Tag archieven: Recensie

Tina N. Martin – Het appelmeisje

Tina N. Martin Het appelmeisje recensie, review en informatie over de inhoud van de nieuwe Zweedse thriller. Op 7 januari 2025 verschijnt bij A.W. Bruna Uitgevers het eerste deel in een nieuwe reeks thrillers van de Zweedse schrijfster Tina N. Martin die zich in het noorden van Zweden afspelen. Hier lees je informatie over de inhoud van de thriller, de schrijfster en over de uitgave.

Tina N. Martin Het appelmeisje recensie

Het appelmeisje is het thrillerdebuut van de Zweedse schrijfster Tina N. Martin. En de liefhebber van de betere Scandinavische thriller zal na lezing ook deze keer niet teleurgesteld zijn. Het is niet te merken dat dit een eersteling is.

De thriller speelt zich af in en rond de Noord-Zweedse stad Boden. Maar alhoewel Boden in 1919 stadsrechten heeft de stad zelf slechts zo’n 16,500 inwoners en de gelijknamige gemeente iets meer dan 28.000 inwoners. Van een wereldstad kun je hier niet spreken. Maar door de ligging in het noorden van Zweden, niet ver van de Oostzee waarmee de verbonden is door de mondig van de rivier de Luleälven wel een prachtige locatie om een thriller in te situeren.

Rechercheur Idun Lund moet een moord oplossen die op brute en gruwelijke wijze is gepleegd en dat doet ze samen met Calle Brandt die misschien wel het prototype is van hoe wij de Noord-Scandinaviërs zien, gesloten, naar binnen gekeerd en nogal alleen. Zo op het eerste gezicht clichés die je bij Scandithrillers vaak tegenkomt en dat klopt ook wel. Maar Tina N. Martin weet er toch mee weg te komen. Ze weet de spanning op prima wijze op te bouwen en zorgt ervoor dat je als leze het boek moeilijk kunt wegleggen.

Kortom de liefhebber van de betere Zweedse thriller stelt ze zeker niet teleur en voor niet wachten kan, gelukkig ligt het tweede deel in de reeks De dondermaker sinds september ook in de boekhandel. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Tina N. Martin Het appelmeisje

Het appelmeisje

Idun Lind thriller deel 1

  • Auteur: Tina N. Martin (Zweden)
  • Soort boek: Zweedse thriller, Scandithriller
  • Origineel: Befriaren (2022)
  • Nederlandse vertaling: Nannie De Graaff
  • Uitgever: A.W. Bruna
  • Verschijnt: 7 januari 2025
  • Omvang: 432 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 22,99 / € 12,99 /
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de eerste thriller van Tina N. Martin

Een reeks bijbelcitaten
Een duister geheim
Een brute moord

De eerste zaak voor rechercheur Idun Lind. Een macabere misdaad doet de Noord-Zweedse stad Boden op haar grondvesten schudden. Een docente die geen vijanden lijkt te hebben, wordt vermoord aangetroffen door haar man. De dader etaleerde haar lichaam op brute wijze: ze hangt aan een plafondhaak.

Rechercheur Idun Lind wordt op de gruwelijke zaak gezet. Ze worden geconfronteerd met een reeks anonieme bijbelcitaten die een duistere geschiedenis blootleggen. Samen met haar eenzame partner Calle Brandt duikt Idun diep in de schokkende zaak. Maar dan belandt Idun zelf in het vizier van de moordenaar.

Bijpassende boeken

Karel F. Gildemacher – Taal van het Friese landschap

Karel F. Gildemacher Taal van het Friese landschap recensie en informatie boek over Friesland. Op 20 november 2024 verschijnt bij Uitgeverij Noordboek het boek over het landschap van Friesland, geschreven door Karel F. Gildemacher. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en de uitgave.

Karel F. Gildemacher Taal van het Friese landschap recensie en informatie

Taal van het Friese landschap is echt zo’n boek voor de liefhebber. Auteur Kerel F. Gildemacher moet bijna wel bezeten zijn van Friesland om aan zo’n monnikenwerk, het boek is vuistdik en bevat 560 pagina’s, te beginnen. Het kan niet anders dan dat er vele jaren werk aan vooraf zijn gegaan. Jaren van uitzoeken, begrijpen, bevatten en verklaren.

Dit is geen boek dat je van begin tot eind in een keer uitleest. Het eerder een encyclopedisch werk dat uitputtend verhaalt over de taal die gebruikt werd om het landschap in Friesland te benoemen in al haar verscheidenheid. Een boek om in te bladeren en een beetje in te verdwalen. Bedoeld voor de liefhebber van taal en Friesland. En als je tot die groep behoort is dit boek niet te versmaden en zal je zeker niet teleurstellen. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Karel F. Gildemacher Taal van het Friese landschap

Taal van het Friese landschap

  • Auteur: Karel F. Gildemacher (Nederland)
  • Soort boek: boek over Friesland
  • Uitgever: Noordboek
  • Verschijnt: 20 november 2024
  • Omvang: 560 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 34,90
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van het boek over Friesland

Het Friese landschap is een boeiend geheel van gevarieerde gebieden. Het merengebied, de kleistreken van Westergo en Oostergo, de woudstreken, het Waddengebied of Gaasterlân, steeds zijn er veel bijzondere plekken als je erdoorheen rijdt, fietst, vaart of loopt.

Dat landschap is in de afgelopen eeuwen sterk veranderd. Er is veel verdwenen en begrippen die erbij hoorden zijn vergeten. In dit boek is veel van deze vaak vergeten Friese landschapstaal bewaard. Het vertelt over het gebruik en de beleving van het landschap zoals de mensen het vooral in de negentiende en vroeg twintigste eeuw zagen en voelden. Een Friese landschapsbiografie zoals die is vastgelegd in taal.

Karel F. Gildemacher (1946) verzamelde vele jaren uit tal van bronnen woorden, begrippen en namen die iets vertellen over het landschap en de geschiedenis van de mensen in de verschillende streken. Het werd een biografie van het Friese landschap in taal. Eerder (1993) promoveerde hij op historische waternamen en publiceerde onder andere over schipperstaal (2003), Friese plaatsnamen (2007), terpen en terpnamen (2008). In 2015 verscheen Het Friese water, een standaardwerk over de plek en de functie van al dat water in de provincie.

Bijpassende boeken en informatie

Josephine Rombouts – De tien geboden voor vrouwen

Josephine Rombouts De tien geboden voor vrouwen recensie en informatie over de inhoud van het boek over de strijd voor gelijke vrouwenrechten. Op 19 november 2024 verschijnt bij Uitgeverij Querido het nieuwe boek van de Nederlandse schrijfster Josphine Rombouts. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Josephine Rombouts De tien geboden voor vrouwen recensie van Monique van der Hoeven

Ik las al eerder boeken van Josephine Rombouts, zoals het boek Opmerkelijke Vrouwen, dus ik was heel benieuwd naar dit kleine werkje met als titel De 10 geboden voor Vrouwen. Een titel die meteen nieuwsgierig maakt, want welke vrouw zit er nou te wachten op nóg meer moeten, nóg meer de wet voorgeschreven krijgen?

En natuurlijk is dat precies waar het boekje over gaat. De inhoudsopgave bestaat uit deze 10 geboden, met zelfs nog een elfde gebod.

In 11 korte hoofdstukken stelt Josephine ongeschreven regels aan de orde, waar vrouwen nog altijd geacht worden aan te voldoen. Ze doet dat op de pittige en humoristische manier die we van haar kennen. Ze geeft veel actuele voorbeelden van de “geboden”, wat hopelijk veel bewustzijn creëert bij mensen.

Ik denk dat er geen vrouw is die zich niet herkent in deze geboden – of dat een feest van herkenning is (zoals op de achterkant van het boekje wordt verkondigd). Ik blijf het op z’n minst opvallend vinden dat er nog zoveel ongeschreven regels zijn, waar we nog altijd geacht worden aan te voldoen. Maar ja… dan neem ik het 8ste gebod misschien weer niet in acht: Gij zult niet zeuren.

