Tag archieven: Recensie

Berber van der Veer – De schilders van Giethoorn

Berber van der Veer De schilders van Giethoorn recensie en informatie nieuw boek in de reeks Kunstenaarskolonies en kunststromingen in Nederland. Op 7 november 2024 verschijnt bij uitgeverij WBOOKS het kunstboek over Giethoorn en nieuwe deel in de reeks Kunstenaarskolonies en kunststromingen in Nederland, geschreven door Berber van der Veer. Hier lees je informatie over de inhoud van het kunstboek, de schrijfster en over de uitgave.

Berber van der Veer De schilders van Giethoorn recensies en informatie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De schilders van Giethoorn, het boek van de Nederlandse kunsthistoricus Berber van der Veer, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van onze redactie

De reeks boeken die Uitgeverij WBOOKS in de afgelopen jaren heeft uitgegeven in de reeks Kunstenaarskolonies en kunststromingen in Nederland kun je alleen maar meer en meer waarderen. Inmiddels zijn er al ruim vijfentwintig delen verschenen. Elk boek is mooi uitgegeven en bevat een grote hoeveelheid afbeeldingen van schilderijen en andere kunst over het dorp, stad of streek die centraal staat.

Het boek dat kunsthistoricus Berber van der Veer doet wat dat betreft niet onder voor de andere boeken in de reeks. En toch wijkt het enigszins af. Het is anders in die zin dat de auteur meer ruimte en tijd neemt om de individuele kunstenaars die Giethoorn en omgeving vereeuwigden meer ruimte en tijd geeft. Als geboren Giethoornse heeft al eerder proefschrift gepubliceerd over dit onderwerp waaruit ze zonder twijfel voor dit boek geput heeft.

Wat het boek rijk maakt is dat ze niet alleen ruimschoots aandacht besteed een aantal kunstenaars die onlosmakelijk verbonden zijn aan Giethoorn, ze heeft ook oog voor de ontwikkeling van het bijzondere dorp dat in de negentiende eeuw moeilijk bereikbaar was tot de toeristische trekpleister die het tegenwoordig is. Bovendien schrijft Berber van der Veer goed en toegankelijk. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Berber van der Veer De schilders van Giethoorn

De schilders van Giethoorn

Kunstenaarskolonies en kunststromingen in Nederland deel 24

  • Auteur: Berber van der Veer (Nederland)
  • Soort boek: kunstboek
  • Uitgever: WBOOKS
  • Verschijnt: 7 november 2024
  • Omvang: 200 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 27,95
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over de schilders van Giethoorn

Kunsthistoricus Berber van der Veer schreef De schilders van Giethoorn, het eerste complete overzicht van de schilderkunst in het Noordwest-Overijsselse waterdorp.

Jaarlijks bezoeken honderdduizenden toeristen het waterdorp Giethoorn. De bruggetjes over de grachten en de boerderijen met fraai aangelegde tuinen worden massaal bewonderd en gefotografeerd. Tot een eeuw geleden was het dorp alleen bekend bij zijn bewoners. Giethoorn was slechts over water bereikbaar en verder nagenoeg van de buitenwereld afgesloten. Gietersen – zo worden inwoners uit Giethoorn genoemd – werkten hard om te voorzien in hun meest basale behoeften. Groot was de verbazing toen er zich aan het eind van de negentiende eeuw een nieuw slag mensen aandiende.

Een groep schilders en etsers trok naar Giethoorn om er inspiratie op te doen. Verleid door de schoonheid van het dorp maakten zij, met een schilderkist onder de arm, de tocht door het veengebied. Zij zagen in elke brug een compositie en in de kleuren van het landschap hun palet. Deze eerste kunstenaars behoorden tot de kunststroming van de Haagse School en vertegenwoordigden de laatste opleving van het impressionisme. Willem Bastiaan Tholen (1860-1931) en zijn vrienden probeerden het dorp voor zichzelf te houden. ‘Je moet maar niet aan schilders zeggen dat ’t hier zoo is.’ Tot hun spijt resulteerden exposities, waar hun Gieterse werk was vertegenwoordigd, in een stroom van schilders die het dorp wilden bezoeken. Zij plaatsten Giethoorn in een moderner, expressionistischer licht. Ook hebben zij Gietersen geleerd de schoonheid van het dorp te herkennen en vast te leggen.

In De schilders van Giethoorn wordt een overzicht gegeven van de ‘Gieterse’ schilderkunst van 1885 tot 1958, de periode die begint met het eerste bezoek van Tholen aan het dorp en die eindigt waar het toerisme begint.

Berber van der Veer is in 1996 in Giethoorn heeft kunstgeschiedenis en filosofie gestudeerd in Groningen. Haar masterscriptie de opkomst en de ondergang van de Gieterse schilderkunst is cum laude ontvangen.

Bijpassende boeken en informatie

Alma Delia Murillo – Het hoofd van mijn vader

Alma Delia Murillo Het hoofd van mijn vader recensie en informatie boek over een zoektocht door Mexico van de Mexicaanse schrijfster. Op 16 januari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact het boek van de Mexicaanse schrijfster Alma Delia Murillo. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster, de vertaler en over de uitgave.

Alma Delia Murillo Het hoofd van mijn vader recensie van Tim Donker

Maar wat het was weet ik nu niet meer. Een tijd lang las ik rabiaat nee fervent nee razend in Het hoofd van mijn vader. En toen, ineens, had ik er even genoeg van. Was het de woede, was het de pijn, was het de wanhoop? Kwam het door de soms grimmige, soms verbeten sfeer? Of waren het de referenties? Teveel filosofie, teveel psychologie, teveel literatuur (ja Alma Delia Murillo, ik begrijp het, je bent niet van de straat, je bent belezen, je hebt gestudeerd, ik merk het, ik zie het, ik lees het). Teveel Shakespeare. Ja. Vooral teveel Shakespeare. Zeikspier, zoals mijn voormalig kompaan en ik hem noemde. Delia Murillo “verliteraturiseert” alles zo erg dat ik zelfs tijdlang peinsde dat het meisje met de brandwonden een verwijzing was naar Stig Dagerman. Maar in Het hoofd van mijn vader is niet alles fictie, er zal werkelijk een zus geweest zijn, de oudste zus, die toen ze een jaar of zes was dacht wel even wat tortilla’s te kunnen opwarmen op een oud primusbrandertje. Wat was het? Het was iets aan dat alles waar ik niet zo goed meer tegen kon na enkele tientallen bladzijden en Het hoofd van mijn vader belandde op de stapel. Alles wat op de stapel komt, geraakt op enig moment onderaan de stapel. Dat zal wel een of andere wet zijn, weetikveel, ik heb natuurkunde laten vallen nog voor ik het goed en wel had.

Toen ging ik op vakantie. Spanje. Mijn zus zien. Maar dat doet voor deze bespreking niet ter zake. Hoewel. Onder andere vanwege dit boek (maar ook vanwege Terras 26: Magia / No magia) had ik het met haar nog even, overheen een elegant wit wijntje, over de verstandhouding tussen Spanjaarden en Mexicanen. Wie op vakantie gaat, gaat zijn huis uit. Wie zijn huis uit gaat, laat dingen achter. In mijn geval: vooral boeken. Twee tassen, zo had ik bedacht. Twee tassen vol boeken mochten mee. Extra grote tassen. Maar toch. Twee. De rest moest blijven in het huis dat ik achter me ging laten. De keuze was wat willekeurig, er was niet veel tijd, het was avond, de volgende dag zouden we vertrekken, mijn zoon zat daar nog, achter laptop, de anderen waren naar bed, en ik, ik vulde tassen. Tassen met boeken. Boeken die het maar moesten zijn, daar, in Spanje, in Valencia, daar, waar mijn zus woont (en hoeveel lezen ga je doen als je ook met die moje lieve intelligente grappige fantastiese zus van mij kunt babbelen). Waarom ging Het hoofd van mijn vader een van die tassen in, waarom niet een ander boek. Ik weet het niet, het was laat, mijn zoon en ik, we moesten eigenlijk allang op bed liggen, morgen zou de wekker vroeg gaan, er was geen tijd om lang over dingen na te denken. En dus. Daar ging het. Mee. Mexico naar Spanje. Kon je zeggen. Ging.

Dan zijn er ineens een wagonlading boeken minder.
Dan is het lezen beperkter.
Dan lees je.

Dan lees je opnieuw.

Van een vader, die er ooit was. De moeder, de broers, de zussen, de vader. Maar die laatste ging. Op een dag ging hij. Hij liet de moeder, de broers, de zussen, en hij ging. Niet uit liefdeloosheid. Nee. De zus met de brandwonden, hij legde haar op een paard, hij reisde tot hij bij een ziekenhuis kwam, hij waakte, dag en nacht, aan het bed van het meisje met de brandwonden. De vader was geen liefdeloze man. Maar toch ging hij. Omdat het leven elders. Omdat het gras groener. Of misschien. De meest liefdevolle daad. De kinderen de ruimte geven niet beperkt door zijn ballast. Wie weet.

Alma Delia Murillo laat het er niet bij. Het hoofd van mijn vader beschrijft een zoektocht. Een zoektocht naar een vader die ging, ooit, lang geleden, toen zij nog een klein kind was. Een vader nauwelijks gekend door haar. Veel heeft ze niet. Een verscheurde foto, Koos Alberts is er niks bij. Maar ze zoekt. Gans doorheen Mexico. De zoektocht is er één  van steeds te laat of net niet op tijd. Op grond van het minimale wat ze van haar vader weet komen Alma en haar broers en zussen samen met hun moeder steeds aan bij een huis waar de vader een paar maanden geleden nog woonde, of bij de winkel waar de vader enkele uren geleden nog gewerkt heeft. Hoe vergeefs deze odyssee is, moet je zelf maar weten.

