij elkaar hield.” (Michael Luisier, SRF BuchZeichen)

Barbi Marković Het laatste elftal

Het laatste elftal

  • Auteur: Barbi Marković (Servië)
  • Soort boek: Servische roman, voetbalroman
  • Origineel: Piksi-Buch (2024)
  • Nederlandse vertaling: Lotte Lentes
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 21 mei 2026
  • Omvang: 104 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,50
  • Fußballbuch des Jahres 2025
  • Bestelmogelijkheden roman >

Flaptekst voetbalroman van Barbi Marković

Hoofdpersoon Barbi groeit eind jaren tachtig op in het dan nog bestaande Joegoslavië. Haar vader neemt haar regelmatig mee naar het voetbalstadion, een wereld waarin competitie boven saamhorigheid gaat en het jonge voetbaltalent Piksi wordt aanbeden als een heilige. Haar vader, zelf ooit voetballegende, hoopt dat zijn dochter in zijn voetsporen zal treden, maar Barbi is meer geïnteresseerd in schrijven. Als Joegoslavië tijdens het wk in 1990, aan de vooravond van de Joegoslavische Burgeroorlog, met strafschoppen van Argentinië verliest, is heel het land in diepe rouw: ook de laatste gemeenschappelijke liefde lijkt gesneuveld.

In Het laatste elftal verweeft Barbi Marković, in een virtuoos spel met de taal van sportcommentators, op geheel eigen wijze herinneringen aan voetbal, haar afwezige vader en aan een mythisch Joegoslavië, dat zelfs met het naderende onheil nog gelooft dat voetbal het verschil kan maken.

Barbi Marković is in 1980 geboren in Belgrado, Servië. Ze studeerde Duitse literatuur in Belgrado en Wenen, waar ze nog altijd woont. Sinds ze in 2009 debuteerde met Ausgehen won ze verschillende literaire prijzen, waaronder de Preis der Leipziger Buchmesse voor haar roman Minihorror, die in 2025 bij Koppernik is verschenen. Het laatste elftal kreeg de prijs voor het beste voetbalboek van het jaar in Duitsland, die daarmee voor het eerst naar een vrouwelijke auteur ging.

Bijpassende boeken en informatie

Malgorzata Lebda – Onstilbaar

Malgorzata Lebda Onstilbaar recensie, review en informatie over de inhoud van de roman van de schrijfster uit Polen. Op 7 mei 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van Łakome, de eerste roman van de Poolse dichter en fotografe Małgorzata Lebda. Op deze pagina lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Malgorzata Lebda Onstilbaar recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Onstilbaar, de roman van Małgorzata Lebda, dan bestede we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van Tim Donker

En dag weeral, maar nog vroeg, nog een beetje erg vroeg eigenlijk, maar je ligt daar maar, klaarwakker en peinzend, en om zes uur gaat toch die verdomde wekker, over een kleine drie kwartier dus, en dus ga je maar, bed uit, trap af, en je zit daar, in dat licht, dat allereerste licht van de dag, dat licht dat eruit ziet alsof je het zo zou kunnen verscheuren, in dat licht dus zit je, in je leesstoel, en daar zittend weet je niks anders te doen dan te lezen, anders was je wel in de praatstoel of in de luisterstoel gaan zitten maar daar zit je niet, je zit in de leesstoel, en dus lees je, en je pakt Onstilbaar van de stapel, van Małgorzata Lebds, weeral een Pool, was het onderlaatst ook niet al een Pool, je weet niet wat te denken, je kent deze schrijver niet, maar ze loopt klaarblijkelijk ultramarathons, zo zegt het achterplat, en wat in godesnaam zijn ultramarathons, en je hebt het niet zo op al dat geren, en dan is ze ook nog universitair docent en dat is nog minder, maar je zit, en je leest.

En dit is.

Dit past zo mooi. In dit vroege licht past het zo mooi.

Dit is het verhaal. Dit is het ding. Dit is wat is.

Twee vrouwen zijn naar het kleine, afgelegen dorpje Maj gekomen. Er is een oma die Róża heet, en zij is stervende. Ze willen zachtjes meedrijven naar haar levenseinde. Er is ook een opa, die voortdurend bezig is in en om het huis. Want: “Opa mijdt oma’s ziekte, de ceremonies rondom de ziekte zijn hem vreemd, hij wil niets van de ziekte weten, niets in de ziekte aanraken.”, zoals het, herhaaldelijk doorheen het boek, benoemd wordt. Deze vier mensen vervullen de hoofdrollen. Misschien is er ook nog een hoofdrol voor de ziekte van oma; een ziekte die bijna als een entiteit wordt voorgesteld en effect heeft op alles – uiteindelijk wordt alles ziek van de ziekte, het huis wordt ziek, de vrouwen worden ziek, opa wordt ziek. Maar misschien is de hele regio wel ziek. Misschien ligt alles lam, misschien verschuift alles naar een eind.

Want het rare is dat er niets lijkt te gebeuren. Terwijl er van alles gebeurt. Er is een oma die dood aan het gaan is, er is een aardverschuiving, iemands huis verdwijnt in een gat, er zijn mensen die vanaf de Oostzee naar Maj zijn gekomen, er zijn hele levens die daar de revue passeren. En toch voelt het aan als een aangename onbeweeglijkheid.

Allicht heeft het te maken met de taal. De taal van Lebda. Die is zo uitgepuurd, ofnee niet weer uitgepuurd, rot op met je uitgepuurd, maar wat dan. Gerijpt misschien. Taal die lang genoeg gelegen heeft om te rijpen, waarlijk te rijpen, niet rijpen zoals fruit dat doet want dan zo de taal allang verrot zijn, maar rijpen zoals een goede overjarige kaas, of zeg een aangenaam rokerige whiskey. Een taal zo verstild dat er maar weinig woorden nodig zijn om het maximale te kunnen zeggen (whiskey heeft ook maar een glasbodem nodig). Vandaar dat wit. Al dat paginawit. Dat een twede stem is: de stem van de stilte naast die van de taal. Vandaar dus ook dat Lebda kan volstaan met korte hoofdstukjes. In een enkel geval maar zes regels. Neem: “Oma brengt een prachtig woord mee uit Stary Sad. Ze herhaalt het meermaals. Het woord beweegt in haar mond, het is rond, maar er zitten spanningspunten in die op de juiste plekken verzachten. Algauw komen we erachter dat het woord niet alleen klinkt, maar ook iets doet – het laat licht de aders in. Veel licht.” (dit lijkt te gaan om het woord opioïde) (heel even dacht ik aan mijn vader en zijn laatste dagen aan een morfinepomp).

Uit deze wonderschone, organische taal komt een verstilling tevoorschijn die de lezer wiegt. En liefde ook. Er gaat veel liefde rond. Tederheid. Zachtheid. Voor de oma, tussen de twee vrouwen onderling, en ook voor de opa, al is dat misschien eerder een toegeeflijk soort liefde. Maar het geeft dit boek een onmiskenbare warmte.