Ik heb genoten van dit werkje – en ja, in dat opzicht was het lezen van dit boekje  zeker een feestje!  Een aanrader – voor vrouwen, én mannen en gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Josephine Rombouts De tien geboden voor vrouwen

De tien geboden voor vrouwen

  • Auteur: Josephine Rombouts (Nederland)
  • Soort boek: feministische non-fictie
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 19 november 2024
  • Omvang: 80 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 13,99 / € 9,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuweboek van Josephine Rombouts

Vrouwen stuiten voortdurend op maatschappelijke barrières: dit mag je wel doen, dat mag je juist niet. Alsof voor hen andere regels gelden dan voor mannen. Een rimpel moet bij de vrouw vakkundig worden weggepoetst, maar maakt de man karakteristiek, en verbaal moeten vrouwen niet te veel willen opvallen. Aristoteles zette al de toon toen hij stelde dat vrouwen een gebrek aan temperament hebben en mannen strijdlustiger zijn en dus beter toegerust voor het publieke leven. Een vruchtbare bodem voor eeuwen aan verschillende verwachtingen van en voorschriften voor de seksen.

Josephine Rombouts gaat ‘de tien geboden voor vrouwen’ langs op geestige en opmerkelijke wijze. De tien plus één geboden samen zijn een feest van herkenning voor iedere vrouw en een bron van nieuwe inzichten voor iedere man.

Josephine Rombouts (1971, Den Haag) studeerde kunstgeschiedenis en Nederlands. Vijf jaar woonde ze met haar gezin in de Schotse Hooglanden, waar ze achtereenvolgens huishoudster, personal assistant en manager was op een kasteel. Tegenwoordig schrijft ze boeken en artikelen, onder meer voor NRC, en geeft ze lezingen. Van alle delen van Cliffrock Castle samen werden ruim 125 000 exemplaren verkocht. In 2023 verscheen het boek Opmerkelijke vrouwen.

Bijpassende boeken en informatie

Musih Tedji Xaviere – Deze brieven eindigen in tranen

Musih Tedji Xaviere Deze brieven eindigen in tranen recensie en informatie roman van de in Kameroen geboren schrijfster. Op 15 november 2024 verschijnt bij Uitgeverij Orlando in samenwerking met Oxfam Novib de Nederlandse vertaling van de eerste roman These Letters End in Tears van Musih Tedji Xaviere. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster, de vertaalster en over de uitgave.

Musih Tedji Xaviere Deze brieven eindigen in tranen recensie en informatie

  • “Xavieres debuut schildert een portret van verdriet – in het bijzonder de pijn van het queer-zijn in een niet-tolerante samenleving. Een diep-tragische roman, een getuigenis van onrecht, corruptie en geweld.” (Booklist)
  • “Een intelligent, geraffineerd boek dat niet alleen over seksualiteit, homofobie en traditionele genderrollen gaat, maar ook over de erfenis van het kolonialisme in West-Afrika.” (Kirkus Reviews)

Recensie van Tim Donker

De jaren. De kamers. De boeken. De stapels. En het ineens.

Want ineens ben je een besprekerken, of een professioneel lezer, of welke omschrijving kun je er ook aan geven? Ineens zijn de boekenstapels vanzelf gaan groeien. Ooit groeide alleen wat je zelf plaatste. Toen je antiquariaten afschuimde, selecteerde op wat je kende, wat je dacht te weten, vaak slechts ruwweg, aan de hand van uitgeverijen, perioden, landen, of je liet je leiden door een kaft, een titel, iets dat je ertoe prikkelde een boek op te pakken, in te kijken, hier en daar wat te lezen, en dan ja te zeggen misschien, met boeken in je handen naar de kassa te lopen, weer meer om mee naar huis te nemen, weer meer voor op de stapels. Later raakten antiquariaten uitgedund. Was het geen zekerheid meer dat je in elk stadje maar een fractie groter dan een dorp wel een winkel kon treffen waar twedehands boeken werden verkocht. Toen moest je gerichter zoeken, via websites gespecialiseerd in antiquariatiese boeken, ongezochte vondsten waren er toen niet meer bij, nog later bestelde je je boeken uit Amerika via obskure uitgeverijen, en toen. Toen was je ineens een besprekerken of een professioneel lezer of welke omschrijving er ook aan gegeven kan worden. Toen belandden de boeken als vanzelf op je besprekerstafel. Daar moest je niks meer voor doen. Je kon gewoon maar lezen wat er binnen kwam.

Iemand zei dat de stapels niet op je leken. Dat kan kloppen. Jij bent een mens. De stapels zijn geen mensen. De stapels zijn gewoon maar de stapels, en vaker nog hoger dan menshoog. Maar je moet toegeven dat je houdt van de stapels. Je houdt van ze omdat ze je literaire horizon aanzienlijk hebben verruimd. Ooit dacht je dat boeken moesten zingen. Dat alleen het razen, het kolken, het bulderen telde. Hoe kon er geraasd en gekolkt en gebulderd en gezongen worden? Dat kon alleen maar via taal. Dat is het instrument van een schrijver en het was aan elke schrijver omdat instrument zo scherp mogelijk te stemmen. Elk proza moest poëties zijn, en het liefst op een beetje een duistere manier. Wat vormexperimenten erbij om het af te maken – dat was kunst, kunst was altijd vorm, en alleen maar vorm, en wat kletste die gast die je zo’n beetje van ver of nabij kende en die een uitgeverij had in de stad waar je woonde, wat kletste hij toch enorm uit zijn randdebiele nekharen toen hij zei Die experimenten ken ik nu wel, vertel me liever een goed verhaal! Verhaal psss, psss, wat is nou verhaal, verhalen vertellen doe je in de kroeg, je keek die gast wat meewarig aan en zei toen Die verhalen die ken ik nu wel, vertel het me liever op een opzienbarende manier!

Want er zijn maar twee verhalen: dat van de liefde en dat van de dood. Zei je. Zei je altijd maar. Zei je steeds maar weer opnieuw.

Maar wat nu je huis binnenkomt, lees je, of het experimenteel is of niet, of het poëties is of niet, of het raast en kolkt en buldert of niet. En wat peinst ge? Ja, je schaamt je misschien zelfs het toe te moeten geven (terwijl je schoort met je voeten), maar sjee, wat kan je soms onder de indruk zijn van een mooi verhaal.

Een mooi verhaal. Hoor jou nou toch weer.

En toch.

Neem dit hier Deze brieven eindigen in tranen. Als er één plotgedragen boek is, dan is dit het. Musih Tedji Xaviere zet niet vol in op taal, en evenmin op stijl. Het minieme beetje experiment dat in dit boek gezocht wordt, is dat sommige hoofdstukken verhalend zijn waar andere de vorm hebben van een brief. Van de ene hoofdpersoon aan de andere hoofdpersoon, de lezer zit daar niet tussen, die moet alleen maar aanschouwen. Maar er valt dan ook wel heel veel te zien! Een verhaal dus ja, en van de liefde dan nog, en evenzeer van de dood, al wordt met die toevoeging misschien al teveel verraden.

Bessem en Fatima zijn twee tienermeisjes. Fatima is moslim; Bessem christen. Ze wonen in Kameroen. En ze houden van elkaar. Meer dan dat, ze zijn tot over hun oren verliefd op elkaar. Het is een hartverwarmende, mooie, prachtvolle en soms wat aandoenlijke liefde – voor Bessem is het haar eerste, echte grote liefde. Het is een lieve liefde. Ja. Behalve dan dat liefde tussen twee personen van hetzelfde geslacht verboden is in Kameroen. Tijdens een romanties samenzijn in een homobar, worden de meisjes door de broer van Fatima en zijn vrienden naar buiten gesleurd, ongenadig in elkaar geslagen, en vervolgens aan de politie uitgeleverd. Bessem wordt vrijgekocht maar Fatima blijft in de cel. Later is ze onvindbaar. Dertien jaar lang is ze onvindbaar. Bessem is inmiddels hoofddocent in de economische wetenschappen maar ze is Fatima nooit vergeten. Elke nieuwe liefde die zich aandient, wordt met Fatima vergeleken en moet het onherroepelijk afleggen tegen de grote, intense, zo dramaties afgelopen liefde. Wanneer ze op straat een toenmalige vriendin van Fatima ziet lopen, intensiveert Bessem het zoeken naar Fatima. Het eindigt in een schokkende ontdekking waarin Fatima’s broer -de hypocriete lul is inmiddels wijd en zijn gerespecteerd als imam wil je wel geloven- een weerzinwekkende rol speelt.