Delia Murillo lardeert nee doorspekt nee dat is hetzelfde Delia Murillo verlevendigt ach nauwelijks beter maar toch de zoektocht met de soms bizarre episodes uit haar verleden, met referenties aan klassiekers ut de wereldliteratuur, met psychologische of sociologische of politieke exposés. Bestaat er zoiets als spiegelsynesthesie? Een extreme ontvankelijkheid voor de gevoelens van anderen. Je weet het. Je weet het niet (die gast uit the green mile had een vorm van spiegelsynesthesie maar ja dat was film dat was literatuur). Kun je een vader reconstrueren uit alle uiteenlopende verhalen die ook zo hun eigen leven leiden? Je weet het. Je weet het niet. Zijn familierituelen innemend of idioot. Je weet het. Je weet het niet. De zussen in dit boek praten of zingen of informeren elkaar via liedjes van Juan Gabriel, ik maakte de fout hem op te zoeken en het bleek een wat theatrale n tamelik oninteressante figuur maar zijn de figuren aan wie wij vroeger onze gestandaardiseerde replieken onttrokken feitelijk zoveel beter? (koot. bie. wim schippers). In ieder geval voel je de liefde. De warmte. De onverbrekelijkheid van de band,

En de woorden.

De kracht van de woorden.

Bij Delia Murillo soms samengebald in aforismen van het type “Familie is het favoriete organisme van de stilte”, of “voldaan zijn is een degeneratieve en dodelijke ziekte”, of in gewoon maar een zin, de laatste zin, die ik natuurlijk weer las met tranen in mijn ogen.

Je kunt Het hoofd van mijn vader lezen als avonturenroman. Als sociologische analyse. Als de psychologie van dochterliefde. Als literair essay. Of gewoon. Als een onderhoudende, ontroerende, uitdagende en te denken gevende roman.

Alma Delia Murillo Het hoofd van mijn vader

Het hoofd van mijn vader

Een zoektocht door Mexico

  • Auteur: Alma Delia Murillo (Mexico)
  • Soort boek: memoir
  • Origineel: La cabeza de mi padre (2022)
  • Nederlandse vertaling; Arieke Kroes
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 18 januari 2025
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van het boek over Mexico van Alma Delia Murillo

Als Alma Delia Murillo negen jaar oud is, verlaat haar vader hun gezin. Dertig jaar lang hoort ze enkel over hem in tegenstrijdige berichten: je vader was een nietsnut, je vader werkte hard, je vader was een knappe man, je vader was een dronkaard. Op de enige foto die ze van hem heeft, is het hoofd van haar vader van het beeld afgescheurd. Murillo schrijft met een even scherpe als poëtische blik, openhartig en met rauwe humor. Haar situatie is niet uniek; afwezige vaders komen in het door armoede geteisterde Mexico veel voor. De zware last om het gezin draaiende te houden belandt doorgaans op de schouders van de moeders.

Het hoofd van mijn vader is tegelijkertijd een aangrijpende poging om grote vragen te beantwoorden. Hoe vormen gebeurtenissen in onze jeugd ons karakter? Wanneer Murillo, inmiddels veertig, droomt dat haar vader stervende is, besluit ze hem te gaan zoeken. Met haar moeder, broers en zussen stapt ze in een rood bestelbusje en rijdt van Mexico-Stad naar de provincie Michoacán, op zoek naar de man die in zijn afwezigheid al haar hele leven lang zon grote aanwezigheid heeft.

Alma Delia Murillo (1979, Mexico) is schrijver en journalist. Ze studeerde Literatuur en Theater aan unam, schreef meerdere romans en heeft een wekelijkse column in SinEmbargomx. Het hoofd van mijn vaderis haar eerste boek dat in het Nederlands vertaald is.

Bijpassende boeken en informatie

Mats Strandberg – Pestbloemen

Mats Strandberg Pestbloemen recensie en informatie over de inhoud van de gothic young adult roman die zich afspeelt in de zeventiende eeuw. Op 23 oktober 2024 verschijnt bij Uitgeverij Blauw Gras de 11+ gothic roman van de uit Zweden afkomstige schrijver Mats Strandberg met illustraties van Elin Sandström. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver, de vertaalster en over de uitgave.

Mats Strandberg Pestbloemen recensie van Jolien Dalenberg

Magdalena en haar zusje Ebba worden door hun vader naar tante Katharina gestuurd, als hun moeder door de pest komt te overlijden. Het kasteel van hun tante is een sombere plek, en ze worden bepaald niet warm ontvangen. Tante Katharina is een kille vrouw, die het geloof gebruikt om angst te verspreiden. De meisjes worden wreed behandeld. Er lijken geheimen in het kasteel rond te waren. Waarom hebben ze de stiefzoon van hun tante nooit ontmoet? Wat is er gebeurd tussen hun moeder en hun tante?

Duister, donker en magisch. Dat is de korte samenvatting van Pestbloemen. Verteld vanuit het perspectief van Magdalena, die daarvoor het geknipte personage is. Als oudste zus probeert ze haar kleine zusje te beschermen. Ze is sterk en weet de geheimen van haar familie te ontrafelen. Haar gedachten nemen je mee alsof je naast haar door het kasteel dwaalt. Strandberg weet zo levendig te schrijven, dat je haar wanhoop, angst en pijn voelt. Maar ook haar kracht, haar drang om te leven.

Het verhaal blijft je verrassen, Strandberg heeft meerdere wendingen voor je in petto die het meer dan interessant maken om verder te lezen. Hoewel de toon van het verhaal vrij donker is, zijn er Gelukkig genoeg lichtpuntjes. Vriendelijke mensen en bijzondere vriendschappen geven het verhaal de nodige lucht. Hierdoor wordt het nog sterker en wil je het helemaal niet meer wegleggen. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Mats Strandberg Pestbloemen

Pestbloemen

  • Auteur: Mats Strandberg (Zweden)
  • Illustraties: Elin Sandström
  • Soort boek: young adult, gothic (11+ jaar)
  • Nederlandse vertaling: Femke Muller
  • Uitgever: Uitgeverij Blauw Gras
  • Verschijnt: 23 oktober 2024
  • Omvang: 208 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 16,99 / € 9,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van de Zweedse schrijver Mats Strandberg

Een gothic novel waarin je niet kunt stoppen. Mats Strandberg doet twee dingen tegelijk: hij geeft zijn personages diepte, én hij bezorgt ons een pageturner.

Het is 1710. In Stockholm heerst de pest, en Magdalena (15) en haar zusje verliezen hun moeder. Ze worden naar het platteland gestuurd. Daar leert  Magdalena Axel kennen. Maar leeft hij wel? Waarom ziet niemand anders deze raadselachtige jongen Magdalena ontdekt familiegeheimen die haar leven op zijn kop zetten. Maar dan wordt ze zelf ziek.

Mats Strandberg (23 oktober 1976, Västanfors, Zweden) schrijft voor jong en oud, vaak in het horrorgenre. Hij wordt gelezen en geprezen vanwege zijn plotbeheersing en zijn geloofwaardige personages – zoals  bijvoorbeeld in zijn overweldigende  young-adultroman Het einde, die ook bij Blauw Gras zal uitkomen.

Elin Sandström (1988) maakte spannende zwart-wittekeningen voor dit boek. Ze woont net buiten Stockholm, werkt sinds 2012 als illustratrice en debuteerde in 2023 ook als auteur met een eigen titel.

Bijpassende boeken en informatie

Laura Broeckhuysen – Magnetisch middernacht

Laura Broeckhuysen Magnetisch middernacht recensie en informatie over de inhoud van de Nederlandse IJslandse roman. Op 1 oktober 2024 verschijnt bij uitgeverij Querido de nieuwe roman van Laura Broeckhuysen.

Laura Broeckhuysen Magnetisch middernacht recensie van Tim Donker

Stel je voor. Je bent een kind, bijna puber misschien. Je hebt nooit geweten wie je vader is want je moeder voedt je op, en je moeder is ziekelijk, en je moeder kan het niet alleen, en je moeder zoekt een man, altijd zoekt je moeder een man, altijd gaat je moeder samenwonen met een man, steeds een andere man, voor jou een ander misschien in de vaderrol, en al snel maakt je moeder ruzie met de man, maakt je moeder ruzie met iets als een vader, dan gaat ze weer, dan gaat ze verder, neemt jou mee, en zo ga je, heel je jeugdige leven entlang, samen met je moeder van man naar man, en nooit blijf je ergens, en nooit woon je ergens lang genoeg om er gewend te kunnen raken, nooit is het iets als thuis, en nooit iets als een echte vader.

Stel dat het op een dag weer zo ver is. Er is een man met een baard en hij heet Snorri en waarschijnlijk is dat alleen in het Nederlands grappig. Snorri komt jullie halen. Je moeder en jou. Je weet niet waarheen het dit keer gaat maar dat weet je nooit. De toch is lang en gaat door onherbergzame streken. Bergen. IJs. Wind. Het sneeuwt. Het sneeuwt hard. Het sneeuwt zo hard dat heel dat IJslandse landschap zijn diepte verliest en tweedimensionaal lijkt te worden. Je waarschijnlijk wederom maar tijdelijk vader bromzingt aan het stuur: bijna bijna bijna thuis, maar jij weet niet wat bijna is en je kunt je eigenlijk al niks meer voorstellen bij het woordje “thuis”. En als je er dan uiteindelijk inderdaad zijn, blijken jullie helemaal nergens te zijn.

Kan je deze nieuwe woning wel een huis noemen? Het is misschien eerder een bouwseltje. Het ruikt er raar. Alles is oud, en wrak, en niet erg schoon. Het onderkomen is gebouwd op een beek, die stroomt gewoon dwars door de kelder. Dus overal vocht. Overal rotting. Overal schimmels. De nieuwe tijdelijke vader heeft al een kind. Loke. Is het een meisje met een jongensnaam? Of een jongen in een jurk? Vader Snorri verwijst naar Loke met “hij”; moeder, Herdís, die pas later op zal duiken, houdt het op het genderneutrale “hen”. Zelf denk je maar aan Loke als je “sibbeling”.

