Categorie archieven: Recensie

Arnaldur Indriðason – Lange schaduwen

Arnaldur Indriðason Lange schaduwen recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe Konráð thriller deel 6 van de IJslandse schrijver. Op 4 februari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Volt de Nederlandse vertaling van Sæluríkið de nieuwe thriller van de uit IJslands afkomstige schrijver Arnaldur Indriðason. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Arnaldur Indriðason Lange schaduwen recensie

  • “Een geweldige plot. […] De beschrijvingen van de samenleving en de omgeving zijn treffend en de personages zijn uitmuntend.” (Juryrapport van de Blóðdropinn, de grootste IJslandse thrillerprijs)
  • “Een internationaal literair fenomeen, en het is gemakkelijk te zien waarom.” (Harlan Coben)
  • “De onbetwiste koning van de IJslandse thriller.” (The Guardian)

Recensie van onze redactie

Er is een klein aantal thrillerschrijvers die nooit teleurstellen en waarvan de blindelings een boek kunt lezen, recensie of juist wat ouder, maakt niet uit, de kwaliteit is gegarandeerd aanwezig.

In Lange schaduwen is de inmiddels gepensioneerde Konráð de hoofdpersoon.  Maar ondanks zijn pensioen kan hij het werken en speuren niet laten, zeker niet als door recente gebeurtenissen een behoorlijk onverkwikkelijke zaak uit zijn verleden weer opdoemt en actueel wordt.

Uiteraard heeft Indriðason ook nu weer een boeiende plot bedacht die boeit van begin tot eind en nergens uit de bocht vliegt en dat doet hij in een mooie en verzorgde stijl. Bovendien geeft hij zijn karakters psychologische diepgang en complexiteit zonder clichématig te zijn en dat is precies wat ook nu weer zijn thriller boven veel werk van veel van zijn collega-schrijvers doet uitstijgen. Gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Arnaldur Indriðason Lange schaduwen

Lange schaduwen

Konráð thriller deel 6

  • Auteur: Arnaldur Indriðason (IJsland)
  • Soort boek: IJslandse thriller
  • Origineel: Sæluríkið (2023)
  • Nederlandse vertaling: Adriaan Faber
  • Uitgever: Uitgeverij Volt
  • Verschijnt: 4 februari 2025
  • Omvang: 288 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook / luisterboek
  • Prijs: € 21,99 / € 7,99 / € 12,99
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe Konráð thriller van Arnaldur Indriðason

Oude zonden werpen lange schaduwen…

Bij een meer in de buurt van Reykjavík wordt een dode man aangetroffen. Wanneer ze erachter komen om wie het gaat blijkt dat de politie jaren geleden contact met hem heeft gehad toen een goede vriend van hem spoorloos was verdwenen, en dat hij vlak daarna naar Noorwegen is geëmigreerd. De gepensioneerde politieman Konráð werkte destijds aan die zaak en raakt geïntrigeerd: waarom was de man nu in IJsland? En heeft zijn dood iets te maken met die oude vermissing?

Tegelijkertijd raakt Konráð verstrikt in zijn eigen verleden als er een onverwachte ontwikkeling is in een van zijn andere oude zaken, die opschudding veroorzaakt binnen de politie. Hoe meer er bekend wordt, hoe meer hij beseft dat oude zonden lange schaduwen werpen.

Lange schaduwen is het meeslepende nieuwe boek van meermaals bekroond bestsellerauteur Arnaldur Indriðason dat los te lezen is van de andere boeken met de gepensioneerde politieman Konráð in de hoofdrol.

Arnaldur Indriðason Razende stormArnaldur Indriðason (IJsland) – Razende storm
IJsland thriller, Konráð  thriller deel 5
Uitgever: Uitgeverij Volt
Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
Verschijnt: 4 oktober 2023

Bijpassende boeken en informatie

Olga Tokarczuk – Huis voor de dag, huis voor de nacht

Olga Tokarczuk Huis voor de dag, huis voor de nacht recensie en informatie van de roman van de Poolse schrijfster en winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur in 2019. Op 4 februari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Geus de heruitgave van de Nederlandse vertaling door Karol Lesman van roman Dom dzienny, dom nocny uit 1998, geschreven door Olga Tokarczuk. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de vertaler en over de uitgave.

Olga Tokarczuk Huis voor de dag, huis voor de nacht recensie van Tim Donker

En stel je voor dat je ligt, met je klikken, met je klakken, met je al, op je rug in de lucht en je kijkt. Je ligt op je rug in de lucht en je kijkt naar het groen van het gras daar benee. Wat zou je zien? Je zou ze allemaal zien you would see them all of ik en ik (te wezen aardig te wezen aardig te wezen aardig) ik en ik ich sehe die alle in einer reihe:

De kleermaker. De accountant. De dienstmaagd. De tolk/vertaler. De andere zus. De andere vrouw. De toerist. De hulp.

De mensen. Het al.

De genese die recapituleert de andere genese.

& waar & in welke lucht zou je liggen?

Je kon kijken. Je kon zien. Elk gras. Altijd. Overal.

Je kon het hier zien. Of daar. Of helemaal elders. Het gras in iemands achtertuin het gras in Veghel het gras in Nowa Ruda.

Wat? U zegt?

U ligt in de lucht boven Nowa Ruda?

Hum.
Ja.
Waarom zou je niet?

& waar elders zou je liggen dan?

Waar nog dan.
Om het gras te zien groejen.
Om de tijd te zien groejen.
Om de mensen te zien groejen.

En dat is wat het boek is wat dit boek is wat de boeken zijn. De stedenboeken. U weet. De boeken die vooral over een plek gaan. Berlijn of. Petersburg of. New York of. Waar speelde Bright shiny morning zich ook alweer af?

In dit hier. Huis voor de dag, huis voor de nacht. Zijn verzameld. De verhalen van een plek. Nowa Ruda. Zei ik al? Nowa Ruda? Ik zou best oud willen worden en doodgaan in. Nowa Ruda. Waarom niet. Nowa Ruda. Zuidwest Polen. De mensen die daar zijn. Of. Naja. De mensen toch volgens dit boek hier. Zijnde. Marta. R.. De ikfiguuur. Zo-en-Zo. De getormenteerde Marek Marek. Of. Iemand die Wadera heet en altijd alle quizzen wint die Radio Nowa Ruda uitzet. Of. Krysia, de vrouw die droomde dat een man van haar hield. Of. Franz Frost, die van een boomstammetje een hoed maakte, een houten hoed om zich te beschermen tegen de kwalijke straling die volgens hem werd uitgezonden door een nieuw ontdekte planeet en toen brak de oorlog uit en Franz Frost werd onder de wapenen geroepen en ingelijfd bij de Wehrmacht en hij kwam om omdat hij weigerde zijn houten hoed te verruilen voor een helm. Of. De grenswacht die op oud en nieuw ongeweten spacecake te eten krijgt die hem gegeven wordt door dronken jongeren en de gedachten van de grenswacht beginnen op hol slaan en zijn taal brokkelt af en hij ziet een wolf die er misschien wel maar misschien ook niet echt is. Of. Wincenty Sum die een zoon krijgt en hem Ego noemt, wat een briljante vondst is van Wincenty, zeg nou zelf, en de zoon groeit op en gaat geschiedenis en klassieke literatuur in Lwów studeren en in de lente van 1943 ziet Ego Sum zich ergens in een steenkoude en onherbergzame streek gedwongen om samen met een aantal anderen het lichaam van een dode kameraad op te eten om niet van de honger om te komen en nog weer later, na de oorlog, wordt hij een wat cynisch ingestelde geschiedenisleraar aan het gymnasium van Nowa Ruda maar hij leest bij Plato dat hij die ooit mensenvlees gegeten heeft een wolf zal worden en begint hij te menen dat hij langzaamaan in een weerwolf verandert waardoor bij mij Ergo Sum ineens het hoofd van Jack Nicholson. Of. Een sekte van messenmakers die geloven dat de ziel een in het lichaam gestoken mes is dat het lichaam dwingt de onophoudelijke pijn die leven heet te ervaren. Of. De wat zonderlinge man die een biografie schrijven wil van de Heilige Ontkommer, een heilige die vermoedelijk nooit echt bestaan heeft maar in de Poolse folklore leeft in velerlei legendes die hun ontstaan vermoedelijk te danken hebben aan lieden die in een Christusbeeld zagen maar het gewaad van Jezus aanzagen voor een jurk en zodus dachten dat het om een aan het kruis genagelde vrouw ging, en in een van alle gemakken verstoken klooster schrijft en schrijft de man aan de biografie van Wilgefortis, Wilga, de Heilige Ontkommer, en zijn haar wordt langer en langer en naarmate hij zich meer en meer vereenzelvigt met zijn onderwerp wordt hij zelf langzaamaan een vrouw.

Zulke verhalen dus.
Zulke verhalen en vele andere.
Doorheen verschillende tijden, of, wel, dat hele Nowa Ruda blijft een beetje tijdloos, alsof het ligt in een enclave waarop de tijd geen vat heeft.

De onderkoelde droney poëzie van Charles Curtis Trio paste er goed bij.

Maar er zijn ook recepten, veel recepten met paddenstoelen, eetbare of oneetbare, dat maakte de ikpersoon niet zoveel uit.

Volledig volmaakte oneetbare paddenstoel (in een uiterst smakelijke bereiding).

Maar ook meer essayisties aandoende stukken over bijvoorbeeld een blinde grotsalamander, of gedachten over pruiken die me deden denken aan Uit hoofde van de hoeden van Günter Kunert. Een prachtig stuk over het sexisme in woorden. Waarom is er geen vrouwelijk equivalent van “manmoedigheid”? Of “grijsaard”? Of “wijze”? Naja. Er is heks, in het Pools wiedźma, komend van wiedzieć, weten. De heks is dus de wetende (en ik dacht aan Baba Jaga legde een ei van Dubravka Ugrešic, een ander prachtboek waarin (volks)verhalen worden verweven met filosofie en feminisme) (en daardoor en daarvia en daarlangs dacht ik aan Bloedboek van Kim de L’Horizon, een ander prachtboek waarin verhalen en essayisme en gedachten en heden en verleden onophoudelijk in en uit elkaar blijven vloeien) (en na enig speuren leerde ik dat het Nederlandse woord heks via hecse en wicce, of omwegen daarlangs, ook wortelt in weten). Het Pools voor adopteren is usynowić, komend van “syn”: zoon, iemand als het ware “inzonen”, maar er bestaat geen “indochteren”; sterker, gans de mensheid is door Gode “ingezoond”: Bóg usynowić czlowieka: God heeft de mens als kind aangenomen, en interessante gedachte, dacht ik, maar ik dacht ook Bóg is dus God? Dan is dat inderdaad naar god verwijzende woordje bog in A Clockwork Orange gewoon gejat uit het Pools en ik die dacht dat Burgess ermee verwees naar een plat Schots woord voor toilet, god als de plee van de wereld, god de wereldplee, zo dacht ik, toen ik, ooit, hoe lang geleden nu alweer, dat boek las?

(zag ik ook de film ooit? ja geloof ik, samen met Peter toen ik een jaar of zestien was) (Peter die later bij de marine ging) (en ik daarna nooit meer zag) (laat staan dat ik ooit nog eens samen met hem op de voorstraat liep, ja midden op de voorstraat, op de weg dus, doodgemoedereerd een frietje etend, en pas na het zoveelste woedende getoeter denkend Misschien moeten we eens op de stoep gaan lopen?)

Zo’n soort boek dus.
Zo’n soort boek dat ook vele andere is.
Doorheen verschillende gedachten gaand, associaties, ideeën, overpeinzingen, herinneringen, flitsen, flarden, fluisteringen.

De druilerige verstilling van Wreckmeister Harmonies paste er goed bij.

De ikpersoon ruimt de zolder op, en denkt moje woorden over, hele moje woorden over het ouder worden van dingen, want ook zonder dat je ze gebruikt worden dingen ouder, ook zonder dat je het gebruikt wordt glas mat, gaat textiel rafelen, papier vergelen, ijzer roesten. Tussen al haar zonder haar tussenkomst verouderde spullen bedenkt zij zich hoe mooi dit proces eigenlijk is: “Ik zag hoe ze versleten, hoe ze in de naden sleets, zachter werden, ouder, van zichzelf, zonder mijn inbreng. En dat was een vorm van schoonheid, het omgekeerde van rijp worden, een schoonheid die vanzelf plaatsvindt, zonder hulp van wie dan ook, en die het meest fotogenieke gezicht van de tijd is.”

Wel.
Zulke gedachten dus.
En de onaardse schoonheid van slow life, zo’n klein en prachtig seedeetje van de anders wat suffige Theo Travis, paste er goed bij.