Wel. Hier heb je dus. Hier heb je het. Hier heb je een boek dat voornamelijk bezig is een verhaal te vertellen. Is het een goed verhaal? Wel. Het is in ieder geval een verhaal dat naar de strot grijpt. Een verhaal over de haat waar liefde mee te maken kan krijgen. Een verhaal over onverdraagzaamheid, intolerantie, over mensen verbieden te zijn wie ze willen zijn. Peins niet te snel dat zulke verhalen zich altijd elders bevinden. Zo vreselijk als het Bessem en Fatima verging zal het er in, pak m beet, Veghel misschien aan toe gaan. Maar idiote wetten heb je overal, sadistiese politieagenten heb je overal, en homohaat heb je overal (ik ken iemand die bijna gewurgd werd door zijn vader toen hij bekende dat hij op jongens viel). Maar het thema van een liefde waaraan niet toegegeven mag worden is bovenal universeel. Daarmee is wat dit boek vertelt zeker niet exclusief aan Kameroen voorbehouden.

Deze brieven eindigen in tranen is het soort boek waarop ik altijd heb neergekeken: het soort boek dat je voornamelijk blijft lezen omdat je wil weten hoe het afloopt. Dat vond ik altijd zo’n goedkope reden om door te lezen! Dat is waarom mensen soaps kijken. Je kijkt morgen weer omdat je hoopt meer duidelijkheid te krijgen omtrent de dingen die gisteren gebeurden. De stompzinnigste manier om zwakbegaafden geboeid te houden. Maar als het zo verpletterend, zo onthutsend, zo adembenemend gebeurd als in dit debuut van Musih Tedji Xaviere, gooi ik met liefde mijn voormalige principes overboord.

Dit is niet het soort boek dat me nog twintig jaar zal bijblijven, het boek waarnaar ik in mijn stervensuur ga willen teruggrijpen (ik vooronderstel dat grijpen naar boeken sowieso niet iets is dat meteen in je opkomt op enig stervensuur). Maar een mijlpaal niettemin; een boek om mijn opnieuw verruimde literaire horizon af te palen. Ja. Oké. U had gelijk, mijnheer de uitgever, waar u nu ook bent: ook experimentloze boeken die in eerste instansie allenig maar een verhaal willen vertellen, kunnen zeer de moeite waard zijn. Toch, het mooist was dit boek op de momenten dat de taal zich eventjes boven het verhaal uit wilde zingen; als Bessem per brief het woord richt tot haar verdwenen lief Fatima. De dingen die ze dan zegt. “Mijn leven is weer geworden zoals het was voordat ik jou ontmoette alleen weet ik nu precies wat ik mis.” bijvoorbeeld: “Er is geen morgen voor mij, alleen het verleden en dit oneindige wachten.” – om een levensgroot verdriet te comprimeren tot luttele woorden; dat is toch echt de kracht van taal en daar kan nog altijd geen verhaal tegenop. Maar het verhaal dat je erbij krijgt maakt wel dat je je in dit boek begraaft tot de laatste letter gelezen is. En dan eindigt het in tranen. Uw tranen.

Musih Tedji Xaviere Deze brieven eindigen in tranen

Deze brieven eindigen in tranen

  • Auteur: Musih Tedji Xaviere (Kameroen)
  • Soort boek: Kameroense roman
  • Origineel: These Letters End in Tears (2024)
  • Nederlandse vertaling: Lara Visser
  • Uitgever: Uitgeverij Orlando, Oxfam Novib
  • Verschijnt: 15 november 2024
  • Omvang: 256 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Winnaar Pontas Prize
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman Musih Tedji Xaviere Deze brieven eindigen in tranen

Ontroerend verhaal over een onmogelijke liefde in Kameroen.

Bessem ziet Fatima voor het eerst op het voetbalveld en het is liefde op het eerste gezicht. Eén speelse knipoog van Fatima en Bessem weet dat haar leven nooit meer hetzelfde zal zijn. In Kameroen, een land waar relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht strafbaar zijn, is een gezamenlijke toekomst voor hen uitgesloten. Wanneer Fatima wordt opgepakt bij een politie-inval in de enige homobar in de stad, verdwijnt ze vervolgens spoorloos. Bessem blijft ontredderd achter.

Dertien jaar later is Bessem hoogleraar aan de universiteit. Wanneer ze een oude vriendin tegenkomt – de laatste persoon die Fatima misschien heeft gezien – begint Bessem aan een zoektocht naar haar verloren liefde.

Deze brieven eindigen in tranen is het liefdesverhaal van een christelijk meisje met een rebels hart en een moslimmeisje dat een dubbelleven leidt.

Musih Tedji Xaviere is geboren in Njinikom in Kameroen, en woont nu in Groot-Brittannië. Haar debuutroman, Deze brieven eindigen in tranen, won de Pontas Prize en de JJ Bola Emerging Writers Prize.

Bijpassende boeken en informatie

Berber van der Veer – De schilders van Giethoorn

Berber van der Veer De schilders van Giethoorn recensie en informatie nieuw boek in de reeks Kunstenaarskolonies en kunststromingen in Nederland. Op 7 november 2024 verschijnt bij uitgeverij WBOOKS het kunstboek over Giethoorn en nieuwe deel in de reeks Kunstenaarskolonies en kunststromingen in Nederland, geschreven door Berber van der Veer. Hier lees je informatie over de inhoud van het kunstboek, de schrijfster en over de uitgave.

Berber van der Veer De schilders van Giethoorn recensies en informatie

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De schilders van Giethoorn, het boek van de Nederlandse kunsthistoricus Berber van der Veer, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van onze redactie

De reeks boeken die Uitgeverij WBOOKS in de afgelopen jaren heeft uitgegeven in de reeks Kunstenaarskolonies en kunststromingen in Nederland kun je alleen maar meer en meer waarderen. Inmiddels zijn er al ruim vijfentwintig delen verschenen. Elk boek is mooi uitgegeven en bevat een grote hoeveelheid afbeeldingen van schilderijen en andere kunst over het dorp, stad of streek die centraal staat.

Het boek dat kunsthistoricus Berber van der Veer doet wat dat betreft niet onder voor de andere boeken in de reeks. En toch wijkt het enigszins af. Het is anders in die zin dat de auteur meer ruimte en tijd neemt om de individuele kunstenaars die Giethoorn en omgeving vereeuwigden meer ruimte en tijd geeft. Als geboren Giethoornse heeft al eerder proefschrift gepubliceerd over dit onderwerp waaruit ze zonder twijfel voor dit boek geput heeft.

Wat het boek rijk maakt is dat ze niet alleen ruimschoots aandacht besteed een aantal kunstenaars die onlosmakelijk verbonden zijn aan Giethoorn, ze heeft ook oog voor de ontwikkeling van het bijzondere dorp dat in de negentiende eeuw moeilijk bereikbaar was tot de toeristische trekpleister die het tegenwoordig is. Bovendien schrijft Berber van der Veer goed en toegankelijk. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Berber van der Veer De schilders van Giethoorn

De schilders van Giethoorn

Kunstenaarskolonies en kunststromingen in Nederland deel 24

  • Auteur: Berber van der Veer (Nederland)
  • Soort boek: kunstboek
  • Uitgever: WBOOKS
  • Verschijnt: 7 november 2024
  • Omvang: 200 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 27,95
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over de schilders van Giethoorn

Kunsthistoricus Berber van der Veer schreef De schilders van Giethoorn, het eerste complete overzicht van de schilderkunst in het Noordwest-Overijsselse waterdorp.

Jaarlijks bezoeken honderdduizenden toeristen het waterdorp Giethoorn. De bruggetjes over de grachten en de boerderijen met fraai aangelegde tuinen worden massaal bewonderd en gefotografeerd. Tot een eeuw geleden was het dorp alleen bekend bij zijn bewoners. Giethoorn was slechts over water bereikbaar en verder nagenoeg van de buitenwereld afgesloten. Gietersen – zo worden inwoners uit Giethoorn genoemd – werkten hard om te voorzien in hun meest basale behoeften. Groot was de verbazing toen er zich aan het eind van de negentiende eeuw een nieuw slag mensen aandiende.