Dat zijn je nieuwe verwanten.
Dat is je nieuwe thuis.
En dit is je nieuwe omgeving:

“Dorp” is misschien al teveel gezet. Veel meer dan een nederzetting is het niet. Alles is stijf bevroren in de winter, er is nauwelijks iets te eten, en vrijwel niks te doen. Er is een buurman die graag drink, Þor heet hij. Týr is schipper, voor hem moet je oppassen, hij lijkt niet te vertrouwen. Er is een groepje dat vriendelijk lijkt maar het misschien niet is – iedereen noemt ze Niemands vrienden. Er is een meisje dat werd dood gewaand door sommigen maar nog verrassend levend lijkt in de ogen van anderen: een modderstroom zou Iđounn met en huis en familie en al in zee hebben doen belanden maar toch wordt ze steeds gezien op de helling, waar ze schildert, waar ze loopt, waar ze leeft.

Ja stel je dat eens voor.
Kun je?
Pippa kan het. Het is haar leven.

Met Magnetisch middernacht heeft Laura Broekhuysen een vervreemdende roman geschreven waarvan de sfeer lastig te typeren is. “Surrealistisch” of “sprookjesachtig” dekken de lading niet ganzelijk al had ik zulks wel gepeinsd na lezing van het achterplat. Dat had me wat huiverig gemaakt. IJsland, dode meisjes, sneeuw, miks het met hersenschimmen en gekte, maak het af met wat plaatselijke mythologie – het leek me een wat gemakzuchtige manier om sfeer te maken. Het clausterfobiese van continue sneeuwval, dingen zien die er misschien niet zijn, de volksverhalen, de mystificatie jajaja. Het soort roman waarin je nooit volledig kan geloven in wat je net gelezen hebt jajaja. Ik denk dat wij die film ook gezien hebben. Naar het mysterie is niet zozeer of Iđounn een al half verwilderde wees is die tegen alle waarschijnlijkheid in als enige in haar familie de modderstroom heeft overleefd of toch louter een fantoom – een groepshallucinatie?-; nee het mysterie is het leven zelve. Mensen. Volwassenen. De geheimen die ze voor elkaar en voor hun kinderen hebben. Hoe ze omgaan met elkaar. Hoe liefde werkt. Wat ouderschap is. Hiërarchieën. Hoe onderlinge verstandhoudingen groeien in een (kleine) dorpsgemeenschap. De pscyhologie van de van de buitenwereld afgesnedenen.

Psychologie.
Daar zeg je het.

Dit lijkt me voor alles een psychologische roman.

Het Goede Ding, het Heel Erg Goede Ding, is, om te beginnen, dat Broekhuysen de geniale ingeving heeft gehad om het verhaal te vertellen vanuit het standpunt van Pippa. Hoe gemakkelijk was het geweest om Loke als verteller aan te wijzen? Of Herdís, ja? Of voor mijn part Iđounn. Dan had je drie andere romans gehad. Drie mindere romans, als u het mij vraagt.

Via Pippa wordt de lezer een medereiziger: hij weet net zoveel als zij, en deelt in haar af en toe tegen verbijstering aan schurkende verwondering. Is Loke een jongen of een meisje. Wanneer ze Lokes naakte lichaam een keer te zien krijgt, brengt dat geen duidelijkheid en de voornaamwoorden die beide ouders voor Loke reserveren, zeggen ook niks. Waarom komt Lokes moeder alleen in de lente? Waar is zij de rest van het jaar? Wat voor machtsspelletjes worden er gespeeld tussen Herdís, Snorri en Oddný (de moeder van Pippa)? Kan Snorri een vader zijn, hoe vul je het vaderschap op, wat is daar voor nodig? Is Loke als “sibbeling” iemand om gehecht aan te raken? Is het goed, of slecht om aan iemand gehecht te zijn? Hoe lang heeft Oddný nog te leven? Waarom davert de grond in de dorp steeds en waarom doet iedereen daar zo nonchalant over? Wat voor types zijn die dorpelingen nu eigenlijk? Wat is dat met die wolf waar iedereen het over heeft? Waarom zitten er alleen maar vrouwen op alle (belangrijke) posten in het dorp en waarom komen de mannen die tot voor kort op die posten zaten steeds samen in de sporthal, een beetje murmelend alsof ze nog steeds belangrijke kwesties met elkaar bespreken, nog immer forse knopen door dienen te hakken? Wie is er te vertrouwen en wie niet? Wat is er aan de hand met dat meisje op de helling en waarom moet ze uit het zicht van Herdís gehouden worden?

Magnetisch middernacht snijdt veel aardsere -en aktuelere!- thema’s aan dan je in eerste instantie verwachten zou: gender, ecologie, feminisme, ouderschap, verantwoordelijkheid, arbeid, scholing, zorg, alternatieve leefwijzen. Maar doordag Pippa -en dus de lezer!- op al haar vragen slechts langzaamaan antwoorden krijgt, behoudt het heel het boek doorheen dat heerlijk vervreemdende sfeertje. Noem het dromerig. Of, kan ook: poëtisch. Als je je bedenkt dat een zin als “Niemands vrienden staan in de sauna elkaars oogbollen te betasten” in de kontekst van deze roman volstrekt logisch is, weet je meteen hoe het met het dichterlijk gehalte van Magnetisch middernacht gesteld is. Bovengenoemde kwesties worden dan ook eerder bezongen dan aan de kaak gesteld – de vrees dat het om een aktivisties boekwerk zou gaan, kan ik hiermee meteen wegnemen. Mogelijkerwijs dat alleen het gekonkel tussen Oddný en Herdís een beetje detoneert met Broekhuysen bijna hallucinante schrijfstijl. Je kunt dat jammer vinden: ontwaken je warmige slaap en zoals elke ochtend helaas moeten vaststellen dat de wakende werkelijkheid toch altijd net weet een paar graadjes kloteriger is dan de droomwerkelijkheid. Maar anderzijds is het niet veel schrijvers gegeven om op tamelijk natuurlijke wijze twee tegengestelde registers tegelijk open te zetten.

Wanneer het op het eind zegt dat ook de sneeuwvlokken waar geen naam voor gevonden is gewoon vallen, denk ik: oké taal is misschien niet de regisseur van elk fenomeen. Maar in Magnetisch middernacht is het juist wel de taal die mijn bloed sneller doet stromen.

Laura Broeckhuysen Magnetisch middernacht recensie

Magnetisch middernacht

  • Auteur: Laura Broeckhuysen (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse IJsland roman
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 1 oktober 2024
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 13,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de IJsland roman van Laura Broeckhuysen

Nog lang na de lawine blijft Loki’s moeder hun buurmeisje Iðunn zien. Iðunns huis is met bewoners en al in zee geschoven, haar naam staat op de gedenksteen. Als Loki’s moeder blijft geloven dat Iðunn nog leeft, haar blijft zoeken en niet opgeeft, wordt zij door haar man naar een psychiatrische kliniek gebracht.

De androgyne Loki krijgt een nieuwe moeder; samen met haar dochter Pippa vormen ze een nieuw gezin. Tot de kinderen op een dag een meisje zien, op de helling, even beige als het gras, met haren als takken en de oogopslag van een dier.

Zoals IJslandse familiegeschiedenissen verstrengeld zijn met mythen en sagen, zo fungeert de Edda in deze roman als een magnetisch veld, waarmee niet alleen het verhaal maar ook de taal aan zwaartekracht wint.

Laura Broekhuysen (23 april 1983) is schrijver en violist, en studeerde viool aan het Conservatorium van Amsterdam. Over haar emigratie naar IJsland schreef zij de veelgeprezen boeken Winter-IJsland en Flessenpost uit Reykjavik. Haar proza werd genomineerd voor de Confituur Boekhandelsprijs en de Bob den Uyl Prijs. Wij capabelen, haar poëziedebuut, staat op de shortlist van de C. Buddingh’-prijs.

Bijpassende boeken en informatie

Didier Eribon – Een vrouw uit het volk

Didier Eribon Een vrouw uit het volk recensie en informatie over het nieuwe boek van de Franse filosoof en schrijver. Op 17 september 2024 verschijnt bij Uitgeverij Athenaeum de Nederlandse vertaling van het boek Vie, vieillesse et mort d’une femme du peuple, de filosofische memoir over de moeder van de uit Frankrijk afkomstige schrijver en filosoof Didier Erobon. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver, de vertaler en over de uitgave.

Didier Eribon Een vrouw uit het volk recensie van Tim Donker

Ouders hebben soms die hinderlijke neiging. Eerst verdwijnen ze in een tehuis, en dan gaan ze dood. Didier Eribon zag het gebeuren met zijn moeder. Ze leefde nog maar enkele weken na haar verhuizing naar een verpleeghuis. Eribon bleef achter, nu wees. Zijn vader overleed al eerder; daarover schreef hij in Terug naar Reims (een boek dat naar ik toegeven moet recht onder mijn radar doorgevlogen is) (eigenlijk kende ik die hele Didier Eribon niet eens). De veelal slecht gestelde situaties in verpleeghuizen, het mensonterende proces van aftakeling en sterven, het voltooide leven van een volksvrouw gaven hem de inspiratie voor Een vrouw uit het volk. Het is een warmhartig filosofisch werk geworden over politiek, armoede, ouderdom, ziekte, verval, identiteit en familiebanden. Eribon schrijft met heel veel compassie maar ook met heel veel eruditie, iets wat niet altijd goed samen gaat, maar hier werkt het.