Of een ander aspect. Het laat mysteries leven, het verlicht niet tot in elke hoek. Wat is precies de relatie tussen de twee vrouwen die naar het huis van de oma zijn gekomen? De langste tijd dacht ik dat het zussen waren, maar tegen het einde ging ik daaraan twijfelen. Vroeg ik me zelfs af of ze wel familie van elkaar waren. De onderlinge relatie is liefdevol genoeg om aan geliefden te denken, al geloof ik ook niet dat dat het geval is. En waar ze vandaan komen, en wat ze daar deden, in hun respectievelijke ginders, ze zijn zo te merken de langste tijd weggeweest uit Maj, het huis van de opa en oma waar in ieder geval de ikfiguur ook haar jeugd lijkt te hebben doorgebracht. De ikfiguur “werkt aan code”, en schrijft ook gedichten; de ander, die Ann heet, zou hoogleraar kunnen zijn en doet studie naar het licht (de opa bouwt haar, weer zo’n verbijsterende daad van liefde, een schuur vol spiegels, een spiegelschuur met glazen dak, zodat Ann onder alle hoeken de lichtval kan bestuderen). De ouders van de ikfiguur, die mogelijkerwijs niet ook de ouders van Ann zijn, zijn omgekomen, ooit, misschien bij een ongeluk, en misschien al lang geleden. Maar het verleden wordt wat in het vage gelaten, en het is prettig, als lezer, om een boek te verlaten met de wetenschap dat je de dingen aangeraakt hebt, maar nooit helemaal vast kon grijpen. Dat kun je opvatten als een uitnodiging tot herlezing, zoals je een seedee die zo mooi is dat het het bevattingsvermogen een weinig te boven gaat steeds weer opnieuw wilt horen.

Van dat soort zeldzame schoonheid is Onstilbaar. Een schoonheid te groot voor het verstand. Ja, dit gaat over dood, over ziekte, over allerlei onheil waardoor mensen getroffen kunnen worden. Maar om het eerder aangehaalde hoofdstuk op het boek zelf te betrekken: er zitten spanningspunten in die op de juiste plekken verzachten. Ja dat doet het. En het laat licht de aders in. Ja, dat doet Onstilbaar ook. Zo hoeft een boek over zware onderwerpen niet verdrietig te zijn. Onstilbaar is troostrijk. Onstilbaar is vol van dat vroege, lieflijke licht. Onstilbaar verstilt. Zodat je zit. Daar. Zwijgend, stokstijf en vol van alles wat je zojuist gelezen hebt.

Małgorzata Lebda Onstilbaar

Onstilbaar

  • Auteur: Małgorzata Lebda (Polen)
  • Soort boek: Poolse roman, debuutroman
  • Origineel: Łakome (2025)
  • Nederlandse vertaling: Charlotte Pothuizen
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 7 mei 2026
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 23,50
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de roman van de Poolse schrijfster Małgorzata Lebda

Twee vrouwen arriveren in het afgelegen dorpje Maj om in te trekken bij de ernstig zieke grootmoeder Róża. De grootvader verricht verwoed reparaties aan het vervallen huis, Róża omringt zich wanhopig met alles wat leeft, en de vrouwen zorgen voor haar. Met op de achtergrond het reutelende geluid van een slachthuis en de dreiging van een verschuivende landmassa beleven ze samen een laatste keer de seizoenen.

In spaarzame, zintuiglijke taal schetst Małgorzata Lebda een gelaagd verhaal over zorg, de onvermijdelijke dood van alles wat leeft, en over de natuur, die idyllisch is en macaber tegelijk. Onstilbaar is een monument voor het leven dat iedereen zal aanspreken die ooit van iemand heeft gehouden of iemand heeft verloren.

Małgorzata Lebda is geboren op 23 augustus 1985 in Nowy Sącz, een stad in het zuiden van Polen. Ze is vooral bekend als dichter en fotograaf. Onstilbaar is haar debuutroman.

Bijpassende boeken en informatie

Jonas Eika – Open hemel

Jonas Eika Open hemel recensie en informatie over de inhoud van de historische roman van de auteur uit Denemarken. Op 23 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van Åben himmel de roman van de Deense auteur Jonas Eika. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Jonas Eika Open hemel recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Open hemel, de roman van de Deense schrijver Jonas Eika, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Jonas Eika’s nieuwe meesterwerk is 700 pagina’s lang. Maar het is een echte pageturner. Ik heb zelden een boek gelezen dat zo historisch en tegelijkertijd zo eigentijds is.” (Politiken, ∗∗∗∗∗∗)
  • “Een briljant en magnifiek verhaal. Open hemel is een unieke roman in de nieuwe Deense literatuur: hoogst origineel, ambitieus, visionair en overlopend van literaire rijkdom.” (Kristeligt Dagblad∗∗∗∗∗∗)
  • “Een magnifiek ideologisch portret. Eika noemt hun werk ‘geïnformeerde fantasie’ en dat is volkomen terecht. Open hemel gebruikt de geschiedenis als kader, maar de boodschap is niet historisch.” (Berlingske∗∗∗∗∗)

Jonas Eika Open hemel

Open hemel

  • Auteur: Jonas Eika (Denemarken)
  • Soort boek: Deense roman
  • Origineel: Åben himmel (2024)
  • Nederlandse vertaling: Lammie Post-Oostenbrink
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 23 april 2026
  • Omvang: 700 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 34,50
  • Bestelmogelijkheden roman >

Flaptekst van de roman van de Deense auteur Jonas Eika

Het is 1233, in het begijnenhuis in Luik zijn vijf vrouwen samengekomen om op een compleet nieuwe manier te leven: ongehuwd, niet als nonnen, maar als mens. Terwijl ze strijden tegen de vervolging door de katholieke kerk begint een van de begijnen, Ida, visioenen te krijgen van de jonge Maagd Maria, een dubbelzinnige Jezus en een koor van engelen. Geleidelijk en tegen wil en dank ontpopt Ida zich tot een profeet, die ondanks alles wanhopig probeert vast te blijven houden aan dat waar ze het meest van houdt.

Open hemel is een genre-overstijgende historische roman over schaamte, verlangen en alles wat er moeilijk én mooi is aan het creëren van een gemeenschappelijk leven, waar we juist nu zo naar smachten.

Jonas Eika is geboren in 1991 in Hasle, een wijk in de Deense stad Aarhus en is een van de meest opwindende schrijvers van deze tijd. Hun verhalenbundel Na de zon ontving talloze prijzen, waaronder de prestigieuze van de Noordse Raad Literatuurprijs in 2019, stond op de longlist van de International Booker Prijs 2022 en werd in vijftien talen vertaald. Een van de verhalen verscheen in de New Yorker en werd later bekroond met de O. Henry Prize. Jonas Eika woont in de Deense hoofdstad Kopenhagen.

Bijpassende boeken

Bob Vanden Broeck – Je zit op een stoel

Bob Vanden Broeck Je zit op een stoel recensie en informatie eerste roman van de Vlaamse schrijver en dichter. Op 9 april 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de debuutroman van Bob Vanden Broeck, de uit Vlaanderen afkomstige dichter en schrijver. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Bob Vanden Broeck Je zit op een stoel recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Je zit op een stoel, het prozadebuut van Bob Vanden Broeck, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Tim Donker recensie