En alles goed en alles mooi maar helaas der helazen toch weer in datzelfde bedje ziek als altijd – Huis voor de dag, huis voor de nacht is misschien allicht mogelijkerwijs (bijwoorden van twijfel) een klein beetje te dik; het had best een pagina of vijftig, of, laat ik welwillend zijn, dertig slanker mogen zijn. Het boek was al een keer op één van de stapels geraakt, omdat het me begon te vermoeien, vanwege alle gedachten en associaties die het opriep ja maar ook omdat het af en toe een heel klein beetje tegen het saje aanschurkt, en, liggend op één van die stapels dreigde het bedolven te geraken, vergeten, onder weer nieuwe boeken, weer volgende stapels (hoe komen al die boekenstapels toch altijd weer mijn huis in) (wie brengt al die boeken hier toch mijn huis in?) (wie is toch die postbode die soms op vrijdagavond via de achterdeur naar binnen komt met zijn armen vol nagelnieuwe boeken?) (mijn kinderen lijken hem goed te kennen) (mijn kinderen begroeten hem altijd allerhartelijkst), en dan moeten die stapels zelfs zozeer aangroeien dat ik het totale overzicht verlies en op het idee kom om eens wat herschikkingen aan te brengen, en daar, daar kwam Huis voor de dag, huis voor de nacht weer boven water wacht eens even dat vond ik toch wel goed meen ik mij te herinneren?, een weinig voorbij pagina honderd gestombeld, vertelt mij de boekenlegger, en ik lees weer verder, en door, en voort, en weer, niet ver van de achterkaft verwijderd, geraak ik het boek een heel klein beetje moe, een heel klein beetje maar maar niettemin betekent het wel dat ik er steeds korter in lees, een viertal pagina’s hoogstens, dan moet ik iets anders doen, even, al is het maar een paar minuten uit het raam kijken, dus, misschien was vijftig ofzo pagina’s korter beter geweest, niet perse op het eind want sommige van de mooiste stukken zitten op het eind, zoals bijvoorbeeld het allereindigste eind, maar daarover later meer, gewoon, heel het boek doorheen, hier en daar, een pagina of wat eruit gezeefd, het zeefsel inkoken, het ingekookte samendrukken tot het orgelpunt te zetten op het eind.

Misschien wat van die dromen?
Dat deed Kadere misschien beter.
Nee. Niet beter. Konsistenter.
Maar dromen zijn als sex. In boeken dan. In boeken is het beide altijd penibel, en bijna nooit overtuigend.

Of anders gewoon een boek dat je het best met beetjes tegelijk leest.

En toen. Op het eind. Waarin iemand voorstelt de wolken te lezen om er boodschappen over de toekomst uit te halen. Toen raakte het me. Dit boek is niet, misschien wel juist niet als liggen in de lucht en kijken naar het gras. Dit boek is als liggen op je rug in het gras en kijken naar de lucht. De lucht lezen. Heel de oneindige lucht lezen. Traag en volledig en ad infinitum.

Olga Tokarczuk Huis voor de dag, huis voor de nacht

Huis voor de dag, huis voor de nacht

  • Auteur: Olga Tokarczuk (Polen)
  • Soort boek: Poolse roman uit 1998
  • Origineel: Dom dzienny, dom nocny (1998)
  • Nederlandse vertaling: Karol Lesman
  • Uitgever: De Geus
  • Verschijnt: 4 februari 2025
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 20,00 / € 14,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman uit 1998 van de Poolse schrijfster Olga Tokarczuk

Marta is de oude buurvrouw van de vertelster in Huis voor de dag, huis voor de nacht. In haar geheugen leven de verhalen over mensen, plekken en gebeurtenissen in het heuvelachtige gebied aan de Pools-Tsjechische grens, de Nowa Ruda.

Marta is geen prater. Maar Olga Tokarczuk weet uit haar schaarse en eenvoudige woorden een wereld tevoorschijn te toveren die meerdere eeuwen omspant. De vele sprookjesachtige anekdotes, die met elkaar een literair mozaïek vormen, vertellen zo de geschiedenis van een klein Pools stadje.

Tegelijkertijd schetst Tokarczuk in Huis voor de dag, huis voor de nacht een beeld van de veranderende samenleving aan het einde van de twintigste eeuw, waarin ook internet als broedplaats van dromen niet ontbreekt.

Olga Tokarczuk is geboren op 26 januari 1962 in Sulechów in Polen. Ze is de belangrijkste Poolse auteur van haar generatie. Ze ontving meer dan eens de Nike, de belangrijkste literaire prijs van Polen en won de Man Booker International Prize. In 2019 werd haar de Nobelprijs voor Literatuur 2018 toegekend, en in 2024 won ze samen met vertaler Karol Lesman de Europese Literatuurprijs voor haar roman Empusion.

Bijpassende boeken en informatie

Kim de l’Horizon – Bloedboek

Kim de l’Horizon Bloedboek recensie en informatie over de inhoud van de non-binaire autofictie uit Zwitserland en winnaar van de Deutscher Buchpreis 2022. Op 30 januari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Geus de Nederlandse vertaling van de roman Blutbuch van de Zwitserse schrijver Kim de l’Horizon.

Kim de l’Horizon Bloedboek recensie en informatie

en duwt het uit;; (duwt het allemaal uit);; de fenomenaliteit of verschijningswijze van de vleermuiswereld;; zegt iemand: filosofische zombies zijn denkbaar (maar dat is een ander boek) (daar kom ik op terug);; denk je aan het vastliggen;; verankerd (bestaan);; de zelfsplijting van het subject;; (eraan);; het weven;; (ontstaan);; het stromen;; (bestaan);; zegt iemand: glas is een onderkoelde vloeistof die voorbij haar smeltpunt is;; het breken;; (en gaan);; waar je nooit op voorbereid ben als je gaat lezen, je weet niet wat je gaat lezen, je begint gewoon met lezen, en ook als je leest weet je soms nog lang niet wat je nu aan het lezen bent;; (het lezen zelf is fluïde);; hier is het ding: iemand richt zich tot een ander in dit boek, dit Bloedboek geheten bloedboek, iemand begint ermee die ander te vertellen dat “het” nooit verteld is, en je weet niet wat dit is, het is maar de eerste zin die je leest: “Ik heb je ‘het’ bijvoorbeeld nooit officieel verteld.” zo gaat die eerste zin, en je leest dat en je denkt wie is ik wie is je wat is het en waar is dat een voorbeeld van en waarom zou het officieel verteld moeten worden en als het niet officieel verteld is op welke andere manier dan wel, en maar de eerste zin en nu al vol vragen, en maar de eerste zin en nu al geprikkeld, een paar dagen later belde pinchot weer weetjewel dat werk, een eerste zin die terugverwijst naar alles wat voor het begin ligt maar op zo’n geraffineerd-nonchalante manier alsof de lezer als honderden pagina’s in de roman zit, en dan, je leest wat, en je bladert wat, je ziet dat er een hoofdstuk op komst is met korte paragraafjes die alle titels dragen als “Grossmeers handen” en “Grosmeers voeten”, en je denkt dat zal wel een personage zijn, een personage alleen gekend via de achternaam, Gunther Grossmeer ofzo, weet jij veel;; maar ga je;; (lezen);; (lezen is verdwijnen in een boek);; (lezen is zinken);; (lezen is ankerloos);; gaat het dus, over een persoon die Kim heet;; autofictie;; (daar moeten we dus weer wat van vinden);; (laatst vond iemand iets van autofictie);; (ik ben vergeten wat);; autofictie over een genderfluïde persoon die Kim heet en een oma heeft die dementerend is, beginnende alzheimer, aan het wegraken is, en voor ze wegraakt wil Kim alles reconstrueren: de bron, de grond, de wortels: van Kim en van moeder en van grootmoeder, grossmeer in het zwitserduits van de jeugd, grossmeer en meer;; grootmoer en moer;; maar ook zee;; de oceaan;; de bron;; de verhalen weven waaruit je be/ontstaat – een existentiële zoektocht die me deed denken aan die andere existentiële en “fluïde” beschreven (welja) zoektocht van enkele jaren her, Lucas Somath van Thomas Claus, indertijd geloof ik neergesabeld of genegeerd maar een boek met een twintig pagina’s lange opsomming van woorden beginnend of eindigend op worst zal bij mij tot aan mijn dood blijven staan op het ereplankje tussen Rene Gysen en JMH Berckmans – maar ook dacht ik (op diezelfde ereplank te vinden) aan Ivo Michiels al komt dat misschien alleen maar door dat “orchis militaris”?;; de tuin;; de grossmeertuin;; (de grossmeertaal);; de vroege Kim daar, als kind (heet het boek doorheen blijft De l’Horizon zijn jonge zelf “het kind” noemen);; (afsplitsing);; wie zei?;; goed, “het kind” dus, in de grossmeertuin, het kind, ook, met het herbarium van grosspeer (de orchideeën), het kind bij de beuk, de bloedbeuk, de wortels: ook die verhalen zoekt De l’Horizon – niet alleen die van zijn familie, de grosspeer de grossmeer en allen die voor hen komen, maar ook de geschiedenis van de bloedbeuk in Zwitserland (botanica blijkt met meer nationalisme besmet te zijn dan je zou verwachten);; literatuur biologie geschiedenis;; de peer de meer de grossmeer de tuin de planten de boom het lichaam de zwaluw de heksen de vrouwen;; de vrouwen beroofd van hun verhalen;; het gaan in een patriarchale samenleving, de misogynie (toen dacht ik weer aan Baba Jaga legt een ei van Dubravka Ugrešić – – de vrouwen, de heksen, de dominantie van de man, het patriarchaat, de misogynie);; literatuur biologie geschiedenis sociologie;; de verhalen overal te vinden;; ikjes sprokkelen (toch Michiels!);; maar vooral verhalen van anderen;; het verhaal van de peer over de Bruno en de Hans die de bergen introkken en de peer hadden meegevraagd maar de peer had nee gezegd want de peer had huiswerk of andere dingen te doen en toen waren de Bruno en de Hans mooi vermist en moest de peer mee de bergen in om ze te zoeken en wat ze vonden zagen ze eerst aan voor de kleren van de Bruno de bebloede kleren van de Bruno maar dat was de Bruno zelf (of wat er van hem over was) en de Hans zijn bovenlichaam stond rechtop tussen de keien als een kaars in een hand, en dat verhaal is er maar waar zijn Kims eigen verhalen?, (ook de Kim beroofd van verhalen) (de vrouwen en de genderfluïden beroofd van hun verhalen) (?) (het zijn van het zijnde), waar is Kims lichaam, waar is Kims identiteit;; de zoektocht naar identiteiten en de manier die mensen vinden om hun gewenste zelf uit te drukken, hoe een sjiek interieur of hoe adellijk aandoende bomen zoals de bloedbeuk zeggen kunnen Ik ben niet meer arm, ik heb me aan de onderklasse ontworsteld, ik ben nu ook iemand;; literatuur biologie geschiedenis sociologie psychologie;; waarin ook het studeren, later, van Kim, allicht te passen is (de arrogantie die hij had als jonge student), de lichte schaamte, altijd, die gepaard gaat met wat hij weet, wat hij zeggen kan, vanwege zijn studie;; zelfreflecties;; duw het uit, duw het er allemaal uit, altijd het zoeken naar wat je bent wat je worden kunt wat je te zijn hebt in deze wereld, altijd het losmaken van het overtollige;; (is ook dat niet geschiedenis) (is ook dat niet literatuurgeschiedenis): (:);; ook het boek reflecteert op zichzelf;; en in het boek dat een literair boek is dat reflecteert op literatuur, reflecteert de literatuur uiteindelijk dus ook op zichzelf;; literatuur biologie geschiedenis sociologie psychologie letterkunde;; (briljant is een uiteenzetting over Goethe);; het in- en uitgaan van alle identiteiten en de taaleigens die daarbij horen: zoals, bijvoorbeeld, het met veel anglicismen en zelfs hele of halve zinsdelen in het Engels gekruide hipster-/gaytaaltje dat Kim in de hedenlijn bezigt, op een, naar ik aanneem, enigszins pasticherende of misschien wel regelrecht parodiërende manier (een veelheid aan Engels dat me nu eens niet stoort maar dat ik grappig vind omdat het, en daar ga ik nu vanwege duidelijke redenen even zelf de mist in, zo “over the top” is dat er al bijna een geheel nieuwe taal ontstaat), of het helvetistische Zwitser-/Bernduits van de moer, of de pseudowetenschappelijke droogpraat van de geciteerde botanici, of het jargonistiese gebrabbel van de zorgsector;; en;; occulte heksendromerijen, ontologische overpeinzingen, animistiese gedachtenflarden;; literatuur biologie geschiedenis sociologie psychologie letterkunde filosofie;; god wat een prachtigmooi en intens rijk boek dit is zeg;; literatuur biologie geschiedenis sociologie psychologie letterkunde filosofie taalkunde;; en zeggen, dus;; wat ik zeggen wil is dat De l’Horizon met het grootste gemak schakelt tussen al de genoemde vocabulaires maar, en daarin ligt zijn ware genie, zonder dat dit gespierd of pocherig aan doet (“kijk mij eens nonchalant alle registers opentrekken”) (hee meisje jij eens komen terug naar mij misschien omdat wij turk is), nee, veeleer juist, is het “taalpluralisme” in Bloedboek volstrekt natuurlijk, wat het is om in leven te zijn, zoals elk mens op zijn werk anders praat dan thuis, tegen vrienden anders dan tegen zijn kinderen, schrijvend anders dan een beetje voor zich uit murmelend, en ook, en op dezelfde wijze, is er niks gezochts aan hoe de tedere passages kontrasteren met de harde, expliciet sexuele stukken – ook dat is leven, want er is sex en er was vroeger er is studie en er is moer en grootmoer er zijn de dingen die je interesseren en er zijn de dingen waarop de aldag je drukt;; en ook wat hangen blijft;; en ook de schaamte;; en ook het schaamtelichaam;; en ook vroeger, en ook de moer, de moer die het verhaal wil schijven van de familie, de uitdieping van de stamboom tot aan de grootmoer, wat Kim vindt op een dag, het door moer geschreven oerboek van de familie, in klad, getiept, net of met doorhalingen, waar het begint, het begint in de veertiende eeuw, alles begint in de veertiende eeuw, of, het kon getraceerd worden tot in de veertiende eeuw, alles kan maar getraceerd worden tot in de veertiende eeuw, misschien de grootmoer te schrijven vanuit de eeuwen, de grootmoer tevoorschijn te schrijven, of juist: omheen de grootmoer te schrijven, alles schrijven behalve de grootmoer, de grootmoer die Rosmarie heet maar voor de Rosmariehetende grootmoer was er nog een andere Rosmarie, een zus, maar die ging dood toen ze zeven was, en toen kwam een jongen en toen kwam een jongen en toen kwam een jongen en toen er eindelijk weer eens een meisje kwam werd die ook Rosmarie genoemd, de grootmoer, die altijd in de schaduw stond van de overleden Rosmarie, iemand staat altijd wel in iemands schaduw, in schaduwen groeien we op, dit herschrijven, dit anders schrijven, misschien wat de moer probeerde, je kunt altijd alles anders willen schrijven;; je schijft: t schrijverken lag op bed met Dregke in zijn armen en Dawn Landes op de steerjoo, je schrijft: banen zonlicht vielen door het raam op de lichamen op het bed, je schrijft het bed en de zon en Dregke en t schrijverken en Dawn’s music;; ook schrijvend in het laatste deel van Bloedboek zijn Kim en Dina en Mo, drie schrijvende vrienden ergens in Italië, misschien een vakantie, misschien een “in residentie zijn”, drie vrienden, moje dagen, Kim schrijft er brieven over aan zijn dementerende oma, die hij in het vorige deel nog een verzorgingstehuis in geschreven had, dit nu herroepende, en schrijvend over moje dagen, moje vrienden, moje gesprekken, aan zijn oma, in het Engels, omdat hij zich los moet maken van de grootmoertaal, zich los moet schrijven van de wortels, de afstand nodig om te zien, en, achterin het boek, & om een of andere reden ondersteboven, zitten de vertalingen van die brieven, de vertalingen zijn door een masjiene gedaan, hoezee!, kunstmatige intelligentie gaat “het” in de nabije toekomst nog niet overnemen, dacht ik, het was maar een terzijde in mijn gedachte maar ik heb die collega die altijd heel precies weet wat er alles mis is in de wereld en die zoals alle wijsneuzen niet half zo intelligent is als hij zelf denkt te zijn en hij zei me laatst dat er allerlei banen in de zeer nabije toekomst gingen overgenomen worden door robots en dan vooral in het middensegment en dan vooral van die banen waarbij het ging om teksten en schrijven maar o gelukachtig!, hoe gruwelijk slecht zijn deze masjienale vertalingen, “I think of the armies of housewives whose main activity was rearranging and fixing the blankets and covers and clothes” wordt “Ik denk aan de legers huisvrouwen wiens voornaamste activiteit het was om de dekens, kleding en kleding te herschikken en te herstellen”; “Today it’s been five days since I fucked Cesare” “Vandaag zijn het vijf dagen geleden dat ik met Cesare heb gevreeën”; “A good family is an ordinary family. Ordinary meaning: belonging to an order. The order.” “Een goed gezin is een gewoon gezin. Gewoon betekent: behoren tot een orde. De orde” waar geen enkele vertaler van vlees en bloed de kans had laten liggen om iets met “normaal” en “norm” te doen met alle associaties van “normatief” van dien (nu ik erover nadenk was de naam Normaal eigenlijk heel goed gekozen voor een band met een fascist op zang), en het is wellicht niet waarom De l’Horizon dit experiment met machinale vertalingen ondernam maar het is ten lange laatste een ander losschrijven: het losschrijven van techniek en technocratie –

