Alle berichten van Redactie

Terje Tvedt – De Nijl

Terje Tvedt De Nijl recensie en informatie biografie van een rivier. Op 19 januari 2022 verschijnt bij uitgeverij Wereldbibliotheek de Nederlandse vertaling van Nilen, geschreven door de Noorse schrijver en een van de meest vooraanstaande Nijl-experts Terje Tvedt.

Terje Tvedt De Nijl recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van De Nijl, Biografie van een rivier. Het boek is geschreven door Terje Tvedt. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud het boek over de rivier De Nijl, geschreven door de Noorse schrijver Terje Tvedt.

Recensie van de redactie

De Noorse historicus en geograaf verdiept zich al tientallen jaren in de geschiedenis van de rivier De Nijl. Dit boek is de weerslag van al het onderzoek dat hij heeft gedaan en de reizen die hij door het stroomgebied heeft gemaakt. Tvedt weet op overtuigende en indringende wijze de veelbewogen geschiedenis van de mensen aan de Nijl te beschrijven. Hij neemt de lezer mee op een tocht door ruim vijfduizend jaar geschiedenis zonder een moment te vervelen. Natuurlijk kun je kritiek uiten dat een witte man uit Noorwegen dit verhaal vertelt en dat hij wellicht iets te veel vanuit het Westerse perspectief redeneert. Desondanks is hij erin geslaagd de fascinerende geschiedenis van de grootse rivier te vertellen. Het boek is door onze redactie gewaardeerd met (∗∗∗∗∗, uitmuntend)

Terje Tvedt De Nijl Recensie

De Nijl

Biografie van een rivier

  • Schrijver: Terje Tvedt (Noorwegen)
  • Soort boek: non-fictie
  • Origineel: Nilen (2012)
  • Nederlandse vertaling: Maud Jenje
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschijnt: 19 januari 2022
  • Omvang: 592 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 29,99 / € 14,99
  • Waardering boek: ∗∗∗∗∗ (uitmuntend)
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van het boek over de rivier De Nijl

De beroemdste rivier ter wereld heeft een lange en fascinerende geschiedenis. In het Egypte van de farao’s werd hij aanbeden, Mozes werd er in een rieten mandje te vondeling in gelegd, hij was de prijs waarvoor in de Middeleeuwen werd gevochten door Fatamiden, Mammelukken, Ottomanen, hij speelde een rol in de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, en is nu de inzet van een strijd om het water tussen de landen in Midden-Afrika.

Terje Tvedt, een van de meest vooraanstaande Nijl-experts, reist langs de rivier, van de monding tot de bronnen in Rwanda en Ethiopie. Dit boek is een reisverslag door elf landen en vijfduizend jaar geschiedenis, van de Middellandse Zee tot Centraal-Afrika.

Het is het fascinerende verhaal van de immense economische, politieke en mythische impact die water kan hebben. Boordevol bekende personages in de strijd om de Nijl – van Caesar en Cleopatra tot Churchill en Mussolini, en verder tot de politieke leiders van vandaag. De Nijl is een geschiedschrijving met grote aantrekkingskracht, over een regio van groot belang.

Bijpassende boeken en informatie

Agustín Fernández Mallo – Nocilla-trilogie

Agustín Fernández Mallo Nocilla-trilogie recensie en informatie over de romantrilogie van de Spaanse schrijver. Op 21 oktober 2021 verschijn bij uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van de romantrilogie Proyecto Nocilla van de Spaanse schrijver Agustín Fernández Mallo. Bovendien is hier de uitgebreide recensie en beschouwing van het boek, geschreven door Tim Donker, te lezen.

Agustín Fernández Mallo Nocilla-trilogie recensie en informatie

Agustín Fernández Mallo Nocilla-trilogie Recensie

Nocilla-trilogie

  • Schrijver: Agustín Fernández Mallo (Spanje)
  • Soort boek: Spaanse romans
  • Origineel: Proyecto Nocilla
    • Nocilla Dream (2006)
    • Nocilla Experience (2008)
    • Nocilla Lab (2009)
  • Nederlandse vertaling: Adri Boon
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 21 oktober 2021
  • Omvang: 604 pagina’s
  • Prijs: € 27,50 – € 32,50
  • Uitgave: paperback 
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol
  • Winnaar Europese Literatuurprijs 2022

Flaptekst van de romans van Agustín Fernández Mallo

Experience en Nocilla Lab – voert Agustín Fernández Mallo talloze verhalen op van mensen en plaatsen die Amerika en de wereld in het digitale tijdperk van de eenentwintigste eeuw weerspiegelen.
In het midden van de woestijn in Nevada staat een afgezonderde populier die versierd is met honderden paren schoenen. Verderop langs Route 50 wordt een eenzame prostituee verliefd op een verzamelaar van gevonden foto’s. In Las Vegas bouwt een Argentijnse man een eigenaardig monument voor Jorge Luis Borges. Op de vlucht voor de autoriteiten neemt Kenny zijn intrek in de wettelijke non-plaats die Singapore International Airport is. In Londen brengt de kunstenaar Jodorkovski uren door met het beschilderen van kleine stukjes kauwgom die vastgekleefd zijn op de stoep. De schrijvers Enrique Vila-Matas en Agustín Fernández Mallo ontmoeten elkaar op een booreiland.

Dit zijn slechts enkele van de verhaallijnen die tezamen de Nocilla-trilogie vormen, die werd binnengehaald als een van de vermetelste hoogtepunten in de Spaanse literatuur. De drie romans staan vol met verwijzingen naar arthousefilms, conceptuele kunst, praktische architectuur, de geschiedenis van computers en de decadentie van de roman. Mallo ontdekt schoonheid in leegte en onthult de essentie van het hedendaagse leven. De trilogie wordt beschouwd als een mijlpaal in de Spaanstalige literatuur en is nu voor het eerst in het Nederlands vertaald.

Recensie van Tim Donker

Dit is geniaal, dacht ik.
Dit is fantastisch, dacht ik.
Dit is het allerbeste boek van 2021, dacht ik.
Dit is misschien wel het allerbeste boek van ooit, dacht ik.

Dacht ik.
Dacht ik allemaal.

Als ick kan.

Je zit daar, je herschikt je spullen, je herschikt je haar, je herschikt je gedachten. Je doet de dop weer op je pen, je zet je bril af, je wrijft je in de ogen, je zet je bril weer op. Misschien even geen koffie nu. Misschien even geen Pixies nu. Misschien even niet de tafel, niet dit zitten, niet dit huis nu.

Sophocles stikte mogelijkerwijs in een druif.

Je weet niet waar te beginnen nu. Bij het begin van het einde misschien, of het einde van het begin? Zulke vragen drijven je tot waanzin vandaag.

Zegt Jos Decorte: “Er schuilt redelijkheid in waanzin, maar ook waanzin in redelijkheid.

(waarom niet één (1) vermelding van Jos Decorte bij Wouter Kusters eigenlijk?)

Zegt Foucault: De waanzin is de absolute breuk van het kunstwerk.

Hoe eerst nog de verbazing altijd maar stijgende. Je dacht dit gaat er niet één zijn voor de massa. Dit gaat er niet één zijn voor de regelmatigheden, de pasklare ideeën, de wetmatigheden, de brave avromensjes die lachen om een hersenloze en gevoelloze panne(n)koek.

Zegt Nietzsche: “Ook onzinnige wetten schenken vrijheid en gemoedsrust, mits zich maar veel mensen eraan onderworpen hebben.”

(nicht wahr, panne(n)koekjen?)

Je had.|
Je had het.
Je had het zo helder voor ogen allemaal.

Agustín Fernández Mallo. De Nocilla-trilogie. Wanneer werd het je overhandigd? Een zaterdag, ergens in het najaar. Denk je. Misschien regende het, misschien begon de schemering al in te vallen. Misschien zat je kop vol, misschien zat je snotvol. Drie delen, in Spanje eertijds gepubliceerd tussen 2006 en 2009 maar hier in Nederland door het onvolprezen Koppernik in één keer uitgebracht. Met zijn drieën in één kartonnen cassette. O het ziet er zo mooi uit. Ook boek is kunstwerk.

(zegt Karel Jonckheere: “Alles is kooi. Ook een boek.”)

(de uitgever een kooienvlechter jajajaja)

Avond, laat, iedereen sliep al. Want zo moet het zijn als nieuwe boeken worden verkend. Je moet alleen zijn als nieuwe boeken worden verkend, het moet laat zijn als nieuwe boeken worden verkend, er moet iets moois in je glas zitten als nieuwe boeken worden verkend en het moet stil zijn als nieuwe boeken worden verkend. Zo moet het, zo was het toen de Nocilla-trilogie werd verkend. Je kon het niet helpen dat je handen trilden. Je kon het niet helpen dat je je afvroeg of je het kunstwerk schond toen je de delen één na één uit hun kooi p’don uit hun kartonnen cassette haalde (& je kon het niet helpen dat je Agustín Fernández Mallo in stilte om vergeving vroeg): Nocilla Dream het eerste deel; Nocilla Experience het tweede deel en Nocilla Lab het laatste deel. Je kon het niet helpen dat je alle drie de delen doorbladerde, van begin tot eind. Je kon het niet helpen dat je hier en daar al stukken las; tamelijk forse stukken soms (peetsjturner mompel je, en je gniffelt). Je kon het niet helpen dat je tevreden zat te lachen daar, aan de secretaire, met de drie delen van de Nocilla-trilogie voor je en nevens je in je glas het laatste restje van iets moois.

