Tag archieven: Recensie

Alexander Deprez – Prins Albert

Alexander Deprez Prins Albert recensie en informatie roman over zijn vader van de Vlaamse fotograaf, film- en theatermaker. Op 21 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij EPO de debuutroman van Alexander Deprez. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Alexander Deprez Prins Albert recensie en informatie

  • “Koop het boek Prins Albert en je krijgt een ritje op een achtbaan.” (Het Nieuwsblad)
  • “Alexander schreef met zijn onlangs verschenen roman Prins Albert zijn jeugd van zich af. Dat is fantastisch.” (De Morgen)
  • “Alexander Deprez stelt op eigenzinnige wijze boek voor in Boegie Woegie.” (De Krant van West-Vlaanderen)

Prins Albert recensie van Tim Donker

Ja. Of nee. Maar dit boek bijvoorbeeld.

Eerst al dacht ik Hee die Deprez ken ik als dichter! Maar Alexander Deprez is cineast en hoe zou ik een cineast kennen ik kijk nooit film. En Prins Albert is zijn debuut. Dus die dichter zal een andere Deprez zijn of iets dat daarop lijkt. En toen dacht ik, dit zal wel een monografie of hoe heet dat zijn van die echte prins Albert er was toch ooit een echte prins die Albert heette & was dat een communist dan dat wist ik niet. Maar weeral nee. En dan nog eens nee, want de vader van de hoofdpersoon uit dit boek krijgt later in zijn leven wel communistiese neigingen, maar dat maakt zo’n minimaal deel uit van de vertelling (en van het leven van die vader) dat het niet bepaald een ondertitel waardig is.

Zodus. Een boek waarvan je van alles niet kan zeggen. En misschien ook van alles wel van kunt zeggen.

Wat ik er wel van kan zeggen. Dat het leest als een trein. Wat wil zeggen. Dat je het kunt lezen in een trein. Terwijl je gaat. Naar daar, of naar elders, of naar waar nog. En dat je het heel rap uit hebt. Bijvoorbeeld nog voor je daar bent, of elders, of waar dan ook. Ik las dit in een middag uit, en ik lees naar aard en naar omstandigheden met nogal wat onderbrekingen. Er zijn altijd de kinderen er is altijd het koken er zijn altijd de vloeren die moeten geveegd de gedachten die moeten gedacht de dansen die moeten gedanst of ook de andere boeken die ik zie die ik snuif die ik lees.

En ook. Dat de soundtrack van dit boek die van mijn jeugd is. De jaren waarin ik veertien vijftien zestien was. The number of the beast. Een beetje tegen eigen willen in. Een schuldig pleziertje. Toen al. Maar ik had de plaat. En legde m vaker op mijn draaitafel dan ik zelf wilde. Tokyo tapes. Die ik niet had. Liever had ik Virgin killer met orzjienele hoes. Maar ja. Kwam daar maar eens om. Doch. We’ll burn the sky stond ook op Taken by force en die had ik wel en ik vond het twede liedje van kant a best heel mooi maar niets was mojer toch dan Born to touch you feelings (in een hoofdstuk dat later in de prullenmand belandde zong t schrijverken het voor zijn Dregke). Trust. Ik had of wilde hun Rock n roll in de tijd dat ik eventjes een fascinatie had voor franstalige hardrockbands. Wheels of steel. Ja. Niet het beste liedje van Saxon. Daarin twijfelde ik tussen Dallas 1 pm en To hell and back again en god wat een dijk wat een rots wat een monument van een plaat vond ik dat Heavy metal thunder toch. En uiteraard en natuurlijk en zeker en boven twijfel en boven alles en overal bovenuit Balls to the wall wat heb ik oneindig vaak en oneindig hard meegebruld met dat liedje ik had het geteept van de televisie want in die tijd had je gewoon nog hardrockprogramma’s op televisie dingen als monsters of rock en the power hour en dat programma dat de begeerlijke prachtige fantastiese sabina classen presenteerde op rtlplus hoe heette dat ookalweer mosh geloof ik kassettes en kassettes vol met van televisie geteepte liedjes had ik en dat ging dan boven op de kassettedek op vol volume bijvoorbeeld Balls to the wall al zong ik het weken nee maandenlang verkeerd ik zong altijd “too many people do not know a bridge is over the USA” wat ik een achterlijke tekst vond maar wat maakte het uit het lied explodeerde allermachtigst en daar ging het om maar wat er werkelijk gezongen wordt is zoals Deprez hier geheel juist sieteert: “too many people do not know bondage is over the human race” waar ik pas achter kwam toen iemand de plaat liet teepen en ik aldus ook het tekstvel onder ogen kreeg. En The wall ook. Ja The wall zeker. Maar dat was later. De jaren waarin ik zeventien achttien negentien was. Toen was die plaat en was ook de film meer dan een soundtrack van mijn leven het was mijn religie mijn bijbel mijn levensfilosofie. En Idles? Ja. Nee. Misschien. En later, veel later, de jaren nu of de jaren van vorige week misschien weet ik veel en een beetje maar want ik ken zoveel betere bands toch. En Arno? Ja Arno ook. God. Met hem kun je zeggen daar ging iemand. Daar ging iemand heen. T.C. Matic. Maar nog altijd niet het fijnste uit mijn huidige platenkast. Zodus. Is de soundtrack hierin vooral die van mijn jeugd.

En dat de schrijfstijl van Deprez me smaakt. De korte zinnen. Staccato. Het vele paginawit. Leegte. Leegte die ademt. De bladspiegel. Het razen dat maakt dat je het razend leest. De herhaling. God ik ben een zuiger voor herhaling. Zinnen die herhaald worden, soms onder elkaar, soms pagina’s uiteen, maar een ritme is er. Ritme. Melodie. Dit boek is zelf een soundtrack. En dat ik dat mooi vind. Is wat ik kan zeggen.

Wat ik er niet van kan zeggen. Of ik Prins Albert in zijn geheel geslaagd vind. Een familie Deprez. Een ikpersoon Alexander. Cineast. Een boek aan het schrijven. Over zijn vader. Allicht dus autobiografies, dit Prins Albert hier. Maarja. Je weet hoe het dan heet he. Echt gebeurd is geen exkuus. Maar hoe. De Alexander uit het boek groeit op met gescheiden ouders. Meestentijds zijn ze bij moeder. Hij en zijn zus, die om een of andere reden konsekwent “Vaders dochter” genoemd wordt, tis voor zover ik rekonstrueren kan een volle zus van hem en het boek zelve geeft geen enkele grond aan een allerflauwst vermoeden waarom ze elkaar niet zouden mogen dus waarom niet gewoon “mijn zus” of nog, geef haar een naam!, kan ook. Bij momenten, idealerwijs waarschijnlijk één keer in de week, worden Alexander en “Vaders dochter” (om die aanstellerij dan maar te handhaven) opgehaald door Vader. Als die niet te bezopen is, te druk met andere dingen, het niet vergeten is, niet ergens zijn roes ligt uit te slapen. We spreken van laagleven. Drank. Agressie. Armoede. Egoïsme. Alleen het eigen zelf van Vader is belangrijk, of belangrijker toch dan al het andere (vrouw, later ex, kinderen, huis, bezittingen, dingen op een rijtje houden). En dit is meteen waar de schoen wringt. Naar mijn smaak neemt Deprez te weinig afstand van de levensstijl van Vader. Natuurlijk. Als kind heeft Alexander weinig keus. Het is zijn vader. Hij heeft er maar één. En dat is deze. De mooiste man van Vlaanderen. Als genoemd. Voornamelijk door Vader zelf. Denk ik. En een motard. Ja. Natuurlijk vind je dat stoer, als kind, als je vader met zunnuh moto het schoolplein op gereeën komt, en jij mag achterop. Dat is nog eens een huiswaartskeren dat indruk maakt op je klasgenoten. Dat is jouw vader. Die elkendeen imponeert. Bij een ruzie met een buurtpestkop haalt “Vaders dochter” er eenvoudigweg “Vader” bij die meteen afkomt met zijn al even agressieve rothond. Deze buurtpestkop zal nooit meer pesten. Nee. Dat is nog eens een Vader die staat. Als hij er is, vult hij de hele ruimte met zijn aanwezigheid. De dreiging. De razernij. De bom die hij is kan altijd barsten. Altijd op je hoede zijn. Ach. Daarmee kweek je karakter. Niet? En als hij er niet is. Dan zoek je hem toch. Maar dat zal zijn. Kinderen hebben jouw liefde nodig om zich van jou af te keren; zolang jouw ouderliefde geen evidentie is zal die tot op volwassen leeftijd gezocht blijven. Dus is de muziek van de Vader de muziek van Alexander en dus is de misschien kortstondige communistiese interesse van de Vader Alexanders misschien kortstondige interesse. En is de agressieve geneigdheid van de Vader Alexanders agressieve geneigdheid. Met OVER GEWELD schrijft de Alexander-figuur post 2023 een vestzakessay over geweld. Elke paragraaf begint met “‘Ik ben tegen geweld’, zegt die of die” waarna het verder gaat in de beschrijving van een situatie waaruit blijkt dat de spreker helemaal niet per se tegen geweld is of anders terecht komt in onverkwikkelijkheden waarop geweld misschien het beste antwoord was geweest. Schoon staaltje populisme, dat. Zo lusten we er nog wel dertig als niet veertig. Lekker lullen zit ook in de tram, zou mijn zus zeggen. Ja natuurlijk kun je allerlei schetsjes maken waarin geweldlozen te maken krijgen met geweld. Natuurlijk kun je het altijd zo drajen dat de eerste slag toe dienen beter was geweest dan de andere wang te laten zien. Natuurlijk is er altijd wel een scherpst van de snede denkbaar een moment waarop de enige keuze nog is vechten of onvergeeflijke lafheid. Maar omgekeerd kun je evengoed honderd of duizend schetsjes schrijven over momenten waarop geweld alles alleen maar nog veel erger maakte. En het is die omgekeerdheid die ik mis in Prins Albert. Nu komt het af en toe neer op geweldsverheelijking. Of minstens op romantisering van de armlastige zuiplap die alleen de taal der vuisten verstaat.