Een groep schilders en etsers trok naar Giethoorn om er inspiratie op te doen. Verleid door de schoonheid van het dorp maakten zij, met een schilderkist onder de arm, de tocht door het veengebied. Zij zagen in elke brug een compositie en in de kleuren van het landschap hun palet. Deze eerste kunstenaars behoorden tot de kunststroming van de Haagse School en vertegenwoordigden de laatste opleving van het impressionisme. Willem Bastiaan Tholen (1860-1931) en zijn vrienden probeerden het dorp voor zichzelf te houden. ‘Je moet maar niet aan schilders zeggen dat ’t hier zoo is.’ Tot hun spijt resulteerden exposities, waar hun Gieterse werk was vertegenwoordigd, in een stroom van schilders die het dorp wilden bezoeken. Zij plaatsten Giethoorn in een moderner, expressionistischer licht. Ook hebben zij Gietersen geleerd de schoonheid van het dorp te herkennen en vast te leggen.

In De schilders van Giethoorn wordt een overzicht gegeven van de ‘Gieterse’ schilderkunst van 1885 tot 1958, de periode die begint met het eerste bezoek van Tholen aan het dorp en die eindigt waar het toerisme begint.

Berber van der Veer is in 1996 in Giethoorn heeft kunstgeschiedenis en filosofie gestudeerd in Groningen. Haar masterscriptie de opkomst en de ondergang van de Gieterse schilderkunst is cum laude ontvangen.

Bijpassende boeken en informatie

Alma Delia Murillo – Het hoofd van mijn vader

Alma Delia Murillo Het hoofd van mijn vader recensie en informatie boek over een zoektocht door Mexico van de Mexicaanse schrijfster. Op 16 januari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Atlas Contact het boek van de Mexicaanse schrijfster Alma Delia Murillo. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster, de vertaler en over de uitgave.

Alma Delia Murillo Het hoofd van mijn vader recensie van Tim Donker

Maar wat het was weet ik nu niet meer. Een tijd lang las ik rabiaat nee fervent nee razend in Het hoofd van mijn vader. En toen, ineens, had ik er even genoeg van. Was het de woede, was het de pijn, was het de wanhoop? Kwam het door de soms grimmige, soms verbeten sfeer? Of waren het de referenties? Teveel filosofie, teveel psychologie, teveel literatuur (ja Alma Delia Murillo, ik begrijp het, je bent niet van de straat, je bent belezen, je hebt gestudeerd, ik merk het, ik zie het, ik lees het). Teveel Shakespeare. Ja. Vooral teveel Shakespeare. Zeikspier, zoals mijn voormalig kompaan en ik hem noemde. Delia Murillo “verliteraturiseert” alles zo erg dat ik zelfs tijdlang peinsde dat het meisje met de brandwonden een verwijzing was naar Stig Dagerman. Maar in Het hoofd van mijn vader is niet alles fictie, er zal werkelijk een zus geweest zijn, de oudste zus, die toen ze een jaar of zes was dacht wel even wat tortilla’s te kunnen opwarmen op een oud primusbrandertje. Wat was het? Het was iets aan dat alles waar ik niet zo goed meer tegen kon na enkele tientallen bladzijden en Het hoofd van mijn vader belandde op de stapel. Alles wat op de stapel komt, geraakt op enig moment onderaan de stapel. Dat zal wel een of andere wet zijn, weetikveel, ik heb natuurkunde laten vallen nog voor ik het goed en wel had.

Toen ging ik op vakantie. Spanje. Mijn zus zien. Maar dat doet voor deze bespreking niet ter zake. Hoewel. Onder andere vanwege dit boek (maar ook vanwege Terras 26: Magia / No magia) had ik het met haar nog even, overheen een elegant wit wijntje, over de verstandhouding tussen Spanjaarden en Mexicanen. Wie op vakantie gaat, gaat zijn huis uit. Wie zijn huis uit gaat, laat dingen achter. In mijn geval: vooral boeken. Twee tassen, zo had ik bedacht. Twee tassen vol boeken mochten mee. Extra grote tassen. Maar toch. Twee. De rest moest blijven in het huis dat ik achter me ging laten. De keuze was wat willekeurig, er was niet veel tijd, het was avond, de volgende dag zouden we vertrekken, mijn zoon zat daar nog, achter laptop, de anderen waren naar bed, en ik, ik vulde tassen. Tassen met boeken. Boeken die het maar moesten zijn, daar, in Spanje, in Valencia, daar, waar mijn zus woont (en hoeveel lezen ga je doen als je ook met die moje lieve intelligente grappige fantastiese zus van mij kunt babbelen). Waarom ging Het hoofd van mijn vader een van die tassen in, waarom niet een ander boek. Ik weet het niet, het was laat, mijn zoon en ik, we moesten eigenlijk allang op bed liggen, morgen zou de wekker vroeg gaan, er was geen tijd om lang over dingen na te denken. En dus. Daar ging het. Mee. Mexico naar Spanje. Kon je zeggen. Ging.

Dan zijn er ineens een wagonlading boeken minder.
Dan is het lezen beperkter.
Dan lees je.

Dan lees je opnieuw.

Van een vader, die er ooit was. De moeder, de broers, de zussen, de vader. Maar die laatste ging. Op een dag ging hij. Hij liet de moeder, de broers, de zussen, en hij ging. Niet uit liefdeloosheid. Nee. De zus met de brandwonden, hij legde haar op een paard, hij reisde tot hij bij een ziekenhuis kwam, hij waakte, dag en nacht, aan het bed van het meisje met de brandwonden. De vader was geen liefdeloze man. Maar toch ging hij. Omdat het leven elders. Omdat het gras groener. Of misschien. De meest liefdevolle daad. De kinderen de ruimte geven niet beperkt door zijn ballast. Wie weet.

Alma Delia Murillo laat het er niet bij. Het hoofd van mijn vader beschrijft een zoektocht. Een zoektocht naar een vader die ging, ooit, lang geleden, toen zij nog een klein kind was. Een vader nauwelijks gekend door haar. Veel heeft ze niet. Een verscheurde foto, Koos Alberts is er niks bij. Maar ze zoekt. Gans doorheen Mexico. De zoektocht is er één  van steeds te laat of net niet op tijd. Op grond van het minimale wat ze van haar vader weet komen Alma en haar broers en zussen samen met hun moeder steeds aan bij een huis waar de vader een paar maanden geleden nog woonde, of bij de winkel waar de vader enkele uren geleden nog gewerkt heeft. Hoe vergeefs deze odyssee is, moet je zelf maar weten.

Delia Murillo lardeert nee doorspekt nee dat is hetzelfde Delia Murillo verlevendigt ach nauwelijks beter maar toch de zoektocht met de soms bizarre episodes uit haar verleden, met referenties aan klassiekers ut de wereldliteratuur, met psychologische of sociologische of politieke exposés. Bestaat er zoiets als spiegelsynesthesie? Een extreme ontvankelijkheid voor de gevoelens van anderen. Je weet het. Je weet het niet (die gast uit the green mile had een vorm van spiegelsynesthesie maar ja dat was film dat was literatuur). Kun je een vader reconstrueren uit alle uiteenlopende verhalen die ook zo hun eigen leven leiden? Je weet het. Je weet het niet. Zijn familierituelen innemend of idioot. Je weet het. Je weet het niet. De zussen in dit boek praten of zingen of informeren elkaar via liedjes van Juan Gabriel, ik maakte de fout hem op te zoeken en het bleek een wat theatrale n tamelik oninteressante figuur maar zijn de figuren aan wie wij vroeger onze gestandaardiseerde replieken onttrokken feitelijk zoveel beter? (koot. bie. wim schippers). In ieder geval voel je de liefde. De warmte. De onverbrekelijkheid van de band,

En de woorden.

De kracht van de woorden.

Bij Delia Murillo soms samengebald in aforismen van het type “Familie is het favoriete organisme van de stilte”, of “voldaan zijn is een degeneratieve en dodelijke ziekte”, of in gewoon maar een zin, de laatste zin, die ik natuurlijk weer las met tranen in mijn ogen.