(langstlee, je was nog een jongen toen, er was een klein stadje aan de kust in het Noorden van Spanje, je ging met je vader naar de supermarkt, de supermarkt heette Anita, dat vond je grappig, we gaan even naar Anita he pappa zei je dan, je ging mee om erop toe te zien dat de Nocilla niet vergeten zou worden want Nocilla was de lekkerste chocopasta van het universum, zoveel lekkerder dan welke chocopasta dan ook bij ons in Nederland, zoveel lekkerder ook dan die eeuwige Nutella van ze; decennia later, je had allang zelf kinderen en je vader was er al enkele jaren niet meer, de Albert Heijn bij je om de hoek begon Nocilla te verkopen & je wist dat het een deceptie ging worden maar je kocht, je wist dat het een weinig glans ging afkrabben van je jeugdherinnering maar je kocht, je wist dat je spijt krijgen zou als haren op je hoofd maar je kocht)

Het zijn feitelijk niet zulke dikke boeken. Dream is 195 bladzijden; Experience 210; Lab 181. Dat lees je zo. Dat las ik zo. Fragmentarisch, in korte hoofdstukjes. Daar vlieg je zo doorheen, daar vloog ik zo doorheen. Ook al omdat het zo ongekend fijn is om erin te lezen. De boeken riepen me steeds weer terug, waarheen ik ook ging. Al te ver van de Nocilla-trilogie kon ik nooit zijn. Dream had mijn eerste indrukken van bij het doorbladeren meer dan bevestigd: ik vond het nog beter dan ik al gedacht, vermoed, gehoopt had. En Gode!, Experience was dan weer fracties beter dan Dream. Dit kon toch bijna niet meer? Dit ik, de werkelijkheid, het al: iets moest hier gaan exploderen.

Ik las de boeken niet direct na elkaar. Ik las er andere boeken tussendoor. Boeken als Het oog van de naald; Oneindige zin; Twaalf bytes en De man die alles zag. Zulke boeken. Maar ik las die boeken met een zeker ongeduld. Het waren, hoe mooi of hoe goed ook, hinderlijk obstakels tussen mij en het volgende prachtdeeltje van de Nocilla-trilogie. Maar hindelijke obstakels maken alles alleen maar mojer, dat weet iedereen.

Dus. Dankzij die hinderlijke obstakels duurde het toch nog wel weken zoniet maanden voordat ik Dream en Experience gans en geheel gelezen had en gedurende die weken zoniet maanden kwam me steeds helderder voor ogen te staan wat ik doen moest.

Ik ging dit de hemel in schrijven.

Ik ging dit nu eens lekker ongegeneerd de hemel in schrijven.

Ik ging dit ongeremd huizenhoog de hemel in schrijven.

Ja. Dat was wat ik doen ging.

Zo ongegeneerd en huizenhoog en ongeremd dat ik er meer ruimte voor nodig had en dus.

Dus zou ik het campingtafeltje pakken, de laptop, de trilogie, misschien een goeje kop koffie, en me op de stoep voor mijn huis installeren en daar zou ik dan schrijven en schrijven en schrijven: de Nocilla-trilogie steeds verder de hemel in. Van lieverlee zou het opstijgen, zou het zweven boven het campingtafeltje, steeds verder, steeds hoger, hoog boven de huizen op het laatst. Ik zou opstaan en zwajen naar zijn paarsblauwe hoedanigheid en dag! zeggen, dag Nocilla-trilogie! zeggen en spreid je sterrenstof! zeggen wat kompleet achterlijk is natuurlijk maar zo sentimentalistisch zou ik dan wel durven zijn, die dag, voor mijn huis.

En daarna weer zitten.

Weer gaan zitten, want ik hoor ze al van verre komen. Met hun klossende tred. De lomperds, de sieniesie, de kritikasters, de zuurpruimen. Met hun muilen en hun koppen en hun haar. O ik weet precies wat ze gaan zeggen. En ik wil zitten, en genoeg tegenargumenten bedenken. Want ik weet wel wat ze gaan zeggen. Ik weet het precies.

Iets met postmodernisme, zeker? Iets van alle registers open en misschien wel een register teveel? Iets met hipsters, en de (te) vele verwijzingen naar (hippe) muziek en film en kunst? Iets met neppe straatwijsheid enerzijds en pretentieuze halfbakken filosofie anderzijds? Iets met dat iedereen dit kan schrijven, dat er geen kunst aan is, iets dat zich in beschrenking pas de meister tsijkt, zoiets? Iets met “de jaren negentig zijn al voorbij hoor”, dat?

Ja. Dat. Zoiets zou het denk ik wel zijn ja. En wat zou ik zeggen als ze kwamen met hun klostred en hun koppen en hun haar en hun muilen opendeden en het inderdaad iets als dit was wat er dan uitkwam. Wat zou ik zeggen?

Ik zou ze in schijn alle gelijk van de wereld gaan geven. Ja, zou ik zeggen, dit boek was in de jaren negentig als een vis in het water geweest en ja, inderdaad, ook in dat 2006 waarin de boeken oorspronkelijk begonnen te verschijnen waren de jaren negentig alweer een tijdje voorbij. Mijn eerste, mijn allereerste associatie met de Nocilla-trilogie was tik-tak van Mallo’s landgenoot Suso de Toro. Uitgekomen in Spanje in 1994; in de Nederlandse vertaling in 1996 en door mij in 1999 of anders iets vroeger misschien uit een ramsjbak gevist van één of andere boekhandel in het sentrum van Utrecht.

tik-tak gooide me volledig overhoop. Ik was al eind twintig toen en ik wist best dat er buiten de canon ook nog literatuur bestond. Maar zelfs de experimentelere romans die ik in die dagen las, leken toch nog wel een paar regels in stand te houden waar het vorm, eenheid, struktuur betrof. De Toro gooide álles overboord. Alles dat ik geleerd had toen ik als tiener in de schoelje varen moest en literatuuronderwijs kreeg van leraren Nederlands die niet de indruk wekten zelf bijzonder belezen te zijn; alles dat ook gedurende mijn opleiding nog heilig verklaard werd. “Je kunt nooit”, “je mag nooit”, “je zal nooit”; De Toro lapte die nooit es ferm aan zijn laars. Hij voerde zijn fragmentarisme zo ver door dat er geen hoofdpersoon meer was, geen plot, geen lijn, geen -ha!- rode draad en zelfs geen vaste vorm: proza, poëzie, dialoog, beschouwelijke artikelen uit niet-bestaande handboeken, handgeschreven bladzijden – het kon allemaal bij De Toro. In een stijl die ging van banaal naar pseudo-wetenschappelijk, van grappig naar flauw, van schokkend naar bizar, van absurd naar alledaags. Dus dit was ook mogelijk in literatuur? Dit polyfone koor laten opklinken? Dit bombardement van beelden, gedachten, sferen, personen, geluiden? “De toekomst van de roman?” vroeg ik me kortstwijlen af wat aardig debiel is natuurlijk maar de schok van de revelatie had kortsluiting veroorzaakt in mijn brein.

(ik heb het nooit aangedurfd het boek te herlezen. sommige mythes moet je laten bestaan. niet alles is een pot chocopasta immers)

(leeft suso de toro nog schrijft hij nog wordt zijn werk nog wel eens in het nederlands vertaald? zulke dingen zijn gemakkelijk na te gaan deze dagen met al die sites en hoe heet dat allemaal maar ik ga die dingen niet na want sommige mythes moet je laten bestaan. niet alles is een post chocopasta immers)

Nu weet ik dat De Toro dit procedé niet heeft uitgevonden. Dat tik-tak niet de eerste hoofdpersoon-, plot- en/of struktuurloze roman was. Dat er anderen voor hem waren die met deze middelen (of misschien juist dit gebrek aan middelen) andere, betere boeken hebben geschreven. Maar mijn literair ontwaken kwam tamelijk laat. Al te lang liep ik aan de leiband van schoolse literatuurlijsten. Al te lang zag ik nauwelijks overheen wat er in de boekenkast van mijn vader stond. Al te lang vond ik mijn weg niet uit het weg van de geijkte namen en de geijkte titels. Ik vermoedde dat literatuur geweldig kon zijn, maar het duurde lang voor de ervaring mijn vermoedens gelijk kon geven. Dus was het al zo laat als eind jaren negentig toen een figuur als Suso de Toro me liet zien dat men alle traditionele romaneske elementen buiten de deur kon houden om alsnog een roman over te houden. Dat ik eindelijk iets had om met een allerlaatste haal die hogergenoemde leiband finaal door te snijden. Dat ik eindelijk, eindelijk, eindelijk de literatuurlessen definitief de rug toe kon keren.

Ook dat nu ruim twintig jaar geleden. Maar de schok is wel zo groot geweest dat Suso de Toro onmiddellijk in mijn brein omhoog kwam toen ik de Nocilla-trilogie las. Het is heel goed mogelijk dat Mallo De Toro nooit gelezen heeft hoor, maar ik las Dream en Experience toch wel een beetje als een soort tot het maximum opgevoerde tik-tak. Alleen slecht Mallo nog een laatste muur: die tussen fictie en non-fictie. De Toro deed nog aan pseudo-citaten en verzonnen handboeken. Mallo leent vrolijk, en niet gering, uit reëel bestaande tijdschriften en boeken.