Misschien komt dit boek te vroeg.
Misschien was Alexander Deprez nog niet volwassen genoeg.
Misschien was de afstand tot zijn toene toen en zijn nuë nu nog niet groot genoeg.
Ik vind Prins Albert een weinig dubieus.

Maar het leest als een trein. Dat wel. Wat wil zeggen dat je het kunt lezen in een trein. De trein van A naar B. En schrijven blijkt Alexander Deprez zeker te kunnen. Ik wacht. Tot hij uitstapt. Bij B. En op het boek. Dat hij daarover schrijven zal.

Alexander Deprez Prins Albert

Prins Albert

Prelude van een communist

  • Auteur: Alexander De Prez (België)
  • Soort boek: Vlaamse roman
  • Uitgever: EPO
  • Verschijnt: 21 februari 2025
  • Omvang: 296 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 19,90 / € 14,00
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman over zijn vader van Alexander Deprez

Alexander Deprez groeit op in de schaduw van zijn vader, de mooiste man van Vlaanderen, een motard met een kort lontje, een dakwerker die zijn innerlijke demonen probeert te verdrinken, eigenaar van een bull terrier, uitbater van de Prins Albert, een berucht rockcafé in Lauwe met buiten een vlag van Club Brugge en binnen een poster van James Dean.

In dit verpletterende debuut schrijft Deprez met veel zwier zijn jeugd van zich af. Hoe doorbreek je de cyclus van alcohol, geweld en trauma’s? Hoe doe je dat, een normaal leven leiden? Domweg gelukkig zijn met je meisje? Snoeihard, rauw, eerlijk. ‘In mijn wereld ben je niets. In mijn wereld ben je niemand. In mijn wereld is er enkel jij en ik. Geen staat die je beschermt. Geen rechtbanken en rechters. Geen geld. Jouw macht betekent hier niets.’

Alexander Deprez is fotograaf, film- en theatermaker, auteur en een helft van het muziekduo Sasha le Fou en Tippi Parade. In 2024 bracht hij de satirische voorstelling ‘Edelweiss Piraten’, een waarschuwing voor de opkomst van extreemrechts.

Bijpassende boeken

  • Nieuwe Vlaamse romans

Olivia Manning – Het grote fortuin

Olivia Manning Het grote fortuin recensie en informatie roman uit 1960 en deel 1 van de Balkan-trilogie van de Engelse schrijfster. Op 20 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Bezige Bij de Nederlandse vertaling van de roman The Great Fortune van de uit Engeland afkomstige schrijfster Olivia Manning en deel 1 van de Balkan-trilogie. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur en over de uitgave.

Olivia Manning Het grote fortuin recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Het grote fortuin, Balkan-trilogie deel 1, geschreven door Olivia Manning, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

  • “Schitterend. Vol humor, scherpe inzichten en levendige beschrijvingen.” (The Times)
  • De belangrijkste van onze vrouwelijke romanschrijvers.” (Anthony Burgess)

Recensie van de redactie

Deze roman die in 1960 voor het eerst is verschenen, heeft de tand des tijds met glans doorstaan. De dreiging van de Tweede Wereldoorlog, een verliefd stel op de vlucht voor de nazi’s en de problematische relatie tussen de hoofdpersonen, allemaal ingrediënten die kunnen leiden tot een sentimentele draak. Maar bij Olivia Manning is dat geenszins het geval.

Door haar stijl en de wijze waarop ze de plot zich laat ontwikkelen heeft de roman uit 1960 niets aan zeggingskracht verloren. Goed dat er nu een Nederlandse vertaling van deze meesterlijke roman is verschenen en bovendien zal het tweede deel van de trilogie, De geplunderde stad, in maart 2026 verkrijgbaar zijn. De roman is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Olivia Manning Het grote fortuin

Het grote fortuin

Balkan-trilogie deel 1

  • Auteur: Olivia Manning (Engeland)
  • Soort boek: Engelse roman
  • Origineel: The Great Fortune (1960)
  • Nederlandse vertaling: Johannes Jonkers
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 20 februari 2025
  • Omvang: 448 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 14,99
  • Waardering roman: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman uit 1960 van de Engelse schrijfster Olivia Manning

Herfst, 1939. Het pasgetrouwde stel Guy en Harriet Pringle stapt, enkele weken na de Duitse invasie van Polen, aan boord van de trein naar Boekarest. Guy wacht een baan als docent, maar voor Harriet, die alleen en onervaren is, begint er een vreemd nieuw leven. Terwijl Guys wereld botst met die van zijn nieuwe bruid, beseft Harriet hoe weinig ze eigenlijk weet van de man met wie ze is getrouwd.

Olivia Mannings meesterwerk Het grote fortuin is een roman over een huwelijk en een oorlog, een beklijvende evocatie van jonge liefde tegen de achtergrond van een steeds onzekerder toekomst.

Olivia Manning is geboren op 2 maart 1908 in Portsmouth, Hampshire. Ze trouwde vlak voor de oorlog en vertrok naar het buitenland met haar man, een docent voor de British Council in Boekarest. Toen de Duitsers Athene naderden, evacueerden zij en haar man naar Egypte, waar ze uiteindelijk de leiding kregen over het Palestine Broadcasting Station. Ze keerden in 1946 terug naar Londen en woonden daar tot haar overlijden in Ryde, Engeland op 23 juli 1980.

Bijpassende boeken en informatie

Rick Zaal – Het land van Hrabal

Rick Zaal Het land van Hrabal recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Nederlandse roman. Op 19 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers de nieuwe roman van de uit Nederland afkomstige schrijver Rick Zaal. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijver en over de uitgave.

Rick Zaal Het land van Hrabal recensie en informatie

  • “Dit boek heb ik met plezieren bewondering gelezen. […] Het land van Hrabal is een geslaagd voorbeeld van een in Nederland weinig beoefend subgenre van de literatuur: de vol bewondering vertellende essayistiek, die vreemd genoeg toch een heuse roman wordt.” (Chrétien Breukers)

Het land van Hrabal recensie van Tim Donkers

Maar in eerste instantie dacht ik toch aan Zaal Over De Vloer. Dat was een programma. Ooit. Ik herinner me eigenlijk niet waar het over ging, niet eens of ik het ooit gezien heb. Maar wel dat het een programma was, op televisie, en dat maakt Rik Zaal een televisiemaker en dus, in mijn ogen, wat suspect. Kan dat? Mag dat nog? In deze tijd? Of is dat snobisties of ouwerwets of treurig of onzinnig of dom of een achterhoedegevecht tegen een medium dat steeds meer aan belang inboet? Hoe ook. Iets in mij komt in verzet bij mensen die graag met hun harses op de buis verschijnen (buis, ook alweer zoon archaïsme). Iets in mij zou dus niet zo snel een boek van Rik Zaal oppakken. Maar iets buiten mij reikte me Het land van Hrabal aan. En wat ik aangereikt krijg, dat lees ik. Hier ook al omdat ik, zo dacht ik, Bohumil Hrabal wel een goede schrijver vind.

Of.

Naja.

Is dat zo? Ik zoek, heb ik werk van Bohumi Hrabal in mijn boekenkast, ik vind niet, komaan, op zijn minst moet er iets van hem, een novelle of een verhaal of toch één of ander geschrift, zijn verschenen in de Moldaviet-reeks van Voetnoot, ik zoek, ik vind niet, al die reeksen van Voetnoot liggen doorheen het hele huis verspreid, mijn huis is te klein voor al die boeken, ik sleep ze naar overal, precies ook van die kleine boekjes die je overal lezen kunt en die ik dus op de meest bizarre plekken achterlaat, er zit wel een soort logica in geloof ik, een algelezenstapel en een nogtelezenstapel maar die logica wordt nog wel eens geweld aan gedaan, ik ga er voorlopig van uit dat ik Hrabal gelezen en gewaardeerd heb maar na mijn aanvankelijke enthousiasme om de titel heeft de twijfel toch weer toegeslagen.

Een televisiemaker en een schrijver die ik bij nader inzien misschien toch niet gelezen heb, is dat wel zoon ideale kombinasie, maarja, het is op de stapel geraakt en één ijzeren gebod heb ik mezelf ten aanzien van die stapel gesteld: elk boek dat op bespreektafel terecht komt, geef ik een kans, soms een hele kleine, maar een paar pagina’s toch zeker, of naja, eentje in ieder geval.

Meer heeft Zaal ook niet nodig. Briljant vanaf de eerste regels. En omdat ik zelfs nu ik deze woorden tik op mijn laptop altijd nog twijfel of ik Hrabal überhaupt wel ooit gelezen heb, vond ik het nogal grappig dat het op de eerste bladzijde al meteen ging over falende geheugens, een onderwerp dat in Het land van Hrabal geregeld terugkeert, veelal in dezelfde bewoordingen, met dezelfde zinnen, en ik hou van herhaling, ik hou van literatuur met ritme, ik hou van boeken die zingen en steeds weer tot eenzelfde refrein terugkeren.