Je kunt Het hoofd van mijn vader lezen als avonturenroman. Als sociologische analyse. Als de psychologie van dochterliefde. Als literair essay. Of gewoon. Als een onderhoudende, ontroerende, uitdagende en te denken gevende roman.

Alma Delia Murillo Het hoofd van mijn vader

Het hoofd van mijn vader

Een zoektocht door Mexico

  • Auteur: Alma Delia Murillo (Mexico)
  • Soort boek: memoir
  • Origineel: La cabeza de mi padre (2022)
  • Nederlandse vertaling; Arieke Kroes
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 18 januari 2025
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van het boek over Mexico van Alma Delia Murillo

Als Alma Delia Murillo negen jaar oud is, verlaat haar vader hun gezin. Dertig jaar lang hoort ze enkel over hem in tegenstrijdige berichten: je vader was een nietsnut, je vader werkte hard, je vader was een knappe man, je vader was een dronkaard. Op de enige foto die ze van hem heeft, is het hoofd van haar vader van het beeld afgescheurd. Murillo schrijft met een even scherpe als poëtische blik, openhartig en met rauwe humor. Haar situatie is niet uniek; afwezige vaders komen in het door armoede geteisterde Mexico veel voor. De zware last om het gezin draaiende te houden belandt doorgaans op de schouders van de moeders.

Het hoofd van mijn vader is tegelijkertijd een aangrijpende poging om grote vragen te beantwoorden. Hoe vormen gebeurtenissen in onze jeugd ons karakter? Wanneer Murillo, inmiddels veertig, droomt dat haar vader stervende is, besluit ze hem te gaan zoeken. Met haar moeder, broers en zussen stapt ze in een rood bestelbusje en rijdt van Mexico-Stad naar de provincie Michoacán, op zoek naar de man die in zijn afwezigheid al haar hele leven lang zon grote aanwezigheid heeft.

Alma Delia Murillo (1979, Mexico) is schrijver en journalist. Ze studeerde Literatuur en Theater aan unam, schreef meerdere romans en heeft een wekelijkse column in SinEmbargomx. Het hoofd van mijn vaderis haar eerste boek dat in het Nederlands vertaald is.

Bijpassende boeken en informatie

Mats Strandberg – Pestbloemen

Mats Strandberg Pestbloemen recensie en informatie over de inhoud van de gothic young adult roman die zich afspeelt in de zeventiende eeuw. Op 23 oktober 2024 verschijnt bij Uitgeverij Blauw Gras de 11+ gothic roman van de uit Zweden afkomstige schrijver Mats Strandberg met illustraties van Elin Sandström. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver, de vertaalster en over de uitgave.

Mats Strandberg Pestbloemen recensie van Jolien Dalenberg

Magdalena en haar zusje Ebba worden door hun vader naar tante Katharina gestuurd, als hun moeder door de pest komt te overlijden. Het kasteel van hun tante is een sombere plek, en ze worden bepaald niet warm ontvangen. Tante Katharina is een kille vrouw, die het geloof gebruikt om angst te verspreiden. De meisjes worden wreed behandeld. Er lijken geheimen in het kasteel rond te waren. Waarom hebben ze de stiefzoon van hun tante nooit ontmoet? Wat is er gebeurd tussen hun moeder en hun tante?

Duister, donker en magisch. Dat is de korte samenvatting van Pestbloemen. Verteld vanuit het perspectief van Magdalena, die daarvoor het geknipte personage is. Als oudste zus probeert ze haar kleine zusje te beschermen. Ze is sterk en weet de geheimen van haar familie te ontrafelen. Haar gedachten nemen je mee alsof je naast haar door het kasteel dwaalt. Strandberg weet zo levendig te schrijven, dat je haar wanhoop, angst en pijn voelt. Maar ook haar kracht, haar drang om te leven.

Het verhaal blijft je verrassen, Strandberg heeft meerdere wendingen voor je in petto die het meer dan interessant maken om verder te lezen. Hoewel de toon van het verhaal vrij donker is, zijn er Gelukkig genoeg lichtpuntjes. Vriendelijke mensen en bijzondere vriendschappen geven het verhaal de nodige lucht. Hierdoor wordt het nog sterker en wil je het helemaal niet meer wegleggen. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Mats Strandberg Pestbloemen

Pestbloemen

  • Auteur: Mats Strandberg (Zweden)
  • Illustraties: Elin Sandström
  • Soort boek: young adult, gothic (11+ jaar)
  • Nederlandse vertaling: Femke Muller
  • Uitgever: Uitgeverij Blauw Gras
  • Verschijnt: 23 oktober 2024
  • Omvang: 208 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Prijs: € 16,99 / € 9,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van de Zweedse schrijver Mats Strandberg

Een gothic novel waarin je niet kunt stoppen. Mats Strandberg doet twee dingen tegelijk: hij geeft zijn personages diepte, én hij bezorgt ons een pageturner.

Het is 1710. In Stockholm heerst de pest, en Magdalena (15) en haar zusje verliezen hun moeder. Ze worden naar het platteland gestuurd. Daar leert  Magdalena Axel kennen. Maar leeft hij wel? Waarom ziet niemand anders deze raadselachtige jongen Magdalena ontdekt familiegeheimen die haar leven op zijn kop zetten. Maar dan wordt ze zelf ziek.

Mats Strandberg (23 oktober 1976, Västanfors, Zweden) schrijft voor jong en oud, vaak in het horrorgenre. Hij wordt gelezen en geprezen vanwege zijn plotbeheersing en zijn geloofwaardige personages – zoals  bijvoorbeeld in zijn overweldigende  young-adultroman Het einde, die ook bij Blauw Gras zal uitkomen.

Elin Sandström (1988) maakte spannende zwart-wittekeningen voor dit boek. Ze woont net buiten Stockholm, werkt sinds 2012 als illustratrice en debuteerde in 2023 ook als auteur met een eigen titel.

Bijpassende boeken en informatie

Laura Broeckhuysen – Magnetisch middernacht

Laura Broeckhuysen Magnetisch middernacht recensie en informatie over de inhoud van de Nederlandse IJslandse roman. Op 1 oktober 2024 verschijnt bij uitgeverij Querido de nieuwe roman van Laura Broeckhuysen.

Laura Broeckhuysen Magnetisch middernacht recensie van Tim Donker

Stel je voor. Je bent een kind, bijna puber misschien. Je hebt nooit geweten wie je vader is want je moeder voedt je op, en je moeder is ziekelijk, en je moeder kan het niet alleen, en je moeder zoekt een man, altijd zoekt je moeder een man, altijd gaat je moeder samenwonen met een man, steeds een andere man, voor jou een ander misschien in de vaderrol, en al snel maakt je moeder ruzie met de man, maakt je moeder ruzie met iets als een vader, dan gaat ze weer, dan gaat ze verder, neemt jou mee, en zo ga je, heel je jeugdige leven entlang, samen met je moeder van man naar man, en nooit blijf je ergens, en nooit woon je ergens lang genoeg om er gewend te kunnen raken, nooit is het iets als thuis, en nooit iets als een echte vader.

Stel dat het op een dag weer zo ver is. Er is een man met een baard en hij heet Snorri en waarschijnlijk is dat alleen in het Nederlands grappig. Snorri komt jullie halen. Je moeder en jou. Je weet niet waarheen het dit keer gaat maar dat weet je nooit. De toch is lang en gaat door onherbergzame streken. Bergen. IJs. Wind. Het sneeuwt. Het sneeuwt hard. Het sneeuwt zo hard dat heel dat IJslandse landschap zijn diepte verliest en tweedimensionaal lijkt te worden. Je waarschijnlijk wederom maar tijdelijk vader bromzingt aan het stuur: bijna bijna bijna thuis, maar jij weet niet wat bijna is en je kunt je eigenlijk al niks meer voorstellen bij het woordje “thuis”. En als je er dan uiteindelijk inderdaad zijn, blijken jullie helemaal nergens te zijn.

Kan je deze nieuwe woning wel een huis noemen? Het is misschien eerder een bouwseltje. Het ruikt er raar. Alles is oud, en wrak, en niet erg schoon. Het onderkomen is gebouwd op een beek, die stroomt gewoon dwars door de kelder. Dus overal vocht. Overal rotting. Overal schimmels. De nieuwe tijdelijke vader heeft al een kind. Loke. Is het een meisje met een jongensnaam? Of een jongen in een jurk? Vader Snorri verwijst naar Loke met “hij”; moeder, Herdís, die pas later op zal duiken, houdt het op het genderneutrale “hen”. Zelf denk je maar aan Loke als je “sibbeling”.