Bloedboek rent en zingt en danst en ademt en leeft en gaat. Het is los van alles en zit vast aan alles. Het is vele boeken in één. Maar bovenal is Bloedboek bloed- en bloedmooi.

Kim de l’Horizon Bloedboek recensie en informatie

Bloedboek

  • Auteur: Kim de l’Horizon (Zwitserland)
  • Soort boek: autobiografische roman
  • Origineel: Blutbuch (2022)
  • Nederlandse vertaling: Elbert Besaris
  • Uitgever: De Geus
  • Verschijnt: 30 januari 2025
  • Omvang: 368 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris
  • Winnaar Deutscher Buch Preis 2022

Flaptekst van de bekroonde roman van Kim de l’Horizon

De non-binaire verteller van Bloedboek heeft na een benauwende jeugd het leven, het eigen lichaam en de eigen seksualiteit durven omarmen. Maar dan begint hun oma te dementeren. Voor de ik-persoon is dat aanleiding om het familieverleden te bevragen. Waarom zijn zo veel herinneringen zo onduidelijk? Hoe zit het met oma en haar vroeg overleden zusje? Wat is er gebeurd met de oudtante die als jonge vrouw verdwenen is? Kan de verteller de zwijgcultuur in de vrouwelijke bloedlijn eindelijk doorbreken?

Bloedboek is een zoektocht naar een nieuwe vorm van overlevering, naar een non-binaire taal en een nieuwe manier van schrijven. Maar meer nog dan over gender gaat dit boek over immateriële erfenis: Bloedboek is een radicale poging om ons door middel van literaire stijl en vorm te bevrijden van alle ballast die we ongevraagd met ons meedragen.

Bijpassende boeken en informatie

Anne de Marcken – Het duurt eeuwig en dan is het voorbij

Anne de Marcken Het duurt eeuwig en dan is het voorbij recensie, review en informatie van de dystopische roman van de Amerikaanse queer schrijver en kunstenaar. Op 30 januari 2025 verschijnt bij Uitgeverij Koppernik de Nederlandse vertaling van It Lasts Forever and Then It’s Over, van de Amerikaanse auteur Anne de Marcken. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur, de vertalers en over de uitgave.

Anne de Marcken Het duurt eeuwig en dan is het voorbij recensie van Tim Donker

(Pauze)

Het geluid dat je hoort is de zee.

(Pauze. Luider)

Of.

(Begin anders. Begin beter)

Misschien over gemis.
Of liefde misschien.
Of de weg.

Ja, de weg. Dat zou kunnen. Eindelijk de weg. De eindeloze lege weg. Er gaat een gestalte over die weg. Misschien werd die gestalte ooit Geneviève genoemd. En ik dacht aan Geneviève Castrée. De vrouw van Phil Elverum. Ook zij nu dood. Een kraai keek naar me.

Ja. Een kraai. Ook dat.

“Geneviève”, ja laten wij haar dan ook maar zo noemen, gaat westwaarts. Geneviève is op weg naar de zee. Ooit was ze daar met de “jij” tot wie ze zich heel dit boek doorheen richt, en lagen ze daar, in de duinen, misschien zwommen ze in de zee, zeer waarschijnlijk waren ze gelukkig. Maar de omstandigheden zijn anders dit keer.

Goed. Beer met mij. Beloof me dat je niet wegklikt. Want hier is de situatie. “Geneviève” is niet levend, maar ook niet echt dood. Althans niet volgens de biologiese konsekwensies die je aan die toestanden zou verbinden. “Ondood” heet het ergens. Of “zombie”. En dat wilde ik dus liever niet vertellen. Hier ben ik bang voor. Omdat elke welopgevoede lezer nu denkt gadsie. Een zombieroman. Wie wil er nu in jezusnaam een zombieroman lezen. En het wordt nog erger. Want de aarde is kapot. “Post-apocalyptisch” ofzo. Ook dat woord wilde ik liever niet gebruiken. Lege wegen, afbrokkelende steden. De ondoden. En ergens ook nog de levenden. Mensen. Ofzo. Veel zien doe je ze niet want ze zijn een voedselbron voor de zombies.

Met deze dingen moet je het doen. Zombies in een onmenselijke wereld. Ze herinneren zich dingen van toen ze nog leefden, vertellen elkaar verhalen daarover, herinneren zich uiteindelijk misschien alleen maar elkaars verhalen. Niemand weet nog hoe ze heetten toen ze nog leefden, daarom geven ze elkaar willekeurige namen. Zoals Geneviève. Soms verliest er iemand een lichaamsdeel. Soms doen ze dingen die ze bij leven nooit hadden gekund, zoals een wandelingetje maken op de bodem van de zee. Of een kraai vinden en hem in je lichaam verstoppen. En dat de kraai dan tegen je praat in eenwoordszinnen.

(ook dat deed me ergens aan denken. iemand met een vogel in zijn lichaam, de vogel knabbelt aan ingewanden, pikt vlees van ribben. god. waar ken ik dat van? een ander boek of. ik ben geneigd te denken dat het iets is uit een liedje van Bob Geldof, misschien die happy club plaat of was dat met die vogel in die gitaar misschien)

En hier is het goede ding: dit boek is niet wat je je voorstelt bij “zombieroman” of “apocalyptische roman”. Dit boek is iets geheel nieuws.

Want hier is het andere goede ding. De lezer weet niet wat er gebeurd is. De Marcken dramt niet door over de apocalyps, hangt nergens de onheilsprofeet uit, begint niet over klimaatverandering of nucleaire oorlog of big tech of wat het dan ook maar is dat de mensheid naar zijn ondergang zal leiden (alles zal de mensheid naar zijn ondergang leiden). In Het duurt eeuwig en dan is het voorbij krijgen we gewoon te maken met een verwoeste wereld, met levenden, met ondoden, met uitzichtloosheid, met hoop, met gemis, met liefde, met honger, met pijn. Dat is hoe het is nu. Ooit was het anders. Misschien meer zoals wij de wereld kennen. Hoe lang dat al anders is, wordt ook nergens benoemd. Lang genoeg om ergens al iets van berusting gevonden te hebben in de nieuwe situatie. De Marcken opent straf: “Ik ben vandaag mijn linkerarm kwijtgeraakt.” luidt de eerste zin. Kan tellen als opening. Niet dan. “Geneviève” stelt het eenvoudigweg vast, houdt nog wel vast aan de arm, probeert hem op verschillende manieren in de buurt van haar lichaam te houden (soms is dat komies), maar is niet heel erg verontrust of geschokt door het gegeven dat ze lichaamsdelen kan kwijt raken; kennelijk is dat gegeven al bekend onder zombies en heeft men ook al de tijd gehad om eraan te wennen. Maar de nieuwe toestand is ook weer niet zó lang gaande dat er geen herinneringen meer zijn aan vroeger, toen de wereld nog de wereld was, en de “jij” gewoon nog het lief van “Geneviève”.

Dat is een goed ding. Geen uitleg. Geen voorgeschiedenis. Een hele bizarre wereld gewoon tonen. Ik dacht dat alleen Beckett dat kon.

Er wordt ook niet uitgelegd wie die “Negen uur” is van wie de oude vrouw zegt te houden.

Negen uur? Oude vrouw?

Nee. Lees zelf. Lees gewoon maar zelf. In Godsnaam. Lees dit boek. Dit hartbrekende prachtboek.

Niets is zo erg als schrijvers die alle draadjes zo nodig aan elkaar moeten knopen. Glimpen opvangen van iets dat je niet begrijpt, en dan even de frustratie als je door begint te krijgen dat je deze glimp nooit ten volle zal begrijpen, en dan, later weer, de schoonheid daarvan in zien. Zoals leven is. Je fietst, je ziet iets moois, je weet niet wat het was, even wil je weten wat het was, en dan leg je erbij neer dat je gewoon iets moois en raars en onbegrijpelijks hebt gezien, en dat dat goed, dat dat waardevol is.