Daar de dood vaak niet plotseling komt, maar met kleine beetjes tegelijk; de mens moet steeds iets inleveren of opgeven, kan je je afvragen hoeveel leven er moet zijn om nog van een leven te spreken. Volgens Eribon is leven het gevoel hebben dat de tijd verstrijkt; hoe groter de monotonie, hoe minder leven men ervaart. Ik weet niet zeker of dat helemaal waar is: “los” zijn van de tijd kan immers ook samenhangen met de idee van vrijheid – op vakantie zijn, niet “op de klok leven”, niet meer weten wat de datum is of zelfs maar welke dag. Maar zeker is het waar dat ouderen in tehuizen tijd en ruimte inleveren. Er is geen toekomst meer, en ook geen duidelijk vandaag (want vandaag kon net zo goed gisteren zijn, niet omdat het verstand gaat haperen maar omdat elke dag gelijk is aan de voorgaande dag). De oudere wordt langzaamaan gedepersonaliseerd, beschikt over minder en minder identiteitsbevestigend territorium (maar en zijn meer territoriumverkleinende, en niet zelden maatschappelijk zeer geaccepteerde instituties, zoals huwelijk en werk). Misschien is de door Eribon aangehaalde definitie van leven die Xavier Bichat geeft dan nog wat raker: “Het leven, dat is het geheel van de functies die weerstand bieden aan de dood” (zegt hij, zegt Xavier Bichat); ook daarvan moeten we er een steeds een beetje van inleveren.

Het mooie aan Een vrouw uit het volk is Eribons wijde blik. Hij kijkt naar zichzelf, vraagt zich af waarom hij zich door de dood van zijn moeder zo verweesd voelt terwijl hij zich vanaf zijn puberteit juist is gaan terugtrekken uit de familie. De idee geen zoon meer te zijn. Nooit meer iemands zoon zijn. Voor grote delen laten we onze identiteit rusten op anderen, en zo gaat het verlies van de ander ook samen met rolverlies. Het kan een (soms blijvende) verstoring veroorzaken in het identiteitsgevoel. Wanneer een mens ouder wordt, en meerdere mensen is kwijtgeraakt, zijn daardoor wellicht zoveel rollen verdwenen dat hij zichzelf grotendeels kwijt is. Het gemis betreft niet alleen de persoon zelf, maar ook de rol die we ten opzichte van hem of haar vervulde. Alleen werd Eribon dus al op jonge leeftijd minder en minder zoon; hij spreekt in dit verband van een “socio-familiale loskoppeling”, en noemt het “in schijn een paradox” (ik vermoed dat we dit taalkundige huzarenstukje op konto van vertaalster Jeanne Holierhoek mogen zetten) dat hij zich na de dood van zijn moeder (de langstlevende ouder) moest herbezinnen op de emotionele diepgang van zijn toch niet ten volle omarmde zoonschap. Dat lijkt mij echter geen tegenstelling, ook geen schijnbare. Mensen kunnen aktief breken met hun ouders, of zich langzaamaan van hen afkeren omdat ze hun identiteit liever bevestigd zien in andere, zelfgekozen rollen. Of misschien komt er wat sleet op de ouderliefde als het volwassen leven op andere manieren aandacht vraagt. Doch daarmee hou je niet op zoon of dochter te zijn. Het is geen rol die alleen maar kan bestaan door voortdurend zoon- of dochter-achtige dingen te doen; het eist geen onderhoud in strikte zin omdat het gewoon bestáát, het is gegeven met je geboorte. En het is een unieke rol. Het is een van de weinige verstandhoudingen, misschien zelfs wel de enige, waarin je een expliciet vragende, afwachtende, ontvangende houding kunt aannemen en juist door deze lijdzaamheid behoeft deze rol zo weinig directe actie. Het is niet raar dat het gemis aan deze rol een mens parten spelen kan, ook als er weinig kontakt was met de ouders. Een rol die er vanaf je allereerste uur geweest is en waarvoor je niks hoefde te doen kan er toch, ineens, helemáál niet meer zijn en pas dan op volle waarde geschat worden.

Maar Een vrouw uit het volk bestaat niet alleen maar uit navelstaarderij, Eribon kijkt ook naar het leven van zijn moeder. Een arbeidster met een kille en harde man. Het harde werk. De armoede. Wat er gedaan moest worden om de eindjes, en het knopen. “Arm zijn kost veel geld”, zegt hij ergens. Een milieu waaraan Eribon zich ontworsteld heeft, maar dat hem wel gevormd heeft. Met veel mededogen kijkt hij naar iedereen die door de maatschappij naar de marge wordt gedrukt. Wanneer hij aankomt bij de kern van zijn betoog, het denken over ouderdom, stelt hij vast hoe weinig beschouwelijk werk er bestaat over dit onderwerp. Hij noemt er zelf twee die van betekenis zijn: De ouderdom van Simone de Beauvoir en De eenzaamheid van stervenden in onze tijd van Norbert Elias. Een denker wiens universitaire carrière “altijd rommelig en marginaal gebleven” is, en Eribon weet wel waarom. “Het is een bekend feit: universiteiten zijn in het algemeen niet bijzonder gastvrij voor onafhankelijke en vernieuwende denkers; ze roemen hen na hun dood en vergeten dan dat ze niet bereid waren tot erkentelijkheid tijdens hun leven”. Sja, dat moge een bekend feit zijn, Eribon maar voor 2019 zou ik je nooit geloofd hebben. Er was een virus voor nodig om mij te doen inzien hoe normatief en bekrompen academici feitelijk zijn. Het zal dus best waren zijn dat universiteiten unificeren. Het onafhankelijke aan de mij onbekende Elias zal dan onder andere zijn dat hij één van de weinige denkers is die zich met de ouderdom heeft beziggehouden. Zoals Eribon opmerkt zijn er genoeg literaire werken die geheel of gedeeltelijk gaan over de laatste jaren en de dood van een ouder; romans waarin de ouderdom wordt “belichaamd door ouders, naasten, personages die onmisbaar zijn voor het verhaal” (maar iemand als Antonio Lobo Antunes kan ook prachtig over ouderdom en sterven schijven vanuit de eerste persoon) (zijn Voor wie in het donker op mij wacht zou verplichte kost moesten zijn voor iedereen met twee ogen in zijn kop) (één mag ook) (ik vond het zelfs nog wel een paar graadjes beter dan het toch ook al niet misse Agaat van Marlene van Niekerk, dat eenzelfde strekking heeft) maar theorievorming over ouderdom is er veel minder, misschien omdat de gemiddelde denker pas op de idee komt over ouderdom te gaan schrijven als hij zelf oud geworden is. “Theorie wordt meestal geschreven door mensen die in het volle bezit zijn van hun fysieke en mentale capaciteiten, en wat dat betreft dus aan de kant van de ‘heersers’, van de ‘bevoorrechten’ staan, in het goede ‘kamp’, om de term van Elias over te nemen, los uiteraard van hun eventuele achterstelling of kwetsbaarheid op andere gebieden – economisch, sociaal, politiek, cultureel, genderspecifiek, seksespecifiek, raciaal – en los van hun kritisch engagement in die sectoren.”, schrijft Eribon en daarin zou hij iets bij het nekvel kunnen hebben. Misschien is zoiets als “ouderdomsfilosofie” een nog te ontginnen terrein (al kun je je afvragen of een niet-oudere niet met een arrogantie distantie of op zijn minst niet zonder bevoogdende ondertoon over ouderdom zou schrijven). Aan de situatie in tehuizen valt veel te verbeteren, en ouderen hebben zelf veelal niet meer de mogelijkheid om dingen aan de kaak te stellen. In een vergrijzende maatschappij wordt ouderdom en alles wat het met zich meebrengt wel een steeds prangender onderwerp. Er zouden meer boeken als Een vrouw uit het volk moeten zijn.

Didier Eribon Een vrouw uit het volk

Een vrouw uit het volk

Leven, ouderdom en sterven

  • Auteur: Didier Eribon (Frankrijk)
  • Soort boek: filosofische memoir
  • Origineel: Vie, vieillesse et mort d’une femme du peuple (2023)
  • Nederlandse vertaling: Jeanne Holierhoek
  • Uitgever: Uitgeverij Athenaeum
  • Verschijnt: 17 september 2024
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 24,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van de Franse filosoof Didier Eribon

Enkele weken nadat de moeder van Didier Eribon noodgedwongen naar een verpleeghuis moest, overleed ze. De schok van de overgang was te groot geweest.

Na haar dood hervatte Eribon de persoonlijke en sociologisch-filosofische verkenning die hij was begonnen in Terug naar Reims na de dood van zijn vader. Hij analyseert de aftakeling van zijn moeder, het schuldgevoel van haar kinderen en de belabberde situatie in verpleeghuizen. Maar ook blikt hij terug op haar leven als arbeidersvrouw met een liefdeloze, jaloerse man. En op de vrijheid waarover ze na diens dood eindelijk – te kort – kon beschikken. Zijn eigen visie ondersteunt hij met een brede greep uit literatuur over hetzelfde thema, van Beauvoir tot Brecht.

Didier Eribon (10 juli 1953, Reims) is schrijver, filosoof en socioloog. Hij werd geboren in Reims, in een arbeidersgezin, waar hij de eerste was die de middelbare school afmaakte. Zijn persoonlijke én sociologische boek Terug naar Reims was een grote internationale bestseller. Er werd een documentaire over gemaakt en het
werd bewerkt tot toneelstuk. Hij publiceerde veelvuldig over filosofie, gender, onderwijs, homoseksualiteit, nationalisme, racisme, armoede en politiek. Zijn invloed op het intellectuele debat in Frankrijk is groot.

Jeanne Holierhoek (1947) vertaalde eerder onder meer Het vonnis van de samenleving van Eribon en werk van Foucault, Sartre, Descartes, Voltaire en Montesquieu.

Bijpassende boeken en informatie

Jan Luiten van Zanden – Dochters van Lucy

Jan Luiten van Zanden Dochters van Lucy recensie en informatie boek over de geschiedenis van de man-vrouwverhouding vanaf de eerste vrouw. Op 11 september 2024 verschijnt bij Uitgeverij Prometheus het nieuwe boek van emeritus hoogleraar economische geschiedenis Jan Luiten van Zanen. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Jan Luiten van Zanen Dochters van Lucy recensie van Monique van der Hoeven

Jan Luiten van Zanden is emeritus hoogleraar economische geschiedenis aan de Utrechtse Universiteit, waar hij onderzoek doet naar grote maatschappelijke vraagstukken, zoals (gender)ongelijkheid. Dochters van Lucy gaat over de geschiedenis van de vrouw-manverhouding vanaf de eerste vrouw. Hij schreef het boek met medewerking van Sarah Carmichael, universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

In 1974 werd het skelet van het oudste vrouwelijk mensachtige wezen gevonden dat wij op dit moment kennen. Ze kreeg de naam Lucy. Jan Luiten van Zanden beschrijft de maatschappelijk positie van vrouwen ten opzichte van mannen sindsdien – al gaat het natuurlijk voornamelijk over de afgelopen 10.000 jaar. Ook geeft hij mogelijke verklaringen voor regionale en religieuze verschillen voor deze ongelijkheid.