Bijvoorbeeld het boek van een vent die Pablo Gil heet. Een boek getiteld El pop después del fin del pop – en ook daar weer het “post”; het “erna”: pop na het einde van pop (& romans na het einde van de roman?). Gil ziet de (muziek)wereld duidelijk óók doorheen een postmoderne bril. De door Mallo gekozen fragmenten bevatten interviews met Eddie Vedder, DJ Shadow, Björk, Bobby Gillespie, PJ Harvey, Thom Yorke, David Gedge, Beck en Steve Albini; artisten die, niet toevallig me peinst, hun ontstaan dan wel hun gloriejaren beleefden in diezelfde negentiger jaren (die zo vriendelijk waren voor een beetje weirdness; waar, helaas, in het 2022 van ons, kop neer en in de pas lopen tot norm verheven is) (nicht wahr, panne(n)koek?) (want als je je mondkap niet precies zó draagt Zoals Het Hoort ben je dom) (ik kom nog uit de jaren dat je dom heette te zijn als je de dingen precies deed Zoals Ze Hoorden) (en tegen wie de aandrang voelt om naar voren te brengen dat Albini geen artist is maar een producer zou ik willen zeggen het oor eens te luisteren te leggen bij Shellac, Rapeman, of liever nog Big Black). Artisten ook die duidelijk hun speelruimte kozen in een “post”, een “erna” of een “voorbij”: voorbij de rock, voorbij de punk, voorbij de dance, voorbij de noise, voorbij de hardcore, voorbij de folk, of, in het geval van Josh Davis voorbij muziek spelen überhaupt (het eerste album geheel opgebouwd uit samples, ik moet dar hier eigenlijk niet meer zeggen. een manier van werken waar Mallo zich zeker in zal herkennen. en dan nog de manier waarop Davis het einde almeteens aan het begin zette: Endtroducing; een introductie die direkt een einde afkondigde).

(laten we de diskussie of Davis werkelijk de uitvinder was van de “auteurloze” mjoeziek voor een andere keer bewaren, en termen als plagiarisme of plunderphonics of namen als John Oswald, Ground Zero of The Tape-beatles even buiten deze bespreking houden)

(bespreking? dit is helemaal geen bespreking man)

(en nee ik draag mijn mondkap ook niet Zoals Het Hoort)

(sterke grappen? welke sterke grappen dan?)

Maar tot zover de schijn van gelijk die ik de klossers ging geven. Mallo moet het erg naar zijn zin gehad hebben in de jaren negentig (wie niet? het waren de zestiger jaren voor de mensen van mijn generatie) maar de Nocilla-trilogie is niet voor één gat te vangen, zelfs geen decenniumgroot gat.

In Dream las ik:

“Er bestaat geen ruimte als er geen licht bestaat. Het is niet mogelijk over de wereld te denken zonder aan het licht te denken [dat zei Heraclitus, dat zei Einstein, dat zei het A-Team in aflevering 237, dat zeiden zovelen]. En toch is alles in elk lichaam duisternis, zones van het Universum waar het licht nooit zal komen en mocht dat wel zo zijn dan is dat omdat het ziek is of in ontbinding verkeert. Het is een angstwekkende gedachte dat je bestaat omdat in jou die dood bestaat, die eeuwigdurende nacht. Het is een angstwekkende gedachte dat in een pc meer leven zit dan in jou, dat daarbinnen alles licht is.”

En ik dacht ja.

Ja, dacht ik, dat is het precies. Dat is Dream, dat is Experience, dat is Mallo. Dat is het helemaal. Het gooit Heraclitus en Einstein en het A-Team op één hoop, het paart het verhevene aan het banale, het is grappig, het is flauw, het is poëtisch, het is puberaal, het is goedkoop en het stemt toch tot nadenken. Kan iedereen een Nocilla-trilogie schrijven? Zoiets zou er eigenlijk niet toe moeten doen; ik moet altijd alleen maar heel hard lachen om mensen die kunst die ze niet vreten afserveren met een “dat kan mijn kleine nichtje ook”; het gaat er niet om wie het allemaal óók zou kunnen maar om dat het gedaan is en wat het met je doet (zoveel “virtuoze” kunst raakt mijn kouwe kleren niet – van zo’n melkmeisje, bijvoorbeeld, vind ik niets alleen dat ze een nogal belachelijk hoog voorhoofd heeft) maar toch: ik geef het je te doen om in een paar regels iets te schrijven waar je meteen van alles van kunt vinden maar dat uiteindelijk toch aardig oncategoriseerbaar blijkt.

Zo is de trilogie.

Zo spreekt het, zo zegt het.

Zo spreekt het, zo zegt het, zo praat het over een in Chicago wonende Poolse musicus die muziek maakt met stadsgeluiden; over een pedofiel in China; over een gitaarspelende pompbediende in de woestijn van Albacete; over een micronatie in Denemarken; over ene William die in een breifabriek in Leicester werkt; over een gigantisch gebouw in Rusland dat geheel gewijd is aan mens-erger-je-niet; over een Armeense veehouder die een gebouw van acht etages neer laat zetten dat zowel door mensen als door varkens bewoond wordt; over een vrouw die in een houten auto rijdt; over een kok die de horizon wil bereiden – en over windstreken praat de trilogie, over landschappen, over ideeën, over films, over levens, vele levens.

Ik dacht aan James Frey. Toen ik opgehouden was te denken aan Suso de Toro bedoel ik. Dacht ik aan James Frey. Aan Shaun Prescott. Aan Bernardo Atxaga. Aan Sasja Sokolov. Aan C.C. Krijgelmans. Aan Ivo Michiels. Aan Sybren Polet. Aan Samuel Beckett, op een of andere manier. Maar op een of andere manier denk ik vaak wel op een of andere manier aan Samuel Beckett. Aan Aura Xilonen misschien. Ah, dacht ik, een wereld waarin Aura Xilonen bestaat kan niet volledig slecht zijn.

Het is die veelheid, weetjewel. Het zijn de schrijvers die werken met de veelheid. Die de veelheid tot materiaal verheffen.

En toen.

Toen begon ik aan steden te denken. En aan stedenboeken. Boeken die eerder een stad dan een mens als hoofdpersoon kiezen. Berlijn Alexanderplatz. Petersburg. Manhattan Transfer. Ja, zover gaat dat terug. De ouders van de jaren negentig moesten toen nog geboren worden. Dus wat. Postmodern? Noem het liever posthistoriaal. Voorbij álle geschiedenissen. Denkend aan Manhattan Transfer dacht ik eigenlijk nog veel meer aan USA. Ook een trilogie trouwens. Groter dan een boek. Groter dan een stad. En de Nocilla-trilogie dan nog wel iets groter dan dat zelfs.

Misschien Rolin dan. De uitvinding van de wereld.

Vind opnieuw de wereld uit, en laat een etmaal je niet begrenzen. En gooi het daar maar neer.

Is dit nog wel een roman? (is dit nog wel jazz?)
Is dit konseptuele kunst misschien? (Cildo Meireles, iemand?).
Is dit niet dat misschien, en meer nog?
Is dit niet beter (kunst)filosofisch, politiek, sociologisch of misschien zelfs religieus te duiden?

De politieke ervaring. De sociologische ervaring. De kunstzinnige ervaring. De religieuze ervaring.

Vijfde statie

(dit maal een spoorwegstation)

Net als tijd. Net als tv. Net als een vlecht in je haar.

Weer een gat in mijn hoofd, weer een nacht om te vergeten.

Kat op heet zinken dak in hagelstorm: muziek uit de jukebox in de hoek.

Of is dit gewoon de bruidsschat die de schrijver voor zijn lezers op tafel legt? Lobala vir die lewe. (ha!)

Zegt Fransi Phillips: “De kiemen worden verdeeld in moleculen en de moleculen worden verdeeld in atomen. De kleinste atomen worden verdeeld in golven en dromen. De dromen raken vol kiemen.”

(ah! Fransi Phillips! Een wereld waarin Fransi Phillips bestaat, kan niet volledig slecht zijn)

Het is heel goed mogelijk dat Mallo Phillips nooit gelezen heeft. Het is heel goed mogelijk dat de Nocilla-trilogie zomaar zonder Phillips’ hulp vol golven en dromen kwam te zitten, zodat het kiemen kon.

Zodat het ontspruiten kon.

Zodat het geboorte kon geven aan.

Aan al die vele, vele verhalen. Die moje kleine grote maffe ontroerende harde betoverende verhalen. In ritme. In golven. In herhaling, soms. Stilistische experimenten. Film komt binnen. Muziek komt binnen. De wereld komt binnen. Tot het begint te barsten. Uit zijn voegen.

Dacht ik. Toen ik Dream had gelezen en toen ik Experience had gelezen. De eerste twee delen van de Nocilla-trilogie. Twee uit hun voegen barstende delen. Van alles, zoveel meer dan er in een roman zou passen. Dacht je.

