Barbi Marković Minihorror recensie en informatie van de inhoud van de roman van de Servische schrijfster die ze in het Duits schreef. Op 11 september 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van Minihorror. Het boek is geschreven door in het Duits door de uit Servië afkomstige schrijfster Barbi Marković.
Barbi Marković Minihorror recensies en reviews
Als er in de media een boekbespreking, review of recensie verschijnt van Minihorror, de roman van Barbi Marković, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.
- “Het is lang geleden dat ik een boek heb gelezen waaraan je zin voor zin zoveel plezier kunt beleven en de meest gruwelijke wendingen en griezelige verschijnselen kunt ervaren.” (Die Zeit)
- “Ondanks het zich opdringende gevoel van ongemak en het grafische geweld is horror zelden zo opgewekt geweest.” (The Guardian)
- “De horror in dit boek komt voort uit de alledaagsheid van de gebeurtenissen die worden verteld, en die horror is gruwelijk en verschrikkelijk grappig.” (Süddeutsche Zeitung)
Recensie van Tim Donker
Goed. Mag ik een idiote vergelijking voorstellen? Peins dat het laatavond is. Iedereen is al naar bed maar u zit daar nog. U heeft nog geen zin in bed, in nacht, in die onvermijdelijke volgende dag. U heeft eigenlijk nergens zin in. U zit daar maar. Televisie aan want er is niks beters te doen. Ze geven een horrorfilm. Niet geweldig misschien, maar voor nu is het oké. De horror zaagt de planken van nogal dik hout, het ziet er uit als een Evil Dead-achtige parodie op het genre, u geraakt langzaam maar zeker een weinig geïntrigeerd. En dan, in wat lijkt, toch, midscene: zap – de televisie schakelt zichzelf over naar een ander kanaal. Ho, denkt u. En hum, denkt u. Misschien een of andere functie die is geactiveerd door mijn kinderen, is wat u denkt, u gaat op zoek naar de afstandsbediening, u kunt hem niet vinden, misschien heeft u hem in de keuken laten liggen toen u een biertje ging halen, weet u veel, nee u weet het niet en het kan u ook net te weinig schelen om er veel moeite voor te doen dus u laat het maar zo. Nu zit u middenin één of andere psychologische thriller die u onopgesmukt het angstaanjagende van familiebanden toont. Ook goed. Of goed genoeg toch. In gezinnen dwingt men elkaar in bepaalde rollen, je kunt je nooit meer ontworstelen aan die rol, dat gegeven is goed genoeg om er een film over te maken. Toch? Zap. Volgend kanaal. Dit ziet er eerder uit als een David Lynch. Een tegen het surrealisme aan schurkende vervreemding. Die ongemakkelijkheid. Dat je nooit echt precies weet wat je ziet. Zap. Een absurdistische scène. In de stijl van Monty Python allicht. Zap. Wat is dit? Herenleed? Een persiflage op de lulligheid van aldagsleven? Of is het Jiskefet? Zap. Hum. Misschien de verfilming van een boek van Kafka? Iets over hoe bureaucratie regeert, we bestaan slechts in zoverre de officiële instanties ons toestaan te bestaan? Zap. Wat? Deens? Lars von Trier? Dogma? En dan nog iets – het hele rare ding dat u begint op te vallen: in al die uiteenlopende scenes speelden steeds dezelfde acteurs de hoofdrol. Hoe kan dit? Wat is dit? U weet het niet. En dan. Sja, u raadt het al. Dan: zap. Steeds maar weer zap.