En een ander goed ding. Ook heel mooi. De poëzie. De ongekende poëtiese kracht van dit boek. En de filosofie van die poëzie. Kan poëzie filosofie zijn? Ja. Poëzie kan filosofie zijn. “Wat is er eerst, de gelovige of de godsdienst?” vraagt “Geneviève” zich af. Dat is in het begin. Dan wonen alle zombies nog in een hotel. Dan zijn ze gewoon maar hotelgasten. Af en toen zijn er in een zaal ritualistiese erediensten, onder leiding van de charismatischte der zombies. Behoefte aan een of andere vorm van religie blijft er. Ook na het leven. Maar creëerde religie die behoefte of creëerde de behoefte religie? Hoe kan er behoefte zijn aan religie als er (nog) geen religie is? Wat in eerste gewoon maar een moje zin lijkt, bevat zo heel erg veel. En in Het duurt eeuwig en dan is het voorbij wemelt het hiervan. Van haast achteloze maar toch volumes omvattende prachtzinnen. Spreekt volumes.

“Rook is neergeslagen in het geluid”, bijvoorbeeld. Dat kun je niet verbeteren als omschrijving van nevelige landschappen voorbij het einde der tijden. Of “Dingen in rijen en reeksen zijn triest”. (ik herinner me hoe ik + voormalig kompaan ooit aan de hand van dit gegeven een kortfilm wilden maken, noem het videokunst, en dierhalve flats filmden in Overvecht, dozijnen gelijkvormige voordeuren, een eindeloos lopende lege roltrap).

Maar ook honger. Maar ook pijn.

“Misschien is het voornaamste verschil tussen mij nu en mij toen mijn tolerantie voor angst. Ik denk dat dit te maken moet hebben met de abstractie van pijn. Fysieke pijn. Emotionele pijn. De pijn van anderen. Mijn eigen pijn. Het terugdeinzen is er nog. En ik denk dat de pijn zelf ergens is. Maar opgesloten. Opgesloten in een piepkleine, onzichtbare, apocalypsbestendige kern. Het piepkleine doorzichtige eitje van een subatomair insect dat in de kern van ieder van ons is gelegd. Wanneer we er niet meer zijn, als we er ooit niet meer zijn, is dat wat er van ons overblijft. Gefossiliseerde pijn. Geen koolstof. Er zal een pijnstratum zijn waar alle pijn neerslaat. Pijnschalie. Pijnaderen. Kwartsachtige verbindingen gemaakt van tranen, zuchten, snikken, kreunen, verschrikkelijke kreten. Misschien zal pijn, wanneer er geen levenden meer zijn, echte waarde hebben. Pijninflatie zal een pijnmarkt stimuleren. Er zullen pijnwassers zijn zoals goudwassers die het lijden eruit schudden. Pijnkrakers. Pijncentrifuges. We zullen een enorme pijncollider bouwen om de geheime structuur open te breken en het piepkleine gaasvleugelige snikje van onze verloren menselijkheid vrij te laten.”

Maar ook liefde. Maar ook gemis.

(en spijt misschien ja ook spijt)

De jij. En “Geneviève”. En een dag aan het strand. En de auto, en de terugrit (“Geneviève valt langzaam in slaap als “jij” stuurt en rijdt en de auto gaat). Iets uit vorige levens, iets voor altijd voorbij, iets dat nu nooit meer terug te halen is (de “jij” is dood, zoveel is duidelijk):

“Ik wou dat ik mijn ogen had geopend. Ik wou dat ik me van het raam had afgewend en naar je had gekeken op het moment dat jij naar mij keek. Deze wereld glipte langs me heen.”

(en hoe dat is met werelden, die glippen altijd langs je heen)

(t schrijverken schrijft zichzelf en Dregke op een bed, en de zon, en op de steerjoo allicht Dawn’s music. het is nooit gebeurd maar hij wou dat hij op een bed lag met Dregke in zijn armen, en het door de ramen vallende zonlicht en de muziek van Dawn Landes vullen de kamer verder op. hij wou dat het zo gebeurd was. hij wou dat hij Dregke toen verteld had hoeveel ze voor hem betekende)

En dit is ook een goed ding: de mogelijkheid.

De mogelijke wereld.

Later is er de voettocht. Westwaarts. Naar de oceaan. Waar ze, “Geneviève”, ooit, gelukkig was met haar “jij”. Het gaat langs steden vol dode mensen. In auto’s. In slaapkamer huiskamers badkamers. Iedereen dood. Allemaal hebben ze zelfmoord gepleegd. Steden vol zelfgekozen dood. Scheermessen. Vuurwapens. Pillen. Gas. Het zelfmoordthemapark, zo noemt “Geneviève” het in bittere humor; bittere humor zoals die wel meer voorkomt in dit verwarrende adembenemende bloedmoje prachtboek. Het gaat langs nederzettingen waar levenden zich verschansen; levenden die in vele opzichten stukken minder menselijk zijn dan de ondode hoofdpersoon van Het duurt eeuwig en dan is het voorbij. Het gaat langs met verlaten auto’s bezaaide wegen. Daar lopen. Met een dode in eenwoordszinnen pratende kraai in je zombielichaam. Waarom niet. Want dat is het goede. De Marcken schrijft de wereld waarin je als lezer zonder veel vragen ronddoolt. Want dit is de wereld nu.

En als in het zesde deel de gebeurtenissen nog een diepere schaduw van bizar aannemen, de beelden zo sinister worden dat het begint te lijken op een hele slechte horrorfilm, of nog: op een parodie op een hele slechte horrorfilm, een soort Evil dead dus, dan nog accepteer je dat als lezer moeiteloos, ga je er in mee, en kun je er zelfs het moje, het haast betoverende van inzien.

“De ruimte tussen mij en mij is jij. Dit is een mysterie.”

Ja. Ook dat.

Zegt iemand zegt wie zegt Tim De Mey: “filosofische zombies zijn denkbaar. als filosofische zombies denkbaar zijn, dan zijn filosofische zombies louter logisch mogelijk. filosofische zombies zijn louter logisch mogelijk. uit het materialisme kan afgeleid worden dat filosofische zombies logisch onmogelijk zijn. het materialisme is vals” –

en misschien dat, uiteindelijk.

Misschien kun je Het duurt eeuwig en dan is het voorbij zien als gedachte-experiment.
De grenzen aan deze wereld. De grenzen aan een volgende. Wat een mens menselijk maakt. Of andere zijnden ook niet over eigenschappen zouden kunnen beschikken die mensen mens maken. Wat ons aan deze wereld bindt, of aan elkaar. Wat er overblijven zal als alles vergaat. Hoeveel er vergaan moet om uiteindelijk echt niks meer over te houden. Of de apocalyps echt wel zo gruwelijk zal zijn. Dat er daarna misschien een op eerste gezicht afgrijselijke wereld zal ontstaan die bij nadere beschouwing ook mooi is, zo niet beter. Wat, in essentie, het behouden waard is. Misschien alleen maar liefde. En misschien is dat net iets dat er altijd wel zal zijn.

Het duurt eeuwig en dan is het voorbij is een onwaarschijnlijk moje roman. Onwaarschijnlijk, omdat het alle elementen heeft van een boek dat ik nooit zou willen lezen. Maar ook omdat het één van de allermooiste boeken is die ik ooit las. Het soort boek waarvan je beetjes zult blijven meedragen tot je dood. En, wie weet, misschien daarna ook nog.

Anne de Marcken Het duurt eeuwig en dan is het voorbij

Het duurt eeuwig en dan is het voorbij

  • Auteur: Anne de Marcken (Verenigde Staten)
  • Soort boek: Amerikaanse roman, queer roman
  • Origineel: It Lasts Forever and Then It’s Over (2024)
  • Nederlandse vertaling: Karina van Santen, Martine Vosmaer
  • Uitgever: Uitgeverij Koppernik
  • Verschijnt: 30 januari 2025
  • Omvang: 176 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de roman van Anne de Marcken

De heldin van de angstaanjagende Het duurt eeuwig en dan is het voorbij baant zich een weg door een dystopisch hiernamaals. Reizend door kaal, leeg landschap, met een dode maar laconiek eigenzinnige kraai in haar borst, verliest onze ondode verteller delen van haar lichaam en zichzelf. Het ondraaglijke verlangen naar een tijd waarin ze zichzelf kende en gelend werd, waarin ze liefhad en werd liefgehad, drijft haar westwaarts.

Anne Marcken buigt op Beckettiaanse wijze, vol lef en verve, de realiteit om, weg van alle veronderstelde zekerheden. Het duurt eeuwig en dan is het voorbij onderzoekt op scherpe wijze de sterfelijkheid en hoe ondanks dat de duisternis is ingevallen in onze onteigende tijden er altijd nog genegenheid gloort aan de horizon.

Anne de Marcken is een queer, interdisciplinair kunstenaar en schrijver die woont op het ontontgonnen land van de Coast Salish-bevolking in Olympia, Washington. Zij is oprichter, redacteur en uitgever van The 3rd Thing. In 2022 won ze de novel Prize.

Bijpassende boeken

Mariët Meester – Een vrij leven

Mariët Meester Een vrij leven recensie en informatie over de inhoud van de memoir en het nieuwe boek van de Nederlandse schrijfster. Op 28 januari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers het nieuwe boek van Mariët Meester over een radicale zoektocht naar een onafhankelijk bestaan – zonder de aarde te belasten. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijfster en over de uitgave.

Mariët Meester Een vrij leven recensie

In de jaren tachtig van de vorige eeuw maakte Mariët Meester een rigoureuze keuze. Samen met haar vriend bouwt ze een kleine woonwagen die getrokken kan worden door een paard. Samen trekken ze door Frankrijk. Het is een keuze voor de ultieme vrijheid wars van huisje-boompje-beestje. Een leven ook dat door lang niet iedereen gewaardeerd wordt en soms ronduit op opstandigheid stuit.

In de memoir Een vrij leven brengt Mariët Meester een boeiende ode aan het leven dat ze toen leidde en waarmee ze ook daarna is doorgegaan. Het soort van klimaatneutrale leven waarover nu zoveel gesproken en geschreven wordt maar dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw nog door weinigen ten uitvoer werd gebracht, laat staan dat we ons met het begrip bezighielden.

Toch was het ook de tijd waarin de gevolgen van de verontreiniging en uitputting van de aarde al behoorlijk merkbaar waren, voor wie er op lette in ieder geval. Gelukkig is Een vrij leven niet alleen een verantwoording van de behoorlijk radicale keuzes die de schrijfster al vroeg in haar leven maakte en tot op de dag van vandaag volhoudt. Het is ook een goed geschreven, boeiende en inspirerende memoir die door onze redactie is gewaardeerd met ∗∗∗∗∗ (zeer goed).

Mariët Meester Een vrij leven

Een vrij leven

Een radicale zoektocht naar een onafhankelijk bestaan – zonder de aarde te belasten

  • Auteur: Mariët Meester (Nederland)
  • Soort boek: memoir, levenskunstboek
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 28 januari 2025
  • Omvang: 304 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 24,99 / € 12,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het nieuwe boek van Mariët Meester

Een vrij leven is een inspirerende memoir over hoe je met weinig geld en een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk het boeiendste bestaan kunt leiden.

In de jaren tachtig, een tijd waarin duurzaamheid en klimaatverandering nog nauwelijks een rol speelden, belandt Mariët Meester in Frankrijk en bouwt met haar vriend een ‘overdekt bed op wielen’ van materialen van de vuilnisbelt. Wanneer ze met een paard als trekdier rondreizen in hun tiny house avant la lettre, ontdekken ze dat hun goede bedoelingen niet door iedereen worden gewaardeerd.

In Een vrij levenblikt Meester terug op tien intense, soms roekeloze
jaren waarin ze radicale keuzes maakte. Deze ervaringen brachten
inzichten die de rest van haar leven haar leidraad zouden worden.
Filmisch, geestig en inspirerend.

Mariët Meester (25 mei 1958, Den Haag) publiceert fictie en literaire non-fictie, waaronder De mythische oom, Hollands Siberië en Koloniekind. Opgroeien in het gevangenisdorp Veenhuizen. Ook schrijft ze essays voor onder meer NRC.

Bijpassende boeken en informatie

Eduardo Halfon – Tarantula

Eduardo Halfon Tarantula recensie en informatie over de inhoud van de roman uit Guatemala. Op 24 januari 2025 verschijnt bij uitgeverij Koppenik de Nederlandse vertaling van de roman Tarántula van de Guatemalteekse schrijver Eduardo Halfon. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de auteur, de vertaalster en over de uitgave.