Natuurlijk gaan ze hier dan weer meningen over hebben, altijd hebben ze meningen, zulke boeken kennen ze wel, gaan ze dan zeggen, en zulke boeken vinden ze een beetje geforceerd, zeggen ze dan ook. Want was is het geval? Bob Vanden Broeck, die u kunt kennen als dichter, u kunt hem kennen van zijn poëziedebuut de richting is richting omleiding dat in 2023 uitkwam, daarvan dus, kunt u hem kennen, ik kende hem daar niet van, het vloog klaarblijkelijk onderdoor mijn radar, ik miste, ik las niet, ik keek net de andere kant uit denk ik, welaan, Bob dus, Vanden Broeck dus, heeft een roman geschreven met als titel Je zit op een stoel en die titel is tevens een goede samenvatting van het boek: er is een je, en die zit op een stoel. En inderdaad: gans het boek entlang blijft die tiep op een stoel zitten. Dat roept misschien Reis door mijn kamer van Biesheuvel in herinnering, ik weet het niet, ik las dat nooit, of het roept Jean-Philippe Toussaints De badkamer in herinnering, of, zeg, Siamesisk van Stig Sæterbakken, welk boek me op zich ook alweer aan De badkamer had doen peinzen. Maar Sæterbakken en Toussaint konden het niet stellen zonder andere personages; personages die niet alleen maar heeldurtijd maar zaten te zitten maar liepen, en zich naar andere locaties begaven, en die vent in die badkamer van Toussaint kwam sowieso ook al vrij snel weer de badkamer uit, ik herinner me dat nog zeggend tegen mijn ooitmalige buurman, de goede Sergio, ook een literatuurliefhebber, ik vertelde hem over De badkamer en toen wilde hij het lezen, en ik zei weest wel gewaarschuwd: hij komt teleurstellend snel zijn badkamer weer uit. Bob Vanden Broeck heeft echter maar één personage. En dat is je. Ik las ergens dat je nergens te weten komt wat het geslacht van die “je” is, en ik dacht Wat maakt dat in Godsnaam uit? Je zit. Op een stoel. Honderdzeventien pagina’s lang. Dus allicht gaan daar meningen over gevormd worden. Dat dat niet kan, dat dat aanstellerij is, dat dat geforceerd is, of weet ik veel wat voor meningen ze doorgaans vormen, ik ben er meestal niet bij als ze hun meningen aan het vormen zijn. Mijn eigen mening vormde ik alleen. Toen ik, ja, in een stoel zat. In mijn leesstoel. Daar bij de deur. Hoe het licht dan op mijn boeken valt, dat zou je eigenlijk moeten zien. Met de muziek van Saddar Bazaar erbij, toen, The Conference of The Birds toen, toen ik zat, en las, en mijn mening vormde. Mijn mening zijnde, dat zeg ik nu alvast, kunt u eventueel meteen stoppen met lezen, mijn mening dus, over Je zit op een stoel is: dit is briljant. Dit is prachtig. Dit is geniaal. Zo. Dat is eruit. Nu verder. Het begon al met een bam. De eerste paar regels al. “Je zit op een stoel, nee, je zit op een stoel.”, zo luidt de eerste zin en dat is met gemak de allermooiste beginzin allertijden, als u het mij vraagt (u vraagt het mij niet en daarom zeg ik het toch maar). Ik had gewild dat die zin er al was toen ik dertig jaar geleden studeerde en er een keer een les was over beginzinnen, iedereen moest zijn allermooiste beginzin meenemen, ik kwam aangestiefeld met iets van Brusselmans ofzo, of Bukowski, ik weet het niet meer, ik las niet zoveel in die dagen, ik was in de bibliotheek klaarblijkelijk niet veel verder gekomen dan de B, god was er toen maar, dertig jaar geleden “Je zit op een stoel, nee, je zit op een stoel.” geweest, en wat hadden ze daarvan gevonden, de docent en mijn medestudenten, waarschijnlijk waren ze me dan mijn nog schevere gezichten gaan aanzien dan ze toch al deden. En dan, enkele regels later, komt Kant de kamer in. “Het [is] nu onmogelijk om wat er is, de feiten, en wat je ervaart, de gevoelens, van elkaar te onderscheiden”, schrijft Vanden Broeck dat Je denkt, en dan zet hij mij ook denkend, aan Kritiek van de zuivere rede dacht ik, en daardoor weer aan de hyperkritiek aan de xenofobe rede, en zo, door schijn bewogen, uiteindelijk ook aan het positivistisch idealisme van Hans Vaihinger, en ik ben nog geen tien regels ver in het boek maar het duizelt me een beetje, en ik moest even stoppen met lezen. Dat is trouwens iets dat kleeft aan dit boek, dat intense, maar daarover kom ik nog te spreken.

(witregel wegens even moeten stoppen met lezen)

Want dat is het. “Je” zit wel op een stoel, en hij doet niet zoveel (hij opent een tabblad, of zijn mail, hij sluit weer een tabblad, of zijn mail, hij roert in zijn kopje koffie, hij laat de zitting van zijn burostoel omhoog gaan, en weer omlaag, hij kijkt naar buiten) maar denken doet hij des te meer. Hij denkt aan wat hij zou willen doen of zou willen zijn, hij denkt aan wat was, hij overpeinst de grenzen van het kenbare. Soms is het zeer filosofisch, soms is het onzinnig, absurd, komisch (ik neem tenminste aan, nee, ik hoop dat niet alles in Je zit op een stoel even serieus genomen dient te worden). Al hebben zulke oordelen ook weer met het voorstellingsvermogen van de lezer te maken. Zo zat ik te gniffelen om een stukje waarin Je naar buiten kijkt en iemand ziet gaan op een deelstep, ik nam dat als grap, het leek me zoiets idioots namelijk, een deelstep, ik dacht nog, wat een grappenmaker toch die Vanden Broeck met zijn deelstep, maar een paar dagen nadat ik dat stukje gelezen en begniffeld had werd mijn oog getroffen door een nieuwsbericht dat zei dat deelsteps in Brussel verboden gaan worden, en ik dacht, verrek, die dingen bestaan dus echt!, het was niet om mee te lachen, waardoor ik, alweer, in gepeins verzonk en me wijltjenslang afvroeg of je gevoel voor humor te maken zou kunnen hebben met je kennis; zou het misschien zo kunnen zijn dat hoe meer je weet hoe minder je grappig vindt, of andersom misschien, kun je een toespeling missen omdat je dingen niet weet, langer geleden, niet heel lang geleden maar wel nog voor ik Je zit op een stoel las, zaten we met z’n allen in de auto, wij vieren, we zagen een auto rijden waarvan het nummerbord de lettercombinatie KGB bevatte, en mijn dochter zei Het is een deelauto!, ik zei Natuurlijk is het deelauto, het zijn communisten!, en alleen mijn zoon moest lachen, maar dat kwam misschien eerder omdat het een redelijk flauw grapje was.

Maar dit is nog niet eens het meest intense aan Je zit op een stoel. Dat het het brein steeds opnieuw uit wandelen stuurt. Dat is intens, maar nog niet het meest intense. Want dat zit hem namelijk in de schrijfstijl van Vanden Broeck. Hij maakt lange zinnen, vol komma’s, die pagina’s en pagina’s lang door kunnen gaan. Er zijn geen witregels, geen inspringingen, geen alinea’s, geen paragrafen. Bijna honderdtwintig bladzijden aan massieve, haast ondoordringbare tekstblokken. Ik dacht aan Pierre Guyotat. Of aan László Krasznahorkai. Of, maar dan meer inhoudelijk misschien, aan David Foster Wallace. Schrijvers die hun lezers niet sparen. Want zo goed als Vanden Broeck zijn Je alle kanten op kan jagen, zo goed ook kan hij hem tot op het obsessieve af laten doorgaan over één ding. Dan denkt Je bijvoorbeeld ettelijke pagina’s na over alle objecten waarmee een mens een vlieg zou kunnen doodslaan. Of objecten die daar niet zo geschikt voor zijn. Prachtig vind ik een stuk van goed een halve pagina waarin elke mogelijke woordvolgorde van “Je zit op een stoel” uitgeprobeerd wordt: “op je stoel zit een”; “je een op stoel zit”, et cetera. Dit doordenderen in alle richtingen, of in juist één richting geeft Je zit op een stoel een sterke, hypnotische kracht. Eigenlijk zou je dit boek in één adem uit moeten lezen, maar wie heeft daar tijd voor, de boodschappen moeten nog gedaan worden, en de was opgehangen, en de aardappels geschild, en bovendien ervoer ik het lezen van dit boek als een daad, het kostte me tamelijk wat inspanning. Wat geen slecht ding is. Zeker niet. Maar er zijn momenten waarop ik het lezen liever niet als inspanning voel. Op die momenten greep ik niet naar Je zit op een stoel maar naar andere boeken, ik las zelfs een heel ganzelijk ander boek tussendoor, terwijl ik dus ook al in Je zit op een stoel aan het lezen was.