Experience eindigt met een bitterzoet epiloogje dat uitloopt op een al-te-toevallig cloutje, en ik dacht: na dit. Na dit alles. Na deze twee delen die anti-roman zijn of post-roman zijn of meta-roman zijn, na dit alles je lezers het bijna-laatste deel uitsmijten met een pastichering van de klassieke roman (kompleet met een verloren dochter, een tragische ziekte, Robert Palmer en kaffees) maar dan in pilvorm. De doodsteek. De toesjee. De zegedans. Het ererondje. En ik zag het barsten. In al zijn voegen. Ik zag de scheuren ontstaan.

Er zit een scheur in alles. Dat is hoe het licht binnenkomt.

Licht, ruimte, Heraclitus, A-Team. Die vier samen noem je de werkelijkheid. Dat is hem. De vierde wand, verdorie. De muur die De Toro nog overeind had laten staan, de scheiding tussen fictie en non-fictie? Hoe Mallo de jonckheeriaanse kooi breekt? Het verschil tussen het “binnen” van het boek en het “buiten” van wat bij gebrek aan een beter woord de werkelijkheid wordt genoemd, is weg. Door “de roman” en dus zichzelf tot onderwerp te maken; door de echte kwoots uit echte boeken en echte tijdschriften; door Einstein, Italo Calvino, Julio Cortázar en Henry Darger als verhaalfiguren op te voeren; door af te komen met een lijst van natuurkundige constanten (massa van de zon, snelheid van het licht, constante van Planck, gravitatieconstante, &c.) (geen idee of ze kloppen, al ziet het er overtuigend genoeg uit, ik ben geen natuurkundige) (zegt Wolfgang Pauli: “Natuurkunde is veel te moeilijk voor mij. Ik wou dat ik een filmkomiek was.”). Zo zijn er wel meer pagina’s die me de werkelijkheid van fictie en de fictionaliteit van de werkelijkheid doen bevragen.

Vind de werkelijkheid opnieuw uit. Doe de wereld cadeau. Owja. Mallo neemt de wereld als readymade. Zo zout hadden we het bij Duchamp nog niet gevreten.

Zegt iemand: “de eerste ‘readymade’ […] [:] [d]e materialiteit van het dagelijks leven drong nu […] het verheven terrein van de kunsten binnen.” (zegt Reinhard Jirgl: “enganeng im brutwarmem Brech von Omnibussen Straßenbahnen: & mit solch Karon’s Kähnen !ab ins zauberlose Diesseits ARBEITSTAG.”) (bij den achturigen arbeidsdag zal het peil van de menschheid verhoogt worden ten algemeenen nutte)

De jonckheeriaanse kooi is niet meer. Nocilla is het binnen en het buiten. (Nocilla is chocopasta). Gaat van Al naar Meer. Wat mooi. Wat ongekend ontzettend fabelachtig mooi.

Is wat ik dacht toen ik de Nocilla-trilogie voor tweederde gelezen had.

Ik las de delen niet direkt na elkaar. Ik las er andere boeken tussendoor. Boeken als Het oog van de naald, Oneindige zin, Twaalf bytes en De man die alles zag. Zulke boeken. Maar ik las die boeken met een zeker ongeduld. Het waren, hoe mooi of hoe goed ook, hinderlijke obstakels tussen mij en het volgende prachtdeeltje van de Nocilla-trilogie. Maar hinderlijke obstakels maken alles alleen maar mojer. Dat weet iedereen.

Ik wist wat ik ging doen. Als ik fietste. Naar het dorp. Of naar vroeger, waar het beter is. Als ik naar mijn werk fietste. Wist ik het. Wat ik doen ging. De Nocilla-trilogie kerkenhoog de hemel in schrijven. Ik schreef de bespreking al vele malen in mijn hoofd. Het was in kannen, het was in kruiken, een gedane zaak, een gelopen race, een geschreven bespreking. Ik moest alleen nog even wat hinderlijke obstakels lezen en dan Lab lezen. Dat ongetwijfeld weer een graadje bloedmojer ging zijn dan Experience. Kon je van op aan. Want Dream was mojer geweest dan de eerste doorbladering van de hele trilogie me al had doen vermoeden, en Experience was weer dat hele kleine beetje mojer geweest dan Dream. Dus pure logika. Lab ging niet anders kunnen dan de opgaande lijn voortzetten.

En dat doet het ook. In eerste instantie.

De eerste 77 pagina’s van Lab zijn geniaal. Een vrouw en een man zijn op een eiland ten zuiden van Sardinië om er te werken aan één of ander -nogal vaag- kunstproject. Hoewel de man schrijver is (hij heet Agustín Mallo en heeft een Nocilla-trilogie geschreven!) is het Project niet gehouden aan proza of zelfs niet aan een boek (alles is kooi). Nee. Het Project moet groter. Groter dan boek (groter dan kooi); ongeveer zo groot als het Leven Zelve. Echt aan het Project werken doen ze niet; erover praten eigenlijk al niet. Ze lopen alleen maar rond met een gitaarkoffer waarin ze alles verzamelen dat ze voor het Project zouden kunnen gebruiken. Ze zitten in een bar die lijkt op een andere bar waar ze ooit zaten. Ze hangen rond in de haven. Ze kijken naar de schepen. Ze hangen een hele filosofie op aan Coca Cola (Cildo Mereiles, iemand?)

Dat rare, performatieve kunstprojekt riep bij mij sterk Grabeland van eteam in herinnering; ook zoon boek dat me door zijn volstrekt onvergelijkbare nieuwheid vele bladzijden lang intrigeerde, totdat het, zo ongeveer rond pagina 150 steeds vaker over mijn irritatiegrens heen begon te gaan.

Wel. Er is het verhaal, en er is hoe het verteld wordt.

Die eerste 77 bladzijden. Bloedmooi. Overrompelend. Adembenemend. Die eerste 77 geniale bladzijden. De man, de vrouw, het eiland, de bar, de gitaarkoffer, het Project: het boeit minder dan de stilistische ingrepen die Mallo hier toepast (operaties).

Die 77 bladzijden bestaan uit één lange zin. Gesproken van een oneindige zin, ha! In die zin ontvouwt zich, beginnend in en steeds terugkomend bij die bar op dat eiland ten zuiden van Sardinië (die bar die zo goed lijkt op een andere bar helemaal ergens anders), fragmentarisch en flardmatig, een vertelling die over zoveel meer gaat dan het hier en nu van hun dan en daar. Herinneringen. Ideeën. Filosofieën. Associaties. Zeer hypnotisch, wat nog versterkt wordt door de vele vaak letterlijke herhalingen die er in voor komen. Prachtige maximalistisch-minimalistische schrijfkunst.

Ik dacht aan De Kalkfabriek. Thomas Bernhard, u weet. Die in één van de eerste twee delen trouwens nog gekwoot werd. Wie zich Thomas Bernhard smaken kan, die mag zich mijn vriend noemen.

Ik dacht ook een beetje aan Arthur Sze. Maar ik denk elke dag wel een beetje aan Arthur Sze. Christophe Tarkos. Aan School voor gekken van Sasja Sokolov dacht ik. En De verlossing van Robert Pinget.

En daar heb ik u waar ik u hebben wil: bij weeral een na. Het na van de nouveau roman ja. De Nocilla-trilogie lijkt me nog nouveauer dan de nouveauste roman. Hector-Jan Loreis sprak in 1967 reeds van de nouveau nouveau roman (zegt Hector-Jan Loreis: “De nieuwe nieuwe roman kan nog altijd de mens als middelpunt kiezen, of het nu een tweehonderdjarige voorstelling ervan, een Robbegrilletiaanse robot of een dingmens à la Le Clézio is.”)  (zegt Hector-Jan Loreis: “Joyces rommelkamer van technieken en techniekjes heeft misschien Le Clézio ertoe aangezet slogans, reclame, rekeningen en autobuskaartjes over te schrijven onder de nieuwmoderne naam <<collages>>.”)

(had Le Clézio een Nocilla-trilogie kunnen schrijven?)

(tot 1975 deugt het werk van Le Clézio; daarna mag alles het raam uit)

Ik dacht aan oulipo.
Ik dacht aan een werkplaats voor (on)mogelijke literatuur.
Ik dacht aan potentiële literatuur.
Alle literatuur die mogelijk is.
Het boek waarin alles kan.

Robberechts.

TXT.

Zo dacht ik. Tijdens die eerste 77 briljante bladzijden van Lab.

Dat Mallo de grenzen weer eindsweegsjens verder had weten oprekken. Afgekomen ditmaal met een langere tekst, in experimentele stijl, een duidelijke ik-figuur die herkenbaar is als de schrijver zelve, of in ieder geval een versie van hem, de wereld teruggebracht tot een bar die lijkt op een andere bar helemaal ergens anders, autofictie misschien; & Serge Doubrovsky die misten we nog.

Komt allemaal bovenop. Komt allemaal bovenop de adembenemende pracht die Dream en Experience al waren. Hoe verrotte fantasties kan deze trilogie nog worden? Hoe kan dit met elke bladzijde nog weer mojer worden dan het al was? Zo dacht ik. Tijdens die eerste 77 briljante bladzijden van Lab.

Doch. Maarja. En helaas. Bijwoorden van twijfel. Het ding is, het hele erge ding, is dat Lab niet uit slechts 77 bladzijden bestaat. Nee. Doch. Eilaci eilaci. Het boek gaat daarna nog zoon honderdenéén bladzijden door. Hattie nie moetuh doen.