Een schrijver met een falend geheugen dus, schrijft over Bohumil Hrabal, en over Praag, en al wie hij daar gekend heeft, over communisme, over totalitarisme, over echte en onechte landen. Die schrijver zou Rik Zaal kunnen zijn, ware het niet dat de ik zichzelf op zeker moment onthuld als Hendrik Terpstra. Die ooit een kinderboek schreef, Maan zonder bomen geheten. Maar debuteerde met een roman voor volwassenen. Ontbijt om half tien, zo heette dat debuut. Een duidelijke knipoog naar Biljarten om half tien  (Böll wordt, weliswaar vrij terloops en in een totaal ander verband, notabene nog genoemd in Het land van Hrabal), al was bij mij Ontbijt in het vilbeluik een sterkere associatie. Maar dat kan Zaal niet op het oog hebben gehad (zou Rik Zaal wel eens wat van Jean-Marie Berckmans gelezen hebben?).

Geen autobiografies geschrift dus? Een niet-bestaande schrijver? Maar The Plastic People of the Universe bestaat wel. En Ivan Martin Jirous bestaat (en het Agon Orchestra bestaat) (en DG 307 bestaat). En Praag bestaat. En Arnon Grunberg bestaat. En schrijversvakscholen bestaan. En Jarosalev Hašek bestaat. En Václav Havel bestaat (waarom moet ik als ik aan Václav Havel denk, altijd meteen aan Annette denken?) (Annette, hoe zou het daarmee gaan?) (zelfs pas in twede instansie denk ik bij Havel aan Zappa).

Er is zoveel dat bestaat waaraan een niet-bestaande man kan denken. Denkt, hier. In dit boek.

Noem Het land van Hrabal een roman, autofictie, een novelle, een ode, een mijmering. En je kunt het zelfs even voor science fiction houden, als “Hendrik Terpstra” het op enig moment heeft over “de jaren zeventig van de eenentwintigste eeuw” maar ik hou het er liever op dat dat een verschrijving is, een verspreking, een verdenking liever, wie was het weer die zei als je je verspreken kan kun je je ook verdenken, ik peins dat dat Stephen Jay Gould was maar het kan ook Freeman Dyson geweest zijn, naja een struikeling van de geest, een geest die in Het land van Hrabal rent en rent en rent, het vertrekpunt is dan misschien wel Hrabal, maar Zaal ofnee p’don ik bedoel natuurlijk Terpstra staat zich menig een terzijde toe, en terzijdes binnen terzijdes, feitelijk is het boek één lange terzijde, een terzijde dat stroomt, gulpt, komt, blijft komen, als iemand die vijf kwartier in een uur moet vol kletsen, ja geklets mag je zeggen, zever misschien, maar: briljante zever (als Luc de Vos, ook hij nu dood, ooit zei over het werk van JMH Berckmans, ook hij nu dood) (en gesproken van briljant, aan Briljante man moest ik soms ook denken) (kwam dat door de snelheid van gedachten of alleen maar door dat tankverhaal) (hoe geniaal is dat tankverhaal, dat moet je lezen, alleen al om dat tankverhaal zou je Het land van Hrabal moeten lezen) (toen ik Briljante man las dacht ik niet aan Het land van Hrabal maar aan Lobola voor het leven) (maar toen ik Lobola voor het leven las dacht ik aan Aannex) (maar toen ik Aannex las dacht ik aan Door het oog van de cycloon).

Wat Het land van Hrabal zo sterk maakt, wat het meer maakt dan zomaar wat gemijmer over een favoriete schrijver, is de manier waarop Zaal/Terpstra het particuliere aan het algemene paart. Zo komt hij tot een theorie over wat hij echte en onechte landen noemt. Echte landen zijn landen waar een of ander totalitair regime heerst; keuzevrijheid is beperkt, zodat alles wat mensen doen of niet doen een zekere lading krijgt en vrijwel elke gebeurtenis een “echte” gebeurtenis heten mag. Onechte landen zijn “vrij”; in een onecht land maak je misschien je hele leven niks mee. Het geheugenverlies van Terpstra wordt gelegd naast een min of meer “gedwongen” geheugenverlies dat mensen in echte landen af en toe zullen moeten voorwenden, om hun geweten te sussen. Waar je onder continue druk staat, is geweten een luxe die op bepaalde momenten buiten bereik kan blijven. Vergeet dat geweten soms maar. Voor je eigen veiligheid, voor een heel klein beetje gemak, of, zoals in Hrabals geval, om te kunnen blijven schrijven. Dat geheugen van Terpstra geeft eerst misschien nog te lachen, pagina’s later komt het geheugen in een ander, veel indringender licht te staan – hoe recht zou u uw rug kunnen houden als u in een  politiestaat woonde, hoe graag zou u nog terug denken aan de “foute” dingen die u in uw politiestaat deed als uw land, later, weer meer “vrijheid” toe liet, misschien zoiets als een “democratie” werd?

Niets aan Hrabal blijft bij Hrabal, ook diens levenseinde krijgt een breder perspectief. Over defenestratie gaat het dan, en zelfdefenestratie, over Kafka, of, allengs, over iedereen die van de vijfde gesprongen is, “iemand die ik niet ken [die] in Parijs van de vijfde verdieping gesprongen is”, bijvoorbeeld, en dan staan mijn gedachten inmiddels ook niet langer stil, zo werkt dit lezen, Zaal laat het brein van zijn lezers onophoudelijk overkoken, en raas ik naar Parijs, raas ik naar Deleuze, zie ik mij voor een paar minuten bezig om op te zoeken van welke verdieping Gilles Deleuze gesprongen is, een nogal bizarre zoekvraag, maar bizarrer nog vond ik dat de eerste “hit” die ik op die zoekvraag kreeg, een artikel was over diverse soorten sprongen in de balletkunst. Waardoor ik ging denken aan ballet en aan Spiegel im spiegel, aan Dregke, aan t schrijverken, aan personages die een eigen leven willen leiden, aan overlappende werkelijkheden, of het alles als alsof, aan Hans Vaihinger, en toen vroeg ik me af of iemand al ooit iets had geschreven over de vraag of filosofen bovengemiddeld vaak een snor hebben.

Nee, Het land van Hrabal is geen meesterwerk. Het is een ritje in een hogesnelheidslijn, vermakelijke ernst, bloedserieuze flauwekul, het brengt aan het lachen, het zet aan het denken, het is een bijzonder prettige manier om je namiddag mee stuk te slaan. Het is geen boek dat je per se niet mag missen, maar als je het gelezen hebt ben je wel heel erg blij dat je het niet gemist hebt.

Rick Zaal Het land van Hrabal

Het land van Hrabal

  • Auteur: Rick Zaal (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 19 februari 2025
  • Omvang: 144 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 19,99
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe roman van Rick Zaal

Rik Zaal verrast met een absurdistische Boheemse rapsodie in een
stijl die eer betoont aan de beroemde Tsjechische schrijver Bohumil
Hrabal. Praag voor en na de Fluwelen Revolutie. Is het mogelijk om
niet te collaboreren in een politiestaat?

Een Nederlandse schrijver met geheugenverlies probeert zich zijn ontmoeting met Bohumil Hrabal te herinneren, de Tsjechische
schrijver die hij bewondert en van wie hij graag literaire tips wil krijgen. Hij sprokkelt dagboeken, krantenknipsels en oude agenda’s bijeen en raakt verdwaald in verhalen vol absurde belevenissen en hevige dilemma’s van zijn Tsjechische vrienden in de destijds door de Russen gecontroleerde wereld achter het IJzeren Gordijn. Het brengt hem op zijn Theorie van Echte (Tsjechië) en Onechte (Nederland) Landen. In Echte Landen is het geweten een luxeproduct. De vraag is of dat ook geldt voor het geheugen.

Een meanderend verhaal over geheugen en geweten, aan de hand van talrijke reizen en vriendschappen in Oost- en Midden-Europa tussen 1980 en 2020.

Rik Zaal is geboren op 1945 in Groningen. Hij is onder meer programmamaker, journalist en schrijver. Hij publiceerde reisboeken
(bij De Arbeiderspers: Spanje, Heel Nederland en Het binnenland van Spanje) en literair werk zoals de essaybundel Zeventig en de roman Verlorenzoon.com.

Bijpassende boeken en informatie

Colum McCann – Danser

Colum McCann Danser recensie en informatie over de inhoud van de biografische roman over Rudolf Noerejev. Op 15 februari 2025 verschijnt de geheel herziene heruitgave van de Nederlandse vertaling van Dancer de roman uit 2003 van de Ierse schrijver Colum McCann.

Colum McCann Danser recensies en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van de roman Danser. Het boek is geschreven door Colum McCann. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de roman uit 2003 van de Ierse auteur Colum McCann.

Recensie van de redactie

De Russische danser Rudolf Noerejev heeft een bijzonder leven geleid vol met ups, downs en indringende gebeurtenissen. Een leven zo rijk dat het zeker een roman waard is en dat is wat de Ierse schrijver Colum McCann vol overgave heeft gedaan.