Vanwege die inspanning.
Vanwege de duizelingen ook.
Vanwege de zeggingskracht.

Want niet alleen zegt Je zit op een stoel van alles over filosofische of psychologische aangelegenheden; het boek als geheel zegt ook wat. Over literatuur. Want ook daarover vinden ze altijd weer van alles. Wat het moet en wat het niet mag. Enzo. Wat literatuurcritici, -historici, -theoretici maar in een enkel geval ook schrijvers zelf daarover allemaal al niet gevonden hebben, en hoe ik ermee doodgegooid werd tijdens de diverse studies die ik dertig jaar geleden deed. Iets over willen, personages moeten altijd iets willen, het erge is nog dat Vonnegut dat volgens mij gezegd heeft, toch niet meteen de allerkloterigste schrijver die er is. Het moet dit soort idiote regels geweest zijn waardoor David Markson boeken wilde schijven zonder ontwikkeling, gebeurtenissen en personages (al had hij dan wel nog altijd Reader, die soms Writer heette (“Writer is weary unto death of making up stories”), of Novelist, of Author), en ook Je zit op een stoel komt, lijkt mij, in opstand tegen alle geboden en verboden die sommigen literatuur wensen op te dringen. Dat is goed. Laat er immers één vrijplaats over blijven waar alles mag, en alles kan. Er is maar één verhaalfiguur in deze roman, en die krijgt geen naam (en ook geen geslacht dus, hee), en nauwelijks een verleden. Hij is aan het eind niks verder dan aan het begin, hij zit altijd maar op die stoel en verder niks. Oké Vonnegut: hij wil wel dingen, dansen, of rennen, of langs haveloze kroegen gaan en slempen met allerhande leeglopers (deze gedachte gaat gepaard met een schier eindeloze opsomming van al het soort figuren dat zich aan de zelfkant bevinden), maar hij doet uiteindelijk niks. Wat weer geboorte geeft aan een andere gedachte: of juist in het niks doen niet de bestemming ligt: al dat reizen, al dat gaan, al dat doen geeft mogelijkerwijs alleen maar ellende (het is daarom, denk ik, dat iemand, overigens dezelfde die opmerkte dat Je geen geslacht krijgt), zei dat het verleidelijk is om in Je zit op een stoel een oproep tot “onthaasting” te lezen (dat woord gebruikte hij geloof ik gelukkig niet), en daar zit misschien iets in: notoire reizigers krijgen, tot mijn allergrootste vermaak, er flink van langs in Je zit op een stoel, maar voor mij is de grootste kracht gelegen in het experiment, het overhoop gojen van alle regels, en in de hypnose).

Je zit op een stoel, en ik zat op een stoel. Maar, afgemat, ben ik er al lezend uitgegleden. Ik zat op een stoel, ik lig op de vloer. Ik snak. Naar adem. Wat een geniaal boek. Ik ga niet zeggen dat het het beste boek is van dit jaar, want dat heb ik dit jaar al over veel te veel boeken gezegd. Daarom zeg ik dat het in ieder geval het bijzonderste boek van dit jaar is. En dat zal niemand kunnen ontkennen. Ook de criticasters niet. Juist zij niet.

Bob Vanden Broeck Je zit op een stoel

Je zit op een stoel

  • Auteur: Bob Vanden Broeck (België)
  • Soort boek: Vlaamse roman, debuutroman
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 9 april 2026
  • Omvang: 128 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,50 / € 11,50
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de eerste roman van Bob Vanden Broeck

Op een willekeurige dag staat in een ongedefinieerde kamer een tafel, met daarop een kop koffie, en een stoel, en daarop zit jij, dat ben jij, je roert in je koffie, je doet een raam dicht, je doet een venster open. Je weet niet wat, je weet niet hoe. Je verveelt je, je verlangt. Je zit vast, je wil bewegen. Langzaam komt het besef dat slechts één ding je lijkt te kunnen redden: de verbeelding.

Je zit op een stoel is een caleidoscopisch portret van die, opgesloten in de monomane sleur van het dagelijks leven, wanhopig probeert op te staan. Bob Vanden Broeck onderzoekt en ondergraaft alle zekerheden waarop de moderne tijd is gestoeld en houdt de lezer een ontroerende lachspiegel voor. Net als in zijn bejubelde dichtbundel De richting is richting omleiding toont hij zich een meester in het observeren van de tastbare en minder tastbare werkelijkheid, met duizelingwekkend proza tot gevolg.

Bob Vanden Broeck is geboren in 1988. Hij schrijft en knutselt,  houdt van vogels en is docent Kunst- en Cultuurgeschiedenis aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen. In 2023 verscheen zijn dichtbundel en literaire debuut De richting is richting omleiding, die genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs en bekroond werd met de Poëziedebuutprijs 2024 en de Debutantenprijs 2025.

Bijpassende boeken en informatie

Zyta Rudzka – Het oogappeltje van dokter Josef

Zyta Rudzka Het oogappeltje van dokter Josef recensie, review en informatie over de inhoud van de roman van de Poolse schrijfster. Op 26 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van de roman Ślicznotka doktora Josefa van de uit Polen afkomstige schrijfster Zyta Rudzka. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Zyta Rudzka Het oogappeltje van dokter Josef recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Het oogappeltje van dokter Josef, geschreven door Zyta Ruszka, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Of dit.

Dat ik dacht dat ik me schrap moest zetten voor de gruwelen van de oorlog. Maar ik moest me schrap zetten voor de gruwelen van aldagsleven.

Een bejaardenhuis. Ergens buiten Warschau. De bewoners zijn oud, en moe, en gebrekkig. Op meedogenloze wijze beschrijft Rudzka het verval. “Schedels begroeid met enkele dorre haren. Gezichten die van meerdere stukken huid leken te zijn genaaid. Wangen bezaaid met blauwe plekken, wonden, etterende schrammen. Oogleden van vloeipapier. Ziekelijk gezwollen buiken. Gegroefde handen. Knoestige vingers. Dijen als jabots. Losjes hangend. Die schommelden bij elke lichaamsbeweging. Uit schoenen en muitjes bevrijde voeten. Knobbeltenen. Aanhangsels. Gezwelletjes. Weke uitstulpingen.” Zo zijn mensen aan het eind van hun dagen. Het oogappeltje van dokter Josef is nog erger dan Old Man On The Farm van Randy Newman. Het beschrijft tot in detail hoe er niets meer is. Niets meer dan wachten op wat nooit komt. En praten. Over wat geweest is in een verleden dan inmiddels net zo grijs is als de bewoners. De kinderen. En later: de kleinkinderen. Vakanties. Uitstapjes. Nu is er niets meer. Alleen nog maar hun medebewoners. En eindeloos repeterende gesprekken. Soms lijkt het een refrein te zijn, zoals de passages waarin de bewoners zich verheugen op kersen. En dan denken ze aan haast alle kersen die ze ooit eerder gegeten hebben. Andere refreinen zijn minder precies, maar zijn toch van haast verstikkende herhaling. Iemand begint steeds weer over de zee. Over de moje zomer die komt. Wie er nu weer is overleden in zijn slaap. Een andere bewoner is steeds opnieuw bezig met het verzamelen van handtekeningen voor petities. Of de televisiekamer langer open mag blijven, of de dosering van de medicijnen wat lager kan.