Eduardo Halfon Tarantula recensie van Tim Donker

Laat het geweten zijn. Plant het in de hoofden. Zie dat het niet onvermeld blijft. De prijzen. De lijsten. De roem. De eer. Van de festivals en de onderscheidingen en het prestige. Zulke dingen. Kun je toch al gauw weer een half achterplatje mee vullen, niet? Eduardo Halfon. Sorry maar ik kende hem niet. Hij ging lopen met vele prijzen die ik ook allemaal niet kende en hij werd door het Hay Festival in Bogotá uitgeroepen tot, hou u vast, een van de negenendertig beste jonge Latijns-Amerikaanse schrijvers. Welja. Wie riep uit, wie zei wat, waarom negenendertig, en wie waren die achtendertig anderen?, en waarom niet eenenvijftig of achtentwintig en zouden de mensen die riepen echt elke oeuvre van iedereen die boeken publiceert in Latijns Amerika doorgenomen hebben, hoe komt zoon oordeel tot stand en waarom moet ik het uitroepen weten, want – Ja. Want. Daar wilde ik u hebben. Het want. Het want van het achterplat, het want van informatie gelijk deze, zouden er nu echt mensen zijn die dat lezen, en de schrijver niet kennen, en niet weten wat te denken van het boek, maar ja, die man heeft prijzen gewonnen, die man is volgens een festival (en mensen liggen op het gras en kijken op hun telefoons) (en mensen glimlachen naar hun dreumes) (en de kleedjes zijn blauw) (en de kleren zijn roze) (en voormalig president Clinton was aanwezig in het verleden), hij is, voorwaar, ik zeg u, een van de negenendertig beste jonge Latijns-Amerikaanse schrijvers, negenendertig he, dat zijn niet veel schrijvers, weet je wel hoeveel jonge Latijns-Amerikaanse schrijvers er zijn, en deze Halfon heeft ze, samen met achtendertig anderen allemaal voorbij gestreefd, dan behoor je dus tot de top he, de top van de jonge Latijns-Amerikaanse schrijvers, dan moet je echt wel wat kunnen he, dan moet dit boek wel goed zijn he, kom laten we dit boek kopen he, want al die prijzen en ook die lijst, dat kan toch allemaal niet voor niets zijn. Of zouden er mensen zijn die dat lezen en daar allemaal zo moe van worden, want alle achterplatten staan er vol mee, iedereen is maar een van de grootste japanse schrijvers van grote betekenis voor het geschreven woord in de Nederlandse taal de derde top van het drietoppige ierse hooggebergte de belangrijkste poolse auteur van haar generatie een van de felste stemmen van haar generatie een van de intrigerendste auteurs van de twintigste eeuw de grootste levende literaire Nederlandse auteur een van de productiefste franse schrijvers uit de achttiende eeuw een van de grootste en meest universele schrijvers (en nu pluk ik gewoon maar wat zinnen van het achterplat van enkele boeken die ik hier toevallig onder handbereik heb); heeft vele prijzen gewonnen; is in heel veel talen vertaald, opgenomen in talloze tijdschriften en bloemlezingen, is veelgeprezen alom bejubeld overal bewierrookt, en iets van aversie voelen, of, eerder nog, onverschilligheid, en het maar laten, en gaan, zonder iets te kopen, terug, de straten in, de grachten op, en de bus naar huis nemen.

Dat zou in het geval van Tarantula toch wel jammer zijn. Want & omdat. Het gewoon een verdomd goed boek is (waarom zetten ze dat niet gewoon op zoon achterplat?).

Het eerste goede is al dat het oncategoriseerbaar is. De hoofdpersoon heet Eduardo. Achternaam Halfon. Dus hee. Dus o. Dus ja. Misschien. Allicht. Mogelijkerwijs. (bijwoorden van twijfel). Autobiografie? Memoir? Of dat vermaledijde “autofictie” waarover tegenwoordig toch zoveel te doen is (wat is de moeilijkheid eigenlijk, autofictie is al zo oud als schrijven zelf, dus, azijnpissers aller landen, ontspan u eventjes en ga iets anders doen)? Zou kunnen. Al neemt het boek al gauw een wat bloedrode tint van bizar aan.

Een jongensboek. Dacht ik ook even. Er is een vlucht, van de ik, de hoofdpersoon, de Eduardo, doorheen het oerwoud, en dat heeft iets van een jongensboek. Zo ook, in eerste instantie toch, het “overlevingskamp” waar Eduardo en zijn broer heen gestuurd worden, kinderkamp utopia, daar dacht ik even aan, heel even maar, dat is een boek, geloof ik, ik meen het gelezen te hebben, als kind, toen ik in de zesde kleinstwijle in de kinderboekenjury zat, ik ben niet meer zeker van de titel of de schrijver of waar het eigenlijk over ging, maar wel iets met kinderkamp en utopia dat wel, en heel even dacht ik daar aan.

Maar. Misschien een oorlogsboek? Guatamala, ’81. Mobiele patrouilles, oproerpolitie, anti-ontvoeringsbrigades, gewapende agenten. In één scene is er een jeugdhonkbalwedstrijd gaande als er een militaire helikopter boven het sportveld komt vliegen; uit de zijdeur begint een soldaat lukraak te schieten op de mensen in de naastgelegen wijk maar de honkbalwedstrijd gaat gewoon door alsof er niks aan de hand is. Dat is een verbijsterende, en een schokkende, en een bizarre, en een ontregelende scene.

Meer in dit boek is verbijsterend en schokkend en bizar en ontregelend. Samuel, een van de leiders van het “overlevingskamp”, ja blijf dat hardnekkig tussen aanhalingstekens zetten, loopt rond met een slang in zijn zak en een over zijn arm kruipende tarantula. Maar misschien kruipt de tarantula niet, misschien is de tarantula op zijn arm getatoeëerd. Of misschien maar een plaatje op een band die hij om zijn bovenarm draagt. Of misschien is het een swastika.

Ja. Een swastika. Eduardo, zijn broer, en de andere Joodse kinderen krijgen in de eerste dagen inderdaad wat overlevingstechnieken aangeleerd (waar Eduardo later nog, tijdens zijn vlucht, enig profijt van blijkt te  hebben) maar op een ochtend ontpopt het kamp zich ineens tot een nepconcentratiekamp en de leiding tot uiterst sadistische soldaten. De scenes waarin de kinderen mishandeld en vernederd worden zijn zeer onaangenaam om te lezen, werkelijk pijnlijk, meer dan anderhalve pagina lang kon ik dat niet aan, dan moest ik iets anders gaan doen, waarom lees je?, vroeg ik me af, waarom lezen mensen?, voelgoed is klaarblijkelijk niet altijd de enige aantrekkingskracht, deze pijn, dit onaangename, en toch vind ik dit een mooi boek, hoe zit dat, hoe werkt dat in ons brein. Twee goede vriendinnen worden gedwongen elkaar te slaan, hard te slaan, heel hard te slaan, de ene weigert, de ander niet (dat Joden in concentratiekampen gedwongen werden hun naaste, familie, vader, kinderen, geliefden te slaan kwam ik niet zo heel erg lang geleden ook nog tegen in een ander boek, welk boek was dat ook alweer, het ging over een violist, dat weet ik nog wel, en ook dat ik het ergens in Spanje in een hele grote achtertuin lag te lezen in een ligstoel, ook in dat boek een ziekmakende scene waarin een vader en een zoon worden gedwongen elkaar af te ranselen, ook daar werd ik naar van, en ook dat vond ik desalniettemin toch een erg goed boek), afgezien van de gaskamers begint het kamp meer en meer op een echt concentratiekamp te lijken, maar dit is niet de twede wereldoorlog, dit is Guatemala in 1984.

Halfon vertelt fragmentarisch. Er is ook nog een hedenlijn. In Parijs ontmoet Eduardo Regina. Ook zij nam deel aan het kinderkamp; samen met Eduardo had ze geregeld wachtdienst. Misschien was er iets van beginnende jeugdverliefdheid, de lezer zal het niet weten, Tarantula is maar een dun boek, en alles trekt in flitsen, soms haast achteloos, aan het verbijsterde lezersoog voorbij. En in Berlijn is er weer een treffen met Samuel. De man met de slang en de “tarantula”. Die ouder is geworden, en dikker, maar nog altijd even weerzinwekkend. Een raar, ongemakkelijk gesprek tussen Samuel en Eduardo (ja weeral ongemak) in iets wat misschien een louche bar, misschien een ranzig eettentje, misschien een Thaise massagesalon of gewoonweg een hoerenkot is. Veel mededogen kan Samuel nog altijd niet voor zijn medemens opbrengen, en een echt sluitende verklaring voor het waarom van het nepconcentratiekamp krijgt Eduardo niet, wel eentje die rammelt aan alle kanten maar daar moet u verder zelf maar over oordelen.

De hedenlijn levert weer twee boeken op, trouwens. De in Berlijn spelende passages lezen als een beklemmende misdaadroman; de huivers; je verwacht elk moment iets ergs. En in Parijs kon het bijna een postmoderne liefdesroman gaan worden.

Maar niks krijgt echt gestalte, alles glijdt door de vingers, zo ook het leven gaat. Je grijpt het, je kunt het niet grijpen, Tarantula is ongrijpbaar en net dat maakt het zo verdomde goed.

Eindscene. Eduardo weet het woud achter zich te laten. Een oude mayavrouw in een eenvoudige hut verzorgt en voedt hem. Dan en daar is waar het poëzie wordt. Het lieflijke. Het wonderschone. Het dromerige. Het is het laatste wat je meekrijgt voor je het boek dichtslaat. Dat is het dan. Je hebt gehuiverd, je hebt gehuild, je hebt geleden, je hebt grootse verwarring gevoeld, je hebt gelachen (enige, misschien lichtelijk zwarte, humor kan Halfon zeker niet ontzegd worden), en je bent getroost en gewiegd en zachtjes gestreeld. Wat niet kwaad is voor een boek van nog geen honderdvijftig bladzijden. Er zijn schrijvers die daar duizend pagina’s voor nodig hebben, en dan nog lukt het ze maar half. Dus inderdaad. Halfon kan echt wel wat. Vergeet de prijzen en de lijsten en het gejubeld en neem gewoon maar aan: dit boek moet je lezen!

Eduardo Halfon Tarantula

Tarantula

  • Auteur: Eduardo Halfon (Guatemala)
  • Soort boek: Guatemalteekse roman
  • Origineel: Tarántula (2024)
  • Nederlandse vertaling: Marijke Arijs
  • Uitgever: Koppernik
  • Verschijnt: 24 januari 2025
  • Omvang: 140 pagina’s
  • Uitgave: paperback
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van Eduardo Halfon

Eind 1984 keren twee jonge Guatemalteekse broers, die verbannen waren naar de Verenigde Staten, terug naar Guatemala om deel tenmen aan een jeugdkamp voor Joodse kinderen in een bos op de hoogvlaktes. Hun ouders hebben hen ernaartoe gestuurd, zodat ze hun wortels niet zouden vergeten, want ze weten weinig van hun geboorteland en spreken nauwelijks nog Spaans. Maar op een ochtend blijkt het kamp een nog veel sinisterdere plek te zijn dan de kinderen al dachten – iedereen zal zijn eigen manier moeten vinden om te overleven.

De redenen en gevolgen van deze episode uit de kindertijd van de verteller zullen pas jaren later duidelijk worden door toevallige ontmoetingen met een Salinger-lezer die advocaat werd in Parijs en in Barlijn met een voormalig hoofdinstructeur uit het kamp, die rondliep met een slang in zijn zak en een enorme tarantula op zijn arm.

Door verleden en heden, realiteit en fictie met elkaar te verweven, schept Eduardo halfon een verhaal vol symbolen die de fundamenten van zijn identiteit raken: het strikt en rigoureuze raamwerk van de Joodse religie en de moederlijke boezem van Guatemala.

Eduardo Halfon (20 augustus 1971, Guatemala-Stad) publiceerde achttien boeken en is in meer dan vijftien talen vertaald. In 2007 werd hij door het Hay Festival in Bogotá uitgeroepen tot een van de negenedertig beste jonge Latijns-Amerikaanse schrijvers.

Bijpassende boeken en informatie

Diverse auteurs – Zien & geloven

Diverse auteurs Zien & geloven recensie en informatie boek over zintuigelijke ervaring in de late middeleeuwen, behorend bij de tentoonstelling in Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Op 24 januari 2025 verschijnt bij Waanders Uitgevers, het boek Zien & geloven, geschreven door Johan Oosterman, Irene van Renswoude, Kathlyn Rudy en Nelleke de Vries. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek en over de uitgave.

Diverse auteurs Zien & geloven recensies en informatie

Als er in de media een boekbespreking of recensie verschijnt van Zien & geloven, zintuigelijke ervaring in de late middeleeuwen, dan besteden we er op deze pagina aandacht aan.

Zien & geloven recensie boek

Dat het geloof en religie een zeer prominente rol speelde in het leven van de middeleeuwse mens zal voor niemand die zich een klein beetje in deze periode heeft verdiept geen verassing zijn. Sterker nog het dagelijks leven van zowel de rijksten en machtigsten als dat van de alleramsten was er, meestal, mee doordrongen.

Men was ervan overtuigt dat het zeer belangrijk was om zo dicht mogelijk bij Christus te komen. En dat gold, waarschijnlijk in dezelfde mate voor het Mariagevoel en -aanbidding. Voorwerpen konden dit verlangen in hoge mate stimuleren. Zeker personen met macht en geld waren bereid te investeren in hun eigen zielenheil wat zeer mooie kunst, boeken en meubels heeft opgeleverd.