Dat zijn je nieuwe verwanten.
Dat is je nieuwe thuis.
En dit is je nieuwe omgeving:

“Dorp” is misschien al teveel gezet. Veel meer dan een nederzetting is het niet. Alles is stijf bevroren in de winter, er is nauwelijks iets te eten, en vrijwel niks te doen. Er is een buurman die graag drink, Þor heet hij. Týr is schipper, voor hem moet je oppassen, hij lijkt niet te vertrouwen. Er is een groepje dat vriendelijk lijkt maar het misschien niet is – iedereen noemt ze Niemands vrienden. Er is een meisje dat werd dood gewaand door sommigen maar nog verrassend levend lijkt in de ogen van anderen: een modderstroom zou Iđounn met en huis en familie en al in zee hebben doen belanden maar toch wordt ze steeds gezien op de helling, waar ze schildert, waar ze loopt, waar ze leeft.

Ja stel je dat eens voor.
Kun je?
Pippa kan het. Het is haar leven.

Met Magnetisch middernacht heeft Laura Broekhuysen een vervreemdende roman geschreven waarvan de sfeer lastig te typeren is. “Surrealistisch” of “sprookjesachtig” dekken de lading niet ganzelijk al had ik zulks wel gepeinsd na lezing van het achterplat. Dat had me wat huiverig gemaakt. IJsland, dode meisjes, sneeuw, miks het met hersenschimmen en gekte, maak het af met wat plaatselijke mythologie – het leek me een wat gemakzuchtige manier om sfeer te maken. Het clausterfobiese van continue sneeuwval, dingen zien die er misschien niet zijn, de volksverhalen, de mystificatie jajaja. Het soort roman waarin je nooit volledig kan geloven in wat je net gelezen hebt jajaja. Ik denk dat wij die film ook gezien hebben. Naar het mysterie is niet zozeer of Iđounn een al half verwilderde wees is die tegen alle waarschijnlijkheid in als enige in haar familie de modderstroom heeft overleefd of toch louter een fantoom – een groepshallucinatie?-; nee het mysterie is het leven zelve. Mensen. Volwassenen. De geheimen die ze voor elkaar en voor hun kinderen hebben. Hoe ze omgaan met elkaar. Hoe liefde werkt. Wat ouderschap is. Hiërarchieën. Hoe onderlinge verstandhoudingen groeien in een (kleine) dorpsgemeenschap. De pscyhologie van de van de buitenwereld afgesnedenen.

Psychologie.
Daar zeg je het.

Dit lijkt me voor alles een psychologische roman.

Het Goede Ding, het Heel Erg Goede Ding, is, om te beginnen, dat Broekhuysen de geniale ingeving heeft gehad om het verhaal te vertellen vanuit het standpunt van Pippa. Hoe gemakkelijk was het geweest om Loke als verteller aan te wijzen? Of Herdís, ja? Of voor mijn part Iđounn. Dan had je drie andere romans gehad. Drie mindere romans, als u het mij vraagt.

Via Pippa wordt de lezer een medereiziger: hij weet net zoveel als zij, en deelt in haar af en toe tegen verbijstering aan schurkende verwondering. Is Loke een jongen of een meisje. Wanneer ze Lokes naakte lichaam een keer te zien krijgt, brengt dat geen duidelijkheid en de voornaamwoorden die beide ouders voor Loke reserveren, zeggen ook niks. Waarom komt Lokes moeder alleen in de lente? Waar is zij de rest van het jaar? Wat voor machtsspelletjes worden er gespeeld tussen Herdís, Snorri en Oddný (de moeder van Pippa)? Kan Snorri een vader zijn, hoe vul je het vaderschap op, wat is daar voor nodig? Is Loke als “sibbeling” iemand om gehecht aan te raken? Is het goed, of slecht om aan iemand gehecht te zijn? Hoe lang heeft Oddný nog te leven? Waarom davert de grond in de dorp steeds en waarom doet iedereen daar zo nonchalant over? Wat voor types zijn die dorpelingen nu eigenlijk? Wat is dat met die wolf waar iedereen het over heeft? Waarom zitten er alleen maar vrouwen op alle (belangrijke) posten in het dorp en waarom komen de mannen die tot voor kort op die posten zaten steeds samen in de sporthal, een beetje murmelend alsof ze nog steeds belangrijke kwesties met elkaar bespreken, nog immer forse knopen door dienen te hakken? Wie is er te vertrouwen en wie niet? Wat is er aan de hand met dat meisje op de helling en waarom moet ze uit het zicht van Herdís gehouden worden?

Magnetisch middernacht snijdt veel aardsere -en aktuelere!- thema’s aan dan je in eerste instantie verwachten zou: gender, ecologie, feminisme, ouderschap, verantwoordelijkheid, arbeid, scholing, zorg, alternatieve leefwijzen. Maar doordag Pippa -en dus de lezer!- op al haar vragen slechts langzaamaan antwoorden krijgt, behoudt het heel het boek doorheen dat heerlijk vervreemdende sfeertje. Noem het dromerig. Of, kan ook: poëtisch. Als je je bedenkt dat een zin als “Niemands vrienden staan in de sauna elkaars oogbollen te betasten” in de kontekst van deze roman volstrekt logisch is, weet je meteen hoe het met het dichterlijk gehalte van Magnetisch middernacht gesteld is. Bovengenoemde kwesties worden dan ook eerder bezongen dan aan de kaak gesteld – de vrees dat het om een aktivisties boekwerk zou gaan, kan ik hiermee meteen wegnemen. Mogelijkerwijs dat alleen het gekonkel tussen Oddný en Herdís een beetje detoneert met Broekhuysen bijna hallucinante schrijfstijl. Je kunt dat jammer vinden: ontwaken je warmige slaap en zoals elke ochtend helaas moeten vaststellen dat de wakende werkelijkheid toch altijd net weet een paar graadjes kloteriger is dan de droomwerkelijkheid. Maar anderzijds is het niet veel schrijvers gegeven om op tamelijk natuurlijke wijze twee tegengestelde registers tegelijk open te zetten.

Wanneer het op het eind zegt dat ook de sneeuwvlokken waar geen naam voor gevonden is gewoon vallen, denk ik: oké taal is misschien niet de regisseur van elk fenomeen. Maar in Magnetisch middernacht is het juist wel de taal die mijn bloed sneller doet stromen.

Laura Broeckhuysen Magnetisch middernacht recensie

Magnetisch middernacht

  • Auteur: Laura Broeckhuysen (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse IJsland roman
  • Uitgever: Querido
  • Verschijnt: 1 oktober 2024
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 13,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de IJsland roman van Laura Broeckhuysen

Nog lang na de lawine blijft Loki’s moeder hun buurmeisje Iðunn zien. Iðunns huis is met bewoners en al in zee geschoven, haar naam staat op de gedenksteen. Als Loki’s moeder blijft geloven dat Iðunn nog leeft, haar blijft zoeken en niet opgeeft, wordt zij door haar man naar een psychiatrische kliniek gebracht.

De androgyne Loki krijgt een nieuwe moeder; samen met haar dochter Pippa vormen ze een nieuw gezin. Tot de kinderen op een dag een meisje zien, op de helling, even beige als het gras, met haren als takken en de oogopslag van een dier.

Zoals IJslandse familiegeschiedenissen verstrengeld zijn met mythen en sagen, zo fungeert de Edda in deze roman als een magnetisch veld, waarmee niet alleen het verhaal maar ook de taal aan zwaartekracht wint.

Laura Broekhuysen (23 april 1983) is schrijver en violist, en studeerde viool aan het Conservatorium van Amsterdam. Over haar emigratie naar IJsland schreef zij de veelgeprezen boeken Winter-IJsland en Flessenpost uit Reykjavik. Haar proza werd genomineerd voor de Confituur Boekhandelsprijs en de Bob den Uyl Prijs. Wij capabelen, haar poëziedebuut, staat op de shortlist van de C. Buddingh’-prijs.