Tegen elkaar zijn de bewoners allerminst aardig. Cynisch. Pesterig. Op het hatelijke af. Maar erger nog is de neerbuigende houding van de verzorgers en de directeur. En de dreiging die dat met zich meebrengt. Want er is sprake van een ander huis, aan ergens een meer. Naar dat huis zouden de hopeloze gevallen verbannen worden. Als je incontinent wordt. Niet meer zelfstandig eten, of lopen kan. Als je bedlegerig wordt. Dan ga je naar het huis aan het meer. En dat wil niemand.

Onder deze havelozen bevinden zich Czechna en Leokadia. Zussen.  Auschwitz-overlevenden. Hun vader had gezegd dat ze een tweeling waren, want het gerucht deed de ronden dat ze in het kamp dol waren op tweelingen. Czechna trekt er in ieder geval meteen de aandacht van “dokter Josef”. Mengele ja. Misschien omdat hij Czechna zo graag mocht, overleefden de zussen het kamp. Of misschien omdat een Duitser ze hielp vluchten.

Maar Het oogappeltje van dokter Josef is geen oorlogsroman. Noch kampliteratuur. Het is een boek over ouder worden. Over veel meer achter je dan voor je hebben. Over je dagen slijten in verveling, afwachting, routine. Vergeten zijn door je naasten, of eenvoudigweg geen naasten meer hebben. Meerdere bewoners hebben een kampverleden. Soms wordt erover gepraat. Soms blikt Czechna terug. In haar hoofd; dromen, mijmeringen. Luidop tegen andere bewoners. Maar meer dan flitsen zijn het niet. Glimpen. Ook daarin toont Rudzka zich meedogenloos. Ze laat veel over aan de verbeelding van de lezer. En zo’n lezersbrein kan wreedaardig zijn; wreder misschien wel dan welke schrijver dan ook. Dat brein gaat wel alle kanten op. Czechna op de draagbaar, op de behandeltafel. Wat daar precies gebeurt. Gebeurt vooral in uw hoofd. Er is sprake van een Nachtegaaltje. Hoe vreselijk is het die vergaan? Dat is aan uw hoofd. Of dan die laatste scene. Niet precies gruwelijk. Maar hoe ge het verstaan moet, daarover kun je van mening verschillen.

Op meesterlijke wijze wisselt Rudzka woordelijke herhalingen in het heden af met terugblikken naar glorieuze en minder glorieuze verledens. En lege plekken. Blanco. Of een vluchtige schets. Het levert een boek op dat op meerdere manieren onthutsend te noemen is. Onthutsend is het dat de todesengel, misschien wel de meest sadistische mens die ooit geleefd heeft, mooi wordt genoemd. Lekker ruikend. In Zuid-Amerika luistert hij naar Beethoven, een componist die Czechna ook waardeert. Onthutsend zijn de glimpen, hoe spaarzaam ook, op het kampverleden van Czechna, Leokadia en hun medebewoners. Onthutsend is de denigrerende behandeling die de ouderen ten deel valt. Van de directeur, de verzorgers, maar zelfs hun eigen familie. De enige die hen wat warmte schenkt is een vrijwilligster die als pedicure en manicure ingezet is. Maar onthutsend is bovenal het droevige lot van iedereen in het bejaardenhuis. Je kunt de ergste gruwelen overleefd hebben. Verre reizen gemaakt hebben. Liefde geschonken, en ontvangen. En dan. Aftakelend. Illusieloos. Niets om naar uit te kijken. Alleen maar wachten. Op bezoek dat nooit komt. Op de avond. Op de ochtend. Op kersen. En uiteindelijk op de dood.

Dit is geen voelgoedboek. Nee. Gelukkig niet. Mooi is het wel. Van een overrompelende schoonheid. Deze roman is niet gedaan zodra het laatste woord gelezen is. Dit is er één die je heugen zal. Lang en pijnlijk en rauw. Ik weet niet hoe het met u zit, maar zo heb ik literatuur het liefst.

Zyta Rudzka Het oogappeltje van dokter Josef

Het oogappeltje van dokter Josef

  • Auteur: Zyta Rudzka (Polen)
  • Soort boek: Poolse roman
  • Origineel: Ślicznotka doktora Josefa (2006)
  • Nederlandse vertaling: Charlotte Pothuizen
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 26 maart 2026
  • Omvang: 263 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 23,50
  • Roman bestellen >

Flaptekst van de roman van Zyta Rudzka

In de broeierige zomerhitte kijken de zusjes Czechna en Leokadia terug op hun jeugd. Samen met de andere bewoners van een bejaardenhuis vlak buiten Warschau proberen ze zich te verzoenen met een leven dat voorbij is gegleden, een lijf dat af en toe tegensputtert, en wachten ze eindeloos op kinderen die hen bijna nooit bezoeken.

De herinneringen van de zusjes steken af tegen die van de anderen. Op twaalfjarige leeftijd werden Czechna en Leokadia afgevoerd naar Auschwitz, waar ze overgeleverd waren aan dokter Josef Mengele, de nazi-officier en genetisch wetenschapper die als legerarts gevangenen, voornamelijk tweelingen, martelde onder het mom van wetenschappelijk onderzoek. Op de mooie Czechna was hij bijzonder gesteld, waardoor de zusjes overleefden.

Het oogappeltje van dokter Josef onderzoekt op meedogenloze wijze wat het betekent om een lichaam te hebben, dat ons zowel kan redden als verraden. Zyta Rudzka drijft de taal tot het uiterste om uitdrukking te geven aan diepmenselijke worstelingen met ouder worden, vervulde en onbeantwoorde liefdes, herinneringen, en de fragiele grens tussen goed en kwaad.

Zyta Rudzka is geboren op 10 oktober 1964 in Warschau, Polen. Ze geldt als een van de beste hedendaagse Poolse romanschrijvers en is tevens een bekroonde toneelschrijver en dichter. In 2027 zal bij Koppernik haar roman Wie tanden heeft kan lachen verschijnen, waarvoor ze in 2023 onder meer de Nike-literatuurprijs ontving, de belangrijkste literaire prijs van Polen. Haar werk is in meer dan vijftien landen vertaald.

Bijpassende boeken

Richard Flanagan – Vraag 7

Richard Flanagan Vraag 7 recensie en informatie boek met de familiegeschiedenis van de Australische schrijver. Op 12 maart 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik, de Nederlandse vertaling van Question 7, het boek van Richard Flanagan, de uit Australië afkomstige schrijver. Wie heeft de roman Vraag 7 geschreven en wanneer verschijnt het boek? Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Richard Flanagan Vraag 7 recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Vraag 7, de familiegeschiedenis van Richard Flanagan, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • Een memoir over Flanagan’s ouders, verweven met bespiegelingen over Tasmanië, genocide, kolonialisme, de atoombom, H.G. Wells en Rebecca West… Een meesterwerk.” (Mark Haddon)
  • Een non-fictiewerk… maar het heeft alle complexiteit en emotionele lading van een geweldige roman… Vraag 7 legt de lat hoog voor wat het genre zijn.” (Sunday Times)
  • Vraag 7 is geschreven met een spectaculaire mix van felle energie en vervolgens beheersing en zorg. Het is een soort afrekening: Richard Flanagan met zijn vader en moeder, Tasmanië met zijn verleden, Japan met zijn verleden, de auteur met zichzelf. Het lijkt me een boek dat een overweldigende indruk op lezers zal maken. Dat deed het zeker bij mij.” (Colm Tóibín)

Richard Flanagan Vraag 7

Vraag 7

  • Auteur: Richard Flanagan (Australië)
  • Soort boek: familiegeschiedenis, memoir
  • Origineel: Question 7 (2024)
  • Nederlandse vertaling: Thijs van Nimwegen
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 12 maart 2026
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 26,50
  • Bestelmogelijkheden roman >

Flaptekst van de familiegeschiedenis van Richard Flanagan

Een vader overleeft een Japans interneringskamp, in het Londen van vlak voor de Eerste Wereldoorlog hebben twee schrijvers een affaire, een jongeman ontkomt maar net aan de verdrinkingsdood – Vraag 7 is een gloedvolle ode van Booker Prize-winnaar Richard Flanagan aan zijn familiegeschiedenis en een verbluffend mozaïek van de menselijke conditie.