Noerejev was een Russisch-Oostenrijks balletdander en choreograaf die bovendien van Tartaarse afkomst was die tijdens zijn leven regelmatig en intens in conflict kwam met de autoriteiten. Als danser van Kirov-ballet maakte hij al in 1961 faam tijdens een Europese tournee van het gezelschap. Tijdens zijn verblijf in Parijs maakte hij contact met Parijzenaren wat de KGB niet op prijs stelde en ervoor zorgde dat Noerejev asiel aanvroeg in Frankrijk.

Dit was het begin van een leven in de spotlights. De danser werd een beroemdheid die zich bewoog in de omgeving van wereldberoemde kunstenaars. De roman vertelt het verhaal van een man, misschien beter gezegd een jongen die ondanks het enorme succes altijd op zoek was naar erkenning, die anderen met zijn enorme drang tot perfectie soms letterlijk tot wanhoop dreef.

Omdat het geen biografie is maar een roman, neemt Colum McCann de vrijheid om diep in de psyche en het verhaal van de danser te duiken zonder de beperkingen van een biografie. Wellicht voor de lezer die honderd procent zeker wil zijn dat alles klopt een minpuntje maar de de spanning en leesbaarheid van het boek zijn hierdoor onweerlegbaar hoger. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Colum McCann Danser recensie

Danser

  • Auteur: Colum McCann (Ierland)
  • Soort boek: biografische roman over Rudolf Noerejev
  • Origineel: Dancer (2003)
  • Nederlandse vertaling: Frans van der Wiel
  • Uitgever: Uitgeverij De Harmonie
  • Verschijnt: 15 februari 2025
  • Omvang: 366 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Prijs: € 26,00
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman over Rudolf Noerejev

Zoals Dirk Ayelt Kooiman in Montyn het onwaarschijnlijke levensverhaal van Jan Montyn heeft vereeuwigd, zo heeft Colum McCann in Danser het spectaculaire levensverhaal van Rudolf Noerejev vastgelegd. Noerejev was de grootste balletdanser van de twintigste eeuw en leefde een leven dat in avontuurlijkheid niet onderdoet aan dat van Montyn. Het gaat van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en zijn politieke vlucht uit de toenmalige Sovjet-Unie, tot zijn leven als bohémien te midden van de jetset in het rauwe New York van de jaren tachtig. Hij was bevriend met Andy Warhol, John Lennon en ballet danseres Margot Fonteyn en werd gedreven door een ongekende zucht naar perfectie. Maar uiteindelijk gaat Danser over een jongen die zichzelf wil kunnen zijn en daarnaar handelt, meesterlijk geschreven door Colum Mc Cann.

Het is een documentaire roman die leest als een spannend en meeslepend verhaal. Danser verscheen in 2003 voor het eerst. Voor deze heruitgave heeft Frans van der Wiel zijn vertaling geheel herzien.

Bijpassende boeken en informatie

Tim Berbers – Wilhelmus Mijn grootvader bij de Waffen-ss

Tim Berbers Wilhelmus Mijn grootvader bij de Waffen-ss recensie en informatie over de inhoud van het boek. Op 11 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers het boek van Tim Berbers over zijn opa die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aansloot bij Hitlers Waffen-ss. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Tim Berbers Wilhelmus Mijn grootvader bij de Waffen-ss recensie

Omdat tachtig jaar geleden de Tweede Wereldoorlog is geëindigd is 2025 weer een jaar waarin extra veel nieuwe boeken over deze periode lijken te verschijnen. Meer in ieder geval dan in andere jaren. De ‘foute Nederlander’ is hierbij een onderwerp dat steeds meer aandacht lijkt te krijgen en dan met name ook kinderen die reflecteren over het hebben van ouders die sympathiseerden of actief meewerkten met de Duitsers, of in het geval van Tim Berbers een grootvader die actief dienst nam bij de SS.

Wilhelmus is een persoonlijke zoektocht van Tim Berbers naar de motieven van zijn grootvader om dienst te nemen bij de SS en de rol die hij speelde tijdens en na de oorlog. Dat het boek een persoonlijk karakter heeft en naast het verhaal over de grootvader, en zijdelings ook over de grootmoeder van Berbers gaat, heeft als voordeel dat de het de leesbaarheid bevordert. Dit wordt versterkt omdat hij over een vlotte pen beschikt waardoor je als lezer wel het verhaal ingezogen wordt. Maar toch beklijft het boek net wat onvoldoende om echt grote indruk te maken. Desondanks is het zeker geen slecht boek dat is gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Tim Berbers Wilhelmus Mijn grootvader bij de Waffen-ss

Wilhelmus

Mijn grootvader bij de Waffen-ss

  • Auteur: Tim Berbers (Nederland)
  • Soort boek: geschiedenisboek
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 11 februari 2025
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 23,99 / € 13,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek van Tim Berbers over zijn grootvader bij de Waffen-ss

Wat als je hoort dat je opa fout was, maar niemand precies weet wat hij heeft gedaan? Tim Berbers’ opa zou voor de Duitsers hebben gevochten, hij kende Russische woorden en raakte de laatste jaren van zijn leven steeds meer in zichzelf gekeerd. Bij oorlogsfilms zette hij de tv uit.

In Wilhelmus gaat Tim op zoek naar de waarheid achter de geruchten. Hij raadpleegde archieven, boeken, films en de laatst levende getuigen. Bij die zoektocht ontvouwt zich langzaam maar zeker het verhaal van zijn grootvader. En daarmee het verhaal van tienduizenden ‘gewone’ Nederlandse jongens die zich aansloten bij Hitlers Waffen-ss.

Tim Berbers is geboren in 1988. Hij groeide op in Amsterdam. In het dagelijks leven werkt hij als journalist. Hij publiceerde in het verleden onder andere in Het Parool en NRC. Sinds enkele jaren werkt hij als vaste onderzoeksjournalist bij zakenblad Quote.

Bijpassende boeken en informatie

Ad van der Zee – Floris van Egmond

Ad van der Zee Floris van Egmond recensie en informatie boek over en biografie van de heer van IJsselstein, veldheer in dienst van hertog, keizer en landvoogdessen. Op 10 februari 2026 verschijnt bij Walburg Pers het boek van Ad van der Zee de historicus gespecialiseerd in middeleeuwse geschiedenis. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de auteur en over de uitgave.

Ad van der Zee Floris van Egmond recensies en reviews

Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Floris van Egmond (1469-1539), Veldheer in dienst van hertog, keizer en landvoogdessen, geschreven door Ad van der Zee, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Recensie van de redactie

Toen Ad van der Zee met pensioen ging, gaf hem dat extra tijd om zich te storten op het schrijven over de Nederlandse geschiedenis. Hij schreef al eer de een mooi boek over de Wendische Oorlog van 1438 dat in 2018 verscheen. En mede hierdoor stuitte hij om hertog en keizer Floris van Egmond die leefde van 1469 tot 1639.

In de ogen van Van der Zee een boeiende persoon die leefde in de de periode van de definitieve overgang van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd. Bovendien een periode waarvoor over het algemeen te weinig aandacht is omdat de Bourgondische tijd nog net niet aangevangen is. Bovendien bleek Floris van Egmond verbleven te hebben op Slot op den Hoef, waar Ad van der Zee zicht op had vanuit zijn kamer. Kortom meerdere aanleidingen om het boek te schrijven.

Aan de hand van Floris van Egmond weet Ad van der Zee een boeiende tijd de beschrijven van een periode waarin best veel gebeurde in wat wij tegenwoordig als Nederland beschouwen. De heerser komt in het boek naar voren als een rechtlijnige machthebber die geweld niet schuwde en zich bijna onvoorwaardelijk aan de heerser die boven hem gesteld was. Een man die zich bevond op het snijvlak van de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Niet alleen schetst Van der Zee een boeiend portret van de man maar vertelt ook het boeiende verhaal van hoe de macht gebruikt werd, wat er bereikt werd en hoe de effecten ervan, als je goed kijkt. zelfs nog binnen ons eigen koningshuis te vinden zijn. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Ad van der Zee Floris van Egmond

Floris van Egmond (1469-1539)

Veldheer in dienst van hertog, keizer en landvoogdessen

  • Auteur: Ad van der Zee (Nederland)
  • Soort boek: historische biografie
  • Uitgever: Walburg Pers
  • Verschijnt: 10 februari 2026
  • Omvang: 248 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 29,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen >

Flaptekst boek over Floris van Egmond

Floris van Egmond, heer van IJsselstein, leefde op het kruispunt van de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Hij reisde met hertog Filips de Schone mee naar Spanje, achtervolgde Grote Pier in Friesland, bestreed zijn achterneef hertog Karel van Gelre, joeg Maarten van Rossem op na diens plundering van Den Haag en bevocht de Franse koning Frans I op de slagvelden in Artesië.

Hij werd geboren in een middeleeuws graafschap en overleed op 25 oktober 1539 in het wereldrijk van Karel V, op zijn eigen kasteel in Buren. Fleurken Dunbier zou zijn bijnaam zijn geweest. Zijn devies luidde sans faute, ‘zonder mankeren’. Hij was een ijzervreter pur sang en voor honderd procent loyaal aan zijn heer, die de meeste tijd overigens een vrouwe was. Wat is zijn betekenis geweest en was hij echt zo’n goede veldheer? En wat is precies de relatie tussen Floris van Egmond en koning Willem-Alexander?