In dit mooi uitgegeven en rijk geïllustreerde boek gaan een aantal historici dieper in op de betekenis, makers en herkomst ervan. Het heeft een zeer informatief en gevarieerd boek opgeleverd dat de verbeelding van religieuze beleving van de middeleeuwse mens in alle opzichten recht doet. Het boek is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Diverse auteurs Zien & geloven

Zien & geloven

Zintuigelijke ervaring in de late middeleeuwen

  • Auteurs: Johan Oosterman, Irene van Renswoude, Kathlyn Rudy, Nelleke de Vries
  • Soort boek: kunstboek
  • Uitgever: Waanders Uitgevers
  • Verschijnt: 25 januari 2025
  • Omvang: 160 pagina’s
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 34,95
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst van het boek over zintuigelijke ervaring in de late middeleeuwen

In het Europa van de late middeleeuwen verdiepen christenen hun religieuze beleving. Op zoek naar manieren om dichterbij Maria, Christus en de heiligen te komen, prikkelen en stimuleren ze hun zintuigen met behulp van beelden, geluiden, smaken, geuren en tastbare voorwerpen. Dit boek belicht de rol van de verschillende zintuigen en rituelen in het middeleeuwse christendom en laat een tijd herleven waarin kunst intiem werd beleefd. In de vijftiende en zestiende eeuw werden kunstobjecten niet alleen visueel bewonderd, maar ook fysiek ervaren. Historische objecten zoals misbellen, kuskruisen, sculpturen, triptieken en rozenkransen tonen aan de hand van hun slijtage inzicht in hoe deze voorwerpen destijds met het hele lichaam werden beleefd.

Het boek wordt uitgegeven bij de gelijknamige tentoonstelling in Rijksmuseum Twenthe in Enschede die van 25 januari 2025 tot en met 4 mei 2025 bezocht kan worden.

Bijpassende boeken

Mark Boog – De cartograaf en de wereld

Mark Boog De cartograaf en de wereld recensie en informatie over de inhoud van de nieuwe roman van de Utrechtse schrijver. Op 23 januari 2025 verschijnt bij uitgeverij Cossee de historische roman van de Nederlandse schrijver en dichter Mark Boog. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver en over de uitgave.

Mark Boog De cartograaf en de wereld recensie

De Utrechtse schrijver en dichter Mark Boog bouwt gestaag door aan zijn oeuvre. Sinds zijn debuut in 2000 verschijnt er bijna jaarlijks een nieuwe roman of dichtbundel. Met De cartograaf en de wereld heeft hij een historische roman geschreven die zich afspeelt in het Amsterdam van de zeventiende eeuw. Hoofdpersoon van het verhaal is Paulus, de cartograaf die geboren is in de kleine Noord-Duitse stad Husum en zijn geluk wil beproeven in wereldstad Amsterdam.

Aangekomen in Amsterdam vestigt hij zich in een logement waar zeelieden verblijven voordat ze aanmonsteren op een van de vele schepen die uit de stad vertrekken voor wereldreizen naar de Oost of West. Hij gaat op zoek naar werk en mag uiteindelijk wat klussen doen voor de tegenwoordig wereldberoemde kaartenmaker Blaeu die ook in tijd een vooraanstaand man was.

Paulus is een wat onzekere man die een beetje mank loopt. Desondanks krijgt hij een seksuele relatie met zijn hospita Catharina die wat ouder is. Maar hoe de relatie werkelijk is en of de genegenheid wederzijds beleefd wordt, is lastig voor hem te achterhalen.

Op een mooie en poëtische wijze verweeft Boog het verhaal van zijn hoofdpersoon met het levendige Amsterdam uit de zeventiende eeuw. Hij stipt zijdeling ook een aantal belangrijke en ingrijpende gebeurtenissen in de stad aan. Maar vooral de worsteling van Paulus staat centraal en komt tot leven in deze geslaagde historische roman die is gewaardeerd met ∗∗∗∗ (uitstekend).

Mark Boog De cartograaf en de wereld

De cartograaf en de wereld

  • Auteur: Mark Boog (Nederland)
  • Soort boek: historische roman
  • Uitgever: Cossee
  • Verschijnt: 23 januari 2025
  • Omvang: 224 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Prijs: € 22,99 / € 14,99
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris
  • Waardering redactie: ∗∗∗∗ (uitstekend)

Flaptekst van de nieuwe roman van Mark Boog

Als de zee het noord-Duitse stadje Husum bedreigt, vertrekt een jonge cartograaf met zijn tekeningen onder de arm naar Amsterdam, de stad waar men in de 17de eeuw de beste land kaarten maakt. Hij vindt snel (slechtbetaald) werk, hij beheerst zijn vak. ‘Ik durf te zeggen dat ik de zeeën beter ken dan zij die erover varen,’ zegt Paulus, maar hij weet inmiddels ook dat ‘afbeelding en werkelijkheid nooit helemaal overeen kunnen komen’. Elke landkaart schiet tekort, laat dingen weg, trekt zaken uit hun verband, vervormt.

Nog groter zijn de twijfels wat de liefde betreft, de liefde voor zijn kamerverhuurster. Niet alleen omdat Catharina ouder is dan hij, maar ook omdat hij volledig onervaren is. Waarom laat zij hem soms in haar bed slapen, om hem vervolgens geen blik waardig te gunnen? Is ze daadwerkelijk zo’n onafhankelijke ziel? Om haar liefde te winnen, tekent hij in zijn we reldkaart, vlak naast de evenaar, een ‘nog onontdekt’ eiland: Isla Catharina. Het is waar: elke landkaart trekt zaken uit hun verband, vervormt.

Een van de beste Nederlandse hedendaagse dichters betovert ook als prozaïst. Zijn roman toont niet alleen een ingenieuze blik op een wereld die in rap tempo verandert, maar ook op de liefde voor een vrouw die het oude (ongelijke) patroon niet meer kan en wil volgen.

Mark Boog (Utrecht, 14 september 1970) schreef de dichtbundels Alsof er iets gebeurt (C. Buddingh’-prijs 2001), Zo helder zagen we het zelden (2002, genomineerd voor de J.C. Bloemprijs), Luid overigens de noodklok (2003) en De encyclopedie van de grote woorden (2005, bekroond met de VSB Poëzieprijs). Zijn dichtbundel Het eigen oor (2007, met cd) is een keuze uit eigen werk. Er moet sprake zijn van een misverstand (2010) werd geroemd als een van de drie beste dichtbundels van dat jaar. In 2013 verscheen zijn zevende dichtbundel Maar zingend. Boog is ook de auteur van de Gedichtendagbundel 2008, Alle dagen zijn van liefde. In De rotonde brengt Mark Boog voor het eerst zijn twee koningsdisciplines, de poëzie en het proza, in een roman in verzen bij elkaar. Van de romancier Mark Boog verschenen zes romans, waarvan de meest recente Café de Waarheid (2018). Zijn recentste dichtbundel, Het einde van de poëzie, verscheen in januari 2022.

Bijpassende boeken en informatie

Ferdinand von Schirach – Namiddagen

Ferdinand von Schirach Namiddagen recensie en informatie nieuw boek met verhalen van de Duitse schrijver. Op 21 januari 2025 verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers de Nederlandse vertaling van Nachmittage, het boek van de uit Duitsland afkomstige schrijver Ferdinand von Schirach. Hier lees je informatie over de inhoud van het boek, de schrijver, de vertaler en over de uitgave.

Ferdinand von Schirach Namiddagen recensie en informatie

  • “Zo worden deze verhalen van onderweg zijn tot een grote puzzel die de geborgenheid van het individu omsluit.” (Westdeutsche Allgemeine Zeitung)
  • “Eén of twee middagen zijn genoeg om het vrij dunne boek uit te lezen. Maar de beelden, ideeën en verhalen blijven nog lang resoneren.” (Claudio Campagna, NDR Kultur)

Namiddagen Tim Donker recensie

Lang had ik dit op mijn nonfiksiestapel
Ik dacht dit zijn ontmoetingen
Ik dacht dit zijn portretten
Ik dacht dit zijn beschouwingen
Ik dacht dit zijn dagboekaantekeningen
Ik dacht dit zijn reisverhalen

Ohnee reisverhalen

Weinig is ergelijker, eigenlijk, dan reisverhalen. Met al die beschrijvingen van exotische landschappen & die Heel Erg Exotische dingen die er allemaal op Zeer Exotische Wijze mis gingen of juist juist gingen & het exotische verdwalen & de exotische mensen & de exotische ontmoetingen & al bijzondere ontmoetingen die een mens al reizend hebben kan. Sja. Reisverhalen zijn het toppunt van luiheid.

Zeg ik, terwijl ik hou van luie kunst. Een simpele maar niettemin bloedmoje gitaarslag. Een paar eenvoudige lijnen op papier die geheel onverwacht een zeer indringende pentekening opleveren. Een minimalistisch pianomotiefje. Enkele woorden die op de juiste wijze gerangschikt een prachtig gedicht blijken te zijn. Kunst die je laat denken Dat had ik ook kunnen doen. Maar je hebt het niet gedaan. Je had er niet het inzicht, niet de creativiteit, niet de moed voor. Je deed het niet. Je zag niet dat genialiteit zoveel nabijer is dan je ooit had durven dromen. Je wist niet dat je met minimale middelen ook onuitwisbaar kon zijn. Je deed niet. Je zag niet. Je wist niet. Kunst die je voor je hoofd laat slaan. Waarom ik niet. Dat soort kunst.

Maar ook, er is, de verkeerde soort luiheid. Reisverhalen bijvoorbeeld. Het is het soort luiheid dat pretendeert helemaal geen luiheid te zijn. Het bijzonder maken van wat algemeen is. Gemiddelde gebeurtenissen verkopen als iets dat voortkwam uit je ongekende avontuurlijkheid. O. Juist jij. Juist jij reisde af, juist jij kwam hier terecht, juist jij sprak met deze mensen. Zal wel. Iedereen die reist maakt dezelfde dingen mee. Naja. Wie over land reist dan tenminste (niets is zo treurig als vliegen). Je krijgt pecht met de auto en je strandt in een onooglijk Frans dorpje en de reparatie duurt en duurt en uiteindelijk ben je daar een week en heb je met iedereen in het dorp gesproken en geloof je niet dat de eigenlijke vakantie nog beter kan worden. Of. In de trein naar Italië raak je in gesprek met een veteraan die je vertelt hoe hij zijn been is kwijtgeraakt. Of. Ergens in de bergen van waardanook & een verfrissing want je moet wel & de waardin van een herberg waar zelden iemand komt deelt haar droevige levensgeschiedenis met jou.

Je hoeft echtwaar niet heel verder te gaan dan de Albert Heijn bij jou om de hoek om zulke dingen mee te maken. Maar in reisliteratuur wordt het allemaal omkranst met een sfeer van uniciteit die het niet past. Zoals die gast, ken je hem, die met zijn godverdomde “Guus” van Alaska naar Argentinië reed, wat net een graadje minder kliesjeematig is dan roete zesenzestig rijden, een graadje maar, ik zeg, en die er een tamelijk slecht geschreven boekje over publiceerde. De eerste dagen dat hij op depot was dacht ik nog wat een fijne gozer wat een ongelooflijke prachtvent want een indringende gesprekspartner want hoe geweldig, nu, om weer eens te praten met een doorleefd met een belezen figuur. Maar wat een kwal bleek hij na een paar weken te zijn.

Kwallerig. In de sfeer van. De Kloot Die Lange Reizen Maakt. Dat is dat onuitstaanbare aan reisliteratuur. Reizigers denken altijd zo godverdomde uniek te zijn, zo ver verheven boven het gepeupel. Vanwege alleen al het simpele gegeven dat ze de ene voet voor de andere zetten weten. Zegt hier, zegt het achterplat van Namiddagen: “[de] verhalen spelen zich af in Berlijn, Pamplona, Oslo, Tokio, Zürich, New York, Marrakesh, Taipei en Wenen. En ik dacht Ohnee. Reisverhalen. En inderdaad. Binnen de eerste hoeveelheid pagina’s was ik al in Taipei en New York en Parijs en Tokio en Marrakesh geweest en ik dacht Ohnee. Reisverhalen. Kwallerige kwallenverhalen van kwallerige kwallenkoppen. Het mocht niet eens meer baten dat er een scene in voor kwam die ik al kende uit Rachels rokje, het boek dat mijn tot ver in mijn twintiger jaren slechts latente liefde voor literatuur definitief wakker schudde en de rabiate boekenwurm van me maakte die ik inmiddels ben – helaas nee, Namiddagen ging, even toch, terug op de stapel. De stapel die voor later is. De stapel die voor straks is. De stapel die altevaak totnooitmeerziens is.