Meesterverteller Flanagan onderzoekt op poëtische wijze hoe het kleine en het grote, het persoonlijke en het historische elkaar voortdurend beïnvloeden. Vraag 7 is zowel een liefdesverhaal als een meditatie over schuld, overleven en de onverklaarbare drang van de mens om betekenis te vinden en te geven.

Richard Flanagan is geboren in 1961 in Langford, Tasmanië. Hij is een Australische schrijver van veelvuldig bekroonde romans. In 2014 won hij de Man Booker Prize voor zijn roman De smalle weg naar het verre noorden, die vorig jaar opnieuw bij Koppernik is verschenen, en in 2024 de Baillie Gifford Prize voor Vraag 7, waarmee hij de eerste schrijver is die zowel de belangrijkste Britse fictie- als non-fictieprijs won.

Bijpassende boeken en informatie

Donald Niedekker – Nevenwezen

Donald Niedekker Nevenwezen recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Nederlandse schrijver. Op 12 februari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de nieuwe roman van Donald Niedekker, de schrijver uit Nederland. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Donald Niedekker Nevenwezen recensies

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Nevenwezen, de roman van Donald Niedekker, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Donald Niedekker Nevenwezen

Nevenwezen

  • Auteur: Donald Niedekker (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 12 februari 2025
  • Omvang; 208 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 23,50
  • Bestelmogelijkheden roman >

Flaptekst van de Donald Niedekker roman

Twee jongens, twee werelden; de een groeit op onder de rook van een Zaanse cacaofabriek, de ander werkt op een plantage in West-Afrika. Ze worden door balenlossers, molenaars, middenstanders, een stenen adelaar, een rondreizende verhalenverteller, een chauffeur, een panter en een krokodil op sleeptouw genomen door de jaren zeventig. Hun levens raken elkaar – verbonden door de geur van cacao en de grillen van Azteekse scheppergod Quetzalcaotl en zang- en bloemengod Xochipilli, die hoog boven de twee protagonisten hun glorie proberen te herwinnen.

In zijn sprankelende stijl laat Donald Niedekker in het even geestige als ontroerende Nevenwezen opnieuw zien hoe mythe en werkelijkheid, verleden en heden elkaar spiegelen en dat ons verleden altijd anders is dan de verhalen die we onszelf vertellen.

Donald Niedekker is geboren op  14 januari 1963 in Amsterdam. Van Donald Niedekker verscheen in 2014 de roman Als een tijger, als een slakgeschreven vanuit het perspectief van een gedicht. Zijn ontwrichtende ballet Oksanastond in 2017 op de shortlist van de Fintro Literatuurprijs (de voormalige Gouden Uil). In 2018 verscheen de reisroman Wolken &c., in 2019 gevolgd door het baldadige Zo zie je alles, die op de longlist van de Boekenbon Literatuurprijs stond. Niedekker ontving in 2021 de Brusselse VUB Luc Bucquoye Prijs voor eigenzinnige literatuur. Zijn meest recente roman Waarachtige beschrijvingen uit de permafrost werd bekroond met de F. Bordewijk-prijs en stond op de shortlist van de Boekenbon Literatuurprijs, de Libris Literatuur Prijs 2023 en de Confituur Boekhandelsprijs. In 2023 verscheen Ochtenden het boek met berichten over de natuur gevolgd in 2024 door Rouw, het boek met berichten.

Bijpassende boeken

Cynan Jones – Deining

Cynan Jones Deining recensie, review en informatie boek met verhalen van de schrijver uit Wales. Op 22 januari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van Pulse, het boek van de Welsh schrijver Cynan Jones. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Cynan Jones Deining recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Deining, het boek met verhalen van Cynan Jones, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Hoe uitgepuurd zijn schrijfstijl ook mag zijn, ze is doorspekt met momenten van verbluffende originaliteit en schoonheid.” (The Times)
  • De vaak gelaagde, duistere thematiek van Jones’ verhalen wordt op fascinerende wijze gelogenstraft door de helderheid van zijn taal.” (Sara Baume)
  • Cynan Jones heeft de zeldzame gave om ons moment voor moment de overlevingsstrijd van zijn personages te laten ervaren.” (Carys Davies)
  • “Jones is een begaafde, uitgebalanceerde schrijver, en deze verhalen zijn waardevolle portretten van mensen die in onze hedendaagse fictie maar al te vaak over het hoofd worden gezien.” (The Telegraph)
  • “Deze verhalen gaan over angst en kwetsbaarheid en ze raken je in je buik en in je hart.” (Daily Mail)

Recensie van Tim Donker

Wat vreemd is dat ik het niet gezien heb.

Terwijl het daar staat. Gewoon. Op de voorkant. Onder de naam van Manon Smits, die het boek vertaald heeft.

Maar ik zag het niet. Niet meteen in elk geval.

Ik denk dat het door het dorp kwam. Ik denk dat het kwam omdat we aan het lopen waren. Daar. Door dat dorp. In ergens een ergens dat niet het gebruikelijke ergens was.

We waren op vakantie. En we liepen.

Het was het dorp. Bergen meen ik. Niet Op Zoom. Aan zee. Waar we liepen. Niet waar we op vakantie waren, al was dat niet ver van daar. We liepen en ik zag een boekhandel. Ik kan niet. Ik kan niet doorlopen. Niet als ik een boekhandel zie. Dan moet ik naar binnen. De boekhandel was niet bijster groot, en in een oord als dat verwachtte ik een soort Bruna. Een veredeld soort tijdschriftenzaak. Waar ze vooral thrillers hebben. Nauwelijks literatuur, een enkele bestseller daargelaten. Zeker geen poëzie. Maar het viel me mee. Het viel me niet tegen. Wat ze hadden was voorwaar niet slecht.

“Ze hebben boeken!” zei ik, bijna schreeuwend, enthousiast, tegen degene die het dichtst bij me stond. Dat was mijn zoon. Hij is het altijd. Hij is altijd degene die het dichtst bij mij staat. Maar hij was niet onder de indruk van mijn constatering. Hij vond het niet zo verbazingwekkend dat er in een boekhandel boeken werden verkocht.

“Nee maar echte bedoel ik!” zei ik. “Goede boeken. Niet van die rotzooi.”

Op een tafel. Die kenmerkende vormgeving. Koppernik. Cynan Jones. Deining. Een boek dat nog op mijn lijstje stond. Vrijwel alles dat door Koppernik wordt uitgegeven staat op mijn lijstje. Ik bladerde. Fantastisch. Al die witregels. Die ik wel ken van Cynan Jones. Mooi. Mijn ogen vlogen over de flaptekst. Uiteenlopende situaties van uiteenlopende personages. Dacht ik. Mooi. Kronkelende verhaallijnen, meerdere hoofdpersonen, misschien niet een heel duidelijk overkoepelend thema, of anders alleen één dat eerder associatief of intuïtief te duiden is. Zo heb ik mijn romans het liefst.

Maar het is geen roman.