Hij begint het boek met een voorbeeld van een gearrangeerd kindhuwelijk in Afghanistan, een meisje van 11 met een man van in de 40. Aanleiding is een foto uit de New York Times uit 2006. Hoe kan het dat dit in Afghanistan mogelijk is en in Nederland bijvoorbeeld niet?

Hij neemt de lezer mee in 7 hoofdstukken waarin hij deze verschillen bespreekt en verklaart. Wat ik zelf heel interessant vindt, is het hoofdstuk over het verdwijnen van de moedergodinnen en de impact die dat heeft gehad.

Jan Luiten van Zanden is met zijn vlotte en toegankelijke schrijfstijl in staat om een complex onderwerp heel toegankelijk te maken. Het gebruik van moderne voorbeelden is een geslaagde manier om het onderwerp genderongelijkheid heel beeldend te maken. Een heel boeiend en goed leesbaar boek over een belangrijk onderwerp. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Jan Luiten van Zanden Dochters van Lucy

 

Dochters van Lucy

De geschiedenis van de man-vrouwverhouding vanaf de eerste vrouw

  • Auteur: Jan Luiten van Zanden (Nederland)
  • Soort boek: geschiedenisboek
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 11 september 2024
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 20,99 / € 12,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over de man-vrouwverhouding van Jan Luiten van Zanden

Dit boek vertelt het verhaal van de macht en de onmacht van vrouwen en mannen vanaf de eerste mens, Lucy, zo’n 3,2 miljoen jaar geleden, tot de emancipatie van de vrouw in de vorige eeuw. Centraal staan de vragen wanneer en waarom de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen ontstond en in welke delen van Eurazië de genderongelijkheid het meest intens was. Het spoor gaat terug naar het ontstaan van steden en staten, meer dan vijfduizend jaar geleden. Daarna concentreert het verhaal zich op welke rol religie speelde. En hoe sterk waren Nederlandse vrouwen in de late Middeleeuwen en de Gouden Eeuw? Waarom werd de huiselijkheid zo dominant in de negentiende eeuw, waardoor de vrouw werd gemarginaliseerd op de arbeidsmarkt en in het maatschappelijk leven?

Aan de hand van verhalen over vrouwen en mannen en voorbeelden uit kunst, misdaad, godsdienst en sport worden mythes over de vrouw-manverhoudingen doorgeprikt. U zult versteld staan van alles wat u tot nu toe niet wist en zich nooit had afgevraagd over de relaties tussen de seksen in het verleden.

Jan Luiten van Zanden (15 november 1955, IJmuiden) is emeritus hoogleraar economische geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Zijn onderzoek richt zich op grote maatschappelijke vraagstukken zoals (gender)ongelijkheid en de transitie naar duurzaamheid. Recente boeken van zijn hand zijn De ontdekking van de natuur. De ontwikkeling van biodiversiteit in Nederland van IJstijd tot 21ste eeuw, en, met Maarten Prak, Pioneers of Capitalism. The Netherlands 1000-1800.

Dochters van Lucy schreef hij met medewerking van Sarah Carmichael, universitair docent van de Universiteit Utrecht.

Bijpassende boeken

Philippa Ashley – Een perfectie zomer in Cornwall

Philippa Ashley Een perfectie zomer in Cornwall recensie en informatie over de inhoud van de Engelse feelgood roman. Op 8 augustus 2024 verschijnt bij Uitgeverij Heartbeat de roman over Cornwall van de uit Engeland afkomstige schrijfster van romantic novels. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Philippa Ashley Een perfectie zomer in Cornwall recensie en informatie

Na een familiedrama staat het leven van de dan 21 jarige Sam, op zijn kop. In korte tijd is ze die mensen die haar zeer dierbaar waren, verloren. Tegelijkertijd gaat het met het dorpje waarin ze woont, niet zo goed. Veel middenstanders hebben moeite het hoofd boven water te houden. Ze besluit een festival te organiseren, om zo haar geliefde dorp weer op de kaart te zetten.

Nu, 10 jaar later, is het festival uitgegroeid van een paar kraampjes met eten, naar een gigantisch evenement dat het dorp volledig overneemt. Compleet met een kooktheater. Dit jaar staan er grootse dingen op het programma, met sterkok en al. Waar Sam echter geen rekening mee heeft gehouden, is dat een oude, zeer goede bekende, zijn opwachting maakt in de line-up. Het maakt haar boos, verward en brengt een hoop oud zeer met zich mee. En ondertussen moet er wel een festival geregeld worden, waar ook niet iedereen blij mee lijkt te zijn…

Een perfecte zomer in Cornwall, spreekt zich af in een idyllisch dorpje in het Engelse landschap. Compleet met een haven, mooie cottages en soms een forse storm. Het perfecte decor voor een feelgood roman. Toch duurt het even voor je je er thuis gaat voelen en je een gevoel krijgt bij Sam en haar vrienden.

Gelukkig duurt dat niet al te lang. Een mopperige,  oude man, zijn charmante, sterke vrouw, de nieuwkomer Chloe die met haar charme en harde werken al snel een plekje weet te veroveren in de gemeenschap, de sterke band tussen Sam en haar zus… het zijn allemaal mensen die je leert kennen, in je hart van zitten en die stuk voor stuk wat pit en humor aan het verhaal geven.

Sommige stukken zijn misschien wat te beschrijvend, dan gaat de vaart er een klein beetje uit, maar er is meer dan genoeg om de aandacht vast te houden. Een goede portie romantiek kan en mag niet ontbreken, en dat doet het ook niet. Vanuit diverse kanten, viert de liefde hoogtij. Uiteraard niet allemaal zonder slag of stoot, maar anders zou het wel erg saai worden. En dat wordt het zeker niet. Het zijn kat-en-muis-spelletjes die met speelsheid en humor worden uitgevoerd, waardoor het plezierig lezen is.

Een perfecte zomer in Cornwall is het perfecte boek voor iedereen die op zoek is naar warmte, troost, humor, een klein beetje spanning en vooral veel “feelgood”! De roman is gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Recensie van Jolien Dalenberg

Philippa Ashley Een perfectie zomer in Cornwall

Een perfecte zomer in Cornwall

  • Auteur: Philippa Ashley (Engeland)
  • Soort boek: Engelse feelgoodroman over Cornwall
  • Nederlandse vertaling: Marion Bruinenberg
  • Uitgever: Heartbeat
  • Verschijnt: 8 augustus 2024
  • Omvang: 324 pagina’s
  • Uitgave: ebook / luisterboek
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de feelgoodroman van Philippa Ashley

De zomer staat voor de deur en de inwoners van Porthmellow kijken reikhalzend uit naar het jaarlijkse zomerfestival. Voor Sam Lovell is de organisatie van het festival in haar geboortestad een van de hoogtepunten van het jaar. Die gaat niet altijd van een leien dakje, maar ze vindt het heerlijk om de haven van Porthmellow vol blije bezoekers te zien. Bovendien biedt het haar de broodnodige afleiding van allerlei familiedrama’s.

Als de eregast van het festival het op het laatste moment laat afweten, is iedereen blij als de in Porthmellow geboren Londense chef-kok Gabe Matthias zich aandient. Maar Gabe blijkt wel de laatste persoon die Sam verwachtte te zien, en zijn terugkeer naar Porthmellow zal haar rustige leven aan de kust voor altijd veranderen.

Philippa Ashley Een perfectie zomer in Cornwall recensieDonna Ashcroft (Engeland) – Een cottage in Cornwall
Engelse feelgoodroman
waardering redactie∗∗∗∗∗ (zeer goed)
Hoewel ik hier en daar graag íets meer diepgang of subtiliteit had gezien, is de roman zeker de moeite van het lezen waard. Het is prettig geschreven, in een vlot tempo en het verhaal heeft genoeg spanning op meerdere vlakken…lees verder >

Bijpassende boeken

Jonathan Dimbleby – Eindspel: 1944

Jonathan Dimbleby Eindspel 1944 recensie en informatie over de inhoud van het nieuwe boek over het einde van de Tweede Wereldoorlog. Op 10 september 2024 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers de Nederlandse vertaling van het het nieuwe boek over de Tweede Wereldoorlog, Endgame 1944, How Stalin won the war, geschreven door de Britse historicus Jonathan Dimbleby. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver, de vertaler en over de uitgave.

Jonathan Dimbleby Eindspel 1944 recensies en reviews

Zodra er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Eindspel 1944, het nieuwe geschiedenisboek van Jonathan Dimbleby, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • Dit boek is zijn beste tot nu toe… Dimbleby’s werk is van een geheel ander kaliber, verteld met zoveel vaardigheid en inzicht.” (Dominic SandbrookSunday Times)

Recensie van de redactie

Of dit het beste boek is van de Britse historicus Jonathan Dimbleby of wellicht het beste boek over het bepalende jaar 1944 tijdens de oorlogshandelingen van de Tweede Wereldoorlog daarover kun je uiteraard discussiëren. Maar vast staat wel dat het een zeer belangrijk boek is, gebaseerd op jarenlang diepgravend onderzoek waarin zeer veel tijd is gestoken en dat kun je doorheen het gehele werk ervaren. Bovendien beschikt Jonathan Dimbleby over een prettige pen en hanteert hij een stijl die de lezer van begin tot einde weet vast te houden. Koop dit boek als je een uitstekende oorlogsgeschiedenis wil lezen. Gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (uitmuntend).