Ad van der Zee is geboren in 1957. Hij studeerde middeleeuwse geschiedenis en werkte onder meer in de uitgeverij en in de erfgoedwereld. Hij was en is actief op diverse historische deelgebieden. In 2018 publiceerde hij De Wendische Oorlog, over de relatie tussen Holland, Amsterdam en de Hanze.

Bijpassende boeken

Samantha Harvey – In Orbit

Samantha Harvey In Orbit recensie en informatie over de inhoud van de Engelse roman en winnaar van de Booker Prize 2024. Op 6 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij De Bezige Bij de Nederlandse vertaling van de roman Orbital van de uit Engeland afkomstige schrijfster Samantha Harvey. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Samantha Harvey In Orbit recensie en informatie

  • “In orbit is overweldigend mooi.” (The New York Times)
  • “In deze compacte roman lijkt Harvey alle menselijkheid te vatten. Het is een ongelooflijke prestatie.” (The Observer)

Samantha Harvey In Orbit recensie van Tim Donker

Ach dit neemt gewoon een klein beetje krijgen gewend aan. Was wat ik in eerste dacht. Een zweem van (kosmologische?) (hah!) eindeloosheid maar al gauw kwamen er prachtvolle vergezichten doorheen geschemerd. “Aan boord van het station is het dinsdagochtend kwart over vier, begin oktober. Buiten is het Argentinië is het Zuid-Atlantische Oceaan is het Kaapstad is het Zimbabwe. Over haar rechterschouder fluistert de aarde de ochtend – een ragfijn kiertje vloeibaar licht. Stil glijden ze door tijdzones.” is zoon schemering van schoonheid en “Met zijn zessen in een grote metalen H die boven de aarde hangt. Ze buitelen rond, vier astronauten (Amerikaans, Japans, Brits, Italiaans) en twee kosmonauten (Russisch, Russisch); twee vrouwen, vier mannen, één ruimtestation dat uit zeventien met elkaar verbonden modules bestaat, achtentwintigduizend kilometer per uur. Zij zijn de laatste zes in een lange reeks, het is niets bijzonders meer, gewone astronauten in de achtertuin van de aarde. De fantastische, ongelooflijke achtertuin van de aarde. Ze draaien traag zwevend over de kop en botsen zachtjes, hoofd tegen heup tegen hand tegen hiel, ze draaien en draaien met de dagen. De dagen vliegen om. Ieder blijft hier een maand of negen – negen maanden dit gewichtloos zweven, negen maanden dit gezwollen hoofd, negen maanden dit hutjemutje, negen maanden dit richting aarde staren, dan weer terug naar de geduldige planeet.” is een ander, is waar het op gang begint te komen; met “het zogend gedierte […] in zijn sluwste, meest opportunistische vorm, de vuurstokers, de steenhakkers, de ijzersmelters, de bodemploegers, de godsaanbidders, de tijdzeggers, de schipzeilers, de schoenendragers, de graanhandelaars, de landontdekkers, de systeembedenkers, de muziekwevers, de liedzangers, de verfmengers, de boekbinders, de nummervreters, de pijlengooiers, de atoomobserveerders, de lichaamsversierders, de pillenslikkers, de haarklovers, de hoofdkrabbers, de verstandbezitters, de verstandverliezers, de allesjagers, de dooduitstellers, de overmaatminnaars, de overmatige minnaars, de liefdeszoekers, de liefdeblinden, de liefdemissenden, de liefdelievenden, het ding op twee benen, de mens. Boeddha kwam om zes seconden voor middernacht, een halve seconde daarna de hindoegoden, na nog een halve seconde kwam Jezus en anderhalve seconde daarna Allah. In de laatste seconde van het kosmische jaar komen de industrialisatie, het fascisme, de verbrandingsmotor, Augusto Pinochet, Nikola Tesla, Frida Kahlo, Malala Yousafzai, Alexander Hamilton, Viv Richards, Lucky Luciano, Ada Lovelace, crowdfunding, atoomsplitsing, Pluto, surrealisme, plastic, Einstein, Flo-Jo, Sitting Bull, Beatrix Potter, Indira Gandhi, Niels Bohr, Calamity Jane, Bob Dylan, het RAM-geheugen, voetbal, rauhfaser, ontvrienden, de Russisch-Japanse Oorlog, Coco Chanel, antibiotica, de Burj Khalifa, Billy Holiday, Golda Meir, Igor Stravinsky, pizza, thermosflessen, de Cuba-crisis, dertig Olympische Zomer- en vierentwintig Winterspelen, Katsushika Hokusai, Bashar Assad, Lady Gaga, Erik Satie, Muhammad Ali, de deep state, de wereldoorlogen, vliegen, cyberspace, staal, transistoren, Kosovo, theezakjes, W.B. Yeats, donkere materie, de spijkerbroek, de effectenbeurs, de Arabische Lente, Virginia Woolf, Alberto Giacometti, Usain Bolt, Johnny Cash, anticonceptie, de diepvriesmaaltijd, het springveermatras, het higgsdeeltje, bewegend beeld, het schaakspel.” is er stoom, wat een prachtig godverdomsedagenopeengodverdomsebol-achtige schrijverij daar zeg.

Maar hum. Maar ja. De eerste twee flitsen troffen mij aant ganzelijk begin vant boek; het laatstgeciteerde stuk (veruit de allerprachtigste regels in het hele boek, de ruimschootse rechtvaardiging van een uitgave als In Orbit of van literatuur als geheel eigenlijk) vond ik bijkans aan het einde. Daartussen zit een boek. Daartussen zit een heel boek ja.

En dat boek is – bij vlagen – hum, tsja… een beetje saai. Toch. Wel. Soms. Maar het is niet jij, Samantha Harvey. Het is maar de wereld die mij teneder houdt. Of. De wereld. Wat heeft de wereld er eigenlijk zaken mee. De wereld moet je daarvoor niet meebrengen. Jij bent niet nodig hier om mij laag neder te houden, ik doe dat prima helemaal alleen. Want ik wil zeggen, mijn verwachtingen voor dit boek waren ook wel een weinig te torenhoog misschien.

Waarom waren mijn verwachtingen zo torenhoog eigenlijk, weet jij dat? Ik wist toch dat het zich aan boor van een ruimtestation zou afspelen, wat heb ik met ruimte, ik was al nooit een “trekkie”, Annette was een “trekkie” en Annette was mooi Annette was lief Annette was slim Annette was begeerlijk allerwegen ik wou dat Annette goed over mij dacht en ik wou onze gemene grond uitbreiden. Er was de liefde voor de Nederlandse taal, er was de interesse in literatuur, dat deelden we, ik schreef gedichten voor haar en die hing ze aan haar muur, dat deelden we, ik liet haar het eerste Tindersticksalbum horen en op haar kamervloer zaten we daar naar te luisteren in gedempt licht, dat deelden we, misschien konden we dan ook maar dat verdomde Star Trek gaan delen dan, want zij was zo iemand, zo iemand die meende dat je alles uit die serie kon halen, dat de hele geschiedenis van de mensheid daar voorbij kwam, dat je er eindeloos over filosoferen kon, en dat wilde ik, eindeloos filosoferen met Annette, wijntje erbij, lichten gedempt, ja dat wilde ik, dus zat ik, inmiddels weer in het ouderlijk huis, want inmiddels was ze mijn buurvrouw niet meer, ik heb maar een paar maanden in die kamer gewoond, en toen moest ik eruit, en ik was miserabel want iemand zag mij niet meer graag of liever gezegd iemand had Mallorca boven mij verkozen, niet Annette maar iemand anders, en dat maakte me miserabeler nog dan miserabel en dus vatte ik het aanbod van mijn ouders om gedurende de zomermaanden op hun huis te passen met beide handen aan, en heeldurdagen zat ik daar maar in mijn dooie eentje, één avond kwam Suzanne langs en ik liet haar So tonight that I might see horen, dat album was toen geloof ik net uit, samen luisterden we naar hoe Hope Sandoval zong fade into you, strange you never knew, fade into you, i think it’s strange you never knew, ik had het liever aan iemand anders laten horen, niet Annette maar iemand die liever in Mallorca was dan in mijn armen waardoor ik miserabel was waardoor ik helemaal alleen in het huis van mijn ouders naar Star Trek zat te kijken want ik moest dat leuk gaan vinden van mijzelf, ik moest daar dingen over kunnen zeggen straks, één of andere hyperintelligente theorie aan gaan verbinden maar god wat vond ik het ongelooflijk superstrontsaai, die gasten in dat stomme ruimteschip van ze. En ik wist dat In Orbit ook gasten in een stom ruimteschip zou zijn, waarom dan toch die hooggespannen verwachtigen?

Ja. Hoe gaat dat. Tijd zit daar voor iets tussen. Tijd doet dat met dingen. Tijd legt een slangetje naar de dingen die komen gaan of misschien nooit komen gaan en pompt en pompt en pompt en voor je het weet zijn de dingen die (n)ooit komen zullen giganties & buiten alle proporsies. In Orbit was een boekentafelboek voor veel boekhandels, en ik had er hier en daar iets juichends over gelezen, en shit, misschien dacht ik wel aan Annette (meer neen das dertig jaar geleden nu), of gewoon, mensen in een ruimteschip ik heb nog nooit een roman gelezen die zich afspeelde in een ruimteschip, misschien dacht ik dat het ritualiserende, de herhalende handelingen iets met taal zou doen, met herhaling, met ritme, dat het boek zichzelf tot zingen zou brengen, wat het ook doet, uiteindelijk, aan het einde, in dat stuk dat ik hoger citeerde, misschien dacht ik er niet eens zo heel erg veel van maar ik wilde lezen en men had dat boek wel maar men ging mij dat niet geven want nee nee nee nee men ging dat lekker zelf lezen, en hoe aanlokkelijk wordt datgene dat buiten je bereik gehouden wordt? Ja dat groeit en dat groeit en dat groeit mensen. In Orbit was me bijbels geworden. De schrijver die de lezer een blik gunt op de aarde als geheel moet wel met enkele straffe eindgeldige analyses over de mensheid afkomen! Ja. Toch?