Het is een verhalenbundel. En dat had ik moeten zien. “Verhalen”; het staat daar duidelijk op de voorkant. Maar ik zag het later pas, in het vakantiehuisje. En toen heb ik het boek uiteraard al gekocht. In al mijn enthousiasme. Vanwege het dorp. De vakantie. Het lopen (iets in mij loopt op blote voeten). De winkel, die veel beter gesorteerd bleek te zijn dan ik gevreesd had. Koppernik. Cynan Jones. Wat meer had ik nodig om naar de kassa te stormen?

Wat is het probleem dan?

Ja.

Wel.

Nee.

Er is geen probleem. Of toch. Ik ben niet zo dol op verhalenbundels. Poëziebundels, daar hou ik van. En van romans ook. Maar verhalenbundels. Het probleem met verhalen is dat ze te, tsja, verhalend zijn. Denk ik. Al zeg ik daarmee waarschijnlijk weinig nieuws. Maar ik hou wel van stilte in een boek. Van schrijvers die veel ruimte nemen voor hun plot. Het plot zover uitrekken dat het zo dun geworden is dat er nauwelijks nog een plot overblijft. Dat het er niet te dik bovenop ligt met al die ontwikkelingen enzo. Of dat er juist weer zoveel plots en subplots door elkaar krioelen dat het een mierenhoop gelijk is. Je kunt niet voor lange tijd één specifieke mier blijven volgen. Het gaat niet om die ene mier. Het gaat om het krioelen, en om niet goed weten wat er nu eigenlijk precies gebeurt daar allemaal. Dat kan ook heel mooi zijn. Maar in een verhaal is het vaak te uitgebalanceerd. Er blijven geen lege plekken over. Verhalen zijn miniromans voor lezers die zelf niet willen denken.

Nou.

Dat probleem is er alvast niet bij Cynan Jones.

Ik kan er zelfs nog wel, met een beetje kunst en vliegwerk, een fragmentariese roman in lezen.

Het gevoel is in haast alle verhalen wel ongeveer hetzelfde. Het decor ook. En de personages.

Getekenden. Door het leven gehard. Ofzo. Zeg jij het eens. Waarom zeg jij niets?

Veel natuur hier. Plaats van handeling kan een boerderij zijn, een bos, een rivier. En daar zijn mannen. Veelal mannen. Eenlingen. Veelal eenlingen. Zelfs als ze met twee zijn, of met meer, dan nog zijn het eenlingen. Het zwijgzame type. Gedesillusioneerd. Ergens in hun leven zijn er dingen gekanteld. Ergens is iets niet helemaal goed gegaan.

De verwantschap tussen de verhalen is groot genoeg om er toch één geheel in te zien.

En Cynan Jones is goed in lege plekken open laten.

In het eerste verhaal proberen twee mannen vanuit de rivier valkenkuikens te roven uit hun nest op een klif. Ze blijven naamloos. Ze worden alleen maar “de dikkere” en “de magere” genoemd. Dat vond ik lichtelijk beckettiaans. Eén van de twee, de magere, ziet ergens een jongen zitten. Of denkt alleen maar een jongen te zien zitten. Het maakt bij hem een herinnering los aan een andere jongen. Vroeger. Op school. Een jongen die gepest werd. Onder anderen door hem. Er is iets gebeurd met die jongen. Daarover voelt de magere zich schuldig, al probeert hij dat schuldgevoel weg te rationaliseren. De klim naar het nest gaat fout. Misschien omdat de man slecht geconcentreerd is. Op het eind hangt hij daar, en dan is het afgelopen.

Wie zijn die mannen? Wat moeten ze met die valkenkuikens? Wie is die jongen die de magere zag zitten, en aan welke andere jongen doet hij hem denken? En wat is er met die jongen van vroeger gebeurd?

Hoe het precies zit. Wat er aan de hand is. Jones laat de lezer die ruimte en dat is goed.

Of neem “Witte vierkantjes”. Een man. Een jongen. Een vrouw. Vader. Zoon. Moeder. De vader en de moeder zijn gescheiden, en waarschijnlijk zijn ze niet als vrienden uit elkaar gegaan. Een rechtbank moest zich er zelfs mee moeien. De vader voelt zich rot vanwege zijn zoon. Voelt dat hij iets goed te maken heeft met hem. Eén goede actie. Een eendenrace. School houdt elk jaar een eendenrace. Vorig jaar verloren door zijn zoon. Zijn eend kwam als laatste binnen. De briljante actie van de vader komt hierop neer. Uit het zicht, in een bocht van de rivier, schiet hij alle andere eenden dood. Alleen de eend van zijn zoon is nog over. Dat is alles. Dat is zo’n beetje heel dat verhaal.

Flitsen. Een korte greep uit iemands leven. Waar dat leven verder uit bestaat, laat Jones aan de lezer. Tableaus. Foto’s. Maar wel met beweging. Deining eerder. Ja deining. In al deze verhalen zit deining. Daarom is de titel zo goed gekozen.

Er zijn ook langere verhalen. Een man maakt jacht op een beer die de boeren uit de omgeving veel overlast bezorgt. Dat verhaal neemt een bizarre wending als de man in het bos waarin hij de beer achtervolgt, stuit op een slee. Een moje slee. Een arrenslee? En cadeautjes die in de bomen hangen. Serieus, Jones? Probeer je nu serieus te suggereren dat de kerstman daar neergestort is?

Of. Nog weer anders is het in Voorraad. Mogelijkerwijs het vaagste verhaal uit de bundel. Zelfs de hoofdrolspeler blijft een weinig diffuus. Hij is winkeleigenaar. Denk ik. Van een niet al te goed lopende winkel. Vermoed ik. Maar hij is ook iemands kleinzoon. Een oma in een tehuis. Hij bezoekt haar. En hij komt iemand te hulp die een schapenboerderij heeft. Steeds is er sprake van een oom. Waar iets mee is, of mee was. Tot slot blijkt de man ook een deeltijdterrorist te zijn. Hij overvalt bezorgbusjes. Van andere winkels? Aannemelijk. Gijzelt en mishandelt (?) de chauffeurs. Waarom? Er is sprake van een lijst. Hij moet iedereen op de lijst hebben. Welke lijst? Waarom? Waar is hij mee bezig? Uw gok is zo goed als de mijne. Zelfs als u het boek niet eens gelezen hebt.

Misschien is Jones in het laatste, titelgevende, verhaal nog het volledigst. Een gezin ergens in een blokhut. Buiten woedt een storm. Een boom dreigt om te vallen, op de elektriciteitskabels die boven het huis gespannen zijn. Het is duidelijk wat de band is tussen deze mensen, het is duidelijk wat het probleem is. En er wordt iets aan gedaan. Boomchirurgen komen te hulp. Het zal niet afdoende blijken. Het einde mag open heten.

In alle verhalen een gevoel van ongemak.
Dreiging.
Het menselijk tekort.
En deining. Ja naast dreiging. Ook deining.

In het laatste verhaal deint de grond letterlijk. Maar ook in de andere verhalen deint het.

Misschien is dit daarom zo’n goede verhalenbundel.

Je wordt niet in en uit de plotjes gegooid. Doorheen de verschillende verhalen loopt een draad. Geen rode. Wees gerust. Een donkerbruin gerafeld touw dat bijna op knappen staat. De sfeer. Het gevoel. De elementen. De mensen. De toonzetting. Als een cd met verschillende liedjes die wel allemaal eenzelfde klankkleur hebben.

Het duistere.

De open plekken.

Een verhalenbundel die me trof als een roman. Van een schrijver die me raakt als een muzikant. Dat is het precies. De veelheid die Deining is.