Jonathan Dimbleby Eindspel 1944

Eindspel: 1944

Hoe Stalin de oorlog won

  • Auteur: Jonathan Dimbleby (Engeland)
  • Soort boek: oorlogsgeschiedenis
  • Origineel: Endgame 1944 (2024)
  • Nederlandse vertaling: Auke Leistra
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 10 september 2024
  • Omvang: 560 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (uitmuntend)
  • Boek bestellen bij: Bol Libris

Flaptekst van het boek over het einde van de Tweede Wereldoorlog van Jonathan Dimbleby

1944 is in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog het allesbeslissende jaar. Het jaar van de moordaanslag op Hitler en van D-day. Maar bovenal van Operatie Bagration, de slag waarin het Rode Leger de Duitse Wehrmacht verpletterend versloeg.

In Eindspel: 1944 analyseert historicus Jonathan Dimbleby dit cruciale jaar. Hij ontrafelt de militaire, politieke en diplomatieke ontwikkelingen en laat zien hoe het Russische succes op het slagveld Stalin in staat stelde Oost-Europa te bezetten en Churchill en Roosevelt een dictaat voor het naoorlogse Europa op te leggen dat tot op de dag van vandaag onze geschiedenis heeft getekend.

Bijpassende boeken en informatie

Maria Perez-Talavera – Figures of Wood

Maria Perez-Talavera Figures of Wood review, recensie en informatie over de inhoud van de roman van de Venezolaanse schrijfster. Op 17 oktober 2023 verschijnt bij What Books Press de Engelse vertaling van de debuutroman van de uit Venezuela afkomstige schrijfster María Pérez-Talavera. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Maria Perez-Talavera Figures of Wood review en recensie van Tim Donker

Gaat hij nu. Zie hem gaan, als hij nog gaat, daar, lopend, als hij, t schrijverken, langs wegen van eertijds – het bospad waar hij haar hoopt te ontmoeten. Hij. t Schrijverken. Hoopt. Hoopt en loopt. Langs dat bospad waar hij ooit zoveel gelopen heeft, in andere tijden, toen de zon nog wat vaker scheen, toen de tijd nog ruimte was, een ruimte voor hem, onduidelijk maar veelbelovend. Misschien komt hij haar tegen. Haar. Dregke. Die ooit. Daar liep. Samen met hem. De kans is klein maar niet onbestaande. Een ommetje met de hond. Gewoon maar een slenter eindsweegs het bos in. Waarom niet. Ze zal hem zien staan, met dat boek in zijn hand. Dat boek. Figures of wood. De debuutroman van María Pérez-Talavera. Als hij haar ziet naderen, zal hij wapperen met het boek en ten spreken aanvangen alsof geen jaren voorbijgegaan zijn.

“Zie hier,” zal hij zeggen, “zie hier & dit boek. Figures of wood. María Pérez-Talavera. Feitelijk een vertaling. Eran de madera heette het orzjieneel, en het kwam in 2019 uit in, kpeins, Panama. Paul Filev vertaalde het naar het Engels – “ en hier zwijgt hij even. t Schrijverken. Zwijgt stil. Geheel momenteelderlijk houdt hij ernstig rekening met de mogelijkheid dat de peins bij Dregke nu is dat hij haar zelden sajer ontvangen heeft. Maar dit is wat hij te zeggen heeft, wat hij te zeggen heeft, en voortspreken moet hij voortspreken doet hij: “Hij vertaalt Spaanse en Macedonische boeken naar het Engels. Sommige mensen doen dat. Een kort biografietje achterin dit boek somt wat van zijn vertaalwerk op. Een boek over de vrouw van Gustav Mahler, geschreven door Sasho Dimoski. Van wie ik nog nooit gehoord had. Ik heb het even opgezocht, Dregke-lief, het is een erg dun boekje, het zou best interessant kunnen zijn. Biografiese fiksie. Ik stuitte op een zin. Jij had je muziek, ik had alleen maar jou. Dat vond ik geen onaardige zin, een beetje vet misschien, een beetje teveel melodrama misschien. Maar niet onaardig. En ook nog. Voort en vuts, die Filey. Een komenvanleeftijd-roman voor jong volwassenen van een of andere Venezolaan, de vertaling verscheen echter wel bij Turtle Point Press van wie geweten is dat ze int verlee al eens boeken uitgaven die niet half slecht waren. Een gefiksjonalizeerd verslag van de periode dat de Australiese schrijfster Miles Franklin als verpleegster diende tijdens de Eerste Wereldoorlog. Geschreven door een zeer oude Macedonische schrijver. Zulke boeken, Dregke, vertaalt hij. Er lijkt nauwelijks een plan, literatuuropvatting of zelfs maar voorkeur aan ten grondslag te liggen. Toevallige boeken. Misschien dat ik er daarom over begon. Toevallige boeken is wat het is, is wat dit is. Figures of wood. Een toevallig boek. Is waarom we hier staan. Op een bospad dat ik ons bospad durf noemen, uit een tijd, uit levens, die ook altijd alleen maar toevallig zijn.”

Staat hij nu. Als hij nog. Een beetje dik vond hij zijn woorden wel. Hij had er al bijna zijn tong aan geblesseerd. Maar nu moet hij verder, nu moet hij spreken, zolang ze daar nog staat, zijn Dregke. “Dat ik Figures of wood in handen kreeg is echter allerminst toevallig. Iemand sprak, iemand zei, waar ist werk van; iets met Amerikaanse pressers & lamplicht. En schijnen deed ik het licht dus maar op Amerikaanse pressers. Ik ken What Books wel zo’n beetje, en dat is wat je doet dan, nog maar eens kijken naar wat je al zo’n beetje kende, want dat is dan misschien de eigen blik en niet de blik van de stapels waar iemand stokken in steken wou. Of. Naja. Zelfs “een beetje” dient gerelativeerd. Gary Oldman is a building you must walk through van Forrest Roth is wat ik “zo’n beetje” ken. Een mooi boek, liefste Dregke, zeer lezenswaard, je zou eens, je moest eens. Er klonk op zo bitterzoet een klacht over waar ist werk van, en ik dacht aan What Books, nieuwsbrieven, dat is het dan, hoe gaan die dingen, ik wilde inmiddels zelf ook graag weten waart werk was van, en dan nieuwsbrieven, me, inschrijven op, de nieuwsbrieven van al die Amerikaanse pressers die ik al was het maar “zo’n beetje” kende. Het was toen dat ik iets vernam over Figures of wood.”

Een heel klein beetje toevallige wijn zou dit kompleter maken. Een zeer toevallige plaat zou dit mojer maken. Maar er is alleen maar bos, alleen maar pad, alleen maar Dregke en t schrijverken. Doch wat kan er mojer zijn, feitelijk?

“Dat omslag vond ik mooi, Dregke, zo oppervlakkig was het. Dat hoofdloze lichaam, alleen maar nek, Ge lult uit uwen nek zeiden wij vroeger in Helmond, hoofdloos lichaam, staand op, zo lijkt of was althans mijn assosjaasie, een giganties spiegelei waaruit ook nog twee ijle figuren voortkomen, een rood en en een zwart, deze bijna abstracte figurativiteit vond ik mooi. En de eerste zinnen spraken me aan: “It seems like Monday today because yesterday felt more like a dull Sunday to me. It rained in the afternoon and they brought me a pastry and a cup of hot chocolate to my room. The woman with the purple hair sat with me until I had finished the snack. Her eyes remind me of those physical maps that hang on classroom walls, fine veins streaking across the whites of her eyes like rivers. I ate and drank slowly, without talking or becoming distracted, savoring every bite and sip, licking my fingers and dabbing up all the crumbs of the plastic tray and then placing them on the tip of my tongue. Whenever I looked up, I met her watchful gaze.” Zie je? Van zo’n begin hou ik. Het heeft meteen al zoveel. Een zekere landerigheid, een sterke sfeer, iets banaals met die zever over dagen en waaraan je ze zou kunnen herkennen. Mysterie, ook. Wie is die ik?, en wie de vrouw met het paarse haar?, wat is dat voor iets vreemds om iemands ogen met landkaarten te vergelijken?, waar speelt dit alles zich af?, de schrijfster trekt de lezer naar zich toe en houdt hem tegelijk op afstand, dat vond ik sterk. Sterk genoeg om dit boek maar meteen te bestellen.”

En achter het bos: de wereld.
En verder: alles.
En hier: zwijgen, en zoeken naar woorden.

“En dan wachten op zo’n boek, liefste Dregke. Dat is wel weer anders dan de stapels, die gewoon komen, waarvan je nooit weet wat het brengt. Ouderwets wachten op een boek dat je besteld hebt, en waarop je je verheugd. Het kwam binnen op een woensdag. Alles komt altijd binnen op een woensdag. Het zat in één enveloppe met een dichtbundel van Kat Dixon, de enveloppe was veel platter dan ik bij voorzorg bedacht had. Ik dacht Dit is waarschijnlijk alleen de dichtbundel, Figures of wood komt later wel een keer. Wat ik nooit doe is zulke enveloppen meteen openmaken. Ik weet niet. Dat gaat tegen iets in. Daar zit een gretigheid in die me niet bevalt. Zo’n enveloppe moet eerst even liggen. Die open je eerst pas enkele dagen later, bij voorkeur midden in de nacht, bij voorkeur met iets goeds in je glas. Maar openen doe je hem wel, uiteindelijk. Jammer is dan dat het al direkt een teleurstelling brengt. De dichtbundel van Kat Dixon en Figures of wood pasten gemakkelijk allebei in een bedroevend platte enveloppe. Beide boeken waren veel dunner dan ik had gehoopt. Maar ja. Dan stilte. Want waarom hopen op dikke boeken? Er is geen enkele reden om aan te nemen dat een dik boek je meer te bieden heeft dan een dun boek. Integendeel. Gij kent de theorie over excipiens wel…”

t Schrijverken stelt zich voor dat Dregke spreken zou, nu, haar stem, haar moje stem, haar prachtigmoje stem, en dat ze “Pierre Michon” zegt, die naam, uit die mond, op een dag, op een bospad, de schoonheid van dat alles. Zo bepeinst t schrijverken zich het.