Nee.

In Orbit heeft nu & dan toch vooral iets zeikerigs. Al die bespiegelingen over aarde & ruimte & wijsheid & onbeduidendheid & grootsheid & mensdom, pagina’s en pagina’s lang, al die gedachten die in geen enkel opzicht verheffender of verbluffender zijn dan jouw gedachten of mijn gedachten of die van je collega’s of de visboer of dat mens dat altijd langskomt met dat hele span honden aan haar zij. Het zijn steeds rake gedachten, dat wel. Maar niets wat je niet zelf had kunnen bedenken. Hoe menselijke begeerte de aarde (mis)vormt (dacht ik zegt iemand zegt wie zegt Tom Engelhardt dat klimaatverandering het effectiefste massavernietigingswapen ooit bedacht is). Hoe de op aarde elkaar naar het leven staande nationaliteiten in het ruimtestation één zijn. Hoe vooruitgang iets is dat zowel mooi als schadelijk kan zijn. Hoe de mens nietig is, en tegelijk ongekend megalomaan. Naja. Zulke dingen. Je moet dat boek niet gelezen hebben om het te kunnen bedenken. En als de zes astro/kosmonauten in hun ruimtestation zien hoe een tyfoon zich ontwikkelt, en raast over de gebieden waar mensen wonen die ze kennen en misschien liefhebben, achja, dan kun je Sting al bijna horen zingen over hoe frah-zjiel we zijn hoe frah-zjiel we zijn.

Moet je dit boek lezen om de verpletterende inzichten?
Nee.
Moet je dit boek lezen om de eindeloze herhaling en hoe dat wiegen kan, en zingen?
Nee. Ja. Soms.
Waarom moet je dit boek dan lezen?

Tikveel. Misschien ben je geïnteresseerd in ruimtevaart? Ik kan nooit geloven dat er volwassenen bestaan die geïnteresseerd zijn in ruimtevaart. Net zoals ik nooit kan geloven dat er volwassenen bestaan die het stoer vinden om zoon heel lawaaiige auto te hebben, of om op een Harley Davidson te rijden. Dat een peuter onder de indruk is van een Amerikaanse aandoende sportwagen met een streep over de motorkap en het dak en een uitlaat die pwrreuh zegt dat kan ik snappen maar als je als volwassene nog steeds graag zo’n soort auto wil rijden moet je toch een IQ hebben waarmee het godsonmogelijk is om ooit je theorie te halen? Zo ook snap ik de ruimtevaartobsessie beter voor kinderen. Je ziet die maan die ver weg is maar toch goed zichtbaar, de zwarte lucht snachts en daarin die lichtende puntjes die sterren zijn, wat is daar allemaal, wat we zien en toch niet kunnen bereiken of zelfs maar bevatten, wonen daar ook levende wezens?, ja ik snap dat wel. Ik had een buurjongen die helemaal lijp was van ruimtevaartlego. Ik hield als kind ook van lego, altijd vroeg hij me of ik bij hem met zijn lego kwam spelen, maar hij had alleen maar dat stomme saje grijze rotruimtelego, altijd zei ik nee, en dan zei hij maar je vindt lego toch leuk? Maar dan ben je volwassen en dan weet je dat er meer is zo heel erg veel meer zo oneindig godganselijk veel meer dan alleen maar dat lullige aardetje en ja dat zal, hoe onaards de aarde, zo heet het ergens in In Orbit, ik las dat en ik dacht aan het Engelse “weird” dat is afgeleid van het Oudnoorse “Urth” wat “in een lus” zou betekenen maar ik hoor oer en aarde en zie de lussen die een ruimtestation beschrijft rondom een “godverdoms bol” om terug te komen op het punt waar ze eerder waren maar dat gezien vanuit een andere hoek in zijn vertrouwdheid toch vreemd is (dissociatie!), dat zal, maar het is teveel en het is te groot en hoe lang kun je interesse bewaren in het oneindige dat ons omringt, maar ze zijn er, volwassenen met een interesse in ruimtevaart, er zijn zelfs volwassenen die astronaut worden, wel, Samantha Harvey heeft zich voor In Orbit denk ik zeer goed gedocumenteerd, ze is zelfs gaan praten met NASA en ESA dus als je, echt, dingen weten wil over ruimtevaart dan kan In Orbit je vast nog wel iets leren.

Mij trof naast de overdonderend schone passages vooral de stilte. In rust. Wat tot bevriezing is gekomen. Bijvoorbeeld het liefdeloze huwelijk van één van de astronauten. Zaboedjem, ladno? Een samenzijn evenzeer gedeeld als niet gedeeld. De veel te krappe ruimten waarin te vertoeven. Gek genoeg dacht ik meermaals aan De Ontvolker. De intergalactische interpretatie, heeft iemand daaraan al ooit gedacht, Katalijne De Vuyst? Of nog. In Orbit als dystopia. Kan ook. Of een overstijgen van een visie en objectgeoriënteerd. Kan ook. Kan allemaal.

Met de kleine flitsen. Ten diepste woont de mens waar het klein is. De tyfoon raast daar waar iemand woont die gekend wordt door één der astronauten. Die ooit dook. Ergens bij een eiland. Waar een visser woonde. Die een mes verloor. Dat opgedoken werd. Door de astronaut toen duiker tot dankbaarheid van de visser. Die ook ergens woonde, ook een leven had, ook vader was, ook echtgenoot was. Je overstijgt immers altijd alleen maar datgene wat je ook bent.

Als je In Orbit ergens om zou lezen, dan daarom.

Samantha Harvey In Orbit recensie Winnaar Booker Prize 2024

In orbit

  • Auteur: Samantha Harvey (Engeland)
  • Soort boek: roman
  • Origineel: Orbital (2024)
  • Nederlandse vertaling: Kitty Pouwels
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 6 februari 2025
  • Omvang: 192 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs”€ 22,99 / € 12,99
  • Winnaar Booker Prize 2024
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman In orbit de winnaar van de Booker Prize 2024

Een team astronauten verzamelt in een internationaal ruimtestation meteorologische gegevens en voert er wetenschappelijke experimenten uit. Maar meestal observeren ze. Gezamenlijk kijken ze naar de stille blauwe planeet, ze cirkelen eromheen, draaien langs continenten en door de seizoenen, ze zien gletsjers en woestijnen, de toppen van bergen en de deining van oceanen.

Hoewel ze van de wereld afgescheiden zijn, kunnen ze toch niet ontsnappen aan de constante aantrekkingskracht van de aarde. Ze ontvangen het nieuws dat de moeder van een van hen is overleden en daarmee komen de gedachten op over een terugkeer naar huis. Ze kijken toe hoe een tyfoon zich samenpakt boven de mensen van wie ze houden, en zijn vol ontzag en angst. De kwetsbaarheid van het menselijk leven vult hun gesprekken, hun angsten en hun dromen. Zo ver van de aarde hebben ze zich nog nooit zo’n onderdeel ervan gevoeld.

Samantha Harvey geboren in 1975 in Kent, Engeland, is de auteur van vijf romans en een nonfictieboek. Ze heeft onder meer op de shortlist gestaan van de Orange Prize for Fiction, The Guardian First Book Award en, in 2024, de Booker Prize. Harvey woont in Bath.

Bijpassende boeken en informatie

Arnaldur Indriðason – Lange schaduwen

Arnaldur Indriðason Lange schaduwen recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Konráð thriller deel 6 van de IJslandse schrijver. Op 4 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Volt de Nederlandse vertaling van Sæluríkið de nieuwe thriller van de uit IJslands afkomstige schrijver Arnaldur Indriðason. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Arnaldur Indriðason Lange schaduwen recensie

  • “Een geweldige plot. […] De beschrijvingen van de samenleving en de omgeving zijn treffend en de personages zijn uitmuntend.” (Juryrapport van de Blóðdropinn, de grootste IJslandse thrillerprijs)
  • “Een internationaal literair fenomeen, en het is gemakkelijk te zien waarom.” (Harlan Coben)
  • “De onbetwiste koning van de IJslandse thriller.” (The Guardian)

Recensie van onze redactie

Er is een klein aantal thrillerschrijvers die nooit teleurstellen en waarvan de blindelings een boek kunt lezen, recensie of juist wat ouder, maakt niet uit, de kwaliteit is gegarandeerd aanwezig.

In Lange schaduwen is de inmiddels gepensioneerde Konráð de hoofdpersoon.  Maar ondanks zijn pensioen kan hij het werken en speuren niet laten, zeker niet als door recente gebeurtenissen een behoorlijk onverkwikkelijke zaak uit zijn verleden weer opdoemt en actueel wordt.