Kunt u zich dit voorstellen? Dan bent u klaar voor Minihorror van Barbi Marković. Want inderdaad. Het heet Minihorror. En de stemmen, de persstemmen, geciteerd op de zijflappen, zeggen dingen als “griezelige verschijnselen” en “Horror is zelden zo opgewekt geweest” en iets over gruwelijkheden die in het volgende hoofdstuk weer van voren af aan beginnen. En ik begin lezen, ja ik begin, Hafler Trio op de steerjoo, dat leek me er wel bij passen, en inderdaad, de horreur is daar. Mini en Miki, de hoofdpersonen hier, doen boodschappen, ze zijn in de supermarkt, en iemand staat daar, iemand staat daar gewoon. Miki vraagt zich af waarom die persoon daar zo staat te staan, maar Mini, zijn vriendin, waarschuwt hem. Het is een nicht van haar, en ze is een vleesetend monster. En Miki denkt hee en Miki denkt hum en Miki denkt oke. Hij heeft medelijden met die vrouw die daar zo staat en die niet gelukkig lijkt en mensen zijn vaak negatief over hun eigen familieleden en bezijden, dat over dat vleesetend monster zal wel overdrachtelijk bedoeld zijn toch? Dus Miki benaderd Mini’s nicht en wat peinst ge? Het is toch wel een vleesetend monster zeker! Zombie-achtige taferelen volgen.
En ik zit.
En ik lees.
En ik denk.
Goed. Dit is horror dus, of één of andere horror-parodie, of misschien die mix waar, inderdaad, Lynch zich ook wel van bediende – de mix van horror en surrealisme en sex en geweld. Is wat ik me voorstel. Is waar ik me op instel.
Maar dan. Volgende hoofdstuk maar zijn het wel hoofdstukken nee wacht daar kom ik later nog over te spreken.
De vleesetende nicht van Mini doet niet meer ter zake.
Niets doet nog ter zake.
Want nu zijn Mini en Miki op vakantie in Mini’s geboortestad, het zou ergens in Servië kunnen zijn, of weet jij veel, het doet oostblok-achtig aan. Het is gewoon vakantie, en alles is mooi en alles is leuk en alles is goed totdat Miki op het onzalige idee komt om Mini’s familie met een bezoekje te vereren. Voor hij het weet zitten hij en zijn vriendin tot over hun oren verwikkeld in één of ander mensonterend familieritueel dat echter niet onderbroken mag worden, ook van Mini niet terwijl zij degene is die allerlei vernederingen moet ondergaan. Dat is geen horror. Tenzij. Horror van aldagsleven.
En in aldagsleven overvalt het stel steeds opnieuw het ongerijmde. Miki gaat naar de huisarts, en hij formuleert zijn klachten. Maar tegenover elke klacht die Miki uit, stelt de arts een ergere klacht die hijzelf ervaart en zo zitten de twee een tijdlang tegen elkaar op te bieden met hun vreemde lichamelijke klachten. Het wordt het stel op allerlei manieren totaal onmogelijk gemaakt om een aanrechtblad bij IKEA te kopen. Miki komt een voormalig klasgenoot tegen maar die blijkt allang dood te zijn waardoor hij eraan gaat twijfelen of hijzelf, Miki, niet ook allang dood is maar het gewoon nooit heeft doorgehad, hij gaat alle situaties in zijn leven na die mogelijkerwijs dodelijk geweest zijn en dat zijn er nogal wat – dus, allengs lijkt het hem steeds minder waarschijnlijk dat hij nog leeft. Tijdens een nogal saai nieuwjaarsfeestje op het dak van hun appartementencomplex, glipt Mini via een loopbrug weg naar het naastgelegen gebouw waar ze naar binnen gaat en in een woning terecht komt waar haar moeder en een neef wonen die doen alsof ze daar altijd al samen met Mini gewoond hebben en de giftige patronen van vroeger zijn ook direct weer actief. Het appartement van Mini en Miki wordt langzaamaan geheel overgenomen door insecten en schimmels zodat ze noodgedwongen leven in een klein tentje dat ze hebben opgeslagen midden in hun woonkamer. Tijdens een bezoekje aan het winkelcentrum valt het Miki op dat vrijwel elke bezoeker op hem lijkt en er blijkt een kliniek te zijn waar mensen een “Mikificatie” kunnen ondergaan, zelfs Miki zelf wordt aangezien voor iemand die deze ingreep ondergaan heeft en de plastisch chirurg oordeelt dat het bij Miki nog niet helemaal goed gelukt is; er zijn nog flink wat aanpassingen nodig. Miki en Mini komen een vriend van Miki tegen als ze op kaffee gaan, de vriend wil hen op bijna hysterische wijze overtuigen dat het heel erg goed met hem gaat en valt daarbij uiteindelijk voor hun ogen in stukken uit elkaar; Mini en Miki zetten hem zo goed en zo kwaad als dat gaat terug in elkaar “zodat hij in de taxi zijn adres kan zeggen”.