“Ja…” zegt hij aarzelend, haar stem nog proevend op zijn tong, een smaak die nog even moet blijven voor hij verder spreekt. “Ja. Maar niet gezegd is dat een dun boekje geen excipiens zou bevatten. Want ik ging lezen. En zo lang was het goed. Zo lang was het mooi. Dat wankele evenwicht tussen mysterie en dagdagelijksheid, dat weet Pérez-Talavera goed vasthouden. Aanvankelijk toch. Ze schakelt heen en weer tussen het verleden en het heden van een man die alleen gekend is bij de letter L. Zo ondertekent hij ook zijn eigen brieven. Dat er ergens in de tijd, ergens in dat verleden of in dat heden “iets” moet zijn gebeurd met L kan de lezer al vrij snel raden want in het heden zit L in een gevangenis, of, waarschijnlijker nog, een psychiatrische inrichting. Maar Pérez-Talavera laat veel in het vage, en dat is mooi. Zo blijft de reden van L’s collocatie lang onduidelijk. In de verledenlijn tekent zich een wat eenzame, dromerige, belezen en allicht niet onintelligente jongeman af die soms met enige verbazing naar de mensen om zich heen kijkt. Misschien is een neiging tot het obsessieve hem niet helemaal vreemd. L’s opa maakte samen met zijn opa houten figuurtjes gebaseerd op de figuren uit het dorp zoals het er in vervlogen jaren moet hebben uitgezien: er was een houten smid, een slager, een visser, een boer, enzoverder. Het zijn, ge peinst het reeds, deze figuren waaraan het boek zijn titel ontleent. Het was L’s enige speelgoed toen hij klein was en hij was er dol op. Hij nam de doos met de houten figuurtjes in zelfs een keer mee naar bed, want hem op boze woorden van zijn vader kwam te staan. Boze woorden en meer niet, hou dat vast.”

t Schrijverken ziet Dregke staan, met “boze woorden” in haar handen & zie die handen & zie die vingers & zie die Dregke.

“Troost. In zijn aan broers, zussen of vriendjes nogal arme jeugdjaren waren de houten figuurtjes vooral troost. Een troost die hij later zocht in boeken. Ja. L. En literatuur. Twee keer een L. Je mag in proza best af en toe platvloers zijn, zei een docente van mijn opleiding ooit eens tegen een medestudente. Misschien heette die wel María. Ha. Maar hoe ook, literatuur neemt stilaan de plek in van de houten figuurtjes. L komt vaak in de bibliotheek en leert daar buiten bibliothecaresse “Señorita Ritter” bijvoorbeeld ook Mikhail kennen. Daar komt die droge, lichtelijke wereldvreemde blik van L mooi naar voren. Mikhail spaart superheldenstrips, maar niet om ze te lezen. Dat bevreemdt L. Waarom zou je heel erg veel ergens van hebben om er vervolgens niks mee te doen? En elders, of, naja in de hedenlijn, valt het hem op dat twee mensen met elkaar praten maar dat de dingen die de eerste zegt niets te maken hebben met de dingen die de twede zegt, of andersom. Misschien moet je enige kennis van sociale situaties hebben om te snappen dat er verzamelen om het verzamelen bestaat, of gezwets om het gezwets; misschien moet je al eens uit je eigen wereld gestapt zijn om te weten dat niet alles een functie of een doel heeft. Dat er ook dingen louter om zichzelf bestaan. L heeft dat inzicht duidelijk niet en dat maakt hem af en toe -onbedoeld- erg komisch.”

En Dregke en de onbedoelde zon, en de onbedoelde dingen. Hoe Dregke daar staat, bijvoorbeeld, en in haar eentje een heel publiek is. Een publiek van anderen inclusief haarzelf, denkt t schrijverken onwillekeurig. Vraagt zich dan af waar hij die woorden ookalweer van kent. Overweegt het Dregke te vragen, weet het dan ineens weer, vraagt zich weer af of hij het Dregke zal vragen en of zij het ook weet en zeggen zal: “Het is de titel van een seedee van Flies Inside The Sun, schrijverken.”

“Dan is er nog Don Gastón. De apotheker. Ook zo iemand die L heeft leren kennen in de bibliotheek. Don Gastón is ouder dan L, die tegen deze tijd in het verhaal een puber is. De literatuurliefde van Don Gastón is dus gerijpter dan die van L, en hij treedt op als zoiets als een gids. Laat twee keer per maand een flink pakket boeken in bruin papier achter op de stoep van L’s huis. Zijn moeder vraagt hem nog een keer waarom die man zo vaak zoveel boeken aan L geeft en hoewel hij zeer veel namen en titels heeft leren kennen op deze manier (waar hij erg bij mee is) uiteindelijk voelt L zich bezwaard en vraagt Don Gastón te stoppen boeken achter te laten op zijn stoep. Zijn stapels. Ha. Steekt er zelf stokken in. Jaja.”

En denkend aan bladeren en aan gras zegt t schrijverken ineens: “Er zitten flink wat Walt Whitman-verwijzingen in dit boek trouwens. Sietaten aan het begin van de hoofdstukken, maar ook doorheen het verhaal. De houten figuurtjes worden ook met Whitman behangen. Een leven, dat van L, dat meer en meer van literatuur gemaakt lijkt. Anderzijds ook, beer in geest, een wat kwakkelend leven. Want ook Amerikaanse achterplatten staan dus klaarblijkelijk bol van de zever, Dregke. L’s condition worsens helemaal niet met ietsj peetsj; ook in de heden-lijn zien we een rustige, stabiele en helder denkende L. Tegen het eind wil de vrouw met het paarse haar -we komen nooit te weten wie zij precies is- er een keer bij zijn als L gaat douchen, iets dat L niet wil, hij weert haar af, is daarbij misschien iets hardhandiger dan hij wil. Dat komt hem duur te staan. Doktoren menen dat L agressief is, onhandelbaar, voortdurende observatie nodig heeft. Al zijn voorrechten, zoals alleen op zijn kamer eten, worden hem ontnomen, en iedereen beziet hem als een monster. Dáár wordt L een beetje paranoïde van, maar ja, kun je hem dat kwalijk nemen? Je had in Figures of wood een commentaar op de onredelijkheid van de psychiatrie kunnen lezen. Niet gericht op mensen, hulp, patiënten zorg, maar louter bestaand uit onverzettelijke theorieën en domme regeltjes.”

Hij zou kunnen losbarsten, t schrijverken, maar hij blijft rustig.

“Dat had ik zo graag willen doen, Dreggie. Dit boek voor Kafkaesk houden. Een jongmens wordt in een gesticht gesmeten, alleen maar omdat hij van literatuur houdt, een beetje wereldvreemd is en afwijkt van de massa. Dat je niet gek hoeft te zijn of gek gevonden te worden en hoe dat dan weer zelfvervullend wordt: in het gesticht wordt wie nog niet gek was wel gek gemaakt. Helaas had Pérez-Talavera een ander plan en niet alleen is dat een wat afgezaagd plan, ze werkt het ook nog eens slordig uit. Doorheen het boek komt een paar scenes die misschien moeten gelden als een voorafschaduwing van L’s gekte. Maar dat interpreteer je pas zo als het boek uit is; in het boek komen de scenes een beetje uit de lucht vallen en krijgen ook geen goede inbedding in het verdere verloop. Zo is er de keer dat L “Señorita Ritter” volgt naar huis. O. Ja. L is geïntrigeerd door “Señorita Ritter” maar een stalker zagen we toch nog niet in hem. Hij ziet overigens Don Gastón bij haar binnen gaan. Don Gastón, die zullen we later nog in een andere of zullen we zeggen dezelfde hoedanigheid tegenkomen. Het klopt niet, Dregke. Het wringt. Evenzo de keer dat L en zijn vader op een mannenweekendje gaan. Het is een heel gezellig weekend, waarin L zijn vader vrijer ziet dan ooit, en waarin ze alles doen wat ze willen doen. Ze eten ongezond, en L krijgt wat bier te drinken van zijn vader. Hij is te jong om te drinken, een leeftijd moet gegokt worden, ik zou het of veertien of vijftien houden, misschien behoren vaders dat niet te doen maar het is maar een beetje het is geen hele fles whisky ofzo en het heeft vooral symboliese waarde. Iets als een initiatie- of overgangsrite, weet ik veel; misschien dient het alleen maar om hun vrijheid te bezegelen. Eenmaal thuis voelt L zich heel erg schuldig ten opzichte van zijn moeder; zo schuldig dat hij slecht gegeten heeft, en zelfs bier gedronken!, dat hij er fysiek ziek van wordt. Kotsen en zo, welja, je weet het wel. Hij vertelt zijn moeder over de “overtredingen” van dat weekend, die is daar niet biezonder boos over, daarna voelt hij zich weer schuldig ten opzichte van zijn vader, omdat hij hun geheim verraden heeft.”

Even grijnzen de voormalige geliefden naar elkaar.