Totdat.
Ja.
En later.

Soms.

Er weer iets boven komt.
Boeken in een stapel niet voor eeuwig verloren gaan.
Iets uit de hoop tevoorschijn komt.
Een stem er ineens weer bovenuit klinken weet.

En je denkt aan verhalen.
Je aan verhalen denkt.
Of de verhalen ineens aan je borst aan je buik aan je lijf aan je brein kleven blijven.

Want.

Verhalen. Von Schirach tekent verhalen op. Hij luistert. Mensen vertellen. Von Schirach geeft het door. Aan ons. Aan lezers. Of luisteraars. Misschien is het allemaal echt gebeurd of misschien ook niet maar Von Schirach heeft het ons in ieder geval echt verteld. Deze verhalen. Die niet zelden een onverwachte wending krijgen. Iets dat al het voorgaande in ander licht zet. Een licht dat ook beklemmend, wrang of afhankelijk van je gevoel voor humor lachwekkend kan zijn. Hebben we hier dan te maken met sketches misschien? Hum. Ja. Nee. Wat maakt het uit. Alles beter dan reisliteratuur, niet?

Noem het ZKV’s. Of noem het pilromans. Wel. Ja. Sommige van deze teksten kun je best als pilroman zien. Bijvoorbeeld het verhaal van de vrouw die haar man voor een exhibitionist hield.

Of.
Lees ik: “De Zweedse schrijver Lars Gustafsson wil tegen het publiek een volkomen betekenisloze zin zeggen. Hij zegt: ‘In de hele ruimte was een bolvormige geur waar te nemen en tegelijkertijd was een lichtgrijs getint geluid te horen.’

Ik kan het me allemaal meteen voorstellen.”

En ik zit in stoel en die Gustafsson die ken ik wel en daar met koud wordende koffie denk ik na over betekenisloosheid als fluïdum, dat heet, iets dat zich niet begrenzen laat, dat vloeit, dat zich aanpast aan wat of wie het tegenover zich heeft, want betekenisloosheid begint waar voortstelbaarheid eindigt; Von Schirach kan zich iets voorstellen bij wat Gustafsson uitdrukkelijk bedoelt als onzin, kan Gustafsson zich geen onzin voorstellen of stelt Schirach zich zelfs bij onzin nog iets voor?, en ik?, wat zie of ruik of voel of denk ik bij een bolvormige geur?, geur kan vorm hebben, zeker, vooral onaangename geuren, een zuil van stank, dat kan, een rechthoekige stank die op je inbeukt, kan best, kan allemaal, geur kan materie aannemen en geluid kan kleur hebben, muziek kan zichtbaar doorheen mijn kamer gaan, als dit Gustafssons oefening in betekenisloosheid is, is zijn voorstellingsvermogen geringer dan je van zo’n voorwaar toch lang niet misse schrijver aannemen zou.

Vestzakessay?
Ja.
Dit.
Zeker.

Ik lees razender alvast.

Komt ook. Becketts fameuze en (iets te?) vaak aangehaalde maar niettemin altijd nog onsterfelijke uitspraak (ja die over dat beter falen ja) voorbij en ik lees.

Ik lees razender nog.

Kun je zo verliefd zijn dat je vergeet dat je niet kunt zwemmen? Hubble. 100 miljard sterrenstelsels. Een Algerijnse bioscoopeigenaar die ongekend nobel lijkt maar een wat vettig randje blijkt te hebben. Als de spiegel breekt. Of. Aangename eenzaamheid. Een vuilaard blijkt een liefdevolle opa die met zijn kleindochter danst. Voorval en reactie. Een bijzonder irritante vechtersbaas die zich het liefst Tom laat noemen wordt op stel en sprong tot introverte garagist Norbert geslagen. De suïcide van zijn vrouw maakt een middelmatig dichter nog niet goed. Een zoeken naar leven in het midden. Op welk moment verraad je als pianiste je instrument? Geloof als hoefijzer. Hoeveel jaren van je leven leef je nu eigenlijk echt? Onbegrijpelijke sculpturen, park en voorjaar.

Dus nee.

Dit zijn geen reisverhalen.

Verkenningen misschien. Maar reisverhalen? Nee.

Namiddagen is geen wereldschokkend boek. Niks davert. Niks valt om. Niks is onherstelbaar anders. Maar beelden, zinnen en gedachten uit dit boek nestelen zich wel voor langere tijd – wie weet wel voor altijd – in je hoofd. En dat is, naast daveren, toch het hoogste waartoe een schrijver in staat is.

Ferdinand von Schirach Namiddagen

Namiddagen

  • Auteur: Ferdinand von Schirach (Duitsland)
  • Soort boek: verhalen
  • Origineel: Nachmittage (2022)
  • Nederlandse vertaling: Marion Hardoar
  • Uitgever: De Arbeiderspers
  • Verschijnt: 21 januari 2025
  • Omvang: 176 pagina’s
  • Uitgave: paperback / ebook
  • Boek bestellen bij: Bol / Libris

Flaptekst boek met stadsverhalen van Ferdinand von Schirach

Ferdinand von Schirach vertelt over milde vroege zomerochtenden, regenachtige middagen en zwarte nachten. Zijn verhalen spelen zich af in Berlijn, Pamplona, Oslo, Tokio, Zürich, New York, Marrakech, Taipei en Wenen. Het zijn korte verhalen over de dingen die ons leven veranderen, over toevalligheden, verkeerde beslissingen en de vluchtige aard van geluk. Von Schirach vertelt over de eenzaamheid van mensen, over kunst, literatuur, film en altijd over de liefde.

Ferdinand von Schirach (12 mei 1964, München) werkt sinds 1994 als strafadvocaat in Berlijn. Tot zijn cliënten behoren vele prominenten, industriëlen en leden van de onderwereld. Zijn debuut Misdaden (2009) werd aan 30 landen verkocht en wordt verfilmd. Andere titels die bij De Arbeiderspers verschenen zijn SchuldHet geval ColliniTaboeStraf en de prozabundel Koffie en sigaretten.

Bijpassende boeken en informatie

Tova Gerge – Fearplay

Tova Gerge Fearplay recensie en informatie over de inhoud van de Zweedse roman. Op 20 januari 2025 verschijnt de Nederlandse vertaling van de roman Fearplay van de uit Zweden afkomstige auteur Tova Gerge. Hier lees je informatie over de inhoud van de roman, de schrijfster en over de uitgave.

Tova Gerge Fearplay recensie van Tim Donker

dat de dagen weer gaan lengen, en dat deze koffie precies de juiste toon aanslaat, en wat een mooi seedeetje is 27 passports van The Ex eigenlijk (en ook die prachtige foto’s van Andy Moor!), en hoe alles, soms, even goed is, en dan, te lezen, dit: “Iris vliegt, ontsnapt, een dunne wand tussen haar en de lucht. Onder de wolken in het ovale raam is de Atlantische kust zichtbaar, het water zo groot als een woestijn. De zon gaat onder. De wolken worden dikker, roze en glinsterend. Het doet denken aan het behang in de kamer van een ex-vriendin, alleen stonden er op dat behang ook vliegende paarden. Het zou feestelijk zijn als paarden tussen de wolken leefden. Hun vleugels en buiken verlicht van binnenuit, gewichtloos zwevende bellen. Iris stelt zich een glinsterende Pegasus voor die op weg is naar het hogere luchtruim, haar ziet, flirterig met zijn vleugels zwaait, zijn concentratie verliest en in de straalmotor van het passagiersvliegtuig wordt gezogen. Wat geratel, dan wordt zijn veerkrachtige botstructuur uit elkaar gehakt door de rotorbladen.”, ja, en dat ik daar heel vrolijk van wordt, van deze eerste regels van Fear play, een vrolijkheid die me zwevend maakt, zodat ik, kortstondig, zelf vlieg, en dat literatuur dat vermag dat kunst dat vermag dat taal dat vermag, en dat denken over de wonderschone kracht van deze vermogens me opnieuw laat zweven.

Wat is dat met deze roman?

Wel. Er zij Iris. En er zij Ba. Meer dat dat nog is Stockholm er. En Twin Falls is er ook.

Mensen. Steden. Er is van alles op onze aarde, lui.

Wel. Iris dus. Ja Iris is er. Iris is er altijd. Zelfs als Iris er niet is, dan nog is Iris er. Maar deze Iris. De Iris uit het boek. Puber, al neigend naar volwassenheid. Girl you’ll be a woman soon. Leeft in Stockholm met haar ouders, Ba en Michael. Ba is jazzpianiste. Serieus. In haar spel, maar ook in haar leven. Vaak hoort Iris het commentaar van Ba al in haar hoofd, hoe zij de dingen die Iris ziet allemaal maar niks had gevonden. Vader Michael is ook muzikant. Gitarist. Over zijn muzikale richting is Gerge veel onduidelijker. Ze laat het oordeel aan de lezer. Zoals ze wel meer aan de lezer laat, maar daar kom ik misschien allicht mogelijkerwijs nog wel over te spreken. Dus. Het zou iets psychedelisch kunnen zijn, of krautrock misschien, of (freak)folk. Of nog iets anders. Het maakt ook niet zoveel uit, echt toegewijd aan muziek is Michael sowieso niet. Althans niet zo toegewijd als hij is aan zijn alcoholisme. Drinkend, rondzwervend, zwetsend is hoe hij het liefst zijn dagen doorbrengt. Soms verdwijnt hij dagen aan een stuk. Om dan weer gevonden te worden. Dronken, depressief en suïcidaal. Ba tracht haar leven te verdelen tussen haar muziek, haar waardeloze man, haar dochter. En dan is Oda er nog, Ba’s hartvriendin en medemuzikante, overleden bij een tamelijk bizar auto-ongeluk waar misschien wel, misschien niet een reiger betrokken was. Voor Ba is leven voornamelijk overleven geworden. Iris zoekt andere manieren van overleven. Ze trekt zich terug uit zichzelf (verschillende keren noemt Ba haar in gedachten een robot) en, uiteindelijk uit Stockholm. Ze zoekt haar heil in Amerika. Via internet vindt ze een vriendin en een stageplek in Twin Falls, een klein plaatsje in Idaho. Ze regelt de dingen. Ze regelt alles. Tegen dat het tijd is om aan boord van een vliegtuig te gaan, is Michael voor de zoveelste keer verdwenen. Of Iris het zich aantrekt of niet, weet Ba niet precies; Iris lijkt vooral een nieuwe toekomst tegemoet te gaan. Of. Naja. Twin Falls is de plaats waar Michael is opgegroeid; Iris is er als kind nog geweest toen ze als familie de indertijd nog levende oma op gingen zoeken.

En hier is het goede ding. Het hele goede ding is dat Gerge niet ingaat op Iris’ keuze voor Twin Falls. Ook hier wordt de lezer alle ruimte gelaten. Zodat je kunt denken dat het puur toeval is dat Iris terecht komt in Twin Falls, al is dat in een land met de grootte van de Verenigde Staten natuurlijk wel een beetje een heel toevallig toeval. Of je kunt denken dat Gerge Twin Falls alleen maar nodig had als een achtergrond die mijmeringen bij Iris kan aanjagen over haar jeugd, haar vader, en de stappen die zij daar eerder gezet moet hebben. Of dat Twin Falls geen werkelijke vlucht is, geen totaal verraad aan Michael en de problemen waarin hij verkeert, maar ook, ten halve, als beweging naar hem toe kan gelden. Of dat Gerge met Twin Falls een deterministisch wereldbeeld ten beste geeft: je kunt je verleden niet ontlopen want je toekomst is er vol mee. Maar je kunt er ook lekker helemaal niks van denken, mee reizen met Iris, de plaats inkleuren met hoe je kleine plaatsjes in Amerika kent uit films en van tv.

Niet alleen daarom is Iris’ verhaallijn kleurrijker dan die van Ba, die in Stockholm gebleven is, alleen in de veel te grote villa; alleen zonder Michael; alleen zonder Iris; alleen zonder in staat te zijn te leven, zich weer op muziek toe te leggen. Meer nog dan Iris, bij wie minstens de illusie van een nieuwe toekomst aanwezig kan zijn, leeft Ba in het verleden. De dagen met Michael toen die nog mooi waren, de dagen met Michael toen die al straf lelijk begonnen te worden, de dagen die voorbij zijn, de dagen van voor Michael of van toen ze Michael voor het eerst zag. Ze corrigeerde hem in een kaffeegesprek tussen hem en zijn drinkmaatjes over de anekdote dat Jo Jones een bekken naar de kop van Charlie Parker gesmeten zou hebben. Ja. Die moest ik opzoeken. Jazz is niet mijn allergrootste maar altijd nog een zeer innige muzikale liefde maar toch had ik hier nog nooit van gehoord. Als verdediging kan ik aanvoeren dat ik nooit een groot liefhebber ben geweest van de Bird. Ik vind het toch een klein slagje te suf, te oubollig. Maar hoe ook, Parker, toen nog geen Bird, net 16, vertoonde zijn kunsten, speelde mooi, speelde goed, speelde indrukwekkend, iets van een auditie misschien, op de toppen van zijn kunnen en dan, uit overmoedigheid wellicht, er net overheen, kon niet meer volgen, raakte de weg kwijt, tot grote irritatie van drummer Jo Jones die zijn ergernis liet blijken door met een cymbaal te smijten, cymbalen als symbolen, die dus, het punt waarop Ba Michael corrigeerde, Parker niet op een haar na onthoofdde, maar voor diens voeten terecht kwam.