Soms is het sinister.
Soms is het ontregelend.
Soms is het heel erg grappig.
En soms is het alleen maar maf.
Dit is te zeggen – een boek als dit zul je niet vaak in je leven gelezen hebben. Vergeleken bij Minihorror is het werk van Gust Gils bepaaldelijk bedachtzaam te noemen. Marković bundelt op onnavolgbare wijze de meest uiteenlopende scenes. De verwantschap met beeld (film; serie; toneel; sketches) wordt nog eens onderstreept doordat de laatste dertig pagina’s van het boek de noemer “bonusmateriaal” hebben gekregen. Het gaat om “Een gastbijdrage van Mercedes Kornberger”, een, lawezeggûh ZKV, die, weinig te maken hebbend met Miki of Mini, handelt over een man die een relatie heeft met een vrouw die zo klein is dat ze in zijn borstzakje past, wat, bewust of onbewust, een zeer bekend gegeven is – als het om muziek zou gaan zou je al haast van een “traditional” spreken; “Een mini-rollenspel van Thomas Brandstetter”, een soort gezelschapsspel voor volwassenen om doodgeslagen feestjes weer aan de gang te krijgen en “105 alternatieve horrorscenario’s met Mini en Miki”, beschrijvingen, veelal in één zin, van situaties waarin Mini en Miki terecht zouden kunnen komen en die vervelend zijn of naar of angstaanjagend of onbehaaglijk of gewoon een situatie zijn waarin de meeste mensen zich elke dag bevinden zonder erbij na te denken, zoals “Mini vergeet een afspraak en krijgt een telefoontje met de vraag waar ze blijft.”; “Miki heeft niet genoten van de zomer.”; “Mini heeft Badiou niet gelezen.”; “Mini heeft Bourdieu niet gelezen.”; “Mini heeft Baudrillard niet gelezen.”, of iemand probeert cool te zijn, of iemand wordt met de dag sajer. Hintfictie? De 105 scenario’s zijn met uiterst primitieve tekeningetjes geïllustreerd en dat Marković voor die naar alle waarschijnlijkheid bewust lullige droedeltjes nog de hulp heeft moeten inroepen van illustratrice Ivana Kličklović (ook iedereen die totaal niet kan tekenen had dit kunnen tekenen) is op zichzelf al een hoofdstuk waard uit het leven van Mini en Miki.
Ja een hoogst origineel boek is Minihorror zeker. Maar de kracht is tevens de zwakte. Er zijn hier wel erg veel zotheden op een hoop geveegd, en niets heeft ook maar enige consequentie. Je zou dit boek evengoed kunnen lezen als rayuelaans hinkelspel: beginnen in het midden, hinkelend naar een van de laatste hoofdstukken en dan weer terug, en er dan niets meer of minder van begrijpen dan iemand die gewoon bij pagina 1 is begonnen. Een lijn of een opbouw heeft Minihorror niet – het had evengoed een verhalenbundel kunnen zijn. Mini en Miki kunnen in een hoofdstuk uit elkaar gaan en dan zijn ze in het volgende hoofdstuk gewoon weer samen. Zonder dat er een woord aan vuil gemaakt wordt. Iemand kan op sterven na dood zijn en is dan in het volgende hoofdstuk weer kerngezond. Ergens wordt gezegd dat Mini schrijfster is en haar roeping zo serieus neemt dat ze bijna dag en nacht aan het schrijven is – maar verderop kan ze rustig aan het niksen zijn of bezig met van alles behalve schrijven. Het schrijversbestaan van Mini komt maar enkele keren terug maar is daarmee meteen al een unicum – verder kent Minihorror vrijwel geen enkel terugkerend element, haast geen enkele constante. Alles kan in de volgende scene helemaal anders zijn, inclusief de sfeer, de toon of de aankleding. De licht-naïeve, soms welhaast kinderlijke schrijfstijl versterkt de indruk dat er geen enkel onderliggend plan aan de roman ten grondslag heeft gelegen. Een beetje zoals jonge kinderen verhalen vertellen die ze ter plaatse verzinnen – je neemt elke krankzinnig verhaalwending voor lief want je bent door het vertellen alleen al lichtjes aangedaan.