“Dit schuldgevoel komt nogal uit de lucht vallen. De ouders van L zijn geen onmensen, en ook niet overdreven strikt of streng. Zijn vader heeft een drukke baan, is weinig thuis. De moeder krijgt niet echt gestalte maar de lezer leert haar in ieder geval nergens kennen als een verstikkende vrouw die alleen maar bezig is L onder de duim te houden. Waarom is L zo bang voor mensen wier enige fout is dat ze misschien een beetje kleurloos zijn? L leek tot dan toe ook niet een jongen die zich heel erg druk maakt om wat anderen van hem denken. Het weekendje met zijn vader leek erg geslaagd, het gaf niet veel om op voorhand te vermoeden dat het zo dramaties zou eindigen. Ik weet het niet en jij, Dregke, weet het vast ook niet. Mijn peins is dat Pérez-Talavera L heeft willen neerzetten als een jongen die nogal snel uit balans te brengen is om zijn daad aan het einde begrijpelijker te maken maar ze komt er wel erg laat mee om verontrustende symptomen in L’s psyche aan te brengen: een groot gedeelte van het boek lijkt L zowel in de heden- als in de verleden-lijn een in psychisch opzicht kerngezond mens. En ik zie je denken –“

(t schrijverken ziet Dregke denken)

“Daad? Aan het eind? Hum. Ja. Ja, Dregke. Ineens is er het mes, en twee mensen in de slaapkamer. De moeder van L is of lijkt ziek, die onvermijdelijk Don Gastón komt er maar weer eens bij, dit keer als apotheker niet als literatuurliefhebber. Dat monneer Gastón het ontgelden moet als L hem met zijn broek op zijn enkels aantreft in de slaapkamer van zijn moeder kan ik nog verstaan van een jongen zonder erg veel levenservaring of überhaupt enige weet van wereldse zaken. Misschien denkt hij wel dat Don Gastón zijn moeder kwaad doet -is er wel sprake van (wederzijdse) sex?- of, op zijn minst, dat hij doet wat zijn vader in deze situatie gedaan zou hebben. Maar waarom moet het mes hiervoor nog kennis maken met een volstrekt onschuldige en zelfs erg lieve huishoudster? Het slaat niet echt ergens op, voor mij althans niet. En dan dat hele einde, dat echte einde, het eindigt in de heden-lijn want na de moorden zijn heden en verleden samengekomen, dat is wat moorden doen, die heden-lijn waarin L het grootste deel van het boek een tamelijk zinnig mens leek, ook dat op het einde, en totaal onverwacht, op de schop: wat ineens lijkt daar de suggestie te liggen dat L zijn geliefde houten figuurtjes (hij is ze altijd trouw gebleven, al speelden ze op een gegeven moment geen hoofdrol in zijn leven meer) als gelijkwaardige, in ieder geval levende en denkende, schepsels ziet. En ook daar gaf hij niet eerder blijk van.”

En wind en bomen en bospad en Dregke en die lippen van haar, god wat kuste hij graag die lippen van haar.

“Hoe prachtig was het boek geweest minus een scene of drie of vier. Die zogenaamde er met de haren bij gesleepte gekte van L verzwakt op diverse punten een in zichzelf geweldige vertelling. Dat kafkaeske wat ik er in het begin in zag, dat had kunnen zijn. Of een mysterieroman. In het begin ontmoeten de houten figuurtjes en L’s ontluikende boekenliefde elkaar. Omdat hij weet dat de opa en de opa van zijn opa de houten figuurtjes baseerden op mensen die indertijd echt in het dorp woonden waar L en zijn ouders overigens nog steeds wonen, besteedt L zijn vroege bibliotheekdagen vooral aan onderzoek naar zijn dorpsgenoten en hun genealogie. Dat dacht ik ook nog even. Dat L wellicht in het gesticht gesmeten was omdat hij een of andere onfrisse geschiedenis aangaande zijn dorp op het spoor gekomen was. Het bleek zoveel banaler, een banaliteit die dan ook nog eens tamelijk onhandig het verhaal in gepropt is. Dat is dan een besteld boek, een boek dat ik zelf zocht, een boek dat geniaal had kunnen zijn en ergens in midden eindigt, gewoon maar een toevallig boek is, een beetje mooi, een beetje niet mooi. Zo zijn de dingen, zo zijn de boeken immers meestal. Het licht komt niet per se van de eigen blik. Het licht komt soms van de eigen blik. Soms van de stapels. Al het andere zweeft daar maar zoon beetje tussenin.”

En tussenin zwevende dingen.
En toevalligheid.
En t schrijverken. En Dregke. En bospad.

En dan niks.
En dan zwijgen.

Misschien een slenter. Over bospad. Misschien zal t schrijverken She cried van Frank Yamma neuriën. Misschien zal hij, zachter dan zacht, kaum verstaanbaar eigenlijk, zingen Yo seré tu hermano de sangre, y tu refugio en el infierno. Misschien zullen Dregke en hij elkaars handen vasthouden. Misschien zal de tocht, geheel toevallig natuurlijk, voeren naar het huis waar t schrijverken ooit woonde. Waarvan de deur uitnodigend zal openstaan. Uitnodigingen zijn er om op in te gaan, en binnen zullen ze alles aantreffen als het ooit was. Zoals een toevallige fles roodwijn, en een toevallige plaat. Daydreaming van Rafael Anton Irisarri bijvoorbeeld, of Dead seas van Head of Wantastiquet. Of Quitar o aire van Caamaño & Ameixeiras. Of anders andere volstrekt toevallige platen. En dan stilte. Tot toevallige tijden geboorte zullen geven aan nog meer toevallige boeken. Een volgend boek van María Pére-Talavera bijvoorbeeld, dat, heel misschien wél geniaal zou zijn.

Maria Perez-Talavera Figures of Wood

Figures of Wood

  • Auteur: María Pérez-Talavera (Venezuela)
  • Soort boek: Venezolaanse roman
  • Origineel: Eran de Madera (2019)
  • Engelse vertaling: Paul Filev
  • Uitgever: What Books Press
  • Verschijnt: 17 oktober 2023
  • Omvang: 158 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 17,99 / € 7,99
  • Boek bestellen bij: Amazon / Bol

Flaptekst van de eerste roman van de Venezolaanse schrijfster María Pérez-Talavera

Figures of Woodthe debut novel by Venezuelan writer María Pérez-Talavera, is a thought-provoking and gripping novel that delves into the mind of L, a young man questioning his own guilt and sanity in a sanatorium. Told in diary form, the story is set in an unnamed place and time, leaving the reader to question the reliability of L’s entries as his perceptions seem to grow more distorted. The novel explores love and betrayal, shame and guilt, and the searing pain of feeling alone in the world. Lines from Whitman’s Leaves of Grass weave through the narrative, introducing and echoing these complex themes.

María Pérez-Talavera is a writer, librarian, and information science professional. She is born in Venezulea. Her debut novel Eran de Madera (Figures of Wood) won the VI Foro/taller Sagitario Ediciones Prize for a Short Novel in Panama in 2019. Her short story collection Umbrales líquidos (Liquid Thresholds) was published by Foro/taller Sagitario Ediciones in 2015. Other stories, poetry, and essays have been published in various anthologies, magazines, newspapers, and online publications. She lives in Vientiane, Laos.

Bijpassende boeken en informatie

Anke Kranendonk – Brand

Anke Kranendonk Brand recensie en informatie nieuw 14+  jeugdroman van de Nederlandse schrijfster. Op 20 augustus 2024 verschijnt bij uitgeverij Querido de nieuwste young adult boek van de uit Nederland afkomstige schrijfster Anke Kranendonk. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Anke Kranendonk Brand recensie van Jolien Dalenberg

Roman probeert het normale leven van een puber te leven. Biertjes drinken met zijn vrienden, leren voor school, zijn relatie met Celine. Als er vlakbij zijn school een gebouw in brand staat, waarvan hij de rook kan ruiken, lukt het niet helemaal meer met “gewoon doen”. Hij stottert zo nu en dan, voelt dat hij soms ineens dicht slaat. Zelfs de hort op met zijn vrienden, of in de buurt zijn van Celine, voelt niet meer goed. Het verlies van zijn zusje, nu vier jaar geleden, steekt meer en meer de kop op. Hij probeert er over te praten. Met zijn ouders, broers, vrienden, Celine. Maar de woorden willen niet komen. Als hij met een nieuwe vriend mee gaat naar een brandweeroefening, lijkt het verleden het heden in te halen.

Soms zijn er van die boeken, waar je uit nieuwsgierigheid even in bladert, en vervolgens niet meer kunt weg leggen. Zo’n boek is brand. Ontzettend toegankelijk geschreven, neemt Anke Kranendonk je mee in de gedachtewereld van Roman. Al vanaf de eerste zin, is het geloofwaardig en intrigerend. Wie is Roman? Wat houdt hem bezig. Hij blijkt een sympathieke jongen te zijn, met een groot trauma. De dynamiek van zijn gezin, wordt sterk beschreven. Niet door ellelange verhandelingen. Maar door een paar gebaren. Door wat er juist niet wordt gezegd. De afstand, de eilandjes, hoe iedereen op eieren loopt. Aan de oppervlakte lijkt er weinig aan de hand, maar dat er van alles broeit, is al snel duidelijk.

Deze spanning wordt knap opgebouwd. Je leeft mee met de personages, voelt je betrokken. Ondanks het feit dat Roman de hoofdpersoon is, en het verhaal vanuit hem vertelt wordt, krijgen ook de andere personages duidelijk vorm en inhoud.

Brand is een boek waarin in geen enorm plot speelt, maar wél een hoop gebeurt. Voor iedereen die boeken leest met boeiende, goed uitgewerkte personages, onderhuidse spanning, verpakt in een puberleven, zit hier goed. Ontroerend zonder vals sentiment, spannend zonder sensatiezucht. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Anke Kranendonk Brand

Brand

  • Auteur: Anke Kranendonk (Nederland)
  • Soort boek: jeugdroman (14+ jaar)
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 20 augustus 2024
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 17,99 / € 11,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)

Flaptekst van het nieuwste boek van Anke Kranendonk

Roman schrikt wanneer hij hoort dat er in de buurt van de school een gebouw in brand staat. Meteen komen de herinneringen van vier jaar geleden terug, toen zijn zusje omkwam in een brand. Thuis wordt over dit drama weinig gesproken. Iedereen rouwt op zijn eigen manier en in zijn eentje. Zelfs nu, wanneer haar verjaardag er staat aan te komen. De onverwachte vriendschap met een jonge brandweerman helpt Roman het stilzwijgen te doorbreken. Hij vindt eindelijk woorden voor hoe schuldig hij zich voelt over de dood van zijn zusje.

Een aangrijpend en tegelijk herkenbaar verhaal over een gewone puber met gewone puberproblemen, die daarbovenop ook een zwaar verlies te verwerken heeft.

Bijpassende boeken