En wederom werd ik vrolijk. Om de jazz, om de anekdote, om hoe Michael, al aangeschoten peins ik, het verhaal nog een slagje sterker maakte, om hoe Ba zich in het gesprek mengde.

Fear play heeft dat. Iets aan dit boek maakt me steeds vrolijk, warm, zwevend. Hoewel Gerge over vrij zware onderwerpen schrijft. Alcoholisme, falend ouderschap, eenzaamheid, depressie, suïcide, lotsbestemming, dood, rouw, gemis, de misschien tot mislukken gedoemde zoektocht naar een eigen ik, de moeizame verhouding van mensen tot hun achtergrond. Toch zou ik Fear play een licht boek noemen. In de goede zin van het woord. Niet: triviaal divertissement. Maar iets dat u vol licht doet stromen. Iets dat uw zwaarte dragelijk doet schijnen. Dat komt omdat Gerge een bewonderenswaardige neiging heeft om in haar beschrijvingen van alledaagse of zelfs triestige situaties vreemde elementen op te nemen, zoals de vliegende paarden in de vliegtuigscene die ik aan het begin citeerde (ook al worden die vliegende paarden daar vermorzeld door de straalmotor, het geeft zoiets saais als zitten in een vliegtuig toch een prettig dromerig gehalte). Wie ook vreemde keuzes heeft gemaakt is vertaler Gerrit Brand.

Een pagina op sociale media heet in Fear play bij herhaling een “rekening”. En. Zou kunnen. Want toegeeflijk. Want je denkt toch zo’n Nobelman. Dat zal toch wel. Met zorg enzo. Misschien moet dat nie in Gerrit Brand zun schoenen geschoven worden nie, misschien is dat iets uit het origineel, misschien heet dat gewoon zo in het Zweeds, misschien blieven die Zweden geen “fremdkörper” (ha!) in hun taal, ik meen dat de Spanjoolaards ook zo zijn, eens hoorde ik in Spanje op de radio een discjockey een liedje van de Spice Girls afkondigen als de nieuwste hit van “Las Chicas Picantes”, of misschien heeft “rekening” in het Zweeds een lading die het in het Nederlands niet heeft, een in dit geval toepasselijke woordspeling ofzo. Ja. Zou kunnen. Maar zou het dan niet alsnog aan de vertaler zijn om dat juistelijk te “transponeren”? Andere keren wordt trouwens wel het meer gangbare “account” gebruikt. En ook. Fluweel. De fluwelen bekleding van een stoel bijvoorbeeld. Heet soms Velvet, compleet met hoofdletter; in één geval is er zelfs sprake van ribVelvet, echtwaar, kom zelf kijken, ga zelf lezen. Nu is Velvet ook een personage in Fear play. Dus weeral. Misschien. Zou kunnen. Toegeeflijkheid. Zouden door Gerge bedoelde verwijzingen naar het Velvet-personage kunnen zijn. Hmm. Ja. Misschien. Nee. Kompleet lukrake verwijzingen dan, in verhaallijnen waar de Velvet uit het boek weinig uitstaans mee heeft. Het krediet dat ik Nobelman en Brand wil geven raakt verdermeer nogal opgebruikt door de vele tik- en zetfouten: “mer” waar het “meer” moest zijn; “zicht” voor “zich”; “reden” waar “redden” had moeten staan; “liever” in plaats van “lieverd”; “wanpen” voor “wapen”, zo kan ik nog wel even door gaan, zo ging ik ook nog even door, tegen mijn dochter, mijn moje lieve grappige wijze fantastiese tienjarige dochter die op een keer naast me zat toen ik in Fear play aan het lezen was en mijn ergernis over de vele fouten bemerkte, vroeg wat er was, en toen ik een paar voorbeelden gaf van de onjuistheden in het boek zei: “Misschien is het een bepaald soort dialect?”; klaarblijkelijk kon ze zich niet voorstellen dat een boek zo onaandachtig geredigeerd zou zijn en nee, het is ook vrij onvoorstelbaar. Maar toch waar.

De hele grote kracht van Gerges schrijven blijkt wel hieruit: ondanks de zwaarte die de vertelling onmiskenbaar heeft, en ondanks de ronduit belabberde verzorging die de Nederlandse versie ten deel is gevallen, blijft het schitteren. Je zou Fear play als muziekboek kunnen klasseren, niet alleen door de jazz en de piano en de gitaar; het boek zelve is een soort souljazz of future jazz. Het heeft iets buitenaards; hoe de beschrijvingen prikkelen, hoe de lezer steeds gekieteld wordt, of, als u dat liever heeft, op prettige wijze uit zijn hengsels wordt gelicht (de lezer is de deur en de kamer) (wie door Mij binnen gaat) (enfin), je gaat het niet geloven maar voor de kleine tien minuten die het duurde paste de demoversie van Holiday er gewoon prachtig bij, en ja dat vind ik mooi maar misschien moet ik het onschadelijk maken door het camp te noemen (is dat nog een gangbare term heden ten dage?), of een schuldig pleziertje, ik zong dat lied vroeger voor mijn zoon, toen hij beebie was, bij krampjes, of doorkomende tanden, dan wiegde ik hem en zong ik fluisterzacht let me take you far away…, en zo ook doet dit boek: het wiegt, het zingt, het fluistert, misschien tot u terug beebie bent, als in: elementair en zonder overbodige ballast. Je weet trouwens ook nooit precies wat er komen gaat, al komt er misschien niet eens zo heel bijster veel en is ook dat niet precies ook zo voor beebies?

Gerge houdt de magie helaas niet tot het einde toe vol. En het zijn niet Nobelman en Brand die het om zeep helpen, ze doet het helemaal zelf.

Als voorbeeld kun je het bondage-thema nemen. Hum. Ja. Precies. In Twin Falls vindt Iris, wederom per internet, verkleefd als ze veelal zit aan haar telefoon, want zo flauwzinnig is Gerge dan weer wel om met zo een tiepies “jongeren”-kenmerk af te komen, geen hic et nunc maar ibi et nunc om met Jean Paul Van Bendegem te spreken (dat Abededarium van hem vond ik toch een beetje te veel speelvogelarij hoor, met hier en daar zeer rake en tot nadenken stemmende observaties), een meisje dat zichzelf Velvet noemt en dat geïnteresseerd is in het vastbinden van mensen, daar ook foto’s van plaatst op een website. Iris is geïntrigeerd, zoekt contact, waar haar lief Antonia (kortweg Toni) precies niet geheel kontent mee is, en gaandeweg ontspint zich iets tussen Iris en Velvet. Geen liefde, geen sex, niet eens echt vriendschap, maar wel een zekere vorm van intimiteit. Velvet begint ook Iris vast te binden. Bondage heet dat dan. Doch aanvankelijk heeft het heel weinig te maken met sex of SM. Daar is Gerges opmerkelijke schrijfstijl weer debet aan. De vastbindsessies worden tamelijk knus beschreven, hebben voor Iris veeleer een therapeutiese waarde, een manier van eigenlijk-heel-kunnen-zijn; in de touwen is Iris het meest Iris. Vrijwel op het einde stelt Velvet voor om een demonstratie van het vastbinden te geven ergens in een club, bij wijze van een soort performance. En daar krijgt de bondage helaas een toch wat grimmigere lading. De manier waarop de bezoekers van de club zijn uitgedost is niet zonder sexuele connotatie bijvoorbeeld, en het vastbinden helt al meer naar sm over. Dat is jammer, want ik vond de eerdere, bijna liefdevolle, bijna koesterende beschrijvingen van het vastbinden juist zo bijzonder. Wat meer is: de symboliese waarde van het vastbinden gaat van subtiel naar zeikerig: de verknooptheid van Iris, haar onvermogen om los te komen van haar verleden, haar gedetermineerdheid – er is natuurlijk een reden waarom Iris vastgebonden meer Iris is dan anders, maar misschien had het bij een vingerwijzing moeten blijven en was het beter geweest als Velvet niet meer dan een kleine bijrol had gehad. De terugrit, in Velvets auto, Iris heeft dan te horen gekregen dat haar vader in Stockholm in coma ligt, hij had met zijn dronken kop een kapotte lavalamp op het fornuis gezet om hem weer gaande te krijgen maar de lamp explodeerde en een glasscherf raakte hem in zijn hart, zet het versexualiseren van de Velvet-lijn door: Iris wil afleiding, niet aan haar vader denken, die mogelijk stervende is, vraagt Velvet van alles, en Velvet, die eigenlijk Stephanie heet, praat ronduit, en open, voornamelijk over sex, niet zonder liefde nee maar gaandeweg toch steeds platter en dan gaat er iets verloren in deze roman. Er is gewoon bijna geen goede manier om over sex te schrijven. Ofwel wordt het obligaat – want in een moderne roman mag sex natuurlijk niet ontbreken. Ofwel wordt het stoeferig – kijk mij eens van alles durven schrijven! Ofwel wordt het gewoon ronduit ranzig.

Maar waarlijk dodelijk is het echte einde. Dat is zo’n simplistiese en ongeloofwaardige deus ex machina dat je bijna zou denken dat Gerge het erom gedaan heeft. Misschien is het grappig dat er kort nadat Iris zich heeft beklaagd over onbevredigende eindes in boeken, Fear play toewerkt naar het meest kinderachtige, meest afgeraffelde, meest ongeïnspireerde einde dat ik in zeer lange tijd ben tegen gekomen. Toch geloof ik niet dat Gerge haar lezers echt achter wilde laten met een bittere nasmaak. Want dat is de kloterij: het einde bepaalt hoe je een boek weglegt. Zo kun je een overwegend zwak boek toch nog met een goed gevoel wegleggen; Gerge zet de punt in de middelmaat. Dit had ook anders kunnen eindigen, Gerge. Het boek had korter kunnen zijn, gewoon zo maar ergens eindigen, waarom niet. Of juist uitgepuurder, Fear play had ook een boek van zeshonderd bladzijden kunnen zijn en nog vele, nog zo zeer heel erg veel vele andere richtingen op kunnen gaan. Elke richting was beter geweest dan deze.

Maar Gerge is uit 1982. Piepjong dus. Haar schrijverschap heeft nog ruimte voor rijping. Ze zou maar zo eens een meesterwerk kunnen pennen. Dat is precies wat je haar gunt. En een wat respectvollere Nederlandse versie. Gun je haar ook.

Tova Gerge Fearplay

Fearplay

  • Auteur: Tova Gerge (Zweden)
  • Soort boek: Zweedse roman
  • Origineel: Fearplay (2024)
  • Nederlandse vertaling: Gerrit Brand
  • Uitgever: Uitgeverij Nobelman
  • Verschijnt: 20 januari 2025
  • Uitgave: gebonden boek
  • Prijs: € 24,95
  • Winnaar Prisma Litteraturpris 2024
  • Boek bestellen bij: Boekenwereld / Bol / Libris

Flaptekst van de nieuwe roman van de Zweedse schrijfster Tova Gerge

Iris laat alles achter, ze wil weg. Ze reist vanuit Zweden naar de Amerikaanse staat Idaho, naar een vriendin die ze online heeft ontmoet. Daar wil Iris een heel nieuw mens worden. Maar haar vader, die onlangs is verdwenen, is opgegroeid in de stad waar ze naartoe verhuist. In hoeverre is ze bereid om echt los te laten?

Thuis, in het door vader en dochter verlaten ouderlijk huis, probeert Iris’ moeder Ba haar angsten te onderdrukken net als haar dochter iets van haar leven te maken. Ze moet weer concerten gaan geven, maar dat lijkt onmogelijk na de verdwijning van haar man en de plotselinge dood van een goede vriend.

Fearplay is een spannende roman over liefde en onderlinge afhankelijkheid.  Over wel of niet gebonden willen zijn aan anderen, over de pogingen om nabijheid of afstand te creëren, over het al dan niet aanraken van zere plekken, over geesten, bloemen en erfenissen.

Tova Gerge is geboren op 7 maart 1982. Ze is schrijver en beeldend kunstenaar. Haar vorige roman, Pojken (De Jongen) uit 2018, werd door critici lovend ontvangen. De Jongen is ook uitgegeven door Uitgeverij Nobelman. De Nederlandse vertaling van de nieuwe roman Fearplay waarvoor ze de Prisma Litteraturpris 2024 verschijnt in januari 2025.

Bijpassende boeken en informatie