Als ik dit boek dertig jaar geleden had gelezen, had ik het geweldig gevonden. Geen enkele literaire conventie is heilig voor Marković en dat was toentertijd alles wat nodig was om mij uit mijn schoenen te blazen. Nu ik ouder ben en sajer vind ik dit Minihorror naast hoogst vermakelijk ook wel een heel klein beetje vrijblijvend. Ik mis een zekere dingens, hoe zeg je dat, ik probeer een klotewoord als “urgentie” hier te vermijden. Luister. Marković snijdt wel degelijk maatschappelijk relevante onderwerpen aan. De zin en onzin van klimaatverandering, zorg voor het milieu, (benauwende) familiebanden, (doorgeslagen) gezondheidsgoeroeïsme, sociale onverdraagzaamheid, woningnood – en er vallen ook genoeg prikkelende, stekelige opmerkingen te lezen, meestal in de kleinste bijzinnetjes. Ik ben vermaakt. Ik ben geamuseerd. Ik ben herhaaldelijk in lachen uitgebarsten. Maar verpletterd ben ik niet.
Moet dat?
Nee.
Ja.
Hum.
Niet perse.
Ik heb Minihorror met heel veel plezier gelezen. Meer moet dat soms niet eens zijn.

Minihorror
- Auteur: Barbi Marković (Servië)
- Soort boek: roman over Wenen
- Origineel: Minihorror (2024)
- Nederlandse vertaling: Lotte Lentes
- Uitgever: Koppernik
- Verschijnt: 11 september 2025
- Omvang: 192 pagina’s
- Uitgave: paperback / ebook
- Prijs: € 22,50 / € 11,50
- Boek bestellen bij: Bol / Libris
Flaptekst van de roman over Wenen van Barbi Marković
In Minihorror maken we kennis met Mini en Miki, nieuwkomers in een buitenwijk van Wenen. Ze doen hun best om erbij te horen en alles goed te doen, maar worden desondanks – of juist daarom – voortdurend achtervolgd door catastrofes en monsters.
Er verschijnen maden in een chocoladereep, Mini wordt levend begraven, Miki gaat de strijd aan met een vleesetend monster – en in het volgende hoofdstuk beginnen de gruwelijkheden van voren af aan.
In een volstrekt originele, vlijmscherpe stijl brengt Barbi Marković nachtmerries tot leven, en laat zien wat een nachtmerrie het dagelijks leven kan zijn.
Minihorror is een boek over de horror van het perfecte familieontbijt, over pesten op de werkvloer, over sociale ongelijkheid en over wat het betekent om ergens bij te horen.
Barbi Marković is in 1980 geboren in Belgrado, de hoofdstad van Servië. Ze studeerde Duitse literatuur in Belgrado en Wenen, waar ze nog altijd woont. Sinds ze in 2009 debuteerde met Ausgehen won ze verschillende literaire prijzen, waaronder de Preis der Leipziger Buchmesse voor Minihorror in 2024. Haar roman Die verschissene Zeit verscheen in 2021. In 2024 publiceerde ze haar roman Piksi, die in 2026 bij Koppernik zal verschijnen. Haar nieuwste boek Stehlen, Schimpfen, Spielen verscheen in 2025. Ze schrijft zowel in het Duits als in het Servisch.
Bijpassende boeken en informatie