Een eerste schok. Een schok na een witpagina. De schok na de witpagina, zo had ik deze bespreking misschien getiteld in de tijd dat ik mijn besprekingen nog titelde. De schok na de witpagina is dat Lab in deel 2 (de 77 briljante pagina zijn deel 1) verder gaat met het verhaal uit deel 1. Ja! Echtwaar! Ga zelf lezen! Die man en die vrouw en dat Project in die gitaarkoffer op dat eiland ten zuiden van Sardinië dat gaat daar gewoon allemaal weer verder.

Was dat een schok?

Ja, natuurlijk was dat een schok. De wereld was ons aangeboden. Ons lezers. De hele wereld & alle mensen & iedereen & overal was wat we kregen. De polyfonie. De bonte stoet. De oneindige parade. Dat koor met al die miljoenen stemmen. De dingen. Het Al. Overal. Film, filosofie, wetenschap, muziek, sentimentalisme, een schor en rauw geluid, flauwiteiten, absurdisme, surrealisme, de woestijn, de ware staat van alle dingen, een zacht geluister, minimalisme, maximalisme, nonsens, pastiches, pilroman, moderne sprookjes, bizarre feitjes, borrelpraat, nachttelevisie, de punt van een naald en de oneindige ruimte. Is wat we hadden. Of laat ik voor mezelf spreken: had ik. De allergrootste kracht van Dream en Experience was geweest dat ik nooit wist wat er om de volgende hoek lag, welk geluid er uit welke keel zou opklinken en hoe dat dan klinken zou. Dat maakte die eerste twee delen van de trilogie zo mooi, zo spannend, zo opwindend, zo verslavend. En dan ging nu dat laatste deel, dat zo ongekend bloedmooi begonnen was, me afschepen met zoon afgesleten ikvertellertje heel het boek lang? Zoon afgesleten autofictietje heel het boek lang? Zoon afgesleten eilandje heel het boek lang? Alles steeds hetzelfde HEEL HET BOEK LANG??? EN JIJ DURFT VRAGEN OF DAT EEN SCHOK WAS???

Goed. De mens is veerkrachtig. Weg polyfonie, weg uniciteit, weg wereld, hallo bar, hallo eiland, hallo dertien-in-een-dozijnsvertellinkje. Okay. Okay. I can adapt. Zou Laurie Anderson zeggen. Goed. Dus die Agustín Mallo-achtige met zijn vriendin op een eiland voor een of ander Project waar ze eigenlijk niet zoveel aan doen. Goed, dan doe ik het daar wel mee. Ik doe het ermee dat ze niet zoveel doen. Maar wat doen ze dan wel?

Ze rijden.

Ze rijden maar zoon beetje.

O mijn god. Een rootnofful? Wordt dit nu een rootnofful. Speel je met mijn kloten of wat? Een rootnofful dan nog. En gij meent dat. Ik kocht citroenen in de winkel, ik deed ze één voor één in een bruin papieren zakje maar toen ik thuis kwam bleken er alleen nog maar knollen in te zien.

Knollen.

Een rootnofful.

Goed. De mens is veerkrachtig. We kunnen veel overleven. Er zijn ergere dingen dan een rootnoffel. Oorlog, of een terminale ziekte, of Hugo de Jonge bijvoorbeeld. Goed dan maar weer. Dan doe ik het wel met een rootnofful. Lezen dus maar weer. En rijden dus maar weer. Dat steeds onderweg zijn is misschien een andere manier van wereld geven. Wat op de vierkante sentimeter ontdekt kan worden…, komaan, wie helpt me een geografische variant van de wet van Haeckel te verzinnen?

Ik kon me ook hier wel overheen zetten, denkend aan.Denkend aan onderweg zijn, vroeger, in de auto, met mijn vader, we zongen half schertsend half bloedserieus On the road again van Canned Heat, één van de favoriete bands van mijn vader, ik kon beter de hoge noot van het orzjieneel halen dan hij maar ik was ook jonger toen. Zo kan ik overleven, Denkend aan. Onderweg zijn, onderweg zijn is goed. Altijd verder is goed. Altijd rijden is goed. De ware kloterij begint vaak dan, wanneer de wielen tot stilstand komen.

En de wielen komen tot stilstand, zul je altijd zien. De wielen komen tot stilstand bij een tot agroturismo omgebouwde staatsgevangenis. En die Agustín Mallo-achtige en zijn vriendin, o jezus, ze stappen uit.

Sjeesis?

Ja. Want alles waar deze allernouveauste roman allertijden in al zijn postmoderniteit komaf mee had gemaakt wordt allemaal één voor één langs de achterdeur weer naar binnen gehaald. Ja, daarom was ik het toch niet aan het lezen! Daar, in die tot agroturismo omgebouwde staatsgevangenis ontwikkelt zich in Lab plots een plot.

Een plot zo infantiel dan nog, dat ik hem niet eens durf na te vertellen. Hou het erop dat het een gegeven is waarvan M. Night Shyamalan en Stephen King waren gaan watertanden. Moest Lab een film zijn geweest – u had de lege whiskyfles doorheen de televisie gesmeten. Voor waar. Ik zeg u.

Ik werkelijkheid was het koud. In werkelijkheid rilde ik. In werkelijkheid besloeg mijn bril door mijn gevriesdroogde adem.

Op een muurtje zat ik. Het was woensdag.

Het was woensdag en ik zat in de kou op een muurtje en ik dacht ik wil warmte ik wil whisky ik wil schrijven en Aziza Brahim drajen op een akseptabel volume.

Maar er was geen whisky, geen Aziza Brahim en geen warmte, er was muurtje en kou. Begin desember. Om kwart voor negen breng ik, op de fiets, mijn zoon, mijn moje lieve fantastische achtjarige zoon naar zijn kindercoach. Ja, laat maar. Aan onderwijzend personeel deugt niets. Ray Loriga sprak recht en niet krom toen hij zei dat er iets goed mis is met je als je zo megalomaan bent om te denken dat je anderen zóveel kan bijbrengen dat je alle dagen voor een groep kinderen moet gaan staan om ze te vertellen hoe ze moeten schrijven, lezen, denken, luisteren, rekenen en tegen de wereld aan kijken (afschaffing van de leerplicht, dat was eigenlijk nog wel een goed idee van die zwakbegaafde Belg die vond dat het paard van Sinterklaas maar Denker des Vaderlands moest worden) (ja, als je enige bezwaren tegen een vaccinatieplicht naar voren brengt, vind je meteen dan álle plichten moeten worden afgeschaft, ja dat is goed gedacht Belg die net zo goed voor België als voor Beatrix kon vechten). Het enige waar onderwijzend personeel goed in is, is gedrag waarmee ze niet uit de voeten kunnen, problematiseren. Dan roepen dan zeggen dan vinden dat er Iets Moet Gebeuren. Als ik een alleenstaande vader was geweest dan had ik dat onderwijzend personeel allebei mijn middelvingers laten zien. Maar ik ben geen alleenstaande vader. En dus zitten we, mijn moje lieve, wijze, licht-anarchistische zoon en ik op woensdagochtend op de fiets op weg naar iemand met een stompzinnig beroep omdat hij bij haar misschien kan leren op welke momenten het beter is deemoedig het hoofd te laten hangen. Ik troost me met de gedachte dat hij er graag heen gaat, en dat het vandaag in ieder geval een halve ochtend vrij van school betekent voor hem. Binnen zit hij, in de warmte, bij iemand met een stompzinnig beroep, en buiten zit ik, in de kou op een muurtje. Daar was ik, precies daar, toen ik Lab van geniaal naar redelijk naar belachelijk zag gaan. Ik rilde, inmiddels niet meer louter van de kou. Als het niet zo stom zou staan, zou ik gehuild hebben. Angelique huilde toen ze de opvolger van De verborgen geschiedenis aan het lezen was. Was dat De kleine vriend? Ik ben geen kenner van het oeuvre. Het leek me toen, in de tijd dat ik Angelique nog vaak zag, en dat we van kaffee naar kaffee gingen, om te eindigen op restaurant, en praatten, en zaten, en dronken, en aten, en praatten, toen, toen ik haar nog zag, omdat de Angelique van toen beter was dan de Angelique van nu, toen, toen al, leek het me zo tejatraal: die tranen van teleurstelling. Iemand schrijft een boek dat je helemaal geweldig vindt en daarna een boek dat je helemaal niks vindt. Ja sorry Angelique zo gaat dat met schrijvers en bands en mensen en het leven. Everyone will let you down in the end. Zong al Boduf Songs. Een mooi liedje is dat. Een heel mooi liedje. Ik zing het soms als slaapliedje voor mijn kinderen, het is goed om met goede gedachten in het hoofd in slaap te vallen. Iets is een tijdje goed, en daarna niet meer. Zo gaat dat met dingen, met liefde, met kunst en met literatuur. Ik vond de Angelique van vroeger veel beter dan de Angelique van nu. Suukses korrumpeert. Korrumpeerde jou, korrumpeerde die Tart of hoe heet dat mens. Droog nu je tranen en leg dat stomme boek weg. Is wat ik denken kon. Maar daar, woensdagmiddag in de kou op een muurtje, snapte ik die tranen die ik altijd voor aanstelleritus had gehouden.