Bijpassende boeken en informatie

Flora Pennartz – De Stad der Wolken

Flora Pennartz De Stad der Wolken recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe fantasyroman en deel 1 in de serie De kleuren van de ziel. Op 24 september 2024 verschijnt bij uitgeverij Prometheus de eerste fantasyroman van de Nederlandse schrijfster Flora Pennartz. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Flora Pennartz De Stad der Wolken recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van De stad der wolken, De kleuren van de ziel deel 1, geschreven door Flora Pannartz, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “De Stad der Wolken is een nieuwe fantasy vol met magie, vriendschap en avontuur. Het verhaal van Dana sleept je mee in dit boek dat je zeker snel uit zal willen lezen. Door de duidelijke en vlotte schrijfstijl is het boek ook een echte aanrader voor beginnende fantasylezers!” (Sanne Bijleveld, boekhandel Westerhof)
  • “Begin er niet aan, dit is origineel, actueel én leest als een trein; voor je het weet heb je de cliffhanger gelezen en moet je wachten tot de volgende uitkomt!” (Eveline Schilt, boekhandel Scheltema)

Recensie van de redactie

Wat een heerlijk boek is De stad der wolken – kleuren van de ziel deel 1 geschreven door Flora Pennartz – een geweldige debuut fantasy roman. De stad der wolken is het eerste deel in wat een trilogie wordt in de serie Kleuren van de Ziel.

Zodra ik begin te lezen word ik in het verhaal gezogen – dat is altijd een heel goed teken! – en wil ik niet meer stoppen met lezen. De introverte Dana is de hoofdpersoon van deze fantasyroman. Dana groeit – na de moord op haar beide ouders (waar Dana niet van af weet) op bij haar oma in Bretagne. Dana gaat naar een nogal saaie school en ze heeft een sterk gevoel voor rechtvaardigheid, zo is ze bijvoorbeeld lid van een milieubeweging. Verder heeft Dana een liefdevolle band met oma. Ze lijkt eigenlijk een “gewone tiener”.

Tot de dag dat een vreemde man haar op school komt vertellen dat haar oma is vermoord en dat zijzelf helemaal geen mens is, maar een Luminist. Luministen hebben als taak  om de mensen liefde, moed, vreugde, creativiteit, kennis, wijsheid en vrijheid te geven. Maar er is iets wat die belangrijke missie verstoort. Vanaf de dag dat Dana hoort dat zij een Luminist is, is niets meer normaal in Dana’s leven en komt ze terecht in een wereld waar ze zelfs niet van had kunnen dromen. Tegelijkertijd moet ze het verlies van haar oma een plekje geven en nieuwe vriendschappen sluiten. Stapje voor stapje begrijpt Dana meer over haar verleden. Om een echte Luminist te worden zal ze echter de drie Proeven moeten afleggen – de eerste proef is op eigen houtje de Stad der Wolken bereiken.

De Stad der Wolken is een prachtig en boeiend verhaal over afkomst, vriendschap en zielswaarden. Allemaal samengesmolten tot een prachtig en – in dit geval heel letterlijk – kleurrijk avontuur. Met de onvermijdelijke cliffhanger aan het einde… Mag deel 2 van de Kleuren van de Ziel alsjeblieft gauw uitkomen? Ik ga het zeker weten lezen. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Recensie van Monique van der Hoeven

Flora Pennartz De Stad der Wolken

De Stad der Wolken

De kleuren van de ziel 1

  • Auteur: Flora Pennartz (Nederland)
  • Soort boek: fantasyroman
  • Uitgever: Prometheus
  • Verschijnt: 24 september 2024
  • Omvang: 368 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 21,99 / € 12,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst van de fantasyroman van Flora Pennartz

Het is de taak van de Luministen om de mensheid liefde, moed, vreugde, creativiteit, kennis, wijsheid en vrijheid te brengen. Maar wat als hun missie in gevaar komt?

Dana is een verlegen tiener die met haar oma in het westelijkste puntje van Frankrijk woont. Wanneer een mysterieuze man haar vertelt dat haar oma vermoord is door Achromanten – mensen zonder ziel – verandert alles. Dana ontdekt dat ze geen mens is, maar een Luminist, een wezen dat mensen een ziel geeft. Haar gave kan Dana echter pas uitoefenen als ze drie proeven heeft doorstaan; de gevaarlijke tocht naar de Stad der Wolken is daarvan de eerste. Samen met haar nieuwe vriendin Kali gaat ze op pad. Maar onderweg zal ze meer moeten trotseren dan de sneeuwstormen en de steile bergen. Iemand wil niet dat Dana de proeven voltooit en zal alles op alles zetten om haar te stoppen. Maar wie?

De Stad der Wolken is het indrukwekkende en meeslepende fantasydebuut van Flora Pennartz, het eerste deel van de trilogie De Kleuren van de Ziel.

Flora Pennartz (1997) studeerde natuurkunde en geschiedenis en werkt als docent wetenschapscommunicatie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De Stad der Wolken is haar debuut.

Bijpassende boeken

Didier Eribon – Een vrouw uit het volk

Didier Eribon Een vrouw uit het volk recensie en informatie over het nieuwe boek van de Franse filosoof en schrijver. Op 17 september 2024 verschijnt bij Uitgeverij Athenaeum de Nederlandse vertaling van het boek Vie, vieillesse et mort d’une femme du peuple, de filosofische memoir over de moeder van de uit Frankrijk afkomstige schrijver en filosoof Didier Erobon. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver, de vertaler en over de uitgave.

Didier Eribon Een vrouw uit het volk recensie van Tim Donker

Ouders hebben soms die hinderlijke neiging. Eerst verdwijnen ze in een tehuis, en dan gaan ze dood. Didier Eribon zag het gebeuren met zijn moeder. Ze leefde nog maar enkele weken na haar verhuizing naar een verpleeghuis. Eribon bleef achter, nu wees. Zijn vader overleed al eerder; daarover schreef hij in Terug naar Reims (een boek dat naar ik toegeven moet recht onder mijn radar doorgevlogen is) (eigenlijk kende ik die hele Didier Eribon niet eens). De veelal slecht gestelde situaties in verpleeghuizen, het mensonterende proces van aftakeling en sterven, het voltooide leven van een volksvrouw gaven hem de inspiratie voor Een vrouw uit het volk. Het is een warmhartig filosofisch werk geworden over politiek, armoede, ouderdom, ziekte, verval, identiteit en familiebanden. Eribon schrijft met heel veel compassie maar ook met heel veel eruditie, iets wat niet altijd goed samen gaat, maar hier werkt het.

Daar de dood vaak niet plotseling komt, maar met kleine beetjes tegelijk; de mens moet steeds iets inleveren of opgeven, kan je je afvragen hoeveel leven er moet zijn om nog van een leven te spreken. Volgens Eribon is leven het gevoel hebben dat de tijd verstrijkt; hoe groter de monotonie, hoe minder leven men ervaart. Ik weet niet zeker of dat helemaal waar is: “los” zijn van de tijd kan immers ook samenhangen met de idee van vrijheid – op vakantie zijn, niet “op de klok leven”, niet meer weten wat de datum is of zelfs maar welke dag. Maar zeker is het waar dat ouderen in tehuizen tijd en ruimte inleveren. Er is geen toekomst meer, en ook geen duidelijk vandaag (want vandaag kon net zo goed gisteren zijn, niet omdat het verstand gaat haperen maar omdat elke dag gelijk is aan de voorgaande dag). De oudere wordt langzaamaan gedepersonaliseerd, beschikt over minder en minder identiteitsbevestigend territorium (maar en zijn meer territoriumverkleinende, en niet zelden maatschappelijk zeer geaccepteerde instituties, zoals huwelijk en werk). Misschien is de door Eribon aangehaalde definitie van leven die Xavier Bichat geeft dan nog wat raker: “Het leven, dat is het geheel van de functies die weerstand bieden aan de dood” (zegt hij, zegt Xavier Bichat); ook daarvan moeten we er een steeds een beetje van inleveren.