Uiteraard heeft Indriðason ook nu weer een boeiende plot bedacht die boeit van begin tot eind en nergens uit de bocht vliegt en dat doet hij in een mooie en verzorgde stijl. Bovendien geeft hij zijn karakters psychologische diepgang en complexiteit zonder clichématig te zijn en dat is precies wat ook nu weer zijn thriller boven veel werk van veel van zijn collega-schrijvers doet uitstijgen. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Arnaldur Indriðason Lange schaduwen

Lange schaduwen

Konráð thriller deel 6

  • Auteur: Arnaldur Indriðason (IJsland)
  • Soort boek: IJslandse thriller
  • Origineel: Sæluríkið (2023)
  • Nederlandse vertaling: Adriaan Faber
  • Uitgever: Uitgeverij Volt
  • Verschijnt: 4 februari 2025
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 21,99 / € 7,99 / € 12,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe Konráð thriller van Arnaldur Indriðason

Oude zonden werpen lange schaduwen…

Bij een meer in de buurt van Reykjavík wordt een dode man aangetroffen. Wanneer ze erachter komen om wie het gaat blijkt dat de politie jaren geleden contact met hem heeft gehad toen een goede vriend van hem spoorloos was verdwenen, en dat hij vlak daarna naar Noorwegen is geëmigreerd. De gepensioneerde politieman Konráð werkte destijds aan die zaak en raakt geïntrigeerd: waarom was de man nu in IJsland? En heeft zijn dood iets te maken met die oude vermissing?

Tegelijkertijd raakt Konráð verstrikt in zijn eigen verleden als er een onverwachte ontwikkeling is in een van zijn andere oude zaken, die opschudding veroorzaakt binnen de politie. Hoe meer er bekend wordt, hoe meer hij beseft dat oude zonden lange schaduwen werpen.

Lange schaduwen is het meeslepende nieuwe boek van meermaals bekroond bestsellerauteur Arnaldur Indriðason dat los te lezen is van de andere boeken met de gepensioneerde politieman Konráð in de hoofdrol.

Arnaldur Indriðason Razende stormArnaldur Indriðason (IJsland) – Razende storm
IJsland thriller, Konráð  thriller deel 5
Uitgever: Uitgeverij Volt
Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
Verschijnt: 4 oktober 2023

Bijpassende boeken en informatie

Olga Tokarczuk – Huis voor de dag, huis voor de nacht

Olga Tokarczuk Huis voor de dag, huis voor de nacht recensie en informatie van de roman van de Poolse schrijfster en winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur in 2019. Op 4 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Geus de heruitgave van de Nederlandse vertaling door Karol Lesman van roman Dom dzienny, dom nocny uit 1998, geschreven door Olga Tokarczuk. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de vertaler en over de uitgave.

Olga Tokarczuk Huis voor de dag, huis voor de nacht recensie van Tim Donker

En stel je voor dat je ligt, met je klikken, met je klakken, met je al, op je rug in de lucht en je kijkt. Je ligt op je rug in de lucht en je kijkt naar het groen van het gras daar benee. Wat zou je zien? Je zou ze allemaal zien you would see them all of ik en ik (te wezen aardig te wezen aardig te wezen aardig) ik en ik ich sehe die alle in einer reihe:

De kleermaker. De accountant. De dienstmaagd. De tolk/vertaler. De andere zus. De andere vrouw. De toerist. De hulp.

De mensen. Het al.

De genese die recapituleert de andere genese.

& waar & in welke lucht zou je liggen?

Je kon kijken. Je kon zien. Elk gras. Altijd. Overal.

Je kon het hier zien. Of daar. Of helemaal elders. Het gras in iemands achtertuin het gras in Veghel het gras in Nowa Ruda.

Wat? U zegt?

U ligt in de lucht boven Nowa Ruda?

Hum.
Ja.
Waarom zou je niet?

& waar elders zou je liggen dan?

Waar nog dan.
Om het gras te zien groejen.
Om de tijd te zien groejen.
Om de mensen te zien groejen.

En dat is wat het boek is wat dit boek is wat de boeken zijn. De stedenboeken. U weet. De boeken die vooral over een plek gaan. Berlijn of. Petersburg of. New York of. Waar speelde Bright shiny morning zich ook alweer af?

In dit hier. Huis voor de dag, huis voor de nacht. Zijn verzameld. De verhalen van een plek. Nowa Ruda. Zei ik al? Nowa Ruda? Ik zou best oud willen worden en doodgaan in. Nowa Ruda. Waarom niet. Nowa Ruda. Zuidwest Polen. De mensen die daar zijn. Of. Naja. De mensen toch volgens dit boek hier. Zijnde. Marta. R.. De ikfiguuur. Zo-en-Zo. De getormenteerde Marek Marek. Of. Iemand die Wadera heet en altijd alle quizzen wint die Radio Nowa Ruda uitzet. Of. Krysia, de vrouw die droomde dat een man van haar hield. Of. Franz Frost, die van een boomstammetje een hoed maakte, een houten hoed om zich te beschermen tegen de kwalijke straling die volgens hem werd uitgezonden door een nieuw ontdekte planeet en toen brak de oorlog uit en Franz Frost werd onder de wapenen geroepen en ingelijfd bij de Wehrmacht en hij kwam om omdat hij weigerde zijn houten hoed te verruilen voor een helm. Of. De grenswacht die op oud en nieuw ongeweten spacecake te eten krijgt die hem gegeven wordt door dronken jongeren en de gedachten van de grenswacht beginnen op hol slaan en zijn taal brokkelt af en hij ziet een wolf die er misschien wel maar misschien ook niet echt is. Of. Wincenty Sum die een zoon krijgt en hem Ego noemt, wat een briljante vondst is van Wincenty, zeg nou zelf, en de zoon groeit op en gaat geschiedenis en klassieke literatuur in Lwów studeren en in de lente van 1943 ziet Ego Sum zich ergens in een steenkoude en onherbergzame streek gedwongen om samen met een aantal anderen het lichaam van een dode kameraad op te eten om niet van de honger om te komen en nog weer later, na de oorlog, wordt hij een wat cynisch ingestelde geschiedenisleraar aan het gymnasium van Nowa Ruda maar hij leest bij Plato dat hij die ooit mensenvlees gegeten heeft een wolf zal worden en begint hij te menen dat hij langzaamaan in een weerwolf verandert waardoor bij mij Ergo Sum ineens het hoofd van Jack Nicholson. Of. Een sekte van messenmakers die geloven dat de ziel een in het lichaam gestoken mes is dat het lichaam dwingt de onophoudelijke pijn die leven heet te ervaren. Of. De wat zonderlinge man die een biografie schrijven wil van de Heilige Ontkommer, een heilige die vermoedelijk nooit echt bestaan heeft maar in de Poolse folklore leeft in velerlei legendes die hun ontstaan vermoedelijk te danken hebben aan lieden die in een Christusbeeld zagen maar het gewaad van Jezus aanzagen voor een jurk en zodus dachten dat het om een aan het kruis genagelde vrouw ging, en in een van alle gemakken verstoken klooster schrijft en schrijft de man aan de biografie van Wilgefortis, Wilga, de Heilige Ontkommer, en zijn haar wordt langer en langer en naarmate hij zich meer en meer vereenzelvigt met zijn onderwerp wordt hij zelf langzaamaan een vrouw.

Zulke verhalen dus.
Zulke verhalen en vele andere.
Doorheen verschillende tijden, of, wel, dat hele Nowa Ruda blijft een beetje tijdloos, alsof het ligt in een enclave waarop de tijd geen vat heeft.

De onderkoelde droney poëzie van Charles Curtis Trio paste er goed bij.

Maar er zijn ook recepten, veel recepten met paddenstoelen, eetbare of oneetbare, dat maakte de ikpersoon niet zoveel uit.

Volledig volmaakte oneetbare paddenstoel (in een uiterst smakelijke bereiding).

Maar ook meer essayisties aandoende stukken over bijvoorbeeld een blinde grotsalamander, of gedachten over pruiken die me deden denken aan Uit hoofde van de hoeden van Günter Kunert. Een prachtig stuk over het sexisme in woorden. Waarom is er geen vrouwelijk equivalent van “manmoedigheid”? Of “grijsaard”? Of “wijze”? Naja. Er is heks, in het Pools wiedźma, komend van wiedzieć, weten. De heks is dus de wetende (en ik dacht aan Baba Jaga legde een ei van Dubravka Ugrešic, een ander prachtboek waarin (volks)verhalen worden verweven met filosofie en feminisme) (en daardoor en daarvia en daarlangs dacht ik aan Bloedboek van Kim de L’Horizon, een ander prachtboek waarin verhalen en essayisme en gedachten en heden en verleden onophoudelijk in en uit elkaar blijven vloeien) (en na enig speuren leerde ik dat het Nederlandse woord heks via hecse en wicce, of omwegen daarlangs, ook wortelt in weten). Het Pools voor adopteren is usynowić, komend van “syn”: zoon, iemand als het ware “inzonen”, maar er bestaat geen “indochteren”; sterker, gans de mensheid is door Gode “ingezoond”: Bóg usynowić czlowieka: God heeft de mens als kind aangenomen, en interessante gedachte, dacht ik, maar ik dacht ook Bóg is dus God? Dan is dat inderdaad naar god verwijzende woordje bog in A Clockwork Orange gewoon gejat uit het Pools en ik die dacht dat Burgess ermee verwees naar een plat Schots woord voor toilet, god als de plee van de wereld, god de wereldplee, zo dacht ik, toen ik, ooit, hoe lang geleden nu alweer, dat boek las?