Ik vind de Angelique van vroeger beter dan de Angelique van nu.

Ik vond 1 en 2 een betere trilogie dan 3.

Later.

Later is lunch. Lunch is altijd later. Wat zeggen wil dat lunch altijd later is dan muurtje. Muurtje komt eerst, dan komt lunch. Tussendoor bracht ik mijn zoon, mijn prachtige achtjarige zoon, naar school. En ik maakte schoon, deed boodschappen, staarde uit het raam, zat te zitten, dacht na, las. De laatste, nu echt allerlaatste bladzijden van de Nocilla-trilogie. Iets dat nog na de grote teleurstelling komt (ik, dokter Nobel Prijs, TELEURGESTELD???). Paar bladzijden van iets dat de indruk wil wekken kladmatig te zijn, aantekeningen, typsels. En een strip waar Enrique Vila-Matas nog in voorkomt. Goed. Kan. Er werd al over strips gesproken, elders. Dus waarom niet. Misschien omdat ik vind dat Xavier Domingo dat sterker deed, een stripje opnemen in de tekst. Maar dat er anderen waren die eerder, dat er anderen waren die sterker. Is geen reden om het niet te doen. Dus kan. Het boek waarin alles kan.

Maar nu is het boek dan echt uit. Alle drie de delen. De hele Nocilla-trilogie is gelezen.

Het boek is gelezen, de lunch is gegeten.

En ik denk: wat?
En ik denk: Mallo…
En ik denk: kom op!

Tweederde van de trilogie, denk ik. Tweederde is briljant. En van die laatste derde is ruim een derde geniaal. Dus waarom? Waarom zit er ineens venijn in de staart? Het doet denken aan hoe een zichzelf net iets te slim achtende puber een fantastisch schoolproject op het einde wegens inmiddels verbleekte interesse maar even afraffelt. Waarom zo afgeraffeld, Mallo?

Met een pastiesjering van traditionele roman- en/of filmscenario’s kon ik dat al te zoetsappige epiloogje van Experience voor mijzelf nog wel rechtlullen maar dat lukt me geen twede keer.

Is dit de ultiemste “dood van de roman”? Zo ultiem dat we ook haar wedergeboorte ter plaatse mogen meemaken? Alles kan weer, de roman is immers dood, leve de roman!. Alles is weer nieuw, we hebben nog niks gezien, toen ik geboren werd voor de zevende keer dacht ik: nu gaat alles weer van vorenafaan loos. Er bestaat nog geen kliesjee als iets net nieuw is, dus hee: elke aap mag nog uit elke mouw, elk konijn uit elke hoge hoed, elke deus ex elke machina. Geef weer ruimbaan aan de al te toevallige toevalligheid, want hij mag weer. Alles is weer nieuw. Alles weder open.

Is dit postmodernisme getest op zijn uiterste limieten? Zegt Foucault: “Kunst [is] in onze samenleving iets geworden dat met voorwerpen te maken heeft en niet met mensen of met het leven. Kunst is een specialiteit van een paar experts die men kunstenaars noemt. Maar waarom zou niet iedereen een kunstwerk van zijn leven kunnen maken? Waarom is die lamp, dit huis wel een kunstwerk en mijn leven niet?”. Is dat het, wat hier gebeurt? Het (autofictionele) leven van Agustín Fernández Mallo voor onze ogen tot kunstwerk verheffen?

Is dit een Max Frisch-achtig gedachte-experiment over de (on)bestendigheid van identiteit? Heel je leven dacht je dat je X was, maar misschien was de buurman wel X en jij al die tijd Y. Een mens kan zich vrij gemakkelijk een nieuwe identiteit aanmeten. Een identiteit kan vrij gemakkelijk onder druk komen te staan. Een identiteit is niets.  Het “ik” is lang niet zo zeker als we doorgaans denken. Stel: je loopt op straat, je passeert een huis, je kijkt door het raam naar binnen, je denkt Hoe zou het zijn om daar te wonen, hoe zou het zijn om deel uit te maken van dat gezin, hoe zou het zijn om die vent te zijn, zou het mojer zijn, zou het beter zijn, zou het fijner zijn – kun je daarin verdwijnen? Kun je jezelf wegdenken? Kun je zodanig redeneren dat de enige overgebleven konklusie is dat je “eigenlijk” niet bestaat?

Is dit alleenspraak tot op het bot? Zo alleengesproken dat de alleenspreker zichzelf ophoest? Alsof Mallo er was (presente, presente) toen Charles Cros -ha!- de monoloog uitvond (komt allen, komt allen, wees erbij als het doek van de kooi getrokken wordt!) (en toen de hydropathen, en toen drinken, en toen het zutisme, en toen Rimbaud die gezeid haadt Ik is een ander, zei hij, zei Rimbaud, vlak voor hij naar Afrika ging om er in koffie en in wapens te handelen zei hij dat) (want identiteit is niets) (identiteit is maar een bedenksel) (identiteit is het product van een reeks al te toevallige toevalligheden).

En -HAH!- daar schreeuw ik die laatste twee haakjes weg: is dit misschien Mallo’s lofdicht op het toeval? Het toeval dat niet alleen maar gelukkig of ongelukkig is maar de motor en vormgever van het Al. Het toeval dat de gesel is van het leven, van elk leven: want oh! hoe anders waart het gesteld geweest met u en met mij en met ons allemaal als we tien minuten eerder van huis gegaan waren die dag of als onze zus in Groningen was blijven wonen of als we toen onze jas niet vergeten waren in dat kaffee dat een beetje leek op een ander kaffee. Zonder dat toeval waren wij een ander mens geweest, of niet?

Denk ik: daar heeft Mallo me.

Omdat ik Dream en Experience zo geweldig vond, ga ik, verwoed, de banaliteit waar het in Lab uiteindelijk allemaal op uitdraait tot hoger honing proberen te slaan. Maar ineens zie ik in die banaliteit Mallo’s krachtige middelvinger: Hahaha! het was de hele tijd al bijeengezwetste flauwekul, sukkel! Omdat het in niets leek op de traditionele roman daacht ge dat ik een genie was maar ik is maar een zeveraar.

Ik is een ander.

Ik weet het.

Ik weet het niet.

Het boek is gelezen, de lunch is gegeten.

En er speelt een cd. Kelan Philip Cohran & The Hypnotic Brass Ensemble.

Ik dronk me een motorolie bij de lunch. Had ik niet moeten doen. Nu ben ik weemoedig. Nu mis ik de Nocilla-trilogie. Nu mis ik alles. Nu mis ik iedereen. Nu zit ik stilletjes te prevelen, tot de vader, tot mijn vader: “Moje muziek he pappa? Is Kelan Philip Cohran & The Hypnotic Brass Ensemble. Had ik je zielsgraag nog een keer laten horen. Lijkt een beetje op die muziek van toen, he pappa, die muziek in Sevilla. De processie. Muziek voor de heilige week. Ik was nog een beetje te jong om het allemaal te snappen pappa, maar ik zag wel dat jij het mooi vond. En ik las een boek dat ik mooi vond, en toen heel mooi, en toen ineens niet meer zo mooi. Hoe gaan die dingen en hoe is het daar, waar je nu ook bent?”

Het boek is gelezen de lunch is gegeten de motorolie gedronken de processie gelopen het leven geleefd en de cd afgelopen. Het boek aller boeken is uit en nu hoef ik nooit meer een boek te lezen.

Ik ga nooit meer een boek lezen. Denk ik. Mompel ik. Zeg ik. Al weet ik ook heus wel dat ik vanavond alweer in een ander boek ga beginnen.

Dus zeg ik lees.

Tegen mezelf maar ook tegen u. Lees.

Lees dit boek. Lees deze Nocilla-trilogie en lees het helemaal. Maar lees het niet op volgorde. Laat u niet op halfhartige wijs een geniaal boek uit smijten. Lees eerst Lab. Lees dan Dream. Eindig met Experience. Want na het lab komen de dromen en na de dromen komt de ervaring. Zo zullen we zijn. Tot de dood. Zou Heidegger zeggen.

Bijpassende boeken en informatie

Christine Van den Hove – Het huwelijk

Christine Van den Hove Het huwelijk recensie en informatie over de inhoud van de Vlaamse ontwikkelingsroman. Op 19 januari 2022 verschijnt bij uitgeverij Wereldbibliotheek de nieuwe roman van de Belgische schrijfster Christine Van den Hove.

Christine Van den Hove Het huwelijk recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van de roman Het huwelijk. Het boek is geschreven door Christine Van den Hove. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de tweede roman van de Belgische schrijfster Christine Van den Hove.