Het mooie aan Een vrouw uit het volk is Eribons wijde blik. Hij kijkt naar zichzelf, vraagt zich af waarom hij zich door de dood van zijn moeder zo verweesd voelt terwijl hij zich vanaf zijn puberteit juist is gaan terugtrekken uit de familie. De idee geen zoon meer te zijn. Nooit meer iemands zoon zijn. Voor grote delen laten we onze identiteit rusten op anderen, en zo gaat het verlies van de ander ook samen met rolverlies. Het kan een (soms blijvende) verstoring veroorzaken in het identiteitsgevoel. Wanneer een mens ouder wordt, en meerdere mensen is kwijtgeraakt, zijn daardoor wellicht zoveel rollen verdwenen dat hij zichzelf grotendeels kwijt is. Het gemis betreft niet alleen de persoon zelf, maar ook de rol die we ten opzichte van hem of haar vervulde. Alleen werd Eribon dus al op jonge leeftijd minder en minder zoon; hij spreekt in dit verband van een “socio-familiale loskoppeling”, en noemt het “in schijn een paradox” (ik vermoed dat we dit taalkundige huzarenstukje op konto van vertaalster Jeanne Holierhoek mogen zetten) dat hij zich na de dood van zijn moeder (de langstlevende ouder) moest herbezinnen op de emotionele diepgang van zijn toch niet ten volle omarmde zoonschap. Dat lijkt mij echter geen tegenstelling, ook geen schijnbare. Mensen kunnen aktief breken met hun ouders, of zich langzaamaan van hen afkeren omdat ze hun identiteit liever bevestigd zien in andere, zelfgekozen rollen. Of misschien komt er wat sleet op de ouderliefde als het volwassen leven op andere manieren aandacht vraagt. Doch daarmee hou je niet op zoon of dochter te zijn. Het is geen rol die alleen maar kan bestaan door voortdurend zoon- of dochter-achtige dingen te doen; het eist geen onderhoud in strikte zin omdat het gewoon bestáát, het is gegeven met je geboorte. En het is een unieke rol. Het is een van de weinige verstandhoudingen, misschien zelfs wel de enige, waarin je een expliciet vragende, afwachtende, ontvangende houding kunt aannemen en juist door deze lijdzaamheid behoeft deze rol zo weinig directe actie. Het is niet raar dat het gemis aan deze rol een mens parten spelen kan, ook als er weinig kontakt was met de ouders. Een rol die er vanaf je allereerste uur geweest is en waarvoor je niks hoefde te doen kan er toch, ineens, helemáál niet meer zijn en pas dan op volle waarde geschat worden.

Maar Een vrouw uit het volk bestaat niet alleen maar uit navelstaarderij, Eribon kijkt ook naar het leven van zijn moeder. Een arbeidster met een kille en harde man. Het harde werk. De armoede. Wat er gedaan moest worden om de eindjes, en het knopen. “Arm zijn kost veel geld”, zegt hij ergens. Een milieu waaraan Eribon zich ontworsteld heeft, maar dat hem wel gevormd heeft. Met veel mededogen kijkt hij naar iedereen die door de maatschappij naar de marge wordt gedrukt. Wanneer hij aankomt bij de kern van zijn betoog, het denken over ouderdom, stelt hij vast hoe weinig beschouwelijk werk er bestaat over dit onderwerp. Hij noemt er zelf twee die van betekenis zijn: De ouderdom van Simone de Beauvoir en De eenzaamheid van stervenden in onze tijd van Norbert Elias. Een denker wiens universitaire carrière “altijd rommelig en marginaal gebleven” is, en Eribon weet wel waarom. “Het is een bekend feit: universiteiten zijn in het algemeen niet bijzonder gastvrij voor onafhankelijke en vernieuwende denkers; ze roemen hen na hun dood en vergeten dan dat ze niet bereid waren tot erkentelijkheid tijdens hun leven”. Sja, dat moge een bekend feit zijn, Eribon maar voor 2019 zou ik je nooit geloofd hebben. Er was een virus voor nodig om mij te doen inzien hoe normatief en bekrompen academici feitelijk zijn. Het zal dus best waren zijn dat universiteiten unificeren. Het onafhankelijke aan de mij onbekende Elias zal dan onder andere zijn dat hij één van de weinige denkers is die zich met de ouderdom heeft beziggehouden. Zoals Eribon opmerkt zijn er genoeg literaire werken die geheel of gedeeltelijk gaan over de laatste jaren en de dood van een ouder; romans waarin de ouderdom wordt “belichaamd door ouders, naasten, personages die onmisbaar zijn voor het verhaal” (maar iemand als Antonio Lobo Antunes kan ook prachtig over ouderdom en sterven schijven vanuit de eerste persoon) (zijn Voor wie in het donker op mij wacht zou verplichte kost moesten zijn voor iedereen met twee ogen in zijn kop) (één mag ook) (ik vond het zelfs nog wel een paar graadjes beter dan het toch ook al niet misse Agaat van Marlene van Niekerk, dat eenzelfde strekking heeft) maar theorievorming over ouderdom is er veel minder, misschien omdat de gemiddelde denker pas op de idee komt over ouderdom te gaan schrijven als hij zelf oud geworden is. “Theorie wordt meestal geschreven door mensen die in het volle bezit zijn van hun fysieke en mentale capaciteiten, en wat dat betreft dus aan de kant van de ‘heersers’, van de ‘bevoorrechten’ staan, in het goede ‘kamp’, om de term van Elias over te nemen, los uiteraard van hun eventuele achterstelling of kwetsbaarheid op andere gebieden – economisch, sociaal, politiek, cultureel, genderspecifiek, seksespecifiek, raciaal – en los van hun kritisch engagement in die sectoren.”, schrijft Eribon en daarin zou hij iets bij het nekvel kunnen hebben. Misschien is zoiets als “ouderdomsfilosofie” een nog te ontginnen terrein (al kun je je afvragen of een niet-oudere niet met een arrogantie distantie of op zijn minst niet zonder bevoogdende ondertoon over ouderdom zou schrijven). Aan de situatie in tehuizen valt veel te verbeteren, en ouderen hebben zelf veelal niet meer de mogelijkheid om dingen aan de kaak te stellen. In een vergrijzende maatschappij wordt ouderdom en alles wat het met zich meebrengt wel een steeds prangender onderwerp. Er zouden meer boeken als Een vrouw uit het volk moeten zijn.

Didier Eribon Een vrouw uit het volk

Een vrouw uit het volk

Leven, ouderdom en sterven

  • Auteur: Didier Eribon (Frankrijk)
  • Soort boek: filosofische memoir
  • Origineel: Vie, vieillesse et mort d’une femme du peuple (2023)
  • Nederlandse vertaling: Jeanne Holierhoek
  • Uitgever: Uitgeverij Athenaeum
  • Verschijnt: 17 september 2024
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 24,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van de Franse filosoof Didier Eribon

Enkele weken nadat de moeder van Didier Eribon noodgedwongen naar een verpleeghuis moest, overleed ze. De schok van de overgang was te groot geweest.

Na haar dood hervatte Eribon de persoonlijke en sociologisch-filosofische verkenning die hij was begonnen in Terug naar Reims na de dood van zijn vader. Hij analyseert de aftakeling van zijn moeder, het schuldgevoel van haar kinderen en de belabberde situatie in verpleeghuizen. Maar ook blikt hij terug op haar leven als arbeidersvrouw met een liefdeloze, jaloerse man. En op de vrijheid waarover ze na diens dood eindelijk – te kort – kon beschikken. Zijn eigen visie ondersteunt hij met een brede greep uit literatuur over hetzelfde thema, van Beauvoir tot Brecht.

Didier Eribon (10 juli 1953, Reims) is schrijver, filosoof en socioloog. Hij werd geboren in Reims, in een arbeidersgezin, waar hij de eerste was die de middelbare school afmaakte. Zijn persoonlijke én sociologische boek Terug naar Reims was een grote internationale bestseller. Er werd een documentaire over gemaakt en het
werd bewerkt tot toneelstuk. Hij publiceerde veelvuldig over filosofie, gender, onderwijs, homoseksualiteit, nationalisme, racisme, armoede en politiek. Zijn invloed op het intellectuele debat in Frankrijk is groot.

Jeanne Holierhoek (1947) vertaalde eerder onder meer Het vonnis van de samenleving van Eribon en werk van Foucault, Sartre, Descartes, Voltaire en Montesquieu.

Bijpassende boeken en informatie