Cynan Jones Deining

Deining

  • Auteur: Cynan Jones (Wales)
  • Soort boek: verhalen
  • Origineel: Pulse (2025)
  • Nederlandse vertaling: Manon Smits
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 22 januari 2026
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 23,50
  • Boek bestellen >

Flaptekst van het nieuwe boek van Cynan Jones

Een man trekt de sneeuw in om de beer te achtervolgen die de vallei terroriseert, een vader probeert het goed te maken met de zoon die hij verliet, een geliefde wordt te hulp geroepen wanneer de bevalling van een koe vreselijk misgaat, een hevige storm dreigt een boom op de elektriciteitskabels boven het huis van een gezin te blazen – angst, kwetsbaarheid en vastberadenheid komen op Jonesiaanse wijze onder spanning te staan in deze aangrijpende en onvergetelijke verhalen.

Cynan Jones bewijst met Deining opnieuw een van de onverbiddelijkste Britse schrijvers van dit moment te zijn. Maar hoe hardvochtig de elementen in deze uitgepuurde verhalenbundel ook zijn, er is altijd een sprankje hoop aanwezig.

Cynan Jones is geboren in 1975 in in de buurt van Aberaeron, Wales, waar hij woont en werkt. Hij stond op de long- en shortlist van talloze prijzen en won de de BBC National Short Story Award, de Betty Trask Award voor De lange droogte; de Jerwood Fiction Uncovered Prize en de Wales Book of the Year Fiction Prize voor De burcht. Verder zijn in Nederlandse vertaling verschenen De wetten van water, Drie sprookjes (∗∗∗∗) en Alles wat ik vond op het strand. Meerdere van zijn verhalen verschenen in The New Yorker.

Bijpassende boeken en informatie

David Foster Wallace – Eindeloos vertier

David Foster Wallace Eindeloos vertier recensie, review en informatie roman van de Amerikaanse schrijver. Op 23 februari 2026 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van Infinite Jest, de roman uit 1996 van David Foster Wallace, de schrijver uit de Verenigde Staten. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

David Foster Wallace Eindeloos vertier recensies en reviews

  • De volgende stap in de literatuur… Gedurfd, accuraat en duister geestig… Denk aan Beckett, denk aan Pynchon, denk aan Gaddis. Denk.” (Sven Birkerts, The Atlantic)
  • Een van de beste boeken over verslaving en herstel die de afgelopen tijd zijn verschenen..” (Sunday Times)
  • “Wallace is een fantastische cultuurkomiek… zijn uitbundigheid en intellectuele ondeugendheid zijn een genot.” (James Wood, The Guardian)
  • Een schrijver met virtuoze talenten die schijnbaar alles kan.” (The New York Times)

David Foster Wallace Eindeloos Vertier

Eindeloos vertier

  • Auteur: David Foster Wallace (Verenigde Staten)
  • Soort boek: Amerikaanse roman
  • Origineel: Infinite Jest (1 februari 1996)
  • Nederlandse vertaling: Robbert-Jan Henkes
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 23 februari 2026
  • Omvang: 1176 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 50
  • Bestelmogelijkheden boek >

Flaptekst van de David Foster Wallace roman

Eindeloos vertier, het kolossale, tragikomische meesterwerk van David Foster Wallace, speelt zich af in een kliniek voor drugsverslaafden en een tennisacademie, gelegen in een fictief Amerika waar bedrijven de dienst uitmaken en de smetvrezende zanger Johnny Gentle president is. Via de Incandenza’s, de meest innemend verknipte familie van de moderne literatuurgeschiedenis, en dan met name wonderkind Hal, volgen we een maatschappij die in de ban is van een film die zó vermakelijk is dat iedereen die hem kijkt al het andere in zijn leven vergeet en uiteindelijk wegglijdt in een catatonische gelukzaligheid.

Bij verschijnen lapte Eindeloos vertier alle romanconventies aan zijn laars zonder ook maar een moment zijn eigen entertainmentwaarde op te offeren. Ook dertig jaar na verschijnen stelt de roman essentiële vragen over wat entertainment is en waarom het ons leven zo domineert; over hoe ons verlangen naar vermaak onze behoefte aan contact met anderen beïnvloedt; en over wat de verdoving die we kiezen zegt over wie we zijn.

David Foster Wallace is geboren op 21 februari 1962 in Ithaca, New Infinite Jest David Foster Wallace novel from 1996 first editionYork in de Verenigde Staten. De Amerikaanse schreef drie romans, een aantal verhalenbundels en non-fictieboeken die gedeeltelijk in het Nederlands vertaald zijn. Wallace leed onder depressies en op 12 september 2008 pleegde Wallace zelfmoord door zich op te hangen boven de veranda van zijn huis nadat hij eerst een zelfmoordbrief aan zijn vrouw had geschreven. Hij werd 48 jaar oud.

Bijpassende boeken en informatie

Inger Christensen – Alfabet

Inger Christensen Alfabet recensie en informatie gedichten en dichtbundel van de dichteres uit Denemarken. Op 20 november 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van Alfabet, de bundel met gedichten uit 1981 van Inger Christensen, de Deense dichteres. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Inger Christensen Alfabet recensie

  • De ecologische crisis vormt het uitgangspunt voor een deels extatische hommage aan de wereld en de natuur, die ondanks alles nog steeds gevonden wordt: deels in de actieve zin dat ze bestaat, deels in de passieve zin dat ze ontdekt en begrepen wordt – door de dichter en door ons.” (Erik Skyum-Nielsen)
  • “Deze gedichten zijn een schitterende bevestiging van het leven. Een lofzang op de natuur, in eenvoudige, bijna kale taal en heldere zinnen, met maar weinig bijvoeglijke naamwoorden. De abrikozenbomen, de bramen, de ceder, de duiven, de herfst – je ziet ze, voelt ze, ruikt ze.” (Janita Monna, Trouw)
  • “Ondanks de strenge structuur die haar werk vormde – of, waarschijnlijker, juist daardoor – was Christensens stijl lyrisch, zelfs speels.” (New York Times)

Inger Christensen Alfabet

Alfabet

  • Auteur: Inger Christensen (Denemarken)
  • Voorwoord: Claire-Louise Bennett
  • Soort boek: gedichten, poëzie
  • Origineel: Alfabet (1981)
  • Nederlandse vertaling: Annelies van Hees
  • Uitgever: Koppenik
  • Verschijnt: 20 november 2025
  • Omvang: 72 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 22,50
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de gedichten van Inger Christensen de Deense dichteres

Inger Christensen, de meest bewonderde dichter van Denemarken, schreef met alfabet een van de opzienbarendste dichtbundels van de twintigste eeuw. Geordend volgens de Fibonacci-reeks, waarin elk getal de som is van de twee voorgaande getallen – een patroon dat ook in de natuur zichtbaar is –, ontstaat een raamwerk van psalmachtige strofes die zich ontvouwen als een uitdijend universum.  

Alfabet, in een herziene vertaling van Annelies van Hees, biedt naast de complexe structuur een zoektocht naar het metafysische in het dagelijks leven en een diep begrip van de voortdurende dreiging van de catastrofe. Dit maakt Inger Christensens poëzie juist nu urgenter dan ooit tevoren.  

Inger Christensen is op 16 januari 1935 geboren in Vejle, Denemakren. Ze was een Deense dichter, romanschrijver, essayist en toneelschrijver. Christensen behoort tot de belangrijkste Scandinavische dichters van haar generatie. Aan het einde van haar leven werd ze voortdurend genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Op 2 januari 2009 overleed Inger Christensen in Kopenhagen. Ze was 73 jaar oud.

Bijpassende boeken en informatie