Christine Van den Hove Het huwelijk Recensie

Het huwelijk

  • Schrijfster: Christine Van den Hove (België)
  • Soort boek: Vlaamse roman
  • Uitgever: Wereldbibliotheek
  • Verschijnt: 19 januari 2022
  • Omvang: 125 pagina’s
  • Prijs; € 15 – € 20
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)

Recensie en waardering van de roman

  • Christine Van den Hove kun je gerust een laatbloeier noemen. In 2019 debuteerde de Vlaamse schrijfster die is geboren in 1957 met Colombe, nu gevolgd door haar tweede roman Het huwelijk. In deze korte roman volgen we de lotgevallen van Gaspard en Justine die aan het eind van de jaren twintig trouwen. Justine is wars van lichamelijkheid. Desondanks komen er kinderen. Justine lijkt gebukt te gaan onder wat we nu manisch-depressiviteit noemen gebukt te gaan, alhoewel dit nergens wordt benoemd. In korte en indringende hoofdstukken beschrijft Christine Van den Hove vanuit het perspectief van de hoofdpersonen de moeizame verhoudingen. Langzamerhand ook uitgebreid met het perspectief van de kinderen en geliefde van Gaspard. Het huwelijk is een schrijnend verslag van een benauwend leven waaraan door de hoofdpersonen niet valt te ontkomen en die door de minimalistische opzet en stijl des te indringender wordt. (Allesoverboekenenschrijvers.nl, ∗∗∗∗∗)

Flaptekst van de tweede roman van Christine Van den Hove

Eind jaren twintig: Gaspard en Justine treden in het huwelijk in Appelterre-Eichem, een dorp in Oost-Vlaanderen. Hij heeft een goede baan bij de Belgische spoorwegen, zij is onderwijzeres. Maar Justine blijkt een afkeer te hebben van de lichamelijke liefde en krijgt na de geboorte van haar twee kinderen, waarvan de tweede kort na geboorte sterft, te kampen met depressies.

Gaspard leert leven met de afwisselend neerslachtige en opgewekte buien van zijn vrouw en hij vindt troost in het zien opgroeien van hun dochter, Adèle. In de woelige oorlogsjaren ontmoet hij een weduwe die hem de warmte en de genegenheid biedt waar hij zo naar hunkert. Maar tot een scheiding met Justine komt het niet, ook niet nadat zij de relatie heeft ontdekt. In deze korte, keel-dichtsnoerende roman vertelt Christine Van den Hove over twee mensen die elkaar vreemd zijn en ondanks alles toch samenblijven. Is het enkel door het taboe op echtscheiding? Of is er meer aan de hand?

Bijpassende boeken en informatie

Alicja Gescinska – Apate spreekt

Alicja Gescinska Apate spreekt Recensie en informatie over de inhoud van het nieuwe boek van de Pools-Belgische schrijfster en filosofe. Op 18 januari 2022 verschijnt bij uitgeverij De Bezige Bij de tekst van het toneelstuk Apate spreekt van de Pools-Belgische schrijfster Alicja Gescinska.

Alicja Gescinska Apate spreekt recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op de pagina de recensie en waardering vinden van de toneeltekst Apate spreekt. Het boek is geschreven door Alicja Gescinska. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van het nieuwe boek van de Pools-Belgische filosofe en schrijfster Alicja Gescinska.

Alicja Gescinska Apate spreekt Recensie

Apate spreekt

  • Schrijfster: Alicja Gescinska (Polen, België)
  • Soort boek: theatertekst
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 18 januari 2022
  • Omvang: 64 pagina’s
  • Prijs: € 7,50 – € 12,50
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van het nieuwe boek van Alicja Gescinska

De godin van de leugen en de misleiding keert terug op aarde om de mensheid aan te spreken. Apate is het beu om alsmaar beschimpt en verwenst te worden. De leugen zou niet deugen, en wordt zelfs als het grootste kwaad bezien. Zij zou de reden zijn voor corrupte politiek, gebroken liefdes, ontwrichte samenlevingen. Maar is dat werkelijk zo? Hoe zouden onze levens eruitzien zonder de mogelijkheid om elkaar te misleiden? Op scherpe wijze fileert Apate het menselijke onvermogen om de leugen naar waarde te schatten. Nu eens misprijzend, dan weer vol mededogen gaat ze tekeer tegen de mensheid die de waarheid verafgoodt. Ze legt uit waarom onze blinde focus op waarheid, wetenschap en rationaliteit het leven verziekt. Ze schudt ons wakker, schuurt tegen onze gangbare opvattingen en licht toe waarom de leugen van alle deugden de meest onderschatte is. Apate spreekt is een aangrijpende en urgente theatermonoloog over de leugen als deugd.

Bijpassende boeken en informatie

Rebecca Solnit – Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid

Rebecca Solnit Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid recensie en informatie over de inhoud van het boek met autobiografische verhalen. Op 18 januari 2022 verschijnt bij uitgeverij Podium de Nederlandse vertaling van Recollections of My Nonexistence, het autobiografische boek van de Amerikaanse denker en schrijfster Rebecca Solnit.

Rebecca Solnit Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering lezen van Herinneringen aan mijn weerbaarheid. Het boek is geschreven en samengesteld door Rebecca Solnit. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van dit autobiografische boek van de Amerikaanse denker en schrijfster Rebecca Solnit.

Rebecca Solnit Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid Recensie

Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid

  • Schrijfster: Rebecca Solnit (Verenigde Staten)
  • Soort boek: autobiografische verhalen
  • Origineel: Recollections of My Nonexistence (2020)
  • Nederlandse vertaling: Lette Vos
  • Uitgever: Podium
  • Verschijnt: 18 januari 2022
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Prijs: € 25 – € 30
  • Uitgave: gebonden boek / ebook
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Recensie en waardering voor het boek

  • “Verrukkelijk zijn de passages over haar volwassen worden in het San Francisco van de jaren tachtig.” (NRC Handelsblad, ∗∗∗∗∗)

Flaptekst van het autobiografische boek van Rebecca Solnit

Hoe een van de toonaangevende denkers van nu haar stem vond

Rebecca Solnit is uitgegroeid tot een van de invloedrijkste denkers en essayisten van deze tijd. Haar vele essays en artikelen op het gebied van feminisme, kunst, milieu en politiek zijn van grote invloed op ons hedendaags denken. Zo ontstond de term ‘mansplaining’ naar aanleiding van haar essay Mannen leggen me altijd alles uit.

In Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid beschrijft Solnit op prachtige wijze hoe zij zich ontwikkelde tot de schrijver die zij is. In 1981 gaat de dan negentienjarige Rebecca Solnit voor het eerst op zichzelf wonen. Ze huurt een eenkamerappartement in San Francisco, dat voor de komende vijfentwintig jaar haar thuis zal blijven. In die kwart eeuw ontwikkelt Solnit haar denken en schrijverschap. Op aanstekelijke wijze vertelt ze over de stad San Francisco, die haar grote leraar werd, over de boeken, mensen en gemeenschappen die een krachtige rol hebben gespeeld in haar transformatie als persoon en als schrijver. Solnit beschrijft hoe haar eigen ervaringen met intimidatie en geweld tegen haar als vrouw niet op zichzelf staan. Ze maken onderdeel uit van een systeem waarbinnen niet iedereen een stem heeft, niet naar iedereen wordt geluisterd, niet iedereen zichtbaar is.

Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid laat overtuigend en meeslepend zien hoe Solnit haar stem vond en aangespoord werd die te gebruiken.

Bijpassende boeken en informatie

Carl Nixon – The Tally Stick

Carl Nixon The Tally Stick recensie en informatie over de inhoud van deze thriller uit Nieuw-Zeeland. Op 18 januari 2022 verschijnt bij uitgeverij World Editions de nieuwe roman van de Nieuw-Zeelandse schrijver Carl Nixon. Er is nog geen Nederlandse vertaling van de roman verkrijgbaar of aangekondigd.

Carl Nixon The Tally Stick recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van de thriller The Tally Stick. Het boek is geschreven door Carl Nixon. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van dit nieuwe thriller van de Nieuw-Zeelandse schrijver Carl Nixon.

Carl Nixon The Tally Stick Recensie thriller uit Nieuw-Zeeland

The Tally Stick

  • Schrijver: Carl Nixon (Nieuw-Zeeland)
  • Soort boek: Nieuw-Zeelandse roman
  • Taal: Engels
  • Uitgever: World Editions
  • Verschijnt: 17 januari 2022
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Uitgave: paperback 

Flaptekst van de Nieuw-Zeeland thriller

Up on the highway, the only evidence that the Chamberlains had ever been there was two smeared tire tracks in the mud leading into an almost undamaged screen of bushes and trees. No other cars passed that way until after dawn. By that time the tracks had been washed away by the heavy rain. After being in New Zealand for only five days, the English Chamberlain family had vanished into thin air. The date was 4 April 1978. In 2010 the remains of the eldest Chamberlain child are discovered in a remote part of the West Coast, showing he lived for four years after the family disappeared. Found alongside him are his father’s watch and what turns out to be a tally stick, a piece of scored wood marking items of debt. How had he survived and then died? Where is the rest of the family? And what is the meaning of the tally stick?

Carl Nixon is one of New Zealand’s leading authors. His books regularly appear on New Zealand’s bestselling fiction lists and have been listed for international awards, including the Commonwealth Writers’ Prize, Best First Book (South East Asia and Australasia region), and the Dublin International IMPAC Awards. He has adapted for the stage Lloyd Jones’s novel The Book of Fame and J. M. Coetzee’s Disgrace. In 2018 Nixon was awarded the Katherine Mansfield Menton Fellowship in France, where he worked on The Tally Stick.

Bijpassende boeken en informatie

Tessa de Loo – De stad in je hoofd

Tessa de Loo De stad in je hoofd recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Nederlandse roman. Op 18 april 2023 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster Tessa de Loo.