(zag ik ook de film ooit? ja geloof ik, samen met Peter toen ik een jaar of zestien was) (Peter die later bij de marine ging) (en ik daarna nooit meer zag) (laat staan dat ik ooit nog eens samen met hem op de voorstraat liep, ja midden op de voorstraat, op de weg dus, doodgemoedereerd een frietje etend, en pas na het zoveelste woedende getoeter denkend Misschien moeten we eens op de stoep gaan lopen?)

Zo’n soort boek dus.
Zo’n soort boek dat ook vele andere is.
Doorheen verschillende gedachten gaand, associaties, ideeën, overpeinzingen, herinneringen, flitsen, flarden, fluisteringen.

De druilerige verstilling van Wreckmeister Harmonies paste er goed bij.

De ikpersoon ruimt de zolder op, en denkt moje woorden over, hele moje woorden over het ouder worden van dingen, want ook zonder dat je ze gebruikt worden dingen ouder, ook zonder dat je het gebruikt wordt glas mat, gaat textiel rafelen, papier vergelen, ijzer roesten. Tussen al haar zonder haar tussenkomst verouderde spullen bedenkt zij zich hoe mooi dit proces eigenlijk is: “Ik zag hoe ze versleten, hoe ze in de naden sleets, zachter werden, ouder, van zichzelf, zonder mijn inbreng. En dat was een vorm van schoonheid, het omgekeerde van rijp worden, een schoonheid die vanzelf plaatsvindt, zonder hulp van wie dan ook, en die het meest fotogenieke gezicht van de tijd is.”

Wel.
Zulke gedachten dus.
En de onaardse schoonheid van slow life, zo’n klein en prachtig seedeetje van de anders wat suffige Theo Travis, paste er goed bij.

En alles goed en alles mooi maar helaas der helazen toch weer in datzelfde bedje ziek als altijd – Huis voor de dag, huis voor de nacht is misschien allicht mogelijkerwijs (bijwoorden van twijfel) een klein beetje te dik; het had best een pagina of vijftig, of, laat ik welwillend zijn, dertig slanker mogen zijn. Het boek was al een keer op één van de stapels geraakt, omdat het me begon te vermoeien, vanwege alle gedachten en associaties die het opriep ja maar ook omdat het af en toe een heel klein beetje tegen het saje aanschurkt, en, liggend op één van die stapels dreigde het bedolven te geraken, vergeten, onder weer nieuwe boeken, weer volgende stapels (hoe komen al die boekenstapels toch altijd weer mijn huis in) (wie brengt al die boeken hier toch mijn huis in?) (wie is toch die postbode die soms op vrijdagavond via de achterdeur naar binnen komt met zijn armen vol nagelnieuwe boeken?) (mijn kinderen lijken hem goed te kennen) (mijn kinderen begroeten hem altijd allerhartelijkst), en dan moeten die stapels zelfs zozeer aangroeien dat ik het totale overzicht verlies en op het idee kom om eens wat herschikkingen aan te brengen, en daar, daar kwam Huis voor de dag, huis voor de nacht weer boven water wacht eens even dat vond ik toch wel goed meen ik mij te herinneren?, een weinig voorbij pagina honderd gestombeld, vertelt mij de boekenlegger, en ik lees weer verder, en door, en voort, en weer, niet ver van de achterkaft verwijderd, geraak ik het boek een heel klein beetje moe, een heel klein beetje maar maar niettemin betekent het wel dat ik er steeds korter in lees, een viertal pagina’s hoogstens, dan moet ik iets anders doen, even, al is het maar een paar minuten uit het raam kijken, dus, misschien was vijftig ofzo pagina’s korter beter geweest, niet perse op het eind want sommige van de mooiste stukken zitten op het eind, zoals bijvoorbeeld het allereindigste eind, maar daarover later meer, gewoon, heel het boek doorheen, hier en daar, een pagina of wat eruit gezeefd, het zeefsel inkoken, het ingekookte samendrukken tot het orgelpunt te zetten op het eind.

Misschien wat van die dromen?
Dat deed Kadere misschien beter.
Nee. Niet beter. Konsistenter.
Maar dromen zijn als sex. In boeken dan. In boeken is het beide altijd penibel, en bijna nooit overtuigend.

Of anders gewoon een boek dat je het best met beetjes tegelijk leest.

En toen. Op het eind. Waarin iemand voorstelt de wolken te lezen om er boodschappen over de toekomst uit te halen. Toen raakte het me. Dit boek is niet, misschien wel juist niet als liggen in de lucht en kijken naar het gras. Dit boek is als liggen op je rug in het gras en kijken naar de lucht. De lucht lezen. Heel de oneindige lucht lezen. Traag en volledig en ad infinitum.

Olga Tokarczuk Huis voor de dag, huis voor de nacht

Huis voor de dag, huis voor de nacht

  • Auteur: Olga Tokarczuk (Polen)
  • Soort boek: Poolse roman uit 1998
  • Origineel: Dom dzienny, dom nocny (1998)
  • Nederlandse vertaling: Karol Lesman
  • Uitgever: De Geus
  • Verschijnt: 4 februari 2025
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 20,00 / € 14,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman uit 1998 van de Poolse schrijfster Olga Tokarczuk

Marta is de oude buurvrouw van de vertelster in Huis voor de dag, huis voor de nacht. In haar geheugen leven de verhalen over mensen, plekken en gebeurtenissen in het heuvelachtige gebied aan de Pools-Tsjechische grens, de Nowa Ruda.

Marta is geen prater. Maar Olga Tokarczuk weet uit haar schaarse en eenvoudige woorden een wereld tevoorschijn te toveren die meerdere eeuwen omspant. De vele sprookjesachtige anekdotes, die met elkaar een literair mozaïek vormen, vertellen zo de geschiedenis van een klein Pools stadje.

Tegelijkertijd schetst Tokarczuk in Huis voor de dag, huis voor de nacht een beeld van de veranderende samenleving aan het einde van de twintigste eeuw, waarin ook internet als broedplaats van dromen niet ontbreekt.

Olga Tokarczuk is geboren op 26 januari 1962 in Sulechów in Polen. Ze is de belangrijkste Poolse auteur van haar generatie. Ze ontving meer dan eens de Nike, de belangrijkste literaire prijs van Polen en won de Man Booker International Prize. In 2019 werd haar de Nobelprijs voor Literatuur 2018 toegekend, en in 2024 won ze samen met vertaler Karol Lesman de Europese Literatuurprijs voor haar roman Empusion.

Bijpassende boeken en informatie

Mariët Meester – Een vrij leven

Mariët Meester Een vrij leven recensie en informatie over de inhoud van de memoir en het nieuwe boek van de Nederlandse schrijfster. Op 28 januari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers het nieuwe boek van Mariët Meester over een radicale zoektocht naar een onafhankelijk bestaan – zonder de aarde te belasten. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Mariët Meester Een vrij leven recensie

In de jaren tachtig van de vorige eeuw maakte Mariët Meester een rigoureuze keuze. Samen met haar vriend bouwt ze een kleine woonwagen die getrokken kan worden door een paard. Samen trekken ze door Frankrijk. Het is een keuze voor de ultieme vrijheid wars van huisje-boompje-beestje. Een leven ook dat door lang niet iedereen gewaardeerd wordt en soms ronduit op opstandigheid stuit.

In de memoir Een vrij leven brengt Mariët Meester een boeiende ode aan het leven dat ze toen leidde en waarmee ze ook daarna is doorgegaan. Het soort van klimaatneutrale leven waarover nu zoveel gesproken en geschreven wordt maar dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw nog door weinigen ten uitvoer werd gebracht, laat staan dat we ons met het begrip bezighielden.

Toch was het ook de tijd waarin de gevolgen van de verontreiniging en uitputting van de aarde al behoorlijk merkbaar waren, voor wie er op lette in ieder geval. Gelukkig is Een vrij leven niet alleen een verantwoording van de behoorlijk radicale keuzes die de schrijfster al vroeg in haar leven maakte en tot op de dag van vandaag volhoudt. Het is ook een goed geschreven, boeiende en inspirerende memoir die door onze redactie is gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Mariët Meester Een vrij leven

Een vrij leven

Een radicale zoektocht naar een onafhankelijk bestaan – zonder de aarde te belasten

  • Auteur: Mariët Meester (Nederland)
  • Soort boek: memoir, levenskunstboek
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 28 januari 2025
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Mariët Meester

Een vrij leven is een inspirerende memoir over hoe je met weinig geld en een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk het boeiendste bestaan kunt leiden.

In de jaren tachtig, een tijd waarin duurzaamheid en klimaatverandering nog nauwelijks een rol speelden, belandt Mariët Meester in Frankrijk en bouwt met haar vriend een ‘overdekt bed op wielen’ van materialen van de vuilnisbelt. Wanneer ze met een paard als trekdier rondreizen in hun tiny house avant la lettre, ontdekken ze dat hun goede bedoelingen niet door iedereen worden gewaardeerd.

In Een vrij levenblikt Meester terug op tien intense, soms roekeloze
jaren waarin ze radicale keuzes maakte. Deze ervaringen brachten
inzichten die de rest van haar leven haar leidraad zouden worden.
Filmisch, geestig en inspirerend.

Mariët Meester (25 mei 1958, Den Haag) publiceert fictie en literaire non-fictie, waaronder De mythische oom, Hollands Siberië en Koloniekind. Opgroeien in het gevangenisdorp Veenhuizen. Ook schrijft ze essays voor onder meer NRC.

Bijpassende boeken en informatie