Tessa de Loo De stad in je hoofd recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van de roman De stad in je hoofd. Het boek is geschreven door Tessa de Loo. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster Tessa de Loo.

Tessa de Loo De stad in je hoofd Recensie

De stad in je hoofd

  • Schrijfster: Tessa de Loo (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 18 april 2023
  • Omvang: 256 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Tessa de Loo

Het huis van zijn familie wordt voor de ogen van de achtjarige Twan vernietigd bij een bombardement in de Tweede Wereldoorlog. De omliggende Bovenstad, fraai op een heuvel gelegen met uitzicht op de rivier, stort brandend in. Ineens is hij wees en een tante ontfermt zich over hem. Jaren later ontluikt een liefde tussen hem en een jonge vrouw, en Twan koopt en restaureert een huis in de schilderachtige Benedenstad. Maar de wereld moderniseert en het stadsbestuur besluit de oude huizen daar te vervangen door nieuwbouw. Twan strijdt om het historische stadsdeel te redden voor de dreigende sloop, maar hierbij keert het trauma uit zijn jeugd in volle hevigheid terug.

Bijpassende boeken en informatie

Nelleke Noordervliet – Wij kunnen dit

Nelleke Noordervliet Wij kunnen dit recensie en informatie nieuwe Nederlandse roman. Op 18 januari 2022 verschijnt bij uitgeverij Atlas Contact de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster Nelleke Noordervliet.

Nelleke Noordervliet Wij kunnen dit recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van de roman Wij kunnen dit. Het boek is geschreven door Nelleke Noordervliet. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de nieuwe roman van de Nederlandse schrijfster Nelleke Noordervliet.

Nelleke Noordervliet Wij kunnen dit Recensie

Wij kunnen dit

  • Schrijfster: Nelleke Noordervliet (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse roman
  • Uitgever: Atlas Contact
  • Verschijnt: 18 januari 2022
  • Omvang: 352 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗∗ (zeer goed)

Recensie en waardering van de nieuwe roman

  • De nieuwe roman van Nelleke Noordervliet beschrijft de ontluiking van een relatie tussen een man en een vrouw van middelbare leeftijd. Twee mensen die al een verleden achter zich hebben maar nog voldoende jaren voor de boeg hebben voor een mooie toekomst. Helen is een vrouw die een boekhandel runt die op omvallen staat in Rotterdam, Leo heeft succes gehad als ondernemer en heeft besloten tot een jaar rust om met zichzelf in het reine te komen en te bepalen wat hij voor toekomst. wil. Na een ontmoeting in de boekhandel voelen beiden, zij het omzichtig, dat ze tot elkaar worden aangetrokken, met alle consequenties van dien. Noordervliet vertelt over het spel van aantrekkingskracht, twijfel en zelfs afstoten tussen de geliefden met Rotterdam als decor. Op subtiele wijze neemt ze de tijd om deze liefde van middelbare leeftijd te beschrijven. Ze doet dit met compassie, liefdevol, zonder in vals sentiment te vervallen. Hier en daar had er misschien iets meer dynamiek in de roman mogen zijn, alhoewel haar hoofdpersonen dit soms ook ontberen. Al met al is Wij kunnen dit niet het hoogtepunt in het oeuvre van Nelleke Noordervliet maar heeft de roman meer dan voldoende kwaliteit om met genoegen te lezen te worden. (Allesoverboekenenschrijvers.nl, ∗∗∗∗∗)
  • “In ‘Wij kunnen dit’ geeft Noordervliet een treffende schets van een boekhandelaar die probeert te overleven in tijden van ontlezing. (…) Noordervliets observaties zijn raak.” (Lotte Jensen, de Volkskrant)

Flaptekst van de nieuwe roman van Nelleke Noordervliet

Een nieuwe liefde rond je veertigste? Het is gedoe. Het is riskant. Allebei voorzien van een verleden, behept met gewoonten, gehard door teleurstellingen, en dan opnieuw beginnen alsof het niets is? Helen heeft de boekhandel van haar vader voortgezet en vecht tegen faillissement. Ze worstelt met de terugkeer van haar moeder, die uit haar leven verdween. Leo is een succesvol ondernemer die een sabbatical neemt om oude trauma’s te verwerken en een nieuw doel in zijn leven te vinden. Helen en Leo spreken af blanco te beginnen. Ze hoeven niets van elkaar te weten. Het verleden bestaat niet. Alleen het heden telt. Maar het verleden laat zich niet wegmoffelen. Zowel de liefde als de misverstanden bloeien op. Liefde – kunnen ze het?

Met humor, inzicht en groot gevoel voor detail beschrijft Nelleke Noordervliet de liefdesperikelen van Helen en Leo in deze veelomvattende roman die zich afspeelt tegen de achtergrond van Rotterdam, New York en de coronapandemie als gamechanger.

Bijpassende boeken en informatie

Marieke Damen – Onbreekbaar

Marieke Damen Onbreekbaar recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Nederlandse thriller. Op 17 mei 2022 verschijnt bij uitgeverij HarperCollins de nieuwe thriller van Marieke Damen.

Marieke Damen Onbreekbaar recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op deze pagina de recensie en waardering vinden van de thriller Onbreekbaar. Het boek is geschreven door Marieke Damen. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van de nieuwe thriller van de Nederlandse thrillerschrijfster Marieke Damen.

Marieke Damen Onbreekbaar Recensie

Onbreekbaar

  • Schrijfster: Marieke Damen (Nederland)
  • Soort boek: Nederlandse thriller
  • Uitgever: HarperCollins
  • Verschijnt: 17 mei 2022
  • Omvang: 368 pagina’s
  • Prijs: € 17,50 – € 22,50
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van de nieuwe thriller van Marieke Damen

Alexandra is een succesvolle zakenvrouw, maar in haar relatie met Maarten niet meer gelukkig. Ze besluiten een pauze te nemen om uit te zoeken wat ze nog voor elkaar voelen. Alexandra vertrekt met hun zoontje Max naar hun vakantiehuis aan de rand van de Veluwe. Al snel na aankomst wordt ze ontvoerd; Max blijft alleen in het huis achter.

Demi is een tiener vol toekomstdromen. Totdat ze zwanger raakt. Na een consult bij de abortuskliniek wordt ze klemgereden en in een busje gesleurd.

Alexandra en Demi kennen elkaar niet, maar worden samen gevangengehouden in een kamer die ze de ‘papegaaienkooi’ gaan noemen. Wie houdt hen daar? Waarom? En kunnen ze nog ontsnappen?

Bijpassende boeken en informatie

Wolfram Eilenberger – Het vuur van de vrijheid

Wolfram Eilenberger Het vuur van de vrijheid recensie en informatie over de inhoud van het boek. Op 17 maart 2022 verschijnt bij uitgeverij De Bezige Bij de Nederlandse vertaling van Feuer der Freiheit het boek van Wolfram Eilanberger over Wolfram Eilenberger over de filosofes Hannah Arendt, Simone de Beauvoir, Ayn Rand en Simone Weil.

Wolfram Eilenberger Het vuur van de vrijheid recensie en informatie

Als de redactie het boek leest, kun je op de pagina de recensie en waardering vinden van Het uur van de vrijheid, Hoe vier filosofes een nieuwe wereld ontwierpen 1933-1943. Het boek is geschreven door Wolfram Eilenberger. Daarnaast zijn hier gegevens van de uitgave en bestelmogelijkheden opgenomen. Bovendien kun je op deze pagina informatie lezen over de inhoud van het nieuwe boek van de Wolfram Eilenberger over de filosofes Hannah Arendt, Simone de Beauvoir, Ayn Rand en Simone Weil.

Wolfram Eilenberger Het vuur van de vrijheid Recensie

Het vuur van de vrijheid

De nieuwe wereld van Hannah Arendt, Simone de Beauvoir, Ayn Rand en Simone Weil

  • Schrijver: Wolfram Eilenberger (Duitsland)
  • Soort boek: non-fictie
  • Origineel: Feuer der Freiheit (2020)
  • Nederlandse vertaling:
  • Uitgever: De Bezige Bij
  • Verschijnt: 17 maart 2022
  • Omvang: 400 pagina’s
  • Prijs: € 35 – € 40
  • Uitgave: gebonden boek  / ebook
  • Boek bestellen bij: Boekhandel / Bol

Flaptekst van het nieuwe boek van Wolfram Eilenberger

De jaren 1933 tot 1943 markeren het zwartste hoofdstuk in de moderne Europese geschiedenis. Terwijl de catastrofe nadert, ontwikkelen Hannah Arendt, Simone Weil, Simone de Beauvoir en Ayn Rand hun visionaire ideeën: over de relatie tussen het individu en de samenleving, tussen mannen en vrouwen, seks en gender, vrijheid en totalitarisme.

In Het vuur van de vrijheid volgen we hen van het stalinistische Leningrad naar Hollywood, van Hitlers Berlijn en bezet Parijs naar New York; en vooral naar hun revolutionaire gedachten, die ons heden hebben gevormd. Niet alleen hun denken, maar hun hele bestaan – als vluchtelingen, activisten en verzetsstrijders – getuigt op indrukwekkende wijze van de bevrijdende kracht van ideeën.

Bijpassende boeken en informatie